Stuk brandhout doet Heks stokstijf stilstaan. En mag dan met me mee naar huis gaan. Vervolgens kom ik los van wrok. Neem afscheid, vervel, dump kerfstok…. Een staf bloeit open in mijn hal. Al te mal? Ja, van die dingen. En weet je wat: Staf kan ook zingen!

Vannacht droom ik van mijn staf. Ik vlieg er op rond, maak allerlei avonturen mee. Het is staf voor, staf na. Toch zijn de details me ontschoten. Ik heb echter wel een ongelofelijk goed humeur als ik op sta. Alle beestjes worden uitgebreid geknuffeld. Ik verwelkom de zon met een liedje. Oh, wat ben ik vrolijk. Terug van weggeweest.

Gisterenavond na een paar uur Klezmer zingen zakt Heks volledig door haar hoeven. De man met de houten hamer deelt een keiharde tik uit. Snel doe  ik alle noodzakelijke handelingen. Hond uitlaten, tanden poetsen, ogen er af halen, pyjama aan, Snuitje medicijnen geven, zelf mijn pillen slikken…….

Ik laat alles vallen, mijn lijf wil niet meer. Ik worstel me uit mijn kleding en vervolgens wurm ik me in andere kledingstukken. Even uitrusten nu. Nee, toch maar niet. Ik wil een beetje op tijd slapen en als ik steeds tussendoor ga zitten bijkomen van een kleine handeling lig ik pas om vier of vijf uur in bed. Retteketet. Dat gaat me vandaag niet gebeuren. Morgen is een pittige dag.

Ik ervaar momenteel veel naweeën van het slangenritueel, dat we onlangs op de heksenschool hebben gedaan. 

Het afwerpen van mijn oude huid roept allerlei gevoelens op. Ik heb moeite met mijn nieuwe zelf. Ik doe dingen anders, maar sta vervolgens doodsangsten uit. Daar moet ik doorheen. Terug in mijn pleaserige apenpakkie is geen optie. 

Ik heb een nieuw pakkie an.

Ook de mening van anderen moet ik gevoeglijk naast me neerleggen. Wil het ooit nog eens iets worden met dit heksje. ‘Jij geeft heel veel aandacht aan de meningen van hele domme mensen. Dat is zo jammer, Heks. Je moet je niet meer verdedigen. Geef hen gewoon gelijk, dan ben je ervan af…..’ Peter van der Hurk zei het al. 

Gisterenavond ga ik me echter diep treurig voelen. Machteloos ook. De mening van bepaalde medemensen lijkt heel belangrijk nu. En ik kan er geen pijl op trekken. Ik ben immers zelf niet meer degene, die ik was. Niks bijzonders op zich. We zijn geen dag dezelfde. Maar ook degeen, die ik dacht te zijn bestaat niet meer.

Ik ben zo moe en leeg opeens. Goeie genade. Help!

Ik dwaal een beetje door mijn huis. Volbreng mijn avondrituelen. Dan valt mijn oog op een stok naast de voordeur. Vorige week gevonden in Het Leidse Hout. Op een miezerige motmiddag. Geen hond te bekennen behalve mijn monster. En daar midden op het grote veld dan die stok.

Ik pak em toch maar op. We moeten voor de opleiding op zoek naar een staf, maar eigenlijk heb ik al een stokstijve stok thuis. Een paar weken geleden opgeduikeld langs de Singel.

Het is nog best een heksentoer om het gevaarte mee naar huis te nemen. Ik ben op mijn vouwfiets. Rustig peddel ik door het bos. Thuisgekomen zet ik het stuk hout naast de voordeur. Het andere stuk staat in mijn woonkamer.

Na een paar dagen bloeit de staf met knalroze bloesems. Heks moet lachen. Ik heb ze er zelf op geplaatst notabene, omdat ik de bloemen niet wil vergeten mee naar beneden te nemen. Het zijn nepbloesems voor op mijn fiets.

Toch raakt het beeld iets dieps aan. Ik zie een bloeiende staf in mijn hal staan. Ik denk aan de staf van Aäron, waar zelfs vruchten aan groeiden…. De hedendaagse christenen doen zo moeilijk over een beetje tovenarij, maar de bijbel staat er vol mee!

Gisterenavond pak ik het stuk hout op. Ik inspecteer het grondig. Voor het eerst! Zondag moeten we met een goeie staf op de proppen komen en ik heb geen idee of dit exemplaar voldoet. Er zitten veel knoesten in. Het is een sterke stok. Ik tik er eens op…..

En dan: Een wonder! De staf zingt. Zachtjes trillen klanken door het holle hout. Afhankelijk van waar ik sla ontstaat er een ander geluid. Heks is perplex.

Nu onderwerp ik mijn staf aan een grondig onderzoek, want ja, dit is mijn staf! Stiekempjes heeft hij die metamorfose ondergaan. Om het feit klinkend te beslechten. De stok in mijn woonkamer is voor VikThor.

Een hele tijd snuffel ik aan mijn nieuwe staf. Bewonder de gaten. Verbaas me erover, dat dit me allemaal helemaal ontgaan is tot nu toe….

‘Je bent naar me toegekomen. Op een miezerige middag lag je zingend in het gras. Een hond heeft je gebeten, ik ga je een beetje krabbelen. En heel veel met je babbelen, lieve levende staf.’

De nacht valt me hard in mijn hart. De nacht valt. In mijn hart klauwt het kruid van mijn woede naar alles wat beweegt. Dan komen de schapen, ik hoef ze niet te tellen en toch kan ik slapen!


In mijn hart groeit Berenklauw. Als kool: Als onkruid. Een prachtige plant, maar niet in deze zachte omgeving. En in deze groten getale! Ik ben de grip op dit verschijnsel al lang kwijt. Verwoed gaf ik die zaadjes water en nu heb ik spijt. Ik raak die ellendige blaarplant nooit meer kwijt!

Elke nacht ga ik naar mijn innerlijk landschap. Het gebeurt vanzelf, ik hoef er niets voor te doen. Het ligt aan de omgeving, het grote pruimenhart, waar ik mijn tenten heb opgeslagen. 

We krijgen instructie van de Abdes over Touching The Earth. Een prachtig ritueel om je met je voorouders te verbinden. Heks heeft geen zin om zich met haar voorouders te verbinden. Die halve zolige set zuipschuiten. Die narcistische clan vol familiegeheimen en grensoverschrijdend gedrag. Die hebzuchtige agressieve inhalige teringlijers. Die fibromyalgische genen. Nee.


Op het moment, dat ik geacht wordt liefde te sturen tijdens het aanraken van de aarde steek ik mijn tong uit in mijn kussen. Het is op. Ik voel geen liefde meer voor mijn clan. Het zit nog wel ergens, maar overwoekerd door die verrekte Berenklauw. 

Dus ik val in slaap. In de verte hoor ik hoe belangrijk het is om bladiebla…. Het zal wel. Ik ga onder geen beding zoals andere jaren tranen met tuiten huilend me met dat stelletje nietsnutten verbinden. Af en toe drijf ik naar de oppervlakte. Om dan weer heel diep weg te zakken. Tegen het einde kom ik weer bij. Jeetje, wat heb ik lekker liggen slapen.

‘Krijg maar de PiP, voorouders. Ik ben er klaar mee….’


’s Nachts kan ik niet slapen. De Berenklauw houdt me uit mijn slaap. De voorouders staan boos om mijn tentje. Opeens hoor ik in mijn hoofd de woorden van de Abdes. ‘Zelfs al heb je niets met je voorouders en kunnen ze je echt gestolen woorden, dan nog ben jij wel een product van hun genen. Al jouw geweldige eigenschappen heb je ook van je voorouders gekregen. Het feit dat je er bent heb je stomweg aan hen te danken…..’ Vrij vertaald.

Opeens dringt het tot me door, dat ik toch ook een heleboel geweldige en lieve voorouders moet hebben gehad. Anders was er nooit zo’n lief getalenteerd Heksje uit voortgekomen. Mijn voorouders moeten hebben gebulkt van het talent. En er moeten toch echt een paar geweldiger lekkere stukken tussen gezeten hebben. Met ellenlange benen en grote Heksenneuzen! En oh wonder: Ik voel me plotseling verbonden met die voorouders.


‘Wij sturen die liefde naar je clan wel, Heksje,’ lispelen ze in mijn slaperige oortjes. Ik zit opeens rechtop in bed. Het is waar. Ik voel opeens de liefde naar mijn dierbaren weer stromen. Wonderbaarlijk! Ik hoef het niet allemaal alleen te doen. Er zijn meer zwarte schapen in deze kudde! En ze houden van Heks.

Dan gebeurt er nog iets magisch in mijn innerlijk landschap. Er loopt plotseling een enorme kudde schapen. Met Jezus als herder. ‘Natuurlijk ben ik de herder, Heks. Dat is nu eenmaal mijn pakkie an. Kijk, Boeddha leert je dat je beter geen koeien kunt houden, want dan moet je er maar achteraan rennen….. Schapen hoeden vindt hij vast ook niks. Dat is meer iets voor mij!’ 


De schapen hebben bekende gezichten. Het zijn Sangha-schapen! Ik herken de koppies van mijn tijdelijke familie hier uit Plum. Opgewekt lopen ze te grazen. En wie schets mijn verbazing? Ze vreten de Berenklauw weg. Al die hoog opgeschoten producten van mijn woede. Op hun gemakje knabbelen ze het vurige blad aan gort. ‘Ha Hebehbehbehbehks,’ mekkeren ze enthousiast, als ze me ontwaren. Een wonder!


Zo gebeurt er van alles in de stilte van mijn hart. ’s Nachts. Als iedereen slaapt. Mijn woede wordt geëlimineerd. Nu is het zaak om niet opnieuw mijn woedezaadjes water te geven. Ook lukt het me weer om van mensen te houden, die het misschien niet verdienen. Maar ja. Wie verdient dat eigenlijk wel? Het is maar goed, dat God een god van liefde is. En dat ik het niet voor het zeggen heb in de wereld. 

‘God houdt van iedereen Heks,’ vertel ik mezelf nog maar eens een keer. Ook van psychopaten zoals Hitler en Saddam Houssein. Van machteloze ouders en geslagen kinderen. Van de hoed en de rand.