Heks kijkt een kleine marathon Utopia. Ik wil schrijven over dit gekkenhuis, maar langdurig kijken is bijna niet te doen. De afleveringen hangen van het fenomeen gaslighten aan elkaar. Een normaal woord wordt er zelden gewisseld. Het is de niet-ideale-maatschappij ten voeten uit. Een wereld, waarin niemand een ander iets gunt. En iedereen tegen elkaar loopt te liegen! Op Hiske na dan………

Heks heeft  jullie nog een verhaaltje over Utopia beloofd. Helaas lukt het me nauwelijks om naar dat gekkenhuis te kijken de laatste tijd. Ik heb sowieso al moeite met de mensheid in het algemeen, mezelf incluis. Het stelletje hopeloze narcisten in deze miniatuur heilstaat is echt om te kotsen. Wekenlang trek ik die vreselijke stumper van een Jessie echt niet……

Gisteren begin ik aan een kleine marathon, om opgenomen afleveringen te bekijken. Ik lig met een griepje gestrekt.

De domme Merel vind ik ook nauwelijks te nassen met haar geroddel over Shelley en hoe dom die wel niet is. Hoezo projectie? Als er iemand echt onnozel  is in Utopia, dan is het deze zelfbenoemde diva wel. Haar verliefdheid op de oppernarcist van het kamp maakt haar stekeblind. Niet dat het veel uitmaakt. Ze is sowieso niet echt goed in het monitoren van andermans gevoelens. Daar walst ze liever over heen.

Dan is er nog de dikke Gerrit. Zo dom als een oliebol. Ik hoor op een gegeven moment in een uitzending, dat hij student is. Hetgeen me hogelijk verbaast. Zitten er dan toch hersens in dat enorme holle vat? Is er bij die Holle Bolle Gerrit toch sprake van enig IQ? EQ heb ik nog nooit bij de stumper kunnen ontdekken. Deze flamboyante narcist is gespeend van enige vorm van spiegelcellen in zijn trage brein.

Dan is er nog de zure Adriaan. Tot op het bot teleurgesteld in de mensheid. Hij vergeet evenwel, dat hijzelf ook een mensachtige is. Met alle gevolgen van dien. Hij vindt zichzelf een klasse apart met zijn voorliefde voor varkens. Een gemiddelde moslim zal daar heel anders tegenaan kijken. Ik bedoel maar. Hij heeft bepaald niet de wijsheid in pacht met z’n gefrustreerde geknor.

En dan de treurige Franny. Even uit haar depressie getild door alle aandacht. Maar het is nooit genoeg. Het meisje heeft voortdurend bevestiging en aandacht nodig en dat is gewoon geen haalbare kaart. En dan zoekt ze het ook nog bij de grootste egoïst van het hele terrein, Holle Bolle Gerrit.

Waar Jessie tactisch nog wel eens iets voor een ander doet, doet Gerrit echt nooit iets voor zijn medemensen. Hij lult over anderen of stopt zijn lul in een ander, maar iets bijdragen, los van zure woorden of zuur sperma, is er niet bij.

Shelley wordt voortdurend voor egoïst uitgemaakt door de grootste egoïsten van Utopia. Heks is geschokt door de mate van gaslighten, die Gare Gerrit en de slisnarcist op deze dame loslaten. Met enige regelmaat wordt de arme Shelley in een hoek gedreven over de meest achterlijke zaken. Ik bewonder haar botte reactie op dit geweld. Maar het speelt de heren wel in de kaart over haar vermeende egoïsme.

Echt sociaal vaardig is de dame niet. Maar ze werkt hard en gunt een ander best wat. Behalve Gare Gerrit en Slistige Jessie. Om deze heren gaat ze met een boog heen. En met recht! Ze kan die idioten beter mijden als de pest. Ze vernederen haar graag tot op het bot met hun denigrerende respectloze opmerkingen. Ze hebben intussen alle plezier al uit dit meisje getrokken.

Dan is er nog een scala aan roddelende figuranten in dit drama. Wat zijn mensen toch een verschrikkelijke wezens. Iedereen kletst over iedereen. Ze gunnen elkaar vaak het licht in de ogen niet, dwarsbomen de ander waar mogelijk, halen de ander omlaag op een zwak moment…..

Werkelijk iedereen beschuldigt zich aan dit gedrag. Behalve Hiske. Het enige integere en intelligente mens in Utopia. Een menselijk mens ook.

Hiske kan met iedereen overweg. Ze laat zich door niemand intimideren. Ze ziet dingen helder en scherp. Ze heeft een warm hart in haar donder. Ze roddelt niet, spreekt hooguit haar bezorgdheid uit. Ze helpt anderen bij voortduring uit de brand, maar hoeft niet op de voorgrond. En ga zo maar door. De integere Hiske is een klasse apart.

En daarom vind ik dat deze vrouw moet winnen. Het is sowieso een raar concept, dat winnen van dit programma. Elkaar de tent uitvechten en een ideale samenleving opbouwen zijn nu niet bepaald kanten van dezelfde medaille.

Utopia 1 is ook al gewonnen door een rasnarcist. Ik heb toen niet gekeken, op een paar uitzendingen na. Net toen die winnaar enorm de idioot liep uit te hangen. Zuigen en zeiken dus. Gaslighten ook. Laten we niet weer zo’n lul de behanger laten winnen.

Maar helaas. Mensen houden van narcisten, Onze ideale maatschappij is narcistisch van structuur. Met bij voorkeur een psychopaat aan het roer. Kijk maar naar de Verenigde Staten. Een egocentrische gek aan het hoofd en niemand die het stoort.

Heks zit wel vaak te lachen hoor, tijdens het afspelen van het programma. Bijvoorbeeld als Merel recht in het gezicht van haar geliefde liegt over het feit, dat ze hem een lelijke sloeber heeft genoemd, toen het uit was. ‘Dat ontzettende lekkere stuk, die zoon van Lexy, is echt mijn type. Jessie niet, hij ziet er niet uit, die loopt erbij als een zwerver…..’  heeft iedereen haar horen zeggen op nationale televisie. Maar de dame ontkent dit in alle toonaarden…..

Een kwartier later is ze hevig verontwaardigd, omdat iemand heeft geroepen haar te willen wurgen en het vervolgens ontkent. ‘Ze liegt recht in mijn gezicht,’ schreeuwt ze verontwaardigd, al lobbyend bij de rest van de bewoners.

De afleidingsmanoeuvre werkt. Niemand heeft het meer over het feit, dat ze haar geliefde enorm heeft zitten afkraken ten aanschouwen van iedereen. En het vervolgens ontkent.

Heks hikt ook van de lach als Slissie uitroept: ‘Waarom liegen mensjejen? Ik begrijp daar nietsjsj fan…..’ terwijl hij zelf allerlei stiekeme flirtpartijtjes met Shelley heeft.

‘Vind je haar leuk?’ vraagt de slimme Hiske hem daarom. ‘Af en toe vind ik Sjshelley wel leuk,’ antwoord de lelijke valse Jessie met een pieperig stemmetje. Shelley is ver buiten zijn lead. ‘Heb je aantrekkingskracht?’ informeert de gisse Hiske verder.

‘Eh, Aantrekkingsjskracht, Eh…….,’ de sukkel proeft het woord alsof hij het voor het eerst hoort, ‘We gaan de laatsjste tijd beter met elkaar,’ zegt hij zacht met een heel lief engelengezichtje.  Dit alles heel liefjes uitgesproken.

Let wel: We GAAN de laatste tijd beter met elkaar. Heks hoort het de stumper verschillende malen zeggen tijdens zijn crisis met Merel. Hij heeft zijn dwalende eksteroog op Shelley laten vallen en verkent de mogelijkheden: In zijn optiek is er al iets gaande……

‘Dus dat is niet je geheim, Jessie,’ zegt Hiske. Shelley is overigens bij dit gehele gesprek aanwezig. ‘Nee,…..neee, neee…. ,’ teemt Jessie, ‘eh, of wel…..’ Geheimzinnig listig lachje volgt. ‘Dat sjou sjomaar wel kunnen……’

Ja, wat moet je daar nu mee? De naarling zit het meisje enorm te gaslighten. Shelley reageert laconiek ‘ Ik ga er niks mee doen. Het is vanuit Jessie gekomen, dat hij dat geheim heeft …..

Een ander voorbeeld van het idiote gedrag van Jessie ten opzichte van Shelley ten tijde van zijn crisis met Merel:

‘Jij moet toch echt iets met je haar doen, Jess,’ zegt Shelley. Ze is Gerrit aan het knippen. ‘Nee, ik denk dat JIJ ietsjs met mijn haar moet doen!!!!’ schreeuwt Jessie agressief terug terwijl hij priemend met zijn wijsvinger bijna in Shelleys borst prikt.

Het is nog net geen ongewenste intimiteit, maar hij staat wel onbeschoft in haar persoonlijke cirkel te oreren.

Gerrit kijkt verstoord op en geeft tegelijkertijd een pakje onderhands aan Jessie. Het lijkt wel een uitwisseling van drugs pal onder de neus van een nietsvermoedende huisgenoot.

 

‘Maar,’ stottert Shelley een beetje overdonderd door de heftigheid van Slissies’ geprik en geschreeuw, ’Met toestemming, niet dat ik effe zo….’  Ze zwaait met haar tondeuse alsof ze hem kaal scheert…….

‘Doe maar,’ zegt Jessie en buigt het hoofd in overgave voorover. ‘Wat hoor ik? Toestemming? Goed!’ geint Gerrit, die een kale Jessie voor zich ziet.

 

‘Dat betekent niet dat je het maar bij elkaar moet gaan doen…’ antwoordt Jessie onnavolgbaar. Zowel Shelly als Gerrit zijn perplex.

‘Bij elkaar?’ Gerrit kijkt verbijsterd. ‘Met elkaar,’ zegt Jessie stellig, ‘ Als je……’ zijn stem sterft suggestief weg.

‘Waar gaat dit heen?’ vraagt Shelley op vlakke toon.

Het is doodstil opeens.

Jessie loopt weg als Gerrit hem vraagt ’Shelley en jij bedoel je?’ ‘Nee hoor, Gert,’ en een stuk verderop buiten hun gehoor, louter voor ons, de kijkers thuis… ’Nee hoor Gert…’ een diepe zucht. Onbegrepen Jessie….

Vervolgens komt Jessie Shelley in de badruimte tegen. Het is intussen alweer aan met de domme Merel. Die hij eigenlijk te dik vindt. Hij heeft zeker al een tijdje niet naar beneden gekeken, want zijn minuscule gereedschapje hangt tegenwoordig ook onder een flink afdak. Weer begint hij te zuigen over een eventuele relatie tussen hen. Het feit, dat ze hem opnieuw afwijst valt niet goed.

‘Maar maakt het dan helemaal geen indruk als ik sjeg, dat ik met je wil trouwen en kinderen met je wil krijgen?’ lispelt de griezel, terwijl hij zonder kleren een halve meter bij zijn onbereikbare liefde vandaan staat te rukken. Of douchen, dat kunnen we natuurlijk niet zien.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Shelley kamt haar haar voor de wastafel. Ze zegt helemaal niks meer. Ja, wat moet je zeggen op dit soort gegaslight? Intussen is Gerrit binnen gekomen. De ex van Shelley. Jessie heeft niks door, hij lanceert net die zin over trouwen en kinderen krijgen…..

 

Gerrit is verbijsterd. Zegt echter niets.

Als iedereen weer weg is uit het badhok, komt Jessie de douche uit, loopt naar buiten, naar zijn vriendin Merel en kust haar….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ook informeert dit nare mannetje op zeker moment bij zijn boezemvriend in het kwaad, Gerrit, of hij met diens ex Shelley mag gaan. Hij vraagt als het ware toestemming…..

Dus Heks lacht zich dan ook dood om zijn gejammer, dat mensen niet eerlijk zijn. Hilarisch echt. Wat een kwibus.

Dan is er nog de film van Shelley, waar Slissie geen rol in krijgt. Hij kan het niet uitstaan. Vanuit zijn machtspositie gaat hij haar nu echt dwars zitten. Eindeloos zit hij aan haar kop te zeiken. Ik zou de idioot ook niet in mijn film laten spelen. Je wilt toch geen slissende zeikerd van een gangster. Het is tot daar aan toe dat hij probeert te rappen, maar er zijn grenzen.

Als Slis zijn zin niet krijgt weigert hij zijn bescheiden figurantenrolletje te spelen. Op het laatste moment. Louter  om haar een hak te zetten. De dame laat zich niet kennen en huurt pardoes de zoon van Lexy in, het lekkere stuk, waar Slissie niet aan kan tippen.

Slissie is dus op Shelleyjacht. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Dagelijks probeert hij haar in een kwaad daglicht te stellen, maar eigenlijk wil hij haar hebben. Voor een narcist, die slist is er geen lekkerder hapje, dan een dame, die tegenstand biedt……

Mensen, laat die afschuwelijke Slissie, Holle Bolle Gerrit en Merel Utopia niet winnen. Gooi ook de geslepen Jens en knorrige Adriaan ter zijde. Kies ook niet voor 1 van die dames met gebrek aan zelfrespect. Of de sociaal gemankeerde types. Kies die leuke roodharige vrouw, Hiske. De enige echte schat in dat hopeloze oord. Een meid met hersens. En een hart!

 

 

 

 

Is de Wet van Murphy in werking als ik zondagnacht noodgedwongen de hulp van mijn beste vrienden inschakel? We schelden vaak op deze medemensen, vooral als ze ons op de bon slingeren, maar Heks is blij dat er politie is! Vooral in het holst van de nacht. Tijdens het spookuurtje. Als ik mijn huis niet in kan…….

Zondagmorgen vliegt Heks op haar ouwe trouwe bezemsteel naar de hoofdstad. Uit alle windstreken komen mijn zusters aangesneld. Sommigen met openbaar vervoer, anderen net als Heks op een eigen bezemsteel. Rond kwart voor tien is iedereen geland. Kwekkend en kwakend slaan we nog snel wat koffie naar binnen. Dan is het echt tijd: De Heksenschool begint weer.

Een hele dag werken we met het dodenwiel. We leren de godinnen van het westen kennen. Tijdens de uitgebreide lunch vliegen de magische verhalen je om de oren. De dag vliegt ook al voorbij. Om vijf uur tuf ik richting Leiden. De weg is hoegenaamd leeg. Alle stoplichten springen op groen. Binnen een goed uur heb ik zelfs mijn hondje opgehaald bij de oppas. Uitgekacheld zijg ik neer in mijn leunstoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Goeie genade. Heks is op. Het was al niet veel om te beginnen vanmorgen. Na een slechte week moesten alle zeilen worden bijgezet, om de opleidingsdag te volbrengen. En hoewel het heerlijk was om iedereen weer te zien, ben ik blij, dat ik in mijn stoel zit. Uitgeteld. Opgesoupeerd.

Om een uurtje of half vier ’s nachts schrik ik klam van het zweet wakker uit een vreemde droom. Ik lig aangekleed op bed. Televisie aan, lichten aan….. VikThor op het voeteneind. Alle katten om me heen of bovenop me. Heb ik al gegeten? Ik geloof het wel. En daarna in slaap gevallen voor de beeldbuis…….

Ik trek een jas aan, plant een parmantig hoedje op mijn duffe hoofd. Mijn nog slapende voeten glijden in een paar enorme regenlaarzen. ‘Drakenlaarzen, Heks. Goh, wat zijn ze mooi!’ aldus een medeheksje vandaag op de opleiding.

Even later sukkel ik door de steeg. Beetje raar tijdstip voor een uitlaatronde, maar niet uitzonderlijk in geval van Heks. Ik kom wel vaker energie te kort voor de avondronde. Hoe vaak val ik niet voor de televisie in slaap na het eten? Het gebeurt me dan ook regelmatig, dat ik op dit uur aan de wandel ben. Met enige regelmaat in pyjama……

Als ik bijna thuis ben, haal ik mijn sleutelbos tevoorschijn. Mijn oog valt op de voordeursleutel. Wat ziet het ding er vreemd uit, helemaal verbogen. Raar. Het slot van de voordeur gaat al tijden heel erg zwaar. Het lijkt wel of de deur is uitgezet door de hitte. Mijn lamme armen hebben hun handen vol om de deur open te maken tegenwoordig.

‘Ik moet voorzichtig te werk gaan met die kromme sleutel,’ denk ik nog. Dan breekt het onding af in het slot. Ik heb nog niet eens geprobeerd om em om te draaien…….

Daar sta ik dan midden in de nacht. Buitengesloten. Helaas heb ik de balkondeur dicht gedaan, dus een klimpartij via het schuurdak gaat zeker niks opleveren. Zal ik mijn buurman wakker bellen? Hij heeft een reservesleutel. Maar die kan toch niet in het slot worden gestopt. Daar zit immers dat afgebroken stuk…..

Mijn telefoon ligt binnen, mijn bezemsteel staat binnen…….

Goddank woont Heks midden in de stad vlakbij het politiebureau. Daar wandel ik dan ook maar heen. ‘Help,’ roep ik door de interkom, ‘Ik zit in een lastig pakket, ik liep de hond uit die laten…..’ De agent achter in het bureau zet grote ogen op. Hij trekt een gezicht naar zijn collega.

Heks kan dat allemaal niet zien natuurlijk. Ik sta op een doodstille gracht tegen een muur te praten voor een uitgestorven hermetisch gesloten politiebureau. Dan hoor ik helemaal niks meer. Vervolgens zie ik een kaal hoofdje achter in het pand over de balie gluren, of Heks en haar hondje daar echt staan. Ze worden toch niet in de maling genomen?

‘Loopt u maar naar uw huis, mijn collega’s komen er aan. Met een ladder. U weet echt zeker, dat uw keukenaam open staat?’

Heks holt op een sukkeldrafje naar huis. Intussen ben ik weer aardig wakker. Mijn duffe sprint jaagt de laatste slaap uit mijn ogen. Met bonkend hart, zweterig en verhit scheur ik mijn steeg in. Voor me uit rijdt een politiebusje. Ze rijden flink door, vandaar mijn gejakker.

Niet veel later ben ik omgeven door agenten. Uit het busje komt een solide ladder. De dienstkloppers schuiven het ding uit, tot het juiste formaat om mijn keukenraam te bereiken. Er komt een tweede politieauto bij. Politiemannen en een incidentele vrouw bevolken de steeg. Er wordt flink overlegd. ‘Heks, klim jij maar naar binnen…..’

Even kijk ik verbaasd op. Ik wil best die ladder opklimmen, maar ik ben er niet echt op gekleed, met mijn lange jurk en rubberlaarzen. Ook ben ik uitermate wiebelig van vermoeidheid. Ik had eigenlijk begrepen, dat een agent dat zou doen, dat klimmen op een gammele ladder. Want hoe stevig de ladder ook is van zichzelf, leunend tegen een vensterbank op vier meter hoogte is het toch een heel ander verhaal…….

En hoe komen ze eigenlijk bij mijn voornaam?

Maar de agent heet Heks, net als Heks. Het is ook een mannennaam namelijk, mijn rare en zeldzame voornaam. Wat toevallig toch weer. Eenvoudig doch complex. Heks is perplex van dit Yin/Yang effect binnen de queeste van haar nachtelijke buitensluiting.

Dus terwijl Heks perplex staat te kijken klimt Heks nummer 2 door haar keukenraam naar binnen. ‘Waar vind ik een reservesleutel?’ roept hij naar beneden. Ademloos kijkt Heks toe. Het is een ongelofelijk lekker ding.

‘De sleutelbos met een smiley er aan,’ roept zijn collega, nadat ze die informatie uit een zwaar afgeleide Heks heeft gekregen. Binnen een paar minuten staat de agent weer buiten met sleutelbos. ‘Ik heb de deur opgelaten, want die afgebroken sleutel zit er nog in. U moet morgen direct een slotenmaker laten komen…..’

Zo zit Heks om half vijf weer lekker in haar huis. God, wat ben ik blij. Gek ook, dat die sleutel precies op zo’n ongelukkig tijdstip afbreekt. Bizar als je bedenkt hoe vaak ik op de meest normale tijdstippen die deur gebruik…..

De volgende dag ga ik op zoek naar een slotenmaker. Ik vraag een offerte op, wil al afspreken met Beun de Haas en Co, als ik me bedenk, dat ik ooit vreselijk de mist in ben gegaan met een malafide slotenmaker, die ik had opgeduikeld in de Gouden Gids. Het is alweer eventjes geleden.

De man zette een nieuwe cilinder in het slot van mijn bergingsdeur. Toen ik later de deur open deed, viel hij op mijn hoofd. Bleek de man de scharnieren te hebben gemold, om de deur uit de sponning te kunnen lichten.

De klungel had geen enkel expertise met het repareren van sloten. Hij had echter wel een flink bedrag gerekend. Toen ik telefonisch verhaal ging halen, werd ik door zijn doorrookte medewerkster (zijn vrouw? ) bedreigd. Ik heb ook nooit kunnen achterhalen, waar het ‘bedrijf’ was gevestigd…….. (waarschijnlijk in het vervallen busje, waarin de man rond reed)

Ik bel de woningbouwvereniging. Ik heb uiteindelijk een duur onderhoudscontract met hen, waar ik nooit gebruik maak. ‘Vervangen van cilinders in sloten valt niet onder het onderhoudspakket, maar we kunnen het wel voor u doen…’ Vooruit maar. Laat maar een mannetje komen. Ik vraag direct nog een paar reparaties aan bij de vrouw. Als ik de hoorn op de haak leg, gaat de bel.

‘Wat ongelofelijk snel,’ de slotenmaker staat al voor de deur. In no time heeft hij de cilinder vervangen. Op mijn verzoek kijkt hij het slot nog even na. ‘Het gaat zo zwaar, al een tijdje. En met de nieuwe cilinder voel ik eigenlijk geen verschil….’

‘Mevrouw Heks, u heeft geluk. Het hele slot is kapot. Ik zal er een geheel nieuw exemplaar in zetten en die rekening is uiteraard voor Portaal. U kunt hier namelijk niets aan doen. De sleutel is afgebroken, omdat het hele slot niet deugt! Het ding is oud en versleten. De deur sluit hierdoor niet meer goed…..’

Even later zit het gloednieuwe slot in de deur. De man vijlt net zo lang aan de diverse  onderdelen, tot het geheel moeiteloos sluit. Heks zit gezellig op de dekenkist te klessebessen met de man. Het is een hondenman met sterke verhalen. Ijzersterk…….

‘Mijn nichtje heeft zus en zo jachthonden. Een stuk of acht. Werd ze een keertje tijdens een wandeling aangerand, heeft ze die honden om die vent heen gezet. ‘Niet bewegen, meneer, want dan bent u er geweest,’ liet ze hem doodsbang achter in het bos met die honden. Kortom: De politie erbij gehaald en die vent opgepakt. Bleek hij al een heleboel dames te pakken te hebben gehad…..’

‘Stond een vent in te breken in mijn huis, politie gebeld….. Wilden niet komen, omdat de man nog niet binnen was. Gekkenhuis natuurlijk…… Ik heb een vrouw en kleine kinderen, wat denken ze wel? Later bleek het om een bende van zeker vijf man te gaan!

Heb ik tegen die agenten gezegd, ik ben die en die. Waren ze zo ter plekke. Ik heb namelijk een wapenvergunning, dus wapens in huis….. En dat kunnen ze zo in hun systeem zien, ik sta geregistreerd. Ik laat die inbrekers hier echt niet binnen komen, natuurlijk……. Dat weten zij ook wel, vandaar…..’

Wapens in huis. Brrrr.

Hoewel: Heks heeft een stuk metaal achter de voordeur staan. Hier kom je ook niet zo maar binnen. Ik heb ook eens iemand betrapt op inbreken in mijn huis. Heel creepy. Ik weet ook nog wie het geweest is. Een hele enge stalker, die zijn spooky oogje had laten vallen op die aardige barvrouw in de kroeg waar hij altijd kwam.

Na Heks heeft hij iemand gestalkt, die Heks niet geloofde indertijd. Deze zuipschuit vond mijn verhaal maar onzin. Hij ging onder 1 hoedje spelen met de naarling, alleen maar om Heks te pesten. Waarschijnlijk omdat ze weinig oog had voor de armzalige versierpogingen van deze ontaarde huisvader met vrouw en kind.

Die ongelovige reactie speelde de engerd als het ware in de kaart. Nou, dat heeft Zuipschuit geweten. Aanvankelijk was er niets aan de hand. Toen Heks echter haar baan aan de wilgen hing vanwege deze ontwikkelingen en van het toneel verdween, raakte de man geobsedeerd door deze handlanger.

Opeens stond de man bij hem in de straat te posten, liep hij hem in de supermarkt voor de voeten, probeerde hij ’s nachts bij hem in te breken…… Vervelend voor de drinkenbroer, maar ik was er van af…….

Verhuizen? Verkassen? Moven? Ja leuk! Heks ligt in een deuk. Maar niet heus, het idee alleen al geeft veel stress. Ik ga het dan ook niet doen. …. Reken maar van YES!

Mopperdemopper en scheld scheld word je snel zat. Je krijgt er tabak van. Soms is het de enige mogelijkheid om de onderste steen van de puinhoop in je leven boven te krijgen: Luisteren naar je eigen gemopper. Voor anderen is het natuurlijk een ramp. Verontwaardigde verhalen op verongelijkte toon aanhoren. Men heeft wel wat beters te doen ook.

Heks is ook zat van haar gewauwel. De rust is ook weergekeerd. Mijn hoofd, helder als een grasklokje, is helemaal leeg. De woeste woede is weggewaaid. Niet zomaar. Per ongeluk of ongemerkt. Nee. Mijn onvrede met de gang van zaken de afgelopen weken is in een paar stevige doordachte epistels op weg terug naar af. Naar het behandelend team dus.

Tevens is er een goed doortimmerd verhaal gestuurd naar een klachtenfunctionaris van de betreffende organisatie. Alleen had ik dit nooit voor elkaar gekregen. En al helemaal niet zo snel. Binnen een goeie week heb ik de koers van mijn herstel drastisch gewijzigd. Niet in de neerwaartse spiraal van de onzinnige achterhaalde Nederlandse aanpak van ME: Cognitieve therapie en antidepressiva.

Dat ik nu helemaal niet geholpen word neem ik op de koop toe. Liever geen hulp, dan van de wal in de sloot. Ik red me al jaren min of meer. Je moet soms niet vragen hoe, maar ik loop nog steeds rond te ‘springen’. Ingetaped weliswaar, anders vliegt alles uit de kom.

Liever in mijn eentje door stumperen, dan mezelf van het leven willen beroven door de bijwerkingen van de behandeling. ‘Daar verliezen we mensen op,’ was het commentaar van een behandelaar in het verleden, toen ik maar net aan die bijwerkingen had overleefd.

Liever dwars tegen de stroom inroeien, dan me laten gek maken door de psychiater van Buurtzorg T. Of in de overgave gaan bij diezelfde dame. Ik wil niet in het gesticht verdwijnen met ME.

Liever nog een tijd boos, kwaad, nijdig, dan gesloopt door teveel activiteit en foute pillen worden afgevoerd naar een verpleeghuis. Dat stel ik liever nog een paar decennia uit.

Nu heb ik tegenwoordig een geweldige dame aan mijn zijde strijden. Hoe ik aan haar gekomen ben? Dat snap ik zelf ook niet. De praktijkbegeleidster van mijn huisarts heeft een cruciale rol gespeeld in deze. Zij kent Heks goed, omdat ze jarenlang mijn fysiotherapeut is geweest. Ze weet wat er speelt. Zij heeft dit op 1 of andere manier voor elkaar gebokst.

‘Heks, jij komt heel stevig over, maar van binnen ben je een watje. Die felle mondige buitenkant heb je louter ter bescherming van die zachtaardige binnenkant…..’ reageert ze laconiek, als ik haar vertel over mijn chronische worsteling met de zelf benoemde ‘alpha teven’ uit Leiden en omgeving.

Aanvankelijk hadden mijn nieuwe rechterhand, Rozenhart, en Heks wekelijks ruim een uur de tijd om achter instanties aan te jagen, vervelende achterstallige post te openen, zakken oude kleren uit te zoeken en ga zo maar door. Intussen is de hulp flink uitgebreid. Ze helpt me met van alles en nog wat. Van vakantie voorbereiden tot klachtenbrieven schrijven of een aanrijding afhandelen. Indien nodig pakt ze wat dingen over.

Als mijn hoofd het niet doet gebruiken we haar heldere hersens. Als Heks het fysiek niet meer trekt typt zij de rest van een brief voor me uit. Op slechte dagen krijg ik zo toch nog iets voor elkaar. Belangrijke post blijft niet meer een jaar liggen. Oude kleding verdwijnt opeens in de kledingbak.

‘Ik probeer mijn cliënten altijd zoveel mogelijk hun dingen zelf te laten doen op de manier, die zij willen….’ vertelt ze me afgelopen week. Dit maakt ze helemaal waar bij mij. Bij deze hulpverleenster krijg ik geenszins het gevoel, dat ze me over neemt.

Wat een geluk heb ik met deze dame. Zoals ik ook geluk heb met mijn thuishulp. Die doet de dingen ook zoals ik het wens. En dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt.

Heks is dan ook erg blij met Rozenhart. Ze maakt samen met mijn eveneens geweldige thuiszorg echt het verschil in mijn leven.

Afgelopen week komt er een man van de gemeente praten over een eventuele scootmobiel. Heks zit al lang in tweestrijd hierover. Want het is wel een enorme stap. En ik heb ook dagen, dat ik me prima red op de fiets en lopend. Maar afgelopen winter had ik het slecht en viel ik voortdurend van mijn fiets bijvoorbeeld. Of ik liep door de steeg te strompelen met gewrichten uit de kom.

‘Je moet uitgaan van je slechtste moment,’ tipte iemand met reuma me eens. Hij was daar door schade en schande achter gekomen. Jarenlang presteren boven zijn kunnen had de zaak geen goed gedaan. Heks is ook erg van het niet zeuren en doorgaan. Het laatste wat ik doe is om hulp vragen. Toch moet ik het onderwerp scootmobiel nu gaan bespreken met een mij wildvreemde man.

Tip 1: GA NIET VERHUIZEN!

Door alle toestanden met Buurtzorg T ben ik best zenuwachtig over dit bezoek. Ik overweeg zelfs om het maar af te zeggen. Ik ben gewoonweg bang, wat ik nu weer naar mijn kop zal krijgen.

Maar wie schetst mijn verbazing? De man is echt heel aardig. Met mijn grote zwarte panter in zijn armen komt hij de trap op, ‘Zo, hij was ontsnapt. Ik heb hem maar eventjes meegenomen….’

Hij lijkt sprekend op de kattenfluisteraar van TLC, Jackson Galaxy, maar dan zonder alle piercings en tattoos. Zelfs zijn stem is hetzelfde, alsmede zijn manier van praten. Heks is direct verkocht. Wat een leuke vent!

Ook het gesprek verloopt soepel. Hij stelt geen rare vragen en heeft begrip voor mijn onzichtbare ziekte. ‘Ik heb zelf een onzichtbare aandoening,’ hij vertelt hoe dit zijn leven bepaalt. Als ik hem over mijn avonturen bij Buurtzorg T vertel schudt hij zijn hoofd. Zeer herkenbaar.

Hij begrijp zelfs waarom ik heb gezegd, dat ik wil werken aan het weer gaan zwemmen en vroeger uit mijn bed komen…….  ‘Op een gegeven moment zeg je wat iemand wil horen. Om maar van het gezeur af te zijn…..’

Het gesprek loopt geweldig, maar het gaat nog veel voeten in de aarde krijgen, die scootmobiel. Er moeten weer allemaal onderzoeken worden gedaan. Iedereen wil vervolgens natuurlijk nog eventjes zijn of haar plasje over dit nieuwe dossier doen. Er moeten rapportages komen van huisarts en fysio. Mijn berging moet op de schop. Er moet een deur met een elektrische dranger en een soort oprit naar de gemeenschappelijke berging worden gemaakt……

Het duizelt Heks. Wat komt er veel bij kijken. En dat allemaal voor die paar slechte dagen. Nou, paar…….. Slechte weken en maanden vaak. En ook best regelmatig een slecht jaar, zoals afgelopen jaar.

‘Wil je me in contact brengen met mevrouw Rozenhart van Cuprum?’ vraagt hij tenslotte, als hij ontdekt dat zij me ter zijde staat, ‘Ik wil het met haar gaan hebben over uw verhuizing. Binnen een paar jaar moet dat toch gebeuren, want u kunt hier natuurlijk niet blijven wonen op lange termijn…. met die trap, die u op moet…..’

Nu kost die trap me echt wel eens moeite. Vooral qua energie. Ik stel een ritje naar de berging soms uren uit, totdat ik er de puf voor heb. Maar dat geldt ook voor activiteiten als douchen, eten koken, daadwerkelijk het gekookte opeten en ga zo maar door.

Maar om nu te gaan verhuizen voor die trap. Het idee alleen al. Weet die man wel hoeveel werk dat is, verhuizen? Het staat bovenaan de stressfactorenlijst. En dan met dat overvolle huis van Heks?  Bovendien: Ik wil niet weg! Ik woon hier heerlijk!

Heks begint dus protesterend te pruttelen. Dat ik niet wil verhuizen. ‘Ik verhuis nog 1 keer in mijn leven en dat is naar een aanleunwoning…..’ Liever ga ik ooit tussen een paar planken dit huis verlaten. Maar binnenkort verkassen? NEE!!!!!!!

Heks raakt in paniek. Zit ik me opeens alweer verdedigen tegen iemand van een hulpverlenende instantie! Deze keer, omdat ik niet wil verhuizen.

Als de man ziet, dat het zweet me uitbreekt en ik helemaal begint te stotteren laat hij het onderwerp uiteindelijk rusten. Toch werpt het incident een beetje een smet op het bezoek. Opnieuw word ik overruled in mijn hulpvraag. Ik vraag dit en krijg dat. Ik vraag EMDR en moet aan de pillen. En onder de plak bij een psychiater. Ik vraag een vervoermiddel en moet verhuizen.

Toch is het afscheid allerhartelijkst. De kattenfluisteraar aait nog even alle poezenbeesten. Zelfs de meest schuwe laat zich uitgebreid aanhalen. Ook geeft hij VikThor een beetje aandacht. Echt een schat van een man.

Als ik later aan Rozenhart vertel over de ‘geplande verhuizing’ schieten haar wenkbrauwen omhoog. ‘Verhuizen, waarom????’

‘Omdat hij vindt, dat ik dat beter nu kan doen en niet als ik bijvoorbeeld de trap echt niet meer op kom. Maar wat maakt het uit of ik tegen die tijd de trap wel of niet op kom? Ik ga echt niet zelf de boel verhuizen. Als ik de trap niet meer op kan kruipen, is het vroeg genoeg om hier weg te gaan….’

‘Bovendien gaat zo’n verhuizing me jaren van mijn leven kosten. De stress alleen al. Met mijn kapotte stresssysteem. Dan is het ook nog eens zo, dat ik door al dat hopeloze gemanipuleer van narcisten met grote sommen geld via mijn bankrekening, nooit meer in een woningbouwhuis kan wonen….’

‘Dat recht hebben ze voor me verspeeld. De vrije sector is niet te betalen hier in Leiden. Ik woon hier ook nog eens heerlijk. Midden in de stad. Ik ken iedereen in de buurt. Ik wil ook helemaal niet weggestopt worden in een anonieme flat in een buitenwijk……’

‘Als ik in een huis met een trap naar de bovenverdieping zou wonen, zou ik ook niet gaan verhuizen. Maar ja, dan kun je natuurlijk op een gegeven moment een traplift plaatsen. Volgens de kattenfluisteraar mogen er echter geen trapliften worden geplaatst in openbare ruimtes…..’

Rozenharts zachte gezicht krijgt een vastberaden uitdrukking. Er zit een ijzeren vuist in deze fluwelen dame. ‘Laat hem maar contact met met opnemen…..’ haar gezicht spreekt boekdelen. Heks hoeft niet te verhuizen. Dat gaat ze hem goed duidelijk maken. Op haar vriendelijke rustige manier.

Ik hoef me niet meer tegen dit hopeloze idee te verdedigen.

Zo heeft ook de scootmobiel weer de nodige voeten in de aarde. Zelf hik ik er nogal tegenaan om op zo’n ding te gaan rondrijden. Dan zijn er nog allemaal praktische problemen. Er moeten aanpassingen aan het pand worden gedaan.

Ook moeten er weer allemaal medische rapportages worden opgehoest links en rechts; een ramp als je met ME komt aanzetten. De kattenfluisteraar waarschuwde me al, dat ik moet uitkijken voor het etiket ‘anti-revaliderend’ op de gewenste scootmobiel. Ofwel: ME patiënten moeten worden geactiveerd, dus zo’n luiwagen is niet wenselijk…….

En dan worden er tot slot dingen geroepen als dat ik moet gaan verhuizen……

Zal ik dan toch maar een klein elektrisch scootertje kopen? Een soort opklapbare step met een zadeltje. De goedkope versies mogen niet de openbare weg op. Voor de duurdere heb je een rijbewijs en een kenteken nodig. En een verzekering. Dat rijbewijs heb ik al volgens mij…… Hoe stabiel zijn die dingen eigenlijk? Kan ik er niet eens eentje uitproberen?

Ik begin er toch weer serieus over na te denken…..

Autonomie is wat me ontbreekt. Heks ligt chronisch in de clinch met bazige dames, die me naar de grond proberen te werken. Heks moet in de overgave. Of het nu een kreng van een fysiotherapeut is, die me veertig minuten laat wachten en mij daarvan de schuld geeft of een geslepen psychiater, die me voor gek verklaart……. Of haar good-cop-handlangster, die er een mierzoet schepje bovenop doet….. Of een schreeuwende pispot met een Drentse Patrijs…..Heks krijgt het voor haar kiezen.

Oh, wat ben ik moe. Uitgeput. Leeggetrokken. Nu heb je dat als MEer snel. Een keer flink schrikken en een sprintje naar de deur is soms al genoeg voor een uurtje amechtig uithijgen. Een slungelige mannelijke vervangende thuiszorg, die nagenoeg niks uitvoert helpt ook niet mee. Op zich best knap om tweeënhalf uur lang uit je neus te vreten zonder dat het echt opvalt.

Heks is dan ook enorm blij, dat haar hulp terug is van vakantie. Eindelijk worden er weer kattenbakken verschoond en kussentjes gestofzuigd. Ook plak ik niet meer aan het aanrecht vast. Ik weet niet wat de vakantiekracht daarmee deed, schoonmaken was het in elk geval niet.

Gisteren fiets ik eventjes langs bij de huisarts. Ik heb een raar voorgevoel over buurtzorg T. Ik heb de psychologe gisteren telefonisch verteld, dat ik het proces stop wil zetten. Ik ben mijn vertrouwen in de psychiater en haar team volledig kwijt en wil dat ook niet dat het gekke mens met mijn huisarts gaat praten. Over mij en mijn rare dossier.

Want reken maar dat er vreemde dingen staan in het medisch dossier van Heks. Zo heb ik ooit een nabloeding gekregen door een medische misser tijdens een operatie. In mijn dossier staat hierover: ‘Mevrouw Toverheks is hysterisch en kreeg daardoor een nabloeding….’

Voor de goede orde: Ik was onder narcose tijdens die aanval van hysterie.

Als ik het niet met eigen ogen had gezien een aantal jaren later, toen ik wegens vergaande wantoestanden bij diezelfde arts van ziekenhuis wisselde en opeens het gewraakte dossier in handen kreeg, had ik het ook niet geloofd hoor. Zoiets verwacht je niet van een universitair geschoold medemens. Met de eed van Hippocrates in zijn klep.

Ik ken overigens iemand, die ook door dezelfde chirurg is opengesneden ooit en daarbij eveneens bijna het leven heeft gelaten. Die dame heeft geen ME. Ze is dan ook serieus genomen in haar klacht en heeft een half miljoen van het ziekenhuis gekregen. Verschil moet er zijn natuurlijk.

Mijn vorige huisarts riep dingen als ‘Je moet je niet zo wentelen in je kwaaltjes!’ op momenten, dat ik bijvoorbeeld al een jaar volkomen bedlegerig was. Ik moest maar een Pools meisje inhuren voor een paar euro om mijn huis op te ruimen, want thuiszorg ging ze echt niet voor me regelen. Ik zat toen weer tegen een flinke operatie aan te hikken. Ik woonde al de hele zomer op mijn balkon, omdat het binnen zo’n troep was……

Wat heeft die dame in mijn dossier gezet? Ik wil het echt niet weten.

Ook ben ik bij Rivierduinen jarenlang vernederd en afgezeken over mijn ingebeelde kwaal. Ik kwam bij hen na die laatste operatie. De wond was net na vier maanden dicht. En wat zegt gezondheidspsycholoog meneer de Koekepeer tegen Heks ter kennismaking? ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’

In hetzelfde traject werd ik door een psychiater, die even drie minuten bij de psycholoog binnenrende, vol Prozac gestopt: Daar zou ik flink van opknappen volgens de eikel. Toen ik  maar net aan 1 van de bijwerkingen overleefde ( ik kreeg suïcidale gedachtes, ME patiënten kunnen nu eenmaal niet tegen antidepressiva), riep hij onverschillig, toen hij weer drie minuten binnenrende; ‘Daar verliezen we mensen op….’

Wat zou die kwibus over me geschreven hebben? Destijds riep hij dat ik helemaal geen ME heb. ‘U bent bipolair. Ik ga u uppers en downers geven….’ intussen grabbelend naar zijn receptenboekje. Dat had de stumper in die drie minuten toch maar goed gezien! Vond hij zelf dan.

‘Ik ga helemaal geen uppers en downers slikken. Ik ga niets meer van u slikken. Als u niet heel snel maakt dat u weg komt heeft u een proces aan uw broek!’ De man maakte inderdaad dat hij weg kwam, maar wat zou hij daarover weer hebben geschreven in mijn dossier?

Of de aan ditzelfde GGZ-traject verbonden fysiotherapeut. Wat zou hij hebben geschreven? ‘Ik ga u in een streng oefenprogramma stoppen. U moet vijf dagen per week om negen uur ’s morgens hier zijn, dan gaan we oefeningen doen. Ook moet u dit en dat, hardlopen, sportschool, zus en zo….. U moet een contract tekenen en zich daaraan houden. Anders volgen er represailles…….’

Menig ME patiënt, die dit protocol gevolgd heeft ligt nu definitief in een verpleeghuis. Het is een hele gevaarlijke strategie bij dit type patiënt. Wij kunnen niet herstellen. Ik krijg al spierpijn van de straat uit lopen. Heks weigerde dan ook hieraan mee te werken. ‘Uw eigenwijze houding zal u wel redden,’ riep de griezel me na bij het afscheid.

Dat zal er dan ook wel in staan: Heks is eigenwijs. Met deze psychiatrische patiënt is niets aan te vangen.

Ik ben natuurlijk  al drieëndertig jaar bezig met het bestrijden van deze zware invaliderende ziekte. Dus mijn dossier heeft een lange baard. Vol met dit soort beschuldigingen. Lui, gek, eigenwijs, wentelt zich in haar kwaaltjes, werkt niet mee, wil geen antidepressiva-achtige  medicatie, weigert morfine (!!!), denkt dat ze een echte ziekte heeft…….

Heks wil dan ook pertinent niet, dat de mensen van Buurtzorg T mijn dossier te pakken krijgen. Drie weken geleden heb ik iets ondertekend, waarin ik toestemming geef. Maar dinsdag trek ik die toestemming telefonisch weer in. Ik ga niet verder met die mensen. En bij gebrek aan andere mensen binnen de  organisatie houdt het mijns inziens op.

‘Ik bel u vrijdag nog een keer op, dan bent u misschien wat rustiger,’ koeioneert de psychologe dinsdag een zeer geagiteerde Heks. In het telefoongesprek met haar krijg ik weer dezelfde stomme vragen voor mijn kiezen. Eerst doet ze heel begrijpend, maar als puntje bij paaltje komt moet ik toch weer toegeven, dat de geest het lichaam beïnvloedt en dat ik een psychiatrische aandoening heb.

Ze speelt een beetje good cop/ bad cop met Heks. Zij is dan de goede natuurlijk. Maar wel in dienst van de slechte. ‘We hebben u in het team besproken,’ betekent zoveel als ‘We trekken 1 lijn.’

Als ME dan geen psychiatrische aandoening is, dan is mijn depressie het wel. Volgens de psychologe. Apart. Ik kom er dus niet onder uit. Onder het psychiatrisch etiket.

Waarom? Wat is hun belang hierbij? Waarom moet ik in de overgave?

‘Ik weet prima, wat tot de psychiatrie behoort en wat niet. (Een vroegere geliefde van Heks hakte met dat bijtje. Voorwaar geen makkelijk bestaan. Hij heeft zichzelf helaas niet overleefd.) Ik ben niet schizofreen, bipolair, paranoia of noem maar op. Ik heb last van een depressie door bepaalde dingen betreffende mijn familie. En daar wil ik hulp voor. En geen pillen.

‘Maar dat is toch een psychiatrische aandoening, zo’n depressie, vindt u niet?’ God, wat zijn die mensen hardnekkig. Het maakt niet uit, wat ik zeg.

‘U hebt gezegd, dat u wilt gaan zwemmen en vroeger wilt op staan…’ roept ze opgewekt als tegen een onwillig kind. Om me weer in haar stramien te lokken. ‘Dat heb ik gezegd om jullie een plezier te doen. Ik heb aan het eind van dat vreselijke gesprek met mevrouw de psychiater vorige week gewoon gezegd, wat jullie willen horen….’

En dat hebben ze dus wel onthouden. Koren op hun molen. Heks moet zwemmen en om zes uur op. Het feit, dat omdraaiing van dag/nachtritme inherent is aan ME boeit hen niet. Dat het al dertig jaar een dagdagelijks gevecht is om een beetje te slapen ’s nachts. Dat gaat wel over als ik eens een keertje mijn best ga doen. En ga zwemmen.

Heks heeft jarenlang gezwommen. Het vrat bijna al mijn beschikbare energie op. Wennen deed het nooit. Altijd zwom ik met veel pijn. Ik stond vaak te duizelen in de kleedruimte. Ik heb nog steeds ME.

Ik fiets dus langs bij de huisarts om te checken of Buurtzorg T niet toch met hem probeert te praten vandaag. En wie schetst mijn verbazing? ‘Er is net een brief voor hem afgegeven door iemand van Buurtzorg T,’ zegt de assistente. Ze zwaait met een formulier met mijn handtekening er op. Het drie weken geleden door mij ondertekende document is net ingeleverd.

‘Ze hebben vandaag een belafspraak met de dokter om te praten over jou,’

Er komt stoom uit de oren van Heks. De assistente staat er verbaasd naar te kijken. Ik gris het papier uit haar hand en scheur het in duizend stukjes. Voor haar verbijsterde ogen.

‘Ik moet met de dokter spreken vandaag. Dit loopt echt de spuigaten uit, wat die lui van Buurtzorg T doen. Ik zeg nee en ze doen ja. Ik wil niet dat hij met die psychiater gaat praten. ….’

De assistente belt de huisarts. Die heeft om kwart over twee nog een gaatje. Als ik later mijn verhaal doet, snapt hij al snel wat er loos is. Hij heeft nooit aan mijn verstand getwijfeld. Hij geeft me nooit het gevoel, dat ik me in mijn kwaaltjes wentel. Mijn huisarts beschermt mijn privacy. Bij hem ben ik nog steeds veilig.

Aan het eind van de middag gaat de telefoon. Als ik hem op pak en mijn naam noem, hoor ik niks. Ik bel het betreffende nummer. Ik krijg het antwoordapparaat van de psychiater. Heeft dat gekke mens me nu toch zitten bellen?

Ik heb gisteren toch duidelijk gezegd tegen die psychologe, dat ik dat echt niet wil. Ik wil niet opnieuw aan de verbale terreur van die vrouw worden blootgesteld. Ik ben klaar met haar brainfuck.

Razend van woede begin ik aan een klachtenbrief. Wat een stelletje idioten.

Heks wil therapie, met name omdat een vrouw uit mijn familie me middels een smerige  truck mijn autonomie heeft trachten te ontnemen. En het is haar nog gelukt ook. Heks hangt aan allemaal financiële touwtjes. De touwtrekker is een narcist. Hij gedraagt zich als de eerste beste door de rechter aangestelde bewindvoerder. Dat is hij geenszins!

Uit mijn naam worden belangrijke documenten getekend door een aangetrouwd familielid. Iemand van de zeer kouwe kant. Iets, dat volgens mijn advocaat helemaal niet mag.

Deze psychiater, die me ook al mijn autonomie tracht te ontnemen, die achter mijn rug dingen doet, mij betreffende, die ik heb verboden….. Tegen mijn zin dus, die wil winnen……. Die me voor gek verklaart en monddood tracht te maken, die gemene pactjes smeedt met haar team…. Die de boel manipuleert en over me heen walst……. Waar ken ik het van?

Als ik zou hebben gekozen voor confrontatietherapie dan was dit experiment heel geslaagd. Het lijkt wel een onvrijwillige familieopstelling.

Toch ga ik er niet mee door. Ik ben wel klaar met mijn rol van Kop van Jut. In welke omgeving dan ook.

Zo ben ik afgelopen week flinke uitgescholden door 1 van de potjes met de Drentse Patrijs. Krijsend blokkeerde ze het fietspad, terwijl haar strontvervelende hond zich zwaar stond te misdragen rukkend aan de riem. Ik fietste alleen maar om haar heen met mijn über brave hondje. ‘Hou je bek, gek mens. Let jij nu maar op die hopeloze hond van je.’

Ook is mijn klacht bij een fysiotherapeut vrij onbeschoft afgehandeld. ‘Ik loop een kwartiertje uit’ werd bijna drie kwartier. Heks moest helaas naar een volgende afspraak, dus ik ben weg gegaan. Ik hoorde de vrouw en haar client maar lachen en praten. Die client was al meer dan een uur binnen. Echt haast hadden ze niet.

©Toverheks.com

‘Ik ga je niet vertellen wat er aan de hand was, maar belangrijk, belangrijk, belangrijk. Schijt in je bek, kotsbraak over je heen, want je moet gewoon niet bij mij afspreken. Eigen schuld, dikke bult. Ik heb nu eenmaal geen controle over mijn agenda’ was haar excuus.

Volgens mij heeft ze geen controle over haar grote mond. Ik kom al 9 jaar bij dat rare mens in haar praktijk. Zes tot acht keer per maand. Ik had wel een behandeling kunnen gebruiken ook, na dat gekruip door die tent een paar weken geleden. Respectloos natuurlijk. Ik ga me inderdaad maar eens heel ergens anders laten inplannen.

Ook bij Buurtzorg T maakt Heks geen afspraken meer. Wel ben ik een soort bang van hen geworden. Wat als ze me onvrijwillig laten opnemen? Als mevrouw de psychiater het in haar bol krijgt, dat ik een gevaar ben voor mezelf. Ik heb tenslotte een als psychiatrische aandoening aangemerkte depressie (ME voor alle duidelijkheid) en weiger medicatie en ben daarnaast zwaar aan de drank met mijn dagelijkse ME kater.

 

 

 

 

 

Heks lijkt op kabouter Plop met haar overvolle stopverfkop. Nachten spoken en niet slapen. Uit al mijn mouwen kruipen apen. WIL ik dan niet beter worden misschien? Duh…… Al die domme vragen, ik kan wel grienen…….

Heks is toch zo moe. Mijn hoofd zit vol stopverf. Slapen doe ik echter slecht. Elke nacht dool ik doelloos door het huis. Met een kop vol boze gedachtes. Met een hart vol woede.

Het gedoe met Buurtzorg T bezorgt me kopzorgen. ‘Als dit onder provocatie therapie valt zijn ze zeer succesvol,’ somber ik tegen de vrouw, die me met allerlei praktische zaken helpt. We zijn urenlang bezig om uit te zoeken, hoe en waar ik wel de hulp kan krijgen, die ik nodig heb. Die gekke psychiater komt er in elk geval niet meer in hier.

De psychologe belt. Een halve week nadat ik haar een brief met mijn bezwaren tegen de gang van zaken heb gestuurd. Ik ben er intussen achter, dat ik zo snel mogelijk uit dit traject moet stappen en elders opnieuw moet beginnen. Anders kan het niet meer.

Je kunt ook maar 1 keer overstappen naar een andere behandelaar. ‘1 keer per jaar of 1 keer voor altijd?’ vraagt de dame van Cuprum, die me bijstaat in deze medische jungle. Ze zit wel een uur met mijn ziektekostenverzekeraar aan de telefoon over deze ingewikkelde materie.

De psychologe belt om orde op zaken te stellen. Het is een schat van een meid. Zachtaardig en vriendelijk. Geduldig luistert ze naar mijn verslag van dat idiote consult van vorige week. Uiteraard neemt ze het voor haar collega op. Die heeft het allemaal niet zo bedoelt natuurlijk. Heks laat zich niet verbakken.

Ik heb een uur lang geworsteld met een hardnekkig vrouwmens, die de meest idiote vragen stelde. Zo moest ik verantwoorden voor het feit, dat ik na 33 jaar ziekte en alles proberen om beter te worden, niet meer geloof dat ik beter word. Ik hoop het nog wel, maar dat vraagt ze me dan weer niet.

De vrouw is ook overtuigd, dat ik alcoholiste ben. ‘Heb ik haar soms verteld, dat ik elke dag een kater heb ofzo?’ vraag ik me al de hele week af. Het is zo. Ik sta dagelijks katerig op. Niet van de drank, maar van de ME. Het voelt hetzelfde overigens. Koppijn, misselijk, spierpijn, algehele malaise, trekt na een paar uur bij…..

De psychologe stelt alles in het werk om me weer binnen te vissen. Zo krijg ik accuut EMDR aangeboden volgens haar. Waar het vorige week nog een hele tijd zou gaan duren, ik moest eerst aan de pillen en van de drank af, nu sta ik bij wijze van spreke al voor volgende week op de rol.

‘Ik kan het niet geven, maar de psychiater wel,’ voegt ze er enthousiast aan toe. ‘Ik doe niets meer met die psychiater,’ meldt Heks, ‘Ze is ver over mijn grenzen gegaan. Ik heb dat meermalen in het gesprek gemeld, maar mevrouw ging gewoon door. Haar ideeën zijn achterhaald, ik ga dan ook een klacht tegen haar indienen….’

Een half uur lang gaat het gesprek zo heen en weer. De psychologe verdedigt de achterlijke handelswijze van haar collega en probeert me weer bij dezelfde psychiater onder te brengen. Heks is klaar met dat rare mens.

‘Ik weet zeker, dat de psychiater het ook heel vervelend vindt, dat het zo gegaan is,’ Oh, wat sneu nu toch voor haar….. Meuh! Waarom doen mensen dat toch, zielig jammeren terwijl ze zelf de klap uitdelen? Omdat het werkt, Heks! Maar niet meer bij jou…. ‘ Zou u niet morgen telefonisch nog eens met haar willen praten?’

Heks is zo moe van dat ene uurtje worstelen vorige week met dat gekke mens. Ik ga me onder geen beding meer aan haar bloot stellen. ‘Mevrouw, ik neem mezelf in bescherming tegen die vrouw. Ze weet niets over ME, gaat uit van allerlei verkeerde veronderstellingen rondom mijn persoon en die ziekte. Ze respecteert mijn grenzen niet, ze heeft me een paar keer gecornerd in dat gesprek…… Is finaal over me heen gewalst…..’

‘Ik ga haar niks uitleggen. dat mag u doen. Ik wil ook niet dat ze met mijn huisarts gaat praten. Ik doe niets meer met die vrouw. Ik ben 33 jaar op die manier benaderd, tot voor kort kwam iedereen hiermee weg….’

‘Maar nu is het eindelijk een erkende ziekte. Dus dit soort domme achterhaalde praat is niet langer mijn probleem. Ik hoef er niet meer naar te luisteren, het niet meer over me heen te laten komen, noch er iets aan te doen. Ze gaat er zelf maar iets aan doen. Ik ga wel een vette klacht tegen haar indienen bij mevrouw Dekwaadsteniet. ( Zo heet hun klachtenfunctionaris echt!) Want ik wil niet dat een andere ME patiënt tegen hetzelfde gaat aanlopen bij jullie.’

Hebben jullie dan geen andere persoon in dienst, die EMDR kan geven?’ Nee, helaas pindakaas. Ik zal het met haar moeten doen. Opnieuw wordt me van alles toegezegd, dat vorige week niet kon. Ze vindt het erg vervelend, dat ik me zo voel. Maar wat ik mis is een echt excuus. Ik word nog steeds te woord gestaan alsof ik het allemaal verkeerd heb begrepen.

Ik heb het echter heel goed begrepen!

‘Ik ga echt niet verder met die psychiater. Dat is geen optie. Ik heb veel naar mijn hoofd gekregen in al die jaren met mijn niet erkende ziekte, maar dit slaat alles. Verbijsterend. Het heeft in alle kranten gestaan dat het eindelijk een officieel erkende ziekte is. Het is zelfs op het journaal geweest. Hoe kun je die informatie missen? Als arts?’

‘Ook heb ik een uur verbaal met de vrouw geworsteld. Alles wat ik heb gezegd, kreeg ik verdraaid terug. Ik had dingen toegegeven volgens haar. Toegegeven, het woord alleen al! Zoals, dat mijn ziekte veroorzaakt is door mijn traumatische jeugd. Heb ik nooit gezegd. U zat daar toen zelf bij. Heeft u mij dat horen zeggen?’

‘Toen ze het niet van me kon winnen was ik opeens een alcoholist. Beetje raar toch? Daar kan ik dan toch niks meer mee? Mijn vertrouwen is in elk geval helemaal weg…..’

De psychologe geeft zich niet zo maar gewonnen. ‘Maar er is toch verband tussen lichaam en geest? Als je lichamelijk ziek bent, heeft dat zijn weerslag op de geest en vice versa, toch?’ Heks ruikt alweer een instinkertje.

‘Jazeker,’ beaam ik, ‘Als het met mij goed gaat, heb ik minder last van mijn ziekte. De klachten zijn nog precies hetzelfde, maar ik kan er dan beter tegen. Zelfs de eenzaamheid voelt dan minder erg,’ nog voor ik verder iets kan zeggen trekt de psycholoog mijn toegeven van dit verband door naar hun aanmatigende opmerking, waarin me werd verweten dat ik dacht nooit meer beter te zullen worden. Dat dat een gerechtvaardigde opmerking zou zijn.

‘Luister eens, zeg je dat ook tegen iemand met MS?’ zeg ik streng, ‘Slaan jullie die ook om de oren met het feit, dat ze niet geloven in beter worden? Je ziet toch ook wel, dat hier conclusies worden getrokken, die walgelijk zijn? Ik heb 33 jaar ME, een progressieve aandoening. Net als MS. MS mensen krijgen medicatie en behandeling. Ik niet.’

‘Ik hou mezelf al die tijd met veel moeite in de lucht. Daarvoor zet ik alle zeilen bij. Ik heb alles in het werk gesteld om mijn situatie te verbeteren. En dan stellen jullie dit soort domme vragen. Hou nu eens op met dat gepsychologiseer van mijn aandoening.’

Het telefoongesprek levert niks op. Heks heeft nog meer stopverf in haar hoofd gekregen. Ik ben nu eenmaal in een hokje gestopt bij deze club en daar willen ze me graag in houden. Dat hokje bevalt me niks, maar ontsnappen is geen optie. Telkens als ik begrip denk te vinden in het telefoongesprek met de psychologe, begint ze me weer in dat hokje te duwen. Niet linksom, dan rechtsom lijkt het. Niet goedschiks, dan kwaadschiks?

‘Wij willen echt heel graag mensen bijstaan en helpen,’ de arme vrouw mag natuurlijk haar collega niet afvallen. En ja, ze doen enorm hun best voor mensen. En dat is echt waar, weet ik: Een goede vriend van Heks is door hen enorm geholpen.

Het gaat alleen weer niet op voor mensen met ME. Die stoppen ze direct in een hokje en ook nog eens het verkeerde.

Mijn stopverfhoofd is zo moe van deze strijd.

‘Ik kom helemaal niet bij jullie met de hulpvraag om van ME af te komen of van de drank. Ik heb last van een familietrauma. Dat ligt voor in mijn kop in mijn RAMgeheugen rond te beuken. Het moet nodig worden weggeschreven naar mijn harde schijf. Het liefst naar een afgelegen hoekje. Of hokje desnoods. Dat hokje waar jullie me in willen stoppen zou er wel een mooi plekje voor zijn……’

‘We nemen u echt serieus, u had het over een film over ME en ik heb de trailer gezien!’ zegt de psychologe tot slot om me te overtuigen. Oh fijn. Ze hebben de trailer van Unrest gezien. De trailer!!!!! Duurt 2 minuten.

Geweldig! Ik steek de vlag uit.

 

 

Toktoktok, pikorde in het kippenhok! Haantje de voorste is een dikke scharrelkip. Heks wordt eerst erg boos en daarna lekker sip. Vakantie is om uit te rusten, maar ik raak in een dip. Toch doe ik het maar weer. Op vakantie gaan…… Ook al doet het zeer.

Wat niet weet, wat niet deert. Jong geleerd is oud gedaan. Oost west, thuis best. Het zijn niet altijd koks, die lange messen dragen.

Heks is toch zo assertief aan het worden de laatste tijd. Heb ik mijn leven lang vloermat gespeeld voor manipulatieve bazige types, tegenwoordig sta ik mijn mannetje! Al ben ik nog steeds een vrouwtje. Met alle nadelige gevolgen van dien.

Met enige regelmaat proberen mensen nog steeds lekker over me heen te walsen. Of iemand neemt me op de korrel. Te grazen. Met name op gewicht gefrustreerde dames werkt Heks nogal eens als een rode lap op een stier. Ze kunnen me vaak niet uitstaan met mijn slanke lendenen. Het liefst plakten ze persoonlijk een klont vet op mijn kont.

Of een homp lillend vlees op mijn bovenbenen. ‘Zit je weer lekker slank te zijn?’ schreeuwde zo’n exemplaar een keertje woest door de telefoon. Ik belde begin januari nietsvermoedend op om haar gelukkig nieuwjaar te wensen. Bleek ze tijdens de feestdagen in gewicht te zijn verdubbeld.

Elk woord uit mijn mond was tegen het inmiddels gigantische verkeerde been!

Begrijp me goed, ik heb niets tegen welk gewicht dan ook. Putten in massieve bovenbenen vind ik uiterst charmant. Een rondborstige ode aan de Grote Moeder kan ik zeer waarderen. Wasbordjes zijn niet voor wijven of watjes. Niets mooier dan een vrouwelijke ronde zachte buik, vooral een zwangere buik. En een echte vrouwenkont is gewoonweg rond.

En begrijp ook goed, dat ik nooit aan de lijn doe, maar wel chronisch op dieet ben. Al meer dan dertig jaar lang. Eiwitverrijkt, koolhydratenbeperkt. Ook zijn suikers (ook fruit grotendeels), lactose, schimmelachtig voedsel, gluten en soja al jaren uit mijn voedselpakket geschrapt.

Voor mij geen zakken chips en kratten cola. Geen eindeloze vage tussendoortjes. Traktaties sla ik doorgaans noodgedwongen af. Op het koor is het bijna iedere week raak wat dat betreft. Zo blijf je wel slank.

Tijdens mijn vakantie krijg ik weer met zo’n gefrustreerde matrasachtige theemuts te maken. Ik sta achter haar in de rij voor de receptie bij aankomst. Het duurt en duurt. Heks kan niet lang staan, dus ik vraag haar om mijn plekje bezet te houden. Het boeit haar niet echt. Ik krijg nauwelijks respons.

Wel kijkt ze afkeurend naar mijn flitsende outfit. Dat mens met die hoed en cowboylaarzen, wat denkt ze wel niet?

Uiteindelijk duurt het allemaal zo lang, dat ik besluit eerst mijn tent op te gaan zetten. Voordat de door buienradar beloofde regenbuien losbarsten. Ik rijd met mijn auto richting veld, als een grote geitensok met baard me voor de wielen springt. ‘Wat gaat u doen?’ vraagt het snotjong streng.

Ik leg mijn benarde situatie uit. Mijn beperkingen. Vriendelijk! Ik mag evenzogoed niet het veld op met mijn auto. Je ziet het nu eenmaal niet aan Heks, dat ze hoegenaamd niets kan. ‘U pakt maar een kruiwagen.’

Zo loopt Heks met ME, whiplash, fibromyalgie, RSI, schouders uit de kom en dodelijk vermoeid met een kruiwagen over het terrein. Vloekend en scheldend. Echt! Na twee van die tochtjes ben ik kapot. Als ik weer bij mijn auto kom word ik bijna van de sokken gereden door het vrouwelijke matras.

Zij en haar vriendin mogen gewoon het veld op met hun auto. Ze mankeren niks. Behalve vergaande luiheid dan. Nijdig richt ik me tot de geitensok met baard. Hoe het kan, dat zij wel verder mogen rijden met hun dikke konten opgepropt in die enorme loodzware auto? Dat zij gezond zijn en ik niet. Ik laat mijn ingetapete schouders zien. ‘Ja, ik geloof u wel,’ lult de lul ongeïnteresseerd, Maar het terrein met auto betreden mag ik niet.

Het valse matras staat hard te lachen, als ze me zo bezig ziet. Heerlijk vind ze het om haar rivale in de penarie te zien. ‘Misschien zou je het wel mogen als je het wat vriendelijker vraagt,’ teemt ze gemelijk. Wat een mispunt. Ik neem een voorbeeld aan mijn hond VikThor en ga de rest van de week met een boog om het serpent heen.

Dat valt nog niet mee. De eerste dag zit het mokkel naast me op een computer te werken. De laatste dag pikt ze mijn vakantievriendje van me af om mee samen te werken. Ze heeft blijkbaar in de gaten gekregen, dat ik veel met die jongeman op trek. Hem negeer ik dan verder ook maar. Niks wil ik meer met dergelijke dames te maken hebben.

‘Je bent zo’n knappe, sterke powervrouw,’ zeggen zulke serpenten vaak in mijn gezicht. Om vervolgens pardoes een mes in mijn rug te steken.

Begrijp me goed, leuke dames zeggen dat ook wel eens tegen me. Ter goeder trouw en goed bedoeld. Toch zijn dergelijke complimenten nogal eens red flag is mijn ervaring.

Tegenwoordig maak ik van dit soort dingen geen mooi verhaal meer. Noch probeer ik bij de gewraakte dames in het gevlei te komen. Ik lig niet meer bij voortduring op mijn rug, noch beoefen ik langer de rol van vloermat. De tijd, dat ik me liet doen door zulk soort hele domme vrouwen is echt voorbij.

De start van mijn vakantie wordt dus grondig verpest door zo’n mega muts. Door al dat gesjouw sta ik uiteindelijk mijn tent in de gietende regen op te zetten. Een stok breekt doormidden als een aardige dame me spontaan komt helpen. Niet gehinderd door verstand van zaken. Van de wal in de sloot dus. Maar niet met opzet.

‘Laat me maar met rust. Ik ben helemaal over de zeik van vermoeidheid en stress. Eigenlijk is kamperen zwaar boven mijn pet. En nu gaat alles ook nog mis. Ik moet eerst weer rustig worden,’ ik stuur de helpende hand weg. Erg handig is die hand toch al niet. En ik heb intussen een erg kort lontje gekregen. Ik moet volstrekt prikkelarm de rest van de klus klaren………

Later trek ik langzaam bij. Na een gloeiendhete douche. Als ik volgepompt met pijnstillers misselijk van moeheid in een klapstoel in de voortent hang. Het avondprogramma sla ik over. Maar ik ben er. Ik heb de reis en het gesjouw overleefd. Ik zit in mijn tent. Ik heb al een vijand gemaakt. De vakantie is begonnen.

 

 

 

Buurtzorg T werkt niet mee. Ruim een uur lang moet ik me met hand en tand verdedigen tegen achterhaalde vooroordelen over de ziekte ME. Het blijkt opeens weer een psychiatrische aandoening te zijn. Pure onwetendheid! ’U heeft toegegeven, dat het wordt veroorzaakt door uw traumatische jeugd,’ hoor ik tot mijn verbijstering. ‘Dus u denkt dat u NOOIT meer beter gaat worden,’ is ook een afgrijselijke opmerking tegen iemand, die drieëndertig jaar onafgebroken met alle beschikbare middelen tegen deze ziekte heeft gestreden. En evenzogoed het onderspit delft! Wat een waardeloos consult.

 

Afgelopen week ontplof ik na een bezoek van een hulpverlenende instantie. Ik explodeer langzaam. Maar zeker! Met een traag slakkengangetje. Zoals een goed ME patiënt betaamt. Na een paar dagen ben ik echter volstrekt uit mijn vel gesprongen.

Al bijna een jaar probeer ik ergens hulp te krijgen om een aantal trauma’s te lijf te gaan. In de vorm van EMDR bij voorkeur. Daar heb ik goede ervaringen mee. Helaas ben ik tot voor kort overal weggestuurd. Tegenwoordig word je uitsluitend middels kortdurende behandelingen van je problemen af geholpen.

Als je problematiek zich daarvoor niet leent volgt een eindeloos traject van het kastje naar de muur. En weer terug.

Na driekwart jaar krijg ik toch respons op mijn hulpvraag. Er is een nieuw kleinschalig initiatief om mensen bij te staan. Buurtzorg T. Een goede vriend van Heks heeft enorm veel baat gehad bij deze organisatie. Een kleine delegatie komt een paar weken geleden met Heks kennismaken. Een psycholoog en een psychiater.

Geen idee, waarom de laatstgenoemde aanschuift. Ik ben niet geestesziek. ME is sinds het rapport van de Gezondheidsraad geen psychiatrische aandoening meer. Het zit niet langer tussen de oren volgens de medische wetenschap. Het is een heuse officieel erkende chronische ziekte.

Maar wellicht is het handig om eens naar mijn pijnmedicatie te kijken. Ze is tenslotte ook arts. De pijnpoli wil een middel ophogen, maar ik durf het nog niet aan zonder dat er iemand over mijn schouder met me meekijkt. Ik ben het dokteren op eigen houtje meer dan zat.

Bij het tweede bezoek komt er een verpleegkundige mee. Waarom dat nu weer? Ik heb geen verpleegkundige nodig. ‘Dit is vanaf nu je aanspreekpunt,’ krijg ik te horen, ‘Volgens mij hebben jullie een klik.’

Heks voelt geen klik. Bovendien is het een psychiatrisch verpleegkundige. Huh? Wat heb ik nu weer aan mijn neus hangen?

Een uur lang praat ik als Brugman. Verdedig mezelf voor de zoveelste keer tegen domme onwetendheid rondom ME. Zelfs nu het eindelijk ook in Nederland officieel een ziekte is en geen aanstelleritis, krijg ik toch weer het oude riedeltje vooroordelen en stompzinnige vragen over me heen.

Zo wil mevrouw de psychiater me per direct volpompen met antidepressiva. Het feit, dat ik in het eerste gesprek heb aangegeven daar niet voor open te staan, omdat het geëxperimenteer van haar voorgangers me meermalen bijna het leven heeft gekost, ME patiënten reageren heel heftig op dit soort middelen, heeft ze zonder meer naast zich neergelegd.

Bovendien is ME geen vorm van depressie. Het is geen psychiatrische aandoening. Het is geen ingebeelde ziekte. Geen inversie. Geen bewegingsangst. Het is niet zo, dat we niet beter willen worden. Er is geen sprake van ziektewinst. ME is geen vorm van luiheid, die een schop onder de kont nodig heeft in de vorm van cognitieve therapie…..

Maar wie schetst mijn verbazing? De vrouw begint over cognitieve therapie alsof het me zou kunnen helpen. Ze weet werkelijk helemaal niets over ME. Maar ze beweert van wel. De twee meest gevaarlijke behandelmethoden voor dit type patiënt, antidepressiva en cognitieve therapie, staan bij haar hoog in het vaandel.

Geheel onterecht! Het onderzoek naar cognitieve therapie voor ME-ers door een professor in Nederland staat intussen als frauduleus te boek. En internationaal wordt deze therapie al jaren sterk afgeraden bij ME patiënten.

Cognitieve gedragstherapie werkt niet voor ME/CVS patiënten! Dat kun je overal lezen intussen.

Mijn mond zakt dan ook langzaam open. Waar ben ik nu in terecht gekomen? Lezen deze mensen geen kranten? Volgen ze geen bijscholing? Googelen ze nooit eens iets voordat ze een uitspraak doen?

Tuberculose werd een eeuw geleden bijvoorbeeld gezien als een vorm van hysterie. Voordat de medische wereld begreep, dat het werd veroorzaakt door een bacterie. Met zo’n bewering kom je nu toch ook niet meer aanzetten?

Heks begint dan ook te protesteren in het gesprek dat intussen voelt als een regelrechte aanval. Alles wat ik in de eerste sessie zo openlijk heb verteld wordt opeens tegen me gebruikt.

‘Maar u heeft toch toegegeven, dat uw ziekte wordt veroorzaakt door uw traumatische jeugd?’ wauwelt de psychiater bijvoorbeeld. Ik heb niks toegegeven. Wat een woordkeus ook. Ja, ik heb een lastige jeugd gehad. En dat heeft mijn stresssysteem verziekt.

Stress zet de deur open voor ziekte. Ik ken iemand, die reuma kreeg in een stresssituatie. Die al in haar genen aanwezige ziekte knalde er toen uit. Stress ligt ten grondslag aan kanker, hartkwalen, huidproblemen, spastische darmen , ziekte van Crohn en ga zo maar door.

‘Hoe gaat het met de alcohol?’ vraagt ze plotseling, als blijkt, dat ze dit niet kan winnen. Ze kijkt me raar en indringend aan. Ik kijk verbaasd terug. Wat nu weer?

‘U heeft toegegeven,’ alweer die term, ‘dat u twee tot drie glazen wijn per dag drinkt. Dat is heel erg veel. Zeker voor een vrouw. Een glas per dag is het maximum voor vrouwen.’ De psychiatrisch verpleegkundige naast haar schrikt zich een hoedje. ‘Echt waar?’ galmt haar doorrookte stem. Ze ontdekt opeens dat ze statistisch gezien een stevige alcoholiste is.

Heks is intussen zo moe van het verdedigen, weerleggen. Luisteren die mensen dan helemaal niet? Horen ze alleen wat ze willen horen?

‘Ik drink wel eens een fles wijn leeg met een vriend of vriendin heb ik u verteld. Tijdens een gezellig etentje. Sporadisch dus. Ik drink niet elke dag. En al zeker geen drie glazen wijn. Ik drink soms tijdenlang helemaal niets heb ik u vorige keer verteld. Vorig jaar bijvoorbeeld…..’

‘Uit verdriet over het gezuip van dierbaren…… De verslaving aan dat spul vlak voor mijn neus maakt dat het me tegen staat. Voor mijn gezondheid maakt het overigens niks uit heb ik ontdekt. Ik voel me geen zak beter als ik volstrekt droog sta.’

Heks is moe. Moe van de ME, maar vooral moe van dit soort geëikel. En nog steeds heb ik niet de hulp, die ik nodig heb. In plaats van me te helpen om te dealen met mijn woede maken die hulpverleners me kwader dan ooit. Drieëndertig jaar hak ik al met dit bijltje. En het eind is nog niet in zicht.

‘Maar gelooft u er dan niet in, dat u beter kunt worden?’ krijg ik tot slot nog naar mijn kop. ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ is me ook wel eens gevraagd. En toen dacht ik dat het niet erger kon.

Zou u dat ook aan een MS patiënt vragen? Na drieëndertig jaar alles in het werk stellen om te genezen, zonder noemenswaardige hulp vanuit het reguliere medische circuit, geloof ik inderdaad niet meer dat ik van ME ga genezen. En al helemaal niet door toedoen van de behandeling, die mevrouw de psychiater in haar hoofd heeft.

OVERWINNEN NOG WEL. TOE MAAR. WAT EEN GELUL. WAT IS ER MIS MET VAN ME GENEZEN?

Het gekke is, dat ik hen helemaal geen hulp heb gevraagd om van die kutziekte af te komen. Ik heb last van andere dingen, die niets met die kloteziekte te maken hebben. Ik snak naar gesprekstherapie om die zaken op een rijtje te zetten. Ik hunker naar EMDR om een aantal zaken vanuit mijn RAM geheugen naar mijn harde schijf weg te schrijven.

Zodat ik er niet meer de hele dag aan denk. Bepaalde mensen moeten echt hoognodig uit mijn werkgeheugen worden verwijderd. Wissen is waarschijnlijk teveel gevraagd, maar die lui ergens opslaan in een afgelegen hoekje van mijn lange termijn geheugen is absoluut haalbare kaart.

Ik vrees dat ik het voorlopig zelf zal moeten uitzoeken. Helaas. Op de pijnpoli staat achter mijn naam: Weigert Morfine. Alsof dat een slecht ding is. Benieuwd wat deze behandelaars in mijn dossier gaan zetten.

Heel blij ben ik ook, dat mijn huisarts hen niet mijn volledige medische dossier heeft opgestuurd, zoals wel gevraagd werd. ‘Ze bellen me maar op, Heks. Dan mogen ze alles vragen. Maar ik ga niet zomaar je hele dossier op tafel leggen……’ Een beetje tegen het zere been, merk ik tijdens de tweede sessie met Buurtzorg T. Ze zagen me er flink over door…….

Vreemd toch allemaal…..

 

De Gezondheidsraad schrijft in een advies aan de Tweede Kamer dat ME/CVS, het chronische vermoeidheidssyndroom, een ernstige chronische ziekte is, die het functioneren en de kwaliteit van leven van mensen die eraan lijden substantieel beperkt. (…….) Ze zijn vaak ernstig vermoeid, hebben slaapstoornissen, concentratieproblemen, hoofdpijn en last van misselijkheid. Verschillende lichaamssystemen zoals het immuunsysteem, het metabole systeem en het centrale zenuwstelsel zouden bij het krijgen van ME/CVS betrokken kunnen zijn (……) Vermoedelijk zijn er in Nederland 30 duizend tot 40 duizend patiënten met ME, waarvan het merendeel vrouw is. (Als het merendeel man was was er wel een behandeling ontwikkeld intussen vermoed ik zo….) Hun kans op volledig herstel is gering (……)

 

 

Jammer dat de Gezondheidsraad toch weer met die afgelebberde Cognitieve Therapie komt aanzetten. Ongelofelijk echt. Daar kun je met je pet niet bij. Wat een nationale dwaling toch weer. Daar zijn de diverse patiëntenorganisaties behoorlijk van over hun nek gegaan…..

Vooruit nog een keertje dan: Utopia, ontploffende relaties, deel 2. Omdat het zo geinig is. Zo uitermate vermakelijk. Vanuit mijn bedje kan ik het allemaal goed bekijken. De beste stuurlui staan nu eenmaal aan wal. Of liggen in bed in mijn geval.

Shelley zit op een bankje in de tuin. Gare Geile Gerrit komt er gezellig naast staan, zet alvast zijn voet naast haar op de bank. Claimt de bank! Laat een vette boer. Een schok trekt door het lichaam van het meisje. Alsof hij recht in haar keelgat boert. Zoals jongens wel eens een scheet in elkaars gezicht laten. Net zo smerig…….

‘Dan zeg je pardon,’ met een verontwaardigd snoetje draait ze zich om. Gare Gerrit knort morrend een antwoord. Maar stiekempjes is hij heel tevreden. Hij heeft zijn doel bereikt: Haar ergernis is koren op zijn molen. Nijdig staat ze op en loopt weg. Gare Gerrit gaat wijdbeens op haar plekje zitten. Verovert terrein. Letterlijk.

Zo. Gelukt.

Die rare Gerrit is boos op zijn ex. Hoewel hij haar meermalen heeft belazerd en hopeloos slecht heeft behandeld vindt hij het de normaalste zaak van de wereld, dat zij hem nog steeds alles gunt. Ook verwacht hij zonder meer een open en eerlijke houding. En totale loyaliteit.

Het valt dan ook niet goed, als zij hem zonder pardon van zijn taakje om DJ te spelen op het promotiefeestje voor haar griezelfilm verlost. Of was het nu een maffiafilm? Überhaupt een film? 

‘Volgens mij ben jij druk met je eigen dingen, ik heb iemand anders gevraagd……..’

Heks vermaakt zich prima met het kijken naar die Gare Gerrit. Het is zo’n prototype narcist. Zijn persoonlijkheidsstoornis ligt zo open en bloot te koop op het scherm van onze nationale televisie. Eigenlijk zou er lesmateriaal aan verbonden moeten worden. Verplicht op middelbare scholen.

Met vragen als ‘Wat zijn de narcistische signalen, die de flamboyante narcist Gare Gerrit afgeeft als Shelley hem ontslaat als DJ? Welke spelletjes speelt zijn beste vriend de thin skinned narcist Jessie, om de ex van Gare Gerrit in bed te krijgen? Zowel in zijn dan nog bestaande relatie met Merel als in de nog niet bestaande? (Met Shelley….)

‘Love me today, hate me tomorrow,’ drukt Merel op een goed verkopend T shirt. Zij ziet direct handel in haar recente persoonlijke drama. Ze gaat er eens een goed slaatje uit slaan.

Haar ex melkt dit gegeven uit tot op het bot. ‘Serieusjsjs? Doet Merel echt fan sjsulke dingen? Isjs sje echt sjso’n maf wijf? Wisjsten jullie fan dat T shirt ? Heb je de omsjschijfing op de website gezien?’

‘Die sjspoort gewoon niet. Ook die houding, die hele houding. En dan moet je sjstraksjs een relatsjie met iemand andersjsjs gaan sjsoeken en dan wil je ooit gelukkig met iemand gaan worden… Dan moet je dusjs iemand gaan soeken, die sjsijn hele leven aan de kant sjset for jou….’ argumenteert hij superieur meewarig.

Dat hij het eigenlijk over zichzelf heeft ontgaat hem volkomen. Het ligt aan de ander. Alles. Altijd. ‘Nee, ik ga echt niet aan mesjsjelf twijfelen. Dit ligt ook helemaal niet bij mij. Dat blijkt al uit hoe het geëindigd isjs….Meutmeutmeut… Dan kan ik toch alleen maar heel erg gelukkig sjsijn dat ik erfan af ben? Maar sjse moet wel geholpen worden hieraan..’

( Geholpen nota bene!!! Door hem???)

‘Want dit isjs echt te sjsot foor woorden!’ ratelt hij verder met zijn babyface helemaal scheef getrokken van nijd.

Intussen valt me ook een ander typje op. Ook al zo’n zeiksnor. Hij heeft moeite met iemand, omdat zij een opportunist is in zijn optiek. En zulke mensen, daar schijt hij op. Hij zegt het anders, recht in haar gezicht, maar dit is de strekking.

De vrouw die hij de lekker de les staat te lezen is van het onzekere slag. Iemand, die bij niemand goed ligt. Haar initiatieven zijn bij voortduring getorpedeerd door met name Merel. In wiens hol ze nu kruipt volgens de chagrijnige Jens. Een zuignap van het zuiverste water overigens. ‘Je weet niet hoe snel je die lege plek bij Merel moet innemen…. Dat is meeloopgedrag……’ beschuldigt hij haar vol overtuiging….

‘En meelopers, die kots ik echt uit!’

Jessie roept Shelley op het matje. Listig voelt hij haar aan de tand, omdat zij zijn vriendje Gare Gerrit laat zitten met zijn ge-DJ. ‘Ik krijg gewoon heel erg het gefoel, dat je op dit moment gewoon een persjsoonlijke voorkeur hebt foor Andrea. Hoe faak oefent ze nou echt?’

‘Je moet het foor de resjst helemaal sjself weten, maar de argumenten, die je gebruikt ssjsijn natuurlijk gewoon gebakken lucht…’ slist hij laatdunkend tot op het bot, maar hij wil natuurlijk nog met haar naar bed. Dus neemt hij genoegen met het feit, dat ze niet onder de indruk is van zijn gezemel. Voor nu dan. ‘Ok, dan is ons gesjsprek nu klaar…’

Het is echt opvallend is, hoe mild Slisjsje reageert op Shelley’s botte edoch eerlijke antwoorden, waar hij normaal gesproken niets laat liggen, als hij zijn betweterige geneuzel er op los kan laten. Ja, Jessie heeft duidelijk een geheime agenda met Shelley!

Shelley staat bijvoorbeeld onder de douche. En wie staat er in de douche naast haar in zijn blote leuter tegen haar te oreren? Juist ja. Jeukende Jessie. ‘Weet je nu al mijn geheim Sjsjelley? (Hij kan haar naam niet fatsoenlijk uitspreken realiseer ik me nu) mispelt hij aan haar kop. Het geheim is waarschijnlijk dat hij met haar wil neuken. Hij heeft dat overigens in een andere context al tegen haar gezegd…..

‘Zou je haar doen?’ vraagt Gare Geile Gerrit hem namelijk een dag eerder tijdens de afwas. Jessie is dan nog officieel een setje met Merel….. Ze zijn met zijn drietjes in de keuken. Shelley is aan het afdrogen. 1 pannetje maar, weliswaar. Het is geen verzorgend typje.

‘Een vrouw die schoon maakt, er is niks aantrekkelijker dan dat,’ geilt Gare Gerrit. ‘Ik wordt er ook opgewonden fan,’ piept Jessie een octaaf hoger. ‘Ja?’ gaart de Geile Gerrit, ‘Zou je Shel doen?’

‘Doe normaal,’ protesteert Shelley vanaf haar keukenstoel tegen de boven haar uittorenende heren geile beren. Over seksuele intimidatie gesproken.

En dan is die slis-narcist kwaad op Merel vanwege dat T shirt. Want gezichtsverlies. Maar hij heeft achter haar rug om tijdens hun relatie dit soort dingen uitgehaald. Haar te dik genoemd ook. Beweert dat de slanke Shelley meer zijn type is. Alvast een beginnetje gemaakt met Shelley. Middels zijn geniepige geheimpje……

‘Het klinkt een beetje respectloos,’ zemelt Jessie. En daar houdt zijn politiek correct gedrag direct op,’ maar ja!’ Hij zou Shelley dus doen. Wat een taalgebruik. Wat een voorbeeld voor de mensheid. Het is echt de ideale samenleving, die deze sneue idioten hier neerzetten…… Ideaal voor henzelf.

© TOVERHEKS.COM

Gerrit klapt tevreden in zijn handen. Schiet mij maar lek, maar het feit, dat zijn beste vriend Jessie zijn denkbeeldige kleverige sperma dwars door de keuken op de vreselijke Shelley ejaculeert, maakt de man in kwestie intens blij. Het verbale uitsmeren van dit gemene goedje op zijn ex doet Gerrit zichtbaar goed. Een brede glimlach verandert zijn chagrijnig smoelwerk in een montere mombakkes.

De veganist gaat met zijn oogappeltje naar het varken. Ze gaan Katie vragen om een voorspelling te doen over Jessie en Merel. ‘Komen ze weer terug bij elkaar?’ Het varken meent van niet, maar niet getreurd: Ja, ze komen bij elkaar,’ beweert de veganist, ‘Over anderhalve week wordt Merel ongesteld, dus ik denk over twee weken…’

Die menstruele cyclus van Merel heb ik al eerder voorbij horen komen. Is ze dan altijd twee weken premenstrueel? En houdt men daar al rekening mee? Heks is overigens van mening, dat die periode in de vrouwencyclus heel waardevol is. Eens per maand maken vrouwen schoon schip met hun emoties. Een heel gezond principe. Zouden die kerels ook moeten doen.

Merel blijft me overigens ook verbazen. Ze is zo ontzettend boos, dat volg ik helemaal. Maar dat doordenderen van haar. Ze klapt volstrekt binnenstebuiten. ‘Oh, wat ben ik soms toch enig…’ lacht ze vals als ze met het gewraakte T shirt in de weer is. Verdriet voelen is aan haar niet besteed. Gunt ze Jessie haar verdriet niet? Of ze kan het niet voelen. Misschien heeft ze ook geen kern, geen hart?

Jessie speelt zijn zieligheidskaart volledig uit. ‘Sjsijn niet fjoor sjstatus, en ik kan het weten, lefe loopt sjsoeel, maar sjsl nooit fergeten…’ rapt Jessie met een treurig gezichtje. Wat bezielt die man met dat rappen? Hij is helemaal niet te verstaan!

‘Ja, goed,’ reageert hij, als hem gevraagd wordt hoe het met hem gaat, ‘Je sjsiet het natturlijk andersjsjs foor je alsjsj je er aan begint… Niet met sjsoon einde en helemaal niet een einde waarin er geproosjsjst wordt omdat het klaar isjsjs….’

Dat laatste zit hem enorm dwars. Merel is direct na de breuk met de andere dames uit Utopia aan de wijn gegaan. Helemaal tegen het zere been van onze slis-narcist. Hoe durft ze. Bij iedereen gaat hij verhaal halen over dit gebeuren. ‘Jullie hebben zitten proosten op dat het uit is!’

‘Hij is zo verdrietig,’ roepen de groepsleden om beurten over Jessie. Heks betwijfelt het. Hij kijkt wel zielig en jammert luidruchtig. Maar zijn avances naar Shelley doen me vermoeden, dat hij al wekenlang met hopeloos gedrag richting zijn vriendinnetje deze crisis heeft uitgelokt.

De leperd is zijn partner mijns inziens gaan gaslighten, vanaf het moment, dat droomvrouw Shelley weer op de markt kwam…. Binnen bereik kwam…. En nu is hij de gebeten hond. De zielenpiet. Het ligt niet aan hem. En iedereen stinkt er in!

Gare Gerrit en de slis narcist liggen in bed. ‘Dus het gaat niet meer goed komen met jou en Merel? Dus je gaat geen seks meer hebben in Utopia?’ ‘Nee, dat sjseg ik niet, Gare Gerrit,’ brouwt Jessie verontwaardigd terug. Hij wil naar bed met Gerrits ex. Stiekem.  ‘Met wie dan?’ vraagt de Gare Geile Grutto dan ook tevergeefs…..

Gerrit is naar bed geweest met de beste vriendin van zijn ex, Shelley. Dus het zou de boel wel weer in balans brengen, deze seks met de ex van je beste vriend……

Kunnen ze nu niet eens een dergelijk programma maken, waarin ze mensen eerst eens een persoonlijkheidstest laten doen? Zodat er iets kan ontstaan in plaats van dit soort eindeloos narcistisch geneuzel. ‘De enige soap met echte mensen’ verkoopt het programma zichzelf.

Echte mensen? Waar dan?

Een narcist die slist, onbetwist de leider van Utopia, als je het nog niet wist. Beslist niet de beste keuze, zegt Heks gis. Maar het is toch ook niemands keuze? Die baby hoort in een couveuse!

‘Nou ssslseg, schandalig toch, het is de ssslschuld van Merel,’ slist Jessie verontwaardigd in de camera, ‘En ik ga dat voortaan andrsjslsjsl regelen. Vanafsf nu gaat alles via mij. Dusjs alsjsls er weer een ‘Laatste Wensjs‘ verzoek binnenkomt, dan waarssslschuwen jullie direct mij…..’

Heks zit stomverbaasd naar de televisie te kijken. Een paar weken geleden heb ik drie dagen Utopia gevolgd. Net toen de relatie tussen Gare Gerrit en Shelly met veel bombarie uit elkaar knalde. En nu is het dus mis tussen Merel en Jessie?

Wat me vooral verbijstert is de ambulance, die het terrein op draait. Een terminaal zieke vrouw wordt met brancard en al uitgeladen. Ze wil voor ze sterft Utopia bezoeken. Huh? Hoe is het mogelijk? Heeft niemand haar dat uit de kop kunnen praten?

Merel is in de war. Die vrouw was toch al overleden? De boel is toch afgezegd? Er is niets geregeld. Geen ontvangst comité. Geen activiteit gepland. Alsof je iets kunt doen met zo’n doodziek mens…… Merel staat met de handen in haar prachtige bos haar.

Erg onder de indruk is ze echter niet. De medebewoners weten zich geen houding te geven, als blijkt dat ze tegenover deze stervende tekort zijn geschoten. Het feit, dat de bezoekster al half dood is maakt de blunder zo veel erger. Iedereen komt snel opdraven om de laatste wens in vervulling te laten gaan. Ze geven een bedrukte hand.

‘Ja welkom seg,’ zemelt Jessie namens iedereen. Niet dat iedereen hem dat gevraagd heeft. De halve zool spreekt doorgaans namens de rest. Dat heeft hij zichzelf zo aangeleerd. Het voor hem gunstige bijeffect van dit bezopen gedrag is, dat het zijn zich toegeëigende rol van leider versterkt.

‘Ja, het ssjspijt onsjs heel erg, dat er nietsjs geregeld islsjs. Sjsmiespeldesjsmiespel. (Sjsmerige insinuaties richting Merel….)…. Heel erg welkom namemsjs iedereen… blablabla…’

Zo. Jessie heeft zijn bijdrage weer geleverd. Iemand anders doet echt iets. Die gaat pannenkoeken bakken. Zo wordt de dag dan gered. Geen idee of de terminale patiënt dergelijk eten nog weg krijgt gekauwd. Of ze überhaupt nog eet….. Maar het is goed bedoeld zullen we maar zeggen.

De veganist maakt ruzie met een medebewoner. Zoals altijd snap ik niets van zijn geouwehoer. Wel valt het me op dat de man totaal niet communiceert met zijn gesprekspartners. Bij voorbaat gaat hij er van uit, dat zijn opponenten niet goed bij hun hoofd zijn. (Projectie?) Dat ze niet nadenken.

Katie

Dat hun gedachtengoed niet goed is. En zijn eigen gedachtengoed wel. Een superioriteitscomplex van jewelste. Maar wel gebracht vanuit de positie van underdog.

De underdog gaat met zijn varken knuffelen. Het beest moet naar bed. ‘Die en die vergeten regelmatig om onze Katie naar bed te brengen. Dat kan toch niet. Het is hun taak! Huh. Dan doe ik het wel weer. Het is heel erg belangrijk allemaal….’

‘Nou, het is een varken hoor, geen mens…’ reageert zijn gesprekspartner laconiek. Oei. Fout antwoord vindt de veganist. Hij loeit van verontwaardiging. Het is heel belangrijk, dat het varken elke dag op tijd naar bed wordt gebracht. Maar dat zal die verfoeide gesprekspartner wel nooit snappen.

Hakkelend en stotterend van verontwaardiging veegt hij deze ontaarde dierenbeul de mantel uit. Het moet niet gekker worden. Een varken hoort gewoon op tijd naar bed te worden gebracht. Punt uit. En hij houdt van dat varken. Hij als enige…..

Heks’ ogen puilen intussen uit haar hoofd van verbazing. Een varken op tijd naar bed? Naar bed? Wiens bed? Dat van de veganist?

De terminale patiënt is alweer heelhuids naar huis. Ze heeft het bezoek overleefd zonder complicaties. Goddank. De hele meute is haar uit komen zwaaien.

‘Dank jullie wel foor de goede sjsorgen,’ zemelt Jessie namens iedereen tegen de ambulancebroeders, ‘Heel bijsjsonder hoe jullie dit weer foor iemand doen. So bijsjsojsonder!’ ‘Nou, het is ons werk,’ wimpelt een broeder hem af. ‘Sja, maar jullie doen het maar mooi wel, sjseg…’ slijmt hij er onverstoorbaar op los.

Even later is de narcistische Jessie alweer achter Merel aan het aanjagen. Zijn obstinate vriendin. Die behoorlijk genoeg van dit misselijke mannetje begint te krijgen. Haar liefje…..

‘Sjo Merel, folgende keer gaat alles via mij. Dat heb ik al tegen de resjst gesegd. Want dit kan natuurlijk niet. Geen programma. In de war, omdat iemand was overleden. Maar dat wasjs toevallig wel iemand andersjs….  Sjschandalig gewoon. En ik heb besjsoten…’

‘Bekijk het maar, ik ga echt geen verantwoording naar jou toe afleggen…’ Merel is niet onder de indruk van zijn geslis. ‘Ja, het moet weer allemaal op jouw manier, egocjsentrisch mensjs, wat denk je wel. Altijd moet allesjsjsj zoalsjs jij het wilt,’ projecteert Jesjsjsjsie er lustig op los.

‘Ja, iedereen in Utopia weet, dat ik altijd mijn zin krijg. Daar ben jij verliefd op geworden. Dus wen er maar aan,’ bekt zijn geliefde opgewekt terug. Ze heeft er overigens weinig van, dat alles vandaag in het honderd liep. Dat ze de komst van een terminale patiënt straal vergeten is. Alsof het er niet toe doet, zo’n bezoekje….. ‘Er zijn toch pannenkoeken gebakken? Het is toch opgelost?’

‘Nou, het isjs dit en dat,’ vindt haar vrijer. ‘Wat heb jij dan helemaal gedaan?’ pareert Mereltje listig. Niets natuurlijk. Behalve namens iedereen wat in de rondte zemelen. Jessie is woest na deze rake opmerking. Machteloos staat hij ertegenin te haspelen.

Niet veel later zit Meneer de Koekenpeer met de andere bewoners te roddelen over zijn vriendin. Hij gooit zijn achtergehouden troef in de strijd: Merel is te dik. En hij houdt nu eenmaal niet van volle vrouwen. Typerend voor een eersteklas narcist, dit soort streken. Ze houden altijd wat rottigheid achter de hand.

Nu lijkt het net of hij Merel afwijst. Terwijl zij in feite schoon genoeg heeft van die randdebiel. Zo geeft hij haar een lekkere trap na. Onder de gordel.

IK HOU NIET ZO VAN VOLLE VROUWEN

Ook heeft hij intussen zijn dwalende oog op de ex van Gare Gerrit laten vallen. Die is lekker slank. En intussen weer vrijgezel. En gevoelig voor narcisten. Kijk maar naar haar eindeloze gehannes voorheen met die Gare Gerrit. De groepsleiperd, die ook alweer op een weerloos ander meisje binnen de muren is gedoken……..

Je zou door dit alles bijna vergeten, dat Jessie en Merel eigenlijk geliefden zijn. Maar niet voor lang meer. Ze voeren nog een ijskoud onaangenaam gesprek, waarbij ze proberen elkaar de loef af te steken, wat betreft wie er het eerst de stekker uit hun relatie heeft getrokken……

‘Ik heb gisteren toch al gezegd, dat het klaar is voor mij,’ liegt Merel. ‘Waarom heb je dan niks gesjsgd? Je liegt weer.’ ‘Ik heb dat toch gezegd?’ liegt ze vrolijk verder. ‘Nou, Ik sjsag het eergisjsteren al niet meer zitten…’ pareert Jessie nijdig, ‘Dusjs….’

‘Wat een rare manier van je relatie beëindigen,’ denkt Heks. Jammer dat ze uit elkaar zijn. Die twee verdienen elkaar gewoon. Prinses Merel op de Erwt en Zijne Koninklijke Hoogheid Jessie de Sjslijm-King.

Ik heb die Merel ook wel eens hele rare dingen zien doen onder invloed van haar relatie met Jessie. Bijvoorbeeld toen ze de maat van de boezem van Franny wilde weten voor het een of ander. ‘Kom Gare Gerrit, doe deze blinddoek om, dan kan ik even testen welke maat tieten Franny heeft. Jij bent toch met haar naar bed geweest?’

© TOVERHEKS.COM

Waarop ze hem liet voelen aan theezakjes, hahahaha, wat geestig. Maar niet heus. En vervolgens een paar erwtjes, twee druifjes, eieren, sinaasappels, een set grapefruits en tot slot een paar watermeloenen……

Oh, oh, wat een lol ten koste van Franny. Want zeg nu zelf, erg fris is deze humor niet. Vooral niet ten opzichte van een meisje, dat het in haar prille leventje al heel erg voor haar kiezen heeft gehad met allerlei grensoverschrijdend gedrag op dit gebied….. Vermoed ik zo.

Nou ja. Ik ben weer helemaal bij. Over een paar weken maar eens kijken wie er dan weer met wie neukt en welke bezopen projecten er nu weer zijn geïnitieerd.

Boer overlijdt nadat varken drie vingers en penis afbijt

Hoera voor LHBTI deel 3: Johan Derksen heeft gelijk: Weg met slachtofferschap, het heeft lang genoeg geduurd. Laat je niet meer bullyen door types zoals hij! Heks heeft hier wel wat verfrissende ideeën over. Kom massaal uit de kast bij Voetbal Inside bijvoorbeeld. Geen slappe hap, maar een reuzenklap!

Als ik het programma van Ellie Lust zit te kijken, met Johan Derksen in de hoofdrol, een echte slachtofferrol intussen, want heel weldenkend Nederland valt over hem heen, begint mijn bloed te koken.

Ik weet natuurlijk wel, dat iemand als Johan Derksen, dat misogyne lelijke trol-achtige mannetje, eigenlijk zelf is waar hij iedereen voor uitmaakt. Een slapjanus. Een zeurkous. Een zeiksnor. Dat laatste draagt hij ook fysiek echt uit…….

Dus waarom zou je je druk maken om die kerel?

Nou, precies om de reden, die Ellie Lust hem aan zijn beperkte verstand probeert te peuteren. Want hoe lelijk en onaantrekkelijk en viezig wij dames die ranzig riekende man ook vinden, er zijn hele volksstammen, die ademloos (door de stank?) aan ’s mans schmutzige lippen hangen.

En ook al levert het gevaar op voor de levensduur van de gemiddelde beeldbuis, de man is wel degelijk op televisie. Waar hij commentaar levert op het oudste vruchtbaarheidsritueel in spelvorm ter wereld. Vanonder een onaangenaam aangroeisel, zijn zogenoemde snor. Dit slachtoffer van sliertige genen,- onder zijn neus, op zijn hoofd en wie weet waar al niet meer, -is regelmatig kamerbreed in breedbeeld. Met zijn onnavolgbare homofobe en misogyne  uitspraken.

Helaas bereikt Ellie de sukkel niet in haar programma. Hij luistert niet eens. Wentelt zich in zijn eigen gelijk. Brult nog wat extra domme uitspraken, om alles nog een beetje erger te maken…..

Ik vindt dat Ellie Lust zich geweldig houdt oog in oog met dit sujet. Ze blijft rustig, probeert steeds om de man tot rede te brengen. Eindeloos geduld tegenover domheid in persona. Want dit is domheid ten top.

Het is vast een narcist die Johan Derksen, Heks, hoor ik jullie roepen. Vanuit de verte. En ja, ik denk dat ook. Zo volstrekt gevoelloos zijn is slechts weggelegd voor de ras-narcisten onder ons. Het verklaart ook direct zijn verslaving aan het vruchtbaarheidsspel. Voetbal bedoel ik. Die verheven vorm van sublimatie speciaal uitgevonden voor narcisten in het impotente spectrum.

Kijk maar eens goed naar die voetbalprogramma’s. Er zitten altijd dit soort minne mannetjes in. En een incidentele flamboyante narcist. En Hans Kraaij Junior. Pispaal van dit soort lieden. Hun eigen pindakaas homo. Alleen maar omdat het een aardige vent is. Met gevoel in zijn donder.

Ellie interviewt ook nog wat supporters op de tribune over homoseksualiteit. ‘Ik rijd op een taxi. Er zat een keertje een stel kerels te zoenen op de achterbank, die heb ik zo mijn auto uit geslagen. Gatver, dat vind ik vies…’ de lomperik trekt een vies gezicht. Dan klaart zijn varkenssnoet opeens op. Een brede geile grijns trekt van oor naar oor, ‘Maar twee dames vind ik wel lekker hoor, daar heb ik geen moeite mee.’

Ik hoop dat hij een keer klem komt te zitten tussen een paar ketsende potige potten. Met stekeltjeshaar en tuinbroek. Dat hij geplet wordt in hun pret. Als ze flink zweten en keten in bed. Kijken of hij nog zo te spreken is over lesbische seks.

Ach, smeer toch pindakaas op je lul. En laat je afzuigen door een slak.

Tot besluit wil ik de hele LGBTI-gemeenschap  oproepen om massaal uit de kast te komen in het programma van Johan Derksen en er vervolgens direct bovenop te slaan. Op zijn neus welteverstaan, die lelijke haak boven die hap gare zeurkool.

Want geef toe, de man heeft gewoon gelijk! Homo’s zijn lang genoeg zielige slachtoffers geweest van mensen zoals Johan Derksen! En allerlei andere homohaters. Ja haters! Liefde en respect zijn hetzelfde. Respectloos met deze grote, enorme, kleurrijke groep mensen omgaan staat gelijk aan hen haten. Dat voelen zij ook zo!

Het is genoeg geweest. Weg met die slachtofferrol! In 1 massale reuzenklap!