Een aantal weken terug rijd ik mijmerend door het Leidse Hout. Het is er uitgestorven. Op mijn gemakje kar ik mijn rondje. Ik denk aan mijn blog, dat ik nooit meer schrijf. Dan waaien die gedachten weer uit mijn hoofd.
Het bos is schitterend mooi. Daslook ligt als wit fluweel gedrapeerd langs de bospaden. Bosanemoontjes en wilde hyacint bloeien er lustig op los. Vogeltjes kwinkeleren in het struweel……..
De hondjes draven vrolijk naast me. Freya tettert haar schelle blaf om mijn oren. Niet om aan te horen. Knettergek kun je ervan worden…..
Dan gaan we zwemmen, nou ja, de hondjes dan. In hun favoriete sloot. Heks gooit balletjes en de hondjes springen bommetjes. Het ene bommetje na het andere. VikThor fabriceert steeds een mooie boog, maar Freya prefereert de snoekduik.
God, wat heerlijk, zo eventjes in het bos met mijn woefies. Na een tijdje is het mooi geweest. Ik zet mijn scoot in zijn achteruit en draai het bospad weer op.
Mijn scoot is oud en ruim over de houdbaarheidsdatum. Hij heeft ruim 20.000 kilometer gelopen en krijgt een beetje kuren.
Zo schiet hij tegenwoordig met een noodvaart naar achteren. Heks schrikt zich dood. Ik sta opeens aan de rand van de sloot.
1 achterwiel staat op het bruggetje, 1 achterwiel staat naast het pad op de bosgrond en het voorwiel staat op midden op het bospad. Ik zet het apparaat weer in zijn vooruit en geef gas.
Mijn scooterdetoeter heeft nog een rare afwijking gekregen op zijn oude dag. Als ik gas naar voren geef, neemt hij eerst een sprongetje naar achteren. Niet elke keer, maar met enige regelmaat. Ongeveer op de manier, waarop VikThor in een sloot springt.
En ja hoor: Mijn scootmobiel springt naar achteren. Het wiel, dat op de bosgrond stond, komt boven het water te hangen. Even twijfelt het instabiele driewielige apparaat. Dan duikelt het overtuigend in slow motion zijdelings de sloot in. Met Heks en al!!!!!!
De hondjes blaffen enthousiast. De vrouw gaat ook een balletje halen! Wat leuk!
Ik zink als een baksteen met scoot en al. Zodra ik het water raak giert de adrenaline door mijn lijf.
Heks worstelt zich vliegensvlug uit haar trouwe karretje. In een reflex gooi ik alles, wat omhoog komt samen met het losgeschoten mandje, op de kant. Het mandje zinkt vervolgens en wordt definitief opgeslobberd door de modder. Goddank heb ik mijn sleutelbos er uit gered!
Ik klauter op de kant. Daar sta ik dan, druipend en wel in een godverlaten bos. De scoot rust op de bodem van de sloot. Duidelijk zichtbaar, want alle lampen zijn gaan branden. Het lijkt wel een buitenaards ruimteschip.
Ongetwijfeld vanwege de veiligheid. Zo ben je nog te vinden, als je met je apparaat in de gracht beland bijvoorbeeld…..
Ik ben doorweekt en modderig, maar mijn petje is nog droog. En mijn telefoon doet het nog! Dankzij mijn onvolprezen aftandse leren tasje. Goddank. Ik besluit het leasebedrijf te bellen. Die hebben een noodnummer.
‘Oh, wat vervelend voor u,’ zegt de monteur,’ maar ik krijg die scootmobiel nooit in mijn eentje uit die sloot. Bel maar met 112… De brandweer moet komen!’
Heks staat rillend en blubberig en druipend midden op het bospad. Het is koud. Ik ben nat. De scootmobiel ligt met alarmlampen aan in de sloot te seinen. 2 dames komen aansukkelen in keurige joggingpakjes. Hun haar en make up perfect op zijn plek. Ze lopen rakelings langs me heen en negeren me volkomen.
Ik ben perplex. Hoe is dat nu weer mogelijk?
Dan krijg ik de brandweer aan de telefoon. Ze komen er aan. ‘Loopt u maar naar de uitgang, zodat we u kunnen vinden….’
Het heeft nog wat voeten in de aarde, voordat de brandweermannen Heks in het vizier hebben. Maar dan lopen we in ganzenpas terug naar de rampsloot. 8 brandweermannen en een druipende Heks. Laatstgenoemde intussen voorzien van een laag warmhoudfolie.
‘U begrijpt toch wel, dat dit heel anders had kunnen aflopen,’ zegt de hoofbrandweerman tegen Heks. Hij lijkt erger geschrokken dan ik. ‘Als u anders terecht was gekomen, met dat apparaat op uw kop….’
8 man brandweer takelt mijn overleden scootje weer op de wal. Vervolgens rijden ze het apparaat naar de ingang. Daar zal het worden opgehaald door de leasemaatschappij.
‘Hoe gaat u naar huis?’ De opperbrandweerman kijkt me doordringend aan. Heks weet het niet. ‘Heeft u geen familie, die u kunt bellen?’ De vraag ontregelt me. Heks heeft geen familie. Althans niet van het soort, dat je komt helpen.
En mijn vrienden rijden doorgaans geen auto. Of ze wonen ver weg. Oh, ik kan het aan Joy vragen! Snel draai ik haar nummer.
‘Ik moet even wat kinderen gaan verzamelen, want die lopen buiten te spelen. Dan kan ik naar je toe komen,’ stelt ze me gerust. Maar het is al niet meer nodig. De opperbrandweerman heeft geregeld, dat ik word thuisgebracht door de politie. In een boevenbus!
Zo rijd ik dan stinkend en modderig mee met oom agent. Mijn hondjes zijn ook heel smerig. Ze hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om nat in de modder te gaan rollen. Pogingen van Heks om daar nog iets aan te doen zijn volledig mislukt….
Eenmaal thuis gaat alles uit en de wasmachine in. Ik poets de honden een beetje schoon. Heks zelf verdwijnt onder de douche. Zwarte stralen water verdwijnen in het putje.
‘Jeetje Heks, dat is toch niet slim van je om met zo’n defecte scootmobiel te blijven rijden,’ zegt iemand later tegen me, ‘Dat is ook een manier om voor jezelf te zorgen, daar iets aan doen…’
Ja, maar hij reed verder nog prima.
‘Ik heb precies hetzelfde gehad met de scootmobiel van mijn vrouw, ook een Trophy, net als de jouwe,’ vertelt mijn bloemenman me een aantal weken later, ‘Ik had het apparaat op de laadplank van mijn vrachtwagen gereden en de plank een paar meter omhoog laten gaan.’
‘Vervolgens wilde ik em mijn vrachtwagen inrijden, maar het onding ging met een sprong naar achteren. Ben ik ruggelings ruim anderhalve meter naar beneden gekukeld. Zo van die laadplank af. Op de stoep! Levensgevaarlijk!’
‘Oh, dat is inderdaad een bekend defect bij oudere apparaten. Dat gespring naar achteren. Dan moet het hele motorblok vervangen worden, dat is de enige oplossing..’ vertelt de monteur, die mijn nieuwe scoot komt afleveren.
Een hopeloos en stokoud kloteding overigens. Met allerlei kuren. Hij veert slecht, dus ik maak enorme klappers bij elke bobbel in de weg. Waardoor er dan weer gewrichten uit hun hypermobile kom schudden.
Hij wil vaak niet starten. Hij gaat moeizaam en zwaar de bochten door. Hij heeft een afwijking naar links. En…….. hij springt naar achteren, als ik een bruggetje op wil rijden.
Na weken gedoe en nog meer gedoe komt er nu toch een betere vervanging binnenkort. Ik kijk er enorm naar uit!
Het komt overigens best vaak voor, een scootmobiel te water. Kras heeft het ook meegemaakt. Als als ik het een keertje online opzoek sta ik echt te kijken van de hoeveelheden verzopen scootmobielen. Wauw!
‘Het gaat niet lang meer duren met mijn schatje,’ zeg ik tegen mijn hulp, terwijl ik een volgepiest kussen in een vuilniszak gooi. Niet voor het eerst. ‘Ik dacht het ook al,’ antwoordt deze kattenman, ‘Ik zie het aan haar ogen, die staan anders….’
Vorige week maandag zit ik Pippi’s vacht te borstelen, als ik een vergroot tepeltje ontdek. Er komt vocht uit. Waarschijnlijk kanker. Ze is echt broodmager. Botjes en een velletje. Zich wassen doet ze niet, heeft ze eigelijk nooit echt goed gedaan. Maar de laatste jaren ziet ze er uit als een voddenbaal.
‘Ik had je beter Floddertje kunnen noemen,’ lispel ik in haar oortje.
Een paar dagen later begint ze minder te eten. Maar vrijdag gaat er dan toch weer een halve haring in, gek genoeg. Ik besluit het nog eventjes aan te zien.
Zaterdag boek ik een afspraak bij de dierenarts, maar zover komt het niet. Die avond gaat het met het uur slechter met haar. Ze eet nauwelijks en ook drinken is maar mondjesmaat. Als een vodje ligt ze op haar fluwelen kussen.
Ik leg haar uit de slinger in de bench in mijn slaapkamer en neem haar regelmatig lekker op schoot.
Zondag treuzelt zich op gang. Ontbijtjes voor iedereen. Pippi eet niet. Rustig ligt ze te ademen in de bench. Ik neem haar op schoot. Kriebel achter haar oortjes. ‘Schatje, ik moet eventjes de deur uit,,,’
Ik loop met de hondjes, het is prachtig weer. Weer thuisgekomen neem ik Pippi bij me. Ze haalt nauwelijks waarneembaar adem. Ik zie haar moedertje voor mijn geestesoog staan. ‘Neem haar maar mee, Snuitje, het is haar tijd,’ vraag ik.
‘Ga maar, lieve Pippi, laat maar los, schatje, het is echt mooi geweest…’ Ondertussen maak ik een balletje van de laatste klitjes, die ik uit haar vacht heb gefrutseld. ‘Ga maar, Pippistippie.’
Zo zit ik een ruim anderhalf uur te zitten met mijn stokoude poesje. Ze is nu ruim 18. Ik pluis de plukjes haar helemaal uit elkaar en rol er dan een viltje balletje van.
‘Je mag gaan, liefje,’ lispel ik nogmaals. Het balletje is klaar. Pippi zucht een paar keer diep. En dan is ze vertrokken. Zo vredig. Zo mooi.
Joy stuurt een bericht over iets en ik vertel haar, dat Pippi net is overleden. “Ik ben in de buurt met de jongens,’ antwoordt ze, ‘zal ik even langskomen?’
Zo knutsel ik dan een mooi kistje in elkaar voor Pippi met hulp van haar tweeling. Hun kat Siep is de dochter van Pippi, ze zijn dus extra gemotiveerd om er wat bijzonders van te maken.
‘Jullie mogen het papier uitzoeken,’ dat laten ze zich geen 2 keer zeggen. Prachtig blauw papier met sterren. Heks heeft bloemen gehaald en die stoppen we ook in het kistje.
Om de beurt komen de katten en de hondjes kijken bij Pippi. Ze nemen afscheid. Met name haar zoon Bolster is van slag. Hij wil al dagen niet eten.
De gehele zondag ben ik eufoor. Zo godvergeten blij over hoe het gegaan is. Zo dankbaar voor dit mooie einde van haar geweldige leventje. Bijna op dezelfde plek, als waar ze 18 jaar geleden geboren is.
De kater komt later. Ik mis mijn poesje. Ze woog nog geen anderhalve kilo meer, maar ze kon nog steeds geweldig schreeuwen, als Heks de bakjes eten klaar maakte. Ze was zo mager als een lat, maar ze at als een dijkwerker.
Het was de kat, die met alle katten in Huize Heks overweg kon. Ze was ook familie van alle katten. Op Odin na.
Dochter van Snuitje en Ferguut, echtgenoot van de boskat, schoonzus van de rooie Miep, moeder van Bolster en Leonoor was haar oudtante……
Ze is vrij en blij aan de andere kant. Mijn kleine diplomaat. De supermoeder van Bolster en Siep. Onze stoere Pippi. Rust in vrede.
De afgelopen kerst brengt Heks door in bed. Op kerstavond ga ik nog wel gezellig met Belle naar de kerstnachtdienst. Halverwege krijg ik buikpijn. Die gaat niet meer over. Dagenlang krijg ik geen hap door mijn keel. Na drie dagen bel ik met de huisartsenpost.
Mijn klachten doen sterk denken aan de darmafsluiting, die ik 30 jaar geleden heb gehad. Gevolg van vele buikoperaties. Met nabloeding. Heks heeft een spinnenweb aan verklevingen in haar binnenboel. Een soort tijdbom. Ik kan elk moment opnieuw iets dergelijks krijgen.
‘Als u ooit weer deze klachten krijgt, kunt u linea recta naar het ziekenhuis komen, mevrouw,’ zei de internist indertijd, ‘U hoeft niet eerst naar de huisarts. Dan maken we u direct weer open……’
Maar ja, dat is dus ruim 30 jaar terug. Geen mens, die dat nog weet. Ik moet eerst wat geheugens opfrissen.
Gelukkig nemen de klachten weer af. Tegen Oud en Nieuw gaat het al aanmerkelijk beter. ‘Misschien was het toch gewoon een buikvirus en geen vooraankondiging van een nieuwe grote buikoperatie’ denk ik bij mezelf. Ik hoop het. Asjeblieft geen ziekenhuisgedoe. Geen gesnij en ellenlange herstelpraktijken.
‘Ik heb 9 dieren rondlopen, hoe moet het als het mis gaat?’ realiseer ik me wel midden in de crisis. Ik heb momenteel geen goed noodplan. Dat ga ik eerst maar eens regelen het komende jaar. Dat iemand de hondjes ophaalt als ik wegval. En dat iemand de katten eten geeft….
Dan is het de eerste zondag van het nieuwe jaar. Heks geeft een nieuwjaarsborreltje in haar prachtige versierde huis. Ondanks het verschrikkelijke winterweer komen de meeste van mijn vrienden gewoon opdagen. Ik heb heerlijke hapjes en fijne bubbeltjes. Alcoholvrije bubbels zijn enorm in trek. Wat een verschil met vroeger.
‘Hoe is het met is Zwartje, Heks?’ vraagt mijn buurman Dikkertje Trom, ‘Ik heb hem al een tijdje niet gezien.’ ‘Hij gaat al een paar maanden niet meer naar buiten. Hij wordt nu echt oud!’
Als iedereen vertrokken is en de hondjes zijn uitgelaten, kruip ik een uurtje in bed. Uren later word ik weer wakker. Midden in de nacht. Ferguut lig stijf tegen me aan, al de hele avond.
Ik geef alle beestjes eten. De panter eet zijn bak voer helemaal leeg.
Die nacht raakt mijn beestje de kluts kwijt. Hij is al behoorlijk doof en sinds kort ook vrij blind. Maar nu is hij ook opeens in de war. Hij loopt rusteloos door mijn slaapkamer en staat dan geparkeerd in een hoekje. Heks is er maar druk mee, die nacht.
Dan vlijt hij zijn grote katerkop tegen mijn voorhoofd. ‘Het is genoeg geweest zo, lieve vrouw,’ vertelt hij me luid en duidelijk. ‘Ik hoor je, lieverd. Ik ga het regelen.’
Heks heeft met al haar dieren een duidelijke deal. ‘Ik ben er voor je, als je komt, klein en kwetsbaar. Maar ik ben er ook voor je, als je moet gaan.’
Zo bel ik dan na een rusteloze nacht met een dierenarts. De mijne is helaas net met pensioen en de vervanging is nog niet geregeld. Ik kan eind van de middag terecht.
Ferguut is er nu echt slecht aan toe. Hij wil niet meer eten of drinken. Heks houdt hem vrijwel de hele dag in haar armen. Dat maakt hem rustig. Aan het eind van de middag wikkel ik hem in warme dekens en rijd door de kou naar de dierenarts.
Ze onderzoekt hem zorgvuldig. ‘Ik ben het helemaal met u eens, mevrouw. Het is echt klaar met uw kat. Ik kan niets meer voor hem doen. Inslapen is het allerbeste voor hem.’
Heks is stoer. Ze staat haar mannetje. Ik ben er voor mijn schat. Houd hem in mijn armen. 2 prikjes later is het gepiept. Met een lege mand rijd ik weer naar huis. ‘Ik zie je terug in blik, schat,’ fluister ik op de valreep in zijn oortje.
Maar ’s avonds, als ik de voerbakjes klaarzet voor mijn kattenkolonie, komen de waterlanders. De lege plek, waar zijn bakje altijd staat, slaat me in mijn gezicht. En dat blijft dagen zo.
Ferguut zelf is overigens helemaal OK aan de andere kant. Hij is verenigd met zijn vriendinnetje Snuitje en zijn grote hondenvriend Ysbrandt. ‘Ik kan alles weer, vrouw, kijk!’ miauwt hij enthousiast in mijn geestesoor. En jawel. Ik zie het voor me. Hij rent weer tegen muren op. Hij springt weer in de rondte. Hoort alles. Ziet alles. Hij is weer helemaal de oude.
Ik ben blij voor hem. En godvergeten dankbaar, dat hij gewoon van ouderdom is gestorven. In mijn armen. En niet ergens eenzaam, alleen en vergeten in een sloot of bosje.
Want dat had heel goed gekund in zijn geval. Hij heeft zijn aantal beschikbare kattenlevens enorm opgerekt. Elk jaar was hij wel een periode zoek. Meermalen is hij zwaar toegetakeld thuisgekomen. Het afgelopen voorjaar heb ik hem nog door diverse abcessen gesleept, na een gevecht met een half wilde kat.
Hij ging werkelijk overal naar binnen en kwam daardoor om de haverklap in de problemen. De keren, dat hij ergens opgesloten heeft gezeten en weken later stinkend naar schimmelig schuurtje weer opdook zijn ontelbaar.
Het was ook een zeer cultureel ontwikkelde kat. Hij kende de Schouwburg op zijn duimpje. Regelmatig stond hij er op het toneel. Ook in het museum om de hoek heeft hij vele, vele maanden doorgebracht alles bij elkaar.
‘Je had hem geen passender naam kunnen geven, Heks,’ murmel ik in mezelf, denkend aan al zijn avonturen. Ferguut is de middelnederlandse Parcival. De boerenridder. Die zo graag wilde toetreden tot het hof van koning Arthur. Hij wilde horen bij de Ridders van de Ronde Tafel.
Het is de middelnederlandse lievelingsroman van Heks. Tijdens mijn studie heb ik zelfs een jaartje in de Ferguutstraat in Amsterdam gewoond. Tot mijn grote vreugde. Het is een verrukkelijk verhaal over een hilarische boerenpummel behorend tot de lage landadel, die ambities krijgt om ridder te worden. En over hoe hij dat voor elkaar krijgt.
Ferguut wordt op een Queeste gestuurd. Op zijn eerste pitstop op een kasteel wordt een schone jonkvrouw verliefd op hem, ze slipt ’s nachts schaars gekleed zijn slaapverblijf in, maar hij is te druk met zijn eigen sores en bonjourt haar zo zijn slaapkamer weer uit. De botte boer.
Nadat hij klaar is met zijn Queeste komt het alsnog goed met zijn lief Galiëne…….
Mijn Ferguut kwam hier bijna 19 jaar geleden wonen. Na anderhalf jaar was hij niet meer te houden hier in mijn heksenhuis. Hij sprong van het dak en rende door de buurt. Op een dag verdween hij wekenlang. Net toen Heks een maand in een klooster zat. Degene, die op mijn huis paste raakte helemaal in paniek!
Deze sprong naar vrijheid was het begin van een hele reeks avonturen. Mijn monster verdween standaard een aantal weken in de lente. Als de hormonen begonnen te kriebelen. Hij was weliswaar geholpen, maar dat had weinig effect op zijn uithuizigheid.
Elke avond ging hij mee de hond uitlaten. Hij sloofde zich dan geweldig uit voor Ysbrandt. Links en rechts sprong hij op muurtjes of klom in bomen. ‘Dat kun jij niet, he,’ jouwde hij dan naar mijn verbaasde hondje. Nee, dat kon Yssie niet.
Heks zag hem met enige regelmaat recht tegen de witte muur in de binnentuintjes oplopen. Een bizar gezicht. Het bakbeest was 1 grote zwarte spierbal. 7 kilo spier schoon aan de haak.
Heks kon maar moeilijk wennen aan zijn uithuizige karakter. Dit met name, omdat hij zo vaak in de problemen kwam. Ik maakte me dan ook met enige regelmaat heel veel zorgen over mijn panter.
Tijdens zijn Queeste, gefotografeerd door zijn redder Katman
Pakweg 12 jaar geleden, het was een strenge winter met sneeuw van november tot maart, verdween hij helemaal van het toneel. Ik kon hem nergens meer vinden. Overal hing ik posters op. Alle organisaties waren ingeseind. Elk huis in een straal van een halve kilometer kreeg een flyer in die bus. Maar het leverde niks op.
Nou ja, het leverde wel iets op, zelfs iets heel leuks: Een nieuwe vriendschap met een studente, Joy, die in een groot studentenhuis aan de Oude Vest woonde. Daar was de panter kind aan huis. Joy ging me helpen zoeken. Een paar maanden later werd Pippi zwanger van de boskat en mijn nieuwe vriendin kreeg haar eerste eigen huisje. En een kitten cadeau van Heks.
‘Weet je nog, dat ik je ging helpen zoeken?’ zegt Joy op mijn nieuwjaarsborreltje. Ze is intussen in gezelschap van man en drie kids! We hebben het uitgebreid over Ferguut en zijn avonturen…. Niet wetend, dat hij nog maar een dag te leven heeft.
Bijna een half jaar was Ferguut nergens te bekennen. Heks had zich al min of meer neergelegd bij het feit, dat hij nooit meer terug zou komen. Maar op een goede dag werd ik gebeld door het asiel in Hoorn, Noord Holland. ‘Uw kat Ferguut zit hier. U kunt hem morgen komen halen….’
De panter was bij iemand aan komen lopen in het dorpje Nibbixwoud. Goddank heeft de vinder de moeite genomen om te checken of mijn monster gechipt was……. Anders had ik hem nooit terug gekregen!
Mijn boerenridder was dus gewoon op Queeste. Zoals een goed ridder betaamt. Het hoort er nu eenmaal bij als ridder, je ontkomt er niet aan. ‘Hij zit hier tegenover in de Ridderzaal,’ zegt de dame van het asiel, als ik een dag later aan de balie sta. Heks kijkt verbluft. De Ridderzaal? ‘Ja, die hebben we cadeau gekregen van de familie Ridder,’ kletskoust de dame vrolijk verder. Krijg nou wat.
Maar ook na zijn Queeste was het niet gedaan met de avonturen. Een paar jaar geleden is hij nog een hele tijd verdwenen. Bleek hij in Oegstgeest te zitten. Bij een fietsenmaker.
Oh, wat kon ik er nijdig om worden. ‘Hou nou eens op met die gekkigheid. Je bent al hartstikke oud. Een beetje normale kat ligt chronisch in de vensterband te luieren. Maar jij moet weer zo nodig op stap….’
Anderhalf jaar geleden kreeg hij last van nierfalen. De dierenarts sprak al van inslapen, maar mijn bakbeest knapte helemaal op. Hij werd wel veel magerder door verlies van spiermassa. Maar hij ging weer lekker de hort op. Hij sprong niet meer van het dak, maar verliet het pand vanaf nu via de trap en de voordeur.
Vorig voorjaar was het bijna gedaan met Ferguut. Een paar afschuwelijke abcessen deden hem zo goed als de das om. Wekenlang was hij van de kaart. Heks spoelde de abcessen uit en zag haar mannetje achteruit gaan. Op een gegeven moment was hij zo beroerd, dat ik dacht dat het nu echt gedaan was met hem. Maar hij knapte weer op. Stond weer bij de voordeur te schreeuwen, dat hij naar buiten wilde.
‘Jij gaat niet meer de straat op, malloot. Er loopt een halve wilde kat door de buurt en die slaat alle buurtkatten in elkaar. Jij hebt al een beurt gehad. Je mag vanaf nu alleen nog maar in de binnentuintjes….’
En zo geschiedde. Elke ochtend liep hij mee naar buiten, als ik de hondjes ging uitlaten. Heks opende de deur naar de binnentuintjes voor hem. Ferguut struinde vervolgens lekker rond. Loerde naar vogeltjes. Joeg de kat van een buurvrouw naar binnen. Kroop een paar uur onder een struik. Ging vervolgens bij een andere buurvrouw op de bank zitten. Liet zich uren achter zijn oortjes kriebelen door haar zoon, die zijn huiswerk zat te maken. Tot ik een appje kreeg, dat hij naar huis wilde. En dan haalde ik hem weer op.
Toen het kouder werd wilde hij niet meer naar buiten. De laatste paar keer was hij in no time weer terug. Ik besloot hem dan maar binnen te houden. Hij heeft slechts de laatste twee maanden lekker liggen luibakken. En dat beviel hem maar matig.
‘Vind je het nog een beetje leuk, schat,’ vraag ik hem tussen kerst en Oud en Nieuw, ‘Is het nog een beetje te doen voor je?’ Ik weet dat het einde nadert. Ik hou hem nauwlettend in de gaten. Hij eet en drinkt nog goed. Hij knuffelt de hele dag en slaapt stijf tegen me aan.
Achteraf was het feit, dat ik met de feestdagen gestrekt lag, een ware zegen. Ik was zo beroerd, dat alle beesten uit de slaapkamer waren verbannen. Behalve mijn panter. Hij heeft die hele periode lekker tegen me aan gelegen. Alle aandacht gehad. Goddank.
Hij heeft een prachtig leven gehad. Hij is in mijn armen gestorven. Hij is aan gene zijde met zijn vrienden. Het gaat goed met hem! Wat wil je nog meer?
Het is goed zo.
Ik mis hem.
Dank je wel Ferguut de Ruwaert voor alle mooie jaren saampjes. Je woont in mijn hart.
Hij heeft me geïnspireerd tot allerlei tekeningen en verhalen. Tot slot dan nog een bloemlezing van zijn vele avonturen. Gek genoeg wist ik het altijd direct, als hij in de problemen kwam. We hadden een heel sterk lijntje uit liggen…..
Een Ruwaard (ook wel ruwaert) was een middeleeuwse titel in de Lage Landen voor een plaatsvervanger of landvoogd, een hoge functionaris die het gezag van een heer of vorst vertegenwoordigde, zoals de bekende Ruwaard van Holland, die een soort gouverneur was en vaak namens de graaf van Holland bestuurde, een rol die later door de Staten van Holland werd overgenomen, zoals in de context van Holland.
Betekenis: Het woord komt van het Middelnederlandse “ruwaert”, een afgeleide van het Oudfranse “rewart“, wat “opziener” of “toezichthouder” betekent.
Functie: De ruwaard had uitvoerende en bestuurlijke macht en trad op als de hoogste vertegenwoordiger van de landsheer in een gebied, vergelijkbaar met een regent of landvoogd.
Historisch Voorbeeld: Een van de bekendste was de Ruwaard van Holland, een positie die in de 15e eeuw belangrijk was, en later (tijdelijk) weer in gebruik kwam door bijvoorbeeld Willem van Oranje.
Gelukkig nieuwjaar! Dat het maar een vriendelijke en verbindend jaar mag worden. Waarbij onze overwegend psychopathische wereldleiders massaal met pensioen gaan. Of gezien hun leeftijd dan eindelijk eens vertrekken naar de eeuwige jachtvelden.
Hoe dan ook: Vrede op aarde. En opzouten met al dat gelieg en al die agressie. Laten we elkaar iets gunnen. Heb het goed met elkaar!!!!!!
De afgelopen week ben ik veel buiten met de woefies. Heerlijk spelen in de sneeuw! Heks ploegt met haar scootmobiel door de bevroren hobbels en bobbels, geen probleem.
De hondjes zijn door het dolle. VikThor neemt steeds een klein hapje sneeuw. Jammie, jammie. Ook doet hij plasjes tegen alle sneeuwpoppen, die we onderweg tegenkomen.
En Freya schreeuwt het hele bos bij elkaar uit puur enthousiasme.
Morgen nog meer sneeuw en narigheid. Maar Heks geniet. Ik heb blijkbaar nog steeds elfstedenbloed………..
‘Wat een laag stof ligt er op mijn altaar,’ moppert Heks pakweg anderhalve week geleden. Het is zo. Mijn drukbevolkte altaar ligt er duf een grijzig bij. Niet fijn om kaarsjes op te branden. Heks pakt een stapel swifferdoekjes en een emmer sop. Verwoed begin ik de boel te reinigen.
Als ik klaar ben ga ik met de hondjes naar het bos. We spenderen een heerlijk klein uurtje. Heks gooit balletjes en mijn woefers springen bommetjes de sloot in. VikThor met een grote boog en Freya met een snoekduik.
Op mijn gemakje rijd ik naar de uitgang van het park. Net als ik de hondjes wil aanlijnen gaat mijn telefoon. Ik haal em tevoorschijn. Anoniem nummer. ‘Met Heks,’ tegen mijn gewoonte in pak ik aan. Meestal laat ik de anoniemen gewoon lekker in hun sop gaar rinkelen daar in hun niemandsland. Zo niet vandaag.
‘Met de politie,’ klinkt het paniekerig, ‘Is dit mevrouw Toverheks?’ Verbaasd geef ik toe, dat ik mezelf ben. ‘Ja, we staan hier bij uw huis, de hele buurt is uitgelopen, want uw brandalarm staat te loeien,’ begint de agente haar verhaal. Huh? Brandalarm? Mijn katten! Heks schrikt zich een hoedje.
Dan realiseer ik me, dat het komt door de wierook op mijn brandschone altaar. Voor ik weg ging heb ik ter afsluiting van mijn schoonmaakactie een flinke schep van dat spulletje aangestoken. En niet zo’n mild huis-tuin-en-keukenstokje. Nee, het echte spul.
Dat wil zeggen: Korrelwierook. Pure hars op een stukje gloeiende houtskool. Grote wolken wierookwalm drijven dan door mijn woning. Even niet gedacht aan het brandalarm. Dat hopeloze geval, dat overreageert op elke vorm van luchtvervuiling in mijn heksenhuisje. Het gaat bij wijze van spreke al af, als ik een ei bak…..
‘Dus,’ vervolgt de agente, ‘De brandweer wil nu uw deur inbeuken…..’ Mijn kop draait overuren. ‘Nee,’ roept Heks, ‘Het komt door wierook, ik heb wat aangestoken, voordat ik de deur uit ging. Mijn brandalarm reageert op werkelijk alles, er is echt geen brand.’
De agente gelooft me niet. ‘Waar bent u?’ klinkt het streng. ‘Ik ben met 7 minuten thuis,’ roep ik verhit in de hoorn. Nu niet mijn deur gaan inbeuken, op een suffe vrijdagmiddag. Heks moet er niet aan denken.
De agente klinkt wat teleurgesteld. Een beetje deuren inrammen is natuurlijk best geinig, als het niet je eigen huis betreft. ‘Dus u bent hier over 5 minuten?’
Heks geeft plankgas. VikThor zit op de bok en Freya draaft naast de scootmobiel. Met haar tong hangend uit haar kleine bekkie. Ik rijd zo hard als ik kan, maar helaas gaat het ding hooguit 16 kilometer per uur.
Als ik thuis kom is de hele heisa alweer over. Geen brandweer te bekennen. Buurtbewoners zijn teleurgesteld afgedropen. De politie is ook pleite.
Als ik mijn huis binnenkom hangt er een vage geur van wierook. De meeste rook is al door het open keukenraam weggewaaid. Ik zet het alarm uit en zet de overige ramen en deuren open.
Wat een spanning en sensatie toch weer om niets.
Heks dankt de Godin op haar blote knietjes, dat ze het anonieme telefoontje gewoon heeft aangepakt. Ik had toch raar opgekeken van een huis vol brandweermannen. Met een kapotte voordeur.
‘Stel je voor, dat ze mijn altaar hadden geblust…’ Heks ziet het voor zich. Een paar uit de kluiten gewassen kerels in volledige uitrusting, die met hun giga slangen mijn altaar te lijf gaan. Met gevaar voor eigen leven.
Want ja, laten we wel zijn: Mijn altaartje bezit onvoorziene krachten. Dit magische plekje kun je niet ongestraft gaan staan blussen. Die brandweerlieden mogen wel blij zijn, dat ze met de schrik vrij zijn gekomen.
Het kooltje gloeit nog steeds. Liggend op een speciaal vuurvast bakje met zand en stenen. Snel leg ik er nog wat wierook op. En een stukje Santo Paulo. Die heerlijke geurige houtsoort.
Een sliertje rook kringelt omhoog. Het verdrijft de schrik en sensatie. Alle negatieve connotatie. Het weekend kan beginnen…….
Zondag rustdag. Het is heerlijk weer. Warm zelfs. Heks rijdt een grote ronde met de hondjes. In de bocht bij de molen langs het Joppe stop ik. Door de verbreding in de waterweg is dit een prima plekje om te zwemmen, ondanks de file sloepjes, die de stad uit trekt. De hondjes springen bommetjes het water in en jagen eindeloos achter hun balletjes. Heks maakt een praatje met een man, die daar toevallig op een bankje zit.
‘Vroeger, ik heb het over 50 jaar geleden, mochten ze hier niet varen,’ vertelt de man, ‘Ik weet dat goed, want ik had een speedboot en deed aan waterskiën….’ Het is een krasse baas. ‘Drie jaar geleden ben ik ermee opgehouden….’ verzucht hij vervolgens. Hij vindt het nog steeds jammer.
Heks leeft met hem mee. Ikzelf vrees, dat een simpel molentochtje schaatsen er niet meer in zit voor me. Afgelopen winter heb ik mijn 11-steden-lidmaatschap opgezegd. Met pijn in mijn hart. Had ik natuurlijk jaren geleden al moeten doen……
Een lelijk bootje gevuld met een gevulde familie komt aanvaren. Een man met een lijf als een vleesgeworden regenton staat aan het roer. Hij kijkt Heks strak aan en begint op zijn voorhoofd te kloppen. Zie ik het nu goed? Opnieuw de doordringende blik van de regenton en het geklop op zijn voorhoofd.
‘Staat die man nu naar zijn hoofd te wijzen?’ informeer ik bij de waterskiër naast me. ‘Ja,’ beaamt hij mijn waarnemingen, ‘Ik zag het ook.’ Intussen staat de regenton gevaarlijk omgedraaid in zijn wankele bootje opnieuw op zijn voorhoofd te kloppen richting Heks. Ik heb de man nog nooit eerder gezien. In een reflex klop ook ik op mijn voorhoofd. Steek die maar in je zak.
Toch ben ik nijdig als ik doorrijd. Ik krijg de neiging om naar een brug verderop te racen en een weliswaar schoon hondenpoepzakje gevuld met water over de man heen te kieperen, zodra hij er onderdoor vaart. Wat denkt die eikel wel niet? En vooral: Waar gaat dit over?
Zondag rustdag. Heks is duf. Gisteren was het Pride in Leiden en dat heb ik gevierd. Homeopatische versie uiteraard, dus half uurtje in mijn knalroze overall rolstoeldansen aan de gracht en daarna een hapje en een drankje met vriendin. Om half tien lig ik alweer plat.
Vriendin vertelt me tijdens de borrel doodleuk, dat ze jaren geleden ongevaccineerd bij me in de auto is gestapt. Midden in de Coronacrisis. Toen Heks zich verre hield van iedereen.
Vanwege haar werk in het ziekenhuis tussen de Coronapatiënten was ze verplicht zich te laten vaccineren. Ze was ook als eerste aan de beurt natuurlijk. Maar dat wilde ze niet. Ze heeft daar destijds een stevig conflict over gehad met haar werkgever, zegt ze langs haar neus weg.
Volgens haar zijn al die doden gevallen juist door de vaccinaties. ‘Ze hebben die vaccins zomaar op de markt gebracht indertijd, ze waren nauwelijks getest,’ Daar heeft ze wel een punt, ‘Mensen krijgen hartklachten van die vaccins! Wetenschappelijk bewezen!’ roept ze triomfantelijk. Het is inderdaad een zeldzame bijwerking van sommige vaccins.
‘Het is gewoon griep, Heks,’ roept ze tot slot. ‘Wappie, wappie, wappie’ fluit het in mijn oren. Dit zijn de verhalen, die Heks niet meer wil horen.
Ik heb die hele discussie jaren geleden achter me gelaten. Mijn ene koor is hierdoor gehalveerd. En nooit meer op peil gekomen. Alleen de ouwe getrouwen zijn gebleven, nadat onze geliefde en voortreffelijke dirigent van je wieppie, woeppie, wappie riep. Zong op bijeenkomsten. Besprak in de media.
Mijn andere koor is door deze ontwikkelingen, overlopende leden, indertijd enorm gegroeid. Daar is nu een ledenstop. De dirigent hier nam de pandemie wel serieus en dat maakte het voortbestaan van dit koor zoveel gemakkelijker.
Heks heeft na de crisis besloten om dit verhaal af te sluiten. Verschil van mening is prima. Het houdt ons scherp. Iedereen mag bepalen of hij of zij een vaccin in zijn lijf wil laten spuiten. Het is nog altijd jouw lichaam. Maar ongevaccineerde mensen hield ik indertijd flink op afstand.
Ik was blij met de maatregelen om verspreiding te vertragen. Ik weet niet wat er was gebeurd, als ik in die eerste periode ziek was geworden. Waarschijnlijk zou het einde verhaal zijn geweest wat betreft mijn zelfstandige leventje met een ziekte. Ik had destijds visioenen van een bedlegerige heks in een verpleeghuis met sondevoeding. Een plek waar ME patiënten ook zonder Covid door te maken wel terecht komen.
Heks is overgevaccineerd. Ik heb me helemaal vol laten spuiten met de diverse vaccins. Na anderhalf jaar in mijn eentje achter de geraniums was ik ongelofelijk dankbaar voor dat spulletje in mijn lijf. Het betekende vrijheid. Ik kan me nu eenmaal niet opnieuw een virus permitteren, waar mijn lichaam geen antwoord op heeft. Ik ben nog steeds niet hersteld van een Pfeiffer, opgelopen toen ik pakweg 25 jaar oud was……
Uiteindelijk heb ook ik een keertje Corona gekregen. Nadat ik de nodige vaccins in mijn systeem had. Ik zwijnde er zonder al teveel complicaties doorheen. Ik kwam niet op de IC of in een verpleegtehuis terecht en kan nog steeds zelfstandig wonen en voor mijn dierentuin zorgen. Hoera.
‘Ja, maar Heks, mensen werden juist ziek van die vaccins. Echt waar. Er zijn heel veel mensen dood gegaan door de vaccinaties. Of ze hebben er ernstige klachten aan overgehouden….’ Mijn vriendin is ervan overtuigd. Ze beweert vervolgens, dat een dierbare van haar met COPD is gestorven door de prik, ‘Ja, ze had Corona opgelopen, maar doordat ze eerder gevaccineerd was is ze toen dood gegaan…’
Heks wordt een beetje draaierig. We zitten gezellig met een glaasje rosé te klessebessen en opeens ligt dit op tafel.
‘Luister, of jij je wel of niet laat vaccineren is helemaal aan jou. Maar gezien je werkzaamheden en gezien het feit, dat ik heel lang in totale zelfisolatie heb gezeten uit angst een virus op te lopen, waar ik gemakkelijk aan dood zou kunnen gaan met mijn defecte immuunsysteem, vind ik het onacceptabel, wat je hebt gedaan. Keihard liegen hierover….’
‘Ik had niet eens een keus. Jij bepaalt op zo’n moment voor mij met jouw ideeën…. ,’ Heks stottert ervan, ‘Ik vind het echt een klotestreek.’
‘Ja maar Heks, anders hadden we elkaar niet kunnen zien,’ verdedigt ze de actie. Meuh.
Heks zag helemaal niemand toen. Wat maakt haar zo bijzonder om mijn leven in de waagschaal te stellen?
Pas later realiseer ik me, dat het bewuste ritje in de auto was om haar uit de brand te helpen bij de begrafenis van die geliefde persoon, die was overleden aan het vaccin. Of Corona. Of COPD in combinatie met het virus. Of in combinatie met het vaccin. Daar zijn de meningen over verdeeld.
Ze had aan het sterfbed gezeten en de hand vast gehouden van die persoon. Die dus Covid had. Een paar dagen later zat ze in mijn auto.
Zit ik jaren na dato weer in die hopeloze materie verwikkeld.
Bij het afscheid zeg ik haar nogmaals, dat ik met name het gelieg niet trek. ‘Maar ik ben nu toch eerlijk?’ is haar reactie. Ja, spuit elf, daar heb ik wat aan.
Net of een geliefde vreemd is gegaan met een sexwerker, zonderenige protectie, en het na jaren opbiecht en dan roept: ‘Ik ben nu toch eerlijk?’ Ja, je bent nu eerlijk. Alsof dat de zaak goed gaat doen.
Het gaat om vertrouwen. Mijn vertrouwen is beschaamd. En om respect. Liefde en respect is hetzelfde. Het is gewoon een liefdeloze egocentrische actie geweest.
Mijn gesprekspartner ziet het probleem niet. Voor haar is het allemaal onzin. Covid was niet echt iets om je druk over te maken, toch…..? ‘Ik heb het zo vaak gehad, ik kan het niet meer overdragen…’ is haar mening. Zucht.
Ze is nooit ziek. Zo lang als ik haar ken, ruim 20 jaar, nog geen griepje of verkoudheid. Ze kan wie weet welk virus bij zich dragen zonder symptomen. Maar ze kan het dan evenzogoed overdragen natuurlijk. Haar beweringen slaan nergens op.
Heks kent een flink aantal mensen met Long Covid intussen. Voorwaar geen pretje. Een aantal van hen heeft het het afgelopen jaar opgelopen. Ernstige vermoeidheid en bizarre longklachten zijn hun deel.
Ik ken zelfs iemand, die voordat hij het kreeg een echte raswappie was. Ik hoor hem nog oreren tijdens een vergadering met mijn koor vol bejaarde mensen, toen er werd gesproken over dingen als testen, vaccinaties, mondkapjes en afstand houden. ‘Mijn rechten, mijn rechten…’ riep hij verontwaardigd. En nu is hij dus ook de sigaar.
Hij houdt me soms staande in een park. Zijn leven is helemaal veranderd door de aandoening. Van de kerngezonde kerel, die nooit iets mankeerde, is niets meer over. De man tapt nu uit een geheel ander vaatje…. Hij is de wanhoop nabij.
Tijdens mijn wandeling vandaag bel ik Kras. Ik vertel haar over het gelieg van mijn vriendin. ‘Om misselijk van te worden, Heks,’ reageert ze. Ter plekke besluit ik dat het nu klaar is met die vriendschap. Het is niet de eerste keer, dat die vrouw me een streek levert. Maar wel de allerlaatste.
Ik blokkeer haar ter plekke. Het is mooi geweest.
Die ellendige ziekte bepaalt gelukkig ons leven niet meer. Maar het gevaar is nog niet geweken. Ik ga me weer lekker laten vaccineren binnenkort…
‘Hoe is het toch mogelijk, dat iemand daar in stinkt,’ we hebben het allemaal wel eens gezegd of op zijn minst gedacht, als een goedmoedige vriend of vriendin zijn of haar foute geliefde voor de zoveelste keer opnieuw een kans geeft.
‘Maar hij/zij is echt veranderd,’ blaten ze dan enthousiast. ‘Het gaat zo goed nu, we zijn zo gelukkig,’ glunderen ze tijdens de wittebroodsweken, standaard volgend op het meest verschrikkelijke gedrag denkbaar. Gedrag dat snel vergeten en vergeven dient te worden. Want ja, de persoon is echt veranderd nu.
ondersteek
Veranderen is moeilijk. De meesten van ons bakken er niets van. We veranderen zo’n beetje en vallen terug in onze oude groef. En dat zijn dan nog de mensen, die gemotiveerd zijn om uit een ander vaatje te tappen.
Kun je nagaan hoe het werkt bij de gemiddelde narcist of psychopaat. Met hen is niks mis. Het ligt aan anderen. Dus zijn ze niet gemotiveerd om te veranderen, want waarom zouden ze ook? Omdat ze anderen kwetsen? Nou en? Moeten die medemensen maar niet zulke slappe watjes zijn.
Maar goed, ik ging het hebben over populisten.
pispot uit de 14e eeuw
Toen ik aan het begin van de zomer op het koor hoorde dat het blablabinet gevallen was, dacht ik direct: Nou, Gare Geert zal wel hebben gezien, dat hij het nog steeds goed doet in de peilingen. Hij ziet mogelijkheden. De stekker uit dit kabinet trekken zal hem vast geen windeieren leggen. Anders had hij er nooit de brui aan gegeven.
‘Nee, Heks,’ de Grote Vriendelijke Reus weerlegt dit inzicht, ‘Hij zag, dat hij aan het dalen was in de peilingen, dus hij kan beter niet te lang wachten met nieuwe verkiezingen….’
Populisten geven ook altijd de schuld van hun falen aan anderen. Zo is Geert natuurlijk ontzettend tegengewerkt. Zo oneerlijk. Al zijn initiatieven om de democratie om zeep te helpen hebben het niet gehaald. En dat lag niet aan het feit dat ze bijvoorbeeld ongrondwettelijk waren. Nee, het lag aan zijn opponenten.
Maar goed, Heks volgt alle politieke onzin al een tijdje niet meer. Ik mijd elk bericht over die gek in de Verenigde Staten bijvoorbeeld. Ik zap weg, zodra zijn ongelikte berenkop opduikt in een televisieprogramma. Ik gooi kranten ongelezen in de kattenbak. Alles wat aandacht krijgt groeit. Dus: Geen heksige aandacht voor deze overrijpe knaloranje rotte mispel.
‘Waarom stem jij niet op de PVV? Potjandorie,’ roept de zoon van mijn zangmaatje verontwaardigd, pakweg anderhalf jaar geleden, ‘Leg mij dat nu eens uit!’ Met drie reuzenstappen staat hij vlak voor mijn neus.
Heks laat zich niet intimideren. ‘Jij mag stemmen op wie jij wilt en ik mag stemmen op wie ik wil in onze nog immer bestaande democratie. En ik stem niet op populisten. Nooit. Die types roepen wat je wilt horen en maken nooit iets waar….
Een tijdje geleden kijk ik met de Grote Vriendelijke Reus naar de film ‘Ocean’ van David Attenbourough. Deze kwieke 99 jarige heeft een prachtig pleidooi afgeleverd om zorgvuldiger om te gaan met onze oceanen. Veel zorgvuldiger.
We staat echt te kijken van het gegeven, dat de oceanen heel veel stikstof opnemen, veel meer dan tropische regenwouden, en zodoende helpen het opwarmen van de aarde tegen te gaan. Dus hoe dom is het om met drijvende visfabrieken de levende bodem om te ploegen en leeg te harken? De huidige manier van vissen. Efficiënt als het gaat om zoveel mogelijk vis binnen te halen. Maar dodelijk voor alles wat leeft op die bodem.
En een dode bodem neemt geen stikstof meer op.
Gelukkig zijn er intussen ook initiatieven om het leven in de oceanen te herstellen. We krijgen nog wat hoopvolle berichten na alle ellendige beelden. Maar het blijft raar, dat er nog steeds met sleepnetten wordt gevist. Door hele grote bedrijven. Waarvan sommige afkomstig uit ons miezenmuizige kikkerlandje…….
En wij hier maar de mond volhebben over klimaatmaatregelen. Over doelstellingen, die moeten worden gehaald. Melkveeteeld op de schop, heel veel gedoe daarover, maar ondertussen harken we nog steeds vrolijk mee daar diep in de zee.
Heks wordt oud. ‘Vroeger was alles beter’ ligt me in de mond bestorven. Toen Nederland nog niet zo’n rechts kutland was. Maar ja, in de Gouden Eeuw was het al niet anders. Ook toen maakte een kleine elite de dienst uit. Zij verdienden gouden bergen over de ruggen van het gemene volk hier ter lande en allerlei inheemsen in de koloniën.
Hebzucht. Die in ons calvinistische landje welig tierende hoofdzonde. Die eigenschap, die handen in harken verandert.
Heks zie dezelfde tendenzen in haar eigen clan. Op microniveau. Hark, hark, hark. Lieg, lieg, lieg. Maak iemand zondebok. Verdraai de waarheid, verdeel en heers. Verneder je opponenten. Door een ander naar beneden te trappen, ga jezelf omhoog.
Gooi desnoods drugs in iemands drankje, om iemand echt te kleineren. Altijd vermakelijk op een feestje. Als iemand op handen en voeten door de keuken kruipt en zijn hoofd snuivend in het kruis van de aanwezige vrouwen stopt. Of als iemand spiernaakt over het parkeerterrein rent. Iemand die normaal gesproken krankzinnig goed tegen drank kan…….
Ook grappig als iemand bijna met haar hoofd in de open haard belandt. In een poging op te staan. Na het drinken van een drankje. Hahaha. Dat is nu echt humor.
nog een pispot uit de oude doos, lijkt me meer iets voor een man.
Het is al heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om in mijn eigen leven het tij te keren. Met foute types is nu eenmaal niets te beginnen. Zo wijs ben ik intussen wel geworden. Een narcist zal nooit veranderen. Dat is onderdeel van hun pathologie.
Je kunt hen maar het beste uit de weg gaan.
Populisten zijn als foute mannen en vrouwen. Ze beloven koeien met gouden horens, gouden bergen, ze zeggen wat je wilt horen…… De wittebroodsweken zijn waanzinnig, want dan doen ze enorm hun best. Maar zodra die voorbij zijn is het uit met de pret. Dan laten ze hun ware gezicht zien. Kijk maar naar die kleuter in de VS. Geen fraai smoelwerk.
‘Die Faber is toch zo’n ongelofelijke boerentrien,’ verzuchtte mijn thuiszorg een tijdje geleden, toen we nog dagelijks met die vrouw te maken hadden, ‘Ongelofelijk wat dat mens af en toe uitslaat,’ vervolgt hij. ‘En ze maakt werkelijk helemaal niets waar!’
Typisch populistengedrag. Daar moeten we toch vanaf met zijn allen!
Heks pleit voor ouderwetse degelijke politiek. Grondwettelijk, die grondwet is er niet voor niks. En iedereen moet ook gewoon gaan stemmen, want stemrecht is een verworvenheid. Wij dames hebben er behoorlijk ons best voor moeten doen.
Heks pleit ook voor idealen in de politiek. We mogen best een beetje ons best doen met zijn allen om de wereld leefbaar te maken. Ook voor mensen, die het minder getroffen hebben dan de elite. Met hun opgespoten lippen en dikke tieten.
Heks zou ook willen voorstellen om politici een verbod op sociale media te geven. Zodat ze niet de hele dag bezig gaan met selfies maken en stomme berichtjes de wereld in sturen. Of creepy filmpjes uploaden op TIkTok.
Oh ja, een cursus tact likt me ook niet te versmaden. Nu ik toch bezig ben. En een persoonlijkheidstest voordat je je in de politieke arena begeeft. Om zodoende te voorkomen, dat de politiek vergeven raakt van de narcisten en psychopaten. Hetgeen nu wel het geval is. Elke populist is per definitie een narcist. En dat moeten we niet langer willen met zijn allen.
Overeenkomsten foute mannen/vrouwen en populisten:
Controlerend gedrag (Vraag maar aan leden van de PVV, Geert duldt geen tegenspraak, hij heeft alle touwtjes in handen) , gebrek aan respect, manipulatie, een gebrek aan emotionele beschikbaarheid (Faber ten voeten uit), negeren van grenzen, behalve als het gaat om mensen het land uit te zetten. Dan zijn er opeens weer grenzen in beeld. Slechte communicatie, liegen, gebrek aan interesse, oneerlijkheid over intenties (Ze zeggen wat je wilt horen, maar maken niks waar) en ga zo maar door.
En waarom stemmen we dan op die populistische liegbeesten? Omdat ze ons doen denken aan wat we kennen. De foute mannen en vrouwen in ons eigen lullige leventje. De narcisten en psychopaten waar we door zijn opgevoed. Of mee zijn getrouwd…..
Wat ons aantrekt is het gebrek van de politicus. Zijn opgeblazen ego. Want dat herkennen we. We denken dat we in de politiek geluk en welzijn voor allen zoeken, maar waar we in werkelijkheid op uit zijn, is vertrouwdheid. Hetzelfde bekende liedje. Dus liever een idiote populist, met een debiel kapsel en een ego als een gymzaal, die maar wat bazelt in jouw straatje dan een werkelijk wijs persoon? Het lijkt er op.
Heks kent iemand, die heel spiritueel is. Vindt ze zelf. Ze doet geweldig spirituele uitspraken en kijkt daarbij een beetje geheimzinnig. Alsof ze wel weet, dat het je eigenlijk boven de pet gaat.
Ze ziet altijd de positieve kant van jouw shit. En smeert dat ook lekker breed uit in je gezicht.
Heks is al vaak gekwetst door die vrouw. En naar ik heb vernomen ben ik niet de enige. Maar de dame in kwestie heeft daar geen idee van. Ze denkt je werkelijk een dienst te bewijzen met haar vreemde positief gemelijke uitspraken. Gedaan met een ietwat plechtig stemgeluid. Ze trekt hierbij haar meest interessante gezicht.
Zo kwam ik ooit bovendrijven uit een onverkwikkelijke kluwen operaties. De tweede had me bijna het leven gekost. De derde was in feite levensreddend. Maar liefst 3,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gezogen. Je hebt maar 4,5 liter van dat goedje in je lijf en dat hoort niet thuis in je buikholte. Heks had eigenlijk dood moeten zijn.
‘Je hebt er in elk geval een mooi figuurtje aan over gehouden,’ was haar positieve reactie, waarbij ze probeerde niet al te jaloers te kijken. Heks was inderdaad kilo’s afgevallen door de ellende. Ze had dus wel een punt.
Maar vragen hoe het met me ging en of ik een beetje uit de voeten kon met die bijna dood ervaring? Ho maar.
Ze heeft ook wel eens beweerd, dat vrouwen, die hun meisjesfiguur hebben behouden, nooit echt vrouw zijn geworden. Ze keek hierbij extreem spiritueel en geheimzinnig. Alsof ze zich afvroeg of deze simpele Heks de hint zou snappen. Die toverkol met haar meisjesfiguur. Niet verruïneerd door het krijgen van een stel koters.
Die minkukel van een 40 jarig meisje, dat nooit vrouw geworden was.
Ze maakte deze opmerking een paar maanden nadat een medische ingreep het krijgen van kinderen voor mij onmogelijk had gemaakt.
‘Als Heks geen opleiding doet, gaat het niet goed met Heks,’ is haar meest recente meesmuilende rotopmerking aan mijn adres. Ik vertelde haar toen, dat ik in de leer was bij een echte ouderwetse toverkol. Daar moest ze natuurlijk ook eventjes haar plasje overheen doen.
Ze had ook iets kunnen zeggen in de trant van: ‘Wat fijn, dat je ondanks je ziekte toch steeds weer iets onderneemt, om je leven zin te geven….’ Ik noem maar wat. Ook positief overigens. Maar van een geheel andere orde.
Ze is een toxisch positief persoon bij uitstek. Overal ziet ze de zin van in en op alles heeft ze een antwoord. Ze slaat je om de oren met haar ongewenste wijze raad. Ze deelt hier en daar een poeier uit of een flinke steek onder water. Maar altijd positief, positief, positief.
Gelukkig zie ik haar bijna nooit.
Zij is niet de enige met dit probleem. De wereld is vergeven van giftig positivisme. Helaas kom je het heel veel tegen in het alternatieve circuit. De wereld van healers en goeroe’s. Heks is er al regelmatig over gestruikeld.
Spiritueel narcisme, toxisch positivisme. Het tiert welig in de alternatieve kruidentuin. Maar ook regulier word je om de oren geslagen met dit fenomeen. Zo stuit ik onlangs op een blog van iemand met CVS, die het traject cognitieve therapie aan het volgen is. Kots en braak.
Zij moet aan de slag met helpende gedachten. Zoals: ‘ik ben sterker dan mijn vermoeidheid en het gaat de goede kant op, ik kan herstellen.’ De vrouw in kwestie neemt die taak heel serieus. Maar het helpt natuurlijk geen bal. Dat had ik haar van tevoren wel kunnen vertellen.
Heks is in het verleden doodgegooid met deze vorm van therapie. De eerste opmerking van een behandelaar was destijds: ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ Huh? Negatief denken bijvoorbeeld?
Het is een gruwelijke therapievorm. De enige, die er profijt van hebben zijn de behandelaars. Die strijken er een flink geldbedrag mee op. Hop!
Ook in het alternatieve circuit kom je dit gedachtengoed tegen.
Een alternatief behandelaar van Heks zei altijd, lang geleden, dat ik vooral moest denken, dat ik niet meer ziek was. Ik knapte inderdaad op destijds. Van grotendeels in bed naar weer een beetje werken. Ik had de man hoog zitten, dus ik nam zijn advies heel serieus.
Jarenlang heb ik beweerd niet meer ziek te zijn uit angst, dat ik mezelf ziek zou denken. Ik had nog steeds veel last van mijn aandoening, maar dat hield ik angstvallig verborgen. Totdat ik weer zo ziek werd, dat het niet meer ging. Voelde ik me nog schuldig ook, omdat mijn gedachten blijkbaar niet positief genoeg waren geweest….
Terwijl ik stiekem natuurlijk wel wist, dat de ziekte niet was verbannen. Dagelijks liep ik er nog tegenaan. Ik had gewoon een iets betere periode.
Mijn giftige positieve aanpak destijds had een onaangenaam bijeffect: Het maakte me extreem eenzaam.
Dus ook Heks zelf is niet gespeend gebleven van deze onverkwikkelijke vorm van positiviteit. Bijvoorbeeld overal altijd een mooi verhaal van maken. Dat heb ik gedaan zo lang als ik me kan herinneren. Vaak een goed verhaal met een lach erin.
Toen ik met dit blog begon was ik nog volop in die modus. Ik prees iedereen de hemel in, ook al hadden ze me weet ik wat geflikt. Ik zag overal de zin van in. Gaf aan alles een positieve draai…..
Maar na pakweg anderhalf jaar kwam daar door externe gebeurtenissen opeens de klad in. Het doek viel voor mijn positieve draai. Mijn roze bril viel aan stukken. Een woeste grom gorgelde zich vanuit mijn buik een weg omhoog naar mijn keel.
10 jaar ongebreidelde woede was er nodig om de scheefstand weer een beetje in evenwicht te brengen…..
Heks kent haar donkere kanten. Ik hou van mijn grumpy momenten. Ik ben blij, dat ik een wat reëler beeld van de werkelijkheid heb tegenwoordig.
Het maakt me een beter mens voor mijn medemens. Het maakt me een betere heks. Of lichtwerker, zoals dat in de positivistische hoek wordt genoemd.
Geen lichtwerker zonder donker. Liever een donkere heks met liefdevolle ogen, dan een lichtwerker met ogen van steen.
Ooit raakte ik in gesprek met het Yin Yang teken. De basis voor ons universum. Het goddelijke wil zichzelf leren kennen en trekt zichzelf uit elkaar. De stippen zijn heel belangrijk. Daar ontstaat de beweging. Klinkt lekker bladiebla.
Yin en yang zijn twee tegengestelde maar complementaire krachten uit de Chinese filosofie die in alles in het universum te vinden zijn. Yin staat voor het vrouwelijke, donkere en passieve, terwijl yang voor het mannelijke, lichte en actieve staat. Het bekende symbool, het Taijitu, laat zien dat yin en yang niet zonder elkaar kunnen bestaan, dat ze in elkaar overlopen, en dat er altijd een klein beetje van de één in de ander zit. Balans tussen yin en yang is essentieel voor harmonie in het leven en gezondheid, zoals in de Traditionele Chinese Geneeskunde wordt toegepast.
Vrijdag ben ik bij de Marokkaanse supermarkt. Een geweldige winkel! Ze hebben de duvel en z’n ouwe moer. En alles knettervers en van uitstekende kwaliteit. Je hoort het al: Heks is fan!
Ik koop wat kebabgehakt bij hun drukbezochte slager. Dan ga ik naar de afdeling lekkere smeersels. Terwijl ik mijn mandje vul besluit ik om Momo uit te nodigen op zaterdagavond voor wat van die hapjes en een drankje. Nou ja, veel drankjes. Daar houdt Momo van.
Net als ik haar een app wil sturen krijg ik er eentje van haar. ‘Hoe vind je em?’ staat er onder een foto van een veer. Op een wat? Een hand? Nee, een voet. Een hele rooie voet.
‘Heb ik vandaag laten zetten bij Deus,’ laat ze me weten. Het is haar nieuwe tatoeage. ‘Ziet er goed uit! Echt een plaatje…’ appt Heks terug. Om haar vervolgens uit te nodigen voor de volgende avond. ‘Dan kan ik niet,’ schrijft ze terug. We spreken af op zondag.
Als ik thuis kom van mijn hondenrondje zit ze me op de stoep op te wachten. Ze veel te vroeg. Dit keer ruim een uur. ‘Nee hoor, we hadden om half zes afgesproken, anders val ik van de graat….’ helpt ze me uit de droom. Maar Heks weet het vrijwel zeker. Zo goed als. Half zes is hondenuitlaattijd. Op dat tijdstip spreek ik nooit iets af.
Hoewel…..
Al kwebbelend lopen we naar binnen. ‘Ik ga een heel lekker drankje voor je maken,’ roept Heks, ‘Het heet Pimms.’ Mijn vriendin kijkt me glazig aan. ‘Pimms?’
Pimm’s No. 1 is een gemixt drankje op basis van gin, met sinaasappellikeur en een geheime mix van kruiden en specerijen. Dit zorgt voor een uitzonderlijke smaak. Complexe fruitige tonen van bitterzoete gekarameliseerde sinaasappel, met een frisse afdronk van citrus en kruiden.
‘Ja, zo heet het. Het is een echte Engelse cocktail, die wordt geserveerd bij een High Tea. Niet het soort High Tea, zoals je dat hier in dure restaurants kan doen, met kleine kut-taartjes en ieniemini holle-kies-broodjes. Maar een High Tea, zoals ik die in Engeland en Schotland wel heb meegemaakt. Met de hele familie naar buiten, picknickkleden vol met taarten, sandwiches, salades, fruit, lekkernijen, een verdwaalde pot thee en vooral ook; Alcohol! En dan met name Pimms.’
Ik begin het drankje te bereiden. Momo kijkt verbijsterd toe. ‘Tomaat? Meen je dan nou, Heks, stop je er tomaat en komkommer in?’ Heks knikt en knikkert de groenten in de klaarstaande Hoegaardenglazen. Dan volgt de meloen en de aardbeien. Wat verse munt, bijna vergeten. Een borrelglas Pimms en een borrelglas gin. Aftoppen met sinas.
‘Proost,’ zeggen we tegen elkaar. Voorzichtig neem mijn vriendin een slokje. Haar gezicht klaart op. ‘Mmmmmmm, wat is dat lekker Heks.’
‘Heb je Schollekop nog gevraagd voor het concert?’ informeert Momo. Ze heeft een kaartje in de aanbieding voor UB40 in september. Op het strand van Scheveningen.
Helaas is dat een beetje te hoog gegrepen voor Heks, zo’n concert. Op de heenreis verschiet ik dan al mijn kruit. En dan moet je nog uren staan, hetgeen mijn lijf niet verdraagt. Mensenmassa’s, ook een dingetje. Ik hou er niet van. Om over een terugreis op mijn tandvlees maar te zwijgen……
“Nee, schat, ik kan niemand voor je vinden. Wel jammer van dat kaartje….’
We nippen van ons drankje. Het is een gevaarlijk drankje. Want je merkt niet, dat er alcohol in zit. behalve als je de stukjes groenten en fruit op eet. ‘Het is heerlijk! Die tomaten en komkommer er in smaakt ook heel lekker, had ik niet verwacht,’ verzucht mijn maatje.
‘Je moet er altijd hooguit eentje van drinken,’ grijnst Heks, ‘Want een tweede overleef je niet.’ Nou ja, Momo misschien wel. Maar niet op een zondag, als er de volgende dag gewerkt moet worden.
Momo vertelt over haar avonturen op Dance Valley. Vooral de thuisreis was weer zeer enerverend. Heks ligt dubbel. ‘Dat verhaal doet me denken aan die keer, dat jij naar een voetbalwedstrijd ging met die Marokkaanse vriend….. Toen had je ook zo’n aparte terugreis….’ grinnikt Heks. ‘Goh, dat je dat nog weet!’ giert Momo, ‘Dat is zeker vijftien jaar geleden…’
We halen herinneringen op. Hoe ze met die man op de thuisreis op een industrieterrein belandde midden in de nacht, omdat medepassagiers hen hadden wijsgemaakt dat het betreffende station Amsterdam Centraal Station was.
‘Opeens was mijn vriend verdwenen. Het was pikdonker en ik zag hem nergens meer. Dus ik loop door. Springt die gek vanuit de bosjes op mijn nek! In een reflex buig ik voorover, dus hij vliegt over me heen en schaaft zo met zijn hele gezicht over het asfalt….. Hij lag helemaal open!’
‘Ik herinner me, dat jullie daarna bij een hotel zijn weggestuurd, omdat hij helemaal onder het bloed zat…’ hikt Heks. ‘Ja, dus zijn we met de taxi naar huis gegaan, dat was best prijzig,’ ze noemt een exorbitant bedrag, ‘Eenmaal thuis heb ik zijn wonden verzorgd. En daarna heb ik er pleisters op geplakt van Winnie de Pooh. Van Knorretje,’ Momo ligt in een stuip van het lachen, ‘Hij vond alles best.’
‘Maar toen keek hij daarna in de spiegel en werd woest. Omdat ik varkens op zijn gezicht had geplakt! Dat was niet halal….’ we lachen en lachen om dit verhaal uit de oude doos. Wat een kostelijke geschiedenis.
Tegen een uurtje of 10 houden we het voor gezien. Momo ruimt nog snel even het aanrecht op, ze kan niet tegen troep. En dan nemen we afscheid. ‘Oh, Heks, ik zit zo vol, ik kan niet meer bewegen,’ kreunt ze, terwijl ze op haar fiets stapt.
Heks kruipt lekker in haar mandje. Een een uurtje uitrusten en dan alle dieren verzorgen. Er moeten weer ogen en oren worden gedruppeld, hondjes worden uitgelaten. En iedereen moet nog wat eten. Maar eerst rust.
Heks is een rare snijboon. Ze kan niet tegen onrecht. En al helemaal niet tegen agressie naar vrouwen. Ze kan ook slecht liegen, vreselijk onpraktisch. Ik ben wars van manipuleren, een menselijke eigenschap, die op zijn tijd echt handig is. Ik ben bij vlagen koppig als een ezel. Met een geheugen als een olifant.
Nou ja, allemaal discutabele eigenschapen, die me met enige regelmaat in de problemen brengen. Het zijn niet per definitie allemaal slechte eigenschappen. En eerlijk duurt het langst, al is de leugen nog zo snel. Maar een beetje liegen is best bruikbaar bij tijd en wijle. Mijn hoekige eerlijkheid stuit menigeen tegen de borst.
Het scheelt wel in de rimpelvorming in je gezicht is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. Mensen die er jeugdig uit blijven zien hebben allemaal de neiging om de waarheid te spreken. Dat staat met stip bovenaan in hun onderscheidende eigenschappen.
Liegen veroorzaakt lelijke rimpels en diepe plooien in je smoelwerk. Behalve als je je aangezicht volpompt met botox. Dan kan je liegen alsof het gedrukt en geen haan, die ernaar kraait.
Heks rijdt laat in de avond naar het Van der Werfpark. Hondje naast me dravend en hondje op de bok van de scootmobiel. In het park laat ik hen los. We rijden 2 relaxte rondes, zodat ze alles kunnen doen wat nodig is. Het is rustig in het park. Heks tuft naar de uitgang.
Daar stuit ik op drama. Een grote SUV staat midden op de brug geparkeerd. Deuren wijd open. Er zit een gast in. Een opgefokt jongmens loopt op straat te schreeuwen tegen een blonde jonge vrouw. In Marokkaans Nederlands met een vette stemhebbende zzzzet. Zij is in gezelschap van een vriendin.
‘Ga in de auto zzzzitten,’ sommeert hij haar meermalen. Het meisje is bang. ‘Nee,’ het klinkt pertinent, ‘Geef mij mijn sleutel van mijn brommer terug,’ smeekt ze vervolgens, ‘geef me asjeblieft mijn sleutel….’ Machteloos morrelt ze aan haar bromfiets.
De teringlijer geeft de sleutel niet. ‘Ga nu in de auto zzzzitten,’ brult hij daarentegen. Hij loopt dreigend aan haar toe. De vriendin schuift ertussen. Het meisje krimpt in elkaar.
Heks geeft gas en rijdt richting drama. ‘Geef haar die sleutel terug,’ zeg ik streng. Ik besef maar al te goed hoe stom ik bezig ben. Straks krijg ik weer klappen. Maar de meiden in hun sop laten gaarkoken is geen optie. Dat kind gaat niet in die auto belanden tegen haar zin. No way. Dan maar klapjes.
‘En wie ben jij dan wel, zzzzeikwijf! Hou je erbuiten, bemoei je er niet mee,’ dreigend doet het anabole typje een paar stappen richting Heks, ‘Wegwezzzzzen jij, je hebt hier niks mee te maken, brult hij vervolgens,’En jij,’ hij richt zijn aandacht weer op het meisje, ‘Mijn auto in…Nu’
Het misselijke mannetje blaast zichzelf op als een kikker. Zijn sneue kompaan kijkt goedkeurend toe. Hij steekt geen vin uit om de situatie te deëscaleren.
‘Ik kom op voor deze meiden, het is een openbare ruimte en ze worden lastig gevallen door jou. Dus laat hen met rust…’ dien ik het sportschool verslaafde kereltje van repliek. Het mannetje staat in dubio. Hij moet kiezzzzzen tussen Heks te lijf gaan of de dame in zijn auto zzzzien te krijgen. De meiden lopen nu gewoon weg. De brommer laten ze achter.
‘Dank u wel mevrouw,’ zeggen ze beleefd over hun schouder.
Het ellendige mannetje gaat weer in zijn veel te grote auto zitten. Compensatie voor iets? Heeft hij een waxinelichtje? Een garnaal? Stapvoets begint hij de vrouwen te volgen. Heks scootert erachter aan.
Een stukje verderop stapt de onverlaat weer uit en begint opnieuw het arme kind te terroriseren. Heks belt intussen al met 112. Snel breng ik hen op de hoogte van hetgeen er speelt. ‘De auto staat nu op de hoek van de Langebrug en het Rapenburg,’ informeer ik de dames en heren in blauw, ‘Ik moet er nu echter accuut vandoor, want die agressieveling stapt weer in zijn bolide en komt nu achter mij aan….’
Heks weet middels een wirwar van steegjes te ontkomen. Het glimmende exterieure ego van het ventje kan daar allemaal niet doorheen rijden. Hij moet Heks noodgedwongen laten gaan.
De meisjes zijn ook plotsklaps verdwenen. Tijdens mijn afleidingsmanoeuvre hebben ze de benen genomen, ik zie hen nergens meer.
Zo rijd ik opeens moederziel alleen over de Breestraat. Ik steek de vredige Oude en Nieuwe Rijn over. Ik tuf over de geduldige Mare. Onvindbaar voor die gek.
‘Heks, je bent een oelewapper. Je denkt niet na. Je had in de grootst mogelijke problemen kunnen komen, voor de zoveelste keer,’ pruttel ik in mezelf. Ik zeg niet dat het slecht van me is, om die vrouwen te helpen. Maar ik had misschien wat meer afstand kunnen houden en direct de politie kunnen bellen.
Ik heb genoeg klappen gehad in mijn meutige heksenleventje. En daarbij: ik ben een oude taart intussen. Met lachrimpels rondom mijn ogen en leugenvoorbestwilplooitjes aan weerszijden van mijn haakneus. Ik heb dan wel een grote mond, maar ik kan nog geen deuk in een pakje boter slaan………