Handhaven is voor de braven. Handhaver, je zal het maar zijn. Heks in de bres voor handhavers! Handhaven is een rotklus, maar iemand moet het doen. Ja, lekker is dat. De schoorsteen moet roken. Een mens moet toch wat……

Twee oktober 2019. Heks ligt in bed uit te puffen van helemaal niets. In mijn koelkast staat genoeg hutspot met klapstuk voor een weeshuis. Vanavond komt Trui eten. Daarna gaan we even de stad in. Morgen heb ik niemand uitgenodigd. Dat wordt weken hutspot eten……

Vanmorgen om half tien gaat de telefoon. Ik lig rillend en bezweet te slapen. Rare dromen bevolken mijn frontale kwab. Rinkelende vissen trekken me naar de oppervlakte. Overal in huis hoor ik nu telefoons te keer gaan. Ook mijn debiele telefoon meldt zich nu. Hij ligt gelukkig binnen handbereik. De beller is anoniem. ‘Krijg de klere,’ mopper ik. Vervolgens draai ik me nog eens lekker om.

Vijf minuten later begint de anonieme fanaat me opnieuw te bellen. In mijn slaperige brein ontspringt intussen een het idee, dat dit wel eens de politie zou kunnen zijn. Heks heeft gisteravond haar auto op de Langegracht geparkeerd, omdat het godsonmogelijk is om vanaf vanmiddag 13.00 hier de wijk nog uit te komen met je bolide.

‘Dat je hier mag parkeren,’ dacht ik nog. Zo vlakbij de kermis en het feestgedruis. Maar een ordemannetje in een knalgele jas geeft geen krimp, als hij me op mijn gemak ziet inparkeren. Ook trekt hij geen sprintje achter me aan, als ik met mijn hondje naar huis wandel.

Ook zie ik nergens een bord of gekleurd lint om me het parkeren te verbieden. ‘Vergunninghoudersplek’ staat er levensgroot op een verkeersbord te lezen. En dat ben ik toevallig, zo’n vergunninghouder…..

‘Uw auto staat op een plek, waar de ambulance moet komen te staan….’ een agente staat me vriendelijk te woord. Of ik em maar even weg wil halen. Helaas voel ik me hartstikke ziek momenteel. Ik heb zeker een uur nodig om mezelf genoeg op te kalefateren om dat stuk naar het politiebureau te lopen. ‘Ik haal em voor 12 uur weg….’

Nou, dat is eigenlijk niet snel genoeg. De hele stad staat al weken op zijn kop in het kader van dit volksfeest. En waar vroeger de aftrap kwam met de taptoe aan het begin van de avond, tegenwoordig gaat het circus al om 13.00 ’s middags van start.

Toch gaat de agente akkoord. Ik heb nu eenmaal niks verkeerd gedaan. Ik mag daar gewoon staan. Tegen 11 uur haal ik mijn wagentje weg. Ik ben maar net uit de kreukels. ‘Niet meer hier neer zetten, hoor,’ glimt een mannetje in een gele jas tegen Heks.

Hij is op een holletje naar me toe komen rennen, zodra hij me zag instappen. Ik reageer met een paar grappen en grollen. ‘Ik dacht, dan staat mijn autootje in elk geval veilig zo in het zicht van een paar handhavers!’ De man grijnst van oor naar oor, vervolgt dan trots ‘We hebben vanmorgen al een fietsendief te pakken gehad. Die stond met een ijzeren staaf sloten open te breken……’

Dan rijd ik de binnenstad uit. Eerst maar eventjes naar het Leidse Hout. Voor het feest los barst.

Gisteren had ik het ook al aan de stok met handhavende mannetjes. Of beter gezegd: Een paar mij wildvreemde dames kregen het aan de wapenstok met een paar handhavers.

Heks kwam zoals gewoonlijk op het nippertje aan bij de kerk, waar ik met mijn koor repeteer. Een auto sukkelde nietsvermoedend tegen het verkeer in op me toe door de straat, op enige afstand woest achtervolgd door een paar handhavers. Gewiekst reden ze de wagen klem. Precies zoals ze dat een jaar geleden bij Heks deden.

‘Ik zou die bon aanvechten,’ raad ik de nieuwe slachtoffers van ongelofelijk onduidelijke verkeersborden in deze straat aan, als ik hen passeer. De dames staan stomverbaasd naast hun auto te dazen. Perplex dat ze klem zijn gereden. Zich totaal niet bewust dat ze iets verkeerd hebben gedaan….

Heks heeft vorig jaar met succes precies dezelfde overtreding aangevochten. En ze kreeg gelijk van de rechter. Ik moest evenzogoed toch nog 50 euro betalen. Heel vreemd. Belachelijk ook.

En niemand heeft intussen de moeite genomen om de situatie ter plekke recht te zetten. Het bord verboden in te rijden is nog steeds niet zichtbaar vanaf de voorrangsweg als je aan komt rijden. Wat wel in zicht staat is een bord max 30 kilometer, dat ze zijn vergeten weg te halen.

Dat bord is van toepassing op de oude situatie, Tot twee jaar geleden mocht je namelijk wel deze straat vanaf deze kant in rijden. Verwarrend tot op het bot.

Het is natuurlijk prijs schieten voor de handhavers. Zij posteren zich tegenover de straat en gaan als een gestoorde achter iedere nietsvermoedende burger aan, die het waagt er aan deze kant in te rijden. Als een stelletje dollemannen in hun handhaaf autootje. Ja, zo kom je wel aan je quotum bonnetjes uitschrijven……

‘Mevrouw, wij beloven beter te handhaven in uw straat,’ zegt een bobo van het Leidse handhaaf-team onlangs tegen me aan de telefoon, ‘Maar belooft u me dan om eens een positief verhaal over onze dienst te vertellen op het eerstvolgende verjaardagsfeest…..’ De man heeft ongetwijfeld humor. Een leuk verhaal vertellen over handhavers, hoe komt hij er bij?

Ze slingeren je altijd op de bon om iets onnozels en de grote jongens kunnen gewoon hun goddelijke gang gaan. Ofwel: Ze staan mensen op te wachten, die nietsvermoedend een straat in rijden, waar het verbodsbord bijvoorbeeld achter een boom is verdwenen om hen genadeloos een vette prent te geven, dat geintje vorig jaar was aanvankelijk 150 euro…..

Anderzijds staan bij Heks in de steeg bijvoorbeeld altijd auto’s midden op straat geparkeerd en geen haan die er naar kraait. ‘Wij nemen echt geen bosjes bloemen aan van de winkel op de hoek,’ weerlegt de bobo aan de telefoon mijn insinuaties geuit in een recent mailtje.

Heks schiet in de lach. ‘Ik wilde jullie een beetje prikkelen, meneer, want het is toch vreemd, dat hier soms vier, vijf auto’s en zelfs bussen midden op straat staan geparkeerd. En niemand krijgt ooit een bon…..’

‘Maar als ik eens in de twee jaar mijn vakantiepullen sta in te laden, krijg ik van jullie mannetjes te horen, dat ik vooral op moet schieten vanwege hulpdiensten. Die moeten er langs kunnen. Ik heb een kabouterautootje. Dat ook nog.’

Ja, er zit geen rechtvaardigheid in. Het is waarschijnlijk echt toeval, dat hier voor de deur zelden bonnen worden uitgedeeld. Omdat je hier niet mag staan controleren ze dat ook niet. Het klinkt tegenstrijdig.

Maar op parkeerplekken aan de andere kant van de straat worden juist veel bonnen uit geschreven, omdat mensen onterecht op vergunninghoudersplaatsen staan. ‘Vorig jaar hebben we zus en zoveel bekeuringen uitgedeeld in uw straat….’ roept de bobo opgewekt. De man is echt grappig.

Het zal je vak ook maar zijn. Het is net zoiets al beulsfamilies in de middeleeuwen. Iemand moet het doen. En je moet het ook goed doen, het is een vak apart. Iemands kop er af hakken met een botte bijl was bijvoorbeeld not done. Dan werd je zonder pardon uit het beulsgilde gesodemieterd.

Het beulsvak bleef binnen de familie. Het werd doorgegeven van vader op zoon. Ik geloof niet dat er vrouwelijke beulen waren. Beulen stelden ook eer in hun werk. Het onthoofden moest in 1 klap gebeuren. Precies op de goede plek van de nek met een haarscherpe bijl!

Ook verzonnen zij niet wie er moet worden onthoofd, dat deed de rechtgevende macht. Of een potentaat uit de heerende klasse.

‘Wij gaan niet over verkeersborden,’ zegt de handhaver gisteren tegen Heks in de stromende regen. De twee beteuterde bekeurde dames staan erbij als verzopen katjes. ‘Vind u het niet gek, dat er nog nooit iets aan de situatie ter plekke gedaan is, terwijl ik anderhaf jaar geleden al gelijk heb gekregen van de rechter over deze kwestie?’

De man gaat al niet over verkeersborden….. Ook is zijn hoofd niet bedoeld om zelf na te denken. En wat zou je een gouden locatie om bonnen te schrijven op de schop gooien? Een avondje posten als er weer zo’n enorm koor rijke pensionada’s repeteert in die kerk of als er een buslading hippe ouwe taarten in de school om de hoek naar de poweryoga gaan werpt genoeg vruchten af. Dus: Houden zo!

 

Moord in Het Leidse Hout. Van sommige verhalen krijg je het ijskoud. Heks staat bibberend te beven. Zo ben je vol leven, zo ben je vergeven. Maar misschien is het verhaal niet waar. Naar weliswaar. En vooral ook raar.

Het Leidse Hout is toch zo mooi momenteel! Bosanemoontjes, wilde hyacinten en daslook staan volop te bloeien. Struiken ontluiken met fris groen blad. Bomen beginnen ook op stoom te komen. Heks fietst genietend door het park. VikThor rent slagen door het struikgewas.

Plotseling zie ik een oude bekende lopen. Boxer Marley, 1 van de hondjes, die mijn oude vriend Hawk altijd uit liet. Goedmoedig komt hij me begroeten. Zijn baasje sjokt er een kleine twintig meter achter aan. Ze herkent me niet, maar ik haar wel. Het is de oude buurvrouw van Hawk.

We maken een praatje en natuurlijk komt onze onlangs overleden vriend ter sprake. ‘Ze hebben hem vermoord,’ de buurvrouw kijkt me getergd aan,’Niemand wil me geloven, zelfs mijn eigen vriend niet. En dan, een man van 97, dat kan uiteindelijk ook niemand wat schelen….’

Perplex kijk ik de vrouw aan. Van de eigenaars van de Dalmatiër, die Hawk uit liet, had ik begrepen, dat er sprake was geweest van euthanasie. ‘Ha, euthanasie, ja,’ mijn gesprekspartner heeft een zwaar buitenlands accent. Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Er is geen arts aan te pas gekomen, aan die euthanasie.’

Een onthutsend verhaal volgt over de laatste maanden van het leven van mijn vurige aanbidder. Opgesloten in zijn eigen huis, kreeg alleen een pyjama aan, de beste vriendin van wijlen zijn vrouw zat of kwam bij de man. Zij en de dochter van Hawk hielden hem in zijn nachtkledij binnenshuis gevangen met de deur op slot. Een nieuw slot welteverstaan, zodat niemand er meer in kon behalve zij tweetjes…….

‘Iek moest met hem praten via het WC raampje. Zo gaven we de krant aan elkaar door. Soms belden we elkaar, als de dochter en de vriendin er niet waren. Als ze er waren, kreeg ik hem niet aan de lijn. De avond voor zijn overlijden heb ik hem uitgebreid via de telefoon gesproken. Hij klonk prima, wilde weer de tennisbaan op, had weer allemaal plannetjes…….’

‘En de volgende morgen was hij opeens vredig ingeslapen…. Nee, vermoord. Iek weet het zeker. Niemand gelooft me….. Hij zat nog vol leven en opeens: Dood. En een week opgebaard in een kelder onder de kerk zonder dat iemand het wist. En toen zonder mensen erbij in de grond gestopt. Niet eens een grafrede heeft hij gehad….. Wij mochten niet komen.’

En dat terwijl hij zoveel vrienden had! Over de hele wereld! En dat terwijl hij voor zoveel mensen iets betekende. Hij zocht tot een paar maanden voor zijn dood zieke mensen op in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Maar ook het hele Leidse Hout kende Hawk.

Geschokt staat Heks te luisteren. Wat een verhaal. Wat een verschrikkelijk verhaal.

‘Hij was rijk hoor, die Hawk. Hij liep altijd in zijn ouwe tenniskloffie en hij woonde heel eenvoudig, maar vorig jaar heeft hij nog een pand verkocht op de Herengracht! Zijn dochter wilde natuurlijk dat geld. Ze was zo boos op hem, die vriendin van zijn vrouw ook. Omdat hij altijd vriendinnen had……’

Ja, Heks had al begrepen dat huwelijkse trouw nu niet bepaald Hawk’s sterkste kant was tijdens zijn ellenlange huwelijk. Maar om iemand daar nu om te vermoorden!

‘Bij mij heeft hij nooit iets geprobeerd, hoor,’ verklaart ze ongevraagd, ‘Maar vorig jaar had hij weer een vriendin en toen is hij in juni door zijn rug gegaan. Iek denk door die vriendin…..’ Ze kijkt me ondeugend aan, ‘En dat heeft hem de das om gedaan.’

‘Zij was een vrouw met een wagentje en een zwart hondje,’ vervolgt ze haar verhaal. Ik zie een vrouw voor me in een scootmobiel of rolstoel met een labrador hulphond. Ik ken zo’n vrouw!

Jeetje, die was was er snel bij met die nieuwe vriendin, denk ik bij mezelf. In mei trok Heks de stekker uit onze vriendschap na het zoveelste grensoverschrijdende seksueel getinte verzoek zijnerzijds…..

‘Ze kwam met die hond in dat wagentje achter haar fiets uit de binnenstad naar hem toe. Ze zaten altijd samen op die grote bank daar……’ Plotseling herken ik mezelf in de beschrijving. ‘Maar dat ben ik,’ roep ik dan ook uit. De vrouw kijkt me met stomheid geslagen aan. ‘We hadden geen relatie, hoor, maar hij wilde maar al te graag…..’

‘Ze hebben hem vermoord voor geld. Niemand wil me geloven.’ verzucht ze tenslotte, ‘Hij was mijn vriend, iek mies hem. Ik droom over hem, dan komt hij door de achterdeur naar binnen en is heel boos! Miesschien komt hij me halen, zo van kom ook hierheen, want iek ben ziek met kanker….’

‘Ik geloof u,’ zeg ik tegen haar, ‘En 1 ding weet ik zeker, hij is echt niet boos op u!’ Wie weet wat ze zouden aantreffen als de man zou worden opgegraven….. Mensen worden om minder om zeep geholpen. Maar geld is traditioneel een enorme motivatie om het mes erin te zetten bij je dierbaren.

Ik kan ervan meepraten. Ik heb hier chronisch mee te maken. Tonnen komen er voorbij op mijn spaarrekening. Teneinde weer te verdwijnen naar de rekening van een grote hark met hebberige handjes. Een afgedwongen lening zonder onderpand, waar anderen uit mijn naam voor tekenen…….Huh? Ja, echt waar. Het gebeurt. Het gebeurt mij.

Geld maakt niet gelukkig, geld maakt slecht.

‘Weet je wat ik me nu later bedacht?’ ik heb de Don aan de telefoon. We hebben het over deze vreemde ontmoeting. ‘Misschien is die dochter wel helemaal op tilt gegaan, toen Hawk zo verliefd op me werd. Misschien dacht ze dat hij zijn hele vermogen aan mij zou nalaten of iets dergelijks. Misschien had Hawk nog gewoon geleefd als ik niet in zijn leven was gekomen……’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Heks. Die vrouw is zich ongetwijfeld rot geschrokken van de escapades van haar hoogbejaarde vader. Maar het is niet jouw schuld, hoor, dat hij nu dood is…..’

Het duurt een paar dagen, voordat ik de geschiedenis enigszins van me af kan schudden. Maar ik hou er een naar gevoel aan over. Wat kunnen mensen toch vreselijk zijn voor elkaar. De wraak van de dochter. Uit naam van haar moeder, die al te vaak de horens kreeg opgezet……

Of niet? Beeldt buurvrouw het zich allemaal slechts in?

 

 

Heks en Steenvrouw kleden kale kerstkalkoen aan met keur aan kleurige groenten. Zelf lopen we allemaal in het zwart: Hartstikke chic!

Tweede kerstdag slaap ik uit. Ik slenter een ochtendhondenronde door de stad en lunch met het restant haring van gisteren. Supersloom ben ik vandaag. En ik hoef ook hoegenaamd niets.

Dat is dan weer het voordeel van een jaartje kerst overslaan. Geen toestanden rondom het optuigen van de kerstboom. Geen metershoge stapels met lege dozen, geen emmers met takken, bloemen en bessen, geen heidense troep in de keuken. Nee. Serene rust all over the place.

 

Aan het eind van de middag ga ik met VikThor richting Leiden Zuid West. Ik fiets langs het Vlietkanaal en laat mijn hondje goed rennen. Het is ongelofelijk vies koud pisweer. Ik ben blij als ik de warme gezellige woonkeuken van Steenvrouw in schuif. Wat een verademing. En wat ruikt het hier lekker!

Mijn vriendin is al de gehele dag bezig met het braden van de kalkoen. Ieder half uur wordt het bakbeest besprenkeld met eigen vleessappen. ‘Wat een klus,’ verzucht Steenvrouw, ‘Het is echt heel veel werk lieve Heks. Kijk, ik heb het spek er afgehaald, zodat het velletje een mooi kleurtje kan krijgen….’

We inspecteren de kalkoen. De kernthermometer wordt in het borststuk gestoken. 67 graden. We rekenen uit of het de goede temperatuur is bij een kalkoen van deze grote en kwaliteit. ‘Ik zoek het nog een keertje op,’ Heks staat alweer op internet te neuzen, ‘Het is goed hoor, schat. Dit monster is ongetwijfeld helemaal gaar.’

Omdat de kalkoen er eng wittig blijft uitzien, ondanks de kerntemperatuur, gooien we de grill nog eventjes aan. En ja hoor, binnen een kwartier heeft Meneer de Kalkoenkoekepeer een fantastisch Goois oranjebruin kleurtje opgedaan. Koningsgezind bijkans……

Nu moet Heks nog eventjes in actie komen. Er moet nog een listige jus worden gebrouwen van alle vettigheid, vleessappen en het onderliggende groentegarnituur. Ik pak mijn roerzeef uit mijn tas. De zoon van Steenvrouw kijkt perplex naar het apparaat. ‘Ja jongen, jullie hebben mooie machines in jullie bouwbedrijf, maar wij huisvrouwen hebben ook zo onze speciale hulpmiddelen…..’

‘Huisvrouwen…’ sist Steenvrouw verontwaardigd, ‘Tsssss…..’ Ze wenst niet met dit vlijtig stofzuigende volkje vergeleken te worden. Ze is per slot van rekening beeldhouwster. Ze houdt zich bezig met hakken in plaats van naaien. Emmers worden door haar uitsluitend gebruikt om papier maché in te prepareren. Ramen zemen is volstrekt onbelangrijk. Haar heerlijke huishouden van Jan Steen rommelt ze er maar zo’n beetje bij…..

Als de jus klaar is roepen we alle kids aan tafel. We krijgen een fantastisch voorgerecht voorgeschoteld. Tonijnsalade met garnalen. ‘Voor jou hebben we avocado in plaats van brood, Heks,’ de dochter kijkt me stralend aan. Vanavond heeft iedereen echt rekening met me gehouden!

Ik kijk de tafel rond. Allemaal vrolijke gezichten. Iedereen is op zijn paasbest. Met kerst. Zelfs de zoon heeft een mooi colbert aangetrokken! Geweldig. We proosten op het mooie leven en vallen aan op het voorgerecht. Het is heerlijk!

De kalkoen steelt echter de show vandaag. Vol trots dient Steenvrouw het enorme stuk gevogelte op. We poseren samen naast de vrucht van onze arbeid. Hij ziet er goed uit, die kalkoen. Ook de groentes liggen naar ons te lonken. ‘Ik ben toch zo benieuwd naar die rode kool. Ongetwijfeld heeft dat nachtje marineren in cranberrysap goed uitgepakt. Maar ik wil het nu wel eens proeven…..’

kalkoentje11

Heks staat te popelen om een en ander in haar mond te stoppen. We zijn er ten slotte al een dag mee bezig. Na de verrukkelijke hoofdmaaltijd volgt nog een zalig toetje. Helaas mag ik niet proeven van de Tiramisu, maar er zijn ook nog eens stoofpeertjes op tafel gezet. Met een heerlijke stroperige saus.

Het traditionele kerstdiner is alweer ten einde. Steenvrouw ruimt als een haas de keuken op, jeetje wat is ze hard aan het werk vandaag. ‘Je mag me niet helpen, Heks, ga maar lekker tv kijken met zoonlief. Straks drinken we nog een kopje koffie.’ Dochter en haar vriendje zijn met VikThor aan het wandelen. Ze blijven lekker lang weg, dus het ventje komt goed aan zijn trekken.

 

Een uurtje later rijd ik met hond, fietskar en bakken vol restanten kerstdiner weer naar de binnenstad. De komende dagen ga ik aan de kalkoen, dat is wel duidelijk. Zielstevreden schuif ik alles in mijn koelkast.

Die avond val ik alweer voor de televisie in slaap. En opnieuw word ik pas midden in de nacht weer wakker. Gelukkig is het geen vijf uur in de morgen. En evenmin hoef ik nog te eten. Wel moet ik de volgende dag bijtijds op. Prikken halen bij mijn huisarts. Het gewone leven is weer begonnen.