Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Kattenperikelen: Een panter in het nauw maakt rare sprongen! Gelukkig in een volstrekt LEEG museum. Je moet er niet aan denken dat de collectie van dit instituut, tenen op sterk water bijvoorbeeld, s’nachts tot leven zou komen…..

Katten! Teringlijers zijn het. Als ze ergens de pest over inhebben smeren ze em zonder met hun grote groene ogen te knipperen. Dagen- weken-, soms maandenlang laten ze je lijden doordat je hen nergens kunt vinden. En als ze dan opduiken zijn ze alles behalve dankbaar. Moet je weer op je knieën om hun affectie binnen te vissen…….

Snuitje is nog maar net een beetje bijgetrokken van haar avonturen of de panter is alweer zoek. Ik probeer mijn zwerver weer een beetje te domesticeren. Dus met enige regelmaat zorg ik dat hij binnen slaapt. Thuis wel te verstaan. In Huize Heks.

Het liefst ligt hij dan gezellig in mijn heksenbed. Maar de laatste weken bonjour ik hem eruit. Snuitje heeft het rijk alleen, want zij moet aansterken. Een grote bak voer staat permanent naast haar kleine uitgemergelde kattenkopje en gedurende de nacht peuzelt ze zo’n hele bak weg! Niet echter als de panter ons bed deelt, binnen vijf minuten maakt hij die hele bak vreten soldaat.

Dus slaapt de dolende ridder op de vensterbank in de keuken. Lekker boven de verwarming. Maar ook: Temidden van andere katten. Dat laatste vindt hij dan weer beduidend minder. Hoewel ze hem volledig met rust laten. Hij is een enorme loner. Het liefst in zijn uppie. Buiten. Of met Heks.

Waar is mijn zwarte bakbeest? Heks loopt alweer dagen te zoeken.

‘Ik heb hem woensdag nog gezien,’ beweert mijn buurvrouw, ‘Hij zat in de hal en liep met mij mee naar buiten.’ Heks heeft hem dinsdagmorgen voor het laatst gezien. Op zich niet dramatisch lang geleden, panter is wel eens vaker enige dagen op stap. In de lente. Als het lekker weer is. Als de rudimentaire restanten van zijn gecastreerde klokkenspel opspelen. De castratie heeft in zijn geval nauwelijks effect gehad. Hij is nog steeds zeer uithuizig.

Maar met dit weer, die afschuwelijke regen en kou? Zit hij soms ergens in een keldertje opgesloten? Hij ruikt soms wat schimmelig als hij een nachtje is weggebleven. Wie weet waar hij schuilt?

Zoals altijd als Ferguut in de problemen raakt voel ik het op mijn klompen. Vanaf het eerste moment. Alsof hij een noodoproep doet! Zodoende loop ik al dagen door de buurt te struinen en te roepen. Ik blèr langdurig onder het raam van de vrouw die zich hem afgelopen zomer had toegeëigend. Ik gil door het hofje waar haar bejaarde moedertje woont. Verschrikte hoofden voor ramen, maar geen zwart monster…..

Zondagmorgen loop ik door de buurt met VikThor. Het eerste piesrondje. Ik wil graag naar de kerk, dus ik ben wat gehaast. ‘Ferguut’ roep ik door de steeg om de hoek. Belachelijk denk ik nog bij mezelf. Waar zou het beestje zich hier moeten verbergen? Achter een vuurdoorn? In die afvalbak? Zinloos gezoek. Hopeloos geroep.

©Toverheks.com

Plotseling hoor ik een tijger grauwen, een leeuw brullen, een panter miauwen. Geen twijfel mogelijk. Dit verbale geweld is afkomstig van mijn schatje, ik weet het zeker. Maar waar zit hij in godsnaam. Onrustig spurt ik door de steeg. VikThor verwoed snuffelend naast me. Die heeft zijn neus helemaal ontdekt!

Waar zit Ferguut? Ik kan hem nergens vinden…..

Na een paar sprintjes ontdek ik zijn verstopplek. Hij zit in het museum! Stevig opgesloten achter een dikke tijdelijke deur: Het museum wordt al sinds jaar en dag verbouwd. Afgelopen week waren ze weer bezig een gat in de muur te slaan om allerlei buizen door naar binnen te duwen. Vervolgens werd het gat vol water gepompt. Of de buizen. Een grote kraan tilde troep over het dak naar de binnenplaats……

Kortom: Levensgrote gevaren voor ondernemende katten, want een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Sinds woensdag schreeuw ik al in die ellendige bouwput hier in de steeg. Ik ben afgelopen zomer door het gebouw gedwaald, zonder toestemming overigens, volledig op eigen risico, op zoek naar Snuitje: Alle vloeren liggen open, muren worden verplaatst of gesloopt, overal elektriciteitsdraden……

In mijn kop spelen zich de meest vreselijke taferelen af: Mijn kat ingemetseld in een eeuwenoude muur of opgesloten in het riool. Of geëlektrocuteerd door een loshangende draadje……… Geen medewerker van het museum die er wakker van ligt.

‘Wij hebben dag en nacht bewaking, als uw kat hier zit hadden wij hem allang gezien,’ zeiden ze afgelopen zomer toen ik Snuitje liep te zoeken, ‘Hier zit ze echt niet….’

Mooi zo. Ze hebben bewaking. Ook in het weekend. Heks belt het noodnummer, dat op de deur staat. Ook zoekt ze online naar het betreffende bedrijf. Die nemen de telefoon niet op en het noodnummer blijkt van iemand te zijn die nog nooit in het museum is geweest. Hij kent wel iemand die er werkt, een opzichter of iets dergelijks, dus die belt hij op. ‘Zoek het maar uit,’ adviseert die, ‘Morgen ben je de eerste.’

Ook de politie en dierenambulance hebben weinig interesse in een opgesloten kat. Mijn buurvrouw is ook aan het bellen geslagen, groot dierenvriend als ze is. ‘Ze komen niet hoor, Heks,’ verontwaardigd kijkt ze me aan. Heks heeft intussen het gebouw aan een grondig onderzoek onderworpen.

©Toverheks.com

Plotseling klinkt er een akelig geschater door de steeg. De zon verduistert. De hemel wordt zwart als de nacht……

Een fladderende gedaante vliegt door de lucht op een bezemsteel. Na een ijzingwekkende looping rondom de kerktoren ploft er een hoop vodden op de stoep. Een grote neus prikt onder een enorme zwarte heksenhoed vandaan. We staan we aan de grond genageld. Verstijfd van schrik……

‘Wat staan jullie nu stom te kijken? Nog nooit een echte toverheks gezien? Ik weet dat ik moeders mooiste niet ben, maar ach. In de nacht zijn alle katjes grauw, dus waar hebben we het over?’

Met een stevige tik breekt een klein ruitje in de ruimte naast de voordeur in duizend stukjes. Wie heeft daar nu een klap met een koevoet tegenaan gegeven? Welke engel staat daar met een bakje voer te zwaaien totdat er een roofridder tussen de scherven door naar buiten sluipt? Geen idee. Het is een groot wonder en bepaald niet voor de kat zijn kont gedaan!

Zit je nu als een kat om de hete brij te draaien? Maak dat toch de kat wijs, Heks!

De flodderige figuur veegt het glas weg met haar bezem en roetsjjjj….. ze is er alweer vandoor! Met een grote zwarte kater achterop haar vervoersmiddel. Krijsend verdwijnt ze aan de einder!

Zo is de panter veilig thuis. Je moet het breekijzer smeden als het heet is, dat is wel duidelijk.

Als bedankje poept hij in mijn bed. De teringlijer. Een dikke drol wacht me op als ik terug kom van een wandeling met mijn hondje en Fiederelsje. De lucht slaat me al tegemoet in het portaal.

Een dag later is het ruitje alweer gerepareerd, alsof er nooit een kat in dit vreemde pakhuis heeft gezeten…… Hopelijk houdt het raampje nu een tijdje en is het geen kat in de zak. En hopelijk komt niemand verhaal halen , want daar komt de zwarte kat in….. 

Night at the MuseumNight at the Museum

Bloedig studeren op de Matthäus-Passion wordt onderbroken door een stormachtige wandeling met Ysbrandt. Door stom toeval ontdek ik in de hondenwandelgangen, dat een Canadese vriend, die ik ken uit Plumvillage, vanavond naar Leiden komt. Hoera! Joepie!

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Vorig jaar in Plumvillage nam ik deel aan een workshop voor geëngageerde kunstenaars

De laatste dagen zit Heks hard te studeren op de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Morgen is de uitvoering en ik moet nodig de puntjes op de i zetten. Een heleboel puntjes op een eindeloos aantal i’s.

Verder kom ik tot niets. Op zich niet zo erg. Buiten is het uitermate herfstig en koud. Het is gewoonweg heerlijk om op de bank in mijn lekkere warme huisje zachtjes voor me uit te zingen! Wat is het toch een prachtig meesterwerk. Terwijl ik ermee bezig ben vallen me steeds meer dingen op in de compositie. Het is een enorme klus om het allemaal in te studeren, maar het is tevens een feestje!

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Conceptuele kunst, alleen ben ik het concept vergeten

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Door de benarde financiën van de laatste weken ben ik er niet toe gekomen om voor Jan en Alleman kaartjes te bestellen deze keer. Ik zal het zonder mijn vaste supporters moeten stellen. True en Trueman komen waarschijnlijk wel. En Steenvrouw misschien ook. Superleuk!

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Al dagen heb ik niets geschreven op mijn blog. Er staan een paar verhaaltjes klaar, maar daar moet nog zoveel aan gebeuren. Ik ben er te moe voor. Sowieso ben ik bekaf momenteel. Alsof alle energie uit me is gezogen. Wat is dat toch irritant. Dat voortdurende gevoel van uitputting. Wat kan ik er nog eens aan proberen te doen?

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Ik zoek een recente Nieuwsbrief van de ME/CVS-Stichting Nederland. Ik herinner me, dat er iets in stond over een wetenschappelijk onderzoek naar de voedingssupplementen NADH en co-enzym Q10. Deze middelen blijken bij dagelijkse toediening in hoge dosis aan ME-patiënten een zekere toename in energie te kunnen bewerkstelligen.

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Ik lees het hele verhaal nog eens door. Q10 slik ik al eeuwen, maar dat andere middel ken ik niet. Ik bestel een paar enorme potten bij een bedrijf in Verenigde Staten. Het is nog geweldig duur, maar het scheelt zeker de helft met de prijzen voor dit soort pillen hier ter lande.

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Deze schat was lid van de ‘Nederlandse familie’

Dan ga ik maar weer een rondje fietsen met mijn hondje. In een park aan de Herensingel kom ik een oude bekende tegen. Ik heb haar een tijdje niet gezien met haar twee poedeltjes. Onlangs hoorde ik, dat ze in het ziekenhuis lag. Ik wilde haar net een kaartje sturen, maar wie schetst mijn verbazing? Ze loopt alweer met haar roedeltje door het park te wandelen!

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Er was een tafel vol materialen, waar we mee konden werken

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

‘Hoe gaat het met je?’ Je moet weten, dat deze bejaarde dame een ijzervreter is. Ze houdt niet van gezeur. En ook niet van ziekenhuizen. Ze runt een bloeiend pension hier in de buurt. In de lappenmand zitten is niet haar ding! ‘Oh, alweer een stuk beter. Vandaag ben ik door de scan gehaald. Dus ik ben nog niet genezen verklaard….’

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

We kletsen eventjes over onze hondjes, haar pension, het stormachtige weer. ‘Weet je, vanavond komt er een Canadees bij me logeren. Hij gaat ook altijd naar Plumvillage. Jerry heet hij.’

‘Jerry? Ik ken een Canadees uit Plum, die luistert naar de naam Gerry. Heeft hij lang haar? Is hij supergrappig? Werkt hij met daklozen? Maakt hij prachtige tekeningen? Draagt hij altijd vrolijk gekleurde kleren? Kun je vreselijk met hem lachen?’

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Sister Ocean speelt gitaar en zingt bij de presentatie van ons project

Alle antwoorden worden met ja beantwoord. Het is em. Ik weet het zeker! ‘Vanavond gaat hij naar een concert van Liszt. Daarna komt hij naar me toe. Kom morgen anders gezellig ontbijten!’

Ik beloof morgenochtend te bellen. Zo’n kans om deze schat eventjes in mijn armen te sluiten laat ik niet lopen. Misschien wil hij wel naar ons concert komen luisteren! Ik geef mijn vriendin een folder van ons optreden.

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshopengaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Terwijl ik naar huis fiets zingt mijn hart van geluk door dit ongelofelijke toeval. Wat is het leven toch wonderlijk. De ene dag schijt er iemand op je kop en voel je je rot. De volgende dag gebeuren er opeens weer dit soort fantastische dingen. Dankbaar laat ik me naar huis blazen door de keiharde storm. Nog 1 keer de hele Matheus doornemen en dan ben ik er klaar voor: Meezingen in Bach’s meesterwerk!

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

Aan dit interactieve kunstwerk heeft Heks meegewerkt

engaged artist, Boeddhist art, Boeddhistische kunst, Plumvillage, 2014, workshop

KNARSETAND IN MELKWEG, helemaal leuk. Heks heeft geweldige avond!

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Het hele podium staat vol

Zaterdag lig ik de hele dag in bed. Preventief. Ik sluimer en schrijf blogjes. ’s Avonds tegen elven haalt Frogs me op. We gaan naar Amsterdam. In de Melkweg speelt Knarsetand om 1 uur ’s nachts. Prime time…..

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013 KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Het valt nog niet mee om een parkeerplek te vinden. Heks besluit alvast uit te stappen en de vrijkaartjes op te halen. Bij de ingang wordt haar tas leeggehaald door een jonge vrouw. Controle op wapens, drugs….

Ze rommelt wat in mijn enorme schoudertas en tovert een paar potten met pillen tevoorschijn. ‘Wat is dit?’ ‘Ja duh, ‘ prevel ik onthutst, ‘Dat zijn mijn dagelijkse medicijnen’. Het klinkt absurd, als je de inhoud van de potten in aanmerking neemt. Zoveel slikt geen mens. Er wordt versterking bij gehaald. Men wil weten waarom ik zoveel medicijnen gebruik.

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013 KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013 KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Ja, dat is behoorlijk privé, ik heb helemaal geen zin om dat allemaal uit de doeken te doen. ‘Ik blijf een nachtje logeren in Amsterdam en ik heb een chronische ziekte’, murmel ik tegendraads. Een man bestudeert de potjes. ‘Wat is dat bijvoorbeeld?’ vraagt hij. ‘Vitamine C.’ Klinkt behoorlijk onschuldig. ‘En dat?’ Hij kijkt me streng aan. ‘D-Ribose’, antwoordt Heks. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. En dit? En dat? Ik roep vreemde dingen zoals: Acetyl Cystine en Low Dose Naltrexon, Amytriptiline…..

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

De zangeres heeft een prachtige stem

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013 KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Hij zucht. Hij geeft het op. Als ik beloof die tas bij de garderobe af te geven, mag ik naar binnen.

Daar tref ik Surfcowboy en na enige tijd voegt Frogs zich bij ons.

Op de achtergrond is de band van Knarsetand bezig op het podium met het opbouwen van de set. Eindelijk is het zover. Ze geven een knallende aftrap. Heks staat zo trots als een aap te kijken naar die zoon van haar oude vriend. De appel valt niet ver van de stam. Het is heerlijk om hem zo bezig te zien.

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013 KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Meneer Knarsetand himself

Vier blazers, een zangeres…. Gitaren en percussie. Toetsen….. Er is van alles te zien en te horen. Maar hoe zou je deze stijl kunnen noemen? Ik hoor allerlei invloeden…..

Deze 10-koppige band mixt drum’n’bass, reggae, latin, balkan, dubstep, ska en popmuziek lees ik later op hun website. En alleen maar eigen composities en teksten!!!!!!

Heks maakt foto’s en filmpjes. Wat een dynamiek. Knarsetand stuitert over het podium. Hij is duidelijk de bandleider. Zijn vader zou maar wat trots zijn geweest. Wat zeg ik? Hij is trots, ik weet het zeker. Het zou me niks verbazen, als hij vanaf zijn wolkje lekker heeft meegekeken….

toiletdames in Melkweg Amsterdam toiletdames in Melkweg Amsterdam

toiletdames in Melkweg Amsterdam

Toiletdames in Melkweg, Amsterdam

toiletdames in Melkweg Amsterdam toiletdames in Melkweg Amsterdam

Knarsetand heeft een jasje van zijn pa aan. Hij hangt er een beetje in, want hij is veel groter gebouwd. Soms is het of ik Ernst over het toneel zie flitsen, er is veel overeenkomst in lichaamsmimiek tussen deze twee podiumdieren.

Veel te snel is het afgelopen. Na het opruimen voegt Knarsetand zich nog even bij ons. ‘Hoe vond je het Heks?’ vraagt hij. ‘Geweldig!’ zeg ik uit de grond van mijn hart. Man, wat heb jij het met je negentien jaren al enorm ver geschopt met het leven van je droom !!!!!

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Veel overeenkomst in lichaamsmimiek

KNARSETAND IN MELKWEG, oktober 2013

Knarsetand in volle glorie