Drie oktober 2018. Heks viert het alsof haar leven ervan af hangt. En misschien is dat ook wel zo. Wellicht werkt al die hutspot louterend. Worden met de darmgassen kwade geesten uitgedreven….. Ik heb in ieder geval een topavond. In goed gezelschap. Op een oude vertrouwde plek.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dwrwie oktobew komt er weer aan. Voorafgaand lig ik wekenlang gestrekt. Dan is het opeens bijna drie oktober. Leids Ontzet. Vorig jaar heb ik het niet verder gebracht dan over de feestelijke warenmarkt lopen op de dag zelf. In mijn eentje. Niks aan. De speciale avond vooraf aan drie oktober zat ik uitgeput in mijn huis te luisteren naar het kabaal van een feestende stad.

Dus dit jaar kan ik het natuurlijk helemaal vergeten. Met al die virussen in mijn lijf. En de algehele malaise van een goeie dip in mijn ‘genezingsproces’ van alweer dertig jaar. Een proces, dat nooit heeft uitgeblonken in effectiviteit. Laat staan duurzaamheid. Een tijdelijke opleving op zijn hoogst. Niets bestendigs. Niets maakbaar bestaan.

De Don meldt zich een week van tevoren. ‘Ik kom naar Leiden.’ Oeps. Dan moet ik snel uit de kreukels komen, anders wordt dat niks. Ik zet alles in op ontkreukelen. Ik houd mijn gemak. Ik probeer positieve gedachtes te produceren tegen de snotklippen op.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik heb het leven lief,’ bijvoorbeeld. Dat resoneert goed met mijn binnenkant. En het klinkt gezelliger dan ‘Ik haat mijn leven, ik haat die ziekte, ik heb de pest aan alles en iedereen, die me altijd laten stikken….. Bladiebla….’

‘De kunst is om overal ja tegen te zeggen,’ aldus een heksenvriendinnetje van Heks. Ze zegt het op een moment, dat ik werkelijk niet zit te wachten op dit soort wijsheden, maar evenzogoed heeft ze wel een punt. De kracht van JA. Ik heb er zelfs een boek over staan. Geen doorkomen aan…..

De Don zegt af. Het gaat niet lukken door externe omstandigheden. Heks spreekt af met Trui. ‘Laten we saampjes de stad in gaan.’ Ik ga een poging doen om de dag tevoren hutspot te koken. Met mijn fenomenale klapstuk. ‘Als het lukt, kom dan eten….’

De Don meldt zich weer. Hij komt toch. De externe omstandigheden zijn veranderd. Steenvrouw heb ik intussen ook uitgenodigd. Dat wordt een gezellige boel.

Op maandag kook ik inderdaad ons lokale bevrijdingsgerecht. Er staat voor een weeshuis klapstuk in de oven. Een gigantische pan hutspot maakt het compleet. De Don belt. Hij gaat toch niet komen. Als hij echter hoort over de hutspot met klapstuk besluit hij toch te komen.

Dinsdag 2 oktober ben ik nog steeds op de been. De Don belt af. Het gaat toch niet lukken om die hele reis om de wereld van Groningen naar Leiden voor elkaar te boksen. Jammer! Nu blijven alleen de meisjes over.

Om 6 uur komen mijn vriendinnen. We gaan aan de wijn. Heks ook. Ik heb mijn blauwe knoop in de wilgen gehangen voor dit evenement. Hips dus.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Tegen achten staan we te schreeuwen bij de Taptoe. De zoon van Steenvrouw loopt mee. Zijn marching band staat tien minuten voor onze neus te toeteren en nog hebben we hem niet ontdekt. ‘Misschien ligt hij wel dronken in bed,’ grapt zijn moeder. Sinds kort is zoonlief het huis uit. Ze heeft geen idee meer wat hij allemaal uitspookt……

Dan gaan we naar de WW. Hier gaat de zoon van Ernst spelen met zijn band. Net als zijn vader vroeger. ‘Het begint om 9 uur,’ aldus de Don. Hij heeft het weer van iemand anders gehoord. Steenvrouw is intussen naar huis. Zij zit alweer aan haar tax qua festiviteiten.

In de WW is het uitermate rustig. De band is nog onderweg en gaat niet eerder spelen dan half 11. Meuh. Het is maar de vraag of ik dat ga halen.

Trui en Heks lopen een rondje door de stad. We drinken nog wat. Dat helpt altijd enorm om het iets langer vol te houden in mijn geval. Deze ongezonde vorm van zelfmedicatie. De volgende dag zal blijken dat het toch niet zo’n goed idee is.

Pas tegen middernacht is het bandje volop aan het spelen. Te laat, doordat ze de stad niet door konden komen. Heks heeft een plaatstje helemaal vooraan. Ik heb zelfs een kruk weten te annexeren, dus ik hoef niet de hele tijd te staan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op het hoogtepunt dans ik salsa met een oude vriend. Hij smijt me vanouds de tent door. Ik heb genoeg gedronken om geen last te hebben van pijntjes en krampen. Ook merk ik niks van uit de kom ploppende gewrichten. Ontspannen zwier ik in het rond. Hoera. Ik voel me net een normaal mens.

Daarna zitten we op het terras met de kids van Trui en hun vrienden te klessebessen. Ik krijg het ene na het andere verhaal naar mijn kop. Eigenlijk hoor ik nu in bed te liggen. Ik vraag me af hoe ik in godsnaam naar huis moet komen. Ik ben zo moe als een hond. Dan gaat lopen normaal gesproken al moeilijk. De boel blokkeert. Mijn lijf gaat op slot. Mijn onderdanen veranderen in stokjes…..

Gelukkig heb ik Trui bij me. Er gaat nog een oude vriend van haar mee. Gedrieën zwabberdezwieren we naar Huize Heks. Daar warmen we nog een lekkere pan hutspot op. De vriend laat mijn hondje uit. Wij zijgen neer in de keuken.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De volgende dag heb ik een vreselijke kater. Zoals ongeveer elke ochtend, alleen deze keer is het mede van de drank. Ik heb er dan ook vrede mee. Er staat een geweldige avond tegenover.

Drie oktober blijft Heks in haar holletje. Op wat grote uitlaatrondes met VikThor na. Zo zie ik onderweg nog de wagens van de optocht klaarstaan. Een marching band speelt me van de sokken op de Singel. Overal zitten clubjes bejaarden klaar op hun tuinstoelen……

s ‘Avonds wordt de sfeer in de stad grimmiger. Kroegen braken stomdronken mensen uit. Regelrecht Heks’ steeg in…… Ik steek mijn hoofd uit het raam om te zien of de kust veilig is voor een hondenronde. Een groezelige jongeman houdt verwoed zijn bescheiden penis vast, terwijl hij leunend tegen de deurpost net naast de brievenbus van de buren pist.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik ga gewoon wrijden hoowr!’ lalt verderop een zwaar bezopen gast tegen zijn vrienden. Hij valt steeds om. Ze sjorren hem weer overeind. ‘Maarwrwrw ik ken nog best zelf rwijden hoow! Geef godvewdomme mij autosleutels trwug!’ klauwt hij woedend om zich heen.

Zijn vrienden zijn gelukkig verstandig. Ze geven hem een flinke klap voor zijn kanis. Daarna heeft hij niet meer zoveel praatjes……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

O jee. Wee je gebeente!!! Wat een hitte! Puffen zonder enige wee valt al niet mee. Maar in deze weersomstandigheden een ingeslikte skippybal rondsjouwen? En bevallig bevallen? Niet te doen. Nee. Professor Grunschnabel moet ons redden!

©Toverheks.com

Zucht, zucht, zucht. En: Puf, puf, puf…. Je hoeft niet eens bevallig hoogzwanger te zijn om puffend en zuchtend door het leven te gaan. Wat is het toch warm. Heerlijk. Maar wel bloedheet.

Via een schaduwroute loop ik ’s morgens naar het dichtstbijzijnde park met VikThor puffend naast me. We gaan lekker zwemmen. Nou ja, hij. Verwoed springt hij het ene bommetje na het andere.

Een uurtje later fiets ik naar de dokter voor een lekkere cortisonenprik. Met bijbehorende zware pijnstiller. Mmmmmm. Mijn nek en elleboog zijn aan de beurt. Hoera. Een paar dagen pijnvrij in die gebieden. Dat is een groot goed.

©Toverheks.com Bommetje!

Dan ga ik langs bij mijn vriendinnetje Joy. Ze loopt op alledag. Een grote skippybal heeft zich in haar ranke figuurtje genesteld. Puffend doet ze de deur open. ‘Kom je nog wel buiten?’ vraag ik nieuwsgierig, nadat ik mijn deelneming met haar benauwde toestand heb betuigd. Ja, gelukkig lukt een klein stukje wandelen nog wel.

‘Maar het mag nu wel komen. hoor, ik ben het behoorlijk zat,’ we zitten aan tafel haar nieuwste aanwinsten te bewonderen. Een paar spuugmooie spuuglappen, een lekker zacht dekentje, nog een kwijlebabbellap met poesjes erop……

De mussen vallen van het dak en mijn vriendin valt bijna om. Wat een zomer. Heel Nederland is roestbruin van de droogte. Nederland! Tig meter onder de zeespiegel!!!!

De gehele bevolking heeft een lekker kleurtje, hetgeen de integratie van mensen met van nature zo’n kleurtje vast ten goed komt. Het is sowieseo te warm om je druk te maken over geneuzel betreffende de diverse kleurtjes van deze of gene.

’s Avonds fiets ik naar het Valkenburgermeertje. VikThor zit in zijn kar. Hij moet eerst een compleet bombardement uitvoeren in de ondanks de hitte opmerkelijk schone Singel om een beetje af te koelen. Daarna spoeden we ons  de hete stad uit.

Heks zit te zingen op de fiets. Ik voel met fantastisch na die prikken van vanmorgen. Ik kan mijn hoofd weer bewegen. Omdraaien zelfs! Geweldig! Ook lukt het me om zonder pijn balletjes door de lucht te gooien. Ook alweer zo’n piekervaring. Wat een dag!

©Toverhkes.com Je zult maar zo’n bal per ongeluk inslikken….. Dan beweeg je niet meer zo snel!!!!!

Op de terugweg is het iets koeler. Een kletsnatte VikThor draaft het eerste stuk naast de fiets. Maar zodra de lauwwarme stad in zicht komt moet hij weer zijn kar in. Ik ben als de dood, dat het arme beest oververhit raakt.

Die nacht hoor ik hem licht hijgen in zijn hok. Het is bloedheet in huis, ondanks het feit, dat alle ramen open staan. Ik ga nog maar eens met een ijskoude natte doek langs de pootjes van het arme dier. Ook gooi ik een vochtige koelmat in zijn hok. Maar dat vindt hij dan weer niks. Pas als ik er een badstof handdoek overheen drapeer is het goed.

©Toverheks.com

De volgende dag haal ik op aanraden van Kras een koelende gelmat. Een wonder der techniek. Door de druk van een oververhit hondenlichaam koelt de gel af. Aan de zijkanten echter wordt het spulletje warmer. Zo raakt mijn hondje zijn overtollige warmte wel kwijt.

Ook haal ik zijn speciale verkoelende halsband weer tevoorschijn. Zo houd ik mijn ventje wel fris en fruitig! Nu ikzelf nog:

Bij de AHahaha zijn alle ijssoorten in de aanbieding. Heks kijkt al jaren niet meer naar zulk soort aanbiedingen, er zit altijd wel iets in wat ik niet mag! Kras heeft echter een soort ontdekt, die ik wel kan eten. Op haar verjaardagsfeestje verrast ze me onlangs met wel drie verschillende smaken!

Nu koop ik wel zes verschillende smaken. Koffie met Cardamon bijvoorbeeld. En karamel met zeezout……. Het veganistische ijs van Professor Grunschnabel is fenomenaal lekker.

Straks ga ik weer eventjes bij de hoogzwangere Joy langs. De arme schat is intussen dagen overtijd. Met dit weer! Ik neem zo’n lekker koud pak ijs mee. Therapeutisch en lekker!

©Toverheks.com

 

 

Synchroniciteit: Heremetijd! Groene zijden soepjurk als acausaal, verbindend beginsel? Het is een feit! Heks beleeft heerlijke avonturen op de vierkante millimeter. Het kan echt niet beter!

Op de eerste dag in Plumvillage loopt Heks maar zo’n beetje rond te dazen. Nog behoorlijk in de kreukels en half gaar van de reis luister ik naar de eerste lezing. Vervolgens sjok ik opgewekt mee met de wandelmeditatie.

Langzaam bewegen we over het terrein. Een grote groep net gearriveerde retraitanten. Ik kijk eens een beetje om me heen. Honderden gezichten. Een prachtige jonge vrouw valt me direct op. Ze heeft rood haar en rode schoenen. Donkerrode Mocassins.

‘Prachtige schoenen zeg. Kijk nou,’ zoem ik inwendig. Ik observeer de vrouw op mijn gemak vanuit mijn slaperige ooghoek: Ze komt me zo bekend voor! ‘Zij is zoals ik, een heksje, ik zie het, ik zie het,’ zingt het in mijn hoofd.

Even later is ze weer tussen die honderden onbekenden verdwenen. We zijn klaar met wandelen. Het is tijd voor de lunch.

Diezelfde avond maak ik kennis met mijn familie. De roodharige jongedame zit er ook in. Wat een toeval. We hebben direct een klik.

Halverwege de retraite omhelzen we elkaar voor het een of ander. Er wordt behoorlijk wat afgeknuffeld daar in Plum. Vooral in onze onvolprezen familie. Mijn nieuwe zuster draagt een knalgroen jack.

‘Wat staat die kleur groen je goed. Je zou eigenlijk een lange zijden jurk in die teint moeten hebben,’ flap ik er spontaan uit. ‘Ik heb precies zo’n zijden jurk in de kast hangen,’ denk ik er achteraan. Maar ja. Daar heb ik nu niks aan.

De laatste avond van de retraite worden we vermaakt door de monniken en nonnetjes. Ze treden voor ons op samen met een aantal leken. We zitten op het Boeddhaveld, terwijl de avond valt. Overal branden lampionnen en kaarsjes. Het podium is schitterend versierd. Een gigantische lotus vervaardigd uit bamboe vormt het ‘achterdoek’…….

Heks zit met haar eigen Mahakatyayana familie. We leunen tegen elkaar aan en doen lekker klef. Het is onze allerlaatste avond. We gaan elkaar enorm missen. Nu kan het nog…….

Halverwege het programma haakt het grootste deel van de familie af. Ze gaan naar bed. Morgen moet iedereen aan de bak. Autorijden of eindeloos met de bus. De treinen staken helaas. Sommigen van ons zijn al een dag eerder vertrokken om hun vliegtuig te halen……

Heks en haar roodharige vriendin Meermin blijven echter wachten op de hartsoetra. Die wordt driestemmig uitgevoerd is ons beloofd. Dat willen we niet missen!

Het duurt en duurt. Ik ben doodmoe intussen. Maar vervelen doe ik me niet: Het ene geweldige optreden na het andere volgt. Net als ik op het punt sta om toch weg te gaan is het dan eindelijk zover. We worden getrakteerd op een prachtige vertolking van de hartsoetra!

Meermin en Heks zitten in lotushouding naast elkaar te luisteren. We laten we het helemaal binnenkomen. Vooral de zeker vijf minuten durende doodse stilte na afloop. Zit je daar met honderden mensen en niemand geeft een kik. Dat geeft pas een kick!

Op weg naar ons eigen klooster in mijn kanariepiet kletsen we een beetje. We zijn kapot moe en het is al behoorlijk laat. Voor deze plek dan. ‘Oh, maar ik ben met mezelf getrouwd,’ roep ik enthousiast naar aanleiding van ons onderwerp. Dat ik nu volledig kwijt ben.

‘Ik ook, ik ook,’ lacht mijn vriendin, ‘Kijk maar, ik heb ook een trouwring.’ Ze duwt haar  vinger onder mijn neus. Een prachtige gouden stersaffier schittert me tegemoet. ‘Ik ook, ik ook,’ schreeuwt Heks helemaal wakker nu. Ik laat mijn trouwring zien. Een veelkleurige edelopaal! Ongelofelijk. Ze is echt net zoals ik. Dat had ik toch maar goed gezien die eerste keer!

Afgelopen zaterdag zoekt Meermin me op. Ze is een aantal dagen in Nederland. ‘Mijn hotel is in Hugh, is dat ver bij jou vandaan?’ Nee, Den Haag ligt tegen Leiden aan!

Zo haal ik mijn roodharige zielzuster van het station. We rijden naar het hondenstand in Noordwijk met mijn hondje. Het is heerlijk weer. We wandelen en zwemmen. Drinken thee en kletsen. Gaan ergens lekker lunchen!

‘Weet je nog, dat ik het over een groene zijden jurk had, die je zo geweldig zou staan?’ Ze kan het zich herinneren. We hebben het vandaag ook al over synchroniciteit gehad. Een begrip, dat ons beiden na aan het hart ligt. ‘Ik dacht toen bij mezelf: Ik heb thuis zo’n jurk. En later realiseerde ik me, dat je naar Nederland zou komen. Een prachtige gelegenheid om eens te kijken of die jurk je past……’

Heks tovert een pakje tevoorschijn met daarin de bewuste dreamdress. ‘Het is een ongelofelijk romantisch geval. Dus je moet echt eerlijk zijn, hoor. Als je het niks vindt: Gewoon zeggen.’

‘Ook heb ik em gerepareerd. Hij is dan wel gloednieuw, de stof is zo delicaat, dat er wat stiksels los hadden gelaten……..’ Ik geef niet graag iets, dat kapot is.

‘Ja, ik zal eerlijk zijn,’ begint Meermin. Dan slaakt ze een kreet. ‘Oh, wat een prachtige jurk!’ Snel past ze em over haar zwempak heen. Heks maakt de schouderbandjes op maat. Die moeten behoorlijk worden ingekort, want ze zijn afgesteld op mijn apenarmen. Maar verder past ie perfect! De jurk zit als gegoten. Hoera!

Mijn vriendin danst over het strand in haar zeemeerminnenjurk. Ze ziet er fantastisch uit.

Heks moet inwendig gniffelen. Als ik in Plumvillage toen niet spontaan vanuit het blinde niks over een groene zijden jurk was begonnen was dit allemaal niet gebeurd. Wat is het leven toch grappig als je last krijgt van synchroniciteit!

Niet dat het altijd zo mooi uitwerkt. Sommige mensen hebben een broertje dood aan dit fenomeen. Zelfs al dansen ze plots op magische wijze om elkaar heen, begeleid door hemelse klanken, dan doen ze toch snel hun ogen en oren dicht. Of erger nog, hun hart.

Dus dit verschijnsel op zich is niet zaligmakend. Dat heb ik door schade en schande nu eindelijk wel geleerd. Sommige mensen zijn ziende blind en horen met dove oren.

Maar wat heerlijk als het wel gewoon stroomt en is. Als de wonderen de wereld niet uit zijn. Als de werkelijkheid er eentje is van warme boventonen. En frisse onderstromen. Als meer meerminnen via die verse stromen je leven binnen zwemmen. Als, als…….

Ja dat!

Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Ex Animo voert de Matthäus Passion van Bach uit in de Pieterskerk te Leiden. Onder bezielende leiding van Wim de Ru. De kerk zit afgeladen vol. Het concert wordt zeer goed ontvangen, hoewel de recensie maar zozo is. Heks zingt weer mee. Uit volle borst. Wat heerlijk toch, dit jaarlijks terugkerend spektakel. Met mijn koor. Die geweldige Christelijke Oratoriumvereniging Ex Animo!

Woensdag is de dag. Het is weer zover. Hoera! We gaan gezamenlijk treuren in de Pieterskerk. Heks houdt dagen van tevoren haar gemak. Mijn koelkast staat vol klaargemaakt heerlijk voedsel, zodat ik daar geen omkijken naar heb. Mijn hondje logeert bij mijn hulp. Aan het eind van de ochtend haalt ze hem op. Ik heb mijn handen helemaal vrij.

Omdat er opnamen worden gemaakt voor ons jubileum volgend jaar worden we geacht om in koorkleding naar de generale te komen. Brrr. Het is ijskoud natuurlijk in die enorme grote kerk. Vanavond warmt het vanzelf redelijk op met al die enthousiaste toeschouwers, maar nu…… Heks doet een dik zwart vest over haar koorkledij.

Helemaal op tijd, haartjes gewassen, goeie kwast over de bleke kaken en in mijn lange zwarte rok arriveer ik in de kerk. Een enorme bijenkorf vol zoemende bezige bijtjes. Er worden extra stoelen klaargezet, want we zijn meer dan uitverkocht. Waxinelichtjes staan klaar om de pilaren. Het orkest zit al te stemmen en te rommelen. De zangers hollen door elkaar heen in het koorgedeelte.

We zingen kort in en daarna wordt de hele Matthäus doorgenomen. Op een incidenteel koraal na. Een behoorlijke klus. Het gaat natuurlijk niet goed, precies zoals het hoort op een generale repetitie. Noodzakelijk ook. Zodat iedereen zich een ongeluk schrikt en vanavond beter op gaat letten. Zodat de koorleden naar de dirigent gaan kijken in plaats van in hun boek…….

In de pauze ben ik mijn zangmaatje Anna kwijt. Ik vind haar terug in de kerk, waar ze stiekempjes zit te genieten van onze stamtafelgenoot, die vandaag continuo meespeelt met het orkest. Ze zijn nog steeds druk bezig. ‘Kijk hem spelen, Heks. Leuk hè?’ zucht ze vertederd. Maar als ik voorstel om hem dan maar een kopje thee te brengen steekt ze daar resoluut een stokje voor. ‘Stoor hem nu maar niet, Heks!’

Oefenen is iets geheel anders dan uitvoeren. Bij de uitvoering moet je scherp zijn. Alert. Alles moet precies samen komen. Fouten moet je kunnen opvangen. En voor ons alten geldt: Als je het niet meer weet houdt dan je mond. Er zijn genoeg alten, die het wel weten.

Achter Heks staat iemand, die juist extra hard doorbalkt als ze het niet weet. Bij ‘Der du den Tempel Gottes zerbricht’ raakt het hele vak ontregeld. Nou ja. Vanavond zal het wel loslopen…… Heks zal de stukken waar het mis ging nog eventjes heel goed doornemen, zodat ik niet meer in de war raak!

Tussen de generale en de uitvoering ga ik een uurtje plat. Bij lange na niet genoeg om  bij te trekken, maar alle beetjes helpen. Goddank woon ik een paar minuutjes fietsen bij de Pieterskerk vandaan. Ik moet er niet aan denken, dat ik die paar uur in de stad stuk zou moeten slaan…..

En dan begint het feest. Rond half acht trappen we af. Uit volle borst. Als een droom vliegt de avond voorbij en in no time is het alweer pauze. Mijn tante en nicht zijn speciaal komen kijken. Helemaal uit Dronten en de uithoek van Zeeland. Fantastisch! Heks is in de wolken.

Fiederelsje is er ook. Met zijn vieren staan we al snel te lachen. Tante vertelt over de tijd, dat zij bij Ex Animo zong, zo’n 65 jaar geleden! ‘Er zitten echt nog mensen op uit die tijd,’ verzeker ik haar. ‘Wij zongen nog niet in de Pieterskerk, hoor,’ verzucht tante, terwijl ze de prachtig verlichte oeroude kerk kijkt. Ja, we hebben mazzel met deze locatie. Afgeladen vol ook nog.

Later op de avond, na het concert, nemen we foto’s. Tante gooit voor de gelegenheid haar wandelstok weg, drie meter door de lucht, want die mag er natuurlijk niet op. Een jongeman kan nog maar net opzij springen. Dit tot grote hilariteit van ons allen. Slap van de lach maken we een heleboel kiekjes.

Een dag later krijgen we de recensie toegestuurd. Bij lange na niet zo lovend als vorig jaar, maar dat was ook niet te overtreffen. Ons gehark tijdens ‘So schlafen unsere Sünden ein’ is bepaald niet onopgemerkt gebleven. Want ja, tijdens de uitvoering ging diezelfde dame in ons vak weer snoeihard iets anders zingen. Tot grote verwarring van de rest van de alten.

Als ze later ook nog opgewekt met het andere koor meezingt, terwijl wij allemaal zwijgen, iets wat mij tijdens een repetitie wel eens is overkomen, kijkt Anna me met een uitgestreken gezicht aan vanuit haar ooghoeken. Ja. Er gaat dus genoeg mis. Maar de meeste kleine missers verdwijnen in het geheel.

Ik lig een dag volstrekt uitgeteld na deze topprestatie. En de dag erna doe ik ook geen bal. Behalve naar de Matthäus Passion kijken op telvisie. Onder leiding van Jos van Veldhoven. In de grote kerk in Naarden. Prachtig. Alleen jammer dat die kop van Rutte steeds in beeld komt. Hij detoneert enorm in deze omgeving. Je verwacht elk moment dat hij naar de camera gaat zitten lachen, terwijl hij zijn duim opsteekt.

Ademloos laat ik me weer meevoeren. Voor de zoveelste keer. En nu kan ik het intussen ook helemaal meezingen van binnen. Ik hoor veel meer dan vroeger. Ik kan de structuur beter doorgronden en nog ontdek ik steeds nieuwe dingen. Nou ja, wie niet? Ik bedoel wie niet die verzot is op deze passie? Half Nederland dus.

 

 

Omarm je woede. Been het uit! Accepteer jezelf en leer dat nou eens een keer, Heks: Laat een veer. OK dan. Laat ik het doen. Appeltje eitje met hervonden MOJO in mijn hart en kneiter.

Het kwartje valt.  Rinkeldekinkel. ‘Oh, nou snap ik het. Dit is het dus: Je woede omarmen……’ mijmert Heks. Al jaren doe ik vruchteloze pogingen in die richting. En nog steeds blubbert er met enige regelmaat een scheldkanonnade uit mijn lieftallige heksenbekje.

Maar nu: Kukeleku! Ik ben ontwaakt. Naakt.

Plotseling, terwijl mijn nijdige gedachtenstroom wordt onderbroken door een opgeluchte ademhaling realiseer ik me wat me te doen staat. ‘Jeetje, Heksje. Jouw woede is terecht. En terecht, in de zin van niet langer zoek. Jarenlang heb je je mond gehouden, alles binnen gehouden. En nu gaat dat niet meer. Al enige tijd niet meer…..’

‘Toch accepteer je je woede niet. Tot je eigen verdriet. In feite ben je erger dan al die voorgangers, die je de mond hebben gesnoerd na een slechte behandeling. Die handelden gewoon uit eigenbelang. De vuile was moet binnen blijven. Maar jij? Jij ondermijnt je eigen belang! Voortdurend!’

‘Omarm dat boze wezentje vanbinnen. Laat haar nu eens uitrazen, zonder er gelijk een oordeel aan te hangen. Echt, Heks, je bent de slechtste niet. En Godin/God houdt ook nog eens van  alle slechterikken van de wereld. Dat weet je allang. Dus wat let je om van jezelf te houden?’

Deze boze heks heeft daar geruime tijd moeite mee gehad. Ik kon er maar niet over uit, dat ik bol sta van de ongewenste gevoelens…… Onbekende gevoelens ook. Dus onbemind.

We vinden telkens opnieuw ons wiel uit. Ik heb dit ongetwijfeld eerder gedacht. Maar…..

Maar. Geen gemaar.

Sinds enige tijd heb ik mijn MOJO teruggevonden. Ik merk het vooral aan de reacties op straat als ik met mijn hondje fiets. Overal lachende gezichten. Mensen laten me voorgaan in het verkeer. Overal maak ik leuke kletspraatjes. Iedereen lijkt weer mijn partner te zijn. Hoera! Mijn aanpak om afstand te nemen van mensen, die me boos maken werkt!

In een winkeltje koop ik een boodschappentas op wielen. Een noodzakelijk kwaad als je armen veranderen in wormvormige aanhangsels. Het is zo’n leuke tas vergeleken met het geruite grootmoedermodel, waar ik ooit mee begon. Er staan allemaal poesjes op afgebeeld! Perfect voor dit kattenvrouwtje.

Bij het afrekenen raakt de dame achter de kassa in de war. Ze blijkt geen rekenmachine te hebben, noch een echte kassa. Het is zo’n tijdelijk winkeltje vol goedkope huishoudelijke spulletjes. Heks heeft ook een rolveger gekocht voor drie euro. En een keramische dunschiller!

Heks heeft een rekenmachine in haar hoofd, dus snel tel ik de getalletjes op. De dame telt mee, maar opnieuw wil ze me te weinig rekenen. Het is een schat van een meid met een fleurige hoofddoek om haar trieste koppie. Als ik het juiste bedrag afreken loopt ze plotseling haar winkel in.

Links en rechts pakt ze kleine pakjes en frutseltjes. ‘Voor jou,’ ze legt het op de toonbank. Heks kijkt verbaasd op. Wat krijgen we nu? ‘Ik ben failliet,’ legt ze uit in gebroken Nederlands, ‘Over drie weken gaat de boel hier dicht…..’ Oh, wat jammer. Ze vertelt haar verhaal en ik luister. Vanouds. Dan betuig ik mijn deelneming en wens haar heel veel sterkte.

‘Ik zal haar een potje kweeperenjam brengen,’ besluit ik later. Niet omdat dat echt helpt tegen dergelijke destructieve krachten in je ondernemende leventje. Maar omdat ik mijn MOJO terug heb. Omdat er weer ruimte is voor mededogen. Omdat iedereen weer mijn partner is.

Met uitzondering van narcisten en psychopaten. Die laatste groep wil ik graag aan het goddelijke overlaten. Laat die er maar veel van houden, mijn lukt het vooralsnog niet. En ik doe ook geen moeite meer, want het wordt toch niet gewaardeerd door dat menstype weet ik uit ervaring. Jouw liefde maakt je hooguit bruikbaar…….

Babyspecial speciaal voor mij. Midden in de nacht maken ze me blij: Louise en Rosanna en hun pasgeboren zoontje Mikai. Maar ook een vriendinnetje van Heks is in blijde verwachting. Hiep Hoi! De nieuwe generatie maakt zijn opwachting!

© toverheks.com

© toverheks.com en handjes

Vorige week kijk ik naar de babyspecial van Louise en Rosanna. Dit gouden transgenderkoppel heeft een kindje gekregen! Hoera! Een wonder, zoals altijd. Want laten we wel wezen, het is toch niet te geloven dat je een zaadje bij dat eitje in de oven stopt en negen maanden later komt er een schreeuwende koter uit. Compleet met alles erop en eraan.

Nu maar hopen dat de juiste onderdelen erop en eraan zitten, anders moet dat later weer worden rechtgezet. Zoals bij beide ouders. Louisa is al operatief in haar meer passende vorm gegoten. Rosanna gaat na de geboorte van hun kindje onder het mes. Als ze al die vrouwelijke hormonen een beetje te boven is.

© toverheks.com

© toverheks.com Hoera zwanger! Je lichaam verandert nogal…….

De zwangerschap heeft een wagonlading van dat goedje haar lijf ingespoten. Geen prettige ervaring als je je eigenlijk man voelt. Een vent bent. Maar ook goed en geweldig, want zo kunnen die twee toch maar mooi een baby krijgen. Ik vraag me af of dat op een andere manier ooit gelukt was.

Het is voor homo’s al lastig om een kind te adopteren, of een alleenstaande Toverheks. Laat staan voor een transgenderstel. Maar wellicht ben ik abuis. Is er de laatste jaren veel veranderd op dit gebied. Zijn we lichtjaren verwijderd van die paar jaar geleden…..

Heks heeft een groot zwak voor Louisa en Rosanna. Al enige tijd kijk ik trouw naar de afleveringen over hun leven samen. Het zijn toch zulke schatjes. Allebei op hun eigen manier.

© toverheks.com

© toverheks.com Mikai

Rosanna met haar grote stoere lijf en lieve nuchtere koppie. Haar relativerende stamppothumor. Haar ongelofelijke ontroerende eerlijkheid. Ook over deze zwangerschap.

Ze realiseert zich heel goed wat een mazzel ze heeft dat ze überhaupt zwanger is geworden. Niet iedereen heeft dat voorrecht. ‘Veel vrouwen hebben niet het geluk om in verwachting te geraken, ik geniet dus maar van die bijkomende hormonen voor zover het gaat…..’

De glamoureuze Louisa met haar lange zwarte zigeunerharen en lagen glinsterende make up.

© toverheks.com

© toverheks.com Louise en Rosanna en hun beeldschone zoontje Mikai

En enorme opgespoten lippen niet te vergeten. Iets teveel naar mijn smaak, maar ja, Heks heeft al jaren problemen met de vaginale mode op dit  plastisch chirurgische gebied. De schaamlippen lachen je tegemoet in glamourland. Overal waar je kijkt opgespoten lippen. Vlezige schaamlappen in door botox verstilde kaken. Zelfs de president van de VS heeft zo’n kutkop, dan moet het wel goed zijn toch?

Midden in de nacht, ik kan niet slapen, kijk ik naar de babyspecial. Het moment dat het kindje dan eindelijk geboren wordt. Wat prachtig. Nog een keer kijken, want dat kan tegenwoordig. Verschillende malen zie ik de baby geboren worden. De ontroerde ouders. Trillende opgespoten lippen en het nuchtere engelachtige gezicht van Rosanna in opperste aanbidding met haar kleine prinsje aan de platte borst.

© toverheks.com

© toverheks.com Ik heb al tandjes……

De volgende dag komt mijn vriendinnetje X eten. Ze is zwanger! In november zat ik haar al te plagen met vragen of ze soms misselijk was in de ochtenduren. Met nieuwjaar wenste ik haar en haar partner een bijzonder VRUCHTBAAR hihihi jaar toe. En al die tijd zat dit kleine wonderwezen al in haar te groeien! Ja, dat heb je met heksen. Die hebben daar een haakneus voor!

Enthousiast praten we over alle veranderingen in haar lichaam. Bekijken de foto’s van de echo. ‘Hij heeft zijn handjes voor de oren…… Of zij. Ik denk een hij, wat denk jij? Kijk maar……’ Heks denkt het ook, maar pin me er niet op vast. Ik heb nog nooit bewezen dat ik daar kaas van gegeten heb.

© toverheks.com

© toverheks.com Hoera!

Wat is het toch bijzonder, een zwangere vriendin. Ik weet het, het gehele leven is ingericht op voortplanting. Voortbestaan van de soort. Elk levend wezen is daar mee bezig. Vaak louter en uitsluitend. Wij mensen beweren wel dat er allerlei andere dingen belangrijk zijn op aarde, maar in de praktijk zijn we in hoofdzaak hormonaal aangestuurde ongeleide projectielen…..

Toch is elk nieuw leven een wonder. Een delende cel is al iets ongelofelijks. Nieuw leven dat binnenin je eigen lijf groeit is misschien wel het meest bijzondere dat een mens kan meemaken. Man of vrouw. Overwegend vrouw. Met af en toe een aanstaande man om ons er eens extra op te wijzen hoezeer wij dames met onze ingebouwde broedmachine geboft hebben!

© toverheks.com

© toverheks.com Er is altijd een zeker risico op meerlingen

 

Vrienden vinden eindelijk tijd om tijd samen stuk te slaan. Een vorkje te prikken en aan de wijn te gaan. Even geen zorgen, bewaar maar tot morgen. Vandaag graag alle stres van de baan…..

Vrijdag is het dan zover. Mijn tweelingbroer en zijn verloofde komen eten, alsmede Fiederelsje. Hoera! Na jaren plannen is het dan eindelijk gelukt.

Het scheelt natuurlijk dat mijn vriendinnetje onlangs gepromoveerd is. Na jaren bikkelen op haar proefschrift heeft ze nu opeens zeeën van tijd. Heks weet niet wat ze meemaakt. We doen alsmaar leuke dingen!

Ook het feit dat mijn broertje en zijn lief op het punt staan om wellicht eventueel te emigreren heeft de zaken aanzienlijk versneld. We prikken gewoon een datum op de zeer korte termijn, zodat we elkaar in elk geval nog een keertje uitgebreid zien. Thailand is bepaald niet naast de deur…….

‘Laten we allemaal iets maken,’ stelt broerlief voor. Heks maakt dus het hoofdgerecht, wel zo praktisch. Een grote bak verse vis in de oven met een garnituur van geroosterde groenten. Pasta van courgette en een heerlijke verse pesto. Wat er verder op tafel komt is nog een verrassing.

Mijn hulp stofzuigt het huis, totdat er nergens meer een kattenhaartje te bekennen is. Rigoureus sluit ik alle katten op in mijn slaapkamer. Alle voorzorgsmaatregelen zijn dan getroffen. De kust is veilig voor mijn uiterst allergische vriendin.

Rond zeven uur druppelen mijn vrienden binnen. Flessen wijn komen uit de diverse tassen en jassen. We trekken er direct eentje open. ‘Proost,’ glunderen we stralend naar elkaar. Fiederelsje stopt wat sprotjes in blaadjes lof. Daarmee trappen we af.

Ingrediënten:

2 el plantaardige olie
4 sjalotje in dunnen plakjes
2 teentjes knoflook in dunne plakjes
1 grote Pomelo
120 gr gekookte garnalen
120 gr krabvlees
10-12 blaadjes munt

Voor de dressing

2 el Thaise vissaus
1 el palmsuiker of gele basterdsuiker
2 el vers limoensap

Voor de garnering

2 lente uitjes  in dunnen ringetjes
2 verse rode pepers zonder zaadjes in dunnen reepjes verse koriander
1 el geroosterde pinda’s
verse kokos (naar wens)

Fruit de uitjes in de olie licht bruin, doe er de knoflook even kort door, laat die niet te hard bakken, dan worden ze bitter.
Zet dit apart.
Maak de Pomelo schoon door alle vellen te verwijderen en alleen het vruchtvlees in kleine stukjes breken.

De munt fijn snijden.

Hak de pinda’s fijn.

Meng de Pomelo met de garnale, krabvlees  gebakken uitjes en knoflook en de munt.

Maak de dressing door de vissaus, limoensap en suiker goed door elkaar te roeren.

Meng dat door de Pomelo mengsel.

Verdeel over bordjes en garneer met de lenteui, koriander, rode peper, pinda’s en eventueel kokos.

Eet smakelijk.

Daarna zet Broer ons een verrukkelijke Thaise Pomelo salade voor. Heks heeft dit gerecht nog nooit eerder gegeten, maar is direct verslaafd. Jeetje, wat lekker! De enorme schaal vol minuscule citrusvezeltjes gemengd met garnalen, vissaus, een zuurtje en een pepertje gaat schoon op.

Ondertussen kletsen we elkaar de oren van het hoofd. Sjonge jonge, wat hebben we toch altijd veel te bespreken met elkaar. En te giebelen! Om de haverklap liggen we flauw van de lach.

Mijn hoofdgerecht gooit ook hoge ogen. De enorme schaal vol verse vis slinkt zienderogen. Uitgeput buiken we een beetje uit. Heks gaat een potje thee zetten voor bij het toetje: De fenomenale  Spaans-Joodse sinaasappel/amandeltaart. Jammie! Heks serveert er haar eigengebrouwen kweeperenlikeur bij. Een uitgelezen combinatie!

Sinaasappeltaart

Spaans-Joods recept

Uit: Claudia Roden, 1997, De Joodse keuken. Achthonderd authentieke recepten uit de diaspora. ’s Gravenhage: BZZTôH, p. 613.

Deze Judeo-Spaanse taart is volgens Claudia Roden van groot belang voor de Sefardische cultuur.

Nodig

  • 2 sinaasappels
  • 6 eieren
  • 250 gram suiker
  • 2 eetlepels oranjebloesemwater
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 250 gram blanke amandelen, grof gemalen

Bereiding

Was de sinaasappels en kook ze in hun geheel 1½ uur tot ze heel zacht zijn.

Klop de eieren met de suiker. Voeg oranjebloesemwater, bakpoeder en amandelen toe en meng alles goed door elkaar. Snijd de sinaasappels open, verwijder de pitten en pureer ze met schil en al in de keukenmachine. Meng dit goed door het eier-amandelmengsel en giet het in een ingevet en met matsemeel bestoven cakeblik van 23 cm doorsnede. Bak de cake 1 uur in een op 190˚ C voorverwarmde oven. Laat afkoelen en haal uit de vorm.

Minder suiker en eieren smaakt ook prima!

Een feestavond is het. Met rode konen van plezier nemen we uiteindelijk afscheid. Mijn broertje en zijn man gaan met de trein naar Haarlem en vervolgens op de scooter terug naar Amsterdam. ‘Ik moet meer dan een half uur achterop,’ verzucht mijn tweelingbroer.

Heks hoeft alleen nog maar haar hondje uit te laten. Een klusje van niks natuurlijk, maar voor mij na zo’n avond een enorme opgave. Eerst maar eens eventje uitrusten. Uitbuiken ook. Uren later word ik weer wakker.

Zo loop ik als vanouds om vier uur ’s nachts met VikThor te wandelen. Het is lekker rustig op straat. De stad slaapt. Ga ik ook weer doen zo. Tevreden. Wat een fijne dag!

Op een houtje bijten en poppenstront schijten gaan niet altijd hand in hand. Gelukkig maar. Veld van dankbaarheid tilt me op en voert me mee de diepte in. Mijn eigen stilte in. Ik ben dankbaar. Dat is het mooie ervan….Je kunt het niet bezitten. Alleen maar zijn!

©TOVERHEKS.COM

Donderdag mediteer ik met de heksen. Maan heeft een fantastisch veld neergezet. ‘Dankbaarheid is het thema,’ glundert onze voorvrouw, terwijl ze ons binnenlaat. Hopla is met me meegereden. Hoera, eindelijk heeft deze bezige bij weer een keertje tijd!

Ik zet mijn schedeltjes in de binnenring. Zo. Het feest kan beginnen. Maar eerst gaan we thee drinken met koekjes erbij. En een beetje bijkletsen. We zijn namelijk hartstikke vroeg.

©TOVERHEKS.COM

Tijdens de inleidende meditatie zak ik zo diep weg dat mijn kersenpit begint te knikkebollen. Ik val niet in slaap, maar balanceer op de rand van allerlei andere werelden. Werkelijkheden voor onze dagdagelijkse ogen verborgen. Ver van mijn sores en bizarre zorgen.

Heks is dus volstrekt relaxed. Iets dat me wel vaker overkomt de laatste tijd. Situaties waar ik normaal gesproken een rolberoerte van krijg raken mijn koude kleren niet meer. En ook hier zit ik heerlijk in mijn bubbel.

Na de meditatie mogen we de kristallen schedels pakken en op schoot nemen. Of gewoon lekker zitten in deze fijne vibratie. Of knuffelen met een draak. Heks kiest voor het laatste. Maar ook de schedeltjes laat ik niet ongemoeid.

©TOVERHEKS.COM

Maar dankbaar? Het is mijn Achilleshiel geweest. Heks was altijd dankbaar. Voor van alles en nog wat. Ik vroeg niet, maar wachtte geduldig af. Heel blij met een dooie mus ook. Mijn moeder zei wel eens: ‘Heksje, dat vind ik toch zo fijn van jou. Als alle kinderen nieuwe kleren krijgen en jij krijgt niks, dan ga je niet zeuren. Goed zo.’

Dan ga je natuurlijk niet zitten mekkeren na zo’n subliem compliment. Een beetje pleaser niet in elk geval. Ik had gewoon de pech om een zus boven me te hebben, wiens kleding ik afdroeg. En wiens fiets ik overnam. En ga zo maar door. Zo rijk waren we niet. Mijn jaren jongere zus kreeg wel weer nieuwe kleren. En de daaropvolgende jongen hoefde die niet af te dragen natuurlijk…….

En tegen die tijd waren we welvarend. De magere jaren waren voorbij!

©TOVERHEKS.COM

Dankbaar zijn. Ik ben het vaak wel. Dankbaar voor hele gewone dingen. Mijn beestenbende natuurlijk. Een goeie dag met mijn lijf. Een leuke ontmoeting. Vrienden over de vloer. Het feit dat ik nog steeds in de lucht ben en niet ben verdwenen in een verpleegtehuis.

Dankbaarheid vloeit als goud in je hart. Het is een weldadig gevoel. En het kost niks! Je hoeft je alleen maar te realiseren hoe kostbaar je leven is. Dat je ogen hebt om dat te zien. Oren om de meest fantastische muziek te horen. Handen om uit te strekken naar de ander. Handen om andere handen te schudden, handen om handen te geven.

Om je zo te te verbinden en dit mooie leven samen te leven,,,,,

©TOVERHEKS.COM

Maar nee. We zitten vaak met diezelfde handen in het haar ons te pijnigen met gedachten aan wat er allemaal eventueel mis kan gaan, mis gaat en al mis is gegaan. Ons hart ineengeschrompeld tot een bange ui.

Heks is niet anders. Ik kan me ook geweldig zorgen maken over dingen die nooit gaan gebeuren. Of misschien wel. Of er gebeurt iets anders catastrofaals. Elders. Een orkaan bijvoorbeeld. Een terroristische aanslag. Of de zoveelste genocide….

©TOVERHEKS.COM

Oh Heks, wees toch dankbaar. Ook al heeft het je louter windeieren gelegd. Ook al loop je tegen inhalige types aan. Bedenk dan maar dat dat pas armoede is. En er is genoeg om dankbaar voor te zijn.

Zo baad ik hier vanavond met al die lieve heksjes heerlijk in een bad van licht en liefde. Ik laat me optillen, meevoeren, binnenstebuiten keren en opnieuw in elkaar vloeien. Moeiteloos. In dit mooie veld van Maan.

Onze gastvrouw, die glutenvrije koekjes in huis heeft gehaald speciaal voor Heks.

©TOVERHEKS.COM

Laat alle inhalige, domme, betweterige of anderszins strontvervelende medemensen maar binnen harken wat ze binnen kunnen harken en dan nog zitten zeuren om meer. Ik niet meer.

Ik heb genoeg. En daar ben ik hartstikke blij mee. En als het minder wordt en ik op een houtje ga zitten bijten, dan ga ik genieten van dat houtje. Mijn eigenste houtje. Het lekkerste houtje ooit.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Veelbewogen dag met louter tegenslag, maar ook veel mooie momenten. Emotioneel afscheid van geliefde tante. Het regent pijpenstelen, dat geeft de stemming aardig weer. Maar er is meer. Hoogtepunten zelfs!!! Heks ziet haar familie weer!

Sergei Polunin

Donderdagavond zie ik een documentaire over de danser Sergei Polunin. De balletdanser waar de zwaartekracht geen vat op lijkt te hebben. Vooral niet al hij cocaïne heeft gebruikt……

Hoe zijn hele familie kromlag om zijn studie te kunnen betalen. Zijn vader in Portugal, zijn grootmoeder in Griekenland. Zijn moeder bleef bij haar kind als zijn persoonlijke toegewijde verzorgster.

Hoe hij zijn motivatie haalde uit het voornemen om middels succes in de danswereld zijn familie weer te herenigen. En de neergang vanaf het moment, dat zijn ouders toch echt gaan scheiden…….

De familie is uiteengeslagen door de gebeurtenissen, terwijl dat juist niet de bedoeling was! En hoewel ze elkaar al jaren niet hebben gezien is de definitieve breuk tussen de ouders een enorme dreun voor de jongen. Vanaf dat moment komt hij in de problemen. Zijn drive is weg. Veelzeggend.

Zo zie je maar weer hoe belangrijk je familie is. En hoe ontregelend het kan zijn als die basis wegvalt.

Dan valt het beeld weg, storing bij Ziggo. Gelukkig maar, want ik moet gaan slapen. Morgen moet ik vroeg op. We gaan mijn tante Mar begraven. Heel plotseling is ze ertussenuit geknepen

Het regent pijpenstelen op de dag dat mijn tante naar haar laatste rustplaats wordt gebracht. Heks fietst door de gietende regen naar de dokter voor haar prikken. Dat red ik nog precies, gek eigenlijk. Ik dacht dat het niet zou lukken eerder deze week, toen ik de rouwkaart eens grondig bestudeerde.

Als ik weer naar huis wil gaan breekt mijn fietssleutel af in het slot. K.U.T. Wat nu? Het is de elektrische ebike van mijn moeder. Loodzwaar. En ik heb maar 1 sleutel. Waarvan de helft nu in het slot bivakkeert.

Paniekerig probeer ik de sleutel eruit te schudden, maar ja, schudden met een fiets van 300 kilo op zijn kant is natuurlijk niets voor een MEpatiënt. Ik vraag me af of er überhaupt mensen zijn die er bij een dergelijk sportief hoogstandje zonder kleerscheuren van af zouden komen. Heks voelt haar gewrichten piepen en kraken. Hier en daar valt er eentje uit de kom.

Dan komt de assistente op me af met een mes. Ze heeft me zien tobben en komt me te hulp. Strijdvaardig heft ze de vervaarlijke brievenopener, want dat is het, in de lucht om vervolgens het slot te lijf te gaan. Vakkundig wipt ze het restant sleutel uit zijn gevangenis. Dat is alvast iets. En iets is beter dan niets…..

Ik loop dus maar weer naar huis. Mijn hoofd tolt van de zich plotseling opstapelende problemen. Ik moet ten eerste een sleutel laten maken, maar ik ben hartstikke blut. Gelukkig kan ik poffen in de natuurwinkel. Voldoende voor een nieuw exemplaar en een paar liter benzine. Mijn tank is ook leeg……

Maar eerst ga ik naar de begrafenis van mijn tante, Heks is met deze vrouw en haar dierbaren opgegroeid. Ze woonde maar een paar huizenblokken bij ons vandaan, deze opgewekte rebbelende lakonieke dame met haar grote drukke gezin.

Ik moet nu echt opschieten. Als ik er de sokken niet in zet ben ik te laat. Snel schiet ik iets netjes aan en spurt naar mijn auto.

Dan begint er een martelgang om in Voorschoten te geraken. Hemelsbreed helemaal niet zo ver van Leiden, maar de stad is opgebroken, alsmede vol verdwaalde Duitse toeristen en trage lesauto’s. Mensen blijven stilstaan voor groene stoplichten of gewoon midden op straat. Invoegen is ook heel problematisch opeens. Heks vloekt tussen haar tanden. De minuten tikken genadeloos voorbij.

Sergei Polunin

Voorschoten is onlangs volledig op de schop gegaan, hetgeen de doorstroming van het verkeer in dit lintdorp niet ten goede komt. Zacht uitgedrukt. Ook is het marktdag. De Voorstraat, waar ik meestal parkeer, is vergeven van de kraampjes en winkelende mensen.

Het parkeerterrein erachter is volgebouwd met tenten vanwege een festivalletje. Mijn god, hier ook al? Het is een plaag dit soort activiteiten.

Alle omringende parkeerterreinen zijn zonder uitzondering stampvol. Heks rijdt intussen paniekerig van hot naar her, want het wordt steeds later. Wanhopig schiet ik een woonwijk in. En daar vind ik dan eindelijk de zo begeerde parkeerplek. Hoera!

‘Ik haat dit stomme dorp,’ ligt dan al in mijn mond bestorven. Ik ken dit oord natuurlijk goed, ik ben er opgegroeid. Sputterend sprint ik naar de kerk. Onderweg probeer ik mijn stemming om te gooien. Zo kan ik toch niet Gods huis betreden? Vloekend en scheldend?

Nu ben ik extra vroeg opgestaan om op tijd te komen. De condoleance heb ik overgeslagen, want het wordt toch al een hele lange dag. Maar de dienst wil ik toch echt bijwonen. Ik schuif twee minuten te laat naar binnen. Wat gek. Iedereen zit al. De kist staat er al. De dominee staat volop te preken……

Een vreemde gang van zaken. Maar ik ben allang blij dat ik binnen ben. Het is altijd een hele bevalling om ’s morgens ergens acte de présence te geven. Ik kom dan uit de prehistorie zetten, dit gaat bovendien gepaard met stevige spierpijn en heftige griepverschijnselen. En vandaag ben ik ook nog door het lot tegengewerkt.

Het koor gaat zingen. Prachtig! Ik heb niet al teveel gemist gelukkig. Denk ik op dat moment nog. Maar als we even later gezamenlijk een lied gaan zingen, zie ik dat de dienst al bijna voorbij is. Huh? Ik ben maar liefst een uur te laat gekomen. Hoe is dat nu mogelijk?

Bij Heks is alles mogelijk. Mijn hoofd is een leuk aangeklede vergiet. Met een hoedje erop om mijn gedachten bij elkaar te houden. En zelfs dan kan het me nog gebeuren dat ik de plank helemaal mis sla. Zoals vandaag.

Gisterenavond heb ik nog even goed gekeken op de rouwkaart. Zo laat dit en dan dat. En tot slot zus en zo. Duidelijk. Behalve dat ik mijn bril niet ophad en het behoorlijk schemerig was in mijn woonkamer. Ik heb het dan ook niet goed gezien, tijden door elkaar geklutst en dan krijg je dit!

Op dat moment vind ik het niet zo erg. Het wordt toch al een lange dag en nu is ie gelijk iets korter. ‘Je hebt wel wat gemist hoor,’ hoor ik echter later. Mijn oom heeft prachtig gesproken. Een persoonlijk In Memoriam. Heel bijzonder.

De kerk is afgeladen vol. Wat een rijk leven! En dat hoor ik steeds terug deze dag. Mijn vrolijke kwebbel van een tante had gewoon een enorm netwerk van mensen om zich heen. Met haar 87 jaren stond ze nog midden in het leven. Ze zal enorm gemist worden.

Heks krijgt een overdosis familie te verstouwen, niet mijn sterkste punt. Toch sla ik me dapper door alle gesprekken heen. Hoe het met me gaat? Daar lul ik me dan uit. In werkelijkheid heb ik geen idee. Wat heb ik nu voor’n leven? Ik ben de risee van de familie. Althans, zo ervaar ik het vaak.

Vandaag kom ik echter allemaal lieve neven en nichten tegen en ooms en tantes en een zuster, die echt enorm blij zijn om me te zien. Een fijne ervaring.

Ons eigen gezin is helemaal uit elkaar gevallen. Of ik ben eruit gevallen. Uit het nest geduveld. Een beetje geduwd misschien? Ik heb me nog een hele tijd aan de rand vastgeklampt. Heb me terug naar binnen geprobeerd te wurmen. Iets dat het bij vogels meestal goed doet.

En uiteindelijk losgelaten. Noodgedwongen. Wegens vergaand verkrampte spieren. Wat moet je ervan zeggen? Het gebeurt. Zulke dingen. Best vaak zelfs. Het is mij gebeurd.

Ik kijk naar die grote drukke familie. Luidruchtige mensen. Wat een lawaai toch altijd! Saai is het in elk geval nooit bij ons…… Mensen proosten op het rijke leven van mijn tante. Heks luistert naar alle ontroerende verhalen rondom haar dood.

Lachsalvo’s schieten links en rechts uit groepjes omhoog. Ja, lachen kunnen ze als de beste, die familieleden van Heks. Het is één van de mooie erfenissen van mijn voorouders. Naast een vat vol woede is er ook een groot potentieel aan humor doorgegeven.

Dit is de familie van vaderskant, maar de clan van mijn moeder is nog veel erger. Hun humor is bijkans dodelijk. Vraag maar aan mijn exen.

Sergei Polunin

Na een paar uur ben ik helemaal gaar. Om me heen eten mensen taartjes, soep en broodjes. Ik heb ook trek gekregen. Het is dan ook al vier uur intussen. Heks gaat naar huis.

Daar wacht me nog de ondankbare taak om een nieuwe sleutel te laten namaken van dat afgebroken exemplaar. Met de nieuwe sleutel op zak wandel ik weer met VikThor naar de dokter. Het giet bakken van de hemel. Later lees ik dat er op één dag net zoveel regen valt in Leiden en omgeving als normaal gesproken in een maand. Arme tante. Ze treft het niet haar eerste nacht buiten.

Ik stop de sleutel in het slot, maar nee. Hij past niet. Potverdorie.

Weer schelden natuurlijk, want ik ben intussen doodmoe. En helemaal doorweekt. Toch ga ik mijn auto halen. Dus weer lopen naar huis….. Met mijn halvezolige oververmoeide lijf. Ik durf die fiets daar niet de hele nacht te laten staan.

Tierend rijd ik vervolgens met mijn kanariepiet door de stad. Ik moet enorm omrijden, vanwege de idiote onlogische rijrichtingen in de binnenstad. Vik kijkt me verbaasd aan. Wat heeft de Vrouw toch?

Met een enorme kreun til ik die loodzware fiets in mijn achterklep. Ik heb het eerder gedaan, dus het kan. daar houd ik me aan vast.

Daarna rijd ik stapvoets naar huis. Af en toe moet ik stoppen om de achterklep weer omlaag te doen, want ik heb geen stuk touw bij me. Helemaal afgedraaid zit ik wat later in mijn stoel.

Ik bel de Don. Geduldig luistert hij naar mijn verslag van deze rampendag. Het duurt uren voordat ik weer een beetje mens ben. Dan ga ik eten. Eindelijk. Om vervolgens nog uren wakker te liggen. teveel prikkels, indrukken en emoties. Daar ben ik dan weer eventjes zoet mee.

Later lees ik een raar berichtje op de familie app. Zitten ze me nu te dissen? Ja, het is zo. Of niet? Of toch wel? Mijn god. Het houdt ook nooit op.