Zingen met een brok in je keel. Geen jokkebrok, maar ontroerend afscheid. Blij thuiskomen om je vervolgens dood te schrikken. Kat in het nauw en Heks maakt rare sprongen. Gelukkig komt het goed voor nu. Maar ik zie een muisje in mijn glazen bol. Een miezermuisje dat nog een flink staartje gaat krijgen……..

Dinsdagavond scheur ik naar het koor. Zoals altijd rijdt er een lesauto voor me. Als een dikke constipatieve drol glijdt hij langzaam door stads’ darmkanaal. De stoplichten leveren stevige antiperistaltiek. De lesauto stopt ook nog eens voor iedere medeweggebruiker. Voorrang of niet. Kortom: Het schiet niet op!

Heks zit lekker te schelden. Zo warm ik mooi mijn stem alvast op. Naast me zit mijn oom. Hij is ons onlangs ontvallen. Hij wist niet hoe snel hij weg moest komen. Naar zijn geliefde, terug naar huis!

Maar nu zit hij dan toch naast me in de auto. ‘Ik ga mee naar het koor,’ verklaart hij opgewekt. Mijn oom was een verwoed zanger, net als Heks. Ook had hij gouden straalkachelhandjes net als Heks. Mijn genetisch geaarde oom kon hoofdpijn weghalen als de beste!

Opeens vind ik het niet meer erg om min of meer rijdend achter een lesauto te zijn geparkeerd. Op mijn gemak tuf ik het laatste stukje naar de Vredeskerk. Het zijn de allerlaatste repetities voor de uitvoering. Vanavond wordt er dus flink doorgezongen. We beginnen met het openingslied ‘kommt ihr Töchter helft mir klagen….’ Hoe toepasselijk!

Halverwege voel ik mijn oom naast me. Hij staat enorm te genieten. Mijn keel schroeft dicht van ontroering. Maar dat is nu ook weer niet de bedoeling. Er moet toch echt gezongen worden krijg ik te horen.

Eenmaal thuis wacht me een onaangename verrassing. Mijn zwarte kater wordt weer eens te grazen genomen door de Bengaalse kat van de buren. Voor de zoveelste keer. Op heterdaad betrapt deze keer.

Heks hoort een enorm tumult in de steeg. Vliegensvlug steek ik mijn hoofd uit het raam. De Bengaal valt mijn Panter aan, vlak voor de voordeur. Plukken haar vliegen in het rond.  Trillend van schrik begin ik te schreeuwen. Net zo lang tot die klotekat is verdwenen. Dat duurt eventjes, het pokkebeest is niet snel onder de indruk. Dan haal ik als een haas de Panter binnen.

Ik zet hem in bed. Maar oh, wat een schrik: Zijn achterlijf zwalpt alle kanten op. Hij kan werkelijk geen normale stap meer zetten. Met zijn voorpoten tijgert hij rusteloos door het bed, volledig in paniek nu. Heks raakt ook in paniek. Lieve hemel, wat is dit nu weer? Gebroken rug? Hernia? Herseninfarct? Komt het door die klote-Bengaal? Nierfalen? Help!

Het is natuurlijk intussen een uurtje of 1 in de nacht. Ik moet mijn schat kalm zien te krijgen. Hij blijft maar op zijn voorpoten rondjakkeren. Zijn achterlijf zwabbert er krachteloos achteraan.

Snel geef ik hem een pijnstiller. Ik wil niet dat hij pijn heeft. Dan ga ik lekker naast hem liggen. Ik zet een veld rust en vrede om ons heen. ‘Morgen gaan we naar de dokter, lieverd. Ga nu in hemelsnaam slapen. Toe maar….’

Uiteindelijk vallen we allebei in slaap. De volgende morgen bel ik als eerste de dierenarts. Daar kunnen we aan het begin van de middag terecht. Snel ga ik mijn hondje uitlaten. Ik stop de Panter in een vervoersmand. Hij loopt ietsjes beter dan gisterenavond, maar zijn achterhand zwabbert nog steeds……

De dierenarts weet ook niet wat hij ervan moet denken. Mijn kat wordt grondig onderzocht. ‘We houden hem een middag hier, zodat we het even kunnen aankijken. We gaan zijn bloed onderzoeken, misschien heeft hij slechte nieren…… Er is iets aan de hand, dat zie je zo. Maar wat is het? Hoe komt het?’

Aan het eind van de middag mag ik mijn patser komen ophalen. ‘Ik heb hem helemaal nagekeken. Die kat is kerngezond, werkelijk alle waarden volgens het boekje. Ook heb ik geen neurologische schade kunnen ontdekken. Ik heb nog met een collega overlegd en we zijn tot de conclusie gekomen, dat hij een enorm pak slaag heeft gehad. Dat is de enige verklaring. Het zal die Bengaal wel weer geweest zijn, die beesten hebben veel meer spiermassa dan huiskatten. Hij heeft jouw kat volledig in elkaar geramd….’

Zo zit ik dan weer met een miauwende patiënt thuis. Gekweld loopt hij door het huis. In de loop der dagen lukt dat steeds beter. De bloeduitstortingen en blauwe plekken trekken langzaam weg. Een flinke pijnstiller topt de ergste pijn af. Mijn panter is bovendien een ongelofelijke bikkel…..

Maar ja, hoe nu verder? Vandaag of morgen slaat die kut Bengaal mijn kat dood. Met de eigenaren is het slecht kersen eten. Het is een onwaarschijnlijk echtpaar. De zwijgzame man smijt zonder meer de deur dicht in je gezicht als je aanbelt om je over hun kat te beklagen. De vrouw scheldt als een viswijf, zodra je iets zegt dat haar niet bevalt. Tot die tijd is ze bedrieglijk joviaal.

Bengaalse kat, Bengaal

Heks houdt haar kat voorlopig binnen. Eerst moet hij weer helemaal goed kunnen lopen. Mijn panter is niet blij. Naar buiten wil hij. ‘Het is lente, kom op baas, doe die deur open. Voor zo’n Bengaal moet je niet weglopen…….’

Je hoort het al, als het aan hem lag was er niets aan de hand. Maar ik tel de ernstige verwondingen toegebracht door die klotekat het afgelopen half jaar al niet meer op 1 hand. Een knakstaart, 2 abcessen en een bloederig rafeloor, Afgestorven spier in schouder door zo’n abces. Grote voortand eruit geramd en nu dus weer een enorm pak slaag, waardoor mijn kat een dag halfzijdig verlamd is geweest.

Het trekt langzaam bij. En dat maakt me echt blij.

Ik ben overigens niet de enige, die zich zorgen maakt over de opmars van de Bengaal en andere kruisingen met wilde katten:

Een puntje van kritiek:
Als men een “Asian Leopard cat” met een foundation cat kruist wil men hiermee bereiken een kat te verkrijgen met een wild uiterlijk en een “huiskat karakter”. Soms komt ook het omgekeerde voor, een ogenschijnlijk huiskat uiterlijk met een wild karakter. (een kat die dus niemand! wil hebben) Organisaties als  “Big Cat Rescue”   proberen mensen te overtuigen dat hybride katten geen goed idee zijn. (als argument: de huiskat is circa 5000 jaar oud, dat kan niet in vier jaar overgedaan worden)

Ex Animo voert de Matthäus Passion van Bach uit in de Pieterskerk te Leiden. Onder bezielende leiding van Wim de Ru. De kerk zit afgeladen vol. Het concert wordt zeer goed ontvangen, hoewel de recensie maar zozo is. Heks zingt weer mee. Uit volle borst. Wat heerlijk toch, dit jaarlijks terugkerend spektakel. Met mijn koor. Die geweldige Christelijke Oratoriumvereniging Ex Animo!

Woensdag is de dag. Het is weer zover. Hoera! We gaan gezamenlijk treuren in de Pieterskerk. Heks houdt dagen van tevoren haar gemak. Mijn koelkast staat vol klaargemaakt heerlijk voedsel, zodat ik daar geen omkijken naar heb. Mijn hondje logeert bij mijn hulp. Aan het eind van de ochtend haalt ze hem op. Ik heb mijn handen helemaal vrij.

Omdat er opnamen worden gemaakt voor ons jubileum volgend jaar worden we geacht om in koorkleding naar de generale te komen. Brrr. Het is ijskoud natuurlijk in die enorme grote kerk. Vanavond warmt het vanzelf redelijk op met al die enthousiaste toeschouwers, maar nu…… Heks doet een dik zwart vest over haar koorkledij.

Helemaal op tijd, haartjes gewassen, goeie kwast over de bleke kaken en in mijn lange zwarte rok arriveer ik in de kerk. Een enorme bijenkorf vol zoemende bezige bijtjes. Er worden extra stoelen klaargezet, want we zijn meer dan uitverkocht. Waxinelichtjes staan klaar om de pilaren. Het orkest zit al te stemmen en te rommelen. De zangers hollen door elkaar heen in het koorgedeelte.

We zingen kort in en daarna wordt de hele Matthäus doorgenomen. Op een incidenteel koraal na. Een behoorlijke klus. Het gaat natuurlijk niet goed, precies zoals het hoort op een generale repetitie. Noodzakelijk ook. Zodat iedereen zich een ongeluk schrikt en vanavond beter op gaat letten. Zodat de koorleden naar de dirigent gaan kijken in plaats van in hun boek…….

In de pauze ben ik mijn zangmaatje Anna kwijt. Ik vind haar terug in de kerk, waar ze stiekempjes zit te genieten van onze stamtafelgenoot, die vandaag continuo meespeelt met het orkest. Ze zijn nog steeds druk bezig. ‘Kijk hem spelen, Heks. Leuk hè?’ zucht ze vertederd. Maar als ik voorstel om hem dan maar een kopje thee te brengen steekt ze daar resoluut een stokje voor. ‘Stoor hem nu maar niet, Heks!’

Oefenen is iets geheel anders dan uitvoeren. Bij de uitvoering moet je scherp zijn. Alert. Alles moet precies samen komen. Fouten moet je kunnen opvangen. En voor ons alten geldt: Als je het niet meer weet houdt dan je mond. Er zijn genoeg alten, die het wel weten.

Achter Heks staat iemand, die juist extra hard doorbalkt als ze het niet weet. Bij ‘Der du den Tempel Gottes zerbricht’ raakt het hele vak ontregeld. Nou ja. Vanavond zal het wel loslopen…… Heks zal de stukken waar het mis ging nog eventjes heel goed doornemen, zodat ik niet meer in de war raak!

Tussen de generale en de uitvoering ga ik een uurtje plat. Bij lange na niet genoeg om  bij te trekken, maar alle beetjes helpen. Goddank woon ik een paar minuutjes fietsen bij de Pieterskerk vandaan. Ik moet er niet aan denken, dat ik die paar uur in de stad stuk zou moeten slaan…..

En dan begint het feest. Rond half acht trappen we af. Uit volle borst. Als een droom vliegt de avond voorbij en in no time is het alweer pauze. Mijn tante en nicht zijn speciaal komen kijken. Helemaal uit Dronten en de uithoek van Zeeland. Fantastisch! Heks is in de wolken.

Fiederelsje is er ook. Met zijn vieren staan we al snel te lachen. Tante vertelt over de tijd, dat zij bij Ex Animo zong, zo’n 65 jaar geleden! ‘Er zitten echt nog mensen op uit die tijd,’ verzeker ik haar. ‘Wij zongen nog niet in de Pieterskerk, hoor,’ verzucht tante, terwijl ze de prachtig verlichte oeroude kerk kijkt. Ja, we hebben mazzel met deze locatie. Afgeladen vol ook nog.

Later op de avond, na het concert, nemen we foto’s. Tante gooit voor de gelegenheid haar wandelstok weg, drie meter door de lucht, want die mag er natuurlijk niet op. Een jongeman kan nog maar net opzij springen. Dit tot grote hilariteit van ons allen. Slap van de lach maken we een heleboel kiekjes.

Een dag later krijgen we de recensie toegestuurd. Bij lange na niet zo lovend als vorig jaar, maar dat was ook niet te overtreffen. Ons gehark tijdens ‘So schlafen unsere Sünden ein’ is bepaald niet onopgemerkt gebleven. Want ja, tijdens de uitvoering ging diezelfde dame in ons vak weer snoeihard iets anders zingen. Tot grote verwarring van de rest van de alten.

Als ze later ook nog opgewekt met het andere koor meezingt, terwijl wij allemaal zwijgen, iets wat mij tijdens een repetitie wel eens is overkomen, kijkt Anna me met een uitgestreken gezicht aan vanuit haar ooghoeken. Ja. Er gaat dus genoeg mis. Maar de meeste kleine missers verdwijnen in het geheel.

Ik lig een dag volstrekt uitgeteld na deze topprestatie. En de dag erna doe ik ook geen bal. Behalve naar de Matthäus Passion kijken op telvisie. Onder leiding van Jos van Veldhoven. In de grote kerk in Naarden. Prachtig. Alleen jammer dat die kop van Rutte steeds in beeld komt. Hij detoneert enorm in deze omgeving. Je verwacht elk moment dat hij naar de camera gaat zitten lachen, terwijl hij zijn duim opsteekt.

Ademloos laat ik me weer meevoeren. Voor de zoveelste keer. En nu kan ik het intussen ook helemaal meezingen van binnen. Ik hoor veel meer dan vroeger. Ik kan de structuur beter doorgronden en nog ontdek ik steeds nieuwe dingen. Nou ja, wie niet? Ik bedoel wie niet die verzot is op deze passie? Half Nederland dus.

 

 

Nee is nee is best OK. En wie niet horen wil moet maar voelen. Heks mijmert over het vreemde fenomeen dat mijn neen zelden wordt verstehen. Wat in iemands kop zit kun je nooit weten. Soms is het een tumor. Soms tegen beter weten volharden in je plannetjes. Ook al kun je dat gevoeglijk vergeten……

‘Zal ik je eens lekker masseren?’ vraagt Hawk voor de zoveelste keer. En opnieuw leg ik hem uit, dat ik er geen behoefte aan heb, dat het niet gaat gebeuren. Nooit. Maar ik word er wel een beetje flauw van. Hij heeft er duidelijk zijn zinnen op gezet. ‘Ik heb een lastig lijf, Hawk. Ik word met enige regelmaat gemarteld door een heel team fysiotherapeuten. En daar laat ik het bij.’

En ik heb er sowieso geen behoefte aan. Ik weet heel goed wie ik wel aan mijn lijf wil hebben…….

Grenzen, grenzen en nog eens grenzen stellen. Bewaken. Hanteren. Iets dat me van nature niet goed afgaat. Maar door schade en schande wijs geworden stop ik er nu veel meer energie in. Het gaat me niet meer gebeuren, dat ik voor nare verrassingen kom te staan. Zoals die keer jaren geleden, dat een oude man zich stiekempjes uitkleedde in mijn woonkamer, terwijl hij geacht werd een fles wijn open te maken.

Heks gaf intussen de katten eventjes eten. In de keuken. Toen ik me weer bij hem wilde voegen zat hij spiernaakt op mijn Perzische tapijtje met zijn dikke oude mannenbillen. Om me vanuit die positie onverhoeds te bespringen. Met veel moeite heb ik zijn rimpelige maar sterke lijf, hij was beeldhouwer, de deur uitgewerkt.

Hij heeft me nog weken gestalkt, maar opeens was hij dood. De man bleek door een hersentumor enigszins ontremd te zijn geraakt. Ik heb het hem dus maar vergeven, maar vergeten ben ik het niet.

Heel soms, als ik zijn fallische beelden her en der hier in de stad zie staan, krijg ik nog wel eens de aanvechting om er eentje om te zagen. Met een plasmasnijder moet het lukken!

Hawk en Heks hebben het altijd heel gezellig. En dat wil ik natuurlijk graag zo houden. Samen een hapje eten of een half glas wijn delen, even lekker met de hondjes lopen, een bosje bloemen voor mij en een potje jam voor hem……. Nu zitten we weer heerlijk in een strandtent uit te rusten van een wandeling. Allemaal ontzettend gezellig! Maar masseren is geen optie.

‘Mijn ex, Bot Not, zei altijd dat mensen niet naar me luisteren, door de manier waarop ik dingen zeg,’ vertel ik Don, die die tobbende botterik ook heel goed gekend heeft, ‘Volgens hem had ik het helemaal aan mezelf te danken dat iedereen altijd en eeuwig over mijn grenzen walst.’

De Don wordt kwaad. ‘Wat een onzin, Heks, als je toch duidelijk iets tegen iemand zegt en die persoon luistert niet naar je, dan is het gewoon een eikel.’ Hij heeft gelijk. Die botte narcist uit mijn verleden liet me inderdaad altijd kletsen. En dan gaf hij mij daarvan ook nog de schuld! Narcist eigen.

En niet alleen hij. Mensen, die ik duidelijk maakte dat ik geen zin had in hun hopeloze vreemdgangersverhalen bijvoorbeeld, duwden die onverkwikkelijke geschiedenissen vervolgens even zo hard door mijn strot.

Of ik wees zo respectvol mogelijk iemand af, die graag een relatie met Heks wilde, om er vervolgens achter te komen, dat die persoon zo ongeveer dacht dat ik intussen wel eens verliefd op hem was. Waarop ik weer afwees. Wat dan weer heel anders werd geïnterpreteerd. En dat dan vijfentwintig keer achter elkaar. Met verschillende kandidaten.

En zo kan ik wel tien miljoen voorbeelden geven, waarin mijn stemgeluid werd versleten voor gezaag. Of achtergrondgeruis. Of waar mensen iets heel anders meenden te verstaan, dan dat er werd gezegd. Ja is nee. En nee is ja.

Ik ben niet de enige met dit probleem. Hele volksstammen denken dat nee ja betekent. Of ze vinden dat dat zou moeten……

‘Je weet nooit wat er in iemands kop omgaat, dat is de grootste les, die het leven me geleerd heeft,’ hoorde ik ooit een spiritueel leraar op televisie verkondigen. En het is waar. Je weet het niet.

Het kan heel goed zijn dat Hawks aanbod om me eens lekker te masseren heel onschuldig is. Ik ken hem nog niet goed genoeg om dat te beoordelen of in te schatten.

Maar ook in dat geval zie ik er geen heil in. Er zijn genoeg andere dingen, die ik graag met hem deel. Maar masseren bewaar ik voor mijn nieuwe lief. Mijn aanstaande. Die nogal op zich laat wachten…….

Ik hoop dat hij het een beetje in zijn vingers heeft!

 

 

 

Heks krijgt weer eens de wind van voren en dat frist lekker op. Ik kijk opeens heel anders tegen de zaken aan. Mijn reactie laat misschien nog te wensen over, maar de knop is wel om! Communicerende vaten? Prima. Maar niet als ze gevuld zijn met chagrijn. Troep van een ander is nu eenmaal niet fijn.

‘Kom ik mijn bovenbuurman tegen in de berging. Zegt ie ‘Waarom staat jouw fiets hier?’ Nu is het zo dat je fiets niet in de gemeenschappelijke ruimte mag staan. En sinds kort staat mijn mountainbike daar…..’

Sinds Heks bezig is om het roer om te gooien beginnen me steeds meer dingen op te vallen. Zoals het feit dat mijn buurman me aanspreekt op die fiets, terwijl zijn fiets al zeven jaar in de gemeenschappelijke ruimte staat!

Ook een bezem met zijn naam erop staat al jaren in de hal. Maar er een keertje mee vegen is teveel gevraagd. Het is dan ook interessant om te zien hoe hij het heeft over gedogen als het over mijn spullen gaat. Wat is het toch een zak.

Al jaren doe ik aardig tegen hem, maar het is gewoon een eikel. Geeft luidruchtige feestjes, laat vrienden op je mat kotsen om dat stinkding ondanks verscheiden verzoeken vervolgens niet te vervangen. Een aso dus.

Wat gedogen betreft.

Ook bellen dronken droppies bij nacht en ontij aan om te zien of hij thuis is. Ze draaien hopeloze muziek tot diep in de nacht en stommelen eindeloos door het trappenhuis. Brakend en wel. Ja, hij gedoogt mij!

En Heks maar aardig doen over die lelijke fluttstoelen, die hij zit te macrameeën. Dat moet je toch ook niet willen als man: Macrameeën. Maar goed, nooit belachelijk gemaakt. Altijd geprezen. En dan krijg je een alsnog uitschijter van de man die niet kan lachen. Want dat heb ik hem eigenlijk nog nooit zien doen.

‘Wat ga je met die fiets doen?’ vraagt hij streng. Ik kijk hem perplex aan. ‘Verkopen,’ spuug ik terug. ‘En wanneer dan wel?’

Het is net zoiets als de vrouw met de winkel om de hoek. Een paar weken geleden geeft ze me weer eens een grote bek. Voor de zoveelste keer. Omdat ik de uitpuilende stinkende vuilniscontainer van het louche hotel aan de overkant op hun eigen stoep zet. In plaats van onder mijn keukenraam!

Waar bemoeit ze zich eigenlijk mee?

Let wel: Zij laat haar troep ook in de straat laat slingeren. Een stuk of wat containers. En volle vuilniszakken soms. Regelmatig pluk ik wat weggewaaid afval afkomstig uit haar toko uit ons portiek.

‘Wat is het toch een raar mens. Altijd maar blèren. Het is al de zoveelste keer dat ik een uitschijter van haar krijg. Om niets. Zo is er een keer een pakje bestemd voor Heks afgegeven bij haar. Stond ze met stoom uit haar oren op de stoep. Kreeg ik een eindeloze woedende preek over me heen. Ja, ik heb dat pakket niet verkeerd bezorgd. Je kunt het ook weigeren…… Maar nee, ik werd uitgemaakt voor rotte vis door die azijnpisser,’ denk ik bij mezelf.

En ja, inderdaad. Ze heeft me ook wel eens verrot gescholden omdat ik haar iets vroeg door het open raam. Dat mag niet. Verder praat ze met iedereen door dat raam. Sterker nog, ik hoor haar de hele dag toeteren en loeien tegen de godganse buurt door dat raam. En brullen van de lach. Dus hoe moet ik weten dat  dat raam voor mij taboe is? Fuck toch ff lekker tien kilometer op.

Dus daar ben ik ook opeens klaar mee. Ik ga geen aardige dingen meer zeggen. Of complimenten maken over haar op zich superleuke winkeltje, zoals ik gewoon ben te doen. Ik negeer haar gewoon vanaf nu. Zoveel mogelijk.

De tijd dat ik extra aardig voor je was als je in mijn bek scheet is voorbij. Zoek het uit.

Maar mensen kunnen me nog wel lelijk overvallen met hun domme agressieve gedrag. Sta ik toch weer met mijn mond vol tanden. Zoals bij de buurman. Ik geef toch antwoord. Beloof toch beterschap. En ben dan natuurlijk woest achteraf.

Het gekke is dat ik aan zowel die buurman als de vrouw van de winkel voorheen nauwelijks een negatieve gedachte heb gewijd. Eerder het tegenovergestelde. Het dringt langzaam tot me door, dat ze waarschijnlijk al jaren de pest aan me hebben, zo gedragen ze zich wel in elk geval. Maar Heks maakte er gewoon een mooi verhaal van!

Wanneer is het nu eens eindelijk klaar met dit soort gedoe? Als iedereen weet dat ik haar op mijn tanden heb gekregen waarschijnlijk. Tot die tijd blijven sommigen het gewoon proberen. Waarom? Daar hoef je geen psychologie voor te studeren. Omdat het kan! Ze komen ermee weg! En de wet van communicerende vaten……

Zit je vol chagrijn, dan kun je er over praten, maar effectiever is het om het gewoon te dumpen bij de eerste beste stumper met een goed humeur……

Hardnekkig vragen van verkeerde aandacht en lozen van allerlei afval in mijn kleine kruidentuintje drukt als een loden last op de pijnlijke schouders van Heks: Ik ben verdorie geen vuilnisvat! En ook: Nieuwe vriendin wandelt mijn leven in met haar Mechelaar!

‘Kom schatje, we gaan naar Baris,’ Ik kriebel mijn hondje achter zijn oren, ‘Baris. Baris, Baris…..’ VikThor spitst zijn flappers. Hoort hij het goed? Hij houdt zijn geinige koppie schuin en zijn ondeugende bekkie gaat open in een soort grijns. Althans, daar lijkt het op. Hoera! We gaan wandelen met mijn vroegere hulp en haar Mechelaar.

Niet veel later zit ik in de auto. Laat ik er nog maar eventjes van genieten, want het ziet ernaar uit dat ik mijn kanariepiet op termijn ga kwijtraken. Of mijn dieren. ‘Breng ze maar naar het asiel,’ zegt de financiële man tegen me, ‘Of houd eens een tijdje op met je medicatie. …’ Alsof ik dat voor mijn lol slik!

Het zal de auto wel worden vrees ik. Heks is bezig om zich financieel te beraden. Dingen zijn toch niet zo goed geregeld als ik dacht. Opeens hang ik aan allerlei touwtjes te bengelen! Ik ben ergens onderweg mijn autonomie op dit gebied volstrekt kwijtgeraakt! En als ik ergens niet tegen kan is het om mijn vrijheid op te offeren voor zoiets stoms en triviaals als geld!

Terwijl ik de stad uit rijd heb ik last van een medeweggebruiker. Hij haalt me in en gaat zo rijden dat ik er niet meer langs kan, ondanks de tweebaansweg. Hij treuzelt voor mijn neus en kijkt in zijn spiegel naar Heks. Ik neem gas terug en doe alsof ik linksaf wil slaan. Op het laatste moment ga ik echter toch naar rechts. De man is dan al in de rij voor het andere stoplicht beland. Mooi zo. Daar ben ik vanaf…..

©Toverheks.com

Maar nee. Niet veel later zit er weer zo’n klever achter me. Zou het dezelfde zijn? Ik heb helemaal niet op het type auto gelet. Noch op de bestuurder. De chauffeur plakt en plakt. Heks kan geen kant op, want voor me zit iemand te sukkelen en naast me rijden ook auto’s. Plotseling haalt de eikel me links in en schiet tussen mijn auto en een voorganger op de andere baan door om pal voor mijn neus schielijk weer in te voegen. Een levensgevaarlijke manoeuvre!

Even later gaat de man vol op zijn rem. Zomaar. Om me te pesten: Er rijdt niks vlak voor hem. Ik knal er bijna bovenop. Hij rijdt tergend langzaam totdat we bij stoplichten komen. Heks heeft geen zin in de engbek. Ik wijs op mijn voorhoofd naar de starende idioot in zijn achteruitkijkspiegel en wissel snel van baan.

Maar als ook ik voor de lichten stop hoor ik plok. Of TOK. O jee. Nu ben ik uit pure nijd tegen mijn nieuwe voorganger aangereden.

Braaf sukkel ik achter de geschonden auto aan naar een loze rijstrook. Daar bekijken we de schade. ‘Jullie zijn gered door jullie afweergeschut,’ lacht Heks opgelucht tegen het uitermate vriendelijke echtpaar dat is uitgestapt. Ik ben alleen maar tegen hun trekhaak aangekomen. En die heeft een luikje in mijn bumper opengeduwd. Niks aan de hand. Goddank!

‘Zagen jullie wat er gebeurde?’ Ze hebben het niet gezien. Hoe weer één of andere kerel aandacht wilde van Heks. Het was niet eens een lelijke vent, maar wel een griezel natuurlijk. Een ongeluk veroorzaken vind ik nu niet bepaald sexy.

‘Heks, jij bent zo’n prachtige superslimme vrouw, sommige mannen kunnen daar niet tegen. Vooral als ze zelf lelijk zijn of oliedom. Of een slecht karakter hebben. Daarom hebben ze een hekel aan je. En dan ben je daarbij ook nog eens een echte schat! ‘ Don Leo troost me als er weer eens zo’n type tegen me heeft staan schreeuwen.

©Toverheks.com

Zoals gewoonlijk was er geen enkele aanleiding is voor dit gedrag behalve mijn existentie. Soms zit iemand zelf vol met louter nijd. En dat wil ‘ie dan zo snel mogelijk kwijt……

Heks wordt dan nogal eens aangezien voor vuilnisvat. Een oude rol, die me niet meer past. Helaas heeft nog niet iedereen dat in de gaten. En sommigen kunnen dat gedrag nu eenmaal niet laten.

Heks was dus weer eens met stomheid geslagen, voor de zoveelste keer in haar leven, maar iets terug zeggen heeft meestal geen zin bij aartschagrijnen. Je kunt beter de plaats poetsen!

Deze prachtige dame rijdt op deze zonnige dag met haar geweldige hondje in haar aftandse maar zeer geliefde autootje naar het strand. Daar staan Baris en zijn vrouwtje ongeduldig op ons te wachten. ‘Ha schat, daar zijn we dan, iets verlaat, want ik werd achtervolgd door een foute kerel’ ik til VikThor uit de auto en grijns ondeugend naar mijn vriendin. We vliegen elkaar om de hals. Voorzichtigjes. Vanwege mijn gekke nek.

©Toverheks.com

Dan lopen we een heerlijk rondje door de duinen. Het stormt, maar we vinden een beschut plekje uit de wind en in de zon. Mijn maatje tovert een thermosfles met thee tevoorschijn. ‘Wil je er ook een lekker sneetje kerststol bij?’

De hondjes zijn toch zo blij. VikThor pakt de bal af van Baris en gaat uitdagend ererondes rennen om de picknicktafel. We liggen in een deuk. Baris staat goeiig te grommen. ‘Leg neer die bal…..’

Op het strand waaien we compleet uit ons hemd. De zee is een grote woeste wit schuimende watermassa. Je kunt tegen de lucht leunen! We worstelen ons een weg tegen de wind in. Helaas zijn alle standtenten gesloten. Maar we vinden nog een zonnige duinpan! Voor een laatste kopje thee.

Op het parkeerterrein bij Duinoord nemen we afscheid. Maar niet voordat we een nieuwe afspraak hebben gemaakt. Volgende week gaan we weer aan de wandel. Op alweer een andere locatie.

Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Ik rijd helemaal om, zodat ik via Voorschoten de stad in kom: Ik moet nog eventjes langs de apotheek. Het dorp van mijn jeugd is ook al bezig om zich te laten opstuwen in de vaart der volkeren. Een megalomaan bouwproject verkracht het hart van dit mooie oude plaatsje. Een kniesoor die er op let…..

Wat is het fijn om samen op stap te gaan. Om weer een vriendin erbij te hebben. Ik heb zoveel verliezen geleden de laatste jaren. De laatste tijd ook. Uit elkaar groeien houd je nu eenmaal niet tegen…..

Maar hier groeit iets. Naar elkaar toe. Mooi.

©Toverheks.com

 

 

 

 

Zemelen en zeuren. Heks kan het ook. Vooral als ze haar geliefde PeaPure moet missen. Een lichaamseigen stofje met magische kwaliteiten.

Vanmorgen zit ik voor de zoveelste keer te wachten op de post. Ik spijbel een keertje prikken halen, want er zijn sublieme pijnstillers onderweg. Al dagen. Helaas ben ik helemaal door mijn voorraad heen. Daardoor daalt de spiegel van dit middel in mijn bloed gestaag. Dientengevolge komen al mijn zenuwbanen ouderwets onder stroom te staan. Ook breekt er een gezellig binnenbrandje uit in diezelfde zenuwlijergeleiders.

Resultaat: Slapeloze nachten en en hompelstrompel lijf.

Natuurlijk ben ik benieuwd waarom het zo lang moet duren voordat die pillen zijn bezorgd. Normaal gesproken zijn ze met een dag binnen. Daarom heb ik ook zo lang gewacht met bestellen. Niet slim achteraf.

Het middel PeaPure is geweldig. Zonder dit peperdure lichaamseigen voedingssupplement met een pijnstillende werking sterker dan morfine was mijn leven een totale hel. Nu is het nog wel kommer en kwel, maar afgetopt. Heel prettig als je sowieso zelf al helemaal bent afgetobt.

Het eerste jaar nadat een BMW zich in mijn nek total loss reed was er geen land met me te bezeilen. Eerlijk gezegd wilde ik dood. Alsof ME, Fibromyalgische ellende en een stevige RSI nog niet genoeg was om me het leven zuur te maken, kwam daar nu ook een vette whiplash bij.

De pijnklachten gingen over een grens dat ze niet meer te hanteren waren, maar niemand die er wakker van lag behalve ikzelf. Van de dokter kreeg ik morfine. Als je dat regelmatig gebruikt ben je sowieso al op sterven na dood.

Na dat hopeloze jaar ontdekte ik PeaPure en LDN. Het laatste middel moest ik opbouwen. Je kon er zieker van worden en dat werd ik ook. Een fikse griepaanval van een jaar met complicaties kreeg ik op mijn brood. Ik was zo wanhopig dat ik toch doorging met de medicatie. Inclusief het daarbijbehorende strenge dieet.

Na een jaar sloeg het aan.

Goddank deed de PeaPure intussen iets tegen de pijn. Het was toen nog een peperduur medicijn. Ik was zo’n duizend euro per jaar kwijt om het te kunnen slikken, een junk zou erom lachen, voor mij is het heel veel geld, maar ik had het er voor over.

Nu is het in prijs gedaald. Er zal wel een patent zijn verlopen. Bovendien wordt er aardig gestunt op internet met dit middel, waar het in het verleden slechts bij 1 firma verkrijgbaar was.

Als ik de pillen na twee dagen nog niet binnen heb word ik toch wel wat bezorgd, je hoort de gekste verhalen over online winkelen tenslotte. Ik stuur een mail, want bellen kun je hen niet in het weekend. Ik hoor niets terug. Ik check hun Facebook account: er is al in geen maanden iets nieuws op gezet! Terwijl het daarvoor een levendige pagina was….

Oh jee, bestaan ze nog wel? Is het soms een malafide bedrijf, dat eerst een keertje keurig levert en daarna de boel flest? Ik heb wel eventjes ruim honderdvijftig euro overgemaakt met mijn creditcard. Kan ik dat nog terug boeken?

Ja, zo zit je zomaar weer in de piepzak als je niet uitkijkt, terwijl je zenuwbanen branden als een fakkel. Vooral in mijn arme armen. Vooral sinds ik met een hondje wandel, dat me alle kanten optrekt. Het sjouwen trap op trap af met het beest heeft ook een stevige duit in het zakje gedaan. Daarna de val met hond en al van de trap met als resultaat die verdraaide verdraaide knie. Mijn lamme lijf kan niet veel meer aan!

Vorige week dendert er een veel te dikke Labrador achter VikThor aan. Verschrikt schuilt mijn pup tussen mijn benen. En wat denk je? Het bakbeest knalt vol tegen de al pijnlijke knie. Het kolossale monster is zeker vijftig kilo zwaar. Dat gewicht geteld bij zijn noodvaart: Kadang!!!!!!!!

Nu is het een dikke pijnlijke knie. Die kant van mijn lijf met de heup uit de kom en de hondentrekarm zou ik het liefst afzagen.

Vandaag het pakket in ontvangst genomen. Het bedrijf zat in een verhuizing, vandaar de vertraging……

Ze hebben per omgaande het pakket op de bus gegooid, toen ze telefonisch vernamen van mijn vlammende zenuwgestel. Toch attent van Supermens! Niks malafide toestanden.

Direct een heleboel pillen naar binnen gegooid. In de loop van de middag is de brand in mijn lijf enigszins geblust. De hypermobiele storm met pulserende pijngolven is weer binnen de perken!

Ik ben alleen snipverkouden geworden ter compensatie. Ja, je moet toch wat te klagen hebben? Al is het alleen maar om tegengas te geven tegen al die andere zeurpieten overal ter wereld.

Want er wordt wat afgezemeld door de mensheid. En meestal gaat het helemaal nergens over. Dat is nog het ergste.

 

Een belangrijk telefoontje en een duik in de gracht. Heks redt haar eigen pup van de verdrinkingsdood! En raakt daarbij zelf van de wal in de sloot…….

Zaterdagmorgen krijg ik mijn ogen met moeite open. De puppytraining vrijdagavond met aansluitend toch weer het aanhoren van een aantal mensen met hun probleemverhalen hebben met gevloerd. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat het al bijna 11 uur is.

Er staan ook een flink aantal berichten op: Ik ben gebeld door een mij onbekend nummer, er is een voicemailbericht achtergelaten en ook nog een SMSje verstuurd. ‘Volgens mijn zit uw kat Snoetje momenteel in onze huiskamer.’  staat er. En iets verder ‘Snuitje bedoel ik’.

O jee, iemand heeft vast weer diezelfde Cyperse kat binnengehaald, die al diverse keren is opgepakt in de veronderstelling dat het Snuitje zou zijn. Het arme beest raakt nog eens getraumatiseerd van al die gevangenschap in vreemde huiskamers! Ik zal toch maar eventjes bellen om voor de zoveelste keer te zeggen dat dit echt mijn kat niet is……

De bel gaat.  Steenvrouw staat op de stoep. We drinken koffie, giechelen, wisselen nieuwtjes uit: ik ben die hele kat vergeten. Mijn vriendin is nog niet de deur uit of Buurman belt aan met hond Carlos. Of we gaan wandelen? Eerst nog meer koffie?

‘Ik moet allereerst maar eens eventjes over Snuitje bellen, iemand heeft haar weer gevonden, maar het zal wel weer om die uithuizige Cyper gaan hier uit de buurt….’ Ik draai het nummer. Buurman kijkt verwachtingsvol. Hij heeft goede hoop dat het om Snuitje gaat. Hij is dan ook nog niet zo vaak teleurgesteld.

Een jongeman pakt aan. Hij blijkt helemaal niet in mijn buurtje te wonen. Het gaat ook niet om de beruchte grote en jonge Cyperse buurtkat. Nee, dit poesje is klein en oud. Net als Snuitje. ‘Ze loopt hier al een paar maanden in de buurt rond.’ Ook dat klopt. ‘Ze kan geweldig schreeuwen om eten, het is echt een kletskous.’ Jee, dat klinkt als mijn Snuiterd.’ Mijn hart slaat een paar slagen over. Opeens heb ik haast om te gaan kijken.

De jongeman stuurt me een foto, waarop een minuscuul katje te zien is. Het is geen beste foto, maar toch herken ik mijn schatje direct. ‘Ze is het, 99.99999% zeker!’

Helaas kan ik niet direct komen, de jongeman zit op zijn werk. En zijn huisgenoot ligt nog te slapen. Hij blijkt een notoire nachtbraker te zijn. Nooit voor twaalven zijn bed uit. Een echte klassieke student! Om drie uur is hij klaar met sporten, dan kan je terecht!’ schrijft de onbekende kattenredder.

‘Laten we eerst maar eens de hondjes uitlaten, dan gaat de tijd ook sneller,’ Buurman sleept me mee voor een wandeling. We slenteren door een paar parkjes. De hondjes zijn door het dolle. Mijn hoofd tolt. Straks word ik misschien herenigd met mijn oudste kat. De grootmoeder van mijn hele kattenclan. Geweldig…….

Terwijl we in een parkje langs de Singel wandelen rent VikThor vrolijk voor ons uit. Op het terras van ‘De Grote Beer’ springt hij opeens over een muurtje. Om geheel te verdwijnen. ‘Plons’ horen we. Ik trek een sprintje naar de plek waar mijn hondje is verdwenen: Aan de andere kant verdwijnt de muur meters lager in de gracht. Een paniekerig hondje spartelt daar rond. En ik kan er met geen mogelijkheid bij.

Buurman rent naar de overkant van de gracht, maar ik heb me al over de muur laten zakken. Zonder ergens over na te denken plons ik in de gracht. Ik ga nog net niet kopje onder! Met een zwierige beweging zwaai ik mijn pup uit het water in de armen van een verschrikte bezoeker van het etablissement.

Mijn handtas smijt ik er achteraan. ‘Haal mijn telefoon eruit!’ commandeer ik. Dat ding moet zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht. Ik moet er niet aan denken dat ie het niet meer doet: Het telefoonnummer van de redders van Snuitje staat er in!

Ik schuifel langs de rand van de gracht naar een steiger verderop. Ik heb geen zin om te gaan zwemmen, mijn schouders zijn nog droog! Dat is al heel wat. Moeizaam hijs ik me op de kant. Druipend en wel.

Een serveerster uit ‘De Beer’ vraagt bezorgd of ze iets voor me kan doen. Ik zou niet weten wat. Een setje droge kleren zit er niet in op een koksmuts na dan. Hetgeen toepasselijk zou zijn gezien mijn naam en mooi zou staan op mijn heksenhoofd. Ook kan ik moeilijk in een taxi gaan zitten in mijn natte kloffie. Wel wil ik zo snel mogelijk naar huis. Het is niet al te ver lopen. Hooguit een kwartiertje…….

Buurman komt verschrikt aanrennen. Met een verholen olijke grijns op zijn snoet overigens. Die laatste verdwijnt niet meer. De hele ijskoude weg naar huis hoor ik hem heimelijk ginnegappen. Bol van de binnenpret brengt hij me tot voor mijn voordeur.

‘Ga maar snel onder een hete douche staan, Heks, zodat je geen kou vat,’ grijnst hij vriendelijk. Om er vervolgens vliegensvlug vandoor te gaan: Hij wil het verhaal graag aan zijn gade vertellen! ‘Ik hoop dat het Snuitje is!’ roept hij over zijn schouder, ‘Sterkte vanmiddag, lieve Heks!’

Hij heeft er toch niet zoveel vertrouwen in. Zo’n oude kat. Veertien weken weg. Het zal mij ook benieuwen. Onlangs zag ik een ongelofelijke Snuitje lookalike op de site van een Limburgs asiel. Zij was bij de vorige eigenaar weggehaald omdat ze veel te dik was! Er bleek achter het kleine koppie een enorm lijf schuil te gaan…….. Niet mijn kat dus. Die weegt maar een paar kilo……

Ik ga met VikThor onder de douche. Ik was het kroos uit onze oren en de bagger uit ons haar. Gelukkig is het grachtenwater niet meer wat het geweest is, anders waren we allebei doodziek geworden! Tegenwoordig is het Leidse grachtenwater van goede kwaliteit: Er worden zelfs zwemwedstrijden in gehouden!

Het kan altijd erger…….

 

 

 

Grieperig paasweekend, Heks vertoeft grotendeels in bed. Toch heb ik ook eventjes pret! Gezellige paasbrunch met Frogs en mooie expositie van Fred Rohde,’ Nummer 14’: Foto’s uit 1985, waarop ons nationale voetbalicoon Johan Cruijf met Ajax traint op het strand van Wassenaar…….

 

Paasbrunch, Ysbrandt ligt geduldig onder de tafel te wachten op wat komen gaat…. Stukje worst bijvoorbeeld…..

Pasen valt vroeg dit jaar. Het is net lente. Die verdraaide klok gaat precies op eerste paasdag een uurtje vooruit. Dat betekent een hele korte nacht. Om kwart over acht beginnen alle kerkklokken in de binnenstad te luiden!

Heks loopt al nachtenlang te spoken. Er zit een gemeen virus in mijn lijf en ik ben oververmoeid door de uitvoering met mijn koor. Bovendien hangen er allerlei gewrichten uit de kom. Niet bepaald lekker. Ik heb donderdag grotendeels in bed doorgebracht, maar vrijdag niet. Ondanks mijn krakkemikkige constitutie doe ik boodschappen en kook zelfs eten. Ik ben het in bed liggen beu.

Heks in haar paaspakje met eierdopje

Zaterdag maak ik een flinke wandeling met mijn hondje. ’s Middags loop ik zelfs lekker over de markt te flaneren. Ik flirt met een marktkoopman met trieste ogen. Even later staan ze niet meer zo triest. Later maak een uitgebreid praatje met een jochie dat zijn vader aan het helpen is in de notenkraam. ‘Mevrouw, wilt u een paar nootjes proeven?’ Natuurlijk, oh wat zijn ze lekker. ‘Wat is dat voor’n soort hondje? Hij ziet er zo leuk uit,’ het ventje is helemaal vertederd door mijn Varkentje. En ik door dit kereltje!

Heks en Frogs zien momenteel overal nummer 14……….

 

Zondag sta ik uitermate brak op. Ook al voor de zoveelste keer. Vandaag echter trek ik nauwelijks bij na een paar uur. O jee, nu is het echt mis. Er zit geen enkele rek meer in. Ik heb mijn hele trukendoos al open getrokken en nog geeft mijn lijf geen sjoege.

Even overweeg ik om mezelf een gigantische schop onder mijn kont te verkopen, teneinde toch naar de kerk te gaan, maar ik heb de puf niet. Ook heb ik spierpijn, hoofdpijn en buikpijn. Ik krijg geen hap door mijn keel. Eerst maar eens een rondje fietsen met het hondje. Het is ijskoud. Bibberend werk ik mijn verplichtingen af. Mijn lichaam houdt het voor gezien. Ik krijg mezelf niet gereanimeerd vandaag.

In de loop van de middag stuur ik Frogs een nood-sms. ‘Heb je zin in een lekkere wandeling me een lief Varkentje?’ Het is natuurlijk maar de vraag of hij tijd heeft. Goddank komt mijn kikkervriend mijn hondje ophalen. ‘Ik breng hem vanavond wel terug, kruip maar lekker in je bed, Heks. Of zal ik em gewoon een nachtje bij me houden?’

‘Breng em maar terug Frogs,’ Heks kan haar schatje niet missen. Bovendien zie ik dan ook nog een medemens vanavond. Ook belangrijk als je dagenlang in bed verdwijnt! Toen ik Pappa afgelopen week sprak vertelde hij over een flinke griepaanval, die hij een paar weken geleden het hoofd moest bieden. ‘Echt heel erg Heks, helemaal niet leuk. Goh, wat was ik er beroerd aan toe. Ik heb wel 5 dagen in bed gelegen!’

‘Zit niet te zeuren, schat, ik heb dagelijks met dit soort toestanden te maken. Momenteel heb ik elke nacht koorts of iets wat daarvoor doorgaat. Elke ochtend sta ik doodziek naast mijn bed. En ik zie soms dagenlang geen mens, behalve in een park als ik met m’n hondje loop rond te stumperen. Maar met dit zure weer van de laatste maanden zijn ook de parken leeg en somber.’

Op tweede paasdag hebben Heks en Frogs afgesproken voor een gezellige brunch. Aanvankelijk was het plan om een aantal vrienden uit te nodigen, maar dat gaat niet lukken natuurlijk .

De tafel staat vol lekkere dingetjes. Ik heb kwarteleitjes gekookt. Frogs eet er zowaar eentje op. ‘Ik hou alleen van paaseieren, Heks. Daar werd ik als kind al mee geplaagd…..’ We zitten gezellig te keuvelen tussen de bloemen en planten: Ik heb een complete voorjaarstuin aangelegd op mijn keukentafel.

Die middag gaan we eventjes kijken bij een kleine expositie over Johan Cruijf. Onze vriend Trueman heeft dit nationale icoon in 1985 gefotografeerd, toen hij met Ajax aan het trainen was op het strand van Wassenaar. ‘Goh, ik wist helemaal niet dat je foto’s van hem hebt gemaakt,’ roepen Frogs en ik om beurten. ‘Ik werkte toen voor het Leidsch Dagblad. Zij logeerden in Hotel Duinoord. Ik werd gewoon op pad gestuurd…’

De foto’s staan vol met topspelers uit een grijs verleden. Trueman wijst allemaal voetbalcoryfeeën aan, zoals Rijkaard, Koeman en ga zo maar door. De foto’s zijn prachtig! Ik maak weer foto’s van de foto’s. Gewoon een impressie. Maar de originelen zijn vele malen mooier…..

Frogs heeft een gedicht geschreven over zijn held. ‘Ik was indertijd aanwezig bij het meest beroemde doelpunt dat hij ooit gemaakt heeft: de lob! Ik ging altijd met mijn vader en broer naar ADO kijken en op een dag speelden ze tegen Ajax. Ik stond er met mijn neus bovenop, toen hij die goal maakte. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Van het moment zelf bedoel ik…..’

‘Wel weet ik nog dat hij een keertje rakelings langs me liep op weg naar de kleedkamers. Ook heel speciaal, Heks. Dat doelpunt is overigens grandioos. Wereldwijd wordt het gezien als een van de mooiste doelpunten ooit gemaakt. Hij heeft nog meer geweldige doelpunten gescoord, maar deze is voor mij superspeciaal. Ik heb er een gedicht over geschreven…’

In de galerie, temidden van al die prachtige foto’s, draagt Frogs het gedicht voor. Een intiem optreden, want we zijn maar met z’n drietjes. Het zure zonnige waaiweer met ijskoude rukwinden houdt mensen in hun huis gevangen. ‘Gisteren en vanmorgen is het lekker druk geweest,’ vertelt de fotograaf.

Frogs maakt ons aan het lachen met zijn optreden. Ik maak een paar mooie foto’s van deze oude vrienden. Ik ken hen beiden al meer dan dertig jaar en nog steeds hebben we altijd pret samen!

Even later gaan we ervandoor. Trueman heeft het druk. Hij is bezig met het schoonmaken van een paar oude afdrukken van foto’s van Cruijf op zijn laptop. Er komt zeer binnenkort een boek uit over deze grote ambassadeur van Nederland en zijn foto’s komen daarin!

Wij laten ons terugwaaien naar het huis van Frogs. Daar zit Varkentje op ons te wachten. Heks kan niet meer lopen tegen die tijd, heupen hangen uit de kom. Mijn lichaam is compleet vernacheld. ‘Ik heb er een virusje bij, Frogs, dezelfde ellendeling die jou plaagt, alleen ik heb het natuurlijk tien keer zo erg. Alles doet zeer. Ik kan geen pap meer zeggen, laat staan dat ik worst lust. Ik heb helemaal nergens trek in. Ik wil slapen.’

Mijn kikkervriend brengt me thuis met de auto en gaat ook nog mijn hondje voor me uitlaten. Ik lig de rest van de dag gestrekt. Pas in de loop van de avond ben ik weer een klein beetje aanspreekbaar. Dan brengt Frogs Ysbrandt terug. ‘Het was ondanks alle grieperigheid toch een hele gezellige pasen, Frogsie.’

God wat ben ik blij met zo’n goede vriend. Zonder hem had ik toch mooi liggen creperen dit weekend. Oververmoeidheid, spierpijn, gewrichten uit de kom, griep en honden uitlaten gaat nu eenmaal niet samen.

De lob (1972)

Op een gegeven moment kwam de lob
de bal van de voet van Johan
verschalkte Kees en Ton
ik stond erbij en keek ernaar
met vader en broer in het Haagse Zuiderpark
hark de herinnering aan
de keeper bleef staan
de bal rolde tot voordeel van de een
tot nadeel van de ander
in het levende doel

nu is hij gegaan
ik zie het beeld
het touwtje aan zijn hand
de beweging zo snel
tot de magistrale lob

niemand neemt ons

‘un momento dado’ af.

Rik van Boeckel
24 maart 2016
R.I.P Johan Cruijff

Video-opname van het magistrale doelpunt.

Iedereen laat wel eens een steek vallen. Maar soms zitten er wel erg veel steekjes los! Heldere dromen over kapotte breiwerkjes en gevallen steken. Eindeloos herhalen van ophalen van andermans prutswerkje. Tegendraads overeind strompelen. Natuurlijk weet Heks wel beter…. Ze is geen twintig meer!

‘Heks, sommige dingen zijn niet te begrijpen. Maar jij probeert dat wel. Je zit veel te veel in je hoofd in een poging de wereld te vatten. Er zijn nu eenmaal mensen, die alles wat mooi is in hun leven verkloten. Voor een buitenstaander is dat niet te volgen. Je kunt het beter ook maar niet proberen te begrijpen: Het is verspilling van energie.’

Ik zit alweer voor de zoveelste keer bij mijn therapeute. Ze scharrelt door de praktijkruimte, rommelt wat in een laatje, steekt een sigaretje op. Als ze weer op haar stoel zit kruipt Ysbrandt tegen haar knie. Alsof hij haar woorden kracht bij wil zetten.

‘Je weet natuurlijk wel beter, je bent tenslotte geen twintig meer. Toch blijf je vergeefse pogingen in dezelfde richting doen. Zelfs zonder wat je me nu allemaal weer vertelt waren er al genoeg redenen om geen stap meer op dat pad te zetten!’

Het is waar. Ik draai alsmaar om de hete brei heen. Het is gewoon heel moeilijk om toe te geven dat ik er zo lang zo verschrikkelijk naast hebt gezeten met mijn inzichten. Blind zijn voor ondermijnende acties die zich vlak onder je neus afspelen voelt nu eenmaal altijd heel lullig. En als het je lukt om je gekrenkte ego aan de kant te zetten resteert er nog altijd onversneden pijn…..

Afgelopen week ontdekte ik iets, dat me vreselijk van slag deed geraken. Een diepe schok. Ontzetting. Ongeloof. Maar inderdaad: Ook zonder die vondst was de daaraan verbonden geschiedenis eigenlijk al een no go area geworden.

Heks is een waardeloze speurneus. Ik ga er zoals de meesten van ons voor het gemak vanuit dat mijn medemens zo in elkaar steekt als ik. Die heeft dus niks te verbergen. Toch is het me in mijn leventje regelmatig overkomen dat ik bij de neus werd genomen. Bij mijn waardeloze speurneus….

41speurneus3

Voor de zoveelste keer in mijn leven neem ik me van alles voor. Maar ja, tot nu toe hebben die goeie voornemens me niet geholpen. Niets zo moeilijk als je eigen blinde vlek in beeld krijgen. Zo niet onmogelijk….

‘Ik zie hier soms mensen met hele boekwerken aan data, die ze over iemand anders verzameld hebben.’ Ik kijk mijn hulpverlener niet begrijpend aan, ‘Data? Wie heeft dat verzameld?’ Nou, een privé detective bijvoorbeeld. ‘Soms moeten mensen dingen echt absoluut zeker weten.’

Ja, iets absoluut zeker weten is soms absoluut noodzakelijk. Over het algemeen moet je echter maar leven met de kleine kans dat je er misschien naast zit. Jouw heilig verontwaardigde waarheid tegenover de vermoedelijke leugen van de ander.

Ik maak een kansberekening. Ik misbruik statistische inzichten. De kans dat ik er in dit geval naast zit is 0.0967% tegenover 99.9033% kans dat de ander liegt…. Zelfs als ik coulant ben en het een beetje afrond ten gunste van die ander is het verschil aanzienlijk…..

Zinloos tijdverdrijf. En ik zit alweer in mijn gepijnigde hoofd! Maar ja, mijn lijf is vergeven van de pijn, dus daar is het ook al slecht toeven; Als de doktersassistente vrijdag een prik in mijn bilspier jaagt begin ik spontaan te huilen. Terwijl de tranen over mijn wangen biggelen probeer ik een ingewikkeld recept te bestellen. Alsof er niets aan de hand is.

Leven met pijn, niet fijn. Stress is dan echt killing.

Later chat ik met Engel. Ik vertel haar over een heldere droom die ik jaren geleden had. Over het breiwerkje met de gevallen steken. Andermans breiwerkje. Dat van een jeugdvriend en zijn moeder om precies te zijn. En hoe ik direct al die steken op ga zitten halen. Voor die ander!

In de droom geef ik het broddelwerkje uiteindelijk terug aan degenen van wie het is met de mededeling dat ze het zelf maar moeten uitzoeken. Daarna ga ik op reis met een hele leuke reisgenoot. In een soort camperbusje!  ‘Ja, zegt Engel, ‘ die droom zegt gewoon dat je geen kapotte breiwerkjes meer moet oprapen. Dat je een breiwerkje zoekt, wat heel is.’