I have arrived, I am home! Maar here and now zit ik gelijk met gebakken peren, die me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Traditioneel krijg je een flinke crisis als je hier een tijdje bent. Dat is algemeen bekend. Heks zit er direct middenin. Ik heb mijn dieptepunt alweer achter de rug. Ik kan dan ook eigenlijk best weer naar huis terug!


Na twee dagen sturen met mijn Tens-apparaat op de hoogste stand in een bloedheet wagentje ben ik helemaal dol in mijn bol. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, bezoekjes aan de fysiotherapeut, cortisonen-injecties en pijnstillers is mijn lijf een slagveld aan kwalen. Maar uiteindelijk ben ik er dan toch echt. Ik rijd het parkeerterrein op. I have arrived!
Maar o jeetje, wat een tegenvaller! Ik raak direct slaags met de dames op het kantoor. En ook bij de medewerksters van de registratie kom ik geen stap verder. En ik moet verder! Ik moet als den donder mijn tent opzetten, voordat ik verander in een weke doch pijnlijke kwarktaart…..

‘U hebt zich niet opgegeven,’ krijg ik beschuldigend naar mijn dodelijk vermoeide hoofd. Alsof het een doodzonde is! Voor mensen met een tent is altijd plek! Dat weet iedereen! Ook mijn pogingen om dan in elk geval een kampeerplekje te bemachtigen, waar ik met mijn auto kan komen worden genadeloos afgestraft. Ik moet warempel met een kruiwagen twee kilometer over bobbelig terrein gaan lopen sleuren met mijn teringbende. ‘Je vraagt maar of iemand je wil helpen,’ bitst de betreffende non.

Nou ja zeg. Ze kent me! Een jaar of wat geleden zat ze bij me in de familie. Ik heb een hele middag Boeddhistische geëngageerde kunst met haar gemaakt indertijd. Het was zo’n schatje! Ik weet dat westerlingen er allemaal hetzelfde uitzien voor Vietnamezen, maar dit gaat wel erg ver!


Ik word van het kastje naar de muur gestuurd en weer terug. Ik moet me eerst inschrijven. Nee, ik moet toch eerst naar het kantoor. ‘Ga naar de registratiehal,’ bitsen ze daar. Om vandaaruit opnieuw naar het kantoor te worden gestuurd. Dit gaat zeker een uur zo door.

Intussen komt er stoom uit mijn oren. Ik ben zo wanhopig, dat ik op het punt sta om in mijn auto te stappen en gewoon weer naar huis te rijden. Steek die retraite maar in je dinges. Ik ben er klaar mee!

Een vrijwilligster bij de registratie gaat diep naar me luisteren. Helemaal volgens de regels der kunst. Ze kijkt me oprecht meedogend aan, terwijl ik mijn ellende eruit braak. ‘Drie en een halve maand ben ik bezig geweest om in die auto te komen. Elke dag iets gedaan. Gekkenwerk natuurlijk. Bladiebla, pech onderweg….’ bries ik verontwaardigd.

‘Je ziet niets aan me, maar ik ben zwaar gehandicapt,’ roep ik verhit. Ik zie eruit of ik een paard kan doodslaan intussen. Niet bepaald gehandicapt. De vrouw kijkt meewarig. Ze bedoeld het ongetwijfeld goed, maar het werkt evenzogoed averechts op mijn verhitte zenuwen. Toch ben ik enigszins bedaard, als ze me onverrichterzake naar het kantoor terugstuurt.

Ik ga nog 1 poging doen en anders is het einde verhaal. Ik ga onder geen beding met kruiwagens vol bagage over een heuvel vol pruimenbomen sjokken teneinde mijn tent pal in de volle zon te zetten. Ik moet een schaduwrijk plekje hebben dicht bij de meditatiehal en het sanitair. En ik weet precies zo’n plekje. En daar staat nog niemand!

‘Dat gedeelte is voor de staf,’ zegt iemand streng. ‘Het ligt helemaal aan de buitenrand,’ pareer ik. ‘Maar het is daar wel noble silence,’ krijg ik als weerwoord. ‘Dat vind ik juist lekker,’ probeer ik weer.

Als ik uiteindelijk mijn spullen naar de betreffende plek wil brengen is de boel afgezet. Er mogen geen auto’s rijden op het pad. Ze verzinnen hier ook altijd weer wat. Nee, ik moet dus toch met kruiwagens aan de slag. Als ik me opnieuw op het kantoor meldt trekt  de non, die me dwarszit een strenge streep door haar gezicht. “NEE.’ Geen praten aan.


‘Ik ga naar huis,’ besluit ik ter plekke. Zijn ze nu helemaal gek geworden hier?

Dan staat een kleine Française op vanachter haar computer. Een vrijwilligster hier uit de regio. Een vrouw met flair. Een actrice hoor ik later….. Ze heeft het hele verhaal meegekregen. ‘Kom,’ wenkt ze. Om vervolgens alle regels met voeten te treden vanuit een soort natuurlijk gezag. Eindelijk iemand, die zich mijn probleem aantrekt. Ze haalt de wegversperring weg en laat me met auto en al naar achter rijden.

Daar gooi ik voor haar verbijsterde ogen al mijn bagage met een grote zwaai uit mijn karretje. Als een gigantische woeste amazone. Binnen vijf minuten ligt er een geweldige berg troep op de bosgrond. Verwilderd sta ik ertussen te wankelen.

Een paar uur later is het leed geleden. Mijn tent staat. Met veldbed en al. Ik heb iets eetbaars binnen gekregen. Een flinke wasbeurt onder de invalidendouche heeft ook wonderen gedaan. Een goeie hap pijnstillers erin en ik kan naar bed.

Mijn vriendin de Nederlandse non heeft intussen ook al gehoord dat ik ben gearriveerd. ‘Er staat een hele boze nederlandse vrouw in de office,’  vertellen de nonnetjes haar, ‘Ze heeft een heeeeeeeeeeeeeeeeeeel kort rokje aan!’  (Tot aan mijn knieën). ‘Dat draag je toch zeker niet op een retraite! En een grote hoed op haar hoofd.’


‘Is ze heel erg lang?’ vraag mijn vriendin verheugd. Ook voor haar is het een verrassing, dat ik hier weer opduik. En als het antwoord bevestigend is: ‘Stop haar maar in mijn familie!’

‘Haha, Heks. Wat een verhaal over je spijkerjurk. Mensen lopen hier echt gewoon in korte broek enzo. Zolang je het maar niet in de meditatiehal doet. Ik heb het voor je opgenomen, hoor. Dat is Heks, die ken je toch wel, heb ik gezegd. Ze loopt altijd in van die hele lange gewaden. Waar hebben jullie het over? Ze heeft twee dagen in een bloedhete auto gezeten. Vandaar dat jurkje.’

‘En er is vast een reden, waarom ze zich niet heeft aangemeld. Dat doet ze sowieso alttijd pas op het laatste moment, omdat het altijd onzeker is of het haar wel lukt om hier te komen.’ En dat is inderdaad zo. Ik ben het thuis in alle hectiek stomweg vergeten. En het hotel onderweg had geen WIFI.

’s Avonds lig ik tevreden in mijn tent. Het leed is geleden. Ik heb het overleefd. Ik heb het bijgelegd met de nonnen in de office. Stil lig ik te luisteren of ik mijn vriend Uil soms hoor. Ik ben volledig in mijn hart merk ik. ‘Deze plek is een groot hart,’ doezel ik verder. Met af en toe een dwarse non. Nou ja, je ziet ook niks aan Heks. Dat blijft me opbreken bij tijd en wijle.

Maar het is ook fijn. Als mensen je de godganse dag met een deerniswekkend gezicht bij voorbaat lopen te helpen is ook niet alles. Vraag maar aan mijn vriendin Kras. Zo is het altijd wat.


 

Spreken is zilver, zwijgen is fout? Luister eens naar jezelf voor de verandering: Aandacht is als zonneschijn!

De afgelopen week heb ik een indringende nachtmerrie. Een wildvreemde vrouw zwaait ongeduldig met haar hand in mijn richting; wuift me als het ware weg. ‘Laat me eventjes uitpraten,’ roept ze geïrriteerd. Haar gezicht staat op storm.

Ik zit al uren naar haar te luisteren. Ik ben bijkans bewusteloos geluld. Toch mag ik niets zeggen. Laat staan reageren. Dan schrik ik wakker.

Wat een gekke droom toch weer. Er zijn wel verbanden met de werkelijkheid, maar toch is alles weer anders. Er wuift wel eens iemand met een nijdig handje naar me, terwijl er op hoge toon geroepen wordt: ‘Laat me eventjes uitpraten.’ Dat is echter geen wildvreemde. Juist iemand waar ik veel van houd!

Maar ik maak het ook vaak genoeg mee, dat er niets op boze toon wordt gezegd, maar dat iemand gewoon maar doorkletst en doorkletst. Ondanks het feit dat de toehoorder, ik dus, compleet op apengapen ligt. Ondanks mijn verwoede pogingen het gesprek te beëindigen……

Om een gesprek te beëindigen moet je er eerst tussen zien te komen…….

images-24

Ook valt het me de laatste tijd op dat mensen niet veel aanmoediging nodig hebben om al hun rotzooi te spuien. Bakken verbale diaree worden er dan over je heen gestort. Als ik zelf eens iets meemaak, mijn geliefde ouwe hond gaat bijvoorbeeld dood en mijn bejaarde kat loopt weg, dan wordt dat regelmatig door de persoon tegenover me gezien als aanleiding  om met alle dooie of halfdooie huisdieren die de persoon zelf ooit heeft gehad of verloren op de proppen te komen.

Waar ik mijn verhaal beknopt houd en ervoor waak om me niet publiekelijk te wentelen in mijn ellende, krijg ik van de andere partij alle kots, poep, pus en bloederige prutverhalen te horen.

Met mijn ‘ziek zijn’ werkt het net zo. Het feit dat Heks van alles mankeert wordt al sinds jaar en dag gezien als een open invitatie voor Jan en Alleman om de eigen kwaaltjes te bespreken. Van aambei tot klapperkloot: Heks moet het aanhoren.

Soms vraagt iemand hoe het met mij gaat om nog voordat ik iets terug kan zeggen over de eigen ellende te beginnen…..

Ikzelf praat zelden over mijn fysiek ongemak. Ik heb wel wat beters te doen. Ik vind het geen gespreksonderwerp.

Bovendien kan ik wel aan de gang blijven. Als ik al mijn mankementen wil bespreken ben ik dagen bezig….. 😉

Luisteren met compassie, door Thich Nhat Hanh  ‘Deep listening’ genoemd, is bijzonder heilzaam. ‘Aandacht is als zonneschijn,’ heet 1 van zijn prachtige boeken. Het is zo. Je ziet mensen gewoon opknappen als je eens echt naar hen luistert.

Wat Heks echter doet is een doorgeschoten versie van deze verder prima eigenschap. Ik laat iemand rustig tien jaar tegen me aan mekkeren over een verbroken relatie. Of over andere uitzichtloze problematiek. Toen ik zelf echter groot liefdesverdriet te verstouwen kreeg sommeerden exact diezelfde mensen me na twee weken om er over op te houden. Ze waren die verhalen zat!

Heks is aangewezen op een therapeut als ze wil dat er echt naar haar wordt geluisterd……

Ach ja. Ik ben er natuurlijk zelf bij. Bij al dat geluister. Het zijn mijn flappers, die zachtjes heen en weer wuiven in een poging tot begrip. Ik ben het die ruimte schept voor de ander om zijn of haar verhaal te doen. Ten koste van mijn eigen space blijkt nu!

images-26

Veranderen is zo moeilijk. Je doet het al jaren zus of zo. Je wilt de ander niet kwetsen. Je weet hoe belangrijk een beetje aandacht is: Het is als zonneschijn! Levensbrengend!

Afgelopen week zit ik in de auto. Ik geef iemand een lift. We hebben gemediteerd. Ik ben best moe. Ook moet ik rijden, dus dat vergt al mijn aandacht. Mijn passagier zit tegen me aan te kletsen. Hele verhalen, die ik maar moeizaam kan volgen, want ik ben zo gaar als boter. Dan wordt mijn mening gevraagd. Over dit, over dat. Zodat ik wel moet opletten……

Dus zeg ik iets terug. Probeer van onderwerp te veranderen.

Tot drie keer toe krijg ik te horen, dat ze toch echt haar verhaal wil afmaken. Welk verhaal? Het is een eindeloos verhaal. Maar zodra Heks iets zegt wordt ze streng terecht gewezen. ‘Ik wil wel graag eventjes dit afmaken. Bladiebladiebla, wat vind jij? Zou dat hier of daardoor kunnen komen?’ Om zonder mijn reactie af te wachten alweer aan het volgend vertelseltje te beginnen.

Er wordt wat afgeleuterd in de wereld. Tegen de tijd dat we weer in Leiden zijn ben ik een beetje dol. Mijn hoofd is rommelig en onrustig. Het effect van de meditatie is volstrekt teniet gedaan.

Volgende keer zet ik muziek op en hang mijn bordje Noble Silence om mijn nek. Vanaf nu wil ik in volstrekte stilte naar huis rijden na zo’n avond. Wie mee wil rijden moet maar zwijgen.

En als zo’n ‘monologe interieur’ type ooit nog tegen me begint dat ik hem of haar moet laten uitpraten: Dan kan die persoon direct op- of uitstappen. Ik ben het eeuwige geluister zat. Ik wil niet langer door Jan en Alleman sufgeluld worden.

Geen monologen meer, maar een dialoog. Communicatie gaat heen en weer en is geenszins éénrichtingsverkeer…..

Aandacht is als zonneschijn. Ieder mens knapt ervan op. Elk mens heeft het nodig. Je kunt dan ook niet verwachten dat iemand het alleen maar geeft.

Hoe zeg je vriendelijk tegen iemand dat diegene moet stoppen met tegen je praten als dat niet nodig is

wat is het verschil tussen praten mét en praten tégen iemand?

unknown-15

Noble Silence stilte voor de storm?Heks snoert zichzelf de mond; soms heel gezond. En wandelen met Kras: Bepaald niet in stilte!

VikThor groeit de pan uit. Als kool. Ik zie hem omhoogschieten. Ik hoor hem piepen en kraken in zijn voegen als hij slaapt. In twee maanden tijd is hij verviervoudigd….

Mijn leven draait al maandenlang om mijn hondjes. Eerst rond de verpletterende verpleging van mijn oude knarretje en nu rond de intensieve verzorging van mijn kleine pup. Tussendoor lig ik gestrekt. Er komt niet veel zinnigs uit mijn handen op een paar potten jam na. Mijn mond produceert louter geleuter. Daarom houd ik em maar zoveel mogelijk dicht.

Dat lukt niet altijd. Er zijn dagen dat ik toch maar weer zo’n beetje gezellig voor me uit loop te zwammen. Redenerend in de ruimte. Orerend tegen de wind. Als de eerste beste mafketel. Een kattenvrouwtje met gebrek aan gesprekspartners. Een zonderling zonder gezelschap.

Dinsdagavond loop ik weer eens in mezelf te kletsen. Hele verhalen houd ik ‘Ins Blaue hinein’. Goeie hemeltje. Wat zeg ik toch allemaal? Blablabla. Een monologe interieur van heb ik jou daar. Ik wil er zelf al niet naar luisteren, laat staan een ander. Zo vermoeiend…..

Ik pak mijn bordje met ‘noble silence’ van de kapstok en hang het om mijn nek. Er is geen mens in mijn buurt te bekennen, die me tot een gesprek zou kunnen verleiden. Toch acht ik deze ingreep noodzakelijk. Mijn interne geleuterkoek moet aan banden gelegd. Ik word moe van mezelf.

Er zijn ook dagen dat de stilte me te pakken heeft. Dat er rust en zachtheid heerst vanbinnen. ‘Het gaat de goede kant op,’ denk ik dan, ‘Mijn eindeloze woedende scheldpartijen zijn praktisch van de baan. Ik kan de zon weer in het water zien schijnen. Ik zie door de bomen het bos weer….’

Mijn hondje groeit tegen de klippen op. Elke dag gaan we iets leuks doen samen. Woensdag bijvoorbeeld wandelen met Kras en haar Braks: Grote vriend Lucas chagrijnig grommend als altijd en lieve Lotje met haar snoezige eigenwijze koppie.

We hobbelen rond het verlaten golfveld en baggeren het magische eilandje bij ‘Het Joppe’ over. Het is ijzig koud. Brrrr. De hondjes hebben nergens last van natuurlijk, maar voor ons is het afzien.

Mijn kleine Smurf vindt het maar wat interessant met zijn nieuwe viervoetige vrienden. En spannend! In het huis van Kras piest hij een spoor door de kamer van enthousiasme en opwinding. Hij zet zijn eigen luchtje grondig uit in dit vreemde territorium vol onbekende beesten…..

Net als we het een beetje hebben opgedweild doet hij het kunstje nog eens dunnetjes over. Gelukkig is mijn vriendin hondjes gewend. En heeft een plavuizen vloer!

We eten gezellig samen. Heks heeft alle ingrediënten voor een fantastische Frittata meegebracht. Snel knikker ik 1 en ander in een grote koekenpan. Een kwartiertje later is het al klaar. Geroosterde groenten erbij en een geroosterde kweepeer toe…….

dsc05390

‘Jeetje Heks, wat heb ik lekker gegeten, wat een goed idee van jou om samen te eten!’ glimt Kras. Zoals altijd hebben we het heel gezellig saampjes. Gespreksstof genoeg, ook vanavond.

‘Gek he, dat wij zoveel dezelfde ervaringen hebben gehad in het leven,’ zegt ze bij het afscheid. Ja, dat is inderdaad heel bijzonder. Er zijn zoveel punten van overlap, je kunt het bijna niet geloven.

Dat maakt het wel heel gemakkelijk om met elkaar te communiceren. We hebben vaak aan een half woord genoeg. En dat is ook wel eens prettig.

 

 

Magische Walvis in Katwijkse wateren. Janneke opgeslokt! Maar ook weer uitgespuwd op de boulevard. Gelukkig is ze niet bang uitgevallen. En: Ze is weer veilig thuis. Geloof jij dat dat mogelijk is? Heks wel…..

Vanmorgen glip ik weer op het nippertje de kerk in. O jee, als ik maar niet op mijn vingers wordt getikt straks! Jip en Janneke zitten naar me te glimmen. Ik schuif naast hen in de rij en zing mee met het openingslied. Ligt het nu aan mij of zingen we al weken een terts hoger dan normaal? Piepend breng ik het vers tot een goed einde. Om me heen ook niets dan gefrustreerd geknerp. Ik kom hier ook echt voor de muziek, maar de lol gaat er wel een beetje af zo.

Alweer mopperen, Heks? Welnee. Ik constateer gewoon een feit.

De preek gaat over het horen van stemmen. Een weinig populair verschijnsel, behalve in de bijbel. Het is bovendien een actueel onderwerp, gezien recente schietpartijen, waarbij de dader beweerde te handelen in opdracht van stemmen in zijn hoofd. Is hier sprake van Goddelijke leiding? Het resultaat is weinig verheffend: Een heleboel onschuldig slachtoffers……

Er worden drie verhalen uit de bijbel aangehaald. Een mij vrij onbekend verhaal over de roeping van de profeet Samuel, waarbij God midden in de nacht de arme jongen alsmaar uit zijn slaap wakker schreeuwt. Hij schrikt zich elke keer een ongeluk, maar heeft aanvankelijk volstrekt niet in de gaten dat de Schepper hem probeert wakker te schudden. Letterlijk en figuurlijk…..

Dan volgt het verhaal van Jezus in de woestijn en hoe de duivel daar dan pogingen doet om onze heiland in verleiding te brengen. Onbegonnen werk natuurlijk. Het Christusbewustzijn doorziet nu eenmaal elke list.

En tot slot Jonas in de Wallevis. Waar Jezus juist niet moet luisteren naar de stem in zijn hoofd moet Jonas het weer wel. Want Jonas hoort de stem van de Ene.

Het is dus wel zaak te onderscheiden met wie je te maken hebt. Wie heb je ‘aan de lijn’ of met wie ben je ‘online’?

Heks hoort ook altijd van alles, maar ik heb het er zelden over. In onze maatschappij krijg  je namelijk direct het predicaat psychotisch opgeplakt of je bent schizofreen. Nou, mij niet gezien. Voor je het weet word je volgestopt met enge pillen, waarna je inderdaad geen stemmen meer hoort. Je transformeert tot dikke wattendeken  en hoort vrijwel niets meer…..!

Ik weet wat ik hoor en het is zeker niet een duivel. Noch lijd ik aan de bij een psychose horende wanen en hallucinaties. Tevens heb ik geen persoonlijkheidsstoornis. Ik ben maar een eenvoudige toverheks en die horen nu eenmaal vrij veel met hun grote flapperende toveroren.

Daarnaast praat ik ook nog eens in mezelf, maar dat is te wijten aan de grote hoeveelheid tijd, die ik in mijn eentje stuksla. Ik kan nu eenmaal niet constant in Noble Silence leven al gaat het wel die kant op….

De preek heeft een beetje een abrupt einde. Je moet zelf je geweten gebruiken om die stemmen te beoordelen of iets dergelijks. Ja, dat lijkt me nogal voor de hand liggen. Maar elke gek zijn gebrek en in een psychose ben je toch goed gek. Dat is meestal niet het moment om een beroep te doen op het geweten. Alles rondom weten is dan even vergeten…..

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat diepe eenzaamheid en diep lijden leiden tot dit soort extremiteiten. Of zoals een levensgevaarlijke jongeman bij dr. Phil laatst zei: ‘Ik zou dolgraag een keertje een heleboel onschuldige mensen de dood injagen, zodat enorm lijden ontstaat. Dan kunnen die mensen tenminste eens voelen wat ik voel: Ondraaglijke pijn vanbinnen…’

Gesticht en verlicht gaan we aan de koffie. ‘Ga je strakjes nog even mee met ons?’ Janneke nodigt me uit. Eerst moet er opgeruimd worden, want zij hebben corvee vandaag. Ik help Jip om de vaat in de vaatwasser te zetten. Niet veel later fietsen we zorgeloos door de stad richting Professorenwijk. Daar passen mijn vrienden op het huis van hun dochter.

‘Ik was in Israel op het strand, toen ik een bord zag staan: Hier heeft de walvis Jonas uitgespuugd,’ grinnikt Janneke, ‘Grappig he? Mijn zus vroeg of ik dat geloofde. Maar natuurlijk geloof ik dat!’ Ze kijkt me ondeugend aan. Zo’n walvis is veel te leuk om niet in te geloven.

Kwam er maar eens zo’n Magische Walvis rondzwemmen in de buurt van het strand van Katwijk, dat christelijke bolwerk waar ze woont. Dan ging ze vast tijdens haar wekelijkse zwempartijtjes in de Noordzee een poging wagen om opgeslokt te worden….. Om op de Boulevard te worden uitgespuwd! De Katwijkers zouden het absoluut fantastisch vinden. Gelovigen genoeg daar!

‘Ik ook! Ik geloof het ook!’ roept Heks.

Het is sowieso al onmogelijk voor de vriendelijke bultrugwalvis om een mens op te eten met die baleinen in zijn mond. Hoewel…. Er doen wat gekke verhalen de ronde. Ook betwijfel ik of ze in de Middellandse Zee rondzwemmen, want daar is geen krill te vinden. Maar wie weet heeft Jonas zo’n levensgevaarlijk potvis getroffen. Of een andere tandwalvisachtige of een walvishaai, die hem uiteindelijk toch niet lust. Want misschien was Jonas wel een heel smerig mannetje. Wie zal het zeggen?

Zo zitten we lekker te lachen om van alles en nog wat.

Dan zegt mijn innerlijke stem dat het tijd is om naar huis te gaan. Ik heb helaas geen walvis bij me, die me liefdevol opslokt en hier op de Oude Vest precies op het bordes van de Schouwburg weer uitspuwt. Het zou wat zijn zeg. Een enorme aanwinst voor de stad zo’n oudtestamentische toeristische attractie!

Nee, ik fiets naar huis. Wel zo makkelijk.

Lome vertellingen over kleine belevenissen in een bloedhete Dordogne. Heks maakt het goed, beetje oververhit, dat wel…….

Donderdag 12 juni

20140613-200705-72425214.jpg

Het is bloedheet. De hele middag lig ik uitgeteld in mijn hangmat tussen de bomen. Mijn tent is een no go area. Ondanks het feit, dat ik em helemaal heb bedekt met slaapzakken en dekens teneinde de warmte buiten te houden. ’s Avonds ga ik mediteren in de grote hal. Het zweet loopt in straaltjes van mijn rug.

Het lezen van de sutra, soort Boeddhistische versie van bijbeltekst, laat ik voor wat het is. Ik moet die hele tent nog organiseren, alle dekens en dergelijke naar binnen. Mijn hangmat ontmantelen. De was binnen halen. Er zou wel eens een heel welkom donderbuitje kunnen ontstaan…..

20140613-200755-72475130.jpg

Ik neem een lauwe douche. Althans, ik probeer het. Het water is dan weer loeiheet, dan weer ijskoud, naar gelang of er iemand in de douches naast me de kraan open of dichtdraait. Dan slenter ik nog even naar de schuur, ingericht als theetafel, annex eetzaal. Het klooster zit midden in een grote verbouwing. Het is een behoorlijk geïmproviseerde retraite….

‘Mauw’, hoor ik achter me. Harmony, een schat van een kat, komt me eventjes begroeten. Ze laat zich lekker achter haar oren kroelen. Ik heb het rijk alleen. Iedereen is uitgevloerd door het warme weer en ligt al op 1 oor.

Op de terugweg naar mijn tent kom ik Little One tegen, ook een kat. Hij begint te snorren, als ik even naast hem neerhurk. Terwijl ik hem lekker over zijn koppie kroel, zie ik in de verte een bekende gestalte met wapperende pij aan komen lopen. haar tred heeft iets van een dans. Het is een mij zeer dierbare zuster. Gisteren tijdens Lazy Day, een soort zondag in de zin van rustdag binnen deze orde, hebben we vier uur lang zitten kletsen. Onder het genot van een kopje koffie. En nog eentje….

20140613-200851-72531918.jpg

“Ik zocht jou!’ roept ze enthousiast. We mogen eigenlijk niet meer praten, behalve als het echt niet anders kan, want na de avondmeditatie heerst er Noble Silence. Kop houden dus. Ik weet al waarvoor ze me zoekt. Morgenochtend gaan we naar een ander klooster, 25 kilometer verderop. Voor het vervoer zijn bussen geregeld. Maar dat is altijd een heel gedoe. Wachten in de hitte, je kunt em ook missen. Ik ben wel eens te laat geweest voor de bus terug….. Ooit.

Maar Heks gaat lekker met de auto. En deze non wil graag meerijden.Samen met nog een paar gegadigden. We spreken af en staan ondanks de verplichte stilte nog even zachtjes te giebelen. Vanmiddag zijn we op excursie geweest samen, naar een huisje waar ze ooit heeft gewoond. Hier in de buurt. Zo kom je op de meest speciale plekjes.

Stel je voor: Een oud bakkerijtje in een middeleeuws dorpje met hooguit twintig huizen. En een kasteel. Bovenop een berg. Uitzicht over de Dordogne. Idyllisch!
De huidige bewoner ontvangt ons allerhartelijkst. We krijgen een rondleiding. Er zijn veel dingen verbeterd intussen. Een grotere kachel, het dak is geïsoleerd….

20140613-201033-72633296.jpg

Wat een schattig huisje. Muren van een meter dik zorgen dat de hitte buiten blijft. In de winter is het er stervenskoud. En het is behoorlijk primitief.

Een paar jaar geleden gaf ik deze non een lichtgevende lotus en een vogeltje cadeau. Allebei werkend op zonne-energie. Het vogeltje fluit, als je er langs loopt. En de lotus verandert van kleur. Ze vond het prachtig. Want ondanks de bruine habijt, is deze dame dol op alles wat kleur en fleur heeft.

‘Weet je dat die lotus en dat vogeltje steeds met me meereizen. En ze doen het nog steeds!’ vertrouwde ze me gisteren tijdens onze koffiesessie toe. ‘Niet iedereen in het klooster kan die dingen waarderen, vaak wordt dat vogeltje verplaatst, of uitgezet…’

We lachen. Ja, ook in een omgeving als deze, waar mensen vanuit idealen werkelijk proberen de wereld een betere plek te maken, ontstaan wel eens spanningen. Maar in plaats van elkaar te lijf te gaan, is er een ander protocol om dit soort dingen op te lossen.

Afgelopen week kregen we daar les in. ‘Opnieuw beginnen’. Maar dat is stof voor een volgend verhaal…….

20140613-201111-72671040.jpg