Ik baal! Ik baal van die Bengaal. Die KUT-Bengaal haalt dagelijks verhaal bij mijn kat. De schat wordt geterroriseerd! En bezeerd. Volstrekt verkeerd: Zo’n wilde kat hier in de stad…….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Heks, Ik heb allemaal kattenspulletjes voor je,’ Schilder belt me onverwachts op. Een aantal jaar geleden alweer. Toen hij nog onder ons was. ‘Een hele chique bak, kattengrit, een zak super voer….’ Goh, ik wist niet dat hij weer een kat had. ‘Ik heb zo’n Savannah kat genomen, Heks. Een monster. Het is nog maar een kitten, maar wat voor eentje…..’

‘Hij breekt de boel compleet af hier binnen. Hij rent tegen de muren omhoog en bespringt me vervolgens. Hij slaat zijn klauwen in me! Ik ben gewoonweg bang voor die piepjonge kat. Een kitten! Nog nooit zoiets meegemaakt. Het is een prachtig beest, maar volstrekt gestoord. Niet te houden in een normaal huishouden. Ik heb hem na drie weken aanmodderen dan ook maar weer teruggebracht….’

Mijn oude vriend heeft zijn leven lang katten gehad, dus Heks is nogal verbaasd. Wat zijn dat voor’n katten, die Saharakatten? Half wild? Waarom willen mensen in godsnaam zo’n beest in huis hebben? Prestige? Algehele gekte? Wat bezield hen?

Een paar maanden geleden kom ik de voordeur uit met VikThor en Ferguut. We gaan een plasrondje wandelen door de wijk. Vanuit het niets vliegt een uit de kluiten gewassen kat door de lucht naar ons toe. Het is een schitterend dier. Vier klauwen strekken zich uit door de lucht.

Hij probeert op mijn kat te landen. Of mijn hond. Of misschien zelfs wel op Heks. Ik wacht het niet af en ga met maaiende armen op het monster af.  Schreeuwend. De katachtige draait zich om in de lucht(!) en verdwijnt in een steeg. Het is die verdomde Bengaal van de buren. Dat beest is onlangs volwassen geworden. Hormonaal geladen valt hij mij en de mijnen aan. Het is een prachtig dier. In de jungle. Niet hier. 

Maandag ben ik alweer bij de dierenarts. Met drie katten deze keer. ‘Ik neem eerst de ouwetjes mee, want ik maak me zorgen over alledrie eigenlijk. Pippi wast zich al jaren niet goed en ze hoest af en toe als een ouwe zwerver. Snuitje wast haar achterhand niet, ik vermoed artrose. En Ferguut……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Mijn dolende ridder doet enigszins vreemd. Er is iets met hem, maar ik weet niet wat. Volgens mij heeft hij vorige week twee keer op mijn bed gepiest. De tweede keer betrapte ik hem min of meer. Dus vandaar dat ik hem verdenk. En toen dacht ik natuurlijk direct aan blaasgruis. Daar ben ik wel eens bijna een kat door kwijtgeraakt. Die schrik zit er nog steeds in!

Het heeft wat voeten in de aarde om met het hele spul op het juiste tijdstip acte de présence te geven. Vooral omdat ik door een vorige week reeds verstuurde bevestigingsmail op het verkeerde been wordt gezet. ‘Vergeet uw afspraak om 13.30 niet,’ lees ik in de bewuste mail. Wel gek dat ze em drie keer sturen. Oh ja, ik heb natuurlijk ook drie afspraken. Vorige week eentje, volgende week nog eentje en vandaag…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks loopt op haar tandvlees. Ik moet nodig eens een dagje crashen, maar dat komt er niet van met mijn nieuwe bezigheden. Vanavond heb ik bijvoorbeeld cursus Klezmer zingen. Het is ook hollen of stilstaan bij Heks. Ja, vind je het gek. Na vijf maanden voornamelijk in bed wil ik zoveel mogelijk genieten van de iets meer armslag die ik heb qua energie. En de daarbijbehorende bewegingsvrijheid!

Om kwart voor 1 ga ik het spul verzamelen. Ik kan de vervoersmanden nergens vinden. Ik heb er zeker zes. Oh jee. We hebben vorig jaar de berging opgeruimd. Die dingen zijn natuurlijk grondig opgeborgen. Slechts twee exemplaren weet ik tussen de opnieuw ontstane troep vandaan te vissen. ‘Ik stop Ferguut gewoon in de vervoersbench van VikThor. Het is wel een gesjouw, maar vooruit maar…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het zit me toch niet lekker dat de afspraak om half twee is, terwijl mijn agenda piept dat het om 1 uur is. Ik heb met enige regelmaat ruzie met de agenda op mijn Iphone. Als hij niet synchroniseert met mijn computer bijvoorbeeld. Als afspraken verdwijnen en weer verschijnen, zonder dat ik snap waar het aan ligt. Wantrouwig bekijk ik nog eens de mailtjes.

Em ja, je raadt het al. Warhoofd Heks heeft weer eens lopen kloten. De drie mailtje gaan over de drie afspraken met drie katten vandaag. Voor elke kat een mail. Een geval van overbureaucratie. Verwarrend tot op het bot voor ongeorganiseerde types zoals ik. Die het moeten hebben van duidelijke informatie. Die geen mail teveel lezen.

De eerste afspraak is al om 1 uur en het is intussen vijf voor 1. Ik ga het met geen mogelijkheid redden: Katten vangen, in auto stoppen, erheen rijden, dat hele tuincentrum doorkarren met een winkelwagen voor protesterend miauwende huisgenoten…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com©Toverheks.com

Snel bel ik de dierenarts. Leg uit wat er aan de hand is. Haast me vervolgens een slag in de rondte. Worstel met die enorme bench, hij past niet in de auto, wat gek, is dat ding opeens gegroeid? Nee, ik moet em half inklappen herontdek ik. Bijna ontsnapt de panter me. Ik kan hem nog net in zijn kladden grijpen……..

Ik win al met al 7 minuten met al dat gehaast. Maar ik raak een jaar van mijn leven kwijt. Zucht.

Gelukkig is het konijn, dat na mij gepland staat, weer gaan eten. Dus die afspraak gaat niet door. We hebben alle tijd  voor het consult.

Mijn zorgen rond Pippi en Snuitje blijken ongegrond. Beide dames zijn in prima conditie. ‘Pippi is waarschijnlijk gewoon een kat, die zichzelf iet wast,’ aldus de dierenarts. Ik had haar beter Floddertje kunnen noemen, alhoewel Pippi Langkous ook niet bepaald uitblinkt in persoonlijke hygiëne……

‘Snuitje heeft flink artrose. Kijk maar. Als ik haar hier probeer te strekken, doet dat echt zeer. Ik zie het aan haar reactie. Ik stel voor om haar op een dosis pijnstiller/ontstekingsremmer te zetten. Groot kans, dat ze er enorm van opknapt.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verder zijn de dames zo gezond als een vis. Maar dan Ferguut. Vorige week heeft hij twee keer op mijn bed gepiest. Ik zou hem nooit hebben verdacht, als ik hem niet op heterdaad had betrapt. ‘Ik heb hem toen linea recta naar buiten gebonjourd. Maar het heeft me wel aan het denken gezet. Zou hij soms last hebben van blaasgruis?’

Ik heb geprobeerd een plasje op te vangen, maar dat is helaas mislukt. Meneer piest liever buiten. Hij heeft intussen wel een volle blaas constateert de dierendokter. Geroutineerd kijkt ze mijn panter na. Op de plek waar het laatste abces heeft gezeten steekt nu een bot uit. ‘Die spier is aangetast door dat enorme abces. Dat komt helaas niet meer goed.’

Dan kijkt ze zijn gebit na. Tot onze schrik zien we dat er een groot bloedend gat gaapt waar eerst een grote voortand zat. ‘Die is er uit geslagen door een enorme kat. Het is echt met veel geweld gebeurd……’ Een klamme hand sluit zich om mijn hart.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Kijk, katten vechten. Een rafelig oor of een winkelhaak hier of daar? Een keertje een abces? Het kan gebeuren. Maar vier keer op rij een behoorlijk ernstige verwonding binnen een half jaar? Toegebracht door een katachtige? Dat is echt niet normaal. 

Heks heeft een hoofdverdachte: De Bengaalse kat van een koppel op de Lange Mare. Het dier is afgelopen jaar volwassen geworden en dat is goed te merken. Geen enkele kat is meer veilig voor het monster, maar hij heeft het vooral voorzien op mijn zwervende boerenridder Ferguut. 

‘Geen enkele huiskat is ook maar een beetje partij voor zo’n Bengaal,’ zegt de dierenarts bij het eerste ongeluk. “Eigenlijk zouden mensen zulke katten niet moeten houden hier in Nederland. Het zijn wilde katten. Totaal niet geschikt om rond te laten lopen in een buurt vol huiskatten….’

Heks spreekt na een knakstaart en twee abcessen de bewuste buurvrouw aan op haar kat. ‘Hahaha, ja, wat wil je dat ik eraan doe? ik kan hier echt niks mee,’ het mens maakt zich bepaald niet druk om het gedrag van haar halve wilde kat. 

Ook als ik afgelopen week bij haar aan de deur sta om verhaal te halen, nadat de dierenarts heeft geconstateerd dat er met geweld een tand uit de bek van mijn kat is geslagen, is ze niet onder de indruk. Haar man gooit zelfs de deur dicht in mijn gezicht. Wat een lompe eikel. De vrouw zelf lacht me hartelijk uit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Nadat ze eerst met een uitgestreken smoelwerk zegt dat we niet gaan schreeuwen. Heks heeft inderdaad haar stemgeluid verheven, nadat buurvrouw verbaal haar kont afveegt met mijn zorgen om mijn kat. Schreeuwen is iets anders. Ik ben niet buiten zinnen. Noch bedreig ik de vrouw.

‘Wat wil je dat ik er aan doe?’ schreeuwt de boze buurvrouw me na. Apart toch weer. Zegt ze een minuut eerder nog op betuttelende toon dat we niet gaan schreeuwen, nu doet ze het zelf. ‘Ik kom geen ruzie met je maken, ik kom je aalleen vertellen, dat ik de wijkagent en dierenpolitie op de zaak ga zetten,’ zeg ik rustig tegen de schreeuwlelijk.

‘Er bestaat in Nederland een gedoogbeleid voor dit soort katten om hen buiten te laten rondlopen. Bengaalse katten zijn verboden, maar vanaf de zoveelste generatie kruisen mogen ze wel gehouden worden. Maar naar buiten gaan is een ander verhaal. Dat valt dus onder dat gedoogbeleid…. Zondag ga ik bovendien aangifte doen van mishandeling op advies van de Dierenbescherming….’

‘Nou, ik zie die wijkagent wel verschijnen,’ teemt de buurvrouw, om schaterenlachend te vervolgen dat ze het wel zielig vindt voor mijn kat. ‘Wat wil je dat ik er aan doe?’

‘Zal ik er dan maar wat aan doen?’ ben ik geneigd te zeggen. Ik heb al dagen visioenen om dat klotebeest te vangen en uit te zetten op een waddeneiland…….

De politie komt langs om over die kat te praten. Ze kunnen niet veel doen en ook zij raden me aan om aangifte te doen. ‘Bereid het goed voor. Neem zoveel mogelijk informatie mee over wat er gebeurd is.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De dierenarts schrijft op mijn verzoek een verslag van alle verwondingen en behandelingen van het afgelopen jaar. Ook hierin gaat weer dat het niet wenselijk is om zulke dieren op straat te laten lopen. ‘Het is zoiets als wanneer ik een halve wolf hier in de wijk loslaat. Daar maak ik ook geen vrienden mee,’ zeg ik tegen Buurman. 

Hij woont naast de baasjes van de kutkat. Zij is al uitgebreid verhaal komen halen bij hem. Ja, lekker is dat.

Maar alles goed en wel. Intussen loopt die rot Bengaal nog steeds hier door de buurt te paraderen. Gisterenmorgen hoor ik een hels kabaal in de steeg. Mijn panter zit onder een vuilcontainer te wachten totdat hij naar binnen kan. De Bengaal probeert hem aan te vallen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De eigenaresse van de bloemenwinkel rent verschrikt naar buiten. Heks schreeuwt als een viswijf tegen de Bengaal. Hij gaat er als een haas vandoor. Snel ga ik naar beneden om mijn panter op te halen.

‘Zag jij ook dat die Bengaal mijn kat aanviel?’ vraag ik aan de bloemenvrouw. Ze zag het. ‘Maar dat doen toch alle katten?’ bagatelliseert ze het geziene. Ze is namelijk geen fan van Heks. Het heeft een tiental jaar geduurd voordat ik het in de gaten had, maar na de zoveelste ongenuanceerde schreeuwpartij zonder reden richting mij viel het kwartje. Het mens kan me niet uitstaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Sinds ik dat ontdekt heb mijd ik haar zoveel mogelijk. Tegen mij wordt niet meer geschreeuwd. Ik heb dan ook helemaal niets aan deze getuige vrees ik. 

Later zie ik dat het oor van Ferguut flink is opengehaald door die kolere Bengaal. Hij bloedt als een rund. Het is nu elke week raak intussen.

Oh, wat ben ik moe van al dat gedoe met mijn beesten. De hele week ben ik al in touw met mijn dierentuin. Maak ik me zorgen om mijn panter. Ben ik druk met de verzorging van de poot van VikThor. Ik zal blij zijn als die Bengaal van het toneel verdwijnt. Als de rust weerkeert in deze buurt vol katten.

‘Ik ben vast niet de enige, die last heeft van die kat. Ik heb al links en rechts geïnformeerd bij andere kattenbezitters. Tot nu toe zonder succes. Maar ik verwacht echt meer slachtoffers te vinden, Ferguuts situatie staat vast niet op zichzelf…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

In memoriam Hawk. Mijn oude vurige aanbidder is niet meer. Een hele bijzondere man is ons ontvallen. Het Leidse Hout staat bol van de verhalen, die over hem rouleren. We gaan hem missen! Rust in vrede, lieve Joop.

Zaterdagmiddag ga ik naar de fysiotherapeut. VikThor wacht zoet in de tuin totdat ik volledig uit de knoop het pand weer verlaat. Nu is hij aan de beurt! En dat weet hij!

Eerst doen we een rondje door het bosje van Bosman. Het is extreem druilerig weer. Mijn viervoetige vriend is binnen de kortste keren zo zwart als een tor. Grijnzend rent hij door de bosjes. Hondjes zijn graag lekker vies. Smeerpoetsen zijn het. Van de bovenste plank.

Op weg naar het Leidse Hout wip ik bij een tweedehands winkeltje binnen. Er hangt een iets op me te wachten volgens mijn kledingengel. Maar wat? Ik scan de rekken met mijn eksteroog. Mijn oog valt op een chique lange wollen jas. Hij zit als gegoten. De lengte is helemaal goed. Verkocht!

Vroeger fietste ik nu door naar Hawk. Ik moet er nog elke week aan denken. Dan zette hij verrukkelijke koffie voor me en vervolgens aten we een boterham met haring. Aansluitend gingen we dan met de hondjes wandelen. Meestal in het bos, waarheen ik nu op weg ben.

In het Leidse Hout komt een Rijst Met Krentenhond me tegemoet rennen. Zijn kop vertrokken in een enthousiaste grimas. Het is Charlie de Dalmatiër! De hond die mijn vriend Hawk altijd uitliet. Ik heb hem al ruim een half jaar niet meer gezien. Net als Hawk. Sinds ik ben opgehouden laatstgenoemde thuis te bezoeken en sinds hij me nooit meer belt lijkt hij van de aardbodem ter zijn verdwenen.

Niemand in het Leidse Hout heeft de hoogbejaarde overigens nog gezien de laatste maanden. Heks informeert regelmatig links en rechts. Maar nee. Geen mens kan me wijzer maken.

Het gaat me te ver om die ouwe snoeper weer op te bellen, maar stiekempjes hoop ik hem weer eens ergens tegen te komen. Nooit gedacht dat ons laatste afscheid dermate definitief zou zijn.

Ik fiets achter Charlie aan. Hij rent terug naar een roepende vrouw ergens in het struweel. Dat zal zijn echte baasje wel zijn. Hawk liet hem louter uit. Net als de Boxer van de buren.

Ik stel me voor aan de dame. ‘Ik was bevriend met Hawk. Zo ken ik Charlie. We gingen elke zaterdagmiddag wandelen met elkaar…… Hoe is het met onze oude vriend? Hebben jullie hem onlangs nog gezien?’ Heks heeft al enige tijd het vreemde voorgevoel, dat mijn vurige bejaarde aanbidder niet meer onder ons is….

‘Hawk is dood,’ de vrouw tegenover me is Russische van origine. Dat heeft mijn oude vriend me al vertelt. Ze spreekt verder met haar zware slavische accent, ‘Hij had heel erg hernia. In september belandde hij in bed. Heel veel pijn en morfine. Hij wilde niet meer. Iek denk, iek weet niet zeker, maar denk dat ….’ ‘Euthanasie…’ knik ik begrijpend.

De vrouw pinkt een traan weg. Of ze heeft een vuiltje in haar oog. Maar dan wel een heel hardnekkig vuiltje.

We praten een tijdje over Hawk. Charlie springt enthousiast om me heen. ‘Dat doet hij normaal nooit. Hij herkent jou, hij grijnst zelfs naar je, dat doet hij alleen bij hele speciale mensen,’ de man van de Russin is ook opgedoken intussen. Evenals hun beeldschone dochter.

Terwijl ik weer verder fiets tuimelen beelden en gedachten door mijn hoofd.

Dus die oude schobbejak is toch gaan hemelen. Hij leek het eeuwige leven te hebben, maar opeens was het klaar. Ik weet niet hoe ik me voel na al die informatie. Het idee van een bedlegerige wegkwijnende Hawk onder de morfine dringt zich aan me op. De man is instant hopeloos verliefd op me geraakt een jaar geleden. Een verliefdheid, die ik onmogelijk kon beantwoorden. Helaas voor hem.

Maar ik was wel stapelgek op die oude baas. En maandenlang hadden we het heerlijk tijdens onze wekelijkse afspraak. Zolang hij negens op uit was. Zo lang hij genoegen nam met samen tijd stukslaan.

Helaas zette hij telkens weer druk op de ketel. Steeds meer druk. Accepteerde hij geen nee. Moest en zou het er toch eens van komen. Wat moest er van komen? Ja, dat dus. Of iets in die richting. Of in elk geval toch wat…….

Heks fietst met een schuldgevoel door het bos. Arme Hawk. Stomme sukkel. Waarom nam je geen genoegen met wat er was? Dat was toch geweldig leuk? Waarom wilde je nu weer zo nodig ‘met de billen bloot’?

‘Ik heb je mijn huis uit gejaagd,’ hoor ik plotseling in mijn geestesoor. Verbeeld ik me dat nu? Nee, ik hoor het opnieuw. En nog eens. Ja, daar in het prachtige oneindige licht is dan toch eindelijk het kwartje gevallen bij Hawk.

Ik peddel van het Leidse Hout naar de Klinkerbergerplas en vervolgens via Warmond naar het Joppe en tot slot door de Merenwijk weer naar huis. VikThor rent zich een ongeluk.

Thuisgekomen brand ik een kaarsje voor hem. Voor mijn oude dierbare vriend. Ik wens hem een goede reis. Ik vergeef hem grif zijn stommiteit. ‘Typisch Hawk,’ giebelt zijn vrouw. Ze zijn weer verenigd in het licht. ‘Zo ken ik hem weer. Echt wat voor hem om je op die manier de deur uit te jagen….’

Ja, er zat leven genoeg in de man!

‘Weet je wat zo bijzonder is, Heks?’ placht Hawk altijd te zeggen, ‘Waar jij woont, precies waar jouw huis nu staat, had ik vroeger een garage. Het was een beetje een raar straatje in het verleden, jouw steeg. Jarenlang heb ik het pand dat daar stond in handen gehad. Op exact dezelfde plek!’ Hij kon er niet over uit!

Ik denk dat er wel meer bijzonder was aan onze vriendschap. Werkelijk vanaf de eerste seconde heb ik de man in mijn hart gesloten. Misschien kende ik hem al eeuwen. Misschien was zijn verliefdheid wel karmisch geïnitieerd. Wie zal het zeggen?

Rust in vrede lieve Hawk. Je was me er eentje!

 

 

Vreemde vogels vind je overal. Je loopt de hoek om en komt er weer eentje tegen. Soms geven ze je een prachtige roos, maar er zijn ook gevederden, die hopla over je heen schijten. Volgens Chinezen brengt dat geluk. Ik ga dus vast een prachtige jaar tegemoet!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zaterdagmiddag spoed ik me naar de markt. Ik neem mijn hondje mee. Ik wil eventjes naar de Griek voor liflafjes. En naar de Marokkaan voor verse kruiden en prijswinnende haring. Thank God voor onze medelanders. Hoeven we niet aan de aardappelen met jus met de feestdagen.

Als ik de Mare op loop, knal ik bijna tegen een scootmobiel op. Mijn schele eksteroog valt op een gigantische bloem, die de achterkant van het voertuig opsiert. Gestoken op de plek, waar je normaliter krukken kunt plaatsen. ‘Wat een prachtige roos hebt u op uw voertuig zitten,’ roept Heks verrukt tegen de bestuurder van de mobiel. Een stevige Roma vrouw draait zich om. ‘Pakken,’ zegt ze streng.

Verbouwereerd kijk ik in twee schitterende gitzwarte ogen. Ze spuwen werkelijk vuur. Vreugdevuur. Iemand heeft die roos daar geplaatst vertelt ze me in rudimentair Nederlands. Zijzelf heeft ook geen idee wie. ‘Pakken,’ beëindigt ze haar verhaal.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Maar mevrouw, die roos is natuurlijk voor U, ik kan em onmogelijk aannemen,’ jeetje, wat gebruik ik veel woorden. Wat een bloemig taalgebruik. Ik hoor mezelf gewoonweg oreren, maar het helpt niet. Mijn gesprekspartner heeft niet veel woorden nodig.

‘Pakken.’

Zo krijg ik op de valreep van 2018 een prachtige roos cadeau van een echte toverkol. Ik bedank haar uitvoerig, maar daar heeft ze allemaal geen geduld voor. Met een zwaai van haar zwaar beringde hand neemt ze afscheid. De scootmobiel draait vliegensvlug de weg op. Ik versnel mijn pas om haar na te kijken.

Maar waar is ze nu gebleven? Ik speur tussen het winkelende publiek. Tuur de hele Lange Mare af. Zo’n mobiel zie je echt niet over het hoofd. Toch is de dame verdwenen. Opgegaan in rook lijkt wel. Geïmplodeerd met scootmobiel en al. Wonderbaarlijk toch weer.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik loop de markt op. ‘Wat zou het leuk zijn om de Wilde Boerenzoon tegen te komen,’ denk ik bij mezelf. Als ik alles heb gekocht wat ik nodig denk te hebben verlaat ik de warenmarkt. Op het Gangetje komt een reus me tegemoet. Met open armen. Het is de Wilde in persona. ‘Ik hoopte je al tegen te komen, Heks,’ galmt hij me tegemoet.

We spreken af in een koffiehuis. Heks laat snel eventjes haar hondje uit in het park en mijn vriend haalt zijn boodschappen. Een half uurtje later zitten we samen aan een tafeltje. Al snel zitten we uitgebreid te klessebessen.

Eerst met een dame erbij, die Heks net heeft leren kennen. Ze heeft op tweede kerstdag haar 14 jarige hondje laten inslapen. ‘Natuurlijk op een feestdag, dat is altijd zo. Het was volstrekt onverwacht. Maar ja, ze was natuurlijk wel stokoud voor een labrador/herder combinatie,’ verzucht de vrouw verdrietig.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Intussen kriebelt ze VikThor achter zijn oortjes. Hij gaat er helemaal voor liggen. ‘Dank je wel, dat ik me eventjes heb mogen vergrijpen aan je hondje,’ glimlacht ze bij het afscheid.

Nadat ze is vertrokken neemt een mij onbekende man haar plaats in aan het tafeltje voor het raam. Ik haal snel mijn in de hoek geparkeerde boodschappentas en dikke jas weg. ‘Niet nodig,’ wuift hij, maar ik heb alweer iemand lopen pleasen voor ik het in de gaten heb. Ik zet de spulletjes op de stoel naast me.

Terwijl ik met de Wilde zit te praten schuift er nog iemand aan bij de man aan de tafel naast ons. Een ouwe hipster met een lange baard. Ze gaan samen kranten zitten lezen. Af en toe bespreken ze wat ze tegen komen. Terwijl ook wij doorpraten bekruipt me een naar gevoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Uit de rug van de eerste man groeit een bult ergernis. Ik voel het geërgerd tegen me aanschurken. ‘Niks van aantrekken, Heks,’ zeg ik tegen mezelf. Misschien verbeeld ik het me overigens. Ik buig me voorover naar de Wilde. Het is rumoerig in het koffiehuis. Ik kan hem nauwelijks verstaan.

Plotseling schiet de kerel naast ons finaal uit zijn slof. Hij draait zich om met een woeste vuistbeweging. Slaat in de lucht pal naast me. Schreeuwt dat ik mijn stomme achterlijke kutbek moet houden. Brult nog wat zeer onaangename dingen in mijn richting. En als een duveltje verdwijnt hij weer in zijn dozige zelf. Draait zich weer om. Leest gewoon verder.

Alsof hij zich niet zojuist gigantisch heeft misdragen.

Ik zit te shaken van schrik. Al mijn zenuwbanen slaan op tilt. ‘Gaan we ons hier iets van aantrekken?’ zeg ik echter rustig tegen de Wilde, ‘Ik dacht het niet toch? Als hij rust en stilte wil gaat hij maar kranten lezen in de bibliotheek! Hier heb ik geen zin meer in. Ik heb vaak genoeg van dit soort miezerige mannetjes op mijn kloten gekregen!’

De hipster vriend van de idioot draait zich om. Hij begint een heel verhaal over lawaai en dat we misschien toch wel hard praten. Het lijkt me een redelijke kerel. ‘Het is hier uitermate rumoerig, beste man, ik kan mezelf bijna niet verstaan. Ik wil best rekening houden met iemand, die het vriendelijk vraagt. Uw vriend is uitermate onbeschoft.’

©Toverheks.com

Tot mijn verbazing geeft de man dat grif toe. Er ontstaat een gesprek tussen de Wilde en de man over dit soort lompe communicatie en hoe het beter kan. De sukkel naast hem zegt geen woord. Hij zit zogenaamd verdiept in zijn lectuur nadrukkelijk te zwijgen.

Geen excuus. De lul vindt het de normaalste zaak van de wereld om zo uit te halen naar een wildvreemde vrouw. Het is overigens bepaald niet de eerste keer dat ik zoiets meemaak. Is hij beledigd, dat ik hem niet zag staan, toen hij binnenkwam? Waren dat soms avances die hij maakte in eerste instantie? Wil hij wellicht aandacht?

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Wat gebeurde daar nu eigenlijk, ik heb nog nooit zoiets gezien, wat een agressie. En het was echt totaal op jou gericht. Bizar gewoonweg. En ik bleef volledig buiten schot, volgens mij vond hij mij zelfs wel aardig. Volstrekt gestoord. Gaat het weer een beetje? Jij vertelt wel vaker zulke verhalen, Heks, maar nu zag ik het met mijn eigen ogen. Wat een idioot. Ik zat helemaal te trillen na die uitval. Jij ook?’ vraagt De Boerenzoon achteraf bij het afscheid.

Ja, wat zullen we ervan zeggen? Heks heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op narcistische randdebielen. Altijd gehad. Deze man lijkt sprekend op mijn ex. Zowel qua uiterlijk als qua gedrag. Een mooie man met een slecht karakter. De kunst is om het niet meer binnen te laten komen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Oudjaarsdag mediteer ik met de schedelheksjes voor de vrede. Precies om 1 uur ’s middags arriveer ik bij Maan. Zij organiseert dit elk jaar. ‘Overal over de wereld doen lichtwerkers mee aan deze meditatie. Om 13.00 lokale tijd. Het gaat als een golf de wereld rond,’ aldus mijn lieve heksenvriendin.

Zoals elk jaar worden we verwend met heerlijke mince pies en koekjes. Op de salontafel staat een prachtig veld vol kristallen. Draken, elfen, raven en heksenvingers….. en heel veel kristallen schedeltjes. Maan plaatst mijn meegebrachte kristallen vrienden in het veld. Even later begint ze met de geleide meditatie.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ze neemt ons mee de ruimte in. Op drakenruggen rijden we door het universum. We kijken naar die prachtige heksengolf van liefde en vrede, die de aarde omspoelt. Heks knikkebolt, zo ver weg zijn we. Na twee minuten is het alweer klaar. Een lichtflits. Een ademtocht.

‘Hoe lang zijn we bezig geweest, Maan?’ Nou toch zeker drie kwartier. Maar ja, buiten tijd en ruimte. Geen wonder dat je het besef daarvan een beetje kwijt raakt.

‘Lieve Heks, ik was zo blij met je laatste blog. Je bent al drie jaar aan het afgeven op alles en iedereen, maar het wordt tijd om los te laten! Doorzetten hoor, lieverd! Een prachtig jaar toegewenst. Komend jaar ga ik de maandelijkse schedelmeditaties weer oppakken.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ja, het is tijd om los te laten. Alle onterechte agressie. Alle kledders voor mijn kop. Al die keren, dat ik boksbal ben geweest van machteloze mensen. Genoeg moois te beleven in de wereld. Ik hoef de deur maar uit te lopen en ik krijg al een schitterende roos van een levensechte heks bijvoorbeeld!

Het leven kietelt je onder de kin en slaat je om de oren. Het is maar de vraag wat je binnen laat komen. Rumi spoort ons aan om alles welkom te heten. En misschien is dat wel het hele eieren eten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik heb teveel nee gezegd de laatste  jaren. Dit wil ik niet. Dat wil ik niet. NEE, NEE, NEE.

Is het niet eens tijd om JA te zeggen? Uit de grond van mijn hart. Tegen alles wat ik wel wil!

Oud en nieuw vier ik alleen. Steenvrouw kom even eten. Ik bel een uurtje met de Don. Rond tien uur lig ik languit te kijken naar Esio Trot. Een geweldig leuke film over echte liefde. Tussen lieve mensen. En vooral ook over geduld.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Rumi

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.

 

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

 

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

 

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…….

 

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

 

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Knibbel knabbel krielkip? Heks lacht zich de hik. Over goedgelovigheid en godgeklaagd flauwe grappen. Heeft God humor? Houdt de Godin van een geintje?

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Heks heeft zichzelf toegesproken. En ze heeft zichzelf iets beloofd.

Na jaren achterstallige woede oprispen en onmachtig schelden in mijn eentje is het mooi geweest. Ik snap nu eindelijk dat ik er niet aan ontkom om al die onwelkome gevoelens te voelen. Niet als ik wil veranderen. Meer van hetzelfde is geen optie meer, want de schellen zijn van mijn ogen gevallen. In etappes. Langdurige ellendige zeewaterige etappes. Tegen de klippen op. Met tegenwind. Tegenstorm.

Zo dus.

Op televisie is het Carbonara effect bezig. Een goochelaar neemt mensen systematisch bij de neus met allerlei fantastische lulverhalen. Hij verandert bijvoorbeeld zijn vriendin in een kip. Veel heren zouden het verschil niet eens zien, maar de dame, die hij beduvelt is met stomheid geslagen.

‘Dat is je vriendin, denk ik,’ fluistert ze angstig nadat de bewuste vriendin in een creepy kraakpand vol pentagrammen, gedroogde kippenbotjes aan een koord en bloederige teksten op de muur, met mobiele telefoon en al is ontploft voor haar ogen.

Er staat opeens een bruine kip precies op dezelfde plaats. Hekserij natuurlijk. Ze gelooft het direct. Als ik beweer met overleden dierbaren te praten word ik voor gek verklaard, maar je vriendin veranderen in een krielkip is gewoon uitermate geloofwaardig.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Mensen zijn volledig Ver-Harry-Potterd de laatste decennia. Compleet van de pot gerukt natuurlijk.

Als je beweert dat alles energie is en begint over heilige geometrie kijken de meeste mensen je heel glazig aan. Ook het bestaan van leven buiten onze blauwe planeet vinden hele volksstammen uiterst onwaarschijnlijk. Maar idiote denkbeelden over een mannelijke god, die vindt dat seks voor het huwelijk zonde is en beffen niet halal vinden gretig aftrek.

Ook deze gekke illusionist gelooft men graag grif. Negen van de tien mensen, die hij voor het lapje houdt trapt daar helemaal in. Hoe onzinniger het verhaal, hoe dieper hun geloof!

Ik loop een laatste ronde door de wijk met mijn hondje. Het is laat. De maan staat aan de heldere hemel. Ik kijk zo het heelal in. Kijkt het heelal naar mij? Ziet het me hier lopen in die nauwe straatjes?  Op die kleine klinkertje?

Onder de klinkertjes begint nog een wereld. Wat weten we eigenlijk van wat zich allemaal in Moedertje Aarde afspeelt?

De goochelaar op televisie jaagt een jongeman de stuipen op het lijf door een aantal tuinkabouters te verplaatsen. De heren zijn samen een tuintje aan het opknappen. De goochelaar doet zich in dit item voor als hovenier.

De stenen kabouters staan plots in een kring om hen heen. Brrrrrrr……..De jongeman schrikt zich een ongeluk. Doodsbang is hij, vooral als blijkt dat 1 kabouter de autosleutels heeft afgepakt……. Ze zitten stevig vastgeklemd in zijn keramieken knuistjes.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Heks zit te schudden van de lach. Mensen zijn zo goedgelovig. Ik heb me ook jaren laten bedotten. Niet door dit soort onzin, maar door gewone medemensen. Vooral door de meer narcistische variant daarvan.

De kunst is om dingen te zien voor wat ze zijn. En niet verbitterd te geraken.

Geloof je dan helemaal niet in magie, Heks? Juist wel. Het hele leven is magisch als je er oog voor krijgt. Het verandert modder in lotussen. Alleen: Zolang je nog in de shit zit merk je er weinig van.

De wereld is vol magie. Alle werelden. Kabouters zijn vaste bewoners van mijn heksenhuis. Dat gedoe met sleutels ken ik ook van hen. Ze verstoppen de mijne met enige regelmaat! Gewoon voor de grap. Verder zijn het prima huisgenoten. Ook heb ik hier meermalen een geliefde in een stuk pluimvee zien veranderen. Soms een goudhaantje. Meestal haantje de voorste.

En dat terwijl veranderen toch zo ontzettend moeilijk is voor ons mensen. Uit je groef komen. Je ogen openen voor de werkelijkheid. De ander zien en vooral jezelf zien. En dan de hele mikmak vergeven.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Want laten we wel wezen: De mensheid klungelt maar wat aan. Zelfs de ergste narcist is in wezen niet benijdenswaardig. Het zijn misschien klootzakken en stomme mutsen, maar wel verrekt eenzame klootzakken. En godverlaten duivelse dozen.

‘God, wij zijn geschapen naar jouw beeld staat er in de bijbel. Dat zit me dwars. Want kijk naar ons mensen: Onbetrouwbaar, onbebouwbaar, wispelturig, hebberig, afgunstig, geniepig, gemeen en ga zo maar door. Iedereen heeft deze eigenschappen in mindere of meerdere mate. De huidige maatschappij speelt volledig in op die kwalijke kwaliteiten. Alles is een wedstrijd. En valsspelen wordt beloond.’

‘Kijk maar naar dat walgelijke televisieprogramma ‘Utopia’, waar mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Ik kan er gemiddeld niet langer dan een kwartier naar kijken. Dan ben ik instant depressief.’

Zijn wij naar Gods beeld geschapen? Of hebben wij God geschapen naar ons beeld? Ziet een vis een geheel andere Schepper? Of een krielkip? Mijn Boeddhistische leermeester Thay beweert het laatste.

Zijn we van nature goed of slecht? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je mensen aan elkaar en aan de elementen overgeleverd met een vlot de zee op stuurt?
 ©Toverheks.com
©Toverheks.com

Inspirerende vrouwen 1: Marina Abramović. Heks ziet de documentaire ‘Marina Abramović: The Artist is Present’ op 2 doc. Een aanrader! Prachtige vrouw, schitterend werk, inspiratie alom! Ze heeft jarenlang in Amsterdam gewoond, toen Heks daar ook woonde. Had ik het maar geweten……..

Onlangs kijk ik naar een documentaire over Marina Abramović: ‘The Artist is Present‘. Een ongelofelijke aanrader. Ik val ergens halverwege in het verhaal. Raak geboeid. Kan niet ophouden met kijken. Moet de hond uitlaten, dus moet stoppen…..

Later kijk ik het programma van voren af aan. En nog eens. Wat een vrouw. Wat een kracht. Wat een bijzondere vrijgevochten representante van mijn doorgaans ondergesneeuwde sexe. Fantastisch. Heks is helemaal verliefd op haar geworden!

Alles aan deze dame fascineert me. Hoe ze als jonge vrouw al naam maakte met haar vergaande heftige performances. Een vorm van kunst, die na een ware opmars in de jaren  zeventig van de vorige eeuw jarenlang in het verdomhoekje heeft gezeten.

Heks deed als jonge vrouw ook aan performances. Vraag me niet hoe ik in godsnaam op het idee ben gekomen indertijd, want er was nog geen internet bijvoorbeeld. En ook in bibliotheken was niets te vinden qua documentatie op dit gebied. Noch was ik in het kleine provinciestadje Leiden in contact met hedendaagse stromingen of vernieuwende kunstvormen.

Toch danste ik als twintigjarige samen met een vriend in ondergoed op parachuteschoenen voor een levend decor met armen en benen. Op de Boléro van Ravel.  Hier  in de Waag. We wilden eigenlijk ook wat piemels mee laten doen, maar het bleek in de praktijk onmogelijk om mannen te vinden, die hun geslachtsdeel hiervoor beschikbaar wilden stellen. Zelfs niet als we hen dronken een waterdicht contract hadden laten tekenen.

Dat idee hebben we dus maar laten varen.

‘Wie stelt arm of been beschikbaar voor levend decor?’ stond er in de krant bij de mini advertenties. Goddank had mijn medespeler een hele grote familie. En wist ik mijn jongste zus en haar vriendje te strikken voor de job.

Zodoende kwam alles toch nog voor elkaar: Zaten er een man of tien, vijftien met hun armen door het decor gestoken te zwaaien, met hun vingers te knippen, of wat de choreografie dan ook dicteerde, terwijl wij woest in de rondte dansten. Op die loodzware parachuteschoenen……..

Ook heb ik wel in een enorme kijkdoos gezeten het levensgevoel van de mensheid onderzocht. Mijn publiek moest kiezen uit een serie van tien kijkdozen, waarin in oplopende mate het leven werd vertegenwoordigd.

In nr 1 lag bijvoorbeeld een dooie rat en Witte Kruispoeders. In nr 10 knalde een bloeiende gouden regen en de geur van tuinkers je tegemoet. Een half levend, half dood gesminckte Heks hield vanuit haar eigen doos de uitkomst bij in een enorme grafiek.

‘Het was doodeng om dat nummer aan je door te geven,’ mijn oude gymleraar van de middelbare school kan er achteraf niet over uit. Hij is zich rot geschrokken van Heks. En dat terwijl ik dacht dat het voornamelijk voor mij erg spannend zou worden daar in die enorme kijkdoos.

Debiele telefoons waren er nog niet. Ik had louter een stokoude ‘kodak cadeau’. Daar was binnenshuis geen fatsoenlijke opname mee te maken. Ik heb er dan ook helemaal geen foto’s van. Van geen enkele rare act uit die tijd.

Marina Abramović is van een geheel andere orde dan mijn provinciale gekeutel. Zij staat bijvoorbeeld spiernaakt op het podium en kerft een pentagram in haar buik. Met een scheermes. Tijdens die performance komt ze haar beroemde geliefde Ulay tegen.

Hij is dan nog niet beroemd en sinds het uit is ook niet meer, maar zolang hij met haar samen was vormde hij de helft van een wereldberoemd liefdeskoppel. Alles uit de kast. Geen experiment wordt geschuwd. Zelfs het einde van de relatie vormt zich om tot een kunstwerk.

Drie maanden lang lopen de geliefden over de Chinese muur naar elkaar toe. Elk vanuit een andere richting. Als ze elkaar treffen is het einde verhaal. Ulay heeft de Chinese tolk zwanger gemaakt.

‘We groeiden uit elkaar. Ulay begon drugs te gebruiken en steeds meer te drinken. En hij begon links en rechts vreemd te gaan en dat heeft me enorm gekwetst,’ aldus Marina, ‘Toen hij die vrouw zwanger had gemaakt vroeg hij mij notabene wat hij nu toch moest gaan doen….’

‘Zoek het uit, ik ben weg….’ en zo spatte dit symbiotische liefdeskoppel bovenop die eeuwenoude hoog opgetrokken muur uit elkaar. Door de veel hoger opgetrokken muur tussen hen in. Nou ja. ‘De enige echte goeie  en gezonde symbiotische relatie is die met je hond,’ beweer ik altijd. En daar blijf ik bij.

‘We gingen allebei vreemd, maar zij deed dat met een vriend van ons, en dat heb ik niet gedaan,’ Ulay’s waterige oogjes kijken mistroostig een een beetje geniepig in de camera. Hij wordt natuurlijk ook geïnterviewd voor de documentaire. Je kan nu eenmaal niet om de man heen, hoewel iedereen dat lijkt te willen.

De ontgoochelende ontknoping van deze wereldberoemde liefdesrelatie lijkt overigens sterk op de knullige afloop van de liefdesgeschiedenis van een kunstenaarskoppel hier in Leiden ooit. Hij hing zijn geslacht jarenlang stiekempjes in elk gat dat bewoog totdat het echtpaar een kind kreeg. Toen vond hij dat opeens niet meer kunnen. Huh?

Het huwelijk strandde op de uiterwaarden van zijn bedrog. De vrouw wist nog geen fractie van wat zich werkelijk had afgespeeld, maar het was genoeg om de relatie te beëindigen. Na enige tijd kreeg ze verkering met een huisvriend van het stel. En wat denk je? Had zij het dus gedaan. Lag alles opeens aan haar. Was hun relatie naar de knoppen door haar verraad. Was zij een vieze vuile slettebak………

Ulay kan er ook wat van, dingen verdraaien zodat je er zelf mooi op staat. Dingen totaal omdraaien. Hij is dan ook jaren wel gevaren bij de relatie. ‘Het kunstenaarsechtpaar Ulay’ lees ik ergens. Op patriarchale wijze wordt voor het gemak het hele paar genoemd naar de man. Totale onzin natuurlijk, maar het geeft een kleine indicatie hoe hard de klap van absolute vergetelheid voor hem moet zijn aangekomen.

‘Toen het uit was koos zij voor het grote geld, ze ging het theater in,’ mispelt de man kwaadaardig. Hij heeft zelf nauwelijks nog iets verdiend, nadat ze ieder hun eigen weg gingen. Middels een rechtszaak in 2016 heeft hij nog een paar ton kunnen opstrijken, maar ik bespeur toch behoorlijk wat kinnesinne aan zijn kant van het verhaal.

Heks moet dan ook hartelijk lachen. Ze gaat voor het grote geld in het theater. Hahahahahahahaha. Het grote geld. In de theaterereld. Wat een giller.

Marina Abramović gaat ook na de breuk vrolijk verder met haar opmars in de beeldende kunst. Met als absoluut hoogtepunt  haar overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York in 2010: ‘The Artist is Present’.

Daar zit ze elke dag urenlang aan een tafel. Ze doet niets. Is alleen maar aanwezig. Kijkt mensen daarbij aan……..

Als haar oude geliefde Ulay op een dag tegenover haar plaatsneemt en ze in tranen zijn handen pakt gaat iedereen applaudisseren. Haar ex trekkebekt een beetje met zijn gare warhoofd. Zijn waterige oogjes loeren in afwachting over de tafel. Als ze haar handen uitstrekt zie ik een triomfantelijk lachje over zijn gezicht glijden. Wat er in hem omgaat is moeilijk te peilen. Als er al iets in hem omgaat…….

Zes jaar later sleept hij haar voor de rechter.

Er helemaal zijn. Aanwezig zijn. Dit is waar het om gaat. Als een spirituele leider het zegt gelooft geen mens het. Boeken zijn erover volgeschreven, maar doorgaans kiest de mensheid voor vluchten, vechten of bevriezen.

Er gewoon zijn, met alles, ook pijn? Niet zo fijn.

Als je Marina echter ziet zitten aan haar tafel midden in het museum. Wekenlang. Elke dag. Met telkens een ander medemens tegenover zich. Mensen die ze doorgaans niet kent….. Als je haar zo ziet zitten… Mensen barsten in tranen uit. Een jongeman legt devoot zijn hand op zijn hart en draait zijn ogen omhoog alsof hij tegenover een heilige zit. De Heilige Moeder.

Natuurlijk beginnen allerlei figuren haar te vereren. Dat is des mensen. Gelukkig is zij daar allemaal niet erg gevoelig voor.

Maar wat ze laat zien kun je zelf ook doen. Door gewoon in het moment aanwezig te zijn en mensen aan te kijken. Te ontmoeten. Je hoeft er niet eens voor in een museum te gaan zitten op een stoel met een gat. Zoals Marina. Zodat je eventueel kunt plassen indien nodig. Als er een zeikerd tegenover je zit bijvoorbeeld.

Heks is helemaal enthousiast. Tevens heb ik zin om weer eens een performance in elkaar te draaien. Buurman komt langs. We hebben natuurlijk nog altijd samen ons Dikkertje Tromkoor. In ruste momenteel, maar wellicht is de tijd daar om ons koor van stal te halen.

‘Laten we iets gaan maken over de Baron van Munchhausen,’ gillen we na een klein halfuur brainstormen. Buurman is over deze historische fantast begonnen. De meest idiote scenario’s passeren de revue. We raken geïnspireerd!

‘Ja, een voorstelling over wat de Baron van Munchhausen claimt te hebben gedaan en wat hij had kunnen doen!’ maken we het materiaal om uit te putten zo breed mogelijk.

Dus wie weet gaan jullie het nog meemaken dat Heks weer op de planken staat. Een eenmalige voorstelling natuurlijk. Een soort ouderwetse performance in de vorm van een revival van ons Dikkertje Tromkoor.

 

Zalig kerstfeest lieve lezers. Heks zit heel alleen kerstfeest te vieren. Maar van eenzaamheid is goddank geen sprake! Ik vermaak me eigenlijk best.

Kerstavond reanimeer ik mezelf richting kerk. Gloeiendhete douche, bak sterke koffie en een hap pijnstillers doen wonderen. Flinke kwast over de kaken en ik lijk net een mens. In plaats van een lijk. Helemaal niet gek gedaan, Heks!

Kortjakje plof neer op een plekje achterin de kerk. Naast me schuiven twee dames aan. Een moeder en dochter? Het lijkt erop. De overigens volwassen dochter zoekt verwoed in de liturgie naar het liedje, dat de goegemeente aan het zingen is. We zingen altijd een vol halfuur voorafgaand aan de dienst. Ouderwetse kerstliedjes.

‘Hier,’ ik wijs het betreffende liedje aan. ‘Ik ga toch echt niet meezingen, hoor,’ grijnst de jongedame ondeugend. ‘Ik wel,’ grijns ik terug. Vandaag heb ik weer eens geen stem. De hoge regionen kan ik alleen bereiken als ik er op een bepaalde manier naartoe beweeg met mijn stem.

En daar leent het gemiddelde kerstliedje zich niet voor. Zo rommel ik maar zo’n beetje tussen de octaven. Zing sommige passages heel zachtjes, hoog en zuiver, om schor neer te storten in woest gebrom rommelend in mijn borstregister. Mijn hele lijf resoneert dan mee met het grote orgel. En dat vind ik dan toch wel weer erg leuk.

Tijdens de eucharistie klets ik met mijn buurvrouw. Een ongelofelijk leuk wijf met pit. De kerk is onbekend terrein voor haar. Met kerst als sneeuw naar binnen gedwarreld. Met moeders mee waarschijnlijk.

‘Ik kwam vroeger ook wel eens bij Shambala,’ roept ze enthousiast als mijn Boeddhistische neigingen ter sprake komen. Ik vertel haar over onze Sangha in de traditie van Thich Nhat Hanh, ‘De lachende Boeddha’. Zit ik zowaar tijdens de kerstnachtmis zieltjes te winnen voor de concurrent……

Zo zit ik dus moederziel alleen en toch samen met anderen in de kerk. Mooi. Ik heb namelijk helemaal niks geregeld qua gezellig gezelschap de komende dagen.

‘Je bent altijd welkom bij het kerstdiner op eerste kerstdag, hoor,’ roept Steenvrouw al maanden. Maar Heks is te gammel om toe te zeggen. Ik weet niet of ik het ga redden allemaal. En als mensen rekening houden met een ingewikkeld dieet en je komt niet opdagen? Dat kun je natuurlijk niet maken.

‘Mag je dit of dat eten?’ appt Steenvrouw me met enige regelmaat. Ze kent mijn dieetvoorschriften grotendeels uit haar kop, maar af en toe slaat de twijfel toe. Wil ze het zeker weten. Waarom?

‘Volgens mijn accepteert ze geen nee,’ grapt de Don, als ik hem over deze ontwikkelingen rondom het kerstdiner vertel. We moeten er allebei enorm om lachen, maar stiekempjes ben ik blij met mijn koppige wijze vriendin. Vanavond vier ik eerste kerstdag met haar en haar gezin!

Mijn kerstboom heb ik dit jaar heel snel opgezet. Het is namelijk geen boom, maar een paspop. Die heb ik vliegensvlug een mooie kerstachtige jurk aangetrokken. Wat snoeimateriaal onder de rokken vandaan en een snoer lichtjes om haar ranke middel en de Godin staat in al haar glorie te stralen in mijn woonkamer.

Dit feest van geboorte is natuurlijk ook en vooral een feest van de Grote Moeder. Hoe zij bevallig beviel in een stal. Als een enorme Heilige Koe. Het is het feest der vruchtbaarheid. Hoe in het diepst van de nacht het licht weerkeert. Zich via het goddelijke geboortekanaal een weg naar buiten baant……

’s Nachts loop ik nog een hele grote ronde met VikThor. Voor hem is het tenslotte ook kerst. Het is al over tweeën. De stad is bevolkt met dronken droppies. Uitgebraakt door cafés, die ook wel eens dicht willen. Naar buiten geveegd door eigenaren, die ook wel eens naar bed willen.

Vanuit het Zeemanspark zie ik een man staan op de brug over de Singel. Hij houdt zich vast alsof hij zich op woeste baren bevindt. Alsof de Zeevaartschool een groot schip is geworden, dat in rap tempo op hem toe stoomt.

Een stukje verderop loopt een klein bozig vrouwtjes stampend over het Noordeinde. Ze kijkt achterom naar de zwabberende man. ‘Kom nou Joop, loop nou eens door, verdorie,’ snijdt haar nijdige stem door de nacht. Ze komt langs de ingang van het terrein en slaat plotseling impulsief af het park in.

Ze loopt zeker tegen de zeventig zie ik van dichtbij. Gemelijk beent ze richting de school. Ze kijkt niet op of om.

Joop is ook weer in beweging gekomen. Met zijn handen klauwend langs het hekwerk rondom het parkje voor houvast maakt hij plots flink vorderingen. Loopt de ingang van het park straal voorbij. Raakt ter hoogte van de bloemenstal finaal de kluts kwijt, want waar is zijn narrige partner? Verdwaasd blikt hij om zich heen. Valt daardoor bijna om…….

Heks besluit de man uit zijn lijden te verlossen en tevens de vrouw te helpen, die intussen weer is begonnen met machteloos schreeuwen. Snel loop ik naar de ingang van het park.

‘Uw vrouw is hier, meneer Joop,’ wuif ik hem in de juiste richting. Opgelucht draait hij zich om. Een enorm charmante man met vermoedelijk een drankprobleem. Waar zijn vrouw zat van is……..

Hij glimlacht me vluchtig toe. ‘Je bent elkaar kwijt voor je het weet,’ grijns ik als hij me voorbij valloopt. Steeds als ik denk dat hij op zijn plaat zal gaan komt hij toch weer op zijn pootjes terecht. Tenminste, zolang hij het hekwerk als steun kan gebruiken.

De rest wacht ik niet af. Ik steek de straat over. Ik zal niet zien hoe hij van zijn geliefde op zijn kop krijgt. Of hoe hij zonder de ondersteuning van gemeentelijke hekwerken verder naar huis zal moeten kruipen….

Op de terugweg ga ik langs het huis van Tanneke. Haar dode hand glijdt in de mijne. Oh, wat mis ik dat kleine toverheksje toch nog steeds. Tegenwoordig wordt haar magische huisje bewoond door een saaie huismus. De kale woonkamer zonder enige vorm van kerstversiering is gelukkig niet zichtbaar, omdat de lelijke luxaflex naar beneden zijn……

Heks heeft ook niet veel gedaan aan haar huisje dit jaar. Niet zoals andere jaren. Ik had gewoonweg niet de puf om al die kerstspullen naar boven te halen. En later weer op te bergen.

Mijn onvolprezen hulp doet me een idee aan de hand. Zijzelf heeft een paspop als kerstboom. De rok gaat over in takken. Het ziet er geweldig leuk uit, zie ik op een foto.

Zo knutsel ik op kerstmiddag snel zo’n paspopboom in elkaar hier in Huize Heks. Het is echt een plaatje en ik ben er in tien minuten mee klaar. Alle takken zelf gevonden, gekregen of gesnoeid. Appeltje eitje.

 

Spulletjes, troepjes, in gaten en hoekjes. Heks pakt aan. Pakt door, niet slim hoor…… Ik kan daarna dagenlang nauwelijks bewegen……..Ontmoeting op markt met twee lieve meiden. Sierraden maken met ME? Dat doen we beiden.

Moe, moe, moe. Toe Heks, geef er eens aan toe. Ja, dahag. Ik kan wel bezig blijven met eraan toegeven. Als ik daaraan begin lig ik alleen nog maar gestrekt. Dus een ouderwetse schop onder mijn kont dan maar. Ik ben eraan gewend, dat scheelt.

De laatste maanden gaat het weer uitermate moeizaam met dit heksje. Ik ploeter me door de dag en kom vaak tot niet veel meer dan de hond uitlaten en het huis een beetje opruimen. Gelukkig neemt mijn hulp het leeuwendeel van laatstgenoemde voor haar rekening. Als een witte tornado stormt ze twee keer per week nietsontziend door mijn heksenstulpje. 

Heks stoft dan ook zo’n beetje in de rondte. En ik berg spulletjes op. Bergen spulletjes. En troepjes. In rommelige hoekjes. Intussen hoop ik dat ik mijn vuilnispas weer vind. En mijn trifocale bril van Superdry. Dat zou ook fijn zijn.

Dat ding heb ik al een half jaar niet meer gezien. Sinds mijn vakantie. Toch verloren in het klooster? Maar ik heb echt alles weer in mijn auto gestopt, dat weet ik zeker. Ik kijk altijd en overal achterom als ik mijn spulletjes pak…….

Samen met mijn hulp doe ik pogingen om mijn werkkamer weer begaanbaar te maken. Als de tijd van mijn thuiszorg om is, is het er echter een geweldige bende geworden. Een inferno van oude paperassen en troepjes. Rommeltjes bevrijd uit hun hoekjes.

Ik besluit nog eventjes door te werken, nadat ze is vertrokken.

Ga daarbij zwaar over mijn grens, moet dat dagen bezuren, maar iemand moet toch een keertje ingrijpen in die kamer. Anders komt er misschien wel een eng televisieprogramma op de proppen om de boel met bezems te keren. Geregeld door een oplettende kennis, die er zelf geen zin in heeft. Ik moet er niet aan denken……

Ik vind mijn zware schietnietmachine terug in een krat met verf. Ik heb er ongeveer twee jaar naar lopen zoeken, omdat ik een stoel opnieuw wilde bekleden. Uiteindelijk maar een nieuwe gekocht ongeveer een maand geleden. Stoel bekleed…..

En kijk: Het onding lacht me uit! Recht in mijn gezicht. ‘Nietes, nietes,’ liegt de schietnieter. Ja, wat kun je verwachten van zo’n simpel stuk gereedschap. Welles zal het niet worden……

Heks is ook weer aan de gang met haar sierraden. Vooral het gieten met epoxyhars vind ik geweldig. Het nodigt uit tot experimenteren. Met enige regelmaat zit ik lekker te kliederen in de keuken. Steeds handiger word ik er in. Ik heb intussen ook zelf mijn eerste gietmal gemaakt. Van drie schedeltjes uit mijn collectie.

Ik probeer mijn leventje klein te houden. Overzichtelijk. Weinig input. Ik moet enorm uitkijken, mijn gezondheid is een wankel evenwicht momenteel. Na die vrije val drie maanden geleden.

Heks is in feite een wandelend kaartenhuis. In een periode zoals nu, wanneer ik totaal onderuit lig, word ik daar weer eens goed mee geconfronteerd. Wrijft het leven me in, dat het niet voor mij bestemd is om mijn leven te leven.

Ik leef een slap aftreksel. Mijn meest vitale optreden behelst slechts een duf dansje tussen de schuifdeuren. Mijn publiek bestaat voornamelijk uit artsen, hulpverleners, thuis-zorgers en fysiotherapeuten. En laten die nu voornamelijk geïnteresseerd zijn in mijn kwakkellijf. Beroepshalve. Niet zozeer in mij persoonlijk dus. 

Afgelopen zondag loop ik over een kunstmarkt hier in Leiden. Mijn Nepalese stenenman staat er en ik maak een leuk deal met hem over een paar hangers. ‘Wil je mijn handel niet overnemen volgend jaar? Ik ga een paar maanden op reis,’ hij dringt enorm aan, ondanks mijn protesten. De man kan gewoon niet geloven, dat ik daar echt de energie niet voor heb.  

‘Hier, neem deze oude troep ook maar mee,’ hij bewaart altijd kapotte eenzame oorbellen en gehavende hulpeloze hangertjes voor me om te hergebruiken. Snel stopt hij een hele hand onthande sierraden in mijn tas: Een kluwen van metaal en kralen.

Later zie ik dat er een magnetiet in het spel is. Deze kleine krachtige steen heeft de ravage in die sierradenkluwen veroorzaakt. Geduldig haal ik thuis de boel weer uit elkaar. Er zitten hele bruikbare dingetjes tussen…… Waaronder een mooi parelsnoer! De parels zijn verschillend van grootte. Snel haal ik het snoer langs mijn tanden. En ja hoor, echte zoetwaterparels!

Op de markt zit ook een stel jonge frisse meiden met zelf gemaakte sierraden. De ene maakt ze en verkoopt ze, de ander is mee voor de gezelligheid.

Leuke handel hebben ze. Voornamelijk bedeltjes aan een listig geknoopt leren koord. En een paar geweldige gebreide puntmutsen. Mooi gepresenteerd. Heks raakt aan de praat.

‘Een dag op zo’n markt red ik maar net aan,’ hoor ik de dame van het kraampje tegen een andere klant zeggen. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. In no time klessebessen we over het maken van sierraden, om zin te geven aan een contraproductief bestaan.

Dit jonge meisje van nog geen twintig heeft alle kenmerken van ME. Toch word ze overal weggestuurd. Geen arts neemt haar serieus. Geen instantie wil haar helpen. Alleen natuurlijk de psychiatrische hulpverlening. Die stoppen haar vol met antidepressiva, heel slecht voor mensen met ME.

Maar ja, dat weten de heren en dames doktoren hier in Nederland niet. Heks moet zich na dertig jaar leven met die ziekte nog steeds verdedigen, dat ze geen wagonladingen antidepressiva wil slikken. Ook het feit dat ik opiaten ‘weiger’ staat met koeienletters in mijn medische dossier. Typisch.

Ik koop zo’n fantastische puntmuts van het meisje. We kletsen een hele tijd. Heks schrijft allemaal dingen op een papiertje. Over LDN en apotheek Gallielei in Dordrecht, waar ze je kunnen helpen aan dat spul. Waar ze je ook kunnen voorlichten over het gebruik. Iets, dat ik indertijd allemaal zelf heb moeten uitknobbelen……

Over mijn acupuncturist, die afgestudeerd is ooit op ME. Mijn homeopate, die zoveel kan betekenen voor hoog sensitieve mensen. Want de dame is ook een HSPtje. Net als Heks. 

‘We hebben een clubje met allemaal mensen, waar iets mee is,’ vertelt de vriendin, nadat ik haar complimenteer over haar support van haar zieke vriendin hier op de markt, ‘We steunen elkaar door dik en dun.’ Zoiets als onze Sangha voor Kneusjes indertijd. Althans, dat was de bedoeling.

Moe, moe, moe. Wat doet het ertoe? Ik ben niet de enige, die zich een slaapdronken weg waggelt door dit bestaan. Heks is geraakt door de meisjes met de mutsen. Wat een schatjes. Maar ook: Wat een weg nog te gaan.

‘Als dit het is, het hoogst haalbare, als ik alle dromen voor mijn leven nu al moet laten varen, nou, dan hoeft het voor mij niet…’ aldus het meisje met vermoedelijk ME.

Euthanasie kun je echt wel vergeten. Geen arts, die je zal helpen. Je zult het moeten uitzitten, net als ik. Of hele drastische maatregelen moeten nemen…….Mijn hart breekt voor dit prille leven. Heks was ook jong hoor, toen ze ziek werd. Maar deze jongedame is echt piep. 

Het leven is niet eerlijk. Karma is a bitch….. Want ja, zo zien veel spirituele mensen karma. Ook worden we geacht veel van onze aandoening te leren. ‘Je ziekte is een schuurpapiertje van het leven,’ placht een bevriende heks met enige regelmaat tegen me te zeggen. Mij zul je dat niet horen zeggen.

Wie wil er nu dertig jaar dagdagelijks worden opgeschuurd door een vage onzichtbare onbegrepen invaliderende ziekte tot de vellen erbij hangen? Geen wel denkend mens toch? 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken