Belastingdienst en huursubsidie zijn bepaald geen afrodisiacum. Vijf minuten met de belastingdienst aan de telefoon en je libido is maanden naar de Filistijnen. Buur komt me helpen met administratieve kutklusjes. Heks ruimt op. Oude verhalen, oude koeien uit vieze sloten en kilo’s oud zeer? Wil iemand het hebben? Ik hoef het niet meer.

Blonde Buurman komt me helpen met de administratie. De laatste maanden zit de klad er een beetje in, want Buur is constant op vakantie. ‘Hallo vakantieganger! Je lijkt wel een rijke pensionado,’ grapt Heks als haar oude vriend de hal in stapt. Eerst met het hele gezin op safari in Afrika en vervolgens met een bro naar St Petersburg…….

Heks is ook uiterst reislustig, maar ik reis tegenwoordig voornamelijk binnenin mijn hoofd. Of hart beter gezegd. Wel zo gemakkelijk. Goddank heb ik een rijke fantasie. Alsmede een grondige training in astraal reizen.

Vandaag gaan we aan de slag met de huursubsidie, die ik niet heb. Maar wel moet terug betalen. Van de belastingtelefoon word ik niet veel wijzer. Een ongelofelijke oen heeft daar onlangs van alles zitten roepen tegen Heks, wat nergens op sloeg.

We zoeken dus alle ontvangen bedragen op en alle terugbetaalde bedragen. Want terug betalen doe ik al jaren. Er klopt helemaal niks van. Werkelijk helemaal niets.

Dit is al aan de gang sinds ik onder bewind ben geplaatst met gekregen geld en daardoor al mijn subsidies ben kwijt geraakt. Ik ben niet onder bewind gesteld door de rechter overigens. Ik heb nog nooit schulden gemaakt of iets dergelijks. Nee, door een familielid. Door iemand, die ik zou moeten kunnen vertrouwen.

Aan de figuur die namens die verwant mijn zaken jarenlang behartigt heeft heb ik in deze niets. Die bemoeit zich overal mee, maar ik heb er louter last van……. Gelukkig is daar Buur. Hij helpt me nu al tweeënhalf jaar en sindsdien krijg ik weer langzaam grip op mijn gestoorde financiën.

De paniek van twee jaar terug is verdwenen. Hij is de dikke huid tussen een kwetsbaar heksje en het brein achter jarenlange pesterijen. Ik weet intussen, dat ik niet zonder geld in de goot ga belanden, zoals me twee jaar geleden werd voorgehouden. Een jaar lang kreeg ik dit met enige regelmaat te horen. Tot ik er niet meer van kon eten en slapen.

Volslagen paniek in de tent. Lekker als je grotendeels uitgeput in bed hangt. Niet in staat tot wat dan ook. ‘Breng je dieren maar naar het asiel,’ sommeerden de pestkoppen. Officieel zijn ze aangesteld om mijn leven gemakkelijker te maken. Financieel stabieler. Om rust in de gelederen te brengen. Helaas wordt die taak geheel anders opgevat. Kort houden en klein krijgen is hun devies.

Ik ga dus niet in de goot belanden. Sterker nog: Ik kan het nu financieel goed redden. Om dit te bewerkstelligen slik ik wel elke maand een hele grote drol door. Vooruit maar. Lekker is anders.

Eerst gaan we uitgebreid lunchen, Blonde Buur en Heks. Traditioneel draai ik een subliem maaltje in elkaar. Daar draait Heks haar hand niet voor om. Waar paperassen een verlammend effect op me hebben, raak ik steevast geïnspireerd door een beetje kokkerellen. Heks roert graag in haar magische kookpot.

Ik tover een heerlijke Dahl met een prachtige salade op tafel. ‘Jeetje, wat een kleurrijk geheel, Heks. Er zitten allemaal bloemen in de sla!’ Heks glimt. Ik heb een pluktuin ontdekt vol komkommerkruid en Chinese kers………

Nu moeten we toch echt aan de slag. De doos met ordners wordt opgevist in mijn overvolle werkkamer. We bellen nog maar eens met de belastingdienst. Deze keer krijgen we iemand met een zeker verstand van zaken aan de lijn. Toch beweert ook hij, dat al die niet kloppende getallen gewoon kloppen. Het is een oude schuld. Huh?

‘Ik heb geen oude schuld bij de belastingdienst, Buur. Ik betaal al jaren jaarlijks forse bedragen terug….. Veel meer dan ik gekregen heb, zie ik nu in mijn afschrijvingen. Ik dacht eigenlijk, dat ik mijn zorgtoeslag ook terug moest betalen. Maar zelfs als je die bedragen erbij optelt kom je nog niet aan die idioot hoge bedragen. Er klopt er geen zak van. Dus waar heeft die vent het over?’

Buur beaamt dat het verhaal rammelt als de overleden compagnon van Scroogde op kerstavond. Het hebzuchtige spook met zijn ijzeren ketens. Waarbij de belastingdienst dan voor die oude dooie vrek moet doorgaan natuurlijk.

‘Ik ga dit jaar weer een kerstboom neerzetten,’ roep ik enthousiast tegen Buur, ‘Ik heb besloten om een heleboel oud zeer los te laten. Oude troep op te ruimen. Kijk maar eens rond. Je kunt opeens de hoek van de keuken weer zien. En ook de boekenkast heeft een ware metamorfose ondergaan…..’

‘Ik wil weer leuke dingen doen. Ik wil weer pret maken!’ Heks draait een pirouette door de keuken. Buur ligt in een deuk. ‘Klinkt goed, Heks,’ hikt hij, ‘Vooral die bijna verontwaardigde toon waarop je het zegt….’

Maar ik meen het echt bloedserieus. Weg met al dat oude zeer. Ik weet het nu wel een keer. Weg met boeken, verhalen, die ik niet wil lezen. Letterlijk en figuurlijk. Weg met kreupele gekregen paarden met rotte tanden in hun opengesperde bek. Of is het mond? Ze hebben ook een hoofd en benen. Vandaar.

Het valt mezelf op, dat ik enorm loop op te ruimen in mijn huis. Het valt me op, dat ik vaak luid zit te zingen op de fiets. Zelfs na mijn val van de fiets en dagenlange buikpijngriep de afgelopen week kan ik toch al snel weer lachen. Er is iets heel vitaals vanbinnen aangeraakt met die familieopstelling op de Heksenschool.

‘Ik heb jarenlang geparkeerd gestaan,’ beweer ik tegen Buur, een gouden uitdrukking uit de wielersport, die de lading aardig dekt, ‘Maar nu is de boel weer een beetje in beweging. Het gaat mondjesmaat, maar dat is net mooi voor zo’n energiebeperkt typje als ik. Maar ik ga weer genieten, let maar op.’

Ja. Ik wil gewoon weer een beetje lekker lol maken. Pret. En misschien eens met een lekkere vent naar bed.

Die jarenlange slutshaming die ik over me heen heb gekregen nadat ik te pakken ben genomen door een griezel van een twintiger op mijn veertigste, die meende GHB of Rohypnol in mijn drankje te moeten gooien om te kunnen scoren, ik was dan ook buiten westen op het moment dat hij toesloeg, ik heb dus inderdaad geen nee gezegd zoals meneer tegen de politie heeft beweerd, ik zei zei sowieso niet zoveel, want mijn kaak lag uit de kom door een val diezelfde avond, waarschijnlijk geïnitieerd door de drugs in mijn drankje, ga ik ook maar eens achter me laten….

Geknakte bloem richt zich op. Haar mooie knop weer op haar kop. Jarenlang tegenwind en strop. Zit er op. Zit er op. Weer een wijsje in wijs kopje, in haar mond een schuine mop!

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Überbitch of Powervrouw, overheerst of houdt van jou. Geef zo’n bitch een stalen klit en kijk: Orthopedische Tarzan rijgt haar aan zijn lid. Of valt ze trillend uit elkaar? De Überbitch? Je zegt het maar…….

Ten eerste. Ik ben mijn vakantie bijna vergeten. Is het slechts twee weken geleden, dat ik moeizaam door mijn tent kroop? Vandaag bij de orthopedische fysiotherapeut weer uit de knoop gehaald middels extreme martelmethodes. Krijsend laat ik het me welgevallen. Tussen de martelingen door voeren we een gewoon gesprek.

Nou ja, gewoon…..

Als zijn trilapparaat, een soort gigantische Tarzan, uit de kast komt zijn de rapen gaar. ‘Ik heb iemand naar je toe gestuurd vanwege je apparaat. Het werkt echt heel goed tegen die door artrose veroorzaakte ontstekingen in mijn handen. Daar heeft zij ook last van……. Echt lekker is dat getril niet, hoor.’

‘Ja, als je em wat zachter zou kunnen zetten, zou je dat ding misschien ook voor andere dingen kunnen gebruiken,’ grapt mijn fysio. ‘Of als je een stalen klit hebt,’ geef ik lik op stuk. Mijn behandelaar hikt van de lach. ‘Nee, zo’n stalen klit trilt ie binnen de kortste keren los, als ie er al niet doorheen schuurt…..’

 

Heks krijgt visioenen van in de rondte vliegende clitorissen. Vrijgevochten klitjes die bij elkaar gaan klitten. Een geheel eigen leven gaan leiden. ‘Misschien is het iets voor die besnijdenisvrouwen. Die gebruiken zeer primitieve gereedschappen en attributen en het doet verdomd veel pijn. Zo hebben hun slachtoffers nog een beetje plezier…’ maak ik een hele foute grap.

Want aan besnijdenisvrouwen heb ik een broertje dood. Dames, die hun eigen zusters te lijf gaan om maar niet van de traditie af te wijken. Ik weet dat dit nogal kort door de bocht is geredeneerd. Toch zou er zonder dit korps vrouwelijke beroepsbesnijders geen vrouwenbesnijdenis meer bestaan. De gemiddelde man waagt zich er niet aan.

Twee weken geleden kroop ik nog door mijn tent. ’s Avonds ging ik regelmatig in het restaurant eten. De eerste paar keer alleen. Kan ik prima tegen, behalve als er een dikke Caneira (Leids voor stom wijf met een hele stoot kinderen) recht in mijn gezicht over me zit te roddelen met haar vriendin.

Het serpent, waar ik vanaf dag 1 steeds tegenaan loop, zit recht in mijn vizier openlijk naar me te wijzen. Oh, wat is ze toch lelijk. Vooral haar karakter. Haar nietszeggende blonde bolle toet biedt weinig houvast. Ik ben telkens verbaasd, dat ik haar weer herken. En oh, wat is het toch een vreselijke sergeant majoor, zoals ze haar handlanger van een vriendin weer zit te koeioneren.

Na een paar dagen schuif ik aan bij een vrouw, waarmee  ik een dagje heb gefotografeerd. Een kleine frêle dame met een hart van goud. Ze eet samen met een paar campingvriendinnen.

‘We hebben wel allemaal kinderen en die maken herrie, hoor,’ waarschuwt ze me van te voren. Heks houdt van kinderen. Ik zie maar zo weinig kids in mijn beperkte leventje. Ik ben blij dat ik er een paartje echt meemaak deze vakantie.

Haar tafelgenoten zijn een leuke schooljuf uit Den Haag met de leukste kleuter van het hele terrein en een grote wilde blondine, moeder van een schattig klein meisje en een roodharige tweeling. Heks wordt warm onthaald.

De laatste avond dans ik met de blondine, die een beetje dronken is. Heks, de alcoholist,  heeft ook een paar wijntjes in haar klep, anders is dansen geen optie. ‘Jij begrijpt me, powervrouw, ik zag direct dat jij een sterk wijf bent. Geen bitch hoor, zoals jij jezelf noemt. Een powervrouw!’

‘Zodra je het terrein op kwam zag ik het. Met haar wil ik praten, dacht ik bij mezelf. Al die andere dames interesseren me geen snars. Maar jij wel, powervrouw!’

Heks wordt dan wel naar de grond geworsteld, wellicht juist omdat ik een powervrouw ben, aan een slap figuur valt geen eer te behalen, toch? Noch lol aan te beleven…… Toch kom ik ook hele leuke meiden tegen bij tijd en wijlen.

Met de frêle dame bijvoorbeeld, die zo volstrekt anders is dan Heks zelf, heb ik een heel intiem gesprek over hele persoonlijke zaken uit ons leven. Haar vertel ik op een gegeven moment over mijn aartsvijandin op de camping. ‘Jij roept ook vast heel veel op bij andere mensen. Iedereen heeft zo zijn of haar in andermans ogen irritante gedrag……’

De laatste avond dans ik ook met Julia. Een prachtige jonge vrouw, die tijdens het afscheidsfeest niet bij me weg te slaan is. Zou ze verliefd zijn geworden op de powervrouw? Ze kijkt me stralend aan en volgt me naar het kampvuur. Mocht het inderdaad een crush zijn van deze beeldschone jongedame, dan vind ik dat een geweldig compliment.

 

 

Narrige Hofnar, narcistische narigheid, knorrige heksjes, knokige kniezers, kniezende kleuters? God houdt van iedereen. Ook van mij! Heks kan er met haar pet niet bij. Zelfs niet met mijn toverhoed. Maar het geeft moed, dit inzicht. Moed aan wanhopigen!

‘Heks, het valt toch wel mee dat chronisch slechte humeur van jou?’ Steenvrouw kijkt me nieuwsgierig aan. We zitten gezellig te dineren in mijn kleurige maar verre van keurige heksenkeukentje ergens in de laatste weken van het oude jaar.

Het gesprek gaat over al die woede, waar ik mee te dealen heb gehad de laatste jaren. We liggen dubbel van de lach, omdat ik het niet kan laten er de draak mee te steken.

Mijn machteloze eenzame scheldkanonnades richting vervelende voorouders, voormalige vermeende vrienden, stomme toevallige voorbijgangers en tegenwerkende trage voorwerpen hebben al bewezen weinig nut te hebben. En volgens sommige medemensen word ik daar nou zo ontzettend moe van. Niet van de ME.

‘Je hebt gelijk, lieve schat, ik bedacht me ook laatst, dat ik van nature helemaal geen kwaad wijf ben. Ik betrap mezelf praktisch elke dag op een goed humeur. Zit ik weer met een stralend gezicht op mijn vouwfiets. Geniet ik enorm van mijn gekke hondje. Moet ik schaterlachen om medemensen. Maak ik met iedereen een opgeruimd praatje. Raak ik vertederd door een klein kind. Of een donzige pup….’

Goddank.

‘Ik realiseer me ook maar regelmatig dat het goddelijke van alles en iedereen houdt. Zelfs van iemand als Adolf Hitler. Zag laatst een documentaire over die griezel: Zijn modus operandi indertijd is overigens identiek aan wat Trump nu uithaalt in de VS…..  Fake news, minderheidsgroepen verketteren en ga zo maar door. Allebei narcisten natuurlijk. Enorm interessant programma!’

‘Dus God houdt ook van dat grote dwarse lelijke kind dat de Verenigde Staten bestuurt. Koning, nar en narcist tegelijk. Van mij houden zal dan ook wel lukken….’

Het dringt langzamerhand tot me door, dat ik helemaal niet zo’n razende troela ben als ik steeds beweer. De grondtoon van mijn leven is nog altijd zacht. Ik spring alleen sinds een jaar of vijf uit mijn vel in bepaalde situaties. In plaats van datzelfde huidje duur te verkopen. Aan de eerste beste charlatan.

Na een leven lang slikken en pikken ben ik begonnen met het stellen van grenzen. Aanvankelijk op een manier van ik gooi iemand door de voordeur naar buiten en met een zielig gezichtje komt dezelfde figuur door de achterdeur weer naar binnen geslopen. Maar sinds een jaar of drie lukt het me beter om ongewenste entiteiten echt buiten mijn heksendeur te houden.

Helaas voel ik me er helemaal niet beter door. ‘Als je toegeeft en het iemand toch weer naar de zin maakt, ook al gaat dat ten koste van jezelf, ben je in elk geval een toffe peer. Of een goed mens. Of een echte lieverd……’ beweer ik tegen de Don afgelopen weekend. Ja, het is zo.

Mensen teleurstellen levert weinig positiefs op in eerste instantie. Pas na een hele tijd blijkt het toch wel fijn te zijn als bepaalde mensen niet meer bovenop je lip zitten te zuigen. Ze blijken ook gewoon door te leven zonder jouw niet aflatende aandacht. Tevens is jouw plek in dat leven intussen met het grootste gemak opgevuld door iemand anders met vergelijkbare kwaliteiten. Geen mens is nu eenmaal onmisbaar.

‘Het allermoeilijkste is om jezelf te zien. Dat laatste tijd lukt het me eindelijk om mijn kant van het verhaal in beeld te krijgen. Hoe het niet stellen van grenzen zeer uitnodigend werkt op allerlei lieden, die graag grensoverschrijdend opereren. Hoe  jarenlang mijn mond houden als ik me gekwetst voelde in de hand heeft gewerkt dat mensen geen rekening met me houden. Hoe…., hoe…….’

Mijn geklaag is mosterd na een moeizame maaltijd. Sommige klaagzangen liggen me gestaag al zo’n vijfenvijftig jaar zwaar op de maag. Of vijfendertig. Of vijftien. Of vijf…… Maar nooit kort. Ik dien mijn publiek zelden direct van repliek. Als ik het al eens doe is het hooguit een morsige meevaller.

Dus Heks ziet eindelijk zichzelf. Het is zover. Na jarenlang de ander begrijp ik nu eindelijk iets van mijn eigen aandeel in het geheel. Een geheel zonder winnaars en verliezers. Dat hele idee, dat we moeten winnen en de beste moeten zijn is echt volledig achterhaald.

En zoals altijd loopt de werkelijkheid achter de feiten aan. Je kunt geen TV programma zien of iemand moet weer iets winnen. Of de beste zijn. Liefst allebei. Zelfs het opzetten van een ideale samenleving voltrekt zich middels een uiterst competitief traject. Treurig.

Maar goed, dat is misschien een beetje een stokpaardje van me aan het worden.

Heks heeft natuurlijk veel te veel tijd om na te denken. Ik sla hele dagen stuk in mijn eentje. En dat al jarenlang. Ik heb een hoofd, dat geneigd is te denken. Filosoferen is 1 van mijn overlevingsstrategieën. De Don heeft er ook last van. Samen kunnen we urenlang reflecteren op ons bestaan.

‘We zijn toch ook wel een soort moderne hofnar,’ grapt de Don. Heks hoopt het. De ouderwetse nar mocht echt alles zeggen aan het hof. Dingen waar bij ieder ander de doodstraf op stond kraamde zo’n nar zonder enig gevaar voor eigen leven uit. Luidkeels. Het was bij de wet verboden om hem ervoor te straffen….

Misschien was ik alleen maar een beetje te narrig de laatste jaren. De keerzijde van mijn vrolijke noot. De laatste weken heb ik om de haverklap weer de leukste ontmoetingen en gesprekken. Zomaar uit het blinde niets. Zoals in de tijd toen iedereen mijn partner was. Voordat ik  me bewust werd van narcisten en psychopaten. Voordat ik hen hiervan begon uit te sluiten.

Het goddelijke sluit niemand buiten. Het goddelijke omvat alles. Goed en kwaad betekenen niet meer dan slechts links en rechts in die eeuwige optiek. De gulden middenweg bewandelen is de kunst. Ik mag misschien wel in mijn handjes knijpen, dat ik mijn keerzijde heb leren kennen. Me ermee heb vereenzelvigd.

Wellicht ben ik tegenwoordig veel beter te nassen dan in mijn jaren als heilige boon. En zoals je weet: Heilig boontje, loont niet, maar komt om zijn loontje.

‘Heksiedroppie, lieve zotteklapperke,’ noemde mijn dode verloofde me indertijd. Toen hij nog onder ons was. Ja: Een zot zijn. Swiebertje. Malle Mietje. Het is me een eer en genoegen. En het is ook de moeite waard: Een dag niet gelachen…….

Heks is veel liever een nar, dan een narcist!

Een nar of hofnar is de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. Vooral in de Middeleeuwen was de hofnar populair, maar in de loop van de 18e eeuw verdween deze aan de meeste hoven.

Een nar was soms iemand die door afwijkende geestelijke of lichamelijke eigenschappen (mismaakt; ‘geestelijk beperkt’) onbewust de spotlust opwekte, soms een intellectueel die bewust spotte en politieke invloed had. Sommige talen onderscheiden beide figuren, zoals in het Engels (buffoon versus jester).

De nar kleedde zich vaak in een voor hem gemaakt pak, voorzien van zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij een staf, narrestok, zotskolf of Marot. De nar had een bijzondere sociale positie. Enerzijds wekte hij de indruk onderaan de sociale ladder te staan, anderzijds was hij in de positie leden en gasten van het hof te doorgronden en hen voor de gek te houden. Hij kon ingaan tegen de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd. In die zin had hij juist een hoge sociale status.

In de Orde van de Dwazen was de geborduurde nar op de kleding een herkenningsteken.

Tegenwoordig speelt de nar in Nederland nog een rol tijdens carnaval, hij staat dan Prins Carnaval bij.

‘Bad Habit, Holy Orders’ is echt leuk om naar te kijken. Als je puberaal geneuzel verdraagt tenminste. Opgedirkte alcoholverslaafde jongedames met meer sekservaring dan de gemiddelde prostituee krijgen een korte maar krachtige reset in een Kutholiek klooster. Wat kun je ervan verwachten? Met al die misstanden in dit soort instituten in je achterhoofd? Mij krijg je er in elk geval met geen stok in….. Maar nee, het valt juist mee. Geen grensoverschrijdend gegrabbel of stokslagen……… Geenszins! Het is juist OK!

Zullen ze zo naar huis komen?

Pubers zijn niet de meest invoelende bevolkingsgroep die er bestaat. Zacht uitgedrukt. Gedurende enige jaren is er een complete volksverhuizing gaande in hun hersenpannetjes.

Dat resulteert in een drastische afname van hun empatisch vermogen. Pas als de interne verhuizing rond is en alle functionaliteit herstelt valt er weer mee te praten. Tot die tijd is het afzien. Volhouden en incasseren. Blijven ademhalen.

Ik heb dit fenomeen uitgebreid kunnen bestuderen, toen de kids van mijn vrienden die gezegende leeftijd bereikten. Ook is Heks wel eens goed te grazen genomen door een puberaal nichtje. De gevolgen zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Buiten dat hebben haar manipulaties en gelieg me ook de nodige familiaire banden gekost.

Of sprak ze de waarheid? Heks zal er nooit achter komen.

Dus ik weet ondanks mijn kinderloze staat prima van de hoed en de rand als het om klierige pubertjes gaat.

Ik kan me de wanhoop dan ook goed voorstellen, die een aantal Britse ouders ertoe beweegt om hun opstandige dochters een maandje in een katholiek klooster te stoppen. Op te sluiten. Weg te werken.

Teneinde diezelfde dames geheel in het gareel weer thuisbezorgd te krijgen. Want dat willen ze dan toch wel, die ouders. Ze nemen niet definitief afscheid.

Ze zeggen niet: ‘Alle ellende in ons gezin, misschien zelfs in de hele wereld, ligt aan jou, vervelend kutkind. Dus we stoppen je in een kindertehuis,’ zoals ik ooit te horen kreeg op diezelfde leeftijd. Toen ik nog niets dronk of rookte, niet uit ging, niet naar jongens keek. Toen ik nog heel braaf was ende lief.

Heks valt midden in de eerste uitzending. Een stelletje spuuglelijk opgetuigde meiden lopen opstandig door het beeld te paraderen. Hoog opgetoupeerde haardossen vergeven van de extensions. Vijfentwintig lagen make up in gevecht om een eigen plekje op hun puistige smoeltjes. Een gevechtszone aan oorlogskleuren. Een smerig spergebied van smeersels.

Paarse, groene, gele bontjassen en rokjes zo kort, dat je hun heilige kruis eronder vandaan ziet koekeloeren vanachter een weerloze minuscule string. Een vetertje, meer niet. Een stuk flos geklemd tussen gretige puberale schaamlippen.

Begrijp me goed, de meisjes zijn piepjong. Ervaren, maar piep. Sommigen hebben meer sekspartners gehad in hun prille leventje, dan mijn hele promiscue vriendenkring gedurende hun ellenlange jaren ’70 seksleven bij elkaar. Inclusief ikzelf. Maar ze herinneren zich er weinig van. ‘Ik was meestal strontlazarus tijdens de seks,’ giebelt een deelneemster zorgeloos. Een hard lachsalvo volgt. Het is toch ook hilarisch?

Haar ogen lachen niet mee.

Al na een dag of twee weten een paar opgetoeterde mokkels een fles wodka naar binnen te smokkelen. Lachen man. Lekker dwars en opstandig. Heerlijk toch?

Helaas worden ze betrapt. Moeder Overste in eigen persoon gaat de confrontatie aan. En werkt het?

csm_Bad_Habits_1_Cr_c18df2f7aa

De dames op hun logeeradres.

Of het nu komt doordat ze al een paar dagen geen alcohol naar binnen hebben gekregen of door de afwezigheid van hun irritante ouwelui, de meisje zijn gevoelig voor de teleurstelling van de nonnetjes. Ze bieden hun excuus aan. De aanstichtster ligt zelfs een hele nacht wakker uit schuldgevoel. Gevoel, jawel. De dame heeft opeens haar geweten terug. Tevoorschijn gekomen vanonder al die lagen neplach en krijsbestuiving.

De serie ‘Bad Habits, Holy Orders‘ beslaat vier afleveringen. Nadat de meisjes hun gevoel en geweten terug hebben gevonden worden ze op missie gestuurd. Een aantal van hen experimenteert dan al met het niet dragen van lagen make up. ‘Ik heb helemaal niets op mijn gezicht,’ zegt een grietje vanonder haar valse aanplakwimpers. 😉

Het ligt zeker aan mij, maar ik zie nog steeds meer verf op haar bek, dan bij mezelf als ik een avond volledig opgetuigd naar de opera ga bijvoorbeeld. Maar goed. Het zijn nog altijd twintig lagen minder dan normaal……

In deel drie gaan de dames naar andere kloosters om wat levenservaring op te doen met hun zojuist hervonden geweten en gevoel. Eerst een orde waar ze van een feestje houden: De Franciscanen.

De meisjes weten niet wat hen overkomt! Overdag worden ze aan het werk gezet in kringloopwinkels en gaarkeukens. Maar ’s avonds gaat het dak eraf. Er wordt gedanst en hoe! Zonder de volgens de meisjes daarbijbehorende alcoholblur. Broodnuchter staan de overwegend donkergekleurde zusters te twerken. Tot groot vermaak van de jongedames: Het spirituele leven is zo gek nog niet!

Dan is het tijd voor het meer serieuze werk. Bij een zwijgende orde, ik meen de Karmelieten, ontdekken ze dat ze wel erg veel lopen te klessebessen. Nog geen seconde lukt het de dames om hun mond dicht te houden. Zelfs als ze dan toch per ongeluk stilvallen wordt dit direct benoemd…..

Toch dwingt het alomtegenwoordige zwijgen van de overigens weer volledig blanke zustergemeenschap respect af. En langzaam dringt die stilte dwars door de door onnozelheid verstopte poriën bij de meisjes naar binnen. ‘Ik heb ontdekt dat ik in die stilte goed kan nadenken over mijn leven….’ beweert een deelneemster zelfs bij het afscheid.

Bij the Little Sisters of the Poor worden ze echt aan het werk gezet. Deze keihard werkende orde runt een kleine ziekenboeg. De meest hopeloze gevallen worden hier liefdevol verpleegd. De meisjes lopen spitsroeden en ze vinden het leuk!

Na al deze omzwervingen keren de dames terug in het klooster, waar ze hun spirituele zoektocht een paar weken ervoor begonnen zijn. De dikke lagen make up zijn verdwenen. Een aantal meisjes hebben zelfs hun roeping gevonden: Ze willen voor zieken gaan zorgen. Of in een tweedehands kledingwinkel gaan werken.

‘Stil worden en compassie voelen heeft echt zijn werk gedaan,’ concludeert Moeder Overste grinnikend. Ze kent haar pappenheimers. ‘Ik kwam hier ooit in een ultrakort minirokje aanzetten. “Ik wil intreden”. Nou, daar keek de Deken toen ook raar van op,’ grapt ze.

Een jong meisje heeft een hele brief geschreven aan haar ouders. Jarenlang deed ze niets anders dan weglopen en comazuipen. En neuken. Maar met wie weet ze niet meer. ‘Dat is allemaal een grote blur,’ verklaart ze ongevraagd. Maar nu wil ze niets liever dan het goedmaken met haar vader. De man waar ze vroeger zo dik mee was. ‘Ik was een echt vaderskindje.’

Ook de andere dames hebben een complete transformatie ondergaan. Stil worden en compassie voelen zijn een magische combinatie als het om het verpoppen van lelijke pokdalige puberrupsjes naar prachtige kleurrijke sociale vlinders gaat. Het experiment is bijzonder geslaagd!

Heks heeft er in elk geval met veel plezier naar gekeken.

IMG_9482

Religie is niet zaligmakend. Ik ken vreselijk vervelende en tevens bekrompen mensen met spirituele praatjes tot en met. Intussen veroordelen ze homo’s, verketteren ze alles wat niet binnen hun religie valt, slaan ze hun nakroost, naaien ze hun dochters en ga zo maar door.

Hele oorlogen worden ontketend in naam van de Heer. Nou ja, daar weten we alles van. Religie staat niet garant voor goed gedrag. Laat staan liefdevolle aandacht.

Maar spirituele waarden zoals liefde, compassie en vergeving blijven wat mij betreft altijd overeind. In welke traditie je ze ook tegenkomt. Of het nu gesluierde oudbakken katholieke bruiden Gods zijn of hun meer moderne kaalgeschoren Boeddhistische zusters uit Plumvillage, die ze je bijbrengen….. Of desnoods een lekkere westerse Moslima met hoofddoek……. Het resultaat mag er zijn.

Kijk maar naar mijn.

Hier zijn er al wat laagjes af.

 

 

 

Soms is het maar goed, dat je iemand niet herkent. Krijgt ie nog een kans, die vrouw of vent. Had ik bijvoorbeeld herkent en verweten; Had ik het geweten, dat het hem was; Niet vergeten….. Dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad. Over mijn favoriete onderwerp: Gods prachtige schepping. Ons heilige mamaatje…….. Moedertje Natuur!

Vorige week fiets ik ’s avonds op m’n gemakje de stad uit. Het is een beetje fris, maar nog steeds prima weer. Ik ga naar het Joppe met VikThor. Kan hij lekker zwemmen in de Zijl.  Sinds enige weken fiets ik een iets andere route. Ik kreeg steeds een lekke band op dezelfde plek. En laat dat nu net een plek zijn, waar je eigenlijk niet mag fietsen…..

We worden geacht om te rijden via een viaduct en daar heb ik dan nooit zin in. ‘Misschien is er wel een gekke buurtbewoner, die er minuscule spijkertjes strooit. Je hebt hele rare mensen en ik heb wel gekkere dingen meegemaakt……’ En inderdaad: Geen lekke band meer gehad sinds ik elders de weg oversteek. Nog steeds niet via dat viaduct natuurlijk……

Bij het hondenstrand staat een man met hond. Hij gooit dummies in het water en zijn Duitse staande draadhaar haalt ze weer op. Keer op keer. ‘Ah, je bent bij de Action geweest,’ grapt Heks, terwijl ze exact dezelfde dummie tevoorschijn tovert uit haar fietstas. Alleen is mijn exemplaar rood.

Ik ben em onderweg nog bijna kwijtgespeeld aan een eigenwijze Cocker Spaniël. Het beest pikt em af van VikThor en is niet van plan het ding nog terug te geven. Als zijn bazin er uiteindelijk dan maar achteraan gaat slaat hij snel de weg in naar huis. Hij werpt tot slot nog een narrige blik over zijn schouder. ‘Hoepel op. Dat ding is van mij. Eerlijk gestolen…’

 

‘Witte dummies zijn beter,’ begroet de man me, ‘Die kunnen honden goed zien in het water…’ Hopla. Direct de les gelezen. De man weet veel van jachttraining. We raken aan de praat.

Ondanks het stroeve begin krijgen we een alleraardigst gesprek. Heks luistert voornamelijk natuurlijk. Je zou het niet zeggen, als je me hier tekeer hoort gaan over van alles en nog wat, maar ik breng mijn dagen voornamelijk luisterend door. In stilte. Luisterend naar de stilte ook.

Er volgen allemaal verhalen over de locale natuur. Zoals over het weiland waar we op dat moment in staan en wat daar allemaal in broedt en woont. De dijk langs dat weiland. ‘Die heb ik zelf helemaal aangelegd in negentienhonderdzoveel. En nu wil Gemeente Leiden em weghalen. Te gek voor woorden. Het is een slapende dijk, geen overbodige luxe…..’

‘Als de dijk langs het Joppe het begeeft, of de Zijldijk, dan houdt deze dijk de hele Merenwijk droog!’ Hij vertelt vervolgens over een prachtig stuk oud land vol weidevogels aan de andere kant van de Zijl, dat onlangs helemaal is afgegraven.

‘De zo gewonnen kwalitatief geweldige grond is gebruikt om een smerige vuilnisbelt af te dekken. Zonde toch van die prachtige grond! En ook nog twee natuurgebieden naar de kloten. Want die belt zat ook helemaal vol braamstruiken met Hermelijnen en egeltjes. Ongelofelijk toch?’

Ja, weer zo’n beslissing door een idioot vanachter een bureau. ‘Op de golfbaan had ik een prachtige wal aangelegd , die vol zat met allerlei beestjes. Zelfs een Hermelijn. Het duurt jaren voordat je dat voor elkaar heb. Zo heb ik ook een paddenpoel aangelegd…..’ Heks spitst haar oren. Misschien iets voor mijn paddenpoelenbad?

‘Heeft zo’n ingehuurde uit de klei getrokken grondwerker ongevraagd de hele boel afgegraven met zijn machines. Moet ie eigenlijk eerst onderzoek doen of dat wel mag. Alle dieren dood.’

‘Je kunt er een enorme boete voor krijgen, ook nog. Ik was woest. Maar ja, hij is er niet bijgelapt. Te veel belangen op het spel. Bovendien is de gemiddelde beslissing van de overheid veel desastreuzer…… Kijk maar naar die vuilnisbelt.’

Gedurende het gesprek heb ik de man tegenover me herkent. Het mannetje beter gezegd, want hij is bepaald niet groot van gestalte. Het is de gekke molenaar! Ik heb al jaren een bloedhekel aan die kerel na een onverkwikkelijke ruzie twaalf jaar geleden. Hij dreigde toen mijn hond dood te schieten en maakte me werkelijk uit voor alles wat mooi en lelijk was. Op uiterst seksistische wijze.

Dus woorden als hoer, kankerwijf, vuile slet en ik schiet je overhoop en dergelijke kwamen er uit zijn grote malende mond. ‘Zeker een klap van zijn eigen molen gekregen,’ dacht ik toen nog.

Een poging dingen uit te praten liep vervolgens zo hoog op, dat ik de politie op zijn dak heb gestuurd. Ook heb ik geklaagd bij zijn werkgever wegens bedreiging. Jeetje. Is dit dezelfde vent?

In tussenliggende jaren ben ik nog maar één keer iemand tegen gekomen, die hem aardig vond. Hij kan zo bijzonder vertellen, hij weet zoveel…’ aldus die vrouw. De rest van de hier rondwandelde goegemeente heeft allemaal de pest aan hem. Of een slechte ervaring met hem. Of een hopeloze aanvaring…..

De maffe molenaar laat me intussen vreemde eendensoorten op zijn telefoon zien. ‘Kijk hoe mooi, die zitten hier ook. Goddank niet alleen maar Nijlganzen. Die schiet ik met enige regelmaat af. Ze verstoren de hele vogelstand in Nederland, sinds ze zijn ontsnapt uit Dierenpark Wassenaar. Ze vreten alles op en verdrijven de weidevogels.’

‘De dode dieren raak je aan de straatstenen niet kwijt, maar je kunt ze wel eten hoor. Ik schiet ook hazen. In mijn polder lopen er 850 en ik schiet er elk jaar 150. Zo houd ik een mooie stand.’

‘Daar vliegt zo’n Krakeend. Mooi beestje toch? Ze zijn niet zo groot en heel wendbaar. Je haalt ze er zo uit in de lucht….’ hij wijst omhoog naar een inderdaad heel beweeglijk beestje. Links en rechts begint hij nu vogels aan te wijzen. Wat is er veel te zien hier! Met zo’n man zou je eigenlijk een dag op stap moeten gaan.

Maar ja, voor je het weet scheldt hij zijn publiek wellicht uit. En Publikumsbeschimpfung is toch echt wel achterhaald nu. Terwijl ik zo naar de man sta te luisteren, me verbazend over de wereld van verschil tussen deze natuurlijke versie van de molenaar en de gekke versie, begint mijn gesprekspartner over zijn handeltje in wild.

‘Als je een haas wilt kopen of een lekker stuk reerug, dan kom je maar langs,’ enthousiasmeert hij me. Heks is sinds de perikelen met Hawk niet meer zo happig om bij Jan en Alleman langs te gaan. En al helemaal niet bij een waanzinnige molenaar. Toch zeg ik vaag toe te zijner tijd eens een haasje te komen verschalken.

‘Wie weet wat hij allemaal wil verschalken,’ grap ik tegen de Don, als ik hem later over mijn avonturen vertel. Die moet enorm lachen. ‘Ik heb nog wel een haasje voor je, hihihi,’ giert hij, ‘Kostelijk Heks. Hij vond je vast leuk.’ ‘Ik zag er niet uit, ik liep echt in mijn kloffie, dat sprak hem vast aan,’ Heks moet ook lachen. De woeste molenaar lijkt me geen man voor opgepoetste tante Betjes.

‘Jij ziet er altijd geweldig uit, Heks, zelfs in een jutezak. Je bent een prachtige vrouw, schat. Altijd al geweest. En ook nog lief! Dat maakt je zo geweldig,’ komt mijn oude vriend complimenteus uit de hoek.

Wonderlijk hoe mensen geheel anders kunnen zijn in een andere context. Had ik die molenaar herkent, dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad met deze natuurman. De man van weinig woorden als het niet over natuur gaat. De man van vieze woorden als je er woorden mee krijgt. De man met een ongezouten mening over het hopeloze natuurbeheer in Nederland.

‘Willen ze die zeer nuttige en noodzakelijke dijk dus afgraven, omdat er mensen overheen lopen en die kijken dan naar binnen bij bewoners van de huizen er pal achter en dat vinden die bewoners dan vervelend‘ besluit de molenaar. ‘En die bewoners hebben blijkbaar iets in de melk te brokkelen…,’ denkt Heks er direct achteraan.

Het zijn namelijk dure huizen, het rijtje tegen de dijk. En geld is macht. Wie weet woont er wel een wethouder in. Dat zou ook heel goed kunnen.

‘In plaats dat ze nu die hopeloze impopulaire populieren omhakken. Daar is even sprake van geweest. Dat zou geweldig zijn, want ik heb last van die dingen als mijn molen draait. De wind komt er heel raar overheen vallen en daardoor knallen de wieken alle kanten op. Echt gevaarlijk zelfs….’

Zou op die manier zijn molen zijn afgebrand? Want dat is gebeurd. In het verleden. Ooit. Dolgedraaid en afgefikt. Door die verdraaide populieren? Ja, dat is inderdaad van de gekke. Hak maar om dat lawaaihout…….

 

Het is weer zo ver! Ex Animo voert de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach uit op woensdag 12 april in de Pieterskerk te Leiden. Dirigent: Wim de RU. Aanvang: 19.30!!! Er zijn nog kaarten verkrijgbaar!!!

ex animo zingt de Mattheus passion

Gisterenavond zingen we de hele Matthäus door. Van voor naar achter, van links naar rechts. Goddank klinkt het fantastisch. Een week eerder zongen we allemaal vals…. Het kan ook aan mijn gemene valse oortjes gelegen hebben natuurlijk, maar onze dirigent Wim de Ru had ook veel commentaar toen. Vandaag oogt hij uiterst tevreden.

‘Ik maak me totaal geen zorgen,’ grapt hij vrolijk nadat we het slotlied eruit hebben geknald. ‘Haha,’ giebelen de alten, ‘Dat zou ook iets nieuws zijn, Wim die zich druk maakt!’ We zijn dol op onze relaxte dirigent. Nooit gaat de zweep erover. Zelden raakt hij uit zijn hummetje. En zelfs dan doet hij het af met een rake grap of scherts. Geweldig toch?

Naast me staat An al de hele avond fantastisch te galmen. Ondanks haar respectabele leeftijd heeft ze nog een juweel van een stem. Wat een mazzel dat ik naast haar sta! Het is de derde keer dat ik meezing met dit stuk en het zit er goed in. Komend weekend ga ik nog wat puntjes op de i zetten, maar goddank heb ik een geweldig muzikaal geheugen.

matthaus passion, johann sebastian bach

Staat een stuk eenmaal op de harde schijf in mijn kop, dan blijft het daar staan tot het einde der tijden. Vaak heel vervelend. Er staan enorme oorwurmen op die interne schijf. Dit meesterwerk van Bach echter vind ik geen probleem. Ik ben stapel op dat stuk. Heks is een echt Matthäusmeisje.

‘Nou, lieve mensen, dat wordt weer een fantastisch concert volgende week,’ de voorzitter is ook zeer te spreken over het niveau vanavond. Er volgen nog wat mededelingen. We klappen uitgebreid voor onze pianist, Wybe Kooijmans.

Die zit toch maar maandenlang de sterren van de hemel te spelen. Hij schudt die ingewikkelde fuga’s zo uit zijn mouw lijkt het wel. Maar ja, het is dan ook niet de eerste de beste. Die man heeft zijn sporen in orgelland ruim verdiend. Dan is het alweer tijd om naar huis te gaan.

handtekening johann sebastian bach

‘Bedankt hoor, voor je geweldige pianospel. We hebben je echt gemist laatst bij een klein concert. De ingehuurde organist zat enorm te harken. Vooral bij het ‘erbarme dich’, is ook best lastig natuurlijk. Ik had echt medelijden -erbarmen- met die alt. Haha!’ Heks moet nog lachen als ze er aan denkt. Begeleiden is ook een vak!

‘Oh, wat jammer, nou ja zeg, ik kon helaas niet,’ verontschuldigt onze vaste pianist zich in alle toonaarden. Hij kan natuurlijk zijn collega niet openlijk afkraken. ‘Nou ja, zie het maar als een compliment! We kunnen je echt niet missen!’ We raken in een leuk gesprek verwikkeld over orgels en begeleiden. Ik heb natuurlijk een ver verleden met mijn dwarsfluit en orgelspel. ‘Oh, nou, dan weet je het wel.’

Inderdaad. In mijn jonge jaren speelde ik regelmatig in de kerk. Steeds met andere organisten. Amateurs meestal, net als Heks. En niet allen even getalenteerd…. Zo was er de dorpsbakker, die zich al knedend door menig partituur sloeg. Bijkans onnavolgbaar. Mijn  vader moest altijd vreselijk lachen om die verwoed knedende man naast een zwetende Heks. Mijn hoofd rood van de inspanning in een poging om te blijven samenspelen was ik blij als ons optreden er weer op zat.

‘Ken je het stuk al uit je hoofd?’ informeert een bas met een dikke klankkast van een buik als ik op weg naar buiten ben. ‘Bijna,’ Heks maakt zich ook geen zorgen over volgende week. Althans niet daarover.

matthaus passion, johann sebastian bach

Ik moet zorgen dat ik mijn stem niet kwijtraak. Ik ben immers altijd verkouden. Ook ben ik chronisch een beetje schor. Er is voortdurend sprake van lichte keelpijn. En bij het minste geringste zuchtje vermoeidheid raak ik mijn stem helemaal kwijt. Het hoort bij ME.

Buiten wappert het koor uitgelaten alle kanten op. Iedereen is een beetje eufoor na deze laatste repetitie. Je hoort overal mensen lachen of vrolijk zingen. Heks loopt ook te galmen. Jubelend zit ik in de auto. Thuis stuiter ik nog een tijdje door de woonkamer. Pas na een uitgebreide ronde met VikThor wordt het wat rustiger in mijn koppie.

JOHANN SEBASTIAN BACH

Wat is zingen toch fantastisch. Wat is Ex Animo toch een geweldig koor. Wat is de Matthäus Passion toch een prachtig stuk muziek.

Er zijn nog kaarten voor de tweede en derde rang. Verkrijgbaar via de website. Komt allen! Het wordt prachtig!

Kaartverkoop Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach uitgevoerd door Ex Animo in de Pieterskerk te Leiden op 12 april.

matthaus passion,  handtekening johann sebastian bach

 

Zingen maakt blij. Wees niet bang voor samenzang, zet je zorgen opzij: Valt er ergens iets te zingen? Wees er als de kippen bij!

Amandel/abrikozentaart van Nigella, glutenvrij, lactosevrij, sojavrij. Heks vervangt de pistachenootjes door peccannoten en de abrikozenjam door kweeperngelei en doet er aanmerkelijk minder suiker in.

‘Kijk eens, lieverd, kweeperenjam!’ Heks diept een pot van dit gouden goedje op in haar handtas. Mijn zangmaatje kijkt stomverbaasd. ‘Waar heb ik dat aan te danken?’ glundert ze: Het heeft zo zijn voordelen om naast Heks te zitten in het koor. Je zit direct eerste rang bij haar magische kookpot.

Ook mijn achterbuurvrouw krijgt een pot. Zij heeft hem op vele manieren verdient. Ten eerste is ze enorm goedlachs. Elke gortdroge grap van Wim de dirigent beantwoordt zij met vrolijk geschater. Geweldig aanstekelijk. Ons koorhoekje is zodoende wekelijks een epicentrum van virale pretexplosies: De lachsalvo’s zijn niet van de lucht!

Naast deze geweldige aangeboren lachspierversterkende  kwaliteiten bezit deze dame ook het vermogen om ongezien veel voor anderen te doen. Onder andere voor Heks en haar naaste zangmaatje. Even een CDtje branden of wat partituren kopiëren? Ze doet het vanzelfsprekend en met veel plezier voor ons. Het geheel wordt dan ook nog mooi in plastic hoesjes afgeleverd. Fantastisch toch!

Ik weet het. Ik zit met enige regelmaat te schelden op mijn medemensen, terwijl er genoeg te genieten valt natuurlijk. Als je er maar oog voor hebt! Yep!

In de pauze zit ik met mijn vaste clubje dames te giebelen en te kletsen. ‘Waar is je hondje? Hoe gaat het met hem?’ Sommige zanglijsters vinden het wel erg jammer dat VikThor er niet bij is vanavond. Het is toch wel erg leuk zo’n jachthondje als publiek wanneer je ‘Hört das laute Getön’ ofwel ‘Het Jagerslied’ van Haydn aan het instuderen bent!

Vanavond storten we ons op het ‘Juhe, Der Wein Ist Da’: Het Wijnlied. We worden er heel vrolijk van. ‘Ik ben niet ontevreden, maar met een glaasje op zou het vast nog beter gaan…….’ grapt Wim, onze onvolprezen dirigent. Hij vertelt een anekdote over een beroemde contratenor die er zeker drie noten in de hoogte bij pakte met een borrel op. ‘Hij weigerde ooit een altpartij te zingen om die reden. Zonder borrel was er geen beginnen aan…..’

Kweebpeerjam/gelei: Kook de kweeperen met schillen en pitten. Door een roerzeef halen en nog eens koken met wat geleisuiker en een scheut kirsch. Mmmmmm…….

Wat heb ik het toch weer naar mijn zin vanavond. Na drie dagen in mijn eentje rondsmurfen is het heerlijk om weer onder de mensen te zijn. Ik geniet met volle teugen. Een heksenhand is gauw gevuld.

Later haal ik mijn kleine hondje op bij Frogs. Suikeroompje is al helemaal verkikkerd op mijn Kleutertje Luister. Lachend vertelt hij wat kleine anekdotes over VikThor. Ze hebben een lekkere wandeling gemaakt. ‘Vorige week heeft hij op weg naar huis stiekem die hele bak voer leeggevroten,’ antwoord ik. Mijn kikkervriend hikt van de lach. Oh, wat een ondeugend hondje.

Heel ondeugend, maar zo lief!

Nigella’s Amandeltaart met abrikozen, kardemon en rozenwater. Glutenvrij, lactosevrij, sojavrij. 

kweepeertjes uit de oven: Gewoon anderhalf uur op 150 graden. Heerlijk snoepgoed!

Slakkensporen door de slaapkamer tijdens carnaval, solidaire dames, herinneringen aan mijn tijd tussen de slakken en hoe moeilijk het was om mezelf te herpakken: VERKRACHTING IS FOUT. Het maakt niet uit wat voor’n kleren het slachtoffer draagt of dat iemand niet in staat is om te protesteren. Ongevraagd je piemel in iemand steken is niet goed te praten strafbaar. Castratie lijkt me de enige geschikte sanctie.

Zaterdag is een suffe dag. Ik heb slecht geslapen. Ja, dat krijg je als je gaat roepen dat het de goede kant op gaat met eten en pitten. Dan krijg je accuut geen hap door je keel en lig je weer hele nachten wakker. Ik besluit dan ook om heel langzaam te starten. Kopje koffie, pijnstillers, geroosterd broodje. Televisie aan. Beetje schrijven aan een blog. Rustig uit de kreukels komen.

Aan het begin van de middag lig ik bij mijn fysio op de behandeltafel. Ongegeneerd knijpt ze in de kwarktaart, die doorgaat voor mijn lijf. Compleet verstijfde spieren. Au, wat is ze toch gemeen geworden, deze leergierige behandelaar. Haar behandeling wordt steeds pijnlijker, effectiever ook, maar is nog steeds niet bepaald lekker.

De evolutie van de penis

Om een mezelf een beetje af te leiden informeer ik naar haar studentenleventje in België. Ze doet een master aan de universiteit van Leuven. Er volgen wat sappige verhalen over haar woonsituatie, uitgaansleven en aanbidders. Niets mis mee. Je kunt het slechter treffen!

Dan volgt een verslag van de carnaval, gevierd met een club Nederlandse vrienden. ‘De broer van een vriendin had allemaal vrienden meegebracht. Een lekker stelletje maar niet heus. Eén van hen heeft ooit al een keertje een vriendin van ons belazerd, zonder dat ze het in de gaten had. Hij verleidde haar en had al maanden een intieme relatie met deze nietsvermoedende ‘andere vrouw’ voordat ze ontdekte dat hij samenwoont met zijn vaste vriendin. Hij en zijn aanstaande waren druk bezig om een huis te kopen…..’

 

‘Met carnaval was ik aan de beurt,’ Heks kijkt naar de beeldschone Friezin, een prachtvrouw, ‘De gehele avond had ik al zwaar sjans van één van de heren in het gevolg van de broer. Hij gaf me veel aandacht, maakte grapjes, sloeg een arm om me heen…. We sliepen uiteindelijk met de hele groep op één kamer…’

‘Laat me raden,’ roept Heks, ‘Hij lag opeens naast je!’ Inderdaad. De jongeman had zich als een grote turboslak met slaapzak en al via een glibberige slijmspoor door de kamer naast mijn behandelaar gewurmd. Met zijn hoofd naast haar voeten. ‘De man heeft dus ook nog een fetisj,’ concludeer ik opgewekt. ‘Nou, je slaat de spijker op zijn kop. Hij pakte direct mijn voeten en begon eraan te friemelen…..’

We giebelen om die grote slijmbal. Veel verder dan de voeten is hij namelijk niet gekomen. Een stevig ontmoedigingsbeleid hield de zak in zijn slaapzak. Of hield de zak van de zak in slaapstand. Hoe dan ook, zijn scrotum had het nakijken. Met recht een zak met een slaapzak in een slaapzak. Wat zal hij gebaald hebben……

‘Heb je een slaapzak? Was een flauw grapje tussen jongens onderling vroeger tijdens schoolkamp. Als zon joch ja zei kreeg ie een knietje: ‘Ik zal em even wakker maken…’

Alsof je daar ten overstaan van je vrienden kunstjes zou gaan vertonen met zo’n man, zelfs al vond je em leuk en was hij vrijgezel of serieus met je verloofd……

‘Weet je wat nu nog het ergste was? Hij woont samen met zijn vriendin en is bezig om een huis te kopen met haar…. Dat hoorde ik de volgende dag!’ Oh, hij ook al? Ja. Lekkere vent. Lekkere vriendenkring van die broer. Lekkere broer. Die zal zijn toverstafje ook vast wel eens in de rondte proberen te zwaaien bij de vriendinnen van zijn zus……

12764441_195313157492412_6270168440953369114_o

‘En ga je het aan zijn vriendin vertellen?’ Heks grapt maar wat. Mijn ervaring is dat zulke verhalen in de doofpot verdwijnen. Via de guy code. De vriendin zal de laatste zijn om ze te horen. Zelfs al graast de man haar hele vriendinnenclub af en die van de zus van zijn vriend, dan nog zal niemand haar iets vertellen……

‘Ja, daar wordt aan gewerkt. Ik vertel het aan die en die, die gooit het op de vriendinnen-app van die vrouw en zo gaat zij dit dan vernemen. Hebben we de vorige keer ook gedaan. Was die jongen niet blij mee….’

Goed zo dames, klap maar uit de school. Laat je niet langer als lustobject gebruiken door die varkens van kerels. Weg met de schaamte omdat je wordt aangerand. Weg met de schuld als iemand jou te grazen neemt. Wees solidair naar je zusters, we hebben elkaar nodig. En verwacht niet teveel van zwijnen van kerels. Er zijn ook prima mannen. Die vind je echter nooit in zulke guy code clubjes.

Afgelopen vrijdag staat er zo’n geweldige kerel bij me op de stoep. Hij komt een bakkie koffie drinken. ‘Gisteren heb ik ook aangebeld, maar toen was je er niet.’ We kennen elkaar uit de hondenwandelgangen. Zijn hospita is een hondenvriendinnetjes van Heks. Ik ben al zo vaak bij hen uitgenodigd, maar het is er nog steeds niet van gekomen.

Regelmatig staan we een hele tijd te klessebessen over het leven met al z’n fratsen. Sinds een jaar zoent hij me op beide wangen! Afgelopen week nodig ik hem uit in Huize Heks. Daar heeft hij geen gras over laten groeien!

Niet alleen Heks heeft altijd wat, er zijn meer pechvogels. Stel je voor dat je huis ontploft tijdens een vuurwerkramp, je vrouw ongeneeslijk ziek wordt en je achterlaat met een gigantische schuld, omdat ze daarnaast ook nog eens ernstig koopziek was. Je verliest je huis opnieuw en moet jarenlang in de schuldsanering. En je geliefde is er ook niet meer om je te troosten.

‘Ik hield van mijn vrouw, maar na haar dood kwamen er echt lijken uit de kast,’ grapt hij ondanks het ellendige verhaal. Geen onvertogen woord over de veroorzaakster van zijn faillissement. Zijn hart loopt nog steeds over van liefde voor haar. Wat een kanjer!

Zondagmorgen spreek ik alweer een vrouw over pijnlijk gedrag van mannen. Ze heeft in Zuid Amerika gewoond. Daar gaat het er heel anders aan toe. Althans, dat zou je denken. Ze geeft voorbeelden. Ik geef tegenvoorbeelden van hetzelfde eikelgedrag hier ter lande.

‘Toen ik veertig was gooide iemand tijdens een verjaarspartijtje in de kroeg iets in mijn drankje. Van het ene op het andere moment was ik zo dronken als een toetmaloeier. Ik kreeg een ongeluk, viel plat op mijn gezicht en hield er een kapotte kaak aan over. Die hing uit de kom. Ik wilde naar huis, maar daar dachten de aanstichters van dit onheil anders over. Ze sleepten me hun huis in.’

‘Op een gegeven moment ging ik  bijna out. Zoals dat gaat na inname van dat soort rape drugs. De gemene dikke pad van een vrouw in het gezelschap, weigerde me te helpen. Ondanks mijn smeekbeden. Ze keek me aan met haar koude vissenogen. Ik zal die blik nooit vergeten. Achteraf sluit ik niet uit, dat zij mijn drankje heeft vergiftigd. Het is een giftig gefrustreerd wijf. Ze heeft een hekel aan me…. ‘

‘In plaats van me naar huis te helpen of me een veilige slaapplaats aan te bieden, speelde ze me in handen van haar huisgenoot. Uit wraak omdat haar eigen man Heks een leuke vrouw vindt. Niet wederzijds overigens. De man van die pad is een lul van een vent.’

‘Maar goed. Heks ging out en werd niet geholpen. Uiteindelijk ben ik verkracht door die twintigjarige. Toen ik bijkwam was hij bezig. Mijn kaak hing nog steeds uit de kom en ik was bont en blauw en bewusteloos, maar hij had even zin.’

Waarom vertel ik dit nu? Zomaar aan een wildvreemde vrouw? Althans, ik ken haar alleen van kletspraatjes….. Maar ik kan niet meer stoppen. Ik spuug het walgelijke brok verleden uit.

‘Later vond hij het ook wel een ranzig gebeuren, dit stinkende aartslelijke klotejong. En waarom? Omdat ik z’n moeder kon zijn. Geen woord over de verkrachting. In zijn optiek was het dat niet. Ik had toch geen nee gezegd? Hetgeen moeilijk is als je bewusteloos bent. Ook beweerde hij dat ik naar hem gelachen had. Alsof dat kan met zo’n kaak uit de kom. Bewusteloos. Maar stel ik heb gelachen: Alsof lachen betekent dat iemand zijn geslacht er dan maar bij je moet inprakken. ‘

 

‘Toen ik aangifte deed bleek deze niet ontvankelijk te zijn, omdat ik geen getuige had. Huh? Zijn er dan doorgaans getuigen bij verkrachtingen? Wie verzint zo’n belachelijke voorwaarde? Mannen zeker! Die menssoort die meestal de verkrachter is!’

‘Het klotejong heeft nog wel naar het politiebureau gebeld en toegegeven seks met me te hebben gehad, terwijl ik bewusteloos was. Hij vond het belachelijk dat ik daar aangifte van deed. Wilde hij even recht zetten. Niets mee gedaan door de politie. Onbegrijpelijk.’

 

 

‘Het meest kapot ben ik gegaan door de reactie van de omgeving. Heks was veertig, beeldschoon, maar stokoud natuurlijk. Die lelijke puistenkop was twintig, dus daar zal die geile Heks wel zin in hebben gehad. Niemand nam het voor me op. Iedereen ging gewoon bij hem in het café aan de bar staan. Een zogenaamde vriendin, die me een dag later opving en gezien heeft hoe ik er aan toe was met die kaak nog steeds uit de kom vond dat ik me er maar overheen moest zetten! Het was namelijk bij vrienden van haar in huis gebeurd en die wilde ze niet kwijt. De trut.’

‘De man van de Wrattenpad belde me een paar dagen later op. Als ik het in mijn kop zou halen om aangifte te doen, dan zou ik daar flink spijt van krijgen. Dit is dezelfde getrouwde kerel, die achter Heks aan heeft gezeten. Groot kans, dat zijn vrouw dat pilletje in mijn drankje heeft gegooid, uit wraak.’

 

‘Ik deed wel aangifte en ben sociaal uitgekotst. De verkrachter kreeg een relatie met iemand in de periferie van mijn vriendenkring. Heks zat volledig naar de kloten thuis slapeloos naar de televisie te staren. Bijna een jaar lang.’

‘Mijn toenmalige vriend nam het me ook kwalijk. Het was een volstrekt seksistische en gestoorde narcist van een Algerijn. Toen hij het van mij hoorde gooide hij de hoorn op de haak en liet drie maanden niets van zich horen….’

De vrouw in het park kijkt me ontzet aan. Hetgeen ik haar vertel is slechts een uittreksel van bovenstaand verhaal. Een sterk verkorte versie van deze korte versie. Er valt helaas geen verbeterde versie van te maken. Ze is een lieve schat, dus ze reageert vriendelijk. Ja, wat moet je ook met zo’n geschiedenis.

Het is aan de orde van de dag: overal ter wereld steken mannen hun geslachtsdeel in vrouwen zonder dat ze daartoe zijn uitgenodigd. Het is schandalig en afschuwelijk, maar er wordt nauwelijks over gesproken door de slachtoffers. Stomweg omdat het een smet werpt op de vrouw, die het heeft ondergaan. Ik voel me ook vies, elke keer dat ik het erover heb.

 

 

Ik krijg ze nauwelijks uit mijn mond, die woorden. Opgediept uit mijn moordkuil van een hart. Ik schaam me erover. Net als al die andere slachtoffers van seksueel geweld. Het doet afbreuk aan mijn zuiverheid. Het werpt een smet op mijn wezen. Het krast in mijn ziel.

Persoonlijk vind ik dat elke man, die zoiets doet voor straf zijn ballen moet inleveren. Chop chop. En de helft van zijn lul. Mag hij nog een waxinelichtje overhouden om door te piesen. Is het zo afgelopen met die flauwekul.

Heks haalt haar schouders op. Wat moet je er ook mee. Het is alweer zo lang geleden. De lol is er sindsdien wel een beetje af in de liefde. Met mijn gewezen relatie dacht ik mijn Mojo weer teruggevonden te hebben, maar die vent blijkt achteraf zelf ook een vreselijke drakepit te zijn.

Ik heb dus nog steeds geen goeie geliefde in mijn leven getroffen, maar ze bestaan wel. Ik zie zo hier en daar een fantastisch exemplaar tussen al die seksistische gekken. Ik heb natuurlijk ook nog een paar geweldige mannen in mijn vriendenkring, zoals Don Leo, Frogs, Pappa…… En er komen in elk geval al veel betere kerels hier op de koffie. Het gaat dus echt de goede kant op…..

Drie eenvoudige tips om verkrachtingen te voorkomen. 

Ik heb inderdaad achteraf gehoord dat het kwam omdat ik er te sexy uit zie. Van een vrouw! Die avond droeg ik een oud grijs kloffie dichtgeknoopt tot aan mijn kin. Nauwelijks make up. Maar zelfs als ik er wel sexy uit zie dien je je handen thuis te houden!

Heks wordt uit bed gebeld door een knappe politieagent! Mannetjes slaan een enorm gat in Museum Boerhaave om ’s werelds op één na grootste elektromagneet te verkassen. Het is prachtig weer. De week begint weer goed!

Vandaag lees ik de laatste bladzijden in mijn mysterieuze boekje ‘Mooie Mensen‘: Het wonderbaarlijke boekwerkje over het ontstaan van auto immuunziekten. Hè, jammer dat ik het uit heb. Het is dan ook maar een klein boekje, maar zeer inspirerend.

Sinds ik me bewust ben geworden van het fenomeen narcisme staat mijn wereld op zijn kop. Zodra ik het geweldige boek van Iris KoopsHet verdwenen Zelf‘ had doorgelezen wist ik dat er een enorm verband moest bestaan tussen alle vormen van narcistische mishandeling waar ik in mijn leven mee te maken heb gehad en de ondraaglijke pijnen die ik lijd.

Je hoeft hier niet eens diep over na te denken of ver voor te zoeken: Chronische stress geeft een scala aan klachten. Dat weet intussen iedereen. De stress, die een gemiddelde narcist je oplevert is genoeg om in no time fysiek het loodje te leggen. Of zelfs letterlijk het loodje te willen leggen…… Jarenlange blootstelling aan dit soort stress heeft me uiteindelijk genekt. Op vrij jonge leeftijd. De meeste slachtoffers zijn ouder, ergens tussen de dertig en veertig, als dit gebeurt.

Vanmorgen word ik wakker gebeld door oom agent. Gelukkig niet dezelfde, die door mijn hondje in zijn ballen is gebeten. Dat zou ook een primeur zijn, want Brigadier wijkagent Gehaktbal durft hier al jaren niet meer aan de deur te komen! Het is dan ook niet zijn smurfengeluid, dat ik hoor als ik mijn hoofd uit het keukenraam steek en roep wie daar is. Nee, het is de knappe verkeersagent! Ik zie dit geüniformeerde snoepje regelmatig door de wijk lopen met zijn bonnenboek.

‘Oh, het gaat zeker om mijn auto,’ Heks ziet een enorme vrachtwagen staan verderop in de steeg. Mijn kanariepiet staat er vlak achter geparkeerd. Al dagen zijn ze weet ik wat aan het doen in die steeg, ik vermoed dat mijn bolide in de weg staat.

En inderdaad. Of ik em maar eventjes wil weghalen. Niet veel later gord ik Varkentje aan de riem en ga naar buiten. In de steeg lopen allemaal Mannetjes druk te doen. Ze zijn blij als ze me zien, vooral als ik ook nog eens die verdraaide auto kom weghalen. Er staat een mega vrachtwagen te ronken. In de achtermuur van het Boerhaavemuseum is een enorm gat geslagen.

‘Komt er een nieuwe ingang hier?’ grapt Heks nieuwsgierig tegen een boom van een kerel in een groot knaloranje pak. De man kijkt me glazig aan. Het blijkt om de verhuizing van een enorme Elektromagneet te gaan, de op één na grootste ter wereld! De befaamde Leidse natuurkundige Kamerlingh Onnes is er wereldberoemd mee geworden, toen hij met behulp van dit gevaarte het absolute nulpunt tot op en fractie wist te benaderen!!

Dat ontdek ik allemaal later. Als ik door het gapende gat het museum in kijk lijkt het me gewoonweg gekkenwerk. Je gaat toch geen prachtig oud gebouw afbreken om één of ander stom overjarig instrument naar buiten te takelen? Gestoord gewoon. Zijn die Mannetjes wel capabel? Of lezen we later in de krant dat één of andere leiperd foutief een middeleeuw gebouw heeft gesloopt?

 

Of is het een actie van een narcistische projectontwikkelaar om dit museum in te doen storten, zodat er een lelijk kantoorpand voor in de plaats kan worden gebouwd? Helemaal niet vergezocht. Vorig jaar is nog een historisch monument ‘per ongeluk’ gesloopt door een dergelijke doorgestoken kaart …… Het ‘Van Der Klauwlaboratorium’. Schandalig natuurlijk!

Even later loop ik in Het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Alles bloeit door elkaar. Sneeuwklokjes, narcissen, krokussen…. Ook zie ik het fluitenkruid al boven de grond staan. Zelfs de daslook loopt al uit. Ruim drie maanden te vroeg!

Dus ik woon al jaren naast de op één na grootste elektromagneet ter wereld? Zou dat wel gezond zijn? Doet dat ding het alleen als je em aanzet of heb ik jarenlang in een raar magnetisch veld gezeten? Zou dat hebben gemaakt dat ik steeds zieker ben geworden? En ik maar denken dat dit zo’n goeie plek is om te wonen, omdat er onder de Schouwburg een bron ontspringt…..

Volgens het boekje ‘Mooie Mensen’ is mijn medemens de oorzaak van mijn ellende. Zoals de meeste mensen met een auto immuunziekte heb ik last van Darwinmensen. Die ijskoude harteloze overlevers ten koste van anderen. Hun kenmerken vertonen een verbluffende overeenkomst met de gemiddelde narcist. Volgens de anonieme schrijfster hebben alle lijders aan auto immuunziekten één ding gemeen: Het zijn gevoelsmensen.

Gevoelsmensen gaan vaak relaties aan met Darwinmensen en vice versa vanuit het principe: Opposites attract. Helaas ontwikkelen al dit soort relaties zich ten koste van de gevoelsmens. Die blijft met lege handen achter, terwijl de Darwinmens als winnaar uit de strijd komt. Daar weet ik alles van. Dat is me al zo vaak gebeurd! En echt niet alleen in liefdesrelaties…….

Het boekje raakt me. Het confronteert me met wie ik eigenlijk ben: Een mooi mens. De laatste tijd wordt het me steeds duidelijker hoe ik in elkaar steek. Ook zie ik in dat ik me regelmatig met verkeerde mensen in laat. Mensen, die helemaal niet bij mij passen. Medemensen, waar ik last van heb. Een oude gewoonte.

Doordat ik altijd omgeven ben geweest met Darwinmensen weet ik gewoon niet beter. Ik ben in mijn oude groef blijven hangen. Ik produceer nog steeds hetzelfde gedrag om me tussen hen te handhaven: Pleasen, me uitsloven, op eieren lopen, met niets tevreden zijn en geven, geven, geven. En als het dan echt niet meer gaat trek ik me terug…….

‘Ik doe helemaal geen concessies meer,’ zei een vriendinnetje van Ras en Heks onlangs hierover, ‘Dat betekent dat ik nog maar een paar vrienden heb.’ Ik vrees dat het bij mij ook die kant op gaat.  Als ik geen concessies meer doe blijft er weinig over: Een hele kleine basis om op te bouwen. Tja. Vooruit maar.

Klein, maar stevig als een rots!

Fred Delfgaauw speelt ‘In de wachtkamer van de liefde’ in Theater ins Blau! Heks geniet van wat ze ziet. En hoort. Deze fenomenale poppenspeler wekt zijn stoffen vrienden tot leven met zijn magische stemgeluid. Ontroerend en grappig! Een heerlijke voorstelling in een geweldig theater!

Zaterdagavond ga ik naar Theater ins Blau met Frogs. Fred Delfgaauw treedt op met zijn poppenkraam. Het is zo lang geleden, dat ik hem voor het laatst gezien heb. Ik ga gewoon veel te weinig naar het theater. Vroeger zat ik er elke week en miste ik nooit een voorstelling van deze fenomenale poppenspeler!

Het is chagrijnig rotweer. Ik heb Frogs volgestopt met Elzasser zuurkool. Nu spoeden we ons over de natte straten om op tijd te zijn. Goddank is het net eventjes droog….

Als ik ins Blau binnenstap zie ik Engel staan. Zij gaat ook kijken. ‘Ik heb vandaag drie keer de hond uitgelaten, boodschappen gedaan, fysiotherapie gehad, een enorme pan zuurkool gekookt, een blog geschreven en nu ga ik ook nog uit. Gekkenwerk natuurlijk….’ fluister ik haar toe. ‘Klinkt goed, Heks, ik herken het. Heb je een goeie dag, dan ga je over je grenzen. Je zal morgen wel voor pampus liggen….’

Gedrieën zoeken we een plekje. De deugd, Frogs, zit in het midden. ‘Ik heb nog met Fred gewerkt meer dan dertig jaar geleden, toen hij nog louter voor kinderen speelde. Ik deed de percussie,’ vertelt mijn kikkervriend aan mijn vriendin. ‘En daar ben ik toen naar gaan kijken,’ roept Heks enthousiast, ‘In Zoetermeer, de Toneelschuur? Toch?’

Frogs en Heks kennen elkaar al zo lang. Heks en Engel kennen elkaar zo mogelijk nog langer! ‘Ik heb hem nog geprogrammeerd,’ doet Engel een duit in het zakje. Zij heeft jarenlang in deze branche gewerkt. Voor de Schouwburg, Voor ins Blau….. ‘Toen ik hier werkte heb ik alles helpen opzetten. De hele administratie. Ik heb zelfs geholpen met schoonmaken. Ik heb al deze stoelen bijvoorbeeld gesopt…’ giechelt ze.

Mijn vrienden praten over een andere poppenspeler, die gek is geworden van dat beroep. ‘Hij kon een pop als geen ander tot leven brengen, maar uiteindelijk is hem dat fataal geworden. Ik heb dat vaker gezien in dit specifieke vak. Wel drie keer!’ Engel is bloedserieus.

Jeetje, ik wist niet dat het zo’n gevaarlijk beroep is. Ik ben nog goed weggekomen met mijn poppenspel vroeger. Ik had er ook een handje van, reisde ’s zomers rond met een zelfgemaakte opvouwbare poppenkast inclusief poppen in mijn rugzak, maar ik ben gelukkig bijtijds fysiek onderuit gegaan……

Even later komt Fred Delfgaauw het podium oprennen. Hij is te laat. ‘Sorry mensen, ik stond in de file,’ begint hij zich te verontschuldigen, maar dat blijkt niet de enige reden te zijn van de vertraging. ‘Ik reed automatisch naar het LAK!’ grapt hij. Het publiek ligt dubbel. Het is een inside joke en de meesten hier snappen em.

‘Nou, ik zal het maar eerlijk vertellen, ik heb er tegenwoordig een baan naast. Ja, crisis hè. Ik werk voor een relatiebemiddelingsbureau….’ Het stuk is begonnen: ‘In de wachtkamer van de liefde.’

In no time zit ik op het puntje van mijn stoel. Oh, wat kan ik hier toch van genieten. De ene na de andere pop komt tot leven. Fred doet niet aan buikspreken. Het is geen ouderwetse ventriloquist. Toch vergeet je direct dat hij de poppen bedient. Hij is een meester in het geven van een geheel eigen uniek stemgeluid aan zijn vrienden van stof en rubber.

Vergeten wij al dat deze magiër alle gesproken tekst produceert, ook de poppen vergeten het:  Eén van zijn karakters schrikt zich een ongeluk halverwege het stuk, als Fred hem opeens een vraag stelt. ‘Oh, ben jij er ook nog, man, je jaagt me de stuipen op het lijf!’ Hilarisch natuurlijk!

Een terugkerend thema in het stuk is de dood van zijn vader. De man is jong overleden, net als mijn vader. Aan een vergelijkbare aandoening staat me bij. Ik heb ooit het prachtige stuk gezien, dat hij destijds ter nagedachtenis aan zijn jong gestorven vader gemaakt heeft.

 

Hij heeft nu bijna de leeftijd bereikt, waarop zijn vader overleed. Net als Heks met haar vader….. Een heel raar idee. Op een gegeven moment ben je ouder, dan die grote volwassen heel belangrijke man in je leven ooit geworden is……

‘Het was geen gemakkelijke man en het liep niet altijd optimaal tussen ons,’ iets in die trant zegt hij over zijn dierbare vader. Vervolgens zet hij hem neer met stem en gebaar…… En gerochel…. Liefdevol. Het is muisstil. Op lachsalvo’s na, want vader was een kleurrijk mens.

Ontroerend.

‘Doorgaan of stoppen, liefhebben of haten. Hoe houd je jezelf staande in deze veranderende wereld?’ De worsteling met het prachtige mooie kutleven. Je moet diep graven om jezelf telkens te vernieuwen. Cultuur is een ondergeschoven kind tegenwoordig. Subsidies zijn verdwenen. We kweken lelijke, domme en verveelde mensen op die manier, maar ja.

Heks kent het machteloze gevoel van teleurstelling in het leven en hoe je jezelf telkens opnieuw moet uitvinden. Wat heerlijk, dat iemand zijn worsteling laat zien. Confronterend ook. ‘Oei,’ hoor ik achter me, als de acteur een Siamese tweeling uit elkaar rukt. Zich niet langer verbergt….

‘Jeetje, zucht,’ ‘Nou,nou,nou,goh,’ Er komen meer geluiden van de achterbank. Iemand zit gigantisch mee te leven. Het is ook aangrijpend. En toch lig ik voortdurend in een deuk. Een paar van de vertolkte grappen hebben een baard van hier tot Tokio. Toch schater ik het ook hierbij uit. De man kan me werkelijk om alles laten lachen!

Tussendoor wordt druk geapplaudisseerd. Heks vindt het zonde van de concentratie. Het onderbreekt en leidt af. Maar Fred Delfgaauw krijg je niet gek. Hij gaat gewoon zijn gang. Als iemands telefoon gaat reageert hij met een laconiek: ‘Zo, is ie nu uit?’

Aan het eind krijgt deze grote bescheiden man een staande ovatie. Het publiek staat als één man op. Prachtig. Wat een geweldige avond heeft hij ons bezorgd! Later in de foyer praten we met de directrice van het theater Liesbeth Huiberts. Zij en haar man directeur Kees van Leeuwen zijn de stuwende kracht achter dit initiatief. Frogs heeft natuurlijk ook met hen vroeger samengewerkt. Met Gruppo Tutto Dramatico en In Casa. En ook dat heeft Heks gezien!

Liesbeth vertelt dat ze een lesprogramma heeft opgezet om kinderen tussen de 1 en drie jaar kennis te laten maken met toneel! Wat doet dit echtpaar toch hun gloeiende best om het culturele klimaat in onze sleutelstad leefbaar te houden. Ze hebben dit theater vanaf de grond opgebouwd.

‘Vroeger was het de gymzaal van de technische school. We hebben het flink verbouwd. Daar achter liggen een aantal leslokalen. Binnenkort krijgen we boven een grote foyer erbij!’

Op een gegeven moment loopt Fred Delfgaauw de foyer in. Frogs gaat hem natuurlijk begroeten. Ook Heks schudt hem de hand. ‘Bedankt voor de fantastische voorstelling. Het was ontroerend en prachtig .’

Engel staat stralend achter de balie een handje te helpen als we het pand verlaten. Haar oude vertrouwde plek! Heks werpt haar een kushandje toe. Ze heeft nog geen bal zin om naar huis te gaan. Ook zij heeft vandaag een goede dag. En ja, dan ga je nogal eens een klein beetje over je fysieke grenzen…… 😉

We lopen over de glimmende kasseien richting Huize Heks. ‘Gek hè, Frogs, de straten zijn kletsnat, maar steeds als wij buiten lopen is het droog!’ Nou, zo’n dag was het vandaag. Soms regent het alleen maar waar jij loopt lijkt het. (Zoals mijn dode geliefde Ernst altijd zong op zulke dagen: (Travis ) Why Does It Always Rain On Me?)

 Vandaag niet. Wat een superdag!