Shambala zucht onder de last van de lust van hun spiritueel leider: De man wordt verdacht van seksueel geweld jegens vrouwelijke volgelingen. ‘Het is lang geleden gebeurd, laten we het vergeten,’ hoor ik iemand zeggen. Waarom in godsnaam? Verkrachting is bepaald geen minder ernstig vergrijp als het wordt gepleegd door een spiritueel leider…….

In de loop van de vorige week stuurt Steenvrouw me een uitgebreide app. Het is een heel verhaal. Al na een paar regels bekruipt me een afschuwelijk gevoel. O jee. De spirituele leider van Shambala wordt beschuldigd van seksueel geweld en machtsmisbruik. Het bericht is een reactie van het hoogste orgaan binnen deze organisatie op dit nieuws.

Ik ga natuurlijk direct op internet kijken wat er aan de hand is. En ja hoor, al snel kom ik allemaal artikelen tegen over dit onderwerp. Shambala heeft een zekere traditie op dit vlak. De vader van de Sakyong was een alcoholist, die met zijn leerlingen naar bed ging. Zijn volgelingen doen er meestal nogal lacherig over. Iets dat mij altijd hogelijk heeft verbaasd.

De verhalen zijn afkomstig uit het rapport Project Sunshine dat naar buiten kwam op 28 juni 2018 en is samengesteld door Andrea Winn. Het rapport is het resultaat van een langlopend onderzoek waarin op gedetailleerde wijze wordt beschreven hoe misbruik en stilzwijgen al sinds het begin deel uitmaken binnen de cultuur van de Shambhala gemeenschap.

Unknown-4

Heks heeft ook enige tijd bij Shambala gemediteerd. Elke week eerst mediteren en dan aan de koffie. Enorm gezellig! Ik heb er ook nog een paar geweldig leuke vrienden aan over gehouden!

Op een gegeven moment kwam de spiritueel leider naar Nederland. Heks ging naar de speciale High Tea, die voor hem werd georganiseerd. Ook volgde ik een seminar bij de man. Ik kocht zijn boek. Maar het zei en deed me allemaal niets.

Ik had een reuze leuk weekend met de Sangha, dat wel. De leraar zelf echter raakte mijn koude kleren niet.

Heks voelt zich meer op haar gemak in de traditie van Thich Nhat Hanh………

Ik had dan ook geen enorm hoge verwachtingen van de Sakyong. Maar dit had ik toch echt niet verwacht. Het staat overigens niet op zich: Onder de boeddhisten, die naar het westen zijn gekomen schijnt het een ware epidemie te zijn volgens bovenstaand artikel.

Unkno

Heks heeft iets dergelijks zijdelings meegemaakt met een kruidenmannetje uit Suriname. Spiritueel leider van de Marrons. Die man dacht ook dat hij boven de wet verheven was.

Tegen mij zat hij allerlei praatjes op te hangen over hoe ik het niet langer van mijn schoonheid moest hebben, ik was nog geen vijfendertig destijds…. En: Alsof ik dat ooit heb gedaan.

Maar zelf neukte hij met zijn dochters en nichtjes. En een incidentele cliëntVoor de camera, zijn vriendin nam het op. Zodoende was er voldoende bewijs om de idioot te veroordelen. Momenteel zit hij in de bak.

Machtsmisbruik door mensen, die juist beter zouden moeten weten. Er is niets nieuws onder de zon.

Later stuurt Steenvrouw me een reactie van de Sakyong. Heks is niet onder de indruk.

Excuses: Twee dagen voor de publicatie van het rapport Project Sunshine publiceerde Sakyong Mipham een brief waarin hij openlijk zijn excuses aanbiedt voor zijn gedrag. Volgens JÃckel vinden veel mensen de brief te vaag en missen zij een gemeend excuus waarin Sakyong de verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag. In plaats daarvan lijkt hij volgens deze critici vooral zijn spijt te betuigen aan vrouwen die zich gekwetst ‘voelen’.

Zondag fiets ik met VikThor in zijn kar naar Wassenaar. Het is bloedheet. We peddelen langs het Valkenburgermeertje. Mijn ventje springt in en uit het water. Pakt hier en daar een flinke poldervaart mee.

Om een uurtje of vier arriveren we bij Galerie de Molen. Hier exposeert Steenvrouw. Haar prachtige werk glimt me tegemoet.  Op mijn gemak bekijk ik alle beelden.

Alle hier exposerende kunstenaars zijn vandaag aanwezig. Puffend zitten ze bij elkaar om een kleine tafel. Steenvrouw springt verheugd op als ze me ziet. ‘Je komt me echt bevrijden, ik was het helemaal zat daar,’ fluistert ze, als we naar buiten lopen.

Samen fietsen we weer naar Leiden. Onderweg drinken we een sapje aan de slootkant. VikThor doet het ene bommetje na het andere. Oh, wat is het hier heerlijk!

Dan pakken we een terrasje. We kletsen eindelijk bij. We hebben elkaar nauwelijks gezien de laatste tijd.

‘Wat vreselijk, dat misbruik door de Sakyong,’ uiteindelijk komt ook dit nare onderwerp ter sprake. ‘Het is nog niet bewezen, hoor,’ mijn vriendin hoopt nog steeds, dat het tij gekeerd wordt. Misschien is het allemaal niet waar. Maar Heks vreest, dat dit nog maar het topje van de ijsberg is.

v

‘Als die aangiftes wel gegrond zijn, dan kan hij in de gevangenis belanden. Het is niet zomaar wat gegrabbel….’ zucht ik. Wat is het toch ellendig, als zoiets gebeurt in een spirituele gemeenschap, ‘Ik vind wel, dat je die man nooit meer zijn functie terug mag geven…..’

‘Ach, Thich Nhat Hanh heeft dat toch ook vast gedaan,’ zegt mijn vriendin stellig. Heks begint hartelijk te lachen. Ik kan me er echt niets bij voorstellen, hoewel ik weet, dat alle nonnetjes vroeger verliefd op hem waren. Dat heb ik onlangs nog gehoord in Plum.

‘Welnee joh, dat is iets wat ik echt zeker weet bij hem. Hij is daarin zo zuiver als wat. Maar ik heb wel eens een beeldschone actrice ontmoet op een retraite, die vertelde dat ze  lastig was gevallen door een jonge hormonale monnik…..’

Ik heb ook wel eens een getrouwd lid van de Order of Interbeing achter me aan gehad. Toen het bij mij niet lukte probeerde de zak het de retraite erop gewoon bij een andere dame. Succesvol helaas.

Unknown-5

En een vrouwelijk Ordelid heeft me eens vreselijk raar behandeld toen ik haar samen met haar man in het wild tegenkwam bij een concert van Meredith Monk. De enige verklaring, die ik voor haar uitermate botte en onbeschofte houding heb is dat ze dacht dat ik het met haar man had gedaan. Dus waarschijnlijk knijpt hij de poesjes in het donker zo af en toe. Ook een Ordelid overigens, die man.

Ja, seksueel grensoverschrijdend gedrag is niet uitsluitend voorbehouden aan katholieke celibataire priesters. De combinatie van seks en macht is dodelijk.

Steenvrouw en Heks schudden hun wijze hoofden. Kleine uitwendig gedragen hersenen, macht en spiritualiteit zijn een slechte combinatie. Dat blijkt maar weer.

Koekepeer.

‘Ik vond de Sakyong juist geweldig,’ zegt een uitermate zachtaardig lid van de Sangha donderdagavond na het mediteren, ‘Zijn seminar was fantastisch en ook zijn boek vond ik zeer inspirerend. Het is zo naar voor alle betrokkenen. Ook voor de man zelf. Als je zulke dingen doet ben je toch niet gelukkig? Dan lijd je toch ook verschrikkelijk?’

Heks heeft zulke overwegingen niet. Ik ben gewoon streng. Wat mij betreft mag iedereen die vrouwen verkracht zonder ballen verder door het leven. Castreren zal ze leren! Es kijken wie zich dan ‘gekwetst voelt’.

 

Synchroniciteit: Heremetijd! Groene zijden soepjurk als acausaal, verbindend beginsel? Het is een feit! Heks beleeft heerlijke avonturen op de vierkante millimeter. Het kan echt niet beter!

Op de eerste dag in Plumvillage loopt Heks maar zo’n beetje rond te dazen. Nog behoorlijk in de kreukels en half gaar van de reis luister ik naar de eerste lezing. Vervolgens sjok ik opgewekt mee met de wandelmeditatie.

Langzaam bewegen we over het terrein. Een grote groep net gearriveerde retraitanten. Ik kijk eens een beetje om me heen. Honderden gezichten. Een prachtige jonge vrouw valt me direct op. Ze heeft rood haar en rode schoenen. Donkerrode Mocassins.

‘Prachtige schoenen zeg. Kijk nou,’ zoem ik inwendig. Ik observeer de vrouw op mijn gemak vanuit mijn slaperige ooghoek: Ze komt me zo bekend voor! ‘Zij is zoals ik, een heksje, ik zie het, ik zie het,’ zingt het in mijn hoofd.

Even later is ze weer tussen die honderden onbekenden verdwenen. We zijn klaar met wandelen. Het is tijd voor de lunch.

Diezelfde avond maak ik kennis met mijn familie. De roodharige jongedame zit er ook in. Wat een toeval. We hebben direct een klik.

Halverwege de retraite omhelzen we elkaar voor het een of ander. Er wordt behoorlijk wat afgeknuffeld daar in Plum. Vooral in onze onvolprezen familie. Mijn nieuwe zuster draagt een knalgroen jack.

‘Wat staat die kleur groen je goed. Je zou eigenlijk een lange zijden jurk in die teint moeten hebben,’ flap ik er spontaan uit. ‘Ik heb precies zo’n zijden jurk in de kast hangen,’ denk ik er achteraan. Maar ja. Daar heb ik nu niks aan.

De laatste avond van de retraite worden we vermaakt door de monniken en nonnetjes. Ze treden voor ons op samen met een aantal leken. We zitten op het Boeddhaveld, terwijl de avond valt. Overal branden lampionnen en kaarsjes. Het podium is schitterend versierd. Een gigantische lotus vervaardigd uit bamboe vormt het ‘achterdoek’…….

Heks zit met haar eigen Mahakatyayana familie. We leunen tegen elkaar aan en doen lekker klef. Het is onze allerlaatste avond. We gaan elkaar enorm missen. Nu kan het nog…….

Halverwege het programma haakt het grootste deel van de familie af. Ze gaan naar bed. Morgen moet iedereen aan de bak. Autorijden of eindeloos met de bus. De treinen staken helaas. Sommigen van ons zijn al een dag eerder vertrokken om hun vliegtuig te halen……

Heks en haar roodharige vriendin Meermin blijven echter wachten op de hartsoetra. Die wordt driestemmig uitgevoerd is ons beloofd. Dat willen we niet missen!

Het duurt en duurt. Ik ben doodmoe intussen. Maar vervelen doe ik me niet: Het ene geweldige optreden na het andere volgt. Net als ik op het punt sta om toch weg te gaan is het dan eindelijk zover. We worden getrakteerd op een prachtige vertolking van de hartsoetra!

Meermin en Heks zitten in lotushouding naast elkaar te luisteren. We laten we het helemaal binnenkomen. Vooral de zeker vijf minuten durende doodse stilte na afloop. Zit je daar met honderden mensen en niemand geeft een kik. Dat geeft pas een kick!

Op weg naar ons eigen klooster in mijn kanariepiet kletsen we een beetje. We zijn kapot moe en het is al behoorlijk laat. Voor deze plek dan. ‘Oh, maar ik ben met mezelf getrouwd,’ roep ik enthousiast naar aanleiding van ons onderwerp. Dat ik nu volledig kwijt ben.

‘Ik ook, ik ook,’ lacht mijn vriendin, ‘Kijk maar, ik heb ook een trouwring.’ Ze duwt haar  vinger onder mijn neus. Een prachtige gouden stersaffier schittert me tegemoet. ‘Ik ook, ik ook,’ schreeuwt Heks helemaal wakker nu. Ik laat mijn trouwring zien. Een veelkleurige edelopaal! Ongelofelijk. Ze is echt net zoals ik. Dat had ik toch maar goed gezien die eerste keer!

Afgelopen zaterdag zoekt Meermin me op. Ze is een aantal dagen in Nederland. ‘Mijn hotel is in Hugh, is dat ver bij jou vandaan?’ Nee, Den Haag ligt tegen Leiden aan!

Zo haal ik mijn roodharige zielzuster van het station. We rijden naar het hondenstand in Noordwijk met mijn hondje. Het is heerlijk weer. We wandelen en zwemmen. Drinken thee en kletsen. Gaan ergens lekker lunchen!

‘Weet je nog, dat ik het over een groene zijden jurk had, die je zo geweldig zou staan?’ Ze kan het zich herinneren. We hebben het vandaag ook al over synchroniciteit gehad. Een begrip, dat ons beiden na aan het hart ligt. ‘Ik dacht toen bij mezelf: Ik heb thuis zo’n jurk. En later realiseerde ik me, dat je naar Nederland zou komen. Een prachtige gelegenheid om eens te kijken of die jurk je past……’

Heks tovert een pakje tevoorschijn met daarin de bewuste dreamdress. ‘Het is een ongelofelijk romantisch geval. Dus je moet echt eerlijk zijn, hoor. Als je het niks vindt: Gewoon zeggen.’

‘Ook heb ik em gerepareerd. Hij is dan wel gloednieuw, de stof is zo delicaat, dat er wat stiksels los hadden gelaten……..’ Ik geef niet graag iets, dat kapot is.

‘Ja, ik zal eerlijk zijn,’ begint Meermin. Dan slaakt ze een kreet. ‘Oh, wat een prachtige jurk!’ Snel past ze em over haar zwempak heen. Heks maakt de schouderbandjes op maat. Die moeten behoorlijk worden ingekort, want ze zijn afgesteld op mijn apenarmen. Maar verder past ie perfect! De jurk zit als gegoten. Hoera!

Mijn vriendin danst over het strand in haar zeemeerminnenjurk. Ze ziet er fantastisch uit.

Heks moet inwendig gniffelen. Als ik in Plumvillage toen niet spontaan vanuit het blinde niks over een groene zijden jurk was begonnen was dit allemaal niet gebeurd. Wat is het leven toch grappig als je last krijgt van synchroniciteit!

Niet dat het altijd zo mooi uitwerkt. Sommige mensen hebben een broertje dood aan dit fenomeen. Zelfs al dansen ze plots op magische wijze om elkaar heen, begeleid door hemelse klanken, dan doen ze toch snel hun ogen en oren dicht. Of erger nog, hun hart.

Dus dit verschijnsel op zich is niet zaligmakend. Dat heb ik door schade en schande nu eindelijk wel geleerd. Sommige mensen zijn ziende blind en horen met dove oren.

Maar wat heerlijk als het wel gewoon stroomt en is. Als de wonderen de wereld niet uit zijn. Als de werkelijkheid er eentje is van warme boventonen. En frisse onderstromen. Als meer meerminnen via die verse stromen je leven binnen zwemmen. Als, als…….

Ja dat!

Zichtbaar zijn of onzichtbaar. Dat is de vraag vandaag. Doe ik mijn magische Harry Pottermantel aan? Geen idee natuurlijk of het me leuk zal staan. Je veld inkrimpen of uitbreiden? Het is zo oud als de weg naar Kralingen. Het is van alle tijden…….

‘Heks, ik zag je vanmorgen door de eetzaal glijden: Je was min of meer onzichtbaar. Hoe doe je dat?’ Mijn Joodse familielid de dharmateacher kijkt me verwachtingsvol aan. Haar ogen twinkelen. Ze heeft haar vesica piscis bepaald niet in haar achterhoofd zitten.

‘Ik trek mijn veld in,’ mijn antwoord is simpel, ‘In de ochtend voel ik me altijd super belabberd. Dus dan ben ik liever onzichtbaar.’ We grijnzen naar elkaar. ‘Volgens mij weet jij ook heel goed hoe je je veld moet uitbreiden,’ grapt ze vrolijk terug.

Het is zo. Als ik goeie zin heb vult mijn veld met het grootste gemak een voetbalstadion. Mijn veld is geenszins anders daarin dan jouw veld. Of het veld van Sinterklaas.

Daarom is de ene Klaas de andere niet. Niet iedereen is bedreven in het manipuleren van zijn energetische veld. Een grijze muis met een mijter is niet genoeg voor een geslaagde intocht.

Oh jee. Nu ben ik over Sinterklaas begonnen. Een heikel onderwerp. Snel vergeten maar weer.

Andere familieleden zijn om ons heen komen staan. Dit vinden ze toch wel een interessant praatje. ‘Het werkt een beetje zoals die onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter,’ ginnegap ik opgewekt. Dat gaat erin als koek. En het is niet eens gelogen!

‘Ik zal je uitleggen hoe je altijd beeldschoon kunt zijn als je er zin in hebt,’ zegt Heks jaren geleden tegen een logerend nichtje. Ze is overigens al een plaatje. Maar enorm onzeker helaas.

Het meisje is reuze benieuwd, maar het antwoord valt haar dan weer tegen. Heks heeft het over velden en de Godin in je laten dansen. Het beste schoonheidsmiddeltje dat er bestaat!

‘Jij bent gewoon mooi als je er zin in hebt,’ de foute Algerijn is het ook opgevallen. Dit wanproduct van mijn liefdesleven heeft me dan toch een prachtig compliment gegeven! Want het is zo. Ik kan eruit zien als een ouwe gymschoen en tien minuten later oog ik als een model met mijn veranderde veld.

De Don kan het ook heel goed. Het aanbrengen van lagen parfum en het uitdijen van zijn energieveld gaan hand in hand. Een mooi pak erbij om het af te maken. Zijden stropdas als focuspunt……

Als wij samen op stap gaan hebben we dan ook veel bekijks. Vorige zomer liepen we langs de artiestenuitgang van de Schouwburg. Een medewerker kwam naar buiten en viel bijna flauw van verbazing op het plaveisel.

‘Ik heb toch echt veel voorbij zien komen, echt wel. En ik ben dus wat gewend. En om die artiesten met hun enorme ego kijk je bepaald niet heen. Dus. Maar wat heb ik nu aan mijn fiets hangen? Wat is dit? De koning en de koningin van Sheba soms? Nog nooit zoiets gezien hier in de straat…….’

Ik fiets dagelijks langs hetzelfde punt, maar met ingetrokken veld. De man herkent me dus niet eens.

‘Ik herkende je niet, Heks,’ hoor ik dan ook regelmatig als ik incognito mijn hond uitlaat, ‘Zeker omdat je geen hoed ophebt…’ of iets dergelijks volgt er dan. ‘Ja, dat zal het zijn,’ laat ik iedereen in de waan: Ik heb gewoon mijn veld verkleind……

Kletspraat over velden is maar aan weinigen besteed. Aan mijn familielid uit Jeruzalem bijvoorbeeld. Van wie ik vermoed, dat zij dat kunstje ook prima kan……..

Wat ben ik? Of wie? Doodmoe, kapot, uitgeteld en opgebrand. Een dweil, een gymschoen, een halve zool, een slaapkop. Op sommige dagen kun je het je beter niet afvragen als ME-patiënt. Ook in de spiegel kijken is op dergelijke dagen sterk af te raden……

Maandag ga ik een dagje plat. Heks valt om. Geheel gestrekt. Ik red het nog net om mijn hondje een flinke ronde om de Singel te geven. Hij springt bommetjes de gracht in, speelt met vriendjes en vriendinnetjes, rent als een gek door het struweel….. Hij moet het er weer uren mee doen!

Godkolere. Wat voel ik me belabberd. Ik doe vandaag lekker helemaal niks. Dat scheelt al enorm. Als ik me vandaag toch zou oppeppen had ik geheid instant een kuthumeur. In Plum heb ik nog eens heel duidelijk het verband gezien tussen fysieke uitputting en scheldneigingen: Zodra mijn energieniveau daalt stijgt mijn frustratieniveau! En als ik niet uitkijk beginnen de decibellen verbaal geweld dan al snel de pan uit te rijzen…..

Stoppen dus. Rust nemen. Eventjes helemaal niks.

 

Heks heeft het al weken druk met naar de fysiotherapeut gaan. Langzaam maar zeker raak ik weer een beetje uit de knoop. Maar vandaag is hier niets meer van te merken. Al mijn spieren doen zeer, mijn pezen zijn vannacht plotseling gemiddelden drie centimeter korter geworden en mijn zenuwbanen staan unaniem onder stroom. Bovendien wil ik mijn hoofd eraf zagen. Die pijnlijke kroon van mijn schepping kan me vandaag gestolen worden.

Ook andere lichaamssystemen geven er de brui aan. Doodstil liggen dus. Niet bewegen. Wachten tot het over gaat.

 

Ik bel de Don. Hij heeft dit soort dagen ook aan de lopende band. Tegen hem hoef ik geen stoere verhalen op te hangen. Over hoe geweldig ik toch met mijn ziekte om ga. Of hoeveel ik wel niet leer van die ellendige typhusziekte. Hoe het een subliem schuurpapiertje van het leven is. Hoe ik spiritueel word getrommeld en opgepoetst door mijn gebrek.

 

Allemaal lulkoek. Ultieme dimensiegezwets om maar niet te hoeven luisteren naar andermans ellende binnen de relatieve dimensie. Helaas krijg je deze kletskoek om de haverklap naar je oren in diverse spirituele kringen.

Ik maak me er al sinds jaar en dag druk over. Ik ageer er al eeuwen tegen. En ik blijf dat doen. Zijn ze nu helemaal betoeterd om mensen zo integraal af te schrijven op grond van wat fysiek ongemak?

Heks slaapt en slaapt. De hele middag en avond lig ik te sluimeren. Ik moet er geweldig van bijkomen. Suffig eet ik een soepje, drink ik een sapje.  Nu nog even mijn hondje de Singel rondjagen. Het van der Werfpark vermijden, want daar zijn net 2 honden vergiftigd. Een dag nadat ik er nog uitgebreid gewandeld heb met mijn monster.

 

Ze hebben het niet overleefd. De hele hondenminnende binnenstad staat op zijn kop. De dader kan maar beter verkassen als hij wordt ontmaskerd: Heks is ervan overtuigd, dat iemand hem of haar anders gebakken spons zal doen vreten!

Drie dagen lang lig ik voornamelijk te slapen. Afgewisseld met uitlaatrondes. Spierpijn, buikpijn en stampende koppijn….. Ik heb er sowieso dagelijks last van, maar er zal ook wel een vaag virusje in het spel zijn.

 

 

Interbeing voor christenen. Weg met de gekte, de gevangenis in je hoofd. Laat de varkens los. Die zwijnen. De jouwe en de mijnen. Stort van een berg in zee. Afgescheidenheid? Weg ermee! 

©Toverheks.com We willen hier geen varkens, hoor. Zijn jullie nu helemaal betoeterd? Ons opzadelen met jullie gekte!

Vanmorgen glip ik op het nippertje de kerk in. De goegemeente is al halverwege het intochtslied. Zingend zoek ik een plekje achter Jip en Janneke. Mooi zo. Ik heb het gered. Het is altijd haasten om op tijd aanwezig te zijn. Eerst moet ik nog een blaffend varkentje wassen. Hij sprong weer bommetjes in de gracht! Het is nog steeds schitterend weer.

We worden vanmorgen getrakteerd op een geweldige preek. Het gaat over een bezeten wildeman, die ooit bij Jezus werd gebracht. De man was zo gek als een cent en volstrekt niet te rementen. Als een dolle brak hij uit elke gevangenis, keten of ketting. Hij had geen kleding meer en leefde tussen de graven. Zelfs zijn naam was verdwenen. Hij heette nu Legioen.

Als onze Heiland zich erme gaat bemoeien is het zo afgelopen met die gekkigheid natuurlijk. De demonen en geesten slaan op de vlucht. Ze kruipen in een kudde varkens, die zich vervolgens in galop van de berg af storten: In zee. Om daar te verzuipen. Arme dieren. Een hele kudde opgeofferd voor een zot.

Maar ja. Een beetje Christen kijkt niet op een varkentje meer of minder. Dus vooruit met de geit. De hoeders zijn hun varkens kwijt.

‘Het is net alsof de dominee die preek speciaal voor mij heeft gehouden,’ fluister ik na het avondmaal onder de middag tegen Janneke. ‘Ik heb precies hetzelfde,’ sist ze terug. Na de dienst bedanken we de dominee voor haar schitterende betoog over loslaten. Over gevangen zijn in gedachten. Over eenzaamheid en alle vertrouwen in je medemensen verliezen. Over opnieuw beginnen. Je opnieuw verbinden.

Interbeing binnen een andere spirituele traditie.

Jezus sprak met iedereen. Hij keek door alle gekte heen. Heks is de laatste jaren wat voorzichtiger geworden met het over de vloer halen van allerlei getroebleerde medemensen. Buiten een flinke huwelijkscrisis met mezelf, ik ben immers met mezelf getrouwd, kreeg ik ook een crisis in mijn huwelijk met de hele wereld. Die wondere wereld waar iedereen mijn partner is.

©Toverheks.com. Heks kan die ellendige leugenachtige narcisten niet meer uitstaan…….

Sommige partners kan ik eenvoudigweg niet meer verdragen. Mijn narcistische medemens bijvoorbeeld. Het is dweilen met de kraan open, als je van zo’n medemens houdt. Paarlen voor de zwijnen. En die knorrende narcistische koekenbakkers springen niet in zee om zichzelf te verzuipen! Ze proberen vooral om jou kopje onder te duwen.

Een andere partner, waar ik totaal tabak van heb is mijn eeuwig sneue medemens. De professionele slachtoffers. De partners, die tegen me aanzeiken alsof ik een vleesgeworden pamper ben. De mekkeraars en zeurkousen. De aandachtvragende zuignappen.

Aandacht is als zonneschijn, maar in dit geval is het water naar de zee dragen. Het gaat nergens over. Maar ik wordt er wel doodmoe van!

Zelfs mijn kat Snuitje moet het ontgelden. Die zit de halve dag op de keukentafel te krijsen om eten. Zodra ik de koelkast open doe begint ze te miauwen. Een doordringend zeurgeluidje. Een onafgebroken gemekker om meer. Zelfs al heeft ze net gegeten…… Het maakt niet uit wat ik in mijn mond stop: Zij wil mee-eten.

Dus Snuitje gaat tegenwoordig tijdens mijn lunch naar de slaapkamer. Aan mijn kop wordt niet meer gezeurd. Zelfs niet door zo’n schatje als mijn stokoude katje.

©Toverheks.com Oh jee, we storten in zee….. Toch sneu…..

Toch voel ik ook de behoefte om mijn huwelijk met de wereld te redden. In Plum zijn hier al grote stappen in gezet. En ik ploeter vrolijk verder. Je kunt nu eenmaal geen stappen overslaan. De woede heb ik nodig gehad om uit mijn depressie te komen bijvoorbeeld. Maar genoeg is genoeg. Ik geef mijn demonen nu dan maar aan een kudde zwijnen. Ik denk dat ik aan 1 kudde niet genoeg heb overigens.

Gaan ze de berg afrennen? En welke berg? Een duin misschien?

Storten ze zich in de Noordzee?

Nou, jullie merken het wel. Binnenkort staat het in de krant.

©Toverheks.com Wat doen die verdraaide varkens hier? Het geeft geen pas!

Vissig blogje over hoe je iemand aan de haak slaat. Maar vooral hoe je jezelf ervan weerhoudt om altijd te bijten. In alles en iedereen. Hoe voorkom je dat je aan de haak wordt geslagen? Dat vraag ik me al jaren af. Nou. Heel simpel dus. Niet bijten, niet bijten, niet bijten.  Zo’n haak is tenslote echt een draak. Nou ja: Heks heeft liever draken dan haken…..

©Toverheks.com. De wereld zit vol haken en ogen!

 

Terug uit Plum zit ik vol goede voornemens. Ik wil hetgeen ik verworven heb vasthouden. Maar ik weet natuurlijk ook wel, dat dat het allermoeilijkste is van de hele retraite: De veranderingen implementeren. Voor je het weet zit je weer in je oude groef. Heeft je gewoonte energie het weer overgenomen.
Heks heeft echter een plan. En ook een doel. Het plan is simpel. Het doel haalbaar. Ooit.

Eerst besluit ik om de alcohol er maar eens helemaal uit te gooien. Dit talent van mijn voorouders heb ik genoeg ontwikkeld. Het wordt tijd voor iets anders. Bovendien heb ik ontdekt, dat dit familiegebruik sterk verbonden is met de uiting van onze genetische woede, alsmede de onderdrukking daarvan. Als we iets op de lever hebben nemen we een borrel. Het lost niks op, je krijgt er slechts een probleem bij, zoals mijn moeder altijd zei…..

“‘Waarom ben je gestopt met drinken?’ vroeg een goede vriendin aan me, nadat ik gestopt was,  ‘Je was altijd zo’n geweldige gezellige pimpelaar!’ ” vertelt een Braziliaans familielid in Plum me op een dag. Ik kijk naar haar frisse opgeruimde gezicht. Ja, je kon vast geweldig met haar lachen, toen ze nog een vrolijke schuinsmarcherende zuipschuit was!

©Toverheks.com. Pastoraal ideaal

 

Met Heks kon je geweldige avonturen beleven tijdens het stappen. Ik ging steevast in een krankzinnige outfit op stap. Ik herinner me een avond met een vroegere nichtenvriend van me. Thuis dronken we eerst bevroren wodka. ‘We moeten toch iets eten,’ riep Heks na een paar glaasjes.  Gelukkig had ik nog een grote pot boerenadvocaat staan voor Tanneke. Dat was ons avondmaal.
We gingen eerst naar de Roze Beurs, vervolgens dansen in het COC, (lekker rustig voor Heks, geen heteroseksuelen om tegen me te vervelen, ) om tenslotte te eindigen in een Leids café hier om de hoek. Laatstgenoemde was vaak maanden dicht, want dan zat de eigenaar in de bak……

De volgende dag ging ik terug naar het café, op zoek naar mijn bezemsteel. Die had ik voor de grap meegenomen de avond ervoor. Onderdeel van mijn ravissante outfit.

‘Jeetje Heks,’ lachte de uitbater zijn brakke gebit bloot, ‘We vroegen ons al af hoe je thuis gekomen was….’

Dus Heks had echt een geweldige vrolijke dronk! En hoewel ik zelden meer uit ga en al zeker niet meer op die manier, toch dronk ik altijd nog graag een glas goede wijn. Het zal dus even wennen zijn. Vooral ook voor mijn omgeving! Sommige oude vrienden zijn stevige drinkers geworden.  Zo’n geheelonthouder steekt daar dan maar braaf bij af….

Een ander voornemen is om me weer aan te sluiten bij de Leidse Sangha. De eerste weken  ben ik te moe, maar intussen ben Ik er weer eens heen geweest. Heel goed Heksje. Het lukt je misschien niet meer om je te verbinden met de drankorgels en zatladders uit je verleden, maar deze traditie past je als een jas!

Het derde voornemen is minder bijten in de haken. Huh?

©Toverheks.com. Op zoek naar een lekkere haak om eens flink in te bijten!

 

‘Ik ontdekte op een gegeven moment, dat ik net een vis ben op zoek naar een haak om me eens lekker in vast te bijten,’ vertelde een ander familielid tijdens de retraite. We staan giebelend om haar heen. Ze heeft altijd de meest fantastische verhalen en voorbeelden, om iets duidelijk te maken,  deze dharmateacher uit Israël. En ook nu zien we het voor ons. Vooral als ze naar lucht happend rondkijkt of ze soms ergens een haak ontwaart…..

‘Tegenwoordig zwem ik gewoon door,’ ze steekt haar Ierse neusje in de lucht, ‘Ik laat de haak de haak. Ik bijt niet meer….. Veel rustiger!’ We liggen dubbel van de lach. Maar het verhaal blijft me bij. Ik wil ook niet meer in elke haak bijten. Of erger nog, op zoek gaan naar een goeie haak….. Niet bijten is helaas nog niet zo gemakkelijk. Oefening baart kunst, maar hierin ben ik een beginneling.

Vroeger werd ik voornamelijk gekwetst door al die haken, die in me werden geslagen. Ik hoefde niet eens te bijten…..

Intussen bijt ik flink van me af. Maar ik schiet er niet zoveel mee op. Gekwetstheid heeft plaats gemaakt voor die gekmakende woede. Nou, lekker is dat.

Ik heb dus veel aan dit verhaal. Elke dag gebeurt er wel iets, waardoor ik dit flink kan oefenen. Het lijkt alsof mijn medemensen het speciaal op me voorzien hebben.

Als ik bijvoorbeeld als een vis lekker door het water glijd van zwembad de Vliet (alweer een goed voornemen) trapt een forse dikke plompe piepjonge vrouw me keihard in mijn buik. Niet expres, maar gewoon omdat ze nergens op let, terwijl ze zich afzet om onder de benen van een vergeleken met haar werkelijk stokoude aartslelijke kerel , die zo te zien haar lover is, door te zwemmen.

Nu heeft Heks zo’n 5 fikse operaties aan haar haar buik gehad. Dat gebied is een vat vol verklevingen. Zo’n trap doet dus geweldig veel pijn. ‘Au,’ roep ik. En :’Kijk uit!’ ‘Sorry,’ piept het plompe kindvrouwtje.

©Toverheks.com. Toch weer gehapt!

 

De grote forse kerel met zijn gare baard (pratend kutje) gaat helemaal uit zijn plaat. Ik moet niet zo agressief zijn, me dit en me dat. Teringmongool en ga zo maar door…. ‘Stel je niet aan, dit zwembad is van iedewrwreen. Laat je nakijken,  openbare wrwruimte hoorwrwr, schijtwijf, JE MOT EEN BEETJE REKENING HOUWEN MET ANDERE MENSUH!’  Ja, dat zei hij echt. Op zich wel weer komisch natuurlijk.

De man gaat maar door met zijn geraas. Hij wil vast indruk maken op zijn vriendin met vadercomplex. Of opacomplex.

Heks poetst de plaat, maar schreeuwt wel van alles terug…… Zoals ‘Wie is hier nu agressief?’

‘We hebben het zien gebeuren, we gaan die kerel aanpakken,’ zegt de badmeester. Ik ben dus niet gek, ik begon aan mezelf te twijfelen. Nee, die mafkees is gestoord..  ‘Je moet je niet laten intimideren hoor, door die vent, ‘voegt hij er nog aan toe. Ja, ik moet met die idioot op de vuist!!! De badmeester is duidelijk geen Boeddhist.

Later diezelfde dag ga ik naar de Sangha. Ik fiets door een steeg. Een jonge stevige volgevreten troela komt keihard de hoek om gescheurd. Met een veel te ruime bocht. Telefoon klaar voor gebruik  in de hand. Ze rijdt me bijna van de sokken. Ik schrik me dood.

©Toverheks.com. Oh, weer zo’n haak. Meuh…. Ik ga niet bijten, ik doe het niet. Of toch een klein hapje? Nee!!!!!!!!!

 

Ook deze grofgebekte matrone begint me direct keihard uit te kafferen. Ik sta perplex, maar schreeuw dan toch iets terug. ‘Kom maar hier, dan zal ik het je ff inpeperen…’ roep ik manhaftig. Gelukkig geeft ze geen gehoor aan dit verzoek.

De tranen prikken achter mijn ogen, als ik naar de Sangha fiets. Wat een wereld leven we in. Ik ben er zo moe van. Al die haken in mijn lijf. En moeten ze nu altijd mij hebben? Omdat ik lang ben? Er sterk uit zie? Opvallend ben?

‘Mensen moeten jou hebben, omdat jij leeft wat zij niet durven, Heks,’ zegt mijn dirigerende familielid op de terugweg uit Plum,”Het is de kift. Jij hebt een bepaalde vrijheid, ruimte, creativiteit en authenticiteit, dat wil iedereen wel…..’

©Toverheks.com. Ah, nu snap ik het!

De nacht valt me hard in mijn hart. De nacht valt. In mijn hart klauwt het kruid van mijn woede naar alles wat beweegt. Dan komen de schapen, ik hoef ze niet te tellen en toch kan ik slapen!


In mijn hart groeit Berenklauw. Als kool: Als onkruid. Een prachtige plant, maar niet in deze zachte omgeving. En in deze groten getale! Ik ben de grip op dit verschijnsel al lang kwijt. Verwoed gaf ik die zaadjes water en nu heb ik spijt. Ik raak die ellendige blaarplant nooit meer kwijt!

Elke nacht ga ik naar mijn innerlijk landschap. Het gebeurt vanzelf, ik hoef er niets voor te doen. Het ligt aan de omgeving, het grote pruimenhart, waar ik mijn tenten heb opgeslagen. 

We krijgen instructie van de Abdes over Touching The Earth. Een prachtig ritueel om je met je voorouders te verbinden. Heks heeft geen zin om zich met haar voorouders te verbinden. Die halve zolige set zuipschuiten. Die narcistische clan vol familiegeheimen en grensoverschrijdend gedrag. Die hebzuchtige agressieve inhalige teringlijers. Die fibromyalgische genen. Nee.


Op het moment, dat ik geacht wordt liefde te sturen tijdens het aanraken van de aarde steek ik mijn tong uit in mijn kussen. Het is op. Ik voel geen liefde meer voor mijn clan. Het zit nog wel ergens, maar overwoekerd door die verrekte Berenklauw. 

Dus ik val in slaap. In de verte hoor ik hoe belangrijk het is om bladiebla…. Het zal wel. Ik ga onder geen beding zoals andere jaren tranen met tuiten huilend me met dat stelletje nietsnutten verbinden. Af en toe drijf ik naar de oppervlakte. Om dan weer heel diep weg te zakken. Tegen het einde kom ik weer bij. Jeetje, wat heb ik lekker liggen slapen.

‘Krijg maar de PiP, voorouders. Ik ben er klaar mee….’


’s Nachts kan ik niet slapen. De Berenklauw houdt me uit mijn slaap. De voorouders staan boos om mijn tentje. Opeens hoor ik in mijn hoofd de woorden van de Abdes. ‘Zelfs al heb je niets met je voorouders en kunnen ze je echt gestolen woorden, dan nog ben jij wel een product van hun genen. Al jouw geweldige eigenschappen heb je ook van je voorouders gekregen. Het feit dat je er bent heb je stomweg aan hen te danken…..’ Vrij vertaald.

Opeens dringt het tot me door, dat ik toch ook een heleboel geweldige en lieve voorouders moet hebben gehad. Anders was er nooit zo’n lief getalenteerd Heksje uit voortgekomen. Mijn voorouders moeten hebben gebulkt van het talent. En er moeten toch echt een paar geweldiger lekkere stukken tussen gezeten hebben. Met ellenlange benen en grote Heksenneuzen! En oh wonder: Ik voel me plotseling verbonden met die voorouders.


‘Wij sturen die liefde naar je clan wel, Heksje,’ lispelen ze in mijn slaperige oortjes. Ik zit opeens rechtop in bed. Het is waar. Ik voel opeens de liefde naar mijn dierbaren weer stromen. Wonderbaarlijk! Ik hoef het niet allemaal alleen te doen. Er zijn meer zwarte schapen in deze kudde! En ze houden van Heks.

Dan gebeurt er nog iets magisch in mijn innerlijk landschap. Er loopt plotseling een enorme kudde schapen. Met Jezus als herder. ‘Natuurlijk ben ik de herder, Heks. Dat is nu eenmaal mijn pakkie an. Kijk, Boeddha leert je dat je beter geen koeien kunt houden, want dan moet je er maar achteraan rennen….. Schapen hoeden vindt hij vast ook niks. Dat is meer iets voor mij!’ 


De schapen hebben bekende gezichten. Het zijn Sangha-schapen! Ik herken de koppies van mijn tijdelijke familie hier uit Plum. Opgewekt lopen ze te grazen. En wie schets mijn verbazing? Ze vreten de Berenklauw weg. Al die hoog opgeschoten producten van mijn woede. Op hun gemakje knabbelen ze het vurige blad aan gort. ‘Ha Hebehbehbehbehks,’ mekkeren ze enthousiast, als ze me ontwaren. Een wonder!


Zo gebeurt er van alles in de stilte van mijn hart. ’s Nachts. Als iedereen slaapt. Mijn woede wordt geëlimineerd. Nu is het zaak om niet opnieuw mijn woedezaadjes water te geven. Ook lukt het me weer om van mensen te houden, die het misschien niet verdienen. Maar ja. Wie verdient dat eigenlijk wel? Het is maar goed, dat God een god van liefde is. En dat ik het niet voor het zeggen heb in de wereld. 

‘God houdt van iedereen Heks,’ vertel ik mezelf nog maar eens een keer. Ook van psychopaten zoals Hitler en Saddam Houssein. Van machteloze ouders en geslagen kinderen. Van de hoed en de rand.

Heks leert haar nieuwe familie kennen. Wat zijn ze aardig! Het is even wennen. Uit alle windstreken hierheen geblazen. Ook wat kaaskoppen komen hier grazen. In deze grazige weiden. En de weide van Heks? Vol berenklauw helaas.

©Toverheks.com

Waves of one sea……. ©Toverheks.com


Pas na een dag meld ik me bij mijn familie. De eerste avond zit het er gewoon niet in. En de volgende ochtend is er alweer van alles te doen. Wazig kreukel ik over het terrein. De dag gaat voorbij in een blur. Maar ’s avonds maak ik kennis met zo’n 19 vrouwen en 1 man. Mijn tijdelijke familie! Ze komen uit alle windstreken. En uit Nederland. Een windstreek van jewelste natuurlijk. Je waait compleet uit je hemd als je niet uitkijkt. Sommigen van ons zijn helemaal hierheen geblazen……

‘Goh, wat is er met die enorme Nederlandse families gebeurd, die hier vroeger verspreid over de diverse Hamlets bivakkeerden?’ Voor mij een vraag en voor hen een weet. Maar het valt me op. ‘Er zijn tegenwoordig veel retraites met monastics in Holland,’ zegt mijn non vriendin. Dat verklaart een hoop. Maar niet alles. Ik mis echt hardcore OI members!

Pas op de terugweg naar huis valt er een kwartje. Een volgeling van Thay heeft zich afgescheiden. Hij is uitgetreden en getrouwd intussen. Allemaal heel begrijpelijk als je verliefd wordt op een Hollandse schone. ‘Hij beweert verder te zijn dan Thay,’ vertelt mijn reisgenote me, ‘Ik ben verschillende keren naar een dharmatalk van hem geweest en ik heb het hem zelf horen zeggen. Hij geeft ook keiharde antwoorden op heel gewone levensvragen. Echt snoeihard. Daarbij husselt hij de ultieme dimensie en de relatieve dimensie door elkaar……’

‘He getsie,’ Heks griezelt bij het idee. Een spiritueel narcist. Je vindt ze toch ook bij alle geloofsovertuigingen, zelfs bij Boeddhistische filosofie. Gevaarlijke mensen. En die mafkees woont in ons kikkerland. Hij geeft les aan ons kikkers. En we kwaken hem vrolijk na!

Dus sommigen zijn een ander pad ingeslagen. Anderen zijn nu echt te oud om nog zo’n hele retraite aan te gaan. En weer anderen hebben er de middelen niet voor. Het zal ongetwijfeld ook schelen dat Thay geen les meer geeft. Hoewel de retraite weer zeer goed bezocht is. Misschien is Thich Nhat Hanh niet meer in in Nederland. Nu je om je oren wordt geslagen met hippe peperdure cursussen in Mindfuckness….. Nu mindfulness een populair middel is geworden om je doel te bereiken. In plaats van een manier van leven. Wie zal het zeggen? Voor mij staat Thay nog steeds met stip op 1.

Een internationale familie. Wat leuk! Heks is dol op mensen uit verre streken. Hun andere levens. Hun andere mores. Wat dat betreft kun je hier je lol op. Mensen van allerlei pluimage zie je hier rondlopen. Mannen en vrouwen en alles wat er tussenin zit. Het maakt ook niet uit of je op mannen of op vrouwen valt. Het is allemaal OK. Zolang je er maar geen gehoor aan geeft hier…..

©Toverheks.com

Het is hier toch zo mooi!!!! ©Toverheks.com


‘Ik vind het wel gek, dat homoseksuele monniken en nonnen gewoon op hun eigen Hamlet mogen blijven. Dan word je toch constant in verleiding gebracht?’ grap ik tegen mijn reisgenoot op de terugweg. Ze knikt instemmend. Zij is van de vrouwenliefde en heeft zich hier al meermalen over verbaasd.

Heks vindt het wel lekker rustig zo tussen de nonnetjes en de dames. Ik heb goed sjans van een paar heerlijke potten, maar ja, het beklijft niet. Zo rustig. Echt fijn.

Ik kijk naar mijn nieuwe familie. Wat een fijne mensen. Ik ben verguld. Van mijn eigen familie moet ik het al jaren niet hebben. Dat is nu eindelijk eens goed tot me doorgedrongen. Mijn pogingen om erbij te horen zijn genadeloos afgestraft. Het is dat ze een zwart schaap nodig hebben, anders waren ze waarschijnlijk zelfs mijn naam vergeten. Maar hier hoor ik bij! Al is het maar voor een paar weken…..

Ter plekke neem ik me voor om eindelijk eens bij mensen te gaan horen. Mijn bloedverwanten en oude vrienden lenen zich er helaas niet voor, maar dat wil niet zeggen dat het niet kan. Ik heb gewoon op het verkeerde paard gegokt. Meermalen. Het is een soort gewoonte geworden om mijn best te doen voor hopeloze gevallen. Om bergen energie te stoppen in mensen, die me niet eens zien staan. Hoe dom kun je zijn?

‘Zuster, kom je op lazyday op de koffie? Ik heb heerlijke chocolade bij me en ook een praktisch presentje!’ In de familie zitten met mijn vriendin de non staat garant voor een geweldige tijd. Het is zo heerlijk en speciaal. Dat vinden we hier allemaal!

©Toverheks.com

Zingende zwaan….. ©Toverheks.com

I have arrived, I am home! Maar here and now zit ik gelijk met gebakken peren, die me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Traditioneel krijg je een flinke crisis als je hier een tijdje bent. Dat is algemeen bekend. Heks zit er direct middenin. Ik heb mijn dieptepunt alweer achter de rug. Ik kan dan ook eigenlijk best weer naar huis terug!


Na twee dagen sturen met mijn Tens-apparaat op de hoogste stand in een bloedheet wagentje ben ik helemaal dol in mijn bol. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, bezoekjes aan de fysiotherapeut, cortisonen-injecties en pijnstillers is mijn lijf een slagveld aan kwalen. Maar uiteindelijk ben ik er dan toch echt. Ik rijd het parkeerterrein op. I have arrived!
Maar o jeetje, wat een tegenvaller! Ik raak direct slaags met de dames op het kantoor. En ook bij de medewerksters van de registratie kom ik geen stap verder. En ik moet verder! Ik moet als den donder mijn tent opzetten, voordat ik verander in een weke doch pijnlijke kwarktaart…..

‘U hebt zich niet opgegeven,’ krijg ik beschuldigend naar mijn dodelijk vermoeide hoofd. Alsof het een doodzonde is! Voor mensen met een tent is altijd plek! Dat weet iedereen! Ook mijn pogingen om dan in elk geval een kampeerplekje te bemachtigen, waar ik met mijn auto kan komen worden genadeloos afgestraft. Ik moet warempel met een kruiwagen twee kilometer over bobbelig terrein gaan lopen sleuren met mijn teringbende. ‘Je vraagt maar of iemand je wil helpen,’ bitst de betreffende non.

Nou ja zeg. Ze kent me! Een jaar of wat geleden zat ze bij me in de familie. Ik heb een hele middag Boeddhistische geëngageerde kunst met haar gemaakt indertijd. Het was zo’n schatje! Ik weet dat westerlingen er allemaal hetzelfde uitzien voor Vietnamezen, maar dit gaat wel erg ver!


Ik word van het kastje naar de muur gestuurd en weer terug. Ik moet me eerst inschrijven. Nee, ik moet toch eerst naar het kantoor. ‘Ga naar de registratiehal,’ bitsen ze daar. Om vandaaruit opnieuw naar het kantoor te worden gestuurd. Dit gaat zeker een uur zo door.

Intussen komt er stoom uit mijn oren. Ik ben zo wanhopig, dat ik op het punt sta om in mijn auto te stappen en gewoon weer naar huis te rijden. Steek die retraite maar in je dinges. Ik ben er klaar mee!

Een vrijwilligster bij de registratie gaat diep naar me luisteren. Helemaal volgens de regels der kunst. Ze kijkt me oprecht meedogend aan, terwijl ik mijn ellende eruit braak. ‘Drie en een halve maand ben ik bezig geweest om in die auto te komen. Elke dag iets gedaan. Gekkenwerk natuurlijk. Bladiebla, pech onderweg….’ bries ik verontwaardigd.

‘Je ziet niets aan me, maar ik ben zwaar gehandicapt,’ roep ik verhit. Ik zie eruit of ik een paard kan doodslaan intussen. Niet bepaald gehandicapt. De vrouw kijkt meewarig. Ze bedoeld het ongetwijfeld goed, maar het werkt evenzogoed averechts op mijn verhitte zenuwen. Toch ben ik enigszins bedaard, als ze me onverrichterzake naar het kantoor terugstuurt.

Ik ga nog 1 poging doen en anders is het einde verhaal. Ik ga onder geen beding met kruiwagens vol bagage over een heuvel vol pruimenbomen sjokken teneinde mijn tent pal in de volle zon te zetten. Ik moet een schaduwrijk plekje hebben dicht bij de meditatiehal en het sanitair. En ik weet precies zo’n plekje. En daar staat nog niemand!

‘Dat gedeelte is voor de staf,’ zegt iemand streng. ‘Het ligt helemaal aan de buitenrand,’ pareer ik. ‘Maar het is daar wel noble silence,’ krijg ik als weerwoord. ‘Dat vind ik juist lekker,’ probeer ik weer.

Als ik uiteindelijk mijn spullen naar de betreffende plek wil brengen is de boel afgezet. Er mogen geen auto’s rijden op het pad. Ze verzinnen hier ook altijd weer wat. Nee, ik moet dus toch met kruiwagens aan de slag. Als ik me opnieuw op het kantoor meldt trekt  de non, die me dwarszit een strenge streep door haar gezicht. “NEE.’ Geen praten aan.


‘Ik ga naar huis,’ besluit ik ter plekke. Zijn ze nu helemaal gek geworden hier?

Dan staat een kleine Française op vanachter haar computer. Een vrijwilligster hier uit de regio. Een vrouw met flair. Een actrice hoor ik later….. Ze heeft het hele verhaal meegekregen. ‘Kom,’ wenkt ze. Om vervolgens alle regels met voeten te treden vanuit een soort natuurlijk gezag. Eindelijk iemand, die zich mijn probleem aantrekt. Ze haalt de wegversperring weg en laat me met auto en al naar achter rijden.

Daar gooi ik voor haar verbijsterde ogen al mijn bagage met een grote zwaai uit mijn karretje. Als een gigantische woeste amazone. Binnen vijf minuten ligt er een geweldige berg troep op de bosgrond. Verwilderd sta ik ertussen te wankelen.

Een paar uur later is het leed geleden. Mijn tent staat. Met veldbed en al. Ik heb iets eetbaars binnen gekregen. Een flinke wasbeurt onder de invalidendouche heeft ook wonderen gedaan. Een goeie hap pijnstillers erin en ik kan naar bed.

Mijn vriendin de Nederlandse non heeft intussen ook al gehoord dat ik ben gearriveerd. ‘Er staat een hele boze nederlandse vrouw in de office,’  vertellen de nonnetjes haar, ‘Ze heeft een heeeeeeeeeeeeeeeeeeel kort rokje aan!’  (Tot aan mijn knieën). ‘Dat draag je toch zeker niet op een retraite! En een grote hoed op haar hoofd.’


‘Is ze heel erg lang?’ vraag mijn vriendin verheugd. Ook voor haar is het een verrassing, dat ik hier weer opduik. En als het antwoord bevestigend is: ‘Stop haar maar in mijn familie!’

‘Haha, Heks. Wat een verhaal over je spijkerjurk. Mensen lopen hier echt gewoon in korte broek enzo. Zolang je het maar niet in de meditatiehal doet. Ik heb het voor je opgenomen, hoor. Dat is Heks, die ken je toch wel, heb ik gezegd. Ze loopt altijd in van die hele lange gewaden. Waar hebben jullie het over? Ze heeft twee dagen in een bloedhete auto gezeten. Vandaar dat jurkje.’

‘En er is vast een reden, waarom ze zich niet heeft aangemeld. Dat doet ze sowieso alttijd pas op het laatste moment, omdat het altijd onzeker is of het haar wel lukt om hier te komen.’ En dat is inderdaad zo. Ik ben het thuis in alle hectiek stomweg vergeten. En het hotel onderweg had geen WIFI.

’s Avonds lig ik tevreden in mijn tent. Het leed is geleden. Ik heb het overleefd. Ik heb het bijgelegd met de nonnen in de office. Stil lig ik te luisteren of ik mijn vriend Uil soms hoor. Ik ben volledig in mijn hart merk ik. ‘Deze plek is een groot hart,’ doezel ik verder. Met af en toe een dwarse non. Nou ja, je ziet ook niks aan Heks. Dat blijft me opbreken bij tijd en wijle.

Maar het is ook fijn. Als mensen je de godganse dag met een deerniswekkend gezicht bij voorbaat lopen te helpen is ook niet alles. Vraag maar aan mijn vriendin Kras. Zo is het altijd wat.


 

Pech onderweg is niet voor watjes zeg. Heks koopt op de valreep een knalgeel fluorescerend jasje en dat is maar goed ook. Mijn voornemen nu eens op tijd om Parijs heen te zijn gaat op in rook. Ik kom dan wel voor hete vuren te staan, maar ik heb de soep heus heter gegeten. Uiteindelijk is het leven een groot avontuur. En: Vandaag loopt alles goed af!

Een paar dagen voordat ik naar Plumvillage vertrek haal ik de Don van het station. Strak in het pak stapt hij bij me in de auto. De koffer met nog meer pakken en hoeden gooien we achterin. In Huize Heks hangen ook nog eens een maatpak en een colbertje klaar. Hij komt deze maand wel door!

De volgende dagen ga ik door met het voorbereiden van mijn reisje. Afgewisseld met kletskous-sessies met mijn oude vriend. Zijn aanwezigheid werkt twee kanten op. Enerzijds houdt het me rustig, zodat ik mezelf niet voorbij hol. Anderzijds leidt het me geweldig af, waardoor sommige items uiteindelijk niet in mijn bagage terecht komen…..

Ergens onderweg naar mijn tassen neergelegd en vervolgens vergeten. Zo vergeet ik mijn toetsenbord, oplaadsnoer van mijn iPod-achtige apparaatje, bodylotion en zonnebrandproducten. Nou ja. Wat kan het schelen? Uiteindelijk zit ik evenzogoed met een gigantische berg teringzooi in mijn autootje.

Twee dagen voor vertrek breng ik VikThor naar zijn logeeradres. Hij wordt met open armen ontvangen door de hyperactieve zoon des huizes. Eindelijk iemand met meer energie dan mijn hondje! Wat zal mijn ventje het geweldig hebben hier!

 

De avond voor vertrek stouwen we mijn kanariepiet alvast vol. De Don sjouwt alles naar beneden en ik prop alles vakkundig in mijn bolide. Ik gooi knalgele dekens over mijn spulletjes en parkeer mijn karretje in een steeg om de hoek. Zodoende hoef ik de volgende morgen alleen maar een kop straffe koffie naar binnen te gieten en mijn tas met belangrijke paperassen in te laden.

Zo vertrek ik dan op een voor mij ongebruikelijk vroeg tijdstip. Het zonnetje schijnt. Ik zit werkelijk voor tienen op de snelweg! Om direct bij Rotterdam in een geweldig verkeersinfarct terecht te komen. Er is een vrachtwagen met spijkers omgevallen in de bocht op de ring. Hierdoor hebben tweehonderdachtenzestig auto’s een leuke lekke band gekregen. Het verkeer staat vast van hier tot Tokio.

Goeie hemel. Op het allerlaatste moment besluit ik dan toch maar over Barendrecht te rijden. Ik ben niet de enige met dit gezegende idee, dus ook hier sta ik uren vast. In de stromende regen en storm. Want het is ongelofelijk ellendig weer geworden intussen. Met grote moeite houd ik me staande tussen al het vrachtverkeer.

Via Zeeland kom ik alsnog in België terecht. En vandaaruit uiteindelijk in Noord-Frankrijk. Daar zie ik plotseling dat ik nodig moet gaan tanken, net op het moment dat ik langs een slecht aangegeven in het struweel verborgen tankstation kom. Helaas moet ik wel eerst vier banen oversteken en dat lukt niet meer. Volgende station dan maar……

Plotseling houdt mijn karretje ermee op. Precies waar de weg zich splitst. De rechterbanen gaan naar Calais en de linkerbanen naar Parijs. Heks staat stil op de kleine strook tussen deze voortrazende verkeersaders. Wat nu? Is mijn tank gewoon leeg of is er toch iets anders aan de hand? Ik bel met de ANWB.

‘U moet wachten op de franse verkeerspolitie. Zo is de wet, we kunnen eventjes niets voor u doen. U moet dit en dat nummer bellen en uw positie doorgeven, die staat op die paaltjes langs de weg, kijk maar goed, bladiebla….’

Heks zit intussen badend in het zweet in haar kleine voiture door stapels bagage heen te gluren of ze zo’n verrekt paaltje ziet. Maar nee. Precies op dit kruispunt der wegen zijn die dingen dun gezaaid. Ik zal eropuit moeten……..

Ik trek mijn net aangeschafte lichtgevende gele vestje aan en wurm me voorzichtig uit de auto.

Met gevaar voor eigen leven ga ik op zoek naar zo’n verdraaid paaltje. Goeie hemeltje, wat rijden ze hier hard. Links en rechts suizen enorme vrachtwagens voorbij. Na zo’n vijfhonderd meter ontwaar ik een paaltje in het struikgewas aan de overkant. Ik tuur me suf en stamp de nummers in mijn kop. Nu weer terug schuifelen…..Heks is blij als ze weer in haar autootje zit.

Een klein half uur later komen er franse mannetjes met een grote auto vol wegversperringsmateriaal. Snel zetten ze de rechterbaan af. Binnen een minuut staat er een gigantisch file. ‘Voor mij,’ glim ik tevreden. Zorg ik ook eens een keertje voor oponthoud.

Wat een opluchting.

Ik begroet mijn redders enthousiast. Ik prijs hun onverschrokken heldendaden hier ter plekke. ‘Ach,’ wuiven ze mijn complimenten verlegen van de baan, ‘We zijn het gewend…..’ Ze krijgen plezier in het geval, vooral als er allemaal mannen uit de stapvoets voorbijrijdende auto’s gaan hangen. ‘Bonjour,’ schreeuwen die naar een opgelucht lachende Heks met haar cowboyhoed en dito laarzen.

Mijn spijkerjurkje valt enorm in de smaak van dit onverwachte publiek. Mijn redders staan trots te lachen naar hun concurrenten. Opgewekt instrueren ze me over wat nu komen gaat. ‘Je wordt weggesleept. We mogen geen benzine in je tank gooien. Het is bij de wet verboden. Bovendien kan het ook iets anders zijn. Hopelijk. Anders moet je die sleepwagen zelf betalen…..’

 

Ze grijnzen me opgewekt tegemoet. O jee. Nou ja, ik ben allang blij dat het allemaal meevalt. Ik heb doodsangsten uitgestaan het afgelopen uur.

Even later arriveert de sleepwagen. De wieldop wordt van mijn achterwiel gelicht en in  no time staat mijn kanariepiet op zijn enorme grote broer te kwetteren. Heks zit al voorin de gigantische cabine van de wagen. Ik ben intussen in een prima humeur. Ik heb de grootste file veroorzaakt, die je je maar kunt voorstellen. En zelf rijden we vrolijk voor de meute uit.

Met een rotvaart jakkert de chauffeur door het franse platteland, tot hij in een stadje een schier onmogelijk manoeuvre uithaalt. Achteruit steekt hij zijn gevaarte door een poort. Plotseling staan we op het binnenplaatsje van een rommelig garagebedrijf met sleepwagen en al. De eigenaar van dit zootje ongeregeld gaat helemaal glimmen als hij Heks in het vizier krijgt. Ik heb een fan!

Even later duwen ze mijn karretje de garage in. Een leger mannetjes stort zich op de motorkap. Heks staat in het aangrenzende kantoor met haar nieuwe aanbidder. We kijken door de ruit naar de kluwen monteurs, terwijl hij met de ANWB belt.

Een besmeurde monteur komt binnen stuiven met de diagnose. De baas ratelt vervolgens in het frans tegen de man van de ANWB. Smijtend met terminologie, die ik niet ken.

Intussen knipoogt hij olijk naar me. Of heeft hij een vuiltje in zijn oog? Hij knippert en knijpt er op los. Dan geeft hij me de hoorn. ‘Het is uw benzineleiding. Het slangetje is losgeschoten. Geen wonder dat u opeens stil stond….’ toetert de man van de alarmcentrale in mijn oor, ‘Ze zetten er een nieuw slangetje op en dan kunt u weer verder rijden.’

De man met het vuiltje in zijn oog kijkt me stralend aan. ‘Ik heb er ook nog maar 10 liter benzine ingegooid,’ vertrouwt hij me toe. Dat begrijp ik. ‘Wat krijgt u van me?’ Ik kijk in mijn portemonnaie en geef hem vijftig euro. ‘Welnee,’ roept de man verontwaardigd, ‘Dat is echt veel te veel. Kijk,’ hij wijst naar een tientje dat ernaast ligt. Dat is ruim voldoende……

Voor de hele meute van de door mezelf  veroorzaakte enorme file uit tuf ik naar Parijs. Daar kom ik alsnog in een nieuw verkeersinfarct terecht, met een slakkengangetjes worstel ik me over die verduivelde Boulevard Périphérique. Hier heeft mijn vader wel eens een band staan verwisselen op een brug zonder fatsoenlijke vluchtstrook. Zo koel als een kikker. Het kan dus wel degelijk erger……

Na Parijs knal ik door tot Vierzon. Daar weet ik een lief hotelletje vlak bij de snelweg. Om kwart voor 11 ’s avonds bel ik aan. De deur zit al op slot, iedereen slaapt. Behalve de beeldschone zoon van de eigenaresse. Slaperig doet hij de deur open. Hij checkt me in en een half uur later lig ik ook op 1 oor. Eten doen we morgen wel weer. Nu eerst maar eens schandalig lekker slapen.