Narrige Hofnar, narcistische narigheid, knorrige heksjes, knokige kniezers, kniezende kleuters? God houdt van iedereen. Ook van mij! Heks kan er met haar pet niet bij. Zelfs niet met mijn toverhoed. Maar het geeft moed, dit inzicht. Moed aan wanhopigen!

‘Heks, het valt toch wel mee dat chronisch slechte humeur van jou?’ Steenvrouw kijkt me nieuwsgierig aan. We zitten gezellig te dineren in mijn kleurige maar verre van keurige heksenkeukentje ergens in de laatste weken van het oude jaar.

Het gesprek gaat over al die woede, waar ik mee te dealen heb gehad de laatste jaren. We liggen dubbel van de lach, omdat ik het niet kan laten er de draak mee te steken.

Mijn machteloze eenzame scheldkanonnades richting vervelende voorouders, voormalige vermeende vrienden, stomme toevallige voorbijgangers en tegenwerkende trage voorwerpen hebben al bewezen weinig nut te hebben. En volgens sommige medemensen word ik daar nou zo ontzettend moe van. Niet van de ME.

‘Je hebt gelijk, lieve schat, ik bedacht me ook laatst, dat ik van nature helemaal geen kwaad wijf ben. Ik betrap mezelf praktisch elke dag op een goed humeur. Zit ik weer met een stralend gezicht op mijn vouwfiets. Geniet ik enorm van mijn gekke hondje. Moet ik schaterlachen om medemensen. Maak ik met iedereen een opgeruimd praatje. Raak ik vertederd door een klein kind. Of een donzige pup….’

Goddank.

‘Ik realiseer me ook maar regelmatig dat het goddelijke van alles en iedereen houdt. Zelfs van iemand als Adolf Hitler. Zag laatst een documentaire over die griezel: Zijn modus operandi indertijd is overigens identiek aan wat Trump nu uithaalt in de VS…..  Fake news, minderheidsgroepen verketteren en ga zo maar door. Allebei narcisten natuurlijk. Enorm interessant programma!’

‘Dus God houdt ook van dat grote dwarse lelijke kind dat de Verenigde Staten bestuurt. Koning, nar en narcist tegelijk. Van mij houden zal dan ook wel lukken….’

Het dringt langzamerhand tot me door, dat ik helemaal niet zo’n razende troela ben als ik steeds beweer. De grondtoon van mijn leven is nog altijd zacht. Ik spring alleen sinds een jaar of vijf uit mijn vel in bepaalde situaties. In plaats van datzelfde huidje duur te verkopen. Aan de eerste beste charlatan.

Na een leven lang slikken en pikken ben ik begonnen met het stellen van grenzen. Aanvankelijk op een manier van ik gooi iemand door de voordeur naar buiten en met een zielig gezichtje komt dezelfde figuur door de achterdeur weer naar binnen geslopen. Maar sinds een jaar of drie lukt het me beter om ongewenste entiteiten echt buiten mijn heksendeur te houden.

Helaas voel ik me er helemaal niet beter door. ‘Als je toegeeft en het iemand toch weer naar de zin maakt, ook al gaat dat ten koste van jezelf, ben je in elk geval een toffe peer. Of een goed mens. Of een echte lieverd……’ beweer ik tegen de Don afgelopen weekend. Ja, het is zo.

Mensen teleurstellen levert weinig positiefs op in eerste instantie. Pas na een hele tijd blijkt het toch wel fijn te zijn als bepaalde mensen niet meer bovenop je lip zitten te zuigen. Ze blijken ook gewoon door te leven zonder jouw niet aflatende aandacht. Tevens is jouw plek in dat leven intussen met het grootste gemak opgevuld door iemand anders met vergelijkbare kwaliteiten. Geen mens is nu eenmaal onmisbaar.

‘Het allermoeilijkste is om jezelf te zien. Dat laatste tijd lukt het me eindelijk om mijn kant van het verhaal in beeld te krijgen. Hoe het niet stellen van grenzen zeer uitnodigend werkt op allerlei lieden, die graag grensoverschrijdend opereren. Hoe  jarenlang mijn mond houden als ik me gekwetst voelde in de hand heeft gewerkt dat mensen geen rekening met me houden. Hoe…., hoe…….’

Mijn geklaag is mosterd na een moeizame maaltijd. Sommige klaagzangen liggen me gestaag al zo’n vijfenvijftig jaar zwaar op de maag. Of vijfendertig. Of vijftien. Of vijf…… Maar nooit kort. Ik dien mijn publiek zelden direct van repliek. Als ik het al eens doe is het hooguit een morsige meevaller.

Dus Heks ziet eindelijk zichzelf. Het is zover. Na jarenlang de ander begrijp ik nu eindelijk iets van mijn eigen aandeel in het geheel. Een geheel zonder winnaars en verliezers. Dat hele idee, dat we moeten winnen en de beste moeten zijn is echt volledig achterhaald.

En zoals altijd loopt de werkelijkheid achter de feiten aan. Je kunt geen TV programma zien of iemand moet weer iets winnen. Of de beste zijn. Liefst allebei. Zelfs het opzetten van een ideale samenleving voltrekt zich middels een uiterst competitief traject. Treurig.

Maar goed, dat is misschien een beetje een stokpaardje van me aan het worden.

Heks heeft natuurlijk veel te veel tijd om na te denken. Ik sla hele dagen stuk in mijn eentje. En dat al jarenlang. Ik heb een hoofd, dat geneigd is te denken. Filosoferen is 1 van mijn overlevingsstrategieën. De Don heeft er ook last van. Samen kunnen we urenlang reflecteren op ons bestaan.

‘We zijn toch ook wel een soort moderne hofnar,’ grapt de Don. Heks hoopt het. De ouderwetse nar mocht echt alles zeggen aan het hof. Dingen waar bij ieder ander de doodstraf op stond kraamde zo’n nar zonder enig gevaar voor eigen leven uit. Luidkeels. Het was bij de wet verboden om hem ervoor te straffen….

Misschien was ik alleen maar een beetje te narrig de laatste jaren. De keerzijde van mijn vrolijke noot. De laatste weken heb ik om de haverklap weer de leukste ontmoetingen en gesprekken. Zomaar uit het blinde niets. Zoals in de tijd toen iedereen mijn partner was. Voordat ik  me bewust werd van narcisten en psychopaten. Voordat ik hen hiervan begon uit te sluiten.

Het goddelijke sluit niemand buiten. Het goddelijke omvat alles. Goed en kwaad betekenen niet meer dan slechts links en rechts in die eeuwige optiek. De gulden middenweg bewandelen is de kunst. Ik mag misschien wel in mijn handjes knijpen, dat ik mijn keerzijde heb leren kennen. Me ermee heb vereenzelvigd.

Wellicht ben ik tegenwoordig veel beter te nassen dan in mijn jaren als heilige boon. En zoals je weet: Heilig boontje, loont niet, maar komt om zijn loontje.

‘Heksiedroppie, lieve zotteklapperke,’ noemde mijn dode verloofde me indertijd. Toen hij nog onder ons was. Ja: Een zot zijn. Swiebertje. Malle Mietje. Het is me een eer en genoegen. En het is ook de moeite waard: Een dag niet gelachen…….

Heks is veel liever een nar, dan een narcist!

Een nar of hofnar is de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. Vooral in de Middeleeuwen was de hofnar populair, maar in de loop van de 18e eeuw verdween deze aan de meeste hoven.

Een nar was soms iemand die door afwijkende geestelijke of lichamelijke eigenschappen (mismaakt; ‘geestelijk beperkt’) onbewust de spotlust opwekte, soms een intellectueel die bewust spotte en politieke invloed had. Sommige talen onderscheiden beide figuren, zoals in het Engels (buffoon versus jester).

De nar kleedde zich vaak in een voor hem gemaakt pak, voorzien van zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij een staf, narrestok, zotskolf of Marot. De nar had een bijzondere sociale positie. Enerzijds wekte hij de indruk onderaan de sociale ladder te staan, anderzijds was hij in de positie leden en gasten van het hof te doorgronden en hen voor de gek te houden. Hij kon ingaan tegen de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd. In die zin had hij juist een hoge sociale status.

In de Orde van de Dwazen was de geborduurde nar op de kleding een herkenningsteken.

Tegenwoordig speelt de nar in Nederland nog een rol tijdens carnaval, hij staat dan Prins Carnaval bij.

Gestrande Heks likt wonden en zindert na van haar bijzondere consult bij paragnost Peter van der Hurk. Laven aan stenen en eten met steenvrouw! Stormachtig weer. Verdraaid: Bezemsteel vergeten…..

steenvrouw12

Rian Geurts, Marmeren beelden, Expositie in ‘Ars Aemula Naturae’ te Leiden

Na mijn bezoek aan de paragnost lig ik een paar dagen omver. Mijn kloppende rauwe en blauwe knie beperkt mijn actie radius aanzienlijk. Ook is de buikgriep weer terug van nauwelijks weggeweest. En ik ben doodmoe.

‘Je hebt er geen zin meer in. Je bent op!’ aldus Peter van der Hurk. Het is waar. Een dodelijke vermoeidheid ontrekt het laatste beetje energie aan  mijn doorgaans toch al beperkte niveau.

‘Je moet wel meer eten en drinken, Heks,’ krijg ik ook te horen tijdens het consult. Lastig natuurlijk met al die vage griepjes. Toch ga ik beter mijn best doen, neem ik me voor. Ik hou enorm van lekker eten. Alleen moet het wel mogelijk zijn om het door te slikken.

‘Er zit allemaal emotie op je keel,’ verklaart Peter dat probleem. Als ik weer een beetje wil eten, moet ik gewoon met anderen afspreken. Samen eten is nu eenmaal veel leuker!

Zo dweil ik dan een paar dagen met de kraan open. Ik doe slechts het hoogstnoodzakelijke: Hondje uitlaten, nog eens hondje uitlaten en weer hondje uitlaten. Het is doorgaans vies pestweer, dus het geeft niks om binnen op de bank te hangen.

Intussen lik ik mijn wonden. De verkregen informatie geeft dan wel veel opheldering, het vraagt ook om een grondige herziening van mijn herinneringen. Onschuldige gebeurtenissen worden geüpgraded naar waardeloze lieg-en bedriegpraktijken. Bedrieglijk mooie herinneringen krijgen een bedrogen kader. Geluk wordt gelul……

‘Ja maar ik zag op een gegeven moment engelen om ons heen staan, zo bijzonder!’ roep ik tegen Peter over een bepaalde relatie met iemand in mijn leven, die erbarmelijk mis is gegaan. ‘Ja, jij zag dat. Dat ben jij! Dat zijn jouw intenties!’ geeft hij terug…….

Ik zie mijn eigen pure intenties gestrand in een moeras van leugens en vreemdgaan. Sommigen, die ik liefhad bestaan niet, elk aanknopingspunt is verdwenen. Wel vallen er heel veel dingen op hun plek. Honderden vallende kwartjes rinkelen me om de oren, alsof ik de hoofdprijs win tijdens gokken met een fruitautomaat!

Al die prachtige intenties keren spontaan bij me terug. Dat is dan wel weer het mooie van dit proces. Ze horen namelijk bij mij. Ze zijn onlosmakelijk met mij verbonden! Die liefde en toewijding vult nu mijn eigen hart. Ik laat het gebeuren. Het is goed.

Zondag ga ik even bij Steenvrouw buurten. Zij exposeert bij ‘Ars Aemula Naturae’ met haar prachtige beelden. Ik maak een paar foto’s, maar de opstelling van de kunstwerken is niet grandioos. ‘Jammer dat ze zo laag staan, schat, ze komen niet zo mooi uit op deze manier.’ ‘Je hebt gelijk. Die sokkels zijn niet goed, we gaan er binnenkort iets aan doen, Heks.’

Mijn vriendin schenkt een glaasje wijn in. We proosten. ‘Zullen we morgen weer eens samen eten? Ik moet beter eten en ook meer. Maar in mijn eentje bak ik momenteel weinig van…’ Steenvrouw nodigt me direct uit om iedere maandag te komen eten, zoals ik dat deed in de tijd dat ik te ziek was om zelf te koken.

Zodoende rijd ik maandagmiddag vanouds naar het gezellige huis van mijn maatje. Ze staat al uitgebreid te kokkerellen. Haar knappe dochter en zoonlief schuiven aan. We kletsen en smullen van heerlijke pompoensoep en zalmpasta. We lachen om de gekke verhalen die over de tafel vliegen. We tafelen nog een beetje na…..

‘Ik ga je er weer uit gooien, lieve Heks,’ zegt mijn vriendin, net op het moment, dat ik mijn jas pak. Ik moet het Varken nog een goeie slinger geven, maar het is zulk vreselijk weer. Weliswaar droog, maar stormachtig!

We pakken elkaar even lekker beet. ‘Dag schat, dank je wel voor het verrukkelijke eten. Ik kan er weer helemaal tegenaan.’

Niet veel later loop ik langs de Vliet. Heen kan ik tegen de lucht aanleunen. Met moeite worstel ik me richting brug in de verte. Terug laat ik me langs het water waaien. Jammer dat ik mijn bezemsteel niet bij me heb, het is echt weer om een beetje te stunten……