Driemaal is scheepsrecht en voor niets gaat de zon op. Heks gaat een hele dag naar de dierenarts op en neer. Met steeds een ander dier. Het eind is nog niet in zicht. Het is mijn plicht als baasje. Heks is vandaag het haasje…..

Dinsdagavond doet de panter weer vreemd. Hij wil niet eten, maar gelijk na binnenkomst weer naar buiten. Onrustig tijgert hij door het huis. Eet dan toch zijn bak leeg. Er is iets met mijn schat. In een opwelling kijk ik in zijn bek. En ja hoor, er is weer een tand uitgeslagen door die kloterige Bengaalse wilde kat van mijn hopeloze asociale buren.

Mijn grote zwarte kater mist nu zijn rechterhoektand boven en zijn linkerhoektand onder. Hij crepeert van de pijn. Ik geef hem een pijnstiller. Morgen maar eens de dierenarts bellen. Ik neem hem bij me in bed en streel zijn gekwelde koppie.

Pas vrijdagmorgen kan ik terecht. Het is dan ook geen echt spoedgeval. Die tand is er vrijdag ook nog wel uit. Ze hebben nog wel een plekje op donderdagmorgen, maar Heks heeft dan geen auto. Die staat bij de garage voor de jaarlijkse keuring.

Vrijdagmorgen ben ik al vroeg bij de dierendokter. Een piepjonge arts staat me te woord. ‘Dat restant tand en bot moet er waarschijnlijk wel uit worden gehaald,’ ze kijkt me verontschuldigend aan, ‘Anders kan het wel eens flink gaan ontsteken. Ik overleg het nog eventjes met een collega, die iets meer thuis is in gebitten….’

Op weg naar huis valt het me op dat VikThor zo raar doet. Hij doet de hele ochtend al vreemd. Schrikt zich een ongeluk van niks. Stopt zijn staart helemaal tussen zijn poten door tegen zijn buik. Wil niet in de auto springen, zodat ik hem er in moet tillen. Wat heeft hij nu weer?

Samen met mijn  hulp inspecteren we zijn staart. We zien dat zijn anaalklieren nogal vol zitten, zou hij daar zo’n last van hebben? Ook heeft hij zich afgelopen week meermalen versprongen. Is er iets mis in zijn bewegingsapparaat en krijgt hij steeds na inspanning last?

Mijn hondje gaat zo snel achteruit, dat ik rond het middaguur alweer bij de dierenarts zit. Een mij bekende jongeman. Die knijpt de anaalklieren leeg. Een smerige putlucht trekt door zijn spreekkamer.

Vervolgens onderzoekt hij zijn pootjes en heupjes. Strekt en rekt mijn ventje alle kanten op. Niets bijzonders te vinden. Ik krijg een stapel pijnstillers mee. ‘Hou hem maar een paar dagen rustig. Wat het ook is, rust doet altijd goed.’

Intussen heb ik hem ook over Snuitje gesproken. Ik heb volgende week een afspraak voor haar gemaakt, want ik vertrouw het functioneren van haar niertjes voor geen cent. En of de duvel ermee speelt lijkt Snuitje ook precies op vrijdag flink achteruit te gaan. Ze staat alsmaar te drinken uit de waterbak van VikThor.

Ook loopt ze ongelofelijk slecht opeens. En ze lijkt zo slapjes…..

Zo zit ik dan vrijdagavond alweer bij de dierenarts. Een grote naald verdwijnt eerst in Snuitjes nekje en daarna in een pootje. Ze weet nog maar 2.3 kilo. In januari was ze nog 2.6!

Ook heb ik thuis een plasje opgevangen. Alles wordt grondig onderzocht. En ja hoor, het zijn haar niertjes. ‘Geen suiker, schildklier is ook goed, maar haar nierfunctie is ernstig beperkt. Het is nog niet in de acute fase, maar ze moet wel per direct op dieet…..’

Zaterdag slapen we allemaal de hele dag. Tussendoor kijk ik naar een travestieten-talentenjacht. Geweldig programma. Heks heeft er als vrouwelijke travestiet erg van genoten.

Vandaag ontdek ik dat ik mijn prachtige elektrische vouwfiets kwijt ben. Geen idee wat ik ermee gedaan heb, maar hij staat niet meer in de berging. Paniekerig begin ik door de buurt te rennen. Vind em terug bij de slager voor de deur.

Als ik zo moe ben als ik nu ben doe ik dit soort stomme dingen. Hoewel niet met een ketting ergens aan vast heb ik de fiets gelukkig wel op slot gezet. Dat vergeet ik ook nogal eens onder zulke omstandigheden.

En goddank staat mijn peperdure fietsje er nog na een woeste uitgaansnacht in de drukke Haarlemmerstraat.

Dinsdag gaat de panter onder het mes. Dan worden de restanten tand en bot verwijderd, zodat de boel mooi geneest. Altijd spannend. Narcose is geen kattenpis.

Volgend weekend ga ik op koorreis. De helft van mijn beesten zitten in de lappenmand.  Pleegzuster Bloedwijn krijgt last van slijtageverschijnselen. Dat gaat nog wat worden. Op mijn tandvlees op vakantie……

MISSCHIEN EEN KLAPPERTJE VOOR DE PANTER?

 

Het klinkt misschien een beetje leip, Heks in de ban van vogel Grijp. Veel getrommel en gerommel, duimendraaiend magisch gestommel….. Maar dan heb je ook wat: Een heel huis! ‘Piep,’ zei de muis, ‘Hier is het pluis!’

‘Heks, we hebben zo’n leuk huis gezien. Moet je kijken….’ mijn vriendinnetje Joy stuurt me foto’s van een gezellige gezinswoning op steenworp afstand van de snelweg. ‘Er is heel veel belangstelling voor. Het huis van de buren is onlangs verkocht en alle mensen, die daar naast grepen proberen nu dit huis te annexeren!

‘Wil je voor ons duimen? Please?’

Heks gaat flink duimen. Met haar duimen op haar trommel. Zachtjes trommel ik mezelf naar binnen. Zoek naar het huis, fluister het adres. Zing een liedje van verlangen. Een loflied op de aanstaande bewoners: Mijn vrienden….

Dagenlang hoor ik niets. Dan volgt een kleine update. ‘We zijn gaan kijken. Mooi joh! Echt een heel leuk huis.’ Een aantal foto’s verder ben ik het helemaal met haar eens. Ja, het is inderdaad fantastisch. ‘Vanmorgen ben ik zelfs om 6 uur opgestaan en ter plekke gaan luisteren hoeveel geluid die snelweg nu eigenlijk maakt. Dat valt op zich erg mee….’

‘We gaan een bod uitbrengen, maar we weten niet of het genoeg is….’ Mijn vrienden hebben als voordeel, dat ze er binnen een maand in kunnen indien nodig. Of over een half jaar pas, mocht dat beter uit komen.

‘Volgende week horen we of ons bod is geaccepteerd.’

Het blijft weer eventjes stil, maar de dinsdagmiddag er op zie ik opeens een bericht staan op de app. Een ingesproken bericht. Een enorm lang verhaal. Heks luistert een deel af midden in de polder, waar ik met VikThor aan de zwier ben. Hebben ze dat huis nu of niet?

Er komt geen eind aan het verhaal en ik heb voorlopig geen gelegenheid om het af te luisteren, dus stuur ik een app: ‘Hoe loopt het af?’

Maar nee, mijn vriendin verklapt niks. Pas een dag later kom ik toe aan de rest van de boodschap. En wie schets mijn verbazing? Hun bod is geaccepteerd!

Onder voorwaarde dat er geen bouwkundig onderzoek zal komen. ‘De eigenaar heeft dat drie jaar geleden nog laten doen. Zo’n onderzoek is vrij kostbaar en het is voor zijn rekening, dus als we daarvan af zien is het huis voor ons.’

Goh.

‘Maar we doen het niet, Heks. Na lang twijfelen hebben we de knoop doorgehakt. We weten nu in elk geval, dat het binnen ons bereik ligt, maar zo’n bouwkundige inspectie overslaan voelt nogal tricky.’

‘Maar nu heb ik ons vandaag ingeschreven voor een huurwoning in dezelfde wijk, maar niet pal naast de snelweg. Hiervoor zijn ook veel gegadigden. Er worden er drie ingeloot en daaruit wordt dan de nieuwe bewoner geselecteerd. Wil je voor ons duimen?’

Heks pakt haar trommel uit de kast en duimt er lustig op los. Mijn eigen huidige woning heb ik aan een dergelijk proces te danken meer dan dertig jaar geleden. Tegen alle verwachtingen in gekregen. Buiten proportioneel groot en mooi voor een dame alleen. Midden in de binnenstad.

Gisteren komt mijn vriendin langs met haar wolk van een baby. Ze komt me helpen met het uitzoeken van kleding voor tweedehands winkeltjes. En natuurlijk om nog eens in geuren en kleuren te vertellen hoe het is afgelopen met het huis……

‘We hebben het, Heks. Tegen alle verwachtingen in. Het is heel raar gegaan. Helemaal niet volgens de regels. We zijn bijvoorbeeld nooit ingeloot. Eerlijk gezegd hoorden we helemaal niks na onze inschrijving. Dus heb ik nog maar eens een mailtje gestuurd. En heeft mijn man nog maar eens een keertje gebeld…..’

‘Hij kreeg te horen, dat we het huis mochten komen bezichtigen. Samen met een super saai ander stel. Ik heb natuurlijk steeds geroepen hoe perfect de tuin is voor onze kleine en dergelijke…’

‘Maar weet je wat nu het gekke is? De straat heet Fabeldier, jouw achternaam! Vind je dat nu niet bizar? Jij zit te duimen voor ons. Nou ja, te trommelen. Het koophuis, waar we veel minder op konden bieden dan de andere gegadigden, konden we krijgen. En dit huurhuis, een veel betere optie voor ons momenteel, is ook gelukt. Ondanks het feit, dat we helemaal niet volgens protocol zijn ingeloot. In een straat met jouw achternaam…..’

‘Koningsdag 2019? Heks is er net van bijgekomen. De voorbereidingen zijn tien keer leuker dan de dag zelf. Wat een kou. Wat een gesjouw. En: ‘Drie keer niks is toch wel duur, mevrouw.’

‘Zullen we op de koningsdagmarkt gaan staan, Heks?’ Mijn nieuwe heksenvriendinnetje kijkt me verwachtingsvol aan. Ze wil allerlei oude spulletjes gaan verkopen. Heks heeft ook nog wel wat rommel op te ruimen. En een heleboel leuke kettingen en oude kleding…..

Zo gezegd, zo gedaan. Mijn maatje regelt een plek op de Papengracht. Een super leuke locatie. Het is schitterend weer in de week voorafgaand aan de grote dag. De mussen vallen van het dak. Ik haal de dag voorafgaand aan koningsdag dus nog een partijtje gekke zonnebrillen bij mijn geheime adresje.

De man verkoopt oude partijen van van alles en nog wat. Een winkel van Sinkel van heb ik jou daar. Echt een favoriet van Heks. ‘Hier heb je nog wat brillenrekjes. Je moet ze wel eventjes zelf in elkaar zetten,’ hij drukt me een paar kartonnen dozen in de hand.

Mijn heksenmaatje staat alles hoofdschuddend te bekijken. Ze houdt haar hoofd weliswaar stil, maar ik zie haar toch schudden vanuit mijn ooghoeken. Met een etalagepop onder de arm lopen we naar Huize Heks. We zijn al de hele middag saampjes op stap.

Eerst koffie met zelfgebakken koekjes in haar heksenhuisje. ‘Zal ik je de kaart leggen,’ zegt mijn vriendin plotsklaps. Geroutineerd schudt ze het pak tarotkaarten en legt ze op tafel. ‘Eens kijken of die nieuwe aanbidder iets voor je is. Of die mysterieuze man. Of er nog liefde aan komt in je leven….’

Heks is blij met haar nieuwe maatje. We zitten samen op de heksenschool. En toevalligerwijs wonen we in dezelfde stad. Op loopafstand van elkaar!

Tot besluit gaan we de hondjes uitlaten en een staatslot kopen. En vervolgens dus naar de Winkel van Sinkel. En met etalagepop onder arm naar Huize Heks…….

Dan weer terug lopen naar de Haven om mijn fiets op te halen. Nog een hondenrondje langs de Singel en de koek is op. ‘Oh jee, ik geloof dat ik te vroeg gepiekt heb,’ piep ik ’s avonds tegen de Don aan de telefoon. Ik ben helemaal druk van moeheid en dat is over het algemeen een veeg teken…..

Een schier slapeloze nacht volgt. Teveel adrenaline in mijn systeem en tegelijkertijd doodmoe. Ik woel en draai me vast in mijn dekbed. Waakslaap en slaapwaak de nacht door. Word heel vroeg wakker om vervolgens toch nog in coma te geraken.Schrik me dood van de wekker en moet ik er dan toch echt uit.

Ik heb geprobeerd om 1 en ander goed voor te bereiden, maar op het laatste moment neemt mijn chaotische aard het over. Ik ben te moe om verstandige beslissingen te nemen, dus fiets ik met een hondenkar vol spulletjes naar de Papengracht. Volledig kapot en de dag moet nog beginnen.

Mijn vriendin is in geen velden of wegen te bekennen. Het zal nog een klein half uurtje duren, voordat ze zich door de menigte heeft geworsteld. Heks zit dan al met wat troepje op de stoep. Het is gemeen koud weer. Net als we van alles hebben uitgestald klettert een overdreven natte voorjaarsbui over het terrein….

Snel de boel weer op een drol gegooid en een paraplu eroverheen. De volgende bui krijgen we hulp van de buurman en zijn enorme oranje zeildoek. Heks loopt even naar huis om een paar kleine krukje te halen. Ik kan niet meer op mijn benen staan intussen. En het is pas half 12 in de ochtend…..

Terwijl ik heen en weer marcheer voel ik de spierpijn in mijn benen schieten. Een teken aan de wand. O jee, mijn lijf gaat het opgeven. En het is nog niet eens middag! Ik heb nog niks verkocht. Alleen maar ontevreden dames aan mijn kleed, die echt helemaal niks willen betalen voor overigens prima spulletjes.

Mijn vriendin doet goede zaken. Zij heeft dan ook werkelijk prachtige kettingen van agaat en mooie ingewijde gebedskralen uit India. Voor een appel en een ei. Ze is overbodige troep uit haar leven aan het verwijderen. Heks heeft ook iets van haar gekregen.

‘Het is een heilig voorwerp uit India, ingezegend door een monnik. Kijk, onderaan zit een mesje. Om overbodige banden door te snijden….. Ik heb em niet meer nodig…..’

Om een uurtje of 1 houden we het voor gezien. We zijn intussen al tien keer zeiknat geregend. En volgens buienradar was dit de droge periode en komen de echte buien er nu pas aan……

Heks heeft alleen een knaloranje sjaal verkocht, die eigenlijk ter decoratie was meegekomen. Ik wilde em echt niet kwijt. Maar de alleraardigste vrouw tegenover me heeft het koud. En ze heeft haar oog erop laten vallen. Hij is ook prachtig.

Ook heb ik een sjaaltje verkocht aan iemand, die er niks voor wilde geven. Zelfs toen ik de prijs halveerde naar dubbel niks was het nog teveel. Ze geeft me daarvan de helft in stuivers. Kijkt me meesmuilend recht in mijn gezicht. Wat een portret. Niet leuk meer. Zo wordt dit spel niet gespeeld! Het spel is dan ook uit. Ik ben er klaar mee.

Gelukkig verkoop ik nog een lederen portemonnaie voor twee kwartjes aan een schattig meisje. Dat maakt mijn dag enigszins goed.

Steenvrouw komt nog even langs, alsmede mijn hulp met haar hele gezin. Maar dan ben ik alweer helemaal ingepakt. De etalagepop achterin de fietskar. Ze ligt een beetje achterover, waardoor mijn kar aanloopt. ‘Ze lijkt wel zwaarder dan op de heenweg…’

Ja, dat krijg je met die anorectische etalagepopjes. Heeft natuurlijk maanden niks te vreten gehad en heeft zich op de markt stiekempjes aan van alles en nog wat te goed gedaan……

Thuisgekomen ben ik zo kapot, dat ik er chagrijnig van ben. ‘Dit doe ik nooit meer, veel te vermoeiend, veel te zwaar voor mijn gestel….’ pruttel ik, terwijl ik alles weer naar binnen sjouw. Ik smijt het in een hoek en zijg neer in mijn stoel.

Daar zit ik een uur later nog steeds. Bewegingsloos. Verkleumd tot op het bot. Ziek. Misselijk. Ellendig. Alles doet pijn……

Ik kruip zonder lunch of avondeten in bed om er alleen nog uit te komen voor een ijskoude laatste hondenuiltaatronde. Ik fiets een rondje langs de Singel. De kille ijzige wind vreet zich een weg door mijn dikke kleding. Mijn handen veranderen in ijspegels. Het zal een half uur onder een gloeiendhete douche kosten om Heks weer op te warmen.

Koningsdag 2019 is geen succes voor Heks. De voorbereidingen waren echter geweldig. Misschien had ik de dag zelf moeten overslaan en alleen voor de aanloop moeten gaan…. Met mijn nieuwe heksenmaatje met het gouden hart.

Ik slaap ongeveer het klokje rond. En nog steeds ben ik niet vooruit te branden. Ik lig daarna nog een hele dag uitgeblust in bed voor de buis. Te moe om te eten. Alleen voor een paar fietsrondes met VikThor kom ik er even uit.

Maar: Het kleine magische mesje gekregen van de schone Italiaanse heksenprinses is al bezig om zijn werk te doen. Volgende week ga ik met Joy mijn kledingkast aanpakken. Spulletjes uitzoeken voor tweedehandswinkels. En de rest naar het Leger Des Heils. En wat dan over blijft is voor de lompenboer.

 

 

 

Liefde woont in het hart. En geloven? Dat komt toch van boven? Van buiten naar binnen om te beginnen! Een voet tussen de deur desnoods. Want je wilt toch niet ter helle na je dood? Van kruisiging naar paasvuren: De brandstapel zal mijn tijd wel duren…….

Woensdagmorgen word ik uit mijn bed gebeld na een zeer brakke nacht. Lang weliswaar. Ik ben echt op tijd naar bed gegaan. Om in onrustige etappes van steeds een paar uur het klokje rond te slapen…..

‘WAfwaf,’ VikThor staat bij de voordeur. Zou het Steenvrouw zijn? Ze wilde op de koffie komen, maar het komt niet uit op dit moment. Misschien heeft ze mijn app’je niet ontvangen? Ik doe de buitendeur open en wacht rustig af bovenaan de trap.

Een man komt jovialig tevoorschijn. Ik ken hem niet. Hij oogt keurigjes, maar roept instinctief weerstand bij me op. Een licht reformatorisch geurtje omfloerst zijn benige gestalte. Er straalt iets betweterigs uit zijn kille oogjes. Geroutineerd begint hij een vroom verhaal af te draaien. ‘Oh, komt u me soms bekeren op de vroege ochtend?’ roep ik nijdig.

Het is alweer de tweede keer deze maand, dat iemand me probeert een kutgevoel aan te praten middels geloofsovertuiging. ‘Nee,’ de man is zeer stellig, ‘Ik kom u uitnodigen….!’

Iemand van de buurtvereniging? Een initiatief van het museum om de hoek? Ik probeer in te schatten waar de gereformeerd walmende man thuishoort. Het evangelie sijpelt werkelijk uit zijn oksels. Zijn bekeerdrang heeft een hele lange baard. Lobby voor de EO?

Net voordat de man zijn voet tussen de voordeur kan zetten komt de aap uit mouw. Hij komt me uitnodigen voor een gesprek over God. ‘Godkolere, belt u me daarvoor wakker?’ Heks gooit de voordeur dicht. Ik ben helemaal klaar met deze gelijkhebberige vorm van geloven. Wie het ook doet en in welke godheid dan ook.

Als ik een kwartier later uit het raam kijk staat de man met zijn maat nog steeds in mijn portiek te oreren. Hoopt hij alsnog naar binnen te mogen?

Jeetje Heks, dat begint lekker. De dag dat je in de Matthäus Passion mee gaat zingen begint met een vloek. En een poging je in te lijven in de Gelederen van de Uitverkorenen van de Messias met het Ultieme Gelijk. Prutteldepruttel……

Kom mij niet meer aan met dit soort leuterkoek. Mijn hele leven lang ben ik zo ruimdenkend geweest als maar kan om andersom door de diverse spirituele tradities met het Grote Gelijk om de oren te worden geslagen. Te worden verketterd. Door ketters! Een paar eeuwen terug had ik al lang ergens op een brandstapel liggen fikken.

Hoe kleinzieliger de geest, hoe zekerder van de zaak lijkt het wel. Dat het zeer kwetsend is om te horen dat je een duivelskind bent van een evangelisch ingesteld familielid ontgaat zo’n type volkomen. Het Grote Gelijk geeft je het recht om zo te oordelen.

Dat overkwam Heks, toen ze als dertigjarige een opleiding tot paranormaal genezer volgde. ‘Het is van de duivel, dat is het,’ steunde het familielid boosaardig terwijl ze met grote boze stappen haar machtige logge door Jezus geredde lijf door de woonkamer beukte.

‘Oordeelt niet, opdat u niet geoordeeld worde…’ ja, Heks is hartstikke bijbelvast. Er staat nergens in dat grote voorleesboek dat handoplegging van de duvel is. Jezus had er zelf een handje van. Notabene! Ook veranderde hij water in wijn, vermenigvuldigde broden en vissen alsof het niets was en liep over water als hij er in in had.

Matteüs 7:1-6 NBG51

Jezus zei:’Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen. Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren.’

Jezus hield wel van een beetje magie. Een wonder was de wereld nog niet uit wat hem betreft. Ik heb het altijd raar gevonden van calvinisten, dat in hun optiek wonderen iets zijn van vroeger. Handoplegging in de tegenwoordige tijd is verdacht.

Katholieken doen ook eindeloos moeilijk over een wondertje hier of daar. Hele commissies onderzoeken jarenlang zo’n vermeend wonder. En als ze er niet omheen kunnen wordt de wonderdoener heilig verklaard. Wonderen zijn niet voor gewone mensen. Dat het maar duidelijk is.

Als ik als kind een dode zag, mijn opa kwam regelmatig buurten, verklaarde men me direct voor gek, knettergek, maar het feit dat de discipelen Jezus zagen rondwandelen daags na zijn kruisdood vond men dan weer zeer aannemelijk.

Ik ben Moslim, Christen, Boeddhist, Atheïst, Hindoe , Nudist, ….. Ik ben dit of dat, geloof dit of dat. En dat is de waarheid. De ultieme waarheid. De absolute waarheid. Ik weet nu eenmaal alles beter en ik heb altijd gelijk.

‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij (Johannes 14:6),’ is zo’n uitspraak van Jezus, waar hele volksstammen dat Eigen Gelijk op hebben gebaseerd.

En dan: Hoe komen we tot den Moeder? In mijn kerk, de Leidse Studenten Ecclesia, is God ook een Vrouw. Een hele verbetering. Heks denkt overigens dat het mannelijke is voortgekomen uit het vrouwelijke. Een leuke variant op het thema mens. Met een dapper slurfje voor de verspreiding van de genensoep. Niets meer en niet minder.

Heks heeft jarenlang zo gebaald van dit soort tendenzen in Christelijkgeloofland, dat ik helemaal niks meer te maken wilde hebben met deze vorm van geloven. Wat een patriarchaal geëikel. \Wat een betweterig gezeik. Al dat zeker weten stuit me tegen de borst.

Onderzoekt alles en behoudt het goede! (1 Tessalonicenzen 5:21)

Na jarenlang te zijn afgeknapt op evangelisch gezever uit mijn omgeving, waarbij de geijkte stompzinnige stokpaardjes van stal werden gehaald, homo’s zijn zondaars en dergelijke, na jarenlang distantie van het geloof van mijn voorouders, kwam ik terecht bij Alex Orbito. Een gebedsgenezer op de Filipijnen.

Een heerlijke man. Diep gelovig op een manier die me ligt. Zo is hij als kind per ongeluk in een berg beland bij kabouters. Daar heeft hij veel geleerd. Zijn moeder was een kruidenvrouwtje. Zijn grote voorbeeld. Omdat hij net als Heks geen zak zin had in het vak van genezer werd hij fotograaf.

Uiteindelijk is hij toch weer op dit pad gezet. Tegen heug en meug aanvankelijk, maar uiteindelijk vol overgave. De hele wereld heeft deze kleine man over gereisd. Talloze mensen heeft hij geopereerd, gewoon met zijn handen.

Een ongelofelijke ervaring voor ons westerlingen, maar op de Filipijnen is deze vorm van genezen heel gewoon. In de Gouden Gids staat een waslijst aan spirituele chirurgen. Ik ben bij verschillenden onder het mes geweest, maar Alex is veruit de beste. Zo zuiver als wat.

Alex werkt vanuit zijn verbinding met Jezus. “Love yourself and love God,’ liggen hem in de mond bestorven. Maar ook ‘The White Lady’ is voor hem van wezenlijk belang. In een heilige grot in het noorden van de Filipijnen werkt hij intensief met haar samen….

Tijdens een healing-seminar bij zijn piramide op de Filipijnen kwam ik een Sikh uit India tegen. Een spirituele leider met een grote tulband op zijn hoofd. Tijdens een gezamenlijke lunch vertelde hij, dat het hoegenaamd niets uitmaakt waar je in gelooft. Er zijn vele waarheden.

‘Het geloof van je jeugd ligt vaak het dichtst bij je hart. Het is als je moedertaal, die spreek je het beste. Daar kun je je het best in uitdrukken….’

Op het internationale healing-festival waren vertegenwoordigers uit alle spirituele tradities van over de gehele wereld aanwezig. Van een degelijke ouderwetse exorcist tot New Age-achtige Aura Soma dames. En alles daartussenin! Heks had de tijd van haar leven in dit kakelbonte gezelschap….

Weer een paar jaar later kwam ik er achter begin jaren ’90 intensief te hebben meegewerkt aan het herstel van het Christenrasterwerk rondom Moedertje Aarde. Vergelijkbaar met het meridiaanstelsel in ons lichaam. Belangrijke plaatsen op dit raster zijn door de eeuwen heen sterk vervuild geraakt door mensenlijk toedoen:

Misstanden in de kerk bijvoorbeeld. Dat laat energetisch sporen na. Zo zijn vele heilige plekken vervuild. Van over de gehele wereld werden lichtwerkers op pad gestuurd pakweg dertig jaar geleden. En Heks werd ook bij haar lurven gegrepen.

Voor ik het wist zat ik dagenlang in trance heiligdommen te reinigen. Voornamelijk in België en Frankrijk. En ook een paar steencirkels en een oude Thor in het uiterste noordwesten van Schotland…..

Christendom en spiritualiteit bijten elkaar niet. Het zijn de mensen, die bijten. Zich vastbijten. Verbijten. Verbeteren. Betweteren. Elkaar onverdraagzaam de les lezen. Elkaar naaien waar je bij staat. Heiligdommen verneuken. Het is de mens, geschapen naar Gods beeld, die er vaak maar weinig van bakt.

Vandaag ga ik meezingen in de Matthäus. Bekeren voor de storm heeft geen zin. Jezus woont al jaren in mijn hart. Deze grote vriend van Boeddha. Zelf ook een heksachtige, kijk maar naar zijn daden. Wekte mensen op uit de dood notabene.

Bach heeft een fantastisch kunstwerk afgeleverd over het lijden en sterven van deze bijzondere man. En wij gaan dat uitvoeren. zoals elk jaar.

Hoera!

Als eerste Bisschop in de kerkelijke top publiceerde Kardi­naal Danneels van België een duidelijk standpunt tegenover New-Age. In zijn brochure “Christus of de Waterman” (1990) gaf hij een helder beeld van de situatie binnen en buiten de Kerk rond deze zaak. En hij riep hij op om te komen tot een bewuste en consequente keuze vóór Christus.

Knibbel knabbel knuisje, wie krabbelt er aan mijn huisje? Wie krabbelt er in? Een spin? Wie zit er op mijn driezitsbank? Een zeekoe of een muisje?

Gisterenavond pak ik mijn trommel. Ik begin te roffelen. Eerst rustig in het tempo van onze Grote Moeder. Daarna sneller. Ik kijk naar het gezichtje van de vrouw op de drum. Ze kijkt terug. Zo grappig. Haar fijne trekken komen tot leven. Alsmede de trom.

Als ik uitgetrommeld ben zit er iemand op mijn bank. Net achter de plek waar ik zonet zat. Wie is het? En wat doet ie daar? VikThor zit met gespitte oren te luisteren, zijn blik onafgebroken gefocust op mijn nieuwe huisgenoot. Waarvan ik niet weet wie het is.

Het lijkt een groot wezen te zijn. De halve bank wordt in beslag genomen. De boskat staart naar de drum. Daar is ook van alles te beleven voor een katachtige. Voorzichtig loopt hij er naar toe. Blijft op gepaste afstand staan…..

Heks wil graag weten die haar krachtdieren zijn. Helaas ben ik ergens in het proces totaal geblokkeerd geraakt. Er zijn vele dieren, waar ik een diepe band mee voel.  Dus aan mijn eigen voorkeur heb ik niks.

De nacht na de eerste opleidingsdag greep Raaf me bij mijn lurven, maar met Raaf heb ik helemaal niks. Nou ja, we hadden vroeger een tamme kauw genaamd ‘Gerrit’. Een ongelofelijk leuk en slim beest.

Mijn moeder haatte hem, vanwege de ongelofelijke vogelschijttroep op haar pas geboende straatje. Het was echt de vogel van mijn vader. Hij had een sterke band met het dier.

Ook voel ik soms Beer als een duffelse jas om mijn schouders. Hem ken ik goed uit mijn prille jeugd. Onafscheidelijk waren we.

Een huis vol kikkers geeft ook te denken. Waarom zoveel? Omdat iedereen me altijd kikkers geeft…… Al bijna een halve eeuw. En: Heks houdt ook veel van haar kwakende vrienden.

Een energetisch hert in de woonkamer en overal hertenbeeldjes. Een draak in mijn hart. Spinnen op de kast. Als puber had ik al een rubberen spin voor de grap genaamd Joris. Maakte ik klasgenoten mee aan het schrikken…..

Als ik de deur uit ga struikel ik over de zwanen. En ga zo maar door.

Nu lukt het me aardig om er niet te veel mee bezig te zijn. Om er op die vertrouwen dat mijn helpers zich te zijner tijd wel zullen manifesteren. Uiteindelijk is het niet aan mij om te kiezen. Je wordt gekozen….

En daar zit natuurlijk een enorme voetangel. Ofwel kraaienpoot. Een oude pijnplek. Want wat als je nu niet wordt gekozen? Wat als je achter het net vist? Buiten de berenboot valt? Wat als er geen krachtdier te vinden is, die jou wil helpen? En vice versa. Wat als je weer eens aan de zijlijn komt te staan?

En het is onhandig, dat ik het niet weet. We worden aangemoedigd om spulletjes te verzamelen en verlanglijstjes aan te leggen voor het maken van magische ratels en dergelijke. Ik heb geen idee wat ik er op moet zetten. En opeens zie ik dat anderen het voor me invullen. Heks heeft als krachtdier kikker…..

 

‘Ik had een keer iemand op les, die een muis als krachtdier had. Maar zelf wilde hij er niet aan. Hij werd zo kwaad op mij, omdat het geen stoere beer of sexy panter was, dat hij de les verliet. “Ik ga dit grondig uitzoeken, dit klopt voor geen meter,” piepte hij tot slot. Typisch een eigenschap van muis, dat grondige en precieze……’ vertelt de juf ter lering ende vermaak.

Misschien is mijn krachtdier wel een muis. Ik had tenslotte een nest in mijn berging, precies toen we de krachtdierlesdag hadden. Eerlijk gezegd kan het me geen bal schelen intussen, wie mijn krachtdier is. Al is het een mollige Talpa Europea. Het zal me een worst zijn.

Als ik het maar een beetje kan vinden met mijn helpers. Als we het maar een beetje leuk hebben saampjes.

Vannacht een drietal programma’s bekeken op RTL Z, Wild Animal Reunions. Hier keren verzorgers en opvoeders van wilde wees-beesten terug naar hun volwassen schatjes, die intussen in de vrije natuur leven. Ontroerend om te zien hoeveel liefde en vertrouwen er is tussen deze bijzondere mensen en hun troeteldier.

Of het nu een Neushoorn, een Hert, een kudde Olifanten, een troep wolven, een groep chimpansees, een Chita, een Schubdier of een Mammon betreft: Er is sprake van herkenning, grote liefde en diep vertrouwen tussen deze mensen en hun dierlijke vrienden.

Olifanten hebben een fascinatie voor de dood. Dat vond ik nu ook weer treffend. De man met wie zij een speciale band hadden opgebouwd overleed op 4 maart een aantal jaren terug. De hele troep dook voor zijn huis op om hem eer te betuigen! Elk jaar op 4 maart staan ze er weer! Ongelofelijk toch……

 

Drummen, ratelen en zingen zijn van die echte heksendingen. Zondag mag ik weer naar de toverschool. In de klas bij mijn idool: Onze juf, uit degelijk hout gesneden, geeft bezield les. Urenlang. Heel tevreden, kapot moe en voldaan gaan we naar huis. Heks valt in slaap voor de buis. Om midden in de nacht pas wat te eten. Tromgeroffel en heksenkreten!

Zondag is het weer zover: Heksenschool! Uit het hele land snellen heksjes bepakt en bezakt naar Amsterdam. Sommige op de bezemsteel, weer anderen gewoon met de trein.

Heks gaat met de auto. Tassen vol drums, ratels en frutsels sleep ik achter me aan. Waar dit me meestal op meesmuilend commentaar komt te staan wordt mijn gesleep met spulletjes in dit gezelschap juist gewaardeerd.

Het wordt zelfs aangemoedigd om zoveel mogelijk materiaal te verzamelen. Om je drum mee te versieren of om een mooie ratel van te maken. ‘Op koningsdag kun je je slag slaan, dames,’ spoort onze juf ons aan om op pad te gaan, ‘Het is de ultieme kans om de meest fantastische troep op de kop te tikken……’

Heks gaat al jaren zo te werk. Veel van mijn magische rommeltjes heb ik op die feestdag ergens gevonden. Tussen de rotzooi. Niet bepaald gewaardeerd door mijn vrienden en bekenden, want ‘Wat moet je met die troep?’

Intussen heb ik een geweldige berg materiaal verzameld door de jaren heen. En eindelijk kom ik mensen tegen met dezelfde inslag.

Heksenschool is toch zo heerlijk voor Heks. Een hele dag verkeren tussen gelijkgestemden. Urenlang les krijgen van een echte ouderwetse toverheks met een schat aan kennis. En een goed gevoel voor humor!  En tot slot het geleerde in praktijk brengen in een veilige omgeving.

Zo gaan we zondag met onze drums en ratels aan de gang. Fantastisch. Kan ik mijn trommel eens goed leren kennen. Ontdekken wat er allemaal mogelijk is met mijn prachtige schat.

Mijn eigen manier om in trance te gaan is totaal anders dan met behulp van drum en ratels. Er zijn vele wegen, die naar Rome leiden. Mocht je daar heen willen dan. Heks niet. Ik heb niets te zoeken bij de paus.

Halverwege de dag ben ik kapot moe. Ik ben niet de enige. Een stortvloed aan informatie is over ons uitgestort. Het is dermate boeiend, de aandacht verslapt geen seconde. Goddank krijgen we een uitgebreide lunch aangeboden. Met een lekker koppie worteltjessoep op de koop toe. Daar trekt de gemiddelde heks aardig van bij……

’s Middags gaan we aan de gang met allerlei oefeningen. Een drumcirkel wordt gevormd. Alsmede een ratelcirkel. En nog een zangcirkel. Heks zit verwoed te drummen op haar mooie rooie trom. Bij een zeker ritueel raak ik lekker in trance.

Plotseling kijkt iemand me aan vanaf het trommelvel. Zie ik het nu goed? Het kleine gezichtje van de vrouw op het vel lijkt te leven. Haar koppie beweegt mee met de muziek. Er glijdt een mysterieus glimlachje over haar fijne snoetje.

De dag vliegt voorbij. En ondanks een paar flinke energie dips heb ik het weer glorieus doorstaan. Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Een glimlach om de lippen, die er de komende dagen niet af te krijgen is……

Ik haal VikThor op bij de oppas. Bel eventjes met de Don. Val in slaap voor de televisie. Eet pas om een uurtje of twee ’s nachts. Slaap meer dan het klokje rond…..

De volgende dag lig ik voor gup. Ik fiets een beetje rond met hond en dat is het dan. Ik moet bijkomen en alvast energie sparen voor woensdag. Dan moet ik er weer staan. Met frisse stembanden en een uitgerust lijf.

De hele dag verbaas ik me over mijn lamme armen. Hoe komt dat nu weer? Pas als ik ’s avonds mijn drum uit de kast pak leg ik de link met de intensieve lesdag. Al dat getrommel en geratel is een uitstekende workout. Heksen zijn bepaald geen luie wezens!

Neem nu dat vliegen op een bezemsteel. Je moet een enorm goed gevoel voor evenwicht hebben, anders hang je zo in de eerste beste beuk. Ook vraagt het met tegenwind behoorlijk wat stuurhekskunst om in de lucht te blijven. En dan moet je ook nog een enorm beroep doen op je verbeeldingskracht……

Vandaag doe ik helemaal niks. Morgen wordt weer een hele drukke dag. Een veel te lange dag. Een dag waarop mijn stem bij de les moet zijn. Maar ook een heerlijke dag! We gaan mijn favoriete muziekstuk uitvoeren, de Matthäus Passion van Bach. Over een dierbare leraar van Heks en hoe hij te grazen werd genomen door zijn medemensen.

Zo jammer dat de bijbel zo’n patriarchaal bolwerk is geworden door de eeuwen heen. Zoveel theologen, die hun plasje hebben gedaan over de verhalen. Deze geschiedenis is echter onaangetast.

Behalve de premisse dat Maria Magdalena een hoer is. Die leugen blijft me storen. ( In de loop van de geschiedenis werd zij door de gevestigde waarden soms aangezien voor een vrouw van lichte zeden, dit berustte echter niet op de Bijbel.) Beter ingelichte bronnen beweren dat ze uit een hoogstaande spirituele traditie stamde! En dat ze de vrouw van Jezus was…….

Moord in Het Leidse Hout. Van sommige verhalen krijg je het ijskoud. Heks staat bibberend te beven. Zo ben je vol leven, zo ben je vergeven. Maar misschien is het verhaal niet waar. Naar weliswaar. En vooral ook raar.

Het Leidse Hout is toch zo mooi momenteel! Bosanemoontjes, wilde hyacinten en daslook staan volop te bloeien. Struiken ontluiken met fris groen blad. Bomen beginnen ook op stoom te komen. Heks fietst genietend door het park. VikThor rent slagen door het struikgewas.

Plotseling zie ik een oude bekende lopen. Boxer Marley, 1 van de hondjes, die mijn oude vriend Hawk altijd uit liet. Goedmoedig komt hij me begroeten. Zijn baasje sjokt er een kleine twintig meter achter aan. Ze herkent me niet, maar ik haar wel. Het is de oude buurvrouw van Hawk.

We maken een praatje en natuurlijk komt onze onlangs overleden vriend ter sprake. ‘Ze hebben hem vermoord,’ de buurvrouw kijkt me getergd aan,’Niemand wil me geloven, zelfs mijn eigen vriend niet. En dan, een man van 97, dat kan uiteindelijk ook niemand wat schelen….’

Perplex kijk ik de vrouw aan. Van de eigenaars van de Dalmatiër, die Hawk uit liet, had ik begrepen, dat er sprake was geweest van euthanasie. ‘Ha, euthanasie, ja,’ mijn gesprekspartner heeft een zwaar buitenlands accent. Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Er is geen arts aan te pas gekomen, aan die euthanasie.’

Een onthutsend verhaal volgt over de laatste maanden van het leven van mijn vurige aanbidder. Opgesloten in zijn eigen huis, kreeg alleen een pyjama aan, de beste vriendin van wijlen zijn vrouw zat of kwam bij de man. Zij en de dochter van Hawk hielden hem in zijn nachtkledij binnenshuis gevangen met de deur op slot. Een nieuw slot welteverstaan, zodat niemand er meer in kon behalve zij tweetjes…….

‘Iek moest met hem praten via het WC raampje. Zo gaven we de krant aan elkaar door. Soms belden we elkaar, als de dochter en de vriendin er niet waren. Als ze er waren, kreeg ik hem niet aan de lijn. De avond voor zijn overlijden heb ik hem uitgebreid via de telefoon gesproken. Hij klonk prima, wilde weer de tennisbaan op, had weer allemaal plannetjes…….’

‘En de volgende morgen was hij opeens vredig ingeslapen…. Nee, vermoord. Iek weet het zeker. Niemand gelooft me….. Hij zat nog vol leven en opeens: Dood. En een week opgebaard in een kelder onder de kerk zonder dat iemand het wist. En toen zonder mensen erbij in de grond gestopt. Niet eens een grafrede heeft hij gehad….. Wij mochten niet komen.’

En dat terwijl hij zoveel vrienden had! Over de hele wereld! En dat terwijl hij voor zoveel mensen iets betekende. Hij zocht tot een paar maanden voor zijn dood zieke mensen op in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Maar ook het hele Leidse Hout kende Hawk.

Geschokt staat Heks te luisteren. Wat een verhaal. Wat een verschrikkelijk verhaal.

‘Hij was rijk hoor, die Hawk. Hij liep altijd in zijn ouwe tenniskloffie en hij woonde heel eenvoudig, maar vorig jaar heeft hij nog een pand verkocht op de Herengracht! Zijn dochter wilde natuurlijk dat geld. Ze was zo boos op hem, die vriendin van zijn vrouw ook. Omdat hij altijd vriendinnen had……’

Ja, Heks had al begrepen dat huwelijkse trouw nu niet bepaald Hawk’s sterkste kant was tijdens zijn ellenlange huwelijk. Maar om iemand daar nu om te vermoorden!

‘Bij mij heeft hij nooit iets geprobeerd, hoor,’ verklaart ze ongevraagd, ‘Maar vorig jaar had hij weer een vriendin en toen is hij in juni door zijn rug gegaan. Iek denk door die vriendin…..’ Ze kijkt me ondeugend aan, ‘En dat heeft hem de das om gedaan.’

‘Zij was een vrouw met een wagentje en een zwart hondje,’ vervolgt ze haar verhaal. Ik zie een vrouw voor me in een scootmobiel of rolstoel met een labrador hulphond. Ik ken zo’n vrouw!

Jeetje, die was was er snel bij met die nieuwe vriendin, denk ik bij mezelf. In mei trok Heks de stekker uit onze vriendschap na het zoveelste grensoverschrijdende seksueel getinte verzoek zijnerzijds…..

‘Ze kwam met die hond in dat wagentje achter haar fiets uit de binnenstad naar hem toe. Ze zaten altijd samen op die grote bank daar……’ Plotseling herken ik mezelf in de beschrijving. ‘Maar dat ben ik,’ roep ik dan ook uit. De vrouw kijkt me met stomheid geslagen aan. ‘We hadden geen relatie, hoor, maar hij wilde maar al te graag…..’

‘Ze hebben hem vermoord voor geld. Niemand wil me geloven.’ verzucht ze tenslotte, ‘Hij was mijn vriend, iek mies hem. Ik droom over hem, dan komt hij door de achterdeur naar binnen en is heel boos! Miesschien komt hij me halen, zo van kom ook hierheen, want iek ben ziek met kanker….’

‘Ik geloof u,’ zeg ik tegen haar, ‘En 1 ding weet ik zeker, hij is echt niet boos op u!’ Wie weet wat ze zouden aantreffen als de man zou worden opgegraven….. Mensen worden om minder om zeep geholpen. Maar geld is traditioneel een enorme motivatie om het mes erin te zetten bij je dierbaren.

Ik kan ervan meepraten. Ik heb hier chronisch mee te maken. Tonnen komen er voorbij op mijn spaarrekening. Teneinde weer te verdwijnen naar de rekening van een grote hark met hebberige handjes. Een afgedwongen lening zonder onderpand, waar anderen uit mijn naam voor tekenen…….Huh? Ja, echt waar. Het gebeurt. Het gebeurt mij.

Geld maakt niet gelukkig, geld maakt slecht.

‘Weet je wat ik me nu later bedacht?’ ik heb de Don aan de telefoon. We hebben het over deze vreemde ontmoeting. ‘Misschien is die dochter wel helemaal op tilt gegaan, toen Hawk zo verliefd op me werd. Misschien dacht ze dat hij zijn hele vermogen aan mij zou nalaten of iets dergelijks. Misschien had Hawk nog gewoon geleefd als ik niet in zijn leven was gekomen……’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Heks. Die vrouw is zich ongetwijfeld rot geschrokken van de escapades van haar hoogbejaarde vader. Maar het is niet jouw schuld, hoor, dat hij nu dood is…..’

Het duurt een paar dagen, voordat ik de geschiedenis enigszins van me af kan schudden. Maar ik hou er een naar gevoel aan over. Wat kunnen mensen toch vreselijk zijn voor elkaar. De wraak van de dochter. Uit naam van haar moeder, die al te vaak de horens kreeg opgezet……

Of niet? Beeldt buurvrouw het zich allemaal slechts in?

 

 

Vooruit slapen en je niet druk maken. Nergens over. Ook niet over gevaarlijke idiote nepheksen. Kruidenvrouwtjes van lik mijn kotsdrankje. Noch over enige vorm van soap….. Op televisie dan wel in het echte leven!

Vannacht slaap ik zo lang. Het klokje rond! Het leeuwendeel geheel gekleed voor de televisie met alle lichten aan. De laatste uurtjes lekker onder de wol.

En ik droom. Nog steeds lukt het me niet om ze mee te nemen de dag in. Maar mijn droomlichaam maakt overuren momenteel. Vage herinneringen aan draken en zwanen. En allerlei ander gespuis hier in huis. Ik ben gelukkig in mijn dromen. Ik word vrolijk wakker!

Nou, dat is wel eens anders geweest. Jarenlang reeg ik de ene nachtmerrie aan de andere. Een bijverschijnsel van ME, dat heftige gedroom. Sinds de LDN is het wat rustiger geworden wat dat betreft. Zelfs zo rustig, dat ik tijdenlang voor mijn gevoel nauwelijks droomde. Onzin natuurlijk. Dat blijkt nu maar weer.

Als ik voor de televisie zit bij die komen van mijn heerlijke slaapnacht kijk ik voor het eerst in tijdens weer eens naar The Bold and the Beautiful. Met een half oog. Katy en Thorn zitten kwezelig met elkaar te praten. ‘Wat een hopeloos stelletje bij elkaar toch,’ schiet er door mijn hoofd, ‘benieuwd wanneer die Thorn de knuppel in het hoenderhok gooit wat betreft hun halvezolige huwelijk……’

Want leer mij dat soort mannetjes kennen. Zogenaamd de goede broer, maar ondertussen… Een kwallejak van de bovenste plank.

En hopla! Heks wordt op haar wenken bediend. Thorn gooit zijn miezerige knuppeltje in Katy’s kakelende kippenhok. Hij wil van het huwelijk af. Nu zal het me benieuwen of er weer een annulment gaat volgen. Dat rare fenomeen in Amerikaanse soaps om een huwelijk nietig te verklaren, zodra zich een hobbeltje voordoet.

Dan begint Docter Phil. Hij heeft een vrouw op bezoek, waar de gemiddelde toverheks nachtmerries van krijgt. De vrouw verkoopt een middeltje, ‘Jillians Juice’, waar alle kwalen van genezen. Kanker, steenpuisten, suikerziekte of staar? Elke dag een slootwaterslok van dit smerige gefermenteerde bouwseltje van koolbladeren en zout en je wordt 450 jaar oud. Met gemak!

Zelfs homoseksuele neigingen smelten als sneeuw voor de zon als je in deze onzin gelooft belooft het gekke mens. Oh, wat een griezelige vrouw. Om werkelijk alles wat Phil ter berde brengt om de idioot tot rede te brengen moet ze onbedaarlijk lachen. Zelfs het feit, dat er mensen zijn overleden aan torenhoge bloeddruk na gebruik van dit middeltje maakt geen indruk op de gifmengster.

En weer verbaas ik me over het feit, dat oerdegelijke genezers, sjamanen en heksen met het grootste gemak voor gek worden versleten, terwijl dit soort randdebielen blindelings worden gelooft! Elk weldenkend mens kan wel bedenken dat louter zout en kotsige kooldrank slecht is voor een gemiddeld humaan gestel. En toch vreten ze dit soort gekkenpraat als koek.

‘Ik heb begrepen, dat ook geamputeerde armen of benen weer aangroeien door het gebruik van ‘Jillians Juice’,’ teemt Phil. En inderdaad: Ledematen groeien aan waar je bij staat. Het is een soort superieure Haarlemmerolie…….

Ach, die arme koolbladeren, komen ze toch maar weer in een slecht daglicht te staan, terwijl een paar geplette bladeren op een gekneusde knie wonderen kunnen verrichten….

Heks is vooruit aan het slapen. Komend weekend weer een hele dag Heksenschool en drie dagen later gaan we met mijn koor de Matthäus Passion uitvoeren. Een beetje veel van het goede, dat wel. Daarom maak ik me nergens druk over, dat kost maar weer energie.

Ik mag gewoon niet te moe worden, want dan raak ik mijn stem kwijt. Een wet van Meden en Perzen bij ME patiënten. Zonder stem is het beroerd zingen. Ik hou mijn heksenkrijskreten dus maar binnen. Tijd voor rust en voor bezinnen.

Stuk brandhout doet Heks stokstijf stilstaan. En mag dan met me mee naar huis gaan. Vervolgens kom ik los van wrok. Neem afscheid, vervel, dump kerfstok…. Een staf bloeit open in mijn hal. Al te mal? Ja, van die dingen. En weet je wat: Staf kan ook zingen!

Vannacht droom ik van mijn staf. Ik vlieg er op rond, maak allerlei avonturen mee. Het is staf voor, staf na. Toch zijn de details me ontschoten. Ik heb echter wel een ongelofelijk goed humeur als ik op sta. Alle beestjes worden uitgebreid geknuffeld. Ik verwelkom de zon met een liedje. Oh, wat ben ik vrolijk. Terug van weggeweest.

Gisterenavond na een paar uur Klezmer zingen zakt Heks volledig door haar hoeven. De man met de houten hamer deelt een keiharde tik uit. Snel doe  ik alle noodzakelijke handelingen. Hond uitlaten, tanden poetsen, ogen er af halen, pyjama aan, Snuitje medicijnen geven, zelf mijn pillen slikken…….

Ik laat alles vallen, mijn lijf wil niet meer. Ik worstel me uit mijn kleding en vervolgens wurm ik me in andere kledingstukken. Even uitrusten nu. Nee, toch maar niet. Ik wil een beetje op tijd slapen en als ik steeds tussendoor ga zitten bijkomen van een kleine handeling lig ik pas om vier of vijf uur in bed. Retteketet. Dat gaat me vandaag niet gebeuren. Morgen is een pittige dag.

Ik ervaar momenteel veel naweeën van het slangenritueel, dat we onlangs op de heksenschool hebben gedaan. 

Het afwerpen van mijn oude huid roept allerlei gevoelens op. Ik heb moeite met mijn nieuwe zelf. Ik doe dingen anders, maar sta vervolgens doodsangsten uit. Daar moet ik doorheen. Terug in mijn pleaserige apenpakkie is geen optie. 

Ik heb een nieuw pakkie an.

Ook de mening van anderen moet ik gevoeglijk naast me neerleggen. Wil het ooit nog eens iets worden met dit heksje. ‘Jij geeft heel veel aandacht aan de meningen van hele domme mensen. Dat is zo jammer, Heks. Je moet je niet meer verdedigen. Geef hen gewoon gelijk, dan ben je ervan af…..’ Peter van der Hurk zei het al. 

Gisterenavond ga ik me echter diep treurig voelen. Machteloos ook. De mening van bepaalde medemensen lijkt heel belangrijk nu. En ik kan er geen pijl op trekken. Ik ben immers zelf niet meer degene, die ik was. Niks bijzonders op zich. We zijn geen dag dezelfde. Maar ook degeen, die ik dacht te zijn bestaat niet meer.

Ik ben zo moe en leeg opeens. Goeie genade. Help!

Ik dwaal een beetje door mijn huis. Volbreng mijn avondrituelen. Dan valt mijn oog op een stok naast de voordeur. Vorige week gevonden in Het Leidse Hout. Op een miezerige motmiddag. Geen hond te bekennen behalve mijn monster. En daar midden op het grote veld dan die stok.

Ik pak em toch maar op. We moeten voor de opleiding op zoek naar een staf, maar eigenlijk heb ik al een stokstijve stok thuis. Een paar weken geleden opgeduikeld langs de Singel.

Het is nog best een heksentoer om het gevaarte mee naar huis te nemen. Ik ben op mijn vouwfiets. Rustig peddel ik door het bos. Thuisgekomen zet ik het stuk hout naast de voordeur. Het andere stuk staat in mijn woonkamer.

Na een paar dagen bloeit de staf met knalroze bloesems. Heks moet lachen. Ik heb ze er zelf op geplaatst notabene, omdat ik de bloemen niet wil vergeten mee naar beneden te nemen. Het zijn nepbloesems voor op mijn fiets.

Toch raakt het beeld iets dieps aan. Ik zie een bloeiende staf in mijn hal staan. Ik denk aan de staf van Aäron, waar zelfs vruchten aan groeiden…. De hedendaagse christenen doen zo moeilijk over een beetje tovenarij, maar de bijbel staat er vol mee!

Gisterenavond pak ik het stuk hout op. Ik inspecteer het grondig. Voor het eerst! Zondag moeten we met een goeie staf op de proppen komen en ik heb geen idee of dit exemplaar voldoet. Er zitten veel knoesten in. Het is een sterke stok. Ik tik er eens op…..

En dan: Een wonder! De staf zingt. Zachtjes trillen klanken door het holle hout. Afhankelijk van waar ik sla ontstaat er een ander geluid. Heks is perplex.

Nu onderwerp ik mijn staf aan een grondig onderzoek, want ja, dit is mijn staf! Stiekempjes heeft hij die metamorfose ondergaan. Om het feit klinkend te beslechten. De stok in mijn woonkamer is voor VikThor.

Een hele tijd snuffel ik aan mijn nieuwe staf. Bewonder de gaten. Verbaas me erover, dat dit me allemaal helemaal ontgaan is tot nu toe….

‘Je bent naar me toegekomen. Op een miezerige middag lag je zingend in het gras. Een hond heeft je gebeten, ik ga je een beetje krabbelen. En heel veel met je babbelen, lieve levende staf.’

Deukje daar of hier? Krasje op je ziel? Ongelukjes loeren in gaten en hoeken. Zoeken mijn zwakke moment. Slaan dan toe…. Heks is toch zo moe. Maar ook geroerd door mooie verhalen. Over snotlappen en troostzakdoeken. Over de hemelse vasteplantekwekerij. Over mijn voorouders. Ver weg en dichtbij.

Woensdag ben ik de gehele dag druk met mijn kat. En dat terwijl ik me vreselijk slecht voel. Een narrig griepje piept in mijn gewrichten, klappert in mijn kaken en knerst in mijn kop. De dag ervoor heeft de huisarts een Lidocaïne-injectie in mijn nek gezet, maar het effect is weinig pijnstillend te noemen.

‘Het lijkt verdorie wel alsof hij er pijnverwekkers heeft ingesproken. Mijn hele nek is op tilt geslagen. Maar ook mijn armen, schouders, ellebogen, heupen en knieën zijn extreem pijnlijk geworden….’ mompel ik verbluft. Aan het eind van de dag wil ik mijn hoofd het liefst afzagen.

Weg met dat zware gewicht daar bovenop. Ik leef wel verder als kip zonder kop.

Donderdag kan ik dan eindelijk een dagje bijtrekken. Toegeven aan allerlei vage griepverschijnselen. Mijn pijnlijke hoofd te ruste leggen. Alleen het hondje krijgt vandaag wat van mijn beperkte energie.

Ik moet bijkomen en energie sparen. En bijtrekken. En alvast vooruitplannen: Spaarzaam mijn energie om komende bezigheden heen organiseren. Morgen is de begrafenis. Ik check de rouwkaart een keertje of zestien. Ja, het begint echt om twee uur in de middag.

Bij de begrafenis van tante had ik verkeerd gekeken. Dingen door elkaar geklutst. Ik zal wel extreem moe zijn geweest. Kwam ik een half uur te laat. Gelukkig heeft niemand dat toen gemerkt…

Vrijdagmorgen moet ik direct aan de slag. Hondje uitlaten, zelf uitdeuken, bed opmaken samen met mijn hulp, lunchen en douchen en iets stemmige aan trekken. De laatste onderdelen komen in het nauw. Ik douch en trek iets aan, maar de lunch schiet erbij in. Ik neem een broodje sesampasta mee. Daar moet ik het dan maar op doen vanmiddag.

Op de heenweg wordt ik bijna zijdelings geplet door een kerel in een bestelbus. Hij komt helemaal mijn weghelft op en snijdt me flink af. Ik wordt gedwongen op de andere baan te gaan rijden, maar daar rijden dus tegenliggers.

Ik toeter en zie de chauffeur van het busje met opschrift ‘Jan van Rhijn’ opschrikken vanachter zijn telefoon. Hij zit al rijdend te SMS’en midden op het kruispunt bij de Lammenschans. Waar het hectisch is en onoverzichtelijk. Waar je uit je achterlijke doppen moet kijken, lul!

Ik wijs op mijn hoofd. Kierewiet. ‘Jeetje, je zal maar een ongeluk krijgen op weg naar een begrafenis,’ denk ik bij mezelf. Stel je voor. Stond ik nu schadeformulieren in te vullen met die idioot. Goddank is het goed afgelopen.

Na de begrafenis rijden we in colonne het terrein af. Voor me rijdt een flinke SUV. Een tegenligger wil er per se langs. Ook langs mij, maar ik rijd net langs een geparkeerde auto. Ik kan geen kant op, pal achter me rijdt ook alweer iemand.

Met mijn halfzachte kop stuur ik ietsjes naar links. Glijdt een beetje opzij, schamp licht tegen de geparkeerde auto. Shit.

Een oud kereltje met skistokken in de hand komt als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Direct begint hij zich met het geval te bemoeien. Ik let maar niet teveel op hem, maar bel aan bij het kolossale huis van de eigenaar van de auto. Zoveel heeft dat gekke kereltje me wel verteld.

Het rare baasje springt nerveus om me heen, als de eigenaar van de auto de voordeur open doet. Direct begint hij te ratelen tegen de man. Dat ik zijn auto heb aangereden en dat hij me direct in mijn kippennek heeft gegrepen…..

De eigenaar wuift de man weg. Eindelijk ben ik van dit kwelduiveltje verlost. We nemen de schade op. Ja, een paar krassen op de voorbumper. Kan evenzogoed een dure grap worden….. De auto is overigens net zo’n deukbak als die van Heks. Over de hele zijkant lopen krassen en butsen.

‘Ik doe tegenwoordig niets meer aan al die beschadigingen. Geen doen in de stad. Om de haverklap maakt er weer iemand een nieuwe deuk in en er hangt nooit een briefje bij. Behalve 1 keertje dan. Maar die persoon had een valse naam en telefoonnummer opgegeven. Iemand zal em wel betrapt hebben, net als dat baasje zonet hier…’ vertel ik de eigenaar.

‘Wat erg voor u,’ reageert hij begripvol. Ja, zo gaat dat in de grote stad. Ik heb hem echter niet op een idee gebracht…..

Gelaten laat ik het allemaal maar over me heenkomen. Ik kan me er niet druk om maken. Wel gek, dat ik een gedachteflits had over het krijgen van een ongeluk, net als van de zomer toen ik zonder benzine kwam te staan op een ongelofelijk ongelukkig punt op de snelweg naar Parijs…… Gelukkig was het in beide gevallen een onschuldig ongeluk. Niets ernstigs. Alleen ongemak en blikschade.

We eten broodjes en drinken koffie met alle genodigden. Wijn, bier en bitterballen volgen. Heks eet haar boterham met sesampasta. Ik zoen tantes en ooms, neven en nichten.

Ik zie hoe de enorme genensoep kromme neuzen door de familie heeft verspreid alsof het niets is. Mij onbekende jonge mensen met mijn neus! Of met andere familietrekken of typische clan-kenmerken.

Ik hoor mooie dingen over mijn oom. Hoe hij altijd twee schone zakdoeken bij zich droeg. Eentje om zijn eigen neus desgewenst in te snuiten en eentje om iemand te troosten! Ook nu heeft hij er twee bij zich!

‘Hij geloofde absoluut in een weerzien met zijn geliefden. Volgens hem is er een enorme kwekerij in de hemel met een grote schuur. Daar zitten al zijn oude medewerkers al stekkend op hem te wachten. Jouw vader is er ook bij…..’ vertelt zijn oudste zoon.

Intussen kun je me natuurlijk wel opvegen. Het was al niet veel de laatste dagen, maar de koek raakt aardig op. Ik begin aan de afscheidsronde.

Een dierbare tante heeft een vraag voor me. Dus ik begin bij haar. Wat ze me echter vraagt is zo ongelofelijk in de pijnlijke roos. Doet zoveel stof vanbinnen opwaaien. Geeft een scala aan inwendige chemische reacties. Ik voel hoe er stoom uit mijn oren ontsnapt. Ik moet nu echt dringend wegwezen hier……

Zo zeg ik alleen tante en lievelingsnicht gedag. Ik zwaai vriendelijk in de rondte. Wapper nog een beetje na dat ik ga. En foetsie ben ik.

Op de terugweg krijg ik het toch nog even te kwaad. Een verlate reactie zoals dat vaker gaat. Thuisgekomen ga ik een enorm end fietsen met VikThor. Hij moet zijn energie kwijt en ik iets anders. Mijn trouwe elektrische Beixo scheurt door de polder. VikThor rent er uitgelaten achteraan.

Wie A zegt moet B zeggen. Wie zegt dat het altijd gemakkelijk is? Als je echt verandert willen mensen je altijd terug in je oude groef. Vooral als je besluit geen pleaser meer te willen zijn. Niet meer overal achteraan te rennen. Of als je ongeschikt raakt als zondebok.

Maak er geen drama van, Heks. Je hebt gedaan wat je kon en nu is het op. Misschien moet iemand anders maar eens op de proppen komen. Je hebt 1 groot voordeel: Je kunt je onttrekken aan wetten van ruimte en tijd. Je kunt je op andere manieren met iemand verbinden. Jij hoeft niet fysiek op bezoek te gaan om iemand te bezoeken.

Vannacht slaap ik ellenlang. Ik meld me af voor de koorrepetitie van vandaag. Eerst maar eens helemaal bijkomen.