Heks is een mevrouw. Maar wel een typisch type. Ik wil niet zitten miepen. Of zeuren, mekkeren, griepen. Ik val nu eenmaal op met mijn lange lijf en heksenkop. Maar wil ik op TV? Nou, nee.

‘Mevrouw, mag ik u iets vragen?’ Heks loopt gehaast door de Haarlemmerstraat. Een kilometer koopplezier, maar nu even niet. Al maanden niet. Desondanks is het er meestal best druk. Vandaag niet. Het regent de halve dag al pijpenstelen. Het knapt een beetje op nu. Maar lekker is anders.

Ik loop gehuld in mijn waxjas met twee hondjes aan de riem. Een pak rauwe cashewnoten onder mijn arm. Ik ben bezig met een listig veganistisch tomatensoepje. Mijn hoofd is bij dat soepje. ‘Ik ga eerst even naar de duinen met mijn blaffers, dan maak ik die soep daarna wel af..’ 

Nog eens: ‘Mevrouw, mevrouw…’ Ik draai me om. Ik ben natuurlijk die mevrouw, ook al voel ik me een jongedame. Voor me staat zo’n jongedame. Een echte. Een leuk fris gezicht. ‘Mag ik u iets vragen?’

Natuurlijk. Vragen staat vrij. Maar het weigeren erbij…….

‘Wij maken een televisieprogramma en ik wil graag dat u mee doet,’ begint ze een heel verhaal af te steken. ‘Nee, nee,’ roept Heks direct. Ik moet er echt niet aan denken.

Een groot voornemen van me is om nooit op TV te komen in mijn leventje. Maar zie dat maar eens voor elkaar te krijgen. Dat valt nog niet mee. Ik heb al eerder medewerking aan een programma geweigerd. Dat was een volstrekt idioot concept rondom een rare weddenschap. Maar zoals vermeld: Geweigerd.

Ik raak aan de praat met de dame tegenover me. Wat een leuke meid! Enthousiast vertelt ze me op verzoek, waar het programma over gaat. ‘Het heet Typisch. Het wordt uitgezonden op NPO2. We gaan nu mensen met honden volgen rondom de avondklok. Ik zag u voorbij komen met uw hondjes, dus ik dacht….’

Ze kijkt een beetje teleurgesteld. Ja, zo’n rare Heks met bontmuts en grote waxjas doet het vast goed op televisie. Maar ik laat me niet verbakken. Wel maak ik een uitgebreid praatje met haar. ‘Hoe heet je?’ vraagt ze me bij het afscheid. Als ik mijn naam zeg, kijkt ze me verbouwereerd aan. 

‘Iemand, een vrouw, die een blog schrijft over winkelend Leiden (Meen ik me te herinneren, het kan ook iets anders zijn) noemde uw naam. Voornaam en achternaam. Ja, echt.’ Nu kijkt Heks verbouwereerd. Wie kan dat nu weer geweest zijn?

‘Ja, u schrijft dat blog, dat vertelde ze er ook bij. Volgens haar moest ik u hebben voor dit programma. Maar als u er geen zin in hebt, dan moet u het echt niet doen, hoor.’

Heks heeft er geen zin in. De ervaring leert, dat zulke dingen je jaren kunnen achtervolgen. Ik heb er ook de energie niet voor. ‘Ik moet altijd kiezen, waar ik mijn energie aan besteed, want ik heb maar heel weinig,’ zeg ik tot slot.

Een kwartier later loop ik in de duinen. Het is er uitgestorven, heerlijk! Ik word helemaal gek van die overbevolkte natuurgebieden. Maar zie: Een beetje regen doet wonderen. Wat mij betreft krijgen we een kletsnat voorjaar.

Als ik in de buurt van de boom van Ysbrandt kom zie ik allemaal graafmachines staan. Een groot stuk duin is afgegraven. Je kijkt opeens vanaf het pad zo op het vennetje. Uitgerukte struiken en omgezaagde bomen liggen op een hoop.

Zo te zien wordt het duin heringericht. Een bezopen concept alleen van toepassing op wat wij hier in Nederland natuur noemen.  Alles wat groen is wordt aangeharkt en bijgeknipt. Een scheve tak aan een boom? Afzagen die hap. Heks krijgt er de rambam van.

Ik maak me zorgen om de boom van Ysbrandt. Daaronder rust zijn as. Wat er nog van over is. De rest zit in de boom. Maar wat voor’n boom! Omgevallen en toch doorgegroeid. Een horizontale stam, waar Heks altijd met een kopje thee op zit te klessebessen met haar spookhondje.

Echt zo’n boom, waar die enge herinrichters een broertje dood aan hebben. Ik vrees voor de boom. Snel loop ik door richting vennetje. Goddank! De boom staat, of beter gezegd ligt er nog. Wel ziet alles er helemaal anders uit. Het waterpeil in het vennetje is drastisch gedaald. De inhoud is nog niet de helft van wat het geweest is.

Lang leve de herinrichting van natuurgebieden……

Ik zwerf anderhalf uur door de duinen. Freya rent als een zot in de rondte. Af en toe lijn ik haar aan, om haar een beetje te kalmeren. VikThor heeft het ook zwaar naar zijn zin. Het laatste stuk hangt alles bij Heks uit de kom. M’n heup, m’n schouders. Mijn rug meldt zich ook op pijnlijke wijze. 

Met twee zanderige hondjes arriveer ik uitgeput bij mijn kanariepiet. ‘Oh ja, ik ben gevraagd voor dat programma,’ schiet er door me heen, als ik de stad weer in rijd, ‘Helemaal vergeten.’

Dat is wat dat gewandel met je doet. Een reset van de kop. Alle muizenissen waaien weg. De rust keert weer.

Vanmorgen zie ik een herhaling van ‘Typisch’ op televisie. Het is me nog nooit opgevallen, dat programma en nu kom ik het natuurlijk toevallig tegen…. Zul je altijd zien.

Typisch!

De hondsdagen zijn voorbij! Het waren zware weken, dus ik ben BLIJ toe! Terwijl ik gaar kook in mijn sop, maalt er van alles door mijn kop…. Ja, dat hoort er nu eenmaal bij.

Het is een rare zomer voor Heks. De hondsdagen  zijn letterlijk hondsdagen dit jaar. Daarnaast hebben we ook nog eens te maken gehad met geweldig hondenweer. Tot slot ben ik natuurlijk hondsmoe van die hondsdolle laatste periode met Ysbrandt……

Gelukkig vind ik nu niet meer alleen de hond in de pot ofwel strooibus bij wijze van urn, maar ook weer achter de voordeur! Nou ja, hond……De pup beter gezegd.

Mijn nieuwe huisgenoot begint zich al aardig thuis te voelen. Ook groeit hij als kool. Elke dag zie ik een paar nieuwe stipjes verschijnen op zijn witte vacht. Z’n vlekje is allang niet meer alleen daar op zijn kleine ruggetje: Hij eindigt waarschijnlijk als het paard van Sinterklaas. Maar dan de hondse versie daarvan!

Vandaag, donderdag, neem ik gas terug. Het plan om met Frogs op stap te gaan laat ik varen. Ik heb al drie dagen pijn in mijn arme buik. Negeren helpt niet. Het zal wel een simpel zomergriepje zijn, maar lekker is anders.

Dus lig ik lekker in mijn bedje. Vanmiddag fiets ik eventjes met VikThor naar het Bosje van Bosman. We rennen over het grasveld en zoeken een plekje halverwege. Een klein uurtje breng ik zo met mijn hondje door.

Elke avond brand ik een kaarsje voor Ysbrandt. Met wat wierook om mijn gebeden kracht bij te zetten. Ik mis Varkentje. Mijn lieve ouwe gabbertje. Daar is geen kruid tegen gewassen, zelfs geen geneeskrachtig pupgewas……

Binnenkort gaat het gewone leven weer beginnen. Vrienden komen terug van vakantie. De koorrepetities nemen weer een aanvang. Ik ga me weer met andere dingen bezig houden dan louter hondjes….

Mijn hoofd loopt nog regelmatig dezelfde gedachtengang na. Of ik dingen anders had kunnen aanpakken. Had ik Ys beter niet kunnen laten castreren dit voorjaar en die tumor maar moeten laten voor wat het was? Ben ik te laat met hartmedicatie begonnen? Het schijnt overigens zinloos te zijn om ermee te beginnen als er nog geen klachten zijn…. Had ik die uiterst zeldzame aandoening kaakmyositis niet eerder moeten ontdekken? Heb ik hem niet voortijdig de dood ingejaagd? En ga zo maar door.

Dat is de ellende als je een geliefd huisdier laat inslapen. Die beslissing is nauwelijks te nemen. Het gaat tegen al je verlangens in. Je loopt een beetje voor god te spelen, maar als je niks doet gaat je diertje door een hel! Kortom: Het houdt je nog geruime tijd bezig…

Deze zomer ben ik ook uit de depressie geraakt. Mijn verblijf in Plumvillage heeft me geen windeieren gelegd. ‘Als ik had geweten dat Yssie nog maar zo kort te leven had was ik nooit gegaan,’ zeg ik tegen Frogs. Toch is het voor mijn vertrek door me heengegaan dat zoiets zou kunnen gebeuren. Ik was er pas gerust op om te gaan toen ik wist dat Frogs de honneurs waar zou nemen.

Ach, arme Frogsie. Hij kwam wel van een hele koude kermis thuis na zijn vakantie. Goddank heeft Varkentje nog een paar weken bij hem gebivakkeerd vlak voor zijn dood. Een geluk bij een ongeluk voor mijn kikkervriend.

Je moet geen slapende honden wakker maken, dat weet iedereen. Maar dode honden bijten niet (al zien ze lelijk), ofwel van doden is geen gevaar te duchten. En: Komt men over de hond, dan komt men over de staart; als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf.

En tot slot een honds Leids glibberspreekwoord: Hij hep een goed hart. Ut had alleen gekookt op sun rug moete hange. Zo hoog dat de honde erbij kunne. (=Iemand is niet aardig)