Spulletjes, troepjes, in gaten en hoekjes. Heks pakt aan. Pakt door, niet slim hoor…… Ik kan daarna dagenlang nauwelijks bewegen……..Ontmoeting op markt met twee lieve meiden. Sierraden maken met ME? Dat doen we beiden.

Moe, moe, moe. Toe Heks, geef er eens aan toe. Ja, dahag. Ik kan wel bezig blijven met eraan toegeven. Als ik daaraan begin lig ik alleen nog maar gestrekt. Dus een ouderwetse schop onder mijn kont dan maar. Ik ben eraan gewend, dat scheelt.

De laatste maanden gaat het weer uitermate moeizaam met dit heksje. Ik ploeter me door de dag en kom vaak tot niet veel meer dan de hond uitlaten en het huis een beetje opruimen. Gelukkig neemt mijn hulp het leeuwendeel van laatstgenoemde voor haar rekening. Als een witte tornado stormt ze twee keer per week nietsontziend door mijn heksenstulpje. 

Heks stoft dan ook zo’n beetje in de rondte. En ik berg spulletjes op. Bergen spulletjes. En troepjes. In rommelige hoekjes. Intussen hoop ik dat ik mijn vuilnispas weer vind. En mijn trifocale bril van Superdry. Dat zou ook fijn zijn.

Dat ding heb ik al een half jaar niet meer gezien. Sinds mijn vakantie. Toch verloren in het klooster? Maar ik heb echt alles weer in mijn auto gestopt, dat weet ik zeker. Ik kijk altijd en overal achterom als ik mijn spulletjes pak…….

Samen met mijn hulp doe ik pogingen om mijn werkkamer weer begaanbaar te maken. Als de tijd van mijn thuiszorg om is, is het er echter een geweldige bende geworden. Een inferno van oude paperassen en troepjes. Rommeltjes bevrijd uit hun hoekjes.

Ik besluit nog eventjes door te werken, nadat ze is vertrokken.

Ga daarbij zwaar over mijn grens, moet dat dagen bezuren, maar iemand moet toch een keertje ingrijpen in die kamer. Anders komt er misschien wel een eng televisieprogramma op de proppen om de boel met bezems te keren. Geregeld door een oplettende kennis, die er zelf geen zin in heeft. Ik moet er niet aan denken……

Ik vind mijn zware schietnietmachine terug in een krat met verf. Ik heb er ongeveer twee jaar naar lopen zoeken, omdat ik een stoel opnieuw wilde bekleden. Uiteindelijk maar een nieuwe gekocht ongeveer een maand geleden. Stoel bekleed…..

En kijk: Het onding lacht me uit! Recht in mijn gezicht. ‘Nietes, nietes,’ liegt de schietnieter. Ja, wat kun je verwachten van zo’n simpel stuk gereedschap. Welles zal het niet worden……

Heks is ook weer aan de gang met haar sierraden. Vooral het gieten met epoxyhars vind ik geweldig. Het nodigt uit tot experimenteren. Met enige regelmaat zit ik lekker te kliederen in de keuken. Steeds handiger word ik er in. Ik heb intussen ook zelf mijn eerste gietmal gemaakt. Van drie schedeltjes uit mijn collectie.

Ik probeer mijn leventje klein te houden. Overzichtelijk. Weinig input. Ik moet enorm uitkijken, mijn gezondheid is een wankel evenwicht momenteel. Na die vrije val drie maanden geleden.

Heks is in feite een wandelend kaartenhuis. In een periode zoals nu, wanneer ik totaal onderuit lig, word ik daar weer eens goed mee geconfronteerd. Wrijft het leven me in, dat het niet voor mij bestemd is om mijn leven te leven.

Ik leef een slap aftreksel. Mijn meest vitale optreden behelst slechts een duf dansje tussen de schuifdeuren. Mijn publiek bestaat voornamelijk uit artsen, hulpverleners, thuis-zorgers en fysiotherapeuten. En laten die nu voornamelijk geïnteresseerd zijn in mijn kwakkellijf. Beroepshalve. Niet zozeer in mij persoonlijk dus. 

Afgelopen zondag loop ik over een kunstmarkt hier in Leiden. Mijn Nepalese stenenman staat er en ik maak een leuk deal met hem over een paar hangers. ‘Wil je mijn handel niet overnemen volgend jaar? Ik ga een paar maanden op reis,’ hij dringt enorm aan, ondanks mijn protesten. De man kan gewoon niet geloven, dat ik daar echt de energie niet voor heb.  

‘Hier, neem deze oude troep ook maar mee,’ hij bewaart altijd kapotte eenzame oorbellen en gehavende hulpeloze hangertjes voor me om te hergebruiken. Snel stopt hij een hele hand onthande sierraden in mijn tas: Een kluwen van metaal en kralen.

Later zie ik dat er een magnetiet in het spel is. Deze kleine krachtige steen heeft de ravage in die sierradenkluwen veroorzaakt. Geduldig haal ik thuis de boel weer uit elkaar. Er zitten hele bruikbare dingetjes tussen…… Waaronder een mooi parelsnoer! De parels zijn verschillend van grootte. Snel haal ik het snoer langs mijn tanden. En ja hoor, echte zoetwaterparels!

Op de markt zit ook een stel jonge frisse meiden met zelf gemaakte sierraden. De ene maakt ze en verkoopt ze, de ander is mee voor de gezelligheid.

Leuke handel hebben ze. Voornamelijk bedeltjes aan een listig geknoopt leren koord. En een paar geweldige gebreide puntmutsen. Mooi gepresenteerd. Heks raakt aan de praat.

‘Een dag op zo’n markt red ik maar net aan,’ hoor ik de dame van het kraampje tegen een andere klant zeggen. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. In no time klessebessen we over het maken van sierraden, om zin te geven aan een contraproductief bestaan.

Dit jonge meisje van nog geen twintig heeft alle kenmerken van ME. Toch word ze overal weggestuurd. Geen arts neemt haar serieus. Geen instantie wil haar helpen. Alleen natuurlijk de psychiatrische hulpverlening. Die stoppen haar vol met antidepressiva, heel slecht voor mensen met ME.

Maar ja, dat weten de heren en dames doktoren hier in Nederland niet. Heks moet zich na dertig jaar leven met die ziekte nog steeds verdedigen, dat ze geen wagonladingen antidepressiva wil slikken. Ook het feit dat ik opiaten ‘weiger’ staat met koeienletters in mijn medische dossier. Typisch.

Ik koop zo’n fantastische puntmuts van het meisje. We kletsen een hele tijd. Heks schrijft allemaal dingen op een papiertje. Over LDN en apotheek Gallielei in Dordrecht, waar ze je kunnen helpen aan dat spul. Waar ze je ook kunnen voorlichten over het gebruik. Iets, dat ik indertijd allemaal zelf heb moeten uitknobbelen……

Over mijn acupuncturist, die afgestudeerd is ooit op ME. Mijn homeopate, die zoveel kan betekenen voor hoog sensitieve mensen. Want de dame is ook een HSPtje. Net als Heks. 

‘We hebben een clubje met allemaal mensen, waar iets mee is,’ vertelt de vriendin, nadat ik haar complimenteer over haar support van haar zieke vriendin hier op de markt, ‘We steunen elkaar door dik en dun.’ Zoiets als onze Sangha voor Kneusjes indertijd. Althans, dat was de bedoeling.

Moe, moe, moe. Wat doet het ertoe? Ik ben niet de enige, die zich een slaapdronken weg waggelt door dit bestaan. Heks is geraakt door de meisjes met de mutsen. Wat een schatjes. Maar ook: Wat een weg nog te gaan.

‘Als dit het is, het hoogst haalbare, als ik alle dromen voor mijn leven nu al moet laten varen, nou, dan hoeft het voor mij niet…’ aldus het meisje met vermoedelijk ME.

Euthanasie kun je echt wel vergeten. Geen arts, die je zal helpen. Je zult het moeten uitzitten, net als ik. Of hele drastische maatregelen moeten nemen…….Mijn hart breekt voor dit prille leven. Heks was ook jong hoor, toen ze ziek werd. Maar deze jongedame is echt piep. 

Het leven is niet eerlijk. Karma is a bitch….. Want ja, zo zien veel spirituele mensen karma. Ook worden we geacht veel van onze aandoening te leren. ‘Je ziekte is een schuurpapiertje van het leven,’ placht een bevriende heks met enige regelmaat tegen me te zeggen. Mij zul je dat niet horen zeggen.

Wie wil er nu dertig jaar dagdagelijks worden opgeschuurd door een vage onzichtbare onbegrepen invaliderende ziekte tot de vellen erbij hangen? Geen wel denkend mens toch? 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

Ode aan mijn hondje. Een hond maakt gezond! Hoezo? Spelen met VikThor resulteert met enige regelmaat in een aanval van de absolute slappe lach. Vandaar! Want ja: Lachen is gezond. Dus ben je een chagrijn? Neem een hond!

Heks heeft een heel lief hondje. Hij is alweer ruim tweeënhalf intussen. Midden in zijn pubertijdtijd. Soms merk ik daar iets van. Dan brengt hij een speeltje niet terug, maar gaat er uitdagend op liggen kauwen. Vlak voor mijn neus. Goed in het zicht. 

Dan zijn we voorlopig uitgespeeld. Heks is streng. Dat vinden hondjes fijn. Geleerd van mijn vorige monster Ysbrandt.

Zo klimt mijn Smurf tegenwoordig snel op de trap naar de bovenverdieping, als ik de voordeur open maak. Stijgt hij een tree of vier, vijf boven de baas uit. Een absolute poging om iets aan zijn plek in de pikorde van Huize Heks te doen. Zijn eeuwige plek onderaan die orde.

Maar ocharme: Dat mag hij dus ook al niet. ‘Kom van de trap, mafkees, ik weet best wat je aan het doen bent,’ verordonneer ik hem. Even later zit hij braaf achter me te wachten totdat ik de deur open doe.

En dan mag eerst ook nog eens de Zwarte Panter naar binnen. En de Vrouw……..

Dus er zijn wel eens kleine coupes naar iets meer macht. Een hondje wil ook wel eens wat in de melk te brokkelen hebben, maar helaas is zuivel van oudsher meer het terrein van katten. En katten genoeg hier. Allemaal staan ze boven mijn blafman.

Ze komen hem regelmatig kopjes geven of wassen. Zit er zo’n klein poesje met een schuurpapierruw tongetje verwoed te likken aan zijn enorme hondenkop. Soms met twee, drie katten tegelijk!

Hij laat het zich goeiig welgevallen, mijn makkelijke mannetje. Hij pubert dus wel, maar op een manier waar menig baasje jaloers op is. De gemiddelde hond luistert op zijn beste moment slechter dan mijn gehoorzaam geboren exemplaar op zijn slechtste moment……

De uitdaging bij VikThor schuilt in het feit, dat hij ongelofelijk veel energie heeft en ik juist bijna niets. Om hem gelukkig te houden moet Heks flink aan de bak. Een dagelijkse wandeling van een paar uur is absoluut noodzakelijk. Verdeeld over een stuk of drie, vier uitlaatrondes weliswaar.

Heks doet veel wandelwerk op haar elektrische vouwfiets. Mag hij zich uit de naad lopen en loop ik niet helemaal leeg. Fiets ik met het grootste gemak naar Wassenaar en terug en is hij ook kapot moe daarna. 

Het dagelijkse quotum buitentijd moet worden gehaald. Impelstimpelstapelgek word ik er soms van. Vooral nu de dagen zo kort worden. Maar het moet, het moet.

Zoals nu. terwijl ik dit zit te schrijven roept de plicht. Ik ga dus eerst maar eventjes naar buiten……

Wandelwandelwandelwandel. En nog eens wandeldewandelwandelwandel. En nog een laatste rondje wandeldewandeldewandeldewandel……

Een dag later schrijf ik verder. Suf gewandeld en weer bijgekomen.

Wandelen alleen is echter niet genoeg. Mijn hondje is superslim. Hij komt uit een werkende lijn Engelse Springel Spaniëls. Deze beestjes zijn gefokt op het uitvoeren van allerlei taken rondom de jacht op met name eenden.

Er moet dus ook worden gezwommen. Dingen uit het water apporteren is het leukste dat er is. Naast allerlei zoekopdrachten naar dummy’s in het struikgewas. 

’s Avonds laat doen we altijd nog een balspelletje. Heks gooit balletjes in de lucht en VikThor moet ze er in 1 keer uit plukken. De gekste capriolen haalt hij uit om dat te bewerkstelligen. Het is zijn eer te na om er eentje op de grond te laten vallen…..

Ook verstop ik speeltjes of snoepjes en die moet hij dan zoeken…….

Afgelopen week gooi ik weer eens een balletje door de lucht. Met een grote zwieper beland ‘ie achter de nieuwe bank. Maar waar zo’n bal achter mijn vorige bank geen kant op kon, stuitert ‘ie nu tegen de plint onder het raam en schiet met een rondvaart terug onder de bank door regelrecht mijn hand in!!!!!

Vik is intussen verwoed aan het zoeken achter de bank. Hij spit door de daar aanwezige ballenbak. Allemaal identieke balletjes, maar hij ruikt natuurlijk dat daar niet het juiste balletje tussen zit. Ik hoor hem snuiven en graven. De ton met speelgoed moet er ook aan geloven……

Plagerig piep ik met het balletje in mijn hand. Het exemplaar dat hij zoekt! Het wordt stil achter de bank. Ik zie zijn verbaasde kop opduiken om poolshoogte te nemen. Verbouwereerd staart hij naar mijn handen. Heeft de vrouw daar nu nog een balletje? 

Opgewonden zit hij voor me. Zijn wangen opgeblazen van blijde verwachting.

Ik gooi de bal weer naar hem toe en deze keer vangt hij em moeiteloos. Kijkt me verbijsterd aan. ‘Verrek, dit is echt die bal, die ze net achter de bank heeft gegooid. Krijg nou wat….’ en weg sprint hij. Verdwijnt achter de bank om daar met die bal in zijn bek op zoek te gaan naar diezelfde bal.

Verward komt hij terug rennen. Hoe kan dat nou? Dit Carbonaro Effect? ‘Wat heb ik nou aan mijn hondenneus hangen?’

En nog eens doorzoekt hij de ballenbak, de speelgoedton, kijkt grondig tussen de kattenkussentjes………. Maar niets te vinden, dat de bal in zijn bek is. Genoeg overigens dat er op lijkt…..

Oh, wat moet ik weer lachen om mijn ventje. Zoals ongeveer elke avond!

Ik verlos hem maar uit zijn lijden, door een ander spelletje te beginnen. Waar hij zich vol overgave in stort. Wat is het toch een heerlijk schat. Mijn grappige manneke. Mijn gekke smurf. Mijn heerlijke hondje.

In memoriam onze grote vriend de Duitse herder Carlos van Nieuwlandshof.

De laatste weken heb ik het gevoel dat Ysbrandt om me heen loopt te draaien. Ik denk aan hem, mis hem….. En ook noem ik VikThor om de haverklap Ys. Vreemd.

Dan gaat Carlos hemelen. Het is nu toch echt afgelopen met onze grote harige Duitse vriend. Gelukkig heb ik nog afscheid kunnen nemen. Dat was er bijna bij ingeschoten…..

‘Ys is hem vast op komen halen,’ denkt Heks bij zichzelf. Ik geloof heilig in dit soort dingen. ‘Daarom voel ik hem steeds om me heen. Ze zijn heerlijk aan het spelen op de eeuwige jachtvelden…… Veel plezier lieve schatten!’

Afscheid nemen van je hondje is heel erg moeilijk voor de baasjes. Mijn hart gaat uit naar mijn vrienden. Carlos je wordt enorm gemist!

 

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken

 

‘Ik poets mijn schoenen met eikelsmeer,’ zong de huisband van mijn studentenvereniging bijna veertig jaar geleden tijdens het introductiefeest. Maxim Hartman doet dat waarschijnlijk iedere dag. Dat poetsen. Smeer zat. Laat hij maar uitkijken. Met die kop van em. In het liedje liep dit niet goed af: ‘Ik poets mijn eikel met schoensmeer, au, wat doet dat zeer!!!!!’

Even schrikken bij het wakker worden. Een grote aangeklede penis op televisie bij de herhaling van RTLBoulevard. En hij praat! Nou ja, brouwt. Uit een heel klein slissend spleetje. Slaat wartaal uit, zoals altijd.

Ja, inderdaad, het is Maxim Hartman. Iemand, waar ik al jaren omheen zap. Wat hij onder grappig verstaat is zelden humoristisch. Maar wat kun je verwachten van zo’n grote glimmende kale eikel? Gezeik en af en toe een kleverige ejaculatie. Als zijn uitwendig gedragen kleine hersentjes actief worden. Als hij iemand met borsten ziet bijvoorbeeld!

Vrouwen vormen al jarenlang een enorme uitdaging voor dit miezerige mannetje. Hij is intussen te oud om hen pootje te lichten of om hun vlechten in een inktpot te dopen. Hij wil liever zijn vlechtje in hun inktpotje dopen vermoed ik.

Ik weet het, het is wel een erg eenvoudige verklaring van het debiele gedrag van deze simpele ziel. Nou ja, ziel…… Zielig zal je bedoelen! Heks vermoedt dat hij een narcist is, als ik zo naar zijn Trumpiaanse lege gebral op televisie kijk.

‘Heb je eigenlijk wel invoelingsvermogen?’ vraag Olcay Gulsen, de vrouw met wie hij in de clinch ligt, beleefd. Er is een wereld van verschil tussen de twee kemphanen. De ene leeft in de oertijd voornamelijk aangestuurd door zijn klein geschapen reptielenbrein.

Vandaar ook dat hij om geen enkel paar in zijn beeld deinende tieten heen kan. Hij mist dat vermogen. Misschien als men hem zou castreren, dat het beter zou gaan. Sommige honden knappen er geweldig van op.

De ander is een moderne vrouw. Wel in het bezit van communicatieve vaardigheden. En hersens in haar hoofd zo te zien. En een hart in haar donder. Ze ziet er ook nog eens goed uit met die fillers in haar lippen! Met of zonder make up. Echt heel wat beter dan die kale kwal tegenover haar.

Vroeger moest ik altijd lachen om Maxim Hartman. Toen hij nog kinderprogramma’s maakte met zijn oneindig veel humoristischer collega Theo Wesselo. Rembo en Rembo. Maar sinds hij zelf grappig probeert te zijn is de lol er voor mij wel af. ‘Humor ten koste van’ is nu eenmaal niet echt leuk.

Heks heeft het al lang opgegeven met die kwezel. Ik vind hem vaak grof en bot.

Zelf vindt hij dat overigens niet. Verre van dat. Hij ziet zichzelf als uiterst intelligent en gevoelig. Onbegrepen zelfs! Het vaste riedeltje van elke zichzelf respecterende narcist! Het is alsof ik Trump hoor praten.

Zo zegt hij over een eventuele verzoening met Olcay “Dat gaat waarschijnlijk niet lukken. Heel veel vrouwen steunen mij wél, die vinden mij ook leuk. Dat zijn slimme vrouwen. Vrouwen met minder verstand, die begrijpen me niet.’’

Mag ik even een teiltje?

Maar ja, waar maak ik me druk over? De zoveelste narcistische seksist, die over ons dames heen walst. Zelf denkt dat hij grappig is en geliefd onder vrouwen. De slimme intelligente versie dan. Wat een misvatting! Hoe blind kun je zijn?

‘Ik ben geen seksist,’ roept hij tot slot verontwaardigd. Hij voelt zich enorm gegriefd en onbegrepen door de commotie ontstaan nadat hij zich publiekelijk visueel heeft vergrepen aan de boezem van Dionne Stax.

De wandelende fallus bespringt Olcay nog eventjes aan het eind van het item bij RTL Boulevard. Althans, dat probeert hij. Nadat hij allerlei mensonvriendelijke teksten over haar heen heeft gebraakt, waarbij hij zijn bizarre botheid extra breed heeft uitgemeten, lijkt dat hem wel een goed idee.

Je ziet Olcay in elkaar krimpen tijdens de aanval van die grote blote piemelkop. Peter R. de Vries, zelf toch ook niet gespeend van enig narcisme, spreekt er schande van. En terecht.

Zelfs Heks kruipt in de pen om een tik uit te delen aan deze eikelsmerige snuiter. Ik ken die hele Olcay niet, noch ben ik persoonlijk geïnteresseerd in de dame met de grote bombonella’s. Ik kijk gewoon te weinig van dit soort programma’s om enig zicht te hebben op Bekende Nederlanders.

Maar ik wil wel graag een lans breken voor beide dames. Ze zijn toch maar lelijk besmeurd door die kwibus met zijn rare praatjes!

Trouwens, waar heeft hij het over? Hij staat ongegeneerd met zijn blotebillengezicht in beeld. Een gezicht dat veel weg heeft van een enorme besneden eikel. Compleet met glans.

Van zijn voorhuid zijn succesvol een paar oren en oogleden gemaakt. Het mondgat zat er al. Maxim smegmaalt overigens niet om wat hij met zijn geëikel teweeg brengt: Het ligt natuurlijk aan de ander.

Maar goed. Ik draaf door. Het is natuurlijk televisie. Alles voor de kijkcijfers. En misschien kan Maxime er allemaal niets aan doen. Veranderd hij bij blootstelling aan een camera in een ongeleid projectiel. Wellicht is het thuis een hele lieve jongen.

 

Heks vindt opnieuw uit het wiel: Een reptielenbreinventiel! Nou ja. Dat zepige ventiel bestaat al jaren ter lering ende vermaak van ons huisvrouwen. Ook een beetje om ons eronder te houden. Soap doet leven! Al is het maar even.

Slaperig zit ik voor de televisie naar the Bold and the Beautiful te kijken met een kopje koffie. Brak na een gebroken nacht. Zoals iedere ochtend. Een katertje voor dit poesje. Bijverschijnsel van ME. Interessant bijverschijnsel, want hoe komt dat dan? Na dertig jaar heb ik nog steeds geen idee. Ik hoef er in elk geval niet voor te zuipen. Dat scheelt.

Brooke Logan staat in beeld te schreeuwen tegen Steffy Forester, dat ze zo egocentrisch is, omdat ze hoopt dat diens lingerielijn wordt verkozen boven het truttige kledingconcept van Brooke’s  griezelige dochter. Heks vindt Brooke een enge trut. En haar dochter een hopeloze kwal.

Niemand die me op de vingers tikt over deze extreem negatieve gevoelens betreffende deze dames, want het is slechts soap. Heerlijk.

In het werkelijke leven vind ik ook een aantal mensen eng, slecht en/of hopeloos. Helaas ken ik manipulatieve geesten, die me regelmatig alle hoeken van mijn toch al kleine levenskamertje hebben laten zien. Manipuleert zo’n persoon jaren vooruit, zodat ik postuum nog lol heb van allerlei streken. Desnoods over zijn of haar graf heen.

De gekste dingen kunnen zo gebeuren. Iemand slaat jou om de oren om je vervolgens af te wijzen. Alsof jij een klap hebt uitgedeeld! En dit is geen soap.

In het echte leven mag je allerlei gevoelens niet hebben. Je wilt iemand door elkaar rammelen. Of eindelijk eens enorm schreeuwen na jaren te hebben geslikt. Maar nee. Mijn kans is verkeken. Je kunt nu eenmaal niet uit je plaat gaan tegen een iemand, die zich niet kan verweren. Die keihard voor je weg rent. Alsof jij de duvel bent……

Heks kan dus geweldig genieten van een lekkere soap. Een narciste zoals Brooke Logan, een reptiel, dat alles recht praat wat krom is. Een secreet, bepaald niet vies is van manipuleren.

Een snol van jewelste, die haar welgevormde lichaam schaamteloos in de strijd gooit. Als de eerste beste lichtekooi heeft ze, in alle familiaire slaapkamers waar een mannelijke telg ligt, haar kunsten vertoond. Of er nu een echtgenote naast die man ligt of een verloofde. Of die echtgenote nu een zus van haar is of een dochter……

Ze heeft vele minnaars afgepakt van dochters, zusters, schoonzusters…..De diverse mannelijke familieleden hebben deze trofee door de jaren heen aan elkaar doorgegeven als was ze een wisselbeker……

Zo bereed ze haar schoonvader, die een kind bij haar verwekte. De man is tevens grootvader van haar andere zoon. Ook de broer en zoon van haar man, haar stiefzoon dus, een incidentele schoonzoon alsmede het eerste vriendje van haar andere dochter moeten eraan geloven. Die dochter is dan nog maagd, terwijl haar moeder het bed deelt met haar allereerste liefde…….. Traumatisch natuurlijk.

De dochter, die overigens werd verwekt door eerder genoemde schoonzoon! De zwager die getrouwd is met haar jongste zusje…..

Duizelt het je al? Deze incestueuze toestanden?

Werkelijk niets of niemand is heilig voor dit misselijke mormel. Maar ze praat alsof ze de Heilige Maagd Maria is. Zalvend en bezwerend. Iedereen is fout, behalve zijzelf. Altijd verzint ze een verhaal om het goed te praten. Bizar? De werkelijkheid is vaak nog veel vreemder!

Oh, wat lijkt het me overigens een geweldig leuke rol om te spelen, dit vileine gemene wijf. Heks denkt dat ze het er heel goed vanaf zou brengen.

In mijn jonge jaren heb ik wel eens een dergelijk kreng gestalte gegeven op het toneel. Toen wist ik zo’n manipulatief karakter al goed te treffen. Door jarenlange praktijkervaring met dit soort dingen naast een intensieve studie van het fenomeen narcisme heb ik alleen maar meer inspiratie gekregen.

Heks zit dus te schuddebuiken van de lach bij de meest afschuwelijke ontwikkelingen in deze soap. Ik heb bijvoorbeeld een bloedhekel aan het schijnheilige geleuter van die Hope Logan. Vooral sinds ze gespeeld wordt door een nieuwe actrice met pruillip. Ik wens haar de meest vreselijke dingen toe. Van miskraam tot echtscheiding.

Toe maar, Heks.

Dingen, die in het werkelijke leven niet in me op zouden komen. Mijn ergste vijanden heb ik nog deelneming betuigd als zij een gevoelig verlies leden. Oprecht. Gemeend. Wat zit ik dus hier in godsnaam te ventileren?

Gezien het succes van de gemiddelde soap ben ik niet het enige mens voor wie dit zo werkt. Ik lees online iets over The Bold en daar ontdek ik dat er hele kampen zijn die voor Hope Logan zijn, de Lopers. Want Hope is intussen met Liam getrouwd. Dat misselijke mannetje, die maar niet kan kiezen tussen twee stiefzusters.

Een ander kamp genaamd Still is voor Steffy Forrester, maar dan ik combinatie met de mannelijke oppernarcist van de serie. Het stikt namelijk van de narcistische karakters in deze soap. Maar Bill Spencer spant de kroon. Over lijken gaan om te krijgen wat je wilt. Neuken met je schoonzus. Neuken met je schoondochter. Je zoons in het ongeluk storten….. En dat alles dan weer vrolijk goedpraten!

Zelfs Heks kent in haar leven niemand, die aan zijn gedrag kan tippen. En dat wil wat zeggen!

Het is dus Lope versus Still.

Heks is absoluut fan van de keiharde gewiekste Steffy. Maar laat ze in godsnaam eens een echte vent zoeken. Al jaren geeft deze tante in de soap al haar macht weg aan die enorme lozer van een Liam. Een man, die denkt goed te zijn. Goed te doen. Maar in feite is het een slappeling van een watje. Een besluiteloze zeiksnor. Onbegrijpelijk dat die wijven zo achter hem aan zitten…..

Vanouds vechten vrouwen in deze serie eindeloos om 1 man. Een foute man natuurlijk. Een besluiteloze opportunist van een vent. Het zou best verfrissend zijn als er eens een paar kerels om 1 vrouw zouden strijden. Langdurig en eindeloos. Zich in de luren zouden laten leggen door zo’n femme fatale.

Maar ja. Dat is niet realistisch. Geen zichzelf respecterende vent zet zichzelf zo opzij voor een dame. En daar heb je dan de kern van de soap te pakken: Het opvoeden van huisvrouwen om vooral in die rol te blijven! Dit alles ter lering ende vermaak.

Door vrouwen te laten zien hoe dom ze zijn om altijd maar naar de pijpen van de eerste beste narcist te dansen, kan er natuurlijk ook een zeker bewustzijn ontstaan. Een hang naar gevoel van eigenwaarde oproepen bij dames door middel van zo’n flutverhaal…… dat zou natuurlijk geweldig zijn.

Niet teveel zelfrespect natuurlijk, want dan is het weer niet geloofwaardig……

Vrouwen en eigenwaarde. Een heikel onderwerp. De meeste dames raken in hun jeugd al geknakt op dit gebied. Lijfstraffen, negatieve input of seksueel grensoverschrijdend gedrag van de opvoeders of omgeving zijn de dood in de pot wat dat betreft. En dat komt nog best veel voor.

Mensen en eigenwaarde is al een dingetje. Maar wij dames slaan alles als het op gebrek aan die eigenschap aan komt. Heks is met enige regelmaat verbijsterd over onze positie op deze aardkloot.

De president van de Verenigde Staten beweert bijvoorbeeld dat elke man met geld en macht ons maar in de kut mag graaien. En die man zit daar nog steeds op die positie. In een land waar iedereen een vuurwapen mag dragen. Zo’n ijzeren lul waar een dodelijke kogel uit komt.

Je mag wel naar iedere vrouw graaien, maar de president afknallen mag dan weer niet. Dat is niet respectvol.

Heks probeert al jaren haar hoofd om al dit soort zaken heen te vouwen. Ik ben dan weliswaar door mijn achtergrond en opvoeding expert op het gebied van gebrek aan eigenwaarde en tevens gepokt en gemazeld in het fenomeen in de wandelgangen begrabbeld en begraaid te worden door allerhande kerels,  ook ben ik regelmatig vernederd tot op het bot….. Maar snappen doe ik het allemaal niet.

Ik denk dat een groot deel der mensheid wordt geregeerd door hun reptielenbrein. Uitwendig gedragen vaak. De grootste reptielen schoppen het vaak tot politicus, soms dus zelfs president. Uiteraard man. Liefst wit. Met raar geblondeerd haar ter compensatie van minuscule penis.

Een goeie soap ontlucht mijn kleine hersenen. Het reguleert mijn eigen reptielfeelings. Het maakt dat ik mijn reptielenvingers niet aan een narcist brand. Het laat me weer eens lekker lachen uit leedvermaak. Om verzonnen zaken. En dat kun je wel maken.

Een goeie soap werkt als reptielenbreinventiel!

 

 

 

 

 

Het leven is hard voor het hart van de wolfshond! Oedipus, brievenbus, lantarenpaal. Overal schuilt wel een verhaal. Heks heeft haar hart lief. Ze houdt van dit hart. Harten van goud bestaan echt. Je krijgt ze echter niet cadeau. Nee, het is keihard incasseren….

Zondag ga ik bij Chris langs om het restant wijn van mijn feestje terug te brengen. Ik heb het onlangs van haar cadeau gekregen. ‘Het is over van mijn feest en ik doe er niks mee,’ wimpelde ze een financiële vergoeding af. Maar nu heb ik weer van alles over.

Ik breng het dus maar weer terug. ‘Voordat ik het zelf op drink,’ wil ik grappen bij het afgeven. Maar ze is er niet. Geen hondengejoel uit de woonkamer. Haar huis is in diepe rust.

Ik stop de drank in een grote bloempot naast de voordeur en klap het transportkrat dicht. Dan frommel ik een kerstboom op een haarband door de brievenbus. Er zitten minuscule lampjes in. ‘Misschien kunnen die wijn met kerst soldaat maken,’ knipperen de lichtjes, als je de kerstboom op een bepaalde manier indrukt. Nou ja. Niet echt. Bij wijze van spreken dan.

De boom past precies door de borstelige sleuf. Een wonder!

Wat zijn brievenbussen eigenlijk oedipale objecten. Vooral als er bij wijze van clitoris een bel bovenop is gemonteerd. Ja, de wereld zit vol vruchtbaarheidssymboliek. Verwijzen de diverse fallussymbolen vaak naar oorlog en geweld, denk maar aan de obelisken, het vrouwelijk geslachtsdeel staat vanouds borg voor communicatie!

Ik draai me om. Mijn hondje is aan de beurt, we gaan lekker een rondje om het golfveld. Een grote grijze wolf rent over het plein. Als hij me ziet maakt hij rare bokkensprongen van enthousiasme. ‘Hallo,’ roep ik naar zijn baasje, ‘Zullen we een stukje samen oplopen?’

‘Ze kijkt me treurig aan. ‘Kiliam is heel erg ziek, hij kan elk moment dood neervallen….’ Verbijsterd kijk ik naar haar enorme bakbeest. Hij rent vrolijk achter VikThor aan. Het zijn oude kameraadjes. Als pup hebben ze eindeloos met elkaar gespeeld. Ze zijn precies even oud!

Mijn arme hondenvriend heeft een ernstige hartkwaal. Het is pas net ontdekt, maar als ik de verhalen hoor doet het me sterk aan de laatste weken van Ysbrandt denken. Vocht in de longen, een fladderhart…. ‘Het is waarschijnlijk aangeboren. Maar tot een maand geleden had hij nergens last van. De afgelopen zomer met al die hitte heeft hij prima doorstaan.’

We wandelen het eilandje op. Dit kleine stukje ruige natuur ingeklemd tussen schapenweitjes, poldersloten en een heus strandje aan het Joppe is uitermate favoriet bij onze viervoeters. Het rizzelt er van de fazanten, egeltjes en ander interessant ruikende vreemde vogels.

Het is zo’n landje, dat iedere avond aan zichzelf wordt teruggegeven. Onlangs raakte ik VikThor er zelfs op kwijt in de schemering. Opeens was ik in vergeten wildernis. Ver van de bewoonde wereld. Mijn hondje kon wel overal zijn. Opgegeten door een Loe. Een kruising tussen verwilderde huiskat en koe.

Heks was erg blij, toen ze haar monstertje na een kwartier zag opduiken uit het struweel. Ik gaf hem een uitbrander van jewelste, want dit soort geintjes mag hij natuurlijk niet herhalen. Maar waar zeur ik over? De brakken van Chris komen volstrekt niet terug in een vergelijkbare situatie. Ik spreek uit ervaring. We hebben wel eens 2,5 uur zitten wachten op die joelende gekken. Een kwartiertje is niks.

Behalve als je alleen op zo’n godverlaten plek bent. Dan duurt een kwartier een eeuwigheid.

‘Ze hebben op dat eilandje onlangs een hele kolonie illegalen opgepakt. Ze woonden op bootjes in het riet……’ hoor ik onlangs van een vriend. Het is inderdaad een soort niemandsland, zodra het gaat schemeren.

Vandaag lopen we bij daglicht en dan is het een verrukkelijke plek. De hondjes draven vrolijk voor ons uit. ‘Ik heb Kiliam in geen weken zo zien rennen. De medicatie doet hem toch goed.’ We genieten van onze schatjes. Het is bitterzoet. Misschien is het wel de laatste keer, dat ze zo samen lopen te dollen.

Bij het afscheid noteer ik het telefoonnummer van mijn hondenvriendin. Ik heb nog dozen met hartpillen van Ysbrandt liggen. Die dingen zijn werkelijk peperduur. Daarom heb ik ze bewaard. Waarschijnlijk zijn het precies dezelfde, die de Ierse wolfshond voorgeschreven krijgt. ‘Alleen zal de dosering anders zijn….’ Kiliam is reusachtig. Daar past mijn oude hondje drie keer in.

Aangeslagen ga ik weer naar huis. Want het is toch zo verdrietig als je je hondje verliest. ‘Gelukkig hadden we net een Galgo uit Spanje gereserveerd. Als maatje voor Kiliam. We dachten aanvankelijk dat hij gedeprimeerd was. Eenzaam. Maar het bleek dus die hartkwaal te zijn.’

Nu zijn de baasjes van deze geweldige hond blij dat er toch weer een hondje komt. Dat ze daar niet over na hoeven te denken. Het is al beslist. Ik snap het. Toen Ysbrandt de pijp uit ging zat er ook binnen een week een pup hier in huis…..

’s Avonds filosofeer ik over het hart. Over een hart van goud.

Ooit zag ik een programma over het periodiek systeem op National Geografic. In een paar uur werd de logica van dit systeem tot op het bot uitgebeend. Heks snapte het zowaar helemaal. Het was dan ook een heerlijk abstract verhaal, mijn favoriete manier om dit soort onderwerpen te benaderen.

Het gaat om verval. Hoe langzamer het verval in een element, hoe edeler het is. Een stenen hart of een hart van staal zal je niet gelukkig maken. Een instabiel hart kan niet lang liefhebben. Het vervalt tot gruis of roest. Tenzij je een roestvrijstalen exemplaar hebt weten te bemachtigen.

Ik denk over mijn eigen gouden hart. De laatste tijd schiet de berenklauw weer op in mijn innerlijk landschap. Maar een stabiel hart kan dat wel hebben. Een gouden hart gaat echt niet haten. ‘Je hebt een goed hart, Heksje. Dus vergeef allerlei gekken nu maar hun gebreken. Je hebt er net nog een preek over gehoord in de kerk….’

In de Ecclesia ging het inderdaad over het hart, compassie en vergeving. En bidden. Iets dat ik de hele dag doe tegenwoordig. Pruttelend en scheldend vaak. Achterstevoren. Maar ik hou mijn gouden hart open. En het werkt nog steeds goed. Liefde genoeg. Uit die oneindige bron. Goddank is er de Godin.

Dan komen mijn gedachten weer bij de wolfshond. Mijn grote grijze vriend. Oh, wat verdrietig. En zo onrechtvaardig. De grootst mogelijke probleemhonden met de meest hopeloos moeilijke karakters leven moeiteloos voort tot ze oud en tandeloos zijn. En deze vriendelijk reus legt het loodje.

Het leven is niet eerlijk. God straft zo willekeurig. Of is het dan toch gewoon stomme pech, ziek zijn? En kun je iemand er niet om veroordelen?

‘Niemand zegt tegen die hond, dat hij niet kwaad moet zijn, omdat dat slecht is voor zijn hart. Of dat hij die kwaal gekregen heeft door onverwerkte trauma’s. Of dat hij bewegingsangst heeft, nu hij zo weinig energie heeft…… Of dat hij niet beter wil worden……’ verzucht ik een dag later tegen mijn fysiotherapeut. Dingen waar Heks bij voortduring mee om de oren wordt geslagen.

I

 

 

 

 

 

Help jezelf. Trek je de blaren aan je haren uit je eigenste moeras. Claim je persoonlijke amoebe-koninkrijkje. Regeer over je onderdanen alsof ze niet moe zijn en spierpijn hebben. En zoek een buddy, de Heilige Graal van dit verhaal!

Unknown-15

‘Help jezelf’, zegt de Boeddha. Heks weet het wel, maar toch probeert ze meer hulp van buitenaf te regelen om uit haar isolement te geraken. Want dat is hoe mijn leventje vaak voelt: Een celstraf, die je thuis uit mag zitten. Een zware ijzeren bal aan je voet of enkelband is niet nodig, want ons soort boefjes zijn niet vluchtgevaarlijk.

ME patiënten ervaren hun eigen lichaam al als enorm zware loden bal. Uit bed rollen is er helaas niet bij, want dat lamme looien lijf staat op brakke poten. Men zou deze lamlendige bevolkingsgroep zo kunnen inhuren als enkelbal. Ze laten zich uiteraard zonder protesteren, daarvoor ontbreekt de energie, met een zware ketting aan de eerste beste crimineel vastzetten.

Unknown-12

Dit alles op basis van vrijwilligheid natuurlijk. Anders kort je hen gewoon op hun uitkering….. Het scheelt de staat een enkelband en wij zijn uit ons isolement!

Kijk, ik ben best creatief in het verzinnen van oplossingen. ‘Alles in het leven is op basis van wederkerigheid,’ zegt de praktijkbegeleidster van de huisartsenpraktijk afgelopen week tegen me als we het hebben over het doorbreken van mijn isolement door middel van een buddy.

Daar begint het al. Bij ME patiënten ontbreekt nu juist de energie om van alles terug te doen als iemand iets voor je doet. Ik spreek uit ervaring. Een kerngezond medemens met een leuke inspirerende baan laat bijvoorbeeld je hond uit en je luistert vervolgens urenlang naar diens problemen. Met je beperkte energie. Waar je dan volledig op leeg loopt.

Van de regen in de drup.

Mensen weten me sowieso te vinden als ze over hun ellende willen praten. Dat is mijn hele leven al zo geweest en volgens diverse collega’s paranormaal genezer moet ik geld gaan vragen voor mijn inspanningen.

Die wederkerigheid is dus lastig in wat ik wil. Ik heb echt geen zin meer in eindeloos geneuzel over allerlei problemen, terwijl ik zelf mijn kop moet houden. Want over mijn amoebebestaan valt weinig te melden natuurlijk.

Ik probeer het wel eens, maar het wordt zelden op prijs gesteld.

We zijn dus op zoek naar een buddy, die er echt voor mij wil zijn. Iemand, die ook eens wat voor me wil doen. Regelmatig. Het duurt immers maar voort, die ziekte. Langdurig. Ik ga er immers niet aan dood……. Het blijkt in de praktijk nog niet zo gemakkelijk te zijn.

Unknown-13

De goedbedoelende vrijwilligerswerkwereld staat bol van dit soort initiatieven. Maar er is helaas niets te vinden, waar ik persoonlijk echt iets aan zou hebben. Behalve in Kennemerland. En daar kampt dit initiatief met een ernstig tekort aan vrijwilligers……

‘Je moet er ook wel naar kijken natuurlijk,’ vervolgt ze streng, als blijkt dat ik niet alle informatie persoonlijk tot op de bodem heb doorgespit. Wegens gebrek aan energie. Maar liefst twee andere mensen hebben dit echter wel voor me gedaan. De snelle kritiek op mijn vermeende luiheid is weer treffend.

Ik laat de begeleidster de uitkomsten van hun onderzoek zien, waaruit blijkt, dat er echt niks te vinden is, waar ik iets aan heb. Buiten iemand, die koffie bij je komt drinken….. Eens per week.

‘Wil je worden opgenomen?’ roept mijn gesprekspartner vertwijfeld, als ze hoort hoe somber ik ben geworden van het eenzaam koekeloeren vanuit mijn vat vol kwalen. ‘Heb je plannen om jezelf iets aan te doen?’

Nee, geenszins. Je leven niet volhouden is iets anders dan suïcidaal zijn. Ik wil absoluut niet overgeleverd worden aan die ellendige psychiaters met al hun nare pillen waar ik niet tegen kan. Bovendien: ME IS GEEN PSYCHIATRISCHE AANDOENING!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Je stopt een depressieve kankerpatiënt toch ook niet in een inrichting? Nee, die ga je behandelen. Met chemo en bestraling. Helaas bestaat er in onze hopeloze bananenrepubliek geen behandeling voor mijn kwaal. Wij moeten het eindeloos uitzitten. Alleen. Zonder hulp. Gebagatelliseerd tot op het bot. Door de medische wereld, maar ook door je directe omgeving.

‘We hebben allemaal wel eens wat,’ is het meest opbouwende, wat ik in die dertig jaar van mijn familie over dit onderwerp heb vernomen, bijvoorbeeld. En dat is ook zo. We hebben allemaal wel eens wat. Een aambei. Een steenpuist. Een schaamluis. Een genitale wrat…… Of ME.

‘Je bent zo boos, Heks, die woede helpt ook niet mee voor je ME…..’ hoor ik voor de zoveelste keer. Nu van de vrouw tegenover me. Deze dooddoener uit het medische circuit maakt me knettergek. Ik krijg suizende oren en een rode waas voor mijn ogen, zodra het gesprek die kant op gaat. Ongeacht wie er tegenover me zit.

Alleen verwacht je uit de medische wereld altijd dat ze hun huiswerk maken. Dat behandelaars zich verdiepen in de ziekte van de patiënt. Het is altijd zo stuitend schrijnend, dat men er niets vanaf weet. Dat er voortdurend met dit soort uitspraken wordt gestrooid……

1001004001464572

Ik verbijt mijn woede, want ik mag deze praktijkbegeleidster echt heel graag. ‘Als iemand kanker heeft,’ wil ik beginnen, maar ik weet uit ervaring dat je als je ME gaat vergelijken met kanker de rapen al snel gaar zijn in behandelland. Want hoe durf je een serieuze ziekte, waar ja aan dood kunt gaan te vergelijken met jouw zeurkwaal?

‘Als je hele erge honger hebt en je wordt kwaad omdat je niks te eten krijgt…… Niemand luistert. Men roept zelfs dat je het je verbeeldt……. Je wordt alleen maar bozer, omdat je niet wordt gehoord door al die volgevreten medemensen…… Ze geven je niks te eten, leveren alleen maar commentaar……’

‘Als je uitgehongerd bent en je bent daar woest over, omdat iedereen om je heen lekker zit te bunkeren, dan krijg je echt niet meer honger door die woede. Zo wordt ME ook niet erger, omdat je boos en gefrustreerd bent, omdat je niet wordt behandeld. Het wordt erger door de jaren heen, omdat je niet wordt geholpen!!!!!’

Als je honger hebt moet je eten en als je ziek bent moet je worden behandeld. Daar doet schelden niks aan af, noch voegt het iets toe. Het lucht hooguit op.

Unknown-16

Gelukkig heeft de begeleidster nog een ideetje. ‘Ik ken iemand met autisme, die zo’n veertig uur per week wordt begeleid. Ik heb geen idee hoe dat allemaal geregeld is, maar we zouden eens iets kunnen proberen via de WMO,’ via vrijwilligersorganisaties gaat het niet lukken blijkt nu opeens. Niet wat ik nodig heb althans.

‘Je moet dan wel een DSM Code hebben,’ Nou, dat lijkt me geen probleem. Ik heb thuiszorg op grond van een psychiatrische ziekte: In Nederland valt ME nog steeds onder die noemer. Belachelijk natuurlijk. Ik zie nooit een psychiater. Maar laat ik er dan nu eens gebruik van maken…

Maandag word mijn casus in het team gegooid. Ik zie er tegenop. Voor je het weet krijg je weer dat stempel van onwillige luibak. Terwijl je doodziek in je bed ligt. Gaan ze het over mijn woede hebben in plaats van over mijn ziekte en het gebrek aan behandeling.

Pappen en nathouden. Dat is wat ik doe. Al dertig jaar. In mijn eentje. Achter de geraniums.

Het zou zo fijn zijn als mensen eerst eens die film UNREST zouden kijken, voordat ze beginnen te roepen, dat ik moe word, omdat ik kwaad ben dat ik de vermoeidsheidsziekte heb. Huh? Ja! Een volstrekt foute benaming overigens van die ernstige invaliderende multi systeemziekte, die ik al drie decennia onder de leden heb.

Unknown-14

‘Help jezelf,’ zeg ik tegen mezelf. Ga er niet aan onderdoor. Stapje voor stapje. Richting je graf. Wees lief voor jezelf onderweg. ‘Je bent niet gek, Heks. Dit is ook bijna niet te doen, zoals jij vegeteert. Je hebt geen partner of kinderen, die onvoorwaardelijk van je houden. Je hebt vrienden, maar die hebben allemaal hun eigen leven. Die zie je maar zo eens te hooi en te gras…..’

‘Je kunt niet verwachten, dat je vrienden op die manier om je geven, Heks. Die zijn allemaal al voorzien in hun dagdagelijkse sociale behoefte,’ concludeert Blonde Buurman onlangs droog als ik me beklaag over mijn extreme eenzaamheid.

En hij heeft gelijk. Jarenlang heb ik voor anderen gezorgd, opdat ze voor mij zouden zorgen. Ik heb eindeloos om hen gegeven, opdat ze om mij zouden geven. Ik zie nu hoe idioot dat eigenlijk is. Alsof je hen op een idee wilt brengen. Gewoon vragen om hulp kwam dan weer niet in me op.

Heks moet wachten op de restjes. Tot iemand een keer tijd over heeft. Of aandacht. Zo zit het in mijn systeem. Ik doe dat zelf. Een hele oude gewoonte. Bij sommigen wacht ik al jaren. En het gaat nooit gebeuren……

Ik heb er een potje van gemaakt. En nu zit ik met de gebakken peren. Eenzame oudbakken peren. Ik heb geïnvesteerd in een wanproduct. Eindeloos geluisterd naar mensen, die echt nooit naar mij willen luisteren. Eindeloos gezorgd voor mensen, die dat never nooit voor mij willen doen.

Sowieso wil niemand dat voor mij doen. Er is zelfs geen vrijwilliger of buddy te vinden.

Heks is bang. Maandag word ik in het medische team besproken. Straks spuiten ze me plat en word ik afgevoerd. Om er vanaf te zijn. Omdat er geen behandeling is voor ME. Omdat je jaar in, jaar uit maar moet zien. Omdat ik er helemaal doorheen zit met mijn getob. Omdat ze dan toch iets willen doen en dan maar dit….. Het is per slot van rekening toch een psychiatrische aandoening?

Help jezelf, Heksje. Het is geen schande om je eenzaam te voelen. Zoveel mensen hebben er last van. Alleen kunnen die er gewoon iets aan doen. Lid worden van een paar leuke verenigingen bijvoorbeeld. Of om de haverklap mee met een groepsreis. Of tig keer per maand de sauna in….. Salsa dansen voor alleenstaanden in Hoofddorp. Er is genoeg te verzinnen als je er de puf voor hebt.

Ik moet op de millimeter maar weer een list verzinnen. Om mezelf weer boven de streep te krijgen. Dat ellendige denkbeeldige ijkpunt, waaronder het dweilen is. Met de kraan open. Die hellepoort naar het absolute nulpunt.

Eerst maar eens zorgen, dat ik dagdagelijks thuis kom in mezelf. Laat ik toch vooral weer proberen te mediteren. Dat lukt al weken voor geen meter. En dat is in elk geval iets, dat ik zelf kan doen. Desnoods liggend op mijn nieuwe knaloranje bank!

 

 

 

 

 

.

Lac Caninum gooit roet in mijn pikorde-soep. Die soep wordt zeer heet gegeten, hoewel nooit opgediend. Chagrijnig Heksje wil het niet weten. Ik kan beter weer eens daten. En de rest gewoon vergeten!

‘Lac Caninum, dat ga ik je geven,’ mijn homeopate heeft weer een goed idee. Hondenmoedermelk. Toe maar. Het is eind september en Heks heeft al zoveel griep voor haar kiezen gehad dit najaar: Genoeg voor een lange koude winter.

Het heeft het slijmerige vernislaagje weerstand van mijn immuunsysteem geveegd. Uitgeteld begin ik met opkrabbelen. Geen mens, die het in de gaten heeft. Ik sla het koor een paar keer over, ga helemaal niet meer naar meditatie of kerk. Geen beginnen aan met dit lijf.

Ik voel me alleen. Op mezelf terug geworpen. Ik zie geen hond. Wekenlang niet. Ik ben een vergeten groente. Niemand weet, niemand weet, dat ik raapsteeltjes eet. Dat ik een eenzame bezemsteel ben. Nee, niemand weet hoe weinig dit bezemsteeltje nog eet. En hoe slecht ze slaapt. En hoeveel tijd ze in haar eentje stuk slaat. In een uitermate pijnlijk lam lijf..

‘Hondenmoedermelk is een middel voor mensen, die zich verschopt en verstoten voelen. Stumpers onder aan de pikorde. Diegenen, waar iedereen vrolijk tegenaan pist. Of overheen kotst. Waar niemand om geeft. De laagst geplaatsten in rang. Waar je geen rekening mee hoeft te houden. Het absolute afvalputje.’

Natuurlijk laat ik me niet kisten. Ik krabbel op. Slik allerlei middelen, laat me prikken en porren. Zonder morren. Laat me beledigen door behandelaars en artsen. Of betuttelen. Geef mezelf een keiharde schop onder mijn kont. Elke dag opnieuw.

Ja, ik voel me verschopt en verstoten. Onbelangrijk. Eenzaam en verlaten.

Laat ik eens een feestje geven.

Mijn verjaardagsfeestje is gezellig, maar het gevoel beklijft niet. Een grote vermoeidheid trekt me vervolgens naar beneden. En ik blijf me maar ellendig voelen en alleen. Ik heb ook gewoon veel te weinig mensen om me heen. Mijn bovenmatige inspanningen voor het piepkleine feestje hebben de laatste restjes energie in mijn systeem opgesoupeerd.

Ook lukt het me niet meer om om allerlei dingen heen te kijken. Vroeger praatte ik alles goed. Ik had je de klap al vergeven voor je em had uitgedeeld. Bij wijze van spreken. Maar nu gaat dat niet meer. Misschien maak ik ergens nog eventjes een mooi verhaal van, maar een dag later gooi ik genadeloos mijn ware gevoelens op tafel. Weliswaar als ik alleen ben. Op mijn eigen eenzame tafeltje.

Ik zie dingen voor wat ze zijn en dat op zich is natuurlijk goed. Maar verre van leuk. Wat moet je er mee? Mensen, die aan je denken maar er nooit zijn? Mensen, die je na jaren radiostilte een felicitatiebericht sturen met een tekst alsof ze je een draai om je oren proberen te verkopen.

Heks heeft last van allerlei ongewenste gevoelens. Ik word er niet goed van. In plaats van blij met een dooie mus ben ik boos. Op die mus. Die er ook niks aan kan doen, dat iemand me blij met hem wil maken…….

Rondom mijn verjaardag ervaar ik een hoog dooie mussengehalte. Ik kan het niet helpen. Dit jaar is het alsof de duvel ermee speelt. De ene afknapper na de andere.

Normale mensen hebben natuurlijk familieleden, die onvoorwaardelijk van hen houden en een beetje voor hen zorgen indien nodig. Of een partner, kinderen. Heks heeft dat allemaal niet.

Mensen willen overigens wel altijd graag dat ik voor hen zorg en naar hen luister. Maar andersom moet ik die kwaliteiten regelmatig met een kaarsje zoeken. Ook bij mensen, die ze wel degelijk bezitten.

Die denken misschien, dat die Heks geen zorg behoeft. Die toverkol redt zich wel. Kijk maar, daar loopt ze te wandelen met haar hondje. Ze ziet er ongelofelijk leuk uit. Bekroond met een fruitig lippenstiftje.

Ze willen wellicht liever dat ik er voor hen ben.

Of ze hebben niet zo’n boodschap aan mijn ellende. Geen zin in die ziekte. Geen trek in mijn gebrek. Zo’n vage kwaal, die nooit over gaat. Waar je niet dood aan gaat. Een levend lijk! Niet bepaald aantrekkelijk.

Heks moet vooral positief zijn en ravissante feestjes geven. De kwast er over. Eruit zien als een filmster. Leuke persoonlijke cadeautjes geven. Aandacht geven. Liefde geven. Niets vragen. Hooguit een broodje met tevredenheid. Dan en slechts dan wil men met mij vertoeven…….

Goddank heb ik een paar goeie vrienden, die van me houden zoals ik ben. Lieve schatten, die om me geven. Rekening met me houden. Iets voor me over hebben. Vrienden, die de moeite nemen om bij mijn feestje aanwezig te zijn. Schatten, die een leuk cadeautje voor me meenemen. Om me een plezier te doen.

Ik weet het, dit is een groot goed. Er zijn mensen, die helemaal geen vrienden hebben. Ik ben wel eens met zo’n medemens bevriend geweest. Totdat die persoon me ging uittesten en pesten! Een lot dat al haar potentiële vrienden trof. Ik ben uiteindelijk dan ook afgehaakt……

Ik ben zo moe. Het lukt me niet meer om overal een mooi verhaal van te maken. Ik begrijp heel veel dingen al niet. Laat staan, dat ik er een positieve slinger aan kan geven.

Rond mijn verjaardag worden geven en nemen in mijn leven opeens heel helder belicht. Zoals iedere jaar ontvouwt zich hetzelfde scenario, maar mijn blik is niet meer vertroebeld. Haarscherp zie ik alles voor wat het is. Voel teleurstelling tot op het bot. Over nare felicitaties. Of het helemaal laten afweten. Of …. of……

Dat is het gevoel, dat ik over heb gehouden aan mijn  verjaardag…..Stom genoeg. Ik weet dat het ondankbaar klinkt. Na al die jaren blijdschap met dooie mussen verwacht geen mens dit van mij. Je kunt me gewoonlijk recht in de bek schijten en nog zeg ik dank je wel……

Bovendien vergeet ik zelf werkelijk ieders verjaardag. Als ik niet wordt uitgenodigd voor een feestje of op zijn minst op de aankomende verjaring wordt geattendeerd kun je het bij Heks echt vergeten: Je hoort helemaal niks van me. Al ben je mijn zuster,  lievelingstante of beste vriendin……

Er is een hele grote omwenteling gaande diep in mij. Alle interne actie- en reactiecircuits staan onder druk. Er is geen pijl op te trekken hoe ik nu weer ga reageren. Maar: Nooit zal het meer hetzelfde zijn. Vanaf nu.

Gisteren zit ik bij mijn homeopate. Ik vertel haar over de diverse afschuwelijke sociale interacties waar ik aan ben blootgesteld de afgelopen tijd. Ik lees haar rare appjes voor en een enkele vreemde mail. ‘Ben ik nu gek, dit is toch een klap in je gezicht, zo’n felicitatie?’ ‘Wat staat hier nu eigenlijk? Niets toch?’

Ik vertel haar over mijn onvermogen om te reageren als mensen me teleurstellen…… Over mijn schaamte. De ‘Ik ben gewoon geen knip voor de neus waard’gevoelens. Overgehouden aan de tijd, dat ik de persoonlijke boksbal alsmede pispaal was van een enorm agressieve narcist. Overgehouden aan een hopeloze positie binnen een zeer disfunctioneel gezin. Het laagste van het laagste. De laaggeplaatste helhond.

Volgens mijn behandelaar ben ik op de goede weg. Het is gewoon heel ellendig als je in zo’n periode van verandering zit. Het oude valt weg en er is nog niets nieuws voor in de plaats gekomen. Als er al ooit iets nieuws komt natuurlijk. Dat valt nog maar te bezien.

‘Het feit, dat je je bewust wordt van al die gevoelens is een enorme stap vooruit. Ik vind het zo erg voor je Heks, dat je je zo moet voelen nu. Het gaat voorbij, maar leuk is anders….’

img_0248

Ysbrandt, ik mis je nog steeds………