De nacht valt me hard in mijn hart. De nacht valt. In mijn hart klauwt het kruid van mijn woede naar alles wat beweegt. Dan komen de schapen, ik hoef ze niet te tellen en toch kan ik slapen!


In mijn hart groeit Berenklauw. Als kool: Als onkruid. Een prachtige plant, maar niet in deze zachte omgeving. En in deze groten getale! Ik ben de grip op dit verschijnsel al lang kwijt. Verwoed gaf ik die zaadjes water en nu heb ik spijt. Ik raak die ellendige blaarplant nooit meer kwijt!

Elke nacht ga ik naar mijn innerlijk landschap. Het gebeurt vanzelf, ik hoef er niets voor te doen. Het ligt aan de omgeving, het grote pruimenhart, waar ik mijn tenten heb opgeslagen. 

We krijgen instructie van de Abdes over Touching The Earth. Een prachtig ritueel om je met je voorouders te verbinden. Heks heeft geen zin om zich met haar voorouders te verbinden. Die halve zolige set zuipschuiten. Die narcistische clan vol familiegeheimen en grensoverschrijdend gedrag. Die hebzuchtige agressieve inhalige teringlijers. Die fibromyalgische genen. Nee.


Op het moment, dat ik geacht wordt liefde te sturen tijdens het aanraken van de aarde steek ik mijn tong uit in mijn kussen. Het is op. Ik voel geen liefde meer voor mijn clan. Het zit nog wel ergens, maar overwoekerd door die verrekte Berenklauw. 

Dus ik val in slaap. In de verte hoor ik hoe belangrijk het is om bladiebla…. Het zal wel. Ik ga onder geen beding zoals andere jaren tranen met tuiten huilend me met dat stelletje nietsnutten verbinden. Af en toe drijf ik naar de oppervlakte. Om dan weer heel diep weg te zakken. Tegen het einde kom ik weer bij. Jeetje, wat heb ik lekker liggen slapen.

‘Krijg maar de PiP, voorouders. Ik ben er klaar mee….’


’s Nachts kan ik niet slapen. De Berenklauw houdt me uit mijn slaap. De voorouders staan boos om mijn tentje. Opeens hoor ik in mijn hoofd de woorden van de Abdes. ‘Zelfs al heb je niets met je voorouders en kunnen ze je echt gestolen woorden, dan nog ben jij wel een product van hun genen. Al jouw geweldige eigenschappen heb je ook van je voorouders gekregen. Het feit dat je er bent heb je stomweg aan hen te danken…..’ Vrij vertaald.

Opeens dringt het tot me door, dat ik toch ook een heleboel geweldige en lieve voorouders moet hebben gehad. Anders was er nooit zo’n lief getalenteerd Heksje uit voortgekomen. Mijn voorouders moeten hebben gebulkt van het talent. En er moeten toch echt een paar geweldiger lekkere stukken tussen gezeten hebben. Met ellenlange benen en grote Heksenneuzen! En oh wonder: Ik voel me plotseling verbonden met die voorouders.


‘Wij sturen die liefde naar je clan wel, Heksje,’ lispelen ze in mijn slaperige oortjes. Ik zit opeens rechtop in bed. Het is waar. Ik voel opeens de liefde naar mijn dierbaren weer stromen. Wonderbaarlijk! Ik hoef het niet allemaal alleen te doen. Er zijn meer zwarte schapen in deze kudde! En ze houden van Heks.

Dan gebeurt er nog iets magisch in mijn innerlijk landschap. Er loopt plotseling een enorme kudde schapen. Met Jezus als herder. ‘Natuurlijk ben ik de herder, Heks. Dat is nu eenmaal mijn pakkie an. Kijk, Boeddha leert je dat je beter geen koeien kunt houden, want dan moet je er maar achteraan rennen….. Schapen hoeden vindt hij vast ook niks. Dat is meer iets voor mij!’ 


De schapen hebben bekende gezichten. Het zijn Sangha-schapen! Ik herken de koppies van mijn tijdelijke familie hier uit Plum. Opgewekt lopen ze te grazen. En wie schets mijn verbazing? Ze vreten de Berenklauw weg. Al die hoog opgeschoten producten van mijn woede. Op hun gemakje knabbelen ze het vurige blad aan gort. ‘Ha Hebehbehbehbehks,’ mekkeren ze enthousiast, als ze me ontwaren. Een wonder!


Zo gebeurt er van alles in de stilte van mijn hart. ’s Nachts. Als iedereen slaapt. Mijn woede wordt geëlimineerd. Nu is het zaak om niet opnieuw mijn woedezaadjes water te geven. Ook lukt het me weer om van mensen te houden, die het misschien niet verdienen. Maar ja. Wie verdient dat eigenlijk wel? Het is maar goed, dat God een god van liefde is. En dat ik het niet voor het zeggen heb in de wereld. 

‘God houdt van iedereen Heks,’ vertel ik mezelf nog maar eens een keer. Ook van psychopaten zoals Hitler en Saddam Houssein. Van machteloze ouders en geslagen kinderen. Van de hoed en de rand.

Noble Silence stilte voor de storm?Heks snoert zichzelf de mond; soms heel gezond. En wandelen met Kras: Bepaald niet in stilte!

VikThor groeit de pan uit. Als kool. Ik zie hem omhoogschieten. Ik hoor hem piepen en kraken in zijn voegen als hij slaapt. In twee maanden tijd is hij verviervoudigd….

Mijn leven draait al maandenlang om mijn hondjes. Eerst rond de verpletterende verpleging van mijn oude knarretje en nu rond de intensieve verzorging van mijn kleine pup. Tussendoor lig ik gestrekt. Er komt niet veel zinnigs uit mijn handen op een paar potten jam na. Mijn mond produceert louter geleuter. Daarom houd ik em maar zoveel mogelijk dicht.

Dat lukt niet altijd. Er zijn dagen dat ik toch maar weer zo’n beetje gezellig voor me uit loop te zwammen. Redenerend in de ruimte. Orerend tegen de wind. Als de eerste beste mafketel. Een kattenvrouwtje met gebrek aan gesprekspartners. Een zonderling zonder gezelschap.

Dinsdagavond loop ik weer eens in mezelf te kletsen. Hele verhalen houd ik ‘Ins Blaue hinein’. Goeie hemeltje. Wat zeg ik toch allemaal? Blablabla. Een monologe interieur van heb ik jou daar. Ik wil er zelf al niet naar luisteren, laat staan een ander. Zo vermoeiend…..

Ik pak mijn bordje met ‘noble silence’ van de kapstok en hang het om mijn nek. Er is geen mens in mijn buurt te bekennen, die me tot een gesprek zou kunnen verleiden. Toch acht ik deze ingreep noodzakelijk. Mijn interne geleuterkoek moet aan banden gelegd. Ik word moe van mezelf.

Er zijn ook dagen dat de stilte me te pakken heeft. Dat er rust en zachtheid heerst vanbinnen. ‘Het gaat de goede kant op,’ denk ik dan, ‘Mijn eindeloze woedende scheldpartijen zijn praktisch van de baan. Ik kan de zon weer in het water zien schijnen. Ik zie door de bomen het bos weer….’

Mijn hondje groeit tegen de klippen op. Elke dag gaan we iets leuks doen samen. Woensdag bijvoorbeeld wandelen met Kras en haar Braks: Grote vriend Lucas chagrijnig grommend als altijd en lieve Lotje met haar snoezige eigenwijze koppie.

We hobbelen rond het verlaten golfveld en baggeren het magische eilandje bij ‘Het Joppe’ over. Het is ijzig koud. Brrrr. De hondjes hebben nergens last van natuurlijk, maar voor ons is het afzien.

Mijn kleine Smurf vindt het maar wat interessant met zijn nieuwe viervoetige vrienden. En spannend! In het huis van Kras piest hij een spoor door de kamer van enthousiasme en opwinding. Hij zet zijn eigen luchtje grondig uit in dit vreemde territorium vol onbekende beesten…..

Net als we het een beetje hebben opgedweild doet hij het kunstje nog eens dunnetjes over. Gelukkig is mijn vriendin hondjes gewend. En heeft een plavuizen vloer!

We eten gezellig samen. Heks heeft alle ingrediënten voor een fantastische Frittata meegebracht. Snel knikker ik 1 en ander in een grote koekenpan. Een kwartiertje later is het al klaar. Geroosterde groenten erbij en een geroosterde kweepeer toe…….

dsc05390

‘Jeetje Heks, wat heb ik lekker gegeten, wat een goed idee van jou om samen te eten!’ glimt Kras. Zoals altijd hebben we het heel gezellig saampjes. Gespreksstof genoeg, ook vanavond.

‘Gek he, dat wij zoveel dezelfde ervaringen hebben gehad in het leven,’ zegt ze bij het afscheid. Ja, dat is inderdaad heel bijzonder. Er zijn zoveel punten van overlap, je kunt het bijna niet geloven.

Dat maakt het wel heel gemakkelijk om met elkaar te communiceren. We hebben vaak aan een half woord genoeg. En dat is ook wel eens prettig.

 

 

Heks gaat op bezoek bij engeltje en zijn moeder. Wat is hij zoet! Nog wel…. Wacht maar af, voor je het weet is het een bengeltje…….

Donderdagavond staat de buurvrouw op de stoep. Ze heeft een paar pakjes kattenvoer voor me. ‘Ik kreeg ze cadeau, maar mijn kat mag dit niet eten….’ Ze heeft een stokoude poes met een nierdieet. En een piepjonge baby!

‘Dank je wel, buurvrouw. Hoe gaat het met de kleine? Groeit hij goed? Slaapt hij lekker door?’ Ze begint te stralen. Altijd zodra je haar baby noemt gaat de zon op in haar vriendelijke gezicht. “Hij is niet helemaal lekker, want hij heeft vandaag weer prikjes gehad.’ O ja, de vaccinatie ellende…..

sem3

We spreken af, dat ik morgen eventjes op bezoek kom. Heks snuffelt nu eenmaal graag aan kleine mensenkindertjes….. Het klinkt dubieus, alsof ik ze op wil eten. De boze Toverheks! Haha. Niets is minder waar. Ze ruiken nu eenmaal zo lekker zoet…..

De volgende middag rond vier uur bel ik aan. Mijn buuv doet open met Sem op haar arm. Hij ziet er sneu uit. Waterige oogjes kijken me verdrietig aan. ‘Vorige keer had hij helemaal geen last van die prikken, maar deze keer is hij totaal niet in orde….’ verzucht zijn moeder, ‘Hij wil alleen maar de hele dag in mijn armen liggen…’

Wat een geluk dat dat kan! Deze nieuwbakken moeder wijdt zich volledig aan haar kleine wondertje. ‘Ze willen dat ik weer ga werken, maar ik ga niet langer dan twee uur per week aan de gang. Ik wil gewoon zoveel mogelijk bij mijn kindje zijn…..’

Ik geef haar groot gelijk. Voor je het weet is hij groot. ‘Het is misschien wel de mooiste tijd van je leven. Geniet er maar lekker van!’

Het uurtje dat ik op bezoek ben zakt de kleine Sem langzaam tegen zijn mamma aan in slaap. Wat een heerlijk ventje. Hij is in de paar maanden van zijn bestaan al verdubbeld! Hij doet het goed!

SEM4

Een engeltje