Drie oktober 2018. Heks viert het alsof haar leven ervan af hangt. En misschien is dat ook wel zo. Wellicht werkt al die hutspot louterend. Worden met de darmgassen kwade geesten uitgedreven….. Ik heb in ieder geval een topavond. In goed gezelschap. Op een oude vertrouwde plek.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dwrwie oktobew komt er weer aan. Voorafgaand lig ik wekenlang gestrekt. Dan is het opeens bijna drie oktober. Leids Ontzet. Vorig jaar heb ik het niet verder gebracht dan over de feestelijke warenmarkt lopen op de dag zelf. In mijn eentje. Niks aan. De speciale avond vooraf aan drie oktober zat ik uitgeput in mijn huis te luisteren naar het kabaal van een feestende stad.

Dus dit jaar kan ik het natuurlijk helemaal vergeten. Met al die virussen in mijn lijf. En de algehele malaise van een goeie dip in mijn ‘genezingsproces’ van alweer dertig jaar. Een proces, dat nooit heeft uitgeblonken in effectiviteit. Laat staan duurzaamheid. Een tijdelijke opleving op zijn hoogst. Niets bestendigs. Niets maakbaar bestaan.

De Don meldt zich een week van tevoren. ‘Ik kom naar Leiden.’ Oeps. Dan moet ik snel uit de kreukels komen, anders wordt dat niks. Ik zet alles in op ontkreukelen. Ik houd mijn gemak. Ik probeer positieve gedachtes te produceren tegen de snotklippen op.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik heb het leven lief,’ bijvoorbeeld. Dat resoneert goed met mijn binnenkant. En het klinkt gezelliger dan ‘Ik haat mijn leven, ik haat die ziekte, ik heb de pest aan alles en iedereen, die me altijd laten stikken….. Bladiebla….’

‘De kunst is om overal ja tegen te zeggen,’ aldus een heksenvriendinnetje van Heks. Ze zegt het op een moment, dat ik werkelijk niet zit te wachten op dit soort wijsheden, maar evenzogoed heeft ze wel een punt. De kracht van JA. Ik heb er zelfs een boek over staan. Geen doorkomen aan…..

De Don zegt af. Het gaat niet lukken door externe omstandigheden. Heks spreekt af met Trui. ‘Laten we saampjes de stad in gaan.’ Ik ga een poging doen om de dag tevoren hutspot te koken. Met mijn fenomenale klapstuk. ‘Als het lukt, kom dan eten….’

De Don meldt zich weer. Hij komt toch. De externe omstandigheden zijn veranderd. Steenvrouw heb ik intussen ook uitgenodigd. Dat wordt een gezellige boel.

Op maandag kook ik inderdaad ons lokale bevrijdingsgerecht. Er staat voor een weeshuis klapstuk in de oven. Een gigantische pan hutspot maakt het compleet. De Don belt. Hij gaat toch niet komen. Als hij echter hoort over de hutspot met klapstuk besluit hij toch te komen.

Dinsdag 2 oktober ben ik nog steeds op de been. De Don belt af. Het gaat toch niet lukken om die hele reis om de wereld van Groningen naar Leiden voor elkaar te boksen. Jammer! Nu blijven alleen de meisjes over.

Om 6 uur komen mijn vriendinnen. We gaan aan de wijn. Heks ook. Ik heb mijn blauwe knoop in de wilgen gehangen voor dit evenement. Hips dus.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Tegen achten staan we te schreeuwen bij de Taptoe. De zoon van Steenvrouw loopt mee. Zijn marching band staat tien minuten voor onze neus te toeteren en nog hebben we hem niet ontdekt. ‘Misschien ligt hij wel dronken in bed,’ grapt zijn moeder. Sinds kort is zoonlief het huis uit. Ze heeft geen idee meer wat hij allemaal uitspookt……

Dan gaan we naar de WW. Hier gaat de zoon van Ernst spelen met zijn band. Net als zijn vader vroeger. ‘Het begint om 9 uur,’ aldus de Don. Hij heeft het weer van iemand anders gehoord. Steenvrouw is intussen naar huis. Zij zit alweer aan haar tax qua festiviteiten.

In de WW is het uitermate rustig. De band is nog onderweg en gaat niet eerder spelen dan half 11. Meuh. Het is maar de vraag of ik dat ga halen.

Trui en Heks lopen een rondje door de stad. We drinken nog wat. Dat helpt altijd enorm om het iets langer vol te houden in mijn geval. Deze ongezonde vorm van zelfmedicatie. De volgende dag zal blijken dat het toch niet zo’n goed idee is.

Pas tegen middernacht is het bandje volop aan het spelen. Te laat, doordat ze de stad niet door konden komen. Heks heeft een plaatstje helemaal vooraan. Ik heb zelfs een kruk weten te annexeren, dus ik hoef niet de hele tijd te staan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op het hoogtepunt dans ik salsa met een oude vriend. Hij smijt me vanouds de tent door. Ik heb genoeg gedronken om geen last te hebben van pijntjes en krampen. Ook merk ik niks van uit de kom ploppende gewrichten. Ontspannen zwier ik in het rond. Hoera. Ik voel me net een normaal mens.

Daarna zitten we op het terras met de kids van Trui en hun vrienden te klessebessen. Ik krijg het ene na het andere verhaal naar mijn kop. Eigenlijk hoor ik nu in bed te liggen. Ik vraag me af hoe ik in godsnaam naar huis moet komen. Ik ben zo moe als een hond. Dan gaat lopen normaal gesproken al moeilijk. De boel blokkeert. Mijn lijf gaat op slot. Mijn onderdanen veranderen in stokjes…..

Gelukkig heb ik Trui bij me. Er gaat nog een oude vriend van haar mee. Gedrieën zwabberdezwieren we naar Huize Heks. Daar warmen we nog een lekkere pan hutspot op. De vriend laat mijn hondje uit. Wij zijgen neer in de keuken.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De volgende dag heb ik een vreselijke kater. Zoals ongeveer elke ochtend, alleen deze keer is het mede van de drank. Ik heb er dan ook vrede mee. Er staat een geweldige avond tegenover.

Drie oktober blijft Heks in haar holletje. Op wat grote uitlaatrondes met VikThor na. Zo zie ik onderweg nog de wagens van de optocht klaarstaan. Een marching band speelt me van de sokken op de Singel. Overal zitten clubjes bejaarden klaar op hun tuinstoelen……

s ‘Avonds wordt de sfeer in de stad grimmiger. Kroegen braken stomdronken mensen uit. Regelrecht Heks’ steeg in…… Ik steek mijn hoofd uit het raam om te zien of de kust veilig is voor een hondenronde. Een groezelige jongeman houdt verwoed zijn bescheiden penis vast, terwijl hij leunend tegen de deurpost net naast de brievenbus van de buren pist.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik ga gewoon wrijden hoowr!’ lalt verderop een zwaar bezopen gast tegen zijn vrienden. Hij valt steeds om. Ze sjorren hem weer overeind. ‘Maarwrwrw ik ken nog best zelf rwijden hoow! Geef godvewdomme mij autosleutels trwug!’ klauwt hij woedend om zich heen.

Zijn vrienden zijn gelukkig verstandig. Ze geven hem een flinke klap voor zijn kanis. Daarna heeft hij niet meer zoveel praatjes……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

3 oktober leent zich niet voor sober: Wij Leienaars pakken uit! Onstuitbaar stuwen we door de straten! Voortgedreven door onze persoonlijke uitlaatgassen! Veroorzaakt door het traditionele bij deze datum behorende gerecht: Hutspot met klapstuk! Heks viert ook feest! Thuis! Met de deuren en ramen wijd open……

Het is feest in Leiden. Al een paar weken zijn mijn stadsgenoten bezig met de voorbereidingen. Er verschijnen grote lichtborden met teksten als ‘nog tig dagen en dan is het dwwrie oktober’ en dergelijke. Wij Leienaars verheugen ons op die dag als een kind op zijn verjaardag!

Al een week voordat de festiviteiten losbarsten ligt de hele stad op zijn gat. Wil ik naar de fysiotherapeut en moet ik langs het station? Er is geen doorkomen aan. Overal staan mannetjes in gele en oranje jasjes naast hekken te posten. De godganse dag. Wat doen die mensen normaal gesproken vraag ik me dan af. Waar komen al die mannetjes vandaan?

En kan ik er eentje lenen om hier voor de deur te zetten? Wat kost dat?

De kermis is weer gigantisch dit jaar. Een reusachtig rad flikkert zijn lichten over de stad. Tuimelaars vol gillende mensen zwaaien door de lucht. Eindelijk is het dan zover, de kermis trapt af, gevolgd door de Taptoe. De vooravond van het feest, twee oktober is traditioneel het beste deel der festiviteiten.

Mensen zijn nog fris, de drank zit er nog niet tot de nok toe in; De stad is nog niet nat gepiest en ondergekotst. Heks loopt over de traditionele markt langs de grachten. Ik ploeter me door de aangroeiende mensenmassa, want ik ben op weg naar huis. Met tassen vol boodschappen: Ik woon namelijk in het oog van deze orkaan.

In de oven staat klapstuk aan te braden. Snel gooi ik er bier, sjalotjes, wortel, kruiden en mijn geheime ingrediënt bij. Nu nog een paar uur geduldig wachten en dan…… Smullen maar.

Ik heb wilde plannen om eventjes de stad in te gaan. Misschien weer eens een nacht op het biljart dansen? Ik heb er best zin in. Maar als ik in mijn stoel zit na de boodschappen en het koken ben ik kapot.

Mijn hele lijf doet pijn en langzaam stijven mijn protesterende spieren ook nog eens op, zodat een gang naar de keuken om eventjes te checken of alles daar goed gaat al een hele bevalling is. Laat staan geworstel door een dronken massa. Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken.

Onder mijn raam stelt de fanfare zich op. Ze oefenen hier om de hoek bij de padvinders. Ze hebben het vreselijk druk deze dagen. Eerst de Taptoe, morgenochtend vroeg het Reveille en dan nog de Grote Optocht! Even later marcheren ze luid toeterend de steeg uit.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM klapstuk à  la Heks

Een paar uur later toeteren ze zich een weg terug naar hun honk. Heks zit nog steeds bewegingsloos in haar stoel. Uitgaan zit er niet meer in. Ik voel me zelfs licht grieperig.  getsie.

De zwarte panter loopt nog buiten en dat zit me niet lekker. Hij is al anderhalve dag op stap, maar nu moet hij toch eens thuis komen. Een uitgebreide zoekronde door de buurt heeft echter niets opgeleverd. Plotseling hoor ik een vrouwenstem door het open raam. ‘Poesie, kom eens hier poesie.’

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

In een sprong ben ik bij het raam. Ik zie een jong stel in de steeg, maar mijn kat zie ik niet. ‘Meneer, loopt daar om de hoek een kat? Hallo, meneer, mevrouw….’

Het duurt eventjes voordat ze me horen boven het lawaai uit, maar dan blijken ze inderdaad Ferguut in zijn kraag te hebben gevat. Als een haas ren ik naar beneden om mijn schatje op te halen. ‘Dank jullie wel, hij mag niet meer naar buiten voorlopig….’ het stel moet lachen. Hun katten zitten ook opgesloten, vertellen ze me. Ze zijn blij met hun goede daad. Heks ook!

De molen van mijn vriend molenaar staat in de feeststand. Met natuurlijk een drie oktobervlag in de wieken!

Wat later app ik met Fiederelsje. Ook zij is snipverkouden en licht grieperig. ‘Heb je zin in klapstuk morgen? Mits onze slijmvliezen het toestaan?’ We spreken af om morgen te kijken hoe we ons dan voelen. En als dat ook maar een beetje boven de streep is, dan komen mijn vrienden hier eten!

‘Zal ik een lekker taartje maken? Ik ben aan het experimenteren met koude taarten, net als jij Heks, je hebt me geïnspireerd….,’ Heks moet lachen, ‘Ik heb een taart gebakken schat. Een heerlijke perencrumble. Dus dat wordt dan een grand dessert!’

Zo zit ik op twee oktober met deuren en ramen open te luisteren naar de bruisende stad. Onder mijn raam loopt een stoet mensen van hot naar her. De steeg fungeert als sluiproute. En klankkast. Alsmede plasgoot helaas.

Tjongejonge wat komt er weer een golf urine los uit Jan en Alleman. Het is toch godgeklaagd dat onlangs een vrouw een fikse boete moest betalen, omdat ze nergens terecht kon met haar hoge nood, niet in haar broek wilde pissen en toen maar ergens op straat is gaan zitten, terwijl die kerels dat slurfje ongestraft overal op los mogen laten hier in de stad tijdens Leidens Ontzet. Bedenk ik me ontzet! Geen haan die ernaar kraait, zolang een kip het maar niet doet…..

Ik zie zelfs een kerel vijf minuten onafgebroken urineren tegen de gevel van het hotel aan de overkant, terwijl hij tegelijkertijd een blik bier in zijn mond geklemd houdt. Af en toe gooit hij zijn hoofd achterover om een slok te nemen. Hij heeft genoeg tijd om een heel blik te ledigen, zolang duurt zijn geplas.

‘Kom op VikThor, jij moet er nog eventjes uit, je hele territorium is verpest door al die kerels, dus leef je uit…..’ om een uurtje of vier ’s nachts loop ik nog een rondje. Ik heb voor de televisie liggen slapen, dwars door alle herrie heen. Alhoewel, was het wel zo’n lawaai? Het viel eigenlijk best mee…..

Lang leve de harde wind. Nog nooit was het zo stil in de stad tijdens drie oktober als dit jaar. ‘Spelen er nu gewoon geen bandjes? Is de kermis al gesloten?’ vraag ik me herhaaldelijk af. Maar nee, de kermis draait op volle toeren en links en rechts staan hopeloze flutterige gelegenheidsformaties de sterren van de hemel te coveren.

Als ik de deur uitloop zie ik dat ons portiek ook al functioneert als openbaar toilet. Getsie. Een dikke urinedamp walmt me tegemoet. Daar moet ik maar snel een emmertje sop overheen smijten morgen…..

Ach Heks, het wordt wel erg minimaal, de manier waarop je drie oktober viert. Klapstuk koken en daarna in bed gaan liggen, terwijl je luistert naar een feestende stad. In je dooie eentje. Wat kan het schelen? Je mag al blij zijn dat je niet altijd in bed ligt. Hoe dan ook, ik verdom het om me er zielig bij te voelen. Sterker nog: Ik geniet van de bruisende energie rondom mijn woning……

Een dag later komen mijn vrienden dineren. We hebben een heerlijke avond, met de feestende stad op de achtergrond en hutspot op ons bord.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

‘Ik was bijna lid gemaakt van De 3 Oktober Vereniging, Heks, vrienden van me hadden bedacht dat dat wel leuk zou zijn voor iemand uit België…..’ mijn vriendin is serieus ondanks haar brede grijns, ‘Ik woon hier alweer meer dan dertig jaar, Heksje! Ik ben bijkant een echte Leidse. Het lijkt me best leuk om lid te zijn en dan haring en wittebrood te gaan halen,,,,’

‘Ik wil ook weer eens naar het Reveilll en de koraalzang ’s morgens vroeg,’ vervolgt ze haar verlanglijstje. Heks ging vroeger ook altijd naar het Reveille, ik ging dan op twee oktober gewoon door tot de volgende ochtend. Na de ouderwetse samenzang werd er pas geslapen…..

‘Laten we lid worden van de vereniging en weer eens naar het Rweveillllllllll gaan. Lijkt me fantastisch, gaan we doen schat!’ We tikken elkaars hand aan in de lucht om het te bezegelen. Ja leuk. Volgend jaar dan maar, want dit jaar lukt niet meer……

 

Alles is relatief! Is jarenlang mijn rechterarm mijn ‘slechte’ arm, nu is mijn arme linkerarm de armzalige…. En ook: Als je links weg haalt wordt de linkerkant van rechts links. Maar dat is weer een heel ander verhaal!

De dag na kerst zit ik alweer bij mijn huisarts. Ik zie de man bijna dagelijks de laatste tijd. ‘Wat zal het deze keer zijn?’ zie ik hem denken. ‘Ik wil een cortisone prik,’ steek ik maar direct van wal. De dokter kijkt me glazig aan. Wat nu weer? Een paardenmiddel van stal halen? En dat voor iemand die zich hevig verzet tegen behandeling met antibiotica en morfine……

Ja. Heks is het zat om te creperen van de pijn. Zonder uitzicht op verbetering. Al weken neemt de pijn in mijn rug, linkerschouder en -arm al mijn aandacht en energie in beslag. ‘Hoezo heb jij niks bij een reumatoloog te zoeken, Heks?’ vraagt mijn fysiotherapeut me onlangs, ‘Die gewrichten van jou zijn behoorlijk ontstoken door alle irritatie.’ Oh. Oeps.

Zo heb ik het nooit bekeken.

Met kerst spreek ik een familielid met in toenemende mate vergelijkbare fibromyalgische klachten. Die krijgt knoepers van cortisone injecties. En dat helpt. Waarom heb ik daar nooit eerder aan gedacht?

Zo race ik die middag door de stad op mijn elektrische fiets met hondenkar. Eerst naar de fysiotherapeut,. Dan naar de apotheek om de ampul op te halen. Opnieuw naar de huisarts voor de daadwerkelijke prik. Een heel gedoe, want de locaties bevinden zich in allerlei uithoeken van de stad.

Geen pretje ook dat gehobbel met die schouder uit zijn verband en die dove arm en hand. Ik weet gewoonweg niet hoe ik op mijn fiets moet zitten. De auto is echter geen optie. De stad zit vol koopjesjagende kerstvakantiegangers. Geen doorkomen aan.

‘Waar zal ik hem zetten? Hier vooraan maar, daar zitten de meest pijnlijke pezen en aanhechtingen…’ De injectie wordt geprepareerd. ‘Er gaat een stevige verdoving bij, lidocaïne, dat is protocol,’ mijn huisarts staat geconcentreerd te fröbelen. Ale ingrediënten gaan in 1 spuit. Dat scheelt. Ik zie er bepaald niet naar uit.

Het is een rotprik. En het duurt maar en duurt maar. Ik verplaats mijn aandacht naar mijn friemelende tenen en zit het uit. ‘Zo, al klaar. Laat me over pakweg twee weken even weten hoe het ervoor staat,’ stralend geeft hij me een hand. Zo is hij. Altijd positief. Ik heb echt een fijne huisarts, ook al zijn we het niet altijd met elkaar eens.

Als ik de trap afloop voel ik me al een ander mens. ‘Het zal die verdoving wel zijn,’ denk ik bij mezelf, ‘eerst maar eens kijken hoe het ervoor staat als die is uitgewerkt.’ Maar het effect blijft. De dooie vingers lopen terug van drie naar anderhalf. De onderarm raakt uit de kramp. De schouder kalmeert enigszins.

Verder zit er nog van alles schots en scheef in die streek, maar nu kan de boel tenminste genezen en langzaam maar zeker weer op zijn plek vallen. Hoop ik. Vooralsnog scheelt het gigantisch in de pijn. Ik kan weer een beetje op een stoel zitten. En op de fiets.

Wel moet ik de geprikte schouder volledig ontzien. Hetgeen moeilijk is als de pijn vermindert. Ik probeer zoveel mogelijk met mijn rechterarm te doen. Jarenlang mijn slechte arm. Alles is relatief!

Een week later overleg ik met de huisarts. Ik wil een verwijzing voor de pijnpoli en voor de reumatoloog. Dat eindeloze getob in mijn eentje moet maar eens afgelopen zijn. Weg met al die ontstekingen en weg met de pijn!

 

 

Ter nagedachtenis aan een vrouw, die ons leerde te accepteren wat onvermijdelijk is, maar tevens te woekeren met de mogelijkheden, die je wel hebt. Een kanjer. Een fenomeen. Geen mevrouw …….., nee. Gewoon Cisca.

Vandaag is het prachtig weer. Het zonnetjes schijnt. De voorspelde storm is uitgebleven. Gelukkig maar, want vandaag stopt mijn vriendin haar geliefde in de grond. Gewoon in een dekentje gewikkeld. Op een natuurbegraafplaats ergens in het prachtige Limburg.

‘We maken er gewoon een soort schoolreisje van,’ vertrouwt ze me toe gisteren bij het vieren van het rijke leven van haar vrouw, ‘Met z’n allen in de bus!’

Tweede kerstdag ga ik naar het huis van mijn vriendin. Haar geliefde ligt boven opgebaard op bed. Haar gezicht is zo mooi en vredig. Haar kleine lijf lijkt opeens veel groter. Rustig zitten we een tijdje bij haar te klessebessen.

‘Wat moet het moeilijk voor haar geweest zijn om ook de functionaliteit in haar armen en handen te verliezen,’ zegt de gewezen fysiotherapeut van de ons ontvallen kanjer tegen mijn vriendin Ras. ‘Ach joh, daar had ze zich bij neergelegd, dat was voor haar helemaal niet zo belangrijk.’

‘Goeie hemeltje,’ denk ik bij mezelf, ‘sommige mensen maken meer stampij over een aambei, dan deze vrouw over het verlies van haar vermogen om te lopen, auto te rijden of zelfs maar zelfstandig te kunnen eten.’ Geen wonder dat zovelen door haar werden geïnspireerd!

Later die middag krijg ik een cadeautje van Ras. ‘Ik heb het besteld nadat ik jouw depriblog had gelezen.’ Ik kijk naar de elegante oorhangertjes: twee sierlijke poezenbeesten. Besteld in een ander leven om mij te troosten…..

‘Voor mijn lief had ik ook een paar oorbelletjes besteld, dikke poezen, want ze had sinds kort gaatjes in haar oren, omdat armbanden, kettingen en ringen geen optie meer waren. En ze toch sierraden wilde dragen! Ik heb ze zelf maar ingedaan.’

‘En weet je wat zo grappig is, kijk eens op het doosje: St. Justin! Ze zijn gemaakt van tin. Just tin!’ We beginnen te lachen. Grappig weer. ‘Uit Cornwall? Ik ben daar als jong meisje eens in een tinmijn geweest.’ Inderdaad. De juweeltjes komen uit die streek.

Het afscheid is indrukwekkend. Chaotisch ook en in die zin helemaal in de lijn van dit gouden koppel. Heks is diep geraakt. Deze twee hebben altijd iets van hun leven gemaakt. Ondanks beperkingen en achteruitgang. Een maand geleden waren ze nog samen in de bergen in Spanje! Fantastisch!

Ik zie allemaal prachtige foto’s van een vervuld leven. Bijna achtentwintig jaar lief en leed gedeeld. Wat een mooie meiden! Piepjong ooit samen begonnen. En nu dit afscheid. Zo gemeen van het leven!

Het leven is niet eerlijk. Er zijn mensen met zoveel op hun bordje, dat er geen doorkomen aan is. Anderen flierefluiten zorgeloos en kerngezond lekker in de rondte en hebben vaak nog commentaar op eerstgenoemden op de koop toe!

Heks denkt aan haar eigen verbroken relatie. Hoe we zelfs de eerste minuscule probleempjes nog niet hebben kunnen uitpraten. Hoe we niet samen zij aan zij tegen de moeilijkheden van het leven streden maar tegen elkaar……

Vrede

Vandaag is een mooie zonnige dag. Bijna de laatste dag van 2015. Ik denk aan alle mensen, die gevoelige verliezen hebben geleden dit jaar. Mijn hart gaat naar hen uit. Morgen ga ik met de heksen mediteren, de jaarlijkse Wereldvredesmeditatie bij Maan.

Laten we er toch vooral iets goeds van maken met zijn allen. Heks gaat ook weer haar gloeiende best doen komend jaar. Niet met water naar de zee dragen of dweilen met de kraan open. Dat kunstje ken ik al. Maar gewoon: Van al mijn partners houden. Om een ander geven. Een klein beetje bijdragen.

depositphotos_21394315-Drawing-of-two-women-holding-hands

Ga jij voor je geluk of voor je gelijk?