Thay 2006

Als een kleine kraai is hij neergestreken

In deze zaal, de ramen zijn potdicht

Van vooringenomenheid taal noch teken

Ik stel mijn vraag, hij doet zijn ogen dicht

–

En als hij ze weer opent, deze ogen

Ik zie een hele oude wijze man

Ik zie een kind, dat ontwapenend glimlacht

Hij luistert en hij kijkt, ik steek van wal

–

Gelaten lees ik mijn verhaal van een papiertje

Mijn stem trilt, ja, het is idioot

Welk zinnig antwoord kan ik hier verwachten

Vergeving? Soms is de misdaad nog te groot

–

De hele reis heb ik juist ondernomen

Om hier te komen, stellen deze vraag

Compassie, omarm je woede, mededogen

Ze weerhouden me hooguit om in een vlaag

–

Daadwerkelijk iemand schade te berokkenen

In deze dan, normaal ben ik niet zo

Van oog om oog , vergeef ik onverschrokken

Gebroken harten, smarten, eindeloos

–

De stilte lijkt me bij de naam te noemen

Terwijl Thay praat, compassie voor en na

Dan kijkt hij naar me, hoort mijn oren zoemen

Spreekt het verlossend woord; Botisatva!

–

Wees een heilige, onderneem actie

Stuur daar die tomeloze energie naar toe

Laat ik dat doen, maar waar toch te beginnen

Vandaag de dag ben ik alleen maar moe

–

Nou morgen dan, het moet er eens van komen

Niet voor niets zonk Thays antwoord als een zaad

Een lotus werd geplant daar in mijn modder

Benieuwd wanneer die dan eens bloeien gaat

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.