Heks kijkt naar de Tour. De hele middag kabbelt het voort op de buis. Dan: Spanning en sensatie. Het peloton breekt in tweeën. Waaiers wapperen je om de oren. Weer winst voor Jumbo Visma. En hun kopman doet goede zaken……. Wat een geweldige ploeg. Wat is toch hun geheim? Ik zal het je verklappen: Ze gunnen elkaar wat!

Vanmiddag kijk ik naar de Tour. Een lange rit met waarschijnlijk een massasprint aan het eind. Groenewegen zit nog steeds vooraan. Heerlijk.

Tussendoor wordt er flink geluld. Geouwehoerd. Geklessebest. Door stoere kerels. Wie zegt er dat wij dames lang van stof zijn? Wie durft te beweren dat heren efficiënt converseren?

Eindeloos staat Herman van der Sande te oreren met alweer een oud renner. Rob Harmeling in dit geval. Beiden geven hun mening over deze geweldig leuke Tour. Er worden allemaal oude koeien van stal gehaald. En uit de sloot. Toen was het snoeiheet, toen viel er eentje dood. Toen won die en die, toen hebben we het verkloot. Precies hier. Op dezelfde berg. Of de vorige. Of de volgende.

‘Je hoeft niet te drummen en te duwen in de bochten,’ roept van der Sande over het komende stuk van vandaag. Heks houdt toch zo van het wielerjargon. Het sleuren en stoempen. ‘Ze hebben die kopgroep aan een draadje,’ vervolgt Herman. ‘Ja, de klassementsrenners hebben geluk…..’ antwoordt zijn gesprekspartner, ‘Dit was vroeger de kookpot van Frankrijk. Dit jaar is het helemaal niet te warm hier….’

Ik vind het wel jammer, dat het niet bloedheet is in die beruchte kookpot. Ik zie die wielergasten graag sterven, toch overleven, er weer bovenop komen en voortleven. Terwijl ze gewoon doorstoempen. Geparkeerd staan door de hongerklop om dan toch met twee vingers in de neus die etappe te pakken…..

Extreme omstandigheden willen dan nog wel eens helpen……

Heks ligt al dagen stiekempjes gestrekt. Het valt niemand op, want het is geen geweldig weer. Het valt sowieso altijd geen hond op, als ik in de lappenmand ben. Behalve dan mijn eigen hondje. Die ligt te balen aan het voeteneind van m’n bed. Hij vindt zo’n dodelijk vermoeide heks maar niks.

Ik slaap uren achter elkaar. Val ’s avonds in slaap voordat ik heb gegeten. Al een paar dagen. Dus heb ik vandaag de warme hap alvast om vier uur ’s middags achter de kiezen gepropt. Beter vroeg dan nooit.

Oh, wat heb ik lekker gekookt. Zal ik mijn receptje geven? Van glutenvrije, lactosevrije, sojavrije calamaris met veganistische citroen/knoflookmayonaise?  Supersimpel en heel lekker! Vooral voor de televisie tijdens ‘De Avondetappe’.

Zet twee schaaltjes klaar. In de ene doe je een mengsel van 1 deel boekweitmeel en 2 delen kikkererwtenmeel, flinke snuf zout, cajunkruiden en mediterrane kruiden er door mengen. In de andere schaal kluts je twee eitjes. Eventueel nog wat van de kruiden er door mengen.

Op het vuur een hoge smalle pan met een flinke laag olie. De calamaris moet echt koppie onder gaan. Verwarmen tot 180 graden. Steek een stokje in de olie. Als de olie om het stokje bruist kan de calamaris er in.

Haal de inktvisringen door  het meelmengsel en vervolgens door het eiermengsel. Hop in de olie. Drie minuten geduld AUB en laten uitlekken op keukenpapier.

De saus maak ik van een flinke hand rauwe cashewnoten met het sap en de rasp van een uit de kluiten gewassen citroen. Vier eetlepels olijfolie erdoor. Teentje knoflook. Halve theelepel zout. In de keukenmachine fijn pureren tot een romige rijke saus.

Serveren met een leuk groentegarnituurtje. Of zoals Heks als bijgerecht bij een pastamaaltijd. Of gewoon zo voor de buis met een glutenvrij biertje er naast en de Tour op de achtergrond.

In de Tour is nu van alles aan de hand. Er zijn opeens 2 pelotons ontstaan. En een kopgroep. ‘Wat een ongelofelijk blunder. Pinot gaat nu zelf op kop rijden, ja hij zal wel moeten. Complete paniek natuurlijk. Iedereen laat hem lekker rijden. Ik hoop dat Groenewegen in die groep zit….’

Heks volgt niet helemaal wat er gebeurt. ‘Wat een blunder zeg,’ hoor ik steeds. Waar is Groenewegen? ‘Ze willen Pinot niet terug laten komen. En Fûgelsang….. Dan is Groenewegen ook kansloos…….’

Wat een leuke Tour hebben we dit jaar. Geen gecontroleerd gekut met oorwurm Froome.  Nee, er gebeurt van alles. De Nederlanders doen het geweldig. Eerlijk zal het nooit worden, de wielersport.

In het ene team hebben ze bijvoorbeeld allemaal op maat gemaakte peperdure aerodynamische stuurtjes. Het scheelt je minuten tijd per uur. Andere teams hebben niet zulke stuurtjes. Te duur.

Oh, krijg nou wat, allemaal waaiers. Niet best. Een slagveld……

‘Groenewegen heeft niet de benen om het kolletje te verteren,’ roept de verslaggever. Hij is voor vandaag dus gezien. Spanning en sensatie. Wat een leuke Tour! ‘ Een zwarte dag voor Pinot.T’is koers hè?’ schreeuwt de commentator opgewonden, ‘Ja. T’is koers……!’

Wout van Aert wint de sprint. In zijn eerste ronde van Frankrijk. Een super leuke Belg in dienst van Jumbo Visma. Een veldrijder! Wat een verrassing! En onze eigenste Kruiswijk slaat een slag in het klassement.

 

 

Maakbaarheid of braak-baar-schijt. Vooruit met de geit, gekke meid. Heks wars van wauwse dwarsverbanden…… Merkbaar meandert mijn mottig humeur door zompig moerassig niet maakbaar laagland. Geen man overboord, ik zeg niks. Of toch: No mud, no lotus.

Jajaja. Yep. Yes. Doch……. Oui!

Ik probeer het maar weer eens: Ja zeggen. Nee ligt me alweer jarenlang in de mond bestorven. En dat is vast niet best. Heks heeft een boek in de kast met de titel: De kracht van ja. Geschreven door John Kalse, een spirituele leraar van Heks van lang geleden.

Op televisie tettert de 2Doc documentaire ‘Nu verandert er langzaam iets.’ Hoe toepasselijk. Over het maakbare bestaan. Jezelf verbeteren tot op het bot. Heks doet al ruim een halve eeuw pogingen hiertoe. En nog steeds ben ik niet tevreden met het resultaat. Met mezelf. Verre van……

Een aantal jaar ging het een stuk beter. Oogkleppen op en schellen niet van de ogen gevallen helpt enorm. Ik deed altijd enorm mijn best om een goed mens te zijn, zonder dat het overigens erg werd gewaardeerd door deze en gene. Maar in elk geval wel door mezelf!

Heks had oog voor haar bescheiden pogingen om er iets van te maken in haar amoebe-bestaan. Ook vielen mijn periodieke inspanningen om er iets van te maken voor bepaalde medemensen me met enige regelmaat op.

Mijn bovenmenselijke krachtsinspanningen om een gekwetst medemens eventjes op te tillen. Een stukje te dragen zelfs. Ik was me bewust van mijn niet aflatende inzet om geliefden te verbinden. Mijn vermogen om ruimte te scheppen voor anderen om er te zijn. Samen te zijn.

Maar goed. De klad is er een beetje in gekomen. En terecht. Wie denk ik wel dat ik ben om een ander te willen helpen? Om de wereld te willen verbeteren? Om van mezelf een goed mens te maken? Lulkoek.

Heks kent mensen, die net als zijzelf graag goede werken willen doen. Die ervan dromen heilig te worden verklaard. Of ze hebben last van hun enorme geweten, als een grote eeuwenoude windstille binnenzee rustend in hun borstkas, waar werkelijk de hele wereld in wordt weerspiegeld.

Sommige van deze mensen hebben mijn persoontje wel eens tot hun projectje gebombardeerd. Hun goede werken betroffen dan opeens Heks in hoogsteigen persoon. Ongevraagd werd er aan me gewerkt. Allerlei ongevraagde adviezen en aanbevelingen werden er dan plots in mijn strot geduwd.

Helaas ben ik wars van dit soort geneuzel. En tevens een hopeloos project natuurlijk. Geen eer aan te behalen. En ik ben ook nog niet eens dankbaar.

Het is dus niet zo erg, dat ik zelf met dit soort strontvervelende acties ben gestaakt. Ik bedoel hiermee niet het onbaatzuchtig iets voor een ander doen. Vooral als het aan ons gevraagd wordt. Nee, de ongevraagde betweterige toewijding is wat ons nekt. De wereld staat er bol van.

We hebben behoefte aan het doen van goede werken en duwen ze ongegeneerd bij de eerste beste kneus door de strot. Zonder te vragen wat nodig is. Of er iets nodig is. Misschien wil iemand alleen maar een keer zijn verhaal kwijt? Zonder direct een oplossing geserveerd te krijgen?

Op televisie wordt een soundtrack gedaan in een enorme evenementenhal. De zaal is nog leeg. Een man met een gezwollen stemgeluid begint te oreren ‘Vandaag gaan we het hebben over persoonlijke kracht. Persoonlijke kracht bestaat uit je energieniveau, je communicatievaardigheid en je mindset. Het gaat er om dat je goeie vragen stelt……..’

  

‘Als je namelijk GOEDE vragen stelt dan krijg je helderheid. Helderheid leidt tot inzicht. En als je inzicht hebt, als je het ineens anders gaat zien, verdwijnen angst en onzekerheid. En als je geen angst en onzekerheid hebt, ben je zelfverzekerd. En als je zelfverzekerd bent, durf je te kiezen, durf je beslissingen te nemen. En elke beslissing die je neemt bepaalt de koers van je leven.’

‘What you imagine, you become!’

‘Goed he?’ schalt een vrouwenstem direct hierna door de ruimte, Staat het er goed op? Marc, contact, goed zo? OK!’

Heks wordt een beetje draaierig en misselijk van het gezever. Bah. Hoe durven mensen toch voor veel geld ons deze onzin te verkopen? Bah en nog eens bah.

Tijdens mijn cursus ‘Creëren vanuit je bron’ bij John Kalse indertijd deed Heks ook verwoede pogingen om haar eigen leven opnieuw te creëren. Voor de zoveelste keer. Ook ik ben altijd zeer bevattelijk geweest voor het verbetervirus. Dat nare ziekmakende betweterige wezentje, dat altijd overal de kop op steekt. Vooral ook in spirituele kringen.

Zo trachtte ik nog een leuk gezinsleven voor mezelf te creëren op de valreep. Ik geef toe, het is alweer eventjes geleden, dat ik bij de man in de leer was. Een paar kinderen creëerde ik en een lekkere vent.

Maar wat gebeurde er? Er werd het mes gezet in mijn vermogen om kinderen te krijgen. Letterlijk. Slechts een paar jaar later.

Oh ja, ik was intussen natuurlijk ook volledig genezen van mijn ziekte in mijn zelf gecreëerde leventje. (In werkelijkheid was ik precies op dat moment bezig om weer terug bij af te geraken door een ziekmakende airco in een vervuild gebouw waar ik werkte. Het onding was een paar weken voor mijn reisje geïnstalleerd. Na de vakantie en de cursus bij John kwam ik terug in een soort schimmelkot.)

Tot slot was ik zeer succesvol in mijn werk. Werk, dat ik leuk vond. Mijn talenten werden volop benut. Een happy Heks……. En? Is dat dan nog gelukt?

Nee, ik had juist de meest vreselijke baan ooit, computersystemen bouwen met behulp van Oracle. Zo afschuwelijk saai! Een jaar later zat ik definitief thuis. Volledig afgekeurd. Min lijf had het helemaal op gegeven……

Nu zou je kunnen zeggen vanuit spiritueel opzicht, dat ik niet zo goed ben in het creëren van mijn eigen leven. Mensen, die zweren bij boeken als ‘The Secret’ roepen dit soort dingen om de haverklap. Het zou dus betekenen, dat ik echt ontzettend dom ben, dat ik zoiets simpels en eenvoudigs niet voor elkaar krijg. Na al die jaren. Al die pogingen. Al dat werken aan mezelf…..

Of is het misschien zo, dat dat maakbare leven een wassen neus is? Uitgevonden door mensen, die zich graag met anderen bemoeien. Die hun eigen leventje maar niks vinden en hun heil zoeken in het verbeteren van andermans bestaan?

En vervolgens beweren dat ze daarvoor in de wieg zijn gelegd? En er ook een lekkere boterham mee verdienen. Dus roepen dat andermans leven voor verbetering vatbaar is loont. Voor de toesnellende hulpverlener dan……

‘Jouw ziekte is een schuurpapiertje van het leven,’ aan het woord een heksenvriendinnetje van een paar jaar terug. Heks zat net in een dramatisch slechte periode en ik wist werkelijk niet waar ik het zoeken moest. Mijn relatie met een narcist was net uit. ‘Dan word je toch gewoon lesbisch, Heks?’ was de oplossing voor dit probleem door dezelfde bevriende heks.

Ja, laten we dat dan maar eens proberen. Een bef-lapje naast dat schuurpapiertje.

Maakbaar bestaan. Overal is een verklaring of oplossing voor. ‘Ik ben onlangs toch gebeten door een teek,’ een klasgenootje op de heksenschool springt enthousiast op en neer voor mijn neus. ‘En weet je wat het betekent? Dat iemand je zit leeg te zuigen….’ vervolgt ze enthousiast.

Heks heeft hier allemaal geen geduld voor. Ik weet allang niet meer wat wat betekent. Wat die ziekte betekent. Wat het betekent, dat ik altijd alles en iedereen kwijt raak. ‘Oh, nou, daar heb ik helemaal niks mee, al dat geverklaar…’ reageer ik geprikkeld.

Of iets dergelijks. Ik weet niet meer wat ik precies riep, om haar de mond te snoeren. Wat ik wel weet, is dat ze me verschrikt aan keek. Ze bedoelde er niks kwaads mee. De halve wereld hangt aan elkaar van dit soort verbanden. En verklaringen. Ze wilde het alleen maar delen…..

Heks is toch ook een rare heks. Heel veel spirituele praat vind ik lulkoek. Ik ben wars van zo is het en blablabla. Voor mij is dit pad een moeizame zoektocht. Met veel valse profeten, die je moet mijden. En een paar regelrechte pareltjes op je weg.

Op de televisie worden nu varkens geknuffeld. Een gewilde techniek om tot jezelf te komen. Mits je niet Islamitisch bent. Dan is tot jezelf komen middels een varken vragen om moeilijkheden natuurlijk. Volstrekt niet halal in elk geval.

Het maakbare leven. De meeste mensen hebben geen zak in te brengen in wat hen overkomt. ‘Kijk, dit partje is wat je overkomt, het is maar een piepklein stukje van de taart. Slechts 10 procent…’ Aan het woord is een juf van een lagere school. Ze geeft een les over geluk aan kinderen van een jaar of 11.

‘Geluk, gevoelens van blijheid tevredenheid en welzijn gekoppeld aan het gevoel, dat het leven zinvol en de moeite waard is..’ leest een leerling de definitie van geluk aan de rest voor.

‘Ja, hele lange zin. Hoe zat het ook alweer? Als je jullie geluksgevoel in stukken verdeelt, zoals bij een pizza of taart, dan staat bovenaan 50% aanleg. Dat is hoe je geboren bent. Optimist of pessimist… En dan dus dat hele kleine stukje van wat je overkomt, maar 10%. Waar je woont, hoe oud je bent, heb je veel vrienden of weinig….’

‘En dat is 40% bewust gedrag. En bewust gedrag dat is waar je zelf invloed op hebt. Keuze’s die je zelf maakt. Hoe je zelf ergens naar kijkt. Hoe je zelf in het leven staat.’

Ongelofelijk toch dat dit soort idioterie op de basisschool mag worden onderwezen? Want het is niet zo. Mensen hebben niet veel invloed. Mensen zijn niet bewust. De gemiddelde bewoner van deze aardkloot op twee benen loopt de godganse dag te slaapwandelen. Dit hele verhaal is een lulverhaal. Je kunt echt veel beter met die kids gaan mediteren……..

  

Zoals altijd ben ik toch weer zo verbaasd over het gemak, waarmee we al dit soort onzin als zoete koek vreten. Hoe we ons ongelukkig voelen door dit soort wartaal en flutredeneringen. Hoe we ons laten beledigen door allerhande therapeuten, die beweren dat je leven maakbaar is…..

Zoals men mij ooit vroeg, bij aanvang van de enige behandeling, die je als ME patiënt door je strot geduwd krijgt hier ter lande, die vreselijke stompzinnige contraproductieve cognitieve therapie, ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’

Somber verhaaltje toch weer, Heks…..

Nee! Niet somber!

Er is genoeg om je aan vast te houden in het leven: Bewust ademhalen, bewust er zijn.

Het programma is nog lang niet af gelopen, maar ik ben het zat om naar allerlei vage therapiegroepjes te kijken. Heks kijkt liever naar de Tour.

 

2Doc; Waar komt onze zoektocht naar zelfverbetering vandaan? Zijn we ooit goed genoeg? ‘Nu verandert er langzaam iets’ is een uitgesproken en visuele verbeelding van de hedendaagse coaching- en trainingscultuur.

 

Hilarische verhalen: Van de wal in de sloot, de één zijn dood is de ander zijn brood, maar van een beetje water ga je niet dood. Je kunt je wel dood lachen. Heks doet een poging!

Vrijdagmiddag ga ik met mijn hondje op stap. Als ik de deur uit kom bots ik bijna op een boze buurman. Ik heb er twee. Allebei op mijn lip. Een laagbegaafde psychopaat en een doorgewinterde narcist. Goddank woont pal naast me een ongelofelijke lieve schat. Dat houdt het een beetje leefbaar hier.

De psychopaat houdt zich redelijk gedeisd, nadat ik een no tolerance beleid ben gaan voeren. Zodra hij me begint te bedreigen ren ik naar de politie. Al een paar keer gebeurd.

Ik houd hem scherp in de gaten. Hij voedt in zijn eentje een kind op. Het zou verboden moeten worden. Met enige regelmaat blèrt de kleine me door twee dikke spouwmuren en een trappenhuis heen wakker…… Omdat hij op zijn flikker krijgt? Het gegil en gekrijs raakt me tot op het bot.

De moeder, een hele lieve schat van een vrouw, is door de kinderbescherming buiten spel gezet. Lang leve de hulpverlening. De grootste engbekken werken voor dergelijke organisaties. In dit geval is er ook een draak van een vrouw verantwoordelijk voor alle ellende. Zogenaamd in het belang van het kind.

De vrouw heeft echter zo veel fouten gemaakt, dat blootlegging daarvan haar ongetwijfeld haar baan zou kosten. En misschien sancties zou opleveren. Dus liegt en bedriegt ze alles en iedereen om maar het deksel op de put te houden. Het klotewijf.

Heks ziet dit alles met lede ogen aan. Ik heb er van alles aan gedaan. Helaas heeft het niet geholpen. Weer een jong leven bij voorbaat naar de klote…..

Ik negeer die nare kerel dus en geef het kind stiekem een knipoog. Als de psychopaat dat zou zien krijg ik geheid een hengst. De ene keer beklaagt hij zich links en rechts, dat ik niks tegen zijn kleine zeg. Een dag later komt hij als een dolle stier achter me aan de berging in om me toe te schreeuwen, dat ik niet eens naar zijn kind mag kijken…….

Gekkenhuis.

Buiten staat een andere buurman juist bij Heks aan te bellen. ‘Ha, Heks, ik wilde eventjes bij je langskomen, wat jammer dat je net weg gaat….’

Ik zet mijn fiets dus maar weer binnen. Weer langs die enge, nare man. Vervolgens loop ik met Buurman en VikThor de stad in. Al snel lopen we geweldig te lachen en schreeuwen. Buurman heeft een uit de kluiten gewassen stemgeluid. Als ik ook nog iets te berde wil brengen moet ik dus enorm blèren.

Bij het eerste parkje laten we mijn ventje lekker rennen. Het is best warm, dus al snel loopt hij te hijgen. ‘Kom, we gaan naar het volgende park, daar kan hij zwemmen,’ stel ik voor. Even later springt VikThor bommetjes de gracht in. Buurman helpt hem uit het water. ‘Nergens voor nodig, Buur, hij kan er hier gemakkelijk zelf uit klimmen,’ zeg ik nog……

En dan: Plons! Voor mijn ogen zie ik buurman langzaam door zijn zwaartepunt heen vallen. Zijn gespierde buik fungeert niet bepaald als contragewicht. Volledig koppie onder gaat mijn oude vriend. Proestend komt hij weer boven drijven.

‘Hahahahahahaha,’ Heks rolt over de grond van het lachen, ‘Bijna op hetzelfde punt als ik drie jaar geleden…..’ Ook Heks heeft hier ooit in de gracht gelegen. Om haar pup te redden, toen hij op een plek in de gracht belandde, waar hij met geen mogelijkheid meer uit kon komen…… Alleen ging ik niet koppie onder…….

Ik help mijn vriend op de kant en probeer niet al te hard te lachen. Net als hij drie jaar terug, want hij was dan weer getuigen van mijn ter water lating destijds.

‘Lach maar, Heks,’ grinnikt Buurman. Druipend staat hij voor mijn neus. Hij diept zijn telefoon op uit zijn broekzak. Snel haal ik het ding uit de houder. Droog em af met mijn sjaal. Stop em in mijn droge tas…..

Evenzogoed is het ding overleden de volgende dag, hoor ik later. ‘Heb je em nog in een pak rijst gestopt? Of van die siliconen vochtvangers?’ informeer ik streng. Zo heb ik indertijd mijn toestel gered. ‘Dat had weinig zin meer, Heks, ik heb een nieuw toestel aangeschaft……’

Ja, dat is dan een prijzig staartje aan een prachtig verhaal. Een verhaal dat nog dagenlang lachgolven door mijn vriendenkring jaagt……

Waarom in de gracht plassen levensgevaarlijk kan zijn

Een dagje vrij van je eigen bestaan is ook wel eens lekker. Of een paar weken, maanden….. Op vakantie gaan is voorlopig geen optie. Bovendien veel te vermoeiend. Maar een middagje ongegeneerd door de stad schuimen en plezier maken kan natuurlijk altijd!

‘Schat, kom je eten?’ Heks heeft een enorme pan Thaise rode curry gekookt. ‘Graag,’ schrijft Steenvrouw terug, ‘Maar liever morgen. Vandaag ben ik druk aan het klussen…..’

Mijn handige stoere vriendin heeft een complete wooneenheid in haar huis gebouwd. Met een piepklein keukentje, badkamertje, balkonnetje, bedje, tafeltje, stoeltje, magnetronnetje en kast. Ruim vijf, zes maanden is ze aan het klussen geweest. Een eindeloos project, een gebed zonder end, een megaklus.

Maar nu is het dan af. Haar eindeloze gebed is verhoord: Er komt een huurder aan. Hoera!

Zondag fiets ik een schandalig late ochtendronde ergens in de middag. Ik heb om zes uur vanmorgen nog door een slapende stad gewandeld en daarna zelf flink uitgeslapen. Langzaam kom ik weer op gang.

De stad is afgeladen vol. Overal staan bandjes te spelen, want vandaag is het Gouden Pet festival. Een competitie tussen straatmuzikanten. Heks heeft ook wel eens meegedaan vijfentwintig jaar geleden. Samen met Buurman en ons Dikkertje Tromkoor, een compleet koor bestaande uit twee personen. Ons tweetjes.

‘Kom wat eerder, dan gaan we een beetje over de markt lopen, het is hartstikke gezellig in de stad,’ app ik Steenvouw. Zo lopen we een klein uurtje later lekker door de stad te schuimen. VikThor is ook van de partij. Heerlijk vindt hij dat, die mensenmassa’s. Overal knuffelen met Jan en Alleman…. Een heel ander karaktertje dan Ysbrandt….

Op de Breestraat is een rommelmarkt aan de gang. Heks heeft een paar tientjes in haar tas gestoken. Hier en daar koop ik wat onzinnige en fantastische spulletjes. Het allerleukste is evenwel het onderhandelen. Ik heb een goede bui, evenals de verkopende partij. Dus de kwinkslagen zijn niet van de lucht.

In een kraam vol vreemde voorwerpen staan twee minuscule sumo worstelaars tegenover elkaar. Plastic poppetjes werkend op zonne-energie. Dreigend wiegen ze met hun heupjes. Schommelen met hun minimale massieve schoudertjes.

‘Wat kosten die worstelaars?’ ‘Vijf euro, jongedame. Maar ze zijn alleen saampjes te koop…..’

De twee mannekes wisselen van eigenaar. ‘Ze doen me denken aan bepaalde mannen in mijn omgeving,’ grap ik opgewekt tegen de verkoper. Grinnikend dient hij me van repliek. De lucht is licht en vrolijk. We dansen verder door de stad.

Een grote blauwe opgezette vlinder trekt mijn aandacht. Mijn hulp is dol op vlinders. En met name dit exemplaar. Een paar weken terug heeft ze me er een afbeelding van laten zien op haar telefoon. ‘Maar die dingen zijn geweldig duur. Moet je kijken, wat ze er voor vragen….’

Wat een toeval, dat ik er eentje tegenkom. Mijn kleding-engel is weer goed bezig. Hij heeft zich intussen ook toegelegd op het opsporen van bijzondere vlinders en woonhuizen. Voorzichtig informeer ik naar de prijs. Een fractie van wat ze er op internet voor wilden hebben.

Hierna vinden we het welletjes. Het geplande terras laten we zitten.

Met een tas vol gekke aankopen lopen we weer naar Huize Heks. Steenvrouw heeft ook een paar leuke dingetjes op de kop getikt. ‘Ik ben eigenlijk bezig om troep weg te gooien en moet je nu eens zien….’ ik kijk mijn vriendin berouwvol aan. We schieten in de lach. Vandaag mag het eventjes.

Geen zorgen voor morgen en leve de lol.

Heks zet een fenomenale Thaise curry op tafel. Verse Thaise basilicum groeit in mijn raamkozijn. Ik snipper de blaadjes over de borden. Nog een schepje veganistische Tzatziki ernaast….. Het feestmaal is compleet.

‘Proost, schat,’ Steenvrouw heeft wijn meegenomen. We klinken op een mooie zomer, nette bewoners voor haar pasgebouwde studio en de liefde. Vooral de liefde heeft wat geproost nodig. We zijn beiden alweer jaren vrijgezel. Het bevalt wel, beter dan leven met gezegende gekken, zoals onze exen…..

Maar is het intussen niet eens tijd voor een nieuw avontuur?

©Toverheks.com

 

 

Roeien met de theelepeltjes, die je hebt. Oost, West, krijg de pest. De pest er in heeft geen zin, Heks. Dus kom je tot niets, stap dan op je fiets. Die geweldige snelle elektrische fiets.

Heks zit weer in een lekkere periode van roeien zonder riemen, omdat je ze niet hebt. Heks heeft theelepeltjes tot haar beschikking. Om de drie dagen. De tussenliggende periode lig ik hoegenaamd stil.

Behalve als ik elektrisch rondfiets. Met mijn hondje, mijn zenmeester, mijn viervoetige vriend.

Idioot heet is het de afgelopen weken. Met tropische uitschieters en zwoele nachten. Heks ligt ’s middags in bed te wachten tot het een beetje afkoelt. Soms is het pas tegen zevenen enigszins te harden. Dan hang ik Vik’s kar achter mijn fiets. Stop mijn monster er in en hopla: Op naar het eerste beste parkje.

Daar laat ik mijn ventje zwemmen, totdat hij genoeg is afgekoeld om veilig de stad uit te komen. Op de warme geasfalteerde stukken zit mijn prinsje op zijn erwt in de hondenkar. Schaduwrijke stukken laat ik hem lekker rennen naast de fiets.

Bij het Valkenburgermeertje is het een drukte van belang. Dikke schommelende dames staan heupwiegend balletjes te gooien voor minuscule ratachtige hondjes. Een bolle lelijke kerel geeft me een grote bek, omdat zijn hond de bal niet uit het water wil halen. En mijn hondje wel. Ook het balletje van zijn hond.

Ik geef die afgekloven tennisbal dus maar weer terug aan dat stuk chagrijn. Met tegenzin. En een opmerking. Zijn vrouw glimlacht vergoelijkend, zoals een echte narcistenpartner betaamd. Snel maak ik me uit de voeten. Ik voel een scheldaanval  opkomen, zoals altijd tegenwoordig na een confrontatie met een rasnarcist.

Vlak voordat ik ervandoor ga schrik ik me een hoedje. In de verte komt een dame aanlopen met een grote hond. Ik denk eventjes dat het een oude vriendin betreft, die om onduidelijke redenen van de ene op de andere dag is afgehaakt. Maar nee. Het is een mij onbekende vrouw.

Als ik heel veel later op de terugweg weer langs het hondenstandje kom, staat de vrouw er nog steeds. We raken aan de praat, terwijl we eindeloos balletjes gooien voor onze honden.

En wat blijkt? We hebben op dezelfde lagere school gezeten. We kennen dezelfde mensen. Ze vertelt hoe ze haar hond van een jager heeft gekregen. ‘Hij was niet zo geschikt voor de jacht. Beet veel te hard in de aangeschoten dieren. Was bezitterig op zijn prooi. Toen ik hem kreeg was hij zo vals als wat. Altijd op zijn flikker gekregen. Echt heel zielig. Hij sliep in een schuur. Totaal niet gesocialiseerd….’

Ongelofelijk. Ik zie een prima gesocialiseerde hond, die uitstekend luistert en heel hard wil werken voor de baas……Dat heeft ze in no time voor elkaar gekregen! Slechts een paar jaar. ‘Het is een ouwe kerel, hoor. Hij is ruim negen.’

De dame naast me krijgt regelmatig afgeschoten wild van bevriende jagers. Het wordt op de juiste wijze geschoten. ‘Die jager van wie ik vaak iets krijg gaat rustig twintig keer terug om een bepaald dier te schieten. Hij moet hem goed op de korrel krijgen, zodat hij hem met 1 schot kan doden. Direct in de longen of het hart…..’

Zij slacht vervolgens die dieren. ‘Ik eet er zelf van en geef soms wat aan vrienden. Of ik nodig mensen op het eten…..’ ‘Wat doe je met de huiden?’ ‘Die gooi ik weg….’

Zo wisselen we dan adressen uit. Heks mag de huiden komen halen om trommels van te maken. Nou ja, een trommel. Dat is wat ik wil. Eentje voorlopig. Maar eens zien of dat lukt.

Op de valreep kom ik er achter, dat we nog een passie delen. Stenen! ‘Ik ben net terug uit de Sahara. Daar heb ik gezocht naar halfedelstenen. Er zijn allemaal oude mijnen, door de Fransen leeggeroofd en achtergelaten, waar lokale mensen met gevaar voor eigen leven in gaan. Ik doe dat niet , hoor. Dus ik vind ook niet de mooiste stenen…..’

‘Op een gegeven moment kwam ik in contact met een vader met zijn zoontje. Zij hadden allemaal halfedelstenen te koop. Maar hun prijs was belachelijk laag. Ze vroegen 500 dinar. Dus heb ik mijn gids gezegd te doen of hij hen niet begreep…..’

‘Dat vind die vrouw veel te duur, 5000 dinar. Ze wil er hooguit 4000 voor geven….. Hahahaha….’

Tevreden fiets ik naar huis. Wat een leuke ontmoeting. Wat een bijzonder medemens. En wie weet maak ik binnenkort wel zelf een prachtige drum. ‘Ik heb een ree voor je, maar hij ligt al een paar dagen in de warmte, dus hij stinkt wel heel erg….’ appt ze me later.

Nou, de volgende keer beter. Dit valt me nog een beetje rauw op mijn dak. Eerst maar eens zorgen, dat ik een heks vindt, die hier wat meer ervaring mee heeft. Zodat we lekker samen aan de gang kunnen met die huiden.

 

 

Love yourself even more: Het toeval neemt een tussenweg naar ’t doel…. Via olifantenpaadje zomaar op mijn smoel! Als dit gaargekke hamstertje bek open trekt wordt het een rare boel. Weg met de korte lontjes. Adem in. Adem uit, Heks……

Dinsdag fiets ik een flinke ronde met mijn hondje. De dag nadat ik heb zitten schrijven over van jezelf houden. Over thuiskomen bij je eigen adem. Over interzijn……..

En heeft het geholpen?

Eerst ga ik naar de fysiotherapeut. Ik heb er een paar. Deze schat is net bevallen van een dochtertje. En alweer aan het werk. Vorig jaar zag ik haar buik gestaag tussen ons in komen staan. Tot ik durfde te vragen of er soms een kleine op komst was.

Ja, altijd voorzichtig zijn met zo’n vraag. Voor je het weet heb je een heiter voor je knetter te pakken. Sommige vrouwen eten er zo vijftien kilo aan rond de feestdagen. En dan wordt zo’n opmerking niet gewaardeerd……

Na de fysio beluit ik een flink end te fietsen met mijn monster. Eerst door het Leidse Hout. Maar oh jee. Processierupslinten alom. Ik ben er dus zo weer uit. Ik heb net VikThor weer een beetje kriebelvrij. De afgelopen weken is hij waarschijnlijk links en rechts wat brandharen tegen gekomen……

Dus kachel ik richting Warmond. Vervolgens via de Haarlemmertrekvaart weer naar de stad. Net als ik wil afbuigen naar huis zie ik Viks teleurgestelde koppie. Ach, vooruit. Ik ben op mijn elektrische vouwfiets. Dat ding fietst zichzelf. Laat ik nog eventjes een rondje golfbaan doen…..

Vik dartelt voor me uit. Blij als een kind. Bij het Joppe stort hij achter een balletje aan het water in. En nog eens. En nog eens. En nog eens……..

Uiteindelijk fietsen we dan echt naar huis. Heks is hartstikke moe nu. Maandag ben ik flink aan mijn tandvlees geopereerd. Mijn bek zit vol hechtingen. Mijn wang staat bol van de genezingsprocessen. Au, au. Ik heb het meest weg van een grote fietsende hamster met eenzijdige mondvoorraad. Niet echt lekker.

Ik ga niet naar het koor vanavond, of toch wel? Twijfeldetwijfel. Heks is zo trouw als een hond. Betrouwbaar als een koe. Zelden sla ik een repetitie over. Maar de laatste tijd ben ik om de haverklap ziek, zwak en misselijk. Het is al de derde keer in twee maanden dat ik verstek zal laten gaan.

Zo dub ik op weg naar huis of ik me nog een keertje zal oppeppen vandaag.

Vik rent opgewekt voor me uit over het viaduct de stad in. Dan cross ik via een olifantenpaadje over een stukje grasveld richting alweer een parkje langs een grachtje. Zo snijd ik lekker een stukje af.

Let wel. Dit fietsen op gras mag dus niet.

En hoewel  loslopende honden in dat park aan de orde van de dag zijn, staat er nergens een bordje hondenuitlaatgebied. Dus officieel mag VikThor daar niet los lopen. Het mag namelijk nergens meer in dat kutterige mutsenstadje waar ik woon.

Toeristen worden massaal vanuit de overvolle hoofdstad de prachtige Leidse grachtjes op gejaagd, lopen ons lallend voor de voeten, piesen en kotsen in portieken en steegjes……

Maar onze eigen hondjes worden uit het centrum geweerd. Alle poepzakautomaten zijn verwijderd.  De volgende stap is een verplichte kurk in hun kont……

Uit mijn linkerooghoek zie ik die kloterige Drentse Patrijs, een draak van een hond met twee hele foute baasjes, die het beest totaal niet onder appel hebben. Ik zie hoe hij zich zoals altijd probeert los te rukken. Daarin slaagt…… Hoe er alweer een stevige tante Betje trappelend op het asfalt naar de riem ligt te graaien.

Waarop het mormel mij opnieuw omver loopt in een poging mijn hondje te grazen te nemen….

Snel zet ik mijn voet op zijn riem, terwijl ik flink tegen het mormel schreeuw. De vrouw komt aanlopen en begint accuut Heks de mantel uit te vegen. Want mijn hond loopt los. En dat mag niet van Onze Lieve here Jezus Christus. Of zoiets.

Mijn tegenwerpingen, dat ze haar hond eens onder controle moet leren houden, dat ze die contraproductieve rolriem zo snel mogelijk moet weggooien, dat mijn hond niks misdaan heeft, omdat hij met een grote boog om hen heen gaat en hen volkomen negeert, dat ze…… Aan dovenvrouwsoren.

Het wijf begint nu echt uit te pakken. Het is dit en het is dat en het is allemaal niet waar. Haar hond is een engel. Als Heks vervolgens begint te schelden, sommeert ze me naar haar hand te kijken, die is blijkbaar geschaafd door haar losrukkende rukhond .

Heks ontploft. Echt. Zo voelt het. Ik peuter haar rolriem uit mijn kettingkast en probeer het wanproduct in de gracht te gooien. Hetgeen niet lukt. ‘Die hand van jou interesseert me geen zak. Jouw hond loopt me omver. Ik heb een blauwe knie. Krijg de volle laag. Je vraagt niet eens of ik me soms pijn heb gedaan. En dan moet ik naar jouw pathetische schaafhandje kijken? De groeten…..’

Weer begint het mens me uit te kafferen. Heks heeft het zo gehad. Stoom komt uit mijn oren. ‘Hoer! Hondenhoer!’ schreeuw ik plots. Een afschuwelijk scheldwoord, dat ik nog nooit heb gebuikt…….De vrouw valt stil. Kijkt me verbijsterd aan. Ja, je zal het maar naar je kop krijgen…….

De Don moet er later vreselijk om lachen. ‘Het is een lesbisch stel, Don. Het laatste wat die vrouw zal doen is met een vent gaan wippen voor geld. Nog voor geen miljoen…. Maar ik bedoelde eigenlijk, dat die hond de baas is bij dat stel. Als de eerste beste pooier. Ze hebben werkelijk niks in te brengen.’

‘Het is op zich best een leuke hond, maar totaal niet opgevoed. Ze doen werkelijk alles fout. Als meneer de Koekenpeer besluit iemand aan te vallen, krijgt hij bijvoorbeeld niet op zijn kop. Nee, zijn slachtoffer krijgt een grote smoel. Dat beest neemt dus hopeloze beslissingen en ze geven em nog gelijk ook…..’

‘Ja,’ hikt de Don, als hij een beetje is uitgelachen, ‘Je hebt je in elk geval niet op je kop laten zitten. Niet geaccepteerd dat je weer eens ergens onterecht de schuld van krijgt. Hihihi Heks. Wat een verhaal!’

Heks zelf is minder gecharmeerd van haar actie. Ja, ik heb me niet laten doen door dat gekke mens. Maar haar verbijsterde gezicht achtervolgt me nog dagen. Er is toch wel een betere manier om zoiets op te lossen, Heks?

‘Al die mensen met korte lontjes, ik kan er niet meer tegen, Heks,’ zegt mijn vriendinnetje Trui een paar dagen later, ‘Zullen we stukje kuieren?’ We lopen langzaam langs de gracht. Elke stap is vrede.

Ik pak de ademsoetra weer op. Rustig adem ik op mijn kussentje. In. Uit. Iets moet me redden. “Help yourself” zegt de Boeddha.

De kunst van het stoppen

Maar hoe stop je die gewoonte dan? Zolang we zo aan het racen zijn, hebben we namelijk geen innerlijke vrede. En daar kun je zelfs in je slaap last van krijgen (denk aan lastig in slaap komen en nachtmerries). Thich Nhat Hahn omschrijft het als een storm die door ons heentrekt. Die we kunnen stoppen door simpelweg op te letten. Oplettend ademen, oplettend lopen, oplettend glimlachen. Wanneer je oplettend bent, leef je met je volledige aandacht in het huidige moment. 

Kalmeren

Oké, we moeten dus stoppen met haasten en meer opletten. Dit is de eerste stap naar meer rust en meer innerlijke vrede. De tweede stap is kalmeren. Met stabiele emoties kom je minder snel in de verleiding om weer te gaan racen. En te vervallen in die oude gewoontes. In deze top 5 lees je meer over kalmeren.

RUSTEN

Na stoppen en kalmeren komt Thich Nhat Hahn bij de volgende stap: rusten. Hoe verleidelijk het ook is om weer door te willen gaan, raad hij aan om echt te rusten. Écht een stapje terug nemen. Een pilletje tegen hoofdpijn werkt snel, maar of het op de lange termijn ook echt wat doet is maar de vraag. Met rusten wordt overigens niet bedoeld dat je in bed gaat liggen. Zittend mediteren of wandelen is ook rust. 

GENEZEN

Wil je echt af van dat gestress en die eindeloze gedachtegang? Dan ben je met bovenstaande stappen op de juiste weg. Wil je meer in het nu leven? En wil je ‘genezen’ van die eeuwige haast en innerlijke onrust? Dan moet je volgens Thich Nhat Hahn eerste bovenstaande stappen doorlopen. Stoppen, kalmeren en rusten zijn eerste vereisten om de innerlijke strijd op te lossen en meer bewust in het leven te staan. 

Ademsoetra:

  1. ‘Ik adem lang in en ik weet dat ik lang inadem. Ik adem lang uit en ik weet dat ik lang uitadem.’
  2. ‘Ik adem kort in en ik weet dat ik kort inadem. Ik adem kort uit en ik weet dat ik kort uitadem.’
  3. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn hele lichaam. Ik adem uit en ben me bewust van mijn hele
    lichaam.’ Aldus is de oefening.
  4. ‘Ik adem in en breng mijn hele lichaam tot rust. Ik adem uit en breng mijn hele lichaam tot rust.’
    Aldus is de oefening.
  5. ‘Ik adem in en voel me vreugdevol. Ik adem uit en voel me vreugdevol.’ Aldus is de oefening.
  6. ‘Ik adem in en voel me gelukkig. Ik adem uit en voel me gelukkig.’ Aldus is de oefening.
  7. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn mentale formaties. Ik adem uit en ben me bewust van mijn

mentale formaties.’ Aldus is de oefening. 

  1. ‘Ik adem in en kalmeer mijn mentale formaties. Ik adem uit en kalmeer mijn mentale formaties.’
    Aldus is de oefening.
  2. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn geest. Ik adem uit en ben me bewust van mijn geest.’ Aldus is
    de oefening.
  3. ‘Ik adem in en maak mijn geest gelukkig. Ik adem uit en maak mijn geest gelukkig.’ Aldus is de
    oefening.
  4. ‘Ik adem in en concentreer mijn geest. Ik adem uit en concentreer mijn geest.’ Aldus is de oefening.
  5. ‘Ik adem in en maak mijn geest vrij. Ik adem uit en maak mijn geest vrij.’ Aldus is de oefening.
  6. ‘Ik adem in en observeer de vergankelijkheid van alle Dharma’s. Ik adem uit en observeer de
    vergankelijkheid van alle Dharma’s.’ Aldus is de oefening.
  7. ‘Ik adem in en observeer het verdwijnen van begeerte. Ik adem uit en observeer het verdwijnen van

begeerte.’ Aldus is de oefening. 

  1. ‘Ik adem in en observeer de natuur van geen-geboorte en geen-dood van alle verschijnselen. Ik adem
    uit en observeer de natuur van geen-geboorte en geen-dood van alle verschijnselen.’ Aldus is de
    oefening.
  2. ‘Ik adem in en observeer loslaten. Ik adem uit en observeer loslaten.’ Aldus is de oefening.

“De Volledig Bewuste Ademhaling zal lonend zijn en van groot voordeel als hij is ontwikkeld en voortdurend wordt geoefend volgens deze instructies.” 

 

 

‘Love yourself for dummies,’ hernieuwde uitgave. Met extra veel tips om jezelf lief te hebben ondanks onvolmaaktheden, lage bankrekening, verkeerde huidskleur, verkeerd geslacht, teveel/te weinig of geen geslacht, overgewicht, zweverigheid en andere gebreken. We kunnen niet genoeg van onszelf houden. Helaas zijn we doorgaans niet erg scheutig met eigenliefde. Terwijl het zo heilzaam is! Een vicieuze cirkel.

‘Love yourself and love God,’ aan het woord is mijn leermeester Alex Orbito. De man, die zijn patiënten op geheel Filipijnse wijze met zijn blote handen opereert. Voor ons westerlingen een onbekend fenomeen.

Uiterst wantrouwig worden we van dergelijke praktijken. Iedereen roept direct dat het gaat om regelrechte oplichting met behulp van kippenbloed. Maar Heks heeft er, als doorgewinterde medewerker van zijn vrijwilligersdreamteam, te vaak met haar neus bovenop gestaan om dit te kunnen onderschrijven.

De arme man is zelfs wel eens ergens in de gevangenis beland door zijn altruïstische edoch in onze ogen onconventionele manier om de mensheid te helpen. Ook werd hij een keer gekidnapt door een malafide oliesjeik om een familielid te genezen……..

Tot overmaat van ramp heeft hij ooit maanden in Italië huisarrest gehad, terwijl een groep fanatieke wetenschappers zich op allerlei bewijsmateriaal stortte. Hele vreemde dingen troffen ze aan. Onverklaarbaar weefsel. Dematerialiserende bewijsstukken. Maar nergens kippenbloed.

‘Peace is every step. I have arrived, I am home. The Kingdom of God is here and now…….’ zomaar wat uitspraken van een andere leermeester van Heks, Thich Nhat Hanh. Onze geliefde filosofische Zen Boeddhist, die de term interbeing in ons bewustzijn heeft gelanceerd.

Onlangs zit ik ergens in ons moerassige kikkerlandje op een eeuwenoude grafheuvel. Ik denk aan al onze voorouders. Hoe ze zich kapot ploeterden om zichzelf in leven te houden. Een keihard bestaan. Overleven.

De gevaren bezweren door middel van offers en rituelen. De wereld trotseren met magie. Een samenleving vergroeid met het landschap. Ons huidige landschap. Maar dan een zeer ruige zompige versie.

‘Wij hadden het ook niet gemakkelijk, hoor,’ lispelt een voorouderlijke stem in mijn geestesoor. Wat een dooddoener, zul je zeggen. Een dooddoener door een dooie. Het moet niet gekker worden…..

Reken maar dat ze een hard leven hadden, die voorouders van ons.

 

Gek genoeg relativeert dit inzicht mijn huidige gespartel. Mijn gemopper en gebaal van mijn luizige leventje. De gemiddelde voormoeder zou tekenen voor zo’n leventje. Geen dagdagelijkse strijd om iets eetbaars op tafel te krijgen. Niet op je blote knietjes kleding wassen in een ijskoud beekje, geen kwaaie woeste kerel met knots, die je alle hoeken van je plaggenhut laat zien, NOOIT HONGER…..

Niet vijftien keer bevallen en al je kinderen overleven. Niet een dierbare offeren aan de goden voor een goede oogst. Nou ja, zo kun je nog wel eventjes doorgaan.

Wel aten ze allemaal biologisch. Iets, dat nu als een luxe wordt ervaren. Ook was niemand suikerverslaafd. Of gokverslaafd. Alcohol is iets van alle tijden. Maar er ging vast geen kratje bier doorheen op een warme zomeravond. En in de winter lag je sowieso vroeg in je nest…..

Gisterenavond ervaar ik diepe rust in mezelf. Snuitje ligt te knorren op mijn schoot. De laatste tijd zit ze als een pluizig snorrend bolletje aan me vastgeplakt. Het zijn de laatste loodjes voor mijn schatje. Zolang ze eet blijft ze leven. Muizenhapjes gaan er in. Heks is voortdurend in de weer om iets lekkers te verzinnen binnen haar dieet.

‘No coming, no going,’ zingt het zachtjes door me heen. Ik voel hoe mijn schatje in mijn hart woont. Waar ook Koe, Prinsje en Ysbrandt hun plekje hebben. Mijn overleden huisdieren drentelen al weken door mijn huis.

Ze blijven een beetje in de buurt voor het geval dat….

Het geval wil, dat mijn poesje nog ligt te leven. Knorrend en snorrend. Het Koninkrijk Gods is hier en nu. De Grote Moeder is overal aanwezig. Er is geen dood, slechts verandering. Ik weet wel, dat ik mijn schatje enorm ga missen. Maar ook weet ik dat ze voortleeft in mijn hart.

Tot in mijn tenen geniet ik van onze vrijpartijtjes samen. I have arrived, I am home.


‘Love yourself and love God.’ Heks voelt de Grote Moeder door haar handen stromen. Ik rust in haar vrede. Een beetje van mezelf houden is genoeg. Dat is al meer dan gemiddeld.

‘Maar is het dan niet oneindig narcistisch om alleen maar zo’n beetje van jezelf te houden?’ Nee. Een narcist houdt niet van zichzelf, kent zichzelf niet, kijkt niet in zijn eigen spiegel……. Jezelf eindeloos spiegelen in de bewondering van anderen is niet wat ik bedoel.

Je kale armetierige zelfje liefhebben. Ontdaan van toeters en bellen. Je eigen ruggensteun zijn. Je eigen grootste fan. Zoiets. We doen ons best.

   

 

 

Thay’s Aandachtsoefening Loving Speech bestaat niet voor niets. Woorden kunnen wapens zijn. Onbedoeld, maar toch niet fijn. Heks moet ook haar mond gaan spoelen na al dat machteloos schelden in koele bloede…… Laat ik maar weer verhaaltjes verzinnen. Wacht, er schiet me er al eentje te binnen!

Verhaaltjes in je hoofd. Heks heeft er al haar hele leven last van. Misschien komt het, omdat ik lang heb geduimd. Geen idee. Wat ik wel weet is, dat het op de lagere school al begon op te vallen. In de tweede klas kreeg ik een hele lieve juf, die hier gretig gebruik van maakte.

Elke dag zette ze me een half uurtje voor de klas. Direct begon Heksje iets uit haar grote duim te zuigen. Een koning met bolle appelwangen. Een hofhouding, die hier niet mee uit de voeten kon. Een liedje om het geheel te verluchtigen. Met melodie en al.

‘Koning Appelwang heeft een dikke appelwang. Maar hij eet niet veel, heeft een hekel aan bakmeel…. Koning Appelwang, Koning Appelwang!!!!!!!’

Ik geef toe, de tekst is rudimentair. Ik was dan ook pas zeven jaar oud. Maar is het onderwerp niet intrigerend? Onze huidige koning was nog niet eens geboren. Toch had ik al een gleshelder innerlijk beeld van hem……

Toevallig herinner ik me dit verhaaltje. Stress en adrenaline verbeteren het geheugen aanzienlijk is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. En Heksje had stress die bewuste dag!

Tijdens het vertellen liet ik een paar lawaaiwindjes flapperen. Ondanks al mijn pogingen die pretknetters binnen te houden….. We hadden wellicht hachee gegeten de dag er voor. De hele klas lag dubbel. Lekker gênant natuurlijk. Ja: Poep en pies grapjes doen het altijd het best bij deze leeftijdsgroep.

Ook later verbaasde ik vriend en vijand met mijn pennenvruchten. De meester in de vierde klas kon er niet over uit, toen ik een opstel schreef over ons familiebedrijf. Een juf op de middelbare school was verbijsterd over een gedicht, dat ik ongevraagd had toegevoegd aan een subliem opstel.

Zelf vond ik dit allemaal niet zo bijzonder. Dus de eerste beste a-literaire gek, die zijn laatdunkende plasje over mijn schrijfsels deed, wist me al te overtuigen, dat het allemaal niet zoveel voorstelde.

Tegenwoordig weet ik wel beter. Ik ben gezegend met een enorm talent op dat vlak. Als ik wat meer energie had, schreef ik de sterren van de hemel!

Het gesproken woord is zeer machtig. De vierde aandachtsoefening van Thich Nath Hanh is geheel aan dit fenomeen gewijd. Naast goed luisteren, het belang van zorgvuldig spreken. Liefdevol. En het is waar, onzorgvuldige woorden kunnen onbedoeld enorm kwetsen.

Heks kreeg daar afgelopen week mee te maken. Iemand gaf me verbaal een veeg uit de pan. Waarschijnlijk zonder er bij na te denken. Maar evenzogoed au, au, au.

Direct ook verbazing bij Heks. Waarom doe je dat, magisch medemens? Er zijn duizenden manieren om precies hetzelfde te vertellen, zonder mij eventjes en passant verbaal een trap te verkopen……

Loving speech.

DE VIERDE AANDACHTSOEFENING: Liefdevol spreken en aandachtig luisteren

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig spreken en het onvermogen om naar anderen te luisteren, beloof ik van ganser harte om te leren liefdevol te spreken en met mededogen te luisteren om zo het lijden te verminderen en verzoening en vrede tot stand te brengen in mijzelf en tussen andere mensen, groeperingen en naties. Wetend dat woorden geluk of leed kunnen veroorzaken, heb ik het oprechte voornemen om de waarheid te spreken en woorden te kiezen die bijdragen tot zelfvertrouwen, vreugde en hoop. Als er woede in mij opkomt, neem ik mij voor om niets te zeggen. Ik zal dan met aandacht mijn adem volgen en loopmeditatie doen om zo mijn boosheid te herkennen. Ik zal diepgaand kijken naar het ontstaan van de boosheid, vooral naar verkeerde waarnemingen en gebrek aan begrip voor het lijden in mijzelf en in anderen. Ik zal op zo’n manier spreken en luisteren dat wij gezamenlijk ons lijden kunnen los laten en een weg kunnen vinden uit moeilijke situaties. Ik neem me voor geen geruchten te verspreiden en niets te zeggen dat verdeeldheid of onenigheid kan veroorzaken. Ik zal met de juiste inzet oefenen om mijn vermogen tot begrip, liefde, vreugde en saamhorigheid te voeden om zo boosheid, geweld en angst, die diep in mij verborgen liggen, langzaam maar zeker te kunnen transformeren.

De laatste jaren krijg ik steeds meer moeite met louter liefdevol spreken. Sinds ik situationeel geïnitieerde Gilles de la Tourette heb ontwikkel scheld ik met enige regelmaat echt heel smerig op mijn medemensen. Ik kan op zo’n moment werkelijk niemand meer uitstaan, vooral mezelf niet.

Doorgaans scheld ik echter zachtjes binnensmonds voor me uit. Of binnenshuis. Of alleen in het bos. Ik wil niet dat iemand het hoort. Nog steeds wil ik mensen geen pijn doen.

Maar als je me zo bezig hoort zou je anders vermoeden. ‘Krijg allemaal de dit en de dat….’ bijvoorbeeld. Waarbij dit en dat pijnlijke of ellendige ziektes zijn…..

Met enige regelmaat kom ik tijdens mijn omzwervingen met VikThor een koorgenote tegen. Zij heeft zich tegen alle verwachtingen in aan de ijzeren wurggreep van slokdarmkanker ontworsteld. Tot twee keer toe. ‘Ik ben inwendig volledig verbouwd…. Mijn maag zit aan mijn oren vast geniet….’

We komen er tijdens een gezellig gesprekje achter dat we allebei steeds minder van mensen en het leven gaan houden, als we heel erg moe worden. ‘Als ik mezelf enorm tekeer hoor gaan tegen het 1 of ander, of ik ben opeens strontchagrijnig, dan weet ik alweer hoe laat het is. Ik ben dan gewoon doodmoe…..’ aldus mijn zingende zuster.

 

Verhaaltjes zijn geduldig. Sloom dromen ze in mijn zoete duim. Zodra ik echter het eerste woord eruit heb gezogen tuimelen de resterende woorden haastig over elkaar heen de vrijheid tegemoet. Ze willen gehoord worden. Ze willen opgeschreven worden. Ze willen bemind worden, die woorden.

Woordeloos ten onder gaan is er niet bij bij mij. Gelukkig maar. Steeds weer nieuwe zin en onzin. Het schrijven telkens opnieuw bevrijd. En: Schrijven bevrijdt.

The Fourth Mindfulness Training: Loving Speech and Deep Listening

Listen DeeplyAware of the suffering caused by unmindful speech and the inability to listen to others, I am committed to cultivating loving speech and compassionate listening in order to relieve suffering and to promote reconciliation and peace in myself and among other people, ethnic and religious groups, and nations.

Knowing that words can create happiness or suffering, I am committed to speaking truthfully using words that inspire confidence, joy, and hope. When anger is manifesting in me, I am determined not to speak. I will practice mindful breathing and walking in order to recognize and to look deeply into my anger.

Heks mijmert voor de televisie. Elfstedenkoorts tijdens hittegolf. Mijn held, Maarten van der Weijden, levert een topprestatie. Zomaar. Omdat hij genezen is van kanker en anderen niet….. Helaas is een opgekalefaterde ME-patiënt niet de aangewezen persoon om dit kunstje te evenaren. Wie oh wie gaat er voor zorgen, dat wij ook eens worden behandeld voor deze ernstige invaliderende ziekte? Heks wordt weer overal weggestuurd momenteel…….

De mussen vallen van het dak, maar Heks ligt in bed voor de televisie. Doodmoe na een dagje op stap met de heksenschool. Grafheuveltjestoertocht. Dodenwegwezenexcursie. Heerlijk!

Lekker in bed dus. Met dit weer. Helemaal niet erg: Maarten van der Weijden is aan zijn laatste kilometers bezig. Mijn held. Heks is dol op deze enorme vriendelijke zwemreus. Vorig jaar heb ik twee nachten aan de televisie gekluisterd met de man meegeleefd.

Baalde met hem mee, dat hij moest stoppen. Dacht direct stiekem dat hij vast weer een poging zou gaan doen. Dat zit in zijn karakter. Het karakter van een duursporter. Mijn slag sporters……

Ik ben ook nog speciaal dol op deze man, omdat ik jaren geleden op dit blog over hem schreef en hij schreef terug! Een superleuke reactie ook nog. Echt een hele aardige gast.

En dan ben ik stapeldol op de elfstedentocht. Zelf al jaren lid van de elfstedenvereniging. Nog steeds, ondanks ME. Ik heb namelijk nog steeds de stille hoop, dat er een geneesmiddel voor deze kloteziekte wordt gevonden.

Helaas krijg je geen ME-patiënt zo gek om zijn leven te wagen met een dergelijke monsterprestatie. Ze zijn überhaupt al te moe om helemaal naar Friesland af te reizen. Laat staan, dat ze ook maar 1 Fries stadje hadden weten te bereiken.

Niemand wil ook voor ons iets dergelijks op touw zetten. Je gaat zo’n groep notoire aanstellers toch niet lopen steunen. Een pak op hun flikker moeten ze krijgen. Die luie donders. Die verfoeide aandachtsvragers. Die verdraaide teringlijers. Een schop onder hun kont, hup, zo zelf het Friese water in. Dat zal ze leren!

Het is dus ook dubbel, mijn gevoel als ik naar dit spektakel kijk. Mensen gooiden een tijdje geleden massaal emmers ijswater over hun hoofd voor ALS. Een groot succes. Vrienden gingen mij zelfs hun grappige filmpjes sturen. Maar op mijn verzoek mee te doen aan de natte dweil in je gezicht voor ME heeft nooit iemand gehoor gegeven!

Wel krijg ik nog met enige regelmaat een natte dweil in mijn gezicht. Door de diverse behandelaars.

Zo ben ik al sinds november bezig om ergens voor langere tijd therapie te krijgen. Ik spring tegen de muren op, sinds ik heb ontdekt, dat mijn moeder me een heleboel rotstreken heeft geleverd alvorens in haar dementie te verdwijnen. Ik loop dagelijks tegen de gevolgen aan en het gekke mens wil me ook nog eens niet meer zien! Alsof ik iets verkeerd heb gedaan……

Als ik haar op zoek rent ze van me weg als was ik de duvel. Onverdraaglijk.

Mijn ziekte maakt het er allemaal niet gemakkelijker op. Ik zie soms wekenlang bijna niemand. En als ik dan mensen zie, wil ik niet gaan zitten zemelen over mijn mislukte leventje. Anderen ook niet overigens. Mensen praten liever over zichzelf tegen Heks. Nog steeds.

Dus iemand om de boel mee op een rijtje te krijgen is echt geen luxe. Maar het lukt niet. Wel sta ik drie maanden op de wachtlijst bij een vent, die me op de ochtend van de afspraak afbelt. Hij heeft de vragenlijsten, waar ik een middag bloedig op heb geploeterd om ze in te vullen, net ingekeken. Vijf minuten voor de afspraak.

‘Ik doe geen lange trajecten. Dus u kunt niet komen,’ blaat hij vanuit zijn schapenbaard in de hoorn. Mijn reactie ‘Dus u stuurt me ook weer weg, ik word altijd overal weggestuurd,’ maakt hem razend. Te vuur en te zwaard bestrijdt hij mijn inzicht. maar ik mag toch niet komen.

Uiteindelijk krijg ik de tip van Transparant. Een alternatief voor Rivierduinen. De doorzichtige club heeft zich afgescheiden van de reguliere Rivierduinen, omdat ze niet goed werden van het protocol daar. Maar zelf zijn ze geen haar beter. Ik word lullig te woord gestaan. Ze slaan me met hun protocol om de oren. En mag niet komen.

‘Ik ben al vanaf november op zoek naar hulp. Ik spring tegen de muren op en roep elke dag als eerste dat ik dood wil,’ klap ik uit de school. Het is niet gelogen. Elke dag baal ik van mijn leven, van mijn pijnlijke lijf, mijn gebrek aan energie, van mijn afwezige familie, van mijn gebrek aan geliefden, van mijn uitdunnende vriendenclub…….

Ik vecht, maar verlies terrein. Elk jaar weer. En overal word ik weggestuurd. Al jaren. Ik ben al dertig jaar mijn eigen behandelaar.

Alleen het alternatieve circuit wil me hebben. Dankzij hen ben ik nog in de lucht. Helaas hebben zij ook geen afdoende oplossing voor ME. Pappen en nathouden.

Vanmiddag zit ik bij de reumatoloog in het Alrijne ziekenhuis. Ze moet ontzettend lachten als ze mijn status ziet. ‘Hahaha,’ hikt ze als ik haar vraag wat er zo lachwekkend is,’ u mankeert van alles en denkt dan toch dat er nog dingen kunnen worden uitgezocht. Hahaha….’

Geweldige binnenkomer toch weer. Ik ben eventjes helemaal overbluft. Ik ben wel eens onthaald met de tekst ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’, maar dit is ook apart…..

Dan blijkt ze gewoon een reumatoloog uit het LUMC te zijn, de club waar ik gillend ben weg gelopen, nadat ze me steeds met een verpleegkundige opzadelden in plaats van een arts…….

Toch weet ze me nog wat interessante dingen te melden. Nadat ze uitgelachen is.

‘Uw lichaam doet verschrikkelijk zijn best, om het goed te doen. Te goed eigenlijk…’ Een heel verhaal volgt. Mijn hoofd wil niet luisteren, maar het moet. Haar verhaal komt er op neer, dat je bij heel veel van patiënten met fibromyalgie sprake is van aanleg, maar ook iets dat het triggert.

En laat nu datgene wat het triggert vaak traumatische ervaringen in je jeugd te zijn. ‘Zoals zware lijfstraffen bijvoorbeeld?’ Ja, dat is een uitstekend voorbeeld.

‘Uw lichaam heeft geprobeerd die stress op te vangen, maar te goed. Intussen loopt u daardoor ook nog steeds rond. Jullie ervaren het vaak als last hebben van je lichaam, het wil niks meer. Maar in feite doet uw lijf geweldig zijn best….’

‘Ja,’ denk ik later, ‘lekker is dat. Kun je ook van kanker zeggen: Uw doodzieke lichaam doet geweldig zijn best om allemaal celletjes te splitsen. Maar te goed. Te veel. Je hebt er misschien last van, maar het is eigenlijk een geweldige actie van je lijf…..’

Natuurlijk zegt niemand dat tegen een kankerpatiënt. Dat zou zeer onkies zijn. Je kunt het ook moeilijk verkopen, dat je lijf geweldig zijn best voor je doet, terwijl je daar tegelijkertijd dood aan gaat, Wij ME-patienten gaan niet dood aan onze ziekte, we veranderen doorgaans in een levend lijk, tegen ons kun je gewoon alles zeggen. Blijkbaar.

Tel je zegeningen!

Zo word ik dan weer weggestuurd bij de zoveelste behandelaar. Kan het ze iets schelen? Nee. In het huidige hopeloze medische bestel zit iedereen op zijn of haar eilandjes te prutselen. Na hun de zondvloed. En ME-ers zijn vervelende zeurkousen. Zo. Klaar. Volgende patiënt.

Maar Maarten is binnen!!!!!!!! Klokslag half acht……

 

 

 

 

 

 

Het grote verschil tussen een dood vogeltje. Zijn ene pootje even lang. Koolmees zingt zwanenzang. En Heks ruimt ouwe troep op. Eindelijk.

‘Heks, kijk nou eens wat ik uit de bek van de boskat vis,’ mijn onvolprezen hulp komt de keuken in lopen met een wollig wezentje verborgen in haar hand. Het is een jonge koolmees. Als ze haar hand opent zien we hem naar adem happen.

O jee. In no time zijn we in de weer met lepeltjes water, een eierdoosje en een ouderwetse zachte schone zakdoek. ‘Meelwormen, daar doen ze het goed op,’ vertelt ze me vervolgens, ‘Ik heb een keer twee koolmeesjes groot gebracht. Eentje is zelfs vijf jaar oud geworden……

‘Ik nam ze gewoon mee naar mijn werk, in mijn rugzak. Zo kon ik ze om de paar uur eten geven…….’

Dat klinkt hoopgevend. De aanblik van ‘Kooltje’ is dat geenszins. Ik heb sterke twijfels of we hem hier doorheen krijgen. ‘Hij heeft misschien wel inwendige verwondingen,’ Heks maakt zich zorgen.

Zo zit ik dan met een klein zielig vogeltje op mijn schoot heel zachtjes te trommelen. En te zingen. Kooltje luistert met zijn kope scheef. Hapt naar adem. Lijkt een beetje bij te komen…..

Het is zijn zwanenzang. Als ik terug kom van de dierenwinkel met een bak heerlijke kronkelige meelwormen ligt hij dood in zijn eierbedje. Oh, wat is hij mooi. Wat een prachtig schepseltje. Zijn gele vleugeltjes. Het geel aan zijn snaveltje. Zijn lieve kleine koppie……

‘Hoe ben je op mijn balkon terecht gekomen, schatje. Je bent nog zo klein. Je kunt vast nog niet vliegen……’ Misschien gepakt door een andere vogel en per ongeluk gedumpt op het dak van de berging? En ogenblikkelijk geannexeerd door de boskat? Of is ThayThay de hoofdschuldige?

’s Avonds stop ik hem in de vriezer. Mooi verpakt in een stukje wit papier en een blauw plastic diepvrieszakje. Ik ga de prachtige veertje bewaren heb ik besloten. ‘Teken hem een nieuw verenkleed,’ Heks krijgt duidelijke instructies in haar oor getoeterd. Ok. Komt voor elkaar.

Mijn kleine leventje met de dieren. De hele dag achter Snuitje aanlopen met lepeltjes eten. En ze eet. Minuscule hapjes weliswaar. De rest van de tijd ligt ze het liefst op mijn schoot te knorren. Of op de horizonbox van de televisie.

Mijn suffe bestaan met de dieren. Elke dag op stap met mijn viervoetige vriend. Ik moet het eruit persen momenteel. De recente griep heeft flink huis gehouden. De laatste restjes reserve energie opgesoupeerd.

Jammer, dat Kooltje het niet gered heeft. Het scheelt wel enorm veel werk. Elke dag op stap met een koolmeesje in je rugzak? Om de paar uur voeren? Ook weer een pittig klusje…….

Maandag werk ik met de dame van Cuprum aan mijn vangnet. Of beter gezegd, het gebrek aan vangnet. Het aan te leggen vangent. Steuntjes in de rug. Voor als ik val. Voor de zoveelste keer finaal onderuit ga. Of weer een half jaar griep heb….

Eerst stellen we een lijstje op van mensen, die in geval van nood mijn hond willen uitlaten. Als ik in bed lig te klapperen van de griep bijvoorbeeld. Vaak klim ik dan toch strontziek op de fiets. Gewoon omdat ik niemand vind, die het stokje over pakt. Zo’n blafbeest moet er u eenmaal uit.

Dan een lijstje met mensen, die wellicht een boodschapje willen halen als het me echt niet lukt. Zoals onlangs. Zodat ik niet weer dagenlang zonder de broodnodige sapjes en dropjes in bed lig te stinken.

En tot slot nog een kattenlijstje. Mijn dreamteam is onlangs verhuisd. ‘Natuurlijk blijven we gewoon je katjes verzorgen, hoor,’ zegt Joy hierover. Maar misschien is het toch wel handig om de buurman te vragen voor dit team. Zodat het haalbare kaart blijft om mijn dierentuin in de lucht te houden als ik bijvoorbeeld op vakantie ben.

Na het maken van deze lijstjes gaan we naar mijn slaapkamer. Ik heb het in mijn hoofd gezet om een heleboel teringzooi, opgeslagen naast en onder het bed, weg te gooien. Zakken vol oude kleding, mijn oude tent en windscherm en een enorme tas met stokoude reisgidsen en vage studieboeken knikker ik de deur uit. Er ontstaat enorm veel ruimte!

De dame van Cuprum is perplex. Wat is er in Heks gevaren, dat ze zo gründlich aan het uitmesten slaat?

Ja, wat is er in mijn gevaren? Ben ik soms eindelijk eens verleden aan het loslaten. Laat ik me eindelijk niet meer verleiden tot lijden aan meer van hetzelfde?

Een hele stapel geborduurde tafelkleden van mijn grootmoeder verdwijnen richting kringloop. Ik heb ze altijd foeilelijk gevonden, maar ja. Gemaakt door oma….. En niet eens voor mij!

Mijn geliefde oma, die mij eng vond, nadat ik als zeer jong kind aan de valium verslaafd was gemaakt. Hele spooky ogen kreeg ik daar blijkbaar van…… Grote zuignappen van pupillen. Ze las de ene detective na de ander, maar haar eigen kleindochter was pas echt griezelig!

Mijn moeder kon niet wachten om me dit allemaal in geuren en kleuren te vertellen. Je kunt het ook niet doen natuurlijk. Je kind een beetje ontzien. Ze heeft het al moeilijk genoeg met de chronische afwijzing en aanhoudende mishandeling door die narcistische vader……

Wat een opluchting. Weg met die oude zooi.

Het kleed, dat oma ooit speciaal voor mij borduurde besluit ik te houden. Als ik het nog kan vinden. Ik zie dat kakelbonte tafelkleed helemaal nergens meer…….

Koolmees splijt schedel van concurrent in nestkast