Heks kijkt een kleine marathon Utopia. Ik wil schrijven over dit gekkenhuis, maar langdurig kijken is bijna niet te doen. De afleveringen hangen van het fenomeen gaslighten aan elkaar. Een normaal woord wordt er zelden gewisseld. Het is de niet-ideale-maatschappij ten voeten uit. Een wereld, waarin niemand een ander iets gunt. En iedereen tegen elkaar loopt te liegen! Op Hiske na dan………

Heks heeft  jullie nog een verhaaltje over Utopia beloofd. Helaas lukt het me nauwelijks om naar dat gekkenhuis te kijken de laatste tijd. Ik heb sowieso al moeite met de mensheid in het algemeen, mezelf incluis. Het stelletje hopeloze narcisten in deze miniatuur heilstaat is echt om te kotsen. Wekenlang trek ik die vreselijke stumper van een Jessie echt niet……

Gisteren begin ik aan een kleine marathon, om opgenomen afleveringen te bekijken. Ik lig met een griepje gestrekt.

De domme Merel vind ik ook nauwelijks te nassen met haar geroddel over Shelley en hoe dom die wel niet is. Hoezo projectie? Als er iemand echt onnozel  is in Utopia, dan is het deze zelfbenoemde diva wel. Haar verliefdheid op de oppernarcist van het kamp maakt haar stekeblind. Niet dat het veel uitmaakt. Ze is sowieso niet echt goed in het monitoren van andermans gevoelens. Daar walst ze liever over heen.

Dan is er nog de dikke Gerrit. Zo dom als een oliebol. Ik hoor op een gegeven moment in een uitzending, dat hij student is. Hetgeen me hogelijk verbaast. Zitten er dan toch hersens in dat enorme holle vat? Is er bij die Holle Bolle Gerrit toch sprake van enig IQ? EQ heb ik nog nooit bij de stumper kunnen ontdekken. Deze flamboyante narcist is gespeend van enige vorm van spiegelcellen in zijn trage brein.

Dan is er nog de zure Adriaan. Tot op het bot teleurgesteld in de mensheid. Hij vergeet evenwel, dat hijzelf ook een mensachtige is. Met alle gevolgen van dien. Hij vindt zichzelf een klasse apart met zijn voorliefde voor varkens. Een gemiddelde moslim zal daar heel anders tegenaan kijken. Ik bedoel maar. Hij heeft bepaald niet de wijsheid in pacht met z’n gefrustreerde geknor.

En dan de treurige Franny. Even uit haar depressie getild door alle aandacht. Maar het is nooit genoeg. Het meisje heeft voortdurend bevestiging en aandacht nodig en dat is gewoon geen haalbare kaart. En dan zoekt ze het ook nog bij de grootste egoïst van het hele terrein, Holle Bolle Gerrit.

Waar Jessie tactisch nog wel eens iets voor een ander doet, doet Gerrit echt nooit iets voor zijn medemensen. Hij lult over anderen of stopt zijn lul in een ander, maar iets bijdragen, los van zure woorden of zuur sperma, is er niet bij.

Shelley wordt voortdurend voor egoïst uitgemaakt door de grootste egoïsten van Utopia. Heks is geschokt door de mate van gaslighten, die Gare Gerrit en de slisnarcist op deze dame loslaten. Met enige regelmaat wordt de arme Shelley in een hoek gedreven over de meest achterlijke zaken. Ik bewonder haar botte reactie op dit geweld. Maar het speelt de heren wel in de kaart over haar vermeende egoïsme.

Echt sociaal vaardig is de dame niet. Maar ze werkt hard en gunt een ander best wat. Behalve Gare Gerrit en Slistige Jessie. Om deze heren gaat ze met een boog heen. En met recht! Ze kan die idioten beter mijden als de pest. Ze vernederen haar graag tot op het bot met hun denigrerende respectloze opmerkingen. Ze hebben intussen alle plezier al uit dit meisje getrokken.

Dan is er nog een scala aan roddelende figuranten in dit drama. Wat zijn mensen toch een verschrikkelijke wezens. Iedereen kletst over iedereen. Ze gunnen elkaar vaak het licht in de ogen niet, dwarsbomen de ander waar mogelijk, halen de ander omlaag op een zwak moment…..

Werkelijk iedereen beschuldigt zich aan dit gedrag. Behalve Hiske. Het enige integere en intelligente mens in Utopia. Een menselijk mens ook.

Hiske kan met iedereen overweg. Ze laat zich door niemand intimideren. Ze ziet dingen helder en scherp. Ze heeft een warm hart in haar donder. Ze roddelt niet, spreekt hooguit haar bezorgdheid uit. Ze helpt anderen bij voortduring uit de brand, maar hoeft niet op de voorgrond. En ga zo maar door. De integere Hiske is een klasse apart.

En daarom vind ik dat deze vrouw moet winnen. Het is sowieso een raar concept, dat winnen van dit programma. Elkaar de tent uitvechten en een ideale samenleving opbouwen zijn nu niet bepaald kanten van dezelfde medaille.

Utopia 1 is ook al gewonnen door een rasnarcist. Ik heb toen niet gekeken, op een paar uitzendingen na. Net toen die winnaar enorm de idioot liep uit te hangen. Zuigen en zeiken dus. Gaslighten ook. Laten we niet weer zo’n lul de behanger laten winnen.

Maar helaas. Mensen houden van narcisten, Onze ideale maatschappij is narcistisch van structuur. Met bij voorkeur een psychopaat aan het roer. Kijk maar naar de Verenigde Staten. Een egocentrische gek aan het hoofd en niemand die het stoort.

Heks zit wel vaak te lachen hoor, tijdens het afspelen van het programma. Bijvoorbeeld als Merel recht in het gezicht van haar geliefde liegt over het feit, dat ze hem een lelijke sloeber heeft genoemd, toen het uit was. ‘Dat ontzettende lekkere stuk, die zoon van Lexy, is echt mijn type. Jessie niet, hij ziet er niet uit, die loopt erbij als een zwerver…..’  heeft iedereen haar horen zeggen op nationale televisie. Maar de dame ontkent dit in alle toonaarden…..

Een kwartier later is ze hevig verontwaardigd, omdat iemand heeft geroepen haar te willen wurgen en het vervolgens ontkent. ‘Ze liegt recht in mijn gezicht,’ schreeuwt ze verontwaardigd, al lobbyend bij de rest van de bewoners.

De afleidingsmanoeuvre werkt. Niemand heeft het meer over het feit, dat ze haar geliefde enorm heeft zitten afkraken ten aanschouwen van iedereen. En het vervolgens ontkent.

Heks hikt ook van de lach als Slissie uitroept: ‘Waarom liegen mensjejen? Ik begrijp daar nietsjsj fan…..’ terwijl hij zelf allerlei stiekeme flirtpartijtjes met Shelley heeft.

‘Vind je haar leuk?’ vraagt de slimme Hiske hem daarom. ‘Af en toe vind ik Sjshelley wel leuk,’ antwoord de lelijke valse Jessie met een pieperig stemmetje. Shelley is ver buiten zijn lead. ‘Heb je aantrekkingskracht?’ informeert de gisse Hiske verder.

‘Eh, Aantrekkingsjskracht, Eh…….,’ de sukkel proeft het woord alsof hij het voor het eerst hoort, ‘We gaan de laatsjste tijd beter met elkaar,’ zegt hij zacht met een heel lief engelengezichtje.  Dit alles heel liefjes uitgesproken.

Let wel: We GAAN de laatste tijd beter met elkaar. Heks hoort het de stumper verschillende malen zeggen tijdens zijn crisis met Merel. Hij heeft zijn dwalende eksteroog op Shelley laten vallen en verkent de mogelijkheden: In zijn optiek is er al iets gaande……

‘Dus dat is niet je geheim, Jessie,’ zegt Hiske. Shelley is overigens bij dit gehele gesprek aanwezig. ‘Nee,…..neee, neee…. ,’ teemt Jessie, ‘eh, of wel…..’ Geheimzinnig listig lachje volgt. ‘Dat sjou sjomaar wel kunnen……’

Ja, wat moet je daar nu mee? De naarling zit het meisje enorm te gaslighten. Shelley reageert laconiek ‘ Ik ga er niks mee doen. Het is vanuit Jessie gekomen, dat hij dat geheim heeft …..

Een ander voorbeeld van het idiote gedrag van Jessie ten opzichte van Shelley ten tijde van zijn crisis met Merel:

‘Jij moet toch echt iets met je haar doen, Jess,’ zegt Shelley. Ze is Gerrit aan het knippen. ‘Nee, ik denk dat JIJ ietsjs met mijn haar moet doen!!!!’ schreeuwt Jessie agressief terug terwijl hij priemend met zijn wijsvinger bijna in Shelleys borst prikt.

Het is nog net geen ongewenste intimiteit, maar hij staat wel onbeschoft in haar persoonlijke cirkel te oreren.

Gerrit kijkt verstoord op en geeft tegelijkertijd een pakje onderhands aan Jessie. Het lijkt wel een uitwisseling van drugs pal onder de neus van een nietsvermoedende huisgenoot.

 

‘Maar,’ stottert Shelley een beetje overdonderd door de heftigheid van Slissies’ geprik en geschreeuw, ’Met toestemming, niet dat ik effe zo….’  Ze zwaait met haar tondeuse alsof ze hem kaal scheert…….

‘Doe maar,’ zegt Jessie en buigt het hoofd in overgave voorover. ‘Wat hoor ik? Toestemming? Goed!’ geint Gerrit, die een kale Jessie voor zich ziet.

 

‘Dat betekent niet dat je het maar bij elkaar moet gaan doen…’ antwoordt Jessie onnavolgbaar. Zowel Shelly als Gerrit zijn perplex.

‘Bij elkaar?’ Gerrit kijkt verbijsterd. ‘Met elkaar,’ zegt Jessie stellig, ‘ Als je……’ zijn stem sterft suggestief weg.

‘Waar gaat dit heen?’ vraagt Shelley op vlakke toon.

Het is doodstil opeens.

Jessie loopt weg als Gerrit hem vraagt ’Shelley en jij bedoel je?’ ‘Nee hoor, Gert,’ en een stuk verderop buiten hun gehoor, louter voor ons, de kijkers thuis… ’Nee hoor Gert…’ een diepe zucht. Onbegrepen Jessie….

Vervolgens komt Jessie Shelley in de badruimte tegen. Het is intussen alweer aan met de domme Merel. Die hij eigenlijk te dik vindt. Hij heeft zeker al een tijdje niet naar beneden gekeken, want zijn minuscule gereedschapje hangt tegenwoordig ook onder een flink afdak. Weer begint hij te zuigen over een eventuele relatie tussen hen. Het feit, dat ze hem opnieuw afwijst valt niet goed.

‘Maar maakt het dan helemaal geen indruk als ik sjeg, dat ik met je wil trouwen en kinderen met je wil krijgen?’ lispelt de griezel, terwijl hij zonder kleren een halve meter bij zijn onbereikbare liefde vandaan staat te rukken. Of douchen, dat kunnen we natuurlijk niet zien.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Shelley kamt haar haar voor de wastafel. Ze zegt helemaal niks meer. Ja, wat moet je zeggen op dit soort gegaslight? Intussen is Gerrit binnen gekomen. De ex van Shelley. Jessie heeft niks door, hij lanceert net die zin over trouwen en kinderen krijgen…..

 

Gerrit is verbijsterd. Zegt echter niets.

Als iedereen weer weg is uit het badhok, komt Jessie de douche uit, loopt naar buiten, naar zijn vriendin Merel en kust haar….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ook informeert dit nare mannetje op zeker moment bij zijn boezemvriend in het kwaad, Gerrit, of hij met diens ex Shelley mag gaan. Hij vraagt als het ware toestemming…..

Dus Heks lacht zich dan ook dood om zijn gejammer, dat mensen niet eerlijk zijn. Hilarisch echt. Wat een kwibus.

Dan is er nog de film van Shelley, waar Slissie geen rol in krijgt. Hij kan het niet uitstaan. Vanuit zijn machtspositie gaat hij haar nu echt dwars zitten. Eindeloos zit hij aan haar kop te zeiken. Ik zou de idioot ook niet in mijn film laten spelen. Je wilt toch geen slissende zeikerd van een gangster. Het is tot daar aan toe dat hij probeert te rappen, maar er zijn grenzen.

Als Slis zijn zin niet krijgt weigert hij zijn bescheiden figurantenrolletje te spelen. Op het laatste moment. Louter  om haar een hak te zetten. De dame laat zich niet kennen en huurt pardoes de zoon van Lexy in, het lekkere stuk, waar Slissie niet aan kan tippen.

Slissie is dus op Shelleyjacht. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Dagelijks probeert hij haar in een kwaad daglicht te stellen, maar eigenlijk wil hij haar hebben. Voor een narcist, die slist is er geen lekkerder hapje, dan een dame, die tegenstand biedt……

Mensen, laat die afschuwelijke Slissie, Holle Bolle Gerrit en Merel Utopia niet winnen. Gooi ook de geslepen Jens en knorrige Adriaan ter zijde. Kies ook niet voor 1 van die dames met gebrek aan zelfrespect. Of de sociaal gemankeerde types. Kies die leuke roodharige vrouw, Hiske. De enige echte schat in dat hopeloze oord. Een meid met hersens. En een hart!

 

 

 

 

‘Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil,’ zei mijn grootvader altijd. Tja. Gelukkig zijn wij dames tegenwoordig beter gebekt. Spontane mutaties zijn zelfs aan de orde van de dag. Zo ontwikkelt Heks zich rap tot botte Haaibaai: ‘Beter 10 haaientanden in je mond, dan eentje in je kont.’

De laatste week houd ik mijn mond. Zoveel mogelijk. Het heeft een oorzaak, dit gezwijg. Deze dagenlange oefening in Noble Silence. Een fysieke oorzaak.

Een paar weken geleden gaat Heks onder het mes bij een parodontoloog. Met veel enthousiasme snijdt de man in tandvlees en bot. Verwijdert lagen sponzig bindweefsel in boven en onderkaak. Naait de boel weer aan elkaar met een stevige hechtdraad. Fröbelt  een waar kunstwerkje achter in mijn heksenmond…..

Ruim een uur is hij aan het knutselen.

‘Zo, wat ben ik tevreden over de ingreep, mevrouw Toverheks. Zo blij, dat er niet allemaal pus in die kraters van je getrokken verstandskiezen zat. Alleen maar bindweefsel. Ik heb het zo mooi weg kunnen snijden. Dit gaat echt veel verschil maken voor de algehele toestand van je mond…..’

Met een verdoofd hoofd, een brief met post operatieve instructies en een fles giftige mondspoeling sta ik even later weer buiten. Daas klim ik op mijn fiets en peddel naar huis. Eerst maar even de hond uitlaten. Voordat de verdoving is uitgewerkt.

Heks is toch een gek gebakkie. Hoe haal ik het in mijn hoofd om na zo’n pijnlijke ingreep gewoon op de fiets te stappen? En nog eventjes een flinke ronde met mijn hond om te gaan? Leer ik het dan nooit? Waarom heb ik mijn omgeving niet ingelicht en om hulp gevraagd? Ik zal je vertellen waarom. Omdat ik dan wel aan de gang kan blijven.

Mijn motto is nog steeds: Wat je zelf kunt doen moet je niet laten, Heks.

‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ vroeg een gezondheidspsycholoog me ooit bij de eerste kennismaking. Het was in feite de eerste zin, die de man richting Heks produceerde. ‘Vraagt u dat ook aan een kankerpatiënt?’ pareerde ik zijn vraag. De man stond met zijn mond vol tanden.

Ik was bij die kwibus terecht gekomen, omdat ik na een forse operatieve ingreep ver beneden zeeniveau was gezakt. Als landwezen. Geen leven dus. Overleven.

Wat doe ik allemaal om mijn klachten in stand te houden? Ja, goeie vraag. Dit dus. Opstaan, eten, hond uitlaten, slapeloos slapen. Hiermee houd ik met gemak al mijn klachten in stand. Appeltje eitje voor de gemiddelde ME-patiënt.

En alhoewel ik ruim dertig ben weggezet als ouwe zeur, ben ik in feite een bikkeltje. Niemand die het ziet. Wat men meent waar te nemen is een aansteller. Iemand, die ziektewinst probeert op te strijken. Ook zo’n rare redenatie.

‘Een collega van me heeft ME gekregen en dat is helemaal geen zeikerd, ik zie nu wel in dat het toch een echte ziekte is….’ kreeg ik ooit van een bevriende arts naar mijn kop. Nadat ik al twintig jaar ziek was. Lekkere opmerking.

Na flink te zijn uitgelachen door een reumatoloog een kleine maand terug waren de rapen goed gaar bij Heks. Verbolgen stuur ik een klacht naar het betreffende ziekenhuis.

Ik wens niet te worden uitgelachen, omdat ik wanhopig op zoek ben naar een arts, die nu eindelijk eens iets voor met gaat doen. En al helemaal wil ik niet horen, dat mijn lichaam toch zo zijn best doet voor me. Teveel zijn best doet. Zeg dan gewoon niks.

Na een week ligt er een excuusbrief in mijn mailbox. Hoogstpersoonlijk geschreven door de betreffende reumatoloog. Hoezeer ze het betreurde en dergelijke. Vooruit maar. Ik ben er toch blij mee.

Aan het begin van de week peutert de parodontoloog de hechtingen uit mijn tandvlees. Mijn tong en verhemelte zijn helemaal rauw van al die loshangende ellenlange draden in mijn mond. Ik kan al dagen nauwelijks praten of eten.

Dik twee weken ellende al, deze ingreep. Halverwege die periode wil  ik mijn hoofd er af zagen. Wegens ondraaglijke pijn. Natuurlijk bereikt de crisis precies op een zaterdagavond het hoogtepunt. Of dieptepunt…….. Ik geraak bijna op het punt om die parodontoloog uit zijn bed te bellen midden in de nacht…..

Gelukkig is de pijn de dag er op een beetje gezakt….. Het scheelt enorm als ik grotendeels in bed blijf ontdek ik.

‘U hebt hoogstwaarschijnlijk een bloedprop in de wond gekregen. Of een bloeduitstorting. Maar het ziet er nu schitterend uit, ik ben dik tevreden…’

Dinsdag zit ik bij mijn huisarts. Mijn handen zijn ontstoken, allemaal kleine zeer pijnlijke brandwondjes. Vervolgens opstaan blaren. Die steeds groter worden…… ‘Nee, het is niet die processierups, Heks, het is iets bacterieels, ik zal je een antibioticazalfje voorschrijven….’

Als vervolgens de aanvraag voor de scootmobiel ter sprake komt, oppert de goede man om zijwieltjes aan mijn fiets te zetten. Snel praat ik hem dat uit zijn hoofd. De halve wereld rijdt op zo’n scootmobiel. En ik moet het maar weer uitzoeken? ‘Begin alsjeblieft niet over zijwielen tegen die WMO-mensen. Je ziet aan mij niets, dokter, maar zo’n mobiel zou wel eens mijn actieradius enorm kunnen vergroten op slechte dagen….’

Die verrekte hopeloze dagen dat het fietsen niet lukt. Die dagen, waarop ik zelfs om de haverklap van mijn fiets flikker of met fiets en al omval…………. Die dagen, dat het laatste rondje hier door de wijk me compleet opbreekt. De avonden, dat ik eindeloos tegen dat laatste uitlaatrondje aan hik…. De keren, dat ik strompelend rond hompel.

Je moet uit gaan van je slechtste moment heb ik geleerd. Door schade en schande.

Vandaag ontmoet ik iemand met deze elektrische step, misschien is dit wel iets voor Heks……

Ik zie me al met bovenmenselijk inspanning die loodzware elektrische fietsen met zijwieltjes de berging in en uittillen. Zonder wieltjes lukt me regelmatig al nauwelijks. Doorgaans gaat dit klusje dan ook gepaard met veel gescheld en gevloek.

Donderdag zit ik weer bij de parodontoloog. Wegens vergaande pijnklachten. ‘Er steekt echt nog iets in mijn mond, ik denk een vergeten hechting…..’ murmel ik benepen. ‘Krijg nou wat, het is een stukje bot, dat door je tandvlees heen je mond is ingegroeid. Heel uitzonderlijk, nog nooit zoiets gezien…’

De man maakt snel een foto voor zijn archief. Een klein haaientandje van bot steekt regelrecht mijn mond in. Prikt in mijn tong. Belet me al weken vrijuit te spreken. Staat aan de wieg van mijn huidig chagrijn……

Vervolgens zaagt hij de punt van de haaientand af. Een hele verhandeling over epitheelweefsel en botweefsel volgt. Groot kans, dat het tandvlees zich over het stukje bot heen gaat vlijen is het idee. ‘Bot groeit veel trager dan epitheel. Best vreemd dus, dat het zo snel je mond in is gegroeid. Heel apart…’

‘Alle wondjes op mijn lichaam raken afgelopen week ontstoken, mijn lichaam reageert altijd heel heftig en raar op dit soort dingen. Na de eerste behandeling hier kreeg ik een waanzinnig abces elders in mijn lijf….’ zeg ik bezorgd. Ik wil niet nog meer ellende.

Met een fles giftige mondspoeling sta ik even later weer buiten. Voorlopig nog maar eventjes goed schoonhouden, die wond. Waarschijnlijke een piepklein gaatje, maar het voelt als een enorme krater met in het midden een stuk blootliggend bot.

Zo dan. Met een rauwe bek vol pijnlijk tandvlees, nog een ingreep voor de boeg, ontstoken handen, geen melktanden maar watertanden……

Komend weekend heb ik een date. Met een leuke kerel met een hond. Kijk, dat is het voordeel van onzichtbaar ziek zijn. Geen mens die het in de gaten heeft. Ook zo’n date niet……

I have arrived, I am home! Maar here and now zit ik gelijk met gebakken peren, die me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Traditioneel krijg je een flinke crisis als je hier een tijdje bent. Dat is algemeen bekend. Heks zit er direct middenin. Ik heb mijn dieptepunt alweer achter de rug. Ik kan dan ook eigenlijk best weer naar huis terug!


Na twee dagen sturen met mijn Tens-apparaat op de hoogste stand in een bloedheet wagentje ben ik helemaal dol in mijn bol. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, bezoekjes aan de fysiotherapeut, cortisonen-injecties en pijnstillers is mijn lijf een slagveld aan kwalen. Maar uiteindelijk ben ik er dan toch echt. Ik rijd het parkeerterrein op. I have arrived!
Maar o jeetje, wat een tegenvaller! Ik raak direct slaags met de dames op het kantoor. En ook bij de medewerksters van de registratie kom ik geen stap verder. En ik moet verder! Ik moet als den donder mijn tent opzetten, voordat ik verander in een weke doch pijnlijke kwarktaart…..

‘U hebt zich niet opgegeven,’ krijg ik beschuldigend naar mijn dodelijk vermoeide hoofd. Alsof het een doodzonde is! Voor mensen met een tent is altijd plek! Dat weet iedereen! Ook mijn pogingen om dan in elk geval een kampeerplekje te bemachtigen, waar ik met mijn auto kan komen worden genadeloos afgestraft. Ik moet warempel met een kruiwagen twee kilometer over bobbelig terrein gaan lopen sleuren met mijn teringbende. ‘Je vraagt maar of iemand je wil helpen,’ bitst de betreffende non.

Nou ja zeg. Ze kent me! Een jaar of wat geleden zat ze bij me in de familie. Ik heb een hele middag Boeddhistische geëngageerde kunst met haar gemaakt indertijd. Het was zo’n schatje! Ik weet dat westerlingen er allemaal hetzelfde uitzien voor Vietnamezen, maar dit gaat wel erg ver!


Ik word van het kastje naar de muur gestuurd en weer terug. Ik moet me eerst inschrijven. Nee, ik moet toch eerst naar het kantoor. ‘Ga naar de registratiehal,’ bitsen ze daar. Om vandaaruit opnieuw naar het kantoor te worden gestuurd. Dit gaat zeker een uur zo door.

Intussen komt er stoom uit mijn oren. Ik ben zo wanhopig, dat ik op het punt sta om in mijn auto te stappen en gewoon weer naar huis te rijden. Steek die retraite maar in je dinges. Ik ben er klaar mee!

Een vrijwilligster bij de registratie gaat diep naar me luisteren. Helemaal volgens de regels der kunst. Ze kijkt me oprecht meedogend aan, terwijl ik mijn ellende eruit braak. ‘Drie en een halve maand ben ik bezig geweest om in die auto te komen. Elke dag iets gedaan. Gekkenwerk natuurlijk. Bladiebla, pech onderweg….’ bries ik verontwaardigd.

‘Je ziet niets aan me, maar ik ben zwaar gehandicapt,’ roep ik verhit. Ik zie eruit of ik een paard kan doodslaan intussen. Niet bepaald gehandicapt. De vrouw kijkt meewarig. Ze bedoeld het ongetwijfeld goed, maar het werkt evenzogoed averechts op mijn verhitte zenuwen. Toch ben ik enigszins bedaard, als ze me onverrichterzake naar het kantoor terugstuurt.

Ik ga nog 1 poging doen en anders is het einde verhaal. Ik ga onder geen beding met kruiwagens vol bagage over een heuvel vol pruimenbomen sjokken teneinde mijn tent pal in de volle zon te zetten. Ik moet een schaduwrijk plekje hebben dicht bij de meditatiehal en het sanitair. En ik weet precies zo’n plekje. En daar staat nog niemand!

‘Dat gedeelte is voor de staf,’ zegt iemand streng. ‘Het ligt helemaal aan de buitenrand,’ pareer ik. ‘Maar het is daar wel noble silence,’ krijg ik als weerwoord. ‘Dat vind ik juist lekker,’ probeer ik weer.

Als ik uiteindelijk mijn spullen naar de betreffende plek wil brengen is de boel afgezet. Er mogen geen auto’s rijden op het pad. Ze verzinnen hier ook altijd weer wat. Nee, ik moet dus toch met kruiwagens aan de slag. Als ik me opnieuw op het kantoor meldt trekt  de non, die me dwarszit een strenge streep door haar gezicht. “NEE.’ Geen praten aan.


‘Ik ga naar huis,’ besluit ik ter plekke. Zijn ze nu helemaal gek geworden hier?

Dan staat een kleine Française op vanachter haar computer. Een vrijwilligster hier uit de regio. Een vrouw met flair. Een actrice hoor ik later….. Ze heeft het hele verhaal meegekregen. ‘Kom,’ wenkt ze. Om vervolgens alle regels met voeten te treden vanuit een soort natuurlijk gezag. Eindelijk iemand, die zich mijn probleem aantrekt. Ze haalt de wegversperring weg en laat me met auto en al naar achter rijden.

Daar gooi ik voor haar verbijsterde ogen al mijn bagage met een grote zwaai uit mijn karretje. Als een gigantische woeste amazone. Binnen vijf minuten ligt er een geweldige berg troep op de bosgrond. Verwilderd sta ik ertussen te wankelen.

Een paar uur later is het leed geleden. Mijn tent staat. Met veldbed en al. Ik heb iets eetbaars binnen gekregen. Een flinke wasbeurt onder de invalidendouche heeft ook wonderen gedaan. Een goeie hap pijnstillers erin en ik kan naar bed.

Mijn vriendin de Nederlandse non heeft intussen ook al gehoord dat ik ben gearriveerd. ‘Er staat een hele boze nederlandse vrouw in de office,’  vertellen de nonnetjes haar, ‘Ze heeft een heeeeeeeeeeeeeeeeeeel kort rokje aan!’  (Tot aan mijn knieën). ‘Dat draag je toch zeker niet op een retraite! En een grote hoed op haar hoofd.’


‘Is ze heel erg lang?’ vraag mijn vriendin verheugd. Ook voor haar is het een verrassing, dat ik hier weer opduik. En als het antwoord bevestigend is: ‘Stop haar maar in mijn familie!’

‘Haha, Heks. Wat een verhaal over je spijkerjurk. Mensen lopen hier echt gewoon in korte broek enzo. Zolang je het maar niet in de meditatiehal doet. Ik heb het voor je opgenomen, hoor. Dat is Heks, die ken je toch wel, heb ik gezegd. Ze loopt altijd in van die hele lange gewaden. Waar hebben jullie het over? Ze heeft twee dagen in een bloedhete auto gezeten. Vandaar dat jurkje.’

‘En er is vast een reden, waarom ze zich niet heeft aangemeld. Dat doet ze sowieso alttijd pas op het laatste moment, omdat het altijd onzeker is of het haar wel lukt om hier te komen.’ En dat is inderdaad zo. Ik ben het thuis in alle hectiek stomweg vergeten. En het hotel onderweg had geen WIFI.

’s Avonds lig ik tevreden in mijn tent. Het leed is geleden. Ik heb het overleefd. Ik heb het bijgelegd met de nonnen in de office. Stil lig ik te luisteren of ik mijn vriend Uil soms hoor. Ik ben volledig in mijn hart merk ik. ‘Deze plek is een groot hart,’ doezel ik verder. Met af en toe een dwarse non. Nou ja, je ziet ook niks aan Heks. Dat blijft me opbreken bij tijd en wijle.

Maar het is ook fijn. Als mensen je de godganse dag met een deerniswekkend gezicht bij voorbaat lopen te helpen is ook niet alles. Vraag maar aan mijn vriendin Kras. Zo is het altijd wat.


 

De aartsengelen Michaël, Gabriël, Rafaël, Uriël en Metatron zijn gearriveerd in Huize Heks. Midden in de nacht houden ze me gezelschap, als mijn lichaam weer eens van een mug een olifant maakt…..

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Donderdagavond ruim ik het huis voor het oog van het Neerlands Volk op. Ik krijg vijf engelen te logeren en ik wil ze een beetje goed welkom heten. Naar verluid zijn de engelen heel blij en dankbaar, dat er mensen zijn, die mee willen werken aan dit project.

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Ik zie het anders. Ik ben dankbaar, dat ze zich zo inzetten voor Moedertje Aarde. Het moet niet meevallen om her en der in onze gebroken levens neer te strijken. Vooral niet als je zelf zo volmaakt bent. Ja, krankjorum natuurlijk, die visie. Ik moet ze maar op hun woord geloven. Ze zijn blij om te komen…..

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Heks schikt witte violieren in een vaas. Van m’n laatste euro’s gekocht. Crisis…. De goedkoopste bloemen, die er te krijgen zijn, maar ook zeer geliefd bij mij. Zo intens wit. Zo’n sterke zoete geur. Zo vol van herinneringen aan de tijd, dat ikzelf mijn vleugels uitsloeg. Eindexamenfeesten. Het einde van mijn adolescentie.

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Ik maak een mooie brief voor de Aartsengelen. In ruil voor de gastvrijheid mag je drie wensen doen. De eerste is voor Moeder Aarde, de tweede voor je familie en tot slot mag je ook iets vragen voor jezelf. Ik maak een mooi altaar in de woonkamer met kristallen en fruit. En een kaars met de afbeelding van paus Giovanni XXIII.

‘Sorry jongens, maar deze kan ik dag en nacht laten branden. Het was een hele lieve paus, naar het schijnt. Hij is heilig verklaard…’  Tot slot zet ik genoeg stoelen klaar, want een engel wil ook wel eens eventjes uitrusten….. 🙂

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Dan is het wachten totdat het half elf is. Ferguut zit bij de voordeur. Hij wil naar buiten. Mijn huis is rustig en het ruikt heerlijk naar bloemen en wierook. Maar ik ben rommelig en moe. Ik hoop, dat , ja wat? Dat het een beetje meevalt allemaal.

En hoe was het? Zag ik grote gevleugelde mannen mijn huis in vliegen?

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Er is zeker iets gaande in Huize Heks. Het is alsof ik word geobserveerd door een team Hemelse Supernanny’s. Zonder oordeel zien ze de zwakke schakels in mijn bestaan. Het lijkt of mijn huis en lijf worden gescand op stagnerende energie. En daar is nogal wat van te vinden in mijn heksenbiotoop. Ik hoef niets te doen, behalve toelaten, dat mijn bedrading wordt bijgesteld. Hoor ik in mijn geestesoor.

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  7270Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Later op de avond ga ik met Michaël, Ferguut en Ysbrandt een blokje om. De zwarte panter raakt enigszins door het dolle van dit vrolijke gezelschap en wil de hele weg knuffelen!

Ik slaap als een roos. Slechts onderbroken door een muggenbeet. (Mijn lichaam reageert daar allergisch op. Ik krijg hevige brandende pijn, alsof er levensgevaarlijk gemeen bijtend gif in mijn lijf is gespoten.) Ik zit een tijdje in de keuken, totdat het gif is uitgewerkt. ‘Ja, engelen’, grapt Heks tegen haar logés, ‘Mijn lichaam maakt werkelijk van een mug een olifant….!!!’

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Het is dus eigenlijk wel gezellig, zo midden in de nacht met een engelengang in je keuken klessebessen. Mijn angst niet goed genoeg te zijn voor dit hoge bezoek was ongegrond. Het is het oude liedje van Zelfafwijzing. De Grote Ziekte van de gehele mensheid. Zelfs als je erop bedacht bent, kan het je nog in de kladden grijpen.

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

 

Vandaag zoek ik een beetje op internet naar informatie over Aartsengelen. De aantallen variëren nogal. Sommige bronnen hebben het over zeven, anderen over negen en weer andere over veertien verschillende engelen.

Over het algemeen zijn ze mannelijk, maar ik vind ook wat incidentele vrouwelijke varianten. Ook worden ze gezien als zowel mannelijk als vrouwelijk. Dan wordt het geslacht bepaald door de waarnemer. Dat verklaart dan mooi het hoge aantal mannelijke engelen. Onze door het patriarchaat bepaalde blik maakt gemakkelijk die keuze…..

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

 

Hoe dan ook, ik vind het best. Ik heb het prima naar mijn zin met de gevederde heren. Wat een geluk, dat ze mijn heksenhuisje met een bezoek vereren. Hoe het ook zit en wat het ook is. Wat weten wij mensen daar nu van? Een tipje van de sluier, hier en daar. Verhalen in oude apocriefe boeken. Heksenkletspraatjes. Toverkol uit haar bol……

Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,  Aartsengelen, erngelen, gevleugelde vrienden,

Cowboy en Heks vieren jubileum op bijzondere wijze, zonder dat ze het in de gaten hebben!

COWBOYS

Donderdagavond neemt die heks een trein naar Amsterdam. Ze gaat serieus met Cowboy praten. Kleine crisis. We lopen op schema. Het hoort erbij. Volgens mijn fysiotherapeut heb je de eerste bonje na twee maanden. Dat klopt! Dat was in Brussel. Dan komt zes maanden en mocht je dat overleven, dan is de volgende na anderhalf jaar.

COWBOYS, WILDE WESTEN, COWBOYS, WILDE WESTEN,

Als ik bij mijn schatje arriveer is hij druk aan het koken. Ik krijg een drankje voor mijn neus. Een heerlijke maaltijd volgt. We praten en praten. Maar eigenlijk is het me na zijn antwoord op mijn eerste vraag wel duidelijk: We komen er doorheen! Statistisch gezien zijn we het komende jaar veilig….

COWBOYS, WILDE WESTEN, COWBOYHOEDHEKSENSCHOENEN, HEKSEN

Nadat alle spijkers met koppen zijn geslagen knuffelen we nog een hele tijd. ‘Ik breng je even naar de trein’, murmelt mijn lief romantisch in zijn baard. Samen fietsen we naar het station. Nog meer gezoen en klef gedoe. Heerlijk. Uiteindelijk zit ik dan toch in de trein naar huis. Met een enorme bos bloemen, gekregen van mijn geliefde. Hij heeft me vanavond enorm in de watten gelegd.

COWBOYS, WILDE WESTEN, VROUW EN MANCOWBOYS, WILDE WESTEN,

Drie keurige dronken zakenmannen willen me helpen met het opvouwen van mijn fiets. Twee geven voornamelijk commentaar. De derde wordt er tussen genomen door zijn kompanen en komt niet veel verder, dan de fiets vasthouden terwijl ik em opvouw.

Voorzichtig vissen ze naar de herkomst van de bos bloemen. ‘Je koopt ze wel ver van huis, hebben ze in Leiden geen bloemen?’ Heks begint te lachen. ‘Ik woon naast een bloemenwinkel. De mooiste van Zuid-Holland!’ Ik schenk hen een Mona-Lisa-achtige glimlach en verklap lekker niet wie ze aan me heeft gegeven…. Maar waarschijnlijk spreken mijn ogen boekdelen…..

dolfijnEN

 

De conducteur komt het balkon oplopen. Als ik hem mijn kaartje overhandig zie ik de datum. Het is vandaag precies een half jaar geleden, dat het aan ging tussen Cowboy en Heks! Op de kop af. Ik stuur hem snel een sms-je met die informatie. ‘Goeie timing’, krijg ik terug. Nou, inderdaad. Gelukkig is de volgende crisis pas over een jaar. Kunnen we ons éénjarige jubileum vieren met een feestelijk etentje zonder zware gesprekken…… 🙂

HEKSCOWBOYS, WILDE WESTEN, HEKS

Droombaan, droomvrouw, droombenen; Dromen zijn bedrog toch? Dromen als richtsnoer en houvast met dit doel; Je eigen essentie beleven……

knappe man

Mijn knappe Fysiotherapeut

Heks heeft al ruim twee jaar twee knappe heren in dienst, die wekelijks haar lijf weer in elkaar flansen. De ene plakt de boel aan elkaar met tape en masseert. De ander heeft gruwelijke doch effectieve martelmethoden om pezen en spieren uit de knoop te halen.

massage

Voor de foto, masseren

Eerstgenoemde gaat emigreren. Zo jammer! Voor ons dan. Voor hem is het leuk, want hij gaat samenwonen met de vrouw van zijn dromen! Heks heeft haar allerlaatste sessie met deze fijne fysiotherapeut….

in tapen. fysiotherapeut

De magische tape

De gouden zomer suddert voort.  Na de behandeling haal ik mijn moedertje op voor een gezamenlijk uitje. Eerst rijden we naar de duinen. Ik weet een heel fijn koel meertje, waar we het varkentje kunnen laten zwemmen. Het is niet zover lopen. Althans, onder normale omstandigheden. Met deze temperaturen valt het vies tegen. En geen zuchtje wind! Enigzins bezwaard hoor ik mijn moeder naast me puffen. Wat doe ik haar aan?

moeder

Goddank, schaduw

Eindelijk zijn we dan in dat kleine duinpanparadijs beland. Ysbrandt stort zich in het verrukkelijke zoete water. Wij strijken neer in het zand. Ik maak foto’s van ons samen. Een heleboel. En bijna allemaal heel leuk!

moeder en dochter

Zelfde bolle toet

Zoals altijd zitten we in no time enorm te lachen om van alles en nog wat. Mijn moeder blijft haar ondeugende streken houden. Ik lig dubbel om een verhaal over hoe ze haar huisarts bij de neus had. Het is me er eentje, mijn mamaatje.

moeder en dochter

Nog maar een foto

Ik bedenk een kortere weg terug, maar dan moeten we wel over een duinrug klimmen. ‘Alles liever, dan dezelfde weg terug,’ hoor ik naast me. Dus sjokken we heuveltje op, weer een stukje omlaag om dan de volgende bult te beklimmen. Goddank waait bovenop het duin wel een heerlijk zeebriesje…..

moeder en dochter

Zelfde lach

Terug in de stad strijken we neer op onze vaste stek. Een restaurantje hier om de hoek. Mijn moeder bestelt altijd hetzelfde, dus ze hoeft helemaal niets te zeggen. Voor Heks wordt een maaltijd aangepast aan haar hopeloze dieet.

Zo slaan we een aantal genoeglijke uurtjes stuk. Na het eten drink ik espresso. Niet erg slim, want nu stuiter ik ’s nachts tot drie uur door het huis. En om negen uur staat mijn onvolprezen hulp alweer op de stoep!

IMG_2373 IMG_2372 Gevolgd door Steenvruw, die spontaan op de koffie komt. Ze loopt in hot pants helemaal lekker te wezen. Dat inspireert Heks tot het dragen van een vergelijkbaar speelpakje. Ja, zo gaat dat met vriendinnen……

Arme Ysbrandt. Hij is daarna pas aan de beurt. We sukkelen naar een parkje. Er zitten een paar kerels te vissen. Als ze mijn blote benen in het vizier krijgen worden ze helemaal blij….. Droombenen…..Als enorm menselijk aas houdt die aanblik hun blik gevangen!!! Hun kleine uitwendig gedragen hersenen raken geactiveerd. Hun dobbertje zijn ze vergeten…

moeder

Ma, niet zo serieus!

Gelukkig treffen we in een volgend park Rosa, net zo’n hondje als Ysbrandt, maar stokoud. En heel lief. Haar baasje ken ik ook al jaren. ‘Hoe is het in de Keukenhof?’, vraagt Heks. Ik weet, dat hij daar als kok werkt. Het blijkt slechts een tijdelijke baan te zijn geweest.

Hij is net terug van een job als archeoloog in Afrika. De eerste/oudste mensen opgraven. Superleuk natuurlijk. ‘Lijken ze een beetje op dolfijnen?’, grap ik, want dat lees ik wel eens in mijn wonderlijke heksenboeken….. Het blijkt een aflopende business te zijn, de archeologie. En weet je waarom? Omdat er niet gebouwd wordt. Elke bouwput levert nieuw onderzoeksterrein op. …..

moeder

Hou op, Heks

De ene crisis instigneert de volgende. En ach, wie ligt er wakker van een werkloze archeoloog? Die opgravingen lopen niet weg. Die liggen er over een paar miljoen jaar ook nog wel.

Ja, zo gaat dat. Heb je een droom, die je jarenlang volgt. Je studeert je suf. Er is werk genoeg. En opeens is het uit met de pret, geen droog brood meer te verdienen met je passie. Gelukkig heeft deze man nog een talent: Koken. Uiteindelijk komt het wel weer goed met hem. Maar leuk is anders….. eten   Heks heeft haar dromen al zo vaak moeten bijstellen. Veel verlangens van het hart zijn nooit waargemaakt. Toch voel ik me heel gelukkig en compleet. Nu lig ik bijvoorbeeld in mijn hangmat te relaxen.

Pure noodzaak ook, want ik heb een avondprogramma. Ergens op mijn pad heb ik het geheim ontdekt. Een schat kostbaarder dan een dikke bankrekening. Kwetsbaarder dan waterglas. Met een receptuur simpeler dan Hollandse stamppot. Maar ja, geheim hè?  Hèhèhè.

moeder

Prachtig toch?

De dame met de hoed is de verloren dochter, het zwarte schaap zwijgt en vast. Heks ontdekt haar Boeddha-natuur…..

gekke hoed

De hoed van heks

Vanmorgen in mijn kerk, waar god ook een vrouw is, was de dienst voorbereid door kinderen. Het thema was de verloren zoon. Er werden prachtige liedjes gezongen. Er was een power point presentatie met tekeningen, foto’s,  video’s en gekke verhaaltjes. Allemaal gemaakt door de kinderen uit de kerk.

In de loop van de dienst werd er een geweldig toneelstuk opgevoerd door een aantal volwassenen. Ik nam natuurlijk een paar foto’s, stiekem, maar mijn camera stond op een heel vreemde instelling. Uiteindelijk zijn het allemaal filmpjes geworden, die niet compatible zijn voor enige bewerking. Jammer!

Zo moeten jullie dus ook de foto’s missen van de Heks verkleed als zichzelf. De vrouw met de hoed! Aan het einde van de dienst moesten de kinderen nog een paar verloren zonen en dochters zoeken onder de kerkgangers. Een soort vossenjacht. Voor de gelegenheid had ik natuurlijk een geweldige hoed opgezet. Ik werd dan ook gemakkelijk getraceerd en gaf de kinderen een stukje van een puzzel. Als ze die helemaal compleet hadden kregen ze een attentie: Een kompas!

gekke hoed

Het is design!!!! Maar ook lekker heksig!

Het is nog steeds verrukkelijk weer. Afgelopen week ben ik van lieverlee in een vastenkuurtje gerold. Het stond al even op mijn verlanglijstje. En nu is het dan zover. Uit ervaring weet ik, dat het mijn huidje zacht, mijn geest helder en mijn lichaam gezond maakt.

Gisteren bedacht ik me, dat ik ook behoefte heb aan een aantal dagen zwijgen. Dus heb ik mijn bordje ‘noble silence’ tevoorschijn gehaald. Ook dit is een traktatie aan jezelf. Het stoppen van de mentale discussie. Gewoon er zijn. Dwelling in the present moment.

Intussen maakt mijn woede van de afgelopen week langzaam plaats voor berusting. Het is zoals het is in het leven en hoe sneller je je daarmee verzoend, hoe minder lang je lijdt. Het besef, dat je een enorme schokervaring in je leven kunt gebruiken om te transformeren steekt de kop op. Ik denk aan Gurdjieff’s leer. Zoals beschreven in het boek van Ouspensky: Op zoek naar het wonderbaarlijke, Gurdjieff’s leer. Sowieso een heel intrigerend boek.

noble silence

Mijn kaartje uit Plumvillage

In het kort komt het erop neer, dat we allemaal lopen te slaapwandelen. Het grootste deel van de tijd. En we draaien in kringetjes rond. Er is een schok nodig om naar een fijner bewustzijnsniveau te zwiepen als het ware. Hij lardeert dat met een hele verhandeling over waterstofverbindingen. En andere wonderlijke invalshoeken.

Een ander gunstig aspect van een crisis is, dat je een glimp opvangt van je ware wezen. De innerlijke onaantastbare en onaangetaste waarnemer. Hier is geen lijden en geen tekort. Hier hoef je geen mooie verhalen op te hangen of je groot te houden. Woede en verdriet vinden hier verlichting. Het is een eeuwige bron van onvoorwaardelijk liefde.

Tenslotte denk ik altijd maar: God houdt van iedereen. Godin maakt geen onderscheid. Of je nu een massamoordenaar bent of een heilige: Die liefde is voor iedereen evenredig beschikbaar. Mensen, waar ik de pest aan heb, worden ook liefgehad. Als je het verhaal van de verloren zoon voor je geest haalt, is het opvallend, dat juist zo’n dwalend schaap voor zoveel vreugde zorgt bij thuiskomst….Dus dat belooft veel goeds voor dit Zwarte Heksenschaap!

Helaas zijn we vaak zelf een kaalgeslagen woestijnlandschap of dichtgevroren vijver. Of we hebben een heel klein keelgat. Als de mensheid niet grotendeels werd geregeerd door angst, stonden we er heel wat beter voor.

Laat ik dan maar een moedige poging wagen en mijn angsten onder ogen zien…. Zo erg kan het toch allemaal niet zijn?

Het is heerlijk buiten. Het strand roept! Lekker mijn hondje in zee gooien. Misschien spring ik er wel bij!

hoed, jurk en tas

Vrolijke kleuren