Roeien met de theelepeltjes, die je hebt. Oost, West, krijg de pest. De pest er in heeft geen zin, Heks. Dus kom je tot niets, stap dan op je fiets. Die geweldige snelle elektrische fiets.

Heks zit weer in een lekkere periode van roeien zonder riemen, omdat je ze niet hebt. Heks heeft theelepeltjes tot haar beschikking. Om de drie dagen. De tussenliggende periode lig ik hoegenaamd stil.

Behalve als ik elektrisch rondfiets. Met mijn hondje, mijn zenmeester, mijn viervoetige vriend.

Idioot heet is het de afgelopen weken. Met tropische uitschieters en zwoele nachten. Heks ligt ’s middags in bed te wachten tot het een beetje afkoelt. Soms is het pas tegen zevenen enigszins te harden. Dan hang ik Vik’s kar achter mijn fiets. Stop mijn monster er in en hopla: Op naar het eerste beste parkje.

Daar laat ik mijn ventje zwemmen, totdat hij genoeg is afgekoeld om veilig de stad uit te komen. Op de warme geasfalteerde stukken zit mijn prinsje op zijn erwt in de hondenkar. Schaduwrijke stukken laat ik hem lekker rennen naast de fiets.

Bij het Valkenburgermeertje is het een drukte van belang. Dikke schommelende dames staan heupwiegend balletjes te gooien voor minuscule ratachtige hondjes. Een bolle lelijke kerel geeft me een grote bek, omdat zijn hond de bal niet uit het water wil halen. En mijn hondje wel. Ook het balletje van zijn hond.

Ik geef die afgekloven tennisbal dus maar weer terug aan dat stuk chagrijn. Met tegenzin. En een opmerking. Zijn vrouw glimlacht vergoelijkend, zoals een echte narcistenpartner betaamd. Snel maak ik me uit de voeten. Ik voel een scheldaanval  opkomen, zoals altijd tegenwoordig na een confrontatie met een rasnarcist.

Vlak voordat ik ervandoor ga schrik ik me een hoedje. In de verte komt een dame aanlopen met een grote hond. Ik denk eventjes dat het een oude vriendin betreft, die om onduidelijke redenen van de ene op de andere dag is afgehaakt. Maar nee. Het is een mij onbekende vrouw.

Als ik heel veel later op de terugweg weer langs het hondenstandje kom, staat de vrouw er nog steeds. We raken aan de praat, terwijl we eindeloos balletjes gooien voor onze honden.

En wat blijkt? We hebben op dezelfde lagere school gezeten. We kennen dezelfde mensen. Ze vertelt hoe ze haar hond van een jager heeft gekregen. ‘Hij was niet zo geschikt voor de jacht. Beet veel te hard in de aangeschoten dieren. Was bezitterig op zijn prooi. Toen ik hem kreeg was hij zo vals als wat. Altijd op zijn flikker gekregen. Echt heel zielig. Hij sliep in een schuur. Totaal niet gesocialiseerd….’

Ongelofelijk. Ik zie een prima gesocialiseerde hond, die uitstekend luistert en heel hard wil werken voor de baas……Dat heeft ze in no time voor elkaar gekregen! Slechts een paar jaar. ‘Het is een ouwe kerel, hoor. Hij is ruim negen.’

De dame naast me krijgt regelmatig afgeschoten wild van bevriende jagers. Het wordt op de juiste wijze geschoten. ‘Die jager van wie ik vaak iets krijg gaat rustig twintig keer terug om een bepaald dier te schieten. Hij moet hem goed op de korrel krijgen, zodat hij hem met 1 schot kan doden. Direct in de longen of het hart…..’

Zij slacht vervolgens die dieren. ‘Ik eet er zelf van en geef soms wat aan vrienden. Of ik nodig mensen op het eten…..’ ‘Wat doe je met de huiden?’ ‘Die gooi ik weg….’

Zo wisselen we dan adressen uit. Heks mag de huiden komen halen om trommels van te maken. Nou ja, een trommel. Dat is wat ik wil. Eentje voorlopig. Maar eens zien of dat lukt.

Op de valreep kom ik er achter, dat we nog een passie delen. Stenen! ‘Ik ben net terug uit de Sahara. Daar heb ik gezocht naar halfedelstenen. Er zijn allemaal oude mijnen, door de Fransen leeggeroofd en achtergelaten, waar lokale mensen met gevaar voor eigen leven in gaan. Ik doe dat niet , hoor. Dus ik vind ook niet de mooiste stenen…..’

‘Op een gegeven moment kwam ik in contact met een vader met zijn zoontje. Zij hadden allemaal halfedelstenen te koop. Maar hun prijs was belachelijk laag. Ze vroegen 500 dinar. Dus heb ik mijn gids gezegd te doen of hij hen niet begreep…..’

‘Dat vind die vrouw veel te duur, 5000 dinar. Ze wil er hooguit 4000 voor geven….. Hahahaha….’

Tevreden fiets ik naar huis. Wat een leuke ontmoeting. Wat een bijzonder medemens. En wie weet maak ik binnenkort wel zelf een prachtige drum. ‘Ik heb een ree voor je, maar hij ligt al een paar dagen in de warmte, dus hij stinkt wel heel erg….’ appt ze me later.

Nou, de volgende keer beter. Dit valt me nog een beetje rauw op mijn dak. Eerst maar eens zorgen, dat ik een heks vindt, die hier wat meer ervaring mee heeft. Zodat we lekker samen aan de gang kunnen met die huiden.

 

 

Love yourself even more: Het toeval neemt een tussenweg naar ’t doel…. Via olifantenpaadje zomaar op mijn smoel! Als dit gaargekke hamstertje bek open trekt wordt het een rare boel. Weg met de korte lontjes. Adem in. Adem uit, Heks……

Dinsdag fiets ik een flinke ronde met mijn hondje. De dag nadat ik heb zitten schrijven over van jezelf houden. Over thuiskomen bij je eigen adem. Over interzijn……..

En heeft het geholpen?

Eerst ga ik naar de fysiotherapeut. Ik heb er een paar. Deze schat is net bevallen van een dochtertje. En alweer aan het werk. Vorig jaar zag ik haar buik gestaag tussen ons in komen staan. Tot ik durfde te vragen of er soms een kleine op komst was.

Ja, altijd voorzichtig zijn met zo’n vraag. Voor je het weet heb je een heiter voor je knetter te pakken. Sommige vrouwen eten er zo vijftien kilo aan rond de feestdagen. En dan wordt zo’n opmerking niet gewaardeerd……

Na de fysio beluit ik een flink end te fietsen met mijn monster. Eerst door het Leidse Hout. Maar oh jee. Processierupslinten alom. Ik ben er dus zo weer uit. Ik heb net VikThor weer een beetje kriebelvrij. De afgelopen weken is hij waarschijnlijk links en rechts wat brandharen tegen gekomen……

Dus kachel ik richting Warmond. Vervolgens via de Haarlemmertrekvaart weer naar de stad. Net als ik wil afbuigen naar huis zie ik Viks teleurgestelde koppie. Ach, vooruit. Ik ben op mijn elektrische vouwfiets. Dat ding fietst zichzelf. Laat ik nog eventjes een rondje golfbaan doen…..

Vik dartelt voor me uit. Blij als een kind. Bij het Joppe stort hij achter een balletje aan het water in. En nog eens. En nog eens. En nog eens……..

Uiteindelijk fietsen we dan echt naar huis. Heks is hartstikke moe nu. Maandag ben ik flink aan mijn tandvlees geopereerd. Mijn bek zit vol hechtingen. Mijn wang staat bol van de genezingsprocessen. Au, au. Ik heb het meest weg van een grote fietsende hamster met eenzijdige mondvoorraad. Niet echt lekker.

Ik ga niet naar het koor vanavond, of toch wel? Twijfeldetwijfel. Heks is zo trouw als een hond. Betrouwbaar als een koe. Zelden sla ik een repetitie over. Maar de laatste tijd ben ik om de haverklap ziek, zwak en misselijk. Het is al de derde keer in twee maanden dat ik verstek zal laten gaan.

Zo dub ik op weg naar huis of ik me nog een keertje zal oppeppen vandaag.

Vik rent opgewekt voor me uit over het viaduct de stad in. Dan cross ik via een olifantenpaadje over een stukje grasveld richting alweer een parkje langs een grachtje. Zo snijd ik lekker een stukje af.

Let wel. Dit fietsen op gras mag dus niet.

En hoewel  loslopende honden in dat park aan de orde van de dag zijn, staat er nergens een bordje hondenuitlaatgebied. Dus officieel mag VikThor daar niet los lopen. Het mag namelijk nergens meer in dat kutterige mutsenstadje waar ik woon.

Toeristen worden massaal vanuit de overvolle hoofdstad de prachtige Leidse grachtjes op gejaagd, lopen ons lallend voor de voeten, piesen en kotsen in portieken en steegjes……

Maar onze eigen hondjes worden uit het centrum geweerd. Alle poepzakautomaten zijn verwijderd.  De volgende stap is een verplichte kurk in hun kont……

Uit mijn linkerooghoek zie ik die kloterige Drentse Patrijs, een draak van een hond met twee hele foute baasjes, die het beest totaal niet onder appel hebben. Ik zie hoe hij zich zoals altijd probeert los te rukken. Daarin slaagt…… Hoe er alweer een stevige tante Betje trappelend op het asfalt naar de riem ligt te graaien.

Waarop het mormel mij opnieuw omver loopt in een poging mijn hondje te grazen te nemen….

Snel zet ik mijn voet op zijn riem, terwijl ik flink tegen het mormel schreeuw. De vrouw komt aanlopen en begint accuut Heks de mantel uit te vegen. Want mijn hond loopt los. En dat mag niet van Onze Lieve here Jezus Christus. Of zoiets.

Mijn tegenwerpingen, dat ze haar hond eens onder controle moet leren houden, dat ze die contraproductieve rolriem zo snel mogelijk moet weggooien, dat mijn hond niks misdaan heeft, omdat hij met een grote boog om hen heen gaat en hen volkomen negeert, dat ze…… Aan dovenvrouwsoren.

Het wijf begint nu echt uit te pakken. Het is dit en het is dat en het is allemaal niet waar. Haar hond is een engel. Als Heks vervolgens begint te schelden, sommeert ze me naar haar hand te kijken, die is blijkbaar geschaafd door haar losrukkende rukhond .

Heks ontploft. Echt. Zo voelt het. Ik peuter haar rolriem uit mijn kettingkast en probeer het wanproduct in de gracht te gooien. Hetgeen niet lukt. ‘Die hand van jou interesseert me geen zak. Jouw hond loopt me omver. Ik heb een blauwe knie. Krijg de volle laag. Je vraagt niet eens of ik me soms pijn heb gedaan. En dan moet ik naar jouw pathetische schaafhandje kijken? De groeten…..’

Weer begint het mens me uit te kafferen. Heks heeft het zo gehad. Stoom komt uit mijn oren. ‘Hoer! Hondenhoer!’ schreeuw ik plots. Een afschuwelijk scheldwoord, dat ik nog nooit heb gebuikt…….De vrouw valt stil. Kijkt me verbijsterd aan. Ja, je zal het maar naar je kop krijgen…….

De Don moet er later vreselijk om lachen. ‘Het is een lesbisch stel, Don. Het laatste wat die vrouw zal doen is met een vent gaan wippen voor geld. Nog voor geen miljoen…. Maar ik bedoelde eigenlijk, dat die hond de baas is bij dat stel. Als de eerste beste pooier. Ze hebben werkelijk niks in te brengen.’

‘Het is op zich best een leuke hond, maar totaal niet opgevoed. Ze doen werkelijk alles fout. Als meneer de Koekenpeer besluit iemand aan te vallen, krijgt hij bijvoorbeeld niet op zijn kop. Nee, zijn slachtoffer krijgt een grote smoel. Dat beest neemt dus hopeloze beslissingen en ze geven em nog gelijk ook…..’

‘Ja,’ hikt de Don, als hij een beetje is uitgelachen, ‘Je hebt je in elk geval niet op je kop laten zitten. Niet geaccepteerd dat je weer eens ergens onterecht de schuld van krijgt. Hihihi Heks. Wat een verhaal!’

Heks zelf is minder gecharmeerd van haar actie. Ja, ik heb me niet laten doen door dat gekke mens. Maar haar verbijsterde gezicht achtervolgt me nog dagen. Er is toch wel een betere manier om zoiets op te lossen, Heks?

‘Al die mensen met korte lontjes, ik kan er niet meer tegen, Heks,’ zegt mijn vriendinnetje Trui een paar dagen later, ‘Zullen we stukje kuieren?’ We lopen langzaam langs de gracht. Elke stap is vrede.

Ik pak de ademsoetra weer op. Rustig adem ik op mijn kussentje. In. Uit. Iets moet me redden. “Help yourself” zegt de Boeddha.

De kunst van het stoppen

Maar hoe stop je die gewoonte dan? Zolang we zo aan het racen zijn, hebben we namelijk geen innerlijke vrede. En daar kun je zelfs in je slaap last van krijgen (denk aan lastig in slaap komen en nachtmerries). Thich Nhat Hahn omschrijft het als een storm die door ons heentrekt. Die we kunnen stoppen door simpelweg op te letten. Oplettend ademen, oplettend lopen, oplettend glimlachen. Wanneer je oplettend bent, leef je met je volledige aandacht in het huidige moment. 

Kalmeren

Oké, we moeten dus stoppen met haasten en meer opletten. Dit is de eerste stap naar meer rust en meer innerlijke vrede. De tweede stap is kalmeren. Met stabiele emoties kom je minder snel in de verleiding om weer te gaan racen. En te vervallen in die oude gewoontes. In deze top 5 lees je meer over kalmeren.

RUSTEN

Na stoppen en kalmeren komt Thich Nhat Hahn bij de volgende stap: rusten. Hoe verleidelijk het ook is om weer door te willen gaan, raad hij aan om echt te rusten. Écht een stapje terug nemen. Een pilletje tegen hoofdpijn werkt snel, maar of het op de lange termijn ook echt wat doet is maar de vraag. Met rusten wordt overigens niet bedoeld dat je in bed gaat liggen. Zittend mediteren of wandelen is ook rust. 

GENEZEN

Wil je echt af van dat gestress en die eindeloze gedachtegang? Dan ben je met bovenstaande stappen op de juiste weg. Wil je meer in het nu leven? En wil je ‘genezen’ van die eeuwige haast en innerlijke onrust? Dan moet je volgens Thich Nhat Hahn eerste bovenstaande stappen doorlopen. Stoppen, kalmeren en rusten zijn eerste vereisten om de innerlijke strijd op te lossen en meer bewust in het leven te staan. 

Ademsoetra:

  1. ‘Ik adem lang in en ik weet dat ik lang inadem. Ik adem lang uit en ik weet dat ik lang uitadem.’
  2. ‘Ik adem kort in en ik weet dat ik kort inadem. Ik adem kort uit en ik weet dat ik kort uitadem.’
  3. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn hele lichaam. Ik adem uit en ben me bewust van mijn hele
    lichaam.’ Aldus is de oefening.
  4. ‘Ik adem in en breng mijn hele lichaam tot rust. Ik adem uit en breng mijn hele lichaam tot rust.’
    Aldus is de oefening.
  5. ‘Ik adem in en voel me vreugdevol. Ik adem uit en voel me vreugdevol.’ Aldus is de oefening.
  6. ‘Ik adem in en voel me gelukkig. Ik adem uit en voel me gelukkig.’ Aldus is de oefening.
  7. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn mentale formaties. Ik adem uit en ben me bewust van mijn

mentale formaties.’ Aldus is de oefening. 

  1. ‘Ik adem in en kalmeer mijn mentale formaties. Ik adem uit en kalmeer mijn mentale formaties.’
    Aldus is de oefening.
  2. ‘Ik adem in en ben me bewust van mijn geest. Ik adem uit en ben me bewust van mijn geest.’ Aldus is
    de oefening.
  3. ‘Ik adem in en maak mijn geest gelukkig. Ik adem uit en maak mijn geest gelukkig.’ Aldus is de
    oefening.
  4. ‘Ik adem in en concentreer mijn geest. Ik adem uit en concentreer mijn geest.’ Aldus is de oefening.
  5. ‘Ik adem in en maak mijn geest vrij. Ik adem uit en maak mijn geest vrij.’ Aldus is de oefening.
  6. ‘Ik adem in en observeer de vergankelijkheid van alle Dharma’s. Ik adem uit en observeer de
    vergankelijkheid van alle Dharma’s.’ Aldus is de oefening.
  7. ‘Ik adem in en observeer het verdwijnen van begeerte. Ik adem uit en observeer het verdwijnen van

begeerte.’ Aldus is de oefening. 

  1. ‘Ik adem in en observeer de natuur van geen-geboorte en geen-dood van alle verschijnselen. Ik adem
    uit en observeer de natuur van geen-geboorte en geen-dood van alle verschijnselen.’ Aldus is de
    oefening.
  2. ‘Ik adem in en observeer loslaten. Ik adem uit en observeer loslaten.’ Aldus is de oefening.

“De Volledig Bewuste Ademhaling zal lonend zijn en van groot voordeel als hij is ontwikkeld en voortdurend wordt geoefend volgens deze instructies.” 

 

 

Lente hangt in de lucht! Ergens! Maar waar? VikThor ruikt em al. Verwoed snuffelend gaat hij op zoek. Heks loopt door haar geliefde duinen. Dit magische landschap vol godjes en elfjes. In elke duinpan borrelt een nieuw wonder!

Deze boom kan je de mooiste verhalen vertellen……

Oh wat is het koud en guur. Heks loopt dagelijks in de natuur te tureluren, vergezeld door haar viervoetige vriend. Of vergezel ik hem? Momenteel is het inderdaad zo, dat ik voor mijn monster naar buiten ga. Zelf blijf ik liever binnen. Waar het warm is en droog. Buiten het bereik van de gesel van hagelbuien en woeste windvlagen. Ja, maart roert haar staart.

VikThor denkt hier allemaal inderdaad heel anders over. Hij maalt niet om een beetje kou en nattigheid. Uitgelaten rent hij naast de fiets, zodra we dan eindelijk eens op stap zijn. Binnen vijf minuten is zijn buik zo zwart als een tor. Het kan hem niet schelen. Enthousiast springt hij in de eerste beste sloot op onze route: ‘Even lekker zwemmen. Oh, wat heb ik het warm!’

Ysbrandt in zijn gloriejaren!

Heks met haar pijnlijf kan steeds slechter tegen kou. Ik hou zielsveel van de winter, maar mijn fysiek denkt er anders over tegenwoordig. Toch dwing ik mezelf om de deur uit te gaan. Veel kleren aan. Een schop onder mijn kont.  Het moet, het moet.

Eenmaal buiten valt het vaak mee. Behalve deze week. Als ik de deur uit stap voel ik de eerste druppels alweer om mijn oren slaan. Zodra ik in een parkje arriveer begint het geheid te plenzen van de regen.

Vrijdagmiddag is het dan eindelijk eens eventjes droog. ‘Wat zullen we eens gaan doen?’ klets ik tegen mijn hondje, ‘Zullen we eens eventjes naar Ysbrandts meertje gaan?’

Samenwerking tussen diverse dimensies is bepaald geen uitzondering in heksenland.

Het is de laatste dag dat we de duinen in mogen met een loslopende hond. Ik check het nog eventjes voor de zekerheid online. ‘Tussen Wassenaar en Katwijk ligt hondenlosloopgebied Berkheide. Tussen 15 augustus en 15 maart mogen honden bijna overal loslopen, mits ze onder appel staan en op de paden blijven.’ staat er. Mooi zo. Het mag nog deze dag.

Heks moet hartelijk lachen om de tekst. Mits ze op de paden blijven. Hihi. Nog nooit een loslopende hond gezien, die zich daaraan hield. De meesten staan ook nog eens niet of nauwelijks onder appel. Want stronteigenwijze genen. Of straathond geweest. Of een slappehap baas. Niet zelden zijn mensen aangenaam verrast door mijn gehoorzaam geboren hondje. Zoiets hebben ze nog nooit gezien!

Als ik de stad uit rijd klaart het lekker op. Aan de horizon ontstaat een strook blauwe lucht, maar het asfalt glimt nog van recente regen. Ik parkeer op de Cantinaweg, pal tegen het duin. Ik ben de enige, maar terwijl ik mijn spulletjes pak stopt er nog een auto. Een Spaanse windhond met baas gaan ook nog eventjes de duinen onveilig maken.

Narrig kijkt de baas me aan. Ik moet het vooral niet in mijn hoofd halen om haar te groeten. Of erger nog: Een praatje aan te knopen! ‘Ik bijt je kop er af!’ seinen haar boze ogen. Ze komt ongetwijfeld uitwaaien en haar gedachten op een rijtje zetten. Misschien heeft ze wel een verontrustende brief gekregen, waar ze mee zit te worstelen. Wie zal het zeggen? Ik laat het arme mens met rust. Uiteraard.

‘Je moet je hond aanlijnen,’ een opgewekte man komt net het duin uit met een roedeltje keurig aangelijnde monsters, ‘Kijk, ze hebben dat bord gisteren neergezet.’ Hij wijst op een splinternieuw bordje, waarop inderdaad staat dat je vanaf vandaag het duin niet meer in mag. Meuh.

Net leren kennen, echt een schat!

‘Online mag het nog wel. Ik heb het net nog nagekeken. Ik heb wel eens eerder met dit bijltje gehakt. Op de oude bordjes stond het weer net even anders. Nou ja. Ik ga lekker een rondje om en als ik een bon krijg laat ik het voorkomen….’ bluf ik opgewekt tegen de man. Er is geen sterveling te bekennen op de route, die ik loop. Laat staan een boswachter.

Bij Ysbrandts meertje strijken we eventjes neer. VikThor zwemt achter een balletje en Heks zit op Ys’ boom. Een grote omgevallen berk. Horizontaal groeit de reus al jaren vrolijk verder. Op die manier is er een natuurlijke bank gevormd. ‘Het water staat erg hoog. En er is heel veel struikgewas verwijderd,’ inventariseer ik de stand van zaken rondom dit magische vennetje.

Komende zondag gaan we werken met landgoden en landenergie bij de Sjamanistische Jaaropleiding. De magische krachten verbonden met dit soort bijzondere plekken. Heks heeft er zoveel zin in.

Oude vriend in het Leidse Hout

Maar je hoeft echt niet speciaal naar afgelegen meertjes om dit soort energieën te ervaren. Bij mij in de straat woont een pleingodje. Elke avond zie ik hem zitten in zijn boom. Op een grote dwarstak. Vroeger zat hij op een andere tak, met beter zicht, maar die is door de gemeente gesnoeid in verband met het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Kwaad dat ‘ie was!

Als ik een kat kwijt ben prik ik een brief op zijn boom. ‘Wil je een beetje rondkijken voor me? Het is dat zwarte mormel weer.’ Ook rondom de Bengaal doe ik een beroep op hem. Ik groet hem altijd, behalve als ik half slapend de hond uitlaat. Midden in de nacht. Dan vergeet ik het wel eens…….

Hij vindt het leuk om op mijn nek te springen, maar dat wil ik niet. Dus zorg ik altijd een hoedje op te hebben. Dat scheelt enorm!

Onzin? Grote fantasie? Geen idee. Ik weet het niet. Ik weet alleen, dat het voor mij zo is.

Ik heb vrienden onder de bomen. Ik voer soms een gesprek met een bloem. Ik herinner me een boeiende conversatie met een Amaryllis. Vanuit een kerstuk sprak ze me plotsklaps toe. Geen lullig gesprek ook nog. Nee, pittige materie! Aanschouwelijk onderwijs zou je het kunnen noemen: De bloem legde haar eigen structuur als het ware uit! Heilige Geometrie is niet voor watjes.

Orbs verlaten het pand!

Andere dimensies zijn dichterbij dan je denkt. In je en om je heen.

Heks is altijd verbaasd over de sprookjes, waar de godganse mensheid moeiteloos in gelooft. Dat geld gelukkig maakt bijvoorbeeld. En dat je vrienden hebt als je wint.

Mijn magische plekje in de duinen is vandaag geheel aan zichzelf teruggegeven. Geen wandelaars buiten Heks en Vik. Met een zucht neem ik afscheid. Voorlopig komen we hier niet terug. Pas half augustus mogen de honden weer los…..

We lopen een grote ronde via de Friese Wei met op de achtergrond de Soefitempel. Ook al zo’n heerlijke plek. VikThor gaat helemaal uit zijn dak. Overal konijnenkeutels, vossensporen en een incidentele vleug ree. Met enorme slagen verkent hij het terrein. Snuffelt zich een slag in de rondte. Dronken van de eerste lentegeuren.

Op de terugweg komen we een vrouw tegen in een scootmobiel. Drie hondjes keurig aan de lijn naast haar. Chagrijnig snauwt ze me toe, dat de hond moeten worden aangelijnd. Opnieuw antwoord ik, dat het volgens mijn pas vanaf morgen geldt.

Dat bevalt haar helemaal niks, dat ik dat beweer. Nijdig laat ze me weten, dat ik het dan maar zelf moet weten! Met stoom uit haar oren tornt ze verder tegen de wind op. Wat een hoop kwaaie mensen op mijn pad vandaag!

Ik gooi een balletje voor Vik het laatste stuk. Sinds de cortisonenprik behoort dit weer tot de mogelijkheden. In feite is mijn blafbeest nu aangelijnd. Hij zit aan me vast middels de bal!

Mijn vriend Uil!

Wat houd ik toch van de duinen. Vooral op dagen als vandaag. Wanneer het miezerige weer de meeste mensen weg houdt. Al die schakeringen in vergrijsde winterkleuren. De stilte…….

Op weg naar huis raak ik overmoedig. Ik besluit mijn auto te wassen. Ook iets, waarvoor je je armen nodig hebt. Ik rijd alweer geruime tijd in een absolute toddebak. Niet veel later ben ik mijn kanariepet grondig aan het uitmesten.

Misschien heb ik het te gek gemaakt. Eenmaal thuis ben ik te moe om te eten. Ik bel een uurtje met de Don en val vervolgens in slaap. Pas om half 1 ’s nachts ben ik voldoende bijgetrokken om dat laatste programmaonderdeel af te werken.

En dan is het alweer tijd voor de allerlaatste hondenronde hier door de wijk!

‘Hallo Heks met je gekke hoedje,’ lispelt de pleingod. Zondag ga ik meer leren over de omgang met deze energieën. Dus als je binnenkort een altaar onder een boom hier in de straat ziet staan, dan weet je: Komt vast bij Heks vandaan…….

Plumvillage: Een landschap vol magie!

 

Ik baal! Ik baal van die Bengaal. Die KUT-Bengaal haalt dagelijks verhaal bij mijn kat. De schat wordt geterroriseerd! En bezeerd. Volstrekt verkeerd: Zo’n wilde kat hier in de stad…….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Heks, Ik heb allemaal kattenspulletjes voor je,’ Schilder belt me onverwachts op. Een aantal jaar geleden alweer. Toen hij nog onder ons was. ‘Een hele chique bak, kattengrit, een zak super voer….’ Goh, ik wist niet dat hij weer een kat had. ‘Ik heb zo’n Savannah kat genomen, Heks. Een monster. Het is nog maar een kitten, maar wat voor eentje…..’

‘Hij breekt de boel compleet af hier binnen. Hij rent tegen de muren omhoog en bespringt me vervolgens. Hij slaat zijn klauwen in me! Ik ben gewoonweg bang voor die piepjonge kat. Een kitten! Nog nooit zoiets meegemaakt. Het is een prachtig beest, maar volstrekt gestoord. Niet te houden in een normaal huishouden. Ik heb hem na drie weken aanmodderen dan ook maar weer teruggebracht….’

Mijn oude vriend heeft zijn leven lang katten gehad, dus Heks is nogal verbaasd. Wat zijn dat voor’n katten, die Saharakatten? Half wild? Waarom willen mensen in godsnaam zo’n beest in huis hebben? Prestige? Algehele gekte? Wat bezield hen?

Een paar maanden geleden kom ik de voordeur uit met VikThor en Ferguut. We gaan een plasrondje wandelen door de wijk. Vanuit het niets vliegt een uit de kluiten gewassen kat door de lucht naar ons toe. Het is een schitterend dier. Vier klauwen strekken zich uit door de lucht.

Hij probeert op mijn kat te landen. Of mijn hond. Of misschien zelfs wel op Heks. Ik wacht het niet af en ga met maaiende armen op het monster af.  Schreeuwend. De katachtige draait zich om in de lucht(!) en verdwijnt in een steeg. Het is die verdomde Bengaal van de buren. Dat beest is onlangs volwassen geworden. Hormonaal geladen valt hij mij en de mijnen aan. Het is een prachtig dier. In de jungle. Niet hier. 

Maandag ben ik alweer bij de dierenarts. Met drie katten deze keer. ‘Ik neem eerst de ouwetjes mee, want ik maak me zorgen over alledrie eigenlijk. Pippi wast zich al jaren niet goed en ze hoest af en toe als een ouwe zwerver. Snuitje wast haar achterhand niet, ik vermoed artrose. En Ferguut……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Mijn dolende ridder doet enigszins vreemd. Er is iets met hem, maar ik weet niet wat. Volgens mij heeft hij vorige week twee keer op mijn bed gepiest. De tweede keer betrapte ik hem min of meer. Dus vandaar dat ik hem verdenk. En toen dacht ik natuurlijk direct aan blaasgruis. Daar ben ik wel eens bijna een kat door kwijtgeraakt. Die schrik zit er nog steeds in!

Het heeft wat voeten in de aarde om met het hele spul op het juiste tijdstip acte de présence te geven. Vooral omdat ik door een vorige week reeds verstuurde bevestigingsmail op het verkeerde been wordt gezet. ‘Vergeet uw afspraak om 13.30 niet,’ lees ik in de bewuste mail. Wel gek dat ze em drie keer sturen. Oh ja, ik heb natuurlijk ook drie afspraken. Vorige week eentje, volgende week nog eentje en vandaag…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks loopt op haar tandvlees. Ik moet nodig eens een dagje crashen, maar dat komt er niet van met mijn nieuwe bezigheden. Vanavond heb ik bijvoorbeeld cursus Klezmer zingen. Het is ook hollen of stilstaan bij Heks. Ja, vind je het gek. Na vijf maanden voornamelijk in bed wil ik zoveel mogelijk genieten van de iets meer armslag die ik heb qua energie. En de daarbijbehorende bewegingsvrijheid!

Om kwart voor 1 ga ik het spul verzamelen. Ik kan de vervoersmanden nergens vinden. Ik heb er zeker zes. Oh jee. We hebben vorig jaar de berging opgeruimd. Die dingen zijn natuurlijk grondig opgeborgen. Slechts twee exemplaren weet ik tussen de opnieuw ontstane troep vandaan te vissen. ‘Ik stop Ferguut gewoon in de vervoersbench van VikThor. Het is wel een gesjouw, maar vooruit maar…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het zit me toch niet lekker dat de afspraak om half twee is, terwijl mijn agenda piept dat het om 1 uur is. Ik heb met enige regelmaat ruzie met de agenda op mijn Iphone. Als hij niet synchroniseert met mijn computer bijvoorbeeld. Als afspraken verdwijnen en weer verschijnen, zonder dat ik snap waar het aan ligt. Wantrouwig bekijk ik nog eens de mailtjes.

Em ja, je raadt het al. Warhoofd Heks heeft weer eens lopen kloten. De drie mailtje gaan over de drie afspraken met drie katten vandaag. Voor elke kat een mail. Een geval van overbureaucratie. Verwarrend tot op het bot voor ongeorganiseerde types zoals ik. Die het moeten hebben van duidelijke informatie. Die geen mail teveel lezen.

De eerste afspraak is al om 1 uur en het is intussen vijf voor 1. Ik ga het met geen mogelijkheid redden: Katten vangen, in auto stoppen, erheen rijden, dat hele tuincentrum doorkarren met een winkelwagen voor protesterend miauwende huisgenoten…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com©Toverheks.com

Snel bel ik de dierenarts. Leg uit wat er aan de hand is. Haast me vervolgens een slag in de rondte. Worstel met die enorme bench, hij past niet in de auto, wat gek, is dat ding opeens gegroeid? Nee, ik moet em half inklappen herontdek ik. Bijna ontsnapt de panter me. Ik kan hem nog net in zijn kladden grijpen……..

Ik win al met al 7 minuten met al dat gehaast. Maar ik raak een jaar van mijn leven kwijt. Zucht.

Gelukkig is het konijn, dat na mij gepland staat, weer gaan eten. Dus die afspraak gaat niet door. We hebben alle tijd  voor het consult.

Mijn zorgen rond Pippi en Snuitje blijken ongegrond. Beide dames zijn in prima conditie. ‘Pippi is waarschijnlijk gewoon een kat, die zichzelf iet wast,’ aldus de dierenarts. Ik had haar beter Floddertje kunnen noemen, alhoewel Pippi Langkous ook niet bepaald uitblinkt in persoonlijke hygiëne……

‘Snuitje heeft flink artrose. Kijk maar. Als ik haar hier probeer te strekken, doet dat echt zeer. Ik zie het aan haar reactie. Ik stel voor om haar op een dosis pijnstiller/ontstekingsremmer te zetten. Groot kans, dat ze er enorm van opknapt.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verder zijn de dames zo gezond als een vis. Maar dan Ferguut. Vorige week heeft hij twee keer op mijn bed gepiest. Ik zou hem nooit hebben verdacht, als ik hem niet op heterdaad had betrapt. ‘Ik heb hem toen linea recta naar buiten gebonjourd. Maar het heeft me wel aan het denken gezet. Zou hij soms last hebben van blaasgruis?’

Ik heb geprobeerd een plasje op te vangen, maar dat is helaas mislukt. Meneer piest liever buiten. Hij heeft intussen wel een volle blaas constateert de dierendokter. Geroutineerd kijkt ze mijn panter na. Op de plek waar het laatste abces heeft gezeten steekt nu een bot uit. ‘Die spier is aangetast door dat enorme abces. Dat komt helaas niet meer goed.’

Dan kijkt ze zijn gebit na. Tot onze schrik zien we dat er een groot bloedend gat gaapt waar eerst een grote voortand zat. ‘Die is er uit geslagen door een enorme kat. Het is echt met veel geweld gebeurd……’ Een klamme hand sluit zich om mijn hart.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Kijk, katten vechten. Een rafelig oor of een winkelhaak hier of daar? Een keertje een abces? Het kan gebeuren. Maar vier keer op rij een behoorlijk ernstige verwonding binnen een half jaar? Toegebracht door een katachtige? Dat is echt niet normaal. 

Heks heeft een hoofdverdachte: De Bengaalse kat van een koppel op de Lange Mare. Het dier is afgelopen jaar volwassen geworden en dat is goed te merken. Geen enkele kat is meer veilig voor het monster, maar hij heeft het vooral voorzien op mijn zwervende boerenridder Ferguut. 

‘Geen enkele huiskat is ook maar een beetje partij voor zo’n Bengaal,’ zegt de dierenarts bij het eerste ongeluk. “Eigenlijk zouden mensen zulke katten niet moeten houden hier in Nederland. Het zijn wilde katten. Totaal niet geschikt om rond te laten lopen in een buurt vol huiskatten….’

Heks spreekt na een knakstaart en twee abcessen de bewuste buurvrouw aan op haar kat. ‘Hahaha, ja, wat wil je dat ik eraan doe? ik kan hier echt niks mee,’ het mens maakt zich bepaald niet druk om het gedrag van haar halve wilde kat. 

Ook als ik afgelopen week bij haar aan de deur sta om verhaal te halen, nadat de dierenarts heeft geconstateerd dat er met geweld een tand uit de bek van mijn kat is geslagen, is ze niet onder de indruk. Haar man gooit zelfs de deur dicht in mijn gezicht. Wat een lompe eikel. De vrouw zelf lacht me hartelijk uit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Nadat ze eerst met een uitgestreken smoelwerk zegt dat we niet gaan schreeuwen. Heks heeft inderdaad haar stemgeluid verheven, nadat buurvrouw verbaal haar kont afveegt met mijn zorgen om mijn kat. Schreeuwen is iets anders. Ik ben niet buiten zinnen. Noch bedreig ik de vrouw.

‘Wat wil je dat ik er aan doe?’ schreeuwt de boze buurvrouw me na. Apart toch weer. Zegt ze een minuut eerder nog op betuttelende toon dat we niet gaan schreeuwen, nu doet ze het zelf. ‘Ik kom geen ruzie met je maken, ik kom je aalleen vertellen, dat ik de wijkagent en dierenpolitie op de zaak ga zetten,’ zeg ik rustig tegen de schreeuwlelijk.

‘Er bestaat in Nederland een gedoogbeleid voor dit soort katten om hen buiten te laten rondlopen. Bengaalse katten zijn verboden, maar vanaf de zoveelste generatie kruisen mogen ze wel gehouden worden. Maar naar buiten gaan is een ander verhaal. Dat valt dus onder dat gedoogbeleid…. Zondag ga ik bovendien aangifte doen van mishandeling op advies van de Dierenbescherming….’

‘Nou, ik zie die wijkagent wel verschijnen,’ teemt de buurvrouw, om schaterenlachend te vervolgen dat ze het wel zielig vindt voor mijn kat. ‘Wat wil je dat ik er aan doe?’

‘Zal ik er dan maar wat aan doen?’ ben ik geneigd te zeggen. Ik heb al dagen visioenen om dat klotebeest te vangen en uit te zetten op een waddeneiland…….

De politie komt langs om over die kat te praten. Ze kunnen niet veel doen en ook zij raden me aan om aangifte te doen. ‘Bereid het goed voor. Neem zoveel mogelijk informatie mee over wat er gebeurd is.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De dierenarts schrijft op mijn verzoek een verslag van alle verwondingen en behandelingen van het afgelopen jaar. Ook hierin gaat weer dat het niet wenselijk is om zulke dieren op straat te laten lopen. ‘Het is zoiets als wanneer ik een halve wolf hier in de wijk loslaat. Daar maak ik ook geen vrienden mee,’ zeg ik tegen Buurman. 

Hij woont naast de baasjes van de kutkat. Zij is al uitgebreid verhaal komen halen bij hem. Ja, lekker is dat.

Maar alles goed en wel. Intussen loopt die rot Bengaal nog steeds hier door de buurt te paraderen. Gisterenmorgen hoor ik een hels kabaal in de steeg. Mijn panter zit onder een vuilcontainer te wachten totdat hij naar binnen kan. De Bengaal probeert hem aan te vallen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De eigenaresse van de bloemenwinkel rent verschrikt naar buiten. Heks schreeuwt als een viswijf tegen de Bengaal. Hij gaat er als een haas vandoor. Snel ga ik naar beneden om mijn panter op te halen.

‘Zag jij ook dat die Bengaal mijn kat aanviel?’ vraag ik aan de bloemenvrouw. Ze zag het. ‘Maar dat doen toch alle katten?’ bagatelliseert ze het geziene. Ze is namelijk geen fan van Heks. Het heeft een tiental jaar geduurd voordat ik het in de gaten had, maar na de zoveelste ongenuanceerde schreeuwpartij zonder reden richting mij viel het kwartje. Het mens kan me niet uitstaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Sinds ik dat ontdekt heb mijd ik haar zoveel mogelijk. Tegen mij wordt niet meer geschreeuwd. Ik heb dan ook helemaal niets aan deze getuige vrees ik. 

Later zie ik dat het oor van Ferguut flink is opengehaald door die kolere Bengaal. Hij bloedt als een rund. Het is nu elke week raak intussen.

Oh, wat ben ik moe van al dat gedoe met mijn beesten. De hele week ben ik al in touw met mijn dierentuin. Maak ik me zorgen om mijn panter. Ben ik druk met de verzorging van de poot van VikThor. Ik zal blij zijn als die Bengaal van het toneel verdwijnt. Als de rust weerkeert in deze buurt vol katten.

‘Ik ben vast niet de enige, die last heeft van die kat. Ik heb al links en rechts geïnformeerd bij andere kattenbezitters. Tot nu toe zonder succes. Maar ik verwacht echt meer slachtoffers te vinden, Ferguuts situatie staat vast niet op zichzelf…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

MiAUAUAUAUAUW! ME AU AU AU AU AU! De panter heeft zich weer eens in de nesten gewerkt. Het is altijd wat met de dolende ridder. Is het niet dit, dan is het weer dat. Heks heeft haar handen vol aan dit geliefde monster. Terwijl mijn bankrekening er op leegloopt!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een paar weken geleden ben ik de panter weer eens kwijt. Ik heb direct een naar gevoel en al na een dag loop ik uitgebreid te roepen in de buurt. Begrijp me goed, het beest is wel vaker op stap. Dagenlang soms. Hele weken, maanden ben ik hem kwijt geweest.

Meestal maak ik me geen zorgen, maar als er iets mis is voel ik het direct. Zo ook nu. Waar zit mijn monster?

Na een uitgebreide zoekronde ’s avonds laat zie ik hem bij thuiskomst voor de voordeur zitten. Maar als hij me in het oog krijgt kruipt hij weg. Komt weer naar me toe. Loopt weg. Komt, loopt weg, komt toch……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ha gekke ridder van me,’ zing ik hem zachtjes toe, terwijl ik hem over zijn koppie aai, ‘He, wat is dit? Je staart is raar. Hij lijkt wel gebroken….’ Terwijl ik mijn hand langs zijn hele lijf laat glijden voel ik een rare knik aan de basis van zijn lange staart. Jeetje. Die heeft ergens tussen klem gezeten. Dit heb ik nog nooit eerder gevoeld.

Ik neem mijn schat mee naar binnen, alwaar hij de gehele nacht bovenop mijn buik ligt. Hij zoekt steun, want zijn arme staart doet echt pijn. Dat is goed te merken. De volgende dag gaan we naar de dierenarts.

Die geeft ons een sterke pijnstiller mee. ‘Het is niet gebroken, maar er zit wel een werveltje helemaal scheef. Ik doe er verder niets aan. Met een paar dagen voelt hij zich veel beter.’ Geen dure röntgenfoto gelukkig. ‘Nergens voor nodig,’ zegt de man.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Nou, dat was dan je zevende leven. Of was het pas het zesde? Ik ben de tel kwijt, mafkees,’ mopper ik zachtjes tegen hem op de terugweg. Mijn avontuurlijke boerenridderkater heeft altijd wat. En ondanks het feit, dat hij toch ook een dagje ouder wordt is hij nog steeds uitermate uithuizig. De ellendeling.

Ik houd hem een paar dagen binnen. Altijd een hele heisa, want meneer wil niet binnen blijven. Hij wil de hort op. De buurt verkennen, de nachtburgemeester uithangen, achter de muizen aan!

Na vier/vijf dagen laat ik hem maar weer naar buiten. Hij is behoorlijk opgeknapt, maar de knik is een blijvertje lijkt het.

Vorige week is meneer koekepeer weer eens onvindbaar. Al dagen hebben we ruzie. Hij komt binnen, eet zijn eten op en staat dan aan 1 stuk door te schreeuwen, dat hij weer naar buiten wil. Van nog wat extra brokjes wil hij niks weten. Hij eet alleen nog maar blikvoer lijkt het!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De laatste dagen wilde hij zelfs niet meer mee naar binnen. Moest ik hem achterna rennen en vangen. Met een grote tegenstribbelende zwarte kater onder mijn arm de trap oplopen.  Hem stevig vasthouden tot we binnen waren, omdat hij em anders direct weer zou smeren. Wat heeft die kat toch?

Nu is hij dus al twee dagen pleite. Pas de derde dag zie ik hem van een muur via mijn auto, die verderop in de steeg geparkeerd staat, op straat springen. En ook nu krijg ik hem slechts met moeite mee naar binnen. Waar hij dan weer wel aanvalt op zijn eten: Hij is uitgehongerd!

‘Wat heb je toch, gekke kat?’ Heks houdt hele verhalen tegen haar schatje. Hij kijkt me serieus aan. Opnieuw valt het me op dat hij er anders uitziet. Maar waar ik er een paar dagen geleden nog niet de vinger op kon leggen, zie ik nu plotseling hoe zijn kop aan 1 kant is opgezwollen tot enorme proporties.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zijn linkeroog zit zelfs een beetje dichtgedrukt. De zwelling is pijnlijk. En plotseling heel groot geworden. ‘Waarschijnlijk een abces,’ concludeert Heks. Deze ridderkater zal wel weer een potje gevochten hebben…..

Zo zit ik zondagmorgen weer bij de dierenarts. Mijn goedkope tuincentrum-arts is helaas niet beschikbaar, dus ik zit bij een peperdure collega. De rekening is nog net niet zo erg als eentje, die ik ooit eens op een zaterdagavond laat heb opgelopen, maar het is evenzogoed een rib uit mijn lijf.

Hiervoor krijg ik wel een consult met een enorm lekker ding. Ik heb mijn ogen nog niet helemaal open, maar dit zie ik dan toch wel. ‘Het is waarschijnlijk een abces, daar gaan we de medicatie op inzetten. Helaas kan ik het niet openmaken, dat geeft namelijk vaak verlichting. Maar met een goeie dosis antibiotica en een stevige pijnstiller voelt hij zich met een paar dagen veel beter….’

Zo ligt mijn panter dan in de grote bench. Met zijn eigen kattenbak, lekker voer en een bak water. Het is de enige manier om ervoor te zorgen, dat hij em niet smeert. Ooit sprong hij met een drain in zijn lijf en een kap om zijn kop uit het slaapkamerraam op de eerste verdieping. Daar draait meneer zijn poot niet voor om.

Soms jammert hij erbarmelijk. Soms laat ik hem er een paar uur uit. Hij heeft een kuur van tien dagen en die moet hij afmaken. Twee keer per dag een pil.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op dag drie jammert hij wel erg hard. Nog maar een keertje naar de dierenarts dan. Ik zie intussen ook een rare pek onder zijn oog verschijnen.

Zodra ik hem bij de dokter op de behandeltafel zet, springt het abces open. Bloederige stinkpus vliegt ons om de oren. De wond wordt grondig nagespoeld met een jodiumverdunning. ‘De rest geneest vanzelf. Katten hebben een geweldig vermogen om abcessen zelf te lijf te gaan,’ stelt de dierenarts me gerust.

Hij moet nog een paar dagen binnen blijven, om de antibioticakuur af te maken. Het is nog eventjes afzien voor me. Maar de schat voelt zich al veel beter!

Maar wat ben ik blij, dat hij ook dit weer overleeft. Mijn kanjer. Mijn grote zwarte schaduw. Mijn stoere panter. Mijn geliefde ridder Ferguut.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

 

Wat ben ik? Of wie? Doodmoe, kapot, uitgeteld en opgebrand. Een dweil, een gymschoen, een halve zool, een slaapkop. Op sommige dagen kun je het je beter niet afvragen als ME-patiënt. Ook in de spiegel kijken is op dergelijke dagen sterk af te raden……

Maandag ga ik een dagje plat. Heks valt om. Geheel gestrekt. Ik red het nog net om mijn hondje een flinke ronde om de Singel te geven. Hij springt bommetjes de gracht in, speelt met vriendjes en vriendinnetjes, rent als een gek door het struweel….. Hij moet het er weer uren mee doen!

Godkolere. Wat voel ik me belabberd. Ik doe vandaag lekker helemaal niks. Dat scheelt al enorm. Als ik me vandaag toch zou oppeppen had ik geheid instant een kuthumeur. In Plum heb ik nog eens heel duidelijk het verband gezien tussen fysieke uitputting en scheldneigingen: Zodra mijn energieniveau daalt stijgt mijn frustratieniveau! En als ik niet uitkijk beginnen de decibellen verbaal geweld dan al snel de pan uit te rijzen…..

Stoppen dus. Rust nemen. Eventjes helemaal niks.

 

Heks heeft het al weken druk met naar de fysiotherapeut gaan. Langzaam maar zeker raak ik weer een beetje uit de knoop. Maar vandaag is hier niets meer van te merken. Al mijn spieren doen zeer, mijn pezen zijn vannacht plotseling gemiddelden drie centimeter korter geworden en mijn zenuwbanen staan unaniem onder stroom. Bovendien wil ik mijn hoofd eraf zagen. Die pijnlijke kroon van mijn schepping kan me vandaag gestolen worden.

Ook andere lichaamssystemen geven er de brui aan. Doodstil liggen dus. Niet bewegen. Wachten tot het over gaat.

 

Ik bel de Don. Hij heeft dit soort dagen ook aan de lopende band. Tegen hem hoef ik geen stoere verhalen op te hangen. Over hoe geweldig ik toch met mijn ziekte om ga. Of hoeveel ik wel niet leer van die ellendige typhusziekte. Hoe het een subliem schuurpapiertje van het leven is. Hoe ik spiritueel word getrommeld en opgepoetst door mijn gebrek.

 

Allemaal lulkoek. Ultieme dimensiegezwets om maar niet te hoeven luisteren naar andermans ellende binnen de relatieve dimensie. Helaas krijg je deze kletskoek om de haverklap naar je oren in diverse spirituele kringen.

Ik maak me er al sinds jaar en dag druk over. Ik ageer er al eeuwen tegen. En ik blijf dat doen. Zijn ze nu helemaal betoeterd om mensen zo integraal af te schrijven op grond van wat fysiek ongemak?

Heks slaapt en slaapt. De hele middag en avond lig ik te sluimeren. Ik moet er geweldig van bijkomen. Suffig eet ik een soepje, drink ik een sapje.  Nu nog even mijn hondje de Singel rondjagen. Het van der Werfpark vermijden, want daar zijn net 2 honden vergiftigd. Een dag nadat ik er nog uitgebreid gewandeld heb met mijn monster.

 

Ze hebben het niet overleefd. De hele hondenminnende binnenstad staat op zijn kop. De dader kan maar beter verkassen als hij wordt ontmaskerd: Heks is ervan overtuigd, dat iemand hem of haar anders gebakken spons zal doen vreten!

Drie dagen lang lig ik voornamelijk te slapen. Afgewisseld met uitlaatrondes. Spierpijn, buikpijn en stampende koppijn….. Ik heb er sowieso dagelijks last van, maar er zal ook wel een vaag virusje in het spel zijn.

 

 

Primadonna Prunus versiert mijn autootje. Of is het een Primadon? Heks maalt er niet om. Ik hou van deze kanjer. Bernard hield van z’n anjer, maar geef mij maar een bosje boom! Wolken bloesem dansen door de stad. Mijn trouwe kanarie als trouwauto? Haha!!!! Dat is me wat!

Al jaren onderhoud ik een intens liefdevolle relatie met een boom hier in de steeg. Het is een oude Prunus en hij staat in een eveneens eeuwenoud hofje. Zijn kroon overspant intussen de hele steeg. Door het jaar heen zijn we trouwe kameraden. Maar in het voorjaar raken we weer verliefd.

Zodra zijn eerste knoppen zwellen slaat mijn hart op hol. Elke avond breng ik hem een kort bezoekje om te kijken hoe de zaken ervoor staan. Tot dan eindelijk de grote explosie van roze bloesem volgt. Dan sta ik avond aan avond ademloos te kijken en vooral ruiken. Dan droom ik van elfenfeestjes met vlierbloesemsiroop en mede.

‘Ga je vannacht in de Prunus logeren?’ Ferguut staat bij de deur. Hij wil per se naar buiten. Mijn panter houdt ook van deze boom. Ik verdenk hem ervan dat hij vrolijk meefeest met alle elven en kabouters hier uit de steeg. ‘Doe hen de groeten, vooral mijn vriend Pleingodje,‘ roep ik mijn monster na als hij van het dak springt.

Dinsdag ga ik naar het koor. Ik ben zoals altijd een beetje laat. Al die voorbereidingen ook. Hond uitlaten, beesten eten geven, mezelf eten geven, mezelf reanimeren, toonbaar maken ook vooral, dus mezelf insmeren met make up, omkleden of zelfs douchen……. Een hele klus. Voor een MEer.

Als ik bij mijn auto arriveer kom ik voor een verrassing te staan. Mijn kanariepiet is helemaal roze van de Prunus. Hij staat pal onder mijn geliefde boom. Gisteren lag er een bescheiden laagje op, maar nu is hij helemaal knalroze.

Ik heb geen tijd om er een foto van te maken, maar dat heb ik gelukkig gisteren wel gedaan. Toen dacht ik nog: ‘Heks, zorg dat je morgen bijtijds de deur uitgaat, want je moet eerst tienduizend bloemetjes van je auto halen…..’

Maar ja, helemaal vergeten intussen……

Ik veeg de ergste bloesempracht van mijn ruiten, zet de ruitenwissers even aan…. Maar dan moet ik toch echt gaan. Ik zie wel hoe het uitpakt.

En het pakt uit! In een wolk van roze bloesem vlieg ik de straat uit. Over de Oude Vest, de Langegracht…….Eén grote dwarrelde liefdesverklaring aan het leven. Fantastisch. Ik word er helemaal gelukkig van.

Links en rechts blijven mensen stokstijf stil staan om dit tafereeltje verrukt gade te slaan…..

De repetitie is ook al geweldig. We zijn begonnen aan een paar fantastische nieuwe stukken voor ons honderdjarig jubileum, waaronder een lekker modern werk van Vaughan Williams. Echt smullen!

Ook is de harmonie in het altenvak intussen herstelt. Iedereen is weer helemaal tevreden met haar zitplaats alsmede haar buurvrouw. Een hele verademing!

Als ik later naar mijn auto loop word ik ingehaald door een paar sopranen. ‘Oh Heks, wat is je auto mooi! Het lijkt wel een trouwauto!’ jubelen ze enthousiast. En ja, het is waar. Het knalgele wagentje met de roze versiering is een lust voor het oog. En oogt bovendien trouwlustig!

Je zou er bijna zelf trouwlustig van worden. Gelukkig ben ik gelukkig met mijzelf getrouwd. Alweer bijna negen jaar!

Er zijn meer hondjes die Fikkie heten. Dat blijkt maar weer! Maar of Heks worst lust van Fikkie………. (hij heeft ze net gebakken) Nee: Geef mijn portie maar aan Fikkie!

‘Hoi,’ groet Heks een oude vrind bij de sigarenboer op de hoek. We hebben elkaar in geen tijden gesproken. ‘Ik heb mijn nieuwe hond naar je genoemd,’ plaag ik hem vervolgens, ‘Kijk, dit is em. VikThor met zijn yin yang snor. Haha.’

Ik sta hartelijk te lachen. ‘Nou, dat is een bijster originele naam voor een hond,’ reageert mijn slachtoffer droog. Hij heeft gelijk. Van oudsher is Fikkie zo ongeveer de hondennaam.

Terwijl we staan te grappen is mijn monster achter de toonbank verdwenen. Daar vaandelt hij een lekker snoepje zoals gewoonlijk. Vandaag is er geen tijd om met de gulle gever over de vloer te rollen. De winkel staat vol klanten. Heks rekent af.

De oude vriend is ook klaar met zijn aankopen. Op de stoep spreekt hij me nog een keertje aan. ‘Ik ben niet zo aardig voor je geweest een tijdje geleden, Heks,’ piept hij met een benauwd gezicht. Ik kijk hem aan of ik water zie branden. Waar dan? En wanneer? En in welk opzicht?

‘Op Facebook,’ geeft hij direct toe. O ja. Hopeloos Facebook. Waar mensen menen alles te mogen beweren. Waar iedereen meent op alles te moeten reageren. Dit wankele podium waarop onze meest onzekere medemensen zich met enige regelmaat vergalopperen.

‘Ik kan het me totaal niet herinneren. Het zal weinig indruk hebben gemaakt,’ beledig ik hem onbedoeld direct terug, ‘Heb ik je er soms afgegooid?’ Dat is wat ik over het algemeen direct doe als mensen zich online vervelend gedragen.

‘Nee, dat heb ik gedaan. Maar nu heb ik er spijt van. Ik ga je een nieuw vriendschapsverzoek sturen……’ klinkt het opgelucht uit de mond van mijn oude vriend. Hij is dolblij, dat ik geen idee heb waar hij het over heeft.

Maar ja. Intussen is er wel degelijk een belletje gaan rinkelen bij Heks. Ja, hij deed iets vervelends. Maar wat precies? Dat ben ik vergeten. Er staat me vaag bij dat het over mijn ziekte ging. Vast weer iemand, die me uit heeft gemaakt voor zeurkous. Of aansteller.

Of misschien vond hij gewoon dat ik er überhaupt helemaal mijn kop er over moet houden. Dat gebeurt me zo vaak. Ik hou het niet meer bij.

Maar ik vind het niet OK.

Een dag later is er een nieuw vriendschapsverzoek binnen bij Heks. Het staat in de rij met verzoeken, waar ik nog eens goed over na moet denken. Niet dat ik nu zo kieskeurig ben op Facebook. De grootste kwallenjakken zitten er tussen mijn Facebookvrienden.  En mijn beste vrienden zitten vaak weer niet op dit medium.

Op zich is het een prima eigenschap om allerlei onbelangrijk gezever aan je kop zo snel mogelijk te vergeten. Maar om de deur dan maar weer open te zetten voor iemand om het nog eens te doen?

Nee. Daar begin ik niet aan.

Poep, schijt, kak, stront: Neem een hond. Met een kikker in zijn kont. Heks sprint een hele nacht door de steeg om ter plekke uiteindelijk een geweldig leuk mens te ontmoeten. En guess what: We zitten al een jaar te kletsen op de chat!

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM  Zen cirkel. Nog even oefenen……

Maandagavond in de schemer in het park van Noord kom ik Rooie tegen. Haar gezellige rolmops van een hulphond kwispelend naast haar rolstoel.

‘Hij is afgelopen week hartstikke ziek geweest! Niet meer besmettelijk hoor, Heks, de incubatietijd is ruim voorbij’ we maken natuurlijk een praatje, terwijl onze honden over elkaar heen rollen van plezier, ‘Zeker negen keer heeft hij het huis ondergekotst. En elke keer op de bank of op een kleedje. Ik bleef wasjes draaien. Goeie hemel. Waarom doen ze dat toch? Waarom kotst zo’n mafkees niet gewoon op de houten vloer?’

Ja, daar vraag je me wat. Dieren zitten nu eenmaal vol verrassingen! Mijn katten piesen ook bij voorkeur op een kleedje of hondenkussen. Hetgeen ook steevast ontaardt in eindeloos wasjes draaien!

Een dag later ligt VikThor slapjes op de bank. ‘Wat is je hondje toch stilletjes, ik ben het niet van hem gewend,’ merkt mijn hulp op. Er ontgaat haar nooit zoveel.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM No mud, no lotus

Als ik later een rondje met hem loop sukkelt hij naast de fiets. Hij rent niet door struiken en jaagt hooguit twintig eenden de sloot in. In plaats van tweehonderd. Omdat zijn ontlasting ook niet om over naar huis te schrijven is geef ik hem preventief wat norrit en een homeopatisch middeltje bij zijn eten.

’s Avonds laat echter stort hij zich op een onder de stoel gevonden bot. Voor ik het in de gaten heb heeft hij een enorm stuk runderhuid naar binnen gewerkt. Verdorie, dat was niet de bedoeling, ik wilde hem vandaag juist een beetje strak in het voer houden.

Midden in de nacht kom ik bij uit een terugkerende droom. Nog voordat ik kan proberen me die droom te herinneren hoor ik Vikkel de Bikkel onrustig schuiven in zijn bench. Piept hij nu een beetje? Ik zit direct rechtop in mijn bed. Er was iets. Oh ja. Het heersende honden-maag/darmvirus. Een minuut later sta ik buiten met een heel gestrest hondje aan de lijn.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM Snuitje

In mijn pyama met trui erover ren ik door de steeg naar het eerste beste stukje groen in de buurt. Daar laat ik hem los. Direct hurkt mijn ventje bij een boom. Zijn samengeknepen billetjes ontspannen en een vreselijke stank trekt over het eeuwenoude in maanlicht gedompelde pleintje. Arm kereltje. Hij is zo ziek als een hond.

Een paar uur later begint mijn monster ook te kotsen. Het feest is compleet. Diezelfde nacht trek ik nog een paar sprintjes richting park. De dag erop lig ik compleet gestrekt.

Gelukkig is mijn hondje ook niet vooruit te branden. Sneu lig hij in zijn hokje. Ik laat het hem maar uitzieken, want ik weet natuurlijk dat het een onschuldig virusje betreft. In de loop van de middag loop ik maar weer eens een rondje door de buurt.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM De vrolijke buurman

Plotseling ik een bekend gezicht opduiken bij 1 van de vele hofjes hier in de steeg. Maar waar ken ik dat gezicht van? Opeens weet ik het! Het is de grote kattenvriend, die me vorig jaar heeft helpen zoeken naar Snuitje. ‘Hallo kattenman, hoe gaat het met je?’

De man kijkt me aan alsof hij water ziet branden. Wie is die vrouw? En wat moet ze van me?

‘Ik ben de moeder van Snuitje, we hebben vorig jaar maanden zitten app’en over die kat. Je hebt me helpen zoeken. Weet je nog?’ Ja, hij weet het nog heel goed. Direct informeert hij naar haar gezondheid. Geanimeerd praat ik hem bij.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM De weg

Als ik na ons afscheid weg loop ziet hij de achterkant van mijn sweatshirt. ‘Wat een mooie Zencirkel staat er op je shirt. Prachtig!’ roept hij enthousiast. Ik vertel hem dat het een kalligrafie van Thich Nhat Hanh betreft. ‘Wat leuk, ik zit in een filmhupperdepupclub en we organiseren binnenkort een avond met een film over zijn leven,’ ik kijk hem stomverbaasd aan.

Hij weet gewoon over wie ik het heb. Al snel zijn we in een diep gesprek gewikkeld. Maar ik heb helemaal geen tijd nu! Over precies drie minuten staat Blonde Buurman op de stoep om me te helpen met mijn administratie.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM Zen cirkel,

Mijn nieuwe vriend heeft zijn sporen verdiend in een andere Boeddhistische traditie. En daar wil ik natuurlijk alles over weten. We nemen afscheid met de wens nog eens verder te kletsen.

Even later krijg ik een app’je met alle informatie over de film. ‘Dank je wel. Ik heb net heerlijke kweeperenjam gemaakt en ik wil je graag een potje brengen als bedankje voor al je hulp vorig jaar,’ schrijf ik terug.

Een afspraak is snel gemaakt. Wat leuk! Zo zie je maar dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Of in dit geval Boeddha’s weg…….En elk nadeel z’n voordeel heb. Misschien kunnen we wel een speciale wijk-sangha gaan beginnen…… 😉

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM Wijk Sangha Haha