In memoriam Hawk. Mijn oude vurige aanbidder is niet meer. Een hele bijzondere man is ons ontvallen. Het Leidse Hout staat bol van de verhalen, die over hem rouleren. We gaan hem missen! Rust in vrede, lieve Joop.

Zaterdagmiddag ga ik naar de fysiotherapeut. VikThor wacht zoet in de tuin totdat ik volledig uit de knoop het pand weer verlaat. Nu is hij aan de beurt! En dat weet hij!

Eerst doen we een rondje door het bosje van Bosman. Het is extreem druilerig weer. Mijn viervoetige vriend is binnen de kortste keren zo zwart als een tor. Grijnzend rent hij door de bosjes. Hondjes zijn graag lekker vies. Smeerpoetsen zijn het. Van de bovenste plank.

Op weg naar het Leidse Hout wip ik bij een tweedehands winkeltje binnen. Er hangt een iets op me te wachten volgens mijn kledingengel. Maar wat? Ik scan de rekken met mijn eksteroog. Mijn oog valt op een chique lange wollen jas. Hij zit als gegoten. De lengte is helemaal goed. Verkocht!

Vroeger fietste ik nu door naar Hawk. Ik moet er nog elke week aan denken. Dan zette hij verrukkelijke koffie voor me en vervolgens aten we een boterham met haring. Aansluitend gingen we dan met de hondjes wandelen. Meestal in het bos, waarheen ik nu op weg ben.

In het Leidse Hout komt een Rijst Met Krentenhond me tegemoet rennen. Zijn kop vertrokken in een enthousiaste grimas. Het is Charlie de Dalmatiër! De hond die mijn vriend Hawk altijd uitliet. Ik heb hem al ruim een half jaar niet meer gezien. Net als Hawk. Sinds ik ben opgehouden laatstgenoemde thuis te bezoeken en sinds hij me nooit meer belt lijkt hij van de aardbodem ter zijn verdwenen.

Niemand in het Leidse Hout heeft de hoogbejaarde overigens nog gezien de laatste maanden. Heks informeert regelmatig links en rechts. Maar nee. Geen mens kan me wijzer maken.

Het gaat me te ver om die ouwe snoeper weer op te bellen, maar stiekempjes hoop ik hem weer eens ergens tegen te komen. Nooit gedacht dat ons laatste afscheid dermate definitief zou zijn.

Ik fiets achter Charlie aan. Hij rent terug naar een roepende vrouw ergens in het struweel. Dat zal zijn echte baasje wel zijn. Hawk liet hem louter uit. Net als de Boxer van de buren.

Ik stel me voor aan de dame. ‘Ik was bevriend met Hawk. Zo ken ik Charlie. We gingen elke zaterdagmiddag wandelen met elkaar…… Hoe is het met onze oude vriend? Hebben jullie hem onlangs nog gezien?’ Heks heeft al enige tijd het vreemde voorgevoel, dat mijn vurige bejaarde aanbidder niet meer onder ons is….

‘Hawk is dood,’ de vrouw tegenover me is Russische van origine. Dat heeft mijn oude vriend me al vertelt. Ze spreekt verder met haar zware slavische accent, ‘Hij had heel erg hernia. In september belandde hij in bed. Heel veel pijn en morfine. Hij wilde niet meer. Iek denk, iek weet niet zeker, maar denk dat ….’ ‘Euthanasie…’ knik ik begrijpend.

De vrouw pinkt een traan weg. Of ze heeft een vuiltje in haar oog. Maar dan wel een heel hardnekkig vuiltje.

We praten een tijdje over Hawk. Charlie springt enthousiast om me heen. ‘Dat doet hij normaal nooit. Hij herkent jou, hij grijnst zelfs naar je, dat doet hij alleen bij hele speciale mensen,’ de man van de Russin is ook opgedoken intussen. Evenals hun beeldschone dochter.

Terwijl ik weer verder fiets tuimelen beelden en gedachten door mijn hoofd.

Dus die oude schobbejak is toch gaan hemelen. Hij leek het eeuwige leven te hebben, maar opeens was het klaar. Ik weet niet hoe ik me voel na al die informatie. Het idee van een bedlegerige wegkwijnende Hawk onder de morfine dringt zich aan me op. De man is instant hopeloos verliefd op me geraakt een jaar geleden. Een verliefdheid, die ik onmogelijk kon beantwoorden. Helaas voor hem.

Maar ik was wel stapelgek op die oude baas. En maandenlang hadden we het heerlijk tijdens onze wekelijkse afspraak. Zolang hij negens op uit was. Zo lang hij genoegen nam met samen tijd stukslaan.

Helaas zette hij telkens weer druk op de ketel. Steeds meer druk. Accepteerde hij geen nee. Moest en zou het er toch eens van komen. Wat moest er van komen? Ja, dat dus. Of iets in die richting. Of in elk geval toch wat…….

Heks fietst met een schuldgevoel door het bos. Arme Hawk. Stomme sukkel. Waarom nam je geen genoegen met wat er was? Dat was toch geweldig leuk? Waarom wilde je nu weer zo nodig ‘met de billen bloot’?

‘Ik heb je mijn huis uit gejaagd,’ hoor ik plotseling in mijn geestesoor. Verbeeld ik me dat nu? Nee, ik hoor het opnieuw. En nog eens. Ja, daar in het prachtige oneindige licht is dan toch eindelijk het kwartje gevallen bij Hawk.

Ik peddel van het Leidse Hout naar de Klinkerbergerplas en vervolgens via Warmond naar het Joppe en tot slot door de Merenwijk weer naar huis. VikThor rent zich een ongeluk.

Thuisgekomen brand ik een kaarsje voor hem. Voor mijn oude dierbare vriend. Ik wens hem een goede reis. Ik vergeef hem grif zijn stommiteit. ‘Typisch Hawk,’ giebelt zijn vrouw. Ze zijn weer verenigd in het licht. ‘Zo ken ik hem weer. Echt wat voor hem om je op die manier de deur uit te jagen….’

Ja, er zat leven genoeg in de man!

‘Weet je wat zo bijzonder is, Heks?’ placht Hawk altijd te zeggen, ‘Waar jij woont, precies waar jouw huis nu staat, had ik vroeger een garage. Het was een beetje een raar straatje in het verleden, jouw steeg. Jarenlang heb ik het pand dat daar stond in handen gehad. Op exact dezelfde plek!’ Hij kon er niet over uit!

Ik denk dat er wel meer bijzonder was aan onze vriendschap. Werkelijk vanaf de eerste seconde heb ik de man in mijn hart gesloten. Misschien kende ik hem al eeuwen. Misschien was zijn verliefdheid wel karmisch geïnitieerd. Wie zal het zeggen?

Rust in vrede lieve Hawk. Je was me er eentje!

 

 

Amoebe, die freule, gravin van moddersloot, bouwt waterkastelen, is in haar kleinheid groot. Heks ontdekt de Minions. Eencelligen net als zijzelf. Er zijn wel meer overeenkomsten tussen mij en dit vrolijke volkje…… Zoek de verschillen!


Heks ziet een rare film op televisie. Lamlendig lig ik weer eens een griepje uit voor de beeldbuis, als ik midden in een mij onbekende animatiefilm terecht kom. Het gaat over gekke gele mannetjes. Minions geheten. Ik blijf kijken, omdat ik toch niks beters te doen heb. En na enige tijd ben ik verkocht. Wat een grappige figuurtjes. Wat een idioot gedoe.

Ik ontdek bovendien veel overeenkomsten tussen dit eencellige volkje en deze amoebe. Moi.

Minions zijn van nature vrolijk en goedlachs. Net als Heks. En ze hebben de onweerstaanbare neiging om de groots mogelijke etterbak uit te kiezen als heer en meester. Nog een overeenkomst. Ze keren zichzelf binnenstebuiten om het de snoodaard naar de zin te maken. Ook al herkenbaar. En ze bakken daar geen zak van: Het is nooit goed. I rest my case.

Minions liggen dubbel van de lach als iemand een klap voor zijn kop krijgt. Of uitglijdt over een bananenschil. Ook als ze zelf de dupe worden van deze of gene lijkt het hen niet erg te deren.  Ze doen me denken aan de Heilige Clown ‘Coyote‘. Mijn totemdier.

Ze zijn weergaloos grappig, zoals ze er lustig op los brabbelen in hun onverstaanbare jabbertalktaaltje. Onderbroken door constant gegiechel.

Ik ben niet de enige mens, die weg is van dit volkje. Ooit begonnen als bijfiguren in een andere film hebben ze nu wegens groot succes een eigen film gekregen. Ze zijn mateloos populair, deze domme goedgemutste idioten, die geen onderscheid lijken te maken tussen goed en kwaad……

Zoals ook bijna de gehele mensheid lopen ze achter de eerste beste schurk aan te prossen. Een groot verschil met de homo sapiens is dat ze niet echt op iets voor zichzelf uit zijn. Ze willen slechts een roedelleider. Met een slechte inborst.

Als 1 van de mannetjes per ongeluk koning van Engeland  wordt interesseert het hem geen bal. Hij geeft zijn net verworven kroon zonder probleem aan een enorm vilein manwijf. Een schurkig schatje. Een powerteef.

Het is een idiote film zonder meutige moraal. Maar wel vol humor. En dat bevalt me prima. Het leidt me een beetje af van allerlei rampzalige ontwikkelingen in mijn persoonlijke leventje. Heks heeft ook last van schurkige invloeden. Er zijn padden, die dit kikkertje als een pionnetjes heen en weer schuiven in haar moddersloot. En me daarbij alle hoeken van mijn amoebige zuchkasteel laten zien.

Neem ik me vlak voor de jaarwisseling ten stelligste voor om allerlei dingen los te laten, ben ik binnen een week terug bij af. Door externe invloeden. Door bizarre ingrepen van buitenaf. Door bemoeizuchtig geroer in mijn heksenketel. Door nog meer van hetzelfde. Machteloos gemaakt. Monddood.

Heks voelt al geruime tijd niet meer de minste behoefte om slechteriken ter wille te zijn. Ik heb afgeleerd te geloven dat een doorgewinterde narcist nog kan veranderen. Het is een zure conclusie, maar wel een terechte.

Gisteren komt er een maatschappelijk werkster over de vloer. We zijn bezig om meer hulp te regelen voor dit heksje. In hopeloze fysieke periodes, zoals de laatste vijf maanden bijvoorbeeld, als het me nauwelijks lukt om te koken en te eten, als de hond uitlaten ongeveer het hoogst haalbare is, mis ik een vangnet.

Heks heeft geen familie, die eens iets voor me doet. Ik heb wel familie. Heel veel zelfs. Maar ze komen hier niet over de vloer.

Mijn vrienden leiden hun eigen drukke leventjes. Of ze mankeren zelf van alles. Ik word echt wel eens door hen geholpen, maar het blijft een druppel op een gloeiende plaat.

‘Bij mijn administratie heb ik nu geweldige hulp. Blonde Buurman komt eens in de 2 weken orde op zaken stellen. Dus dat loopt goed. Maar allerlei praktische zaken blijven liggen. Ik heb er gewoonweg de energie niet voor…..’ vetel ik haar als een eventuele buddy ter sprake komt.

Het heeft nogal wat voeten in de aarde om die vorm van hulp  te realiseren. Ik ben er al een tijdje mee bezig.

‘Met een vrijwillige buddy kom je er niet, Heks. Daar moet altijd iets tegenover staan en dat lukt je eenvoudigweg niet meer,’ zegt de praktijkbegeleidster van het Antroposofisch Therapeuticum onlangs.

Heks heeft hulp nodig. De tijd dat ik louter aan het geven was is voorbij. De koek is zelfs al jaren enigszins op!

‘Je bent een hele warme vrouw, maar die mensen hebben je koud gemaakt, Heks,’ zei een paragnost een aantal jaren geleden tegen mij over dierbaren waar ik jarenlang dienstbaar achteraan holde, ‘Dat vind ik heel jammer. Ze hebben je helemaal leeggehaald. je hebt altijd enorm je best gedaan, maar nu is het op. Je kunt echt niet meer…’

En ook:’ Nooit meer jezelf verdedigen, Heks. Geef al die idioten maar gelijk. Zolang jij jezelf blijft verdedigen geef je ongelofelijk veel macht aan allerlei mafkezen. Laat ze maar kletsen……’

‘En hou op met die achterlijke loyaliteit van je. Jij blijft loyaal tot op het bot aan mensen, die het totaal niet verdienen. Nergens voor nodig. Zet jezelf nu maar eens voorop. En als mensen weer met allerlei problemen op de stoep staan, laat je ze maar betalen, als je ze toch weer helpt. Jij hebt genezende handen en bent zo paranormaal als een ui. Net als ik.’

Jammer dat Minions niets hebben met gewone mensen. Ze houden louter van echte slechteriken. Ik zou best een legertje van die grappige kletskousjes om me heen willen hebben. Het is waar, dat hun hulp je doorgaans gestolen kan worden. De snoodaards, die ze trachten te dienen raken zonder uitzondering in de problemen door toedoen van dit kleine gele volkje. Dus voor de taak van buddy zijn ze niet geschikt. Maar ze zijn wel super grappig!

Vreemde vogels vind je overal. Je loopt de hoek om en komt er weer eentje tegen. Soms geven ze je een prachtige roos, maar er zijn ook gevederden, die hopla over je heen schijten. Volgens Chinezen brengt dat geluk. Ik ga dus vast een prachtige jaar tegemoet!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zaterdagmiddag spoed ik me naar de markt. Ik neem mijn hondje mee. Ik wil eventjes naar de Griek voor liflafjes. En naar de Marokkaan voor verse kruiden en prijswinnende haring. Thank God voor onze medelanders. Hoeven we niet aan de aardappelen met jus met de feestdagen.

Als ik de Mare op loop, knal ik bijna tegen een scootmobiel op. Mijn schele eksteroog valt op een gigantische bloem, die de achterkant van het voertuig opsiert. Gestoken op de plek, waar je normaliter krukken kunt plaatsen. ‘Wat een prachtige roos hebt u op uw voertuig zitten,’ roept Heks verrukt tegen de bestuurder van de mobiel. Een stevige Roma vrouw draait zich om. ‘Pakken,’ zegt ze streng.

Verbouwereerd kijk ik in twee schitterende gitzwarte ogen. Ze spuwen werkelijk vuur. Vreugdevuur. Iemand heeft die roos daar geplaatst vertelt ze me in rudimentair Nederlands. Zijzelf heeft ook geen idee wie. ‘Pakken,’ beëindigt ze haar verhaal.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Maar mevrouw, die roos is natuurlijk voor U, ik kan em onmogelijk aannemen,’ jeetje, wat gebruik ik veel woorden. Wat een bloemig taalgebruik. Ik hoor mezelf gewoonweg oreren, maar het helpt niet. Mijn gesprekspartner heeft niet veel woorden nodig.

‘Pakken.’

Zo krijg ik op de valreep van 2018 een prachtige roos cadeau van een echte toverkol. Ik bedank haar uitvoerig, maar daar heeft ze allemaal geen geduld voor. Met een zwaai van haar zwaar beringde hand neemt ze afscheid. De scootmobiel draait vliegensvlug de weg op. Ik versnel mijn pas om haar na te kijken.

Maar waar is ze nu gebleven? Ik speur tussen het winkelende publiek. Tuur de hele Lange Mare af. Zo’n mobiel zie je echt niet over het hoofd. Toch is de dame verdwenen. Opgegaan in rook lijkt wel. Geïmplodeerd met scootmobiel en al. Wonderbaarlijk toch weer.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik loop de markt op. ‘Wat zou het leuk zijn om de Wilde Boerenzoon tegen te komen,’ denk ik bij mezelf. Als ik alles heb gekocht wat ik nodig denk te hebben verlaat ik de warenmarkt. Op het Gangetje komt een reus me tegemoet. Met open armen. Het is de Wilde in persona. ‘Ik hoopte je al tegen te komen, Heks,’ galmt hij me tegemoet.

We spreken af in een koffiehuis. Heks laat snel eventjes haar hondje uit in het park en mijn vriend haalt zijn boodschappen. Een half uurtje later zitten we samen aan een tafeltje. Al snel zitten we uitgebreid te klessebessen.

Eerst met een dame erbij, die Heks net heeft leren kennen. Ze heeft op tweede kerstdag haar 14 jarige hondje laten inslapen. ‘Natuurlijk op een feestdag, dat is altijd zo. Het was volstrekt onverwacht. Maar ja, ze was natuurlijk wel stokoud voor een labrador/herder combinatie,’ verzucht de vrouw verdrietig.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Intussen kriebelt ze VikThor achter zijn oortjes. Hij gaat er helemaal voor liggen. ‘Dank je wel, dat ik me eventjes heb mogen vergrijpen aan je hondje,’ glimlacht ze bij het afscheid.

Nadat ze is vertrokken neemt een mij onbekende man haar plaats in aan het tafeltje voor het raam. Ik haal snel mijn in de hoek geparkeerde boodschappentas en dikke jas weg. ‘Niet nodig,’ wuift hij, maar ik heb alweer iemand lopen pleasen voor ik het in de gaten heb. Ik zet de spulletjes op de stoel naast me.

Terwijl ik met de Wilde zit te praten schuift er nog iemand aan bij de man aan de tafel naast ons. Een ouwe hipster met een lange baard. Ze gaan samen kranten zitten lezen. Af en toe bespreken ze wat ze tegen komen. Terwijl ook wij doorpraten bekruipt me een naar gevoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Uit de rug van de eerste man groeit een bult ergernis. Ik voel het geërgerd tegen me aanschurken. ‘Niks van aantrekken, Heks,’ zeg ik tegen mezelf. Misschien verbeeld ik het me overigens. Ik buig me voorover naar de Wilde. Het is rumoerig in het koffiehuis. Ik kan hem nauwelijks verstaan.

Plotseling schiet de kerel naast ons finaal uit zijn slof. Hij draait zich om met een woeste vuistbeweging. Slaat in de lucht pal naast me. Schreeuwt dat ik mijn stomme achterlijke kutbek moet houden. Brult nog wat zeer onaangename dingen in mijn richting. En als een duveltje verdwijnt hij weer in zijn dozige zelf. Draait zich weer om. Leest gewoon verder.

Alsof hij zich niet zojuist gigantisch heeft misdragen.

Ik zit te shaken van schrik. Al mijn zenuwbanen slaan op tilt. ‘Gaan we ons hier iets van aantrekken?’ zeg ik echter rustig tegen de Wilde, ‘Ik dacht het niet toch? Als hij rust en stilte wil gaat hij maar kranten lezen in de bibliotheek! Hier heb ik geen zin meer in. Ik heb vaak genoeg van dit soort miezerige mannetjes op mijn kloten gekregen!’

De hipster vriend van de idioot draait zich om. Hij begint een heel verhaal over lawaai en dat we misschien toch wel hard praten. Het lijkt me een redelijke kerel. ‘Het is hier uitermate rumoerig, beste man, ik kan mezelf bijna niet verstaan. Ik wil best rekening houden met iemand, die het vriendelijk vraagt. Uw vriend is uitermate onbeschoft.’

©Toverheks.com

Tot mijn verbazing geeft de man dat grif toe. Er ontstaat een gesprek tussen de Wilde en de man over dit soort lompe communicatie en hoe het beter kan. De sukkel naast hem zegt geen woord. Hij zit zogenaamd verdiept in zijn lectuur nadrukkelijk te zwijgen.

Geen excuus. De lul vindt het de normaalste zaak van de wereld om zo uit te halen naar een wildvreemde vrouw. Het is overigens bepaald niet de eerste keer dat ik zoiets meemaak. Is hij beledigd, dat ik hem niet zag staan, toen hij binnenkwam? Waren dat soms avances die hij maakte in eerste instantie? Wil hij wellicht aandacht?

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Wat gebeurde daar nu eigenlijk, ik heb nog nooit zoiets gezien, wat een agressie. En het was echt totaal op jou gericht. Bizar gewoonweg. En ik bleef volledig buiten schot, volgens mij vond hij mij zelfs wel aardig. Volstrekt gestoord. Gaat het weer een beetje? Jij vertelt wel vaker zulke verhalen, Heks, maar nu zag ik het met mijn eigen ogen. Wat een idioot. Ik zat helemaal te trillen na die uitval. Jij ook?’ vraagt De Boerenzoon achteraf bij het afscheid.

Ja, wat zullen we ervan zeggen? Heks heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op narcistische randdebielen. Altijd gehad. Deze man lijkt sprekend op mijn ex. Zowel qua uiterlijk als qua gedrag. Een mooie man met een slecht karakter. De kunst is om het niet meer binnen te laten komen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Oudjaarsdag mediteer ik met de schedelheksjes voor de vrede. Precies om 1 uur ’s middags arriveer ik bij Maan. Zij organiseert dit elk jaar. ‘Overal over de wereld doen lichtwerkers mee aan deze meditatie. Om 13.00 lokale tijd. Het gaat als een golf de wereld rond,’ aldus mijn lieve heksenvriendin.

Zoals elk jaar worden we verwend met heerlijke mince pies en koekjes. Op de salontafel staat een prachtig veld vol kristallen. Draken, elfen, raven en heksenvingers….. en heel veel kristallen schedeltjes. Maan plaatst mijn meegebrachte kristallen vrienden in het veld. Even later begint ze met de geleide meditatie.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ze neemt ons mee de ruimte in. Op drakenruggen rijden we door het universum. We kijken naar die prachtige heksengolf van liefde en vrede, die de aarde omspoelt. Heks knikkebolt, zo ver weg zijn we. Na twee minuten is het alweer klaar. Een lichtflits. Een ademtocht.

‘Hoe lang zijn we bezig geweest, Maan?’ Nou toch zeker drie kwartier. Maar ja, buiten tijd en ruimte. Geen wonder dat je het besef daarvan een beetje kwijt raakt.

‘Lieve Heks, ik was zo blij met je laatste blog. Je bent al drie jaar aan het afgeven op alles en iedereen, maar het wordt tijd om los te laten! Doorzetten hoor, lieverd! Een prachtig jaar toegewenst. Komend jaar ga ik de maandelijkse schedelmeditaties weer oppakken.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ja, het is tijd om los te laten. Alle onterechte agressie. Alle kledders voor mijn kop. Al die keren, dat ik boksbal ben geweest van machteloze mensen. Genoeg moois te beleven in de wereld. Ik hoef de deur maar uit te lopen en ik krijg al een schitterende roos van een levensechte heks bijvoorbeeld!

Het leven kietelt je onder de kin en slaat je om de oren. Het is maar de vraag wat je binnen laat komen. Rumi spoort ons aan om alles welkom te heten. En misschien is dat wel het hele eieren eten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik heb teveel nee gezegd de laatste  jaren. Dit wil ik niet. Dat wil ik niet. NEE, NEE, NEE.

Is het niet eens tijd om JA te zeggen? Uit de grond van mijn hart. Tegen alles wat ik wel wil!

Oud en nieuw vier ik alleen. Steenvrouw kom even eten. Ik bel een uurtje met de Don. Rond tien uur lig ik languit te kijken naar Esio Trot. Een geweldig leuke film over echte liefde. Tussen lieve mensen. En vooral ook over geduld.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Rumi

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.

 

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

 

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

 

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…….

 

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

 

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Knibbel knabbel krielkip? Heks lacht zich de hik. Over goedgelovigheid en godgeklaagd flauwe grappen. Heeft God humor? Houdt de Godin van een geintje?

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Heks heeft zichzelf toegesproken. En ze heeft zichzelf iets beloofd.

Na jaren achterstallige woede oprispen en onmachtig schelden in mijn eentje is het mooi geweest. Ik snap nu eindelijk dat ik er niet aan ontkom om al die onwelkome gevoelens te voelen. Niet als ik wil veranderen. Meer van hetzelfde is geen optie meer, want de schellen zijn van mijn ogen gevallen. In etappes. Langdurige ellendige zeewaterige etappes. Tegen de klippen op. Met tegenwind. Tegenstorm.

Zo dus.

Op televisie is het Carbonara effect bezig. Een goochelaar neemt mensen systematisch bij de neus met allerlei fantastische lulverhalen. Hij verandert bijvoorbeeld zijn vriendin in een kip. Veel heren zouden het verschil niet eens zien, maar de dame, die hij beduvelt is met stomheid geslagen.

‘Dat is je vriendin, denk ik,’ fluistert ze angstig nadat de bewuste vriendin in een creepy kraakpand vol pentagrammen, gedroogde kippenbotjes aan een koord en bloederige teksten op de muur, met mobiele telefoon en al is ontploft voor haar ogen.

Er staat opeens een bruine kip precies op dezelfde plaats. Hekserij natuurlijk. Ze gelooft het direct. Als ik beweer met overleden dierbaren te praten word ik voor gek verklaard, maar je vriendin veranderen in een krielkip is gewoon uitermate geloofwaardig.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Mensen zijn volledig Ver-Harry-Potterd de laatste decennia. Compleet van de pot gerukt natuurlijk.

Als je beweert dat alles energie is en begint over heilige geometrie kijken de meeste mensen je heel glazig aan. Ook het bestaan van leven buiten onze blauwe planeet vinden hele volksstammen uiterst onwaarschijnlijk. Maar idiote denkbeelden over een mannelijke god, die vindt dat seks voor het huwelijk zonde is en beffen niet halal vinden gretig aftrek.

Ook deze gekke illusionist gelooft men graag grif. Negen van de tien mensen, die hij voor het lapje houdt trapt daar helemaal in. Hoe onzinniger het verhaal, hoe dieper hun geloof!

Ik loop een laatste ronde door de wijk met mijn hondje. Het is laat. De maan staat aan de heldere hemel. Ik kijk zo het heelal in. Kijkt het heelal naar mij? Ziet het me hier lopen in die nauwe straatjes?  Op die kleine klinkertje?

Onder de klinkertjes begint nog een wereld. Wat weten we eigenlijk van wat zich allemaal in Moedertje Aarde afspeelt?

De goochelaar op televisie jaagt een jongeman de stuipen op het lijf door een aantal tuinkabouters te verplaatsen. De heren zijn samen een tuintje aan het opknappen. De goochelaar doet zich in dit item voor als hovenier.

De stenen kabouters staan plots in een kring om hen heen. Brrrrrrr……..De jongeman schrikt zich een ongeluk. Doodsbang is hij, vooral als blijkt dat 1 kabouter de autosleutels heeft afgepakt……. Ze zitten stevig vastgeklemd in zijn keramieken knuistjes.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Heks zit te schudden van de lach. Mensen zijn zo goedgelovig. Ik heb me ook jaren laten bedotten. Niet door dit soort onzin, maar door gewone medemensen. Vooral door de meer narcistische variant daarvan.

De kunst is om dingen te zien voor wat ze zijn. En niet verbitterd te geraken.

Geloof je dan helemaal niet in magie, Heks? Juist wel. Het hele leven is magisch als je er oog voor krijgt. Het verandert modder in lotussen. Alleen: Zolang je nog in de shit zit merk je er weinig van.

De wereld is vol magie. Alle werelden. Kabouters zijn vaste bewoners van mijn heksenhuis. Dat gedoe met sleutels ken ik ook van hen. Ze verstoppen de mijne met enige regelmaat! Gewoon voor de grap. Verder zijn het prima huisgenoten. Ook heb ik hier meermalen een geliefde in een stuk pluimvee zien veranderen. Soms een goudhaantje. Meestal haantje de voorste.

En dat terwijl veranderen toch zo ontzettend moeilijk is voor ons mensen. Uit je groef komen. Je ogen openen voor de werkelijkheid. De ander zien en vooral jezelf zien. En dan de hele mikmak vergeven.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Want laten we wel wezen: De mensheid klungelt maar wat aan. Zelfs de ergste narcist is in wezen niet benijdenswaardig. Het zijn misschien klootzakken en stomme mutsen, maar wel verrekt eenzame klootzakken. En godverlaten duivelse dozen.

‘God, wij zijn geschapen naar jouw beeld staat er in de bijbel. Dat zit me dwars. Want kijk naar ons mensen: Onbetrouwbaar, onbebouwbaar, wispelturig, hebberig, afgunstig, geniepig, gemeen en ga zo maar door. Iedereen heeft deze eigenschappen in mindere of meerdere mate. De huidige maatschappij speelt volledig in op die kwalijke kwaliteiten. Alles is een wedstrijd. En valsspelen wordt beloond.’

‘Kijk maar naar dat walgelijke televisieprogramma ‘Utopia’, waar mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Ik kan er gemiddeld niet langer dan een kwartier naar kijken. Dan ben ik instant depressief.’

Zijn wij naar Gods beeld geschapen? Of hebben wij God geschapen naar ons beeld? Ziet een vis een geheel andere Schepper? Of een krielkip? Mijn Boeddhistische leermeester Thay beweert het laatste.

Zijn we van nature goed of slecht? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je mensen aan elkaar en aan de elementen overgeleverd met een vlot de zee op stuurt?
 ©Toverheks.com
©Toverheks.com

Inspirerende vrouwen 2, Beth Hart. Heks kijkt tot diep in de kerstnacht met 1 oog naar een documentaire over deze bijzondere vrouw. Als ze echter ‘God take it easy on me, I break easily,…, I will trust you, I will let you hurt me carefully’ gaat zingen met haar rauwe loepzuivere stemgeluid ben ik weer klaarwakker. En instant fan. Dat nummer is tevens mijn lievelingslied vanaf nu.

Vandaag hoef ik niets. Ik moet nergens heen. Alle behandelaars zijn met vakantie. Mijn vrienden liggen massaal uit te buiken van allerlei woeste kerstdiners. Mijn familie is weet ik waar wat aan het doen. Waarschijnlijk aan het werk, want ledigheid is des duivels oorkussen in mijn clan.

Geen wonder, dat ze mijn ziekte totaal niet zien zitten: Ik voer al jaren helemaal niets uit. En als ik al eens iets uitvoer, dan lig ik vervolgens maandenlang voor Pampus. Zelfs vakanties vieren is doorgaans te hoog gegrepen voor dit heksje. Maar leg dat maar eens uit aan mensen, die altijd alleen maar aan het werk zijn. Ook op feestdagen.

Een loser ben ik. Al jaren. Geen wonder dus dat ik altijd overal een mooi verhaal van maak. Op familiefeesten beweerde ik bijvoorbeeld, nog jaren nadat ik ziek was geworden, druk met mijn studie bezig te zijn. Terwijl ik alleen maar in bed lag te rotten…..

Ik stond nog wel als student in geschreven overigens. Ik wilde ook wel studeren. Soms lukte het me zelfs om een college te volgen. Maar het overgrote deel van de tijd lag ik eenzaam in mijn studentenkamertje te creperen. Zonder geld, want ik had geen beurs en kon door die onbegrepen kloteziekte ook niet meer bijverdienen met allerlei kutbaantjes. Zoals de jaren daarvoor.

Na jarenlang doodziek te zijn geweest knapte Heks een beetje op. Voor ik het wist ging ik aan het werk natuurlijk. In het familiebedrijf. Ideetje van mijn moeder.

Twee keer twee uur in de week. Woensdag en donderdagmiddag. Een dag ertussen om uit te rusten zou beter zijn geweest, maar dat kon dan weer niet.

Ik sleepte me er met zoveel moeite heen, dat ik wel eens te laat kwam. Daar werd hoog aan getild. Dan werden mij eens goed de oren gewassen door deze of gene. Als ik te ziek was om te werken haalde ik het op een andere dag in. Vanzelfsprekend.

Laag zelfbeeld en je een loser voelen blijkt als een epidemie door bepaalde takken van de familie te woekeren merk ik als ik weer eens wat familie spreek. Heks is niet de enige minkukel. Gelukkig krijgen de nieuwe misbaksels wel alle steun van hun omgeving om hun ontspoorde leventje weer op de rit te krijgen. In plaats van hun vermeende tekortkomingen er nog eens extra goed in te wrijven.

‘Heks, je bent de oorzaak van alle ellende in ons gezin. Je moet maar naar een tehuis. We hebben alle informatie opgevraagd,’ hoorde ik als veertienjarige van mijn opvoeders, toen ik in de Jelgersmakliniek poliklinisch zat af te kicken van de valium.

Die had ik mezelf natuurlijk niet voorgeschreven. Maar blijkbaar was het niet genoeg, dat ik rondliep als een zombie. Ik moest helemaal wegwezen. Over ultieme afwijzing gesproken.

Ik wilde niet weg, ondanks dat mijn vader me regelmatig verrot sloeg. Nadat mijn moeder me uitleverde. Je hangt nu eenmaal aan alles wat bekend is als kind. Liever verraden en lens geslagen door een familieleden dan opgroeien tussen wildvreemden.

‘Heks, jij bent zo labiel. Je bent mijn meest getalenteerde kind, maar je doet er helemaal niets mee,’ placht mijn moeder het stokje over te nemen, nadat mijn vader er niet meer was. Ik had toen al in ernstige mate ME. Ik wilde heel graag van alles doen met mijn talenten, maar de energie ontbrak. En ik was strontziek. Nooit een compliment, dat ik me zo goed staande hield met mijn ziekte.

Tot slot heeft ze ultieme wraak genomen op de verloren dochter. Vijf jaar geleden kwam ik achter allemaal ellendige financiële zaken, die ze stiekempjes heeft zitten regelen achter mijn rug om.

Er zijn mensen, die menen, dat al haar misselijkmakende manipulaties bedoeld zijn om me te helpen. Maar ik weet toch zelf wel of ik ergens mee geholpen word of gestraft? Helaas kan ik er nooit meer iets over zeggen tegen die vrouw, ze was toen ik overal achter kwam al niet meer aanspreekbaar door die verrekte Alzheimer. Tegenwoordig rent ze heel hard weg als ze me ziet. Alsof ik haar weet ik wat misdaan heb…….

Ik heb haar juist jaren gedragen! In die moeilijke tijd, nadat mijn vader overleed. Ik was haar steun en toeverlaat. Meermalen ben ik met haar op reis gegaan. Thailand, Mexico. Allemaal op eigen kosten, ze mocht zogezegd met me mee. Er zijn nogal wat mensen, die denken, dat ze die reisjes voor me betaalde.

Niet dus. Geeft niks. Studie ook zelf betaald. Daarvan wordt ook vaak gedacht dat mijn ouders dat betaald hebben. Ik heb wel 5000 euro van hen geleend. En die moet ik twee keer terugbetalen. Een rente van 100% notabene!!!!!! Ik had het nog beter bij een woekeraar kunnen lenen.

Mijn zwaar demente moeder is de eerste afbetaalregeling van vijftien jaar geleden helemaal vergeten, dus toen iemand haar onlangs vroeg of ik het had terugbetaald meende zij van niet. En dan geloof je haar natuurlijk en niet Heks. De financiële man die deze vereffening der schuld destijds voor me heeft geregeld lijdt ook plotseling aan een soort tijdelijke Alzheimer. En zijn hierbij betrokken vrouw ook. Heel apart.

Een leven kan raar gaan. En wat heb je er aan? Ik worstel al jaren met een karrenvracht woede, een rijstebrijberg venijn, geen doorkomen aan. Het doorkruist intussen wie ik ben. Soms herken ik mezelf niet meer. Wie is die vreemde verlepte vrouw, die me mistroostig aanstaart in de spiegel?

Ik ontdek iets belangrijks. Ik ontdek eindelijk na 58 jaar wat er mis met me is. Ik heb een ernstige hechtingsstoornis. ‘Jeetje,’ realiseer ik me, als ik de diverse vormen van deze problematiek bestudeer, ‘Mijn eerste liefje had er ook last van. Alleen had hij een andere vorm. De variant, waarbij je ziekelijk jaloers wordt……’

‘Wat een ongelukkige samenloop van omstandigheden, want het was zo’n leuke vent. Ik ben juist zo onveilig gehecht, dat ik niemand meer echt dichtbij laat komen. Ik doe altijd het liefst alles zelf. Alleen. Autonoom. Ik wil van niemand afhankelijk zijn en al zeker niet van een man. Dat zat er al heel vroeg in.’

‘Dus jaloerse typjes met hun controledwang doen het niet goed bij Heks. Zelfs God, hoe liefdevol en eeuwig ook, kan de tering krijgen wat dat betreft. Je weet maar nooit wat er weer tegenover komt te staan. Moet ik zieltjes gaan lopen winnen voor die patriarchale toko ofzo. Laat maar. Ik zorg voor mezelf.’

Eerste kerstdag luister ik een heleboel keer naar het prachtige lied van Beth Hart. In de kerstnacht heb ik een documentaire over haar gezien. Half slapend. Totdat dit liedje kwam, ik was direct klaarwakker. Ze zingt mijn leven.

Ze drukt in dit lied precies uit hoe ik me voel momenteel. En waar ik zo’n behoefte aan heb. En ook mijn angsten verwoordt zij perfect met haar hese machtige stemgeluid.

Ik luister en luister. Allemaal verschillende versies passeren de revue. In eentje daarvan zit ze in een rokerige tent morsig en fors achter haar piano. Mensen kletsen erdoorheen, het is een amateuropname. Zo te zien is het in een hele slechte periode van haar leven.

Beth Hart is ook ziek, net als Heks. Ik heb wel eens ten onrechte de diagnose bipolair gekregen, nadat een behandelaar me bijna de dood in had gejaagd met een stevige dosis Prozac. ME patiënten kunnen niet tegen dit soort middelen. Ik werd er uiterst suïcidaal van in elk geval. ‘Ja, daar raken we mensen op kwijt,’ was de legendarisch laconieke reactie van de man die de gewraakte pillen voorschreef. Het kon hem dan ook echt geen zak schelen, dat ik me van kant wilde maken door die troep.

Beth is gelukkig in de liefde! Ze heeft een hele lieve man….

‘Je hebt geen ME,’ probeerde hij zijn gelijk te halen. Hij zag me toen voor de tweede keer. Hij kende me al bijna tien minuten! ‘Je bent bipolair. Ik ga je uppers en downers geven…’ Nog grabbelend naar zijn receptenboek maakte hij zich snel uit de voeten, toen Heks begon te dreigen met een proces. Dat is het voordeel van een goeie rechtsbijstandverzekering: Je kunt je enigszins verweren tegen zulke griezels.

Beth Hart is bipolair. Maar het duurde eindeloos lang voordat die diagnose werd gesteld. Tot die tijd behielp ze zich met zelf gekozen uppers en downers. Van de zwaar verslavende soort. Vanaf jonge leeftijd ook. Dat ze heel wat tijd in rehab heeft doorgebracht is dan ook geen wonder.

Wel bewonderenswaardig. Want ik geef het je te doen. Zo’n ziekte accepteren. Afkicken van middelen, die je erdoorheen hebben gesleept. Je leven inrichten op je aandoening. Beth kan bijvoorbeeld niet heel veel optreden of toeren. Ze moet zichzelf echt in acht nemen.

Heks is helemaal dol geworden op deze vrouw. Instant fan. Volgend jaar ga ik naar haar concert heb ik besloten. Ik moet wel een annuleringsverzekering afsluiten, want ja, ik weet natuurlijk niet of ik dan een enigszins goeie dag heb. Andersom geldt dat ook. Als alles meezit gaat het gebeuren. En dat is goed genoeg.

  Beth Hart – Take It Easy On Me

God bless this, God bless that
God I miss you now
All the people left when the blue sky crashed
And I can’t do this alone
I am scared to change and to stay the same
When I’m calling out your name

 

Take it easy on me
I will trust you I will let you
Hurt me carefully
Take it easy on me
I break easily and this steal butterfly
Will learn to fly eventually
God take it easy on me

 

When I talk like that
When I tear me apart
When I raise my voice
I break my heart
But if I gave it up, let the wall come down
Would you take my hand, would you show me how
I don’t know my place
I don’t know my own face
Just the lines I can’t erase

 

No I was never one to lean on
Fighting this war against the wind
When I find ground to rest my feet on
I will lay my weapons down

 

Inspirerende vrouwen 1: Marina Abramović. Heks ziet de documentaire ‘Marina Abramović: The Artist is Present’ op 2 doc. Een aanrader! Prachtige vrouw, schitterend werk, inspiratie alom! Ze heeft jarenlang in Amsterdam gewoond, toen Heks daar ook woonde. Had ik het maar geweten……..

Onlangs kijk ik naar een documentaire over Marina Abramović: ‘The Artist is Present‘. Een ongelofelijke aanrader. Ik val ergens halverwege in het verhaal. Raak geboeid. Kan niet ophouden met kijken. Moet de hond uitlaten, dus moet stoppen…..

Later kijk ik het programma van voren af aan. En nog eens. Wat een vrouw. Wat een kracht. Wat een bijzondere vrijgevochten representante van mijn doorgaans ondergesneeuwde sexe. Fantastisch. Heks is helemaal verliefd op haar geworden!

Alles aan deze dame fascineert me. Hoe ze als jonge vrouw al naam maakte met haar vergaande heftige performances. Een vorm van kunst, die na een ware opmars in de jaren  zeventig van de vorige eeuw jarenlang in het verdomhoekje heeft gezeten.

Heks deed als jonge vrouw ook aan performances. Vraag me niet hoe ik in godsnaam op het idee ben gekomen indertijd, want er was nog geen internet bijvoorbeeld. En ook in bibliotheken was niets te vinden qua documentatie op dit gebied. Noch was ik in het kleine provinciestadje Leiden in contact met hedendaagse stromingen of vernieuwende kunstvormen.

Toch danste ik als twintigjarige samen met een vriend in ondergoed op parachuteschoenen voor een levend decor met armen en benen. Op de Boléro van Ravel.  Hier  in de Waag. We wilden eigenlijk ook wat piemels mee laten doen, maar het bleek in de praktijk onmogelijk om mannen te vinden, die hun geslachtsdeel hiervoor beschikbaar wilden stellen. Zelfs niet als we hen dronken een waterdicht contract hadden laten tekenen.

Dat idee hebben we dus maar laten varen.

‘Wie stelt arm of been beschikbaar voor levend decor?’ stond er in de krant bij de mini advertenties. Goddank had mijn medespeler een hele grote familie. En wist ik mijn jongste zus en haar vriendje te strikken voor de job.

Zodoende kwam alles toch nog voor elkaar: Zaten er een man of tien, vijftien met hun armen door het decor gestoken te zwaaien, met hun vingers te knippen, of wat de choreografie dan ook dicteerde, terwijl wij woest in de rondte dansten. Op die loodzware parachuteschoenen……..

Ook heb ik wel in een enorme kijkdoos gezeten het levensgevoel van de mensheid onderzocht. Mijn publiek moest kiezen uit een serie van tien kijkdozen, waarin in oplopende mate het leven werd vertegenwoordigd.

In nr 1 lag bijvoorbeeld een dooie rat en Witte Kruispoeders. In nr 10 knalde een bloeiende gouden regen en de geur van tuinkers je tegemoet. Een half levend, half dood gesminckte Heks hield vanuit haar eigen doos de uitkomst bij in een enorme grafiek.

‘Het was doodeng om dat nummer aan je door te geven,’ mijn oude gymleraar van de middelbare school kan er achteraf niet over uit. Hij is zich rot geschrokken van Heks. En dat terwijl ik dacht dat het voornamelijk voor mij erg spannend zou worden daar in die enorme kijkdoos.

Debiele telefoons waren er nog niet. Ik had louter een stokoude ‘kodak cadeau’. Daar was binnenshuis geen fatsoenlijke opname mee te maken. Ik heb er dan ook helemaal geen foto’s van. Van geen enkele rare act uit die tijd.

Marina Abramović is van een geheel andere orde dan mijn provinciale gekeutel. Zij staat bijvoorbeeld spiernaakt op het podium en kerft een pentagram in haar buik. Met een scheermes. Tijdens die performance komt ze haar beroemde geliefde Ulay tegen.

Hij is dan nog niet beroemd en sinds het uit is ook niet meer, maar zolang hij met haar samen was vormde hij de helft van een wereldberoemd liefdeskoppel. Alles uit de kast. Geen experiment wordt geschuwd. Zelfs het einde van de relatie vormt zich om tot een kunstwerk.

Drie maanden lang lopen de geliefden over de Chinese muur naar elkaar toe. Elk vanuit een andere richting. Als ze elkaar treffen is het einde verhaal. Ulay heeft de Chinese tolk zwanger gemaakt.

‘We groeiden uit elkaar. Ulay begon drugs te gebruiken en steeds meer te drinken. En hij begon links en rechts vreemd te gaan en dat heeft me enorm gekwetst,’ aldus Marina, ‘Toen hij die vrouw zwanger had gemaakt vroeg hij mij notabene wat hij nu toch moest gaan doen….’

‘Zoek het uit, ik ben weg….’ en zo spatte dit symbiotische liefdeskoppel bovenop die eeuwenoude hoog opgetrokken muur uit elkaar. Door de veel hoger opgetrokken muur tussen hen in. Nou ja. ‘De enige echte goeie  en gezonde symbiotische relatie is die met je hond,’ beweer ik altijd. En daar blijf ik bij.

‘We gingen allebei vreemd, maar zij deed dat met een vriend van ons, en dat heb ik niet gedaan,’ Ulay’s waterige oogjes kijken mistroostig een een beetje geniepig in de camera. Hij wordt natuurlijk ook geïnterviewd voor de documentaire. Je kan nu eenmaal niet om de man heen, hoewel iedereen dat lijkt te willen.

De ontgoochelende ontknoping van deze wereldberoemde liefdesrelatie lijkt overigens sterk op de knullige afloop van de liefdesgeschiedenis van een kunstenaarskoppel hier in Leiden ooit. Hij hing zijn geslacht jarenlang stiekempjes in elk gat dat bewoog totdat het echtpaar een kind kreeg. Toen vond hij dat opeens niet meer kunnen. Huh?

Het huwelijk strandde op de uiterwaarden van zijn bedrog. De vrouw wist nog geen fractie van wat zich werkelijk had afgespeeld, maar het was genoeg om de relatie te beëindigen. Na enige tijd kreeg ze verkering met een huisvriend van het stel. En wat denk je? Had zij het dus gedaan. Lag alles opeens aan haar. Was hun relatie naar de knoppen door haar verraad. Was zij een vieze vuile slettebak………

Ulay kan er ook wat van, dingen verdraaien zodat je er zelf mooi op staat. Dingen totaal omdraaien. Hij is dan ook jaren wel gevaren bij de relatie. ‘Het kunstenaarsechtpaar Ulay’ lees ik ergens. Op patriarchale wijze wordt voor het gemak het hele paar genoemd naar de man. Totale onzin natuurlijk, maar het geeft een kleine indicatie hoe hard de klap van absolute vergetelheid voor hem moet zijn aangekomen.

‘Toen het uit was koos zij voor het grote geld, ze ging het theater in,’ mispelt de man kwaadaardig. Hij heeft zelf nauwelijks nog iets verdiend, nadat ze ieder hun eigen weg gingen. Middels een rechtszaak in 2016 heeft hij nog een paar ton kunnen opstrijken, maar ik bespeur toch behoorlijk wat kinnesinne aan zijn kant van het verhaal.

Heks moet dan ook hartelijk lachen. Ze gaat voor het grote geld in het theater. Hahahahahahahaha. Het grote geld. In de theaterereld. Wat een giller.

Marina Abramović gaat ook na de breuk vrolijk verder met haar opmars in de beeldende kunst. Met als absoluut hoogtepunt  haar overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York in 2010: ‘The Artist is Present’.

Daar zit ze elke dag urenlang aan een tafel. Ze doet niets. Is alleen maar aanwezig. Kijkt mensen daarbij aan……..

Als haar oude geliefde Ulay op een dag tegenover haar plaatsneemt en ze in tranen zijn handen pakt gaat iedereen applaudisseren. Haar ex trekkebekt een beetje met zijn gare warhoofd. Zijn waterige oogjes loeren in afwachting over de tafel. Als ze haar handen uitstrekt zie ik een triomfantelijk lachje over zijn gezicht glijden. Wat er in hem omgaat is moeilijk te peilen. Als er al iets in hem omgaat…….

Zes jaar later sleept hij haar voor de rechter.

Er helemaal zijn. Aanwezig zijn. Dit is waar het om gaat. Als een spirituele leider het zegt gelooft geen mens het. Boeken zijn erover volgeschreven, maar doorgaans kiest de mensheid voor vluchten, vechten of bevriezen.

Er gewoon zijn, met alles, ook pijn? Niet zo fijn.

Als je Marina echter ziet zitten aan haar tafel midden in het museum. Wekenlang. Elke dag. Met telkens een ander medemens tegenover zich. Mensen die ze doorgaans niet kent….. Als je haar zo ziet zitten… Mensen barsten in tranen uit. Een jongeman legt devoot zijn hand op zijn hart en draait zijn ogen omhoog alsof hij tegenover een heilige zit. De Heilige Moeder.

Natuurlijk beginnen allerlei figuren haar te vereren. Dat is des mensen. Gelukkig is zij daar allemaal niet erg gevoelig voor.

Maar wat ze laat zien kun je zelf ook doen. Door gewoon in het moment aanwezig te zijn en mensen aan te kijken. Te ontmoeten. Je hoeft er niet eens voor in een museum te gaan zitten op een stoel met een gat. Zoals Marina. Zodat je eventueel kunt plassen indien nodig. Als er een zeikerd tegenover je zit bijvoorbeeld.

Heks is helemaal enthousiast. Tevens heb ik zin om weer eens een performance in elkaar te draaien. Buurman komt langs. We hebben natuurlijk nog altijd samen ons Dikkertje Tromkoor. In ruste momenteel, maar wellicht is de tijd daar om ons koor van stal te halen.

‘Laten we iets gaan maken over de Baron van Munchhausen,’ gillen we na een klein halfuur brainstormen. Buurman is over deze historische fantast begonnen. De meest idiote scenario’s passeren de revue. We raken geïnspireerd!

‘Ja, een voorstelling over wat de Baron van Munchhausen claimt te hebben gedaan en wat hij had kunnen doen!’ maken we het materiaal om uit te putten zo breed mogelijk.

Dus wie weet gaan jullie het nog meemaken dat Heks weer op de planken staat. Een eenmalige voorstelling natuurlijk. Een soort ouderwetse performance in de vorm van een revival van ons Dikkertje Tromkoor.

 

Zalig kerstfeest lieve lezers. Heks zit heel alleen kerstfeest te vieren. Maar van eenzaamheid is goddank geen sprake! Ik vermaak me eigenlijk best.

Kerstavond reanimeer ik mezelf richting kerk. Gloeiendhete douche, bak sterke koffie en een hap pijnstillers doen wonderen. Flinke kwast over de kaken en ik lijk net een mens. In plaats van een lijk. Helemaal niet gek gedaan, Heks!

Kortjakje plof neer op een plekje achterin de kerk. Naast me schuiven twee dames aan. Een moeder en dochter? Het lijkt erop. De overigens volwassen dochter zoekt verwoed in de liturgie naar het liedje, dat de goegemeente aan het zingen is. We zingen altijd een vol halfuur voorafgaand aan de dienst. Ouderwetse kerstliedjes.

‘Hier,’ ik wijs het betreffende liedje aan. ‘Ik ga toch echt niet meezingen, hoor,’ grijnst de jongedame ondeugend. ‘Ik wel,’ grijns ik terug. Vandaag heb ik weer eens geen stem. De hoge regionen kan ik alleen bereiken als ik er op een bepaalde manier naartoe beweeg met mijn stem.

En daar leent het gemiddelde kerstliedje zich niet voor. Zo rommel ik maar zo’n beetje tussen de octaven. Zing sommige passages heel zachtjes, hoog en zuiver, om schor neer te storten in woest gebrom rommelend in mijn borstregister. Mijn hele lijf resoneert dan mee met het grote orgel. En dat vind ik dan toch wel weer erg leuk.

Tijdens de eucharistie klets ik met mijn buurvrouw. Een ongelofelijk leuk wijf met pit. De kerk is onbekend terrein voor haar. Met kerst als sneeuw naar binnen gedwarreld. Met moeders mee waarschijnlijk.

‘Ik kwam vroeger ook wel eens bij Shambala,’ roept ze enthousiast als mijn Boeddhistische neigingen ter sprake komen. Ik vertel haar over onze Sangha in de traditie van Thich Nhat Hanh, ‘De lachende Boeddha’. Zit ik zowaar tijdens de kerstnachtmis zieltjes te winnen voor de concurrent……

Zo zit ik dus moederziel alleen en toch samen met anderen in de kerk. Mooi. Ik heb namelijk helemaal niks geregeld qua gezellig gezelschap de komende dagen.

‘Je bent altijd welkom bij het kerstdiner op eerste kerstdag, hoor,’ roept Steenvrouw al maanden. Maar Heks is te gammel om toe te zeggen. Ik weet niet of ik het ga redden allemaal. En als mensen rekening houden met een ingewikkeld dieet en je komt niet opdagen? Dat kun je natuurlijk niet maken.

‘Mag je dit of dat eten?’ appt Steenvrouw me met enige regelmaat. Ze kent mijn dieetvoorschriften grotendeels uit haar kop, maar af en toe slaat de twijfel toe. Wil ze het zeker weten. Waarom?

‘Volgens mijn accepteert ze geen nee,’ grapt de Don, als ik hem over deze ontwikkelingen rondom het kerstdiner vertel. We moeten er allebei enorm om lachen, maar stiekempjes ben ik blij met mijn koppige wijze vriendin. Vanavond vier ik eerste kerstdag met haar en haar gezin!

Mijn kerstboom heb ik dit jaar heel snel opgezet. Het is namelijk geen boom, maar een paspop. Die heb ik vliegensvlug een mooie kerstachtige jurk aangetrokken. Wat snoeimateriaal onder de rokken vandaan en een snoer lichtjes om haar ranke middel en de Godin staat in al haar glorie te stralen in mijn woonkamer.

Dit feest van geboorte is natuurlijk ook en vooral een feest van de Grote Moeder. Hoe zij bevallig beviel in een stal. Als een enorme Heilige Koe. Het is het feest der vruchtbaarheid. Hoe in het diepst van de nacht het licht weerkeert. Zich via het goddelijke geboortekanaal een weg naar buiten baant……

’s Nachts loop ik nog een hele grote ronde met VikThor. Voor hem is het tenslotte ook kerst. Het is al over tweeën. De stad is bevolkt met dronken droppies. Uitgebraakt door cafés, die ook wel eens dicht willen. Naar buiten geveegd door eigenaren, die ook wel eens naar bed willen.

Vanuit het Zeemanspark zie ik een man staan op de brug over de Singel. Hij houdt zich vast alsof hij zich op woeste baren bevindt. Alsof de Zeevaartschool een groot schip is geworden, dat in rap tempo op hem toe stoomt.

Een stukje verderop loopt een klein bozig vrouwtjes stampend over het Noordeinde. Ze kijkt achterom naar de zwabberende man. ‘Kom nou Joop, loop nou eens door, verdorie,’ snijdt haar nijdige stem door de nacht. Ze komt langs de ingang van het terrein en slaat plotseling impulsief af het park in.

Ze loopt zeker tegen de zeventig zie ik van dichtbij. Gemelijk beent ze richting de school. Ze kijkt niet op of om.

Joop is ook weer in beweging gekomen. Met zijn handen klauwend langs het hekwerk rondom het parkje voor houvast maakt hij plots flink vorderingen. Loopt de ingang van het park straal voorbij. Raakt ter hoogte van de bloemenstal finaal de kluts kwijt, want waar is zijn narrige partner? Verdwaasd blikt hij om zich heen. Valt daardoor bijna om…….

Heks besluit de man uit zijn lijden te verlossen en tevens de vrouw te helpen, die intussen weer is begonnen met machteloos schreeuwen. Snel loop ik naar de ingang van het park.

‘Uw vrouw is hier, meneer Joop,’ wuif ik hem in de juiste richting. Opgelucht draait hij zich om. Een enorm charmante man met vermoedelijk een drankprobleem. Waar zijn vrouw zat van is……..

Hij glimlacht me vluchtig toe. ‘Je bent elkaar kwijt voor je het weet,’ grijns ik als hij me voorbij valloopt. Steeds als ik denk dat hij op zijn plaat zal gaan komt hij toch weer op zijn pootjes terecht. Tenminste, zolang hij het hekwerk als steun kan gebruiken.

De rest wacht ik niet af. Ik steek de straat over. Ik zal niet zien hoe hij van zijn geliefde op zijn kop krijgt. Of hoe hij zonder de ondersteuning van gemeentelijke hekwerken verder naar huis zal moeten kruipen….

Op de terugweg ga ik langs het huis van Tanneke. Haar dode hand glijdt in de mijne. Oh, wat mis ik dat kleine toverheksje toch nog steeds. Tegenwoordig wordt haar magische huisje bewoond door een saaie huismus. De kale woonkamer zonder enige vorm van kerstversiering is gelukkig niet zichtbaar, omdat de lelijke luxaflex naar beneden zijn……

Heks heeft ook niet veel gedaan aan haar huisje dit jaar. Niet zoals andere jaren. Ik had gewoonweg niet de puf om al die kerstspullen naar boven te halen. En later weer op te bergen.

Mijn onvolprezen hulp doet me een idee aan de hand. Zijzelf heeft een paspop als kerstboom. De rok gaat over in takken. Het ziet er geweldig leuk uit, zie ik op een foto.

Zo knutsel ik op kerstmiddag snel zo’n paspopboom in elkaar hier in Huize Heks. Het is echt een plaatje en ik ben er in tien minuten mee klaar. Alle takken zelf gevonden, gekregen of gesnoeid. Appeltje eitje.

 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken

 

‘Ik poets mijn schoenen met eikelsmeer,’ zong de huisband van mijn studentenvereniging bijna veertig jaar geleden tijdens het introductiefeest. Maxim Hartman doet dat waarschijnlijk iedere dag. Dat poetsen. Smeer zat. Laat hij maar uitkijken. Met die kop van em. In het liedje liep dit niet goed af: ‘Ik poets mijn eikel met schoensmeer, au, wat doet dat zeer!!!!!’

Even schrikken bij het wakker worden. Een grote aangeklede penis op televisie bij de herhaling van RTLBoulevard. En hij praat! Nou ja, brouwt. Uit een heel klein slissend spleetje. Slaat wartaal uit, zoals altijd.

Ja, inderdaad, het is Maxim Hartman. Iemand, waar ik al jaren omheen zap. Wat hij onder grappig verstaat is zelden humoristisch. Maar wat kun je verwachten van zo’n grote glimmende kale eikel? Gezeik en af en toe een kleverige ejaculatie. Als zijn uitwendig gedragen kleine hersentjes actief worden. Als hij iemand met borsten ziet bijvoorbeeld!

Vrouwen vormen al jarenlang een enorme uitdaging voor dit miezerige mannetje. Hij is intussen te oud om hen pootje te lichten of om hun vlechten in een inktpot te dopen. Hij wil liever zijn vlechtje in hun inktpotje dopen vermoed ik.

Ik weet het, het is wel een erg eenvoudige verklaring van het debiele gedrag van deze simpele ziel. Nou ja, ziel…… Zielig zal je bedoelen! Heks vermoedt dat hij een narcist is, als ik zo naar zijn Trumpiaanse lege gebral op televisie kijk.

‘Heb je eigenlijk wel invoelingsvermogen?’ vraag Olcay Gulsen, de vrouw met wie hij in de clinch ligt, beleefd. Er is een wereld van verschil tussen de twee kemphanen. De ene leeft in de oertijd voornamelijk aangestuurd door zijn klein geschapen reptielenbrein.

Vandaar ook dat hij om geen enkel paar in zijn beeld deinende tieten heen kan. Hij mist dat vermogen. Misschien als men hem zou castreren, dat het beter zou gaan. Sommige honden knappen er geweldig van op.

De ander is een moderne vrouw. Wel in het bezit van communicatieve vaardigheden. En hersens in haar hoofd zo te zien. En een hart in haar donder. Ze ziet er ook nog eens goed uit met die fillers in haar lippen! Met of zonder make up. Echt heel wat beter dan die kale kwal tegenover haar.

Vroeger moest ik altijd lachen om Maxim Hartman. Toen hij nog kinderprogramma’s maakte met zijn oneindig veel humoristischer collega Theo Wesselo. Rembo en Rembo. Maar sinds hij zelf grappig probeert te zijn is de lol er voor mij wel af. ‘Humor ten koste van’ is nu eenmaal niet echt leuk.

Heks heeft het al lang opgegeven met die kwezel. Ik vind hem vaak grof en bot.

Zelf vindt hij dat overigens niet. Verre van dat. Hij ziet zichzelf als uiterst intelligent en gevoelig. Onbegrepen zelfs! Het vaste riedeltje van elke zichzelf respecterende narcist! Het is alsof ik Trump hoor praten.

Zo zegt hij over een eventuele verzoening met Olcay “Dat gaat waarschijnlijk niet lukken. Heel veel vrouwen steunen mij wél, die vinden mij ook leuk. Dat zijn slimme vrouwen. Vrouwen met minder verstand, die begrijpen me niet.’’

Mag ik even een teiltje?

Maar ja, waar maak ik me druk over? De zoveelste narcistische seksist, die over ons dames heen walst. Zelf denkt dat hij grappig is en geliefd onder vrouwen. De slimme intelligente versie dan. Wat een misvatting! Hoe blind kun je zijn?

‘Ik ben geen seksist,’ roept hij tot slot verontwaardigd. Hij voelt zich enorm gegriefd en onbegrepen door de commotie ontstaan nadat hij zich publiekelijk visueel heeft vergrepen aan de boezem van Dionne Stax.

De wandelende fallus bespringt Olcay nog eventjes aan het eind van het item bij RTL Boulevard. Althans, dat probeert hij. Nadat hij allerlei mensonvriendelijke teksten over haar heen heeft gebraakt, waarbij hij zijn bizarre botheid extra breed heeft uitgemeten, lijkt dat hem wel een goed idee.

Je ziet Olcay in elkaar krimpen tijdens de aanval van die grote blote piemelkop. Peter R. de Vries, zelf toch ook niet gespeend van enig narcisme, spreekt er schande van. En terecht.

Zelfs Heks kruipt in de pen om een tik uit te delen aan deze eikelsmerige snuiter. Ik ken die hele Olcay niet, noch ben ik persoonlijk geïnteresseerd in de dame met de grote bombonella’s. Ik kijk gewoon te weinig van dit soort programma’s om enig zicht te hebben op Bekende Nederlanders.

Maar ik wil wel graag een lans breken voor beide dames. Ze zijn toch maar lelijk besmeurd door die kwibus met zijn rare praatjes!

Trouwens, waar heeft hij het over? Hij staat ongegeneerd met zijn blotebillengezicht in beeld. Een gezicht dat veel weg heeft van een enorme besneden eikel. Compleet met glans.

Van zijn voorhuid zijn succesvol een paar oren en oogleden gemaakt. Het mondgat zat er al. Maxim smegmaalt overigens niet om wat hij met zijn geëikel teweeg brengt: Het ligt natuurlijk aan de ander.

Maar goed. Ik draaf door. Het is natuurlijk televisie. Alles voor de kijkcijfers. En misschien kan Maxime er allemaal niets aan doen. Veranderd hij bij blootstelling aan een camera in een ongeleid projectiel. Wellicht is het thuis een hele lieve jongen.