Spulletjes, troepjes, in gaten en hoekjes. Heks pakt aan. Pakt door, niet slim hoor…… Ik kan daarna dagenlang nauwelijks bewegen……..Ontmoeting op markt met twee lieve meiden. Sierraden maken met ME? Dat doen we beiden.

Moe, moe, moe. Toe Heks, geef er eens aan toe. Ja, dahag. Ik kan wel bezig blijven met eraan toegeven. Als ik daaraan begin lig ik alleen nog maar gestrekt. Dus een ouderwetse schop onder mijn kont dan maar. Ik ben eraan gewend, dat scheelt.

De laatste maanden gaat het weer uitermate moeizaam met dit heksje. Ik ploeter me door de dag en kom vaak tot niet veel meer dan de hond uitlaten en het huis een beetje opruimen. Gelukkig neemt mijn hulp het leeuwendeel van laatstgenoemde voor haar rekening. Als een witte tornado stormt ze twee keer per week nietsontziend door mijn heksenstulpje. 

Heks stoft dan ook zo’n beetje in de rondte. En ik berg spulletjes op. Bergen spulletjes. En troepjes. In rommelige hoekjes. Intussen hoop ik dat ik mijn vuilnispas weer vind. En mijn trifocale bril van Superdry. Dat zou ook fijn zijn.

Dat ding heb ik al een half jaar niet meer gezien. Sinds mijn vakantie. Toch verloren in het klooster? Maar ik heb echt alles weer in mijn auto gestopt, dat weet ik zeker. Ik kijk altijd en overal achterom als ik mijn spulletjes pak…….

Samen met mijn hulp doe ik pogingen om mijn werkkamer weer begaanbaar te maken. Als de tijd van mijn thuiszorg om is, is het er echter een geweldige bende geworden. Een inferno van oude paperassen en troepjes. Rommeltjes bevrijd uit hun hoekjes.

Ik besluit nog eventjes door te werken, nadat ze is vertrokken.

Ga daarbij zwaar over mijn grens, moet dat dagen bezuren, maar iemand moet toch een keertje ingrijpen in die kamer. Anders komt er misschien wel een eng televisieprogramma op de proppen om de boel met bezems te keren. Geregeld door een oplettende kennis, die er zelf geen zin in heeft. Ik moet er niet aan denken……

Ik vind mijn zware schietnietmachine terug in een krat met verf. Ik heb er ongeveer twee jaar naar lopen zoeken, omdat ik een stoel opnieuw wilde bekleden. Uiteindelijk maar een nieuwe gekocht ongeveer een maand geleden. Stoel bekleed…..

En kijk: Het onding lacht me uit! Recht in mijn gezicht. ‘Nietes, nietes,’ liegt de schietnieter. Ja, wat kun je verwachten van zo’n simpel stuk gereedschap. Welles zal het niet worden……

Heks is ook weer aan de gang met haar sierraden. Vooral het gieten met epoxyhars vind ik geweldig. Het nodigt uit tot experimenteren. Met enige regelmaat zit ik lekker te kliederen in de keuken. Steeds handiger word ik er in. Ik heb intussen ook zelf mijn eerste gietmal gemaakt. Van drie schedeltjes uit mijn collectie.

Ik probeer mijn leventje klein te houden. Overzichtelijk. Weinig input. Ik moet enorm uitkijken, mijn gezondheid is een wankel evenwicht momenteel. Na die vrije val drie maanden geleden.

Heks is in feite een wandelend kaartenhuis. In een periode zoals nu, wanneer ik totaal onderuit lig, word ik daar weer eens goed mee geconfronteerd. Wrijft het leven me in, dat het niet voor mij bestemd is om mijn leven te leven.

Ik leef een slap aftreksel. Mijn meest vitale optreden behelst slechts een duf dansje tussen de schuifdeuren. Mijn publiek bestaat voornamelijk uit artsen, hulpverleners, thuis-zorgers en fysiotherapeuten. En laten die nu voornamelijk geïnteresseerd zijn in mijn kwakkellijf. Beroepshalve. Niet zozeer in mij persoonlijk dus. 

Afgelopen zondag loop ik over een kunstmarkt hier in Leiden. Mijn Nepalese stenenman staat er en ik maak een leuk deal met hem over een paar hangers. ‘Wil je mijn handel niet overnemen volgend jaar? Ik ga een paar maanden op reis,’ hij dringt enorm aan, ondanks mijn protesten. De man kan gewoon niet geloven, dat ik daar echt de energie niet voor heb.  

‘Hier, neem deze oude troep ook maar mee,’ hij bewaart altijd kapotte eenzame oorbellen en gehavende hulpeloze hangertjes voor me om te hergebruiken. Snel stopt hij een hele hand onthande sierraden in mijn tas: Een kluwen van metaal en kralen.

Later zie ik dat er een magnetiet in het spel is. Deze kleine krachtige steen heeft de ravage in die sierradenkluwen veroorzaakt. Geduldig haal ik thuis de boel weer uit elkaar. Er zitten hele bruikbare dingetjes tussen…… Waaronder een mooi parelsnoer! De parels zijn verschillend van grootte. Snel haal ik het snoer langs mijn tanden. En ja hoor, echte zoetwaterparels!

Op de markt zit ook een stel jonge frisse meiden met zelf gemaakte sierraden. De ene maakt ze en verkoopt ze, de ander is mee voor de gezelligheid.

Leuke handel hebben ze. Voornamelijk bedeltjes aan een listig geknoopt leren koord. En een paar geweldige gebreide puntmutsen. Mooi gepresenteerd. Heks raakt aan de praat.

‘Een dag op zo’n markt red ik maar net aan,’ hoor ik de dame van het kraampje tegen een andere klant zeggen. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. In no time klessebessen we over het maken van sierraden, om zin te geven aan een contraproductief bestaan.

Dit jonge meisje van nog geen twintig heeft alle kenmerken van ME. Toch word ze overal weggestuurd. Geen arts neemt haar serieus. Geen instantie wil haar helpen. Alleen natuurlijk de psychiatrische hulpverlening. Die stoppen haar vol met antidepressiva, heel slecht voor mensen met ME.

Maar ja, dat weten de heren en dames doktoren hier in Nederland niet. Heks moet zich na dertig jaar leven met die ziekte nog steeds verdedigen, dat ze geen wagonladingen antidepressiva wil slikken. Ook het feit dat ik opiaten ‘weiger’ staat met koeienletters in mijn medische dossier. Typisch.

Ik koop zo’n fantastische puntmuts van het meisje. We kletsen een hele tijd. Heks schrijft allemaal dingen op een papiertje. Over LDN en apotheek Gallielei in Dordrecht, waar ze je kunnen helpen aan dat spul. Waar ze je ook kunnen voorlichten over het gebruik. Iets, dat ik indertijd allemaal zelf heb moeten uitknobbelen……

Over mijn acupuncturist, die afgestudeerd is ooit op ME. Mijn homeopate, die zoveel kan betekenen voor hoog sensitieve mensen. Want de dame is ook een HSPtje. Net als Heks. 

‘We hebben een clubje met allemaal mensen, waar iets mee is,’ vertelt de vriendin, nadat ik haar complimenteer over haar support van haar zieke vriendin hier op de markt, ‘We steunen elkaar door dik en dun.’ Zoiets als onze Sangha voor Kneusjes indertijd. Althans, dat was de bedoeling.

Moe, moe, moe. Wat doet het ertoe? Ik ben niet de enige, die zich een slaapdronken weg waggelt door dit bestaan. Heks is geraakt door de meisjes met de mutsen. Wat een schatjes. Maar ook: Wat een weg nog te gaan.

‘Als dit het is, het hoogst haalbare, als ik alle dromen voor mijn leven nu al moet laten varen, nou, dan hoeft het voor mij niet…’ aldus het meisje met vermoedelijk ME.

Euthanasie kun je echt wel vergeten. Geen arts, die je zal helpen. Je zult het moeten uitzitten, net als ik. Of hele drastische maatregelen moeten nemen…….Mijn hart breekt voor dit prille leven. Heks was ook jong hoor, toen ze ziek werd. Maar deze jongedame is echt piep. 

Het leven is niet eerlijk. Karma is a bitch….. Want ja, zo zien veel spirituele mensen karma. Ook worden we geacht veel van onze aandoening te leren. ‘Je ziekte is een schuurpapiertje van het leven,’ placht een bevriende heks met enige regelmaat tegen me te zeggen. Mij zul je dat niet horen zeggen.

Wie wil er nu dertig jaar dagdagelijks worden opgeschuurd door een vage onzichtbare onbegrepen invaliderende ziekte tot de vellen erbij hangen? Geen wel denkend mens toch? 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken

 

Heks vindt opnieuw uit het wiel: Een reptielenbreinventiel! Nou ja. Dat zepige ventiel bestaat al jaren ter lering ende vermaak van ons huisvrouwen. Ook een beetje om ons eronder te houden. Soap doet leven! Al is het maar even.

Slaperig zit ik voor de televisie naar the Bold and the Beautiful te kijken met een kopje koffie. Brak na een gebroken nacht. Zoals iedere ochtend. Een katertje voor dit poesje. Bijverschijnsel van ME. Interessant bijverschijnsel, want hoe komt dat dan? Na dertig jaar heb ik nog steeds geen idee. Ik hoef er in elk geval niet voor te zuipen. Dat scheelt.

Brooke Logan staat in beeld te schreeuwen tegen Steffy Forester, dat ze zo egocentrisch is, omdat ze hoopt dat diens lingerielijn wordt verkozen boven het truttige kledingconcept van Brooke’s  griezelige dochter. Heks vindt Brooke een enge trut. En haar dochter een hopeloze kwal.

Niemand die me op de vingers tikt over deze extreem negatieve gevoelens betreffende deze dames, want het is slechts soap. Heerlijk.

In het werkelijke leven vind ik ook een aantal mensen eng, slecht en/of hopeloos. Helaas ken ik manipulatieve geesten, die me regelmatig alle hoeken van mijn toch al kleine levenskamertje hebben laten zien. Manipuleert zo’n persoon jaren vooruit, zodat ik postuum nog lol heb van allerlei streken. Desnoods over zijn of haar graf heen.

De gekste dingen kunnen zo gebeuren. Iemand slaat jou om de oren om je vervolgens af te wijzen. Alsof jij een klap hebt uitgedeeld! En dit is geen soap.

In het echte leven mag je allerlei gevoelens niet hebben. Je wilt iemand door elkaar rammelen. Of eindelijk eens enorm schreeuwen na jaren te hebben geslikt. Maar nee. Mijn kans is verkeken. Je kunt nu eenmaal niet uit je plaat gaan tegen een iemand, die zich niet kan verweren. Die keihard voor je weg rent. Alsof jij de duvel bent……

Heks kan dus geweldig genieten van een lekkere soap. Een narciste zoals Brooke Logan, een reptiel, dat alles recht praat wat krom is. Een secreet, bepaald niet vies is van manipuleren.

Een snol van jewelste, die haar welgevormde lichaam schaamteloos in de strijd gooit. Als de eerste beste lichtekooi heeft ze, in alle familiaire slaapkamers waar een mannelijke telg ligt, haar kunsten vertoond. Of er nu een echtgenote naast die man ligt of een verloofde. Of die echtgenote nu een zus van haar is of een dochter……

Ze heeft vele minnaars afgepakt van dochters, zusters, schoonzusters…..De diverse mannelijke familieleden hebben deze trofee door de jaren heen aan elkaar doorgegeven als was ze een wisselbeker……

Zo bereed ze haar schoonvader, die een kind bij haar verwekte. De man is tevens grootvader van haar andere zoon. Ook de broer en zoon van haar man, haar stiefzoon dus, een incidentele schoonzoon alsmede het eerste vriendje van haar andere dochter moeten eraan geloven. Die dochter is dan nog maagd, terwijl haar moeder het bed deelt met haar allereerste liefde…….. Traumatisch natuurlijk.

De dochter, die overigens werd verwekt door eerder genoemde schoonzoon! De zwager die getrouwd is met haar jongste zusje…..

Duizelt het je al? Deze incestueuze toestanden?

Werkelijk niets of niemand is heilig voor dit misselijke mormel. Maar ze praat alsof ze de Heilige Maagd Maria is. Zalvend en bezwerend. Iedereen is fout, behalve zijzelf. Altijd verzint ze een verhaal om het goed te praten. Bizar? De werkelijkheid is vaak nog veel vreemder!

Oh, wat lijkt het me overigens een geweldig leuke rol om te spelen, dit vileine gemene wijf. Heks denkt dat ze het er heel goed vanaf zou brengen.

In mijn jonge jaren heb ik wel eens een dergelijk kreng gestalte gegeven op het toneel. Toen wist ik zo’n manipulatief karakter al goed te treffen. Door jarenlange praktijkervaring met dit soort dingen naast een intensieve studie van het fenomeen narcisme heb ik alleen maar meer inspiratie gekregen.

Heks zit dus te schuddebuiken van de lach bij de meest afschuwelijke ontwikkelingen in deze soap. Ik heb bijvoorbeeld een bloedhekel aan het schijnheilige geleuter van die Hope Logan. Vooral sinds ze gespeeld wordt door een nieuwe actrice met pruillip. Ik wens haar de meest vreselijke dingen toe. Van miskraam tot echtscheiding.

Toe maar, Heks.

Dingen, die in het werkelijke leven niet in me op zouden komen. Mijn ergste vijanden heb ik nog deelneming betuigd als zij een gevoelig verlies leden. Oprecht. Gemeend. Wat zit ik dus hier in godsnaam te ventileren?

Gezien het succes van de gemiddelde soap ben ik niet het enige mens voor wie dit zo werkt. Ik lees online iets over The Bold en daar ontdek ik dat er hele kampen zijn die voor Hope Logan zijn, de Lopers. Want Hope is intussen met Liam getrouwd. Dat misselijke mannetje, die maar niet kan kiezen tussen twee stiefzusters.

Een ander kamp genaamd Still is voor Steffy Forrester, maar dan ik combinatie met de mannelijke oppernarcist van de serie. Het stikt namelijk van de narcistische karakters in deze soap. Maar Bill Spencer spant de kroon. Over lijken gaan om te krijgen wat je wilt. Neuken met je schoonzus. Neuken met je schoondochter. Je zoons in het ongeluk storten….. En dat alles dan weer vrolijk goedpraten!

Zelfs Heks kent in haar leven niemand, die aan zijn gedrag kan tippen. En dat wil wat zeggen!

Het is dus Lope versus Still.

Heks is absoluut fan van de keiharde gewiekste Steffy. Maar laat ze in godsnaam eens een echte vent zoeken. Al jaren geeft deze tante in de soap al haar macht weg aan die enorme lozer van een Liam. Een man, die denkt goed te zijn. Goed te doen. Maar in feite is het een slappeling van een watje. Een besluiteloze zeiksnor. Onbegrijpelijk dat die wijven zo achter hem aan zitten…..

Vanouds vechten vrouwen in deze serie eindeloos om 1 man. Een foute man natuurlijk. Een besluiteloze opportunist van een vent. Het zou best verfrissend zijn als er eens een paar kerels om 1 vrouw zouden strijden. Langdurig en eindeloos. Zich in de luren zouden laten leggen door zo’n femme fatale.

Maar ja. Dat is niet realistisch. Geen zichzelf respecterende vent zet zichzelf zo opzij voor een dame. En daar heb je dan de kern van de soap te pakken: Het opvoeden van huisvrouwen om vooral in die rol te blijven! Dit alles ter lering ende vermaak.

Door vrouwen te laten zien hoe dom ze zijn om altijd maar naar de pijpen van de eerste beste narcist te dansen, kan er natuurlijk ook een zeker bewustzijn ontstaan. Een hang naar gevoel van eigenwaarde oproepen bij dames door middel van zo’n flutverhaal…… dat zou natuurlijk geweldig zijn.

Niet teveel zelfrespect natuurlijk, want dan is het weer niet geloofwaardig……

Vrouwen en eigenwaarde. Een heikel onderwerp. De meeste dames raken in hun jeugd al geknakt op dit gebied. Lijfstraffen, negatieve input of seksueel grensoverschrijdend gedrag van de opvoeders of omgeving zijn de dood in de pot wat dat betreft. En dat komt nog best veel voor.

Mensen en eigenwaarde is al een dingetje. Maar wij dames slaan alles als het op gebrek aan die eigenschap aan komt. Heks is met enige regelmaat verbijsterd over onze positie op deze aardkloot.

De president van de Verenigde Staten beweert bijvoorbeeld dat elke man met geld en macht ons maar in de kut mag graaien. En die man zit daar nog steeds op die positie. In een land waar iedereen een vuurwapen mag dragen. Zo’n ijzeren lul waar een dodelijke kogel uit komt.

Je mag wel naar iedere vrouw graaien, maar de president afknallen mag dan weer niet. Dat is niet respectvol.

Heks probeert al jaren haar hoofd om al dit soort zaken heen te vouwen. Ik ben dan weliswaar door mijn achtergrond en opvoeding expert op het gebied van gebrek aan eigenwaarde en tevens gepokt en gemazeld in het fenomeen in de wandelgangen begrabbeld en begraaid te worden door allerhande kerels,  ook ben ik regelmatig vernederd tot op het bot….. Maar snappen doe ik het allemaal niet.

Ik denk dat een groot deel der mensheid wordt geregeerd door hun reptielenbrein. Uitwendig gedragen vaak. De grootste reptielen schoppen het vaak tot politicus, soms dus zelfs president. Uiteraard man. Liefst wit. Met raar geblondeerd haar ter compensatie van minuscule penis.

Een goeie soap ontlucht mijn kleine hersenen. Het reguleert mijn eigen reptielfeelings. Het maakt dat ik mijn reptielenvingers niet aan een narcist brand. Het laat me weer eens lekker lachen uit leedvermaak. Om verzonnen zaken. En dat kun je wel maken.

Een goeie soap werkt als reptielenbreinventiel!

 

 

 

 

 

Het leven is hard voor het hart van de wolfshond! Oedipus, brievenbus, lantarenpaal. Overal schuilt wel een verhaal. Heks heeft haar hart lief. Ze houdt van dit hart. Harten van goud bestaan echt. Je krijgt ze echter niet cadeau. Nee, het is keihard incasseren….

Zondag ga ik bij Chris langs om het restant wijn van mijn feestje terug te brengen. Ik heb het onlangs van haar cadeau gekregen. ‘Het is over van mijn feest en ik doe er niks mee,’ wimpelde ze een financiële vergoeding af. Maar nu heb ik weer van alles over.

Ik breng het dus maar weer terug. ‘Voordat ik het zelf op drink,’ wil ik grappen bij het afgeven. Maar ze is er niet. Geen hondengejoel uit de woonkamer. Haar huis is in diepe rust.

Ik stop de drank in een grote bloempot naast de voordeur en klap het transportkrat dicht. Dan frommel ik een kerstboom op een haarband door de brievenbus. Er zitten minuscule lampjes in. ‘Misschien kunnen die wijn met kerst soldaat maken,’ knipperen de lichtjes, als je de kerstboom op een bepaalde manier indrukt. Nou ja. Niet echt. Bij wijze van spreken dan.

De boom past precies door de borstelige sleuf. Een wonder!

Wat zijn brievenbussen eigenlijk oedipale objecten. Vooral als er bij wijze van clitoris een bel bovenop is gemonteerd. Ja, de wereld zit vol vruchtbaarheidssymboliek. Verwijzen de diverse fallussymbolen vaak naar oorlog en geweld, denk maar aan de obelisken, het vrouwelijk geslachtsdeel staat vanouds borg voor communicatie!

Ik draai me om. Mijn hondje is aan de beurt, we gaan lekker een rondje om het golfveld. Een grote grijze wolf rent over het plein. Als hij me ziet maakt hij rare bokkensprongen van enthousiasme. ‘Hallo,’ roep ik naar zijn baasje, ‘Zullen we een stukje samen oplopen?’

‘Ze kijkt me treurig aan. ‘Kiliam is heel erg ziek, hij kan elk moment dood neervallen….’ Verbijsterd kijk ik naar haar enorme bakbeest. Hij rent vrolijk achter VikThor aan. Het zijn oude kameraadjes. Als pup hebben ze eindeloos met elkaar gespeeld. Ze zijn precies even oud!

Mijn arme hondenvriend heeft een ernstige hartkwaal. Het is pas net ontdekt, maar als ik de verhalen hoor doet het me sterk aan de laatste weken van Ysbrandt denken. Vocht in de longen, een fladderhart…. ‘Het is waarschijnlijk aangeboren. Maar tot een maand geleden had hij nergens last van. De afgelopen zomer met al die hitte heeft hij prima doorstaan.’

We wandelen het eilandje op. Dit kleine stukje ruige natuur ingeklemd tussen schapenweitjes, poldersloten en een heus strandje aan het Joppe is uitermate favoriet bij onze viervoeters. Het rizzelt er van de fazanten, egeltjes en ander interessant ruikende vreemde vogels.

Het is zo’n landje, dat iedere avond aan zichzelf wordt teruggegeven. Onlangs raakte ik VikThor er zelfs op kwijt in de schemering. Opeens was ik in vergeten wildernis. Ver van de bewoonde wereld. Mijn hondje kon wel overal zijn. Opgegeten door een Loe. Een kruising tussen verwilderde huiskat en koe.

Heks was erg blij, toen ze haar monstertje na een kwartier zag opduiken uit het struweel. Ik gaf hem een uitbrander van jewelste, want dit soort geintjes mag hij natuurlijk niet herhalen. Maar waar zeur ik over? De brakken van Chris komen volstrekt niet terug in een vergelijkbare situatie. Ik spreek uit ervaring. We hebben wel eens 2,5 uur zitten wachten op die joelende gekken. Een kwartiertje is niks.

Behalve als je alleen op zo’n godverlaten plek bent. Dan duurt een kwartier een eeuwigheid.

‘Ze hebben op dat eilandje onlangs een hele kolonie illegalen opgepakt. Ze woonden op bootjes in het riet……’ hoor ik onlangs van een vriend. Het is inderdaad een soort niemandsland, zodra het gaat schemeren.

Vandaag lopen we bij daglicht en dan is het een verrukkelijke plek. De hondjes draven vrolijk voor ons uit. ‘Ik heb Kiliam in geen weken zo zien rennen. De medicatie doet hem toch goed.’ We genieten van onze schatjes. Het is bitterzoet. Misschien is het wel de laatste keer, dat ze zo samen lopen te dollen.

Bij het afscheid noteer ik het telefoonnummer van mijn hondenvriendin. Ik heb nog dozen met hartpillen van Ysbrandt liggen. Die dingen zijn werkelijk peperduur. Daarom heb ik ze bewaard. Waarschijnlijk zijn het precies dezelfde, die de Ierse wolfshond voorgeschreven krijgt. ‘Alleen zal de dosering anders zijn….’ Kiliam is reusachtig. Daar past mijn oude hondje drie keer in.

Aangeslagen ga ik weer naar huis. Want het is toch zo verdrietig als je je hondje verliest. ‘Gelukkig hadden we net een Galgo uit Spanje gereserveerd. Als maatje voor Kiliam. We dachten aanvankelijk dat hij gedeprimeerd was. Eenzaam. Maar het bleek dus die hartkwaal te zijn.’

Nu zijn de baasjes van deze geweldige hond blij dat er toch weer een hondje komt. Dat ze daar niet over na hoeven te denken. Het is al beslist. Ik snap het. Toen Ysbrandt de pijp uit ging zat er ook binnen een week een pup hier in huis…..

’s Avonds filosofeer ik over het hart. Over een hart van goud.

Ooit zag ik een programma over het periodiek systeem op National Geografic. In een paar uur werd de logica van dit systeem tot op het bot uitgebeend. Heks snapte het zowaar helemaal. Het was dan ook een heerlijk abstract verhaal, mijn favoriete manier om dit soort onderwerpen te benaderen.

Het gaat om verval. Hoe langzamer het verval in een element, hoe edeler het is. Een stenen hart of een hart van staal zal je niet gelukkig maken. Een instabiel hart kan niet lang liefhebben. Het vervalt tot gruis of roest. Tenzij je een roestvrijstalen exemplaar hebt weten te bemachtigen.

Ik denk over mijn eigen gouden hart. De laatste tijd schiet de berenklauw weer op in mijn innerlijk landschap. Maar een stabiel hart kan dat wel hebben. Een gouden hart gaat echt niet haten. ‘Je hebt een goed hart, Heksje. Dus vergeef allerlei gekken nu maar hun gebreken. Je hebt er net nog een preek over gehoord in de kerk….’

In de Ecclesia ging het inderdaad over het hart, compassie en vergeving. En bidden. Iets dat ik de hele dag doe tegenwoordig. Pruttelend en scheldend vaak. Achterstevoren. Maar ik hou mijn gouden hart open. En het werkt nog steeds goed. Liefde genoeg. Uit die oneindige bron. Goddank is er de Godin.

Dan komen mijn gedachten weer bij de wolfshond. Mijn grote grijze vriend. Oh, wat verdrietig. En zo onrechtvaardig. De grootst mogelijke probleemhonden met de meest hopeloos moeilijke karakters leven moeiteloos voort tot ze oud en tandeloos zijn. En deze vriendelijk reus legt het loodje.

Het leven is niet eerlijk. God straft zo willekeurig. Of is het dan toch gewoon stomme pech, ziek zijn? En kun je iemand er niet om veroordelen?

‘Niemand zegt tegen die hond, dat hij niet kwaad moet zijn, omdat dat slecht is voor zijn hart. Of dat hij die kwaal gekregen heeft door onverwerkte trauma’s. Of dat hij bewegingsangst heeft, nu hij zo weinig energie heeft…… Of dat hij niet beter wil worden……’ verzucht ik een dag later tegen mijn fysiotherapeut. Dingen waar Heks bij voortduring mee om de oren wordt geslagen.

I

 

 

 

 

 

Lac Caninum gooit roet in mijn pikorde-soep. Die soep wordt zeer heet gegeten, hoewel nooit opgediend. Chagrijnig Heksje wil het niet weten. Ik kan beter weer eens daten. En de rest gewoon vergeten!

‘Lac Caninum, dat ga ik je geven,’ mijn homeopate heeft weer een goed idee. Hondenmoedermelk. Toe maar. Het is eind september en Heks heeft al zoveel griep voor haar kiezen gehad dit najaar: Genoeg voor een lange koude winter.

Het heeft het slijmerige vernislaagje weerstand van mijn immuunsysteem geveegd. Uitgeteld begin ik met opkrabbelen. Geen mens, die het in de gaten heeft. Ik sla het koor een paar keer over, ga helemaal niet meer naar meditatie of kerk. Geen beginnen aan met dit lijf.

Ik voel me alleen. Op mezelf terug geworpen. Ik zie geen hond. Wekenlang niet. Ik ben een vergeten groente. Niemand weet, niemand weet, dat ik raapsteeltjes eet. Dat ik een eenzame bezemsteel ben. Nee, niemand weet hoe weinig dit bezemsteeltje nog eet. En hoe slecht ze slaapt. En hoeveel tijd ze in haar eentje stuk slaat. In een uitermate pijnlijk lam lijf..

‘Hondenmoedermelk is een middel voor mensen, die zich verschopt en verstoten voelen. Stumpers onder aan de pikorde. Diegenen, waar iedereen vrolijk tegenaan pist. Of overheen kotst. Waar niemand om geeft. De laagst geplaatsten in rang. Waar je geen rekening mee hoeft te houden. Het absolute afvalputje.’

Natuurlijk laat ik me niet kisten. Ik krabbel op. Slik allerlei middelen, laat me prikken en porren. Zonder morren. Laat me beledigen door behandelaars en artsen. Of betuttelen. Geef mezelf een keiharde schop onder mijn kont. Elke dag opnieuw.

Ja, ik voel me verschopt en verstoten. Onbelangrijk. Eenzaam en verlaten.

Laat ik eens een feestje geven.

Mijn verjaardagsfeestje is gezellig, maar het gevoel beklijft niet. Een grote vermoeidheid trekt me vervolgens naar beneden. En ik blijf me maar ellendig voelen en alleen. Ik heb ook gewoon veel te weinig mensen om me heen. Mijn bovenmatige inspanningen voor het piepkleine feestje hebben de laatste restjes energie in mijn systeem opgesoupeerd.

Ook lukt het me niet meer om om allerlei dingen heen te kijken. Vroeger praatte ik alles goed. Ik had je de klap al vergeven voor je em had uitgedeeld. Bij wijze van spreken. Maar nu gaat dat niet meer. Misschien maak ik ergens nog eventjes een mooi verhaal van, maar een dag later gooi ik genadeloos mijn ware gevoelens op tafel. Weliswaar als ik alleen ben. Op mijn eigen eenzame tafeltje.

Ik zie dingen voor wat ze zijn en dat op zich is natuurlijk goed. Maar verre van leuk. Wat moet je er mee? Mensen, die aan je denken maar er nooit zijn? Mensen, die je na jaren radiostilte een felicitatiebericht sturen met een tekst alsof ze je een draai om je oren proberen te verkopen.

Heks heeft last van allerlei ongewenste gevoelens. Ik word er niet goed van. In plaats van blij met een dooie mus ben ik boos. Op die mus. Die er ook niks aan kan doen, dat iemand me blij met hem wil maken…….

Rondom mijn verjaardag ervaar ik een hoog dooie mussengehalte. Ik kan het niet helpen. Dit jaar is het alsof de duvel ermee speelt. De ene afknapper na de andere.

Normale mensen hebben natuurlijk familieleden, die onvoorwaardelijk van hen houden en een beetje voor hen zorgen indien nodig. Of een partner, kinderen. Heks heeft dat allemaal niet.

Mensen willen overigens wel altijd graag dat ik voor hen zorg en naar hen luister. Maar andersom moet ik die kwaliteiten regelmatig met een kaarsje zoeken. Ook bij mensen, die ze wel degelijk bezitten.

Die denken misschien, dat die Heks geen zorg behoeft. Die toverkol redt zich wel. Kijk maar, daar loopt ze te wandelen met haar hondje. Ze ziet er ongelofelijk leuk uit. Bekroond met een fruitig lippenstiftje.

Ze willen wellicht liever dat ik er voor hen ben.

Of ze hebben niet zo’n boodschap aan mijn ellende. Geen zin in die ziekte. Geen trek in mijn gebrek. Zo’n vage kwaal, die nooit over gaat. Waar je niet dood aan gaat. Een levend lijk! Niet bepaald aantrekkelijk.

Heks moet vooral positief zijn en ravissante feestjes geven. De kwast er over. Eruit zien als een filmster. Leuke persoonlijke cadeautjes geven. Aandacht geven. Liefde geven. Niets vragen. Hooguit een broodje met tevredenheid. Dan en slechts dan wil men met mij vertoeven…….

Goddank heb ik een paar goeie vrienden, die van me houden zoals ik ben. Lieve schatten, die om me geven. Rekening met me houden. Iets voor me over hebben. Vrienden, die de moeite nemen om bij mijn feestje aanwezig te zijn. Schatten, die een leuk cadeautje voor me meenemen. Om me een plezier te doen.

Ik weet het, dit is een groot goed. Er zijn mensen, die helemaal geen vrienden hebben. Ik ben wel eens met zo’n medemens bevriend geweest. Totdat die persoon me ging uittesten en pesten! Een lot dat al haar potentiële vrienden trof. Ik ben uiteindelijk dan ook afgehaakt……

Ik ben zo moe. Het lukt me niet meer om overal een mooi verhaal van te maken. Ik begrijp heel veel dingen al niet. Laat staan, dat ik er een positieve slinger aan kan geven.

Rond mijn verjaardag worden geven en nemen in mijn leven opeens heel helder belicht. Zoals iedere jaar ontvouwt zich hetzelfde scenario, maar mijn blik is niet meer vertroebeld. Haarscherp zie ik alles voor wat het is. Voel teleurstelling tot op het bot. Over nare felicitaties. Of het helemaal laten afweten. Of …. of……

Dat is het gevoel, dat ik over heb gehouden aan mijn  verjaardag…..Stom genoeg. Ik weet dat het ondankbaar klinkt. Na al die jaren blijdschap met dooie mussen verwacht geen mens dit van mij. Je kunt me gewoonlijk recht in de bek schijten en nog zeg ik dank je wel……

Bovendien vergeet ik zelf werkelijk ieders verjaardag. Als ik niet wordt uitgenodigd voor een feestje of op zijn minst op de aankomende verjaring wordt geattendeerd kun je het bij Heks echt vergeten: Je hoort helemaal niks van me. Al ben je mijn zuster,  lievelingstante of beste vriendin……

Er is een hele grote omwenteling gaande diep in mij. Alle interne actie- en reactiecircuits staan onder druk. Er is geen pijl op te trekken hoe ik nu weer ga reageren. Maar: Nooit zal het meer hetzelfde zijn. Vanaf nu.

Gisteren zit ik bij mijn homeopate. Ik vertel haar over de diverse afschuwelijke sociale interacties waar ik aan ben blootgesteld de afgelopen tijd. Ik lees haar rare appjes voor en een enkele vreemde mail. ‘Ben ik nu gek, dit is toch een klap in je gezicht, zo’n felicitatie?’ ‘Wat staat hier nu eigenlijk? Niets toch?’

Ik vertel haar over mijn onvermogen om te reageren als mensen me teleurstellen…… Over mijn schaamte. De ‘Ik ben gewoon geen knip voor de neus waard’gevoelens. Overgehouden aan de tijd, dat ik de persoonlijke boksbal alsmede pispaal was van een enorm agressieve narcist. Overgehouden aan een hopeloze positie binnen een zeer disfunctioneel gezin. Het laagste van het laagste. De laaggeplaatste helhond.

Volgens mijn behandelaar ben ik op de goede weg. Het is gewoon heel ellendig als je in zo’n periode van verandering zit. Het oude valt weg en er is nog niets nieuws voor in de plaats gekomen. Als er al ooit iets nieuws komt natuurlijk. Dat valt nog maar te bezien.

‘Het feit, dat je je bewust wordt van al die gevoelens is een enorme stap vooruit. Ik vind het zo erg voor je Heks, dat je je zo moet voelen nu. Het gaat voorbij, maar leuk is anders….’

img_0248

Ysbrandt, ik mis je nog steeds………

Heks tureluurs van uren koken, feestje geven, struikelen over overtollig meubilair in overvol huisje. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Of een muisje in het voorhuis.

 

Vandaag ben ik zo chagrijnig ls de pest. Niet zo verwonderlijk na mijn bovenmenselijke inspanningen om een klein feestje van de grond te krijgen. Bovenmenselijk voor een ME patiënt. Een normaal mens draait zijn hand niet om voor die paar gasten.

Een aantal weken terug begint Heks al te denken aan niet onopgemerkt verjaren dit jaar.  Ik doe bijna alles in mijn leven al onopgemerkt. Deze vergeten groente vegeteert nu eenmaal al dertig jaar in de onderste schappen van onze maatschappij.

Uitgerangeerd en achter de geraniums weggeborgen.

Maar zo af en toe kruip ik onder mijn steen vandaan om een feestje te geven. Dan nodig ik mijn dierbaren uit. Ik kook een berg geweldig lekker eten en haal royaal verrukkelijke wijn in huis.

Dit jaar nodig ik maar een klein clubje uit. De helft van de genodigden kan al niet bij voorbaat en de helft van de resterende helft is ziek, zwak of misselijk. Uiteindelijk blijft een kleine kerngroep over. Maar die laat zich weer uitstekend gelden.

 

Een paar dagen voor de festiviteiten komt de Don logeren. Heel gezellig natuurlijk. Heks moet wel uitkijken niet al haar kruit te  verschieten. Mijn beperkte energie kan ik maar 1 keertje uitgeven. Als het op is val ik om. En ik word strontchagrijnig. Zoals vandaag.

Op mijn feestje wil ik in elk geval vrolijk zijn. Ik vraag niet veel voor mijn verjaardag, maar wel een goed humeur.

Elfje en haar man komen extra vroeg. Ze nemen mijn nieuwe bank mee in hun gigantische bolide. Gezamenlijk sjouwen mijn gasten het gevaarte naar de eerste  verdieping. De hele woonkamer staat nu vol meubilair. De oude stoelen en bank staan er ook nog: Ik heb meer dan genoeg zitplaatsen vandaag!

Dan gaan er opeens alweer allemaal mensen naar huis. Het feestje is nog maar net begonnen!

‘Ik ben niet lekker, Heks,’ kreunt Steenvrouw bijvoorbeeld belabberd. Ze heeft hetzelfde griepje onder de leden als ik de afgelopen week. Bij mij is het gelukkig zo goed als over!

Andere genodigden laten eindeloos op zich wachten. Ik begin me zorgen te maken. Ik heb best veel eten gekookt de afgelopen dagen. Hele lekkere hapjes. Het ziet er naar uit, dat ik er mee blijf zitten…….

Maar nee. Uiteindelijk komt alles goed. Mijn resterende gasten storten zich op de maaltijd. Een paar hele hongerige vrienden komen op de valreep binnenvallen. Ze eten de laatste gemarineerde kippenpoten op…….

De dag na mijn feestje kan ik niet bewegen. Zo stijf als een plank fiets ik naar de fysio. Die prikt links en rechts naalden in mijn spieren om de boel weer los te maken. Een akelige doch doeltreffende methode.

En vandaag ben ik dus chagrijnig. Te moe voor woorden. De troep in mijn huis vliegt me aan. Overal stoelen en banken. Gek word je ervan.

Ik zet de overtollige meubeltjes op Marktplaats. Misschien wil iemand ze nog wel hebben. Mijn hulp poetst mijn hele huis. Heks probeert ook wat te doen, maar het schiet allemaal niet op vandaag. Laat ik maar in bed gaan liggen.

Straks nog even met het hondje op stap. Vanavond naar het koor. Of zal ik een keertje spijbelen………

 

 

Drie oktober 2018. Heks viert het alsof haar leven ervan af hangt. En misschien is dat ook wel zo. Wellicht werkt al die hutspot louterend. Worden met de darmgassen kwade geesten uitgedreven….. Ik heb in ieder geval een topavond. In goed gezelschap. Op een oude vertrouwde plek.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dwrwie oktobew komt er weer aan. Voorafgaand lig ik wekenlang gestrekt. Dan is het opeens bijna drie oktober. Leids Ontzet. Vorig jaar heb ik het niet verder gebracht dan over de feestelijke warenmarkt lopen op de dag zelf. In mijn eentje. Niks aan. De speciale avond vooraf aan drie oktober zat ik uitgeput in mijn huis te luisteren naar het kabaal van een feestende stad.

Dus dit jaar kan ik het natuurlijk helemaal vergeten. Met al die virussen in mijn lijf. En de algehele malaise van een goeie dip in mijn ‘genezingsproces’ van alweer dertig jaar. Een proces, dat nooit heeft uitgeblonken in effectiviteit. Laat staan duurzaamheid. Een tijdelijke opleving op zijn hoogst. Niets bestendigs. Niets maakbaar bestaan.

De Don meldt zich een week van tevoren. ‘Ik kom naar Leiden.’ Oeps. Dan moet ik snel uit de kreukels komen, anders wordt dat niks. Ik zet alles in op ontkreukelen. Ik houd mijn gemak. Ik probeer positieve gedachtes te produceren tegen de snotklippen op.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik heb het leven lief,’ bijvoorbeeld. Dat resoneert goed met mijn binnenkant. En het klinkt gezelliger dan ‘Ik haat mijn leven, ik haat die ziekte, ik heb de pest aan alles en iedereen, die me altijd laten stikken….. Bladiebla….’

‘De kunst is om overal ja tegen te zeggen,’ aldus een heksenvriendinnetje van Heks. Ze zegt het op een moment, dat ik werkelijk niet zit te wachten op dit soort wijsheden, maar evenzogoed heeft ze wel een punt. De kracht van JA. Ik heb er zelfs een boek over staan. Geen doorkomen aan…..

De Don zegt af. Het gaat niet lukken door externe omstandigheden. Heks spreekt af met Trui. ‘Laten we saampjes de stad in gaan.’ Ik ga een poging doen om de dag tevoren hutspot te koken. Met mijn fenomenale klapstuk. ‘Als het lukt, kom dan eten….’

De Don meldt zich weer. Hij komt toch. De externe omstandigheden zijn veranderd. Steenvrouw heb ik intussen ook uitgenodigd. Dat wordt een gezellige boel.

Op maandag kook ik inderdaad ons lokale bevrijdingsgerecht. Er staat voor een weeshuis klapstuk in de oven. Een gigantische pan hutspot maakt het compleet. De Don belt. Hij gaat toch niet komen. Als hij echter hoort over de hutspot met klapstuk besluit hij toch te komen.

Dinsdag 2 oktober ben ik nog steeds op de been. De Don belt af. Het gaat toch niet lukken om die hele reis om de wereld van Groningen naar Leiden voor elkaar te boksen. Jammer! Nu blijven alleen de meisjes over.

Om 6 uur komen mijn vriendinnen. We gaan aan de wijn. Heks ook. Ik heb mijn blauwe knoop in de wilgen gehangen voor dit evenement. Hips dus.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Tegen achten staan we te schreeuwen bij de Taptoe. De zoon van Steenvrouw loopt mee. Zijn marching band staat tien minuten voor onze neus te toeteren en nog hebben we hem niet ontdekt. ‘Misschien ligt hij wel dronken in bed,’ grapt zijn moeder. Sinds kort is zoonlief het huis uit. Ze heeft geen idee meer wat hij allemaal uitspookt……

Dan gaan we naar de WW. Hier gaat de zoon van Ernst spelen met zijn band. Net als zijn vader vroeger. ‘Het begint om 9 uur,’ aldus de Don. Hij heeft het weer van iemand anders gehoord. Steenvrouw is intussen naar huis. Zij zit alweer aan haar tax qua festiviteiten.

In de WW is het uitermate rustig. De band is nog onderweg en gaat niet eerder spelen dan half 11. Meuh. Het is maar de vraag of ik dat ga halen.

Trui en Heks lopen een rondje door de stad. We drinken nog wat. Dat helpt altijd enorm om het iets langer vol te houden in mijn geval. Deze ongezonde vorm van zelfmedicatie. De volgende dag zal blijken dat het toch niet zo’n goed idee is.

Pas tegen middernacht is het bandje volop aan het spelen. Te laat, doordat ze de stad niet door konden komen. Heks heeft een plaatstje helemaal vooraan. Ik heb zelfs een kruk weten te annexeren, dus ik hoef niet de hele tijd te staan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op het hoogtepunt dans ik salsa met een oude vriend. Hij smijt me vanouds de tent door. Ik heb genoeg gedronken om geen last te hebben van pijntjes en krampen. Ook merk ik niks van uit de kom ploppende gewrichten. Ontspannen zwier ik in het rond. Hoera. Ik voel me net een normaal mens.

Daarna zitten we op het terras met de kids van Trui en hun vrienden te klessebessen. Ik krijg het ene na het andere verhaal naar mijn kop. Eigenlijk hoor ik nu in bed te liggen. Ik vraag me af hoe ik in godsnaam naar huis moet komen. Ik ben zo moe als een hond. Dan gaat lopen normaal gesproken al moeilijk. De boel blokkeert. Mijn lijf gaat op slot. Mijn onderdanen veranderen in stokjes…..

Gelukkig heb ik Trui bij me. Er gaat nog een oude vriend van haar mee. Gedrieën zwabberdezwieren we naar Huize Heks. Daar warmen we nog een lekkere pan hutspot op. De vriend laat mijn hondje uit. Wij zijgen neer in de keuken.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De volgende dag heb ik een vreselijke kater. Zoals ongeveer elke ochtend, alleen deze keer is het mede van de drank. Ik heb er dan ook vrede mee. Er staat een geweldige avond tegenover.

Drie oktober blijft Heks in haar holletje. Op wat grote uitlaatrondes met VikThor na. Zo zie ik onderweg nog de wagens van de optocht klaarstaan. Een marching band speelt me van de sokken op de Singel. Overal zitten clubjes bejaarden klaar op hun tuinstoelen……

s ‘Avonds wordt de sfeer in de stad grimmiger. Kroegen braken stomdronken mensen uit. Regelrecht Heks’ steeg in…… Ik steek mijn hoofd uit het raam om te zien of de kust veilig is voor een hondenronde. Een groezelige jongeman houdt verwoed zijn bescheiden penis vast, terwijl hij leunend tegen de deurpost net naast de brievenbus van de buren pist.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik ga gewoon wrijden hoowr!’ lalt verderop een zwaar bezopen gast tegen zijn vrienden. Hij valt steeds om. Ze sjorren hem weer overeind. ‘Maarwrwrw ik ken nog best zelf rwijden hoow! Geef godvewdomme mij autosleutels trwug!’ klauwt hij woedend om zich heen.

Zijn vrienden zijn gelukkig verstandig. Ze geven hem een flinke klap voor zijn kanis. Daarna heeft hij niet meer zoveel praatjes……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ziek, zwak en misselijk gaat ook vervelen. Ben je er zelf al flauw van: Anderen raken hun aandacht echt in no time kwijt. Tenzij ze zelf iets mankeren. Dan is het andere koek. Helaas is er over ME weinig te melden. Je gaat er niet dood aan en het is onzichtbaar. Zelfs als je als een levend lijk tegen een dijk geplakt in het zonnetje zit te vegeteren, net onder je steen vandaan, is de aandoening niet te traceren. Wel zet mijn kwaal de deur open voor het verhaal van de ander. Een wonderbaarlijk bijverschijnsel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Jezelf aan je haren uit je eigen moeras trekken. Dat is de kunst voor deze amoebe. Een flinke schop onder mijn gammele kont. Niet al te hard natuurlijk, anders vliegt alles uit de kom. Eens goed lachen om mezelf zou ook geen kwaad kunnen. Mezelf eens flink op de korrel nemen is misschien wel een idee! Figuurlijk dan. Niet letterlijk.

De laatste paar dagen krabbel ik langzaam op uit mijn griep-snot-rochelwolk. Ik trek extra veel kleren aan en ga maar weer fietsen met VikThor. Zoals elke dag. Ook ten tijde van die verrekte snotwolken. Ik zoek plekjes uit de wind en in de zon om onder het genot van een kopje thee wat tijd stuk te slaan. Als een reptiel drink ik de zonnestralen in.

Onder mijn kille steen vandaan gekropen.

Op weg naar huis koel ik weer af helaas. Weer binnen achter de geraniums moet ik drie uur in bed opwarmen. Ik kan mezelf niet op temperatuur houden momenteel. Handen en voeten hangen als ijspegels aan mijn looie lijf. Pas als de boel weer doorbloed raakt ga ik eten klaarmaken voor de beestjes.

En voor mezelf. Eenmaal weer warm krijg ik trek. Uitrusten om te kunnen eten. Apart ook. De meeste mensen rusten na het eten uit.

Als ik nog wat puf heb bij thuiskomst neem ik een gloeiend hete douche. Dan warm ik veel sneller op. Maar soms hou ik dan weer geen energie over om de beestjes eten te geven. Krijgen ze pas om middernacht wat te bikken. Schiet ik er zelf helemaal bij in. Keuzes, keuzes……

Dus.

IMG_0294 2

Heks zit in het zonnetje op het dijkje bij het Joppe. VikThor springt sloot in, sloot uit. Hij speelt met alle hondjes, die voorbijkomen. Heks gooit ook af en toe een balletje of een dummy. Maar ik maak ook tekeningetjes op mijn tablet. Heerlijk is het hier. Indian Summer, my favorite!

De opmerking van een vriendin ‘Als je niet ziek was geworden, zou je misschien ook een heel ongelukkig leven hebben….’ spookt weer door mijn hoofd. Alles aan die zin klopt niet. Het is onzin. Ik heb helemaal geen ongelukkig leven. Het is misschien niet het gemakkelijkste en meest glorieuze bestaan, maar ik ken elke dag momenten van puur geluk. En dat heb ik altijd gehad.

Ook als kind was ik kampioen pareltjes waarnemen. De diamantjes zien glinsteren in de shit. Of wat ik aanzag voor diamantjes……

Toegegeven, ik maakte overal een mooi verhaal van, ik zag de shit voor het gemak over het hoofd, maar dat vermogen geluk aan te raken heeft me altijd gered. Mijn grote hart heeft ook mezelf verwarmd.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Maar om mijn leven nu weg te zetten als een volstrekt ongelukkige aangelegenheid, dat gaat me te ver! Alsof geluk een kwestie is van wat je allemaal in de schoot geworpen krijgt! Gelukkig is dat niet zo. Anders kon ik echt wel inpakken met mijn handeltje.

Ik ken mensen, die alles bezitten: Een goede gezondheid, een mooie villa of boerderette, een lieve partner, schatten van kinderen, een geweldige carrière, fantastische ouders, toegewijde familieleden……

En nog is het niet goed! Altijd klagen. Jaloerse opmerkingen richting Heks. Schiet mij maar lek waarom. Oh wacht, iemand zegt het zelfs recht in mijn gezicht. ‘Jij had vroeger al zo’n prachtig figuurtje, daar ben ik altijd jaloers op geweest. Nee, niet jaloers. Nee, nee, uhuhuhhuh…’

En ook: ‘Vrouwen, die hun meisjesfiguur hebben gehouden zijn nooit echt vrouw geworden!’ uit dezelfde mond. Bij wijze van diepe spirituele wijsheid. Ja, echt waar! Zo werd het gebracht.

Leuk om te horen als je kinderwens door allerlei medische ellende net is getorpedeerd. Daar zit je dan echt op te wachten uit de mond van een zelfbenoemde vriendin. Die alles heeft. En altijd zeurt.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een ongelukkig leven heeft dus niks te maken met je zegeningen. Want de meest gezegende mensen gunnen een ander het licht in de ogen niet en je kunt me niet wijsmaken dat een gelukkig mens een ander niks gunt.

Een ander alles gunnen. Dat is rijkom. En dat lukt me nog steeds aardig. Op een enkele uitzondering na dan. Heks is niet heilig. Er zijn een paar zielen, die wat mij betreft de Rambam kunnen krijgen. Dat zou eens goed voor hen zijn, een paar maanden de volstrekte vliegende Rambam. Krijgen ze misschien een beetje begrip voor mijn lullige lot.

Ik zit aan een dijkje op een bankje in de namiddagzon. Langzaam warm ik weer een beetje op. ‘Ben jij dat, Heks?’ vraagt een voorbijgangster. Ik kan niet zien wie het is door dat laagstaande zonnetje. ‘Ik herken je niet direct met die zonnebril. Kletsklets, bladiebla,,,’

Het is een lid van mijn koor. Ze zit aan de overkant tussen de sopranen. We kijken altijd recht in elkaars gezicht. ‘Ik ben al een paar weken ziek,’ rasp ik vriendelijk terug, ‘Ik heb ME, dus ik val wel eens een paar maanden weg.’ Ik ben al weken niet op het koor geweest……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het blijkt dat de dame tegenover me in gekregen tijd leeft. Jeetje! Dat wist ik helemaal niet! Ze heeft net een fatale ziekte overleefd. Volledig hersteld. Opnieuw gekregen en weer overleeft. Heks krijgt het hele verhaal te horen. Hoe een Chinese kruidenarts haar er steeds weer bovenop hielp!

‘Wat zit ik dan te zeuren,’ schiet het door me heen. Ik ga tenslotte niet direct dood aan mijn kwaal. Ik word dan wel regulier totaal niet behandeld en ook allerlei alternatieve behandelingen helpen me er volstrekt niet bovenop, maar ik blijf wel min of meer vanzelf zo’n beetje in leven. Vegeteren vaak…..

‘Gek toch, gaat het toch direct weer over die ander,’ realiseer ik me ook opeens, ‘Ik heb vertelt dat ik ME heb en hop: De ander doet haar verhaal. Zo gaat het eigenlijk altijd.’ Mijn lijden aan die vage kwaal geeft blijkbaar eenieder het recht zijn eigen medische doopceel te lichten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Hoe kwamen we nu op mijn ziekte en gang door de medische molen?’ vraagt mijn gesprekspartner zich ook verbaasd af. Ze is die ME alweer vergeten.

‘Ik moet gaan, mijn man heeft het eten klaar. Ik zing nog in een ander koor. Daar ga ik straks heen. En ik tennis. En ik wandel veel……’ straalt mijn koorgenoot,  ‘ja, in mijn medisch dossier staat bovenaan: Medisch wondertje!’

Geweldig natuurlijk. Genezen is een wonder. Geen kwestie van je best doen of willen. Zoals hordes gezonde mensen oordelen. Genade is het. Een godsgeschenk!

Heks wil ook een wondertje. Medisch wil maar niet lukken, dan maar iets anders.

Ik koop een staatslot. ‘Laat ik die prijs winnen van 10.000 euro per maand, Godin. Dat zou enorm schelen. Ben ik van allerlei hopeloos gedoe af. Eindelijk verlost van een zekere narcist. Kan ik mezelf ergens grondig laten behandelen. Huur ik iemand in m mijn huis op te ruimen. Koop ik een nieuwe bank. Een chaise longue. Ga ik een maandje naar Plum, om nieuwe energie op te doen….’

Vrijdagavond bel ik in een opwelling een Plumfamilielid in Frankrijk. Ze woont in de Pyreneeën. We kletsen bijna een uur. Het is zo heerlijk om elkaar te horen. Ik ben echt teveel alleen.

IMG_0293 3

 

 

 

 

 

Eenzaamheid grijpt me bij de kladden. Vouwt zich in een wurggreep om mijn kwetsbare keel. Opent visioenen van vallen en onderkoelen. Ten onder gaan zonder vangnet. Een cel buiten een lichaam kan niet overleven. Een outcast. Een verstotene.

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

Heks is eenzaam. Hele dagen en vooral nachten sla ik in mijn uppie stuk. Met een lam pijnlijk lijf. Na de euforie van een kleine maand in Plumvillage ben ik weer helemaal terug bij af. Helemaal?

Het lijkt er op. Maar het is niet zo. Ik ben intussen lid van de Blauwe Knoop en ik ben opnieuw toegetreden tot de Leidse Sangha. Helaas merk ik totaal geen verschil met mijn leventje voor deze heugelijke feiten.

Nog steeds sta ik ’s morgens op met een zware kater. En de Sangha is met enige regelmaat geen haalbare kaart. Ben ik de hele dag bezig om genoeg energie over te houden om er heen te gaan en lig ik evenzogoed helemaal om voordat ik de deur uit ben.

Of ik ga wel, maar kan het nauwelijks volhouden om op de grond te zitten. Of op een stoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het koor is ook weer begonnen. Die avonden bijwonen lukt me iets beter, omdat we halverwege een pauze hebben. Tevens leidt het samen zingen enorm af van mijn pijnlichaam. Door het zingen gaat mijn cortisolniveau omhoog, waardoor ik me veel beter ga voelen. Ik ga er doorgaans vloekend naar toe, maar op de terugweg zit ik altijd luidkeels te zingen!

Zing een lied
Laat de buren maar lullen, jouw opera in de douche is absoluut de moeite waard. Een studie, gepubliceerd in het Journal of Behavioral Medicine laat zien dat door hardop zingen je cortisolniveau (cortisol is een hormoon dat stress veroorzaakt) daalt en dat de productie van oxytocin omhoog gaat, dat er voor zorgt dat je relaxt.

Op het koor ben ik eventjes niet ziek. Althans, ik ben er niet mee bezig. Ik vermijd dan wel het inzingen met alle gymnastiekoefeningen. Tevens zit ik de gehele avond op mijn stoel vastgeplakt, waar anderen zich uitputten in opstaan en weer gaan zitten……

Donderdagavond wil ik naar de Sangha. Ik red het maar net om ook daadwerkelijk te gaan. VikThor krijgt een miezerige uitlaatronde. De arme schat. Even voor achten schuif ik het kapelletje van Verbum Dei binnen. Ik giet een kop thee naar binnen, wissel drie woorden met de anderen. Dan klinkt de bel. We gaan beginnen.

Tijdens het mediteren zwabberen mijn gedachten alle kanten op. Sombere zware gedachten. Over hoe alleen ik me voel. Hoe ik de pest heb gekregen aan bepaalde dierbaren. Ja, ik weet het: Het klinkt tegenstrijdig.

En dat is het ook. Het lukt me niet meer om liefde te genereren tot in het oneindige, terwijl ik tegelijkertijd in de bek gescheten word door dezelfde mensen, die ik tracht lief te hebben. Waarom doe ik zoveel moeite? En slaat het ergens op? Denken aan degenen die me kwellen genereert op dit moment alleen maar woede.

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

En wanhoop.

Ik zie mezelf van een flat springen met mijn hoofd naar beneden. Of voor een trein. Dingen, die ik nooit ga doen. Maar mijn voorstellingsvermogen trekt zich daar niets van aan.  ‘In de sneeuw zitten en langzaam onderkoeld raken,’ tipt mijn kikkergeest me opeens. Dat klinkt best aantrekkelijk voor dit Elfstedenlid. Beter nog dan naar Engeland zwemmen.

Het zorgt voor een zachte dood. Je dooft als het ware uit. En je schijnt prachtige visioenen te krijgen op de valreep.

Ons klimaat is daar echter niet naar. Dus ik zal het moeten volhouden. Ook al zit ik veel te veel alleen. Voel ik me ontzettend eenzaam. Heeft bijna geen hond in de gaten hoe de zaken er voor staan in mijn lullige leventje.

Na het mediteren bekijken we een video. Sister Gina houdt een heel verhaal over ‘right livelihood’, maar ik kan me er niet op concentreren. Ze tekent schema’s op een bord. Verbind het ene begrip met het andere. Right thinking, right action, right dit, right dat…….

Heks voelt zich hondsberoerd. Haar schouders hangen uit de kom, dus zitten is een crime. Tijdens de loopmeditatie ben ik niet vooruit te branden en ook de video pakt me niet. Dikke machteloze tranen prikken achter mijn ogen.

Tijdens het dharma-delen over de video neem ik uiteindelijk het woord. Ik vertel over mijn ziekte. Over de eenzaamheid. Hoe ik op zie tegen de winter. Met de korte dagen, de rondwarende virussen, het opgesloten zijn in mijn huis. In mijn lijf.

Over mijn disfunctionele familie. Over hoe mijn demente moeder me niet meer wil zien. Alsof ik iets verkeerd heb gedaan! De omgekeerde wereld! Het intense verdriet hierover…..

Ik weet ook niet waarom ik erover praat. Het lost niks op. ‘Ik ben een paar keer niet geweest en dat heeft een reden….’ begin ik haspelend.

Bij het afscheid pakt iemand me even beet. Een ander maakt een praatje. Een derde zegt iets liefs. Ik krijg een fijne mail van weer iemand anders. Mijn delen lost misschien niks op, maar ik word wel gezien. En dat is al heel wat.

Op weg naar huis druppen tranen langs mijn wangen. Ik huil en huil. De bevroren vijver in mijn borstkas ontdooit.  De sluizen gaan helemaal open. En ook de dagen erna blijf ik maar janken. Wat een verdriet.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verdriet over een verloren leven. Een leven, dat spaak is gelopen. Zonder dat iemand het in de gaten heeft.

‘Jij bent mijn meest getalenteerde kind, maar je doet er helemaal niets mee,’ zei mijn moeder altijd, toen ze nog goed bij de pinken was. Ik had toen al jaren ME. Om me op bizarre wijze een hart onder de riem te steken? Om me nog eens extra onderuit te halen? Wat ze er ook mee voor ogen had, het getuigt niet bepaald van begrip voor mijn conditie..

‘We hebben allemaal wel eens wat,’ roept een zus van me altijd, zodra dit onderwerp ter sprake komt. Ik vermijd dit gespreksonderwerp dus maar met haar. Een andere zus zong me een paar jaar geleden vrolijk toe samen met haar dochter, tijdens een weekend uit met de familie.

Heks moest alle zeilen bijzetten om überhaupt acte de présence te geven tijdens dat uitje. Maanden erna was ik nog totaal van slag door de enorme inspanning. Maar wat zongen zij voor mij? Een liedje van Brigitte Kaandorp! ‘Ik heb een heel zwaar leven, heel zwaar. Ik heb een heel zwaar leven, echt waar. Moeilijk, moeilijk, moeilijk…..’

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

Ik haat dat lied natuurlijk. En die Kaandorp vind ik ook helemaal niks. Dat begrijp je ook wel.

Moeder en dochter zongen samen het hele lied uit. En nog eens. Bij wijze van toegift. Gierend van de lach. Deze twee gelovige christenvrouwen. Is uitlachen soms een vorm van empathie? Hoe moet ik dit interpreteren?

Ik krijg dus al jaren de raarste dingen naar mijn kop, zodra het over mijn ziek zijn gaat. ‘Je wilt gewoonweg niet beter worden,’ bijvoorbeeld. Huh? Ja echt.

Ook zijn er mensen, die van geen geklaag willen horen. Zo lang Heks positieve praatjes produceert is het goed. Maar als ik probeer te delen, wat er echt in me leeft zijn de rapen gaar. Dat mag ik niet voelen. Ik moet sterk zijn. En blij met een dooie mus.

En als ik dat niet voor elkaar krijg lig ik er uit. Zie ik iemand een hele tijd niet. Tot het me weer lukt om lekker positief te doen. Of tot zo iemand me ergens voor nodig heeft. Om lekker positief te doen bijvoorbeeld………

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

Het komt ook voor, dat zo’n persoon tegen mij aan gaat klagen. Zijn ze opeens zelf ziek, zwak of misselijk. Zitten ze opeens zelf thuis achter de geraniums te koekeloeren. Rekenen ze op mijn begrip. For the time being, want zodra ze zijn herstelt is het weer uit met de pret.

Het is dan ook een verademing om vanavond op de Sangha mijn hortende verhaal te doen. Hierna kan ik niets meer zeggen. Laat staan iemand aankijken. Gek genoeg schaam ik me ook een beetje. En ik ben bang, dat mensen me allemaal tips gaan geven. Of met oplossingen aan zullen komen. Of de boel gaan relativeren…….

Niets van dit al. Er wordt gewoon geluisterd.

Het effect is dramatisch. Al op weg naar huis voel ik hoe ik weer zacht word vanbinnen. Hoe de verbinding met de Sangha me ontdooit. Je kunt niet zonder anderen……

En ook al huil ik de dagen erna de ogen uit mijn hoofd, toch heb ik het gevoel op de goede weg te zitten. Ik wil ergens bijhoren. Ik wil niet altijd alleen zijn. Heks heeft mensen nodig, die echt van haar houden. Niet alleen als het hen uitkomt. En ook niet alleen als Heks positieve praat uitslaat…..

Want ik heb een heel zwaar leven. En het is moeilijk. Veel moeilijker dan de gemiddelde mens zich kan voorstellen.

Kun jij je voorstellen, dat je ELKE dag doodziek opstaat? En dat al dertig jaar lang? En dat je maar een fractie van de energie te besteden hebt van wat je nu te besteden hebt? Maar dat je wel ALLES met die energie moet doen?

Altijd pijn. Altijd van slag. Altijd griep. Altijd je lijf op tilt. Altijd doodmoe……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

ME is een ernstige multi systeem ziekte, waarvan niemand nog weet hoe het ontstaat. Laat staan dat er een geneesmiddel is. Omdat de patiënten louter overlijden door zelfdoding word er weinig onderzoek naar gedaan. Kortom: Je gaat er niet dood aan. Je verandert in een levend lijk!

Het is een godswonder, dat ik nog altijd een hart vol liefde heb. Dat er zo weinig voor nodig is om weer liefde te voelen voor mijn medemensen. Zelfs als ze me pijn doen.

Want houden van heeft niks te maken met hoe mensen zich naar jou toe gedragen.

Houden van is een vermogen van het hart. En als je hart liefheeft, maakt het object van die liefde niet meer uit. Zelfs al zingen ze nare liedjes voor je. Of geven ze je louter dooddoeners cadeau…… Een functionerend hart weet er wel raad mee.

‘Om te functioneren heeft mijn hart jullie nodig. Draag me in jullie hart, asjeblieft..’ stamel ik tegen de Sangha. Ik kan het niet alleen. In mijn eentje verander ik in een bitter boos wijf, die van flats wil springen. En daar wordt niemand beter van.

©Toverheks.com

©Toverheks.com