Heks plakt het koor aan de muur, maar niet uit vrije wil. Het is die fiets, die klotefiets, die fiets van niets…… Het pokkeding staat stil. Alweer. En min of meer op dezelfde plek. Wat gek! Heeft ie soms een zachte plakkerd? Of doet ie gewoon wat hij wil? Het is in elk geval niet wat ik wil……..

Dinsdag heb ik geen zak zin om naar het koor te gaan. Dat gebeurt me bijna nooit! Maar na twee zeer brakke korte nachten is de beperkte energie echt op.

Bovendien is het prachtig weer. Ik ben de gehele dag binnen gebleven om allemaal kleine kutklusjes te doen. Ook al niet verstandig als je kapot moe bent. En nu wil ik naar buiten. En daar blijven.

Maar helaas ben ik zo plichtsgetrouw als wat. Ik verzuim zelden tot nooit. Tenzij ik half dood ben. En dat is dan toch weer best vaak. En zelfs dan ga ik meestal toch! Zelfs als ik nauwelijks stem heb. Hetgeen ook nogal eens gebeurt, want ME zit bij mij sinds jaar en dag als een barometer op mijn stembanden. Hoe beroerder ik eraan toe ben, hoe minder stem……

Dus Heks gaat naar het koor. Ook als het fantastisch mooi weer is na een lange koude winter. Ik ga sowieso. Behalve als het echt, echt niet gaat. Als het me niet lukt om twee uur op een stoel te zitten.

Om een uurtje of zes fiets ik met mijn hondje de stad uit op mijn elektrische Beixo vouwfiets. Een geweldig apparaat. Als ie het doet. Helaas ben ik intussen al een motor, vier opladers en veel ergernis verder, zonder dat ik nu echt veel op dat pleurisding gefietst heb. Een rib uit mijn lijf bovendien. Maar vandaag fietst ie als een zonnetje.

Totdat ik bij het Joppe kom. Op precies dezelfde plek als vorige week krijg ik een lekke band. Zou er soms iemand spijkertjes strooien? Of punaises……. Heel langzaam loopt hij leeg. Eerst denk ik weer dat mijn fiets doormidden is gebroken, maar nee. Lek.

Ik bel de Grote Vriendelijke Reus. Die woont hier om de hoek. ‘Bel ik je wakker?’ antwoord ik op zijn gegrom. Ja dus. Hij is net als Heks enorm energiebeperkt. En net als ik knapt hij dus nogal eens een uiltje tussendoor. Op de meest gekke tijdstippen……

Even later vlieg ik hem om de hals. ‘Heel goed hoor, dat je me wakker belt. Anders zit ik vannacht om drie uur weer klaarwakker op de bank te koekeloeren!’ Herkenbaar!

VikThor spring als een dolle in het rond. Hoera! We zijn bij zijn grote vriend op bezoek! Hij krijgt een lekkertje, vindt een verdwaalde tennisbal en kruipt uiteindelijk naast zijn vriend op de bank. Zielstevreden.

De vouwfiets wordt op zijn kop midden in de kamer gezet, maar we gaan eerst maar eens een sapje drinken en lekker kletsen. Dat koor kan ik vanavond toch wel vergeten.

Nou ja, ik vind het niet zo erg. Ik had al geen zin. Bovendien brak vorige week de pleuris uit onder de alten. Een voormalige sopraan wierp de ene knuppel na de andere in dit hoenderhok. Een enorm gekakel was het gevolg. Gekrakeel in de pauze.

Heks had geen benul waar het allemaal over ging en dat alles wat ik zei ook nog eens tegen het zere been was van de overgelopen sopraan. Het is niet aan mij besteed, dit soort dingen. Maar helaas zat ik er wel helemaal middenin.

‘Volgende week is de boel vast weer gesust. Het komt me prima uit om eens een keertje over te slaan!’ vertel ik mijn reuzenvriend. Hij heeft ook jarenlang in een koor gezongen en is dan ook goed bekend met dit soort dynamiek. Laten we eerst die band maar eens repareren.

Op ons gemak gaan we op zoek naar het gaatje in de band. Het zit vlak bij twee andere plakkers. Mmmm. Misschien zit er een stuk glas in de buitenband. Of een kabouterspijkertje. Intensieve controle van de band levert echter niets op. Dus zetten we de geplakte binnenband er maar weer in.

‘Nou Heks, ik kan wel zien dat je vroeger veel geklust hebt,’ de GVR kijkt naar mijn zwarte handen, ‘En dan zeg je dat je geen kracht meer hebt in je handen. Jij moet vroeger echt heel sterk zijn geweest!’ Ja, dat is ook zo. Ik was in mijn jonge jaren een enorme kleerkast.

‘Fijn dat die plakkers tegenwoordig zo mooi vervloeien met de band. Vroeger had je alleen van die harde plakkers. Die rolden er soms direct weer af…..’ antwoord ik, terwijl ik de randen van het plakkertje goed aandruk. ‘Oh ja, die harde plakkers. Daar kreeg je gewoonweg een harde plakkerd van,’ verzucht de GVR ondeugend. We liggen dubbel.

‘Haha, een harde plakkerd. Mafkees,’ giebel ik, terwijl we de band weer oppompen. Het euvel lijkt verholpen. Ik kan op de fiets naar huis. Intussen is het alweer bijna half negen. Ik krijg een beetje trek, want ik heb nog niet gegeten.

Al kletsend, leuterkoekend, kakelend en giebelend begeven we ons naar de voordeur. Op de stoep raken we alsnog in een diep gesprek. Maar uiteindelijk stap ik dan toch op mijn bolide. Ik fiets nog een rondje om het golfveld en dan via de Broekweg weer naar de stad.

Halverwege dit polderpad breekt mijn fiets weer in tweeën. Potjandrie. Weer een lekke band. Moet ik alsnog dat hele end lopen. Sjokkend kachel ik het hele stuk terug naar de stad. Bah. En au. Alle spieren schieten in de knoop.

Na vijf minuten loop ik te schelden. Het geeft me de energie om door te lopen. Dus dat achterlijke advies om minder te schelden, zodat ik minder moe zou zijn onlangs van een of andere stomme hulpverlener slaat echt helemaal nergens op. Ik wist het al: Soms kikker ik juist op van wat vuilbekkerij!

Eenmaal in Huize Heks krijg ik een appje van de GVR. ‘Veilig weer thuis?’ Ik vertel hem van de deceptie: Weer een lekke band! ‘Daar krijg ik een zachte plakkerd van, Heks,’ reageert hij enorm ad rem. Zo beëindig ik deze dag toch met een gierende lach. Een zachte plakkerd. Je zult er maar last van hebben! Dat is me gelukkig bespaard gebleven tot nu toe.

Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Verliefd op de verkeerde man, waar begin je an? Dat zouden we ons eens wat vaker moeten afvragen dunkt me. Heks is er redelijk van genezen in elk geval. Tegenwoordig kijk ik eindeloos de narcist uit de boom: En word gewoon helemaal niet meer verliefd! Wat een saaie boel. Het wordt tijd voor een narcistloos tijdperk.

‘Hoe is het nu in de liefde, Heks? Is het nog iets geworden met 1 van je aanbidders?’ Steenvrouw zit ondeugend te lachen. Ze is ook wel een beetje nieuwsgierig. En er is absoluut sprake van een grote gun-factor. Heks moet ook lachen. Al is het maar om haar guitige snoetje. ‘Nee schat. Ik ben nog immer vrij gezellig.’

Het afgelopen jaar heeft me op liefdesgebied nog eens extra getrakteerd op een paar rasnarcisten. Aan beide kanten van het spectrum. Zo heb ik een keertje koffie gedronken met zo’n flamboyante fantast. Licht kwijlend zat hij Heks te observeren. Intussen sloeg hij de gekste dingen uit. Zoals hoe ongelukkig hij de vrouw had gemaakt, die ooit zoveel van hem hield, dat ze hem kinderen schonk.

‘Ja, ze wilde te graag huisje, boompje, beestje,’ verkondigt hij dit feit alsof het iets onbetamelijks betreft, ‘En ik had veel geld. Eh…. Heb…’ verbetert hij zichzelf snel.

Een idiote poging om op die manier zowel zijn minachting uit te spreken naar zijn ex, omdat ze op zijn centen uit zou zijn geweest, alsmede Heks een dikke bankrekening voor haar geestesoog te toveren. Om me binnen te vissen vermoed ik. Ja, duh.

Nou ja. Na twee cappuccino’s houd ik het voor gezien. Het woord narcisme is dan al gevallen. ‘Dat zeggen mensen altijd over mij!’ roept hij enthousiast, alsof het een compliment betreft. Heks weet genoeg.

Op de valreep begint hij over zijn vriendin. Vanuit het niets tovert hij het arme kind op tafel. Een piepjonge verpleegster. Nu hij het versierspelletje niet kan winnen moet hij me nog eventjes om de oren slaan. Narcist eigen. Helaas voor hem interesseert het me geen biet.

‘Fijn voor je, dat er iemand zo gek is om je te verzorgen. Voor jou waarschijnlijk  het hoogst haalbare op relatiegebied,’ roep ik over mijn schouder, terwijl ik me uit de voeten maak.

Mijn ex Staartje schrijft me vervolgens een waarschuwingsmailtje. ‘Kijk uit met die vent, waar je het laatst over had. Hij heeft achter een vriendin van me aangezeten. Ze kreeg er de grootst mogelijke ellende mee. Zijn bijnaam is de Neuker van Naaldwijk. Hij stroopt de Hollandse stranden af op zoek naar vrouwelijk schoon. Zo is zij ook aan hem gekomen: Toen ze halfnaakt lag te zonnen! Dus dan weet je het wel.’

Ja, Heks weet het nu wel. Zou je zo zeggen.

Helaas kun je deze persoonlijkheidsstoornis niet aan iemands neus zien. De flamboyante types vis je er nog wel uit. Met hun groteske gelieg en openlijke bedrog. Juist de thin skinned narcisten willen nog wel eens op verlegen aardige kerels lijken. Veel moeilijker te doorgronden. Vooral niet als je er stekeblind voor bent, zoals ik.

Tot mijn grote spijt heb ik een absolute aantrekkingskracht op dit volkje. Heks is een te lekker hapje om klein te krijgen. Een beetje narcist ziet mij als de ultieme uitdaging. Ik kan de keren niet tellen, dat zo’n type vanuit het blinde niets boven op me sprong.

En dan ben ik tot overmaat van ramp ook nog eens altijd erg lief geweest voor de dunne huidtypes met hun eeuwige moeite met vrouwen en hun impotentie-problematiek. Soms zie ik nog hun zielige zuigende gezichtjes voorbij komen in een akelige droom. Als ik zwaar getafeld heb.

‘Ja schat,’ mijmer ik tegen Steenvrouw, terwijl we heerlijk zitten te dineren aan mijn keukentafel, ‘Zo’n dunne-huid-narcist slaat haken in je buik. Daarna gaat hij daaraan zitten trekken. Heel stiekempjes…..’

‘Maar als je te dichtbij komt duwt hij je weer weg. Of hij levert je een streek. Gaat vreemd bijvoorbeeld…… Of hij draait zelf weg. Hoe dan ook. Het schiet niet op. Niet zolang ik niet enorm mijn best doe. Want narcisten laten altijd jou al het werk doen in een relatie, zelf werken ze uitsluitend tegen. En dat doe ik dus niet meer. Gelukkig maar!’

Mijn vriendin kijkt me verbaasd aan. Haken in buik? ‘Ja, energetische haken. Met daaraan lange lijnen. Een heel naar gevoel, als iemand dat bij je doet: Je krijgt er buikpijn van!’

‘Die flamboyante narcist pakte me in. Energetisch. Ik voelde hoe hij zijn flauwekulverhalen als een deken om me heen sloeg. Strik eromheen! Voetstuk eronder: En zo ben je voor je het weet helemaal door iemand ingeduffeld! Daarom luisteren de dames niet meer naar wat hij nu eigenlijk zegt. Ze horen slechts wat ze willen horen…..’

Voor we het in de gaten hebben zitten we over energie te praten. Over het licht dat we allemaal in ons dragen. ‘Drunvalo Melchizedek zei nog eens tijdens een seminar dat alles licht is. Werkelijk alles. Maar als het zich van ons af beweegt nemen we het waar als donker……..’

‘Ja schat, wij zijn zelf een heelal. Vanbinnen. Ik ben wel eens met mijn bewustzijn mijn lijf in gevallen en wat ik zag was wonderbaarlijk. We lijken sprekend op het grote universum om ons heen. En ook in ons lijf zit voornamelijk veel ruimte….’

‘Misschien zijn narcisten de zwarte gaten van ons universum. Hihi. Ze willen hun licht niet delen. Zo snel als ze kunnen bewegen ze van alles en iedereen af….. Ze zuigen je naar zichzelf toe en eten je op. Je kunt dus echt maar beter bij hen uit de buurt blijven!’

Zo zitten we als toetje smakelijk te lachen om serieuze zaken. Ach, de liefde. Heks moet blijkbaar eerst nog langs een paar narcisten. Pas als ik alle mogelijke narcistische modellen het hoofd heb geboden, zonder in de zwarte gaten waar gewoonlijk ogen zitten te storten, is er ruimte voor licht. Naar elkaar toe te bewegen. Te verbinden.

Verliefd op de foute man.

Is hij meer geïnteresseerd in zichzelf dan in jou? 1 Hij geeft niets om jouw gevoelens, gedachtes of ideeën. 2 Alles draait altijd om hem. 3 Hij leeft naar zijn eigen regels. 4 Hij heeft niet zo veel zin in jouw issues. 5 Wanneer jullie ruzie hebben is het altijd jouw schuld. 6 Wanneer hij boos is is het jouw schuld.

Ex Animo viert feest! Onze dirigent is vandaag precies veertig jaar verbonden aan ons koor! Het dak gaat er af tijdens het optreden van onze tenor! Maar ook alle andere bijdragen mogen er zijn! Wat is het toch fijn om lid van deze zangvereniging te zijn!

Een kleine week na ons concert viert Ex Animo feest. Al maanden gonst het in het koor van de stiekeme voorbereidingen. Het is namelijk een verrassingsfeestje voor onze onvolprezen dirigent.; HIJ IS VANDAAG PRECIES 40 JAAR IN DEZE FUNCTIE VERBONDEN AAN ONZE ZANGVERENIGING!

Hij weet van niets, bepaald geen sinecure in een koor, waarin nieuws galmend rondzingt nog voordat het je mond verlaten heeft.

Heks zelf durft het onderwerp nauwelijks aan te roeren. Doodsbang dat zij degene zal zijn die de boel verklapt. Ik hoef er ook niet over te praten, want ik werk niet mee aan de voorbereidingen. Ik moet eerst ons concert overleven en ervan bijkomen. Daar heb ik mijn handen meer dan vol aan.

De rest van het koor is in rep en roer. Er worden liedjes in elkaar geflanst en  ingestudeerd door allerlei subgroepjes. Er is een dreamteam belast met het voorbereiden van een buffet. Cadeautjes worden gekocht. De zaal wordt versierd……..

De avond zelf is een groot succes. Iedereen is gekomen. Met een glas champagne in de hand kijken we op een groot scherm hoe onze dirigent wordt opgehaald door ons erelid. Stomverbaasd staat hij te stamelen dat hij die avond helaas moet repeteren. Volstrekt overrompeld! Haha.

Nog nooit hebben we hem sprakeloos gezien, maar nu staat onze muzikale leidsman met zijn mond vol tanden. Ook uren nadat hij in zijn kloffie op het feest is gearriveerd hangt er nog een waas van verbijstering om hem heen. Hij heeft echt niets in de gaten gehad.

Wij zitten er allemaal op ons paasbest bij. De stemming zit er geweldig in. De avond vliegt voorbij met als hoogtepunt toch wel het optreden van onze tenor. Hij zingt een fenomenale ‘Parelvissers’ samen met een bevriende bas. Maar ook het lied ‘Hoe wonderbaarlijk is toch Wims agenda’ scoort hoog. Met de Matthäus vers in ons geheugen zingt het koor vierstemmig mee met deze vrije bewerking van ‘Wie Wunderbarhlich ist doch diese Straffe’.

Helaas gaat het optreden van mijn zangmaatje Anna niet door door een communicatiestoornis. ‘De voorzitter had beloofd dat er een pianist zou zijn,’ moppert ze zachtjes voor zich uit met een teleurgesteld snoetje. Ik vind het ook enorm jammer. Ze kan zo prachtig zingen!

Heks is verkleed als snoepje van de week. Eindelijk hangt er lente in de lucht, hetgeen resulteert in een knalroze jurk met bijpassend hoedje. Op de terugweg regent het echter pijpenstelen. Kletsnat arriveer ik weer in Huize Heks.

Wat is het toch een heerlijk koor, de Christelijke Oratoriumvereniging Ex Animo. Met weer vijf nieuwe vaste leden erbij! We groeien gestaag.

Aan het begin van de avond kijkt onze dirigent terug op ons recente concert. En de tegenvallende recensie.

‘Ach ja, die recensie. Vorig jaar Himmelhoch jauchzend. Om dan dit jaar onze prestatie te gaan vergelijken met dat concert vind ik niet erg professioneel. Ook mis ik muzikale criteria, waarop de recensie is gebaseerd. Je kunt natuurlijk altijd iets ergens van vinden zonder dat het waar dan ook op gebaseerd is, maar zet dat dan niet in de krant. Ik trek me hier dan ook niet al teveel van aan.’

‘Jullie hebben prachtig gezongen. Onze sessie stemvorming met Margot Kalse hebben absoluut vruchten afgeworpen. Ik ben dan ook zeer tevreden. Er gaat natuurlijk altijd wel ergens iets mis. Kortom: Het is leuk als je een geweldige recensie krijgt en heel jammer als het niet zo is, maar jullie hebben echt goed gepresteerd!’

Volgend jaar bestaan we honderd jaar. Om het met het hele gezelschap te vieren gaan we op koorreis. Met z’n allen in een bus naar het buitenland! Heks gaat zeker mee. Ik zit stiekem al liedjes te verzamelen voor in de bus. Klassieke canons en gekke versjes. Het wordt een geweldige reis. Ik voel het aan mijn zingende eksteroog.

Tegen de klippen op je best blijven doen, vechten tegen andermans windmolens, met je kont tegen de krib tegen de stroom in zwemmen……. Zo vermoeiend. Heks houdt het voortaan bij haar eigen windmolentje en zwemmen doe ik alleen nog maar in een instructiebad. Het is mooi geweest. ;-)

Tweede paasdag ligt Heks in bed. Uitgeteld. Die stomme Matthäus zit nog in mijn kop. Telkens begint er weer een ander deel af te spelen. Soms luister ik. Of ik zing mee. Maar opeens ben ik het zat. Weg met die muziek. Ik wil wel weer eens een ander liedje zingen.

Ik schrijf een paar blogjes. afgewisseld met uitlaatrondes van de hond. Het is vies piessnotweer. Overdag gaat het nog wel, maar aan het eind van de middag is het uit met de pret. Ingepakt in een dikke jas waag ik de sprong.

Op de valreep steek ik een paar Denta Sticks in mijn jaszak. Die wonderbaarlijke omstreden tandenborstels voor honden. Ze borstelen ook de darmen naar het schijnt. Heks heeft nog een heel voorraadje liggen. Ik geef die gekke dingen met mate. Hondjes echter zijn er dol op.

‘Misschien kom ik Kras wel tegen,’ mijmer ik, terwijl ik de straat uit fiets. VikThor is blij. Hij heeft zich de halve dag liggen vervelen. Nu moet hij aan de bak. Vol enthousiasme stort hij zich in het uitbottende struweel. Springt een sloot in. Komt er zwart weer uit. Duikt een stuk verder koppie onder in een vaart. Ja, mijn hondje houdt van zwemmen.

Langs de Zijl lopen nog wat mensen te wandelen op dit late uur. Vik speelt met alle hondjes, die we tegen komen. Bij het Joppe wordt het rustiger. Vredig snor ik langs het water. Geen Kras te bekennen op het stuk waar we elkaar normaal gesproken tegen komen. Maar als ik doorfiets naar het tweede deel van de ronde om de golfbaan zie ik in de verte haar scootmobiel.

VikThor ziet het ook en sprint vooruit. Vol overgave rolt hij op zijn rug in het gras tussen Lucas en Lotje, de twee brakken van Kras. Lucas begint te loeien van enthousiasme. Goeie hemeltje, wat kan die kleine toch een kabaal maken. Hij valt bijna om van ouderdom, maar geluid produceren kan hij nog steeds als de beste.

Zo wandelen we samen. Drinken achteraf een kopje thee. De hondjes krijgen lekkere tandenborstel. We wisselen de laatste nieuwtjes uit. ‘Ik ga naar Plum Village in juni,’ glim ik tevreden. ‘Oh, Heks, wat leuk. Wat heerlijk voor je! Je hebt gelijk!’ Ik vertel haar hoe alles vanzelf op zijn plek valt deze keer. ‘Ik hoef er nauwelijks moeite voor te doen. De Don past op mijn huis plus alle katten en VikThor mag bij mijn hulp logeren.’

‘Ja gek is dat toch, hoe soms dingen als vanzelf lijken te gaan….’ Kras knikt instemmend. En het is zo. Het is zelfs mijn nieuwe motto: Niet langer tegen windmolens vechten. Mee met de stroom. Luister naar je onderbuikgevoelens.

Als ik later terug naar de stad fiets is het al flink aan het schemeren. En het regent pijpenstelen. Kletsnat maar ontspannen glimlachend kijk ik naar mijn dravende hondje. Die regen interesseert hem geen biet. Zolang hij maar kan bewegen. Voor ik hem aanlijn laat ik hem nog eventjes zwemmen in de Zijl. Zo is de ergste modder weer uit zijn vacht  gespoeld.

Ik mijmer over dat vanzelf gaan der dingen. Heks is altijd geneigd enorm haar best te doen. Aan dooie paarden te trekken alsof het niets is. Daar moet ik mee ophouden. Voor zover ik het nog doe dan. Opeens springen er toch wat situaties voor mijn geestesoog, waarin ik het toch weer doe.

‘Niet meer doen, Heks. Houd ermee op. Het is mooi geweest!’

Ik denk aan de woorden van een andere leermeester van me, Alex Orbito. ‘Love yourself and love God,’ ligt hem in de mond bestorven. Het is zo, daar knappen we pas echt van op. Maar oh, wat is het moeilijk om te doen. Hoe vaak hebben we niet van alles en nog wat op onszelf aan te merken? Niet goed genoeg en ga maar zo door.

Later zit ik tevreden in mijn stoel te dweilen. VikThor brengt me een balletje. Ik gooi het hoog in de lucht. Hij vangt het op. Ik stuiter em via de grond. Ook dit balletje pakt hij moeiteloos. De gekste sprongen volgen op mijn steeds moeilijker geworpen balletjes.

‘Hahaha,’ Heks ligt in een deuk. Zoals bijna elke avond. Het gaat vanzelf, dat lachen. Ik hoef er geen enkele moeite voor te doen. Mijn hondje, mijn zenmeester….

Gedicht van van Arjen Boswijk:

Heks en Hawk. Het gouden duo. Mijn hoogbejaarde aanbidder leert me hoe een man een vrouw het hof hoort te maken. Met bosjes bloemen, complimentjes en vooral: Vrolijke vriendschap. Deze man van de dag, van het uur, beleeft elke minuut intens. ‘We gaan er een geweldige zomer van maken, Heks. Maar ik wil wel met je mee op vakantie….!’ :-)

‘Heks, ben je er klaar voor? Kom je nog morgen?’ Hawk’s opgewekte stem toetert in mijn oor, ‘Om kwart over twee staat de salade klaar, hoor! Wil je ook nog koffie van te voren? Je zegt het maar, hoor. Your wish is my command!’

We spreken tegenwoordig een kwartiertje later af, zodat ik zeker op tijd ben. Hawk raakt behoorlijk ontregeld als ik niet stipt op het afgesproken tijdstip op de stoep sta. Eén van de weinige dingen, die ik aan zijn leeftijd zou kunnen wijten. Maar misschien is hij wel altijd een punctuele man geweest.

De deur staat al op een kiertje, als ik mijn fiets met kar voor het huis parkeer. ‘Kom binnen Heks,’ Hawk staat met een schort voor in zijn kleine keukentje te zwoegen op de wekelijkse salade,  ‘Mi casa es su casa, dat je het maar weet. Alles hier is speciaal voor jou, ik heb zelfs een speciale keukenmachine gekocht voor jouw salade. Allemaal speciaal en alleen voor jou, ik ook,’ ratelt hij vrolijk verder.

Naturel cougar van 91

‘Oh Heks,’ hij omhelst me hartelijk, ‘Wat ben ik blij om je weer te zien. Als ik die ondeugende kop van je maar eventjes kan zien. Kom, dan maak ik lekker een kopje koffie voor je. Heb je je melk meegenomen?’ De koffie staat al klaar in zo’n klein potje met stenen filter, waar Heks ook een hele verzameling van herbergt.

Terwijl mijn vriend melk kookt loop ik zijn enorme tuin in. Even checken hoe alles erbij staat. Hawk voegt zich bij me. ‘Kijk, hier staan hyacinten en hier. Steeds zeven bij elkaar. Dat is mijn getal. Ik ben ook op de zevende van de zevende met mijn vrouw getrouwd…..’ We slenteren over het grasveld naar de prachtige stenen vijver.

Deze opgespoten cougar is zeker 83

‘Ik moet em schoonmaken, Heks. Er zitten prachtige waterlelies in….’ Helaas kan ik hem daarbij niet helpen. Veel te zwaar natuurlijk. Maar een beetje wieden op een zonnige dag……. ‘Binnenkort kunnen we buiten zitten, Heks. Misschien volgende week al. En dan bloeit alles hier, zo prachtig. Ik heb al die bollen speciaal voor jou gepoot. Echt waar. Nog voor ik je kende, Heks. In november. Haha. Alles voor jou!’

Hawks eindeloze liefdesverklaring gaat maar door, terwijl ik hem opgewekt uitlach. ‘Oh, Heks, ik zal je zo missen als je naar Frankrijk gaat. Echt. Zie ik nu al tegen op. Een maand zonder jouw ondeugende kop. Zonder hoedjes en gekke bekken. Weet je wat? Ik ga mee! Lijkt je dat geen goed idee?’

Deze cougar werkt sinds haar 66ste als erotisch danseres. Ze is nu ergens in de tachtig en heeft het nog steeds reuze druk met haar werk.

‘Haha, Hawk, ik vind het best, maar je komt wel in een mannenklooster terecht, bij de monniken. Jij mag echt niet bij de nonnetjes…’ Dat idee bevalt hem geenszins. ‘Ben je gek, we kunnen toch wel een kamer naast elkaar nemen?’ Hij laat zich niet zo gemakkelijk uit het veld slaan. Het hele concept van een retraite lijkt hem totaal te ontgaan. Mijn oude vriend associeert Frankrijk eerder met het delen van een goed glas wijn!

Ik zit hem lekker uit te lachen. Mafkees. ‘Ach, ik ben ook maar veel alleen, Heks. Ik ga je echt missen! En ik heb ook zoveel vragen aan je. Echt, ik wil van alles weten. Bijvoorbeeld: Kun jij magnetiseren? Ik ben ooit wel eens bij een kerel geweest, die beweerde dat te kunnen. Een ongelofelijke alcoholist. Meneer Huppeldepup. Ken je hem?’

Zo praten we plotseling over heksige zaken. Ik leg hem het verschil uit tussen magnetiseren en wat ik precies doe. Mijn oude vriend springt op en zwaait met zijn armen door de lucht alsof hij iemand afstrijkt. ‘Kijk zo deed die man. Ja, ik voelde wel iets. Van heinde en verre kwamen ze naar die man toe….’

Hawk vraagt vervolgens mijn hulp voor een medisch probleem. ‘Zou je me willen behandelen?’ Maar natuurlijk. Snel maak ik een paar foto’s van hem. ‘Ik behandel je op afstand. Dat werkt perfect. Je bent toch wel door de medische molen geweest?’ Jazeker. Wat dat betreft is alles in orde.

Nadat ik mijn enorme bord salade met perfect gekookte eitjes heb opgesmikkeld gaan we op stap. ‘Dat bord wordt steeds voller, Hawk,’ beschuldig ik hem. Maar ik verwen hem ook. Met soepjes en toetjes. En vandaag een lekker stuk zelfgemaakte pittige pompoencake met gembermuntsaus. Mijn bezorgdheid dat het te heet zou zijn voor hem is volstrekt ongegrond.

Hawk gaat met zijn auto Charlie halen. De eigengereide Dalmatiër. ‘Laten we afspreken bij het Theehuis. Dan drinken we een half glas wijn, Heks, voordat we gaan wandelen.’

In het Leidse Hout zit ik geruime tijd op mijn vriend te wachten. Hij zit vast vast in het verkeer. ‘Oh, wacht je op Hawk?’ roept een dame enthousiast, ‘Dat is toch zo’n leuke man, hij is een beroemdheid hier in het Theehuis. Mijn dochter vertelde me dat hij al zesennegentig is. Haha. Ongelofelijk. Ik ben ook al tweeënzeventig hoor,’ verbijstert ze me vervolgens.

Mijn god, alweer zo’n supervieve bejaarde. Met stekeltjeshaar, hippe bril en een lekker make upje. Misschien iets voor Hawk? Alhoewel….Hij heeft een zoon van haar leeftijd! En ook prakkiseert Hawk er niet over om werk te maken van een andere vrouw dan Heks…..

🙂

Even later duikt Hawk op. Charlie en VikTor zijn ook dolblij om elkaar te zien. In de uitspanning delen we traditiegetrouw een glas rode wijn, terwijl de hondjes aan onze voeten stoeien. De dames van de bediening leggen ons extreem in de watten. Hawk heeft een ware popsterrenstatus hier!

Aan een ander tafeltje zit de psychiater dit tafereeltje nijdig te observeren. Wat heeft die Hawk wat hij niet heeft? En gaat hij nu ook al op vakantie met Heks? Hij wil er eigenlijk het zijne van weten. Maar hij heeft ook nieuws. Een oude vriend van Heks is vorige week plotseling overleden.

‘We gaan dinsdag zuipen in de Burcht bij wijze van eerbetoon, je moet echt ook komen!’

‘God, als ik de pijp uit ga, laat ze dan asjeblieft iets anders verzinnen als eerbetoon,’ bid ik inwendig. Maar ja. Het is natuurlijk wel de ultieme hommage aan een zuipschuit. Heks gaat er echter niet heen. Ik was niet erg op hem gesteld. Daarbij: Het is iemand uit een ander tijdperk. Een afgesloten era. Van het close harmony koortje dat we een tijdje met elkaar hadden is de helft intussen al dood……

Naast ons tafeltje zit een ouder echtpaar vertederd naar ons te kijken. Vooral als ze horen hoe oud onze Hawk nu eigenlijk is. ‘Ach ja, ik weet het,’ charmeert hij de mensen de tent uit, ‘Ik ben een man van de dag…….’

‘Van het uur,’ gooit hij er een schepje bovenop. En het is zo. Ik begrijp opeens zijn haast om enorm te genieten. Zijn ongeduld om allemaal leuke dingen te doen met Heks.

We lopen nog een uitgebreide ronde met de hondjes door het langzaam uitbottende Hout. ‘Wat een heerlijke middag, Hawk,’ zoen ik hem op beide wangen bij het afscheid. ‘Dag Heks,’ zwaait mijn makker, ‘Adios, adios!’

’s Avonds zie ik een gek televisieprogramma over jongemannen, die op oude vrouwen vallen: Shock Doc. 50 Shades of granny!  Jongens van begin twintig, die op negentigjarigen duiken. Er gaat een wereld voor me open.

Opeens krijg ik meer begrip voor de enthousiaste reacties in het verleden op datingsites van jongens, die mijn kleinzoon kunnen zijn. Die hebben vast ook een dergelijk trauma opgelopen. Want de boys in het programma hebben zonder uitzondering op jonge leeftijd een oude pedofiele taart over zich heen gekregen. Misbruik dus.

‘Ik zou willen, dat ik op vrouwen van mijn eigen leeftijd viel, mijn vrienden lachen me uit. Het gaat echter niet. Ik voel niets voor hen. Maar ik wil zo graag normaal zijn. Kinderen krijgen, een gezin stichten…… En dat kan allemaal niet,’ zegt de beeldschone Octavio. Op zijn veertiende ontmaagd door een veertigjarige. Of iets dergelijks.

De dames op leeftijd zijn maar wat blij met de viriele jongemannen. ‘Mannen van mijn leeftijd zijn volstrekt uitgeblust en halfdood,’ beweert een volledig verbouwde cougar met flapperende schaamlippen in haar gezicht boven een te strakgetrokken kippennek. Een naturel negentigjarige beweert enthousiast nog nooit een glijmiddel te hebben gebruikt. ‘Heb ik echt niet nodig….’ grijnst ze ondeugend, terwijl ze een pannenlap haakt.

Ach ja. Het houdt nooit op. ‘Pas als de laatste nagel in je kist is geslagen, Heks, dat is wat Gerda altijd zei,’ citeert De Don zijn tweede moeder.

Heks denkt aan Hawk. Nou, daar zit ook nog genoeg leven in! Deze man van de dag. Van het uur. Mijn fijne drukke springlevende nieuwe vriend. We gaan er een heerlijke zomer van maken!

 

 

 

Omarm je woede. Been het uit! Accepteer jezelf en leer dat nou eens een keer, Heks: Laat een veer. OK dan. Laat ik het doen. Appeltje eitje met hervonden MOJO in mijn hart en kneiter.

Het kwartje valt.  Rinkeldekinkel. ‘Oh, nou snap ik het. Dit is het dus: Je woede omarmen……’ mijmert Heks. Al jaren doe ik vruchteloze pogingen in die richting. En nog steeds blubbert er met enige regelmaat een scheldkanonnade uit mijn lieftallige heksenbekje.

Maar nu: Kukeleku! Ik ben ontwaakt. Naakt.

Plotseling, terwijl mijn nijdige gedachtenstroom wordt onderbroken door een opgeluchte ademhaling realiseer ik me wat me te doen staat. ‘Jeetje, Heksje. Jouw woede is terecht. En terecht, in de zin van niet langer zoek. Jarenlang heb je je mond gehouden, alles binnen gehouden. En nu gaat dat niet meer. Al enige tijd niet meer…..’

‘Toch accepteer je je woede niet. Tot je eigen verdriet. In feite ben je erger dan al die voorgangers, die je de mond hebben gesnoerd na een slechte behandeling. Die handelden gewoon uit eigenbelang. De vuile was moet binnen blijven. Maar jij? Jij ondermijnt je eigen belang! Voortdurend!’

‘Omarm dat boze wezentje vanbinnen. Laat haar nu eens uitrazen, zonder er gelijk een oordeel aan te hangen. Echt, Heks, je bent de slechtste niet. En Godin/God houdt ook nog eens van  alle slechterikken van de wereld. Dat weet je allang. Dus wat let je om van jezelf te houden?’

Deze boze heks heeft daar geruime tijd moeite mee gehad. Ik kon er maar niet over uit, dat ik bol sta van de ongewenste gevoelens…… Onbekende gevoelens ook. Dus onbemind.

We vinden telkens opnieuw ons wiel uit. Ik heb dit ongetwijfeld eerder gedacht. Maar…..

Maar. Geen gemaar.

Sinds enige tijd heb ik mijn MOJO teruggevonden. Ik merk het vooral aan de reacties op straat als ik met mijn hondje fiets. Overal lachende gezichten. Mensen laten me voorgaan in het verkeer. Overal maak ik leuke kletspraatjes. Iedereen lijkt weer mijn partner te zijn. Hoera! Mijn aanpak om afstand te nemen van mensen, die me boos maken werkt!

In een winkeltje koop ik een boodschappentas op wielen. Een noodzakelijk kwaad als je armen veranderen in wormvormige aanhangsels. Het is zo’n leuke tas vergeleken met het geruite grootmoedermodel, waar ik ooit mee begon. Er staan allemaal poesjes op afgebeeld! Perfect voor dit kattenvrouwtje.

Bij het afrekenen raakt de dame achter de kassa in de war. Ze blijkt geen rekenmachine te hebben, noch een echte kassa. Het is zo’n tijdelijk winkeltje vol goedkope huishoudelijke spulletjes. Heks heeft ook een rolveger gekocht voor drie euro. En een keramische dunschiller!

Heks heeft een rekenmachine in haar hoofd, dus snel tel ik de getalletjes op. De dame telt mee, maar opnieuw wil ze me te weinig rekenen. Het is een schat van een meid met een fleurige hoofddoek om haar trieste koppie. Als ik het juiste bedrag afreken loopt ze plotseling haar winkel in.

Links en rechts pakt ze kleine pakjes en frutseltjes. ‘Voor jou,’ ze legt het op de toonbank. Heks kijkt verbaasd op. Wat krijgen we nu? ‘Ik ben failliet,’ legt ze uit in gebroken Nederlands, ‘Over drie weken gaat de boel hier dicht…..’ Oh, wat jammer. Ze vertelt haar verhaal en ik luister. Vanouds. Dan betuig ik mijn deelneming en wens haar heel veel sterkte.

‘Ik zal haar een potje kweeperenjam brengen,’ besluit ik later. Niet omdat dat echt helpt tegen dergelijke destructieve krachten in je ondernemende leventje. Maar omdat ik mijn MOJO terug heb. Omdat er weer ruimte is voor mededogen. Omdat iedereen weer mijn partner is.

Met uitzondering van narcisten en psychopaten. Die laatste groep wil ik graag aan het goddelijke overlaten. Laat die er maar veel van houden, mijn lukt het vooralsnog niet. En ik doe ook geen moeite meer, want het wordt toch niet gewaardeerd door dat menstype weet ik uit ervaring. Jouw liefde maakt je hooguit bruikbaar…….

Heks krijgt geld van de bedeling, zodat ik een toontje lager zing. Maar ik wil niet lager zingen met de Matthäus voor de deur. Dus klaar met het gezeur. Vandaag gaan we niet spelevaren. Ik kan de klus even niet klaren. Maar niks te maren of te mieren: Buurman traint mijn lachspieren.

‘Ha schat, kunnen we op een andere dag afspreken om te gaan zwemmen? Ik krijg mezelf niet opgestart,’ bibberig zit ik aan de telefoon. Het is me niet gelukt om bijtijds uit de kreukels te komen. Sterker nog: Ik voel me vrij ziek. Pijn in mijn buik. Halfzacht. Misselijk. Alsmede de normale spierpijn in het kwadraat. Het idee om in een ijskoud bad te springen is verre van aanlokkelijk.

‘Morgen lukt niet, Heks. Ik ga dan de boodschappen doen, die ik normaal gesproken op dit tijdstip doe,’ Saar is not amused dat ik zo laat nog afzeg. Tegelijkertijd weet ze natuurlijk ook wel, dat ik niet zomaar afbel.

‘Misschien kunnen we sowieso beter op vrijdagmiddag gaan,’ stel ik voor. Dan ben ik door mijn thuiszorg en prikken noodgedwongen al uren op. Dus ontkreukeld. Maar misschien ook alweer doodmoe van deze activiteiten.

Het is nog niet zo eenvoudig om als een halvezool te leven. Om je miezerige activiteiten dusdanig in te plannen, dat je niet constant alles af moet bellen.

Terwijl we overleggen gaat de deurbel. Ik doe de deur open en hoor Buurman stommelen in het portaal. VikThor stuift de trap af. Hoera! Vriend Carlos komt op bezoek met zijn baasje.

Even later sjokt de enorme Duitse herder de trap op. Gevolgd door zijn eveneens uit de kluiten gewassen baasje. ‘Hi Heks, ik zie het al. Griep zeker? Je ziet er niet uit gewoonweg. En je loopt nog in je pyjama! Haha!’

‘Als jij nou eens mijn hondje een klein piesrondje geeft, dan zet ik even koffie en trek wat kleren aan,’ roep ik blij, terwijl ik VikThor alvast aanlijn. Zo kom ik mooi onder een uitlaatronde uit. Snel kleed ik me aan, zet koffie en swiffer een pak kattenhaar van de keukenvloer. Ik haal een was uit de machine. Borstel mijn haren in een staart……

Waar blijven ze nou? Buurman neemt de tijd! Een half uur later gaat de bel. ‘Ik was eventjes naar de drogist, Heks. Ik heb oorontsteking gehad en had nog wat medicatie nodig. Ja, heftig zo’n ontsteking. Blij dat het min of meer over is.’

Even later zitten we luidruchtig te blaten aan de keukentafel. Een normaal gesprek is er nooit bij met ons. Zoals altijd zit Buurman me verschrikkelijk aan het lachen te maken. Wat is het toch een mafkees.

Allerlei onderwerpen passeren de revue. De verkiezingen. ‘Partij voor de Dieren, Heks?’ vraagt hij naar de bekende weg. Het achterlijke referendum. We zijn allebei tegen die kutwet. ‘Toch gaat die er komen, let maar op. Het maakt echt niks uit wat wij vinden. Zolang die idioten in Den Haag er hun zinnen op hebben gezet gaat het gewoon door.’

‘En dan, waar hebben we het over. Alsof ze nu nog niet alles van ons weten. Neem nu het medische dossier. Daar wilde ik vanaf dag 1 niet aan meewerken. Ik heb dan ook altijd overal nee gezegd tegen het verspreiden van mijn medische gegevens. En toch zie ik soms opeens ergens persoonlijke informatie opduiken, die daar niet hoort te staan. Dus….’

Dus. Dus.

We gaan wandelen. Op ons gemakje kuieren we door de stad. Carlos kan niet meer zo hard tegenwoordig. Hij is bijna 11 en dat best oud voor een Duitse herder. VikThor trekt onvermoeibaar aan de riem. Zoals altijd probeer ik hem te laten volgen, maar zodra ik even niet oplet staat de lijn weer strak. Mijn lamme armen maken geen indruk.

Heks’ krachtverlies is dramatisch. Vorige week probeer ik een paar schroeven in een keukenkast te draaien. In een bestaand gat. De kattenkrabplank, die ik probeer op te hangen is al een keertje naar beneden gelazerd. Dit is dus nu een nieuwe poging.

Ik schroef en schroef met een ongeluk. Maar er gebeurt gewoonweg niets. ‘Zal ik het eens proberen?’ vraagt mijn hulp, als ze me zo ziet stumperen. En met twee slagen zitten beide schroeven muurvast. Tot mijn verbijstering.

Ik denk altijd dat ik alles nog kan, maar dat valt dus nogal tegen. Ik ben eindelijk de slappeling geworden, waar mijn vader me altijd voor uitmaakte. Hij heeft dus toch gelijk gekregen!

Gelukkig maar dat ik zo’n goed hondje heb. Uiteindelijk gaat hij het wel leren. Hij doet echt zijn best, maar ja. Voorwaartse Springer Spaniëlkrachten versus een dodelijk vermoeide baas.

Buurman en Heks drinken koffie op een terrasje. Hij vertelt over zijn nieuwe baan als financiële man bij een non-profit organisatie. ‘Hoe is het nu met jouw financiën, Heks? Nog zoveel gezeur en gezanik?’

Ik vertel hem hoe ik onlangs geld voor een paar schoenen en een jas heb gekregen van de RK Parochie Heilig Kruis Locatie Stadskanaal. ‘Die parochie bestaat, maar het is niet overgemaakt vanaf hun rekeningnummer …… Tja, wat moet je ermee? Deze armoedzaaier is in iemands optiek afhankelijk van de bedeling. En dat wordt er eventjes goed ingewreven. Die nobody zal het wel grappig vinden, neem ik aan…….’

Maar mag ik even een teiltje?

‘Mijn meisje en ik zijn onlangs getrouwd en dat is geen grapje!’ vertelt Buurman plotsklaps. Ha, wat leuk! ‘Ja, echt. Na dertig jaar samenwonen vonden we het opeens tijd worden. Dus wij met zus en zwager naar het stadhuis. We hebben het heel piepklein gehouden!’

Ach, wat een dag. Doodziek opstaan, bijtrekken om weer snel naar bed te vertrekken. Goede voornemens verdampen in zweet en spierkrampen. Bezoek van de buurman. Beetje lachen en genieten. Want dat kan ik zo goed heb ik net weer gehoord. En het is zo! Koffie en een wandeling en dan weer plat. Nog eens opstaan om naar de fysiotherapeut te gaan. Om je te laten martelen….

Ga er maar aanstaan. Zo is je leven met ME. En vandaag valt nog alles mee! Hé!

 

Zwemmen! Heks krijgt het bij voorbaat koud. Toch ga ik dat bad weer in. Het moet. Het zal. Vooral nu mijn meerbadenkaart onverwacht toch is verlengd!

Vandaag ga ik zwemmen. Momenteel lig ik moed te verzamelen. En uit te deuken van een zeer onrustige nacht. En bij te komen ook. En mezelf bij elkaar te harken. En bij voorbaat alvast extra te rusten. Want vandaag, straks, ga ik zwemmen.

Ik lag overigens al om een uurtje of vijf in bed gisterenmiddag. Helemaal verrot na een wandeling met de hond. Repeteren met het koor de dag ervoor. Het weekend met het feestje. Uitgeput. Opgesoupeerd.

Als ik de televisie aanzet zie ik dat die verdraaide verkiezingen aan de gang zijn. Potverdrie. Moet ik mezelf weer uit bed hijsen en in de kleren. Moet ik mezelf weer reanimeren tot menselijke proporties. Zal ik eens een keertje overslaan?  Heks, die altijd stemt. Ik ben het wel eens vergeten in een vergelijkbare situatie……

Eerst maar eens op zoek naar die verduvelde stempas. Moet ergens in de stapel met folders en post liggen. Na enig spitten vind ik em zowaar. Oh, het zijn er twee. Ik heb eventjes niet opgelet.

Moet ik ook nog eens over die nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) stemmen. Die griezelige Big Brother kutwet. Waarbij de politie in je onderbroek kan kijken. Straffeloos. Bah. Voor een enkele verdwaalde terrorist. Zum kotzen!

En: Een referendum. Huh? Daar deden we toch niet meer aan in Nederland?

Ik hijs me dus maar weer uit bed. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik niet mijn stem tegen die wet zou hebben verheven….. Trillerig eet ik een hapje. Rust daarvan weer uit. Kan ik alweer lopen? Ik moet toch de deur uit. Is er alweer genoeg brandstof in de benen? Zijn de zweetaanvallen geluwd? Doet mijn hoofd het alweer? Want de hersenpan stond ook uit ontdek ik net……

In het stembureau is het druk. Er staat een rij van hier tot Tokio. Ik hang op mijn benen te dweilen. Ik wip van voet op voet. Duizelig en draaierig. ‘Schiet op, stelletje slome duikelaars,’ maan ik mijn voorgangers inwendig. Ik lees ter afleiding de poster over ‘Uw gedrag in een stemhokje’.

Huh? Wat doen mensen zoal in die stemhokjes dat je er een gedragscode voor moet opstellen? Mijn belangstelling is gewekt. En zo overleef ik het kwartier totdat ik aan de beurt ben. Met hangen en wurgen.

Zo. Dat is dan weer een lekker verslag van zo’n halvezolige dag. En ook vandaag zie ik het somber in. Ik ga zwemmen, terwijl ik niks over heb. Tricky. Maar ik moet ook zwemmen. al is het maar om mijn ledematen op termijn enigszins in de kom te houden.

Momenteel ploppen mijn schouders alle kanten op. Je kunt het zelfs horen. Ploppederplop! Met enige regelmaat kijkt iemand er vreemd van op. Wie is die heks? En waar verstopt zij kabouter Plop? Onder haar oksel soms?

Ik mag blij zijn dat ik weer ga zwemmen. In december was mijn kaart met nog 52 baden daarop verlopen. Door allerlei fysieke ellende heeft Heks veel te weinig gezwommen de afgelopen jaren. ‘Dat is altijd hetzelfde bij u. Schrijf maar een brief, misschien dat u respijt krijgt, maar ik geef u weinig kans,’ bitste de medewerksters achter de kassa.

Honderd euro door de plee, omdat de dames van de kaartverkoop niet dol zijn op Heks. En dat is een understatement. Ze hebben gewoon de pest aan me. Dat gebeurt me vaker. Meestal zonder enige reden. Zoals honden direct antipathie kunnen voelen voor een wildvreemde andere hond, voelen bepaalde vrouwen iets dergelijks zodra ze Heks in het vizier krijgen. Het zal wel. Ik ben vast niet de enige, die dit lot treft.

Zo heb ik dan die brief geschreven. Niets op gehoord. Uiteindelijk bel ik het zwembad. ‘Hoe staat het met de brief?’ ‘Welke brief?’ ‘De brief is zoekgeraakt met de post,’ verzekert de vrouw aan de telefoon me. Goh. Hoe kan ze dat nu weten? En toch wel weer heel toevallig. Ik heb sterk de indruk dat ze er gewoon mee in haar hand zit.

Nu moet ik dan een mailtje gaan sturen. Vooruit maar weer. Ik stuur de mail een paar keer. Vanaf verschillende mailadressen. Zodat ie zeker aankomt….. want bij zwembad de Zijl is niets zeker.

Tot mijn verbijstering krijg ik onderstaand mailtje terug:

Wij hebben uw badenkaart met nog 53 bezoeken met 1 jaar verlengd. Dit hebben wij al op 10-12-2017 voor u
gedaan.
U kaart is hier mee geldig tot 10-12-2018.
Wij hopen u hier mee tegemoet te zijn gekomen
Met vriendelijke groet Team spa

Dus die caneira’s achter de kassa hebben gewoon wel mijn kaart verlengd, maar tegen me gezegd dat ik de rambam kon krijgen. Bizar. Ik had al drie maanden kunnen zwemmen potverdorie.

‘Jij hebt dat toch ook gehoord, Saar, dat die vrouwen aan de kassa me de deur wezen in december?’ Mijn vriendin heeft het ook gehoord. Ze stond er bij en keek ernaar. ‘Heks, te gek voor woorden dit. Laten we als de donder die kaart opzwemmen en naar een ander zwembad gaan. Het is hier altijd wat!’

Zometeen ga ik zwemmen. Ik zie er als een berg tegenop. Omdat ik zo moe ben en verrot. Omdat alles pijn doet en dat voel je ook in het water. Omdat het zo koud is. Omdat ik daarna uren geen pap kan zeggen.

Waarom doe je het dan Heks? Om mijn gewrichten weer in de kom te krijgen. Een beetje spiermassa rond de kommen scheelt enorm. Het is dus uit lijfsbehoud dat ik mezelf dit aandoe. Niet om te genieten. Ik zeg het maar eventjes om misverstanden te voorkomen. Maar wie weet geniet er ik er toch van. Eventjes. Tussen de opstartpijnen gedurende de eerste tien baantjes en het in elkaar storten na de vijftiende…….

 

 

 

Goede reis Stephen Hawking! Ik hoop dat je nu alles snapt, bevrijd van je lamme lijf en de vloek van ons driedimensionale voorstellingsvermogen. En misschien ontmoet je wel je Schepper. Je vrouw heeft er hard genoeg voor gebeden…….

De laatste paar weken denkt Heks veel aan Stephen Hawking. Niet omdat ik hem persoonlijk ken en vermoed dat hij zijn laatste levensfase in gaat. Nee. De film over zijn leven, die ik onlangs heb gezien is blijven nagalmen in mijn hoofd. En hart.

Heks is zelf chronisch ziek. Ik zou eigenlijk nu wel eens in een verpleeghuis kunnen zijn beland, maar deze gifkikker springt nog steeds rond. Niet meer zo hoog als vroeger. En beduidend korter.

En altijd met pijn. Kon ik er in het verre verre verleden eindeloos tegenaan met mijn wagonlading energie per dag, nu moet ik het doen met tien theelepeltjes van hetzelfde spul: Levensenergie.

Het fascineert me dan ook om te zien hoe deze man met zijn brakke lamme lijf de hele wereld over reist om over het heelal te praten. Hoe krijgt hij het voor elkaar? Hij kan niet eens praten. Dat doet zijn stemcomputer voor hem. Door een nog functionerende gezichtsspier te bewegen kan hij letters aanwijzen en op die manier woorden vormen. Een tijdrovend klusje.

Op de avond van zijn overlijden kijk ik naar een uitgebreid interview van de Ierse presentator Dara Ó Briain met deze Britse theoretisch natuurkundige en zijn omgeving in de documentaire Het bijzondere leven van Stephen Hawking.  

Weer raak ik gefascineerd door zijn onvermoeibare inzet voor zijn vak. Volgens hem heeft zijn liefde voor natuurkunde hem in leven gehouden. Zijn eerste vrouw Jane heeft altijd voor hem gebeden, maar betwijfelt zelf of dat de truc gedaan heeft bij deze verstokte atheïst.

‘Stephen kon een heel universum vormen in zijn hoofd. Hij kon natuurlijk niet meer op een bord tekenen en dergelijke. Dus hij moest wel. Op die manier kwam hij tot zijn theorieën,’ een oud collega van hem kan er nog niet over uit,

‘Hij was echt geniaal, hoor. Dat merkte je bijvoorbeeld in discussies met andere wetenschappers. Ongeacht wat je naar voren bracht, hij diende je direct van repliek!’ Er ging een hele wereld schuil achter dat kleine voorhoofd……

Zijn zoon vertelt hoe zijn vader hem eens antwoordde op de opmerking ‘Pappa, kunnen er overal kleine universa zijn? In allerlei dimensies? Is dat mogelijk?’ met ‘Er is geen idee gek genoeg om te onderzoeken.’ Niks: ‘Doe niet zo raar, zit niet zo dom te lullen, dat kan niet. Omdat ik het zeg.’  Verfrissend.

Heks raakt helemaal geïnspireerd. In mijn hoofd zitten hele universa verborgen. En ik heb de meest krankzinnige ideeën over de schepping en het heelal. Ik ben dan wel geen natuurkundige, hoewel ik het altijd een mooi vak heb gevonden. Ik ben een mystica. Ook mijn hoofd reageert op symbolen en waarnaar ze verwijzingen. Maar ik heb een iets ander invalshoek. Ik roep al heel lang, dat mijn vak van toverheks heel erg logisch is.

Wiskunde met haar Heilige Geometrie overlapt in mijn optiek mijn invalshoek en die van de natuurkunde. En alchemie natuurlijk. Alleen delven wij het goud in ons hart.

Misschien doe ik het wel zo goed met mijn ziekte, omdat ik altijd bezig ben gebleven om met te verdiepen in esoterie. Was ik zonder mijn heksenbezem al lang in een rolstoel beland. Of chronisch in bed.

‘Heb je ook pijn,’ vraagt Dara Ó Briain aan Hawking, zo’n drie jaar geleden. ‘ALS gaat niet gepaard met pijn. Ik ondervind wel ongemak, omdat ik niet kan gaan verzitten in mijn rolstoel.’ Gelukkig maar. Pijn is niet fijn verzeker ik je.

‘Wat ik veel vervelender vind is dat ik niet terug kan praten als iemand tegenover me zit. En mensen hebben niet altijd het geduld om te wachten tot ik ben uitgetypt.’

Tel uw zegeningen, Heks. Jij kletst altijd als de beste. Iedereen komt altijd overal naar je toe voor een gezellig praatje. Je loopt kaarsrecht met je rare rug. Je ziet aan niets hoe belabberd je er eigenlijk bijhangt. En dat is best lastig af en toe. Want je wordt veel te hoog ingeschat. Maar het is ook een groot goed.