Kattenperikelen: Een panter in het nauw maakt rare sprongen! Gelukkig in een volstrekt LEEG museum. Je moet er niet aan denken dat de collectie van dit instituut, tenen op sterk water bijvoorbeeld, s’nachts tot leven zou komen…..

Katten! Teringlijers zijn het. Als ze ergens de pest over inhebben smeren ze em zonder met hun grote groene ogen te knipperen. Dagen- weken-, soms maandenlang laten ze je lijden doordat je hen nergens kunt vinden. En als ze dan opduiken zijn ze alles behalve dankbaar. Moet je weer op je knieën om hun affectie binnen te vissen…….

Snuitje is nog maar net een beetje bijgetrokken van haar avonturen of de panter is alweer zoek. Ik probeer mijn zwerver weer een beetje te domesticeren. Dus met enige regelmaat zorg ik dat hij binnen slaapt. Thuis wel te verstaan. In Huize Heks.

Het liefst ligt hij dan gezellig in mijn heksenbed. Maar de laatste weken bonjour ik hem eruit. Snuitje heeft het rijk alleen, want zij moet aansterken. Een grote bak voer staat permanent naast haar kleine uitgemergelde kattenkopje en gedurende de nacht peuzelt ze zo’n hele bak weg! Niet echter als de panter ons bed deelt, binnen vijf minuten maakt hij die hele bak vreten soldaat.

Dus slaapt de dolende ridder op de vensterbank in de keuken. Lekker boven de verwarming. Maar ook: Temidden van andere katten. Dat laatste vindt hij dan weer beduidend minder. Hoewel ze hem volledig met rust laten. Hij is een enorme loner. Het liefst in zijn uppie. Buiten. Of met Heks.

Waar is mijn zwarte bakbeest? Heks loopt alweer dagen te zoeken.

‘Ik heb hem woensdag nog gezien,’ beweert mijn buurvrouw, ‘Hij zat in de hal en liep met mij mee naar buiten.’ Heks heeft hem dinsdagmorgen voor het laatst gezien. Op zich niet dramatisch lang geleden, panter is wel eens vaker enige dagen op stap. In de lente. Als het lekker weer is. Als de rudimentaire restanten van zijn gecastreerde klokkenspel opspelen. De castratie heeft in zijn geval nauwelijks effect gehad. Hij is nog steeds zeer uithuizig.

Maar met dit weer, die afschuwelijke regen en kou? Zit hij soms ergens in een keldertje opgesloten? Hij ruikt soms wat schimmelig als hij een nachtje is weggebleven. Wie weet waar hij schuilt?

Zoals altijd als Ferguut in de problemen raakt voel ik het op mijn klompen. Vanaf het eerste moment. Alsof hij een noodoproep doet! Zodoende loop ik al dagen door de buurt te struinen en te roepen. Ik blèr langdurig onder het raam van de vrouw die zich hem afgelopen zomer had toegeëigend. Ik gil door het hofje waar haar bejaarde moedertje woont. Verschrikte hoofden voor ramen, maar geen zwart monster…..

Zondagmorgen loop ik door de buurt met VikThor. Het eerste piesrondje. Ik wil graag naar de kerk, dus ik ben wat gehaast. ‘Ferguut’ roep ik door de steeg om de hoek. Belachelijk denk ik nog bij mezelf. Waar zou het beestje zich hier moeten verbergen? Achter een vuurdoorn? In die afvalbak? Zinloos gezoek. Hopeloos geroep.

©Toverheks.com

Plotseling hoor ik een tijger grauwen, een leeuw brullen, een panter miauwen. Geen twijfel mogelijk. Dit verbale geweld is afkomstig van mijn schatje, ik weet het zeker. Maar waar zit hij in godsnaam. Onrustig spurt ik door de steeg. VikThor verwoed snuffelend naast me. Die heeft zijn neus helemaal ontdekt!

Waar zit Ferguut? Ik kan hem nergens vinden…..

Na een paar sprintjes ontdek ik zijn verstopplek. Hij zit in het museum! Stevig opgesloten achter een dikke tijdelijke deur: Het museum wordt al sinds jaar en dag verbouwd. Afgelopen week waren ze weer bezig een gat in de muur te slaan om allerlei buizen door naar binnen te duwen. Vervolgens werd het gat vol water gepompt. Of de buizen. Een grote kraan tilde troep over het dak naar de binnenplaats……

Kortom: Levensgrote gevaren voor ondernemende katten, want een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Sinds woensdag schreeuw ik al in die ellendige bouwput hier in de steeg. Ik ben afgelopen zomer door het gebouw gedwaald, zonder toestemming overigens, volledig op eigen risico, op zoek naar Snuitje: Alle vloeren liggen open, muren worden verplaatst of gesloopt, overal elektriciteitsdraden……

In mijn kop spelen zich de meest vreselijke taferelen af: Mijn kat ingemetseld in een eeuwenoude muur of opgesloten in het riool. Of geëlektrocuteerd door een loshangende draadje……… Geen medewerker van het museum die er wakker van ligt.

‘Wij hebben dag en nacht bewaking, als uw kat hier zit hadden wij hem allang gezien,’ zeiden ze afgelopen zomer toen ik Snuitje liep te zoeken, ‘Hier zit ze echt niet….’

Mooi zo. Ze hebben bewaking. Ook in het weekend. Heks belt het noodnummer, dat op de deur staat. Ook zoekt ze online naar het betreffende bedrijf. Die nemen de telefoon niet op en het noodnummer blijkt van iemand te zijn die nog nooit in het museum is geweest. Hij kent wel iemand die er werkt, een opzichter of iets dergelijks, dus die belt hij op. ‘Zoek het maar uit,’ adviseert die, ‘Morgen ben je de eerste.’

Ook de politie en dierenambulance hebben weinig interesse in een opgesloten kat. Mijn buurvrouw is ook aan het bellen geslagen, groot dierenvriend als ze is. ‘Ze komen niet hoor, Heks,’ verontwaardigd kijkt ze me aan. Heks heeft intussen het gebouw aan een grondig onderzoek onderworpen.

©Toverheks.com

Plotseling klinkt er een akelig geschater door de steeg. De zon verduistert. De hemel wordt zwart als de nacht……

Een fladderende gedaante vliegt door de lucht op een bezemsteel. Na een ijzingwekkende looping rondom de kerktoren ploft er een hoop vodden op de stoep. Een grote neus prikt onder een enorme zwarte heksenhoed vandaan. We staan we aan de grond genageld. Verstijfd van schrik……

‘Wat staan jullie nu stom te kijken? Nog nooit een echte toverheks gezien? Ik weet dat ik moeders mooiste niet ben, maar ach. In de nacht zijn alle katjes grauw, dus waar hebben we het over?’

Met een stevige tik breekt een klein ruitje in de ruimte naast de voordeur in duizend stukjes. Wie heeft daar nu een klap met een koevoet tegenaan gegeven? Welke engel staat daar met een bakje voer te zwaaien totdat er een roofridder tussen de scherven door naar buiten sluipt? Geen idee. Het is een groot wonder en bepaald niet voor de kat zijn kont gedaan!

Zit je nu als een kat om de hete brij te draaien? Maak dat toch de kat wijs, Heks!

De flodderige figuur veegt het glas weg met haar bezem en roetsjjjj….. ze is er alweer vandoor! Met een grote zwarte kater achterop haar vervoersmiddel. Krijsend verdwijnt ze aan de einder!

Zo is de panter veilig thuis. Je moet het breekijzer smeden als het heet is, dat is wel duidelijk.

Als bedankje poept hij in mijn bed. De teringlijer. Een dikke drol wacht me op als ik terug kom van een wandeling met mijn hondje en Fiederelsje. De lucht slaat me al tegemoet in het portaal.

Een dag later is het ruitje alweer gerepareerd, alsof er nooit een kat in dit vreemde pakhuis heeft gezeten…… Hopelijk houdt het raampje nu een tijdje en is het geen kat in de zak. En hopelijk komt niemand verhaal halen , want daar komt de zwarte kat in….. 

Night at the MuseumNight at the Museum

Eten uit een Klikobak, smullen in de Vlikobak: Hele volksstammen duiken dagelijks vrijwillig in het afval op zoek naar een maaltijd, de zogeheten dumpster divers. Maar een hoogbejaarde man hoort daar niet thuis volgens Heks. Zo’n oude hongerige baas roerend in het vuilnis wordt me toch te gek.

Vanmorgen staat de zwerver weer uit de Vlikobak van het hotel tegenover mijn huis te eten. Althans, hij is op zoek. Helaas is het ding vrij onlangs geleegd. Na wat nutteloos gegraai in de leegte geeft hij het teleurgesteld op. Heks hangt intussen uit het raam. Ik heb net een flinke pan pittige paprikasoep gekookt. Misschien lust deze Oost-Europees ogende oude man er wel een grote kop van.

Ja, graag. Zijn bleke blauwe ogen lichten op. Even later serveer ik mijn brouwsel met een glutenvrije boterham erbij. In de gevel van mijn huis is een bankje ingemetseld. Daar zet ik het dienblad op. ‘Ik kom zo terug, eet smakelijk!’ de man verstaat prima Nederlands. Hij valt al staande aan op de soep. Voorovergebogen staat hij te genieten.

Mijn hulp kijkt eventjes later uit het raam. Ze wijst op een paar ranzige roddeltantes. ‘Kijk eens naar die rare taarten, hoe ze naar die man kijken, vol afschuw en afkeuring,’ verontwaardigd kijkt ze me aan, ‘Ze staan hem gewoon openlijk te bespreken! Wat heb ik daar toch een hekel aan, dat eeuwige oordelen.  Alleen maar omdat hij daar een beetje raar een kop soep staat te eten, bah.’

De opgedirkte keurige ‘tante Betjes’ verdwijnen uit zicht. Hun poepbruine decolletés puilen aan alle kanten uit hun te kleine wit met gouden truttentruitjes. Hun geblondeerde getoupeerde haren als een vlag op een strontschuit boven hen uittorenend. Ja, sneu als je zo in elkaar steekt, maar bepaald niet uitzonderlijk…..

Even later zit ik weer beneden bij mijn zwerver. ‘Mijn buurman moet een nieuwe dak op zijn huis. Maar hij heeft er geen geld voor over. Het kost maar 10.000 euro!’ begint de oude baas. Buurman? Huis? Het is helemaal geen zwerver! De man kletst intussen vrolijk verder. Hij vindt iets verskrikkulluk. Krijg nou wat, bespeur ik daar een Katwijks accent? Niks Oost Europa!

Nu is Katwijk niet te vergelijken met enige andere gemeente in Nederland, zelfs hun taal heeft een totaal andere oorsprong en ontwikkeling dan de rest van ons kikkerlandje. Door dit fenomeen gecombineerd met de van oudsher grote mate van inteelt in deze van origine geïsoleerde kustplaats zou je inderdaad toch kunnen spreken van een geheel andere bevolkingsgroep…..

Mijn nieuwsgierigheid is natuurlijk gewekt. Waarom eet deze lieve zachte oude Kattukker uit de vuilnisbak? Als je 10.000 euro niet veel geld vindt kun je toch wel wat uitgeven aan een fatsoenlijke maaltijd?

‘Mijn zuster heeft Alzheimer, ze zit in Overduin,’ langzamerhand vallen er wat puzzelstukje in elkaar. De zus kookte natuurlijk. En nu niet meer. ‘Ik ben al 45 jaar alleen,’ vervolgt hij. Vanaf zijn 33e dus reken ik snel uit. Misschien jong weduwnaar geworden? Of zijn zijn ouders toen overleden en schoten hij en zijn zuster over?

De rest van de familie is dood hoor ik vervolgens. Vroeger waren de meeste Katwijkse gezinnen behoorlijk groot. Niet leuk om als enige over te blijven. Waarschijnlijk kan hij helemaal niet koken. Soms zijn mensen ook te krenterig om geld uit te geven aan ‘tafeltje dek je’.

Mijn vriend Jip werkt voor die organisatie. In Katwijk! Dagelijks brengt hij een keur aan bejaarden een uitstekende maaltijd. Heks kan het niet eten, want het is vergeven van de gluten, lactose, soja en conserveringsmiddelen. Maar normale mensen hebben daar ogenschijnlijk geen last van.

Mijn nieuwe bejaarde vriend zit lekker te smikkelen van een witlofsalade met mandarijntjes en appel. Heerlijk aangemaakt met citroenolijfolie. Jammie. Zo vind je ze niet in de Kliko van het hotel. Hun eten zou ik zelfs niet wegkrijgen als ik het aan tafeltje in hun louche restaurant geserveerd krijg. Met een miljoen euro bonus.

‘Bedankt,’ zegt de oude baas bij het afscheid. Tot de volgende keer maar weer. Want die komt er vast. Hij staat met enige regelmaat op zijn fragiele vogelkop in het afval. Ik heb hem ook wel eens een paar euro toegestopt voor een kopje koffie. Wonderlijk, wonderlijk, deze man. Misschien behoort hij tot een nieuwe groep bejaarden: Zwervende ouderen, zoals in Roemenië.

De zorg is hier uiteindelijk ook niet meer wat het geweest is. Als zo’n lieve en vriendelijke man zo gemakkelijk tussen de mazen van het zorgnet valt, is hij vast niet de enige. Lang leve onze kutregering. en vooral ook: Lang leve alle rechtse eikels die die regering in het zadel hebben geholpen…..

Maar ja, het kan altijd erger. In Amerika stevenen ze af op een narcist als president: Donald Trump, enger dan eng, een braakmiddel van een man, is de enige echte kandidaat voor de republikeinen. Een dieptepunt voor dat land. Je mag toch maar hopen dat die volgevreten varkenskop het niet gaat halen. Trump president? Dan zijn de rapen gaar…….

Dumpster Diving in Nederland.