Het grote verschil tussen een dood vogeltje. Zijn ene pootje even lang. Koolmees zingt zwanenzang. En Heks ruimt ouwe troep op. Eindelijk.

‘Heks, kijk nou eens wat ik uit de bek van de boskat vis,’ mijn onvolprezen hulp komt de keuken in lopen met een wollig wezentje verborgen in haar hand. Het is een jonge koolmees. Als ze haar hand opent zien we hem naar adem happen.

O jee. In no time zijn we in de weer met lepeltjes water, een eierdoosje en een ouderwetse zachte schone zakdoek. ‘Meelwormen, daar doen ze het goed op,’ vertelt ze me vervolgens, ‘Ik heb een keer twee koolmeesjes groot gebracht. Eentje is zelfs vijf jaar oud geworden……

‘Ik nam ze gewoon mee naar mijn werk, in mijn rugzak. Zo kon ik ze om de paar uur eten geven…….’

Dat klinkt hoopgevend. De aanblik van ‘Kooltje’ is dat geenszins. Ik heb sterke twijfels of we hem hier doorheen krijgen. ‘Hij heeft misschien wel inwendige verwondingen,’ Heks maakt zich zorgen.

Zo zit ik dan met een klein zielig vogeltje op mijn schoot heel zachtjes te trommelen. En te zingen. Kooltje luistert met zijn kope scheef. Hapt naar adem. Lijkt een beetje bij te komen…..

Het is zijn zwanenzang. Als ik terug kom van de dierenwinkel met een bak heerlijke kronkelige meelwormen ligt hij dood in zijn eierbedje. Oh, wat is hij mooi. Wat een prachtig schepseltje. Zijn gele vleugeltjes. Het geel aan zijn snaveltje. Zijn lieve kleine koppie……

‘Hoe ben je op mijn balkon terecht gekomen, schatje. Je bent nog zo klein. Je kunt vast nog niet vliegen……’ Misschien gepakt door een andere vogel en per ongeluk gedumpt op het dak van de berging? En ogenblikkelijk geannexeerd door de boskat? Of is ThayThay de hoofdschuldige?

’s Avonds stop ik hem in de vriezer. Mooi verpakt in een stukje wit papier en een blauw plastic diepvrieszakje. Ik ga de prachtige veertje bewaren heb ik besloten. ‘Teken hem een nieuw verenkleed,’ Heks krijgt duidelijke instructies in haar oor getoeterd. Ok. Komt voor elkaar.

Mijn kleine leventje met de dieren. De hele dag achter Snuitje aanlopen met lepeltjes eten. En ze eet. Minuscule hapjes weliswaar. De rest van de tijd ligt ze het liefst op mijn schoot te knorren. Of op de horizonbox van de televisie.

Mijn suffe bestaan met de dieren. Elke dag op stap met mijn viervoetige vriend. Ik moet het eruit persen momenteel. De recente griep heeft flink huis gehouden. De laatste restjes reserve energie opgesoupeerd.

Jammer, dat Kooltje het niet gered heeft. Het scheelt wel enorm veel werk. Elke dag op stap met een koolmeesje in je rugzak? Om de paar uur voeren? Ook weer een pittig klusje…….

Maandag werk ik met de dame van Cuprum aan mijn vangnet. Of beter gezegd, het gebrek aan vangnet. Het aan te leggen vangent. Steuntjes in de rug. Voor als ik val. Voor de zoveelste keer finaal onderuit ga. Of weer een half jaar griep heb….

Eerst stellen we een lijstje op van mensen, die in geval van nood mijn hond willen uitlaten. Als ik in bed lig te klapperen van de griep bijvoorbeeld. Vaak klim ik dan toch strontziek op de fiets. Gewoon omdat ik niemand vind, die het stokje over pakt. Zo’n blafbeest moet er u eenmaal uit.

Dan een lijstje met mensen, die wellicht een boodschapje willen halen als het me echt niet lukt. Zoals onlangs. Zodat ik niet weer dagenlang zonder de broodnodige sapjes en dropjes in bed lig te stinken.

En tot slot nog een kattenlijstje. Mijn dreamteam is onlangs verhuisd. ‘Natuurlijk blijven we gewoon je katjes verzorgen, hoor,’ zegt Joy hierover. Maar misschien is het toch wel handig om de buurman te vragen voor dit team. Zodat het haalbare kaart blijft om mijn dierentuin in de lucht te houden als ik bijvoorbeeld op vakantie ben.

Na het maken van deze lijstjes gaan we naar mijn slaapkamer. Ik heb het in mijn hoofd gezet om een heleboel teringzooi, opgeslagen naast en onder het bed, weg te gooien. Zakken vol oude kleding, mijn oude tent en windscherm en een enorme tas met stokoude reisgidsen en vage studieboeken knikker ik de deur uit. Er ontstaat enorm veel ruimte!

De dame van Cuprum is perplex. Wat is er in Heks gevaren, dat ze zo gründlich aan het uitmesten slaat?

Ja, wat is er in mijn gevaren? Ben ik soms eindelijk eens verleden aan het loslaten. Laat ik me eindelijk niet meer verleiden tot lijden aan meer van hetzelfde?

Een hele stapel geborduurde tafelkleden van mijn grootmoeder verdwijnen richting kringloop. Ik heb ze altijd foeilelijk gevonden, maar ja. Gemaakt door oma….. En niet eens voor mij!

Mijn geliefde oma, die mij eng vond, nadat ik als zeer jong kind aan de valium verslaafd was gemaakt. Hele spooky ogen kreeg ik daar blijkbaar van…… Grote zuignappen van pupillen. Ze las de ene detective na de ander, maar haar eigen kleindochter was pas echt griezelig!

Mijn moeder kon niet wachten om me dit allemaal in geuren en kleuren te vertellen. Je kunt het ook niet doen natuurlijk. Je kind een beetje ontzien. Ze heeft het al moeilijk genoeg met de chronische afwijzing en aanhoudende mishandeling door die narcistische vader……

Wat een opluchting. Weg met die oude zooi.

Het kleed, dat oma ooit speciaal voor mij borduurde besluit ik te houden. Als ik het nog kan vinden. Ik zie dat kakelbonte tafelkleed helemaal nergens meer…….

Koolmees splijt schedel van concurrent in nestkast

Moord in Het Leidse Hout. Van sommige verhalen krijg je het ijskoud. Heks staat bibberend te beven. Zo ben je vol leven, zo ben je vergeven. Maar misschien is het verhaal niet waar. Naar weliswaar. En vooral ook raar.

Het Leidse Hout is toch zo mooi momenteel! Bosanemoontjes, wilde hyacinten en daslook staan volop te bloeien. Struiken ontluiken met fris groen blad. Bomen beginnen ook op stoom te komen. Heks fietst genietend door het park. VikThor rent slagen door het struikgewas.

Plotseling zie ik een oude bekende lopen. Boxer Marley, 1 van de hondjes, die mijn oude vriend Hawk altijd uit liet. Goedmoedig komt hij me begroeten. Zijn baasje sjokt er een kleine twintig meter achter aan. Ze herkent me niet, maar ik haar wel. Het is de oude buurvrouw van Hawk.

We maken een praatje en natuurlijk komt onze onlangs overleden vriend ter sprake. ‘Ze hebben hem vermoord,’ de buurvrouw kijkt me getergd aan,’Niemand wil me geloven, zelfs mijn eigen vriend niet. En dan, een man van 97, dat kan uiteindelijk ook niemand wat schelen….’

Perplex kijk ik de vrouw aan. Van de eigenaars van de Dalmatiër, die Hawk uit liet, had ik begrepen, dat er sprake was geweest van euthanasie. ‘Ha, euthanasie, ja,’ mijn gesprekspartner heeft een zwaar buitenlands accent. Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Er is geen arts aan te pas gekomen, aan die euthanasie.’

Een onthutsend verhaal volgt over de laatste maanden van het leven van mijn vurige aanbidder. Opgesloten in zijn eigen huis, kreeg alleen een pyjama aan, de beste vriendin van wijlen zijn vrouw zat of kwam bij de man. Zij en de dochter van Hawk hielden hem in zijn nachtkledij binnenshuis gevangen met de deur op slot. Een nieuw slot welteverstaan, zodat niemand er meer in kon behalve zij tweetjes…….

‘Iek moest met hem praten via het WC raampje. Zo gaven we de krant aan elkaar door. Soms belden we elkaar, als de dochter en de vriendin er niet waren. Als ze er waren, kreeg ik hem niet aan de lijn. De avond voor zijn overlijden heb ik hem uitgebreid via de telefoon gesproken. Hij klonk prima, wilde weer de tennisbaan op, had weer allemaal plannetjes…….’

‘En de volgende morgen was hij opeens vredig ingeslapen…. Nee, vermoord. Iek weet het zeker. Niemand gelooft me….. Hij zat nog vol leven en opeens: Dood. En een week opgebaard in een kelder onder de kerk zonder dat iemand het wist. En toen zonder mensen erbij in de grond gestopt. Niet eens een grafrede heeft hij gehad….. Wij mochten niet komen.’

En dat terwijl hij zoveel vrienden had! Over de hele wereld! En dat terwijl hij voor zoveel mensen iets betekende. Hij zocht tot een paar maanden voor zijn dood zieke mensen op in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Maar ook het hele Leidse Hout kende Hawk.

Geschokt staat Heks te luisteren. Wat een verhaal. Wat een verschrikkelijk verhaal.

‘Hij was rijk hoor, die Hawk. Hij liep altijd in zijn ouwe tenniskloffie en hij woonde heel eenvoudig, maar vorig jaar heeft hij nog een pand verkocht op de Herengracht! Zijn dochter wilde natuurlijk dat geld. Ze was zo boos op hem, die vriendin van zijn vrouw ook. Omdat hij altijd vriendinnen had……’

Ja, Heks had al begrepen dat huwelijkse trouw nu niet bepaald Hawk’s sterkste kant was tijdens zijn ellenlange huwelijk. Maar om iemand daar nu om te vermoorden!

‘Bij mij heeft hij nooit iets geprobeerd, hoor,’ verklaart ze ongevraagd, ‘Maar vorig jaar had hij weer een vriendin en toen is hij in juni door zijn rug gegaan. Iek denk door die vriendin…..’ Ze kijkt me ondeugend aan, ‘En dat heeft hem de das om gedaan.’

‘Zij was een vrouw met een wagentje en een zwart hondje,’ vervolgt ze haar verhaal. Ik zie een vrouw voor me in een scootmobiel of rolstoel met een labrador hulphond. Ik ken zo’n vrouw!

Jeetje, die was was er snel bij met die nieuwe vriendin, denk ik bij mezelf. In mei trok Heks de stekker uit onze vriendschap na het zoveelste grensoverschrijdende seksueel getinte verzoek zijnerzijds…..

‘Ze kwam met die hond in dat wagentje achter haar fiets uit de binnenstad naar hem toe. Ze zaten altijd samen op die grote bank daar……’ Plotseling herken ik mezelf in de beschrijving. ‘Maar dat ben ik,’ roep ik dan ook uit. De vrouw kijkt me met stomheid geslagen aan. ‘We hadden geen relatie, hoor, maar hij wilde maar al te graag…..’

‘Ze hebben hem vermoord voor geld. Niemand wil me geloven.’ verzucht ze tenslotte, ‘Hij was mijn vriend, iek mies hem. Ik droom over hem, dan komt hij door de achterdeur naar binnen en is heel boos! Miesschien komt hij me halen, zo van kom ook hierheen, want iek ben ziek met kanker….’

‘Ik geloof u,’ zeg ik tegen haar, ‘En 1 ding weet ik zeker, hij is echt niet boos op u!’ Wie weet wat ze zouden aantreffen als de man zou worden opgegraven….. Mensen worden om minder om zeep geholpen. Maar geld is traditioneel een enorme motivatie om het mes erin te zetten bij je dierbaren.

Ik kan ervan meepraten. Ik heb hier chronisch mee te maken. Tonnen komen er voorbij op mijn spaarrekening. Teneinde weer te verdwijnen naar de rekening van een grote hark met hebberige handjes. Een afgedwongen lening zonder onderpand, waar anderen uit mijn naam voor tekenen…….Huh? Ja, echt waar. Het gebeurt. Het gebeurt mij.

Geld maakt niet gelukkig, geld maakt slecht.

‘Weet je wat ik me nu later bedacht?’ ik heb de Don aan de telefoon. We hebben het over deze vreemde ontmoeting. ‘Misschien is die dochter wel helemaal op tilt gegaan, toen Hawk zo verliefd op me werd. Misschien dacht ze dat hij zijn hele vermogen aan mij zou nalaten of iets dergelijks. Misschien had Hawk nog gewoon geleefd als ik niet in zijn leven was gekomen……’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Heks. Die vrouw is zich ongetwijfeld rot geschrokken van de escapades van haar hoogbejaarde vader. Maar het is niet jouw schuld, hoor, dat hij nu dood is…..’

Het duurt een paar dagen, voordat ik de geschiedenis enigszins van me af kan schudden. Maar ik hou er een naar gevoel aan over. Wat kunnen mensen toch vreselijk zijn voor elkaar. De wraak van de dochter. Uit naam van haar moeder, die al te vaak de horens kreeg opgezet……

Of niet? Beeldt buurvrouw het zich allemaal slechts in?

 

 

Stuk brandhout doet Heks stokstijf stilstaan. En mag dan met me mee naar huis gaan. Vervolgens kom ik los van wrok. Neem afscheid, vervel, dump kerfstok…. Een staf bloeit open in mijn hal. Al te mal? Ja, van die dingen. En weet je wat: Staf kan ook zingen!

Vannacht droom ik van mijn staf. Ik vlieg er op rond, maak allerlei avonturen mee. Het is staf voor, staf na. Toch zijn de details me ontschoten. Ik heb echter wel een ongelofelijk goed humeur als ik op sta. Alle beestjes worden uitgebreid geknuffeld. Ik verwelkom de zon met een liedje. Oh, wat ben ik vrolijk. Terug van weggeweest.

Gisterenavond na een paar uur Klezmer zingen zakt Heks volledig door haar hoeven. De man met de houten hamer deelt een keiharde tik uit. Snel doe  ik alle noodzakelijke handelingen. Hond uitlaten, tanden poetsen, ogen er af halen, pyjama aan, Snuitje medicijnen geven, zelf mijn pillen slikken…….

Ik laat alles vallen, mijn lijf wil niet meer. Ik worstel me uit mijn kleding en vervolgens wurm ik me in andere kledingstukken. Even uitrusten nu. Nee, toch maar niet. Ik wil een beetje op tijd slapen en als ik steeds tussendoor ga zitten bijkomen van een kleine handeling lig ik pas om vier of vijf uur in bed. Retteketet. Dat gaat me vandaag niet gebeuren. Morgen is een pittige dag.

Ik ervaar momenteel veel naweeën van het slangenritueel, dat we onlangs op de heksenschool hebben gedaan. 

Het afwerpen van mijn oude huid roept allerlei gevoelens op. Ik heb moeite met mijn nieuwe zelf. Ik doe dingen anders, maar sta vervolgens doodsangsten uit. Daar moet ik doorheen. Terug in mijn pleaserige apenpakkie is geen optie. 

Ik heb een nieuw pakkie an.

Ook de mening van anderen moet ik gevoeglijk naast me neerleggen. Wil het ooit nog eens iets worden met dit heksje. ‘Jij geeft heel veel aandacht aan de meningen van hele domme mensen. Dat is zo jammer, Heks. Je moet je niet meer verdedigen. Geef hen gewoon gelijk, dan ben je ervan af…..’ Peter van der Hurk zei het al. 

Gisterenavond ga ik me echter diep treurig voelen. Machteloos ook. De mening van bepaalde medemensen lijkt heel belangrijk nu. En ik kan er geen pijl op trekken. Ik ben immers zelf niet meer degene, die ik was. Niks bijzonders op zich. We zijn geen dag dezelfde. Maar ook degeen, die ik dacht te zijn bestaat niet meer.

Ik ben zo moe en leeg opeens. Goeie genade. Help!

Ik dwaal een beetje door mijn huis. Volbreng mijn avondrituelen. Dan valt mijn oog op een stok naast de voordeur. Vorige week gevonden in Het Leidse Hout. Op een miezerige motmiddag. Geen hond te bekennen behalve mijn monster. En daar midden op het grote veld dan die stok.

Ik pak em toch maar op. We moeten voor de opleiding op zoek naar een staf, maar eigenlijk heb ik al een stokstijve stok thuis. Een paar weken geleden opgeduikeld langs de Singel.

Het is nog best een heksentoer om het gevaarte mee naar huis te nemen. Ik ben op mijn vouwfiets. Rustig peddel ik door het bos. Thuisgekomen zet ik het stuk hout naast de voordeur. Het andere stuk staat in mijn woonkamer.

Na een paar dagen bloeit de staf met knalroze bloesems. Heks moet lachen. Ik heb ze er zelf op geplaatst notabene, omdat ik de bloemen niet wil vergeten mee naar beneden te nemen. Het zijn nepbloesems voor op mijn fiets.

Toch raakt het beeld iets dieps aan. Ik zie een bloeiende staf in mijn hal staan. Ik denk aan de staf van Aäron, waar zelfs vruchten aan groeiden…. De hedendaagse christenen doen zo moeilijk over een beetje tovenarij, maar de bijbel staat er vol mee!

Gisterenavond pak ik het stuk hout op. Ik inspecteer het grondig. Voor het eerst! Zondag moeten we met een goeie staf op de proppen komen en ik heb geen idee of dit exemplaar voldoet. Er zitten veel knoesten in. Het is een sterke stok. Ik tik er eens op…..

En dan: Een wonder! De staf zingt. Zachtjes trillen klanken door het holle hout. Afhankelijk van waar ik sla ontstaat er een ander geluid. Heks is perplex.

Nu onderwerp ik mijn staf aan een grondig onderzoek, want ja, dit is mijn staf! Stiekempjes heeft hij die metamorfose ondergaan. Om het feit klinkend te beslechten. De stok in mijn woonkamer is voor VikThor.

Een hele tijd snuffel ik aan mijn nieuwe staf. Bewonder de gaten. Verbaas me erover, dat dit me allemaal helemaal ontgaan is tot nu toe….

‘Je bent naar me toegekomen. Op een miezerige middag lag je zingend in het gras. Een hond heeft je gebeten, ik ga je een beetje krabbelen. En heel veel met je babbelen, lieve levende staf.’

Zenuwpijnen voor een prikkie. Heks krijgt de hik als ze het hoort. Het is ongehoord. Te gek voor woorden. Het moet niet gekker worden! Teveel B12 blijkt ongezond. Maar: Ik krijg twee porties per week in mijn kont!

‘Heks, het was zo gezellig gisteren; Echt heerlijk! Maar ik schrik wel van je verhaal over die B12 injecties. Daar moet je echt iets mee doen, want het is gewoonweg schandalig! Echt heel erg…..’ appt Steenvrouw me op tweede paasdag. Vandaag dus.

Gisteren hebben we fantastisch gedineerd samen met haar kids. Dochterlief heeft volledig binnen mijn hopeloze dieet een heerlijke maaltijd op tafel gezet. ‘De wijn was fantastisch, geen kater of hoofdpijn, niks!’ vervolgt ze haar betoog.

Nou ja, zoveel hebben we nu ook weer niet gedronken. Heks komt uit een familie van zuipschuiten en ook tijdens mijn werkzaamheden in de kroeg lang geleden heb ik mensen met enige regelmaat veel meer naar binnen zien slaan. Zonder daar nog dronken van te worden.

Dus die ene fles met z’n tweetjes moet kunnen.

Vandaag is het chagrijnig weer. Ik heb een hele leuke lunch in Amsterdam bij Elfje, maar het lukt me maar niet om op gang te komen. ‘Zie maar of je komt,’ mijn vriendin begrijpt gelukkig dat ik met enige regelmaat niks voor elkaar krijg, ‘Anders spreken we snel iets anders af!’

Maar ja. Wie weet krijg ik opeens de spirit en tuf ik alsnog naar Amsterdam Noord om te kijken wat ze nu weer allemaal overhoop heeft gehaald. En om eitjes te verven. ‘Ik ga daar een speciaal hoekje voor maken,’ verklapt ze me bij voorbaat.

Maar eerst nog eventjes afwachten. Krijg ik mijn lijf weer in het gareel?

Vorige week ga ik naar mijn huisarts om een klacht in te dienen over de praktijkbegeleidster geestelijke gezondheidszorg. De vrouw heeft zulke rare dingen tegen me geroepen, dat ik er klaar mee ben. Je zou er depressief van worden. ‘De dokter is er niet, ik neem voor hem waar,’ zegt een wildvreemde dame tegen me in de deuropening van de wachtkamer.

Nou ja. Vooruit dan maar. Ik sjok achter haar aan de trap op. Dit is toch ook geen pand voor MEpatiënten met al die steile eindeloos lange trappen. Ik plof in de eerste beste stoel, die ik boven tegen kom.

De waarnemend arts probeert mijn klacht natuurlijk af te zwakken. ‘Die vrouw heeft het vast niet gemeen bedoeld,’ als ik vertel hoe de POH GGZ  me nog net niet heeft uitgemaakt voor aansteller. Ook beweerde ze dat iedereen wel eens wat heeft. Ze heeft me vertelt dat ze zelf een klutsknie heeft, waardoor ze dingen niet kan, die ik wel kan. Hetgeen nog te bezien valt.

Ze raadde me aan minder te schelden, zodat ik minder moe zou worden. Deze psychologe van de koude grond. Ook beweerde ze, dat er voor mij nu eenmaal geen hulp is, noch ooit zal komen. Nou, lekker is dat. En ze prees me, omdat ik zo goed bezig ben met genieten. Ja, duh.

‘Je kunt zulke dingen niet zeggen tegen mensen met deze ernstige ziekte, waarbij meerdere systemen van het lichaam betrokken zijn. En al helemaal niet in die functie. Ik heb het opgezocht, maar het is dus echt een vak. Waar je een opleiding voor volgt. En die vrouw rapporteert ook terug naar de huisarts. Daarom zit ik hier, ik wil één en ander rechtzetten.’

De arts probeert me een beetje af te leiden door te vragen of er recent nog  bloedonderzoek is gedaan. Ze zit al klaar om een formulier in te vullen. ‘In november is er van alles nagekeken. Er bleek een reactie te zijn op Lyme, maar dat kan samenhangen met die ellendige ME. Er zit in elk geval geen actieve Lyme volgens de parasitoloog.’

‘En de schildklierwaarden waren niet goed……’ vervolg ik. ‘Nee hoor, die vallen binnen de grenzen van het toelaatbare,’ reageert de vrouw tegenover me, terwijl ze in mijn dossier tuurt. ‘Je B12 is wel veel te hoog. Hoe kan dat? Daar kun je ernstige neurologische klachten van krijgen. Ik heb op neurologie gewerkt, dus ik weet daar alles van.’

Perplex kijk ik haar aan. Ik krijg al zeker 12 jaar twee keer per week zo’n ellendige spierprik in mijn bil. Zonder te checken of het eigenlijk wel nodig is. Hetgeen noodzakelijk is, begrijp ik nu. Het is niet zonder gevaar, al dat geprik.

‘Je kunt er tintelingen van krijgen en zenuwpijnen. De klachten waar het tegen helpt kun je juist krijgen bij een overdosering….’ roept de huisarts.

Help. Ik heb dagelijks het gevoel met mijn vingers in het stopcontact te zitten. Ik heb stampende zenuwpijnen door mijn armen heen naar mijn vingertoppen. Mijn zenuwbanen lijken met enige regelmaat in brand te staan! Komt dat hiervan? Nee toch zeker? En waarom kijkt mijn eigen huisarts niet naar de resultaten van bloedonderzoek? Wat is dit voor’n waanzin?

Wat zijn de gevolgen van een teveel aan vitamine B12?

Het lichaam kan bij een hoge inname zelf de opname van vitamine B12 uit de voeding beperken. Er zijn daarnaast geen nadelige effecten op het lichaam bekend van een hoge vitamine B12-inname.

 Bij gezonde personen zal overmatig vitamine B12-gebruik waarschijnlijk geen problemen veroorzaken. Doch als je een erfelijke oogaandoening hebt die bekend staat als ‘hereditaire opticusatofie van Leber’, dan kunnen vitamine B12-supplementen je oogzenuw ernstig beschadigen

Te veel B12 is gevaarlijk en zelfs dodelijk!’ b12-ampullen. Overdosering van deze vitamine is niet mogelijk. Wat je mogelijk teveel hebt ontvangen, plas je weer uit. Wat wel waar is, is dat mensen in een rolstoel terecht kunnen komen en zelfs kunnen overlijden als hun tekort niet op tijd behandeld wordt!

Tja.

‘Je zult het toch allemaal zelf moeten uitzoeken,’ zegt ook deze arts even later tot mijn verbijstering als het over die kutziekte ME gaat, ‘Er is gewoon niets over bekend.’ Maar nu heeft ze toch buiten de waard gerekend. Met een triomfantelijk gebaar smijt ik Dr. Charles Sherperds boek over ME/CVS/PVSF op tafel.

‘Kijk, een boek vol onderzoek over deze invaliderende ziekte. Wij blijken bijvoorbeeld vaak problemen van cardiologische aard te hebben, die met medicatie enorm kunnen verbeteren. Ik zou dus behoorlijk gebaat zijn met een bezoek aan een cardioloog.’ De dokter trekt een vies gezicht. Ze heeft het zelf niet door, maar de weerzin om zich hierin te verdiepen druipt er vanaf.

‘En wat betreft dat “je zult het zelf moeten doen”,’ vervolg ik ferm, ‘Schandalig. Je ziet net wat ervan komt. Jarenlang klachten van die B12, terwijl ik er nog steeds mee wordt geinjecteerd……’ Ik heb ook jarenlang een hele hoge dosis Trisporal geslikt, zonder dat de leverfuncties werden gecheckt. Te gek voor woorden natuurlijk.

‘Ik ben geen arts. Ik heb zelf die LDN ontdekt, uitgezocht, mezelf begeleid met het opbouwen, noem maar op. Dat is ongelofelijk moeilijk geweest, want het eerste jaar werd ik alleen maar zieker. Uit pure wanhoop heb ik doorgezet. Maar ik ben het zat. Jullie gaan er maar eens over nadenken hoe het nu verder moet.’

En wat krijg ik als antwoord? ‘Nou dan spreken we af dat jij uitzoekt hoe het verder moet en dan zal ik eens kijken of ik iets kan betekenen,’ ze schuift het boek resoluut weer naar me toe, zonder er ook maar een blik in te hebben geworpen. Alsof het een vies voorwerp is.

Begrijp me goed: De vrouw is van goede wil. Op zich. Maar het schiet allemaal niet op. ‘Stop eerst maar eens drie maanden met die prikken, dan nemen we bloed af en dan zien we wel verder.’

‘Ik ga van huisarts veranderen,’ vertel ik Steenvrouw, ‘Het is toch te gek voor woorden dit. Te gek voor worden. Echt. Te gek voor woorden.’

 

 

De Tour draait zichzelf een loer. Venijn en kinnesinne. Daar kun je de oorlog niet mee winnen…….. Maar de Tour wel! Heks geniet, dolle pret! Mooie mannenbillen, vanuit mijn bed!

De Tour de France is weer begonnen. Heks is blij. Elke avond de Avondetappe met Dione de Graaff en Herman van der Zandt. Slap geouwehoer over mijn favoriete zomerse sport event door mensen die ik goed kan verdragen. In tegenstelling tot de apen van Tour du Jour: Die hebben toch weer die ellendige misogyne bijsmaak.

Mart Smeets vroeger, hoewel zeer goed onderlegd en vakbekwaam, was ook al zo’n braakmiddel. Maar Dionne doet het goed. Heks heeft lol in de vrouw. Ja, een waar wonder! Een vrouw in de sportjournalistiek! En dan ook nog in deze apenrots tak van sport!

Ik kijk grondig of ik haar op heur tanden zie, maar nee. Het is stomweg een talentvolle dame. En heel wat beter te verstouwen dan die zelfingenomen Mart.

De Tour. Idioten op een fiets, die zich uit de naad rijden voor de eer. Zich volstopen met doping om harder te kunnen rijden. Nu niet meer natuurlijk……

Oh ja? Geloof jij het? We geloven het dan maar totdat er weer allemaal bagger naar boven komt. De hypocrisie ten top vaak. Liegen tot je erbij neervalt. Na die walgelijke narcist van een Armstrong is iedereen murw van dit soort gedoe. Maar de show gaat gewoon door. Elk jaar komt het circus weer op gang. Met alle clowns en acrobaten.

‘Risico nemen hoort bij de sport,’ zemelt een sportjournalist, ‘Maar zorg dat het veilig is, bladiebla.’ Er zal wel weer een vreselijk stom ongeluk zijn gebeurd. Iemand die met zijn kop op een paaltje knalt bijvoorbeeld. Een paaltje midden op de weg.

Jaren geleden vloog Johny Hoogendoorn het prikkeldraad in, nadat hij van de weg werd geveegd door een volgauto. Gestoord. Heks was perplex. Misschien zat de sukkel in de auto wel te SMSen. Zou me niks verbazen……

Niets zo heerlijk als in bed aan een blogje werken met de Tour op de achtergrond. Uren kan ik kijken naar die mooie gespierde mannenbillen. Het gevecht in het peloton. De smerige spelletjes van sommigen versus de eerlijke straighte stijl van anderen. Zoals Sagan gisteren.

Nog nooit een schoudertje gegeven of iemand van de weg geduwd, zoals zijn Britse collega Cavendish. Gewoon rechtdoor sprinten en zorgen dat je de snelste bent. Zo win je op eigen kracht. De mooiste overwinning, toch?

De Tour komt langzaam op gang. Zoals elk jaar liggen de deelnemers de eerste dagen constant over het asfalt te dweilen. Valverde valt uit. Jammer hoor. Het maakt de Tour direct minder spannend.

Heks houdt van wielrennen, zoals ik van schaatsen houd. Het afzien, sterven en weer tot leven komen……. Prachtig.

Ook het fenomeen dat je samen sterker bent dan alleen. Zo’n peloton: Een zwerm vogels, een school vissen. Eén lichaam. Onverslaanbaar voor een individu. Je kunt nog zo ver voor liggen, als het peloton je terug wil pakken doen ze dat gewoon.

De Tour is pas een paar dagen bezig. We hebben nog bijna drie weken te gaan! Ik zal me voorlopig niet vervelen! En daar ben ik blij om. Want er zijn goede vrienden op vakantie en ik zie sowieso door mijn fysieke gesteldheid natuurlijk al heel weinig mensen.

Mijn familie heeft het zwarte schaap uiteindelijk definitief verstoten en veel vrienden zijn druk met zichzelf en hun eigen leven. Bovendien zit ik in een bijzonder slechte periode met mijn lijf en als klap op de vuurpijl is de vriendschap met een goede vriend gesneuveld het afgelopen jaar.

En zoals altijd gaat iedereen natuurlijk weer voor die vriend lopen zorgen. Die gezond van lijf en leden is en een heel leuk en druk leven heeft! Maar voor hem is zo moeilijk allemaal! Dus: Extra vaak bij hem op bezoek…… Naar zijn klaagzangen over Heks luisteren…….

Hoe krijgen mensen dat toch voor elkaar? Ik doe echt iets niet goed…..

Op de achtergrond vliegt een renner in de boarding. Het is Cavendish. En wie gaf hem daar een duwtje? Sagan! Hoe is het mogelijk? Die doet zulke dingen toch nooit?

De hele avond luister ik naar het gezever over deze valpartij. Cavendish houdt zich opvallend op de vlakte en terecht. Ik heb hem veel ergere dingen zien doen vroeger en daar is hij nooit voor bestraft! Hij heeft echt wel eens een koers gewonnen door een collega tegen het asfalt te werken…..

Sagan wordt uit de Tour gezet. Men zoekt een zondebok. En dan neem je toch gewoon iemand, die nooit zulke dingen doet en die straf je voor het wangedrag van de hele groep. Want al die domme sprinters nemen belachelijke risico’s. Ze breken liever een sleutelbeen dan dat ze remmen. Dan moet je dus ook niet achteraf lopen zeiken………

Ja, sympathieke mensen zijn tenslotte onuitstaanbaar. Weg ermee! Die moeten ASAP ten val worden gebracht! Schijt over hen heen, in hun bek, hou je vooral niet in! Liefde, vrienden en vriendinnen?  Nee, verdomme, kinnesinne…….