Perfecte balans, een dans op grote hoogte. Op het smalle koord….. Heks kijkt gefascineerd naar een rooie dare devil, Philippe Petit. Vertolkt door Gordon-Levitt in de film ‘The Walk’. Wat een lef heeft die man! En wat een passie! Een oud verhaal opnieuw verfilmd. En terecht! De kunst van het lopen kan niet genoeg onder de aandacht worden gebracht! Het is van levensbelang! Herinneren hoe te lopen kan ons redden van onszelf!

Heks heeft het koud. Heks kan niet slapen. Dus kijk ik TV. Ik val midden in een film over Philippe Petit, de legendarische koorddanser. De kleine roodharige Fransman, die op 7 augustus 1974 45 minuten heen en weer dartelde op het dunne koord gespannen tussen  ‘The Twin Towers’.

Op 400 meter boven de grond! Maar liefst 8 keer stak hij de 61 meter tussen de gebouwen over. Hij knielde even neer en bracht een groet aan het koord, de torens, de hele stad….. Hij ging zelfs eventjes liggen. Hij draaide pirouettes. Keek op zijn gemak naar beneden…… En ga zo maar door!

Heks zit gefascineerd te kijken. Ik heb al eerder iets over de man gehoord, gezien of gelezen. Maar nooit zo uitgebreid. De film ‘The Walk’ vertelt het hele verhaal. Redelijk waarheidsgetrouw weet ik intussen na een klein onderzoek online.

Op jonge leeftijd krijgt Petit in de wachtkamer van de tandarts een foto van de in aanbouw zijnde Twin Towers onder ogen. Op de foto zijn ze echter al af. Hij voelt direct hoe die torens hem roepen. Hem en zijn koord!

Dus scheurt hij de afbeelding gewiekst uit het magazine en verlaat het pand. Zijn afspraak bij de smoelsmid laat hij zitten. Hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd!

Vanaf dat moment begint hij zich voor te bereiden op zijn ‘coup’. Hij verzamelt mensen om zich heen, oefent zich een ongeluk op het hoge koord, probeert sponsors te vinden, vliegt op en neer naar New York, doet onderzoek ter plekke vermomd als bouwvakker, journalist, gehandicapte, kantoorklerk…. Zeker zes jaar is hij hiermee bezig. In de film is dat veel korter.

In de film zijn wel meer dingen anders. Zo valt hij tijdens zijn eerste optreden omlaag in een ondiep meertje. In de werkelijkheid is Petit nooit gevallen tijdens een performance. Slechts 1 keertje tijdens een repetitie. Maar dan loopt hij ook rustig met iemand op zijn nek heen en weer te paraderen.

Heks zit ademloos te kijken. Helemaal opgezogen in het verhaal. Ik volg zijn droom met hem. Net als zijn vriendinnetje Annie. Zij steunt hem door dik en dun. Dit is ook niet helemaal waar lees ik ergens online.

Ze kreeg af en toe de rambam van die vent. In de werkelijkheid mislukt een eerste poging om deze stunt uit te voeren. Zij zit dan in Frankrijk. Ver weg. Op zijn verzoek komt ze uiteindelijk toch. Hij heeft haar nodig. ‘Zijn leven vrat me helemaal op…’ aldus Annie.

Elders beweren boze tongen, dat Petit na zijn magische optreden en arrestatie seks had met 1 van de toeschouwers van het spektakel….. De roem steeg hem direct naar het hoofd. Maar misschien had je in die tijd ook al fake nieuws in de Verenigde Staten. Erg belangrijk is het ook niet. Behalve dan voor Annie. Die kwam er dan weer bekaaid af.

Het is een spannende film. Zelfs al ken ik de afloop. Toch kan ik me niet losmaken van het oplopende stressniveau. Tegen de tijd, dat die kleine gezegende gek zijn grote oversteek begint zit ik werkelijk te griezelen voor de buis. Ik durf bijna niet te kijken.

Dat hebben ze toch maar goed verfilmd! Je ziet er niks van dat de acteur maar een paar meter boven de grond loopt te stunten! Je maag draait echt om! En ik ben niet bang op een keukentrap of lange ladder! Maar dit! Het idee alleen al!

‘Doe niet zo raar, Heks,’ maar nee. Pas als ik er nog een keertje opnieuw naar kijk kan ik er echt van genieten. Maar ja, ik ben het ook niet gewend, dat gedans op een stuk touw. Hoog boven de vaste grond. Ons Moedertje Aarde.

Philippe Petit is van een geheel andere categorie. Extreme hoogten lijken geen vat op hem te hebben. Op het koord komt hij tot leven.

Zo noemt hij het ook: Hij waagt niet zijn leven, maar beleeft het juist. ‘Not death-defying, but life-affirming!’ ‘Hij is altijd enorm druk, echt manisch. Maar zodra hij op het koord stapt komt er iets over hem…’ aldus 1 van zijn vrienden.

Het is wat sporters zeggen over momenten, dat ze top presteren. Of zangers. Het is wat mensen zoeken, als ze mediteren. Het is wat Boeddhisten 1 smaak noemen. Wat Gurdjieff herinneren noemt….. Dit volledig in het moment zijn. Helemaal aanwezig.

Het is het mooiste wat er is.

‘Volg je dromen,’ geeft de film je nadrukkelijk als boodschap mee. Ja, ammehoela! Dat is dan weer lekker. Dan moet je wel dromen hebben. En de mogelijkheid om ze te volgen. De energie om ze na te jagen om maar eens mee te beginnen……

Heks kijkt filmpjes over de echte Philippe Petit, waarin hij te zien is als jongeman, tijdens  repetities en een paar andere stunts. Het is inderdaad ongelofelijk. De man is volstrekt thuis op het hoge koord. Zijn hele lichaam ontspannen danst hij heen en weer. Knielt, gaat liggen, neemt iemand op zijn rug……

Ik bekijk foto’s van zijn gang tussen de Twins in aanbouw. Die indrukwekkende bouwwerken, die er niet meer zijn. Er is helaas geen filmmateriaal van zijn ‘coup’. Jammer, jammer. In deze tijd niet meer voorstelbaar. Het huidige tijdperk, waar men zelfs dodelijke verkeersongevallen online plaatst.

‘Het is eigenlijk de kunst van het lopen. Iets dat we allemaal ooit leren. Maar dan geperfectioneerd…..’ glimt Petit ergens in een interview. Ja! Dat is wat me zo fascineert! Het is de kunst van het lopen. In perfecte balans.

En op die grote hoogte kom je dan vanzelf helemaal in het nu terecht. Op de grond kan dat ook. Vraag maar aan Thich Nhat Hanh!

Eenzaamheid grijpt me bij de kladden. Vouwt zich in een wurggreep om mijn kwetsbare keel. Opent visioenen van vallen en onderkoelen. Ten onder gaan zonder vangnet. Een cel buiten een lichaam kan niet overleven. Een outcast. Een verstotene.

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

Heks is eenzaam. Hele dagen en vooral nachten sla ik in mijn uppie stuk. Met een lam pijnlijk lijf. Na de euforie van een kleine maand in Plumvillage ben ik weer helemaal terug bij af. Helemaal?

Het lijkt er op. Maar het is niet zo. Ik ben intussen lid van de Blauwe Knoop en ik ben opnieuw toegetreden tot de Leidse Sangha. Helaas merk ik totaal geen verschil met mijn leventje voor deze heugelijke feiten.

Nog steeds sta ik ’s morgens op met een zware kater. En de Sangha is met enige regelmaat geen haalbare kaart. Ben ik de hele dag bezig om genoeg energie over te houden om er heen te gaan en lig ik evenzogoed helemaal om voordat ik de deur uit ben.

Of ik ga wel, maar kan het nauwelijks volhouden om op de grond te zitten. Of op een stoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het koor is ook weer begonnen. Die avonden bijwonen lukt me iets beter, omdat we halverwege een pauze hebben. Tevens leidt het samen zingen enorm af van mijn pijnlichaam. Door het zingen gaat mijn cortisolniveau omhoog, waardoor ik me veel beter ga voelen. Ik ga er doorgaans vloekend naar toe, maar op de terugweg zit ik altijd luidkeels te zingen!

Zing een lied
Laat de buren maar lullen, jouw opera in de douche is absoluut de moeite waard. Een studie, gepubliceerd in het Journal of Behavioral Medicine laat zien dat door hardop zingen je cortisolniveau (cortisol is een hormoon dat stress veroorzaakt) daalt en dat de productie van oxytocin omhoog gaat, dat er voor zorgt dat je relaxt.

Op het koor ben ik eventjes niet ziek. Althans, ik ben er niet mee bezig. Ik vermijd dan wel het inzingen met alle gymnastiekoefeningen. Tevens zit ik de gehele avond op mijn stoel vastgeplakt, waar anderen zich uitputten in opstaan en weer gaan zitten……

Donderdagavond wil ik naar de Sangha. Ik red het maar net om ook daadwerkelijk te gaan. VikThor krijgt een miezerige uitlaatronde. De arme schat. Even voor achten schuif ik het kapelletje van Verbum Dei binnen. Ik giet een kop thee naar binnen, wissel drie woorden met de anderen. Dan klinkt de bel. We gaan beginnen.

Tijdens het mediteren zwabberen mijn gedachten alle kanten op. Sombere zware gedachten. Over hoe alleen ik me voel. Hoe ik de pest heb gekregen aan bepaalde dierbaren. Ja, ik weet het: Het klinkt tegenstrijdig.

En dat is het ook. Het lukt me niet meer om liefde te genereren tot in het oneindige, terwijl ik tegelijkertijd in de bek gescheten word door dezelfde mensen, die ik tracht lief te hebben. Waarom doe ik zoveel moeite? En slaat het ergens op? Denken aan degenen die me kwellen genereert op dit moment alleen maar woede.

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

En wanhoop.

Ik zie mezelf van een flat springen met mijn hoofd naar beneden. Of voor een trein. Dingen, die ik nooit ga doen. Maar mijn voorstellingsvermogen trekt zich daar niets van aan.  ‘In de sneeuw zitten en langzaam onderkoeld raken,’ tipt mijn kikkergeest me opeens. Dat klinkt best aantrekkelijk voor dit Elfstedenlid. Beter nog dan naar Engeland zwemmen.

Het zorgt voor een zachte dood. Je dooft als het ware uit. En je schijnt prachtige visioenen te krijgen op de valreep.

Ons klimaat is daar echter niet naar. Dus ik zal het moeten volhouden. Ook al zit ik veel te veel alleen. Voel ik me ontzettend eenzaam. Heeft bijna geen hond in de gaten hoe de zaken er voor staan in mijn lullige leventje.

Na het mediteren bekijken we een video. Sister Gina houdt een heel verhaal over ‘right livelihood’, maar ik kan me er niet op concentreren. Ze tekent schema’s op een bord. Verbind het ene begrip met het andere. Right thinking, right action, right dit, right dat…….

Heks voelt zich hondsberoerd. Haar schouders hangen uit de kom, dus zitten is een crime. Tijdens de loopmeditatie ben ik niet vooruit te branden en ook de video pakt me niet. Dikke machteloze tranen prikken achter mijn ogen.

Tijdens het dharma-delen over de video neem ik uiteindelijk het woord. Ik vertel over mijn ziekte. Over de eenzaamheid. Hoe ik op zie tegen de winter. Met de korte dagen, de rondwarende virussen, het opgesloten zijn in mijn huis. In mijn lijf.

Over mijn disfunctionele familie. Over hoe mijn demente moeder me niet meer wil zien. Alsof ik iets verkeerd heb gedaan! De omgekeerde wereld! Het intense verdriet hierover…..

Ik weet ook niet waarom ik erover praat. Het lost niks op. ‘Ik ben een paar keer niet geweest en dat heeft een reden….’ begin ik haspelend.

Bij het afscheid pakt iemand me even beet. Een ander maakt een praatje. Een derde zegt iets liefs. Ik krijg een fijne mail van weer iemand anders. Mijn delen lost misschien niks op, maar ik word wel gezien. En dat is al heel wat.

Op weg naar huis druppen tranen langs mijn wangen. Ik huil en huil. De bevroren vijver in mijn borstkas ontdooit.  De sluizen gaan helemaal open. En ook de dagen erna blijf ik maar janken. Wat een verdriet.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verdriet over een verloren leven. Een leven, dat spaak is gelopen. Zonder dat iemand het in de gaten heeft.

‘Jij bent mijn meest getalenteerde kind, maar je doet er helemaal niets mee,’ zei mijn moeder altijd, toen ze nog goed bij de pinken was. Ik had toen al jaren ME. Om me op bizarre wijze een hart onder de riem te steken? Om me nog eens extra onderuit te halen? Wat ze er ook mee voor ogen had, het getuigt niet bepaald van begrip voor mijn conditie..

‘We hebben allemaal wel eens wat,’ roept een zus van me altijd, zodra dit onderwerp ter sprake komt. Ik vermijd dit gespreksonderwerp dus maar met haar. Een andere zus zong me een paar jaar geleden vrolijk toe samen met haar dochter, tijdens een weekend uit met de familie.

Heks moest alle zeilen bijzetten om überhaupt acte de présence te geven tijdens dat uitje. Maanden erna was ik nog totaal van slag door de enorme inspanning. Maar wat zongen zij voor mij? Een liedje van Brigitte Kaandorp! ‘Ik heb een heel zwaar leven, heel zwaar. Ik heb een heel zwaar leven, echt waar. Moeilijk, moeilijk, moeilijk…..’

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

Ik haat dat lied natuurlijk. En die Kaandorp vind ik ook helemaal niks. Dat begrijp je ook wel.

Moeder en dochter zongen samen het hele lied uit. En nog eens. Bij wijze van toegift. Gierend van de lach. Deze twee gelovige christenvrouwen. Is uitlachen soms een vorm van empathie? Hoe moet ik dit interpreteren?

Ik krijg dus al jaren de raarste dingen naar mijn kop, zodra het over mijn ziek zijn gaat. ‘Je wilt gewoonweg niet beter worden,’ bijvoorbeeld. Huh? Ja echt.

Ook zijn er mensen, die van geen geklaag willen horen. Zo lang Heks positieve praatjes produceert is het goed. Maar als ik probeer te delen, wat er echt in me leeft zijn de rapen gaar. Dat mag ik niet voelen. Ik moet sterk zijn. En blij met een dooie mus.

En als ik dat niet voor elkaar krijg lig ik er uit. Zie ik iemand een hele tijd niet. Tot het me weer lukt om lekker positief te doen. Of tot zo iemand me ergens voor nodig heeft. Om lekker positief te doen bijvoorbeeld………

©Toverheks.com,

©Toverheks.com,

Het komt ook voor, dat zo’n persoon tegen mij aan gaat klagen. Zijn ze opeens zelf ziek, zwak of misselijk. Zitten ze opeens zelf thuis achter de geraniums te koekeloeren. Rekenen ze op mijn begrip. For the time being, want zodra ze zijn herstelt is het weer uit met de pret.

Het is dan ook een verademing om vanavond op de Sangha mijn hortende verhaal te doen. Hierna kan ik niets meer zeggen. Laat staan iemand aankijken. Gek genoeg schaam ik me ook een beetje. En ik ben bang, dat mensen me allemaal tips gaan geven. Of met oplossingen aan zullen komen. Of de boel gaan relativeren…….

Niets van dit al. Er wordt gewoon geluisterd.

Het effect is dramatisch. Al op weg naar huis voel ik hoe ik weer zacht word vanbinnen. Hoe de verbinding met de Sangha me ontdooit. Je kunt niet zonder anderen……

En ook al huil ik de dagen erna de ogen uit mijn hoofd, toch heb ik het gevoel op de goede weg te zitten. Ik wil ergens bijhoren. Ik wil niet altijd alleen zijn. Heks heeft mensen nodig, die echt van haar houden. Niet alleen als het hen uitkomt. En ook niet alleen als Heks positieve praat uitslaat…..

Want ik heb een heel zwaar leven. En het is moeilijk. Veel moeilijker dan de gemiddelde mens zich kan voorstellen.

Kun jij je voorstellen, dat je ELKE dag doodziek opstaat? En dat al dertig jaar lang? En dat je maar een fractie van de energie te besteden hebt van wat je nu te besteden hebt? Maar dat je wel ALLES met die energie moet doen?

Altijd pijn. Altijd van slag. Altijd griep. Altijd je lijf op tilt. Altijd doodmoe……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

ME is een ernstige multi systeem ziekte, waarvan niemand nog weet hoe het ontstaat. Laat staan dat er een geneesmiddel is. Omdat de patiënten louter overlijden door zelfdoding word er weinig onderzoek naar gedaan. Kortom: Je gaat er niet dood aan. Je verandert in een levend lijk!

Het is een godswonder, dat ik nog altijd een hart vol liefde heb. Dat er zo weinig voor nodig is om weer liefde te voelen voor mijn medemensen. Zelfs als ze me pijn doen.

Want houden van heeft niks te maken met hoe mensen zich naar jou toe gedragen.

Houden van is een vermogen van het hart. En als je hart liefheeft, maakt het object van die liefde niet meer uit. Zelfs al zingen ze nare liedjes voor je. Of geven ze je louter dooddoeners cadeau…… Een functionerend hart weet er wel raad mee.

‘Om te functioneren heeft mijn hart jullie nodig. Draag me in jullie hart, asjeblieft..’ stamel ik tegen de Sangha. Ik kan het niet alleen. In mijn eentje verander ik in een bitter boos wijf, die van flats wil springen. En daar wordt niemand beter van.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

 

 

 

Heks voelt zich niet geliefd. Het zal ieders reet roesten of ik besta of niet. ‘Ik wil dood,’ ligt in mijn mond bestorven. ‘Ik meen het niet, hoor,’ roep ik er altijd achteraan. Maar het is natuurlijk onzin. Er zijn best veel mensen, die van me houden. Alleen zie ik hen zelden. Ik zie sowieso niet veel mensen. Behalve als ik met het hondje wandel. Dus ga ik op zoek naar een geliefde. Alsof die voor het oprapen liggen!!!!

Ik voel me niet geliefd. Al enige tijd. Vooral in het weekend tussen vrijdagmiddag 14.00 tot maandagavond 18.00. Als ik niemand zie. En al helemaal als het me niet lukt om naar de kerk te gaan. Ik weet dat het onzin is. Ik weet dat er bosjes mensen zielsveel van me houden. En ik weet ook waar dit gevoel vandaan komt.

Maar toch voel ik het.

Geen wonder dat ik plotseling druk ben op datingsites. Voornamelijk met me inschrijven. Ik probeer verschillende dingen uit. Zoals Bumble. Een app, waarin alleen vrouwen het initiatief kunnen nemen, zodat je niet direct de lul van een wildvreemde kerel verbaal in je maag gesplitst krijgt.

Een andere grappige app is Happn. Hierin komen alleen kandidaten in beeld, die je pad hebben gekruist. Het is ongelofelijk hoeveel mensen je tegenkomt op 1 dag. Vooral als je vergeet een leeftijdsparameter mee te geven.

Mannen van 18 tot 80 melden zich. En tot mijn verbijstering krijg ik stapels post van piepjonge gasten. Ook al heb ik intussen aangegeven op de app daar geen interesse in te hebben.

Maar goed, ik weet ook dat er hordes jonge mannen op ouwe lijken van vrouwen vallen. Wij zijn zo lekker ervaren en vrij naar het schijnt. Heks met haar jeugdige uiterlijk doet het erg goed bij de jeugd.

Maar het is niet bepaald wat ik zoek. Ik wil een geliefde. Ik wil me geliefd voelen. Ik wil nog eens echt een keertje knallen met iemand. In een baan om de aarde. Eke dag.

Vandaag meld ik me aan voor een online Sangha. Mijn plannetjes om zelf zoiets op te zetten voor ME-patiënten en andere kneusjes staan nog in de parkeerstand. Ik ben veel te lamlendig momenteel om veel voor elkaar te krijgen. En ik voel met niet geliefd. Dat kost ook energie.

Dagelijks moet ik mezelf moed inpraten. Om niet op te geven. Om niet de godganse dag te roepen dat ik dood wil. Om nu eindelijk eens los te laten wat toch al nooit echt met me samen is gegaan. Om niet meer zo verdrietig te worden van het onvermogen van mijn achterban om me lief te hebben.

Ik stuit op een advertentie in een krantje van iemands eigen bedrijf en ben opeens jaloers. Een gevoel waar ik me altijd met hand en tand tegen verzet, want waarom een ander iets misgunnen, maar nu onderzoek ik het voor de verandering.

Waarom lukt het de grootste idioot om een bedrijf uit de grond te stampen en mag ik slechts marginaal existeren? Hoe is het mogelijk, dat de persoon, die mij zo’n dertig jaar geleden hoogstpersoonlijk publiekelijk voor gek verklaarde toen ik mijn eenzame spirituele pad op ging, nu zelf mensen op dat pad probeert te zetten? Die figuur heeft me meermalen enorm gekwetst en nu werpt datzelfde mens zich op als goeroe.

En naar mij luistert niemand……

Gelukkig maar.

Heks voelt zich niet geliefd. Ik doe niet mee. Ik sta aan de zijlijn. En hoe ik mezelf er ook van probeer te overtuigen, dat ik nuttig en zinvol bezig ben in deze wereld, een paar eenzame uitgerangeerde weken en ik ben weer terug bij af.

Doodziek opstaan en de hele dag bezig zijn om uit de kreukels te komen is weer aan de orde van de dag. Maar vandaag schijnt de zon. Zometeen ga ik lekker op stap met VikThor. Mijn arme viervoetige vriend.

Want hoewel ik elk spatje beschikbare energie in mijn hondje stop, komt het beestje bij vlagen toch ernstig aandacht tekort. Lig ik bewusteloos te wachten op betere tijden. Lukt het me net om een flinke ronde met hem te rijden op mijn onvolprezen elektrische vouwfiets. Nou ja. Altijd nog beter dan niets.

 

Eartha Kitt heeft pit. Voor tien zo te zien. Ze is al geruime tijd niet meer onder ons, maar nog steeds weet ze mensen te raken met haar ZIJN. Haar wezenlijke wezen. ‘I fall in love with myself and I want someone to share it with me!’

Afgelopen weekend stuurt de Don me een leuk filmpje van een interview met Eartha Kitt, waar ik helemaal vrolijk van word. De vrouw komt me vaag bekend voor. En alhoewel ik weinig van Eartha weet bevalt alles aan haar me. Haar naam. Haar eigenwijze uitspraken. Haar felle kattenkopje.

‘I want to be evil, I wanna be bad‘ zingt ze als jong meisje opgewekt in de camera. Lang, lang geleden. ‘Wat een lekker recalcitrant type,’ denkt Heks blij. En al snel ben ik verdiept in haar biografie. Ik snor haar fanclub op. Bekijk filmpjes op YouTube. Grasduin door oude foto’s……..

En alles wat ik ontdek maakt me gelukkig. Hoe ze bijvoorbeeld in de jaren zestig tijdens een ontvangst op het Witte Huis de boel op zijn kop zet met uitspraken, waarin ze hoogstpersoonlijk de oorlog in Vietnam veroordeelt.

Ze kan daarna overigens wel inpakken met haar handel. De CIA zit haar direct op de hielen. De FBI hijgt in haar nek. Vanaf dat moment wordt ze nergens meer voor uitgenodigd. Laat staan, dat ze werk aangeboden krijgt…… Ze verhuist dus maar naar Londen…….

Ik kijk naar haar pittige gezicht. Ze lijkt inderdaad wel wat op een kat. Volgens velen was ze de beste Catwoman ooit, want ja: Daar ken ik haar van! Ze heeft die rol gespeeld in de Batmanfilms van de jaren zestig.

Nu Heks weer aan het daten is (althans: Ik doe pogingen daartoe…), kan ze wel een opsteker gebruiken! Want vrolijk word je er niet van. Het gedoe met mannen. Ik zou ook kunnen zeggen het goede met de andere sekse. En in veel opzichten gaat dat ook op. Is het voor mannen ook bijzonder veel gedoe met die vrouwen.

‘Ik weet dat veel mannen erg oversekst op jullie dames reageren, maar vrouwen kunnen er ook wat van, hoor,’ schrijft een aardige baardige man me op Tinder. Hij is niet moeders mooiste en moet het naar eigen zeggen hebben van zijn goede verhaal. Maar het gros van de vrouwen reageert daar dan weer volstrekt platvloers op. Beweert hij.

Iets dat veel andere kerels op dit medium dan weer helemaal niet erg zouden vinden, dunkt me. De getrouwde schuinsmarcheerders. De gebonden scheve schaatsers. Die denken dan dat alle dames zo in elkaar steken. Als ze al denken. Het is niet bepaald de bloem der natie, die hier opereert.

Alhoewel: Mijn allereerste vriendje ben ik alweer tegen gekomen. Net als vorig jaar op Paiq. En dat is absoluut een bloem, een tropische verrassing. Maar ook hij heeft nog geen leuke dame aan zijn bloemige haak geslagen het afgelopen jaar. Ondanks zijn bijzonder gezonde geestelijke, lichamelijke en financiële staat.

Het is dus niet zo gemakkelijk allemaal op de relatiemarkt. Waar we elkaar keuren als waren we een stuk vee. Waar verliefdheid ver te zoeken is, laat staan liefde. En ik kan mijn gebrek aan succes in deze natuurlijk wijten aan mijn matige fysiek, maar ook als ik zo gezond was als een vis zou het moeilijk zijn……

Terwijl ik naar Eartha luister, ik heb intussen de uitgebreide versie van het betreffende interview opgezocht, realiseer ik me dat ik altijd compromissen heb gesloten. Al heel jong liet ik niet het achterste van mijn tong zien. Was er een deel van me daardoor niet beschikbaar. Hield ik mijn ware wezen succesvol verborgen.

Behalve misschien in de wittebroodsweken van mijn eerste echte relatie. Die zoete gelukkige periode met mijn jeugdliefde. Die zalige tijd voordat de realiteit ons sneaky inhaalde en keihard tegen de vlakte sloeg. Heks kreeg een oplawaai van het leven, die ze jarenlang niet te boven kwam.

En Eartha? Ik denk dat ze door schade en schande wijs is geworden. Ik spit in haar verleden en zie, dat ze op jonge leeftijd allemaal spannende affaires had met beroemde mannen. Waaronder volgens sommigen Orson Welles, die haar ‘the most exciting woman in the world’ noemt.

Maar ze trouwt met een degelijke aan pijnstillers verslaafde Vietnam veteraan. Misschien wilde ze een normaal leven? Of was dit een poging om haar onbekende blanke vader toch een plek in haar leven te geven. Een afwezige vader en een junk zijn toch zeker te weten een match in wat ze bij je oproepen?

‘Misbruikte mensen kenmerken zich allemaal door hun trots,’ zegt mijn homeopaat onlangs tegen me. En trots is ze, deze Eartha. Kom bij haar niet aan met lulverhalen. Geen slappehapperdepap voor deze dame. ‘Why? Why?’ zegt ze verontwaardigd in de camera als het om compromis in de liefde gaat.

Om dan heel zacht te vervolgen ‘I am in love with myself and I want someone to share it with me. I want someone to share me with me …..’

Ik denk dat ik dat maar op Tinder ga zetten.

 

MiAUAUAUAUAUW! ME AU AU AU AU AU! De panter heeft zich weer eens in de nesten gewerkt. Het is altijd wat met de dolende ridder. Is het niet dit, dan is het weer dat. Heks heeft haar handen vol aan dit geliefde monster. Terwijl mijn bankrekening er op leegloopt!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een paar weken geleden ben ik de panter weer eens kwijt. Ik heb direct een naar gevoel en al na een dag loop ik uitgebreid te roepen in de buurt. Begrijp me goed, het beest is wel vaker op stap. Dagenlang soms. Hele weken, maanden ben ik hem kwijt geweest.

Meestal maak ik me geen zorgen, maar als er iets mis is voel ik het direct. Zo ook nu. Waar zit mijn monster?

Na een uitgebreide zoekronde ’s avonds laat zie ik hem bij thuiskomst voor de voordeur zitten. Maar als hij me in het oog krijgt kruipt hij weg. Komt weer naar me toe. Loopt weg. Komt, loopt weg, komt toch……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ha gekke ridder van me,’ zing ik hem zachtjes toe, terwijl ik hem over zijn koppie aai, ‘He, wat is dit? Je staart is raar. Hij lijkt wel gebroken….’ Terwijl ik mijn hand langs zijn hele lijf laat glijden voel ik een rare knik aan de basis van zijn lange staart. Jeetje. Die heeft ergens tussen klem gezeten. Dit heb ik nog nooit eerder gevoeld.

Ik neem mijn schat mee naar binnen, alwaar hij de gehele nacht bovenop mijn buik ligt. Hij zoekt steun, want zijn arme staart doet echt pijn. Dat is goed te merken. De volgende dag gaan we naar de dierenarts.

Die geeft ons een sterke pijnstiller mee. ‘Het is niet gebroken, maar er zit wel een werveltje helemaal scheef. Ik doe er verder niets aan. Met een paar dagen voelt hij zich veel beter.’ Geen dure röntgenfoto gelukkig. ‘Nergens voor nodig,’ zegt de man.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Nou, dat was dan je zevende leven. Of was het pas het zesde? Ik ben de tel kwijt, mafkees,’ mopper ik zachtjes tegen hem op de terugweg. Mijn avontuurlijke boerenridderkater heeft altijd wat. En ondanks het feit, dat hij toch ook een dagje ouder wordt is hij nog steeds uitermate uithuizig. De ellendeling.

Ik houd hem een paar dagen binnen. Altijd een hele heisa, want meneer wil niet binnen blijven. Hij wil de hort op. De buurt verkennen, de nachtburgemeester uithangen, achter de muizen aan!

Na vier/vijf dagen laat ik hem maar weer naar buiten. Hij is behoorlijk opgeknapt, maar de knik is een blijvertje lijkt het.

Vorige week is meneer koekepeer weer eens onvindbaar. Al dagen hebben we ruzie. Hij komt binnen, eet zijn eten op en staat dan aan 1 stuk door te schreeuwen, dat hij weer naar buiten wil. Van nog wat extra brokjes wil hij niks weten. Hij eet alleen nog maar blikvoer lijkt het!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De laatste dagen wilde hij zelfs niet meer mee naar binnen. Moest ik hem achterna rennen en vangen. Met een grote tegenstribbelende zwarte kater onder mijn arm de trap oplopen.  Hem stevig vasthouden tot we binnen waren, omdat hij em anders direct weer zou smeren. Wat heeft die kat toch?

Nu is hij dus al twee dagen pleite. Pas de derde dag zie ik hem van een muur via mijn auto, die verderop in de steeg geparkeerd staat, op straat springen. En ook nu krijg ik hem slechts met moeite mee naar binnen. Waar hij dan weer wel aanvalt op zijn eten: Hij is uitgehongerd!

‘Wat heb je toch, gekke kat?’ Heks houdt hele verhalen tegen haar schatje. Hij kijkt me serieus aan. Opnieuw valt het me op dat hij er anders uitziet. Maar waar ik er een paar dagen geleden nog niet de vinger op kon leggen, zie ik nu plotseling hoe zijn kop aan 1 kant is opgezwollen tot enorme proporties.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zijn linkeroog zit zelfs een beetje dichtgedrukt. De zwelling is pijnlijk. En plotseling heel groot geworden. ‘Waarschijnlijk een abces,’ concludeert Heks. Deze ridderkater zal wel weer een potje gevochten hebben…..

Zo zit ik zondagmorgen weer bij de dierenarts. Mijn goedkope tuincentrum-arts is helaas niet beschikbaar, dus ik zit bij een peperdure collega. De rekening is nog net niet zo erg als eentje, die ik ooit eens op een zaterdagavond laat heb opgelopen, maar het is evenzogoed een rib uit mijn lijf.

Hiervoor krijg ik wel een consult met een enorm lekker ding. Ik heb mijn ogen nog niet helemaal open, maar dit zie ik dan toch wel. ‘Het is waarschijnlijk een abces, daar gaan we de medicatie op inzetten. Helaas kan ik het niet openmaken, dat geeft namelijk vaak verlichting. Maar met een goeie dosis antibiotica en een stevige pijnstiller voelt hij zich met een paar dagen veel beter….’

Zo ligt mijn panter dan in de grote bench. Met zijn eigen kattenbak, lekker voer en een bak water. Het is de enige manier om ervoor te zorgen, dat hij em niet smeert. Ooit sprong hij met een drain in zijn lijf en een kap om zijn kop uit het slaapkamerraam op de eerste verdieping. Daar draait meneer zijn poot niet voor om.

Soms jammert hij erbarmelijk. Soms laat ik hem er een paar uur uit. Hij heeft een kuur van tien dagen en die moet hij afmaken. Twee keer per dag een pil.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op dag drie jammert hij wel erg hard. Nog maar een keertje naar de dierenarts dan. Ik zie intussen ook een rare pek onder zijn oog verschijnen.

Zodra ik hem bij de dokter op de behandeltafel zet, springt het abces open. Bloederige stinkpus vliegt ons om de oren. De wond wordt grondig nagespoeld met een jodiumverdunning. ‘De rest geneest vanzelf. Katten hebben een geweldig vermogen om abcessen zelf te lijf te gaan,’ stelt de dierenarts me gerust.

Hij moet nog een paar dagen binnen blijven, om de antibioticakuur af te maken. Het is nog eventjes afzien voor me. Maar de schat voelt zich al veel beter!

Maar wat ben ik blij, dat hij ook dit weer overleeft. Mijn kanjer. Mijn grote zwarte schaduw. Mijn stoere panter. Mijn geliefde ridder Ferguut.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

 

Heks valt van haar fiets. Bont en blauw spoed ik me huiswaarts om eens een lekker potje te grienen. Heks weent om bloemen in de knop gebroken. Om stilletjes naar de knoppen gaan door een onzichtbare ziekte. Telkens uit je eigen as herrijzen is niet te doen. Ik ben een Heks, niks Feniks.

Vanmorgen lazert Heks hardhandig van haar fiets. Precies op de plek, waar een paar agentjes me gisteren sommeerden om niet te fietsen. In de berm van de Singel. Ik heb me een hele dag kapot geërgerd aan hun bemoeizieke actie. Kwestie van ouwe baardige pik en piepjong blond huppeltje. Ouwe probeert indruk te maken op Huppeltje. Ten koste van Heks.

Maar misschien had die ouwe toch gelijk. Is dit niet de aangewezen plek om te fietsen. Hoewel ik hier nog nooit eerder onderuit ben gegaan. Het is de allereerste keer. Wellicht heeft het gezeik van die politieagent mijn fietsvaardigheden aangetast.

Onzekerheid is een ernstige kwaal. Het ligt aan de basis van menige val. Soms is de suggestie dat je waarschijnlijk zult vallen al genoeg om flink onderuit te gaan. Of niet? Is dit weer een pittig geval van Psychologie van de Koude Grond? Een veel bedreven vak. Vooral door psychologen.

Blauwe plekken vallen als gaten in mijn benen, een schaafwond prijkt rossig op mijn knie en zelfs mijn rug krijgt een gevoelige por van mijn stuur. Ik lig machteloos verstrengeld in onvermurwbaar staal. Tranen prikken achter mijn ogen. Een veel te grote vloed. Ik moet snel maken dat ik thuis kom.

Vanmorgen lees ik een heel verhaal over Cognitieve therapie en ME. Hoe schadelijk is dé therapie die ME/CVS-patiënten wordt aangeraden? Mijn god. Zijn ze daar nu nog over bezig? Wanneer houdt het nu eens op? Waneer gaan wetenschappers nu eens hun werk doen en ontdekken wat ME is en hoe het wordt veroorzaakt? Wanneer krijgen we nu eens medicatie tegen deze ernstig invaliderende multi-systeemziekte?

Heks kan nog geen deuk in een pakje boter slaan, maar dat komt omdat ze niet beter wil worden. Vindt men. Het feit, dat ik me van dag tot dag moeizaam door de dag ploeter interesseert bijna niemand. Elke dag opstaan met een stevige kater zonder de lol van uitgaan en lekker dronken worden. Overal pijn in je donder. Een hoofd dat het te pas en te onpas opgeeft. En moe, moe, moe. Zo moe.

‘Zou je niet eens voedingssupplementen gaan slikken?’ durft iemand onlangs te suggereren. Wagonladingen heb ik geslikt. En het helpt geen bal. Ik ben volstrekt slikmoe.

‘Ik ken een therapie, waarbij ze je anders laten omgaan met stress. Ik ben er enorm van opgeknapt!!’ maakt een ander er zich er vanaf.  Na een weekend samen mediteren, waarin Heks heeft aangegeven niet van dit soort aanbevelingen gediend te zijn. Aan dovemansoren natuurlijk!

Dit volstrekt gezond ogende mens slaapt beter na die peperdure therapie. Van drie dagen achter elkaar. Met therapeuten, die met zijn vijven op je nek springen. Ze voelt zich veel beter na al die aandacht, dus het helpt. En aangezien je tegen een ME patiënt alles maar mag zeggen word ik er weer eens mee om de oren geslagen. Niet voor het eerst.

En helaas ook niet voor het laatst.

Ik moet er werkelijk niet aan denken. Maar ik moet me dus wel verdedigen, dat ik dat niet wil. Net zoals ik me moet verdedigen, dat ik nog steeds niet beter ben. ‘Ze wil gewoon niet beter worden,’ wrijft een vroegere vriendin het er jaren geleden in. Ze praat over een andere ME patiënt, maar het gaat natuurlijk ook over mij …..

De dame in kwestie verzorgt beroepsmatig zo’n hopeloze MEer, die in een soort verpleeginstelling is beland. Het mens ligt half bewusteloos met sondevoeding in haar neus in een pot in bed te schijten. ‘Ze is strontchagrijnig, niet te kort,’ moppert de vriendin.  Ja, vind je het gek?

Het is een wijdverbreid misverstand, dat je beter wordt omdat je het wilt. Voornamelijk beweerd door mensen, die nooit wat mankeren. De maakbare mens. Geschetst door onmensen.

In die zin vind ik Maarten van der Weijden een verademing. Dit icoon van de strijd tegen kanker bestrijdt ten zeerste, dat je beter wordt omdat je je best doet. Hijzelf heeft gewoon het geluk gehad, dat de behandeling aansloeg. Terwijl hij lui in bed lag te liggen. Velen hebben dit geluk niet. Kankerpatiënten vallen nog steeds bij bosjes. En daar wil hij iets aan doen: Hij gaat 200 kilometer zwemmen.

Fantastisch natuurlijk. Heks ligt een heel weekend aan de televisie gekluisterd in bed. Ik blijf tot vier/vijf uur s nachts wakker. Wat een kerel! En dan de elfstedentocht. De Tocht der Tochten. Een afstand, die Heks zo graag eens op de schaats zou afleggen. Ik ben nog steeds lid van de vereniging. Voor het geval er een medicijn tegen ME wordt gevonden.

IK WIL DUS WEL DEGELIJK BETER WORDEN. IK WIL ZELFS DE 11-STEDENTOCHT SCHAATSEN. IK HEB DUS GEEN BEWEGINGSANGST. OF WAT DE HEREN DOKTOREN TOCH ALLEMAAL VOOR EEN ONZIN BEWEREN……

Als ik reëel ben acht ik de kans dat een ME patiënt ten bate van onderzoek naar deze ziekte de 11 Stedentocht bijvoorbeeld op zijn tandvlees gaat afleggen nihil. Actie voeren is sowieso niet aan ons besteed. Veel te vermoeiend.

Vanmorgen sta ik doodziek op. Verschrikkelijke hoofdpijn en zo misselijk als een kat. Uitzonderlijk? Niet bepaald. Maar geen mens, die het in de gaten heeft. ‘Wat zie je er goed uit,’ hoor ik iedere dag. Sommige idioten zijn zelfs jaloers op mijn looks. Bizar.

Eindeloos een niet erkende ziekte hebben holt je uit. De eenzaamheid is niet te filmen. En toch moet je vrolijk zijn tegen je medemensen, anders hou je je klachten in stand. Je moet positief zijn. Daar word je beter van. Niet dus.

Ik breng het eventjes niet op.

Het ergste is het als ik me een projectje ga voelen. Als mensen goede daden doen, door eventjes aandacht aan me te besteden. Heks moet dan wel positief reageren natuurlijk. Een beetje zeuren is er niet bij, want de projectleider wil wel een lekker gevoel over houden aan zijn of haar projectje……

Maar goed. Er gebeuren ook echt leuke dingen in mijn leven. Schelden lost niks op. Ik moet door.

Zo ben ik onlangs toch weer suikertante geworden. Mijn vriendin Joy heeft een wolk van een dochter gekregen! Heks gaat regelmatig even baby’tje knuffelen en snuffelen. Ze ruikt naar de hemel. Meiregen en engeltjes. Ze is ook zo ontzettend knap! En heeeeeeeeel lief.

Bocca della Verità; Het is zo stilletjes op mijn blog. Heks zwijgt in alle talen. Waar blijven de verhalen? Maar nee, alleen virale vrienden houden me gezelschap. Stom hoor, zo’n stomme mond.

De mond, die nooit gesproken heeft. Wel gebrabbeld. En gebabbeld. De loyale mond. Geen hoogverraad komt over gesloten lippen. Gelaten laten woorden zich ontvallen. Geen eind aan de bodemloze put.

Heks zit verbaasd te kijken naar haar bolle wangen. Ze kan nog net de woorden binnen houden. Het rommelt en het rotzooit in die mond. Gevaarlijk zingt die rotzooi in het rond!

De mond vervloekt belagers alle dagen. Steeds opnieuw. Ook stelt lastige vragen…. Die mond. Die smoel, die geul, die hellepoort.

Mond verzucht verstoord: Zegt voort, zegt voort.

Mijn mond wil zwijgen, liefst in alle talen. Stoppen de verhalen. Mond wil niet meer.

Niet meer eten, ook niet meer alles weten. Proeven? Wat nou proeven? Kent dit liedje al. Loopt vast weer in de val. Vol in de valse val.

Heks wil graag een ander deuntje zingen. Schiet maar niks te binnen. Moet toch iets verzinnen.

Stil lig ik te wachten tot het betert. Mijn pijnlichaam lijdt weer kilometers. Maar dat wisten we al.

Bocca della Verità, De mond van de waarheid

 

 

 

Heks suist dagenlang in een baan om de aarde na een flinke inwendige ontploffing. Gelukkig zie ik het licht. Neem ik het weer licht. Die oplichter. Bovendien doe ik iets, dat ik veertig jaar geleden had moeten doen: Ik neem echt afstand. Dat geeft verlichting…….

Tegen het einde van mijn retraite ben ik behoorlijk ziek. Niemand merkt er iets van, behalve ikzelf natuurlijk. Plotseling ren ik weer vanouds ’s morgens non stop naar het toilet. Ik val kilo’s af. Gewrichten hangen massaal uit de kom. Mijn huid is in een maanlandschap veranderd. Jeukende bulten, belachelijke bobbels en kriebelige kraters hebben zich in mijn gezicht en op mijn armen genesteld.  

Het wordt de hoogste tijd, dat Heks naar huis gaat. Dat ik weer normaal kan eten. Dat ik niet meer door een tent hoef te kruipen met al die gewrichten uit de kom. Dat ik weer eens door een fysiotherapeut uit de knoop kan worden gehaald.

Maar ja. Heks heeft werkelijk geen zak zin om naar huis te gaan. Ik wil wel graag mijn beestjes weer zien. Ook verheug ik me op mijn eigen bedje. Maar ik weet natuurlijk best, dat eenmaal thuis de euforie van zo sterk verbonden zijn met medemensen snel voorbij is. 

In het dagelijkse leven zijn mensen niet zo mals. Ze gunnen elkaar niet zoveel. Van het asociale egocentrische gedrag van de gemiddelde mens kots ik al jaren. En na een verblijf in zo’n fijne omgeving slaat dat hopeloze gedrag je extra hard om de oren.

Als ik een dag terug ben raak ik al slaags met een geitensok in de biowinkel. Heks staat rustig appel/perensap te zoeken tussen alle appelsap, als een rare broodmagere gare gluut van een vrouw  me bruut opzij stompt en snel de laatste exemplaren onder mijn handen vandaan grist. Ze trekt ze nog net niet uit mijn vingers, maar het scheelt niet veel.

‘Jij zoekt zeker ook de appel/perensap,’ wrijft ze haar minne actie er nog maar eens eventjes in. Snel maakt ze zich met de laatste flessen uit de voeten. 

Typerend. En wie trekt er weer eens aan het kortste end?

Maar goed, ik weet dus prima wat me te wachten staat als ik weer thuis ben. Met die wildvreemde eigengereide rare geit is op zich goed te leven, maar helaas zit mijn persoonlijke cirkel ook boordevol zulke gezegende gekken. Die grabbelen, grissen en uit handen trekken. 

En als ik opnieuw mijn studieschuld zie staan op mijn belastingaangifte, terwijl ik hem al heb afgelost, zijn de rapen gaar. Dagenlang ben ik van slag. Iedereen in het gezin heeft zijn of haar opleiding betaald gekregen, behalve ik. En nu dit weer. Wat een klotefamilie heb ik toch. Ze gunnen me ook niks.

Pas een week later zie ik er de lol van in. Krijg ik oog voor het absurde van de hele situatie: Heks is waarschijnlijk de enige in de hele wijde wereld, wiens ouders verdienden aan haar studie! Enorm lachwekkend, toch?

Als jonge vrouw zat ik handenwringend bij de decaan. Ik had geen beurs, want mijn ouders verdienden veel te veel. ‘Je moet naar de rechter en verklaren, dat je ouders je ouders niet meer zijn,’ was haar advies, ‘Alleen als je officieel afstand neemt van die mensen, krijg je een beurs.’

Heks kreeg dat natuurlijk niet voor elkaar. Ze gaven me dan wel geen rooie rotcent, noch steunden ze me in mijn studentikoze bestaan, ik hield wel degelijk van die mensen. Bovendien is Heks altijd belachelijk loyaal geweest. Je moest echt jarenlang rechtstreeks in mijn bek schijten voordat ik ging protesteren……

Pas tegen het eind van mijn studie waren mijn ouders bereid een volstrekt uitgeputte Heks een minuscuul bedrag te lenen. Vlak voordat de ME me definitief tegen de vlakte sloeg.

‘Heks, maak je niet druk, het is een studieschuld van niks. Dat is dan weer het voordeel van het feit, dat ze niet van zins waren je veel te lenen. Laat staan iets te geven. Je hebt het leeuwendeel van je studie destijds zelf bij elkaar gesopt en geboend. En geserveerd….’ reageert een goede vriend laconiek. Hij heeft gelijk!

‘Wij kunnen niet tegen onrecht, dat is ons probleem,’ sombert de Don later aan de telefoon. Daar zit wat in. Heks heeft bijvoorbeeld een flinke schuld bij de sociale dienst, omdat ik al ziek was, toen mijn vader overleed. Al het geld, dat ik toen kreeg uitgekeerd, moet weer terug die sociale pot in, omdat ik plots recht op een erfenis had.

Ik kreeg die erfenis niet. Maar ik heb dus wel die schuld.

Daar zul je me echter nooit over horen. Dat geld komt een ander ooit weer goed van pas. Het is een veel groter bedrag dan die stomme studieschuld, maar het doet me helemaal niks. Sterker nog: Ik ben blij, dat ik een dergelijke schuld heb en niet eentje wegens speculeren met huizen bijvoorbeeld.

Heks heeft geen medelijden met dat soort hebberige schulden. Ik ken een heel inhalig mannetje, die heel veel geld naar zich toe heeft geharkt ten koste van anderen, wat hij er vervolgens op zo’n manier doorheen joeg. Ging hij zielig doen tegen de mensen die hij had benadeeld! Waaronder Heks…..

De werkelijke wereld is nogal een kluif. Mijn wens als kind om waarachtig te leven en ook de donkere kanten te leren kennen is echt uitgekomen. Maar intussen mag het wat mij betreft wel wat minder. 

De laatste dagen in Plum klitten de leden van mijn tijdelijke familie enorm bij elkaar. We zijn niet bij elkaar weg te slaan. Het is alsof iedereen weet, dat het weer sappelen wordt zodra je thuis bent. 

Intussen zit ik weer wekelijks dagenlang alleen te koekeloeren. Knuppel ik me met mijn afknaplijf een weg door die eenzame ruimte. Ik mis mijn tijdelijke Plumfamilie!

Het zou zo fijn zijn om elkaar eventjes te zien. Het zou zo fijn zijn om even bij elkaar te zijn……..


Metta meditatie: Oefening baart kunst. Heks zit op haar kussentje verwoed te praktiseren. Godkolere. Ik moet nog heel veel leren. Maar later diezelfde dag zit ik zingend op mijn fiets. Haken doen me niets. Deze vis zwemt blij voorbij……..

Vanmorgen zit ik op mijn matje. Een enorme boeddhistische bel staat naast me. Een sliert wierook kringelt naar het plafond. ‘Moge ik vreedzaam, gelukkig en licht zijn in mijn lichaam en geest,’ zemel ik sereen voor me uit. Snel geef ik een flinke ram op mijn geweldige klankschaal. ‘Boingginggononggg!!!!!!!’ Adem in, adem uit.

38801606_10155758160374537_172516638573199360_n

Godkolere. Ja, laat ik vooral licht worden. Ik ben al dagen loodzwaar van de vijfhonderd kilo kouwe stenen, die me onlangs in de maag zijn gesplitst. Knollen voor citroenen. Keiharde koude kutknollen.

‘Moge ik veilig zijn en vrij van onrecht,’ zucht ik vervolgens zachtjes. Tranen prikken achter mijn ogen. Veilig voel ik me geenszins. Een diep gevoel van onveiligheid woont gestaag in mijn maag. Belet me regelmatig om te eten. Wil van geen wijken weten.

Veiligheid is me altijd vreemd geweest. Trots hield me overeind. Gewend aan onveiligheid, blind voor gevaar, raak je nu eenmaal gemakkelijk alles kwijt. Pas vrij recent realiseer ik me dat ik op sommige vertrouwde plekken beter niet kan komen.

Dat familiebanden niet per definitie garant staan voor veiligheid en bescherming. Dat bepaalde dierbaren zelfs levensgevaarlijk voor me zijn. Omdat ze rare feestjes geven, waar mensen op af komen, die pillen in je drankje gooien bijvoorbeeld. Omdat ze dat dan vervolgens grappig vinden.

‘Moge ik vrij zijn van woede, conflict, angst en vrees,’ mompel ik er achteraan. Nijdige Berenklauw schiet alweer dagenlang als paddenstoelen uit de grond van mijn hart. Verziekt mijn innerlijk landschap. Een kudde Sangha-schapen graast zich een slag in de rondte om het tij te keren. En dan de angst. Altijd maar zorgen om de dag van morgen.

Ik adem in en uit. In en uit. Een glimlach krult vanzelf om mijn lippen. Ik wens mezelf echt vrede en liefde toe. Ik zie mezelf gelukkig en vrij, zoals ik me in Plum voelde. Gezien en geliefd. Verbonden. ‘Moge het zo zijn……’ lispel ik verheugd.

‘Moge ik leren naar mezelf te kijken met ogen van liefde en begrip,’ ja, dat is wel nodig ja. Ik zit mezelf teveel op mijn kop de laatste tijd. Boos om mijn naïviteit. Nijdig, dat ik me nog steeds in de kaart laat kijken. Dat ik nog altijd voer voor narcisten ben.

‘Het is absoluut geen slechte eigenschap, Heksje, om van mensen te houden en hen te vertrouwen. Het gaat alleen niet op bij de narcistische medemens. Daar kun jij niks aan doen, die hopeloze bevolkingsgroep bestaat nu eenmaal. Misschien ben jij zelf wel een enorme narcist in je volgende leven….. Dan hoop je ook dat er mensen zijn met genoeg liefde in hun hart om jou niet te haten om je vreselijke gedrag……..’

‘Moge ik in staat zijn de zaadjes van liefde en vreugde in mezelf te herkennen en ze aan te raken,’ murmelt Heks. Nou, dat lukt me prima. Goddank. Zotte zaadjes zat. En vrolijke blije eierzaadjes. Luchtige lachzaadjes. Zompige zwoele sekszaadjes ook, maar die hebben al lang geen water gehad…..

Moge ik leren de oorzaken van woede, begeerte en misleiding in mezelf te herkennen….’ Zo. Moeilijke materie, maar niet onbelangrijk. Zolang ik overgeleverd blijf aan mijn kwelgeesten, omdat ze op de juiste knopjes drukken kom ik geen stap verder. Dus waar zitten die knopjes? En hoe zijn ze ontstaan?

De zinsnede ‘Moge ik weten hoe de zaadjes van vreugde in mezelf te voeden, elke dag opnieuw,’ tovert een lach op mijn gezicht. Hiervoor heb ik het perfecte recept: Men neme 7 katten en een hondje. Woon ermee in een heksenhuisje. Wandel zo vaak mogelijk met je viervoetige vriend en een incidentele kat. Knuffel je suf met je diergaarde. Speel elke dag circus in je woonkamer…….

‘Moge ik in staat zijn om te leven met een frisse, stabiele en vrije geest,’ spreekt vanzelf. Ongelofelijk belangrijk, die vrije geest. Heks is bereid te sterven voor haar vrije geest. Ik ben al vaak voor gek verklaard of vervloekt, vanwege die vrije geest. Ik wil geen concessies doen aan die vrije geest. Mijn geest mag dansen.

‘Moge ik vrij zijn van gehechtheid en afkeer, maar niet onverschillig zijn,’ is dan weer zo’n zinnetje, waar ik weken op kauw. Ik ben namelijk enorm gehecht aan bepaalde mensen, waar ik tevens een afkeer van heb.

Huh? Ja, dat is echt mogelijk. Mensen, die je lief zijn, maar die wel bij voortduring het mes in je ribben jagen. Geliefden voor wie liefde macht is en controle. Beminden, die je het liefst over hun graf heen onder de plak zouden willen houden.

‘Moge ik vrij zijn van gehechtheid en afkeer,’ lispel ik nog maar eens een keertje. Vooral die afkeer zit me dwars. Ik kots namelijk van bepaalde zaken. ‘Moge ik zonder afkeer zijn,’ diepe zucht, ‘maar niet onverschillig.’

Nooit onverschillig zijn. Het laatste zinnetje raakt me diep. Soms lijkt diepe onverschilligheid  de enige emotie, waarmee ik de spoken uit mijn verleden kan bezweren. Maar je hebt voornamelijk jezelf ermee. Een afgevlakt hart kan nooit meer vlammen. En Heks wil vlammen.

Ik wil als een Feniks uit mijn as herrijzen. Een nieuw leven. En dat begint vandaag.

Feniks: Vogel van de zon…..

Wanneer de ziel er klaar voor is om haar vleugels uit te slaan, wordt zij diep gereinigd en gezuiverd en bereidt zij zich voor op nieuwe niveaus van spirituele wijsheid, kracht en licht. Net zoals de Feniks die door het hemelse vuur gedoopt werd om opnieuw te worden geboren, ga jij ook door eenzelfde fase van hemelse zuivering, voorbereidingen en initiatie. Dit is een vergevorderd stadium van groei van de ziel en spoedig daarna zul je genieten van een grotere spirituele vrede, goddelijke kracht en vooruitgang op je goddelijke levenspad. Kwan Yin, Dochter van de Feniks, is door het vuur gegaan, zowel geestelijk als lichamelijk, en heeft een vorm van grote spirituele vrede bereikt, kracht en autoriteit. Ze leidt je nu om je bewust te worden van je wedergeboorte en de hogere staat waarin je je nu bevindt.