Een eed zweren bij volle maan. Dat is wat ik heb gedaan. Ja, ik wil me sterker binden met die Zwarte Vrouw vanbinnen. Maria van Magdala, Torenvrouwe, droom in mijn dromen; Ik hou van jou.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het is volle maan. Midden in de nacht vliegt Heks door de stad op haar bezemsteel. Het laatste rondje met mijn hondje. De stad is godverlaten. Ik zuig de frisse nachtlucht mijn longen in. Geen virusje te bekennen op dit tijdstip. Heerlijk.

Opeens sta ik stokstijf stil. Mijn bezemsteel trilt als een kolibrie stationair in de lucht. De maan spreekt me aan, ik moet iets terug zeggen. Maar wat? Heks hoeft er niet over na te denken. Over mijn lippen vloeit een eeuwenoude tekst. Als ik de spreuk de volgende dag  probeer te reproduceren houdt hij zich verborgen in de coulissen van mijn geheugenpaleis.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik kan hem zien en ruiken, maar horen gaat niet meer. Telkens als ik er dichtbij ben glibbert de toverspreuk tussen de mazen van mijn hersennetwerk door naar een klein geheim hokje. Een kamertje vol collectieve dromen en toverspreuken. Een plek in mijn hart, die haar geheimen mondjesmaat prijsgeeft. Altijd precies op het goede moment.  Maar waarom kan ik me nu die spreuk niet herinneren? Potjandrie

Niet dat het belangrijk is. Belangrijker is de eed, die ik gezworen heb met de maan als getuige. In een tijdsbestek van een paar minuten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks voelt een klik in haar hele lijf. De zaak is beklonken. Voor hoe lang eigenlijk? Voor zolang als nodig is, hoor ik gonzen.

Er ligt een hele stapel boeken op me te wachten over de Zwarte Madonna. Bij het opruimen van mijn boekenkast kwam ik het ene na het andere boek tegen over dit onderwerp. Ik had aanvankelijk niet in de gaten, dat mijn boeken over Maria Magdalena eigenlijk ook over de Zwarte Madonna gaan. Ik heb die twee heel lang niet met elkaar in verband gebracht.

Maar Heks was wel uitermate geïnteresseerd in de dames. Dame dus.

Ook wil ik bepaalde gymnastiekoefeningen gaan doen om me nog meer te verbinden met de Grote Goddeljike Moeder. Ook hiervoor ligt er een boek klaar. Al maanden.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Woensdagavond luisteren we met het hele koor naar een oude uitvoering door Ex Animo van de Matthäus Passion. Via een link op YouTube hebben we allemaal tegelijkertijd toegang tot de opname. Heks gaat er eens goed voor zitten.

‘Ja, Maria, dat gaat over je man,’ zegt Heks met haar ketterse neigingen tegen het luchtledige. Tegen de flauwe vleug bloemengeur. En alsof zij dat niet weet. Deze goddelijke dochter, stammend uit een oud geslacht van priesteressen. Sinds jaar en dag uitgemaakt voor hoer, niets is minder waar, in een poging het vrouwelijk principe uit de kerk te bannen.

De Heilige Maagd en de Hoer. Dat zijn de vrouwelijke rolmodellen, waar de christelijke kerk ons mee heeft opgezadeld. En Moeder de Vrouw. En dat allemaal volgens het principe ‘Seks is slecht, blijf vooral maagd. En als je dan toch je benen wijd doet, ben je een hoer, tenzij je het met je gade doet en heel veel kindertjes krijgt……En het is ook niet de bedoeling, dat je van die voor dit doel noodzakelijke seks geniet……’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Hebben vrouwen een ziel? Dat is ook eeuwenlang de vraag geweest. Voor de zekerheid zijn alle aanhangers van de Grote Moeder systematisch op de brandstapel gegooid. Mannen zowel als vrouwen. maar het meest toch de vroedvrouwen en kruidenvrouwtjes. De Tante Betjes, die zich hun ziel niet lieten afpakken door het patriarchaat. De tegendraadse buitenbeentjes.

Ik weet niet, waarom de Zwarte Madonna me roept. Heks, een ouwe Calvinist. Totaal niet thuis in Maria verschijningen of apocriefe verhalen. Doe maar gewoon, zondaar, dan doe je al gek genoeg. Magdalena roept me al tijden besef ik nu. Al zeker dertig jaar.

Een eed zweren bij volle maan. Dat is wat ik heb gedaan. Ja, ik wil me sterker binden met die Zwarte Vrouw vanbinnen. Maria van Magdala, Torenvrouwe, droom in mijn dromen; Ik hou van jou.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ups en downs in Huize Heks. Een lampenkap hoort om je nek. Maar niet op half zeven. Iets te lang weg gebleven: Op koor was weer van alles te beleven. En ook daarbuiten begint deze Toverkol op te leven. Maar nog steeds geen vent voor Steenvrouw en Heks. Dat is dan weer jammer. En het blijft iets geks.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dinsdagavond ga ik weer naar het koor. ‘Oh, ben je daar weer, je bent weken niet geweest,’ confronteert Anna me direct met de feiten, ‘Was je ziek?’ Ik hoorde vorige week al van een paar zangmaatjes, dat ze hevig had zitten mopperen over mijn afwezigheid. Ha! Heks wordt gemist!

‘Het komt door mijn hondje. Hij is in de lappenmand,’ Heks zit intussen op haar tablet tekeningetjes te maken van mijn monster. Anna kijkt geïnteresseerd toe. ‘Goh, wat is hij veranderd, groot geworden ook,’ zegt ze verbaasd.

Ze heeft in eerste instantie niet in de gaten, dat dit geen foto’s zijn. Tekenen op een tablet? Al die moderne techniek is gewoon niet aan mijn maatje besteed……

Heks en Anna, de lamme leidt de blinde. Voorovergebogen, bijna dubbelgevouwen, schuifelt ze aan mijn arm richting stamtafel. Even later voegen de andere stamgasten zich bij ons. ‘Kan ik er nog bij?’ vraagt de pianist. ‘Ja,’ schreeuwen we in koor. We zijn dol op die man. Hij wordt massaal beflirt door de diverse dames.

Vandaag hebben ze het over de opvallende aspecten van zijn figuur. ‘Jullie houden me goed in de gaten!’ verweert hij zich lachend, ‘Ik dacht dat alleen mannen naar billen keken!’ Hilariteit alom onder hikkende sopranen. En een incidentele schuddebuikende alt.

Wat heerlijk om weer aanwezig te zijn. We zijn lekker de Matthäus Passion aan het instuderen. Vandaag is O Mensch, bewein dein Sünde gross’aan de beurt. Onder andere. Door de jaren heen is dit een echte favoriet van Heks geworden.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Er zitten prachtige lyrische fragmenten in voor ons alten. Mijn stem is goed bij stem vandaag. Ik laat me heerlijk mee voeren de hoogte in. Dat fantastische gedeelte, waar we boven de sopranen uit zingen….. ‘dass er für uns geopfert würd….’ doet de tranen in mijn ogen prikken.

Als ik thuis kom tref ik mijn hondje over de zeik aan. Zijn lampenkap hangt losjes om zijn kop. De bovenkant is losgeschoten. Heks schrikt zich een ongeluk. Net nu het ietsjes beter lijkt te gaan, gaat er weer iets faliekant mis!

Snel haal ik hem uit zijn bench. Op de yogamatjes in de woonkamer inspecteer ik zijn wond. Die ziet er verdacht schoon uit. Het nietje is in geen velden of wegen te bekennen. Zou hij er aan gelikt hebben? Kan hij er überhaupt met die kap op half zeven bij komen? Is zijn lies (door een schurende kap) nu verdacht rood of was dat al zo?

Vlak voor ik hem in zijn hokje stopte heb ik de wond nog grondig gereinigd. Ook heb ik zijn buik en andere aangrenzende lichaamsdelen gewassen en ontsmet. Ook heb ik een hele zwik honingzalf in het gapende gat gepropt. Zat dat nietje er toen nog in? Ik weet het niet meer.

Zo ga ik dan slapen met een hoofd vol vragen. Zorgen zoemen hun antwoorden om me heen. Ik bid tot Het Grote Bijenvolk om bescherming. ‘Laat jullie honingzalf zijn werk doen,’ smeekt een wanhopig heksje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een klasgenoot vertelde me afgelopen weekend over het succes van dit goedje bij haar kat, toen die gewond was. ‘Het geeft niks als ze er een keertje aan likken. Dat spul werkt zo goed. Het elimineert alle bacteriën…..’ Haar woorden troosten me nu. Mocht hij er aan gelikt hebben, dan is daar gelukkig die zalf…..

Woensdagmiddag rijd ik weer naar Rijswijk. Voor de zoveelste keer. Ik ben toch zo benieuwd wat de dierenarts van de wond gaat vinden. Het gat lijkt echt kleiner te worden. Of verbeeld ik het me? Zie ik dingen, die ik graag wil zien?

‘Gezien de omstandigheden gaat het heel goed!’ de dokter inspecteert de wond zorgvuldig, ‘Er zit mooi granulaatweefsel in. Het is rood, ik noem dit de tweede fase van de wond. In de derde zit hij dicht.’

Heks was in haar hoofd al in de derde fase van wondgenezing aanbeland. Ik heb erover zitten lezen op internet. Het kan me niet snel genoeg gaan.

‘Het kan nu best heel snel gaan. Maar we blijven die antibiotica voorlopig door geven. Er is een gerede kans, dat er wat bacteriën achterblijven op het implantaat.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Over drie weken maken we een foto. Dan kunnen we zien of de ruimte rondom de Titanium kooi vol gegroeid is met bot. In dat geval kunnen de schroeven en moeren er weer uit worden gehaald. Spannend!’

‘Maar eerst die wond dicht. Het gaat de goede kant op, maar we zijn er nog niet. Ik vind 3 weken te lang duren voor een volgende controle…..’ de orthopeed aarzelt. Hij wil me niet nog meer op kosten jagen, vermoed ik.

Het is een geweldig aardige man. Ik ben blijkbaar definitief aan hem toegewezen, nadat zijn collega me onrechtmatig de oren heeft gewassen over vermeend onzorgvuldig handelen. En ik daarover heb geklaagd…..

‘Ik kom volgende week woensdag weer,’ hakt Heks de knoop door. Met een beetje geluk is dat gat dan dicht gegroeid, ‘Ik neem nog maar een flinke tube honingzalf mee…..’

Onderweg naar huis ga ik mijn monster nog even lekker uitlaten. Hij mag intussen een paar keer per dag 10 minuutjes wandelen en laten we dat dan op een leuke plek doen. Schoon droog gras vol interessante luchtjes bijvoorbeeld. Als een grote stofzuiger rent hij naast me aan de riem. Zijn kop op de grond. Diep inhalerend.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Als ik hem thuis de trap weer op sjouw ben ik aardig gaar. Ik rammel ook van de honger. Ik ben zo druk in de weer tegenwoordig, dat eten en drinken er bij in schiet als ik niet uitkijk. ‘Je vochtbalans is niet in orde, let daar op. Heks,’ sommeert mijn acupuncturist me een paar dagen geleden. Ik moet nodig lunchen. Met een lekker soepje!

Maar eerst natuurlijk mijn hondje verzorgen. Net als ik zijn pootje probeer in te smeren gaat de bel. VikThor is niet houden als hij Steenvrouw binnen ziet komen. ‘Zal ik je hondje even de trap af dragen?’

Oh, wat lief! Dat is nu helaas niet nodig. Vik moet nodig zijn hokje in. Met een flinke klodder honingzalf in zijn klep.

Even later zitten we aan de koffie. Heks eet een paar boterhammen en een soepje. We klessebessen er lustig op los. ‘Hoe is het nu met je aanbidders?’ We zijn allebei lid van dezelfde datingsite. Heks kijkt er zelden meer op, maar mijn vriendin heeft de moed nog niet opgegeven.

Een vreselijk verhaal volgt. Want op zulke sites kun je alles verwachten. Het gros van de bezoekers spoort voor geen meter. Het is zoeken naar een naald in een hooiberg wat we doen. ‘Ik kwam een keer een lievelingsneef van me tegen. Hij had me een heel leuk bericht gestuurd. “Je hebt me toch wel herkend” schreef ik hem terug. Hij beweerde van wel, hihihi.’

‘Die neef is eigenlijk perfect voor jou, dat ik daar nooit aan gedacht heb,’ vervolg ik enthousiast, ‘Een kunstenaar net als jij, hij maakt prachtige dingen. Hij ziet er heel leuk uit, een knappe vent. En hij is ook nog eens hartstikke lief! Zullen we een keertje naar een expositie van hem gaan?’

Als Steenvrouw even later haar hielen licht kruip ik in mijn bed. Het is pas een uur of 3 in de middag, maar alle vermoeidheid van de afgelopen weken lijkt er uit te komen nu. Nu het ergste gevaar geweken is.

Ik val in een comateuze slaap. Pas rond 9 uur ’s avonds kom ik weer bij mijn positieven. Ik kook een maaltje voor mezelf. Ik verzorg de beestjes. Ik wandel een lekkere ronde met Vik. Ik voer Snuitje haar tartaartje….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Als alle klusje gedaan zijn kruip ik weer in mijn mandje. Ik kijk nog een beetje TV, maar val al snel weer in slaap. Pas om een uur of tien word ik de dag er op weer wakker. Ik ga er uit, omdat het moet. De beestjes moeten worden verzorgd. Anders lag ik er nu nog in bed te dweilen.

Vandaag ga ik ook niet veel uitvoeren. Even naar de fysio. Ik probeer mijn nek te behoeden voor verdere ellende. Afgelopen week begonnen de spieren en pezen van dit gebied ontstekingsverschijnselen te vertonen en een cortisonenprik zit er voorlopig niet in. Die heb ik met kerst nog gehad. Dat kan ik voorlopig wel schudden.

Moe dus, maar in een goed humeur. Hoopvol gestemd, ondanks alle perikelen. VikThor is jong en gezond. Die gaat wel bot rond het implantaat produceren. Daar heb ik alle vertrouwen in.

En alle locale Dettolisering, honingzalf en antibiotica ten spijt is het toch weer opvallend, dat de chute kwam op het moment, dat mijn heksenzusters mijn hondje onder hun hoede namen middels prevelementen en schietgebedjes. Dank daarvoor, lieve zusters. Ik denk dat mijn ventje het gaat redden. Dat zijn pootje het gaat redden!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Ex Animo voert de Matthäus Passion van Bach uit in de Pieterskerk te Leiden. Onder bezielende leiding van Wim de Ru. De kerk zit afgeladen vol. Het concert wordt zeer goed ontvangen, hoewel de recensie maar zozo is. Heks zingt weer mee. Uit volle borst. Wat heerlijk toch, dit jaarlijks terugkerend spektakel. Met mijn koor. Die geweldige Christelijke Oratoriumvereniging Ex Animo!

Woensdag is de dag. Het is weer zover. Hoera! We gaan gezamenlijk treuren in de Pieterskerk. Heks houdt dagen van tevoren haar gemak. Mijn koelkast staat vol klaargemaakt heerlijk voedsel, zodat ik daar geen omkijken naar heb. Mijn hondje logeert bij mijn hulp. Aan het eind van de ochtend haalt ze hem op. Ik heb mijn handen helemaal vrij.

Omdat er opnamen worden gemaakt voor ons jubileum volgend jaar worden we geacht om in koorkleding naar de generale te komen. Brrr. Het is ijskoud natuurlijk in die enorme grote kerk. Vanavond warmt het vanzelf redelijk op met al die enthousiaste toeschouwers, maar nu…… Heks doet een dik zwart vest over haar koorkledij.

Helemaal op tijd, haartjes gewassen, goeie kwast over de bleke kaken en in mijn lange zwarte rok arriveer ik in de kerk. Een enorme bijenkorf vol zoemende bezige bijtjes. Er worden extra stoelen klaargezet, want we zijn meer dan uitverkocht. Waxinelichtjes staan klaar om de pilaren. Het orkest zit al te stemmen en te rommelen. De zangers hollen door elkaar heen in het koorgedeelte.

We zingen kort in en daarna wordt de hele Matthäus doorgenomen. Op een incidenteel koraal na. Een behoorlijke klus. Het gaat natuurlijk niet goed, precies zoals het hoort op een generale repetitie. Noodzakelijk ook. Zodat iedereen zich een ongeluk schrikt en vanavond beter op gaat letten. Zodat de koorleden naar de dirigent gaan kijken in plaats van in hun boek…….

In de pauze ben ik mijn zangmaatje Anna kwijt. Ik vind haar terug in de kerk, waar ze stiekempjes zit te genieten van onze stamtafelgenoot, die vandaag continuo meespeelt met het orkest. Ze zijn nog steeds druk bezig. ‘Kijk hem spelen, Heks. Leuk hè?’ zucht ze vertederd. Maar als ik voorstel om hem dan maar een kopje thee te brengen steekt ze daar resoluut een stokje voor. ‘Stoor hem nu maar niet, Heks!’

Oefenen is iets geheel anders dan uitvoeren. Bij de uitvoering moet je scherp zijn. Alert. Alles moet precies samen komen. Fouten moet je kunnen opvangen. En voor ons alten geldt: Als je het niet meer weet houdt dan je mond. Er zijn genoeg alten, die het wel weten.

Achter Heks staat iemand, die juist extra hard doorbalkt als ze het niet weet. Bij ‘Der du den Tempel Gottes zerbricht’ raakt het hele vak ontregeld. Nou ja. Vanavond zal het wel loslopen…… Heks zal de stukken waar het mis ging nog eventjes heel goed doornemen, zodat ik niet meer in de war raak!

Tussen de generale en de uitvoering ga ik een uurtje plat. Bij lange na niet genoeg om  bij te trekken, maar alle beetjes helpen. Goddank woon ik een paar minuutjes fietsen bij de Pieterskerk vandaan. Ik moet er niet aan denken, dat ik die paar uur in de stad stuk zou moeten slaan…..

En dan begint het feest. Rond half acht trappen we af. Uit volle borst. Als een droom vliegt de avond voorbij en in no time is het alweer pauze. Mijn tante en nicht zijn speciaal komen kijken. Helemaal uit Dronten en de uithoek van Zeeland. Fantastisch! Heks is in de wolken.

Fiederelsje is er ook. Met zijn vieren staan we al snel te lachen. Tante vertelt over de tijd, dat zij bij Ex Animo zong, zo’n 65 jaar geleden! ‘Er zitten echt nog mensen op uit die tijd,’ verzeker ik haar. ‘Wij zongen nog niet in de Pieterskerk, hoor,’ verzucht tante, terwijl ze de prachtig verlichte oeroude kerk kijkt. Ja, we hebben mazzel met deze locatie. Afgeladen vol ook nog.

Later op de avond, na het concert, nemen we foto’s. Tante gooit voor de gelegenheid haar wandelstok weg, drie meter door de lucht, want die mag er natuurlijk niet op. Een jongeman kan nog maar net opzij springen. Dit tot grote hilariteit van ons allen. Slap van de lach maken we een heleboel kiekjes.

Een dag later krijgen we de recensie toegestuurd. Bij lange na niet zo lovend als vorig jaar, maar dat was ook niet te overtreffen. Ons gehark tijdens ‘So schlafen unsere Sünden ein’ is bepaald niet onopgemerkt gebleven. Want ja, tijdens de uitvoering ging diezelfde dame in ons vak weer snoeihard iets anders zingen. Tot grote verwarring van de rest van de alten.

Als ze later ook nog opgewekt met het andere koor meezingt, terwijl wij allemaal zwijgen, iets wat mij tijdens een repetitie wel eens is overkomen, kijkt Anna me met een uitgestreken gezicht aan vanuit haar ooghoeken. Ja. Er gaat dus genoeg mis. Maar de meeste kleine missers verdwijnen in het geheel.

Ik lig een dag volstrekt uitgeteld na deze topprestatie. En de dag erna doe ik ook geen bal. Behalve naar de Matthäus Passion kijken op telvisie. Onder leiding van Jos van Veldhoven. In de grote kerk in Naarden. Prachtig. Alleen jammer dat die kop van Rutte steeds in beeld komt. Hij detoneert enorm in deze omgeving. Je verwacht elk moment dat hij naar de camera gaat zitten lachen, terwijl hij zijn duim opsteekt.

Ademloos laat ik me weer meevoeren. Voor de zoveelste keer. En nu kan ik het intussen ook helemaal meezingen van binnen. Ik hoor veel meer dan vroeger. Ik kan de structuur beter doorgronden en nog ontdek ik steeds nieuwe dingen. Nou ja, wie niet? Ik bedoel wie niet die verzot is op deze passie? Half Nederland dus.

 

 

Elk jaar in januari vindt bij Ex Animo de aftrap plaats van de Matthäus Passion! Hoera! Wij worden toch zo blij van dit lijdensverhaal! De repetities zijn een feestje! Ook Heks kikkert er helemaal van op!

De tweede dinsdag van januari begint mijn koor met de repetities van de Matthäus Passion. De kerstballen staan net weer op zolder. De eerste marathon op natuurijs is nog niet eens verreden. De oliebollen liggen nog dwars op de maag. De kerstkilos’s zwerven nog op dijen en heupen. Het kindeke ligt nog zoet te sabbelen in zijn krib. De drie koningen zijn pas op de heenreis. In Orthodox Rusland is het kerstfeest nog niet eens gevierd! Wij echter storten ons vol overtuiging op het lijdensverhaal.

Is het normaal gesproken al gezellig druk en rumoerig tijdens de repetities, nu zit de zaal stampvol. Het koor is verdriedubbeld. Uitgerust met extra projectleden. De meesten van hen zie ik elk jaar terugkeren. Heks zit op de voorste rij naast haar vaste zangmaatje. Ze zit al te zwaaien als ik binnen kom. ‘Gelukkig nieuwjaar,’ zing ik haar toe. ‘Ja, dank je, jij ook de beste wensen, hè.’ Ik glijd naast haar op mijn stoel.

In de pauze sommeert ze me om een sprint te trekken naar de koffiekamer. ‘Snel, Heks, anders hebben we geen plekje.’ Ik ren via een sluiproute naar onze vaste tafel. Een bevriende sopraan haalt de koffie. Even later zitten we lekker te lachen en kletsen. ‘Hoe heb jij de kerstdagen doorgebracht?’ Mijn maatje is naar een hotel geweest met haar geliefde zoon.

‘We hebben ons lekker laten verwennen! Het was goed hoor, Heks. Echt een heel lekker kerstdiner. En je hoeft niks te doen. Dat is ook heerlijk!’ Ze heeft maar één kind, maar hij telt voor tien. Elke dinsdag brengt hij zijn moedertje om half acht naar het koor en om tien uur staat hij enigszins ongeduldig te wachten om haar weer naar huis te begeleiden. ‘Hij is stapelgek op zijn moeder,’ Anna glimlacht verrukt. Het is haar een raadsel. Mij niet.

Eén van de dames laat al tijdje verstek gaan.  Haar man heeft in het ziekenhuis gelegen. Ja, dat hakt erin. Dan heb je wel eventjes iets anders aan je hoofd. ‘Zij is ook al 85 hoor, Heks. Dat moet je niet vergeten. Het wordt haar ook een beetje te druk allemaal, vooral nu , met al die projectleden….’

Het is alweer de derde keer dat ik meezing in de Matthäus. Het stuk zit er al aardig in, dat scheelt. Tijdens de repetities zit ik lekker te tekenen op mijn tablet. Intussen luister ik hoe de bassen zich stukbijten op een fragment. Of de tenoren. De twee sopranen, moeder en dochter, waar ik twee jaar geleden mee heb gevochten tijdens de generale repetitie zitten pal achter me. De moeder kijkt nog steeds nijdig naar me. Het deert me niet.

De dochter steunt haar chagrijnige moeder door dik en dun. Zelfs toen het mens me te lijf ging met mijn eigen muziekstandaard! ‘Sommige dochters worden gekaapt door hun moeder,’ zegt een Indiase zangvriendin tegen me, als we het er over hebben.  Ze spreekt uit ervaring. Jarenlang was zij haar moeders bitch.

Het Dikkertje Tromkoor met Heks en Buurman

Er wordt wat afgestreden in de wereld. Je zingt over het lijden van iemand, die ons liefde probeerde te leren en slaat elkaar letterlijk met de tekst om de oren. Rechtvaardigheid is vaak ver te zoeken in de wereld en liefde nog verder. Wij mensen zijn bovendien ook nog eens verzot op melodrama. De gemiddelde soap kan niet tippen aan de bizarre werkelijkheid!

Nou, melodrama kun je het niet noemen, mijn geliefde Passie. Bach heeft deze krankzinnige geschiedenis virtuoos muziekaal verhaalt.

‘Geef mij maar de Johannes Passion, Heks, die duurt tenminste niet zo lang,’ zegt een zangvriend uit een ander koor onlangs tegen me, ‘als jullie die een keertje gaan zingen, ga ik ook meedoen.’

 

 

Gewoontepatronen laten zich niet gemakkelijk doorbreken. Je kunt ze maar beter vervangen door iets nieuws. Heks worstelt met haar neiging elke keer in dezelfde groef terecht te komen. Misschien is het tijd voor een nieuwe bezem: Die vegen tenminste schoon!

Sinds ik terug ben van mijn retraite is het zaak om niet direct in mijn oude patronen te vervallen. ‘Gewoonte energie’ noemen ze dat in Bhoeddhistische kringen. We hebben er allemaal last van: Je wilt wel anders, beter leven, maar je zit vast in je groef. Van je groef in je graf als je niet uitkijkt. Bewust zijn, jezelf her inneren: Het is een hele klus.

Toch zit em hier wel de kneep.

Ik ga het klooster in met een brandende vraag. Hoe kun je het nog hebben over de fundamentele goedheid van de mens als je met narcisten en psychopaten te maken hebt? Dit kwaadaardige volkje dat alleen om zichzelf geeft en verder louter neemt. Deze liegende en bedriegende medemensen. De wolven in schaapskleren. Die machtswellustige en seksueel gefrustreerde egoïsten……

Waar blijf je met al je goede bedoelingen oog in oog met deze onmenselijke persoonlijkheidsstoornis?

Ik krijg er geen antwoord op. De meeste mensen hebben geen idee wat narcisten nu eigenlijk voor’n wezenloze wezens zijn. Net als ik een tijdje geleden. De neiging bestaat om compassie te hebben met deze meedogenloze agressors. Ik ken die neiging.

Dan hoor ik tijdens een Dharmatalk door een sprankelende non opeens het verlossende woord. Haar verhaal gaat niet over narcisten, noch over psychopaten. Hier in Plumvillage zijn alle mensen gewoon medemensen.

‘Soms zie je iemand lijden, maar ze willen het niet toegeven. Of je ziet iemand, die heel boos is, maar ze beweren van niet. Sterker nog: Ze zeggen rustig dat jij boos bent en dat jij lijdt. Maar ook voor hen geldt: Zolang je niet toegeeft dat je lijdt verandert er niets. Je zit er in vast. Je kunt overigens zowel in lijden als geluk blijven steken….’

‘Wees geen slachtoffer,’ zegt Thay altijd. Hij is er zelf het levende voorbeeld van. Zelfs in zijn huidige positie, na het herseninfarct. ‘Wie weet hoe hij moet lijden kan er zijn voordeel mee doen. No mud, no lotus.’

In de loop van de retraite verdwijnt de noodzaak om een antwoord te krijgen op mijn vraag. Ik ben stomweg helemaal niet meer bezig met het thema narcisme. Evenmin denk ik aan de narcisten in mijn leven. Het is me om het even. Leven en laten leven. Ze zoeken het maar uit. Zolang zijzelf hun lijden niet erkennen is er weinig aan te doen. En als er iemand al iets aan moet doen dan zijn ze het toch echt zelf……

Wel dringt het tot me door dat ik beter voor mezelf moet zorgen. Ik neem iedereen in bescherming behalve mezelf. Ik spring voor Jan en Alleman in de bres, maar mezelf laat ik creperen. Ik stel niet of nauwelijks grenzen en die worden dan nog met voeten getreden en zwaar overschreden. En dat vergeef ik dan weer grif.

Ook moet ik ophouden met alleen maar te luisteren naar anderen. Ik mag zelf ook delen wat er in me omgaat. Zeker bij vrienden! Na mijn relatiebreuk is het me met enige regelmaat gebeurd dat mensen waar ik altijd eindeloos naar zit te luisteren me na een paar weken de mond snoerden. Of ik kon ophouden met die verhalen, ze wisten het nu wel!

Thuisgekomen zit ik elke dag op mijn kussentje te mediteren. In de stilte luister ik naar mezelf. Ik ben mijn eigen soulmate. Daarnaast zie ik maar weinig mensen en dat voelt prima. Ik ben op zoek naar nieuwe patronen en daar horen nieuwe gewoontes en nieuw gedrag bij. Maar o jee, ik schiet als ik niet uitkijk zo weer in mijn oude groef.

Het leven test me door iemand op mijn pad te sturen, die een zwaar beroep op me doet. Soms kun je er gewoon met je petje niet bij hoe onrechtvaardig mensen door hun dierbaren behandeld worden. Als dan ook de omgeving een duit in het zakje doet en de maatschappij er nog een schepje bovenop doet en het rechtssysteem faalt……

Heks voelt natuurlijk compassie opwellen in haar hart en voor ik het weet spring ik in de bres. Ik luister, schrijf brieven, help uit de brand, bid en brand kaarsjes. Niks mis mee.

Toch moet ik ook in deze situatie heel goed mijn grenzen bewaken, want als ik niet uitkijk vreet het me op. Ik realiseer me dat ik in een mij zeer bekend patroon ben beland:

Een wildvreemde of vage bekende zit zwaar in de shit en staat bij me op de stoep. Ik bied de helpende hand en een luisterend oor. Een scheve ‘vriendschap’ ontstaat, waarbij ik luister en geef. Dit gaat geruime tijd goed. Dan verandert er iets: De andere partij haalt me onderuit, gaat op mijn nek zitten of probeert me de les lezen. Ellendig einde verhaal.

Vorige week in de kerk zette iemand nog op die manier haar nagels in me! Ook die dame heeft regelmatig haar hart bij me gelucht toen ze in de problemen zat bedacht ik me later. Ik ben daar uiterst discreet mee omgegaan natuurlijk, maar toch vindt ze het nodig me op mijn nummer te zetten! MEUH!

Kort samengevat: Eerst zet iemand je op een voetstuk, omdat ie je nodig heeft. Dan beland je in een zogenaamde vriendschap die mank gaat. En tot slot stampt zo’n medemens je dan de grond in, omdat je tegenvalt in het gebruik.  Een simpele formule op zich. Dat wel.

Tijdens de retraite lukt het me prima om mijn grenzen te bewaken.  Tevens luisteren mijn sangha-familieleden ook naar hetgeen ik te vertellen hebt en wat mij bezig houdt of pijn doet tijdens de dharmadiscussies. In deze veilige omgeving oefen ik verwoed op het mezelf handhaven tussen mijn medemensen. En het lukt!

Thuisgekomen is dat een ander  verhaal. In mijn gewone dagdagelijkse omgeving wankelt mijn besluit om mijn ruimte in te nemen. Het is ontzettend moeilijk om zaken anders aan te pakken. Grenzen trekken is niet echt mijn ding. Ook kost het me moeite om niet aardig te zijn. Ik ben een hopeloze pleaser… Ik geef al iets weg voordat ik er over heb nagedacht. En elke keer doe ik het weer.

Daarom zit ik nu stil op mijn kussen te ademen voordat ik iets doe of toezeg. Ik trek wel een grens, doe soms de deur niet open. Ik leg niet uit waarom en hoe, maar bescherm mezelf tegen mensen die me leegtrekken. Er is namelijk een groot verschil tussen energie geven en leeggetrokken worden. In het eerste geval komt het uit de ‘Oneindige Bron’. Dat gebeurt als ik mensen instraal bijvoorbeeld. Dat is heerlijk, ook voor mezelf.

Helaas pluggen er regelmatig mensen stiekem in. Ze verorberen mijn persoonlijke energie, zoals een vampier het bloed van zijn gastheer… En ik heb al zo weinig energie: Ik wil het nu wel eens voor mezelf gebruiken. Al was het alleen maar om mijn huis op te ruimen! Maar ook tekenen en schilderen, lezen en muziek maken schieten er al jaren bij in.

‘You have to take care of yourself before you can take care of others,’ zegt televisiegoeroe Phil op de achtergrond van mijn geschrijf tegen de dochters van een ontaarde alcoholiste. Zij houden van hun moeder, maar diens hersenen zijn zo vergiftigd door drank en pillen, dat ze die liefde op een bizarre manier retourneert. Ik zie ongelofelijke voorbeelden voorbij komen. Tenenkrommend. Wat een keihard wijf!

Phil vervolgt ‘Als jouw moeder ontkent dat jij bent misbruikt door haar partner en de relatie met die man gewoon nog 12 jaar doorzet: Stop er geen energie meer in. Jij moet nu echt voor jezelf gaan zorgen. Je bent ernstig getraumatiseerd en jouw moeder ontkent dat. Erken het in elk geval zelf en zorg voor dat geschonden kind in je, zodat je kunt helen. Eerder kun je niets voor wie dan ook betekenen!’

Wat zegt Thich Nhat Hanh ook alweer? ‘We rennen vaak zonder erbij na te denken achter de brandstichters aan, als ons huis in de fik vliegt.’ Je hebt er niets aan. Het is ook gewoonte-energie. En ook ‘Als je niet thuis bent bij jezelf kan iedereen met het grootste gemak inbreken en de boel leeghalen‘.

Ik ben bezig om voor mijn eigen woning te zorgen, mijn ruimte te beschermen. Ik hoop daar een goede gewoonte van te maken…..

Compliment van een vent. Door één deur met een charmeur. Een telefoonnummer op de koop toe, nou moe! En dan op de loop: Heks houdt geen uitverkoop!

Vandaag gaan we met mijn koor de gehele dag oefenen op de Matthäus Passion. Om kwart voor tien ren ik de deur uit met Varkentje aan de riem. Die gaat een dagje bij ome Frogs bivakkeren. Ik loop naar de Lange Mare, want daar staat mijn auto. Niet. Oh.

Ik snel helemaal naar de andere kant van de steeg: Er staat me bij daar te zijn uitgestapt onlangs. Maar als ik ter plekke kom: Geen kanariepiet. Opeens meen ik me te herinneren dat mijn kuikentje voor de Schouwburg staat. Ik ben intussen al zeker tien minuten bezig…..

Uiteindelijk vind ik mijn autootje terug. Ik rijd de stad door. Het is nationale slakkendag. Alle slijmvormige rijbekwamen uit de regio glijden traag via hun slikkige slakkenspoor voor me uit. Ze zorgen ervoor dat ik bij elk stoplicht moet wachten!

Ome Frogs neemt het hondje van me over. Ik ben intussen echt te laat. De slakkengang zit er goed in! Op mijn gemak glijd ik langs bedauwde grasvelden vol krokussen. De zon doet duizenden druppeltjes glinsteren. Het is waterkoud.

Eenmaal in de kerk ben ik toch nog op tijd voor het inzingen. Gelukkig maar. Ik heb slecht geslapen vannacht en mijn stem is nog helemaal niet wakker. Schor kraak ik mee met de glijtonen. Stiekem riedel ik een paar boventonen. We zijn begonnen!

In de pauze spreid ik mijn tafelkleedje voor me uit op tafel. Ik lunch met geroosterd brood, zalm en bietenspread met wasabi. Een gekookt eitje maakt mijn feestmaal af. De andere alten moeten lachen. Ze is weer lekker bezig, die Heks.

We houden een uur eerder op. Onze dirigent is tevreden. ‘Oh jee,’ moppert mijn maatje, ‘Mijn zoon komt me halen, maar hij komt pas over een uur.’

We bellen hem op met mijn telefoon. De goede man is onbereikbaar. Helaas heeft ze haar huissleutel niet bij zich, het heeft dus geen zin om een stukje om te rijden om haar af te zetten. ‘Je mag wel met mij mee,’ grapt Heks. Dat lijkt haar wel wat, kan ze eindelijk al mijn katten zien! En Ysbrandt, de grote charmeur. Maar het is niet praktisch….

Als ik terug ben in de binnenstad haal ik snel een paar boodschappen. Op de hoek van de straat bots ik bijna tegen een knappe kerel op. Hij duikt plotseling op uit de  bloemenwinkel. Stralend kijkt hij me aan. ‘Hallo!’ begint hij enthousiast’ ‘Hoe gaat het met je?’ Ik bekijk hem eens goed. Prettig open gezicht, heeft wel iets bekends, maar ik kan hem niet thuisbrengen. ‘Ken ik je ergens van?’

‘Ja, we hebben onlangs koffie gedronken in de stad,’ antwoordt hij in vlekkeloos Duits. Mijn hersens kraken. Er gaat geen belletje rinkelen. Hij bluft vast maar wat. ‘Wat zie je er prachtig uit! Ga je mee ergens iets drinken?’ vervolgt de charmeur. Ik pieker er niet over.

‘Een ander keertje dan?’ Hij laat zich niet uit het veld slaan. ‘Kom geef me je nummer.’ Geen denken aan. ‘Dan geeft ik je mijn nummer! Ich bin in dich verliebt!‘ Toe maar. Dat is snel! Op het eerste gezicht!

Ik heb geen telefoon bij me om zijn gegevens in op te slaan…. Ik sta intussen te bedenken hoe ik me hier uit wurm.

Ik bevind me op een steenworp afstand van mijn huis en ik wil onder geen beding dat deze vasthoudende vleesgeworden verleiding weet waar ik woon!

Ik loods hem de winkel in. Daar schrijft hij zijn nummer op een papiertje dat hij van de toonbank grist. De dames achter de balie kijken verbaasd. Ik geef hen een knipoog. ‘Hij wil per se zijn telefoonnummer geven….’ fluister ik. Even later duwt hij een briefje in mijn hand. Ik loop achter hem aan de winkel uit, maar treuzel lang genoeg om hem uit het oog te verliezen.

Eenmaal buiten maak ik me snel uit de voeten. Ongezien verdwijn ik om de hoek en vliegensvlug schiet ik het portiek van mijn huis in. PPPfffff. Ik ben nog niet toe aan mannengedoe.

Het is natuurlijk wel leuk dat ik weer aanbidders heb. En een beetje uitgaan zou me vast goeddoen. Maar alles op zijn tijd. Ik denk aan de wijze woorden van de paragnost Peter van der Hurk: Zorg dat je eerst weer helemaal stevig op je benen staat. Als je jezelf laat zien in je kracht kan degene die bij je past je ook vinden. Niet meer settelen voor minder!

Als ik later nog eens naar het inderhaast neergeschreven telefoonnummer kijk zie ik dat het op een flyer is geschreven. ‘De Godin in Jezelf’ staat er op. En ook: ‘The Goddess Within’, ‘Lady of the Dragonfly’. En tot slot: Dance the Goddess within……

 

Koor als metafoor. Mijn koor is geweldig hoor! Horen met je oren wat je met hart en ziel zingt samen: Daar doe je het voor!

Vanavond trek ik een cowboypak aan. Althans, daar lijkt het op. Jasje, laarzen, hoed. Heks het staat je goed! Snel gooi ik wat eten in de pan. Ik heb koorrepetitie. We studeren de Matthäus Passion van Bach in, dus ik moet zorgen dat ik in topconditie ben!

Ik heb sowieso een goeie dag. Dat wil zeggen in mijn geval, dat ik aan iets meer toe kom dan aankleden en de hond uitlaten. Ik doe boodschappen, ruim op. Ik kook eten….. Helemaal niet gek.

‘Heks, wat zie je er weer uit! Geweldig! Je lijkt wel een….’ mijn zangmaatjes zoekt naar het woord. Ik schiet denkbeeldig in de lucht en slinger een lasso om haar heen. Dan glijd ik op de stoel naast haar. Om direct weer op te staan. we gaan inzingen.

Op de een of andere manier krijgt Wim de Ru ons daarmee altijd aan het lachen. Vooral bij een oefening om onze migddenrifspieren op te rekken. Onze kleine dirigent  staat dan op zijn podium, grijpt met zijn linkerhand zijn rechterribbenkast beet.

Hij zwaait zijn rechterhand voor zijn gezicht naar links, buigt tegelijkertijd voorover. Om dan met een enorme zwaai omhoog te komen. ‘Hop’ roept hij. Iedereen schiet in de lach. Dan doen we hem na. Nu veert onze rechterarm boven ons hoofd. De linkerhand rust nog steeds op de ribben. Je voelt de rek ter plekke.

We komen omhoog. ‘Houdt je hand nog even op die plek. Voel hoe warm het wordt daar.’

Als ook de andere kant aan de beurt is geweest doet ons middenrif helemaal mee. Nu gaan we glijtonen produceren. Een kakofonie aan geluiden vult de ruimte. We giebelen. Het klinkt zo grappig. Heks zingt stiekem boventonen. M’n maatje voor me staat verbaasd te luisteren. Met oren in haar achterhoofd.

In de pauze kwetteren we er lustig op los. Ik zit altijd met een clubje oudere dames te geiten. Ik vind ze geweldig, ze zitten al een eeuwigheid op dit koor. Ja, ik weet dat er vreselijke mensen zijn in de wereld en ik schrijf er vaak over tegenwoordig, maar er zijn ook zulke schatten te ontdekken. Op mijn koor bijvoorbeeld.

Eén zo’n juweeltje zing dit jaar al voor de 55e keer in de Matthäus mee. Zo lang zit ze al op dit koor! Een ander komt maar tot 44 keer, nou ja, maar…. Heks zingt al weer voor de tweede keer mee. En dat is goed te merken. Het stuk zit er aardig in.

‘Ach,’ zegt de vrouw van de 44 keer, ‘Ik vind het wel prettig om de partituur vast te houden, maar ik kijk er eigenlijk niet meer in……

Heks kijkt wel. Dit jaar zingen de alten van koor twee stukken mee, die vorig jaar door een derde koor werden gezongen. Dus er zijn toch wat passages, die ik vanavond voor het eerst zie….

Aan het eind oefenen we het spreekkoor ‘Was gehet uns das an? Da siehe du zu!‘ Een supermoeilijk onderdeel vol listige lastige syncopen. Vorig jaar rammelde dat nog een beetje bij mij. Vanavond echter krijg ik de swing helemaal te pakken. Fanatiek knal ik mijn partij eruit samen met mijn medealten.

Als we tenslotte met het gehele koor dit gedeelte doorzingen krijg ik kippenvel. Door alle syncopen krijgt de muziek zo’n heftige emotie. Het schuurt en schurkt. Prachtig!

Ik wil leven met de mensheid zoals ik met dit koor ben, bedenk ik me op de terugweg naar huis. Al die individuen. Met sommigen ben je bevriend, anderen staan verder van je af. Heel soms raak je slaags met een paar sopranen……

Is me gebeurd, vorig jaar tijdens de Matthäus. Vanwege mijn muziekstandaard. Daar stoorden zij zich aan. Even later waren we weer aan het zingen! Want samen vormen we een koor. We zingen als uit één keel, met al die partijen en stemmen.

Vanavond zongen we ook nog voor de dirigent. Hij is morgen jarig.

 

Ja, hoera! Vanavond rappen we de spreekkoren uit de Matthäus Passion van Bach. Altijd een feestje, repeteren met mijn oratoriumkoor. In de pauze krijgt Heks welverdiende complimenten van haar medezangers. Lekker hoor.

Zoals elke week ga ik natuurlijk weer een avond repeteren met mijn koor. Ik trek mijn nieuwe rode jurk aan met een paar geweldige cowboylaarzen. Gedecoreerd met speelkaarten. Tarot! Echt iets voor een toverkol! Een hoedje, vest en knalrode sjaal completeren mijn look. Stylen kun je wel aan Heks overlaten. De andere alten kijken zoals gewoonlijk weer hun ogen uit.

‘Leuk hoedje, Heks!’ ‘Staat je goed!’ ‘Ik vind je sjaal zo prachtig, zelf gebreid?’ Uitgebreid wordt mijn outfit besproken in de pauze. ‘Mooie ketting, die staat er geweldig bij!’ Het is inderdaad een prachtig sierraad, onlangs cadeau gekregen van een hele lieve man!

Vanavond repeteren we de spreekkoren, die geweldige hiphopachtige elementen in de Matthäus-Passion. Wat is het toch een fantastisch muziekstuk. Bij een bepaald zinnetje zegt de dirigent: ‘Kijk, hier staat allegro. Het is de enige tempoaanduiding in de hele Matthäus. Bach heeft daar ongewijfeld een bedoeling mee gehad: Het moet licht blijven, maar de tekst doet je neigen naar zwaar…’

Zo leer ik altijd wel weer iets bij over deze intrigerende passie.

Jaren geleden ben ik naar een lezing geweest van Kees van Houten over de Kruisvorm in Matthäus-Passion. Hoe het gedeelte voor de pauze de horizontale balk vormt en het gedeelte na de pauze de verticale. Het verklaart direct ook waarom de pauze in dit stuk tegen alle traditie in zo idioot vroeg ligt…….

Het eerste stuk na de pauze is heel ‘hoog’ gecomponeerd, het laatste juist zeer laag. Dan zitten we naast het graf. Op de barre grond.

Daar waar de balken elkaar kruisen, precies op die plek, wordt het ‘Erbarme dich’ gezongen. Het hart van de Matthäus Passion. De aria, die volgt op het verraad van Petrus. Het lied over de feilbare mens: ‘Heer ontferm U!’ Deze aria heeft ongeveer deze hele ellendige winter in mijn hoofd gezeten. Het is een heel droevig lied van ongekende schoonheid……

Erbarme dich,

Heb medelijden,

Mein Gott,

Mijn God,

Um meiner Zähren willen !

Omwille van mijn tranen.

Schaue hier,

Zie toch,

Herz und Auge weint vor dir

Hart en ogen wenen

Bitterlich.

Bitter om U

 

‘Goh,’ dacht ik na die lezing, ‘En hoe zit dat dan met de Johannus Passion? Want als Bach zoiets voor de ene passie verzon, dan zal het ongetwijfeld ook terug te vinden zijn in die andere werken van zijn hand.’

Maar goed, wij zijn nu eenmaal een Matthäuslandje. Dus ook onze onderzoekers blijven gefixeerd op dit speciale stuk. Heks vindt het best. Al had Bach nooit iets anders geschreven dan alleen dit stuk, dan kon ik er nog een heel leven mee toe!

Later lees ik dat Kees van Houten deze twee passies van Bach naast elkaar heeft gelegd. Ook daar geeft hij nu lezingen over…..

De gehele avond ploeteren we op de spreekkoren. De bassen hebben een virtuoze partij met ‘Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden’. Alleen loopt het nog niet erg.

‘Ik laat jullie eerst wat stemoefeningen doen, voor de soepelheid.’ Onze dirigent Wim de Ru weet altijd precies hoe hij het beste uit zijn zangers kan halen. ‘Hahaha, huhuhu, uhuhuhuh’ zingen de bassen. Wij alten zitten hen uit te lachen. Het klinkt zo grappig!

‘Jaja, lach maar,’ roept Wim, ‘Dat vinden jullie wel leuk hè, als de bassen foutjes maken…’

Wat is het toch heerlijk, zo’n avondje zingen. Op de heenweg zat ik scheldend in de auto. Ik heb last van een kort lontje, dus als automobilisten als een slak door de stad kruipen in hun bolide erger ik me kapot. ‘Laat me erlangs, rijd nu eens door,’ foeter ik tussen mijn tanden. Op de terugweg zing ik het hoogste lied. Steevast!

In de garderobe op weg naar buiten spreek ik een sopraan, die ook in ‘de Schola’ zingt. ‘Ik wist wel dat je niet zou komen,’ lacht ze me toe, ‘Gewoon een voorgevoel. Maar je mist wel iets hoor, Heks.’

Ze heeft me enthousiast gemaakt om mee te zingen in een passie, ws. het Christus Oratorium, van Liszt. Vorige week zou ik eigenlijk een avondje op proef gaan, maar ik lag natuurlijk weer eens om. De slimmerd laat me nu geloven, dat ze overtuigd is, dat ik het toch niet ga doen. Zodoende ben ik er natuurlijk op gebrand het tegendeel te bewijzen.

Kijk, zo gaat dat met ons mensen. Juist als je overtuigd bent, dat iemand het niet in zich heeft om iets bepaalds te bewerkstelligen, kom je nog voor verrassingen te staan. Verwachtingen worden zelden waargemaakt. Maar goddank is het leven wel wonderbaarlijk!

 

Verkwikkende kippensoep met mijn kikkervriend en luchtige gesprekken over zware onderwerpen met mijn beul. We blijken meer gemeen te hebben dan we dachten…..

Hoera! Het is 2016! Heks is blij dat dat putjaar van een 2015 eindelijk voorbij is. Het jaar van de grote deceptie heb ik oudejaarsavond grondig uitgerookt, weggeknald en doorgespoeld!

Een blanco jaar ligt voor me. Goede voornemens hebben is niet echt mijn ding. Ik ben wel eens op 1 januari begonnen met roken…. Maar ik hecht wel aan loslaten, afsluiten en opnieuw beginnen.

Ik kan me vergissen, maar ik geloof dat ik het dieptepunt van mijn depressie ben gepasseerd. En daar heeft het overgaan van de denkbeeldige grens rond de jaarwisseling absoluut aan bijgedragen.

Vanavond ga ik repeteren met mijn koor. Ik ben verkouden en mijn stem is grotendeels weg. Maar wat kan het schelen? Ik doe gewoon voor spek en bonen mee.

We beginnen met het instuderen van de  Matthäus-Passion. Het is de tweede keer dat ik meezing. Heerlijk. De kerstboom staat nog volledig opgetuigd in mijn woonkamer, de keukentafel staat vol kerststalletjes en ik ben alweer met de moord op het kerstkind bezig…..

Het is zaak om de eerste keer van de partij te zijn, want ik wil graag naast mijn vaste zangmaatje zitten. Op een plek waar ik ook mijn muziekstandaard kwijt kan.

Het leuke van de Matthäus is dat er veel gastzangers meedoen. Het koor verdriedubbelt. De gemiddelde leeftijd gaat drastisch omlaag. Ik hoop een paar zangers van vorig jaar terug te zien!

‘De kippensoep is klaar,’ app ik naar Frogs. We zijn allebei een beetje gammel. Een heksensoepje kan dan wonderen doen. Mijn kikkervriend is met Varkentje op stap. Daardoor heb ik een makkie vanmiddag.

Ik hoef alleen maar eventjes naar mijn geliefde martelmeester, de orthopedische fysiotherapeut. Terwijl hij me laat schreeuwen proberen we toch een gesprek te voeren. ‘Ik ga allemaal leuke dingen doen binnenkort,’ vertelt Heks, ‘Zoals lachtherapie en een narcistendag.’

‘Ik ben opgevoed door een narcist,’ zegt mijn beul, ‘Daardoor trek ik altijd zulke types aan. Ik heb er al heel wat versleten in mijn leven.’ Heks heeft ook last van een teveel aan dit menstype in haar toch al niet gemakkelijke bestaan. Vermoedelijk ook op vergelijkbare wijze ontstaan.

‘Ik kan je een geweldig boek aanraden, ‘Het verdwenen Zelf van Iris Koops,’ vertel ik hem, ‘Het is mijn bijbel tegenwoordig. Narcistische mensen kunnen je gek maken met hun manipulaties, gelieg, gestalk en akelige aanvallen. Door dit boek ben ik beter gaan begrijpen hoe het zit met die hopeloze mensen, zodat ik me hun pijnlijke gedrag minder aantrek. Bovendien: Deze mensen zijn bepaald niet ongevaarlijk: Een gewaarschuwd mens telt voor twee!’

‘Nou, misschien moet ik dat boek ook maar eens gaan lezen,’ zegt mijn geniepige behandelaar gekscherend, ‘Ik ga in elk geval ook leuke dingen doen, ik ga lekker op wintersport. Zo lang geleden dat ik dat gedaan heb. Ja, dat krijg je als je een relatie hebt met iemand die niet van sneeuw houdt. Nu het uit is ga ik weer lekker de bergen in, hoor!’

Heks kijkt hem verbaasd aan. ‘Je kunt toch ook gewoon sowieso lekker gaan skiën. Ik ga altijd schaatsen met mijn ex. Zijn vrouw houdt niet van kou. “Neem hem asjeblieft mee, Heks,’ zegt ze altijd, “Anders zit hij mij maar aan de kop te zeuren….”‘

Misschien is zijn ex ook wel een narciste. Dan laat je het wel uit je hoofd om je eigen plan te trekken. Het zorgt geheid voor problemen……

Terwijl ik in bed aan mijn blogje werk word ik zieker en zieker. Tegen de tijd dat ik klaar ben lijkt een avondje koor waanzin. Eerst maar eens eten. ‘Ik kom er aan,’ zegt Frogs als ik hem bel, hij heeft mijn soepberichtjes gemist. Zo gaan we dan lekker aan die kippensoep. MMMmmmmm. We knappen er allebei van op. Helaas voor Heks niet genoeg om toch naar het koor te gaan……

Zinnen die bij narcisme horen:

Narsisme
Als je echt van zou  houden dan…
Zie je niet wat je mij allemaal aandoet?
Je denkt alleen maar aan jezelf
Je hebt een gat in je hand
Nu zorg je ervoor dat ik weer boos moet worden
Laat mij dat maar doen, jij kan dat toch niet
Als ik het niet doe gebeurd het niet

 

 

Grote Vriendelijke Reus bezoekt Huize Heks. Hij meet deuren en ramen met meer dan twee maten….. Maar wezenlijke zaken meet hij met het zuiverste instrument ter wereld: Zijn grote hart!

John Bauer, reuzen, trollen

Prachtige plaatjes van John Bauer

Donderdagmorgen zit ik brak in de woonkamer. Het is nog vroeg en ik heb slecht geslapen na onze fantastische muziekuitvoering de avond ervoor. Opeens zie ik een sms van mijn buurman. Oh ja, ik zou de deur open doen voor een mannetje van Portaal. Die komt bij ons beiden ramen en deuren inmeten. Geheel overbodig en tegen onze zin worden ze allemaal vervangen. Behalve de voordeur. En laat die nu net stuk zijn!

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl,

De GVR van Roald Dahl

Later die dag gaat inderdaad de bel. Een reusachtige edoch gemoedelijke kerel komt binnen. Hij moet lachen om mijn protesten tegen deze actie van mijn woningcorporatie. Al grappend en grollend begint hij bij de ramen in mijn keuken. ‘Mijn slaapkamer wordt een probleem,’ vertrouw ik hem toe. ‘Om bij het raam te komen moet je in mijn waterbed gaan staan!’ “Nee, dat doe ik niet hoor,’ roept de reus luchtig, ‘er zijn grenzen!’

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl,

Op zijn gemak neemt hij de balkondeur onder handen. Intussen legt hij me uit, wat hij allemaal aan het doen is. ‘Kijk hoeveel verschil er zit tussen de bovenkant en de onderkant. Ik kom het wel erger tegen hoor. Ook in nieuwbouwhuizen.’ Daar kijk ik van op. Je zou toch zeggen, dat met het huidige gereedschap en verfijnde rekenmethodes alles mooi haaks op elkaar zou staan. Maar nee.

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl,

In de slaapkamer klim ik dan maar in bed. Ik loop ook nog in mijn ochtendjas, het is weer een apart gebeuren. Vakkundig meet ik het raam op. Wat gek. Dit raam is veel groter dan de eerder gemeten exemplaren. Nog maar eens meten dan. ‘Je doet het goed! Je kunt zo meedraaien in ons team.’ Oh, nou, dat lijkt me wel wat! ‘We hebben nog een vacature. Kom gerust solliciteren!’

John Bauer, reuzen, trollen

Enigszins beschroomd loods ik de gigant mijn werkkamer in. Het lijkt of er een kledingbom is ontploft. Wat een bende. ‘Ik las onlangs een wetenschappelijk artikel, waarin werd beweerd, dat zo’n chaos de creativiteit bevordert. Door je spullen onorthodox neer te smijten creëer je nieuwe verbindingen in je hersens, waardoor je nieuwe oplossingen voor problemen ziet,’ grap ik listig.

John Bauer, reuzen, trollen

De man grinnikt. ‘Mooi, toch denk ik niet, dat ik er thuis mee aan moet komen….. Mijn vrouw zet me zo de deur uit!’ Haha, ik zie het voor me. ‘Mijn lief is er ook niet gek van, maar hij moet het er maar mee doen,’ antwoord ik. Arme jongen, zie ik hem denken.

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl, -dahl-2

‘Ik loop nog in mijn pyjama, omdat ik gisteren heb meegezongen in de Matthäus Passion.’ Ik vertel enthousiast over ons geweldige concert. De goedmoedige reus heeft nog nooit een Matthäus uitgezeten. ‘Ik hoef er ook niet naar toe, het verhaal zit hier,’ hij wijst op zijn hart, ‘vanbinnen, verankerd. Het interesseert me niet wat voor’n mooie kunst er over wordt gemaakt. Het levende verhaal is wat me echt boeit.’

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl,

Ik kijk in zijn grote vriendelijke blauwe ogen. Er ontspint zich een heel leuk gesprek op de valreep, in de gang. ‘Voor mij is het ook een heel wezenlijk verhaal. Maar ik ben wel een toverheks.’ Ik werp hem een blik toe. De meeste evangelische types haken dan echt af. ‘Nou en? Wat maakt het uit wat je bent? Dat is toch allemaal niet zo belangrijk. Ik hoop, dat dit verhaal ooit zo tot je zal spreken als het tot mij doet. Het heeft mijn leven veranderd!’

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl,

Wat een schat van een man. Ik zwaai hem na, als hij de trap afloopt. ThayThay schiet langs me heen. Zo zijn we dan nog eventjes bezig om die boskat weer het huis in te krijgen, de Grote Vriendelijk Reus en Heks.

Ik zie het maar als een goed omen. Volgende week komt Portaal hier een nieuwe badkamer realiseren. Ik zie er tegenop als tegen een berg. Maar misschien vallen de mannetjes deze keer reuze mee……

John Bauer, reuzen, trollen

 

GVR,GROTE VRIENDELIJK REUS, Roald Dahl, De Heksen, Roald DahlDe Heksen, Roald Dahl