Ex Animo geeft jubileumconcert in de Pieterskerk te Leiden op zaterdag 30 november 2019. We zingen het spannende en indrukwekkende werk ‘Dona Nobis Pacem’ van Vaughan Williams alsmede de ontroerende ‘Messe Solennelle de Sainte Cécile’ van Gounod. Een unieke kans om een uitvoering van deze prachtige muziek door solisten, koor en orkest bij te wonen. Grijp die kans! Er zijn nog enkele kaarten verkrijgbaar!

Aanstaande zaterdag geeft mijn geweldige koor ‘Ex Animo’ een prachtig concert in de Pieterskerk te Leiden ter ere van ons honderdjarig bestaan! Het wordt fantastisch.

Al anderhalf jaar zijn we bezig met de voorbereiding. Heks kent de stukken intussen uit haar hoofd. Nu nog zien of het ook uit mijn strot wil komen allemaal, want ik ben natuurlijk snipverkouden geworden op het moment suprême. Compleet met een beginnende bronchitis.

Rillerig zit ik in bed te zwijgen om mijn fluwelen keeltje te sparen. En om te voorkomen, dat de virale invasie mijn slijmliezen volledig overneemt. Ik bel alles af. Laat alleen de hond uit en hoop vanavond naar de repetitie te kunnen…….. Maar vooral hoop ik zaterdag lekker mee te kunnen zingen. In mijn eigen stemsoort, alt. Niet als bas. Het ziet er naar uit, dat ik het net ga redden…….

Er zijn nog een paar kaarten te koop! Een unieke kans om een legendarisch Leids koor in actie te zien. Op de toppen van hun kunnen!

 

Belastingdienst en huursubsidie zijn bepaald geen afrodisiacum. Vijf minuten met de belastingdienst aan de telefoon en je libido is maanden naar de Filistijnen. Buur komt me helpen met administratieve kutklusjes. Heks ruimt op. Oude verhalen, oude koeien uit vieze sloten en kilo’s oud zeer? Wil iemand het hebben? Ik hoef het niet meer.

Blonde Buurman komt me helpen met de administratie. De laatste maanden zit de klad er een beetje in, want Buur is constant op vakantie. ‘Hallo vakantieganger! Je lijkt wel een rijke pensionado,’ grapt Heks als haar oude vriend de hal in stapt. Eerst met het hele gezin op safari in Afrika en vervolgens met een bro naar St Petersburg…….

Heks is ook uiterst reislustig, maar ik reis tegenwoordig voornamelijk binnenin mijn hoofd. Of hart beter gezegd. Wel zo gemakkelijk. Goddank heb ik een rijke fantasie. Alsmede een grondige training in astraal reizen.

Vandaag gaan we aan de slag met de huursubsidie, die ik niet heb. Maar wel moet terug betalen. Van de belastingtelefoon word ik niet veel wijzer. Een ongelofelijke oen heeft daar onlangs van alles zitten roepen tegen Heks, wat nergens op sloeg.

We zoeken dus alle ontvangen bedragen op en alle terugbetaalde bedragen. Want terug betalen doe ik al jaren. Er klopt helemaal niks van. Werkelijk helemaal niets.

Dit is al aan de gang sinds ik onder bewind ben geplaatst met gekregen geld en daardoor al mijn subsidies ben kwijt geraakt. Ik ben niet onder bewind gesteld door de rechter overigens. Ik heb nog nooit schulden gemaakt of iets dergelijks. Nee, door een familielid. Door iemand, die ik zou moeten kunnen vertrouwen.

Aan de figuur die namens die verwant mijn zaken jarenlang behartigt heeft heb ik in deze niets. Die bemoeit zich overal mee, maar ik heb er louter last van……. Gelukkig is daar Buur. Hij helpt me nu al tweeënhalf jaar en sindsdien krijg ik weer langzaam grip op mijn gestoorde financiën.

De paniek van twee jaar terug is verdwenen. Hij is de dikke huid tussen een kwetsbaar heksje en het brein achter jarenlange pesterijen. Ik weet intussen, dat ik niet zonder geld in de goot ga belanden, zoals me twee jaar geleden werd voorgehouden. Een jaar lang kreeg ik dit met enige regelmaat te horen. Tot ik er niet meer van kon eten en slapen.

Volslagen paniek in de tent. Lekker als je grotendeels uitgeput in bed hangt. Niet in staat tot wat dan ook. ‘Breng je dieren maar naar het asiel,’ sommeerden de pestkoppen. Officieel zijn ze aangesteld om mijn leven gemakkelijker te maken. Financieel stabieler. Om rust in de gelederen te brengen. Helaas wordt die taak geheel anders opgevat. Kort houden en klein krijgen is hun devies.

Ik ga dus niet in de goot belanden. Sterker nog: Ik kan het nu financieel goed redden. Om dit te bewerkstelligen slik ik wel elke maand een hele grote drol door. Vooruit maar. Lekker is anders.

Eerst gaan we uitgebreid lunchen, Blonde Buur en Heks. Traditioneel draai ik een subliem maaltje in elkaar. Daar draait Heks haar hand niet voor om. Waar paperassen een verlammend effect op me hebben, raak ik steevast geïnspireerd door een beetje kokkerellen. Heks roert graag in haar magische kookpot.

Ik tover een heerlijke Dahl met een prachtige salade op tafel. ‘Jeetje, wat een kleurrijk geheel, Heks. Er zitten allemaal bloemen in de sla!’ Heks glimt. Ik heb een pluktuin ontdekt vol komkommerkruid en Chinese kers………

Nu moeten we toch echt aan de slag. De doos met ordners wordt opgevist in mijn overvolle werkkamer. We bellen nog maar eens met de belastingdienst. Deze keer krijgen we iemand met een zeker verstand van zaken aan de lijn. Toch beweert ook hij, dat al die niet kloppende getallen gewoon kloppen. Het is een oude schuld. Huh?

‘Ik heb geen oude schuld bij de belastingdienst, Buur. Ik betaal al jaren jaarlijks forse bedragen terug….. Veel meer dan ik gekregen heb, zie ik nu in mijn afschrijvingen. Ik dacht eigenlijk, dat ik mijn zorgtoeslag ook terug moest betalen. Maar zelfs als je die bedragen erbij optelt kom je nog niet aan die idioot hoge bedragen. Er klopt er geen zak van. Dus waar heeft die vent het over?’

Buur beaamt dat het verhaal rammelt als de overleden compagnon van Scroogde op kerstavond. Het hebzuchtige spook met zijn ijzeren ketens. Waarbij de belastingdienst dan voor die oude dooie vrek moet doorgaan natuurlijk.

‘Ik ga dit jaar weer een kerstboom neerzetten,’ roep ik enthousiast tegen Buur, ‘Ik heb besloten om een heleboel oud zeer los te laten. Oude troep op te ruimen. Kijk maar eens rond. Je kunt opeens de hoek van de keuken weer zien. En ook de boekenkast heeft een ware metamorfose ondergaan…..’

‘Ik wil weer leuke dingen doen. Ik wil weer pret maken!’ Heks draait een pirouette door de keuken. Buur ligt in een deuk. ‘Klinkt goed, Heks,’ hikt hij, ‘Vooral die bijna verontwaardigde toon waarop je het zegt….’

Maar ik meen het echt bloedserieus. Weg met al dat oude zeer. Ik weet het nu wel een keer. Weg met boeken, verhalen, die ik niet wil lezen. Letterlijk en figuurlijk. Weg met kreupele gekregen paarden met rotte tanden in hun opengesperde bek. Of is het mond? Ze hebben ook een hoofd en benen. Vandaar.

Het valt mezelf op, dat ik enorm loop op te ruimen in mijn huis. Het valt me op, dat ik vaak luid zit te zingen op de fiets. Zelfs na mijn val van de fiets en dagenlange buikpijngriep de afgelopen week kan ik toch al snel weer lachen. Er is iets heel vitaals vanbinnen aangeraakt met die familieopstelling op de Heksenschool.

‘Ik heb jarenlang geparkeerd gestaan,’ beweer ik tegen Buur, een gouden uitdrukking uit de wielersport, die de lading aardig dekt, ‘Maar nu is de boel weer een beetje in beweging. Het gaat mondjesmaat, maar dat is net mooi voor zo’n energiebeperkt typje als ik. Maar ik ga weer genieten, let maar op.’

Ja. Ik wil gewoon weer een beetje lekker lol maken. Pret. En misschien eens met een lekkere vent naar bed.

Die jarenlange slutshaming die ik over me heen heb gekregen nadat ik te pakken ben genomen door een griezel van een twintiger op mijn veertigste, die meende GHB of Rohypnol in mijn drankje te moeten gooien om te kunnen scoren, ik was dan ook buiten westen op het moment dat hij toesloeg, ik heb dus inderdaad geen nee gezegd zoals meneer tegen de politie heeft beweerd, ik zei zei sowieso niet zoveel, want mijn kaak lag uit de kom door een val diezelfde avond, waarschijnlijk geïnitieerd door de drugs in mijn drankje, ga ik ook maar eens achter me laten….

Geknakte bloem richt zich op. Haar mooie knop weer op haar kop. Jarenlang tegenwind en strop. Zit er op. Zit er op. Weer een wijsje in wijs kopje, in haar mond een schuine mop!

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Geniepige knijpertjes met pijnlijke grijpertjes en mopperige kloppertjes teisteren Heks. Het blijft iets geks. En nog steeds geen seks. Dat is dan weer jammer.

Vrijdagmiddag na de val van mijn fiets moet ik nog van alles doen. Ik ben dan wel weer in bed gekropen, maar niet voor lang. Ik heb zekere verplichtingen. Zo is er de afspraak met de psychologe. Die kan ik onmogelijk afzeggen. Dat kan alleen 24 uur van tevoren. Anders komt de afspraak geheel voor eigen rekening.

Zodoende sleep ik me er toch maar heen. Verslagen beantwoord ik allerlei vragen. We zijn nog bezig met de intake en misschien moet ik toch weer op zoek naar een andere praktijk. Eentje met een contract met mijn zorgverzekeraar.

‘Heks, ik heb een klein uur aan de telefoon gezeten met Nationale Nederlanden. Misschien val je onder een andere regeling, omdat je zo’n peperdure verzekering hebt,’ Rozenhart belt me ’s middags op, ze heeft haar tanden in de zaak gezet…. ‘Daar zit een restitutieclausule in. Als de praktijk aan de volgende vijf voorwaarden voldoet krijg je de behandelingen toch vergoed….’

Er volgt een waslijst eisen. Braaf schrijf ik ze op. ‘Ik ga het navragen. Anders blijf ik tot het eind van het jaar bij deze club en wissel in januari naar een ander. Zodra het weer kan binnen al die hopeloze regeltjes van de zorgeverzekering. Ik ga onder geen beding nu ophouden met therapie. Dan kost het me maar geld. Ik ben net zo blij, dat ik ergens binnen ben en dat het klikt met de psychologe….’

Gelukkig kan Heks het betalen. Ook al geef ik het natuurlijk liever uit aan iets leuks. Een luxe vakantie bijvoorbeeld.

Na de sessie ga ik even langs de kringloop. Ik heb een nieuwe ballenbak nodig voor VikThor. En ook een paar glazen vazen voor mijn orchideeën. Vraag me niet wat me bezielt om met een lamgeslagen bont en blauw lijf met spullen te gaan lopen slepen. Feit is dat ik het doe.

Blijkbaar doen de diverse pijnstillers hun werk. Ik fiets ook nog een rondje om de Singel met VikThor. Ga bij de apotheek langs voor pijnmedicatie. ‘Mevrouw, we hebben geen recept ontvangen,’ beweert de apothekersassistente. Alles gaat nu eenmaal mis vandaag.

Intussen begin ik weer erg veel pijn te krijgen. Ik moet die pillen hebben voor het weekend. ‘Maar ik slik dit al jaren dagelijks. Gisteren is er een recept naar jullie gefaxt. Ik ben er echt helemaal doorheen….’ Ik zal die krengen meekrijgen.

‘Nee, ik heb het overlegd, We mogen dat niet meegeven zonder recept,’ herhaalt de apothekersassistente zichzelf. Heks ontploft inwendig. Kleine zwarte wolkjes woede stomen uit mijn oren. Ze drijven een wig tussen mij en de assistente.

Dan zie ik de apotheker achterin de ruimte rond stommelen. ‘Mevrouw, mag ik iets vragen, ik ben van mijn fiets gevallen en helemaal bont en blauw. En nu heb ik die pijnstillers echt nodig, maar ze zijn helemaal op. Ik slik die dingen al jaren. Dat kunnen jullie zo zien in mijn status. Maar er is iets misgegaan met het faxen van het recept…..’

Ik praat als Brugman en krijg 3 pillen mee naar huis. Bij wijze van extreme uitzondering. Hoera.

Maandag maar weer achteraan bellen. Ziek zijn heb je een dagtaak aan. Het is in elk geval niet voor watjes.

Thuisgekomen zak ik neer in mijn stoel. Ik ben ellendig koud en misselijk. En bont en blauw. Langzaam stijf ik op als een kwarktaart. Na een klein uur kom ik nauwelijks nog overeind. Ik hompel door het huis. Kruip dan maar zonder eten in bed. Eet midden in de nacht toch nog wat van de rijsttafel, die ik eerder deze week heb gehaald.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Strompel met grote moeite de trap af voor een laatste uitlaatronde. Loop honderd meter door de steeg en ga dan maar weer terug…… Het is echt geen doen.

Hoe moet dat nu morgen?

De volgende ochtend komt Steenvrouw op de koffie. Ze neemt mijn Smurfje ruim een uur mee naar een park en naar de markt. ’s Avonds fiets ik dan maar weer zelf naar een stuk groen hier in de buurt.

Zondag haalt Vlinder mijn ventje op voor een uitgebreide wandeling. Ook nu fiets ik ’s avonds nog een rondje Singel. En ook vandaag komt Vlinder mijn kereltje uitlaten. Door de stromende regen komt ze helemaal uit Zoeterwoude om me te helpen!

Heks heeft er intussen nog een vage griep bij gekregen. In mijn buik knijpen allemaal kleine groene monstertjes met gemene knijpvingertjes venijnig in het gevoelige zenuwrijke weefsel van mijn dunne en dikke darm. In mijn kop kloppen andere rotzakjes met minuscule hamertjes tegen de binnenkant van mijn kaalgeslagen schedel. Mijn herseninhoud lijkt finaal verdwenen…..

Ik slaapwaak de dagen door. En opeens is het alweer maandag. De knijpertjes knijpen nog steeds geniepig in mijn ingewanden. De kloppertjes kloppen trager en vager, maar onmiskenbaar op de achtergrond tegen mijn baalkop.

De man van de scootermobiel komt langs met een stapel papieren. Oh, wat lijkt hij toch op de kattenfluisteraar van TLC! Ik teken twee exemplaren van het plan om Heks aan de mobiel te krijgen. Of beter gezegd op de mobiel. De scootmobiel.

‘Het zal nog we eventjes duren voordat het helemaal rond is, vrees ik,’ somber ik tegen de man. Ik hik er vreselijk tegenaan. ‘Misschien is dat maar goed ook. U heeft die tijd gewoon nodig om aan het idee te wennen, antwoordt de kattenfluisteraar met zijn geruststellende stem.

Hij aait alle katten en spreekt ze vriendelijk toe. Dan trekt de katten-superman zijn flitsende regencape weer aan en spoedt zich naar het stadhuis.

‘Ik heb zometeen een overleg en ga direct werk maken van uw scootermobiel,’ roept hij over zijn schouder, ‘Want het moet niet te lang meer duren. U valt niet zomaar steeds van uw fiets…..’

 

 

Van de wal in de sloot. Heks maakt een klapper, maar houdt zich groot. Halfzijdig bont en blauw incasseer ik nog een domper. De dag begon zo vrolijk en nu ben ik weer somber. Heksje huilt, Heksje lacht. Dat laatste echter niet vandaag.

Opgewekt smeer ik een make upje op mijn grijnzende smoelwerk. Ik heb zowaar een nachtje 7 uur achter elkaar geslapen. Een unicum! Buiten stampende koppijn heb ik er een geweldig goed humeur aan over gehouden. Zo goed, dat ik me echt leuk aankleed en een kwast over mijn bleke toet trek. Zo.

Koffie er in. Pijnstillertjes er in. Beesjes eten geven. En nu prikken halen bij de huisarts. Opgewekt klim ik op mijn fiets. Mijn hondje braaf dravend naast me haast ik me naar de doktsterspost.

Onderweg vind ik een regenjas. Hij ligt gewoon op straat te dweilen. Het is precies zo’n jas, die ik al een tijdje ambieer. Flinterdun maar wel waterdicht. Alleen de legergroene kleur vind ik nogal saai. ‘Ik had liever een knalgeel exemplaar gevonden,’ kijk ik dit gegeven paard in de bek.

De doktersassistente jast vakkundig drie prikken in mijn lijf. Eentje in mijn schouder, eentje in mijn bovenbeen en de laatste in mijn bil. Bij elke prik spring ik eventjes tegen het plafond. Mijn zenuwstelsel staat al weken op tilt. Vandaar.

Intussen kletsen we opgewekt over het voordeel van een goeie legging boven zo’n kutpanty. ‘Dit zwarte exemplaar is ongeëvenaard sterk. Het lijkt wel een broek!’ prijs ik de mijne aan, niet wetende, dat deze ijzersterke legging binnen een kwartier zwaar op de proef zal worden gesteld.

Bij de balie regelen we nog de nodige recepten. LDN bijvoorbeeld. Moet ik zelf betalen. Kost me zo weer 120 euro. En de citrusinjecties. Moet ik zelf betalen. Kost me zo weer 75 euro. En de medicinale cannabis. Moet ik zelf betalen. Kost me ook weer honderden euro’s.

Krijg ik eigenlijk nog wel eens wat vergoed? Nou, af en toe. Ibuprofen bijvoorbeeld.

Dan nu snel naar huis. Onderweg even het hondje uitlaten. Ik lijn mijn dier aan en stap op mijn fietsje. Net als ik lekker op stoom ben kom ik een oude vriendin tegen met haar hond. Die loopt los. Even goed opletten, dat hij niet voor mijn fiets langs naar mijn hondje toe rent. Ik kijk en groet en val op mijn snoet. Met een grote klap lig ik op mijn linkerzij.

Wat gebeurde daar nu?

De gevonden jas viel op de grond en mijn wiel gleed weg over die gladde nattigheid…… ‘Het kwam door je jas,’ roept een hevig geschrokken vriendin. Ze voelt zich een beetje schuldig merk ik, want de jas ontglipte me net toen ze me vrolijk groette.  Een ongeluk zit altijd in een klein hoekje.

Heks is helemaal gek van de pijn. Mijn hele linkerkant schreeuwt het uit. Een diep gebrul stapelt zich op in mijn borst. Maar ik moet ook echt naar huis nu, want ik heb een afspraak.

‘Laat me maar.’ wimpel ik de geboden hulp af, terwijl ik mezelf bij elkaar hark. Ik wil niet gaan brullen nu. Of keihard huilen. Houterig hijs ik mijn pijnlijf weer op die klotefiets. Ik gooi mijn hondje onderweg nog een park in. Terwijl hij drolletjes draait brul ik het uit. Een ellendig geluid worstelt zich omhoog vanuit deze venijnige binnenbrand. Tranen druppen mijn make up richting kin. Die moeite had ik me dus ook kunnen besparen.

Ik verman me en fiets het laatste stuk naar huis. Vraag me niet hoe. Het regent pijpenstelen intussen, dus mijn tranen vallen niemand op. Thuisgekomen neem ik de schade op. Blauwe linkerelleboog, paarse linkerheup en een zwarte linkerknie met schaafplek. Bovenkant linkervoet is ook flink geraakt alsmede gek genoeg mijn rechteronderarm…. De superieure legging is nog heel.

Ik druppel jodium op de wond en knip een grote pleister op maat. Dan gaat de bel. Rozenhart komt me helpen met van alles en nog wat.

Geschrokken geeft ze me een glas water. Het duurt zeker een kwartier voor ik weer aanspreekbaar ben. Wat een verdriet om zoiets stoms als van mijn fiets vallen. Het is alweer de zoveelste keer dit jaar. ‘Ik wil dat toch wel melden bij die man, die met die scootmobiel bezig is. Want het is echt niet normaal om zo vaak van je fiets te vallen….’ zegt Rozenhart.

We ontdekken, dat we belangrijke post over de aanvraag van de scootermobiel, zoals de man van de gemeente dit voertuig consequent noemt, hebben gemist. Hij heeft zeker een maand geleden al een uitgebreide brief hierover gestuurd. Die is ons compleet ontgaan. Ik vond al dat het zo idioot lang duurde allemaal.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dan gaan we aan de slag met vragenlijsten van de psycholoog. Daar staat iets alarmerends in. Namelijk dat ik in een ongecontracteerd traject ben beland. Hoe kan dat nu? ‘Je hebt toch alleen de gecontracteerde praktijken voor me uitgezocht?’ vraag ik aan Rozenhart. Ik heb haar namelijk op het hart gedrukt, dat ik uitsluitend met deze praktijken in zee wil gaan. Ik betaal al genoeg zelf.

‘Maar sommige niet gecontracteerde praktijken worden toch vergoed,’ riep ze toen als antwoord. ‘Ja, dat zeggen ze misschien, maar ik weet uit jarenlange ervaring, dat dit toch problemen kan opleveren. Dus ik wil alleen met gecontracteerde hulpverleners in zee. Ik wil niet voor rare verrassingen komen te staan…..’

En wat blijkt? Rozenhart heeft een ongecontracteerde club opgeduikeld. ‘Maar ze hebben alleen geen contract met Menzis en CZ,’ probeert ze me gerust te stellen. Heks is er niet gerust op. Ik google Nationale Nederlanden en CZ en vind direct een alarmerend bericht. CZ is een soort overkoepelende zorg-inkoopclub van diverse verzekeraars. Waaronder Nationale Nederlanden. Mijn behandeling word dus niet vergoed.

Rozenhart gaat bellen met de psychologen-praktijk. Die bevestigen dat ik een deel zelf zal moeten betalen. Slechts 10%. Een behoorlijk bedrag als je in aanmerking neemt, dat ik voor een langdurig traject ben aangemeld en ik minstens 1 keer per week een sessie zal krijgen en dat misschien jarenlang…..

Mijn hart vult zich met wanhoop. Na een jaar zoeken en overal weggestuurd worden ben ik nu eindelijk binnen bij de verkeerde club. Doordat iemand weer eens een keertje niet naar me heeft geluisterd. Want ik heb luid en duidelijk gezegd, dat ik niet wilde, dat er ook maar gekeken zou worden naar ongecontracteerde praktijken. Ik had nota bene een waslijst met alle door mijn verzekering gecontracteerde hulpverleners opgezocht.

‘Ik zoek het verder voor je uit,’ zei Rozenhart toen. En zie hoe dat heeft uitgepakt. Heks zit weer met de gebakken peren. Ik kan weer wekelijks gaan lopen dokken.

Wat mankeert mensen toch, dat ze niet naar me luisteren?

‘Sorry Heks,’ zegt Rozenhart. Ze voelt zich vreselijk over deze ontwikkeling. Dat is duidelijk te zien. Heks is er eventjes klaar mee. Straks heb ik een afspraak met de psychologe. Wat moet ik daar nu allemaal mee aan? Gewoon maar weer diep in de buidel tasten en dit ook maar weer gedeeltelijk zelf betalen? Mijn hoofd is helemaal murw van al dit gedoe.

Bont en blauw doe ik Rozenhart uitgeleide. Dan kruip ik in bed. Mijn hulp is intussen gearriveerd en ik kan even niet tegen het geluid van de stofzuiger. Ik wil het liefst mijn kop er af zagen. Ik ben al opgestaan vanmorgen met barstende koppijn. En nu ben ik ook nog bont en blauw. En helemaal door elkaar geschud door die klapper. Wiebelig en huilerig……. Mijn goede humeur is verdwenen als sneeuw voor de zon.

Waarom? Kan er nu nooit eens iets gewoon goed gaan?

 

 

Heks ontwaakt met een kater in haar snater. IJzeren pin steekt binnenin een krater in haar tater. Maar de echte flater komt later. Het is geen gewone ouderwetse alcoholvrije ME kater…. Nee. Ik heb raar gedroomd. En: Voorouderaltaartje krijgt gezellig staartje.

‘Hoe laat hadden we ook alweer afgesproken? Er staan twee tijdstippen in mijn agenda, 11 uur en 12 uur….’ beantwoord ik de app van mijn homeopaat. Ze maakt me attent op de defecte lift in het gebouw, waar haar praktijk gevestigd is. Is dat bezwaarlijk? Nee, we komen die spekgladde houten wenteltrap wel op. Er weer af wordt moeilijker. Vooral voor VikThor.

We besluiten het te houden op half 12. Fijn. Hoef ik me niet zo te haasten. Ik ben niet vooruit te branden vandaag. Word wakker vanuit een rare kleverig trage droom, waarin ik bij voortduring kotsmisselijk ben. Met een wee gevoel in de maag strompel ik naar de keuken.

Ik voel me echt niet lekker. Bovenop de dagdagelijkse ME kater. Onwel. Onpasselijk. Waarover heb ik in godsnaam liggen dromen?

Ik kom er niet achter, maar heb een vaag vermoeden. Het zal mijn misselijkmakende familie wel zijn. Misschien moet ik er wat van die opgeblazen boeren uitlaten. Opboeren. Burpend zet ik koffie. O jee. Nu krijg ik ook nog de hik…….

Een luchtig begin van de dag in elk geval.

Ik hijs me in mijn kleren, maar ze vechten terug. Worstelend en stoempend werk ik me in een leuk jurkje. Op zich een goed teken, dat ik iets leuks aan trek, ook al vraagt aankleden veel van mijn schouders en ellebogen. Ik loop al weken in mijn praktische muizenpak. Grijs, grijs, grijs. En wijd. Vandaag ben ik echter een ranke aubergine.

Oh, nu moet ik toch nog opschieten. Mijn vage plan om op de fiets te gaan valt in duigen. Snel schiet ik een jas aan. Ook al aubergine van kleur. Nu nog een baret in hetzelfde palet en Heks is er klaar voor. Mijn kleine viervoetige vriend staat al naast me te springen. Hoera. We gaan op stap. Altijd heerlijk volgens mijn hondje.

Onderweg knikker ik mijn blafbeest nog eventjes een bos in. Vrolijk draait hij een drolletje. Uitgelaten scheurt hij door het vlammende struweel. Wat is het bos mooi. Al die kleuren. Herfst! Favoriet bij Heks!

Niet veel later klimmen we de massieve houten wenteltrap op naar de praktijk van mijn homeopaat. Ze staat ons al in de deuropening op te wachten. VikThor is door het dolle. Hij komt zo graag in deze prachtige oranje ruimte vol licht, lucht en liefde. Hij is dol op mijn behandelaar. Ik ook. Ik zoen haar op beide wangen.

We pakken elkaar even lekker beet. Het is al een hele tijd geleden, dat ze praktijk hield. Een sabbatical en een daaropvolgende periode met fysieke problemen hebben wat dat betreft roet in het eten gegooid. ‘Fijn, dat je er weer bent,’ zeggen we tegen elkaar. En ‘Wat ben je mooi roze,’ versus ‘Wat ben je mooi aubergine….’

Vervolgens kletsen we een hele tijd. Langzaam gaat dit over in de behandeling. Ik vertel de laatste ontwikkelingen in mijn persoonlijke proces en mijn homeopaat zoekt daar dan een passend middel bij. Om het proces te ondersteunen of te bespoedigen.

Ik vertel haar over de moeite, die ik heb met mijn eigen persoontje. ‘Ik heb mezelf echt wel eens leuker gevonden in het verleden. Zelfs als ik iets goeds voor iemand doe, iemand een hart onder de riem steek bijvoorbeeld, voel ik me vreselijk achteraf. Alsof ik door de mand kan vallen, alsof het niet waar is, terwijl het dat wel is, alsof……’ ik zoek naar de juiste woorden, maar vind ze niet.

Ik doe nog een poging, ‘Omdat het me niet meer lukt om eindeloos loyaal van bepaalde mensen te houden….. voel ik me schuldig of minstens slecht……. kan ik niet goed met mezelf door een deur….’

‘Die hekel aan jezelf en die zelfhaat,’ mijn therapeute schrijft intussen dingetjes op,’ het is eigenlijk wel bijzonder, dat je het zo goed kunt voelen. Iedereen heeft in mindere of meerdere mate last van zulke gevoelens, maar ze zijn meestal diep weggestopt….’

Heks weet het. Die weggestopte gevoelens zijn echter wel een vruchtbare voedingsbodem geweest van mijn walgelijke pleasegedrag. Open en bloot zorgen deze gevoelens misschien voor schaamte en nog meer zelfhaat, maar alles is beter dan tot in lengte van dagen je dagen doorbrengen als deurmat, voetveeg of in het beste geval rode loper.

Er gebeuren ook hele goede dingen. Ik vertel haar over de familieopstelling op de heksenschool, waar mijn casus werd behandeld. Hoe dat de boel aardig in beweging heeft gezet. Hoe ik eindelijk korte metten begin te maken met mijn volgens de paragnost Peter van der Hurk ‘achterlijke loyaliteit naar Jan en Alleman’.

‘Ik kreeg een hele leuke reactie op mijn blog. Nu krijg ik zelden reacties. En als iemand dan al eens reageert is het meestal in de trant van ‘Goed verhaal, grappig, leuk geschreven’ of iets dergelijks. Maar deze reactie was anders….’ Ik diep mijn telefoon op uit mijn tasje. Snel zoek ik het geschrevene op. ‘Luister…’

©Toverheks.com

‘Dankjewel heks voor je altijd prachtig geschreven verhalen over je worstelingen. Weer eens wat anders dan al die prietpraat van merendeels in een veilige omgeving afgestudeerde ‘deskundigen’ psychopathie. Ik lees je verhalen altijd met een brede grijns. Wraak! dank zij jou op mijn familie vol zieke of karakterloze idioten. Dankjewel!’

‘Zo leuk. Pas later viel het kwartje over dat woord wraak. Ik verwoord dingen ook voor haar, zij moet vergelijkbare ervaringen hebben….. ‘ ik zoek alweer de juiste woorden, ‘En mijn schrijfsels doen haar goed. Mijn ‘de draak steken’ met mijn rariteitenkabinet is tevens een soort zoete wraak op haar kwelgeesten…….’

‘Die blogjes schrijven kost me overigens al enige tijd de grootste moeite. Het voelt ook echt als een worsteling.’

‘Maar toch wil ik het doen. Ook al zijn het niet meer de overwegend gezellige opbeurende blogjes van voorheen. Mijn vrienden en familie lezen het allang niet meer….’ ik lach, Heks heeft liever een onbekend publiek, ‘Ik heb altijd gezegd, dat ik al blij ben als er 1 mens iets aan heeft……’

Maar het doet me vooral goed, dat ik deze dame flink aan het lachen maak. Lachen is het beste medicijn, dat er bestaat. Het helpt mij door de meest zwarte periodes heen. Al je spieren ontspannen als je lacht. Behalve je lachspieren. De maar doordenderende trein van het harde bestaan loopt even uit de rails…….

Het is een tijd van grote kosmische veranderingen volgens mijn behandelaar. Ik ben niet de enige, die met grote thema’s worstelt.

‘Ik ben bezig met het maken van een voorouderaltaar van kiezelsteentjes, van mijn toverjuf geleerd,’ vertel ik tot slot, ‘Ik denk, dat ik eerst een klap op die steentjes ga geven. Dat heb ik dan weer van een Duitse architect, die een pyramide heeft gebouwd op de Filipijnen. Ik was daar met hem voor een healingfestival….’

‘Om de pyramide lag een breed pad van grote kiezelstenen. De stratenmakers moesten van die architect op elke steen een klap geven met een hamer, om de stenen in de juiste trilling te brengen. Maar zodra de goede man niet keek, gaven de werklui daar de brui aan. Wat een flauwekul’ moeten ze hebben gedacht. De bouwkundige kon echter precies aanwijzen, waar ze met die steentjes in de fout waren gegaan…….’

En dan moesten ze er alsnog een klap op geven……

Ja, mijn voorouderaltaar. Ik ben bezig een plek vrij te maken hiervoor in mijn boekenkast. De steentjes liggen klaar in een grote schaal. ‘Je kunt dan zo’n steentje, dat een bepaalde voorouder representeert oppakken, eventjes koesteren of een beetje zachtheid geven. Je kunt zelfs met je hand over het veld bewegen en voelen waar de stagnatie zit. Of de kracht….’

Er is nog een oefening, die steeds voor mijn geestesoog zweeft de laatste tijd. ‘Touching the earth’ in de traditie van Thich Nhat Hanh. Ik heb em geleerd van Sister Chan Khong, die ijzersterke representante van onze Grote Moeder.

‘Stel je je ouders voor, niet zoals ze nu zijn of zoals ze geworden zijn, boos of bitter, teleurgesteld, gebroken….. Stel je je ouders voor zoals ze waren, toen ze jong waren. Nog maar net volwassen. Je moeder als een jong meisje met stralende ogen, vol idealen. Je vader als jonge man, fris en met zijn eigen idealen….’

Tegen die tijd stonden al haar leerlingen te snotteren. Heks incluis. ‘Touch the earth’, klonk dan haar zangerige stem, waarop de hele goegemeente op de knieën ging om met het voorhoofd onze Grote Moeder aan te raken. ‘Oh moeder, ik geef de aarde al uw woede en manipulaties….. Oh vader, ik geef de aarde uw slaag en vernedering…….’

Een geweldige oefening. Veel uitgebreider dan hierboven beschreven. Zo verbind je je ook met je geboortegrond ofwel de voorouders van je land en tot slot met je spirituele voorouders….. Volgens Sister Chan Khong ben je na drie weken dagelijks dit ritueel doen in no time van al je ellende met voorouders af……..

Aardewijsheid: Altaar, kleuren en symbolen.

 

 

 

 

Aandacht is als zonneschijn. Iedereen vindt aandacht fijn. Maakt iemands grootspraak jou heel klein? Of voel je je kut als kop van Jut? Of lijd je diepe zielenpijn? Probeer aandachtig te zijn……

‘Aandacht is als zonneschijn’, schrijft Thay in het gelijknamige boek. Ja, alles wat aandacht krijgt groeit. Wat geen aandacht krijgt verpietert waar je bij staat. Zonder er aandacht aan te besteden natuurlijk. Het valt niemand op, dat verpieteren. Verpieterde zielepieten hoeven dus niet op al te veel aandacht te rekenen.

Die aandacht bewaren we voor de idioten en narcisten onder ons. Meesters in het vragen van aandacht. Opeisen beter gezegd. Kampioenen in het zichzelf in het middelpunt plaatsen. Daar hebben ze een hele lange adem in. En een onwaarschijnlijke vindingrijkheid.

Kijk, nou doe ik het weer. Ik wil iets leuks en opbeurends schrijven en ik zaag direct de poten onder mijn verhaal vandaan. Het kost me steeds meer moeite om ergens een leuk verhaal van te maken blijkt maar weer.

Overleven zonder aandacht is geen doen. Toch doet Heks het al jaren. Natuurlijk vragen mensen echt wel hoe het met me gaat zo nu en dan. Niet dat ze het dan ook echt willen weten.

Dus lieg ik wat positieve kletspraat of wat men maar wil horen bij elkaar en roep vervolgens dat het goed gaat. Om de ander niet voor het hoofd te stoten of in verlegenheid te brengen. Door schade en schande wijs geworden.

Want aandacht vragen komt me gegarandeerd op afwijzing te staan met mijn eeuwige mekker-ziekte. Of ongevraagd advies en bemoeizuchtige opmerkingen. En daar heb ik geen zin meer in. Te pijnlijk.

Maar afgelopen weekend staat Heks in het middelpunt van de belangstelling. Op de heksenschool hebben we een lesdag over voorouders. ’s Middags gaan we een opstelling doen. Hierbij worden representanten van de diverse voorouders in de ruimte geplaatst. En dan maar eens zien wat er gebeurt.

Heks ingebrachte casus dient als voorbeeld. Ik zie hoe iemand een vijandige dierbare van me representeert. Het is ongelofelijk hoe zelfs de gelaatsuitdrukking van mijn klasgenote verandert in die van een familielid van Heks. Alsof die persoon daar werkelijk staat.

Ook Heks zelf wordt door iemand gerepresenteerd. Ook die persoon wordt in het speelvlak gezet. Oh, wat spannend. Wat gaat er gebeuren? Wat is de dynamiek hier?

Er gebeurt helemaal niks. In de ruimte staan twee personen met de rug naar elkaar toe…… Ik krijg een knoop in mijn maag. ‘Ik word misselijk,’ zegt de heksenrepresentant. Herkenbaar. Heb ik ook om de haverklap.

Gelukkig is mijn juf uitermate bedreven in systemisch werk. Onze zielen worden erbij gehaald. En krachtdieren. Krachtige voormoeders vormen een brug tussen deze twee godverlaten mensen. Er komt een ietsiepietsie beweging in het geheel. Minimaal. Nauwelijks waarneembaar voor mijn betraande verschrikte ogen.

Alles wat aandacht krijgt groeit. Het is zo. Sinds de sessie van afgelopen zondag is de boel vanbinnen behoorlijk in beweging gekomen. Ik stuiter alle kanten op. Vlieg op mijn trouwe bezemsteel van wolken kolkende woede vol blinde bliksemschichten middels een regenboog regelrecht een stapel vergevingsgezinde eufore sluierwolken in. En weer terug.

Om spiritueel te groeien moet je ergens in het midden uitkomen. Het gulden midden. Daar waar geen woede is en geen euforie. Du moment dat je niet meer chronisch heen en weer wordt geslingerd tussen deze twee uitersten kun je omhoog gaan groeien. Richting het goddelijke. Een oud spiritueel groeimodel in de vorm van een driehoek. Lang geleden geleerd van een nuchtere Friese genezeres.

Na de sessie komt er een klasgenoot naar me toe. ‘Ik begrijp nu waarom jij al die kwalen en aandoeningen hebt,’ kopt ze een inzicht in mijn klep. ‘Laat de mensen, die een opstelling hebben gehad met rust,’ zei de juf nog. Het is toch zo moeilijk om niet te reageren op de ander, om er alleen maar te zijn voor de ander.

‘Die kwalen komen allemaal uit de andere tak van mijn familie,’ pareer ik het inzicht. Het is nog waar ook. Ik heb bijvoorbeeld geen suikerziekte, zoals een groot deel van de tak van de familie, waar de opstelling over gaat. Ook ben ik mijn verstand niet kwijt. Nog niet.

Als ik ’s avonds thuis in mijn stoel zijg dansen de inzichten voor mijn ogen. Mijn eigen inzichten. Vallende kwartjes. Alsof ik de hoofdprijs heb gewonnen met een fruitmachine….. Ik realiseer me opeens weer waar het om gaat in het leven. Ik zie de grote verbanden weer. Ik voel hoe het contact met mijn ziel zich herstelt……

Dat was verreweg het belangrijkste van het hele gebeuren vandaag. Het contact met de ziel. De ziel, die wil ervaren. Ook dit. Een disfunctionele familie, wantrouwen, onrecht, geweld en grensoverschrijdend gedrag.

Ik zie de draadjes, waaruit ik geweven ben. Draadjes genetisch materiaal. Draadjes incarnatie materiaal. Hoe de ziel zich verhoudt hiertoe. Mijn zielengroep. Verschillende spirituele tradities vloeien in elkaar met ieder hun eigen inzichten. Vingers die naar de maan wijzen. ‘Gooi elk inzicht ook weer overboord,’ zegt Thich Nhat Hanh altijd. Het zijn maar wijzende vingers. En niet de maan.

Vandaag denk ik even helemaal nergens aan. Ik ga naar de markt en flirt gezellig met een oude Griek, die probeert zijn excellente olijfolie aan de man te brengen. Dat lukt hem. Dan koop ik een kilo zalmbuikjes voor mijn beestjes. Vinden ze lekker.

Naast me staat een hele leuke dame. ‘Die haal je zeker door een deegje…’ likkebaardt ze als ik in een impuls een pond calamaris bestel. ‘Ja, bloem, ei, cayennepeper……’ glim ik opgewekt. ‘Ja, zo simpel. Het heeft alleen aandacht nodig om lekker te worden. Dat geldt toch eigenlijk voor al ons eten?’ lacht de vrouw verrukt.

Heks verklapt het recept van haar listige sausje bij dit gerecht. Ook al zo eenvoudig. Een paar cashewnoten en citroenen, die heel lekker worden als ze samen met wat olijfolie in het middelpunt van de belangstelling worden vermorzeld……

Ik neem me wel iets voor. Ik ga me nooit meer verdedigen en verantwoorden. Dat is nogal een dingetje tegenwoordig. Omdat ik niet meer bij voorbaat in de excuus-modus lig te dweilen, als ik niet aan iemands verwachtingen voldoe, krijg ik nogal eens een verwijt naar mijn kop achteraf. Ik word zelfs op het matje geroepen. Ja, je leest het goed.

Als een klein kind!

Heks is natuurlijk zelf debet aan dit soort toestanden. Jarenlang heb ik gezegd en gedaan wat anderen van me wilden. Ik heb eindeloos aandacht gegeven aan mensen, die gaan gapen zodra het even niet over henzelf gaat. Of mensen, die mij met het grootste gemak uitzetten als het niet uitkomt. Alsof er een aan en uit knop op me zit. Ik heb geduldig gewacht tot ze de knop weer aan zetten. Zonder morren.

Maar die knop doet het geloof ik niet meer. Hij is lam of murw.

Nu moet ik nog leren mezelf niet te haten, omdat ik bepaalde dingen niet meer kan of wil. Want daar ben ik ook achter gekomen. De diepe hekel aan de pleaser in mezelf is bijna net zo sterk als de teleurgestelde afkeer van mijn nieuwe assertieve van dik hout zaagt men planken zelf. Uiteindelijk val ik wel weer met mezelf samen. Op een goede dag.

 

 

Handhaven is voor de braven. Handhaver, je zal het maar zijn. Heks in de bres voor handhavers! Handhaven is een rotklus, maar iemand moet het doen. Ja, lekker is dat. De schoorsteen moet roken. Een mens moet toch wat……

Twee oktober 2019. Heks ligt in bed uit te puffen van helemaal niets. In mijn koelkast staat genoeg hutspot met klapstuk voor een weeshuis. Vanavond komt Trui eten. Daarna gaan we even de stad in. Morgen heb ik niemand uitgenodigd. Dat wordt weken hutspot eten……

Vanmorgen om half tien gaat de telefoon. Ik lig rillend en bezweet te slapen. Rare dromen bevolken mijn frontale kwab. Rinkelende vissen trekken me naar de oppervlakte. Overal in huis hoor ik nu telefoons te keer gaan. Ook mijn debiele telefoon meldt zich nu. Hij ligt gelukkig binnen handbereik. De beller is anoniem. ‘Krijg de klere,’ mopper ik. Vervolgens draai ik me nog eens lekker om.

Vijf minuten later begint de anonieme fanaat me opnieuw te bellen. In mijn slaperige brein ontspringt intussen een het idee, dat dit wel eens de politie zou kunnen zijn. Heks heeft gisteravond haar auto op de Langegracht geparkeerd, omdat het godsonmogelijk is om vanaf vanmiddag 13.00 hier de wijk nog uit te komen met je bolide.

‘Dat je hier mag parkeren,’ dacht ik nog. Zo vlakbij de kermis en het feestgedruis. Maar een ordemannetje in een knalgele jas geeft geen krimp, als hij me op mijn gemak ziet inparkeren. Ook trekt hij geen sprintje achter me aan, als ik met mijn hondje naar huis wandel.

Ook zie ik nergens een bord of gekleurd lint om me het parkeren te verbieden. ‘Vergunninghoudersplek’ staat er levensgroot op een verkeersbord te lezen. En dat ben ik toevallig, zo’n vergunninghouder…..

‘Uw auto staat op een plek, waar de ambulance moet komen te staan….’ een agente staat me vriendelijk te woord. Of ik em maar even weg wil halen. Helaas voel ik me hartstikke ziek momenteel. Ik heb zeker een uur nodig om mezelf genoeg op te kalefateren om dat stuk naar het politiebureau te lopen. ‘Ik haal em voor 12 uur weg….’

Nou, dat is eigenlijk niet snel genoeg. De hele stad staat al weken op zijn kop in het kader van dit volksfeest. En waar vroeger de aftrap kwam met de taptoe aan het begin van de avond, tegenwoordig gaat het circus al om 13.00 ’s middags van start.

Toch gaat de agente akkoord. Ik heb nu eenmaal niks verkeerd gedaan. Ik mag daar gewoon staan. Tegen 11 uur haal ik mijn wagentje weg. Ik ben maar net uit de kreukels. ‘Niet meer hier neer zetten, hoor,’ glimt een mannetje in een gele jas tegen Heks.

Hij is op een holletje naar me toe komen rennen, zodra hij me zag instappen. Ik reageer met een paar grappen en grollen. ‘Ik dacht, dan staat mijn autootje in elk geval veilig zo in het zicht van een paar handhavers!’ De man grijnst van oor naar oor, vervolgt dan trots ‘We hebben vanmorgen al een fietsendief te pakken gehad. Die stond met een ijzeren staaf sloten open te breken……’

Dan rijd ik de binnenstad uit. Eerst maar eventjes naar het Leidse Hout. Voor het feest los barst.

Gisteren had ik het ook al aan de stok met handhavende mannetjes. Of beter gezegd: Een paar mij wildvreemde dames kregen het aan de wapenstok met een paar handhavers.

Heks kwam zoals gewoonlijk op het nippertje aan bij de kerk, waar ik met mijn koor repeteer. Een auto sukkelde nietsvermoedend tegen het verkeer in op me toe door de straat, op enige afstand woest achtervolgd door een paar handhavers. Gewiekst reden ze de wagen klem. Precies zoals ze dat een jaar geleden bij Heks deden.

‘Ik zou die bon aanvechten,’ raad ik de nieuwe slachtoffers van ongelofelijk onduidelijke verkeersborden in deze straat aan, als ik hen passeer. De dames staan stomverbaasd naast hun auto te dazen. Perplex dat ze klem zijn gereden. Zich totaal niet bewust dat ze iets verkeerd hebben gedaan….

Heks heeft vorig jaar met succes precies dezelfde overtreding aangevochten. En ze kreeg gelijk van de rechter. Ik moest evenzogoed toch nog 50 euro betalen. Heel vreemd. Belachelijk ook.

En niemand heeft intussen de moeite genomen om de situatie ter plekke recht te zetten. Het bord verboden in te rijden is nog steeds niet zichtbaar vanaf de voorrangsweg als je aan komt rijden. Wat wel in zicht staat is een bord max 30 kilometer, dat ze zijn vergeten weg te halen.

Dat bord is van toepassing op de oude situatie, Tot twee jaar geleden mocht je namelijk wel deze straat vanaf deze kant in rijden. Verwarrend tot op het bot.

Het is natuurlijk prijs schieten voor de handhavers. Zij posteren zich tegenover de straat en gaan als een gestoorde achter iedere nietsvermoedende burger aan, die het waagt er aan deze kant in te rijden. Als een stelletje dollemannen in hun handhaaf autootje. Ja, zo kom je wel aan je quotum bonnetjes uitschrijven……

‘Mevrouw, wij beloven beter te handhaven in uw straat,’ zegt een bobo van het Leidse handhaaf-team onlangs tegen me aan de telefoon, ‘Maar belooft u me dan om eens een positief verhaal over onze dienst te vertellen op het eerstvolgende verjaardagsfeest…..’ De man heeft ongetwijfeld humor. Een leuk verhaal vertellen over handhavers, hoe komt hij er bij?

Ze slingeren je altijd op de bon om iets onnozels en de grote jongens kunnen gewoon hun goddelijke gang gaan. Ofwel: Ze staan mensen op te wachten, die nietsvermoedend een straat in rijden, waar het verbodsbord bijvoorbeeld achter een boom is verdwenen om hen genadeloos een vette prent te geven, dat geintje vorig jaar was aanvankelijk 150 euro…..

Anderzijds staan bij Heks in de steeg bijvoorbeeld altijd auto’s midden op straat geparkeerd en geen haan die er naar kraait. ‘Wij nemen echt geen bosjes bloemen aan van de winkel op de hoek,’ weerlegt de bobo aan de telefoon mijn insinuaties geuit in een recent mailtje.

Heks schiet in de lach. ‘Ik wilde jullie een beetje prikkelen, meneer, want het is toch vreemd, dat hier soms vier, vijf auto’s en zelfs bussen midden op straat staan geparkeerd. En niemand krijgt ooit een bon…..’

‘Maar als ik eens in de twee jaar mijn vakantiepullen sta in te laden, krijg ik van jullie mannetjes te horen, dat ik vooral op moet schieten vanwege hulpdiensten. Die moeten er langs kunnen. Ik heb een kabouterautootje. Dat ook nog.’

Ja, er zit geen rechtvaardigheid in. Het is waarschijnlijk echt toeval, dat hier voor de deur zelden bonnen worden uitgedeeld. Omdat je hier niet mag staan controleren ze dat ook niet. Het klinkt tegenstrijdig.

Maar op parkeerplekken aan de andere kant van de straat worden juist veel bonnen uit geschreven, omdat mensen onterecht op vergunninghoudersplaatsen staan. ‘Vorig jaar hebben we zus en zoveel bekeuringen uitgedeeld in uw straat….’ roept de bobo opgewekt. De man is echt grappig.

Het zal je vak ook maar zijn. Het is net zoiets al beulsfamilies in de middeleeuwen. Iemand moet het doen. En je moet het ook goed doen, het is een vak apart. Iemands kop er af hakken met een botte bijl was bijvoorbeeld not done. Dan werd je zonder pardon uit het beulsgilde gesodemieterd.

Het beulsvak bleef binnen de familie. Het werd doorgegeven van vader op zoon. Ik geloof niet dat er vrouwelijke beulen waren. Beulen stelden ook eer in hun werk. Het onthoofden moest in 1 klap gebeuren. Precies op de goede plek van de nek met een haarscherpe bijl!

Ook verzonnen zij niet wie er moet worden onthoofd, dat deed de rechtgevende macht. Of een potentaat uit de heerende klasse.

‘Wij gaan niet over verkeersborden,’ zegt de handhaver gisteren tegen Heks in de stromende regen. De twee beteuterde bekeurde dames staan erbij als verzopen katjes. ‘Vind u het niet gek, dat er nog nooit iets aan de situatie ter plekke gedaan is, terwijl ik anderhaf jaar geleden al gelijk heb gekregen van de rechter over deze kwestie?’

De man gaat al niet over verkeersborden….. Ook is zijn hoofd niet bedoeld om zelf na te denken. En wat zou je een gouden locatie om bonnen te schrijven op de schop gooien? Een avondje posten als er weer zo’n enorm koor rijke pensionada’s repeteert in die kerk of als er een buslading hippe ouwe taarten in de school om de hoek naar de poweryoga gaan werpt genoeg vruchten af. Dus: Houden zo!

 

Heks kijkt een kleine marathon Utopia. Ik wil schrijven over dit gekkenhuis, maar langdurig kijken is bijna niet te doen. De afleveringen hangen van het fenomeen gaslighten aan elkaar. Een normaal woord wordt er zelden gewisseld. Het is de niet-ideale-maatschappij ten voeten uit. Een wereld, waarin niemand een ander iets gunt. En iedereen tegen elkaar loopt te liegen! Op Hiske na dan………

Heks heeft  jullie nog een verhaaltje over Utopia beloofd. Helaas lukt het me nauwelijks om naar dat gekkenhuis te kijken de laatste tijd. Ik heb sowieso al moeite met de mensheid in het algemeen, mezelf incluis. Het stelletje hopeloze narcisten in deze miniatuur heilstaat is echt om te kotsen. Wekenlang trek ik die vreselijke stumper van een Jessie echt niet……

Gisteren begin ik aan een kleine marathon, om opgenomen afleveringen te bekijken. Ik lig met een griepje gestrekt.

De domme Merel vind ik ook nauwelijks te nassen met haar geroddel over Shelley en hoe dom die wel niet is. Hoezo projectie? Als er iemand echt onnozel  is in Utopia, dan is het deze zelfbenoemde diva wel. Haar verliefdheid op de oppernarcist van het kamp maakt haar stekeblind. Niet dat het veel uitmaakt. Ze is sowieso niet echt goed in het monitoren van andermans gevoelens. Daar walst ze liever over heen.

Dan is er nog de dikke Gerrit. Zo dom als een oliebol. Ik hoor op een gegeven moment in een uitzending, dat hij student is. Hetgeen me hogelijk verbaast. Zitten er dan toch hersens in dat enorme holle vat? Is er bij die Holle Bolle Gerrit toch sprake van enig IQ? EQ heb ik nog nooit bij de stumper kunnen ontdekken. Deze flamboyante narcist is gespeend van enige vorm van spiegelcellen in zijn trage brein.

Dan is er nog de zure Adriaan. Tot op het bot teleurgesteld in de mensheid. Hij vergeet evenwel, dat hijzelf ook een mensachtige is. Met alle gevolgen van dien. Hij vindt zichzelf een klasse apart met zijn voorliefde voor varkens. Een gemiddelde moslim zal daar heel anders tegenaan kijken. Ik bedoel maar. Hij heeft bepaald niet de wijsheid in pacht met z’n gefrustreerde geknor.

En dan de treurige Franny. Even uit haar depressie getild door alle aandacht. Maar het is nooit genoeg. Het meisje heeft voortdurend bevestiging en aandacht nodig en dat is gewoon geen haalbare kaart. En dan zoekt ze het ook nog bij de grootste egoïst van het hele terrein, Holle Bolle Gerrit.

Waar Jessie tactisch nog wel eens iets voor een ander doet, doet Gerrit echt nooit iets voor zijn medemensen. Hij lult over anderen of stopt zijn lul in een ander, maar iets bijdragen, los van zure woorden of zuur sperma, is er niet bij.

Shelley wordt voortdurend voor egoïst uitgemaakt door de grootste egoïsten van Utopia. Heks is geschokt door de mate van gaslighten, die Gare Gerrit en de slisnarcist op deze dame loslaten. Met enige regelmaat wordt de arme Shelley in een hoek gedreven over de meest achterlijke zaken. Ik bewonder haar botte reactie op dit geweld. Maar het speelt de heren wel in de kaart over haar vermeende egoïsme.

Echt sociaal vaardig is de dame niet. Maar ze werkt hard en gunt een ander best wat. Behalve Gare Gerrit en Slistige Jessie. Om deze heren gaat ze met een boog heen. En met recht! Ze kan die idioten beter mijden als de pest. Ze vernederen haar graag tot op het bot met hun denigrerende respectloze opmerkingen. Ze hebben intussen alle plezier al uit dit meisje getrokken.

Dan is er nog een scala aan roddelende figuranten in dit drama. Wat zijn mensen toch een verschrikkelijke wezens. Iedereen kletst over iedereen. Ze gunnen elkaar vaak het licht in de ogen niet, dwarsbomen de ander waar mogelijk, halen de ander omlaag op een zwak moment…..

Werkelijk iedereen beschuldigt zich aan dit gedrag. Behalve Hiske. Het enige integere en intelligente mens in Utopia. Een menselijk mens ook.

Hiske kan met iedereen overweg. Ze laat zich door niemand intimideren. Ze ziet dingen helder en scherp. Ze heeft een warm hart in haar donder. Ze roddelt niet, spreekt hooguit haar bezorgdheid uit. Ze helpt anderen bij voortduring uit de brand, maar hoeft niet op de voorgrond. En ga zo maar door. De integere Hiske is een klasse apart.

En daarom vind ik dat deze vrouw moet winnen. Het is sowieso een raar concept, dat winnen van dit programma. Elkaar de tent uitvechten en een ideale samenleving opbouwen zijn nu niet bepaald kanten van dezelfde medaille.

Utopia 1 is ook al gewonnen door een rasnarcist. Ik heb toen niet gekeken, op een paar uitzendingen na. Net toen die winnaar enorm de idioot liep uit te hangen. Zuigen en zeiken dus. Gaslighten ook. Laten we niet weer zo’n lul de behanger laten winnen.

Maar helaas. Mensen houden van narcisten, Onze ideale maatschappij is narcistisch van structuur. Met bij voorkeur een psychopaat aan het roer. Kijk maar naar de Verenigde Staten. Een egocentrische gek aan het hoofd en niemand die het stoort.

Heks zit wel vaak te lachen hoor, tijdens het afspelen van het programma. Bijvoorbeeld als Merel recht in het gezicht van haar geliefde liegt over het feit, dat ze hem een lelijke sloeber heeft genoemd, toen het uit was. ‘Dat ontzettende lekkere stuk, die zoon van Lexy, is echt mijn type. Jessie niet, hij ziet er niet uit, die loopt erbij als een zwerver…..’  heeft iedereen haar horen zeggen op nationale televisie. Maar de dame ontkent dit in alle toonaarden…..

Een kwartier later is ze hevig verontwaardigd, omdat iemand heeft geroepen haar te willen wurgen en het vervolgens ontkent. ‘Ze liegt recht in mijn gezicht,’ schreeuwt ze verontwaardigd, al lobbyend bij de rest van de bewoners.

De afleidingsmanoeuvre werkt. Niemand heeft het meer over het feit, dat ze haar geliefde enorm heeft zitten afkraken ten aanschouwen van iedereen. En het vervolgens ontkent.

Heks hikt ook van de lach als Slissie uitroept: ‘Waarom liegen mensjejen? Ik begrijp daar nietsjsj fan…..’ terwijl hij zelf allerlei stiekeme flirtpartijtjes met Shelley heeft.

‘Vind je haar leuk?’ vraagt de slimme Hiske hem daarom. ‘Af en toe vind ik Sjshelley wel leuk,’ antwoord de lelijke valse Jessie met een pieperig stemmetje. Shelley is ver buiten zijn lead. ‘Heb je aantrekkingskracht?’ informeert de gisse Hiske verder.

‘Eh, Aantrekkingsjskracht, Eh…….,’ de sukkel proeft het woord alsof hij het voor het eerst hoort, ‘We gaan de laatsjste tijd beter met elkaar,’ zegt hij zacht met een heel lief engelengezichtje.  Dit alles heel liefjes uitgesproken.

Let wel: We GAAN de laatste tijd beter met elkaar. Heks hoort het de stumper verschillende malen zeggen tijdens zijn crisis met Merel. Hij heeft zijn dwalende eksteroog op Shelley laten vallen en verkent de mogelijkheden: In zijn optiek is er al iets gaande……

‘Dus dat is niet je geheim, Jessie,’ zegt Hiske. Shelley is overigens bij dit gehele gesprek aanwezig. ‘Nee,…..neee, neee…. ,’ teemt Jessie, ‘eh, of wel…..’ Geheimzinnig listig lachje volgt. ‘Dat sjou sjomaar wel kunnen……’

Ja, wat moet je daar nu mee? De naarling zit het meisje enorm te gaslighten. Shelley reageert laconiek ‘ Ik ga er niks mee doen. Het is vanuit Jessie gekomen, dat hij dat geheim heeft …..

Een ander voorbeeld van het idiote gedrag van Jessie ten opzichte van Shelley ten tijde van zijn crisis met Merel:

‘Jij moet toch echt iets met je haar doen, Jess,’ zegt Shelley. Ze is Gerrit aan het knippen. ‘Nee, ik denk dat JIJ ietsjs met mijn haar moet doen!!!!’ schreeuwt Jessie agressief terug terwijl hij priemend met zijn wijsvinger bijna in Shelleys borst prikt.

Het is nog net geen ongewenste intimiteit, maar hij staat wel onbeschoft in haar persoonlijke cirkel te oreren.

Gerrit kijkt verstoord op en geeft tegelijkertijd een pakje onderhands aan Jessie. Het lijkt wel een uitwisseling van drugs pal onder de neus van een nietsvermoedende huisgenoot.

 

‘Maar,’ stottert Shelley een beetje overdonderd door de heftigheid van Slissies’ geprik en geschreeuw, ’Met toestemming, niet dat ik effe zo….’  Ze zwaait met haar tondeuse alsof ze hem kaal scheert…….

‘Doe maar,’ zegt Jessie en buigt het hoofd in overgave voorover. ‘Wat hoor ik? Toestemming? Goed!’ geint Gerrit, die een kale Jessie voor zich ziet.

 

‘Dat betekent niet dat je het maar bij elkaar moet gaan doen…’ antwoordt Jessie onnavolgbaar. Zowel Shelly als Gerrit zijn perplex.

‘Bij elkaar?’ Gerrit kijkt verbijsterd. ‘Met elkaar,’ zegt Jessie stellig, ‘ Als je……’ zijn stem sterft suggestief weg.

‘Waar gaat dit heen?’ vraagt Shelley op vlakke toon.

Het is doodstil opeens.

Jessie loopt weg als Gerrit hem vraagt ’Shelley en jij bedoel je?’ ‘Nee hoor, Gert,’ en een stuk verderop buiten hun gehoor, louter voor ons, de kijkers thuis… ’Nee hoor Gert…’ een diepe zucht. Onbegrepen Jessie….

Vervolgens komt Jessie Shelley in de badruimte tegen. Het is intussen alweer aan met de domme Merel. Die hij eigenlijk te dik vindt. Hij heeft zeker al een tijdje niet naar beneden gekeken, want zijn minuscule gereedschapje hangt tegenwoordig ook onder een flink afdak. Weer begint hij te zuigen over een eventuele relatie tussen hen. Het feit, dat ze hem opnieuw afwijst valt niet goed.

‘Maar maakt het dan helemaal geen indruk als ik sjeg, dat ik met je wil trouwen en kinderen met je wil krijgen?’ lispelt de griezel, terwijl hij zonder kleren een halve meter bij zijn onbereikbare liefde vandaan staat te rukken. Of douchen, dat kunnen we natuurlijk niet zien.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Shelley kamt haar haar voor de wastafel. Ze zegt helemaal niks meer. Ja, wat moet je zeggen op dit soort gegaslight? Intussen is Gerrit binnen gekomen. De ex van Shelley. Jessie heeft niks door, hij lanceert net die zin over trouwen en kinderen krijgen…..

 

Gerrit is verbijsterd. Zegt echter niets.

Als iedereen weer weg is uit het badhok, komt Jessie de douche uit, loopt naar buiten, naar zijn vriendin Merel en kust haar….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ook informeert dit nare mannetje op zeker moment bij zijn boezemvriend in het kwaad, Gerrit, of hij met diens ex Shelley mag gaan. Hij vraagt als het ware toestemming…..

Dus Heks lacht zich dan ook dood om zijn gejammer, dat mensen niet eerlijk zijn. Hilarisch echt. Wat een kwibus.

Dan is er nog de film van Shelley, waar Slissie geen rol in krijgt. Hij kan het niet uitstaan. Vanuit zijn machtspositie gaat hij haar nu echt dwars zitten. Eindeloos zit hij aan haar kop te zeiken. Ik zou de idioot ook niet in mijn film laten spelen. Je wilt toch geen slissende zeikerd van een gangster. Het is tot daar aan toe dat hij probeert te rappen, maar er zijn grenzen.

Als Slis zijn zin niet krijgt weigert hij zijn bescheiden figurantenrolletje te spelen. Op het laatste moment. Louter  om haar een hak te zetten. De dame laat zich niet kennen en huurt pardoes de zoon van Lexy in, het lekkere stuk, waar Slissie niet aan kan tippen.

Slissie is dus op Shelleyjacht. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Dagelijks probeert hij haar in een kwaad daglicht te stellen, maar eigenlijk wil hij haar hebben. Voor een narcist, die slist is er geen lekkerder hapje, dan een dame, die tegenstand biedt……

Mensen, laat die afschuwelijke Slissie, Holle Bolle Gerrit en Merel Utopia niet winnen. Gooi ook de geslepen Jens en knorrige Adriaan ter zijde. Kies ook niet voor 1 van die dames met gebrek aan zelfrespect. Of de sociaal gemankeerde types. Kies die leuke roodharige vrouw, Hiske. De enige echte schat in dat hopeloze oord. Een meid met hersens. En een hart!

 

 

 

 

Is de Wet van Murphy in werking als ik zondagnacht noodgedwongen de hulp van mijn beste vrienden inschakel? We schelden vaak op deze medemensen, vooral als ze ons op de bon slingeren, maar Heks is blij dat er politie is! Vooral in het holst van de nacht. Tijdens het spookuurtje. Als ik mijn huis niet in kan…….

Zondagmorgen vliegt Heks op haar ouwe trouwe bezemsteel naar de hoofdstad. Uit alle windstreken komen mijn zusters aangesneld. Sommigen met openbaar vervoer, anderen net als Heks op een eigen bezemsteel. Rond kwart voor tien is iedereen geland. Kwekkend en kwakend slaan we nog snel wat koffie naar binnen. Dan is het echt tijd: De Heksenschool begint weer.

Een hele dag werken we met het dodenwiel. We leren de godinnen van het westen kennen. Tijdens de uitgebreide lunch vliegen de magische verhalen je om de oren. De dag vliegt ook al voorbij. Om vijf uur tuf ik richting Leiden. De weg is hoegenaamd leeg. Alle stoplichten springen op groen. Binnen een goed uur heb ik zelfs mijn hondje opgehaald bij de oppas. Uitgekacheld zijg ik neer in mijn leunstoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Goeie genade. Heks is op. Het was al niet veel om te beginnen vanmorgen. Na een slechte week moesten alle zeilen worden bijgezet, om de opleidingsdag te volbrengen. En hoewel het heerlijk was om iedereen weer te zien, ben ik blij, dat ik in mijn stoel zit. Uitgeteld. Opgesoupeerd.

Om een uurtje of half vier ’s nachts schrik ik klam van het zweet wakker uit een vreemde droom. Ik lig aangekleed op bed. Televisie aan, lichten aan….. VikThor op het voeteneind. Alle katten om me heen of bovenop me. Heb ik al gegeten? Ik geloof het wel. En daarna in slaap gevallen voor de beeldbuis…….

Ik trek een jas aan, plant een parmantig hoedje op mijn duffe hoofd. Mijn nog slapende voeten glijden in een paar enorme regenlaarzen. ‘Drakenlaarzen, Heks. Goh, wat zijn ze mooi!’ aldus een medeheksje vandaag op de opleiding.

Even later sukkel ik door de steeg. Beetje raar tijdstip voor een uitlaatronde, maar niet uitzonderlijk in geval van Heks. Ik kom wel vaker energie te kort voor de avondronde. Hoe vaak val ik niet voor de televisie in slaap na het eten? Het gebeurt me dan ook regelmatig, dat ik op dit uur aan de wandel ben. Met enige regelmaat in pyjama……

Als ik bijna thuis ben, haal ik mijn sleutelbos tevoorschijn. Mijn oog valt op de voordeursleutel. Wat ziet het ding er vreemd uit, helemaal verbogen. Raar. Het slot van de voordeur gaat al tijden heel erg zwaar. Het lijkt wel of de deur is uitgezet door de hitte. Mijn lamme armen hebben hun handen vol om de deur open te maken tegenwoordig.

‘Ik moet voorzichtig te werk gaan met die kromme sleutel,’ denk ik nog. Dan breekt het onding af in het slot. Ik heb nog niet eens geprobeerd om em om te draaien…….

Daar sta ik dan midden in de nacht. Buitengesloten. Helaas heb ik de balkondeur dicht gedaan, dus een klimpartij via het schuurdak gaat zeker niks opleveren. Zal ik mijn buurman wakker bellen? Hij heeft een reservesleutel. Maar die kan toch niet in het slot worden gestopt. Daar zit immers dat afgebroken stuk…..

Mijn telefoon ligt binnen, mijn bezemsteel staat binnen…….

Goddank woont Heks midden in de stad vlakbij het politiebureau. Daar wandel ik dan ook maar heen. ‘Help,’ roep ik door de interkom, ‘Ik zit in een lastig pakket, ik liep de hond uit die laten…..’ De agent achter in het bureau zet grote ogen op. Hij trekt een gezicht naar zijn collega.

Heks kan dat allemaal niet zien natuurlijk. Ik sta op een doodstille gracht tegen een muur te praten voor een uitgestorven hermetisch gesloten politiebureau. Dan hoor ik helemaal niks meer. Vervolgens zie ik een kaal hoofdje achter in het pand over de balie gluren, of Heks en haar hondje daar echt staan. Ze worden toch niet in de maling genomen?

‘Loopt u maar naar uw huis, mijn collega’s komen er aan. Met een ladder. U weet echt zeker, dat uw keukenaam open staat?’

Heks holt op een sukkeldrafje naar huis. Intussen ben ik weer aardig wakker. Mijn duffe sprint jaagt de laatste slaap uit mijn ogen. Met bonkend hart, zweterig en verhit scheur ik mijn steeg in. Voor me uit rijdt een politiebusje. Ze rijden flink door, vandaar mijn gejakker.

Niet veel later ben ik omgeven door agenten. Uit het busje komt een solide ladder. De dienstkloppers schuiven het ding uit, tot het juiste formaat om mijn keukenraam te bereiken. Er komt een tweede politieauto bij. Politiemannen en een incidentele vrouw bevolken de steeg. Er wordt flink overlegd. ‘Heks, klim jij maar naar binnen…..’

Even kijk ik verbaasd op. Ik wil best die ladder opklimmen, maar ik ben er niet echt op gekleed, met mijn lange jurk en rubberlaarzen. Ook ben ik uitermate wiebelig van vermoeidheid. Ik had eigenlijk begrepen, dat een agent dat zou doen, dat klimmen op een gammele ladder. Want hoe stevig de ladder ook is van zichzelf, leunend tegen een vensterbank op vier meter hoogte is het toch een heel ander verhaal…….

En hoe komen ze eigenlijk bij mijn voornaam?

Maar de agent heet Heks, net als Heks. Het is ook een mannennaam namelijk, mijn rare en zeldzame voornaam. Wat toevallig toch weer. Eenvoudig doch complex. Heks is perplex van dit Yin/Yang effect binnen de queeste van haar nachtelijke buitensluiting.

Dus terwijl Heks perplex staat te kijken klimt Heks nummer 2 door haar keukenraam naar binnen. ‘Waar vind ik een reservesleutel?’ roept hij naar beneden. Ademloos kijkt Heks toe. Het is een ongelofelijk lekker ding.

‘De sleutelbos met een smiley er aan,’ roept zijn collega, nadat ze die informatie uit een zwaar afgeleide Heks heeft gekregen. Binnen een paar minuten staat de agent weer buiten met sleutelbos. ‘Ik heb de deur opgelaten, want die afgebroken sleutel zit er nog in. U moet morgen direct een slotenmaker laten komen…..’

Zo zit Heks om half vijf weer lekker in haar huis. God, wat ben ik blij. Gek ook, dat die sleutel precies op zo’n ongelukkig tijdstip afbreekt. Bizar als je bedenkt hoe vaak ik op de meest normale tijdstippen die deur gebruik…..

De volgende dag ga ik op zoek naar een slotenmaker. Ik vraag een offerte op, wil al afspreken met Beun de Haas en Co, als ik me bedenk, dat ik ooit vreselijk de mist in ben gegaan met een malafide slotenmaker, die ik had opgeduikeld in de Gouden Gids. Het is alweer eventjes geleden.

De man zette een nieuwe cilinder in het slot van mijn bergingsdeur. Toen ik later de deur open deed, viel hij op mijn hoofd. Bleek de man de scharnieren te hebben gemold, om de deur uit de sponning te kunnen lichten.

De klungel had geen enkel expertise met het repareren van sloten. Hij had echter wel een flink bedrag gerekend. Toen ik telefonisch verhaal ging halen, werd ik door zijn doorrookte medewerkster (zijn vrouw? ) bedreigd. Ik heb ook nooit kunnen achterhalen, waar het ‘bedrijf’ was gevestigd…….. (waarschijnlijk in het vervallen busje, waarin de man rond reed)

Ik bel de woningbouwvereniging. Ik heb uiteindelijk een duur onderhoudscontract met hen, waar ik nooit gebruik van maak. ‘Vervangen van cilinders in sloten valt niet onder het onderhoudspakket, maar we kunnen het wel voor u doen…’ Vooruit maar. Laat maar een mannetje komen. Ik vraag direct nog een paar reparaties aan bij de vrouw. Als ik de hoorn op de haak leg, gaat de bel.

‘Wat ongelofelijk snel,’ de slotenmaker staat al voor de deur. In no time heeft hij de cilinder vervangen. Op mijn verzoek kijkt hij het slot nog even na. ‘Het gaat zo zwaar, al een tijdje. En met de nieuwe cilinder voel ik eigenlijk geen verschil….’

‘Mevrouw Heks, u heeft geluk. Het hele slot is kapot. Ik zal er een geheel nieuw exemplaar in zetten en die rekening is uiteraard voor Portaal. U kunt hier namelijk niets aan doen. De sleutel is afgebroken, omdat het hele slot niet deugt! Het ding is oud en versleten. De deur sluit hierdoor niet meer goed…..’

Even later zit het gloednieuwe slot in de deur. De man vijlt net zo lang aan de diverse  onderdelen, tot het geheel moeiteloos sluit. Heks zit gezellig op de dekenkist te klessebessen met de man. Het is een hondenman met sterke verhalen. Ijzersterk…….

‘Mijn nichtje heeft zus en zo jachthonden. Een stuk of acht. Werd ze een keertje tijdens een wandeling aangerand, heeft ze die honden om die vent heen gezet. ‘Niet bewegen, meneer, want dan bent u er geweest,’ liet ze hem doodsbang achter in het bos met die honden. Kortom: De politie erbij gehaald en die vent opgepakt. Bleek hij al een heleboel dames te pakken te hebben gehad…..’

‘Stond een vent in te breken in mijn huis, politie gebeld….. Wilden niet komen, omdat de man nog niet binnen was. Gekkenhuis natuurlijk…… Ik heb een vrouw en kleine kinderen, wat denken ze wel? Later bleek het om een bende van zeker vijf man te gaan!

Heb ik tegen die agenten gezegd, ik ben die en die. Waren ze zo ter plekke. Ik heb namelijk een wapenvergunning, dus wapens in huis….. En dat kunnen ze zo in hun systeem zien, ik sta geregistreerd. Ik laat die inbrekers hier echt niet binnen komen, natuurlijk……. Dat weten zij ook wel, vandaar…..’

Wapens in huis. Brrrr.

Hoewel: Heks heeft een stuk metaal achter de voordeur staan. Hier kom je ook niet zo maar binnen. Ik heb ook eens iemand betrapt op inbreken in mijn huis. Heel creepy. Ik weet ook nog wie het geweest is. Een hele enge stalker, die zijn spooky oogje had laten vallen op die aardige barvrouw in de kroeg waar hij altijd kwam.

Na Heks heeft hij iemand gestalkt, die Heks niet geloofde indertijd. Deze zuipschuit vond mijn verhaal maar onzin. Hij ging onder 1 hoedje spelen met de naarling, alleen maar om Heks te pesten. Waarschijnlijk omdat ze weinig oog had voor de armzalige versierpogingen van deze ontaarde huisvader met vrouw en kind.

Die ongelovige reactie speelde de engerd als het ware in de kaart. Nou, dat heeft Zuipschuit geweten. Aanvankelijk was er niets aan de hand. Toen Heks echter haar baan aan de wilgen hing vanwege deze ontwikkelingen en van het toneel verdween, raakte de man geobsedeerd door deze handlanger.

Opeens stond de man bij hem in de straat te posten, liep hij hem in de supermarkt voor de voeten, probeerde hij ’s nachts bij hem in te breken…… Vervelend voor de drinkenbroer, maar ik was er van af…….

Verhuizen? Verkassen? Moven? Ja leuk! Heks ligt in een deuk. Maar niet heus, het idee alleen al geeft veel stress. Ik ga het dan ook niet doen. …. Reken maar van YES!

Mopperdemopper en scheld scheld word je snel zat. Je krijgt er tabak van. Soms is het de enige mogelijkheid om de onderste steen van de puinhoop in je leven boven te krijgen: Luisteren naar je eigen gemopper. Voor anderen is het natuurlijk een ramp. Verontwaardigde verhalen op verongelijkte toon aanhoren. Men heeft wel wat beters te doen ook.

Heks is ook zat van haar gewauwel. De rust is ook weergekeerd. Mijn hoofd, helder als een grasklokje, is helemaal leeg. De woeste woede is weggewaaid. Niet zomaar. Per ongeluk of ongemerkt. Nee. Mijn onvrede met de gang van zaken de afgelopen weken is in een paar stevige doordachte epistels op weg terug naar af. Naar het behandelend team dus.

Tevens is er een goed doortimmerd verhaal gestuurd naar een klachtenfunctionaris van de betreffende organisatie. Alleen had ik dit nooit voor elkaar gekregen. En al helemaal niet zo snel. Binnen een goeie week heb ik de koers van mijn herstel drastisch gewijzigd. Niet in de neerwaartse spiraal van de onzinnige achterhaalde Nederlandse aanpak van ME: Cognitieve therapie en antidepressiva.

Dat ik nu helemaal niet geholpen word neem ik op de koop toe. Liever geen hulp, dan van de wal in de sloot. Ik red me al jaren min of meer. Je moet soms niet vragen hoe, maar ik loop nog steeds rond te ‘springen’. Ingetaped weliswaar, anders vliegt alles uit de kom.

Liever in mijn eentje door stumperen, dan mezelf van het leven willen beroven door de bijwerkingen van de behandeling. ‘Daar verliezen we mensen op,’ was het commentaar van een behandelaar in het verleden, toen ik maar net aan die bijwerkingen had overleefd.

Liever dwars tegen de stroom inroeien, dan me laten gek maken door de psychiater van Buurtzorg T. Of in de overgave gaan bij diezelfde dame. Ik wil niet in het gesticht verdwijnen met ME.

Liever nog een tijd boos, kwaad, nijdig, dan gesloopt door teveel activiteit en foute pillen worden afgevoerd naar een verpleeghuis. Dat stel ik liever nog een paar decennia uit.

Nu heb ik tegenwoordig een geweldige dame aan mijn zijde strijden. Hoe ik aan haar gekomen ben? Dat snap ik zelf ook niet. De praktijkbegeleidster van mijn huisarts heeft een cruciale rol gespeeld in deze. Zij kent Heks goed, omdat ze jarenlang mijn fysiotherapeut is geweest. Ze weet wat er speelt. Zij heeft dit op 1 of andere manier voor elkaar gebokst.

‘Heks, jij komt heel stevig over, maar van binnen ben je een watje. Die felle mondige buitenkant heb je louter ter bescherming van die zachtaardige binnenkant…..’ reageert ze laconiek, als ik haar vertel over mijn chronische worsteling met de zelf benoemde ‘alpha teven’ uit Leiden en omgeving.

Aanvankelijk hadden mijn nieuwe rechterhand, Rozenhart, en Heks wekelijks ruim een uur de tijd om achter instanties aan te jagen, vervelende achterstallige post te openen, zakken oude kleren uit te zoeken en ga zo maar door. Intussen is de hulp flink uitgebreid. Ze helpt me met van alles en nog wat. Van vakantie voorbereiden tot klachtenbrieven schrijven of een aanrijding afhandelen. Indien nodig pakt ze wat dingen over.

Als mijn hoofd het niet doet gebruiken we haar heldere hersens. Als Heks het fysiek niet meer trekt typt zij de rest van een brief voor me uit. Op slechte dagen krijg ik zo toch nog iets voor elkaar. Belangrijke post blijft niet meer een jaar liggen. Oude kleding verdwijnt opeens in de kledingbak.

‘Ik probeer mijn cliënten altijd zoveel mogelijk hun dingen zelf te laten doen op de manier, die zij willen….’ vertelt ze me afgelopen week. Dit maakt ze helemaal waar bij mij. Bij deze hulpverleenster krijg ik geenszins het gevoel, dat ze me over neemt.

Wat een geluk heb ik met deze dame. Zoals ik ook geluk heb met mijn thuishulp. Die doet de dingen ook zoals ik het wens. En dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt.

Heks is dan ook erg blij met Rozenhart. Ze maakt samen met mijn eveneens geweldige thuiszorg echt het verschil in mijn leven.

Afgelopen week komt er een man van de gemeente praten over een eventuele scootmobiel. Heks zit al lang in tweestrijd hierover. Want het is wel een enorme stap. En ik heb ook dagen, dat ik me prima red op de fiets en lopend. Maar afgelopen winter had ik het slecht en viel ik voortdurend van mijn fiets bijvoorbeeld. Of ik liep door de steeg te strompelen met gewrichten uit de kom.

‘Je moet uitgaan van je slechtste moment,’ tipte iemand met reuma me eens. Hij was daar door schade en schande achter gekomen. Jarenlang presteren boven zijn kunnen had de zaak geen goed gedaan. Heks is ook erg van het niet zeuren en doorgaan. Het laatste wat ik doe is om hulp vragen. Toch moet ik het onderwerp scootmobiel nu gaan bespreken met een mij wildvreemde man.

Tip 1: GA NIET VERHUIZEN!

Door alle toestanden met Buurtzorg T ben ik best zenuwachtig over dit bezoek. Ik overweeg zelfs om het maar af te zeggen. Ik ben gewoonweg bang, wat ik nu weer naar mijn kop zal krijgen.

Maar wie schetst mijn verbazing? De man is echt heel aardig. Met mijn grote zwarte panter in zijn armen komt hij de trap op, ‘Zo, hij was ontsnapt. Ik heb hem maar eventjes meegenomen….’

Hij lijkt sprekend op de kattenfluisteraar van TLC, Jackson Galaxy, maar dan zonder alle piercings en tattoos. Zelfs zijn stem is hetzelfde, alsmede zijn manier van praten. Heks is direct verkocht. Wat een leuke vent!

Ook het gesprek verloopt soepel. Hij stelt geen rare vragen en heeft begrip voor mijn onzichtbare ziekte. ‘Ik heb zelf een onzichtbare aandoening,’ hij vertelt hoe dit zijn leven bepaalt. Als ik hem over mijn avonturen bij Buurtzorg T vertel schudt hij zijn hoofd. Zeer herkenbaar.

Hij begrijp zelfs waarom ik heb gezegd, dat ik wil werken aan het weer gaan zwemmen en vroeger uit mijn bed komen…….  ‘Op een gegeven moment zeg je wat iemand wil horen. Om maar van het gezeur af te zijn…..’

Het gesprek loopt geweldig, maar het gaat nog veel voeten in de aarde krijgen, die scootmobiel. Er moeten weer allemaal onderzoeken worden gedaan. Iedereen wil vervolgens natuurlijk nog eventjes zijn of haar plasje over dit nieuwe dossier doen. Er moeten rapportages komen van huisarts en fysio. Mijn berging moet op de schop. Er moet een deur met een elektrische dranger en een soort oprit naar de gemeenschappelijke berging worden gemaakt……

Het duizelt Heks. Wat komt er veel bij kijken. En dat allemaal voor die paar slechte dagen. Nou, paar…….. Slechte weken en maanden vaak. En ook best regelmatig een slecht jaar, zoals afgelopen jaar.

‘Wil je me in contact brengen met mevrouw Rozenhart van Cuprum?’ vraagt hij tenslotte, als hij ontdekt dat zij me ter zijde staat, ‘Ik wil het met haar gaan hebben over uw verhuizing. Binnen een paar jaar moet dat toch gebeuren, want u kunt hier natuurlijk niet blijven wonen op lange termijn…. met die trap, die u op moet…..’

Nu kost die trap me echt wel eens moeite. Vooral qua energie. Ik stel een ritje naar de berging soms uren uit, totdat ik er de puf voor heb. Maar dat geldt ook voor activiteiten als douchen, eten koken, daadwerkelijk het gekookte opeten en ga zo maar door.

Maar om nu te gaan verhuizen voor die trap. Het idee alleen al. Weet die man wel hoeveel werk dat is, verhuizen? Het staat bovenaan de stressfactorenlijst. En dan met dat overvolle huis van Heks?  Bovendien: Ik wil niet weg! Ik woon hier heerlijk!

Heks begint dus protesterend te pruttelen. Dat ik niet wil verhuizen. ‘Ik verhuis nog 1 keer in mijn leven en dat is naar een aanleunwoning…..’ Liever ga ik ooit tussen een paar planken dit huis verlaten. Maar binnenkort verkassen? NEE!!!!!!!

Heks raakt in paniek. Zit ik me opeens alweer verdedigen tegen iemand van een hulpverlenende instantie! Deze keer, omdat ik niet wil verhuizen.

Als de man ziet, dat het zweet me uitbreekt en ik helemaal begint te stotteren laat hij het onderwerp uiteindelijk rusten. Toch werpt het incident een beetje een smet op het bezoek. Opnieuw word ik overruled in mijn hulpvraag. Ik vraag dit en krijg dat. Ik vraag EMDR en moet aan de pillen. En onder de plak bij een psychiater. Ik vraag een vervoermiddel en moet verhuizen.

Toch is het afscheid allerhartelijkst. De kattenfluisteraar aait nog even alle poezenbeesten. Zelfs de meest schuwe laat zich uitgebreid aanhalen. Ook geeft hij VikThor een beetje aandacht. Echt een schat van een man.

Als ik later aan Rozenhart vertel over de ‘geplande verhuizing’ schieten haar wenkbrauwen omhoog. ‘Verhuizen, waarom????’

‘Omdat hij vindt, dat ik dat beter nu kan doen en niet als ik bijvoorbeeld de trap echt niet meer op kom. Maar wat maakt het uit of ik tegen die tijd de trap wel of niet op kom? Ik ga echt niet zelf de boel verhuizen. Als ik de trap niet meer op kan kruipen, is het vroeg genoeg om hier weg te gaan….’

‘Bovendien gaat zo’n verhuizing me jaren van mijn leven kosten. De stress alleen al. Met mijn kapotte stresssysteem. Dan is het ook nog eens zo, dat ik door al dat hopeloze gemanipuleer van narcisten met grote sommen geld via mijn bankrekening, nooit meer in een woningbouwhuis kan wonen….’

‘Dat recht hebben ze voor me verspeeld. De vrije sector is niet te betalen hier in Leiden. Ik woon hier ook nog eens heerlijk. Midden in de stad. Ik ken iedereen in de buurt. Ik wil ook helemaal niet weggestopt worden in een anonieme flat in een buitenwijk……’

‘Als ik in een huis met een trap naar de bovenverdieping zou wonen, zou ik ook niet gaan verhuizen. Maar ja, dan kun je natuurlijk op een gegeven moment een traplift plaatsen. Volgens de kattenfluisteraar mogen er echter geen trapliften worden geplaatst in openbare ruimtes…..’

Rozenharts zachte gezicht krijgt een vastberaden uitdrukking. Er zit een ijzeren vuist in deze fluwelen dame. ‘Laat hem maar contact met met opnemen…..’ haar gezicht spreekt boekdelen. Heks hoeft niet te verhuizen. Dat gaat ze hem goed duidelijk maken. Op haar vriendelijke rustige manier.

Ik hoef me niet meer tegen dit hopeloze idee te verdedigen.

Zo heeft ook de scootmobiel weer de nodige voeten in de aarde. Zelf hik ik er nogal tegenaan om op zo’n ding te gaan rondrijden. Dan zijn er nog allemaal praktische problemen. Er moeten aanpassingen aan het pand worden gedaan.

Ook moeten er weer allemaal medische rapportages worden opgehoest links en rechts; een ramp als je met ME komt aanzetten. De kattenfluisteraar waarschuwde me al, dat ik moet uitkijken voor het etiket ‘anti-revaliderend’ op de gewenste scootmobiel. Ofwel: ME patiënten moeten worden geactiveerd, dus zo’n luiwagen is niet wenselijk…….

En dan worden er tot slot dingen geroepen als dat ik moet gaan verhuizen……

Zal ik dan toch maar een klein elektrisch scootertje kopen? Een soort opklapbare step met een zadeltje. De goedkope versies mogen niet de openbare weg op. Voor de duurdere heb je een rijbewijs en een kenteken nodig. En een verzekering. Dat rijbewijs heb ik al volgens mij…… Hoe stabiel zijn die dingen eigenlijk? Kan ik er niet eens eentje uitproberen?

Ik begin er toch weer serieus over na te denken…..