Liefde woont in het hart. En geloven? Dat komt toch van boven? Van buiten naar binnen om te beginnen! Een voet tussen de deur desnoods. Want je wilt toch niet ter helle na je dood? Van kruisiging naar paasvuren: De brandstapel zal mijn tijd wel duren…….

Woensdagmorgen word ik uit mijn bed gebeld na een zeer brakke nacht. Lang weliswaar. Ik ben echt op tijd naar bed gegaan. Om in onrustige etappes van steeds een paar uur het klokje rond te slapen…..

‘WAfwaf,’ VikThor staat bij de voordeur. Zou het Steenvrouw zijn? Ze wilde op de koffie komen, maar het komt niet uit op dit moment. Misschien heeft ze mijn app’je niet ontvangen? Ik doe de buitendeur open en wacht rustig af bovenaan de trap.

Een man komt jovialig tevoorschijn. Ik ken hem niet. Hij oogt keurigjes, maar roept instinctief weerstand bij me op. Een licht reformatorisch geurtje omfloerst zijn benige gestalte. Er straalt iets betweterigs uit zijn kille oogjes. Geroutineerd begint hij een vroom verhaal af te draaien. ‘Oh, komt u me soms bekeren op de vroege ochtend?’ roep ik nijdig.

Het is alweer de tweede keer deze maand, dat iemand me probeert een kutgevoel aan te praten middels geloofsovertuiging. ‘Nee,’ de man is zeer stellig, ‘Ik kom u uitnodigen….!’

Iemand van de buurtvereniging? Een initiatief van het museum om de hoek? Ik probeer in te schatten waar de gereformeerd walmende man thuishoort. Het evangelie sijpelt werkelijk uit zijn oksels. Zijn bekeerdrang heeft een hele lange baard. Lobby voor de EO?

Net voordat de man zijn voet tussen de voordeur kan zetten komt de aap uit mouw. Hij komt me uitnodigen voor een gesprek over God. ‘Godkolere, belt u me daarvoor wakker?’ Heks gooit de voordeur dicht. Ik ben helemaal klaar met deze gelijkhebberige vorm van geloven. Wie het ook doet en in welke godheid dan ook.

Als ik een kwartier later uit het raam kijk staat de man met zijn maat nog steeds in mijn portiek te oreren. Hoopt hij alsnog naar binnen te mogen?

Jeetje Heks, dat begint lekker. De dag dat je in de Matthäus Passion mee gaat zingen begint met een vloek. En een poging je in te lijven in de Gelederen van de Uitverkorenen van de Messias met het Ultieme Gelijk. Prutteldepruttel……

Kom mij niet meer aan met dit soort leuterkoek. Mijn hele leven lang ben ik zo ruimdenkend geweest als maar kan om andersom door de diverse spirituele tradities met het Grote Gelijk om de oren te worden geslagen. Te worden verketterd. Door ketters! Een paar eeuwen terug had ik al lang ergens op een brandstapel liggen fikken.

Hoe kleinzieliger de geest, hoe zekerder van de zaak lijkt het wel. Dat het zeer kwetsend is om te horen dat je een duivelskind bent van een evangelisch ingesteld familielid ontgaat zo’n type volkomen. Het Grote Gelijk geeft je het recht om zo te oordelen.

Dat overkwam Heks, toen ze als dertigjarige een opleiding tot paranormaal genezer volgde. ‘Het is van de duivel, dat is het,’ steunde het familielid boosaardig terwijl ze met grote boze stappen haar machtige logge door Jezus geredde lijf door de woonkamer beukte.

‘Oordeelt niet, opdat u niet geoordeeld worde…’ ja, Heks is hartstikke bijbelvast. Er staat nergens in dat grote voorleesboek dat handoplegging van de duvel is. Jezus had er zelf een handje van. Notabene! Ook veranderde hij water in wijn, vermenigvuldigde broden en vissen alsof het niets was en liep over water als hij er in in had.

Matteüs 7:1-6 NBG51

Jezus zei:’Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen. Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij die niet vertrappen met hun poten en, zich omkerende, u verscheuren.’

Jezus hield wel van een beetje magie. Een wonder was de wereld nog niet uit wat hem betreft. Ik heb het altijd raar gevonden van calvinisten, dat in hun optiek wonderen iets zijn van vroeger. Handoplegging in de tegenwoordige tijd is verdacht.

Katholieken doen ook eindeloos moeilijk over een wondertje hier of daar. Hele commissies onderzoeken jarenlang zo’n vermeend wonder. En als ze er niet omheen kunnen wordt de wonderdoener heilig verklaard. Wonderen zijn niet voor gewone mensen. Dat het maar duidelijk is.

Als ik als kind een dode zag, mijn opa kwam regelmatig buurten, verklaarde men me direct voor gek, knettergek, maar het feit dat de discipelen Jezus zagen rondwandelen daags na zijn kruisdood vond men dan weer zeer aannemelijk.

Ik ben Moslim, Christen, Boeddhist, Atheïst, Hindoe , Nudist, ….. Ik ben dit of dat, geloof dit of dat. En dat is de waarheid. De ultieme waarheid. De absolute waarheid. Ik weet nu eenmaal alles beter en ik heb altijd gelijk.

‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij (Johannes 14:6),’ is zo’n uitspraak van Jezus, waar hele volksstammen dat Eigen Gelijk op hebben gebaseerd.

En dan: Hoe komen we tot den Moeder? In mijn kerk, de Leidse Studenten Ecclesia, is God ook een Vrouw. Een hele verbetering. Heks denkt overigens dat het mannelijke is voortgekomen uit het vrouwelijke. Een leuke variant op het thema mens. Met een dapper slurfje voor de verspreiding van de genensoep. Niets meer en niet minder.

Heks heeft jarenlang zo gebaald van dit soort tendenzen in Christelijkgeloofland, dat ik helemaal niks meer te maken wilde hebben met deze vorm van geloven. Wat een patriarchaal geëikel. \Wat een betweterig gezeik. Al dat zeker weten stuit me tegen de borst.

Onderzoekt alles en behoudt het goede! (1 Tessalonicenzen 5:21)

Na jarenlang te zijn afgeknapt op evangelisch gezever uit mijn omgeving, waarbij de geijkte stompzinnige stokpaardjes van stal werden gehaald, homo’s zijn zondaars en dergelijke, na jarenlang distantie van het geloof van mijn voorouders, kwam ik terecht bij Alex Orbito. Een gebedsgenezer op de Filipijnen.

Een heerlijke man. Diep gelovig op een manier die me ligt. Zo is hij als kind per ongeluk in een berg beland bij kabouters. Daar heeft hij veel geleerd. Zijn moeder was een kruidenvrouwtje. Zijn grote voorbeeld. Omdat hij net als Heks geen zak zin had in het vak van genezer werd hij fotograaf.

Uiteindelijk is hij toch weer op dit pad gezet. Tegen heug en meug aanvankelijk, maar uiteindelijk vol overgave. De hele wereld heeft deze kleine man over gereisd. Talloze mensen heeft hij geopereerd, gewoon met zijn handen.

Een ongelofelijke ervaring voor ons westerlingen, maar op de Filipijnen is deze vorm van genezen heel gewoon. In de Gouden Gids staat een waslijst aan spirituele chirurgen. Ik ben bij verschillenden onder het mes geweest, maar Alex is veruit de beste. Zo zuiver als wat.

Alex werkt vanuit zijn verbinding met Jezus. “Love yourself and love God,’ liggen hem in de mond bestorven. Maar ook ‘The White Lady’ is voor hem van wezenlijk belang. In een heilige grot in het noorden van de Filipijnen werkt hij intensief met haar samen….

Tijdens een healing-seminar bij zijn piramide op de Filipijnen kwam ik een Sikh uit India tegen. Een spirituele leider met een grote tulband op zijn hoofd. Tijdens een gezamenlijke lunch vertelde hij, dat het hoegenaamd niets uitmaakt waar je in gelooft. Er zijn vele waarheden.

‘Het geloof van je jeugd ligt vaak het dichtst bij je hart. Het is als je moedertaal, die spreek je het beste. Daar kun je je het best in uitdrukken….’

Op het internationale healing-festival waren vertegenwoordigers uit alle spirituele tradities van over de gehele wereld aanwezig. Van een degelijke ouderwetse exorcist tot New Age-achtige Aura Soma dames. En alles daartussenin! Heks had de tijd van haar leven in dit kakelbonte gezelschap….

Weer een paar jaar later kwam ik er achter begin jaren ’90 intensief te hebben meegewerkt aan het herstel van het Christenrasterwerk rondom Moedertje Aarde. Vergelijkbaar met het meridiaanstelsel in ons lichaam. Belangrijke plaatsen op dit raster zijn door de eeuwen heen sterk vervuild geraakt door mensenlijk toedoen:

Misstanden in de kerk bijvoorbeeld. Dat laat energetisch sporen na. Zo zijn vele heilige plekken vervuild. Van over de gehele wereld werden lichtwerkers op pad gestuurd pakweg dertig jaar geleden. En Heks werd ook bij haar lurven gegrepen.

Voor ik het wist zat ik dagenlang in trance heiligdommen te reinigen. Voornamelijk in België en Frankrijk. En ook een paar steencirkels en een oude Thor in het uiterste noordwesten van Schotland…..

Christendom en spiritualiteit bijten elkaar niet. Het zijn de mensen, die bijten. Zich vastbijten. Verbijten. Verbeteren. Betweteren. Elkaar onverdraagzaam de les lezen. Elkaar naaien waar je bij staat. Heiligdommen verneuken. Het is de mens, geschapen naar Gods beeld, die er vaak maar weinig van bakt.

Vandaag ga ik meezingen in de Matthäus. Bekeren voor de storm heeft geen zin. Jezus woont al jaren in mijn hart. Deze grote vriend van Boeddha. Zelf ook een heksachtige, kijk maar naar zijn daden. Wekte mensen op uit de dood notabene.

Bach heeft een fantastisch kunstwerk afgeleverd over het lijden en sterven van deze bijzondere man. En wij gaan dat uitvoeren. zoals elk jaar.

Hoera!

Als eerste Bisschop in de kerkelijke top publiceerde Kardi­naal Danneels van België een duidelijk standpunt tegenover New-Age. In zijn brochure “Christus of de Waterman” (1990) gaf hij een helder beeld van de situatie binnen en buiten de Kerk rond deze zaak. En hij riep hij op om te komen tot een bewuste en consequente keuze vóór Christus.

Hohoho, Toverheks zit in haar flow. Kabouters bevolken mijn heksenstulpje. Het is zo schoon hier met al die hulpjes. Toverkol roert haar trom: Nieuwe ratels, oude ratels, groot en klein, ratels alom!

‘Jeetje Heks, wat is het hier schoon!’ Steenvrouw loopt bewonderend door mijn stulpje, ‘Er is ook een hele berg spulletjes verdwenen uit die hoek daar. Wat stond er ook alweer? En wat een prachtige bloemen overal!’

‘Ik zit weer in m’n flow,’ verklaar ik mijn opgeruimde huis, ‘En ik heb mijn kristallen in bad gedaan. Ook al zie je het niet direct, je voelt het!’

Mijn vriendin komt eten. Ik heb heerlijk gekookt. Rendang en Sajoer Lodeh. Verse tomatensoep vooraf. ‘Die Sajoer Lodeh is helaas pimpelpaars geworden. Dat komt door die kleurrijke oerwortels uit de bio winkel. Alle groente verandert in rode kool qua kleur als je er zo’n wortel aan toevoegt. Prachtige penen hoor, maar niet in een gemiddeld groentegerecht..

Heks zit inderdaad haar flow. Sinds ik op de Toverheksenschool zit voel ik me veel beter. Ten eerste verveel ik me niet meer de typhus. Een probleem, dat steeds weer de kop opsteekt bij ME patiënten en hun amoebebestaan: Dat eindeloos uitzitten van je kwaal is maar saai allemaal.

Ook resulteert het verkeren onder gelijkgestemden in een geweldig goed humeur. Ik voel me gezien en begrepen. En vice versa. Heks geniet enorm van haar klasgenoten en alles waar ze zich mee bezig houden. De leukste heksenstreken worden op maat geleverd aan wie dat maar wil. Sommige toverkollen maken veel herrie. Anderen zijn opvallend stil!

Vorige week zondag word ik verliefd op een trommel. Nu heb ik al een sjamanentrommel van de markt. Gekocht voor vijfentwintig euro jaren geleden bij een kraam vol Indiase hebbedingetjes. Maar een echte heuse serieuze trommel? Die had ik nog niet.

Wel heb ik mezelf er jaren geleden eentje beloofd. Zelf maken lukt niet meer met die halvezolige armen van me, maar op een goeie dag komt er vast een op mijn pad is mijn overtuiging. Zo is dat.

En nu is het dan zover: Mijn toverjuf zwaait met een kleine knalrode trom en ik ben om. ‘Deze drum is te koop, probeer em gerust uit. Ik hoor het wel als iemand geïnteresseerd is….’

Heks probeert em uit. Ik zie dat andere dames vervolgens ook lustig op mijn nieuwe trommel roffelen. Wat denk ik nu? Mijn trommel? Benauwd kijk ik toe hoe iemand wel heel veel plezier heeft met de rode trom……..

Als ‘ie voor me bestemd is, draaien de zaken wel om……..

En inderdaad: Ik ga met de trommel naar huis. Mijn auto zit helemaal vol. Mijn oude drum. Een serie ratels. De nieuwe trommel. Een edelhert…… Ik pas er nog net bij!

Thuisgekomen staat het hert me al op te wachten. Midden in de woonkamer. Vlak bij de verzameling klankschalen en gongs. Zijn enorme gewei schuurt tegen de schemerlamp.

Ik plaats de knalrode trommel achter het hert. Moest rood zijn. Heb een vriend ooit gek gezeurd om een trommel met rode rand, die hij meenam van een reisje naar Marokko……

’s Nachts zit ik heel zachtjes te roffelen: De bovenbuurman is al naar bed. Een elektrisch stroompje loopt van de trommel naar mijn hart en vice versa. Ik glijdt moeiteloos mijn innerlijk landschap in. Waar de Sangha schapen berenklauw grazen. Waar de uit Belgisch Blauw gehouwen Zwarte Madonna woont.

Met het hert aan mijn zijde glijdt ik door mijn landschapsruimte/tijd. Naar de laatste avond in Plumvillage. Het volle maan feest. De hartsoetra gezongen door monniken en nonnen. Mijn moeders spirit, niet gehinderd door haar ontluisterende ziekte, genietend naast me in het hoge gras……..

Een paar dagen later stuurt mijn personal shopper in andere dimensie me naar de kringloop om de hoek. Aldaar ligt iets op me te wachten wordt me verteld. Ik moet eventjes zoeken en in dat proces klimt er een hele kabouterfamilie in mijn tas, maar dan vind ik een kwast van hertenhaar met op de zilveren speld een afbeelding van een edelhert!

 

‘Die kwasten zie je wel bij jagersverenigingen in Duitsland. Vaak zijn ze van everzwijn, maar soms ook van hertenhaar,’ weet mijn juf te vertellen. Online zie ik her en der bosjes hertenhaar te koop, die er ongeveer hetzelfde uit zien…..

Met de kwast kan ik nog zachter trommelen in de nacht. Nachtuil als ik ben.

Een paar dagen later struikel ik op de zaterdagse warenmarkt ongeveer over een zachte handgemaakte doek met hertenprint. In de aanbieding natuurlijk….. Perfect om mijn trommel in te wikkelen. Samen met een kaboutertas, die hier al jaren ligt te slingeren is mijn trommeloutfit compleet.

Ik word sowieso op mijn wenken bediend momenteel. Heb ik gordijnringen nodig voor sjamanistisch werk? In de kringloop ligt een setje antieke exemplaren. Dertien stuks. Alle soorten en maten. Voor drie euro. Achter slot en grendel, als betrof het een grote schat!

En dat is ook zo.

Gisterenmorgen ligt er een oude sleutelhanger op de grond. Op eigen houtje uit de sleutelkast gekropen en door het huis geslopen. Vreemd. Gek genoeg is de bijbehorende sleutel verdwenen. Zo’n exemplaar, dat je zelden gebruikt. Van een vergeten deur, waar intussen al lang een ander slot op zit.

Heks heeft eigenlijk nog nooit echt goed naar de sleutelhanger gekeken. Het is een piepklein samba-balletje. Echt minuscuul. Als ik er mee heen en weer beweeg begint het zachtjes geluid te geven. Huh? Het is me werkelijk nooit opgevallen, dat het een werkzaam balletje is. Een piepklein rateltje. Perfect om altijd bij je te hebben! Ik klik em direct aan mijn grote sleutelbos.

Heks zit in haar flow. Alles is in beweging. Tussendoor lig ik helemaal voor Pampus uit te rusten van al die activiteit. Want flow of niet: Ik moet niet overdrijven. Zuinig zijn met de beperkte energie, dus vliegen binnen de lijntjes. Maar wel op mijn bezemsteel!

 

 

 

In het diepst van de nacht begint de dag. Heks heeft niks in de gaten. Ik hoor mezelf nog steeds depressief praten….. Maar draken en griffioenen brengen nieuwe visioenen. In de nacht, als ik slaap, draait mijn wereld op zijn kop.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks wordt gepest. Al een hele lange tijd. Systematisch en sneaky. Ja , je bent echt een held als je zo’n amoebe als Heks gaat treiteren. Succes verzekerd, want ik ben machteloos, zelden afgeleid van mijn bestaan door bijvoorbeeld een leuke vakantie. Of een dagje uit. Of door gezellige gezinsleden. Nee, mij zieken is geheid een schot in de roos.

Oh, het is toch zo moeilijk om zulke dingen los te laten! Vooral als iemand constant haken in je blijft slaan. Zijn macht laat gelden. Er eventjes in stampt dat je niks voorstelt met je zieke sneue leventje.

Goddank raakt het mijn koude kleren niet. Het is bepaald niet iemand waar ik van hou, die dit doet. Alles gaat voorbij, Heks. Ook dit. Eens ben ik er van af. Op een goede dag. Een hele goede dag.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een week terug spring ik weer eens uit mijn vel, als ik mijn boodschappen niet kan betalen. Er staat geen geld op mijn rekening. Vreemd. Normaal gesproken word er op maandag een zeker bedrag gestort. Het zou zelfs omhoog gaan, maar in plaats daarvan zie ik opeens helemaal niks meer.

Chagrijnig ga ik naar huis. Gelukkig kan ik in de biowinkel poffen, anders zat ik met een lege koelkast. Ik krijg zelfs de maandagse 10% korting over het bedrag van die ongelofelijk aardige idealisten. Terwijl ik het op een geheel andere dag ga afrekenen….

Thuisgekomen ontdek ik dat VikThor in mijn bed is gesprongen na een modderbad in een poldervaart. Hij ligt intussen alweer braaf op zijn plaats, wetend dat dat niet mag. Ik heb hem dan ook niet op heterdaad betrapt, maar mijn stede spreekt boekdelen!

Scheldend sla ik aan het kokkerellen. Ik heb vandaag twee linkerhanden, maar er ligt zo veel vergeten groente in de koelkast. Daar moet iets mee gebeuren. Dat was ook het hele idee achter mijn boodschappenronde.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Kom je nog eten?’ lees ik op mijn app. Oh jee. Alles loopt in de soep vandaag. Steenvrouw heeft me al dagen geleden uitgenodigd, maar ik had eigenlijk iets anders. ‘Ik hou een slag om de arm,’ betekent natuurlijk niet, dat je helemaal niks meer laat horen. Heks wilde vanavond naar een cursus Mahjong. Ik probeer er al dagen naartoe te werken, maar het lukt gewoonweg niet.

‘Het is geen denderende combinatie, Heks, op maandag die Mahjongles en op dinsdag koor. Het lukt je al niet om na die koorrepetitie twee dagen later te gaan mediteren. Hou dus maar op. Kook je maaltje. Eet het ook op! Bel morgen je vriendin. Ga vroeg slapen!

Anderhalf uur later zit ik lekker in bed te tekenen. Ik heb gekookt. Ik heb gegeten. Straks nog een rondje met mijn smerige hondje. We hebben het weer bijgelegd natuurlijk……. En dan slapen! Als het lukt tenminste.

Sinds ik mijn nieuwe tablet heb, waar je met zo’n apple pencil op kunt tekenen ben ik de koning te rijk. Op mij oude piepkleine iPad kon ik ook al tekenen. eerste met rubberen stiftjes, later met mijn heksenvingers……. Ook al geweldig, maar dit is helemaal super.

Ach Heks, hou op met je gezwets. Wees dankbaar voor wat je hebt. Tel je zegeningen. Laat je niet kisten. Neem niets persoonlijk. Zie de mens. Jouw medemens. De idealistische fijne broeders en zusters, de gekken met gebreken, de goeien en de kwaaien……..Ja, hoe gestoord ze ook zijn. Bedenk je dan: Die doen ook maar wat. Net als jij…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Narrige Hofnar, narcistische narigheid, knorrige heksjes, knokige kniezers, kniezende kleuters? God houdt van iedereen. Ook van mij! Heks kan er met haar pet niet bij. Zelfs niet met mijn toverhoed. Maar het geeft moed, dit inzicht. Moed aan wanhopigen!

‘Heks, het valt toch wel mee dat chronisch slechte humeur van jou?’ Steenvrouw kijkt me nieuwsgierig aan. We zitten gezellig te dineren in mijn kleurige maar verre van keurige heksenkeukentje ergens in de laatste weken van het oude jaar.

Het gesprek gaat over al die woede, waar ik mee te dealen heb gehad de laatste jaren. We liggen dubbel van de lach, omdat ik het niet kan laten er de draak mee te steken.

Mijn machteloze eenzame scheldkanonnades richting vervelende voorouders, voormalige vermeende vrienden, stomme toevallige voorbijgangers en tegenwerkende trage voorwerpen hebben al bewezen weinig nut te hebben. En volgens sommige medemensen word ik daar nou zo ontzettend moe van. Niet van de ME.

‘Je hebt gelijk, lieve schat, ik bedacht me ook laatst, dat ik van nature helemaal geen kwaad wijf ben. Ik betrap mezelf praktisch elke dag op een goed humeur. Zit ik weer met een stralend gezicht op mijn vouwfiets. Geniet ik enorm van mijn gekke hondje. Moet ik schaterlachen om medemensen. Maak ik met iedereen een opgeruimd praatje. Raak ik vertederd door een klein kind. Of een donzige pup….’

Goddank.

‘Ik realiseer me ook maar regelmatig dat het goddelijke van alles en iedereen houdt. Zelfs van iemand als Adolf Hitler. Zag laatst een documentaire over die griezel: Zijn modus operandi indertijd is overigens identiek aan wat Trump nu uithaalt in de VS…..  Fake news, minderheidsgroepen verketteren en ga zo maar door. Allebei narcisten natuurlijk. Enorm interessant programma!’

‘Dus God houdt ook van dat grote dwarse lelijke kind dat de Verenigde Staten bestuurt. Koning, nar en narcist tegelijk. Van mij houden zal dan ook wel lukken….’

Het dringt langzamerhand tot me door, dat ik helemaal niet zo’n razende troela ben als ik steeds beweer. De grondtoon van mijn leven is nog altijd zacht. Ik spring alleen sinds een jaar of vijf uit mijn vel in bepaalde situaties. In plaats van datzelfde huidje duur te verkopen. Aan de eerste beste charlatan.

Na een leven lang slikken en pikken ben ik begonnen met het stellen van grenzen. Aanvankelijk op een manier van ik gooi iemand door de voordeur naar buiten en met een zielig gezichtje komt dezelfde figuur door de achterdeur weer naar binnen geslopen. Maar sinds een jaar of drie lukt het me beter om ongewenste entiteiten echt buiten mijn heksendeur te houden.

Helaas voel ik me er helemaal niet beter door. ‘Als je toegeeft en het iemand toch weer naar de zin maakt, ook al gaat dat ten koste van jezelf, ben je in elk geval een toffe peer. Of een goed mens. Of een echte lieverd……’ beweer ik tegen de Don afgelopen weekend. Ja, het is zo.

Mensen teleurstellen levert weinig positiefs op in eerste instantie. Pas na een hele tijd blijkt het toch wel fijn te zijn als bepaalde mensen niet meer bovenop je lip zitten te zuigen. Ze blijken ook gewoon door te leven zonder jouw niet aflatende aandacht. Tevens is jouw plek in dat leven intussen met het grootste gemak opgevuld door iemand anders met vergelijkbare kwaliteiten. Geen mens is nu eenmaal onmisbaar.

‘Het allermoeilijkste is om jezelf te zien. Dat laatste tijd lukt het me eindelijk om mijn kant van het verhaal in beeld te krijgen. Hoe het niet stellen van grenzen zeer uitnodigend werkt op allerlei lieden, die graag grensoverschrijdend opereren. Hoe  jarenlang mijn mond houden als ik me gekwetst voelde in de hand heeft gewerkt dat mensen geen rekening met me houden. Hoe…., hoe…….’

Mijn geklaag is mosterd na een moeizame maaltijd. Sommige klaagzangen liggen me gestaag al zo’n vijfenvijftig jaar zwaar op de maag. Of vijfendertig. Of vijftien. Of vijf…… Maar nooit kort. Ik dien mijn publiek zelden direct van repliek. Als ik het al eens doe is het hooguit een morsige meevaller.

Dus Heks ziet eindelijk zichzelf. Het is zover. Na jarenlang de ander begrijp ik nu eindelijk iets van mijn eigen aandeel in het geheel. Een geheel zonder winnaars en verliezers. Dat hele idee, dat we moeten winnen en de beste moeten zijn is echt volledig achterhaald.

En zoals altijd loopt de werkelijkheid achter de feiten aan. Je kunt geen TV programma zien of iemand moet weer iets winnen. Of de beste zijn. Liefst allebei. Zelfs het opzetten van een ideale samenleving voltrekt zich middels een uiterst competitief traject. Treurig.

Maar goed, dat is misschien een beetje een stokpaardje van me aan het worden.

Heks heeft natuurlijk veel te veel tijd om na te denken. Ik sla hele dagen stuk in mijn eentje. En dat al jarenlang. Ik heb een hoofd, dat geneigd is te denken. Filosoferen is 1 van mijn overlevingsstrategieën. De Don heeft er ook last van. Samen kunnen we urenlang reflecteren op ons bestaan.

‘We zijn toch ook wel een soort moderne hofnar,’ grapt de Don. Heks hoopt het. De ouderwetse nar mocht echt alles zeggen aan het hof. Dingen waar bij ieder ander de doodstraf op stond kraamde zo’n nar zonder enig gevaar voor eigen leven uit. Luidkeels. Het was bij de wet verboden om hem ervoor te straffen….

Misschien was ik alleen maar een beetje te narrig de laatste jaren. De keerzijde van mijn vrolijke noot. De laatste weken heb ik om de haverklap weer de leukste ontmoetingen en gesprekken. Zomaar uit het blinde niets. Zoals in de tijd toen iedereen mijn partner was. Voordat ik  me bewust werd van narcisten en psychopaten. Voordat ik hen hiervan begon uit te sluiten.

Het goddelijke sluit niemand buiten. Het goddelijke omvat alles. Goed en kwaad betekenen niet meer dan slechts links en rechts in die eeuwige optiek. De gulden middenweg bewandelen is de kunst. Ik mag misschien wel in mijn handjes knijpen, dat ik mijn keerzijde heb leren kennen. Me ermee heb vereenzelvigd.

Wellicht ben ik tegenwoordig veel beter te nassen dan in mijn jaren als heilige boon. En zoals je weet: Heilig boontje, loont niet, maar komt om zijn loontje.

‘Heksiedroppie, lieve zotteklapperke,’ noemde mijn dode verloofde me indertijd. Toen hij nog onder ons was. Ja: Een zot zijn. Swiebertje. Malle Mietje. Het is me een eer en genoegen. En het is ook de moeite waard: Een dag niet gelachen…….

Heks is veel liever een nar, dan een narcist!

Een nar of hofnar is de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. Vooral in de Middeleeuwen was de hofnar populair, maar in de loop van de 18e eeuw verdween deze aan de meeste hoven.

Een nar was soms iemand die door afwijkende geestelijke of lichamelijke eigenschappen (mismaakt; ‘geestelijk beperkt’) onbewust de spotlust opwekte, soms een intellectueel die bewust spotte en politieke invloed had. Sommige talen onderscheiden beide figuren, zoals in het Engels (buffoon versus jester).

De nar kleedde zich vaak in een voor hem gemaakt pak, voorzien van zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij een staf, narrestok, zotskolf of Marot. De nar had een bijzondere sociale positie. Enerzijds wekte hij de indruk onderaan de sociale ladder te staan, anderzijds was hij in de positie leden en gasten van het hof te doorgronden en hen voor de gek te houden. Hij kon ingaan tegen de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd. In die zin had hij juist een hoge sociale status.

In de Orde van de Dwazen was de geborduurde nar op de kleding een herkenningsteken.

Tegenwoordig speelt de nar in Nederland nog een rol tijdens carnaval, hij staat dan Prins Carnaval bij.

Drie oktober 2018. Heks viert het alsof haar leven ervan af hangt. En misschien is dat ook wel zo. Wellicht werkt al die hutspot louterend. Worden met de darmgassen kwade geesten uitgedreven….. Ik heb in ieder geval een topavond. In goed gezelschap. Op een oude vertrouwde plek.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dwrwie oktobew komt er weer aan. Voorafgaand lig ik wekenlang gestrekt. Dan is het opeens bijna drie oktober. Leids Ontzet. Vorig jaar heb ik het niet verder gebracht dan over de feestelijke warenmarkt lopen op de dag zelf. In mijn eentje. Niks aan. De speciale avond vooraf aan drie oktober zat ik uitgeput in mijn huis te luisteren naar het kabaal van een feestende stad.

Dus dit jaar kan ik het natuurlijk helemaal vergeten. Met al die virussen in mijn lijf. En de algehele malaise van een goeie dip in mijn ‘genezingsproces’ van alweer dertig jaar. Een proces, dat nooit heeft uitgeblonken in effectiviteit. Laat staan duurzaamheid. Een tijdelijke opleving op zijn hoogst. Niets bestendigs. Niets maakbaar bestaan.

De Don meldt zich een week van tevoren. ‘Ik kom naar Leiden.’ Oeps. Dan moet ik snel uit de kreukels komen, anders wordt dat niks. Ik zet alles in op ontkreukelen. Ik houd mijn gemak. Ik probeer positieve gedachtes te produceren tegen de snotklippen op.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik heb het leven lief,’ bijvoorbeeld. Dat resoneert goed met mijn binnenkant. En het klinkt gezelliger dan ‘Ik haat mijn leven, ik haat die ziekte, ik heb de pest aan alles en iedereen, die me altijd laten stikken….. Bladiebla….’

‘De kunst is om overal ja tegen te zeggen,’ aldus een heksenvriendinnetje van Heks. Ze zegt het op een moment, dat ik werkelijk niet zit te wachten op dit soort wijsheden, maar evenzogoed heeft ze wel een punt. De kracht van JA. Ik heb er zelfs een boek over staan. Geen doorkomen aan…..

De Don zegt af. Het gaat niet lukken door externe omstandigheden. Heks spreekt af met Trui. ‘Laten we saampjes de stad in gaan.’ Ik ga een poging doen om de dag tevoren hutspot te koken. Met mijn fenomenale klapstuk. ‘Als het lukt, kom dan eten….’

De Don meldt zich weer. Hij komt toch. De externe omstandigheden zijn veranderd. Steenvrouw heb ik intussen ook uitgenodigd. Dat wordt een gezellige boel.

Op maandag kook ik inderdaad ons lokale bevrijdingsgerecht. Er staat voor een weeshuis klapstuk in de oven. Een gigantische pan hutspot maakt het compleet. De Don belt. Hij gaat toch niet komen. Als hij echter hoort over de hutspot met klapstuk besluit hij toch te komen.

Dinsdag 2 oktober ben ik nog steeds op de been. De Don belt af. Het gaat toch niet lukken om die hele reis om de wereld van Groningen naar Leiden voor elkaar te boksen. Jammer! Nu blijven alleen de meisjes over.

Om 6 uur komen mijn vriendinnen. We gaan aan de wijn. Heks ook. Ik heb mijn blauwe knoop in de wilgen gehangen voor dit evenement. Hips dus.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Tegen achten staan we te schreeuwen bij de Taptoe. De zoon van Steenvrouw loopt mee. Zijn marching band staat tien minuten voor onze neus te toeteren en nog hebben we hem niet ontdekt. ‘Misschien ligt hij wel dronken in bed,’ grapt zijn moeder. Sinds kort is zoonlief het huis uit. Ze heeft geen idee meer wat hij allemaal uitspookt……

Dan gaan we naar de WW. Hier gaat de zoon van Ernst spelen met zijn band. Net als zijn vader vroeger. ‘Het begint om 9 uur,’ aldus de Don. Hij heeft het weer van iemand anders gehoord. Steenvrouw is intussen naar huis. Zij zit alweer aan haar tax qua festiviteiten.

In de WW is het uitermate rustig. De band is nog onderweg en gaat niet eerder spelen dan half 11. Meuh. Het is maar de vraag of ik dat ga halen.

Trui en Heks lopen een rondje door de stad. We drinken nog wat. Dat helpt altijd enorm om het iets langer vol te houden in mijn geval. Deze ongezonde vorm van zelfmedicatie. De volgende dag zal blijken dat het toch niet zo’n goed idee is.

Pas tegen middernacht is het bandje volop aan het spelen. Te laat, doordat ze de stad niet door konden komen. Heks heeft een plaatstje helemaal vooraan. Ik heb zelfs een kruk weten te annexeren, dus ik hoef niet de hele tijd te staan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op het hoogtepunt dans ik salsa met een oude vriend. Hij smijt me vanouds de tent door. Ik heb genoeg gedronken om geen last te hebben van pijntjes en krampen. Ook merk ik niks van uit de kom ploppende gewrichten. Ontspannen zwier ik in het rond. Hoera. Ik voel me net een normaal mens.

Daarna zitten we op het terras met de kids van Trui en hun vrienden te klessebessen. Ik krijg het ene na het andere verhaal naar mijn kop. Eigenlijk hoor ik nu in bed te liggen. Ik vraag me af hoe ik in godsnaam naar huis moet komen. Ik ben zo moe als een hond. Dan gaat lopen normaal gesproken al moeilijk. De boel blokkeert. Mijn lijf gaat op slot. Mijn onderdanen veranderen in stokjes…..

Gelukkig heb ik Trui bij me. Er gaat nog een oude vriend van haar mee. Gedrieën zwabberdezwieren we naar Huize Heks. Daar warmen we nog een lekkere pan hutspot op. De vriend laat mijn hondje uit. Wij zijgen neer in de keuken.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De volgende dag heb ik een vreselijke kater. Zoals ongeveer elke ochtend, alleen deze keer is het mede van de drank. Ik heb er dan ook vrede mee. Er staat een geweldige avond tegenover.

Drie oktober blijft Heks in haar holletje. Op wat grote uitlaatrondes met VikThor na. Zo zie ik onderweg nog de wagens van de optocht klaarstaan. Een marching band speelt me van de sokken op de Singel. Overal zitten clubjes bejaarden klaar op hun tuinstoelen……

s ‘Avonds wordt de sfeer in de stad grimmiger. Kroegen braken stomdronken mensen uit. Regelrecht Heks’ steeg in…… Ik steek mijn hoofd uit het raam om te zien of de kust veilig is voor een hondenronde. Een groezelige jongeman houdt verwoed zijn bescheiden penis vast, terwijl hij leunend tegen de deurpost net naast de brievenbus van de buren pist.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik ga gewoon wrijden hoowr!’ lalt verderop een zwaar bezopen gast tegen zijn vrienden. Hij valt steeds om. Ze sjorren hem weer overeind. ‘Maarwrwrw ik ken nog best zelf rwijden hoow! Geef godvewdomme mij autosleutels trwug!’ klauwt hij woedend om zich heen.

Zijn vrienden zijn gelukkig verstandig. Ze geven hem een flinke klap voor zijn kanis. Daarna heeft hij niet meer zoveel praatjes……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Shambala zucht onder de last van de lust van hun spiritueel leider: De man wordt verdacht van seksueel geweld jegens vrouwelijke volgelingen. ‘Het is lang geleden gebeurd, laten we het vergeten,’ hoor ik iemand zeggen. Waarom in godsnaam? Verkrachting is bepaald geen minder ernstig vergrijp als het wordt gepleegd door een spiritueel leider…….

In de loop van de vorige week stuurt Steenvrouw me een uitgebreide app. Het is een heel verhaal. Al na een paar regels bekruipt me een afschuwelijk gevoel. O jee. De spirituele leider van Shambala wordt beschuldigd van seksueel geweld en machtsmisbruik. Het bericht is een reactie van het hoogste orgaan binnen deze organisatie op dit nieuws.

Ik ga natuurlijk direct op internet kijken wat er aan de hand is. En ja hoor, al snel kom ik allemaal artikelen tegen over dit onderwerp. Shambala heeft een zekere traditie op dit vlak. De vader van de Sakyong was een alcoholist, die met zijn leerlingen naar bed ging. Zijn volgelingen doen er meestal nogal lacherig over. Iets dat mij altijd hogelijk heeft verbaasd.

De verhalen zijn afkomstig uit het rapport Project Sunshine dat naar buiten kwam op 28 juni 2018 en is samengesteld door Andrea Winn. Het rapport is het resultaat van een langlopend onderzoek waarin op gedetailleerde wijze wordt beschreven hoe misbruik en stilzwijgen al sinds het begin deel uitmaken binnen de cultuur van de Shambhala gemeenschap.

Unknown-4

Heks heeft ook enige tijd bij Shambala gemediteerd. Elke week eerst mediteren en dan aan de koffie. Enorm gezellig! Ik heb er ook nog een paar geweldig leuke vrienden aan over gehouden!

Op een gegeven moment kwam de spiritueel leider naar Nederland. Heks ging naar de speciale High Tea, die voor hem werd georganiseerd. Ook volgde ik een seminar bij de man. Ik kocht zijn boek. Maar het zei en deed me allemaal niets.

Ik had een reuze leuk weekend met de Sangha, dat wel. De leraar zelf echter raakte mijn koude kleren niet.

Heks voelt zich meer op haar gemak in de traditie van Thich Nhat Hanh………

Ik had dan ook geen enorm hoge verwachtingen van de Sakyong. Maar dit had ik toch echt niet verwacht. Het staat overigens niet op zich: Onder de boeddhisten, die naar het westen zijn gekomen schijnt het een ware epidemie te zijn volgens bovenstaand artikel.

Unkno

Heks heeft iets dergelijks zijdelings meegemaakt met een kruidenmannetje uit Suriname. Spiritueel leider van de Marrons. Die man dacht ook dat hij boven de wet verheven was.

Tegen mij zat hij allerlei praatjes op te hangen over hoe ik het niet langer van mijn schoonheid moest hebben, ik was nog geen vijfendertig destijds…. En: Alsof ik dat ooit heb gedaan.

Maar zelf neukte hij met zijn dochters en nichtjes. En een incidentele cliëntVoor de camera, zijn vriendin nam het op. Zodoende was er voldoende bewijs om de idioot te veroordelen. Momenteel zit hij in de bak.

Machtsmisbruik door mensen, die juist beter zouden moeten weten. Er is niets nieuws onder de zon.

Later stuurt Steenvrouw me een reactie van de Sakyong. Heks is niet onder de indruk.

Excuses: Twee dagen voor de publicatie van het rapport Project Sunshine publiceerde Sakyong Mipham een brief waarin hij openlijk zijn excuses aanbiedt voor zijn gedrag. Volgens JÃckel vinden veel mensen de brief te vaag en missen zij een gemeend excuus waarin Sakyong de verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag. In plaats daarvan lijkt hij volgens deze critici vooral zijn spijt te betuigen aan vrouwen die zich gekwetst ‘voelen’.

Zondag fiets ik met VikThor in zijn kar naar Wassenaar. Het is bloedheet. We peddelen langs het Valkenburgermeertje. Mijn ventje springt in en uit het water. Pakt hier en daar een flinke poldervaart mee.

Om een uurtje of vier arriveren we bij Galerie de Molen. Hier exposeert Steenvrouw. Haar prachtige werk glimt me tegemoet.  Op mijn gemak bekijk ik alle beelden.

Alle hier exposerende kunstenaars zijn vandaag aanwezig. Puffend zitten ze bij elkaar om een kleine tafel. Steenvrouw springt verheugd op als ze me ziet. ‘Je komt me echt bevrijden, ik was het helemaal zat daar,’ fluistert ze, als we naar buiten lopen.

Samen fietsen we weer naar Leiden. Onderweg drinken we een sapje aan de slootkant. VikThor doet het ene bommetje na het andere. Oh, wat is het hier heerlijk!

Dan pakken we een terrasje. We kletsen eindelijk bij. We hebben elkaar nauwelijks gezien de laatste tijd.

‘Wat vreselijk, dat misbruik door de Sakyong,’ uiteindelijk komt ook dit nare onderwerp ter sprake. ‘Het is nog niet bewezen, hoor,’ mijn vriendin hoopt nog steeds, dat het tij gekeerd wordt. Misschien is het allemaal niet waar. Maar Heks vreest, dat dit nog maar het topje van de ijsberg is.

v

‘Als die aangiftes wel gegrond zijn, dan kan hij in de gevangenis belanden. Het is niet zomaar wat gegrabbel….’ zucht ik. Wat is het toch ellendig, als zoiets gebeurt in een spirituele gemeenschap, ‘Ik vind wel, dat je die man nooit meer zijn functie terug mag geven…..’

‘Ach, Thich Nhat Hanh heeft dat toch ook vast gedaan,’ zegt mijn vriendin stellig. Heks begint hartelijk te lachen. Ik kan me er echt niets bij voorstellen, hoewel ik weet, dat alle nonnetjes vroeger verliefd op hem waren. Dat heb ik onlangs nog gehoord in Plum.

‘Welnee joh, dat is iets wat ik echt zeker weet bij hem. Hij is daarin zo zuiver als wat. Maar ik heb wel eens een beeldschone actrice ontmoet op een retraite, die vertelde dat ze  lastig was gevallen door een jonge hormonale monnik…..’

Ik heb ook wel eens een getrouwd lid van de Order of Interbeing achter me aan gehad. Toen het bij mij niet lukte probeerde de zak het de retraite erop gewoon bij een andere dame. Succesvol helaas.

Unknown-5

En een vrouwelijk Ordelid heeft me eens vreselijk raar behandeld toen ik haar samen met haar man in het wild tegenkwam bij een concert van Meredith Monk. De enige verklaring, die ik voor haar uitermate botte en onbeschofte houding heb is dat ze dacht dat ik het met haar man had gedaan. Dus waarschijnlijk knijpt hij de poesjes in het donker zo af en toe. Ook een Ordelid overigens, die man.

Ja, seksueel grensoverschrijdend gedrag is niet uitsluitend voorbehouden aan katholieke celibataire priesters. De combinatie van seks en macht is dodelijk.

Steenvrouw en Heks schudden hun wijze hoofden. Kleine uitwendig gedragen hersenen, macht en spiritualiteit zijn een slechte combinatie. Dat blijkt maar weer.

Koekepeer.

‘Ik vond de Sakyong juist geweldig,’ zegt een uitermate zachtaardig lid van de Sangha donderdagavond na het mediteren, ‘Zijn seminar was fantastisch en ook zijn boek vond ik zeer inspirerend. Het is zo naar voor alle betrokkenen. Ook voor de man zelf. Als je zulke dingen doet ben je toch niet gelukkig? Dan lijd je toch ook verschrikkelijk?’

Heks heeft zulke overwegingen niet. Ik ben gewoon streng. Wat mij betreft mag iedereen die vrouwen verkracht zonder ballen verder door het leven. Castreren zal ze leren! Es kijken wie zich dan ‘gekwetst voelt’.

 

Deze kruk vind een krukje naar haar hart. Klein en gifgroen. Met mooie witte stippen. Kabouter Spillebeen zou erop willen wippen. Maar Heks wil geen krak. En geen diepe zucht. Maar wel gooi ik van plezier mijn lange benen in de lucht.

Als je ziek bent leef je in een klein wereldje. Je slaapkamer. Een beetje huiskamer en keuken. En de noodzakelijke badkamer natuurlijk. Je moet jezelf af en toe wassen. We leven niet meer in de negentiende eeuw. Heks is niet van de Dettolachtige toestanden. Voor mij geen rare onkruidverdelgers op mijn huid. Maar ik hou op zich van douchen. Alleen doe ik het steeds minder vaak…….

‘Getverderrie, ik moet mijn tanden nog poetsen. Eerst even uitrusten, ik doe het over een half uur wel….’ denk ik dagelijks in de loop van de avond. Dan ga ik eventjes liggen en word uren later weer wakker. Kleren aan, lichten aan…. De hond moet er nog een keertje uit….

Voor Heks zijn zulke dagelijkse handelingen enorme rijstebrijbergen. Waar ik me dan moeizaam doorheen eet. Met enige regelmaat laat ik de bergen links liggen. Dan haak ik af. Niet douchen, niet eten…. Alleen het hoogstnoodzakelijke doe ik dan nog. Zoals hond uitlaten, beesten voeren.

‘Ik ben overgegaan op een maaltijdservice,’ zegt Kras onlangs aan de telefoon, ‘Heel jammer natuurlijk dat koken niet meer lukt, ik ben er op zich dol op. Maar het kost me te veel. En te vaak lukt het gewoonweg niet. En toen ik voor iemand anders iets dergelijks aan het regelen was kwam ik een heel goed bedrijf tegen….’

‘Nu krijg ik elke week vijf heerlijke maaltijden. Echt lekker, heel vers en uitgebalanceerd. Ja, het is wel een hele stap om te zetten. Maar ik ben echt heel tevreden nu!’

Heks slaat ook wel eens een paar weken in de keuken over. Dan wil het niet lukken, laat ik alles vallen. Ben ik gewoon te moe om überhaupt boodschappen te doen. Of ik heb gewoon geen trek. Of ik kook wel degelijk, maar ben achteraf te uitgeput om het op te eten……

Maar maaltijdservice kan ik wel vergeten met mijn gekke dieet. Ik heb het wel eens gecheckt. Van de honderd maaltijden kon ik er maar eentje eten. En dat was bepaald niet mijn favoriete kostje!

Maar ik heb ook een revolutionaire ingreep gedaan in mijn leven. Sinds kort staan er krukjes in mijn douche. Een hele comfortabele naast de wastafel, voor het tandenpoetsen. Een een waterdicht exemplaar in mijn douche. De comfortabele bleek water als een spons op te zuigen. Niet meer zo comfortabel daarna…..

Bij het Kruitvat vind ik echter een opklapbaar krukje, gifgroen met witte stippen. Een soort kikkerpaddestoel. Echt iets voor Heks. Bovendien staat het ding als een huis. Na een wankele design opklapstoel, de comfortabele zuigkruk en een gammel wandelstokkrukje een ware verademing. Hij is wel erg laag. Opstaan is nu weer een hele heisa.

Zo kloot ik maar wat aan in mijn meutige bestaantje. Langzaam wordt alles wel minder en minder. Je ziet nog steeds niks aan Heks. Ik loop kaarsrecht. Zie er normaal uit. Redelijk jong zelfs voor mijn leeftijd. Vooral bij kaarslicht.

Maar elke fysiotherapeut schrikt zich een hoedje van de staat van mijn spieren en gewrichten. Alle spieren verkrampt en in de knoop en minstens de helft van de gewrichten lichtelijk uit de kom. Geen wonder dat ik ALTIJD crepeer van de pijn.

‘Ik ga zo’n krukje meenemen op vakantie, ik heb er direct maar vier gekocht. Ze lagen voor een prikkie in zo’n grabbelbak….’ vertel ik Steenvrouw, als we 1 van die krukjes als tafeltje gebruiken tijdens een picknick. Ik ben zo blij met mijn krukjes! Ik douche de hele week al bijna elke dag!

De bijzettafelexpert heeft de leukste krukjes!

 

Ben je boos? Pluk een roos! Zet em op je hoed, dan ben je morgen weer te pruimen. Te nassen. Sommige mensen dragen nooit een hoed en dat is te merken ook! Heks krijgt onzinnige verwijten naar haar kop van een chagrijnige moederkloek. Eigenlijk verdient het mens billenkoek, maar ik geef haar een koekje van eigen deeg!

Maandag fiets ik door de stad op weg naar de Koerdische fietsenmaker. De man heeft mijn fietskar in reparatie. Heks is benieuwd wat hij nu weer heeft verzonnen om het ding aan de praat te krijgen. Hij heeft altijd onorthodoxe methoden om het onmogelijke te repareren. Met stukken tuinslang bijvoorbeeld…….

Ik word altijd vrolijk van die kleine man. Wat zijn ogen zien kunnen zijn handen maken en daar houd ik van. Ik ben dus goedgehumeurd. Even voor de goede orde. Ik zit zachtjes te neuriën met mijn hondje dravend aan mijn zijde.

Bij de Haarlemmerstraat vergis ik me in een steeg. Ik moet weer een stukje terug. Braaf ga ik lopen. Ook even voor de goede orde: Ik ben dus niet illegaal door die winkelstraat aan het fietsen.

De stad is uitgestorven vandaag. Mensen zijn massaal andere dingen aan het doen dan winkelen in het laatste obscure deel van deze kilometer koopplezier. Links en rechts staan panden leeg. Ik steek over om in de schaduw te lopen. Voor mijn hondje. Het is warm. Vandaar.

Terwijl ik loop te dromen en glimlachen en zingen passeer ik een vrouw met haar zoon. Ik let er niet op, want er is een zee van ruimte om ons heen. ‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèrt het achterlijke klotewijf plotseling recht in mijn gezicht. Ik schrik me rot.

Stomverbaasd kijk ik om. ‘Waar heb je het over, gek mens, de straat is uitgestorven. En dan nog: Je mag hier lopen waar je maar wilt!’

Ik ben opeens kwaad. Gek genoeg. Waar komt dat nu vandaan?

De vrouw vindt het geweldig om mijn reactie te zien. Zij is plotseling vrolijk. Betweterig staat ze me uit te lachen. Een subtiel superieur trekje glijdt over haar gemene smoelwerk. Oh, wat geniet ze toch van haar onverwachte schijtactie. Inwendig scheldend schiet ik een steeg in.

Wat gebeurde hier nu?

Ik ben al bijna bij de fietsenmaker als ik een lumineus idee krijg. Ik ga dat pakket shit aan dat gekke mens terug geven. Ik weet nog niet hoe. Eerst maar eens omfietsen en de zaken vanaf een andere kant benaderen!

Als ik aan de andere kant weer de Haarlemmerstraat in loop zie ik het stomme loeder net oversteken naar de andere kant van de straat. Daar gaat ze in het zonnetje lopen met haar sneue zoontje. Aan de verkeerde kant van de straat! Precies op het moment dat ik haar in het vizier krijg.

‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèr ik zo hard als ik kan. De vrouw kijkt verstoord om. Ziet Heks. Ontploft werkelijk! Zwarte wolken dampen uit haar boze oren, haar fletse ogen spuwen vuur, haar pluizige piekjaar schiet recht overeind van nijd! Vanuit het blinde niets.

Ik zwaai vriendelijk en verlaat snel de straat. Het wijf ziet eruit alsof ze wel een goeie poeier kan uitdelen en dat ga ik maar niet afwachten.

Even later arriveer ik goedgehumeurd bij mijn favoriete fietsenmaker. De boze bui is weg. Teruggeven aan de gulle gever. Helaas voor het zoontje. Die moet nu weer op stap met een chagrijnig stuk moeder. Maar ik ben blij!

Het is de wet van de niet communicerende vaten, die ons hier parten heeft gespeeld.

‘Maar wat win je ermee?’ vraagt Kras me later aan de telefoon, ‘Vertel mij nu eens wat je opschiet met zo’n actie?’

Ik kan er alleen maar dit over zeggen: Mijn leven lang heb ik grotendeels gefunctioneerd als vuilnisvat voor zulke lieden. Zij waren hun shit kwijt en ik was het rijk. Nu ben ik de koning te rijk, dat ik het niet meer binnen laat komen. Helaas gaat het dan wel retour afzender. Er gaan wel meer energetische pakketjes op die manier de deur uit hier in Huize Heks.

Leuk is anders. Alhoewel: Ik heb hier diezelfde avond met Steenvrouw en haar dochter echt enorm om gelachen.

 

Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!