Love yourself even more: Het toeval neemt een tussenweg naar ’t doel…. Via olifantenpaadje zomaar op mijn smoel! Als dit gaargekke hamstertje bek open trekt wordt het een rare boel. Weg met de korte lontjes. Adem in. Adem uit, Heks……

Dinsdag fiets ik een flinke ronde met mijn hondje. De dag nadat ik heb zitten schrijven over van jezelf houden. Over thuiskomen bij je eigen adem. Over interzijn……..

En heeft het geholpen?

Eerst ga ik naar de fysiotherapeut. Ik heb er een paar. Deze schat is net bevallen van een dochtertje. En alweer aan het werk. Vorig jaar zag ik haar buik gestaag tussen ons in komen staan. Tot ik durfde te vragen of er soms een kleine op komst was.

Ja, altijd voorzichtig zijn met zo’n vraag. Voor je het weet heb je een heiter voor je knetter te pakken. Sommige vrouwen eten er zo vijftien kilo aan rond de feestdagen. En dan wordt zo’n opmerking niet gewaardeerd……

Na de fysio beluit ik een flink end te fietsen met mijn monster. Eerst door het Leidse Hout. Maar oh jee. Processierupslinten alom. Ik ben er dus zo weer uit. Ik heb net VikThor weer een beetje kriebelvrij. De afgelopen weken is hij waarschijnlijk links en rechts wat brandharen tegen gekomen……

Dus kachel ik richting Warmond. Vervolgens via de Haarlemmertrekvaart weer naar de stad. Net als ik wil afbuigen naar huis zie ik Viks teleurgestelde koppie. Ach, vooruit. Ik ben op mijn elektrische vouwfiets. Dat ding fietst zichzelf. Laat ik nog eventjes een rondje golfbaan doen…..

Vik dartelt voor me uit. Blij als een kind. Bij het Joppe stort hij achter een balletje aan het water in. En nog eens. En nog eens. En nog eens……..

Uiteindelijk fietsen we dan echt naar huis. Heks is hartstikke moe nu. Maandag ben ik flink aan mijn tandvlees geopereerd. Mijn bek zit vol hechtingen. Mijn wang staat bol van de genezingsprocessen. Au, au. Ik heb het meest weg van een grote fietsende hamster met eenzijdige mondvoorraad. Niet echt lekker.

Ik ga niet naar het koor vanavond, of toch wel? Twijfeldetwijfel. Heks is zo trouw als een hond. Betrouwbaar als een koe. Zelden sla ik een repetitie over. Maar de laatste tijd ben ik om de haverklap ziek, zwak en misselijk. Het is al de derde keer in twee maanden dat ik verstek zal laten gaan.

Zo dub ik op weg naar huis of ik me nog een keertje zal oppeppen vandaag.

Vik rent opgewekt voor me uit over het viaduct de stad in. Dan cross ik via een olifantenpaadje over een stukje grasveld richting alweer een parkje langs een grachtje. Zo snijd ik lekker een stukje af.

Let wel. Dit fietsen op gras mag dus niet.

En hoewel  loslopende honden in dat park aan de orde van de dag zijn, staat er nergens een bordje hondenuitlaatgebied. Dus officieel mag VikThor daar niet los lopen. Het mag namelijk nergens meer in dat kutterige mutsenstadje waar ik woon.

Toeristen worden massaal vanuit de overvolle hoofdstad de prachtige Leidse grachtjes op gejaagd, lopen ons lallend voor de voeten, piesen en kotsen in portieken en steegjes……

Maar onze eigen hondjes worden uit het centrum geweerd. Alle poepzakautomaten zijn verwijderd.  De volgende stap is een verplichte kurk in hun kont……

Uit mijn linkerooghoek zie ik die kloterige Drentse Patrijs, een draak van een hond met twee hele foute baasjes, die het beest totaal niet onder appel hebben. Ik zie hoe hij zich zoals altijd probeert los te rukken. Daarin slaagt…… Hoe er alweer een stevige tante Betje trappelend op het asfalt naar de riem ligt te graaien.

Waarop het mormel mij opnieuw omver loopt in een poging mijn hondje te grazen te nemen….

Snel zet ik mijn voet op zijn riem, terwijl ik flink tegen het mormel schreeuw. De vrouw komt aanlopen en begint accuut Heks de mantel uit te vegen. Want mijn hond loopt los. En dat mag niet van Onze Lieve here Jezus Christus. Of zoiets.

Mijn tegenwerpingen, dat ze haar hond eens onder controle moet leren houden, dat ze die contraproductieve rolriem zo snel mogelijk moet weggooien, dat mijn hond niks misdaan heeft, omdat hij met een grote boog om hen heen gaat en hen volkomen negeert, dat ze…… Aan dovenvrouwsoren.

Het wijf begint nu echt uit te pakken. Het is dit en het is dat en het is allemaal niet waar. Haar hond is een engel. Als Heks vervolgens begint te schelden, sommeert ze me naar haar hand te kijken, die is blijkbaar geschaafd door haar losrukkende rukhond .

Heks ontploft. Echt. Zo voelt het. Ik peuter haar rolriem uit mijn kettingkast en probeer het wanproduct in de gracht te gooien. Hetgeen niet lukt. ‘Die hand van jou interesseert me geen zak. Jouw hond loopt me omver. Ik heb een blauwe knie. Krijg de volle laag. Je vraagt niet eens of ik me soms pijn heb gedaan. En dan moet ik naar jouw pathetische schaafhandje kijken? De groeten…..’

Weer begint het mens me uit te kafferen. Heks heeft het zo gehad. Stoom komt uit mijn oren. ‘Hoer! Hondenhoer!’ schreeuw ik plots. Een afschuwelijk scheldwoord, dat ik nog nooit heb gebuikt…….De vrouw valt stil. Kijkt me verbijsterd aan. Ja, je zal het maar naar je kop krijgen…….

De Don moet er later vreselijk om lachen. ‘Het is een lesbisch stel, Don. Het laatste wat die vrouw zal doen is met een vent gaan wippen voor geld. Nog voor geen miljoen…. Maar ik bedoelde eigenlijk, dat die hond de baas is bij dat stel. Als de eerste beste pooier. Ze hebben werkelijk niks in te brengen.’

‘Het is op zich best een leuke hond, maar totaal niet opgevoed. Ze doen werkelijk alles fout. Als meneer de Koekenpeer besluit iemand aan te vallen, krijgt hij bijvoorbeeld niet op zijn kop. Nee, zijn slachtoffer krijgt een grote smoel. Dat beest neemt dus hopeloze beslissingen en ze geven em nog gelijk ook…..’

‘Ja,’ hikt de Don, als hij een beetje is uitgelachen, ‘Je hebt je in elk geval niet op je kop laten zitten. Niet geaccepteerd dat je weer eens ergens onterecht de schuld van krijgt. Hihihi Heks. Wat een verhaal!’

Heks zelf is minder gecharmeerd van haar actie. Ja, ik heb me niet laten doen door dat gekke mens. Maar haar verbijsterde gezicht achtervolgt me nog dagen. Er is toch wel een betere manier om zoiets op te lossen, Heks?

‘Al die mensen met korte lontjes, ik kan er niet meer tegen, Heks,’ zegt mijn vriendinnetje Trui een paar dagen later, ‘Zullen we stukje kuieren?’ We lopen langzaam langs de gracht. Elke stap is vrede.

Ik pak de ademsoetra weer op. Rustig adem ik op mijn kussentje. In. Uit. Iets moet me redden. “Help yourself” zegt de Boeddha.

De kunst van het stoppen

Maar hoe stop je die gewoonte dan? Zolang we zo aan het racen zijn, hebben we namelijk geen innerlijke vrede. En daar kun je zelfs in je slaap last van krijgen (denk aan lastig in slaap komen en nachtmerries). Thich Nhat Hahn omschrijft het als een storm die door ons heentrekt. Die we kunnen stoppen door simpelweg op te letten. Oplettend ademen, oplettend lopen, oplettend glimlachen. Wanneer je oplettend bent, leef je met je volledige aandacht in het huidige moment. 

Kalmeren

Oké, we moeten dus stoppen met haasten en meer opletten. Dit is de eerste stap naar meer rust en meer innerlijke vrede. De tweede stap is kalmeren. Met stabiele emoties kom je minder snel in de verleiding om weer te gaan racen. En te vervallen in die oude gewoontes. In deze top 5 lees je meer over kalmeren.

RUSTEN

Na stoppen en kalmeren komt Thich Nhat Hahn bij de volgende stap: rusten. Hoe verleidelijk het ook is om weer door te willen gaan, raad hij aan om echt te rusten. Écht een stapje terug nemen. Een pilletje tegen hoofdpijn werkt snel, maar of het op de lange termijn ook echt wat doet is maar de vraag. Met rusten wordt overigens niet bedoeld dat je in bed gaat liggen. Zittend mediteren of wandelen is ook rust. 

GENEZEN

Wil je echt af van dat gestress en die eindeloze gedachtegang? Dan ben je met bovenstaande stappen op de juiste weg. Wil je meer in het nu leven? En wil je ‘genezen’ van die eeuwige haast en innerlijke onrust? Dan moet je volgens Thich Nhat Hahn eerste bovenstaande stappen doorlopen. Stoppen, kalmeren en rusten zijn eerste vereisten om de innerlijke strijd op te lossen en meer bewust in het leven te staan. 

Ademsoetra:

  1. ‘Ik adem lang in en ik weet dat ik lang inadem. Ik adem lang uit en ik weet dat ik lang uitadem.’
  2. ‘Ik adem kort in en ik weet dat ik kort inadem. Ik adem kort uit en ik weet dat ik kort uitadem.’
  3. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn hele lichaam. Ik adem uit en ben me bewust van mijn hele
    lichaam.’ Aldus is de oefening.
  4. ‘Ik adem in en breng mijn hele lichaam tot rust. Ik adem uit en breng mijn hele lichaam tot rust.’
    Aldus is de oefening.
  5. ‘Ik adem in en voel me vreugdevol. Ik adem uit en voel me vreugdevol.’ Aldus is de oefening.
  6. ‘Ik adem in en voel me gelukkig. Ik adem uit en voel me gelukkig.’ Aldus is de oefening.
  7. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn mentale formaties. Ik adem uit en ben me bewust van mijn

mentale formaties.’ Aldus is de oefening. 

  1. ‘Ik adem in en kalmeer mijn mentale formaties. Ik adem uit en kalmeer mijn mentale formaties.’
    Aldus is de oefening.
  2. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn geest. Ik adem uit en ben me bewust van mijn geest.’ Aldus is
    de oefening.
  3. ‘Ik adem in en maak mijn geest gelukkig. Ik adem uit en maak mijn geest gelukkig.’ Aldus is de
    oefening.
  4. ‘Ik adem in en concentreer mijn geest. Ik adem uit en concentreer mijn geest.’ Aldus is de oefening.
  5. ‘Ik adem in en maak mijn geest vrij. Ik adem uit en maak mijn geest vrij.’ Aldus is de oefening.
  6. ‘Ik adem in en observeer de vergankelijkheid van alle Dharma’s. Ik adem uit en observeer de
    vergankelijkheid van alle Dharma’s.’ Aldus is de oefening.
  7. ‘Ik adem in en observeer het verdwijnen van begeerte. Ik adem uit en observeer het verdwijnen van

begeerte.’ Aldus is de oefening. 

  1. ‘Ik adem in en observeer de natuur van geen-geboorte en geen-dood van alle verschijnselen. Ik adem
    uit en observeer de natuur van geen-geboorte en geen-dood van alle verschijnselen.’ Aldus is de
    oefening.
  2. ‘Ik adem in en observeer loslaten. Ik adem uit en observeer loslaten.’ Aldus is de oefening.

“De Volledig Bewuste Ademhaling zal lonend zijn en van groot voordeel als hij is ontwikkeld en voortdurend wordt geoefend volgens deze instructies.” 

 

 

‘Love yourself for dummies,’ hernieuwde uitgave. Met extra veel tips om jezelf lief te hebben ondanks onvolmaaktheden, lage bankrekening, verkeerde huidskleur, verkeerd geslacht, teveel/te weinig of geen geslacht, overgewicht, zweverigheid en andere gebreken. We kunnen niet genoeg van onszelf houden. Helaas zijn we doorgaans niet erg scheutig met eigenliefde. Terwijl het zo heilzaam is! Een vicieuze cirkel.

‘Love yourself and love God,’ aan het woord is mijn leermeester Alex Orbito. De man, die zijn patiënten op geheel Filipijnse wijze met zijn blote handen opereert. Voor ons westerlingen een onbekend fenomeen.

Uiterst wantrouwig worden we van dergelijke praktijken. Iedereen roept direct dat het gaat om regelrechte oplichting met behulp van kippenbloed. Maar Heks heeft er, als doorgewinterde medewerker van zijn vrijwilligersdreamteam, te vaak met haar neus bovenop gestaan om dit te kunnen onderschrijven.

De arme man is zelfs wel eens ergens in de gevangenis beland door zijn altruïstische edoch in onze ogen onconventionele manier om de mensheid te helpen. Ook werd hij een keer gekidnapt door een malafide oliesjeik om een familielid te genezen……..

Tot overmaat van ramp heeft hij ooit maanden in Italië huisarrest gehad, terwijl een groep fanatieke wetenschappers zich op allerlei bewijsmateriaal stortte. Hele vreemde dingen troffen ze aan. Onverklaarbaar weefsel. Dematerialiserende bewijsstukken. Maar nergens kippenbloed.

‘Peace is every step. I have arrived, I am home. The Kingdom of God is here and now…….’ zomaar wat uitspraken van een andere leermeester van Heks, Thich Nhat Hanh. Onze geliefde filosofische Zen Boeddhist, die de term interbeing in ons bewustzijn heeft gelanceerd.

Onlangs zit ik ergens in ons moerassige kikkerlandje op een eeuwenoude grafheuvel. Ik denk aan al onze voorouders. Hoe ze zich kapot ploeterden om zichzelf in leven te houden. Een keihard bestaan. Overleven.

De gevaren bezweren door middel van offers en rituelen. De wereld trotseren met magie. Een samenleving vergroeid met het landschap. Ons huidige landschap. Maar dan een zeer ruige zompige versie.

‘Wij hadden het ook niet gemakkelijk, hoor,’ lispelt een voorouderlijke stem in mijn geestesoor. Wat een dooddoener, zul je zeggen. Een dooddoener door een dooie. Het moet niet gekker worden…..

Reken maar dat ze een hard leven hadden, die voorouders van ons.

 

Gek genoeg relativeert dit inzicht mijn huidige gespartel. Mijn gemopper en gebaal van mijn luizige leventje. De gemiddelde voormoeder zou tekenen voor zo’n leventje. Geen dagdagelijkse strijd om iets eetbaars op tafel te krijgen. Niet op je blote knietjes kleding wassen in een ijskoud beekje, geen kwaaie woeste kerel met knots, die je alle hoeken van je plaggenhut laat zien, NOOIT HONGER…..

Niet vijftien keer bevallen en al je kinderen overleven. Niet een dierbare offeren aan de goden voor een goede oogst. Nou ja, zo kun je nog wel eventjes doorgaan.

Wel aten ze allemaal biologisch. Iets, dat nu als een luxe wordt ervaren. Ook was niemand suikerverslaafd. Of gokverslaafd. Alcohol is iets van alle tijden. Maar er ging vast geen kratje bier doorheen op een warme zomeravond. En in de winter lag je sowieso vroeg in je nest…..

Gisterenavond ervaar ik diepe rust in mezelf. Snuitje ligt te knorren op mijn schoot. De laatste tijd zit ze als een pluizig snorrend bolletje aan me vastgeplakt. Het zijn de laatste loodjes voor mijn schatje. Zolang ze eet blijft ze leven. Muizenhapjes gaan er in. Heks is voortdurend in de weer om iets lekkers te verzinnen binnen haar dieet.

‘No coming, no going,’ zingt het zachtjes door me heen. Ik voel hoe mijn schatje in mijn hart woont. Waar ook Koe, Prinsje en Ysbrandt hun plekje hebben. Mijn overleden huisdieren drentelen al weken door mijn huis.

Ze blijven een beetje in de buurt voor het geval dat….

Het geval wil, dat mijn poesje nog ligt te leven. Knorrend en snorrend. Het Koninkrijk Gods is hier en nu. De Grote Moeder is overal aanwezig. Er is geen dood, slechts verandering. Ik weet wel, dat ik mijn schatje enorm ga missen. Maar ook weet ik dat ze voortleeft in mijn hart.

Tot in mijn tenen geniet ik van onze vrijpartijtjes samen. I have arrived, I am home.


‘Love yourself and love God.’ Heks voelt de Grote Moeder door haar handen stromen. Ik rust in haar vrede. Een beetje van mezelf houden is genoeg. Dat is al meer dan gemiddeld.

‘Maar is het dan niet oneindig narcistisch om alleen maar zo’n beetje van jezelf te houden?’ Nee. Een narcist houdt niet van zichzelf, kent zichzelf niet, kijkt niet in zijn eigen spiegel……. Jezelf eindeloos spiegelen in de bewondering van anderen is niet wat ik bedoel.

Je kale armetierige zelfje liefhebben. Ontdaan van toeters en bellen. Je eigen ruggensteun zijn. Je eigen grootste fan. Zoiets. We doen ons best.

   

 

 

Het klinkt misschien een beetje leip, Heks in de ban van vogel Grijp. Veel getrommel en gerommel, duimendraaiend magisch gestommel….. Maar dan heb je ook wat: Een heel huis! ‘Piep,’ zei de muis, ‘Hier is het pluis!’

‘Heks, we hebben zo’n leuk huis gezien. Moet je kijken….’ mijn vriendinnetje Joy stuurt me foto’s van een gezellige gezinswoning op steenworp afstand van de snelweg. ‘Er is heel veel belangstelling voor. Het huis van de buren is onlangs verkocht en alle mensen, die daar naast grepen proberen nu dit huis te annexeren!

‘Wil je voor ons duimen? Please?’

Heks gaat flink duimen. Met haar duimen op haar trommel. Zachtjes trommel ik mezelf naar binnen. Zoek naar het huis, fluister het adres. Zing een liedje van verlangen. Een loflied op de aanstaande bewoners: Mijn vrienden….

Dagenlang hoor ik niets. Dan volgt een kleine update. ‘We zijn gaan kijken. Mooi joh! Echt een heel leuk huis.’ Een aantal foto’s verder ben ik het helemaal met haar eens. Ja, het is inderdaad fantastisch. ‘Vanmorgen ben ik zelfs om 6 uur opgestaan en ter plekke gaan luisteren hoeveel geluid die snelweg nu eigenlijk maakt. Dat valt op zich erg mee….’

‘We gaan een bod uitbrengen, maar we weten niet of het genoeg is….’ Mijn vrienden hebben als voordeel, dat ze er binnen een maand in kunnen indien nodig. Of over een half jaar pas, mocht dat beter uit komen.

‘Volgende week horen we of ons bod is geaccepteerd.’

Het blijft weer eventjes stil, maar de dinsdagmiddag er op zie ik opeens een bericht staan op de app. Een ingesproken bericht. Een enorm lang verhaal. Heks luistert een deel af midden in de polder, waar ik met VikThor aan de zwier ben. Hebben ze dat huis nu of niet?

Er komt geen eind aan het verhaal en ik heb voorlopig geen gelegenheid om het af te luisteren, dus stuur ik een app: ‘Hoe loopt het af?’

Maar nee, mijn vriendin verklapt niks. Pas een dag later kom ik toe aan de rest van de boodschap. En wie schets mijn verbazing? Hun bod is geaccepteerd!

Onder voorwaarde dat er geen bouwkundig onderzoek zal komen. ‘De eigenaar heeft dat drie jaar geleden nog laten doen. Zo’n onderzoek is vrij kostbaar en het is voor zijn rekening, dus als we daarvan af zien is het huis voor ons.’

Goh.

‘Maar we doen het niet, Heks. Na lang twijfelen hebben we de knoop doorgehakt. We weten nu in elk geval, dat het binnen ons bereik ligt, maar zo’n bouwkundige inspectie overslaan voelt nogal tricky.’

‘Maar nu heb ik ons vandaag ingeschreven voor een huurwoning in dezelfde wijk, maar niet pal naast de snelweg. Hiervoor zijn ook veel gegadigden. Er worden er drie ingeloot en daaruit wordt dan de nieuwe bewoner geselecteerd. Wil je voor ons duimen?’

Heks pakt haar trommel uit de kast en duimt er lustig op los. Mijn eigen huidige woning heb ik aan een dergelijk proces te danken meer dan dertig jaar geleden. Tegen alle verwachtingen in gekregen. Buiten proportioneel groot en mooi voor een dame alleen. Midden in de binnenstad.

Gisteren komt mijn vriendin langs met haar wolk van een baby. Ze komt me helpen met het uitzoeken van kleding voor tweedehands winkeltjes. En natuurlijk om nog eens in geuren en kleuren te vertellen hoe het is afgelopen met het huis……

‘We hebben het, Heks. Tegen alle verwachtingen in. Het is heel raar gegaan. Helemaal niet volgens de regels. We zijn bijvoorbeeld nooit ingeloot. Eerlijk gezegd hoorden we helemaal niks na onze inschrijving. Dus heb ik nog maar eens een mailtje gestuurd. En heeft mijn man nog maar eens een keertje gebeld…..’

‘Hij kreeg te horen, dat we het huis mochten komen bezichtigen. Samen met een super saai ander stel. Ik heb natuurlijk steeds geroepen hoe perfect de tuin is voor onze kleine en dergelijke…’

‘Maar weet je wat nu het gekke is? De straat heet Fabeldier, jouw achternaam! Vind je dat nu niet bizar? Jij zit te duimen voor ons. Nou ja, te trommelen. Het koophuis, waar we veel minder op konden bieden dan de andere gegadigden, konden we krijgen. En dit huurhuis, een veel betere optie voor ons momenteel, is ook gelukt. Ondanks het feit, dat we helemaal niet volgens protocol zijn ingeloot. In een straat met jouw achternaam…..’

Liefde woont in het hart. En geloven? Dat komt toch van boven? Van buiten naar binnen om te beginnen! Een voet tussen de deur desnoods. Want je wilt toch niet ter helle na je dood? Van kruisiging naar paasvuren: De brandstapel zal mijn tijd wel duren…….

Woensdagmorgen word ik uit mijn bed gebeld na een zeer brakke nacht. Lang weliswaar. Ik ben echt op tijd naar bed gegaan. Om in onrustige etappes van steeds een paar uur het klokje rond te slapen…..

‘WAfwaf,’ VikThor staat bij de voordeur. Zou het Steenvrouw zijn? Ze wilde op de koffie komen, maar het komt niet uit op dit moment. Misschien heeft ze mijn app’je niet ontvangen? Ik doe de buitendeur open en wacht rustig af bovenaan de trap.

Een man komt jovialig tevoorschijn. Ik ken hem niet. Hij oogt keurigjes, maar roept instinctief weerstand bij me op. Een licht reformatorisch geurtje omfloerst zijn benige gestalte. Er straalt iets betweterigs uit zijn kille oogjes. Geroutineerd begint hij een vroom verhaal af te draaien. ‘Oh, komt u me soms bekeren op de vroege ochtend?’ roep ik nijdig.

Het is alweer de tweede keer deze maand, dat iemand me probeert een kutgevoel aan te praten middels geloofsovertuiging. ‘Nee,’ de man is zeer stellig, ‘Ik kom u uitnodigen….!’

Iemand van de buurtvereniging? Een initiatief van het museum om de hoek? Ik probeer in te schatten waar de gereformeerd walmende man thuishoort. Het evangelie sijpelt werkelijk uit zijn oksels. Zijn bekeerdrang heeft een hele lange baard. Lobby voor de EO?

Net voordat de man zijn voet tussen de voordeur kan zetten komt de aap uit mouw. Hij komt me uitnodigen voor een gesprek over God. ‘Godkolere, belt u me daarvoor wakker?’ Heks gooit de voordeur dicht. Ik ben helemaal klaar met deze gelijkhebberige vorm van geloven. Wie het ook doet en in welke godheid dan ook.

Als ik een kwartier later uit het raam kijk staat de man met zijn maat nog steeds in mijn portiek te oreren. Hoopt hij alsnog naar binnen te mogen?

Jeetje Heks, dat begint lekker. De dag dat je in de Matthäus Passion mee gaat zingen begint met een vloek. En een poging je in te lijven in de Gelederen van de Uitverkorenen van de Messias met het Ultieme Gelijk. Prutteldepruttel……

Kom mij niet meer aan met dit soort leuterkoek. Mijn hele leven lang ben ik zo ruimdenkend geweest als maar kan om andersom door de diverse spirituele tradities met het Grote Gelijk om de oren te worden geslagen. Te worden verketterd. Door ketters! Een paar eeuwen terug had ik al lang ergens op een brandstapel liggen fikken.

Hoe kleinzieliger de geest, hoe zekerder van de zaak lijkt het wel. Dat het zeer kwetsend is om te horen dat je een duivelskind bent van een evangelisch ingesteld familielid ontgaat zo’n type volkomen. Het Grote Gelijk geeft je het recht om zo te oordelen.

Dat overkwam Heks, toen ze als dertigjarige een opleiding tot paranormaal genezer volgde. ‘Het is van de duivel, dat is het,’ steunde het familielid boosaardig terwijl ze met grote boze stappen haar machtige logge door Jezus geredde lijf door de woonkamer beukte.

‘Oordeelt niet, opdat u niet geoordeeld worde…’ ja, Heks is hartstikke bijbelvast. Er staat nergens in dat grote voorleesboek dat handoplegging van de duvel is. Jezus had er zelf een handje van. Notabene! Ook veranderde hij water in wijn, vermenigvuldigde broden en vissen alsof het niets was en liep over water als hij er in in had.

Matteüs 7:1-6 NBG51

Jezus zei:’Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen. Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren.’

Jezus hield wel van een beetje magie. Een wonder was de wereld nog niet uit wat hem betreft. Ik heb het altijd raar gevonden van calvinisten, dat in hun optiek wonderen iets zijn van vroeger. Handoplegging in de tegenwoordige tijd is verdacht.

Katholieken doen ook eindeloos moeilijk over een wondertje hier of daar. Hele commissies onderzoeken jarenlang zo’n vermeend wonder. En als ze er niet omheen kunnen wordt de wonderdoener heilig verklaard. Wonderen zijn niet voor gewone mensen. Dat het maar duidelijk is.

Als ik als kind een dode zag, mijn opa kwam regelmatig buurten, verklaarde men me direct voor gek, knettergek, maar het feit dat de discipelen Jezus zagen rondwandelen daags na zijn kruisdood vond men dan weer zeer aannemelijk.

Ik ben Moslim, Christen, Boeddhist, Atheïst, Hindoe , Nudist, ….. Ik ben dit of dat, geloof dit of dat. En dat is de waarheid. De ultieme waarheid. De absolute waarheid. Ik weet nu eenmaal alles beter en ik heb altijd gelijk.

‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij (Johannes 14:6),’ is zo’n uitspraak van Jezus, waar hele volksstammen dat Eigen Gelijk op hebben gebaseerd.

En dan: Hoe komen we tot den Moeder? In mijn kerk, de Leidse Studenten Ecclesia, is God ook een Vrouw. Een hele verbetering. Heks denkt overigens dat het mannelijke is voortgekomen uit het vrouwelijke. Een leuke variant op het thema mens. Met een dapper slurfje voor de verspreiding van de genensoep. Niets meer en niet minder.

Heks heeft jarenlang zo gebaald van dit soort tendenzen in Christelijkgeloofland, dat ik helemaal niks meer te maken wilde hebben met deze vorm van geloven. Wat een patriarchaal geëikel. \Wat een betweterig gezeik. Al dat zeker weten stuit me tegen de borst.

Onderzoekt alles en behoudt het goede! (1 Tessalonicenzen 5:21)

Na jarenlang te zijn afgeknapt op evangelisch gezever uit mijn omgeving, waarbij de geijkte stompzinnige stokpaardjes van stal werden gehaald, homo’s zijn zondaars en dergelijke, na jarenlang distantie van het geloof van mijn voorouders, kwam ik terecht bij Alex Orbito. Een gebedsgenezer op de Filipijnen.

Een heerlijke man. Diep gelovig op een manier die me ligt. Zo is hij als kind per ongeluk in een berg beland bij kabouters. Daar heeft hij veel geleerd. Zijn moeder was een kruidenvrouwtje. Zijn grote voorbeeld. Omdat hij net als Heks geen zak zin had in het vak van genezer werd hij fotograaf.

Uiteindelijk is hij toch weer op dit pad gezet. Tegen heug en meug aanvankelijk, maar uiteindelijk vol overgave. De hele wereld heeft deze kleine man over gereisd. Talloze mensen heeft hij geopereerd, gewoon met zijn handen.

Een ongelofelijke ervaring voor ons westerlingen, maar op de Filipijnen is deze vorm van genezen heel gewoon. In de Gouden Gids staat een waslijst aan spirituele chirurgen. Ik ben bij verschillenden onder het mes geweest, maar Alex is veruit de beste. Zo zuiver als wat.

Alex werkt vanuit zijn verbinding met Jezus. “Love yourself and love God,’ liggen hem in de mond bestorven. Maar ook ‘The White Lady’ is voor hem van wezenlijk belang. In een heilige grot in het noorden van de Filipijnen werkt hij intensief met haar samen….

Tijdens een healing-seminar bij zijn piramide op de Filipijnen kwam ik een Sikh uit India tegen. Een spirituele leider met een grote tulband op zijn hoofd. Tijdens een gezamenlijke lunch vertelde hij, dat het hoegenaamd niets uitmaakt waar je in gelooft. Er zijn vele waarheden.

‘Het geloof van je jeugd ligt vaak het dichtst bij je hart. Het is als je moedertaal, die spreek je het beste. Daar kun je je het best in uitdrukken….’

Op het internationale healing-festival waren vertegenwoordigers uit alle spirituele tradities van over de gehele wereld aanwezig. Van een degelijke ouderwetse exorcist tot New Age-achtige Aura Soma dames. En alles daartussenin! Heks had de tijd van haar leven in dit kakelbonte gezelschap….

Weer een paar jaar later kwam ik er achter begin jaren ’90 intensief te hebben meegewerkt aan het herstel van het Christenrasterwerk rondom Moedertje Aarde. Vergelijkbaar met het meridiaanstelsel in ons lichaam. Belangrijke plaatsen op dit raster zijn door de eeuwen heen sterk vervuild geraakt door mensenlijk toedoen:

Misstanden in de kerk bijvoorbeeld. Dat laat energetisch sporen na. Zo zijn vele heilige plekken vervuild. Van over de gehele wereld werden lichtwerkers op pad gestuurd pakweg dertig jaar geleden. En Heks werd ook bij haar lurven gegrepen.

Voor ik het wist zat ik dagenlang in trance heiligdommen te reinigen. Voornamelijk in België en Frankrijk. En ook een paar steencirkels en een oude Thor in het uiterste noordwesten van Schotland…..

Christendom en spiritualiteit bijten elkaar niet. Het zijn de mensen, die bijten. Zich vastbijten. Verbijten. Verbeteren. Betweteren. Elkaar onverdraagzaam de les lezen. Elkaar naaien waar je bij staat. Heiligdommen verneuken. Het is de mens, geschapen naar Gods beeld, die er vaak maar weinig van bakt.

Vandaag ga ik meezingen in de Matthäus. Bekeren voor de storm heeft geen zin. Jezus woont al jaren in mijn hart. Deze grote vriend van Boeddha. Zelf ook een heksachtige, kijk maar naar zijn daden. Wekte mensen op uit de dood notabene.

Bach heeft een fantastisch kunstwerk afgeleverd over het lijden en sterven van deze bijzondere man. En wij gaan dat uitvoeren. zoals elk jaar.

Hoera!

Als eerste Bisschop in de kerkelijke top publiceerde Kardi­naal Danneels van België een duidelijk standpunt tegenover New-Age. In zijn brochure “Christus of de Waterman” (1990) gaf hij een helder beeld van de situatie binnen en buiten de Kerk rond deze zaak. En hij riep hij op om te komen tot een bewuste en consequente keuze vóór Christus.

Knibbel knabbel knuisje, wie krabbelt er aan mijn huisje? Wie krabbelt er in? Een spin? Wie zit er op mijn driezitsbank? Een zeekoe of een muisje?

Gisterenavond pak ik mijn trommel. Ik begin te roffelen. Eerst rustig in het tempo van onze Grote Moeder. Daarna sneller. Ik kijk naar het gezichtje van de vrouw op de drum. Ze kijkt terug. Zo grappig. Haar fijne trekken komen tot leven. Alsmede de trom.

Als ik uitgetrommeld ben zit er iemand op mijn bank. Net achter de plek waar ik zonet zat. Wie is het? En wat doet ie daar? VikThor zit met gespitte oren te luisteren, zijn blik onafgebroken gefocust op mijn nieuwe huisgenoot. Waarvan ik niet weet wie het is.

Het lijkt een groot wezen te zijn. De halve bank wordt in beslag genomen. De boskat staart naar de drum. Daar is ook van alles te beleven voor een katachtige. Voorzichtig loopt hij er naar toe. Blijft op gepaste afstand staan…..

Heks wil graag weten die haar krachtdieren zijn. Helaas ben ik ergens in het proces totaal geblokkeerd geraakt. Er zijn vele dieren, waar ik een diepe band mee voel.  Dus aan mijn eigen voorkeur heb ik niks.

De nacht na de eerste opleidingsdag greep Raaf me bij mijn lurven, maar met Raaf heb ik helemaal niks. Nou ja, we hadden vroeger een tamme kauw genaamd ‘Gerrit’. Een ongelofelijk leuk en slim beest.

Mijn moeder haatte hem, vanwege de ongelofelijke vogelschijttroep op haar pas geboende straatje. Het was echt de vogel van mijn vader. Hij had een sterke band met het dier.

Ook voel ik soms Beer als een duffelse jas om mijn schouders. Hem ken ik goed uit mijn prille jeugd. Onafscheidelijk waren we.

Een huis vol kikkers geeft ook te denken. Waarom zoveel? Omdat iedereen me altijd kikkers geeft…… Al bijna een halve eeuw. En: Heks houdt ook veel van haar kwakende vrienden.

Een energetisch hert in de woonkamer en overal hertenbeeldjes. Een draak in mijn hart. Spinnen op de kast. Als puber had ik al een rubberen spin voor de grap genaamd Joris. Maakte ik klasgenoten mee aan het schrikken…..

Als ik de deur uit ga struikel ik over de zwanen. En ga zo maar door.

Nu lukt het me aardig om er niet te veel mee bezig te zijn. Om er op die vertrouwen dat mijn helpers zich te zijner tijd wel zullen manifesteren. Uiteindelijk is het niet aan mij om te kiezen. Je wordt gekozen….

En daar zit natuurlijk een enorme voetangel. Ofwel kraaienpoot. Een oude pijnplek. Want wat als je nu niet wordt gekozen? Wat als je achter het net vist? Buiten de berenboot valt? Wat als er geen krachtdier te vinden is, die jou wil helpen? En vice versa. Wat als je weer eens aan de zijlijn komt te staan?

En het is onhandig, dat ik het niet weet. We worden aangemoedigd om spulletjes te verzamelen en verlanglijstjes aan te leggen voor het maken van magische ratels en dergelijke. Ik heb geen idee wat ik er op moet zetten. En opeens zie ik dat anderen het voor me invullen. Heks heeft als krachtdier kikker…..

 

‘Ik had een keer iemand op les, die een muis als krachtdier had. Maar zelf wilde hij er niet aan. Hij werd zo kwaad op mij, omdat het geen stoere beer of sexy panter was, dat hij de les verliet. “Ik ga dit grondig uitzoeken, dit klopt voor geen meter,” piepte hij tot slot. Typisch een eigenschap van muis, dat grondige en precieze……’ vertelt de juf ter lering ende vermaak.

Misschien is mijn krachtdier wel een muis. Ik had tenslotte een nest in mijn berging, precies toen we de krachtdierlesdag hadden. Eerlijk gezegd kan het me geen bal schelen intussen, wie mijn krachtdier is. Al is het een mollige Talpa Europea. Het zal me een worst zijn.

Als ik het maar een beetje kan vinden met mijn helpers. Als we het maar een beetje leuk hebben saampjes.

Vannacht een drietal programma’s bekeken op RTL Z, Wild Animal Reunions. Hier keren verzorgers en opvoeders van wilde wees-beesten terug naar hun volwassen schatjes, die intussen in de vrije natuur leven. Ontroerend om te zien hoeveel liefde en vertrouwen er is tussen deze bijzondere mensen en hun troeteldier.

Of het nu een Neushoorn, een Hert, een kudde Olifanten, een troep wolven, een groep chimpansees, een Chita, een Schubdier of een Mammon betreft: Er is sprake van herkenning, grote liefde en diep vertrouwen tussen deze mensen en hun dierlijke vrienden.

Olifanten hebben een fascinatie voor de dood. Dat vond ik nu ook weer treffend. De man met wie zij een speciale band hadden opgebouwd overleed op 4 maart een aantal jaren terug. De hele troep dook voor zijn huis op om hem eer te betuigen! Elk jaar op 4 maart staan ze er weer! Ongelofelijk toch……

 

Drummen, ratelen en zingen zijn van die echte heksendingen. Zondag mag ik weer naar de toverschool. In de klas bij mijn idool: Onze juf, uit degelijk hout gesneden, geeft bezield les. Urenlang. Heel tevreden, kapot moe en voldaan gaan we naar huis. Heks valt in slaap voor de buis. Om midden in de nacht pas wat te eten. Tromgeroffel en heksenkreten!

Zondag is het weer zover: Heksenschool! Uit het hele land snellen heksjes bepakt en bezakt naar Amsterdam. Sommige op de bezemsteel, weer anderen gewoon met de trein.

Heks gaat met de auto. Tassen vol drums, ratels en frutsels sleep ik achter me aan. Waar dit me meestal op meesmuilend commentaar komt te staan wordt mijn gesleep met spulletjes in dit gezelschap juist gewaardeerd.

Het wordt zelfs aangemoedigd om zoveel mogelijk materiaal te verzamelen. Om je drum mee te versieren of om een mooie ratel van te maken. ‘Op koningsdag kun je je slag slaan, dames,’ spoort onze juf ons aan om op pad te gaan, ‘Het is de ultieme kans om de meest fantastische troep op de kop te tikken……’

Heks gaat al jaren zo te werk. Veel van mijn magische rommeltjes heb ik op die feestdag ergens gevonden. Tussen de rotzooi. Niet bepaald gewaardeerd door mijn vrienden en bekenden, want ‘Wat moet je met die troep?’

Intussen heb ik een geweldige berg materiaal verzameld door de jaren heen. En eindelijk kom ik mensen tegen met dezelfde inslag.

Heksenschool is toch zo heerlijk voor Heks. Een hele dag verkeren tussen gelijkgestemden. Urenlang les krijgen van een echte ouderwetse toverheks met een schat aan kennis. En een goed gevoel voor humor!  En tot slot het geleerde in praktijk brengen in een veilige omgeving.

Zo gaan we zondag met onze drums en ratels aan de gang. Fantastisch. Kan ik mijn trommel eens goed leren kennen. Ontdekken wat er allemaal mogelijk is met mijn prachtige schat.

Mijn eigen manier om in trance te gaan is totaal anders dan met behulp van drum en ratels. Er zijn vele wegen, die naar Rome leiden. Mocht je daar heen willen dan. Heks niet. Ik heb niets te zoeken bij de paus.

Halverwege de dag ben ik kapot moe. Ik ben niet de enige. Een stortvloed aan informatie is over ons uitgestort. Het is dermate boeiend, de aandacht verslapt geen seconde. Goddank krijgen we een uitgebreide lunch aangeboden. Met een lekker koppie worteltjessoep op de koop toe. Daar trekt de gemiddelde heks aardig van bij……

’s Middags gaan we aan de gang met allerlei oefeningen. Een drumcirkel wordt gevormd. Alsmede een ratelcirkel. En nog een zangcirkel. Heks zit verwoed te drummen op haar mooie rooie trom. Bij een zeker ritueel raak ik lekker in trance.

Plotseling kijkt iemand me aan vanaf het trommelvel. Zie ik het nu goed? Het kleine gezichtje van de vrouw op het vel lijkt te leven. Haar koppie beweegt mee met de muziek. Er glijdt een mysterieus glimlachje over haar fijne snoetje.

De dag vliegt voorbij. En ondanks een paar flinke energie dips heb ik het weer glorieus doorstaan. Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Een glimlach om de lippen, die er de komende dagen niet af te krijgen is……

Ik haal VikThor op bij de oppas. Bel eventjes met de Don. Val in slaap voor de televisie. Eet pas om een uurtje of twee ’s nachts. Slaap meer dan het klokje rond…..

De volgende dag lig ik voor gup. Ik fiets een beetje rond met hond en dat is het dan. Ik moet bijkomen en alvast energie sparen voor woensdag. Dan moet ik er weer staan. Met frisse stembanden en een uitgerust lijf.

De hele dag verbaas ik me over mijn lamme armen. Hoe komt dat nu weer? Pas als ik ’s avonds mijn drum uit de kast pak leg ik de link met de intensieve lesdag. Al dat getrommel en geratel is een uitstekende workout. Heksen zijn bepaald geen luie wezens!

Neem nu dat vliegen op een bezemsteel. Je moet een enorm goed gevoel voor evenwicht hebben, anders hang je zo in de eerste beste beuk. Ook vraagt het met tegenwind behoorlijk wat stuurhekskunst om in de lucht te blijven. En dan moet je ook nog een enorm beroep doen op je verbeeldingskracht……

Vandaag doe ik helemaal niks. Morgen wordt weer een hele drukke dag. Een veel te lange dag. Een dag waarop mijn stem bij de les moet zijn. Maar ook een heerlijke dag! We gaan mijn favoriete muziekstuk uitvoeren, de Matthäus Passion van Bach. Over een dierbare leraar van Heks en hoe hij te grazen werd genomen door zijn medemensen.

Zo jammer dat de bijbel zo’n patriarchaal bolwerk is geworden door de eeuwen heen. Zoveel theologen, die hun plasje hebben gedaan over de verhalen. Deze geschiedenis is echter onaangetast.

Behalve de premisse dat Maria Magdalena een hoer is. Die leugen blijft me storen. ( In de loop van de geschiedenis werd zij door de gevestigde waarden soms aangezien voor een vrouw van lichte zeden, dit berustte echter niet op de Bijbel.) Beter ingelichte bronnen beweren dat ze uit een hoogstaande spirituele traditie stamde! En dat ze de vrouw van Jezus was…….

Onverbloemde bloemen. Dingen bij name noemen. Een roos voor een roos. Ben je boos? Dan geen roos, maar takken voor een takkewijf!

‘Mevrouw, u vergeet iets!’ Het is me net gelukt om mijn zwaarbeladen fiets in beweging te krijgen. Slingerend begeef ik met op het fietspad. Aan mijn stuur een tas met boodschappen. Nog meer mondvoorraad in mijn fietstassen. Verstoord kijk ik om. Zie een man naar me toerennen. Rem slingerend af.

‘Die zijn niet van mij, hoor,’ ik glimlach naar een meterslange gitzwarte man. Hij lacht zijn witte tanden bloot. ‘Jawel, nu wel!’ Twee bossen reuzenrozen verdwijnen in een boodschappentas. Fietsen wordt nu vrijwel onmogelijk……

Ik bedank de schat. Wat lief! Ik heb zojuist een kletspraatje met hem gemaakt bij de uitgang van de supermarkt. Hij werkt bij de bloemenboer. Ze waren uitermate melig na het opruimen van hun handeltje. Heks maakte een geintje met hen……

Mijn huis lijkt wel een bloemenstal. Overal staan bloesems, takken, vazen met ranonkels….. De gemeente was flink aan het snoeien in een mij dierbaar parkje. Een hoek vol struiken wordt volledig weggevaagd. Geen middel wordt geschuwd voor deze upgrade  door eliminatie.

Grote machines trekken hompen wortels uit de grond. Stapels weggeslagen groen worden achteloos op de stoep gegooid. Heks staat er al snel in te graaien. Mompelend. Mopperend ook.

De gemeente gooit alle parken aan de Singel op de schop. Lang leve het Singelpark! Al het bestaande groen moet worden opgeofferd aan dit op het oog leuke initiatief om meer toeristen naar Leiden te krijgen.

De Leidenaars zelf worden echter de parken uitgejaagd. Alsmede dus veel groen. Binnenkort gaan ze pakweg veertig volwassen bomen kappen om een strand aan te leggen in het Bleekerspark. Volstrekt gestoord. Niemand uit de buurt heb ik kunnen betrappen op enige blijdschap over dit initiatief.

Dit aanstaande bomenbloedbad wordt overigens verkocht met een listig verkooppraatje. In plaats van ‘we gaan alle bomen kappen’ staat er ‘Er komt veel extra groen, nieuwe bloeiende bomen, heesters en vaste planten.’ Jazeker; Nadat ze eerst alle volwassen kerngezonde bomen kappen.

In plaats van ‘Honden mogen niet meer los lopen, behalve op een lullig strookje langs de sloot’ staat er ‘Er komt ook een speciale hondenspeelplaats, waar honden vrij kunnen loslopen.’ Heks verfoeit dat hele Singelpark intussen.

Deze bomen moeten plaats maken voor dat verdraaide Singelpark………

Een bundel gevonden takken is met me mee naar huis gegaan. Ik zet ze in een grote accubak. Langzaam breken ze open. Grote bladeren komen uit minuscule knopjes. Een hele bloem komt zelfs tevoorschijn.

Hyacinten en ranonkels kronkelen door de takken. De rozen staan in grote vazen. Een paar takken ribes nigrum maken het geheel af. Wat een bloemenzee!

Het lijkt wel of ik net jarig ben geweest. Of dat er iemand pas getrouwd is hier in de woonkamer. Of dat er iemand is overleden. Iemand die veel houdt van bloemen.

 

Lente hangt in de lucht! Ergens! Maar waar? VikThor ruikt em al. Verwoed snuffelend gaat hij op zoek. Heks loopt door haar geliefde duinen. Dit magische landschap vol godjes en elfjes. In elke duinpan borrelt een nieuw wonder!

Deze boom kan je de mooiste verhalen vertellen……

Oh wat is het koud en guur. Heks loopt dagelijks in de natuur te tureluren, vergezeld door haar viervoetige vriend. Of vergezel ik hem? Momenteel is het inderdaad zo, dat ik voor mijn monster naar buiten ga. Zelf blijf ik liever binnen. Waar het warm is en droog. Buiten het bereik van de gesel van hagelbuien en woeste windvlagen. Ja, maart roert haar staart.

VikThor denkt hier allemaal inderdaad heel anders over. Hij maalt niet om een beetje kou en nattigheid. Uitgelaten rent hij naast de fiets, zodra we dan eindelijk eens op stap zijn. Binnen vijf minuten is zijn buik zo zwart als een tor. Het kan hem niet schelen. Enthousiast springt hij in de eerste beste sloot op onze route: ‘Even lekker zwemmen. Oh, wat heb ik het warm!’

Ysbrandt in zijn gloriejaren!

Heks met haar pijnlijf kan steeds slechter tegen kou. Ik hou zielsveel van de winter, maar mijn fysiek denkt er anders over tegenwoordig. Toch dwing ik mezelf om de deur uit te gaan. Veel kleren aan. Een schop onder mijn kont.  Het moet, het moet.

Eenmaal buiten valt het vaak mee. Behalve deze week. Als ik de deur uit stap voel ik de eerste druppels alweer om mijn oren slaan. Zodra ik in een parkje arriveer begint het geheid te plenzen van de regen.

Vrijdagmiddag is het dan eindelijk eens eventjes droog. ‘Wat zullen we eens gaan doen?’ klets ik tegen mijn hondje, ‘Zullen we eens eventjes naar Ysbrandts meertje gaan?’

Samenwerking tussen diverse dimensies is bepaald geen uitzondering in heksenland.

Het is de laatste dag dat we de duinen in mogen met een loslopende hond. Ik check het nog eventjes voor de zekerheid online. ‘Tussen Wassenaar en Katwijk ligt hondenlosloopgebied Berkheide. Tussen 15 augustus en 15 maart mogen honden bijna overal loslopen, mits ze onder appel staan en op de paden blijven.’ staat er. Mooi zo. Het mag nog deze dag.

Heks moet hartelijk lachen om de tekst. Mits ze op de paden blijven. Hihi. Nog nooit een loslopende hond gezien, die zich daaraan hield. De meesten staan ook nog eens niet of nauwelijks onder appel. Want stronteigenwijze genen. Of straathond geweest. Of een slappehap baas. Niet zelden zijn mensen aangenaam verrast door mijn gehoorzaam geboren hondje. Zoiets hebben ze nog nooit gezien!

Als ik de stad uit rijd klaart het lekker op. Aan de horizon ontstaat een strook blauwe lucht, maar het asfalt glimt nog van recente regen. Ik parkeer op de Cantinaweg, pal tegen het duin. Ik ben de enige, maar terwijl ik mijn spulletjes pak stopt er nog een auto. Een Spaanse windhond met baas gaan ook nog eventjes de duinen onveilig maken.

Narrig kijkt de baas me aan. Ik moet het vooral niet in mijn hoofd halen om haar te groeten. Of erger nog: Een praatje aan te knopen! ‘Ik bijt je kop er af!’ seinen haar boze ogen. Ze komt ongetwijfeld uitwaaien en haar gedachten op een rijtje zetten. Misschien heeft ze wel een verontrustende brief gekregen, waar ze mee zit te worstelen. Wie zal het zeggen? Ik laat het arme mens met rust. Uiteraard.

‘Je moet je hond aanlijnen,’ een opgewekte man komt net het duin uit met een roedeltje keurig aangelijnde monsters, ‘Kijk, ze hebben dat bord gisteren neergezet.’ Hij wijst op een splinternieuw bordje, waarop inderdaad staat dat je vanaf vandaag het duin niet meer in mag. Meuh.

Net leren kennen, echt een schat!

‘Online mag het nog wel. Ik heb het net nog nagekeken. Ik heb wel eens eerder met dit bijltje gehakt. Op de oude bordjes stond het weer net even anders. Nou ja. Ik ga lekker een rondje om en als ik een bon krijg laat ik het voorkomen….’ bluf ik opgewekt tegen de man. Er is geen sterveling te bekennen op de route, die ik loop. Laat staan een boswachter.

Bij Ysbrandts meertje strijken we eventjes neer. VikThor zwemt achter een balletje en Heks zit op Ys’ boom. Een grote omgevallen berk. Horizontaal groeit de reus al jaren vrolijk verder. Op die manier is er een natuurlijke bank gevormd. ‘Het water staat erg hoog. En er is heel veel struikgewas verwijderd,’ inventariseer ik de stand van zaken rondom dit magische vennetje.

Komende zondag gaan we werken met landgoden en landenergie bij de Sjamanistische Jaaropleiding. De magische krachten verbonden met dit soort bijzondere plekken. Heks heeft er zoveel zin in.

Oude vriend in het Leidse Hout

Maar je hoeft echt niet speciaal naar afgelegen meertjes om dit soort energieën te ervaren. Bij mij in de straat woont een pleingodje. Elke avond zie ik hem zitten in zijn boom. Op een grote dwarstak. Vroeger zat hij op een andere tak, met beter zicht, maar die is door de gemeente gesnoeid in verband met het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Kwaad dat ‘ie was!

Als ik een kat kwijt ben prik ik een brief op zijn boom. ‘Wil je een beetje rondkijken voor me? Het is dat zwarte mormel weer.’ Ook rondom de Bengaal doe ik een beroep op hem. Ik groet hem altijd, behalve als ik half slapend de hond uitlaat. Midden in de nacht. Dan vergeet ik het wel eens…….

Hij vindt het leuk om op mijn nek te springen, maar dat wil ik niet. Dus zorg ik altijd een hoedje op te hebben. Dat scheelt enorm!

Onzin? Grote fantasie? Geen idee. Ik weet het niet. Ik weet alleen, dat het voor mij zo is.

Ik heb vrienden onder de bomen. Ik voer soms een gesprek met een bloem. Ik herinner me een boeiende conversatie met een Amaryllis. Vanuit een kerstuk sprak ze me plotsklaps toe. Geen lullig gesprek ook nog. Nee, pittige materie! Aanschouwelijk onderwijs zou je het kunnen noemen: De bloem legde haar eigen structuur als het ware uit! Heilige Geometrie is niet voor watjes.

Orbs verlaten het pand!

Andere dimensies zijn dichterbij dan je denkt. In je en om je heen.

Heks is altijd verbaasd over de sprookjes, waar de godganse mensheid moeiteloos in gelooft. Dat geld gelukkig maakt bijvoorbeeld. En dat je vrienden hebt als je wint.

Mijn magische plekje in de duinen is vandaag geheel aan zichzelf teruggegeven. Geen wandelaars buiten Heks en Vik. Met een zucht neem ik afscheid. Voorlopig komen we hier niet terug. Pas half augustus mogen de honden weer los…..

We lopen een grote ronde via de Friese Wei met op de achtergrond de Soefitempel. Ook al zo’n heerlijke plek. VikThor gaat helemaal uit zijn dak. Overal konijnenkeutels, vossensporen en een incidentele vleug ree. Met enorme slagen verkent hij het terrein. Snuffelt zich een slag in de rondte. Dronken van de eerste lentegeuren.

Op de terugweg komen we een vrouw tegen in een scootmobiel. Drie hondjes keurig aan de lijn naast haar. Chagrijnig snauwt ze me toe, dat de hond moeten worden aangelijnd. Opnieuw antwoord ik, dat het volgens mijn pas vanaf morgen geldt.

Dat bevalt haar helemaal niks, dat ik dat beweer. Nijdig laat ze me weten, dat ik het dan maar zelf moet weten! Met stoom uit haar oren tornt ze verder tegen de wind op. Wat een hoop kwaaie mensen op mijn pad vandaag!

Ik gooi een balletje voor Vik het laatste stuk. Sinds de cortisonenprik behoort dit weer tot de mogelijkheden. In feite is mijn blafbeest nu aangelijnd. Hij zit aan me vast middels de bal!

Mijn vriend Uil!

Wat houd ik toch van de duinen. Vooral op dagen als vandaag. Wanneer het miezerige weer de meeste mensen weg houdt. Al die schakeringen in vergrijsde winterkleuren. De stilte…….

Op weg naar huis raak ik overmoedig. Ik besluit mijn auto te wassen. Ook iets, waarvoor je je armen nodig hebt. Ik rijd alweer geruime tijd in een absolute toddebak. Niet veel later ben ik mijn kanariepet grondig aan het uitmesten.

Misschien heb ik het te gek gemaakt. Eenmaal thuis ben ik te moe om te eten. Ik bel een uurtje met de Don en val vervolgens in slaap. Pas om half 1 ’s nachts ben ik voldoende bijgetrokken om dat laatste programmaonderdeel af te werken.

En dan is het alweer tijd voor de allerlaatste hondenronde hier door de wijk!

‘Hallo Heks met je gekke hoedje,’ lispelt de pleingod. Zondag ga ik meer leren over de omgang met deze energieën. Dus als je binnenkort een altaar onder een boom hier in de straat ziet staan, dan weet je: Komt vast bij Heks vandaan…….

Plumvillage: Een landschap vol magie!

 

Leaving Neverland. Tot mijn verbazing is de documentaire nu al te zien op televisie. De inhoud verbaast me niks, maar ik ben dan ook nooit een fan geweest van Michael Jackson. En ik weet intussen uit ervaring, dat predators met het grootste gemak liegen alsof het gedrukt staat. Ook ben ik me bewust van de werking van het kinderbrein. Alles nemen ze aan voor zoete koek. Sla hen verrot en ze geven zichzelf de schuld! Menig ouder heeft hier al een slaatje uit geslagen. Letterlijk. Hulde aan de maker van de documentaire. Hij heeft een indringende vorm gevonden om in elk geval een fractie van de slachtoffers van de pedofiele’King of Pop’ een stem te geven.

Als piepklein kind dagdroomde ik dat ik ging logeren bij de koningin. Met enige regelmaat. De prinsjes en prinsessen vonden het reuze gezellig als ik kwam. We sliepen met z’n allen in een enorm stapelbed. Het reikte tot in de hemel. Heks sliep als Benjamin in het onderste bed.

Voordat ik ging slapen keken de prinsesjes over de rand van hun slaapplek om naar me te lachen en te zwaaien. Me te vertellen hoe blij ze waren dat ik er weer was. Hoe ze me hadden gemist! Om me te vertellen hoe bijzonder en lief ik was.

De dromen zijn ongetwijfeld gevoed door een aantal koninklijke huwelijken in die tijd. Zowel prinses Beatrix als prinses Margriet traden met veel bombarie in het huwelijk. De kranten stonden er bol van. Op verjaardagen gaf men commentaar op het gebeuren. Bij ons in huis verschenen fotoboeken over de twee trouwerijen.

Met verontwaardigde aandacht voor de rookbommen in geval Beatrix/Claus. Schandalige praktijken van langharig tuig vond men dat.

Het is voor het eerst dat ik hierover spreek. Mijn kleuterfantasieën over een prinsessenbestaan. Het voelt nog steeds gênant, zelfs al kan ik intussen de noodzaak begrijpen om er zulke wauwse dromen op na te houden als klein kind.

Thuis werden er alsmaar baby’s geboren. Mijn plekje als Benjamin was opeens verdwenen. Opgeëist door de ‘tweede leg’ binnen het huwelijk van mijn ouders.

Ook was thuis niet veilig. Ik had toen al te maken met forse lijfstraffen binnen het gezin. Mijn vader kreeg de pik op me. Ik zat op de kleuterschool en herinner me dat nog heel goed. Een ‘pak slaag’ werd dat genoemd. We vonden dat overigens normaal allemaal. Niks vreemds aan.

Alsmede pesterijen binnen de familie. Een iets ouder nichtje, dat een klas boven me zat, trok bijvoorbeeld geholpen door haar buurjongetje de benen achterwaarts onder mijn lijf vandaan. Zodat ik plat op mijn gezicht viel. Heel grappig, behalve als het jouw snoet is.

Hoe hard ik ook vanuit de kleuterschool naar huis probeerde te rennen, ze haalden me altijd in. Ook hier heb ik nooit over gesproken. Kinderen zijn loyaal. Het getreiter sudderde door tot ver in de pubertijd.

En dan waren er nog de achteraf verdachte en grensoverschrijdende logeerpartijen bij een neefje. En oom. Mijn herinneringen daaraan zijn nogal onsamenhangend en verward, maar desalniettemin ontregelend genoeg gebleken op mijn verdere leven..

Kinderen hebben een magische belevingswereld. Alles is mogelijk in die wereld en gebeurtenissen worden nogal eens magisch geduid. Ik zou niet weten wat er zou zijn gebeurd als de koningin me destijds echt had uitgenodigd om te komen logeren.

Of mijn ouders het goed hadden gevonden bijvoorbeeld. Ik denk het wel. Mijn vader was zijn hele leven lang helemaal idolaat van onze toekomstige koningin Beatrix. En hij had doorgaans het laatste woord. Of in elk geval dan de beslissende stem.

Het moge duidelijk zijn, dat mij nooit iets dergelijks is overkomen. Niemand heeft in werkelijkheid gezegd, dat ik ook maar enigszins bijzonder was. Het was ook niet gangbaar om te zeggen hoe blij men met je was.

Ik mocht wel bij mensen logeren, zoals dat neefje bijvoorbeeld. Maar daar wilde ik uiteindelijk niet meer heen.

Mijn oudste zus is wel eens op die manier in de picture gekomen. Als twaalfjarige jongedame sloot ze vriendschap met een meisje uit Frankrijk. Op de camping in Spanje. Het kind was jaren jonger, maar stapeldol op mijn zus. We werden met zijn allen uitgenodigd op het eten bij de ouders. Die vroegen of mijn zus aansluitend op onze vakantie een maand bij hen in Frankrijk mocht komen logeren………

Zo kon het dus gebeuren dat mijn schier adolescente zuster op weg naar huis werd achtergelaten bij deze ons volstrekt wildvreemde mensen en hun zevenjarige extreem drukke dochtertje! Ze vertrouwden die mensen volkomen en terecht zou later blijken. We werden als vorsten onthaald overigens. De rode loper ging uit.

Moeders noemden we direct tante. En de vader werd onze nieuwe oom. Tante kon geweldig koken. Ze toverde een zevengangendiner op tafel alsof het niets was. Heks at die avond zoveel, dat ze er bijna misselijk van werd…….

Ik herinner me hoe gewoontjes ik me voelde, toen mijn zuster werd teruggebracht. Ze sprak vloeiend Frans intussen. Mijn bijdehante grote zus. Ze werd vervolgens jarenlang bedolven onder presentjes. Een prachtige zelfgebreide trui van Tante. Een schitterende gehaakte beddensprei-achtige omslagdoek van de oudste dochter, een Frans theeserviesje en ga zo maar door.

Heks kreeg echt ook wel eens iets. Bijvoorbeeld zo’n zelfgebreide trui, toen ik vele jaren later ook een keer mocht komen logeren. Maar de bijzondere status van mijn zus heb ik bij Oom en Tante nooit bereikt. Ik was zo’n gunkind. Gepokt en gemazeld vanuit mijn positie als tweede kind, tussenkind, afdraagkind, om te gunnen. Niets voor jezelf te vragen, dan kan het ook niet tegenvallen.

Maar stiekempjes had ik natuurlijk ook wel al die positieve aandacht gewild!

Tijdens de jaarlijkse bezoekjes van onze Franse familie waren we plotseling een modelgezin. Ons overvolle chaotische huis was spic en span. Mijn ouders waren enorm aardig voor elkaar en voor ons. We maakten allemaal leuke uitstapjes in eigen land. Er werd niet of nauwelijks onderling gebakkeleid door de kids. Lijfstraffen werden tijdelijk volledig afgeschaft.

Mijn zusters populariteit bij onze verse Franse familie was net in de periode, dat Heksje verslaafd was aan valium. Dat ik helemaal spaak liep in mijn jeugdige leventje.

Het tijdperk, dat ik opdraaide voor alles wat er mis was in ons gezin en dat was nogal wat.  Toen behandelaars van de Jelgesmakliniek, waar ik poliklinisch op veertienjarige leeftijd zat af te kicken van diezelfde valium, tegen mijn vader zeiden, dat hij hoognodig eens iets iets aan zichzelf moest doen.  Dat hij zijn dochter helemaal kapot aan het maken was op deze manier.

Ze zeiden dit niet vanuit het blinde niks, maar nadat ze ons gezin vanachter glas een aantal malen met een heel team grondig hadden zitten observeren.

Die heftige periode in mijn jeugd, dat mijn ouders besloten, dat ik dan maar uit huis moest worden geplaatst. ‘Met mij is niks mis. Dat onmogelijke kind is de reden, dat ons gezin zoveel problemen heeft. Als ze niet opknapt moet ze maar naar een kindertehuis!’ Twintig jaar na dato hoor ik van mijn lievelingsoom, dat dit destijds het ultieme antwoord van mijn vader was op het verzoek zichzelf eens onder goed de loep te nemen.

Door volkomen mijn mond te houden en binnenshuis zoveel mogelijk van de radar te verdwijnen kon ik deze deportatie voorkomen. Met een stevige hersenschudding, zogenaamd van de trap gevallen, verliet ik een paar jaar later op mijn negentiende uiteindelijk opgelucht mijn ouderlijk huis.

Ik kijk naar de documentaire ‘Leaving Neverland’. Over die rare pedofiele popstar en een paar van zijn slachtoffers. Heks is nooit een fan geweest van Michael Jackson. Ik hield me als kind bezig met klassieke muziek. Ik ben dus niet gehinderd door een enorme liefde voor de man en zijn muziek bij het bekijken van dit drama.

Zaterdagavond zit ik op een feestje bij de Wilde Boerenzoon. De documentaire komt ter sprake: Ik heb em dan nog niet gezien. Ik praat met twee mannen over dit onderwerp.

De ene man is geschokt door hetgeen hij heeft gezien. Hij kan het niet geloven. Heks denkt ook nog steeds dat het allemaal vooral raar is geweest, die logeerpartijen van kleine jongetjes met die Michael Jackson. Onverantwoord en grensoverschrijdend, gestoord en verstorend, maar zonder keiharde seks. Een derde gesprekspartner werkt zelf als kleuterleider en schiet direct in de verdediging betreffende zijn beroep.

‘Sinds de zaak Robber M. is mijn beroep opeens verdacht voor een man. Mensen vroegen er altijd al naar uit een soort nieuwsgierigheid, maar tegenwoordig zeggen ze rustig: Waarom ga je niet voor bejaarden zorgen?’ beklaagt hij zich.

Waarna hij voordoet hoe je tegenwoordig een kind op schoot moet houden zonder je allerlei beschuldigingen op de hals te halen. ‘Benen stevig tegen elkaar, zodat een kind niets in de buurt van je kruis per abuis kan aanraken. Daar moet je echt goed op letten…..’

Een vriend van Heks trad op als muzikale clown ten tijde van Oude Pekela. Hij verdiende daar een goeie boterham mee. Zijn beroep is voorgoed besmet geraakt door deze affaire. Na Oude Pekela kreeg hij de meest verschrikkelijke beschuldigingen naar zijn onschuldige kop. Van hele enge mensen vaak. Bovendien werd hij nauwelijks meer geboekt. Zijn dagen als muzikale clown waren opeens geteld……

Gisterenavond kijk ik dan eindelijk naar de gewraakte documentaire. Ik val af en toe in slaap, niet omdat het zo saai is, maar omdat ik de avond ervoor tot vier uur op het feestje bij ‘de Wilde’ ben blijven plakken.

Van Kras had ik al gehoord, dat het zeer aangrijpend is allemaal. En het is zo. Juist het feit, dat ze met zoveel liefde over hun predator praten maakt de documentatie extra schrijnend.  Een jongetje van zeven, dat zich bijzonder voelt door die kwibus. Maar wel bij de piemel wordt gevat. Nou ja, piemeltje. Hetgeen allerlei prettige fysieke gevoelens geeft, waar zo’n kind nog niet aan toe is.

Een volwassen vent, die stiekem trouwt met zijn tienjarige minnaar. Een kleine greep uit hetgeen verteld wordt.

Ouders, die hun zevenjarige kind achterlaten in het bed van een vijfendertig jarige kerel. Hoe ze daartoe worden overgehaald. Verleid…… Hoe ze blindelings vertrouwen op een wereldberoemde idioot. Hoe zijn rijkdom, roem en sterrendom hen totaal blind maakt voor zijn manipulaties……

Heks heeft natuurlijk niet veel nodig om overtuigd te raken. Want waarom zou je in godsnaam met zo’n verhaal op de proppen komen als het niet echt is gebeurd?

Bovendien zijn er intussen wel erg veel identieke verhalen in omloop over de superstar. En zijn er genoeg volwassen mensen, die hebben getuigd ontoelaatbare en grensoverschrijdende dingen te hebben gezien. Chauffeurs van de dader, huishoudelijk personeel. En ga zo maar door…….

Hele volksstammen willen het niet horen, willen er niets van weten. Michael Jackson is voor hen een heilige. Het is allemaal lulkoek, hij zou dat nooit doen. Hij houdt juist zoveel van kinderen……..

De man zelf is niet meer. ‘Rot maar in de hel,’ lispel ik nijdig, als ik de volgende morgen op sta. Van alles spookt er door mijn hoofd. Ik denk bijvoorbeeld aan een schoolgenoot van de lagere school. Hij had dezelfde naam als mijn foute oom notabene.

De moeder van het joch was op zeer jonge leeftijd gaan hemelen. Opeens was hij half wees. Een voor ons volstrekt abstract fenomeen, want wat betekent het als je moeder helemaal uit je leven verdwenen is? Als je aangewezen bent op je meestel afwezige rouwende vader?

Wij hadden gewoon allemaal een moeder. En op 1 jongetje na had ook de gehele school een vader. Het was in de tijd voor de seksuele revolutie, toen alle dames nog bij hun man bleven. Ook al sloeg hij hen hoogstpersoonlijk bont en blauw of deed hij aan de toegestane verkrachting binnen het huwelijk. Als ze hem niet ter wille was. Die goeie ouwe tijd, toen je nog je echtelijke verplichtingen had als vrouw.  Die je diende na te komen.

Onze razend populaire schoolmeester had zich over de jongen ontfermt. Hij kwam of zat bij de man thuis. Ook zat hij weleens bij ons in de klas, terwijl hij een jaar ouder was. En ook toen we een keer thuis bij de meester pannenkoeken gingen eten, was de jongen van de partij. Volstrekt thuis in dat huis.

Hij wees ons de weg en hielp de meester met bakken. Die twee hadden een vreemd pact, zoveel was me wel duidelijk. Het kind was helemaal vergroeid met die volwassen man. Hij baadde in zijn niet aflatende aandacht en liefde.

Ze hadden hun eigen onbegrijpelijke grapjes. Zaten samen in een leunstoel, de jongen op de leuning. Er bestond een jarenlange diepe vriendschap tussen hen. Die ongetrouwde beetje vreemde vogel van een schoolmeester en dit geschonden godverlaten kind…….

 

 

Knibbel knabbel knuisje: Ieder huisje heeft zijn kruisje. Heks verlaat haar heksenhuisje…. En trekt de wijde wereld in spin, de bocht gaat in. Uit spuit.

‘Het is toch ook altijd hetzelfde. En telkens vergeet ik dat weer. Ben ik een maand in Plumvillage, een soort snelkookpan aan processen en inzichten, kom ik thuis en moet ik het allemaal nog eens dunnetjes over doen.’

‘Het hele najaar heb ik in de kreukels gezeten. Moest ik opnieuw het wiel uitvinden van verbinden met de Sangha-schapen. Opnieuw woedend op mijn voorouders geweest en eveneens opnieuw me met hen verbonden. Ook stukjes goud onder hen gevonden…..’

Heks zit bij de homeopaat. Ik praat en praat. VikThor ligt slapjes onder haar stoel. Hij is nog steeds niet helemaal de oude. Zo mager als een lat. Morgen ga ik een kuurtje voor hem halen.

Langzaam ploeter ik mezelf een weg door strontland. Ouwe shit in nieuwe vaten. Het levert vruchtbare grond op, al die modder…. dat zeker. Maar leuk is anders. Het mag wel een onsje minder wat mij betreft.

Een paar dagen later rijd ik vroeg de stad uit in mijn kanariepiet. De achterbumper wappert een beetje. Losgeraakt tijdens het inparkeren van deze of gene hier in de buurt. Die nam dat inparkeren wel erg letterlijk.

Ik zal em straks met een knalgele smiley-sticker weer aan elkaar plakken. De ervaring leert, dat het euvel dan weer een tijdje verholpen is. Op mijn gemak tuf ik naar de hoofdstad. Er is geen sterveling op de weg. Om half tien parkeer ik in de P.C.Hooftstraat.

1 voor 1 druppelen de heksjes uit alle windstreken binnen. Sommigen met een druppel aan de kromme neus na een woeste tocht op de bezemsteel. Anderen bepakt en bezakt met grote zelfgemaakte trommels van paardenhuid. Allemaal eigenzinnige dames. Eigenwijze tante Betjes.

Vandaag gaan we aan de slag met krachtdieren. Ik heb al flink liggen dromen over een krachtdier. Een hele heftige droom. Ik werd als het ware bij mijn kladden gegrepen. Door het krachtdier van iemand anders.

Is dat nu ook mijn grote vriend? Dat valt nog te bezien. ‘Krachtdieren komen je vaak besnuffelen,’ vertelt onze juf de vorige keer, ‘Met name de slang, de tijger en die en die staan daarom bekend.’

Ik word dus druk besnuffeld. Heks besluit het allemaal af te wachten. Niet teveel in te vullen. Te genieten van het proces.

De gehele zondag zijn we druk in de weer. Lekker aan het heksen. Heks gooit zich volop in de strijd. Als een slang kruip ik over de grond tussen rijen schreeuwende toverkollen door. Ze klauwen naar me. Houden me tegen. En moedigen me aan.

Om maar iets te noemen.

Dagenlang moet ik bijkomen. Zo’n dagje als een normaal mens tekeer gaan komt me op een week gekreukel te staan. Minstens. Maar ik heb het er voor over!

Tijdens het slangenritueel neem ik afscheid van een aantal zaken, die me hinderen op mijn heksenpad. Ik laat werkelijk heel wat achter me.

Wijs geworden door eerdere ervaringen realiseer ik me, dat ik wat ik verworven heb tijdens dit ritueel wel moet implementeren in mijn dagdagelijkse leventje.

Eindelijk maak ik dan een afspraak om EMDR te gaan doen op datgene wat me hindert op dit pad. Al die mensen, die ik los moet laten. Liefst in liefde. Als het eventjes kan.

Loyaliteit is een prachtige eigenschap, maar je kunt ook overdrijven. Om thuis te komen bij mezelf moet ik vooral thuis geven. Loyaal zijn aan mezelf. Om te beginnen. De rest volgt vanzelf.