Drummen, ratelen en zingen zijn van die echte heksendingen. Zondag mag ik weer naar de toverschool. In de klas bij mijn idool: Onze juf, uit degelijk hout gesneden, geeft bezield les. Urenlang. Heel tevreden, kapot moe en voldaan gaan we naar huis. Heks valt in slaap voor de buis. Om midden in de nacht pas wat te eten. Tromgeroffel en heksenkreten!

Zondag is het weer zover: Heksenschool! Uit het hele land snellen heksjes bepakt en bezakt naar Amsterdam. Sommige op de bezemsteel, weer anderen gewoon met de trein.

Heks gaat met de auto. Tassen vol drums, ratels en frutsels sleep ik achter me aan. Waar dit me meestal op meesmuilend commentaar komt te staan wordt mijn gesleep met spulletjes in dit gezelschap juist gewaardeerd.

Het wordt zelfs aangemoedigd om zoveel mogelijk materiaal te verzamelen. Om je drum mee te versieren of om een mooie ratel van te maken. ‘Op koningsdag kun je je slag slaan, dames,’ spoort onze juf ons aan om op pad te gaan, ‘Het is de ultieme kans om de meest fantastische troep op de kop te tikken……’

Heks gaat al jaren zo te werk. Veel van mijn magische rommeltjes heb ik op die feestdag ergens gevonden. Tussen de rotzooi. Niet bepaald gewaardeerd door mijn vrienden en bekenden, want ‘Wat moet je met die troep?’

Intussen heb ik een geweldige berg materiaal verzameld door de jaren heen. En eindelijk kom ik mensen tegen met dezelfde inslag.

Heksenschool is toch zo heerlijk voor Heks. Een hele dag verkeren tussen gelijkgestemden. Urenlang les krijgen van een echte ouderwetse toverheks met een schat aan kennis. En een goed gevoel voor humor!  En tot slot het geleerde in praktijk brengen in een veilige omgeving.

Zo gaan we zondag met onze drums en ratels aan de gang. Fantastisch. Kan ik mijn trommel eens goed leren kennen. Ontdekken wat er allemaal mogelijk is met mijn prachtige schat.

Mijn eigen manier om in trance te gaan is totaal anders dan met behulp van drum en ratels. Er zijn vele wegen, die naar Rome leiden. Mocht je daar heen willen dan. Heks niet. Ik heb niets te zoeken bij de paus.

Halverwege de dag ben ik kapot moe. Ik ben niet de enige. Een stortvloed aan informatie is over ons uitgestort. Het is dermate boeiend, de aandacht verslapt geen seconde. Goddank krijgen we een uitgebreide lunch aangeboden. Met een lekker koppie worteltjessoep op de koop toe. Daar trekt de gemiddelde heks aardig van bij……

’s Middags gaan we aan de gang met allerlei oefeningen. Een drumcirkel wordt gevormd. Alsmede een ratelcirkel. En nog een zangcirkel. Heks zit verwoed te drummen op haar mooie rooie trom. Bij een zeker ritueel raak ik lekker in trance.

Plotseling kijkt iemand me aan vanaf het trommelvel. Zie ik het nu goed? Het kleine gezichtje van de vrouw op het vel lijkt te leven. Haar koppie beweegt mee met de muziek. Er glijdt een mysterieus glimlachje over haar fijne snoetje.

De dag vliegt voorbij. En ondanks een paar flinke energie dips heb ik het weer glorieus doorstaan. Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Een glimlach om de lippen, die er de komende dagen niet af te krijgen is……

Ik haal VikThor op bij de oppas. Bel eventjes met de Don. Val in slaap voor de televisie. Eet pas om een uurtje of twee ’s nachts. Slaap meer dan het klokje rond…..

De volgende dag lig ik voor gup. Ik fiets een beetje rond met hond en dat is het dan. Ik moet bijkomen en alvast energie sparen voor woensdag. Dan moet ik er weer staan. Met frisse stembanden en een uitgerust lijf.

De hele dag verbaas ik me over mijn lamme armen. Hoe komt dat nu weer? Pas als ik ’s avonds mijn drum uit de kast pak leg ik de link met de intensieve lesdag. Al dat getrommel en geratel is een uitstekende workout. Heksen zijn bepaald geen luie wezens!

Neem nu dat vliegen op een bezemsteel. Je moet een enorm goed gevoel voor evenwicht hebben, anders hang je zo in de eerste beste beuk. Ook vraagt het met tegenwind behoorlijk wat stuurhekskunst om in de lucht te blijven. En dan moet je ook nog een enorm beroep doen op je verbeeldingskracht……

Vandaag doe ik helemaal niks. Morgen wordt weer een hele drukke dag. Een veel te lange dag. Een dag waarop mijn stem bij de les moet zijn. Maar ook een heerlijke dag! We gaan mijn favoriete muziekstuk uitvoeren, de Matthäus Passion van Bach. Over een dierbare leraar van Heks en hoe hij te grazen werd genomen door zijn medemensen.

Zo jammer dat de bijbel zo’n patriarchaal bolwerk is geworden door de eeuwen heen. Zoveel theologen, die hun plasje hebben gedaan over de verhalen. Deze geschiedenis is echter onaangetast.

Behalve de premisse dat Maria Magdalena een hoer is. Die leugen blijft me storen. ( In de loop van de geschiedenis werd zij door de gevestigde waarden soms aangezien voor een vrouw van lichte zeden, dit berustte echter niet op de Bijbel.) Beter ingelichte bronnen beweren dat ze uit een hoogstaande spirituele traditie stamde! En dat ze de vrouw van Jezus was…….

Moord in Het Leidse Hout. Van sommige verhalen krijg je het ijskoud. Heks staat bibberend te beven. Zo ben je vol leven, zo ben je vergeven. Maar misschien is het verhaal niet waar. Naar weliswaar. En vooral ook raar.

Het Leidse Hout is toch zo mooi momenteel! Bosanemoontjes, wilde hyacinten en daslook staan volop te bloeien. Struiken ontluiken met fris groen blad. Bomen beginnen ook op stoom te komen. Heks fietst genietend door het park. VikThor rent slagen door het struikgewas.

Plotseling zie ik een oude bekende lopen. Boxer Marley, 1 van de hondjes, die mijn oude vriend Hawk altijd uit liet. Goedmoedig komt hij me begroeten. Zijn baasje sjokt er een kleine twintig meter achter aan. Ze herkent me niet, maar ik haar wel. Het is de oude buurvrouw van Hawk.

We maken een praatje en natuurlijk komt onze onlangs overleden vriend ter sprake. ‘Ze hebben hem vermoord,’ de buurvrouw kijkt me getergd aan,’Niemand wil me geloven, zelfs mijn eigen vriend niet. En dan, een man van 97, dat kan uiteindelijk ook niemand wat schelen….’

Perplex kijk ik de vrouw aan. Van de eigenaars van de Dalmatiër, die Hawk uit liet, had ik begrepen, dat er sprake was geweest van euthanasie. ‘Ha, euthanasie, ja,’ mijn gesprekspartner heeft een zwaar buitenlands accent. Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Er is geen arts aan te pas gekomen, aan die euthanasie.’

Een onthutsend verhaal volgt over de laatste maanden van het leven van mijn vurige aanbidder. Opgesloten in zijn eigen huis, kreeg alleen een pyjama aan, de beste vriendin van wijlen zijn vrouw zat of kwam bij de man. Zij en de dochter van Hawk hielden hem in zijn nachtkledij binnenshuis gevangen met de deur op slot. Een nieuw slot welteverstaan, zodat niemand er meer in kon behalve zij tweetjes…….

‘Iek moest met hem praten via het WC raampje. Zo gaven we de krant aan elkaar door. Soms belden we elkaar, als de dochter en de vriendin er niet waren. Als ze er waren, kreeg ik hem niet aan de lijn. De avond voor zijn overlijden heb ik hem uitgebreid via de telefoon gesproken. Hij klonk prima, wilde weer de tennisbaan op, had weer allemaal plannetjes…….’

‘En de volgende morgen was hij opeens vredig ingeslapen…. Nee, vermoord. Iek weet het zeker. Niemand gelooft me….. Hij zat nog vol leven en opeens: Dood. En een week opgebaard in een kelder onder de kerk zonder dat iemand het wist. En toen zonder mensen erbij in de grond gestopt. Niet eens een grafrede heeft hij gehad….. Wij mochten niet komen.’

En dat terwijl hij zoveel vrienden had! Over de hele wereld! En dat terwijl hij voor zoveel mensen iets betekende. Hij zocht tot een paar maanden voor zijn dood zieke mensen op in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Maar ook het hele Leidse Hout kende Hawk.

Geschokt staat Heks te luisteren. Wat een verhaal. Wat een verschrikkelijk verhaal.

‘Hij was rijk hoor, die Hawk. Hij liep altijd in zijn ouwe tenniskloffie en hij woonde heel eenvoudig, maar vorig jaar heeft hij nog een pand verkocht op de Herengracht! Zijn dochter wilde natuurlijk dat geld. Ze was zo boos op hem, die vriendin van zijn vrouw ook. Omdat hij altijd vriendinnen had……’

Ja, Heks had al begrepen dat huwelijkse trouw nu niet bepaald Hawk’s sterkste kant was tijdens zijn ellenlange huwelijk. Maar om iemand daar nu om te vermoorden!

‘Bij mij heeft hij nooit iets geprobeerd, hoor,’ verklaart ze ongevraagd, ‘Maar vorig jaar had hij weer een vriendin en toen is hij in juni door zijn rug gegaan. Iek denk door die vriendin…..’ Ze kijkt me ondeugend aan, ‘En dat heeft hem de das om gedaan.’

‘Zij was een vrouw met een wagentje en een zwart hondje,’ vervolgt ze haar verhaal. Ik zie een vrouw voor me in een scootmobiel of rolstoel met een labrador hulphond. Ik ken zo’n vrouw!

Jeetje, die was was er snel bij met die nieuwe vriendin, denk ik bij mezelf. In mei trok Heks de stekker uit onze vriendschap na het zoveelste grensoverschrijdende seksueel getinte verzoek zijnerzijds…..

‘Ze kwam met die hond in dat wagentje achter haar fiets uit de binnenstad naar hem toe. Ze zaten altijd samen op die grote bank daar……’ Plotseling herken ik mezelf in de beschrijving. ‘Maar dat ben ik,’ roep ik dan ook uit. De vrouw kijkt me met stomheid geslagen aan. ‘We hadden geen relatie, hoor, maar hij wilde maar al te graag…..’

‘Ze hebben hem vermoord voor geld. Niemand wil me geloven.’ verzucht ze tenslotte, ‘Hij was mijn vriend, iek mies hem. Ik droom over hem, dan komt hij door de achterdeur naar binnen en is heel boos! Miesschien komt hij me halen, zo van kom ook hierheen, want iek ben ziek met kanker….’

‘Ik geloof u,’ zeg ik tegen haar, ‘En 1 ding weet ik zeker, hij is echt niet boos op u!’ Wie weet wat ze zouden aantreffen als de man zou worden opgegraven….. Mensen worden om minder om zeep geholpen. Maar geld is traditioneel een enorme motivatie om het mes erin te zetten bij je dierbaren.

Ik kan ervan meepraten. Ik heb hier chronisch mee te maken. Tonnen komen er voorbij op mijn spaarrekening. Teneinde weer te verdwijnen naar de rekening van een grote hark met hebberige handjes. Een afgedwongen lening zonder onderpand, waar anderen uit mijn naam voor tekenen…….Huh? Ja, echt waar. Het gebeurt. Het gebeurt mij.

Geld maakt niet gelukkig, geld maakt slecht.

‘Weet je wat ik me nu later bedacht?’ ik heb de Don aan de telefoon. We hebben het over deze vreemde ontmoeting. ‘Misschien is die dochter wel helemaal op tilt gegaan, toen Hawk zo verliefd op me werd. Misschien dacht ze dat hij zijn hele vermogen aan mij zou nalaten of iets dergelijks. Misschien had Hawk nog gewoon geleefd als ik niet in zijn leven was gekomen……’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Heks. Die vrouw is zich ongetwijfeld rot geschrokken van de escapades van haar hoogbejaarde vader. Maar het is niet jouw schuld, hoor, dat hij nu dood is…..’

Het duurt een paar dagen, voordat ik de geschiedenis enigszins van me af kan schudden. Maar ik hou er een naar gevoel aan over. Wat kunnen mensen toch vreselijk zijn voor elkaar. De wraak van de dochter. Uit naam van haar moeder, die al te vaak de horens kreeg opgezet……

Of niet? Beeldt buurvrouw het zich allemaal slechts in?

 

 

Vooruit slapen en je niet druk maken. Nergens over. Ook niet over gevaarlijke idiote nepheksen. Kruidenvrouwtjes van lik mijn kotsdrankje. Noch over enige vorm van soap….. Op televisie dan wel in het echte leven!

Vannacht slaap ik zo lang. Het klokje rond! Het leeuwendeel geheel gekleed voor de televisie met alle lichten aan. De laatste uurtjes lekker onder de wol.

En ik droom. Nog steeds lukt het me niet om ze mee te nemen de dag in. Maar mijn droomlichaam maakt overuren momenteel. Vage herinneringen aan draken en zwanen. En allerlei ander gespuis hier in huis. Ik ben gelukkig in mijn dromen. Ik word vrolijk wakker!

Nou, dat is wel eens anders geweest. Jarenlang reeg ik de ene nachtmerrie aan de andere. Een bijverschijnsel van ME, dat heftige gedroom. Sinds de LDN is het wat rustiger geworden wat dat betreft. Zelfs zo rustig, dat ik tijdenlang voor mijn gevoel nauwelijks droomde. Onzin natuurlijk. Dat blijkt nu maar weer.

Als ik voor de televisie zit bij die komen van mijn heerlijke slaapnacht kijk ik voor het eerst in tijdens weer eens naar The Bold and the Beautiful. Met een half oog. Katy en Thorn zitten kwezelig met elkaar te praten. ‘Wat een hopeloos stelletje bij elkaar toch,’ schiet er door mijn hoofd, ‘benieuwd wanneer die Thorn de knuppel in het hoenderhok gooit wat betreft hun halvezolige huwelijk……’

Want leer mij dat soort mannetjes kennen. Zogenaamd de goede broer, maar ondertussen… Een kwallejak van de bovenste plank.

En hopla! Heks wordt op haar wenken bediend. Thorn gooit zijn miezerige knuppeltje in Katy’s kakelende kippenhok. Hij wil van het huwelijk af. Nu zal het me benieuwen of er weer een annulment gaat volgen. Dat rare fenomeen in Amerikaanse soaps om een huwelijk nietig te verklaren, zodra zich een hobbeltje voordoet.

Dan begint Docter Phil. Hij heeft een vrouw op bezoek, waar de gemiddelde toverheks nachtmerries van krijgt. De vrouw verkoopt een middeltje, ‘Jillians Juice’, waar alle kwalen van genezen. Kanker, steenpuisten, suikerziekte of staar? Elke dag een slootwaterslok van dit smerige gefermenteerde bouwseltje van koolbladeren en zout en je wordt 450 jaar oud. Met gemak!

Zelfs homoseksuele neigingen smelten als sneeuw voor de zon als je in deze onzin gelooft belooft het gekke mens. Oh, wat een griezelige vrouw. Om werkelijk alles wat Phil ter berde brengt om de idioot tot rede te brengen moet ze onbedaarlijk lachen. Zelfs het feit, dat er mensen zijn overleden aan torenhoge bloeddruk na gebruik van dit middeltje maakt geen indruk op de gifmengster.

En weer verbaas ik me over het feit, dat oerdegelijke genezers, sjamanen en heksen met het grootste gemak voor gek worden versleten, terwijl dit soort randdebielen blindelings worden gelooft! Elk weldenkend mens kan wel bedenken dat louter zout en kotsige kooldrank slecht is voor een gemiddeld humaan gestel. En toch vreten ze dit soort gekkenpraat als koek.

‘Ik heb begrepen, dat ook geamputeerde armen of benen weer aangroeien door het gebruik van ‘Jillians Juice’,’ teemt Phil. En inderdaad: Ledematen groeien aan waar je bij staat. Het is een soort superieure Haarlemmerolie…….

Ach, die arme koolbladeren, komen ze toch maar weer in een slecht daglicht te staan, terwijl een paar geplette bladeren op een gekneusde knie wonderen kunnen verrichten….

Heks is vooruit aan het slapen. Komend weekend weer een hele dag Heksenschool en drie dagen later gaan we met mijn koor de Matthäus Passion uitvoeren. Een beetje veel van het goede, dat wel. Daarom maak ik me nergens druk over, dat kost maar weer energie.

Ik mag gewoon niet te moe worden, want dan raak ik mijn stem kwijt. Een wet van Meden en Perzen bij ME patiënten. Zonder stem is het beroerd zingen. Ik hou mijn heksenkrijskreten dus maar binnen. Tijd voor rust en voor bezinnen.

Stuk brandhout doet Heks stokstijf stilstaan. En mag dan met me mee naar huis gaan. Vervolgens kom ik los van wrok. Neem afscheid, vervel, dump kerfstok…. Een staf bloeit open in mijn hal. Al te mal? Ja, van die dingen. En weet je wat: Staf kan ook zingen!

Vannacht droom ik van mijn staf. Ik vlieg er op rond, maak allerlei avonturen mee. Het is staf voor, staf na. Toch zijn de details me ontschoten. Ik heb echter wel een ongelofelijk goed humeur als ik op sta. Alle beestjes worden uitgebreid geknuffeld. Ik verwelkom de zon met een liedje. Oh, wat ben ik vrolijk. Terug van weggeweest.

Gisterenavond na een paar uur Klezmer zingen zakt Heks volledig door haar hoeven. De man met de houten hamer deelt een keiharde tik uit. Snel doe  ik alle noodzakelijke handelingen. Hond uitlaten, tanden poetsen, ogen er af halen, pyjama aan, Snuitje medicijnen geven, zelf mijn pillen slikken…….

Ik laat alles vallen, mijn lijf wil niet meer. Ik worstel me uit mijn kleding en vervolgens wurm ik me in andere kledingstukken. Even uitrusten nu. Nee, toch maar niet. Ik wil een beetje op tijd slapen en als ik steeds tussendoor ga zitten bijkomen van een kleine handeling lig ik pas om vier of vijf uur in bed. Retteketet. Dat gaat me vandaag niet gebeuren. Morgen is een pittige dag.

Ik ervaar momenteel veel naweeën van het slangenritueel, dat we onlangs op de heksenschool hebben gedaan. 

Het afwerpen van mijn oude huid roept allerlei gevoelens op. Ik heb moeite met mijn nieuwe zelf. Ik doe dingen anders, maar sta vervolgens doodsangsten uit. Daar moet ik doorheen. Terug in mijn pleaserige apenpakkie is geen optie. 

Ik heb een nieuw pakkie an.

Ook de mening van anderen moet ik gevoeglijk naast me neerleggen. Wil het ooit nog eens iets worden met dit heksje. ‘Jij geeft heel veel aandacht aan de meningen van hele domme mensen. Dat is zo jammer, Heks. Je moet je niet meer verdedigen. Geef hen gewoon gelijk, dan ben je ervan af…..’ Peter van der Hurk zei het al. 

Gisterenavond ga ik me echter diep treurig voelen. Machteloos ook. De mening van bepaalde medemensen lijkt heel belangrijk nu. En ik kan er geen pijl op trekken. Ik ben immers zelf niet meer degene, die ik was. Niks bijzonders op zich. We zijn geen dag dezelfde. Maar ook degeen, die ik dacht te zijn bestaat niet meer.

Ik ben zo moe en leeg opeens. Goeie genade. Help!

Ik dwaal een beetje door mijn huis. Volbreng mijn avondrituelen. Dan valt mijn oog op een stok naast de voordeur. Vorige week gevonden in Het Leidse Hout. Op een miezerige motmiddag. Geen hond te bekennen behalve mijn monster. En daar midden op het grote veld dan die stok.

Ik pak em toch maar op. We moeten voor de opleiding op zoek naar een staf, maar eigenlijk heb ik al een stokstijve stok thuis. Een paar weken geleden opgeduikeld langs de Singel.

Het is nog best een heksentoer om het gevaarte mee naar huis te nemen. Ik ben op mijn vouwfiets. Rustig peddel ik door het bos. Thuisgekomen zet ik het stuk hout naast de voordeur. Het andere stuk staat in mijn woonkamer.

Na een paar dagen bloeit de staf met knalroze bloesems. Heks moet lachen. Ik heb ze er zelf op geplaatst notabene, omdat ik de bloemen niet wil vergeten mee naar beneden te nemen. Het zijn nepbloesems voor op mijn fiets.

Toch raakt het beeld iets dieps aan. Ik zie een bloeiende staf in mijn hal staan. Ik denk aan de staf van Aäron, waar zelfs vruchten aan groeiden…. De hedendaagse christenen doen zo moeilijk over een beetje tovenarij, maar de bijbel staat er vol mee!

Gisterenavond pak ik het stuk hout op. Ik inspecteer het grondig. Voor het eerst! Zondag moeten we met een goeie staf op de proppen komen en ik heb geen idee of dit exemplaar voldoet. Er zitten veel knoesten in. Het is een sterke stok. Ik tik er eens op…..

En dan: Een wonder! De staf zingt. Zachtjes trillen klanken door het holle hout. Afhankelijk van waar ik sla ontstaat er een ander geluid. Heks is perplex.

Nu onderwerp ik mijn staf aan een grondig onderzoek, want ja, dit is mijn staf! Stiekempjes heeft hij die metamorfose ondergaan. Om het feit klinkend te beslechten. De stok in mijn woonkamer is voor VikThor.

Een hele tijd snuffel ik aan mijn nieuwe staf. Bewonder de gaten. Verbaas me erover, dat dit me allemaal helemaal ontgaan is tot nu toe….

‘Je bent naar me toegekomen. Op een miezerige middag lag je zingend in het gras. Een hond heeft je gebeten, ik ga je een beetje krabbelen. En heel veel met je babbelen, lieve levende staf.’

Levenswiel en dodenwiel: Voor Heks heeft echt alles een ziel. Ik kan heel veel wel geloven, maar is de hemel echt daarboven? En de hellepoort, waar is die dan? En is God echt een man? Heerlijk boek van Linda Wormhoudt aan het lezen over deze materie: ‘Nevelvrouw’. Een aanrader!

Afgelopen week lees ik het boek van Linda Wormhoudt ‘Nevelvrouw’. Ik verdwijn er bijna in. Sleep het overal mee naar toe. Lees tot diep in de nacht. En net als bij eerdere boeken, die ik van haar las, vind ik het jammer, dat ik het uit heb. Opnieuw heb ik de neiging om de laatste bladzijden nog eventjes te bewaren. Voor later.

Toch lees ik het boek helemaal uit. Goddank heb ik nog een paar verhalen van dezelfde hand. Ik kan dus nog eventjes vooruit. En ik zit natuurlijk bij de schrijfster in de klas. Ze is mijn juf. Ook in levende lijve is ze een uitmuntend verteller. Begenadigd.

De roman neemt je mee naar oude culturen in Europa, met name IJsland en hun riten rondom dood. Het wereldbeeld, het levenswiel en het dodenwiel. Spannend is het ook met ontsnappende veenlijken en gevechten tussen goden…..

Heks slurpt het boek op. Proeft het als was het kostbare wijn. Voor mij is het dat ook. Alle boeken, die me sterken in mijn wezen van heks, van mijn wonen tussen werelden, zijn uitermate waardevol.

Want dat is wat dit boek ook doet: het verheldert mijn blik op wie ikzelf ben. Ook Heks woont aan de rand van de gemeenschap. Heeft een sterke verbinding met de dood. Wandelt af en toe over het randje. Langs de kustlijn. Kletst met dierbaren aan de overkant…..

De beelden, die ik heb van het land aan gene zijde, vertonen behoorlijk veel overeenkomsten met wat ik in het boek tegen kom. De denkbeelden ook, hoewel gestoeld op andere premissen.

Nou, Heks, je bent toch ook echt een spiritueel shopper. toe maar. Jij gelooft maar overal in……

Op de achtergrond pruttelt de  televisie, terwijl ik dit schrijf. Er is nu net een programma bezig over geloven, wat een toeval. Tijs van den Brink voelt de cabaretier Hans Sibbel aan de tand over dit fenomeen. ‘Dus je gelooft en daar stopt het? Dan houd je dus op met nadenken?’ roept de notoire grapjas net op dit moment.

Hij slaat vervolgens de spijker flink op zijn kop. ‘Geloof geeft veel mensen richting aan hun leven, dat is natuurlijk prachtig. Maar geloof oordeelt en stigmatiseert vaak. En niet zo’n beetje ook! Homo’s worden in de ban gedaan, seks voor het huwelijk is verkeerd en ga zo maar door…. Ze weten precies hoe iedereen moet leven. Meuh.’

En even later ‘Celibaat is gevaarlijk. Het is toch raar, dat je jezelf lichamelijk contact ontneemt voor 1 of ander idee. Dat is vreemd, geen wonder, dat ze zich gaan vergrijpen aan allerlei jongetjes…..’

Tijs zit natuurlijk terug te mispelen. Het zijn maar uitwassen, dat kindermisbruik. Heks kan de man niet uitstaan. Wat is het toch een zemelaar. Het is of ik alle onuitstaanbaar domme opinies van mensen uit mijn jeugd in 1 man verzameld zie.

‘Ik heb je gehoord, gij zult niet doden is een prima regel, als je hier gezellig met elkaar samenleeft,’ zegt Tijs tenslotte pissig als de neiging van christelijke politici ter sprake komt om oorlogje te voeren in verweggistan.  Hetgeen hij overigens prima vindt. Je gaat tenslotte mensen daar bevrijden……

Tijdens een lesdag op de heksenschool word ik in de pauze op de gang aangesproken door een alleraardigste jongedame. Wat of we aan het doen zijn? We maken nogal herrie. Vandaar.

Zodra ik vertel dat het een sjamanistische jaaropleiding betreft zijn de rapen gaar. Het meisje begint me bezorgd te vragen of ik de Here Jezus ken. ‘Jezus Christus godallemachtig , maar al te goed!’ pareer ik de aanval. Het kind probeert me acuut te bekeren. Ze zit met geloofsgenoten een zaaltje verderop fanatiek te bidden. Waarschijnlijk nu ook voor Heks.

Ik dien een klacht in bij de Roos. De dame achter de balie heeft tienduizend sproetjes in haar olijke gezicht. We moeten samen erg lachen om het incident, maar ze gaat er toch werk van maken. Lang leve het eigen gelijk. En het ik weet alles beter. Hoe goed bedoeld ook: Strontvervelend!

Heks geloof inderdaad overal in. Als ik Indiaas zing, doe ik dat voor Moeder Aarde, Shiva en Ganesh. Ik zing in koorverband regelmatig mijn longen uit mijn lijf voor Onze Lieve Heer Jezus Christus. Boeddha is mijn leraar. Maar ook praten met bomen, bloemen, planten, kristallen en dieren is me niet vreemd. En zo kan ik nog wel eventjes doorgaan. Voor Heks is alles bezield.

Ik geloof hier allemaal niet zomaar in. Ik ervaar het. En ik denk er ook over na, want inderdaad, die kop zit er niet voor niks op. Die moet je wel enigszins gebruiken. Je kunt niet uitsluitend functioneren vanuit je onderbuik. Of zoals het gros der mannen: Vanuit je kleine uitwendig gedragen hersenen.

Heks heeft wel degelijk een filosofisch kader waar al die gekkigheid in past. In den beginne was de Ene. En de Ene was een punt. Een nietige stip. Een samengebald iets. Een flinter bewustzijn.

De Ene was eenzaam. Dat krijg je als enige. Daar ging de Ene Iets aan doen. Vanuit het blinde Niets. En zo is het allemaal begonnen. De Ene werd Velen. Velen moeten delen. En kunnen elkaar daardoor vaak niet velen.

We kijken in de spiegel en zien de Ene weer. De Grote Moeder. Onze Vader, die in de hemelen zijt. De ene kijkt naar ons en is niet meer alleen. Of verveeld. Leert zichzelf kennen. En dat scheelt.

 

Deukje daar of hier? Krasje op je ziel? Ongelukjes loeren in gaten en hoeken. Zoeken mijn zwakke moment. Slaan dan toe…. Heks is toch zo moe. Maar ook geroerd door mooie verhalen. Over snotlappen en troostzakdoeken. Over de hemelse vasteplantekwekerij. Over mijn voorouders. Ver weg en dichtbij.

Woensdag ben ik de gehele dag druk met mijn kat. En dat terwijl ik me vreselijk slecht voel. Een narrig griepje piept in mijn gewrichten, klappert in mijn kaken en knerst in mijn kop. De dag ervoor heeft de huisarts een Lidocaïne-injectie in mijn nek gezet, maar het effect is weinig pijnstillend te noemen.

‘Het lijkt verdorie wel alsof hij er pijnverwekkers heeft ingesproken. Mijn hele nek is op tilt geslagen. Maar ook mijn armen, schouders, ellebogen, heupen en knieën zijn extreem pijnlijk geworden….’ mompel ik verbluft. Aan het eind van de dag wil ik mijn hoofd het liefst afzagen.

Weg met dat zware gewicht daar bovenop. Ik leef wel verder als kip zonder kop.

Donderdag kan ik dan eindelijk een dagje bijtrekken. Toegeven aan allerlei vage griepverschijnselen. Mijn pijnlijke hoofd te ruste leggen. Alleen het hondje krijgt vandaag wat van mijn beperkte energie.

Ik moet bijkomen en energie sparen. En bijtrekken. En alvast vooruitplannen: Spaarzaam mijn energie om komende bezigheden heen organiseren. Morgen is de begrafenis. Ik check de rouwkaart een keertje of zestien. Ja, het begint echt om twee uur in de middag.

Bij de begrafenis van tante had ik verkeerd gekeken. Dingen door elkaar geklutst. Ik zal wel extreem moe zijn geweest. Kwam ik een half uur te laat. Gelukkig heeft niemand dat toen gemerkt…

Vrijdagmorgen moet ik direct aan de slag. Hondje uitlaten, zelf uitdeuken, bed opmaken samen met mijn hulp, lunchen en douchen en iets stemmige aan trekken. De laatste onderdelen komen in het nauw. Ik douch en trek iets aan, maar de lunch schiet erbij in. Ik neem een broodje sesampasta mee. Daar moet ik het dan maar op doen vanmiddag.

Op de heenweg wordt ik bijna zijdelings geplet door een kerel in een bestelbus. Hij komt helemaal mijn weghelft op en snijdt me flink af. Ik wordt gedwongen op de andere baan te gaan rijden, maar daar rijden dus tegenliggers.

Ik toeter en zie de chauffeur van het busje met opschrift ‘Jan van Rhijn’ opschrikken vanachter zijn telefoon. Hij zit al rijdend te SMS’en midden op het kruispunt bij de Lammenschans. Waar het hectisch is en onoverzichtelijk. Waar je uit je achterlijke doppen moet kijken, lul!

Ik wijs op mijn hoofd. Kierewiet. ‘Jeetje, je zal maar een ongeluk krijgen op weg naar een begrafenis,’ denk ik bij mezelf. Stel je voor. Stond ik nu schadeformulieren in te vullen met die idioot. Goddank is het goed afgelopen.

Na de begrafenis rijden we in colonne het terrein af. Voor me rijdt een flinke SUV. Een tegenligger wil er per se langs. Ook langs mij, maar ik rijd net langs een geparkeerde auto. Ik kan geen kant op, pal achter me rijdt ook alweer iemand.

Met mijn halfzachte kop stuur ik ietsjes naar links. Glijdt een beetje opzij, schamp licht tegen de geparkeerde auto. Shit.

Een oud kereltje met skistokken in de hand komt als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Direct begint hij zich met het geval te bemoeien. Ik let maar niet teveel op hem, maar bel aan bij het kolossale huis van de eigenaar van de auto. Zoveel heeft dat gekke kereltje me wel verteld.

Het rare baasje springt nerveus om me heen, als de eigenaar van de auto de voordeur open doet. Direct begint hij te ratelen tegen de man. Dat ik zijn auto heb aangereden en dat hij me direct in mijn kippennek heeft gegrepen…..

De eigenaar wuift de man weg. Eindelijk ben ik van dit kwelduiveltje verlost. We nemen de schade op. Ja, een paar krassen op de voorbumper. Kan evenzogoed een dure grap worden….. De auto is overigens net zo’n deukbak als die van Heks. Over de hele zijkant lopen krassen en butsen.

‘Ik doe tegenwoordig niets meer aan al die beschadigingen. Geen doen in de stad. Om de haverklap maakt er weer iemand een nieuwe deuk in en er hangt nooit een briefje bij. Behalve 1 keertje dan. Maar die persoon had een valse naam en telefoonnummer opgegeven. Iemand zal em wel betrapt hebben, net als dat baasje zonet hier…’ vertel ik de eigenaar.

‘Wat erg voor u,’ reageert hij begripvol. Ja, zo gaat dat in de grote stad. Ik heb hem echter niet op een idee gebracht…..

Gelaten laat ik het allemaal maar over me heenkomen. Ik kan me er niet druk om maken. Wel gek, dat ik een gedachteflits had over het krijgen van een ongeluk, net als van de zomer toen ik zonder benzine kwam te staan op een ongelofelijk ongelukkig punt op de snelweg naar Parijs…… Gelukkig was het in beide gevallen een onschuldig ongeluk. Niets ernstigs. Alleen ongemak en blikschade.

We eten broodjes en drinken koffie met alle genodigden. Wijn, bier en bitterballen volgen. Heks eet haar boterham met sesampasta. Ik zoen tantes en ooms, neven en nichten.

Ik zie hoe de enorme genensoep kromme neuzen door de familie heeft verspreid alsof het niets is. Mij onbekende jonge mensen met mijn neus! Of met andere familietrekken of typische clan-kenmerken.

Ik hoor mooie dingen over mijn oom. Hoe hij altijd twee schone zakdoeken bij zich droeg. Eentje om zijn eigen neus desgewenst in te snuiten en eentje om iemand te troosten! Ook nu heeft hij er twee bij zich!

‘Hij geloofde absoluut in een weerzien met zijn geliefden. Volgens hem is er een enorme kwekerij in de hemel met een grote schuur. Daar zitten al zijn oude medewerkers al stekkend op hem te wachten. Jouw vader is er ook bij…..’ vertelt zijn oudste zoon.

Intussen kun je me natuurlijk wel opvegen. Het was al niet veel de laatste dagen, maar de koek raakt aardig op. Ik begin aan de afscheidsronde.

Een dierbare tante heeft een vraag voor me. Dus ik begin bij haar. Wat ze me echter vraagt is zo ongelofelijk in de pijnlijke roos. Doet zoveel stof vanbinnen opwaaien. Geeft een scala aan inwendige chemische reacties. Ik voel hoe er stoom uit mijn oren ontsnapt. Ik moet nu echt dringend wegwezen hier……

Zo zeg ik alleen tante en lievelingsnicht gedag. Ik zwaai vriendelijk in de rondte. Wapper nog een beetje na dat ik ga. En foetsie ben ik.

Op de terugweg krijg ik het toch nog even te kwaad. Een verlate reactie zoals dat vaker gaat. Thuisgekomen ga ik een enorm end fietsen met VikThor. Hij moet zijn energie kwijt en ik iets anders. Mijn trouwe elektrische Beixo scheurt door de polder. VikThor rent er uitgelaten achteraan.

Wie A zegt moet B zeggen. Wie zegt dat het altijd gemakkelijk is? Als je echt verandert willen mensen je altijd terug in je oude groef. Vooral als je besluit geen pleaser meer te willen zijn. Niet meer overal achteraan te rennen. Of als je ongeschikt raakt als zondebok.

Maak er geen drama van, Heks. Je hebt gedaan wat je kon en nu is het op. Misschien moet iemand anders maar eens op de proppen komen. Je hebt 1 groot voordeel: Je kunt je onttrekken aan wetten van ruimte en tijd. Je kunt je op andere manieren met iemand verbinden. Jij hoeft niet fysiek op bezoek te gaan om iemand te bezoeken.

Vannacht slaap ik ellenlang. Ik meld me af voor de koorrepetitie van vandaag. Eerst maar eens helemaal bijkomen.

 

 

 

Zingen met een brok in je keel. Geen jokkebrok, maar ontroerend afscheid. Blij thuiskomen om je vervolgens dood te schrikken. Kat in het nauw en Heks maakt rare sprongen. Gelukkig komt het goed voor nu. Maar ik zie een muisje in mijn glazen bol. Een miezermuisje dat nog een flink staartje gaat krijgen……..

Dinsdagavond scheur ik naar het koor. Zoals altijd rijdt er een lesauto voor me. Als een dikke constipatieve drol glijdt hij langzaam door stads’ darmkanaal. De stoplichten leveren stevige antiperistaltiek. De lesauto stopt ook nog eens voor iedere medeweggebruiker. Voorrang of niet. Kortom: Het schiet niet op!

Heks zit lekker te schelden. Zo warm ik mooi mijn stem alvast op. Naast me zit mijn oom. Hij is ons onlangs ontvallen. Hij wist niet hoe snel hij weg moest komen. Naar zijn geliefde, terug naar huis!

Maar nu zit hij dan toch naast me in de auto. ‘Ik ga mee naar het koor,’ verklaart hij opgewekt. Mijn oom was een verwoed zanger, net als Heks. Ook had hij gouden straalkachelhandjes net als Heks. Mijn genetisch geaarde oom kon hoofdpijn weghalen als de beste!

Opeens vind ik het niet meer erg om min of meer rijdend achter een lesauto te zijn geparkeerd. Op mijn gemak tuf ik het laatste stukje naar de Vredeskerk. Het zijn de allerlaatste repetities voor de uitvoering. Vanavond wordt er dus flink doorgezongen. We beginnen met het openingslied ‘kommt ihr Töchter helft mir klagen….’ Hoe toepasselijk!

Halverwege voel ik mijn oom naast me. Hij staat enorm te genieten. Mijn keel schroeft dicht van ontroering. Maar dat is nu ook weer niet de bedoeling. Er moet toch echt gezongen worden krijg ik te horen.

Eenmaal thuis wacht me een onaangename verrassing. Mijn zwarte kater wordt weer eens te grazen genomen door de Bengaalse kat van de buren. Voor de zoveelste keer. Op heterdaad betrapt deze keer.

Heks hoort een enorm tumult in de steeg. Vliegensvlug steek ik mijn hoofd uit het raam. De Bengaal valt mijn Panter aan, vlak voor de voordeur. Plukken haar vliegen in het rond.  Trillend van schrik begin ik te schreeuwen. Net zo lang tot die klotekat is verdwenen. Dat duurt eventjes, het pokkebeest is niet snel onder de indruk. Dan haal ik als een haas de Panter binnen.

Ik zet hem in bed. Maar oh, wat een schrik: Zijn achterlijf zwalpt alle kanten op. Hij kan werkelijk geen normale stap meer zetten. Met zijn voorpoten tijgert hij rusteloos door het bed, volledig in paniek nu. Heks raakt ook in paniek. Lieve hemel, wat is dit nu weer? Gebroken rug? Hernia? Herseninfarct? Komt het door die klote-Bengaal? Nierfalen? Help!

Het is natuurlijk intussen een uurtje of 1 in de nacht. Ik moet mijn schat kalm zien te krijgen. Hij blijft maar op zijn voorpoten rondjakkeren. Zijn achterlijf zwabbert er krachteloos achteraan.

Snel geef ik hem een pijnstiller. Ik wil niet dat hij pijn heeft. Dan ga ik lekker naast hem liggen. Ik zet een veld rust en vrede om ons heen. ‘Morgen gaan we naar de dokter, lieverd. Ga nu in hemelsnaam slapen. Toe maar….’

Uiteindelijk vallen we allebei in slaap. De volgende morgen bel ik als eerste de dierenarts. Daar kunnen we aan het begin van de middag terecht. Snel ga ik mijn hondje uitlaten. Ik stop de Panter in een vervoersmand. Hij loopt ietsjes beter dan gisterenavond, maar zijn achterhand zwabbert nog steeds……

De dierenarts weet ook niet wat hij ervan moet denken. Mijn kat wordt grondig onderzocht. ‘We houden hem een middag hier, zodat we het even kunnen aankijken. We gaan zijn bloed onderzoeken, misschien heeft hij slechte nieren…… Er is iets aan de hand, dat zie je zo. Maar wat is het? Hoe komt het?’

Aan het eind van de middag mag ik mijn patser komen ophalen. ‘Ik heb hem helemaal nagekeken. Die kat is kerngezond, werkelijk alle waarden volgens het boekje. Ook heb ik geen neurologische schade kunnen ontdekken. Ik heb nog met een collega overlegd en we zijn tot de conclusie gekomen, dat hij een enorm pak slaag heeft gehad. Dat is de enige verklaring. Het zal die Bengaal wel weer geweest zijn, die beesten hebben veel meer spiermassa dan huiskatten. Hij heeft jouw kat volledig in elkaar geramd….’

Zo zit ik dan weer met een miauwende patiënt thuis. Gekweld loopt hij door het huis. In de loop der dagen lukt dat steeds beter. De bloeduitstortingen en blauwe plekken trekken langzaam weg. Een flinke pijnstiller topt de ergste pijn af. Mijn panter is bovendien een ongelofelijke bikkel…..

Maar ja, hoe nu verder? Vandaag of morgen slaat die kut Bengaal mijn kat dood. Met de eigenaren is het slecht kersen eten. Het is een onwaarschijnlijk echtpaar. De zwijgzame man smijt zonder meer de deur dicht in je gezicht als je aanbelt om je over hun kat te beklagen. De vrouw scheldt als een viswijf, zodra je iets zegt dat haar niet bevalt. Tot die tijd is ze bedrieglijk joviaal.

Bengaalse kat, Bengaal

Heks houdt haar kat voorlopig binnen. Eerst moet hij weer helemaal goed kunnen lopen. Mijn panter is niet blij. Naar buiten wil hij. ‘Het is lente, kom op baas, doe die deur open. Voor zo’n Bengaal moet je niet weglopen…….’

Je hoort het al, als het aan hem lag was er niets aan de hand. Maar ik tel de ernstige verwondingen toegebracht door die klotekat het afgelopen half jaar al niet meer op 1 hand. Een knakstaart, 2 abcessen en een bloederig rafeloor, Afgestorven spier in schouder door zo’n abces. Grote voortand eruit geramd en nu dus weer een enorm pak slaag, waardoor mijn kat een dag halfzijdig verlamd is geweest.

Het trekt langzaam bij. En dat maakt me echt blij.

Ik ben overigens niet de enige, die zich zorgen maakt over de opmars van de Bengaal en andere kruisingen met wilde katten:

Een puntje van kritiek:
Als men een “Asian Leopard cat” met een foundation cat kruist wil men hiermee bereiken een kat te verkrijgen met een wild uiterlijk en een “huiskat karakter”. Soms komt ook het omgekeerde voor, een ogenschijnlijk huiskat uiterlijk met een wild karakter. (een kat die dus niemand! wil hebben) Organisaties als  “Big Cat Rescue”   proberen mensen te overtuigen dat hybride katten geen goed idee zijn. (als argument: de huiskat is circa 5000 jaar oud, dat kan niet in vier jaar overgedaan worden)

Onverbloemde bloemen. Dingen bij name noemen. Een roos voor een roos. Ben je boos? Dan geen roos, maar takken voor een takkewijf!

‘Mevrouw, u vergeet iets!’ Het is me net gelukt om mijn zwaarbeladen fiets in beweging te krijgen. Slingerend begeef ik met op het fietspad. Aan mijn stuur een tas met boodschappen. Nog meer mondvoorraad in mijn fietstassen. Verstoord kijk ik om. Zie een man naar me toerennen. Rem slingerend af.

‘Die zijn niet van mij, hoor,’ ik glimlach naar een meterslange gitzwarte man. Hij lacht zijn witte tanden bloot. ‘Jawel, nu wel!’ Twee bossen reuzenrozen verdwijnen in een boodschappentas. Fietsen wordt nu vrijwel onmogelijk……

Ik bedank de schat. Wat lief! Ik heb zojuist een kletspraatje met hem gemaakt bij de uitgang van de supermarkt. Hij werkt bij de bloemenboer. Ze waren uitermate melig na het opruimen van hun handeltje. Heks maakte een geintje met hen……

Mijn huis lijkt wel een bloemenstal. Overal staan bloesems, takken, vazen met ranonkels….. De gemeente was flink aan het snoeien in een mij dierbaar parkje. Een hoek vol struiken wordt volledig weggevaagd. Geen middel wordt geschuwd voor deze upgrade  door eliminatie.

Grote machines trekken hompen wortels uit de grond. Stapels weggeslagen groen worden achteloos op de stoep gegooid. Heks staat er al snel in te graaien. Mompelend. Mopperend ook.

De gemeente gooit alle parken aan de Singel op de schop. Lang leve het Singelpark! Al het bestaande groen moet worden opgeofferd aan dit op het oog leuke initiatief om meer toeristen naar Leiden te krijgen.

De Leidenaars zelf worden echter de parken uitgejaagd. Alsmede dus veel groen. Binnenkort gaan ze pakweg veertig volwassen bomen kappen om een strand aan te leggen in het Bleekerspark. Volstrekt gestoord. Niemand uit de buurt heb ik kunnen betrappen op enige blijdschap over dit initiatief.

Dit aanstaande bomenbloedbad wordt overigens verkocht met een listig verkooppraatje. In plaats van ‘we gaan alle bomen kappen’ staat er ‘Er komt veel extra groen, nieuwe bloeiende bomen, heesters en vaste planten.’ Jazeker; Nadat ze eerst alle volwassen kerngezonde bomen kappen.

In plaats van ‘Honden mogen niet meer los lopen, behalve op een lullig strookje langs de sloot’ staat er ‘Er komt ook een speciale hondenspeelplaats, waar honden vrij kunnen loslopen.’ Heks verfoeit dat hele Singelpark intussen.

Deze bomen moeten plaats maken voor dat verdraaide Singelpark………

Een bundel gevonden takken is met me mee naar huis gegaan. Ik zet ze in een grote accubak. Langzaam breken ze open. Grote bladeren komen uit minuscule knopjes. Een hele bloem komt zelfs tevoorschijn.

Hyacinten en ranonkels kronkelen door de takken. De rozen staan in grote vazen. Een paar takken ribes nigrum maken het geheel af. Wat een bloemenzee!

Het lijkt wel of ik net jarig ben geweest. Of dat er iemand pas getrouwd is hier in de woonkamer. Of dat er iemand is overleden. Iemand die veel houdt van bloemen.

 

Heks leest een verrukkelijk boek: ‘Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen’. Het leest als een spannende avonturenroman. De schrijver is boswachter van beroep. Hij maakt ons wegwijs en wijzer. Ziet zowel de bomen als het bos. Ik krijg bevestiging van dingen die ik al lang vermoed betreffende het mysterieuze leven van mijn houterige vrienden. En ik leer heel veel nieuwe dingen bij!

Als kind had ik een kamer op zolder. Onder de hanenbalken lag ik halve nachten piekerend wakker. Slapen is nooit mijn sterkste punt geweest. ’s Morgens deed ik de gordijnen open en daar stond mijn grote vriend boom. Pal onder mijn dakraampje bolde zijn kruin.

In de winter staken zijn kale takken skeletachtig af tegen de bakstenen muur van de overburen. Dan kon ik soms de buurjongen zijn tanden zien poetsen. In het voorjaar echter zwollen de bescheiden knoppen van de boom op tot de spanning te snijden was. Elke dag keek ik vol verwachting of er nu eindelijk eens blaadjes tevoorschijn kwamen.

Het duurde en duurde…. Elk jaar opnieuw. De boom was duidelijk niet een van de snelsten. Bovendien stond hij aan de schaduwkant van het huis.

Ik keek mijn vriend ongeveer in blad…… Uiteindelijk plopten de knoppen open en grote vlezige zachte bladeren begonnen zich onmiddellijk te wijden aan de broodnodige fotosynthese.

Voor ons huis stond een Metasequoia glyptostroboides, ofwel een Mammoetboom. Toen nog een zeldzaamheid hier ter lande. Hij was destijds nog piepjong, dus slechts een metertje of vijf, zes, zeven hoog. Mijn vader had hem eigenhandig in de grond gestopt, toen mijn ouders het huis kochten.

De volgende bewoners hebben em uiteindelijk omgehakt. Intussen was hij volledig boven het dak uitgegroeid. Zijn kale stam reikte al een metertje of zeven in de lucht. Hierna begon pas de langgerekte groene kroon.

Eenmaal op kamers woonde ik een een paar jaar samen met een perenboom. Alweer keek ik recht in en op de kruin. In het voorjaar nodigde ik al mijn vrienden uit voor een bloesemdineetje. Dan kookte ik een heerlijk lentemaaltje, dekte een fenomenale voorjaarstafel en zette tot slot het raam wijd open, zodat we tussen de geurende bloesems zaten…….

Mijn huidige huis was vergroeid met een Meidoorn. Elk voorjaar weer genieten van de bloemenpracht. En een terugkerend duivenkoppel met twee nesten per voorjaar.

Portaal met zijn hopeloze klusteam heeft de boom laten omhakken. Door een paar van hun dommekrachten. Een bloedbad! De hele lokale vogelgemeenschap op tilt. De andere bomen in het hof geslagen. Heks verslagen. De onschuldige boom koelbloedig vermoord.

Meidoorns moet je niet mee sollen. Magische toverbomen zijn het. Vol trollen en feetjes. En zingende Jemineetjes. Kom niet aan hun boom! Of aan hen! Meidoorns worden namelijk snel toornig. En ze zijn ook nog eens uiterst doornig: Ze nemen gerust wraak op de daders. Heks zou niet graag in de schoenen van zo’n onverlaat staan!

Heks houdt van bomen. Met een diepe passie en grote liefde. Ik loop graag tussen hoge stammen. Ik woon bij voorkeur in een kruin. Ik aanbidt hun bloesenpracht. Bomen zijn chill! Mysterieus en stil. Hoewel?

Jaren geleden fietst Heks door Nederland. Bepakt en bezakt. Moederziel alleen. Ergens in de bossen voorbij Utrecht, op een heuvelrug, sla ik mijn tent op. Een stokoude handgemaakte Slee. Waterdicht tot op het bot. Kan zelfs een orkaan doorstaan! En dat is maar goed ook……

Met bakken valt het hemelwater op de helling waar ik kampeer. Het stroomt onder mijn grondzeil door met een geweld: Mijn veldbed verandert in een waterbed. Gelukkig houd ik het binnen droog…..

Ik ben koortsig en ziek. Een snel opkomende bronchitis rochelt zich een weg door mijn longen. Er is verder niemand op de camping met dit vreselijke weer. Anderhalve dag lig ik klapperend en ijlend in mijn tent. Eenzaam ben ik echter niet!

Midden op dit open veld in de bossen staat een grote boom. Prachtig uitgegroeid. Een reusachtige kruin……Van het ene op het ander moment begint hij tegen me te praten. Vraag me niet hoe ik het kan verstaan, maar ik hoor hem luid en duidelijk. Vanaf dat moment spreek ik booms.

Ik raak bevriend met een enorme exoot, ik vermoed een Quercus rubra, in het Leidse Hout. Hij staat met zijn maatje van dezelfde soort op een veldje, maar die is helaas dood gegaan. Daar hangen alleen nog dorre blaadjes aan. Mijn vriend heeft veel verdriet. Hij is in de rouw. Raar verhaal natuurlijk: Men gelooft me niet. Maar ik vertrouw op mijn gevoel.

Ik bezoek mijn treurige vriend regelmatig. Dan kletsen we wat en pak ik hem eventjes lekker beet. Ik zing voor hem. Hij vertelt me zijn naam. Sissend en ploffend. Sindsdien vertellen bomen me soms hun naam. Als we vrienden worden. Als het goed zit.

Na een paar jaar vriendschap duurt het verdomde lang tot het weer lente wordt na een koude natte winter. Ik bezoek mijn vriend, spreek hem bemoedigend toe. Zijn knopen heeft hij keurig gezet. Maar wat voelt hij ontzettend moe……

In plaats van uit te lopen trekt het leven in hem zich terug. De knoppen verdrogen voor mijn betraande ogen. Mijn oude vriend is niet meer. Gestorven van verdriet, omdat zijn liefje hem verliet……

Heks komt uit een plantenfamilie. Ik ben bekend met de praktijken op kwekerijen. Zaaien, verspenen, stekken, oppotten…….Ik weet hoe er met grond wordt gesold. Bij ons thuis werd het vroeger gegast, zodat alle bodemleven dood ging. Dan had je geen last meer van beestjes……

Mijn voorouders hielden echt van hun planten. Dit was de vooruitgang. Ze wisten niet beter.

Afgelopen week lees ik het boek van Peter Wohlleben: ‘Het verborgen leven van bomen.’ Een medeheks van de opleiding tipt me. Wat een geweldig boek! Het leest als een spannende roman! Zie je wel, dat bomen voelen! En dat ze slim zijn en kunnen praten! In elk geval met elkaar.

Loop ik normaal gesproken al enorm te koekeloeren in het bos, sinds ik het boek heb gelezen zie ik nog veel meer. Het opent als het ware je ogen voor allerlei zaken!

Bomen praten met elkaar. Over grote afstanden is mijn ervaring. Hoe kom ik daar nu weer bij?

‘Daar loopt Heks met haar hondje. Ze heeft de vijf broers gezien. Ze is bij hen geweest. Echt waar. …..’ fluisteren de vijf knotzusters Plataan hier achter op het pleintje al jaren als ik voorbij loop. Ze hebben het over een eeuwenoude heilige boom ergens op een berg in Frankrijk met vijf volledige stammen uit 1 gemeenschappelijke stam……

Die heb ik inderdaad ooit bezocht. Ik heb voor de broers gezongen. Heel alleen, want mijn narcistische geliefde uit die periode vond berg te steil om te beklimmen. Alle zeilen werden bijgezet om te zorgen, dat Heks de top niet zou halen. Opgelucht liet ik de zak achter op de eerste beste helling.

De vijf broers.

‘Ik ontdekte een eeuwenoude eik, al vijfhonderd jaar geleden gerooid, waarvan de enorme stronk nog in leven was. Hij werd in leven gehouden door zijn omringende familie. Zulke oude bomen hebben dus een enorme waarde voor het nageslacht……..’ aldus Peter Wohlleben.

Het lijkt er op dat bomen hun ouden eren. Dat ze nog veel van hen kunnen leren…..

De vijf broers. Of waren het er vier? Of zeven? Het is me om het even. Ik hoop dat ze nog leven.

Mijn goede vriend heeft het zwaar!

In het nieuws op Omroep West gaat het ook over bomen. De gemeente Sassenheim wil vijfenveertig stuks 90 jaar oude paardenkastanjes kappen. ‘Ze zijn aan het eind van hun leven, bladiebla…’ verklaart een woordvoerder desgevraagd ongeïnteresseerd. Die ondingen moeten weg. Er is er eentje op een huis gevallen vorig jaar tijdens een storm.

De mensen, die samenwonen met de kastanjes zijn woest. Alles wordt uit de kast getrokken om hun dierbare bomen te redden. Er moet een heroverweging van dit besluit plaatsvinden! Een second opinion moet er komen. Ze zouden het aan Peter Wohlleben moeten vragen……..

Bevriende kastanje. Ik ken zijn naam…..

‘Een kastanje van 90 jaar oud. Aam het eind van zijn leven. Huh! Een pubertje is het. Zo’n boom kan gemakkelijk 250 jaar oud worden!’

Een schitterend kunstproject over een dergelijk bomenbloedbad is de film ‘Boomwezen’ van Joep Neefjes uit 2008. Aangrijpend verwoord en verbeeld op de prachtige muziek van Louis Andriessen.

Hohoho, Toverheks zit in haar flow. Kabouters bevolken mijn heksenstulpje. Het is zo schoon hier met al die hulpjes. Toverkol roert haar trom: Nieuwe ratels, oude ratels, groot en klein, ratels alom!

‘Jeetje Heks, wat is het hier schoon!’ Steenvrouw loopt bewonderend door mijn stulpje, ‘Er is ook een hele berg spulletjes verdwenen uit die hoek daar. Wat stond er ook alweer? En wat een prachtige bloemen overal!’

‘Ik zit weer in m’n flow,’ verklaar ik mijn opgeruimde huis, ‘En ik heb mijn kristallen in bad gedaan. Ook al zie je het niet direct, je voelt het!’

Mijn vriendin komt eten. Ik heb heerlijk gekookt. Rendang en Sajoer Lodeh. Verse tomatensoep vooraf. ‘Die Sajoer Lodeh is helaas pimpelpaars geworden. Dat komt door die kleurrijke oerwortels uit de bio winkel. Alle groente verandert in rode kool qua kleur als je er zo’n wortel aan toevoegt. Prachtige penen hoor, maar niet in een gemiddeld groentegerecht..

Heks zit inderdaad haar flow. Sinds ik op de Toverheksenschool zit voel ik me veel beter. Ten eerste verveel ik me niet meer de typhus. Een probleem, dat steeds weer de kop opsteekt bij ME patiënten en hun amoebebestaan: Dat eindeloos uitzitten van je kwaal is maar saai allemaal.

Ook resulteert het verkeren onder gelijkgestemden in een geweldig goed humeur. Ik voel me gezien en begrepen. En vice versa. Heks geniet enorm van haar klasgenoten en alles waar ze zich mee bezig houden. De leukste heksenstreken worden op maat geleverd aan wie dat maar wil. Sommige toverkollen maken veel herrie. Anderen zijn opvallend stil!

Vorige week zondag word ik verliefd op een trommel. Nu heb ik al een sjamanentrommel van de markt. Gekocht voor vijfentwintig euro jaren geleden bij een kraam vol Indiase hebbedingetjes. Maar een echte heuse serieuze trommel? Die had ik nog niet.

Wel heb ik mezelf er jaren geleden eentje beloofd. Zelf maken lukt niet meer met die halvezolige armen van me, maar op een goeie dag komt er vast een op mijn pad is mijn overtuiging. Zo is dat.

En nu is het dan zover: Mijn toverjuf zwaait met een kleine knalrode trom en ik ben om. ‘Deze drum is te koop, probeer em gerust uit. Ik hoor het wel als iemand geïnteresseerd is….’

Heks probeert em uit. Ik zie dat andere dames vervolgens ook lustig op mijn nieuwe trommel roffelen. Wat denk ik nu? Mijn trommel? Benauwd kijk ik toe hoe iemand wel heel veel plezier heeft met de rode trom……..

Als ‘ie voor me bestemd is, draaien de zaken wel om……..

En inderdaad: Ik ga met de trommel naar huis. Mijn auto zit helemaal vol. Mijn oude drum. Een serie ratels. De nieuwe trommel. Een edelhert…… Ik pas er nog net bij!

Thuisgekomen staat het hert me al op te wachten. Midden in de woonkamer. Vlak bij de verzameling klankschalen en gongs. Zijn enorme gewei schuurt tegen de schemerlamp.

Ik plaats de knalrode trommel achter het hert. Moest rood zijn. Heb een vriend ooit gek gezeurd om een trommel met rode rand, die hij meenam van een reisje naar Marokko……

’s Nachts zit ik heel zachtjes te roffelen: De bovenbuurman is al naar bed. Een elektrisch stroompje loopt van de trommel naar mijn hart en vice versa. Ik glijdt moeiteloos mijn innerlijk landschap in. Waar de Sangha schapen berenklauw grazen. Waar de uit Belgisch Blauw gehouwen Zwarte Madonna woont.

Met het hert aan mijn zijde glijdt ik door mijn landschapsruimte/tijd. Naar de laatste avond in Plumvillage. Het volle maan feest. De hartsoetra gezongen door monniken en nonnen. Mijn moeders spirit, niet gehinderd door haar ontluisterende ziekte, genietend naast me in het hoge gras……..

Een paar dagen later stuurt mijn personal shopper in andere dimensie me naar de kringloop om de hoek. Aldaar ligt iets op me te wachten wordt me verteld. Ik moet eventjes zoeken en in dat proces klimt er een hele kabouterfamilie in mijn tas, maar dan vind ik een kwast van hertenhaar met op de zilveren speld een afbeelding van een edelhert!

 

‘Die kwasten zie je wel bij jagersverenigingen in Duitsland. Vaak zijn ze van everzwijn, maar soms ook van hertenhaar,’ weet mijn juf te vertellen. Online zie ik her en der bosjes hertenhaar te koop, die er ongeveer hetzelfde uit zien…..

Met de kwast kan ik nog zachter trommelen in de nacht. Nachtuil als ik ben.

Een paar dagen later struikel ik op de zaterdagse warenmarkt ongeveer over een zachte handgemaakte doek met hertenprint. In de aanbieding natuurlijk….. Perfect om mijn trommel in te wikkelen. Samen met een kaboutertas, die hier al jaren ligt te slingeren is mijn trommeloutfit compleet.

Ik word sowieso op mijn wenken bediend momenteel. Heb ik gordijnringen nodig voor sjamanistisch werk? In de kringloop ligt een setje antieke exemplaren. Dertien stuks. Alle soorten en maten. Voor drie euro. Achter slot en grendel, als betrof het een grote schat!

En dat is ook zo.

Gisterenmorgen ligt er een oude sleutelhanger op de grond. Op eigen houtje uit de sleutelkast gekropen en door het huis geslopen. Vreemd. Gek genoeg is de bijbehorende sleutel verdwenen. Zo’n exemplaar, dat je zelden gebruikt. Van een vergeten deur, waar intussen al lang een ander slot op zit.

Heks heeft eigenlijk nog nooit echt goed naar de sleutelhanger gekeken. Het is een piepklein samba-balletje. Echt minuscuul. Als ik er mee heen en weer beweeg begint het zachtjes geluid te geven. Huh? Het is me werkelijk nooit opgevallen, dat het een werkzaam balletje is. Een piepklein rateltje. Perfect om altijd bij je te hebben! Ik klik em direct aan mijn grote sleutelbos.

Heks zit in haar flow. Alles is in beweging. Tussendoor lig ik helemaal voor Pampus uit te rusten van al die activiteit. Want flow of niet: Ik moet niet overdrijven. Zuinig zijn met de beperkte energie, dus vliegen binnen de lijntjes. Maar wel op mijn bezemsteel!