Jezelf vergeten, ik zou het wel weten. Het schijnt goed te zijn en ook fijn. Jezelf ‘herinneren’ is juist weer wat Gurdjieff predikt. Elk uur van de dag, elke minuut, elke seconde……

Het is zo warm, de mussen vallen van het dak. Heks zit binnen met de ramen en deuren dicht. Een grote ventilator verplaatst de lucht in mijn woonkamer van hot naar her. Ik zit te wachten tot het een beetje afkoelt buiten. Het is nu nog veel te heet om met mijn hond in zijn kar op stap te gaan.

Ik ben moe. Vannacht kon ik totaal niet slapen. Niet dat dat normaal gesproken een hobby van me is. Ik haat slapen. Eerst ben ik uren bezig om mezelf zo ver te krijgen, dat ik in bed lig met gepoetste tanden, terwijl ook alle beesten tevreden zijn. Hondje uitgelaten, katjes brokjes gehad, hondje nog wat lekkers, spelletjes doen met de bal….

Naar bed gaan is gewoon een enorme klus in mijn optiek. Zo ook opstaan. Mezelf uit bed slepen, richting keuken. Kopje koffie zetten, pijnstilletjes er in, langzaam uitdeuken….. Hondje uitlaten, katten verzorgen….. Na twee uurtjes heb ik bergen verzet voor mijn gevoel. Ik zou dan wel weer naar bed willen.

Maar ja, dat is weer zoveel werk.

‘Jeetje Heks, wat heb je in godsnaam uitgevreten met je lijf?’ Mijn fysiotherapeut schudt zijn hoofd, terwijl hij me weer uit de knoop haalt. Ik zie dat natuurlijk niet, ik kijk door een gat in de tafel naar zijn schoenen. ‘Wat een leuke exemplaren heb je aan vandaag…’ prijs ik deze man met schoenenfetisj. Ja, wat heb ik in godsnaam uitgespookt met dat leipe lijf van me?

‘Ik heb een dag gestrekt gelegen. Het zou ook door het warme weer kunnen komen, mijn lichaam reageert nu eenmaal extreem op alles. Ik hoor niet tot de categorie mensen, die opknapt van warm weer. Ook niet van koud weer overigens. Ik knap gewoon nergens van op.’

Mensen roepen al jaren tegen me ‘Binnenkort wordt het lekker weer, Heks, dan zal het beter gaan.’ Ik heb al vele zomers in bed doorgebracht, maar dat valt nu eenmaal niemand op.

Mensen staan er doorgaans niet bij stil hoe het is om altijd ziek te zijn. Behalve in de Corona tijd. Toen belde opeens een vriend van bijna een halve eeuw geleden me op om te vragen hoe het met me gaat.

‘Ik heb Corona gehad, ben wel drie weken ziek geweest! Stampende hoofdpijn. Echt niet normaal. Ziek zijn valt niet mee. Bladiebladiebla. Etcetera….’ Heks hoort zichzelf tegenover haar oude vriend haar eigen situatie bagatelliseren. Ik ben eraan gewend. Me dit en me dat. Het is niet anders.

Ja, wat moet je ook zeggen? Drie weken ziek zijn is natuurlijk ook wel absurd extreem lang. Voor een normaal mens. Maar ik ben al bijna vijfendertig jaar aan het harken. In mijn eentje. Zelden iemand, die vraagt of ik het nog wel volhoud allemaal. Wel krijg ik veel ongevraagd advies. Of iemand heeft zomaar een oplossing voor mijn situatie.

‘Ga lekker een tijdje op het platteland wonen, Heks,’ zegt iemand tegen me, nadat ik heb gedeeld, dat het me zwaar valt om midden in de stad te wonen met een auto-immuunziekte tijdens de lockdown. Al die hersenloze kerngezonde medemensen, die nergens op letten. De eenzaamheid. Pesterijen op de koop toe.

Probleem opgelost! Ja, ik ga een verhuiswagen huren en vertrek met al mijn beesten een paar maanden naar mijn buitenhuis in Tisniegauwgoe, maar twee uur rijden vanaf Leiden. Dat ik er zelf niet op gekomen ben.

Iemand zijn pijn gunnen, niet oplossen maar lui luisteren. Holding Space. Ik heb er al zo vaak over geschreven. Het gebeurt zo weinig.

‘Oh Heks, had mij maar gebeld toen je zo in de put zat tijdens de Corona crisis,’ roept iemand anders enthousiast, ‘Ik ben heel goed in peptalk!’ Ook iemand van de oplossingen. Toen mijn relatie uit ging adviseerde ze me om lesbisch te worden. Pakweg een halve week later.

Alsof de meiden van de damesliefde nooit ruzie maken. Alsof alles daar altijd maar koek en ei is. Maar vooral: Hoe word ik lesbisch? Of beter lesbischer….. Word je niet zo geboren? Zit het dan toch tussen je oren?

Denk nu niet, dat deze peptalkers domme onnadenkende mensen zijn. Je zou het wel denken, als je dit zo hoort, maar het is niet zo. Ze hebben menig opleiding, met name op het gebied van alternatieve therapietiedelie, in de zak zitten.

Het is gewoon heel moeilijk om het ‘uit te houden’ met iemand, die in de shit zit. Dat hoor ik een man van het Leger Des Heils een tijdje geleden zeggen in een televisieprogramma. Volgens hem is dat ‘uithouden met de ander’ waar het om draait in het leven. De legerman is een man van weinig woorden.

Hij is waarschijnlijk niet zo goed in peptalk. Maar hij snapt wel heel goed, waar het om gaat. ‘Ik heb die fout ook gemaakt, hoor,’ geeft hij ruiterlijk toe, ‘dat je het wel eventjes oplost voor iemand.’

De afgelopen week zie ik een oude aflevering van ‘de Stoel’. Vreemde snuiters en buitenbeentjes doen hun verhaal en delen hun wijsheden. Twee stokoude zussen zijn aan het woord. De ene is non en de ander is boerin. Ze trekken veel samen op.

Zegt de boerin stralend ‘Ik ben zo gelukkig, omdat ik mezelf vergeten ben. Iets voor een ander doen en mezelf vergeten. Dat is wat mij zo ontzettend gelukkig maakt.’

 

‘Hoe slechter de levensomstandigheden, hoe beter de resultaten van het werk – op voorwaarde dat je het werk voortdurend herinnert.

Herinner jezelf, altijd en overal.

bedenk dat je hier bent gekomen omdat je begrepen hebt dat het nodg is met jezelf te vechten – alleen met jezelf. Dank daarom iedereen die je daartoe de gelegenheid biedt.’ 

 

‘You forget to remember yourself when it is necessary; but when it is useless you remember yourself automatically. This is not our aim at all. One must accustom oneself to self-remembering consciously. You will not succeed unless you make the task of remembering yourself with your whole presence.’
–G.I. Gurdjieff

 

 

 

 

Met zo’n lockdown hoef je bij heksen niet aan te komen. Dit opstandige fladderende volkje hou je niet aan de grond genageld. Een beetje bezemsteel is al gauw anderhalve meter, dus waar hebben we het over? Heks gaat heerlijk op reis in eigen hart. Ik klim in bomen, zaag mijn eigen wortels door, spit en grasduin tussen gebladerte en in boomkruin…… Voel me thuis in den vreemde. Ontvang wilde wildvreemden in mijn heksenhuis.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De laatste maanden ben ik regelmatig lekker op reis. Een hele zwerm toverheksen vliegt dan over mijn heksenstulpje en als vanzelf sluit dit heksje zich bij hen aan. Op magnetische wijze tot hen aangetrokken. Als een trekvogel tot een vlucht soortgenoten. Op weg naar het zuiden, noorden, oosten, westen. Alle kanten van het wiel krijgen een beurt.

Maar vooral reis ik naar mijn centrum, het hart van mijn hart. Daar staat een enorme boom in de gouden vallei tussen boezems en kamers. Grotten en botten. Bronnen en zonnen. Bergen en kraters.

De wortels groeien dwars door mijn landschap, slaan zichzelf beschermend om de bodem van mijn bestaan. De kroon steekt ver de hemel in. Verder dan ik kan kijken. Bovenin zit een grote haan te kukelen. Onder de boom weven de drie Nornen ons levenslot. Mijn lot in hun handen. Een draadje verdriet, een draadje geluk. Van alles wat. Dan heb je ook wat. Anders weet je niet wat je hebt.

Wat niet weet, wat niet deert. Maar we willen nu eenmaal van de boom der kennis eten. Daar horen ook bittere hapjes bij. Of mondjesmaat zuur kieskauwen. Of ondervinden, dat je het nog nooit zo zout gegeten hebt! Naast de volle zoete vredige vruchten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik zit trommelend in de kruin van de levensboom. Mijn benen bengelend langs een tak. Afgelopen week reis ik naar de Planeet Scheld. Althans, zo heb ik die plek vaak genoemd.

Muspelheim. Het land van de vuurreuzen, vertoont opmerkelijk veel overeenkomst met de plek, waar ik al jaren mijn scheldkanonades heen stuur. De plek, waar mijn vlammende verzet op prijs wordt gesteld. Waar vlijmscherp gescheld verrukkelijk smaakt op de vuurtongen van de reusachtige bewoners.

Wat wonderlijk weer, deze mij onbekende wereld, die zich opent. Visioenen van het begin van alles, de geboorte van Iets uit het gapende duizelingwekkende Niets. Uit vuur en stoom. Alchemie van het universum.

Het is intensief, deze heksentripjes. Vandaag ben ik toch zo moe. Mede ook door mijn onafgebroken fietstochten met VikThor naar het Valkenburgermeertje. Waar mijn hondje met zijn vrienden speelt. Waar ik eindeloos een dummy voor hem het water in lanceer.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik ben ernstig over mijn grens gegaan in mijn enthousiasme om van dit fijne jaargetijde te genieten.

Het heerlijke weer, de lange avonden, de geurige bloeiende lindebomen op de Rijndijk, wolken geluk, terwijl ik met een happy hondje dravend naast me loom naar huis peddel….. Heks kan er geen genoeg van krijgen.

Dinsdag lig ik gecrasht in bed. Belabberd, maar tevreden. Ik hoef niets meer, want Vik wordt straks opgehaald door een speciaal vriendinnetje van hem. Deze jongedame gaat met hem naar het strand!

En wie weet, reis ik vannacht nog een keer af naar die droomboom vol visioenen. Eerst een paar uur lekker plat. Zo is dat.

Dan later:

Midden in de nacht trommelwandel ik door zwartgeblakerd zand. Sinmara, Sinmara, je neemt me bij de hand. Water, aarde, lucht  mengt zich in dit vuur. Mijn ingewand slaat vlammen uit, de pijn voelt rauw en puur.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een reuzenvrouw legt kruidenwikkels rondom op mijn getergde buik. Er groeit een slang uit, ellenlang. Zo groot als een anaconda…….Ik schrik ervan.

Dan kronkelt slang de aarde in, de grond onder mijn voeten. Ik voel haar onder me bewegen, kruipen, sluipen, wroeten.

Onder mijn stuit rust Slang uit. De woede, die me vanbinnen verteerde gebundeld op haar plek. Niet gek.

Sinmara legt een sintel in mijn hand, daar in dit dromenland: Er groeit een reus uit. Wat een verrassing! Een heuse reuzenreus voor mij!

Mijn reuzenvriend gaat mee naar huis. Gloeiende beschermheer. Hij draagt mijn woede.

Ik voel me verlicht.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Pubers heb je in soorten en maten, de lastigste zijn de exemplaren, die niet kunnen praten. Heks helpt een man om zijn gezicht en zijn hond te redden. Mijn hondje is gehoorzaam geboren, daar heb ik echt geluk mee!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zaterdag fiets ik aan het begin van de avond de stad uit. VikThor draaft naast de fiets. Hij is jarig geweest afgelopen week. Vier jaar zijn voorbij gevlogen. Mijn ventje is volwassen. Hij loopt als een kieviet op zijn bionische poot. Het gaat goed met hem. We zijn onderweg naar het Valkenburgermeertje. Mijn waterrat gaat lekker zwemmen!

Eenmaal de stad uit koelt het een paar graden af. Het is net te doen in mijn knalrode 90s jurkje met schoudervullingen en bolerojasje met cowboyflappen. Gelukkig heb ik een jas in mijn tas. Zo’n synthetisch plofmodel. Opvouwbaar, praktisch en warm.

Ik heb ook mijn portemonnaie bij me. Ik ben van plan iets te gaan eten op een foodtruckterras. Beetje genieten van het leven. Afgelopen week op het strand gedineerd. Om VikThors verjaardag te vieren. Hij kreeg ook iets lekkers.

De ergste Coronatoestanden zijn voorbij. De besmettingsgraad is aanmerkelijk teruggelopen. Iedereen heeft weer als een gek zijn oude leventje opgepakt. Mijn leventje was nauwelijks veranderd door de lock down. Ik zit nog steeds het hele weekend in mijn eentje te koekeloeren. Toch ben ik blij, dat het ergste gevaar geweken is.

Voor veel mensen is Corona echt helemaal voorbij. Of ze geloven er niet in. Het is een hoax. Zo word ik een maand terug bijna omhelst door een oude bekende. Ik ben totaal overrompeld. We zoenen elkaar normaal gesproken nooit!

‘Zullen we even een paar BOA’s gek maken voor 800 euro?’ roept ze, terwijl ze met wijd uitgespreide armen op me af rent. Ik snap aanvankelijk niet wat ze bedoelt. Glazig roep ik ‘Nee, ik heb een auto-immuunziekte, niet doen!’ Net op tijd. Anderhalve meter van me af stopt ze.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Doe je bij de jaarlijkse griep ook zo moeilijk?’ vraagt ze streng. Ik voel een heel verhaal aankomen over de onzinnigheid van deze pandemie-hoax. Snel maak ik me uit de voeten.

En ja, bij de jaarlijkse griep ben ik ook als de dood. Ook daar word ik erg ziek van. En langdurig ook vooral. Ik ben maanden uit de roulatie na een ouderwetse griepaanval. Zo’n virus, waar ik de voorgangers van voorbij heb zien komen. Waardoor ik toch een zekere weerstand heb opgebouwd tegen de nieuwe variant.

Dat kan ik van Corona niet zeggen. Ik vrees, dat mijn systeem daar een hele dobber aan zal hebben.

‘Het is weg,’ fluistert iemand me onlangs samenzweerderig toe. Ik kijk niet begrijpend. ‘Het is weg,’ en als ik nog niet snap wat er bedoeld wordt, ‘De Corona. Het is weg.’

Ja. Voor nu. Let op mijn woorden, binnenkort terug van weggeweest. Als ik zo naar de overvolle ‘Haarlemmerstraat een kilometer koopplezier’ kijk.

Maar ik ga wel met veel meer plezier over straat nu de zaken er beter voor staan. Ik mijd drukke plekken nog steeds als de pest. Maar ik raak niet meer in paniek van al die hardlopers. Die zijn overigens niet meer zo talrijk in het straatbeeld aanwezig als tijdens de crisis. Goddank.

Bij het Valkenburgermeertje gooi ik eindeloos balletjes het water in voor mijn ADHD hondje. Hij rent, zwemt, sprint, apporteert……Ook speelt hij met andere hondjes. Een Berner Sennen van 6 maanden. En een Labrador van dezelfde leeftijd.

Ik raak aan de praat met een leuke dame met twee kleine hondjes. De kleinste windhond, die ik ooit gezien heb. Een Italiaans model. Meer voor de sier, dan voor de sport. Vroeger had ze een Heidewachtel. ‘Ook een geweldige ADHDer, net als jouw hondje….’ verzucht ze vol heimwee.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De man met de labrador is doorgelopen. Zijn hond is het water in gesprongen en zit nu achter een stel meerkoeten aan. Hij is al een flink stuk uit de kant geraakt. ‘Hij is em kwijt,’ zeggen de dame en ik tegen elkaar. We kennen het verschijnsel. Je hond raakt in een andere modus en je bereikt hem niet meer met je stem…..

Even later staat iedereen ingespannen te kijken naar de dolgedraaide labrador. Hij is intussen bijna halverwege het idioot diepe meer terecht gekomen. Hij gaat maar door met zwemmen, maar je ziet lichte paniek bij het dier. De man loopt gewoon verder! Alsof zijn hond niet in de problemen is geraakt!

‘Vast zijn eerste hond,’ denk ik bij mezelf, ‘Hij leest zijn dier nog niet…’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik ga die man helpen, straks verzuipt dat beest nog…’ Heks springt op haar elektrische fiets. Ik scheur langs het water naar de man toe. Zonodig kan ik in een vloek en een zucht aan de andere kant van het meer geraken. Mocht het dier daar terecht komen. Voorlopig zwemt hij rondjes in het midden van het meer.

‘Kan ik u helpen?’ De man is blij, dat iemand hem wil helpen. Maar waarmee? Hij ziet er uit alsof hij geen idee heeft wat hij zou kunnen doen. ‘Als ik u was sprong ik in het water en zwom zo snel mogelijk naar mijn hond. Al kan hij u maar horen…. Hij is in paniek en als hij moe wordt kan hij zo verdrinken….’ Het dier is pas een half jaar oud. Een zwemmende baby.

Nog voor ik ben uitgesproken trekt de man zijn shirt en schoenen uit. Hij drukt zijn telefoon in mijn hand. Of ik er even op wil letten. Dan springt hij het water in en begint richting zijn hond te zwemmen. Dat beest is intussen een kolere end weg geraakt. Vol spanning kijken alle andere hondenbezitters toe.

Als hij zijn hond uiteindelijk bereikt gaat het dier expres de andere kant op zwemmen. De teringlijer. Vast midden in zijn eerste puberperiode….. De man krijgt het nu moeilijk. Hij heeft geen riem bij zich, die ligt voor me op de grond. Hij kan zijn hond dus niet aanlijnen en dwingen om met hem mee terug te zwemmen. Ik zie hem worstelen om zelf boven te blijven.

Misschien had ik er zelf in moeten springen, sta ik te dubben. Heks is altijd een uitstekend langeafstandzwemster geweest……

Uiteindelijk begint de man alleen terug te zwemmen. De hond komt gelukkig een tiental meters achter hem aan. Zwemt weer even de andere kant op. Komt toch weer naar zijn baasje toe…. Het duurt een hele tijd in mijn beleving, maar dan komt eerst het baasje aan wal. En pas later zijn hond, die er direct weer vandoor gaat. De ellendige puber.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Arme man. Kletsnat en ijskoud en erg geschrokken zo te zien. Goddank krijgt hij de hond even later te pakken. Die gaat voorlopig aan de  lijn. ‘Dank u wel voor uw hulp,’ stamelt hij, terwijl hij zijn droge shirt over zijn natte bast stroopt. Hij is gelukkig met de auto, want het is nu echt best fris geworden. Een bries vanuit zee jaagt kippenvel op mijn armen.

‘Ik was even bang dat ik het zelf niet zou redden,’ prevelt de man. Hij is van slag. Misschien niet zo’n goede zwemmer. Oh, wat voelt hij zich ellendig. Misschien ook in zijn hemd staan met al die getuigen van dit drama. Letterlijk en figuurlijk.

Pas veel later, eenmaal veilig thuis, dringt de ernst van de situatie tot me door. ‘Goed, dat je zo’n radar hebt voor dit soort zaken, Heks,’ prevel ik voor me uit, ‘Dat je direct in actie bent gekomen. Niet alleen hebt staan kijken en commentaar hebt staan leveren, zoals de rest van de toeschouwers……’

‘Je hebt die man geholpen om zijn hond te redden. Dat heeft hij toch maar voor elkaar gebokst. De tragische held! Het had wel eens heel ellendig kunnen aflopen allemaal…’

En die zotte hond? Hopelijk is hij ook flink geschrokken. Laat hij het de volgende keer uit zijn kop. Maar ik reken er niet op. Het baasje zal een volgende keer veel eerder moeten ingrijpen, als hij weer achter vogels aan gaat jagen. Anticiperen. Het gedrag van zijn klierige pubertje lezen. Daar heb ik meer vertrouwen in…….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

Goed nieuws, fantastisch nieuws! En meer van hetzelfde….. Bij de beesten af. Heks dwaalt door de wonderlijk wereld ontstaan na het uitbreken van dat kleine gekroonde ziekmakende levensbedreigende dode deeltje. Gevaar alom in ons veilige kikkerlandje. Niet alleen van het virus…..De doorgaans vreedzaam kwakende kikkers zijn boos, kwaad, nijdig en agressief!

Vandaag ga ik met VikThor naar de orthopeed. Er wordt een foto van zijn geopereerde poot gemaakt. Het is alweer ruim vier maanden geleden, dat hij onder het mes is gegaan. De ellende met de openstaande wond is ook alweer pakweg twee maanden voorbij.

Hij loopt als een kievit en doet ouderwets bommetjes de gracht in. Heks maakt zich dan ook niet al teveel zorgen. Het zal wel loslopen met dat pootje. Ik ben alleen razend benieuwd naar de pré operatief ontstane artrose. Is het erger geworden? Hoe ziet het er van binnen allemaal uit nu?

Ik ben vroeg uit de veren, voor mijn doen. Ik heb dan ook geslapen vannacht! Uitzonderlijk! En heerlijk! Met een kopje koffie, een geroosterd broodje en een cocktailtje van pijnstillers kom ik langzaam bij mijn positieven. Lekker, ik heb alle tijd. De ochtend duurt een eeuwigheid.

Dan toch nog haasten de stad uit. De opgebroken stad. De dunne darm van de Hooigracht doorworstelen, peralstiek bewegend als een constipatieve drol. Met samengeknepen billetjes, omdat ik wellicht te laat ga komen? Zover komt het niet.

Bij de Lammenschans de stad uit. Tweebaans de bocht om en dan ritsen naar de overgebleven baan. Heks wil invoegen, maar de achterop komende vrachtwagen geeft snel gas. Veel gas. Hij rijdt me bijna van de sokken. Die enorme auto vol alcoholvrij BUD bier. De chauffeur is geen reclame voor het merk, met zijn bezopen acties.

Ik sta op de rem, net op tijd. Kom met de schrik vrij. De auto die na me komt ook. Ik rijd achter de gevaarlijk opererende vrachtwagen en noteer het nummer. Bezopen Zuipschuit- Dronken Debiel- psychisch slechts 01 jaar oud! En dat mag dan achter het stuur!  Het had helemaal verkeerd kunnen aflopen!

Even later sta ik naast de idioot voor het stoplicht……..

In Rijswijk zijn ze geweldig tevreden. Terwijl mijn grote vriend op de foto gaat en wordt onderzocht wacht Heks in de auto. Vanwege het Coronavirus. De arts komt hoogstpersoonlijk op de stoep voor de praktijk verslag doen van zijn bevindingen. Het gaat goed!

Het bot is gevormd om het implantaat en heeft zich gehecht. Er is geen spoor meer te vinden van mogelijke ontstekingen. De artrose is stabiel, er is geen wild bot meer ontstaan op de verkeerde plekken. Hij loopt er geweldig op…..

“Hij belast allebei de achterpoten evenredig. Er is geen verschil te voelen!’

De dierenarts ziet er opgelucht uit. Alsof hij niet kan geloven dat dit dramatisch begonnen verhaal zo’n goed einde heeft gekregen. Ik ben er intussen natuurlijk aan gewend. Ik zie mijn ventje al maandenlang probleemloos dansen op zijn nieuwe pootje. We spelen alweer spelletjes met de bal.

‘Hebt u hem nog zien hinken sinds de operatie?’ Slechts 1 keertje gedurende een minuut. Zelfs als we flink op stap zijn geweest loopt hij naar huis als een tierelier. Het gaat goed. VikThor is genezen. ‘Ik hoop u nooit meer te zien,’ verzucht de dierenarts. ‘Tot nooit weerziens!’ roept Heks blij terug.

Dan tuf ik op mijn gemak weer terug naar Leiden. De weg is aardig vol met auto’s. Er is weinig te merken van het fenomeen thuiswerkers in thuisisolatie. Nederland is massaal onderweg.

In Leiden geef ik mijn hondje nog een extra rondje. Dit nadat ik bijna bewusteloos ben geraakt van een stiekem door hem gelaten gluipwind. Zo’n echte instinker. De auto trekt vacuüm van ellende. Ik parkeer langs de Singel.

Zo loop ik dan te slenteren langs het water. VikThor is direct in zijn element. Er komt een man met een klein spierwit lieftallig kuttenlikkertje. Haar lieftalligheid verdwijnt zodra mijn blafbeest verschijnt. Keffend stort ze zich op mijn hond. Die haar negeert. En gewoon verder loopt.

Heks moet lachen. ‘Zo, wat een gevaarlijke hond,’ grap ik opgewekt. Direct krijg ik een grote bek van de man. ‘Man, ik maak een geintje,’ komt me te staan op dat hij me te lijf wil. Ik krijg de raarste dingen naar mijn verbijsterde hoofd. Vuilbekkend kijkt de hangsnor me aan. Dreigend. Zijn levensgevaarlijke hondje keffend naast hem aan een touwachtige riempje.

Ik loop snel door, voor ik een hijs krijg. ‘Je zult er maar mee getrouwd zijn!’ griezel ik bij mezelf. Want reken maar dat hij een wijfie onder de plak heeft zitten ergens. Waarschijnlijk in een achterafstraatje hier in de buurt.

Op televisie zie ik, dat BOA’s sinds de Coronacrisis met 40% meer geweld tegen hen te maken krijgt. En er was al sprake van idioot veel geweld tegen deze doorgaans impopulaire groep medemensen. Ik ben dus niet de enige, die dagelijks mijn mannetje moet staan om zonder kleerscheuren over straat te gaan in deze gekke tijd.

Heks krijgt medelijden met de BOA’s. Ook ik baal echt wel van hen, als ze me voor iets onnozels op de bon willen slingeren. Fietsen in de berm van de Singel bijvoorbeeld. Doe ik wel eens op een slechte dag met mijn zeik-lijf.

Maar tegenwoordig ben ik vooral blij met dit vlijtige betweterige volkje. Ze beschermen de hersenloze zorgeloze jeugd tegen zichzelf. Ze behoeden de kwetsbaren voor overmatige blootstelling aan asocialen. Ze ontruimen winkelstraten en slingeren feestende studenten op de bon. Zonder hen hield niemand zich meer aan enige regel…..

Later in de middag, tijdens een uitlaatronde, zie ik honderdtwintig volwassen mensen intensief sporten op het grote hondenveld in het Leidse Hout. Hutje mutje liggen ze lekker te hijgen en te zwoegen. Boven het veld hangt een dampige wolk zichtbare inspanning. Geen Boa te zien helaas. Heks kan er dus ook niet terecht met haar hondje.

Een stukje verderop liggen de sportvelden er verlaten bij. Ik zou liever zien, dat deze volwassen hersenlozen daar hun besmettelijke fysieke verrichtingen zouden doen. Helaas, helaas. Dat mag niet volgens de regeltjes.

Gelukkig kan mijn hondje weer lopen als de beste tegenwoordig. Ik ben niet meer afhankelijk van een uitlaatplek in dit park. Ik lijn hem dus maar weer aan en verlaat het Hout. Op mijn gemak fiets ik richting Warmond. Langs de Haarlemmertrekvaart peddel ik weer naar huis. VikThor doet onderweg een paar vervaarlijke bommetjes zo de vaart in.

Slingerend om joggers en een incidentele racefietser kom ik weer terug in de altijd drukke stad. Mijn geliefde kleine stad vol agressieve bange stadsgenoten. Waar iemand je voor je bek slaat alleen al omdat je naar de persoon kijkt. ‘Hek wat fan juh an dan?’

Ja, mijn stadje aan de wRwRijn, Rwijn, Rwijn……..

 

Ik sprokkel flinters geluk bij elkaar. De tijden zijn zwaar, voor heel veel mensen. Ik ben niet de enige, die het me anders zou wensen. Wie wordt er niet gek van verdriet, als je zo lang vrijwel niemand ziet? Heks hakt al jaren met dit bijltje, maar ook ik wil intussen een teiltje…….

Dinsdagavond repeteren we met het koor. Online. Mijn maatje Anna kan niet mee doen, want zij heeft geen internet. Noch een computer, mobiele telefoon of tablet. Heks doet nog wat pogingen toch iets te regelen, maar zonder succes. Ik heb ook niet de puf. Red het maar net om zelf acte de présence te geven.

Om kwart voor acht is iedereen online. Mijn blik dwaalt langs de galerij met gezichten. Mijn koorleden. Ik zie mijn maatjes en we zwaaien naar elkaar. Wat leuk! Dan gaan we al beginnen.

Eerst zingen we in. Onze dirigent doet de gebruikelijke oefeningen met ons. Ik zie mijn koorleden verwoed gymnastieken voor de webcam. Heks probeert mee te doen, maar mijn schouders zijn vastgeroest de afgelopen maanden. De sessie bij de fysiotherapeut heeft me vooral pijnlijk bewust gemaakt van het probleem. Opgelost is het geenszins.

Heks doet lekker voor spek en bonen mee. Mijn stem is ook niet om over naar huis te schrijven. Geplaagd als ik word door eeuwige keelpijn. Knarsend en knersend kras ik mee. Gelukkig staan de microfoons uit. Niemand kan de ander beluisteren. Behalve onze voorzitter. Ik hoop maar, dat hij niks heeft gehoord.

De sessie is afgelopen. Nu gaat de dirigent oefenen met de sopranen. Heks wacht een half uurtje. Legt de partituur klaar. Ik heb hem net pas uit de verpakking gehaald. Het requiem van Faure, een lievelingscomponist van Heks. Ik zal ‘a prima vista’ moeten zingen vanavond. Over anderhalf jaar is het concert.

Om even over half negen log ik weer in middels een speciale link voor ons alten. Het is sowieso erg leuk om al die bekende gezichten te zien. We beginnen direct te lachen en te zwaaien naar elkaar. Vervolgens zingen we het zesde deel van het requiem van achter naar voren door. Onze dirigent werkt altijd achterstevoren. Een heerlijke dwarse aanpak. Effectief ook. Heks houdt er van.

Dan is het alweer 9 uur. De tijd is voorbijgevlogen. ‘Dag,’ roepen we naar elkaar. Weer veel gezwaai. En plop, alle gezichten weer weg. Meuh. Veel te snel.

Toch ben ik van dit minimale contact enorm bijgetrokken. Weer eventjes onder de mensen. Leuke mensen. Niet de asociale idioten op straat, waar ik momenteel zo’n moeite mee heb. De hijgende joggers en racefietsers. Mensen, die expres proberen me te infecteren. Althans, daar heeft hun gedrag veel van weg.

Zo word ik woensdagavond fietsend langs de Stevenshof achtervolgd door een jogger. Ik hoor hem zwaar hijgen vlak achter mijn fiets. Als ik harder ga rijden, gaat ook het tempo van de gestoorde sportfanaat omhoog. ‘Ga weg, man, met je gehijg in mijn nek,’ roep ik over mijn schouder. De man is me gevaarlijk dicht genaderd.

Ik zet mijn fiets op stand vijf. Snoeihard ga ik ervandoor met een galopperend hondje naast me. De man blijft vastklampen. Hij probeert het gat dicht te lopen. Met succes aanvankelijk. Hij krijgt er lol in om die vrouw met mondkap de stuipen op het lijf te jagen. Pas als ik op de pedalen ga staan raak ik hem kwijt.

Uitgeput laat hij zijn tempo terugvallen tot nul. Hijgend klapt hij voorover na deze geweldige trainingsinspanning. Heks stopt nu ook. Een flink stuk verderop. Draait zich om. Geeft hem de middelvinger. De gek.

Dit incident is nog niets vergeleken met wat me een paar dagen later overkomt. Een stelletje mafkezen weigert ruimte te maken op het fietspad voor tegenligger Heks. Breeduit nemen ze het hele pad in beslag. Heks wordt in de berm geduwd.

Dan lachen ze me eerst uitgebreid uit en schelden me vervolgens uit voor hoer. De zoveelste keer, dat me dat overkomt tijdens deze crisis. Het is blijkbaar een normaal scheldwoord geworden…..

‘Hoerenlopers,’ roep ik dan maar terug, als ik honderd meter verderop ben. Een paar minuten later hijgt zo’n hoerenloper plotseling in mijn nek. Een halfnaakte dronkelap komt verhaal halen. Hij heeft alleen een boxer aan onder een puisterige edoch gespierde borstkas.

‘Dat zeg je niet tegen me, wat denk je wel,’ de vent is ziedend over mijn reactie op hun gescheld. Heks geeft direct een grote bek terug. Temeer omdat hij begint te dreigen me van mijn fiets af te trekken en mijn kop eens goed te verbouwen…..

Zijn grote knuisten klauwen naar mijn schouder. Zijn lelijke kaalgeschoren kneiter vertrekt van nijd. Bijna krijgt hij me te pakken…….

Ik zet mijn fiets op stand vijf en grabbel tegelijkertijd naar de dummy van VikThor, die aan mijn stuur bengelt. Ik krijg het rotding zo snel niet los, maar maak er alvast een zwaaiende beweging mee. De idioot krimpt in elkaar.

Hij denkt waarschijnlijk dat het een taser is of iets dergelijks. Ongetwijfeld misleid door het alcoholpercentage in zijn bloed. Ik sluit ook het gebruik van steroïden niet uit, gezien zijn spiermassa. En puisten. En agressie.

Plotseling in paniek keert hij zijn fiets en gaat er als een haas van door!

Heks komt met de schrik vrij. Blij, dat hij me niet te pakken heeft gekregen. Hij graaide al naar mijn arm. Ik voelde al een regen slagen op mijn gezicht neerdalen. Ik ken deze vorm van agressie. Ik heb het al heel vaak over me heen gekregen.

‘Heel nonchalant met Corona omgaan duidt ook op extreme angst,’ beweert de zoveelste deskundige in een televisieprogramma, net als ik langs zap, ‘Heel veel mensen zijn zo bang, dat ze het gevaar ontkennen. Dan is er ook nog de narcistische groep medemensen, die zich echt misdragen. Dat zijn bijvoorbeeld de studenten, die ‘Fuck Corona feestjes’ geven. Heel vervelend als je er naast woont.’

Op een pleintje Heks in de buurt is ook regelmatig een dergelijk feestje aan de gang. Bijna elk weekend. Er wordt dan geen muziek gedraaid, om de politie die misleiden. Maar het betreffende pand zit duidelijk vol narcistische malloten. Het is piepklein, afstand houden behoort niet tot de mogelijkheden.

Ook dichterbij is iemand bezig met stiekeme feestjes. Zonder muziek. Wel hoorbaar zijn allemaal nachtelijke discussies en lachsalvo’s. Ik negeer het maar. Wel vervelend, als zulke lieden massaal dronken door het portiek lopen.

Zo torpedeert een klein deel van de bevolking, het meest angstige in combinatie met de rasnarcissen, de oprechte inspanningen van het merendeel om dit virus de deur uit te werken. We zullen dus nog wel een tijdje online moeten repeteren met mijn koor vol mensen in de risicogroep.

Afgelopen week zie ik naast de fysiotherapeut ook mijn acupuncturist. Het is maanden geleden, dat hij me nog eens geniepig heeft geprikt.

Twee keer een klein half uur met het koor, een martelsessie met de fysio en een speldenkussenimpersonatie verder voel ik me toch ietsjes beter. ‘Ik hou mezelf aan mijn oren boven de ellende uit. Als een theekopje boven een afwasteil vol smerig water. Afvalwater van anderen…..’ somber ik opgewekt tegen de Don.

Je moet het uiteindelijk zelf doen. Ja, Heks heeft de pech, dat ze altijd overal de schuld van krijgt. Zondebok ga in je hok. Zelfs in deze ellendige tijd heeft iemand me met een natte dweil in het gezicht geslagen. Meermalen. Keihard. En dan ben ik de kwaaie pier.

Een gevecht, dat ik nooit ga winnen. Ik ben niet doortrapt, vilein en gemeen genoeg. Ik lieg en bedrieg niet. Een echte überbitch worden wil maar niet lukken. Gewenste haargroei op mijn tanden houdt geen stand. Ik ben en blijf een push over. Een deurmat. Een onderspitdelver.

Misschien moet ik er maar blij om zijn. Een naarling zijn lijkt me niet fijn. Dus moet ik het doen met druppeltjes hier en daar op de gloeiende plaat. Een lieve bos bloemen naast al die haat.

Vorige week staat mijn zus op de stoep. Met die bos bloemen. Precies op een heel chaotisch moment. Waardoor ook weer van alles in de soep is gelopen.

Wat kan het schelen, troep in mijn soep? Heks pakt het moment met beide handen aan. Het lost niks op, dat hoeft ook niet. Als alles zo gemakkelijk op te lossen was, had ik het wel gedaan intussen.

Maar ik word er wel blij van!

Zondag komt Steenvrouw plotseling op de koffie. Een paar meter uit elkaar zitten we te klessebessen op mijn balkon. Een onverwacht genoegen. Een heerlijk halfuurtje.

Ik sprokkel flinters geluk bij elkaar. De tijden zijn zwaar, voor heel veel mensen. Ik ben niet de enige, die het me anders zou wensen. Wie wordt er niet gek van verdriet, als je zo lang vrijwel niemand ziet?

Laat gaan die schapen, de slaapwandelaars, die wakend slapen, word wakker en gooi je kont tegen de krib. Krijg je vervolgens de pip? Dat is hip. Heel hip.  Heks vrolijkt zichzelf op.

De boom die wordt hoe langer hoe dikker, de boom die wordt hoe langer hoe dikker…….

Mensen zijn schapen. Slaapwandelend lopen we elkaar na te apen. We denken individuen te zijn, vooral hier in het ‘vrije westen’, maar niets is minder waar. We zijn in elkaar. Bestaan louter dankzij elkaar. Het afgescheiden zelf is een illusie. Een illusie, waarvoor we bereid zijn te moorden. Onze naasten te laten creperen.

We zijn op aarde om te leren. Toch? Het is hier toch 1 grote leerschool? Maar waar is dan de juf? De meester? En waarom leren we nooit eens echt wat? Waarom zijn de thema’s uit de literatuur en filosofie van duizenden jaren geleden nog steeds actueel? Waarom staat het reptielenbrein met stip op nummer 1 in ons hoofd?

Een pandemie. Iedereen ziek. Of bang om ziek te worden. Of ziek geweest. Of dood. Het virus ziet echt geen verschil tussen de ene mens en de andere. Een Chinees of een Italiaan? Allebei erg lekker. Een Fransman of een Amerikaan? Beetje dik en vlezig, die laatste, maar dat staat het virus juist wel aan. Hoe vleziger het lijf, hoe meer cellen om te infecteren……

De eenheidsworst, die wij mensen uiteindelijk zijn, gaat eerst massaal WC-papier kopen. Overal ter wereld. In elke cultuur. Elk mens is bang, dat hij zijn kont niet kan afvegen. Behalve Indonesische mensen. Voor hen gaat dit vliegertje niet op. Zij wassen hun poepgat na elk toiletbezoek. Wel zo hygiënisch.

Uitzonderingen bevestigen de regel.

Na het massale gehamster van toiletpapier wereldwijd beginnen mensen zich zorgen te maken of er nog wel wat te schijten valt nu de hele wereld tot stilstand komt. Een run op de supermarkten volgt. In elk getroffen land. In elke cultuur. Toiletpapier is niet meer te krijgen, maar bruine bonen in blik nog volop. Kapucijners ook. En daar schijt je geweldig van. De schappen worden leeggeroofd.

Een paar weken later staan de kranten weer vol van het fenomeen verstopt riool. Mensen zijn massaal meer water gaan gebruiken. Willen ze ook meer piesen? Is dat het geval? De verstoppingen komen in elk geval door enorme hoeveelheden wegwerphandschoenen, ontsmettingsdoekjes, mondmaskers……..

De opmerkelijkste spullen worden in het Zoetermeerse riool gevonden: telefoons, kunstgebitten, kattenbakkorrels, condooms en nog veel meer. Door de coronacrisis verstopt het ondergrondse stelsel vooral door keukenpapier en ontsmettingsdoekjes.

De grote menselijke eenheidsworst, die zichzelf allemaal unieke kwaliteiten toedicht, is wat ie is: Een eenheidsworst. Een verdeelde eenheidsworst weliswaar. Niemand binnen dit worstelvelletje is het met iemand eens. Er wordt gelobbyd en gekonkelefoest. Er worden pactjes gesloten in de gelederen van de worst. Men beweert bij hoog en bij laag geen gewone worst te zijn.

Nee, een Leidse knakworst. Of een Rotterdamse rookworst. Of een Zwitserse uitgedroogde bergworst. Of een Spaanse chorizo…..

Het zal Heks een worst zijn, maar de eenheidsworst verzet zich tegen zichzelf. Zoveel is me wel duidelijk.

Er gaat veel energie verloren in dit proces om eigenwijs en uniek te zijn. Eigenschappen, die ik op zich zeer kan waarderen. Het is alleen volstrekt doorgeschoten, onze neiging afgescheiden te opereren. En daar plukken we dan nu de wrange vruchten van….

De wereld is van glas geworden tijdens de Corona crisis. Alle motieven worden transparant. Grote wereldleiders staan te stumperen als de kleine kinderen, die ze zijn. Open en bloot. Heks lacht zich nog eens dood.

Tranen met tuiten, als Trump voorstelt om iedereen in te spuiten met WC eend. Zijn geniale  oplossing van het pandemie probleem past op zich wel bij deze crisis vol WC papier en rioolverstoppingen. Het lost ook zeker iets op, waarschijnlijk het verband in je bloed.

Het verbaast me dat hij ons niet heeft opgeroepen om massaal aan de drank te gaan. Alcohol doodt ook virusdeeltje op oppervlakten. En met het innemen van drank zijn we goed bekend op de wereld. De bijwerkingen en gevaren zijn uitgebreid onderzocht. Je kunt het dus direct inzetten. Het zou de economie ook nog eens een flinke boost geven.

Als je daarnaast ook probeert verlicht te geraken van binnen, zoals hij adviseert, zit je misschien het best in een klooster van Shambala. Daar mag alcohol gedronken worden in combinatie met pogingen tot verlichting.

Heks heeft het meest last van het alleen zijn. Niet louter gedurende deze crisis. Het probleem bestaat al langer. Ik krijg mijn sociale leven maar niet op de rit vanuit mijn bed.

Misschien moet ik het eens in de prostitutie proberen. Ik ben wel ruim over de datum, maar er schijnt vraag te zijn naar ouwe taarten…..

Alle gekheid op een stokje. Een toverstokje. Daar past veel gekheid op….. Misschien wordt het tijd om eens toe te geven, dat we massaproducten zijn, wij mensen. Als we onszelf willen overleven, moeten we uit gaan van het geheel.

Iedereen zijn succesvolle maakbare bestaantje met een groot huis, bedienden, vijf auto’s en omdat je geld hebt mag je grabbelen en graaien op seksueel gebied? Dat gaat em toch niet worden. Spuit je dan maar in met een flinke lik chloor.

Wat bezielt mensen om allemaal de hoofdprijs te willen? Waarom rennen we nog steeds massaal achter onze hebzucht aan?

Vragen, vragen. Een antwoord heb ik niet. Wel een plaatje. In mijn hoofd. Van een schaap, die dwars tegen de kudde in stribbelt, vast een zwart exemplaar. ‘I beg your pardon,’ prevelt het schaap beleefd.

De kudde dromt en masse richting afgrond. De voorste schapen tuimelen al achter elkaar naar beneden, een wisse dood tegemoet.

Ik heb dit plaatje veertig jaar geleden in Avignon gezien. In een etalage van een winkel, die dicht was. Wat een raak beeld, ik ben het nooit vergeten.

Laat gaan die schapen, de slaapwandelaars, die wakend slapen, word wakker en gooi je kont tegen de krib. Krijg je vervolgens de pip? Dat is hip. Heel hip.

Heks is alleen en koud en moe. Haar hongerige huid is aan aanraking toe. Toe aan geliefden, die om me geven. Toe aan een vervuld bestaan. Aan echt leven…… Ik vraag niet veel, slechts een klein beetje. Een flinter genade op mijn brood. En een leven voor de dood. Samen met een paar lieve mensen. Misschien wat nuttig tijdverdrijf? Iemand met wie ik verblijf? Dat is alles wat ik me kan wensen. 

Wat me het meest choqueert rondom de pandemie is dat het vrijwel niets verandert in mijn luizige leventje. Zie ik normaal al vrijwel niemand? Nu zie ik vrijwel niemand. Heb ik al jaren enorme huidhonger? Nu heb ik enorme huidhonger. Gedragen mensen zich al jaren asociaal ten aanzien van mijn ziekte? Nu gedragen mensen zich uitermate asociaal ten aanzien van mijn ziekte.

Heks heeft huildagen. Ontmoedigd kom ik thuis na weer een frustrerende wandeling door de winkelende mensenmassa’s. Grote omtrekkende bewegingen om de gevaarlijke hijgende joggers en racefietsers heen.

Die denderen overigens niets ziend en nietsontziend dwars door alles en iedereen heen! Niets kan hen afbrengen van hun duivelse pad op weg naar een goddelijk lichaam.

Soms roep ik ‘ANDERHALVE METER,’ tegen een paar naast elkaar razende racefietsers. Tegenliggers. Die me ongeveer de sloot in duwen, zoveel ruimte nemen ze naast elkaar in op het smalle fietspad.  ‘We wonen bij elkaar in huis,’ roepen de randdebielen. Waarschijnlijk studenten in een studentenhuis.

Heks woont niet bij hen in huis. Dat vertel ik hen ook. Glazige koeienblikken. Uit onpeilbaar domme koppen. Waarin geen kwartje valt. Terwijl er toch genoeg ruimte in is. Ruimte voor wel duizend kwartjes……

Ze laten ook alles maar toe aan de universiteit tegenwoordig. Zelfs mensen met ernstige hersenverweking blijkt hier maar weer uit. Grote holle vaten op een getraind lichaam. Een operatief reptielenbrein in combinatie met een inactieve frontale kwab. Laatste verstoken van enige vorm van spiegelcellen.

‘Waar haal je je levensvreugde uit, Heks?’ vraagt iemand me vanmorgen. Ik zit met mijn mond vol tanden. Het koor ligt stil. We gaan wel online oefenen. Binnenkort. Een half uurtje.

Vrienden zie ik niet. Sommigen wil ik ook niet zien, want die gaan hele rare dingen zeggen als ik zo down ben. Dingen waar ik me niet echt beter van ga voelen.

Waar haal ik mijn levensvreugde uit? Deze Heks, die dat als de beste kan. Die uit een uitgeknepen citroentje van een gebeurtenis nog iets positiefs weet te destilleren. Die dat al jaren doet. Die niets meemaakt en daar toch iets van maakt. Die, die…..

De Heks valt stil. En als ze al niet stil valt, dan wordt ze wel monddood gemaakt.

Waar haal ik mijn levensvreugde uit?

Niet zoals voorheen uit mijn wandelingen in de natuur. Waar ik elk moment bijna omver wordt gelopen door hijgende en puffende asocialen. Niet uit het schrijven van dit blog, waar mensen zich op alle mogelijke manieren tegenaan bemoeien tegenwoordig. Ik mag dit niet vinden, ik mag dat niet schrijven. Niet uit vrienden, die ik zie noch spreek.

‘Ga ik het nog volhouden allemaal?’ vraag ik me vanmorgen af. Want ik zit aan mijn grens. Mijn lichaam is enorm achteruit gedenderd, zo zonder fysiotherapie en accupunctuur. Mijn depressie is helemaal terug van bijna niet weggeweest. Zodra ik begin te huilen is het einde zoek.

Ik krijg medelijden met mijn hondje. Een paar keer per dag wandelen en dat is het dan. Ik doe wel spelletjes, maar ik ben zelf zo moe. Te moe om te slapen. Kwakkel de nacht door. Slapeloos. Licht dommelend. Alle ME klachten worden erger. Mijn lijf staat stijf van de pijn.

Vanavond voor het eerst in tijden weer naar de fysiotherapeut. Heks vindt het doodeng. Maar er zijn behoorlijk wat maatregelen getroffen, dus het is kiezen tussen twee kwaden. Veranderen in een pijnlijke wandelende kwarktaart of Corona oplopen op de behandeltafel…..

Somberdesomber. Lekker blog is dit. Toverrecepten voor een vrolijk leven…..

Heks is alleen en koud en moe. Haar hongerige huid is aan aanraking toe. Toe aan geliefden, die om me geven. Toe aan een vervuld bestaan. Aan echt leven.

Helaas overleef ik matig in de marge. En ik mag er niet over klagen. Vooral niet over klagen. Niet klagen maar dragen.

Ga zelf maar eens vijfendertig jaar je fysiek zwaar klote voelen. Altijd. Ook als je een leuke dag hebt. Word zelf maar eens systematisch voor gek verklaard met je ingebeelde ziekte. Terwijl je doodziek bent. Raak zelf maar eens alles kwijt. En nog eens. En nog eens.

Ga zelf maar eens naar al die ongevraagde domme adviezen zitten luisteren. Laat je zelf maar eens veroordelen door mensen, die nog nooit iets hebben meegemaakt. Je kent ze wel, mensen met zo’n maakbaar leventje.

Misschien is het goed, dit gehuil. Dit gejammer. Dit er doorheen zitten.

Kom me niet aan met troostende woorden. Ik kan ze niet horen. Het zegt me echt niets.

Ik zit al vijfendertig jaar grotendeels in thuisisolatie. Een opleving hier en daar nagelaten.

‘Het komt omdat je zo negatief bent, Heks. Daardoor wordt je ziekte steeds erger. Je wilt gewoon niet beter worden. Het is een schuurpapiertje van het leven, je ziekte. Wat doe je allemaal om je klachten in stand te houden? Als je maar genoeg in engelen of weet ik wat, God, Jezus, Mozes, Maria, Waterstraal gelooft, dan genees je wel. Je moet al je trauma’s verwerken. Dan word je vanzelf beter. Het is de straf voor een ander leven. Heb je wel eens aan orthomoleculaire voedingssupplementen gedacht? In de lente is het zo weer allemaal voorbij. De zomer komt eraan. Dan zal het beter gaan……’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zeg dit soort dingen niet. Tenzij je prijs stelt op een flinke opstopper. Want liet ik me vroeger zonder morren beledigen en veroordelen, liet ik zogenaamd wijze mensen hun goddelijke gang gaan met hun spirituele wijsheden en manische geverklaar van mijn leven…… Het positivistische geweld……Ik ben er klaar mee.

Ik vraag niet veel, slechts een klein beetje.  Een flinter genade op mijn brood. En een leven voor de dood. Samen met een paar lieve mensen. Misschien wat nuttig tijdverdrijf? Iemand met wie ik verblijf? Dat is alles wat ik me kan wensen.

‘Ook anderhalve meter afstand is niet veilig…’

Anderhalve meter echt niet genoeg in geval van hijgende hardlopers/doodlopers en gekken op een racefiets.

Nieuw onderzoek: onzichtbare spuugwolkjes blijven achter in de lucht tijdens het hardlopen

Hier en nu, kukeleku! Momenten van genade. Heks slaat zichzelf gade. Tussen de fossielen. Wat doet me dankbaar knielen? Mijn levende hart. Kloppend. Bonzend. Waarin geen leugen woont. Wel woede, maar daar wordt aan gewerkt….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vandaag is vandaag. Ik ben niet van gisteren. Vandaag is de vraag: Wat voor’n dag is het vandaag? Een goede dag of een kwaaie? Ik zal er niet omheen draaien.

Vandaag is goed. Omdat het van me moet.

Gisterenmiddag fiets ik met mijn hondje. Ik blijf in de stad met mijn ventje, want hij is gewond. Zondagavond knipt Heks een stuk van zijn oor af. Alles onder het bloed. Verbluft kijk ik naar het piepkleine verbandschaartje in mijn hand. Heb ik daar nu gewoon mee in dat oor zitten knippen?

En waarom piepte mijn kereltje niet? Waarom trok hij zijn koppie niet weg? Waarom gaf hij helemaal geen sjoege? Ja, nu. Nu ik aan zijn gewonde oor zit. Nu vindt hij het niet meer leuk!

Ik check de afgeknipte klitten op vleesresten en bloed. Niets te vinden. Zowel het afgeknipte haar als het schaartje zijn brandschoon. Ik kijk nog eens naar VikThors’ grote flapoor.

Ja, er zit een rauw open randje precies op de plek van de kleine vouw in het oor. Een kaarsrechte rand. Als afgeknipt met een reuzenschaar.

Ik dep het bloed zo goed en kwaad als het gaat. Daarna volgt de magische honingzalf. Ik hang de bijendoek op zijn bench…..

De volgende morgen knip ik nog wat kleverige klitjes weg van de rand. Er komt nog een stukje rauwe open huid vrij. Weer een bloedbad.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Geen vleesresten of andere tekenen, die erop duiden, dat ik stukken van mijn hond af knip. Intussen ben ik er achter, dat er al een verwonding moet hebben gezeten. Het moet recent gebeurd zijn, wat ik heb onlangs zijn oren nog helemaal nagelopen.

Om dat wondje is haar gaan klitten. Door al het zwemmen is de ontstane infectie wellicht verergerd. De boel is binnenin die klit gaan broeien.

Dat heb je met klitten. Voor je het weet gaan ze een eigen leven leiden. Ik mag nog blij zijn, dat het oor niet zwanger is geworden…..

Vandaag wordt er niet gezwommen. Heks blijft dus in de stad. Sinds ik onlangs ben onder geniest door een studente, heb ik mijn heilig voornemen om geen Corona op te lopen laten varen. Het is niet te doen.

Fiets ik overal volledig bemondkapt rond en word ik bijvoorbeeld besmet in mijn eigen straat. Als ik mijn hoofd uit het raam steek om mijn kat te roepen of iets dergelijks. Zal je zien en beleven.

Heks fietst dus weer af en toe zonder die kap. Als het echt rustig is buiten bijvoorbeeld. Zodra er gevaar dreigt zet ik dat ding weer op. Gunstig bijverschijnsel is, dat mensen niet meer expres in mijn anderhalvemetercirkel komen. Om te provoceren. Ook het gehoest richting Heks is aanmerkelijk minder. Al een paar dagen niet voor hoer uitgescholden.

Mondkapjes maken mensen agressief. Hier in Nederland dan. In andere landen hebben mensen er veel profijt van. Maar hier ben je een asociale gek, als je zo’n ding op je kop zet. En dat zal je weten ook!

Dit alles ondersteund door de adviezen van de deskundigen van de RIVM. Die alleen maar zeggen, dat het dragen ervan niet helpt en dat het zelfs gevaarlijk is, ja echt, omdat er een chronisch tekort aan die lullige lapjes is. Wat ik dan weer niet begrijp.

Als je zoveel ingewikkelde complexe beademingsapparatuur kunt regelen, er zijn zelfs studenten op gezet hier ter lande, die in een paar weken een geheel nieuw ontwerp hebben afgeleverd, moeten een paar miljoen supersimpele mondkapjes toch ook wel lukken? Zet daar eens een paar studenten op. Of een stelletje handige ZZPers, die dolgraag een opdracht willen.

Maar nee, hier worden je landgenoten dus kwaad als je met zo’n ding de straat op gaat.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Bij ons op de universiteit is op een gegeven moment een schrijven rond gegaan,’ een vriendin vertelt, dat de Aziatische studenten op het Erasmus ook tegen dit soort asociaal gedrag aanlopen, als ze hun mondkapjes dragen. ‘Echt heel vreemd, Heks, maar het gebeurt hier ook. Men heeft toen verzocht om op te houden die mensen hierop af te rekenen.’

Ach, mondkapje is mijn nieuwe stokpaardje. Een narcist met een mondkapje! Twee stokpaardjes in 1. Of een stokpaardje op een stokpaardje.

Terwijl ik zo fiets ontdek ik een heerlijk plekje uit de wind, in de zon, aan het water. Niemand in de buurt, want het is bij een universiteitsgebouw. En die zijn allemaal dicht.

‘Ontdek je plekje,’ hum ik in mezelf. Denkend aan klitten. In oren weliswaar. Maar toch.

Dan verdwijnt de zon achter de Universiteit Bibliotheek. Dat grote gebouw vol fossielen. Naast eeuwenoude manuscripten ook levende  menselijke, bibliofiele exemplaren. En natuurlijk de eindeloze hoeveelheden millennia oude kleine slakkenhuizen in het overvloedige marmer door het hele gebouw.

Ik ben intussen helemaal in het nu aanbeland. Rustig peddel ik verder langs de Singel. We komen bij het Plantsoen. Daar woonde vroeger een tante van me. Met haar dochter, een nakomertje met Down. Heks was gek op dat meisje. We speelden samen tijdens familiefeestjes.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

We gooiden eindeloos over met een bal. Of we maakten samen een mooie puzzel. Jeetje, wat lang geleden. Ik ben die tak van de familie volledig uit het oog verloren.

Ik ben opgehouden om naar allerlei ellendeprogramma’s te kijken. Ik kijk zelfs niet naar de persconferentie. Dat gaat dan weer wat ver. Ik zie nog wel eens iets. Over de olie bijvoorbeeld. Dat je in de Verenigde Staten fors geld toe krijgt als je een vat koopt.

Dus de oliemarkt stort in. De fossiele brandstof, waar de Noordpool voor moet wijken. De smeltende kap, waaronder nog meer olie verstopt zit. Is het erg? Ja, voor een heleboel rijke oliestinkers is dit een ramp. Maar voor Moedertje Aarde is het een kans.

Er zijn al jaren alternatieven voor dit kleffe goedje. Gewoon water bijvoorbeeld. Ik hoorde twintig jaar geleden verhalen over een man op de Filipijnen, die zijn auto op water liet rijden. Hij heeft zijn uitvinding niet overleefd. Niet dat de auto ontploft is. Welnee. De man is op raadselachtige wijze aan zijn eind gekomen. Of verdwenen.

Broodje aap? Wie weet.

Feit is, dat de olie industrie niet op dit soort alternatieven zit te wachten. Als olie niet meer gewenst is zijn hun bronnen niets meer waard. Ook de hele industrie eromheen is dan niet meer nodig. De aandeelhouders krijgen geen woekerwinsten meer. Kortom: Net als de woekerhandel in tulpenbollen in de 17e eeuw loopt deze industrie kans in no time te verdwijnen.

Oh, zit ik toch weer iets ergens van te vinden. Had me nog zo voorgenomen dat vandaag nu eens niet te doen.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de Trump Foundation, die hulp wil van Trump.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik fiets verder. Helemaal hier en nu nu. Ja nu. Een zeemeeuw valt VikThor aan. Hij zal wel een nest hebben in de buurt. Mijn witte hondje wordt vaak aangezien voor een soortgenoot van hen, lijkt het. Ik kan me niet herinneren, dat Ysbrandt vroeger ooit door een meeuw is aangevallen. Met VikThor vliegen ze hele enden mee. Schreeuwend en krijsend.

Ik strijk neer in de berm. Hier is nog zeker een uur zon. Ik heb een flesje ‘coconut juice’ bij me. Geen melk, maar echt het sap uit de klapper. Terwijl ik lekker zit te tekenen, scharrelt VikThor om me heen. Soms komt er een hondje langs en dan spelen ze eventjes.

Een Labradoedel raakt helemaal verliefd op mijn ventje. Ze spelen en spelen. Het baasje kijkt vertederd. Later komt hij speciaal nog eventjes terug met zijn hondje. Is het voor zijn beest? Of heb ik nu ouderwets sjans? ‘Ze vindt hem helemaal leuk!’ glimt de man. De leuke man.

Hier en nu. Me niet gek laten maken. Voorzichtig blijven, dat wel. Maar ook………

LEVEN.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zonnige zondag met veel wind. Heks vindt een kind. In haar eentje. Ik draag eendje in Haar handen. Voorzichtig door een moddersloot. Blijft hij leven? Gaat hij dood? Ik zal jou geschenken geven, watergodin. Laat hem in leven…..

Zondag eind van de middag fietst Heks de stad uit. Haar kleine hondje draaft naast haar. Kletsnat van een lekker bad in de Singel. Er staat een fris windje. De zon schijnt stralend, maar toch weerhoudt dit verplaatsen van lucht mensen om massaal de natuur in te gaan.  Ook de doodlopers en wielerfreaks zijn op 1 hand te tellen. Heerlijk!

Het is zo rustig, dat ik mijn mondkapje aan de wilgen hang. Bij het Valkenburgermeertje laat ik mijn varkentje lekker zwemmen. Hij stort zich keer op keer met overgave het water in. Op zoek naar dat balletje. Dat geweldige fantastische balletje……

Na een tijdje heb ik wel zin om weer naar huis te gaan. De energie is minimaal. Ik moet dat hele end nog terug. Ik kijk mijn monster aan. Lok-oogjes. Verleidersblik. Speels smeken…. Liedje van verlangen. ‘Nog eventjes, Vrouw, nog even stukje de polder in……?!’

Ik kan zijn smeekbede niet weerstaan. Even later zijn we weer onderweg. Naar ons bankje. Midden op een groot stuk weiland. Links en rechts sloten, bossages, eilandjes, het meertje op de achtergrond…..

Het is geweldig rustig. Heks gaat lekker zitten tekenen. Ik heb mijn tablet bij me. Al snel ben ik verdiept in mijn werk.

Ik zit al een hele tijd rustig te tekenen, mijn hondje scharrelend om me heen, als er plotseling enorm tumult ontstaat op een twintigtal meters afstand. Een eend zit geweldig te krijsen. Ik kijk op. Vikthor ook. Een paar kleine eendjes scharrelen verschrikt door het hoge gras. De moeder luid snaterend op een afstandje…. Wat is er gebeurd?

Dan een uit de kluiten gewassen herder en een klein fel kuttenlikkertje. Ze storten zich -opnieuw- op de eendjes. Heks krijst nu ook. VikTHor zit inmiddels aangelijnd toe te kijken hoe zijn Vrouw achter de honden aanjaagt.

De eigenaresse is een grote ongeïnteresseerde griet. Gehuld in een massief huispak van Roy Donders. Haar honden terug roepen? Ho maar. ‘Houd je honden even bij je, er lopen hier allemaal kleine eendjes…’ alsof Heks Spaans spreekt.

Dan, terwijl ze passeert, alle ontredderde eendjes liggen intussen alweer in de sloot met moeders, ‘Daar zit er ook nog ergens eentje tussen de spoorrails.’

Paniekerig begin ik langs de rail van de oude stoomtrein te rennen. Op zoek naar dat kleintje. Een heel stuk verderop vind ik het schatje. Suffig zit hij tegen een rail aangedrukt. Op een veld, waar menig hond loopt rond te jakkeren op dit tijdstip. Hem laten zitten is geen optie.

Zo loop ik dan met mijn kleine schat naar de sloot. Ik zet het beestje tussen de andere eendjes. Opgelost!

Maar, oh jee.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De nog immer paniekerig moeder gaat er snel van door met de rest van het grut. Mijn kleintje belandt aan de overkant van de sloot in het riet. Aan de kant van een eilandje. Bibberend. Alleen.

Heks jaagt langs de sloot om te zorgen dat de moeders, ik zie meerdere vrouwtjeseenden nu, allemaal luid snaterend, langs het eenzame kleintje gaan zwemmen. Hopelijk sluit hij zich vanzelf weer aan.

Maar nee. Ze zwemmen hem zo voorbij. Het kleintje verroert zich niet. Kut.

Ik begin het nu toch benauwd te krijgen. Die kleine moet weg daar uit dat donkere stuk riet. Ik probeer met een lange stok het diertje naar me toe te harken. Lukt niet. Nog een langere stok, een boomstam eigenlijk….., werkt ook niet. Alle andere eenden zijn intussen foetsie. Zelfs geen kleintje meer te bekennen ook. Behalve mijn schatje.

Op een afstandje volgt VikThor mijn verrichtingen met grote belangstelling. Wat is ze toch allemaal aan het doen, de Vrouw? Waarom trekt ze in godsnaam haar broek uit?

Heks springt in haar onderbroek in de moddersloot. Hij is veel dieper dan ik dacht. Ik waad door de zachte blubber naar de overkant. De onderkant van mijn spijkerhemd en spinnentrui worden ook nat nu. Ik vis het eenzame eendje uit het riet. Behoedzaam waad ik terug. Stap met een paar pikzwarte benen weer op het droge. Met mijn schat voorzichtig tegen me aan.

Terwijl ik het eendje in een fietstas parkeer, poets ik mijn benen een beetje schoon. Ik kleed me weer aan. Jeetje, wat een actie. Maar wat nu? Ik heb beloofd dit beestje te redden. Ik overweeg al om hem mee naar huis te nemen. Naar 7 monsters van katten……

Ik haal het eendje weer tevoorschijn en houdt het een hele tijd in mijn zachte handen.  Subtiele energie stroomt rondom het diertje en omhult het met een veld van liefde en veiligheid. De rust keert weer in zijn kleine lijfje. Na een tijd kijkt het beestje me gis aan. Zijn snaveltje tikt tegen mijn hand.

Dan plotseling: De eend met kroost zit weer in de sloot, waar het allemaal begon! Met de andere kleintjes. Ik sluip met mijn schat dichterbij. Ik ga nog 1 keertje proberen om het dier bij zijn moeder terug te plaatsen. Daar is hij toch veel beter af, dan bij mij.

Ik zet hem in het water. Snel peddelt hij weer terug naar de oever. Richting Heks! De moeder blijft op afstand. Ze heeft hoegenaamd geen interesse voor de kleine en moet al helemaal niks hebben van mensen…..

Heks trekt zich terug van de sloot. Nu is het een kwestie van afwachten. Komt het nog goed met dit eendje en zijn familie? Of is hij verstoten? Of is het eigenlijk een jong van een hele andere moedereend?

De moeder vliegt op en voegt zich bij de andere kleintjes, die intussen en heel end verderop  ronddobberen. Mijn kleine vriend zie ik niet meer. Hij lijkt spoorloos verdwenen te zijn. Een hele tijd draal ik nog op de plaats, waar ik hem liet gaan. Hij laat zich niet meer zien……

‘Ha Heks, wat leuk, dat je voor mijn verjaardag belt,’ Blonde Buurman belt me die avond terug, nadat ik hem ’s middags in paniek heb gebeld met allemaal eendenvragen. Hij is expert op het gebied van vogels en met name ook eenden. De achtertuin van zijn ouderlijk huis zat altijd helemaal vol met die beestjes.

‘We hebben ook weleens een geredde zwaan in huis gehad,’ vertelt hij me op een goede dag, ‘Maar die werd wel erg groot. En hij vertrouwde mensen en honden en dat laatste is hem uiteindelijk fataal geworden….’

‘Oh, ben je jarig? Gefeliciteerd!’ Heks zingt direct een paar liedjes voor haar oude vriend. Wat een geluk, dat ik hem op zijn verjaardag bel. Niet dat ik er aan gedacht had. Heks ia heel slecht in verjaardagen. Ik kan alleen die van mezelf onthouden.. …..

Dan vertel ik hem over Bertje, het kleine eendje, dat misschien ergens in een sloot zit te verpieteren in zijn eentje. ‘Jeetje, Buurman, had ik hem net toch mee naar huis moeten nemen?’

‘Die moedereenden zorgen heel slecht voor hun kroost. Ze tellen echt niet of ze allemaal aanwezig zijn. Er worden er ook regelmatig een paar opgegeten door een grote snoek. Ze houdt het niet bij. De eendjes zelf moeten zorgen, dat ze in haar buurt blijven…..’

‘Ze sprokkelen ook al vanaf dag 1 hun eten bij elkaar. Dus hij kan wat dat betreft voor zichzelf zorgen. En wat ook nog wel eens gebeurt, is dat ze gewoon achter een andere moeder gaan aanzwemmen…..’

‘Wat die kleintjes ook doen, is onder water duiken als er gevaar is. Ze verstoppen zich in het riet en steken dan alleen hun snaveltje als een soort snorkeltje boven het water uit. Ze kunnen dat een hele tijd volhouden…..’

Heks begrijpt nu eindelijk, waar dat kleine eendje gebleven is, nadat ik hem de laatste keer in het water heb gezet. Daarom kon ik hem niet meer vinden….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

’s Avonds draag ik de kleine in Haar handen. We waden door de nachtelijke sloot. Huiswaarts. Richting moeder, broertjes en zusjes. Op de hoek een Snoek. Hoofd groot en vervaarlijk. Een watergodin trekt aan mijn benen, waarom dit hapje laten gaan?

Omdat ik haar draag in Haar handen. Omdat ik het die kleine heb beloofd. Tegen het snoekenhoofd. Tegen de lange sliertige haren. Om mijn benen geslagen. Verstrikt. Vertraagd. Nauwelijks vooruit nu, de bocht om, we zijn er bijna…..

‘Ik zing voor je, ik breng je een geschenk. Morgen of overmorgen, maar zeker deze week. Een munt, een blinkende munt, laat mijn kleintje gaan. Een glanzende echte munt voor jou. KOMT ER AAN…’

Dan voel ik ontspanning. Verandering in de lucht. Mijn benen weer losgeraakt uit wuivende groene haren. Ik draag een eendje in Haar handen. Voorzichtig door een moddersloot. Blijft hij leven? Gaat hij dood? Ik zal jou geschenken geven, watergodin. Laat hem in leven…..

Ik hou van mijn. Tegen de klippen op. Ik bent zo lief. Ik zet mijn wereld op zijn kop. Wiens kop? Dat wil je wel weten. Mijn eigenste kop gaat over de kop! Niet meer vergeten! En kop op! En: ‘Schilder me, Heks, laat de beelden komen. Ik waak in je dromen. Je voelt je geveld, uitgeteld, maar het beste moet nog komen…..’

Hoe is het met je eed, Heks? Doe je er iets mee? Ben je bezig? En wat doe je dan? Hoe werkt dat, zo’n eed? En geloof je het nu zelf helemaal allemaal? Vragen, vragen.

Heks zit weer in de zon op haar balkon. Helaas is het weer lekker weer vandaag. Gisteren heerlijk in de regen gefietst met mijn hondje, zonder hierbij gehinderd te worden door allerlei hardlopers en fietsers. De absolute asocialen van het Corona tijdperk. Verslaafd aan het zo snel mogelijk van A naar B jakkeren. Op een paar dure sportschoenen of een onbetaalbare fiets.

Zonder daarbij rekening te houden met wat er op hun pad komt. Ze lopen desnoods dwars door je heen. Afgelopen week kwam er een tegenligger met een minachtende uitdrukking op het gezicht met zijn racefiets recht op Heks af. Alleen maar omdat ik ruimte vroeg om te passeren.

Hij nam met zijn wielrenmaatje, gezellig naast elkaar stoempend, het halve fietspad in beslag en vond dit provocerende gedrag het juiste antwoord op mijn verzoek.

Ik heb hem uiteindelijk een lel met een dummy van VikThor gegeven. Net voordat hij mij kon raken! Gisteren alleen maar uitgescholden door drie dikke jonge Moslima’s, die met zijn drieën op het fietspad liepen te wandelen. Kamerbreed naast elkaar. Met achterwerken waar Kim Kardashian jaloers op zou zijn.

Mijn verzoek om me te laten passeren levert een scheldpartij van jewelste op. Heks moet haar bek houden. Me dit en me dat. ‘Hoer’, schreeuwt de meest ordinaire van het stel tot slot, ‘Vieze lelijke dikke ouwe hoer!’

Een paar jongens met dezelfde etnische achtergrond lopen een stukje verderop. Ook midden op het fietspad. Zij maken ruim baan voor Heks. Grote glimlach. ‘Dat kan toch echt niet, mevrouw, u daarvoor uitschelden,’ zegt 1 van de knapen. De schat maakt het weer een beetje goed.

‘Het is al de tweede keer, dat ik zo wordt behandeld door dames met hoofddoek. Binnen een week! Ik weet, dat de meeste moslimmeisjes keurig thuis zitten te studeren. Maar als ze ordi zijn, dan zijn ze het ook goed. Mijn God,’ verzucht ik later tegen de Don. Wat mankeert die meiden?

Vanmorgen zit ik dan huilend voor de televisie. Een tearjerker film van jewelste brengt een stroom tranen op gang. Ik heb ook nog eens heel slecht geslapen. Wat verbrokkelde uurtjes bij elkaar gesprokkeld en daar moet ik het dan mee doen. Ik weet me met mezelf geen raad. Hier zit ik dan. In mijn eentje op een flatje. Met een lijf wat niet wil. In dit Corona-tijdperk.

Mijn kleine universum op zijn kop. Alleen. Alleen. Met een depressie van heb ik jou daar op de loer. Die morrelt al jaren aan mijn bestaan. Mijn overgrote woede is in feite een manier om niet inert bedlegerig te geraken. Zonder mijn woede had ik het niet gered.

Eindelijk kom ik op een punt, dat ik mijn eigen gevoelens en gedachten mag hebben. Voorheen had ik ze natuurlijk ook wel. Maar privé. Achter de voordeur. Zodra er mensen aan te pas kwamen, met name mensen die me lief zijn, raakte ik al snel in de verdunning.

Iets, dat me ook nu nog wel gebeurt, hoewel ik er helemaal niet meer tegen kan. Dat gedrag van mezelf. Pleasen en bevestigen. De ander voorop zetten. Alles om de lieve vrede te bewaren…..

Dan heb ik ook nog eens moeite met mijn nieuwe gedaante. Ik voel me er niet echt beter bij. Soms verlang ik zelfs terug naar die ouwe gezellige deurmat. De lieve pleaser. De positieveling. De eeuwige lieveling.

Ik kan intussen ook steeds beter zien, hoe dat proces van verdunning in zijn werk gaat. Hoe ik de eerste vijfendertig jaren van mijn leven op eieren heb gelopen. Hoe ik uiteindelijk toch zo’n belangrijke dierbare teleur heb gesteld. Hoe mijn moeder me dat nooit heeft vergeven. Ik was van haar. En niet van mezelf.

Een fenomeen, dat je vaker ziet bij moeders en dochters. Ik in elk geval wel. Sinds mijn ogen open zijn gegaan. Er is zelfs een televisieprogramma over gemaakt.Een hele serie afleveringen! Waar ik bijna niet naar kan kijken. ‘sMothered‘.

De ondraaglijke pijn om te worden afgerekend op wie je werkelijk bent. En het enorme verdriet, dat je blijkbaar niet goed bent zoals je bent. De schrik om de woede van mensen, omdat je het niet met hen eens bent. De diepe wond in Heks. Op haar veertiende is ze begonnen met helemaal haar bek te houden. Uit lijfsbehoud.

Total shut down.

Heks lijkt dan wel zo mondig en strijdbaar, maarrrrr……..

Ik heb paralel aan mijn leven geleefd. Steeds gericht op die ander. Conflictvermijdend. Sussend. Begrijpend. ‘Achterlijk loyaal’ zoals Peter van der Hurk het noemt.

Elke avond weer uren bezig om de boel van binnen weer op orde te brengen. Pogen om tussen mezelf en mijn bezette zelf overeenstemming te bereiken.

Het helpt ook niet mee, dat ik vannacht weer snotverkouden was. Na de niesbui van iemand, op slechts een paar meter afstand van Heks,  ben ik er niet gerust op, wat zich in lijn lijf afspeelt. Ik druppel Colloïdaal Zilver in mijn neusgaten. Gorgel met hetzelfde spul. Het zou moeten helpen tegen dit virus.

Er zit een tenenkrommende folder bij de grote fles, die ik heb aangeschaft. Het is, dat ik dit antivirale middel ken uit het AIDS-tijdperk. Het is dat ik weet, dat het geen gebakken lucht is, dit middeltje. Afgaande op de uitermate arrogant opgestelde bijgesloten brochure had ik de fles zo het raam uit gekeild….

En de Zwarte Dame dan, je eed? Dit is allemaal meer van hetzelfde gejammer, Heks. Over je onbegrepen bestaantje…..

Op televisie zie ik een man van het Leger Des Heils. Schiet me maar lek in welk programma. Ik zap langs en blijf hangen. De man vertelt wat hij voor zijn getroebleerde medemens probeert te doen.

‘Ik probeer het met hen uit te houden,’ Het is een ongelofelijke schat van een kerel, ‘Ik heb ontdekt, dat dat het allerbelangrijkste toch is om naar iemand te luisteren. Echt luisteren! Dat valt soms niet mee. Je moet het uithouden. Niet gelijk met een oplossing komen, dat werkt averechts. Heel soms ga ik hiermee nog in de fout, maar oplossingen aandragen werkt voor geen meter.’

Het met elkaar uithouden. Zonder oordeel gewoon luisteren, naar wat er in de ander leeft. Dus niet de ander dwingen om iets te zeggen of voelen, wat niet van die persoon is. Of het probleem eventjes te verklaren en op te lossen. Of roepen, dat heb ik ook en het gesprek te kapen…….

Holding Space is de term in de psychologie voor dit verschijnsel. Thich Nhat Hanh noemt het deep listening. Niks terug zeggen. Niet reageren. Vooral niet jouw persoonlijke mening er lekker overheen sproeien…….

In Plumvillage wordt altijd enorm geoefend met deze manier van naar elkaar luisteren tijden het dagelijks ‘dharma delen’. Je ‘darmen delen’ grapten we hier vaak over. Your gut.

Ook in deze kloostergemeenschap vinden mensen het vaak moeilijk om alleen te luisteren. Heks heeft, na het delen over haar leven met die rare ziekte, echt wel mensen over zich heen gekregen, die me direct een oplossing aanreikten.

In de vorm van hele dure behandelingen in verre oorden. Waarbij geen enkele garantie wordt geboden, dat je ook daadwerkelijk geneest. Menigeen voelt zich na alle aandacht van een set behandelaars veel beter na een tijdje. Maar je hoort zelden iets over de langetermijneffecten. Of die er zijn. Genezen doen die mensen in elk geval niet.

Zo jammer, want het doet het effect van deze benadering, het met iemand uithouden, deep listening, te niet. Je houdt er een juist enorm kutgevoel aan over.

Heks is ook wel eens enorm opgeknapt van haar kwaal. Ook ik dacht toen, dat het kwam doordat ik zo mijn best deed. Door het dieet, de accupunctuur. De paranormale behandelingen, het feit, dat ik mijn leven drastisch had omgegooid…..

Ik dacht dat het belangrijk was om te denken, dat ik werkelijk genezen was. Ik heb dat een ook jaren volgehouden, terwijl ik ondertussen nog vrij veel last had van mijn kwaal. Maar ik werkte weer. Ik deed weer een beetje mee. Dus weg met het idee van die ingebeelde ziekte…….

Maar de ziekte heeft met nederig gemaakt. Door keihard terug te komen. Door niet meer te reageren op het ‘mijn gloeiende best doen’. Ik ben tegenwoordig voornamelijk bezig om er binnen de mogelijkheden iets van te maken. Daarom doet het zo ontzettend zeer, als ik me weer moet verdedigen, dat ik nog steeds niet op wonderbaarlijke wijze genezen ben……

‘Heks, je moet je nooit meer verdedigen. Daarmee geef je heel veel macht aan hele domme mensen…’ drukte Peter van der Hurk me jaren geleden alweer op het hart.

Dus ik ga me dan ook niet verdedigen, voor alle woede, waar ik de laatste jaren tegenaan ben gelopen in mezelf. Mijn woede heeft me gered. Het heeft dat kleine cirkeltje doen ontstaan , waarop ik kan staan. Met mijn eigen gevoelens en gedachten. Waar jullie het absoluut mee oneens mogen zijn. Maar ze zijn wel ‘Van Mijn’.

Heks moet lachen. Die tekst wilde een grote liefde van me op zijn enorme buik laten tatoeëren. Nadat hij dertig kilo was aangekomen door de antidepressiva. Ja, humor moet ons redden!

Ik brandt een kaarsje en een geuroffer voor de Torenvrouwe. Als ik wil gaan schelden roep ik haar naam. Het valt me eerst niet eens op. Pas na een paar dagen begint het me te dagen. Durf ik ook hier haar steun in te vragen.

‘Schilder me, Heks, laat de beelden komen. Ik waak in je dromen. Je voelt je geveld, uitgeteld, maar het beste moet nog komen…..’