Corona splijtzwam van huidige maatschappij? Wat vind jij? Of beter gezegd, in welk kamp kamp jij? Geloof je er niet in en wil je graag protesteren of drammen? Of liever over het nut van die foeilelijke mondkapjes zwammen? Elke gek zijn gebrek, maar dit schiet me te binnen: Waarom zouden we in godsnaam wereldwijd die ziekte verzinnen? En leidt die verzonnen ziekte tot de ingebeelde zieke ME? Ik zeg geen ja, maar ook geen nee.

‘Heks, ik heb door die Corona de raarste gesprekken met op het oog normale mensen. Neem nu Tralalala. Ik had haar laatst aan de telefoon. Kwamen de huidige maatschappelijke ontwikkelingen ter sprake…..’

‘Begon ze toch een partij tegen me te schreeuwen, niet mooi meer gewoon. Over haar rechten, die met voeten worden getreden en de terreur van mondkapjes. Over onze vrijheden, die zonder enige noodzaak worden beperkt. Over het feit, dat Corona een verzinsel is van politici, om ons naar hun hand te zetten… Ik kon er geen speld tussen krijgen. Ik ben eigenlijk best geschokt door haar tirade….’

Mijn vriendin tegenover me aan de anderhalve meter brede keukentafel, raam open, tocht in mijn nek, kijkt me verdrietig aan. Ik ken Tralalala ook heel goed, maar ik ga niet meer met haar om.

Ik heb ook wel eens zo’n tirade naar mijn kop gekregen. Toen ik ernstig in de problemen kwam met mijn clan. Ik moest niet zo zeiken, volgens haar. Niks mis met mijn familie. Ik was gewoon een driejarige kleuter op zoek naar aandacht.

Heks werd net op dat moment een familiebedrijf uit gewerkt. Gepest is een meer accurate omschrijving. Anderhalf jaar lang kreeg ik geen rooie cent uitbetaald, terwijl ik ziek thuis zat.

Pas toen de rechter me gelijk gaf, kwam er eindelijk geld. Kon ik mijn rekeningen weer betalen.

‘Rechters geven iedereen maar gelijk, ik ben er niet van onder de indruk,’ reageerde een familielid geïrriteerd tijdens een poging van Heks, om dingen jaren later uit te praten, ‘We hebben je ontslagen, omdat je altijd te laat kwam…’

Hilarisch! Hoe verzin je het! Een volstrekt Trumpiaanse kijk op de werkelijkheid van dat moment.

Ik had dan ook geen behoefte aan ook nog eens allerlei niet bepaald opbouwend commentaar vanuit mijn vriendenkring. Het voelde als een trap na en Heks lag al onderuit.

Ik had behoefte aan steun. Loyaliteit. Compassie.

Dingen die ik destijds wel heb gekregen van de vriendin tegenover me aan de keukentafel. Ze behoort overigens tot de absolute risicogroep. Net als Heks zit ze al zeker een half jaar voornamelijk thuis. Of op de fiets, voor de broodnodige beweging. ‘Vroeg Tralala je niet, wat dit virus voor jou betekent met jouw conditie?’ informeer ik langs mijn neus weg.

En dan nog, ook Tralala is de jongste niet meer. Ze heeft een medische geschiedenis met een lange baard. Ze mag zelf ook wel uitkijken voor dit virus.

‘Ik kwam een vrouw in de polder tegen, toen ik de hondjes uitliet, die ook al zo begon te schreeuwen, toen het over de Corona-maatregelen ging,’ Kras kijkt me hoofdschuddend aan. We zitten met een lekker kopje koffie te klessebessen. Anderhalve meter van elkaar verwijderd. Deur naar de tuin wagenwijd open.

‘Haar rechten werden ernstig aangetast. Met name mondkapjes moesten het ontgelden. Dat vond ze ronduit crimineel!!! Deze dame van bijna zeventig, die nooit met de trein gaat. Bizar toch?’

‘Corona is de splijtzwam van de huidige maatschappij,’ beaamt mijn toegewijde rechterhand Rozenhart mijn zorgen. Het is waar. Je gelooft in Corona of niet.

Mijn fysiotherapeut neemt de ziekte bijvoorbeeld serieus. Hij draagt handschoenen en een mondkapje. Bij de deur van zijn bescheiden praktijkruimte meet hij mijn temperatuur op. Er staat een enorm apparaat met een desinfecterend goedje voor de handen.

Het leer van zijn behandeltafel is wit uitgeslagen door een peperduur schoonmaakmiddel. Na elke cliënt wordt de bank hiermee grondig afgenomen. Voor de behandeling leg ik mijn eigen handdoeken op de tafel. En uiteraard draag ik een mondkapje. Dat is verplicht.

Een andere behandelaar van Heks gelooft hier allemaal niet in. Nergens in de praktijk een mondkapje te bekennen. Ook doet men er niet aan handgel, want dat is slecht voor je handen. Die worden er schraal van en je beschermende laag verdwijnt.

Op de tafels liggen weliswaar schone handdoeken, maar wie er voor je op heeft gelegen, dat weet je dan weer niet. Het is er ruim en totaal niet druk, dus afstand houden is geen probleem.

Toen de besmettingsgraad heel laag was, maakte het me niet zoveel uit. Maar langzamerhand begin ik me toch weer zorgen te maken over die bezoekjes. Ik draag natuurlijk wel mijn mondkapje. Daarnaast smeer ik me van boven tot onder in met handgel, zodra ik het pand verlaat. Maar echt lekker zit het me niet.

‘Het virus is door de Chinezen expres onder de bevolking verspreid, het komt uit een laboratorium…..’ hoorde ik al in de eerste week van de pandemie uit diverse complotdenkers keeltjes.

Dat het uit een laboratorium is ontsnapt sluit ik niet uit. Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar allerlei virussen. Waar gehakt wordt vallen spaanders: Mensen maken fouten. In Wuhan is zo’n lab op loopafstand van de beruchte markt, waar de ellende officieel is begonnen.

In Nederland is men ook met dergelijke onderzoeken in de weer heb ik begrepen. ‘Als we een volmaakt virus zouden willen ontwerpen, zou het er uit zien als het Coronavirus,’ was het droge commentaar van 1 van de medewerkers van een dergelijk laboratorium in ons kikkerlandje aan het begin van de uitbraak.

‘Het is een perfect virus, omdat niemand antistoffen heeft en het zich zo snel, met vaak ook atypische klachten, verspreid,’ vervolgt de man enthousiast, ‘SARS had veel meer tijd nodig om om zich heen te slaan, bovendien werd iedereen, die besmet raakte, echt ziek. Daarom is die epidemie toen beperkt gebleven.’

De man gelooft duidelijk wel in Covid19. Voor hem is het geen verzinsel.

‘Daar geloof ik niet in, hoor, die gekke dingen, die jij allemaal uitkraamt,’ krijg ik vaak naar mijn kop, als ik weer eens met mijn bezemsteel op pad ben geweest. Mijn leven lang al word ik bestempeld als fantast. Het interesseert me overigens geen barst.

Ik bespeur meer waarheid in mijn magische verkenningen, dan in de gemiddelde uitspraak van de gemiddelde politicus. Om van de wereldleiders maar te zwijgen. Grotere leugenbakken, dan dit legertje mondiale narcisten en psychopaten, bestaan er niet. En zij ontkennen ook nog eens systematisch wat er werkelijk speelt in de wereld.

Corona, een splijtzwam, hoe kan dat dan? Waarom zou je in godsnaam ontkennen, dat er levens gevaar lopen? Dat het recht van de zwakste geldt op zo’n moment? Dat je de zwakkeren niet kan afdoen als dor hout.

Waarom worden mensen zo agressief van mondkapjes? Zo vreselijk is het toch niet om zo’n ding op je kop te zetten? De meeste koppen knappen er enorm van op!  Het zijn geen kont-mapjes. Of klapjes. Dus wat zeuren we nu?

Jaap van Dissel van de RIVM haat mondkapjes volgens mij. Met hand en tand verzet hij zich tegen het verplichten van dit kledingstuk. Hij baseert zich daarbij op een omstreden Noors onderzoek. ‘De conclusies, die hij trekt, naar aanleiding van ons onderzoek, hebben wij niet getrokken, hoor,’ beweert de Noorse onderzoeker op een gegeven moment in een actualiteitenprogramma, ‘We weten echt niet hoe hij op grond van dit onderzoek tot die slotsom komt…’

Het mondkapje is voor Jaap net zo’n stokpaardje als voor  Heks. Maar we galopperen wel precies de andere kant op!

Heks maakt zich al tijden nergens druk meer over. Ik kijk zeer beperkt televisie. We zitten hier in Nederland helemaal niet zo slecht. Ik zit het wel uit, ik zit al dertig jaar ME uit, dus dit kan er ook nog wel bij. Ik wil het absoluut niet krijgen overigens. Mensen komen regelmatig uit de ziekte me ME-achtige verschijnselen. Ook jonge mensen!

Nou, dat heb ik al, nog slapper en vermoeider worden is geen optie.

De hele ME wereld staat op zijn kop overigens. ‘Nu gaan we eindelijk begrepen worden,’ klinkt het opgewonden in de wandelgangen. Een vreemde uitspraak vind ik dat. Een rare kronkel. Want ME moet je echt niemand toewensen. Het zou een regelrechte ramp zijn als massa’s mensen werkelijk ME zouden krijgen ten gevolge van Corona.

Ook niet als dat betekent, dat je eindelijk begrepen wordt met je vage kutziekte. Het is een vreselijke aandoening. Dat wens je je ergste vijand nog niet toe.

En ook vind ik, dat je pas van ME kunt spreken als je een paar jaar verder bent. Hoe lang bestaat die Corona nu helemaal? Dus hoe kun je zeggen, dat mensen jarenlang klachten houden? Nooit meer op knappen? Dat weet je nog helemaal niet.

 

 

 

 

Thor, Thor, bokkige Thor. Ik lief je en ik ga er voor. Eenzame Heks is perplex. De dondergod brult in mijn oor: ‘Pak je trom, ontsteek het licht!’ En weg zijn we! Zie zijn gezicht……lichtflits……. Loodzwaar ontladen…en dan? Vederlicht. Licht in mijn hoofd. Overal licht. Mijn zwaargewicht in licht gedicht.

‘Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren,’ zingt het in mijn hoofd. Nou ja, waar komt dat nu weer vandaan? Mijn hersenpannetje kookt toch maar de raarste brouwseltje op. OK, het ruikt een beetje herfstig de afgelopen dagen. Mijn vingers zijn pimpelpaars van het bramen plukken. Maar om nu maar direct door te stomen naar de feestdagen?

Krankzinnig.

‘Zinnig, krankzinnig, zing es wat zinnigs….’ humt mijn hoofd vervolgens. Mijn opgewekte hoofd. Na dagenlangs slaags te zijn geweest met mezelf heb ik een diep inzicht gekregen. Ja, echt gekregen. En niet van mezelf.

‘Verwarring schept lijden,’ zegt mijn leermeester Thich Nhat Hanh altijd. En Heks was in de war. Ze zat haar mooie heksenhoofdje te breken op een oud, mysterieus en door mij niet op te lossen raadsel.

‘Het is niet jouw raadsel. Het gaat niet over jou. Het lijkt er op, dat dit of dat met die persoon aan de hand is geweest. Destijds. En daar kan jij niks aan doen. Dat probleem kon jij niet oplossen. Toen niet en nu niet….’

Oh, zo heerlijk om uit de knoop te geraken. Zo fijn om eenvoudig te zijn. De kreukels glad te strijken. Voor zo lang het duurt natuurlijk. Bij tobbertjes als Heks kun je niet teveel verwachten. Hoog sensitief en een geheugen als een olifant? Grenzenloos en veel te lang nooit eens gezond boos?

Nou, maak je borst maar nat.

Afgelopen week zit ik lekker onderuitgezakt in mijn stoel een hele stapel stripboeken door te lezen. De een na de ander. Chick Bill van Tibet. Mijn favoriete reeks. Die boekjes fungeren als troostvoer. Zodra ik me rot voel of ziekjes, pak ik de hele stapel uit de kast. Niets zo heerlijk als lachen om Kid Ordin, de antiheld van de serie.

Thor zit op de bank tegenover me. ‘We gaan op reis,’ verklaart hij ongevraagd, ‘Pak je trommel en doe alle lichten aan.’ Zo dus. Heks trekt haar wenkbrauwen op. Lichten aan? Ik wil juist graag weinig licht als ik astraal reis. En waarom trommelen? Vorige keer hoefde er toch ook geen trommel mee?

Thor is echter luid en duidelijk. Dus Heks doet alle lichten aan. Dan pak ik mijn drum. ‘Laat de ramen open staan,’ dus laat ik de ramen open. In de steeg zitten een stel gasten te klessebessen. Het gaat nergens over. Zachtjes begin ik te trommelen. Thor trekt me op zijn wagen. We gaan de lucht in. Vliegen rakelings langs de kerktoren. Hatsjekidee.

Mijn grote godenvriend gooit met zijn hamer. Lichtflitsen schieten om ons heen. Dan volgt de donder. ‘Nu jij,’ maant hij me. Ik heb geen hamer bij de hand. Maar wel een trommel! Mijn stok roffelt over het vel. Los vanuit de pols. Het rommelt en dondert. Thor en ik donderen om het hardst. Heks krijgt er lol in!

Keer op keer vliegt een flits licht door mijn zenuwbanen. Gevolgd door gerommel en geknal. Eindeloos spelen we dit spelletje. Dan tilt Thor me op en zet me op de wolkenvlakte. Samen dansen we in dit zich ontladende landschap.

Tot we moe zijn. Tot we naar zijn paleis gaan. Het huis van mijn goddelijke vriend. Daar rusten we uit.

Heks wist de tranen van haar wangen. Wat zo lollig begon heeft me diep aangegrepen. Intens diepe pijn is aangeraakt. Ik kijk met andere ogen naar deze dondergod. Eindelijk snap ik waarom hij wordt geassocieerd met herstellen van orde. Iets, dat je niet direct in verband brengt met zoiets ongeregelds als onweer.

Het is de ontlading, die de orde herstelt. Ontlading is nodig om tot een nieuw evenwicht te komen. Ik snuif de lucht op, vol negatieve ionen. Zo heerlijk. Zo fris.

‘Kom,’ zegt Thor, ‘we gaan er weer vandoor.’

En dan laat hij zich zien. In al zijn kracht en grootheid. Deze god van emoties. Heks moet zo verschrikkelijk huilen, ik kan niet meer stoppen. Vanuit diep, diep wellen de tranen op.

‘Zo laat ik je niet naar huis gaan,’ zegt Thor na een tijdje. Hij tilt me op en dompelt me in een frisse bron. Licht als een veertje kom ik weer boven. Oud zeer weggewassen, opgeladen, schoongespoeld.

Dan wiegt hij me in zijn gouden armen. En leert me over zijn godenwereld. Ik zie waarom ik dit beleef. Bij het afscheid krijg ik een geschenk.

In mijn landschap hangt nu een hangmat, zijn hangmat. Wiegend in een hoge boom. ‘Zo zal je vast beter slapen….’ Ja, ik hoop het.

De nachten er op slaap ik als een roos. Uitzonderlijk in mijn geval. Dat overkomt me een paar keer per jaar.

Wat ben ik de dondergod gaan waarderen. En wat kan ik nog veel van hem leren! Thor Thor, Thor. Ik lief je en ga er voor!

Grenzen, het gaat allemaal over grenzen. Heks tobt al jaren met die materie. Ik heb wel dingen ontdekt. Achteraf je grens aangeven werkt bijvoorbeeld niet. En er vanuit gaan, dat iemand je grenzen zal respecteren, kan je op verrassingen komen te staan. ‘De Brief’ stuur ik niet meer naar de overtreders. Tegenwoordig los ik het anders op.

Grenzen, het gaat allemaal over grenzen. Het niet goed aangeven van grenzen, grensoverschrijdend gedrag in je plag, verdunnen, verdunnen, verdunnen…..

Heks hakt al jaren met dat bijltje. Zo gemakkelijk als ik me verbind met andere dimensies, zo gemakkelijk als ik op mijn bezemsteel in de rondte vlieg, zo gemakkelijk als ik met medemensen om ga, naar hun problemen luister, hen een hart onder de riem steek…. Zo lastig heb ik het met aangeven van grenzen.

Iemand zit al ver in mijn binnenlanden te vervelen tegen de tijd, dat spuit elf, Heks, actie onderneemt. Het gaat wel veel beter tegenwoordig. Mijn inspanningen om het tij te keren werpen hier en daar vruchten af. Maar veel gaat nog fout. Hoe vaak spring ik niet na een ontmoeting achteraf uit mijn vel? Nog best vaak. Maar niet meer altijd.

Eén enorm nadeel van vage grenzen is, dat je altijd te laat bent om er iets van te zeggen, als mensen over je grens gaan. Want die is nauwelijks waarneembaar. Kun je het hen dan kwalijk nemen? Ik vind altijd van wel. ‘Dat weet je toch, dat doe je toch niet….’ denk ik dan nijdig.

Soms denk ik dat pas jaren achteraf. Heb ik altijd een rotgevoel gehad bij een zekere gebeurtenis, maar zocht ik het weer bij mezelf. Zag ik niet, dat iemand over mijn grens was gegaan.

Zo plof ik onlangs nog uit mijn bol, door een paar opmerkingen van een dierbaar iemand. Hele oude koeien kruipen luid loeiend uit een dichtgeslibde moddersloot. Ik maak me er druk om. Ik voel me opnieuw beurtelings verantwoordelijk, machteloos, razend, verdrietig…..

Nog meer koeien kruipen er achteraan. Uit weer andere modderige sloten. In een land hier ver vandaan.

Dat is de ellende, als je je mond houdt en je terug trekt, de strategie van Heks bij een ellendige gebeurtenis: Je kunt er nooit meer met goed fatsoen op terug komen. De mensen in kwestie zijn de zaak al lang vergeten. Of ze hebben er helemaal geen zin meer in.

Op een enkele uitzondering na dan.

En wat zou je allerlei oud zeer bespreken met iemand? Ik zie het al voor me met bepaalde oude pestkoppen van me. Want ja, ik ben gepest als kind. Daar ben ik middels de EMDR therapie achter gekomen. Ik wist het nog wel, maar dacht dat het wel meeviel.

Heks is voor zichzelf altijd vrij hard geweest. Werd ik in elkaar geramd, dan dacht ik dat ik het verdiend had. Wilden ze me in een kindertehuis plaatsen, dan lag het ongetwijfeld aan mezelf. Trok een nichtje met haar buurjongen de benen onder mijn lijf vandaan, zodat ik op mijn vierjarig heksensmoeltje viel, dan moest ik er maar mee leven…..

Dat nichtje heeft enorm veel pesterijen richting Heks op haar kerfstok staan. Toch bleef Heks altijd vriendelijk tegen haar, ik kon het gewoonweg niet terug doen. Wel bleef ik zoveel mogelijk uit haar buurt. Dat viel nog niet mee.

Vanmiddag zit ik te lezen in een gratis krantje uit de biowinkel. De Groene Aarde? De Moeder Aardekrant? De Grote Geitensok? Ik ben het even kwijt.

Een heel artikel is er gewijd aan de Staatsvrije Vrijeschool. Onafhankelijk van overheden en onderwijsinspecties. Een interview met een paar dames, die zo’n idealistische school runnen. Eén van hen is een vroegere vriendin van Heks. Een hartsvriendin destijds, tenminste, dat dacht ik.

Tot ze me als een baksteen liet vallen, toen ik ziek werd. Tot ze me een afschuwelijke betweterige zogenaamd spirituele brief schreef, net toen mijn vader lag te sterven aan kanker. Ze wist dat. Haar 2e ouders had ze mijn ouders een paar jaar eerder genoemd.

Tot ze me afbrandde tot op het bot, toen ik heel kwetsbaar en doodziek was. Vlak voor ik mijn vader moest gaan begraven.

Haar heb ik overigens ooit van repliek gediend. Ik heb haar een jaar later ‘de brief’ gestuurd.  Iets dat ik vroeger wel deed. Een brief, waarin ik iemand tot op de draad fileer. Een brief, waarin iemand volledig zijn of haar vet krijgt.

De narcistische zus van een hele goede vriendin heb ik ‘de brief’ gestuurd, nadat ze smerige roddels over me had lopen verspreiden. Ik heb haar gewaarschuwd, wat er zou gebeuren, mocht ik nog eens zoiets merken.

‘Ik hoop, dat ik nooit ‘de brief’ krijg,’ zei een vriendinnetje van me ruim twintig jaar geleden. Zij heeft hem nooit gekregen. De vriendschap is wel kapot gegaan en ik weet nog steeds niet waaraan. Maar de drang om haar te fileren heb ik nooit gehad.

En door haar opmerking heb ik eigenijk nooit meer ‘de brief’ aan wie dan ook geschreven.

Ik schrijf nog wel eens brieven, hoor. Maar niet meer om iemand te slopen. Iemand, die mij eerst heeft gesloopt weliswaar. Maar toch. Iemand kapot maken is nergens goed voor.

‘Van jampot, jampot likkelikkelik,’ vandaag staat er bramenjam op het menu. Geen kreeft. Mijmeringen over liedjes zingen, die je half kent. Over scootmobielgepiel. Over gewone kleine dingen. En: Maak kennis met mijn nieuw vurig vriendje!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Van jampot, jampot, likkelikkelik…. Van jampot, jampot, likkelikkelik…. en daarom ben ik hier,’ zing ik, terwijl ik mijn tweede kopje koffie inschenk vanmorgen. ‘Ik ben geboren in Griekenland,’ galm ik vervolgens. Toch? Het was toch Griekenland? ‘En daarom ben ik hier!’ Ik begin te twijfelen. En dan die tekst, waar gaat het over?

Maar oh, je hebt tegenwoordig internet. Ik zoek de tekst van dit stokoude liedje gewoon op. En wat blijkt? ‘Ik ben geboren in Friesland!’ staat er. Niet dat het de strekking van de tekst veel duidelijker maakt. Want waar is hier? En hoezo jampot?

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Eén ding staat als een paal boven water: Ik ga vandaag bramenjam maken. ‘Een lichamelijke beperking leidt bij veel mensen tot sociaal isolement,’ hoor ik op de achtergrond de televisie pruttelen. Een reclame van de Zonnebloem. ‘Wij laten ze niet zitten…’

‘Nooit iets van gemerkt, van die Zonnebloem, ze hebben mij altijd gewoon laten zitten. Maar ze hebben gelijk, dat wel,’ denk ik bij mezelf. Een vrouw verklaart aan haar zoon, hoe het voelt om een chronische invaliderende aandoening te krijgen ‘Jullie gaan door met je school en je werk en voor mij eigenlijk is het gestopt.’

Herkenbaar! Uitgerangeerd! Op een zijspoortje ergens achteraf. Stoffig en overwoekerd. Vooral als je zo’n onzichtbare kwaal hebt als Heks. Niemand neemt je serieus. Zelfs niet sinds het officieel erkend is, de ziekte ME.

Zo ben ik al 2 jaar bezig om een scootmobiel te ritselen bij de gemeente. Een jaar lang krijg ik de kattenfluisteraar over de vloer. Hij maakt plannen voor een verhuizing, iets dat ik pertinent niet wil. Hou op, schei uit. Ik moet er niet aan denken….. Zoveel werk. Ik woon hier prima.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Met moeite breng ik de man op andere gedachten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De scootmobiel, waar alles om begonnen was, wordt uiteindelijk toegezegd. Eerst moet echter de berging worden aangepast. Dat gebeurt niet. De scootmobiel komt niet.

Ik val met enige regelmaat van mijn fiets op slechte dagen. Op mijn linkerknie prijkt sinds december een enorme bottige bult, door een akelige duikeling. Ik krijg een dame van de gemeente aan de telefoon over de verlenging van mijn thuiszorg. Jaren voor geprocedeerd, dus dat pakken ze me niet meer af.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Als ze hoort over de eeuwige scootmobiel-aanvraag van Heks belooft ze actie te ondernemen. En inderdaad, een paar weken later staat er een mannetje van de gemeente de berging op te meten. ‘Ik stuur een aannemer, die gaat de stoep ophogen binnenkort…’

‘Als de stoep is verhoogd, moet u ons bellen, dan leveren we de scootmobiel….’ met die woorden neemt de man afscheid. Maanden geleden alweer. Nooit meer iets gehoord. Geen aannemer gezien. Er is weer eens niks gebeurd.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Wat zei hij ook alweer nog meer? ‘U loopt anders prima de trap af….’ suggereer, suggereer….. Deze ambtenaar van de gemeente, geen arts of fysiotherapeut, vindt het eigenlijk maar onzin, die scootmobiel. Ik mankeer toch duidelijk niks?

‘Van jampot, jampot, likkelikkelik…’

Gistermiddag maak ik een lekkere wandeling met een dierbare vriendin. We pakken onderweg een terrasje. Spelen met het hondje. Zitten op een bankje. Wandelen weer wat. Uren zijn we onderweg. Zo gezellig! Eenmaal thuis kan ik niet meer bewegen. Ik kom de trap nauwelijks op. Beetje te ver gelopen. Dat wordt een hele dag bijtrekken, op zijn minst.

‘Kijk wat we onderweg tegenkwamen,’ grappen we tegen de vrijwilligers van theehuis Noord. Een enorme knalrode Amerikaanse rivierkreeft! Hij hing bijna in VikThors neus. Viks balletje was precies tussen zijn scharende armen terecht gekomen.

De mannen moeten lachen. ‘Misschien iets om op het menu te zetten?’ suggereert Heks. Kwinkslagen volgen. Pure pret.

Wat een dappere beestjes overigens, die rivierkreeften. Kleine kraaloogjes nemen me op. Elke beweging van Heks volgt hij. Zodra ik van positie verander vliegen zijn vuurrode armpjes scharend de lucht in. Zijn kleine knijpertjes frontaal op me gericht……

Een gouden middag. Zonder scootmobiel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het is behoorlijk dubbel, ik weet het. Enerzijds ben ik blij, dat er geen schot zit in de scootmobielzaak. Ik zie mezelf nog niet rondrijden in zo’n apparaat. Anderzijds zijn er dagen, dat ik zou willen, dat ik em had. Zoals eigenlijk de gehele afgelopen week. Uitgekacheld als ik ben door al dat fietsen met de fietskar. Door de hitte, het slechte slapen…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Als ik weer eens vloekend op mijn fiets zit, creperend van de pijn bij elk hobbeltje. Ja, dan zou ik graag zo’n ding in de berging hebben staan. Of op dagen met nul energie, zoals vandaag. Als ik eindeloos traag opstart. Als mijn lijf maar niet naar de verticale stand wil. Als ik energie over wil houden om jam te koken. En tomatensoep. Op zulke dagen? Graag!

©Toverheks.com

.

Zo neem ik afscheid van Vanaheim, zo neem ik afscheid van Vanaheim, bij maneschijn en ochtenddauw…..Nee, nee, ik wil geen afscheid nemen van mijn veilige vrijer. Mijn vrije Freyr! Zijn goud gemarmerde armen altijd om me heen!

FREYR

Groot Geschapen FREYR

Een astrale reis, die in mijn geheugen gegrift staat, is mijn reis naar Vanaheim. Of beter gezegd, mijn serie reisjes naar het land der Wanen. De oeroude vruchtbaarheidsgoden. Ik voel me er zo thuis! Ik ben vanouds zo verbonden met deze wereld! Ik heb de Grote Vruchtbare Barende Moeder al zovele levens gediend.

Ik heb er zelfs vaak herinneringen aan gehad in dit leven. Dwars door al het kwaadaardige Calvinistische geleuter over zondige seks van mijn christelijke opvoeding heen. Mijn ouders vielen overigens enorm mee. Die hielden wel van een gezond potje vrijen. Maar die vreselijke dubbele seksuele moraal van tegenwoordig heeft me vaak genekt.

Seksualiteit is voor mij altijd heilig geweest. Een manier om het goddelijke te vieren in je lijf.

Ja, ik ben helaas ook vaak volkomen verkeerd begrepen door geliefden en vrienden. De hele maatschappij eigenlijk. Mijn ideeën staan ver af van wat tegenwoordig gangbaar is op seksueel gebied.

FREYR

Zeer groot geschapen FREYR

Slutshaming is mijn deel geweest, omdat ik open en eerlijk over mijn eigen lijf heb willen beschikken. Ik ben ook gepakt, besprongen en genaaid door figuren, die deze houding stomweg niet pikten. Mannen zowel als vrouwen. Letterlijk en figuurlijk.

Erg gelukkig ben ik niet geweest in de liefde. Foute kerels lopen als een rode draad door mijn bestaan. Zelfs de goede kerels gedroegen zich bij Heks regelmatig abominabel. En fijne seks is ook alweer zo lang geleden.

Heilige geilige seks. Ik heb het wel degenlijk meegemaakt! Goddank. Ik weet hoe het voelt. Voor minder doe ik het gewoon niet.

Dus sexy Vanaheim knalde enorm naar binnen bij me. De Godin Freya en haar lekkere broer. In Vanaheim ben je als vrouw nooit een hoer. Welnee, hier zijn wij geilige dames nog priesteressen. En we geven levenslessen. Sekslessen ook.

FREYR

FREYR

Seksualiteit is een heilig gebeuren. En een feestje. Geen zonde, waarvoor je linea recta naar de hel gaat. Geen enkele reden om de kat in het donker te knijpen in Vanaheim. Nee, seksualiteit mag hier zijn, volledig vrij zijn.

Maar het begon allemaal niet zo gemakkelijk. Bij mijn eerste bezoek zag ik Freyr en Freya. En direct werd een diep verdriet in me aangeraakt. Onwaardig om hier te komen, in dit land van vruchtbaarheid. Van lekkere gezellige seks. Twee thema’s in mijn leven, waarop ik enorm onderuit ben gegaan. 

Pas een paar dagen later lukt het me om terug te gaan.

FREYR

FREYR

Ik ontmoet Freyer. Oh, wat ben ik verliefd op hem. Hij voelt zo heerlijk! Heks gloeit ervan:

‘Vanmiddag kwam Freyr. Ik was al gewaarschuwd. Lonkende mannen overal op straat. Een wildvreemde aanbidder, onlangs, gewoon in een parkje. Gebronst en bronstig. Met een leuke hond.

Veilige Freyr. Geilige Freyr. Krijg ik weer een vrijer? Net nu ik uitbehandeld ben? Je zult het altijd zien!

Freyr komt op bezoek in mijn boomhutje met puntmuts. Hij past er niet in. Ik zit zachtjes te trommelen. Rustig en regelmatig wandelt geluid over vel. In mijn hart, in de boom, in Vanaheim. Freyr groot en overweldigend en aanwezig. Zeer aanwezig. Boomhut barst bijna uit voegen. Mijn drum hapert en klopt. Slaat slag over. Op hol. Probeer ritme te vinden, gaat alle kanten op.

Dan lopen we door velden. Ik zie ons gaan, terwijl de drum vertelt hoe en wat. Door bossen zwerven we nu. Op weg naar een heilige plek. 

FREYR

FREYR

Freyr aan mijn zijde. Hij neemt behapbare proporties aan. Ik voel zijn veld in me doordringen. Mijn hersenspinsels ’Mag dat allemaal wel? Stoor ik niemand voor het hoofd? Strookt dit met mijn strenge ethische principes?’ komt me op hilariteit alom te staan. Heel Vanaheim lacht. Schudt van de pret. Een God in je bed. Ja, daar moet je bij de gemiddelde Christen niet mee aankomen. Blijk ik toch nog naweeën te hebben van mijn Calvinistische opvoeding….

Vlak voordat ik voor het eerst naar Vanaheim afreis, begeeft de thermostaat van mijn waterbed het. Dagenlang lig ik in een ijskoud en vochtig bed te creperen, voordat ik doorheb wat er loos is. Dan arriveert de nieuwe thermostaat. Ik zet em extra hoog, ondanks het mooie weer. Zo binnen, zo buiten, zo boven, zo onder: Mijn bed is niet meer koud en kil. En ik mag voelen wat ik wil.

Yggdrasill

Yggdrasill

De laatste dagen in Vanaheim leer ik de andere kant van Freya kennen. Haar broer, haar keerzijde, haar tegenpool. Langzaam komt vertrouwen terug in tegendeel, in geheel; Dit bestaat niet zonder dat…. 

Vanaheim daalt in mijn innerlijk landschap. Doordrenkt mijn gebied met haar energie. In het landschap van mijn hart verrijst een eenvoudige vruchtbaarheidstempel en een fallische poort.  

‘Freyr zag 1 van zijn dochters terugkeren….’ schrijft mijn juf me, naar aanleiding van mijn avonturen. Ja, zo voelde het. Thuiskomen bij de Godin. Bij haar grote broer ook vooral. Heerlijk, heerlijk.

Freyr is in mijn hart komen wonen. Ik voel regelmatig hoe zijn goud gemarmerde armen om me heen worden geslagen. Zijn zoete adem stokt in mijn hals. Vredig. Veilig. En toch niet saai. Never. Nooit.

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Mijn manen wapperend

paardengedraaf

Door velden

bossen

 

Draven gestaag

 

Eenhoorn?

Check!

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Ik zit in boomhut

boomhoed

Heksendekselse

droomhut

 

Tommelderommel

Roffelt de trommel

de rommel

de oude zooi

 

Wijd weg

 

Trommelt tot leven

iets nieuws

 

Even

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Herinneringen

Herinnerdingen

 

Tempel en altaar

Ik was daar

 

Godin op troon

Heel gewoon

 

Vlegelvriend en heiligdom

Ik maalde er om

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Heilige Freyr

Veilige, geilige

stellige, steevaste,

vrijende vrijer

 

Je zegt geen nee

tegen een God.

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Groene vrouw

Godin

Levensstroom

Huis en haard

in heiligdom

 

Rusten

 

Keer weer

Keer weer

 

Intussen:

Al vele malen weergekeerd

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Groen neemt me mee naar de kust en

 

Daar is diep

daar is diep

 

Dan door de velden

loop ik naar huis

 

Velden en velen

Schelden en schelen

 

Mijn scheve blik

Net naast de werkelijkheid

Daar waar jij woont

In takken van bomen

 

Waar waant de wereld zich

een weg…..

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

 

Zo neem ik afscheid bij manenschijn,

bij avondrood en ochtenddauw

 

Telkens opnieuw

Telkens opnieuw

 

Zo neem ik afscheid van Vanaheim

Zo neem ik afscheid van Vanahei

 

Vanaheim

hou van jou….

 

 

Snuitje, snoeterke, klein fijn piespoesje, lekker trouw ouwetje, engeltje van me. Wat ben je toch lief. Knorrend en miauwend breng je de dagen door. Meestal op mijn schoot, als het eventjes kan. Married at First Sight op de achtergond. Nog geen twee maanden samen en ze gaan alweer vreemd.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Snuitje, mijn ouwetje, mijn kleine troostpoesje… Gekomen na die afschuwelijke operatie. Alweer ruim 17 jaar in mijn leven. Stammoeder van mijn kattenclan….. Blijf je nog even? 

Heks slaapt al meer dan een jaar onder een plastic tafelkleed. Ja, je hoort het goed. Een enorm tafelkleed met kerstballen er op. Eerst een knalrood exemplaar met gouden ballen. Toen dat kleed min of meer uit elkaar viel vond ik nog een wit kleed met zilveren ballen in de gangkast!

Restanten uit de tijd, dat ik enorme kerstdiners gaf voor familie en vrienden.  Niet eens zo erg lang geleden. 

Ondanks het kleed piest mijn schatje nog steeds af en toe een laken nat. Of erger nog, een dekbed. Of een stapel dekbedden en lakens….. Plast ze net naast het tafelkleed bijvoorbeeld. Soms gaat het weken goed, gelukkig. Heks heeft al heel wat kattenwasjes gedraaid het afgelopen jaar. Sinds Snuitje het aan haar niertjes heeft. 

Dat ze nog leeft is in feite een godswonder. Alsmede te danken aan de sublieme vleeswaren van slagerij van der Zon. Elke avond verorbert mijn minimeisje een kwart of half tartaartje. Dit voedsel in combinatie met speciaal nierdieet en een paar keer per week een halve haring heeft wonderen gedaan voor haar gestel.

Die haring vreet ze op met staart en al. Sterker nog, met staart wordt de traktatie veel meer gewaardeerd……

En een kwartje van een antidepressivum eens in de 3 dagen. Gaat ze van miauwen en eten. ‘Goh, ik gebruik precies dezelfde pilletjes,’ roept een vriend van Heks verrukt. Ook hij eet daar veel beter door.  Maar miauwen heb ik hem nog niet horen doen. So far!

Mijn schatje. Heks weet dat het geen jaren meer gaat duren met mijn katje. Als je chronisch nierfalen ontdekt bij een kat, dan werken de niertjes nog maar pakweg 25 procent. Accuut nierfalen herstelt vaak veel beter dan de chronische variant. Ik mag dus echt van geluk spreken, dat ze er nog is. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Maar het moet natuurlijk wel haalbare kaart zijn,’ zegt mijn dierenarts streng, als ik hem bijpraat over Snuitje, ‘Je moet haar niet eindeloos in leven houden als het echt niet meer gaat….’ of iets dergelijks. Of zei hij nu ‘Ze moet wel een beetje lol houden in haar bestaan…’?

Elke avond word ik beklommen door dit kleine bejaarde tijgertje. Pontificaal op mijn schoot wil ze liggen. Bij me onder de deken wil ze slapen. En ze krijgt het altijd voor elkaar. En anders gaat ze gewoon enorm miauwen!

Op de achtergrond, terwijl ik dit schrijf, speelt een aflevering van ‘Married at First Sight Australia’. Een aantal elkaar wildvreemde eeuwige vrijgezellen trouwt met elkaar, gekoppeld door, je raadt het al, ‘deskundigen’.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een experiment. De koppels moeten vervolgens tijd met elkaar doorbrengen, met elkaars familie ook, elkaars vrienden…..  Heks zit met enige regelmaat te hikken van de lach bij dergelijk programma’s. Verbijsterd door de idioterie, die ik voorbij zie komen. Net het echte leven.

Vandaag gaan een vrouw en een man opbiechten, dat ze met de partner van een ander verder willen. Ze hebben al een tijdje stiekem een verhouding. Hun huwelijkspartners zijn verbijsterd. Grote heisa in de groep. Iedereen over zijn nek. Maar het zo gevormde nieuwe stel mag blijven!

Kijkcijfers!!!!!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vreemgaan. Het oudste relatiefenomeen in de wereld. Vrouwen worden dan direct hoer genoemd en daarom geldt dat dan weer als het oudste beroep. De vreemdgaande man krijgt vanzelfsprekend een heldenstatus in de mannelijk pikorde. Zo zijn we in het patriarchaat van tegenwoordig getrouwd!

Heks is ook wel beticht van deze zaken. Ik heb zeker mijn deel vrije liefde meegekregen in de wilde jaren van de vorige eeuw, maar gek genoeg kan ik me niet herinneren, dat ik me hieraan schuldig aan heb gemaakt. Aan het bedrog, het stiekeme, het opbreken van andermans/vrouws relatie….. 

Wel heb ik lang geleden tegelijkertijd 2 vriendjes gehad. Wisten ze allebei van. Deden ze allebei enorm hun best! Heel prettig voor de verandering.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Polyamorie kan ik dan weer wel waarderen.

Slapen onder een plastic tafelkleed is overigens slecht voor je liefdesleven. Het ziet er naar uit, dat ik dat nog wel eventjes blijf doen. Met mijn lieve ouwetje Snuitje. Een piepklein piespoesje, dat heel hard kan miauwen.

Anderhalve maand terug heeft ze opeens een epileptische aanval. Midden in de nacht. Ik hou haar stevig in mijn armen. Verdwaasd loopt ze daarna door het huis te zoeken. Stekeblind en in de war.

Ja, als het die kant op gaat….. Dan moet ik toch eens achter mijn oren krabben. In mijn hart kijken. Waar een belofte woont, voor al mijn beestjes. ‘Ik ben er voor je. Altijd. Ook als de tijd daar is, als die moeilijke beslissing moet worden genomen…..’

Naast me op een kussen ligt mijn aapje te slapen. Ze doet het goed op dit moment, mijn schatje. Geen aanvallen meer geregistreerd. Het is een katje van de dag. Het kan elk moment afgelopen zijn. Ik geniet nog maar eventjes heel veel van haar!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Zomertje! Genieten! Keihard fietsen! Hitte! Herinneringen! Jeugdsentiment! Heks zit bij te komen van haar vorm van vakantie vieren. Uitgeput lijf, spierpijn….. Maar humeur geweldig goed.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Oh, wat is het toch warm de laatste tijd. Heks fietst de afgelopen week elke avond met haar hondje naar het Valkenburgermeertje. Mijn monster puffend in de fietskar en ik zwoegend op mijn moeders hoogbejaarde Batavus met trapondersteuning. 

Eerst gooi ik hem een paar keer in de koele gracht. Nou ja, ik gooi een balletje in het water en hij springt een bommetje. Er zit geen seconde tussen: Alsof hij met een touwtje vast zit aan die bal……

Daarna moet hij verplicht in de kar. Zin of geen zin. Ik fiets vaak helemaal naar Wassenaar. Het laatste stuk rent Vikthor door de polder. Springt sloot in, sloot uit. We zoeken een rustig plekje aan het water aan de andere kant van het meer. Lekker in de schaduw.

Ver weg van de smeulende, naar zonnebrand riekende mensenmassa op het strand bij de parkeerplaats. Zo ver mogelijk bij hun pathetische pogingen om te barbecuen vandaan. 

Uren zitten we daar in de pufhitte, mijn trouwe viervoeter en ik.

Dan peddel ik rustig terug naar de stad. Hondje weer in de kar, want in de stad is het nog steeds bloedheet. Mijn huis lijkt wel een sauna, ondanks het feit dat alles potdicht zit overdag. Tot 2 keer toe zet ik VikThor ’s nachts nog een keer onder een lauwe douche, omdat hij toch weer behoorlijk verhit is geraakt. 

Pffff. Zomertje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik snak naar onweer. ‘Thor kom nu eens op met je hamer,’ verzucht ik dagelijks tegen mijn nieuwe goddelijke vriend. Maar de dondergod laat me kletsen en smeken. Soms zie ik in de verte iets flitsen. Soms rommelt het wat aan de horizon. Maar geen verfrissende stortbui. Geen ontlading. Het smoort en mokt.

Zaterdag eet ik met mijn oude lief van honderd jaar geleden. ‘Nee, veertig Heks, op de kop af.’ Dat vieren we. Oude koeien uit modderige sloten. Nostalgie naar de tijd van onschuld. Toen we nog niet wisten wie we zelf waren, maar wel met elkaar verbonden waren tot op het bot.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vol vertrouwen. Het volwassen leven lonkend. De eerste stapjes. En gelijk al struikelen.

Wat ben ik op mijn plaat gegaan uiteindelijk. De put in getuimeld. Jaren op de bodem doorgebracht, maar geen hond, die het door had. Ikzelf incluis. De rest van mijn wezen rende voor mezelf uit. Als een kip zonder kop.

Om ingehaald te worden, want zo gaat het altijd. Je kunt je niet losmaken van je schaduw. Je heksenschaduw. Die valt altijd over je heen. 

Genadeloos en keihard.

©Toverheks.com

GEBROKEN VENUS   ©Toverheks.com

Dagenlang breng ik in gedachten verzonken na dit diner. Sinds de EMDR van het afgelopen half jaar komen dit soort ontmoetingen soms enorm binnen. Deuren en ramen, ja, hele kamertjes klappen open in mijn geheugenpaleis. Een ongenadige blik op mijn voormalige ik. 

Een oester zie ik. Gesloten. Potdicht. Een hele lange adem toen al. De vogel van vertrouwen, die loyale schat, gevlogen. Een eenzame oester, dat wel. Met een prachtig pareltje er in.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dan gaat het dit weekend toch onweren. Zo heerlijk, ik zet ramen en deuren open. De boskat gilt van ellende, hij houdt niet van onweer. Ook katten hebben soms jeugdtrauma’s! Maar als hij lekker tegen me aan mag kruipen, gaat het wel weer.

Langzaam trekt de hitte uit mijn huis. Ik hoef niet meer elke avond met de fietskar me een ongeluk te fietsen om mijn monster uit te laten. Goddank. Heks is kapot moe. Mijn lijf doet extreem veel pijnt al die inspanning. Ik las een rustpauze in. Ik neem een kleine break. Ik lig lekker voor Pampus!

Rustig zit ik op mijn balkonnetje te tikken op mijn laptop. Ik maak tekeningetjes op mijn tablet. Omgeven door de hangende tuinen van Babylon op mijn balkon: Overal bloemen. Een bij zoemt rondom mijn hoofd. Alsof ikzelf een grote bloem ben. Ze probeert in mijn ogen te kijken met haar grote facetogen! Echt waar, ik ben ervan overtuigd……

 

Wijs, grijs en op reis. Thor loeit in mijn oor. Donder en bliksemse reuzenslang. Heks is niet bang. Vandaag niet. Ik ben sowieso meestal banger voor mensen dan voor goden……

©Toverheks.com

VikThor ©Toverheks.com

Het is zo lang geleden, dat ik nog eens heb geschreven. Ik schrijf voor geen meter het afgelopen half jaar. Het kost me moeite om zo openbaar een persoonlijk verhaal te vertellen. En ook wil ik mijn medemens niet kwetsen. Niet dat ik ook maar ergens over lieg. Dat is aan mij niet besteed. Dat laat ik graag aan narcisten en psychopaten over. Die zijn daar echt oneindig veel beter in dan deze heks! 

En ze hebben er nooit last van. Gewetenloosheid heeft zo zijn voordelen.

Maar ja, de lol gaat er wel een beetje af zo.

Een hele foute ex van me zei altijd ‘Je suis une bactérie,’ daarbij verleidelijk glimlachend om zijn uitspraak af te zwakken. Te verdonkeremanen. Een sausje van vriendelijkheid over de naakte waarheid. De ellendige waarheid van een grote naaktslak.. En hij sprak de waarheid, de psychopathische slijmjurk. Voor 1 keertje dan.

Mijn foute ex is bepaald niet de enige bacterie.

Dus ik moet me er een beetje toe zetten om weer eens wat te schrijven. Ik heb wel geschreven. Hele verhalen over spannende toverheksreisjes naar andere werelden. Voor mijn medeheksjes. Helaas is de opleiding alweer voorbij. Een dagje hunebedden hoppen in Drente met alle toverkollen om het af te sluiten. Zo heerlijk……

Maar het reizen is niet helemaal voorbij. Vorige week zit de God Thor hier op de bank in de woonkamer. Eerst vond ik zijn hamer al midden op straat. Vervolgens werd ik er bij voortduring aan herinnerd hoe ik mijn hondje heb genoemd. En nu zit hij hier in mijn huis met zijn enorme lijf. Om me mee te nemen naar zijn wereld. Mee te sleuren beter gezegd……. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Reis met Thor……..

Thor grijpt me bij de keel, zijn hand rust in mijn nek, zacht edoch stevig reikt hij naar de achterkant van mijn hals. Strijkt langs de onderkant van mijn kaak naar voren. 

‘Focus je, Heks, focus je nu eens….’

Ik heb geen zak zin om me te focussen. Ik wil slapen, onderuit voor de televisie hangen. Bijkomen van een fietstocht door de polder met VikThor. Ik wil rust, het is bloedheet, godbetert. Ik wil rustig puffen met een paffertje.

Ik steek een jointje op, medicinale cannabis. Een poging mijn verknoopte spieren uit te nodigen om te ontspannen. Verweesde pezen doen genezen. De dag loslaten. Ontspannen, niet inspannen dus…..

Katten maken ruzie, ze gaan elkaar te lijf vanuit het blinde niks. Ik draai met mijn hoofd om het gevecht te volgen. ‘Au!’ Schiet de pijn in mijn nek. Thor legt zijn hand op de zere plek. Trekt zijn goddelijke hand langs mijn kaak naar mijn kin. 

‘Focus!!!!!!’

Nu wil ik wel focussen, maar het lukt me maar niet. Ik doe opnieuw een poging. 

Thor trekt me mee omhoog de lucht in. Over zwarte donderwolken vliegen we. Bliksemschichten schieten me links en recht om de oren. Fantastisch, Heks houdt van onweer.

Overdonderd probeer ik om me heen te kijken. Thor gooit zijn hamer in de lucht.  We razen als een gek voort op zijn goudgloeiende strijdwagen. Hij lacht en kijkt opzij. Ik voel zijn hand in mijn hand, ik hou me stevig vast.

‘Nou, jij bent ook niet snel bang te krijgen…..,’ grijnst hij opgetogen.

Dan landen we voor zijn paleis. Even bijkomen, even op adem komen. Hij trekt me een grote zaal in. ‘Blijf focussen, Heks,’ maant hij me streng. Maar ik ben nog steeds maar half in de reis gedoken. Mijn hoofd zit nog dwars. Mijn slaperige vermoeide hoofdje. Op mijn knaknek. Kraknek. Mijn dodelijk vermoeide hoofd op mijn gammele streknekje.

Plotseling staat er een gigantische bij voor me, de Grote Koninginnenbij. Ze is mega, echt enorm, Heks slaat steil achterover. Grote opwinding maakt zich van me meester, krijg nou wat! Ik heb wel duizend vragen voor haar, maar sta met mijn mond vol tanden. 

Dan luistert ze naar mijn woordeloos gebrabbel en vertelt, zoemend en snorrend. En nodigt me uit voor een dans, een driekwartsmaat. Zo walsen we in de rondte, ik raak de tijd kwijt. Wel denk ik aan een zekere voetdeskundige, die beweert, dat we op blote voeten moeten lopen vanwege het ritme, de driekwartsmaat in plaats van de door schoeisel afgedwongen hoempa, hoempa.  1 , 2, 1, 2………..

Het zou helend zijn, dat ritme. Het brengt je in het nu, in plaats van van A naar B. Het heeft een positief effect op het immuunsysteem, het specialisme van alle bijenvolkjes…….

Thor staat te schateren, ja, hij lacht me uit. ‘Zo, nu ben je gefocust,‘ hikt hij blij. De sneak. Hier was het hem om te doen.

Ik laat me niet kennen en blijf geconcentreerd op mijn bijenkoningin. Ik kijk naar haar prachtige gezicht. Een bij, maar ook een bloedmooie vrouw. In bijeengedaante. Haar fijne gezichtje met de grote ogen. Haar zuigsnoet. Ik moet echt enorm focussen om alle details waar te nemen. Ja, Thor heeft me BIJ de neus.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Hierna ben ik helemaal aangekomen in mijn reis. In Thor’s prachtige paleis. En we gaan direct weer op pad. ‘Ik wil je iets laten zien…’ zegt mijn reisgenoot.

Opnieuw vliegen we door donderwolken met zijn strijdwagen. Thor strooit lustig met bliksemschichten. Om me aan het lachen te maken. ‘Gekke Heks, jij bent voor de duvel niet bang…’

‘Niet op mijn huis bliksemen, hoor. En ook niet op mooie oude bomen…..’ verzucht ik, een kerktoren vind ik dan weer niet zo erg, gek genoeg…. die hebben bovendien allemaal een goeie bliksemafleiders tegenwoordig!

We vliegen linea recta naar Midgaard. Ik zie onze prachtige paradijselijke leeflaag liggen in de wereldboom. Ik zie de slang, Loki’s monsterlijke zoon Jormungandr, er omheen gedrapeerd. Jeetje, wat is hij groot. Eindeloos kronkelt zijn zijn machtige lijf om onze realiteit. 

Ik krijg ook de 3D versie te zien. Naast de platte pannenkoekvariant. Ik krijg inzichten aangereikt. De slang. Zoon van ‘De Listige’. Het paradijs. Waar ken ik het van?

Dan komen we bij de kop van het beest. Het hoofd van deze godenzoon, die de mensheid beschermt. De enorme angstaanjagende slangenkop. ‘Kom, we gaan naar binnen,’ suggereert Thor doodleuk. Via de lange trillende sistong lopen we naar boven, de opengesperde bek in. Giftanden als machtige zuilen, de tong trekt ons ertussendoor. 

Ik sta in een hal van vlees en denk aan de enorme slang, die ik ooit om mijn nek gedrapeerd kreeg, tijdens en trip door het oerwoud van Thailand. Zo zacht en warm, haar fluwelen vel. Haar glanzende reptielenkop alert. Hoe Slang me aankeek. Hoe fijn ik het vond, hoe bijzonder. 

‘Niks om je druk om te maken, je zit in de kop van de wereldslang,’ stel ik mezelf gerust. En Thor is bij me, de god met de hamer, dus wat kan me gebeuren. ‘Kijk dus maar eens goed rond,’ maan ik mezelf. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

We worden inderdaad niet opgegeten. Na een tijdje verlaten we middels de sissende tong Slang’s enorme muil. Zijn onderkaak ligt ontkoppeld van de bovenkaak op de grond geklapt , als de achterkant van een vrachtvliegtuig. 

‘Ze is niet bepaald bang,’ Slang constateert het droog. Maar ik ben wel degelijk onder de indruk. ‘Maar niet bepaald bang,’ beaamt Thor.

De wereldslang laat me zien, hoe onze laag door hem wordt beschermd. Al vanaf het vroegste begin, toen Midgaard nog paradijs was. Ik zie onze aardbol, ons heelal, onze werkelijkheid….. omgeven door Slang.

Aan alle goede dingen komt een eind, helaas. Ons bezoekje is afgelopen, we nemen afscheid. Opgetogen zit ik naast Thor in zijn strijdwagen. Links en rechts smijt hij zijn hamer door de lucht, hij heeft er zin in. Ik geniet van de ontlading. Heerlijk, heerlijk…. 

We komen terug in zijn paleis. Daar rust ik uit. 

Thor brengt me hoogstpersoonlijk terug naar mijn woonkamer, waar mijn lijf geduldig wacht. ‘Er vliegt al de hele tijd een Griffioen achter ons aan, heb je het gezien?’

Ja, ik heb het gezien. Griffioen hoort tot mijn vaste entourage sinds enige tijd. Mijn magic posse. Hartstikke leuk, toch? Soms vlieg ik op zijn rug van hot naar haar!

Maar als je met mij reist, kom je lekker in mijn wagen zitten, hoor Heks, ‘ zegt Thor enigszins knorrig. Ik moet er om lachen. God heeft ons naar zijn beeld geschapen, staat er in de bijbel. Ook in deze godenwereld hebben de goden herkenbare trekjes. Het is ook overal hetzelfde……

©Toverheks.com

Thor ©Toverheks.com

Jezelf vergeten, ik zou het wel weten. Het schijnt goed te zijn en ook fijn. Jezelf ‘herinneren’ is juist weer wat Gurdjieff predikt. Elk uur van de dag, elke minuut, elke seconde……

Het is zo warm, de mussen vallen van het dak. Heks zit binnen met de ramen en deuren dicht. Een grote ventilator verplaatst de lucht in mijn woonkamer van hot naar her. Ik zit te wachten tot het een beetje afkoelt buiten. Het is nu nog veel te heet om met mijn hond in zijn kar op stap te gaan.

Ik ben moe. Vannacht kon ik totaal niet slapen. Niet dat dat normaal gesproken een hobby van me is. Ik haat slapen. Eerst ben ik uren bezig om mezelf zo ver te krijgen, dat ik in bed lig met gepoetste tanden, terwijl ook alle beesten tevreden zijn. Hondje uitgelaten, katjes brokjes gehad, hondje nog wat lekkers, spelletjes doen met de bal….

Naar bed gaan is gewoon een enorme klus in mijn optiek. Zo ook opstaan. Mezelf uit bed slepen, richting keuken. Kopje koffie zetten, pijnstilletjes er in, langzaam uitdeuken….. Hondje uitlaten, katten verzorgen….. Na twee uurtjes heb ik bergen verzet voor mijn gevoel. Ik zou dan wel weer naar bed willen.

Maar ja, dat is weer zoveel werk.

‘Jeetje Heks, wat heb je in godsnaam uitgevreten met je lijf?’ Mijn fysiotherapeut schudt zijn hoofd, terwijl hij me weer uit de knoop haalt. Ik zie dat natuurlijk niet, ik kijk door een gat in de tafel naar zijn schoenen. ‘Wat een leuke exemplaren heb je aan vandaag…’ prijs ik deze man met schoenenfetisj. Ja, wat heb ik in godsnaam uitgespookt met dat leipe lijf van me?

‘Ik heb een dag gestrekt gelegen. Het zou ook door het warme weer kunnen komen, mijn lichaam reageert nu eenmaal extreem op alles. Ik hoor niet tot de categorie mensen, die opknapt van warm weer. Ook niet van koud weer overigens. Ik knap gewoon nergens van op.’

Mensen roepen al jaren tegen me ‘Binnenkort wordt het lekker weer, Heks, dan zal het beter gaan.’ Ik heb al vele zomers in bed doorgebracht, maar dat valt nu eenmaal niemand op.

Mensen staan er doorgaans niet bij stil hoe het is om altijd ziek te zijn. Behalve in de Corona tijd. Toen belde opeens een vriend van bijna een halve eeuw geleden me op om te vragen hoe het met me gaat.

‘Ik heb Corona gehad, ben wel drie weken ziek geweest! Stampende hoofdpijn. Echt niet normaal. Ziek zijn valt niet mee. Bladiebladiebla. Etcetera….’ Heks hoort zichzelf tegenover haar oude vriend haar eigen situatie bagatelliseren. Ik ben eraan gewend. Me dit en me dat. Het is niet anders.

Ja, wat moet je ook zeggen? Drie weken ziek zijn is natuurlijk ook wel absurd extreem lang. Voor een normaal mens. Maar ik ben al bijna vijfendertig jaar aan het harken. In mijn eentje. Zelden iemand, die vraagt of ik het nog wel volhoud allemaal. Wel krijg ik veel ongevraagd advies. Of iemand heeft zomaar een oplossing voor mijn situatie.

‘Ga lekker een tijdje op het platteland wonen, Heks,’ zegt iemand tegen me, nadat ik heb gedeeld, dat het me zwaar valt om midden in de stad te wonen met een auto-immuunziekte tijdens de lockdown. Al die hersenloze kerngezonde medemensen, die nergens op letten. De eenzaamheid. Pesterijen op de koop toe.

Probleem opgelost! Ja, ik ga een verhuiswagen huren en vertrek met al mijn beesten een paar maanden naar mijn buitenhuis in Tisniegauwgoe, maar twee uur rijden vanaf Leiden. Dat ik er zelf niet op gekomen ben.

Iemand zijn pijn gunnen, niet oplossen maar lui luisteren. Holding Space. Ik heb er al zo vaak over geschreven. Het gebeurt zo weinig.

‘Oh Heks, had mij maar gebeld toen je zo in de put zat tijdens de Corona crisis,’ roept iemand anders enthousiast, ‘Ik ben heel goed in peptalk!’ Ook iemand van de oplossingen. Toen mijn relatie uit ging adviseerde ze me om lesbisch te worden. Pakweg een halve week later.

Alsof de meiden van de damesliefde nooit ruzie maken. Alsof alles daar altijd maar koek en ei is. Maar vooral: Hoe word ik lesbisch? Of beter lesbischer….. Word je niet zo geboren? Zit het dan toch tussen je oren?

Denk nu niet, dat deze peptalkers domme onnadenkende mensen zijn. Je zou het wel denken, als je dit zo hoort, maar het is niet zo. Ze hebben menig opleiding, met name op het gebied van alternatieve therapietiedelie, in de zak zitten.

Het is gewoon heel moeilijk om het ‘uit te houden’ met iemand, die in de shit zit. Dat hoor ik een man van het Leger Des Heils een tijdje geleden zeggen in een televisieprogramma. Volgens hem is dat ‘uithouden met de ander’ waar het om draait in het leven. De legerman is een man van weinig woorden.

Hij is waarschijnlijk niet zo goed in peptalk. Maar hij snapt wel heel goed, waar het om gaat. ‘Ik heb die fout ook gemaakt, hoor,’ geeft hij ruiterlijk toe, ‘dat je het wel eventjes oplost voor iemand.’

De afgelopen week zie ik een oude aflevering van ‘de Stoel’. Vreemde snuiters en buitenbeentjes doen hun verhaal en delen hun wijsheden. Twee stokoude zussen zijn aan het woord. De ene is non en de ander is boerin. Ze trekken veel samen op.

Zegt de boerin stralend ‘Ik ben zo gelukkig, omdat ik mezelf vergeten ben. Iets voor een ander doen en mezelf vergeten. Dat is wat mij zo ontzettend gelukkig maakt.’

 

‘Hoe slechter de levensomstandigheden, hoe beter de resultaten van het werk – op voorwaarde dat je het werk voortdurend herinnert.

Herinner jezelf, altijd en overal.

bedenk dat je hier bent gekomen omdat je begrepen hebt dat het nodg is met jezelf te vechten – alleen met jezelf. Dank daarom iedereen die je daartoe de gelegenheid biedt.’ 

 

‘You forget to remember yourself when it is necessary; but when it is useless you remember yourself automatically. This is not our aim at all. One must accustom oneself to self-remembering consciously. You will not succeed unless you make the task of remembering yourself with your whole presence.’
–G.I. Gurdjieff

 

 

 

 

Met zo’n lockdown hoef je bij heksen niet aan te komen. Dit opstandige fladderende volkje hou je niet aan de grond genageld. Een beetje bezemsteel is al gauw anderhalve meter, dus waar hebben we het over? Heks gaat heerlijk op reis in eigen hart. Ik klim in bomen, zaag mijn eigen wortels door, spit en grasduin tussen gebladerte en in boomkruin…… Voel me thuis in den vreemde. Ontvang wilde wildvreemden in mijn heksenhuis.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De laatste maanden ben ik regelmatig lekker op reis. Een hele zwerm toverheksen vliegt dan over mijn heksenstulpje en als vanzelf sluit dit heksje zich bij hen aan. Op magnetische wijze tot hen aangetrokken. Als een trekvogel tot een vlucht soortgenoten. Op weg naar het zuiden, noorden, oosten, westen. Alle kanten van het wiel krijgen een beurt.

Maar vooral reis ik naar mijn centrum, het hart van mijn hart. Daar staat een enorme boom in de gouden vallei tussen boezems en kamers. Grotten en botten. Bronnen en zonnen. Bergen en kraters.

De wortels groeien dwars door mijn landschap, slaan zichzelf beschermend om de bodem van mijn bestaan. De kroon steekt ver de hemel in. Verder dan ik kan kijken. Bovenin zit een grote haan te kukelen. Onder de boom weven de drie Nornen ons levenslot. Mijn lot in hun handen. Een draadje verdriet, een draadje geluk. Van alles wat. Dan heb je ook wat. Anders weet je niet wat je hebt.

Wat niet weet, wat niet deert. Maar we willen nu eenmaal van de boom der kennis eten. Daar horen ook bittere hapjes bij. Of mondjesmaat zuur kieskauwen. Of ondervinden, dat je het nog nooit zo zout gegeten hebt! Naast de volle zoete vredige vruchten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik zit trommelend in de kruin van de levensboom. Mijn benen bengelend langs een tak. Afgelopen week reis ik naar de Planeet Scheld. Althans, zo heb ik die plek vaak genoemd.

Muspelheim. Het land van de vuurreuzen, vertoont opmerkelijk veel overeenkomst met de plek, waar ik al jaren mijn scheldkanonades heen stuur. De plek, waar mijn vlammende verzet op prijs wordt gesteld. Waar vlijmscherp gescheld verrukkelijk smaakt op de vuurtongen van de reusachtige bewoners.

Wat wonderlijk weer, deze mij onbekende wereld, die zich opent. Visioenen van het begin van alles, de geboorte van Iets uit het gapende duizelingwekkende Niets. Uit vuur en stoom. Alchemie van het universum.

Het is intensief, deze heksentripjes. Vandaag ben ik toch zo moe. Mede ook door mijn onafgebroken fietstochten met VikThor naar het Valkenburgermeertje. Waar mijn hondje met zijn vrienden speelt. Waar ik eindeloos een dummy voor hem het water in lanceer.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik ben ernstig over mijn grens gegaan in mijn enthousiasme om van dit fijne jaargetijde te genieten.

Het heerlijke weer, de lange avonden, de geurige bloeiende lindebomen op de Rijndijk, wolken geluk, terwijl ik met een happy hondje dravend naast me loom naar huis peddel….. Heks kan er geen genoeg van krijgen.

Dinsdag lig ik gecrasht in bed. Belabberd, maar tevreden. Ik hoef niets meer, want Vik wordt straks opgehaald door een speciaal vriendinnetje van hem. Deze jongedame gaat met hem naar het strand!

En wie weet, reis ik vannacht nog een keer af naar die droomboom vol visioenen. Eerst een paar uur lekker plat. Zo is dat.

Dan later:

Midden in de nacht trommelwandel ik door zwartgeblakerd zand. Sinmara, Sinmara, je neemt me bij de hand. Water, aarde, lucht  mengt zich in dit vuur. Mijn ingewand slaat vlammen uit, de pijn voelt rauw en puur.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een reuzenvrouw legt kruidenwikkels rondom op mijn getergde buik. Er groeit een slang uit, ellenlang. Zo groot als een anaconda…….Ik schrik ervan.

Dan kronkelt slang de aarde in, de grond onder mijn voeten. Ik voel haar onder me bewegen, kruipen, sluipen, wroeten.

Onder mijn stuit rust Slang uit. De woede, die me vanbinnen verteerde gebundeld op haar plek. Niet gek.

Sinmara legt een sintel in mijn hand, daar in dit dromenland: Er groeit een reus uit. Wat een verrassing! Een heuse reuzenreus voor mij!

Mijn reuzenvriend gaat mee naar huis. Gloeiende beschermheer. Hij draagt mijn woede.

Ik voel me verlicht.

©Toverheks.com

©Toverheks.com