Krachtdier daar, krachtdier hier. Wie oh wie is mijn krachtdier? Leven slaat hints om mijn oren. Wil ik horen? Wil ik zien? Misschien heb ik wel vele vrienden die me helpen. Niet één of twee, maar pakweg tien……..

Op een dag nam mijn opa me tijdens ons wekelijkse zondagse bezoek mee naar de grootouderlijke slaapkamer. Heks was nog maar een piepklein heksje! Ik drentelde op tuimelvoetjes achter mijn grootvader aan. Nieuwsgierig gevolgd door mijn moeder en zusje.

Achter in de kledingkast lag een cadeautje voor me. Ik mocht het zelf gaan pakken. Ik verdween helemaal tussen de kostuums, jurken en corseletten. Ik weet het nog goed, ondanks het feit, dat ik nog maar nauwelijks kon lopen. Het heeft enorm veel indruk gemaakt.

Mijn opa gaf nooit cadeautjes aan de kleinkinderen. Dat was het terrein van oma. Zij kocht de presentjes en deelde ze uit. Ik heb het mijn opa dan ook ooit meer zien doen. Noch bij mezelf, noch bij enig ander kleinkind. En dat waren er genoeg. Heks komt uit een grote clan.

Het was dus een bijzondere aangelegenheid.

Uit de kast kwam een pak. Uit het pak kwam een beer. Een echte ouderwetse teddybeer. Ik noemde hem BEER, want zo heette hij. Sinds die eerste dag waren we onafscheidelijk. Beer ging overal mee naar toe. Met een onzichtbaar koord zat hij aan me vast. Je kon me uittekenen met mijn duim in mijn mond en Beer aan een poot slepend over de grond achter me aan.

Mijn moeder heeft hem later weggegooid. Hij zal wel een arm of been hebben gemist. Zij had geen last van sentimenten omtrent dierbaar speelgoed. Ergens in de loop van mijn vierde of vijfde levensjaar is Beer uit mijn bestaan verdwenen.

Nu we op de Heksenopleiding met krachtdieren bezig zijn komt mijn oude vriend plotseling weer regelmatig in mijn gedachten. Niet dat hij ooit helemaal weg is geweest. Met enige regelmaat tik ik een beer ergens op de kop. Ik heb nog steeds een enorm zwak voor dit type knuffels. En met enige regelmaat eet een hond van me dan zo’n speelgoedbeer weer op.

Ik heb overigens nooit meer een teddybeer gevonden, die sprekend op het exemplaar uit mijn jonge jaren lijkt……

Afgelopen winter, vlak voordat ik me opgeef voor de sjamanistische jaaropleiding, vind ik een lief prentje van een beer in de kringloop. Het blijkt een genummerd exemplaar te zijn uit de serie ‘Sporting Bears’ van Sue Willis, een mijn tot dan toe onbekende kunstenares. Het is niet heel veel waard, dat is dan weer het gekke. Maar voor mij is het goud: Heks is direct dol op het plaatje.

Na de tweede lesdag zit die oude honingsnoeper naast me in de auto. Eenmaal thuisgekomen is hij zeer aanwezig in mijn belevingswereld. Mijn oude vriend. Mijn grote beschermer. Ik voel hoe hij als een duffelse jas om mijn schouders glijdt. De term ‘I have your back’ schiet door me heen.

Toch heb ik een gigantisch probleem met mijn gigantische vriend. Hij houdt er niet van om Beer genoemd te worden. En laat dat nu net de naam zijn, waaronder hij me jaren heeft vergezeld. Het is het eerste wat in mijn hoofd op komt, als ik aan hem denk.

Ik oefen met zijn andere namen. Honingsnoeper, hij die op 2 benen loopt, Besseneter…… Het beklijft niet.

Mijn queeste naar mijn krachtdieren is in volle gang. Want wat bijvoorbeeld te denken van al die kikkers, die mijn heksenhuisje sinds jaar en dag bevolken? En heb ik ook niet eens een hert net niet op mijn bumper gehad? Tot twee keer toe? In dezelfde vakantie!

De eerste keer midden in de nacht in een uitgestrekt bos in Noord Frankrijk. Heks was op vakantie met haar hondje Ysbrandt. Ik ging mijn stem bevrijden in dat prachtige geitenwollensokkenoord Ecolony.

Plotseling spring er een enorm hert uit de struiken pal voor mijn auto. Ik zie in een fractie van een seconde alle details van het dier in het licht van mijn koplampen. Een halve meter voor mijn bumper…….Het volgende moment is de schoonheid met een elegante reuzensprong in het bos aan de overkant van de weg verdwenen…….

En heb ik niet een paar jaar geleden een uil gered? Ben ik hevig verliefd geworden op die schat! Staan er nu ook allemaal uilen in mijn huis. Hertjes ook trouwens…….

En ben ik niet dol op draken en eenhoorns? Woont er niet sinds jaar en dag een groene draak van een draak in mijn hart? En heb ikzelf niet een magische achternaam? Een mythologisch dier zomaar voor het oprapen?

Zondag vind ik een prachtige steen op een warenmarkt hier om de hoek. Het is een Septarie, ofwel een Drakenei. Heks ziet er een afbeelding van de Zwarte Madonna in. Ik raak in gesprek met de verkoper.

Een heel leuk heksengesprek verder loop ik met de steen onder mijn arm weer naar huis.

De Zwarte Madonna was de eerste gedaante, die mijn innerlijk landschap bevolkte. Tijdens mijn initiatie als toverkol werd ik op pad gestuurd in de Ardennen om haar te zoeken. Samen met een bevriende regressietherapeut. We kregen tips uit andere dimensies…….

We vonden haar uiteindelijk in een klein museum in een stadje in België. Een minuscuul beeldje. Sindsdien woont ze in mijn hart.

Kristallen zijn ook vrienden van me. Helpers. Ze roepen me vanuit obscure winkeltjes, waar je hen nooit zou verwachten. Ze komen op wonderbaarlijke wijze op mijn pad soms. Ik heb wel eens een mooie hanger tussen mijn sierraden gevonden, die ik nooit heb aangeschaft. Op een of andere mysterieuze manier is die daar in die lade terecht gekomen.

Groene Draak woont ook al jaren in mijn hart!

Zo kwam Beer ook naar me toe middels iemand, die nooit cadeautjes gaf. Zelfs niet aan zijn eigen vrouw. Ik moet me dan ook maar geen zorgen maken over wie mijn krachtdieren zijn. Ze laten zich echt niet tegenhouden als ze bij je willen komen.

Vorige week ontdekken mijn hulp en ik een nest muizen in de berging. Muis is net begonnen met het verzamelen van zachte lapjes. Hiertoe heeft ze een antieke Russische winterjas in stukjes geknaagd.

Er zijn nog geen jonge muisjes te bekennen in het nest, dus we zetten het opklapbed, waar het nest in zit, buiten voor de deur. Muis moet haar huisvesting maar elders voortzetten.

Als we het bed verplaatsen gaat de muis er vandoor. Snel rent ze de hoek van de steeg om richting museum. Daar is het prima toeven voor muizen weet ik van mijn kat Ferguut. Het is een uitstekende locatie voor de muizenjacht. Mijn panter laat zich met enige regelmaat expres insluiten voor een bacchanaal.

Zondag aan het eind van de middag fiets ik naar Kras. We gaan weer heerlijk mediteren. Onze Pop Up Sangha loopt als een tierelier. Als we de spirit krijgen en we hebben genoeg energie bellen we elkaar op. Vervolgens komt ze hierheen of ga ik naar haar huis. Ook afhankelijk van onze fysieke mogelijkheden op dat moment; MEDITEREN OP MAAT!

Ik heb mijn nieuwe steen meegenomen. Sinds enige tijd is Kras ook helemaal verslingerd aan kristallen. We zetten de steen neer met een kaarsje erbij. Dan lees ik een willekeurige tekst van Thay. Die is echter zo ongelofelijk to the point voor ons allebei. Ik heb em zomaar lukraak uit een pak kaarten met teksten gegrist!

Het leven zit vol magie. Vaak zien we het niet. Moet je eerst om de oren worden geslagen met hints……..

 

Ik baal! Ik baal van die Bengaal. Die KUT-Bengaal haalt dagelijks verhaal bij mijn kat. De schat wordt geterroriseerd! En bezeerd. Volstrekt verkeerd: Zo’n wilde kat hier in de stad…….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Heks, Ik heb allemaal kattenspulletjes voor je,’ Schilder belt me onverwachts op. Een aantal jaar geleden alweer. Toen hij nog onder ons was. ‘Een hele chique bak, kattengrit, een zak super voer….’ Goh, ik wist niet dat hij weer een kat had. ‘Ik heb zo’n Savannah kat genomen, Heks. Een monster. Het is nog maar een kitten, maar wat voor eentje…..’

‘Hij breekt de boel compleet af hier binnen. Hij rent tegen de muren omhoog en bespringt me vervolgens. Hij slaat zijn klauwen in me! Ik ben gewoonweg bang voor die piepjonge kat. Een kitten! Nog nooit zoiets meegemaakt. Het is een prachtig beest, maar volstrekt gestoord. Niet te houden in een normaal huishouden. Ik heb hem na drie weken aanmodderen dan ook maar weer teruggebracht….’

Mijn oude vriend heeft zijn leven lang katten gehad, dus Heks is nogal verbaasd. Wat zijn dat voor’n katten, die Saharakatten? Half wild? Waarom willen mensen in godsnaam zo’n beest in huis hebben? Prestige? Algehele gekte? Wat bezield hen?

Een paar maanden geleden kom ik de voordeur uit met VikThor en Ferguut. We gaan een plasrondje wandelen door de wijk. Vanuit het niets vliegt een uit de kluiten gewassen kat door de lucht naar ons toe. Het is een schitterend dier. Vier klauwen strekken zich uit door de lucht.

Hij probeert op mijn kat te landen. Of mijn hond. Of misschien zelfs wel op Heks. Ik wacht het niet af en ga met maaiende armen op het monster af.  Schreeuwend. De katachtige draait zich om in de lucht(!) en verdwijnt in een steeg. Het is die verdomde Bengaal van de buren. Dat beest is onlangs volwassen geworden. Hormonaal geladen valt hij mij en de mijnen aan. Het is een prachtig dier. In de jungle. Niet hier. 

Maandag ben ik alweer bij de dierenarts. Met drie katten deze keer. ‘Ik neem eerst de ouwetjes mee, want ik maak me zorgen over alledrie eigenlijk. Pippi wast zich al jaren niet goed en ze hoest af en toe als een ouwe zwerver. Snuitje wast haar achterhand niet, ik vermoed artrose. En Ferguut……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Mijn dolende ridder doet enigszins vreemd. Er is iets met hem, maar ik weet niet wat. Volgens mij heeft hij vorige week twee keer op mijn bed gepiest. De tweede keer betrapte ik hem min of meer. Dus vandaar dat ik hem verdenk. En toen dacht ik natuurlijk direct aan blaasgruis. Daar ben ik wel eens bijna een kat door kwijtgeraakt. Die schrik zit er nog steeds in!

Het heeft wat voeten in de aarde om met het hele spul op het juiste tijdstip acte de présence te geven. Vooral omdat ik door een vorige week reeds verstuurde bevestigingsmail op het verkeerde been wordt gezet. ‘Vergeet uw afspraak om 13.30 niet,’ lees ik in de bewuste mail. Wel gek dat ze em drie keer sturen. Oh ja, ik heb natuurlijk ook drie afspraken. Vorige week eentje, volgende week nog eentje en vandaag…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks loopt op haar tandvlees. Ik moet nodig eens een dagje crashen, maar dat komt er niet van met mijn nieuwe bezigheden. Vanavond heb ik bijvoorbeeld cursus Klezmer zingen. Het is ook hollen of stilstaan bij Heks. Ja, vind je het gek. Na vijf maanden voornamelijk in bed wil ik zoveel mogelijk genieten van de iets meer armslag die ik heb qua energie. En de daarbijbehorende bewegingsvrijheid!

Om kwart voor 1 ga ik het spul verzamelen. Ik kan de vervoersmanden nergens vinden. Ik heb er zeker zes. Oh jee. We hebben vorig jaar de berging opgeruimd. Die dingen zijn natuurlijk grondig opgeborgen. Slechts twee exemplaren weet ik tussen de opnieuw ontstane troep vandaan te vissen. ‘Ik stop Ferguut gewoon in de vervoersbench van VikThor. Het is wel een gesjouw, maar vooruit maar…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het zit me toch niet lekker dat de afspraak om half twee is, terwijl mijn agenda piept dat het om 1 uur is. Ik heb met enige regelmaat ruzie met de agenda op mijn Iphone. Als hij niet synchroniseert met mijn computer bijvoorbeeld. Als afspraken verdwijnen en weer verschijnen, zonder dat ik snap waar het aan ligt. Wantrouwig bekijk ik nog eens de mailtjes.

Em ja, je raadt het al. Warhoofd Heks heeft weer eens lopen kloten. De drie mailtje gaan over de drie afspraken met drie katten vandaag. Voor elke kat een mail. Een geval van overbureaucratie. Verwarrend tot op het bot voor ongeorganiseerde types zoals ik. Die het moeten hebben van duidelijke informatie. Die geen mail teveel lezen.

De eerste afspraak is al om 1 uur en het is intussen vijf voor 1. Ik ga het met geen mogelijkheid redden: Katten vangen, in auto stoppen, erheen rijden, dat hele tuincentrum doorkarren met een winkelwagen voor protesterend miauwende huisgenoten…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com©Toverheks.com

Snel bel ik de dierenarts. Leg uit wat er aan de hand is. Haast me vervolgens een slag in de rondte. Worstel met die enorme bench, hij past niet in de auto, wat gek, is dat ding opeens gegroeid? Nee, ik moet em half inklappen herontdek ik. Bijna ontsnapt de panter me. Ik kan hem nog net in zijn kladden grijpen……..

Ik win al met al 7 minuten met al dat gehaast. Maar ik raak een jaar van mijn leven kwijt. Zucht.

Gelukkig is het konijn, dat na mij gepland staat, weer gaan eten. Dus die afspraak gaat niet door. We hebben alle tijd  voor het consult.

Mijn zorgen rond Pippi en Snuitje blijken ongegrond. Beide dames zijn in prima conditie. ‘Pippi is waarschijnlijk gewoon een kat, die zichzelf iet wast,’ aldus de dierenarts. Ik had haar beter Floddertje kunnen noemen, alhoewel Pippi Langkous ook niet bepaald uitblinkt in persoonlijke hygiëne……

‘Snuitje heeft flink artrose. Kijk maar. Als ik haar hier probeer te strekken, doet dat echt zeer. Ik zie het aan haar reactie. Ik stel voor om haar op een dosis pijnstiller/ontstekingsremmer te zetten. Groot kans, dat ze er enorm van opknapt.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verder zijn de dames zo gezond als een vis. Maar dan Ferguut. Vorige week heeft hij twee keer op mijn bed gepiest. Ik zou hem nooit hebben verdacht, als ik hem niet op heterdaad had betrapt. ‘Ik heb hem toen linea recta naar buiten gebonjourd. Maar het heeft me wel aan het denken gezet. Zou hij soms last hebben van blaasgruis?’

Ik heb geprobeerd een plasje op te vangen, maar dat is helaas mislukt. Meneer piest liever buiten. Hij heeft intussen wel een volle blaas constateert de dierendokter. Geroutineerd kijkt ze mijn panter na. Op de plek waar het laatste abces heeft gezeten steekt nu een bot uit. ‘Die spier is aangetast door dat enorme abces. Dat komt helaas niet meer goed.’

Dan kijkt ze zijn gebit na. Tot onze schrik zien we dat er een groot bloedend gat gaapt waar eerst een grote voortand zat. ‘Die is er uit geslagen door een enorme kat. Het is echt met veel geweld gebeurd……’ Een klamme hand sluit zich om mijn hart.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Kijk, katten vechten. Een rafelig oor of een winkelhaak hier of daar? Een keertje een abces? Het kan gebeuren. Maar vier keer op rij een behoorlijk ernstige verwonding binnen een half jaar? Toegebracht door een katachtige? Dat is echt niet normaal. 

Heks heeft een hoofdverdachte: De Bengaalse kat van een koppel op de Lange Mare. Het dier is afgelopen jaar volwassen geworden en dat is goed te merken. Geen enkele kat is meer veilig voor het monster, maar hij heeft het vooral voorzien op mijn zwervende boerenridder Ferguut. 

‘Geen enkele huiskat is ook maar een beetje partij voor zo’n Bengaal,’ zegt de dierenarts bij het eerste ongeluk. “Eigenlijk zouden mensen zulke katten niet moeten houden hier in Nederland. Het zijn wilde katten. Totaal niet geschikt om rond te laten lopen in een buurt vol huiskatten….’

Heks spreekt na een knakstaart en twee abcessen de bewuste buurvrouw aan op haar kat. ‘Hahaha, ja, wat wil je dat ik eraan doe? ik kan hier echt niks mee,’ het mens maakt zich bepaald niet druk om het gedrag van haar halve wilde kat. 

Ook als ik afgelopen week bij haar aan de deur sta om verhaal te halen, nadat de dierenarts heeft geconstateerd dat er met geweld een tand uit de bek van mijn kat is geslagen, is ze niet onder de indruk. Haar man gooit zelfs de deur dicht in mijn gezicht. Wat een lompe eikel. De vrouw zelf lacht me hartelijk uit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Nadat ze eerst met een uitgestreken smoelwerk zegt dat we niet gaan schreeuwen. Heks heeft inderdaad haar stemgeluid verheven, nadat buurvrouw verbaal haar kont afveegt met mijn zorgen om mijn kat. Schreeuwen is iets anders. Ik ben niet buiten zinnen. Noch bedreig ik de vrouw.

‘Wat wil je dat ik er aan doe?’ schreeuwt de boze buurvrouw me na. Apart toch weer. Zegt ze een minuut eerder nog op betuttelende toon dat we niet gaan schreeuwen, nu doet ze het zelf. ‘Ik kom geen ruzie met je maken, ik kom je aalleen vertellen, dat ik de wijkagent en dierenpolitie op de zaak ga zetten,’ zeg ik rustig tegen de schreeuwlelijk.

‘Er bestaat in Nederland een gedoogbeleid voor dit soort katten om hen buiten te laten rondlopen. Bengaalse katten zijn verboden, maar vanaf de zoveelste generatie kruisen mogen ze wel gehouden worden. Maar naar buiten gaan is een ander verhaal. Dat valt dus onder dat gedoogbeleid…. Zondag ga ik bovendien aangifte doen van mishandeling op advies van de Dierenbescherming….’

‘Nou, ik zie die wijkagent wel verschijnen,’ teemt de buurvrouw, om schaterenlachend te vervolgen dat ze het wel zielig vindt voor mijn kat. ‘Wat wil je dat ik er aan doe?’

‘Zal ik er dan maar wat aan doen?’ ben ik geneigd te zeggen. Ik heb al dagen visioenen om dat klotebeest te vangen en uit te zetten op een waddeneiland…….

De politie komt langs om over die kat te praten. Ze kunnen niet veel doen en ook zij raden me aan om aangifte te doen. ‘Bereid het goed voor. Neem zoveel mogelijk informatie mee over wat er gebeurd is.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De dierenarts schrijft op mijn verzoek een verslag van alle verwondingen en behandelingen van het afgelopen jaar. Ook hierin gaat weer dat het niet wenselijk is om zulke dieren op straat te laten lopen. ‘Het is zoiets als wanneer ik een halve wolf hier in de wijk loslaat. Daar maak ik ook geen vrienden mee,’ zeg ik tegen Buurman. 

Hij woont naast de baasjes van de kutkat. Zij is al uitgebreid verhaal komen halen bij hem. Ja, lekker is dat.

Maar alles goed en wel. Intussen loopt die rot Bengaal nog steeds hier door de buurt te paraderen. Gisterenmorgen hoor ik een hels kabaal in de steeg. Mijn panter zit onder een vuilcontainer te wachten totdat hij naar binnen kan. De Bengaal probeert hem aan te vallen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De eigenaresse van de bloemenwinkel rent verschrikt naar buiten. Heks schreeuwt als een viswijf tegen de Bengaal. Hij gaat er als een haas vandoor. Snel ga ik naar beneden om mijn panter op te halen.

‘Zag jij ook dat die Bengaal mijn kat aanviel?’ vraag ik aan de bloemenvrouw. Ze zag het. ‘Maar dat doen toch alle katten?’ bagatelliseert ze het geziene. Ze is namelijk geen fan van Heks. Het heeft een tiental jaar geduurd voordat ik het in de gaten had, maar na de zoveelste ongenuanceerde schreeuwpartij zonder reden richting mij viel het kwartje. Het mens kan me niet uitstaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Sinds ik dat ontdekt heb mijd ik haar zoveel mogelijk. Tegen mij wordt niet meer geschreeuwd. Ik heb dan ook helemaal niets aan deze getuige vrees ik. 

Later zie ik dat het oor van Ferguut flink is opengehaald door die kolere Bengaal. Hij bloedt als een rund. Het is nu elke week raak intussen.

Oh, wat ben ik moe van al dat gedoe met mijn beesten. De hele week ben ik al in touw met mijn dierentuin. Maak ik me zorgen om mijn panter. Ben ik druk met de verzorging van de poot van VikThor. Ik zal blij zijn als die Bengaal van het toneel verdwijnt. Als de rust weerkeert in deze buurt vol katten.

‘Ik ben vast niet de enige, die last heeft van die kat. Ik heb al links en rechts geïnformeerd bij andere kattenbezitters. Tot nu toe zonder succes. Maar ik verwacht echt meer slachtoffers te vinden, Ferguuts situatie staat vast niet op zichzelf…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

In memoriam Hawk. Mijn oude vurige aanbidder is niet meer. Een hele bijzondere man is ons ontvallen. Het Leidse Hout staat bol van de verhalen, die over hem rouleren. We gaan hem missen! Rust in vrede, lieve Joop.

Zaterdagmiddag ga ik naar de fysiotherapeut. VikThor wacht zoet in de tuin totdat ik volledig uit de knoop het pand weer verlaat. Nu is hij aan de beurt! En dat weet hij!

Eerst doen we een rondje door het bosje van Bosman. Het is extreem druilerig weer. Mijn viervoetige vriend is binnen de kortste keren zo zwart als een tor. Grijnzend rent hij door de bosjes. Hondjes zijn graag lekker vies. Smeerpoetsen zijn het. Van de bovenste plank.

Op weg naar het Leidse Hout wip ik bij een tweedehands winkeltje binnen. Er hangt een iets op me te wachten volgens mijn kledingengel. Maar wat? Ik scan de rekken met mijn eksteroog. Mijn oog valt op een chique lange wollen jas. Hij zit als gegoten. De lengte is helemaal goed. Verkocht!

Vroeger fietste ik nu door naar Hawk. Ik moet er nog elke week aan denken. Dan zette hij verrukkelijke koffie voor me en vervolgens aten we een boterham met haring. Aansluitend gingen we dan met de hondjes wandelen. Meestal in het bos, waarheen ik nu op weg ben.

In het Leidse Hout komt een Rijst Met Krentenhond me tegemoet rennen. Zijn kop vertrokken in een enthousiaste grimas. Het is Charlie de Dalmatiër! De hond die mijn vriend Hawk altijd uitliet. Ik heb hem al ruim een half jaar niet meer gezien. Net als Hawk. Sinds ik ben opgehouden laatstgenoemde thuis te bezoeken en sinds hij me nooit meer belt lijkt hij van de aardbodem ter zijn verdwenen.

Niemand in het Leidse Hout heeft de hoogbejaarde overigens nog gezien de laatste maanden. Heks informeert regelmatig links en rechts. Maar nee. Geen mens kan me wijzer maken.

Het gaat me te ver om die ouwe snoeper weer op te bellen, maar stiekempjes hoop ik hem weer eens ergens tegen te komen. Nooit gedacht dat ons laatste afscheid dermate definitief zou zijn.

Ik fiets achter Charlie aan. Hij rent terug naar een roepende vrouw ergens in het struweel. Dat zal zijn echte baasje wel zijn. Hawk liet hem louter uit. Net als de Boxer van de buren.

Ik stel me voor aan de dame. ‘Ik was bevriend met Hawk. Zo ken ik Charlie. We gingen elke zaterdagmiddag wandelen met elkaar…… Hoe is het met onze oude vriend? Hebben jullie hem onlangs nog gezien?’ Heks heeft al enige tijd het vreemde voorgevoel, dat mijn vurige bejaarde aanbidder niet meer onder ons is….

‘Hawk is dood,’ de vrouw tegenover me is Russische van origine. Dat heeft mijn oude vriend me al vertelt. Ze spreekt verder met haar zware slavische accent, ‘Hij had heel erg hernia. In september belandde hij in bed. Heel veel pijn en morfine. Hij wilde niet meer. Iek denk, iek weet niet zeker, maar denk dat ….’ ‘Euthanasie…’ knik ik begrijpend.

De vrouw pinkt een traan weg. Of ze heeft een vuiltje in haar oog. Maar dan wel een heel hardnekkig vuiltje.

We praten een tijdje over Hawk. Charlie springt enthousiast om me heen. ‘Dat doet hij normaal nooit. Hij herkent jou, hij grijnst zelfs naar je, dat doet hij alleen bij hele speciale mensen,’ de man van de Russin is ook opgedoken intussen. Evenals hun beeldschone dochter.

Terwijl ik weer verder fiets tuimelen beelden en gedachten door mijn hoofd.

Dus die oude schobbejak is toch gaan hemelen. Hij leek het eeuwige leven te hebben, maar opeens was het klaar. Ik weet niet hoe ik me voel na al die informatie. Het idee van een bedlegerige wegkwijnende Hawk onder de morfine dringt zich aan me op. De man is instant hopeloos verliefd op me geraakt een jaar geleden. Een verliefdheid, die ik onmogelijk kon beantwoorden. Helaas voor hem.

Maar ik was wel stapelgek op die oude baas. En maandenlang hadden we het heerlijk tijdens onze wekelijkse afspraak. Zolang hij negens op uit was. Zo lang hij genoegen nam met samen tijd stukslaan.

Helaas zette hij telkens weer druk op de ketel. Steeds meer druk. Accepteerde hij geen nee. Moest en zou het er toch eens van komen. Wat moest er van komen? Ja, dat dus. Of iets in die richting. Of in elk geval toch wat…….

Heks fietst met een schuldgevoel door het bos. Arme Hawk. Stomme sukkel. Waarom nam je geen genoegen met wat er was? Dat was toch geweldig leuk? Waarom wilde je nu weer zo nodig ‘met de billen bloot’?

‘Ik heb je mijn huis uit gejaagd,’ hoor ik plotseling in mijn geestesoor. Verbeeld ik me dat nu? Nee, ik hoor het opnieuw. En nog eens. Ja, daar in het prachtige oneindige licht is dan toch eindelijk het kwartje gevallen bij Hawk.

Ik peddel van het Leidse Hout naar de Klinkerbergerplas en vervolgens via Warmond naar het Joppe en tot slot door de Merenwijk weer naar huis. VikThor rent zich een ongeluk.

Thuisgekomen brand ik een kaarsje voor hem. Voor mijn oude dierbare vriend. Ik wens hem een goede reis. Ik vergeef hem grif zijn stommiteit. ‘Typisch Hawk,’ giebelt zijn vrouw. Ze zijn weer verenigd in het licht. ‘Zo ken ik hem weer. Echt wat voor hem om je op die manier de deur uit te jagen….’

Ja, er zat leven genoeg in de man!

‘Weet je wat zo bijzonder is, Heks?’ placht Hawk altijd te zeggen, ‘Waar jij woont, precies waar jouw huis nu staat, had ik vroeger een garage. Het was een beetje een raar straatje in het verleden, jouw steeg. Jarenlang heb ik het pand dat daar stond in handen gehad. Op exact dezelfde plek!’ Hij kon er niet over uit!

Ik denk dat er wel meer bijzonder was aan onze vriendschap. Werkelijk vanaf de eerste seconde heb ik de man in mijn hart gesloten. Misschien kende ik hem al eeuwen. Misschien was zijn verliefdheid wel karmisch geïnitieerd. Wie zal het zeggen?

Rust in vrede lieve Hawk. Je was me er eentje!

 

 

Drie oktober 2018. Heks viert het alsof haar leven ervan af hangt. En misschien is dat ook wel zo. Wellicht werkt al die hutspot louterend. Worden met de darmgassen kwade geesten uitgedreven….. Ik heb in ieder geval een topavond. In goed gezelschap. Op een oude vertrouwde plek.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dwrwie oktobew komt er weer aan. Voorafgaand lig ik wekenlang gestrekt. Dan is het opeens bijna drie oktober. Leids Ontzet. Vorig jaar heb ik het niet verder gebracht dan over de feestelijke warenmarkt lopen op de dag zelf. In mijn eentje. Niks aan. De speciale avond vooraf aan drie oktober zat ik uitgeput in mijn huis te luisteren naar het kabaal van een feestende stad.

Dus dit jaar kan ik het natuurlijk helemaal vergeten. Met al die virussen in mijn lijf. En de algehele malaise van een goeie dip in mijn ‘genezingsproces’ van alweer dertig jaar. Een proces, dat nooit heeft uitgeblonken in effectiviteit. Laat staan duurzaamheid. Een tijdelijke opleving op zijn hoogst. Niets bestendigs. Niets maakbaar bestaan.

De Don meldt zich een week van tevoren. ‘Ik kom naar Leiden.’ Oeps. Dan moet ik snel uit de kreukels komen, anders wordt dat niks. Ik zet alles in op ontkreukelen. Ik houd mijn gemak. Ik probeer positieve gedachtes te produceren tegen de snotklippen op.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik heb het leven lief,’ bijvoorbeeld. Dat resoneert goed met mijn binnenkant. En het klinkt gezelliger dan ‘Ik haat mijn leven, ik haat die ziekte, ik heb de pest aan alles en iedereen, die me altijd laten stikken….. Bladiebla….’

‘De kunst is om overal ja tegen te zeggen,’ aldus een heksenvriendinnetje van Heks. Ze zegt het op een moment, dat ik werkelijk niet zit te wachten op dit soort wijsheden, maar evenzogoed heeft ze wel een punt. De kracht van JA. Ik heb er zelfs een boek over staan. Geen doorkomen aan…..

De Don zegt af. Het gaat niet lukken door externe omstandigheden. Heks spreekt af met Trui. ‘Laten we saampjes de stad in gaan.’ Ik ga een poging doen om de dag tevoren hutspot te koken. Met mijn fenomenale klapstuk. ‘Als het lukt, kom dan eten….’

De Don meldt zich weer. Hij komt toch. De externe omstandigheden zijn veranderd. Steenvrouw heb ik intussen ook uitgenodigd. Dat wordt een gezellige boel.

Op maandag kook ik inderdaad ons lokale bevrijdingsgerecht. Er staat voor een weeshuis klapstuk in de oven. Een gigantische pan hutspot maakt het compleet. De Don belt. Hij gaat toch niet komen. Als hij echter hoort over de hutspot met klapstuk besluit hij toch te komen.

Dinsdag 2 oktober ben ik nog steeds op de been. De Don belt af. Het gaat toch niet lukken om die hele reis om de wereld van Groningen naar Leiden voor elkaar te boksen. Jammer! Nu blijven alleen de meisjes over.

Om 6 uur komen mijn vriendinnen. We gaan aan de wijn. Heks ook. Ik heb mijn blauwe knoop in de wilgen gehangen voor dit evenement. Hips dus.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Tegen achten staan we te schreeuwen bij de Taptoe. De zoon van Steenvrouw loopt mee. Zijn marching band staat tien minuten voor onze neus te toeteren en nog hebben we hem niet ontdekt. ‘Misschien ligt hij wel dronken in bed,’ grapt zijn moeder. Sinds kort is zoonlief het huis uit. Ze heeft geen idee meer wat hij allemaal uitspookt……

Dan gaan we naar de WW. Hier gaat de zoon van Ernst spelen met zijn band. Net als zijn vader vroeger. ‘Het begint om 9 uur,’ aldus de Don. Hij heeft het weer van iemand anders gehoord. Steenvrouw is intussen naar huis. Zij zit alweer aan haar tax qua festiviteiten.

In de WW is het uitermate rustig. De band is nog onderweg en gaat niet eerder spelen dan half 11. Meuh. Het is maar de vraag of ik dat ga halen.

Trui en Heks lopen een rondje door de stad. We drinken nog wat. Dat helpt altijd enorm om het iets langer vol te houden in mijn geval. Deze ongezonde vorm van zelfmedicatie. De volgende dag zal blijken dat het toch niet zo’n goed idee is.

Pas tegen middernacht is het bandje volop aan het spelen. Te laat, doordat ze de stad niet door konden komen. Heks heeft een plaatstje helemaal vooraan. Ik heb zelfs een kruk weten te annexeren, dus ik hoef niet de hele tijd te staan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Op het hoogtepunt dans ik salsa met een oude vriend. Hij smijt me vanouds de tent door. Ik heb genoeg gedronken om geen last te hebben van pijntjes en krampen. Ook merk ik niks van uit de kom ploppende gewrichten. Ontspannen zwier ik in het rond. Hoera. Ik voel me net een normaal mens.

Daarna zitten we op het terras met de kids van Trui en hun vrienden te klessebessen. Ik krijg het ene na het andere verhaal naar mijn kop. Eigenlijk hoor ik nu in bed te liggen. Ik vraag me af hoe ik in godsnaam naar huis moet komen. Ik ben zo moe als een hond. Dan gaat lopen normaal gesproken al moeilijk. De boel blokkeert. Mijn lijf gaat op slot. Mijn onderdanen veranderen in stokjes…..

Gelukkig heb ik Trui bij me. Er gaat nog een oude vriend van haar mee. Gedrieën zwabberdezwieren we naar Huize Heks. Daar warmen we nog een lekkere pan hutspot op. De vriend laat mijn hondje uit. Wij zijgen neer in de keuken.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De volgende dag heb ik een vreselijke kater. Zoals ongeveer elke ochtend, alleen deze keer is het mede van de drank. Ik heb er dan ook vrede mee. Er staat een geweldige avond tegenover.

Drie oktober blijft Heks in haar holletje. Op wat grote uitlaatrondes met VikThor na. Zo zie ik onderweg nog de wagens van de optocht klaarstaan. Een marching band speelt me van de sokken op de Singel. Overal zitten clubjes bejaarden klaar op hun tuinstoelen……

s ‘Avonds wordt de sfeer in de stad grimmiger. Kroegen braken stomdronken mensen uit. Regelrecht Heks’ steeg in…… Ik steek mijn hoofd uit het raam om te zien of de kust veilig is voor een hondenronde. Een groezelige jongeman houdt verwoed zijn bescheiden penis vast, terwijl hij leunend tegen de deurpost net naast de brievenbus van de buren pist.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik ga gewoon wrijden hoowr!’ lalt verderop een zwaar bezopen gast tegen zijn vrienden. Hij valt steeds om. Ze sjorren hem weer overeind. ‘Maarwrwrw ik ken nog best zelf rwijden hoow! Geef godvewdomme mij autosleutels trwug!’ klauwt hij woedend om zich heen.

Zijn vrienden zijn gelukkig verstandig. Ze geven hem een flinke klap voor zijn kanis. Daarna heeft hij niet meer zoveel praatjes……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Pech onderweg is niet voor watjes zeg. Heks koopt op de valreep een knalgeel fluorescerend jasje en dat is maar goed ook. Mijn voornemen nu eens op tijd om Parijs heen te zijn gaat op in rook. Ik kom dan wel voor hete vuren te staan, maar ik heb de soep heus heter gegeten. Uiteindelijk is het leven een groot avontuur. En: Vandaag loopt alles goed af!

Een paar dagen voordat ik naar Plumvillage vertrek haal ik de Don van het station. Strak in het pak stapt hij bij me in de auto. De koffer met nog meer pakken en hoeden gooien we achterin. In Huize Heks hangen ook nog eens een maatpak en een colbertje klaar. Hij komt deze maand wel door!

De volgende dagen ga ik door met het voorbereiden van mijn reisje. Afgewisseld met kletskous-sessies met mijn oude vriend. Zijn aanwezigheid werkt twee kanten op. Enerzijds houdt het me rustig, zodat ik mezelf niet voorbij hol. Anderzijds leidt het me geweldig af, waardoor sommige items uiteindelijk niet in mijn bagage terecht komen…..

Ergens onderweg naar mijn tassen neergelegd en vervolgens vergeten. Zo vergeet ik mijn toetsenbord, oplaadsnoer van mijn iPod-achtige apparaatje, bodylotion en zonnebrandproducten. Nou ja. Wat kan het schelen? Uiteindelijk zit ik evenzogoed met een gigantische berg teringzooi in mijn autootje.

Twee dagen voor vertrek breng ik VikThor naar zijn logeeradres. Hij wordt met open armen ontvangen door de hyperactieve zoon des huizes. Eindelijk iemand met meer energie dan mijn hondje! Wat zal mijn ventje het geweldig hebben hier!

 

De avond voor vertrek stouwen we mijn kanariepiet alvast vol. De Don sjouwt alles naar beneden en ik prop alles vakkundig in mijn bolide. Ik gooi knalgele dekens over mijn spulletjes en parkeer mijn karretje in een steeg om de hoek. Zodoende hoef ik de volgende morgen alleen maar een kop straffe koffie naar binnen te gieten en mijn tas met belangrijke paperassen in te laden.

Zo vertrek ik dan op een voor mij ongebruikelijk vroeg tijdstip. Het zonnetje schijnt. Ik zit werkelijk voor tienen op de snelweg! Om direct bij Rotterdam in een geweldig verkeersinfarct terecht te komen. Er is een vrachtwagen met spijkers omgevallen in de bocht op de ring. Hierdoor hebben tweehonderdachtenzestig auto’s een leuke lekke band gekregen. Het verkeer staat vast van hier tot Tokio.

Goeie hemel. Op het allerlaatste moment besluit ik dan toch maar over Barendrecht te rijden. Ik ben niet de enige met dit gezegende idee, dus ook hier sta ik uren vast. In de stromende regen en storm. Want het is ongelofelijk ellendig weer geworden intussen. Met grote moeite houd ik me staande tussen al het vrachtverkeer.

Via Zeeland kom ik alsnog in België terecht. En vandaaruit uiteindelijk in Noord-Frankrijk. Daar zie ik plotseling dat ik nodig moet gaan tanken, net op het moment dat ik langs een slecht aangegeven in het struweel verborgen tankstation kom. Helaas moet ik wel eerst vier banen oversteken en dat lukt niet meer. Volgende station dan maar……

Plotseling houdt mijn karretje ermee op. Precies waar de weg zich splitst. De rechterbanen gaan naar Calais en de linkerbanen naar Parijs. Heks staat stil op de kleine strook tussen deze voortrazende verkeersaders. Wat nu? Is mijn tank gewoon leeg of is er toch iets anders aan de hand? Ik bel met de ANWB.

‘U moet wachten op de franse verkeerspolitie. Zo is de wet, we kunnen eventjes niets voor u doen. U moet dit en dat nummer bellen en uw positie doorgeven, die staat op die paaltjes langs de weg, kijk maar goed, bladiebla….’

Heks zit intussen badend in het zweet in haar kleine voiture door stapels bagage heen te gluren of ze zo’n verrekt paaltje ziet. Maar nee. Precies op dit kruispunt der wegen zijn die dingen dun gezaaid. Ik zal eropuit moeten……..

Ik trek mijn net aangeschafte lichtgevende gele vestje aan en wurm me voorzichtig uit de auto.

Met gevaar voor eigen leven ga ik op zoek naar zo’n verdraaid paaltje. Goeie hemeltje, wat rijden ze hier hard. Links en rechts suizen enorme vrachtwagens voorbij. Na zo’n vijfhonderd meter ontwaar ik een paaltje in het struikgewas aan de overkant. Ik tuur me suf en stamp de nummers in mijn kop. Nu weer terug schuifelen…..Heks is blij als ze weer in haar autootje zit.

Een klein half uur later komen er franse mannetjes met een grote auto vol wegversperringsmateriaal. Snel zetten ze de rechterbaan af. Binnen een minuut staat er een gigantisch file. ‘Voor mij,’ glim ik tevreden. Zorg ik ook eens een keertje voor oponthoud.

Wat een opluchting.

Ik begroet mijn redders enthousiast. Ik prijs hun onverschrokken heldendaden hier ter plekke. ‘Ach,’ wuiven ze mijn complimenten verlegen van de baan, ‘We zijn het gewend…..’ Ze krijgen plezier in het geval, vooral als er allemaal mannen uit de stapvoets voorbijrijdende auto’s gaan hangen. ‘Bonjour,’ schreeuwen die naar een opgelucht lachende Heks met haar cowboyhoed en dito laarzen.

Mijn spijkerjurkje valt enorm in de smaak van dit onverwachte publiek. Mijn redders staan trots te lachen naar hun concurrenten. Opgewekt instrueren ze me over wat nu komen gaat. ‘Je wordt weggesleept. We mogen geen benzine in je tank gooien. Het is bij de wet verboden. Bovendien kan het ook iets anders zijn. Hopelijk. Anders moet je die sleepwagen zelf betalen…..’

 

Ze grijnzen me opgewekt tegemoet. O jee. Nou ja, ik ben allang blij dat het allemaal meevalt. Ik heb doodsangsten uitgestaan het afgelopen uur.

Even later arriveert de sleepwagen. De wieldop wordt van mijn achterwiel gelicht en in  no time staat mijn kanariepiet op zijn enorme grote broer te kwetteren. Heks zit al voorin de gigantische cabine van de wagen. Ik ben intussen in een prima humeur. Ik heb de grootste file veroorzaakt, die je je maar kunt voorstellen. En zelf rijden we vrolijk voor de meute uit.

Met een rotvaart jakkert de chauffeur door het franse platteland, tot hij in een stadje een schier onmogelijk manoeuvre uithaalt. Achteruit steekt hij zijn gevaarte door een poort. Plotseling staan we op het binnenplaatsje van een rommelig garagebedrijf met sleepwagen en al. De eigenaar van dit zootje ongeregeld gaat helemaal glimmen als hij Heks in het vizier krijgt. Ik heb een fan!

Even later duwen ze mijn karretje de garage in. Een leger mannetjes stort zich op de motorkap. Heks staat in het aangrenzende kantoor met haar nieuwe aanbidder. We kijken door de ruit naar de kluwen monteurs, terwijl hij met de ANWB belt.

Een besmeurde monteur komt binnen stuiven met de diagnose. De baas ratelt vervolgens in het frans tegen de man van de ANWB. Smijtend met terminologie, die ik niet ken.

Intussen knipoogt hij olijk naar me. Of heeft hij een vuiltje in zijn oog? Hij knippert en knijpt er op los. Dan geeft hij me de hoorn. ‘Het is uw benzineleiding. Het slangetje is losgeschoten. Geen wonder dat u opeens stil stond….’ toetert de man van de alarmcentrale in mijn oor, ‘Ze zetten er een nieuw slangetje op en dan kunt u weer verder rijden.’

De man met het vuiltje in zijn oog kijkt me stralend aan. ‘Ik heb er ook nog maar 10 liter benzine ingegooid,’ vertrouwt hij me toe. Dat begrijp ik. ‘Wat krijgt u van me?’ Ik kijk in mijn portemonnaie en geef hem vijftig euro. ‘Welnee,’ roept de man verontwaardigd, ‘Dat is echt veel te veel. Kijk,’ hij wijst naar een tientje dat ernaast ligt. Dat is ruim voldoende……

Voor de hele meute van de door mezelf  veroorzaakte enorme file uit tuf ik naar Parijs. Daar kom ik alsnog in een nieuw verkeersinfarct terecht, met een slakkengangetjes worstel ik me over die verduivelde Boulevard Périphérique. Hier heeft mijn vader wel eens een band staan verwisselen op een brug zonder fatsoenlijke vluchtstrook. Zo koel als een kikker. Het kan dus wel degelijk erger……

Na Parijs knal ik door tot Vierzon. Daar weet ik een lief hotelletje vlak bij de snelweg. Om kwart voor 11 ’s avonds bel ik aan. De deur zit al op slot, iedereen slaapt. Behalve de beeldschone zoon van de eigenaresse. Slaperig doet hij de deur open. Hij checkt me in en een half uur later lig ik ook op 1 oor. Eten doen we morgen wel weer. Nu eerst maar eens schandalig lekker slapen.

 

 

 

 

 

Er zijn meer hondjes die Fikkie heten. Dat blijkt maar weer! Maar of Heks worst lust van Fikkie………. (hij heeft ze net gebakken) Nee: Geef mijn portie maar aan Fikkie!

‘Hoi,’ groet Heks een oude vrind bij de sigarenboer op de hoek. We hebben elkaar in geen tijden gesproken. ‘Ik heb mijn nieuwe hond naar je genoemd,’ plaag ik hem vervolgens, ‘Kijk, dit is em. VikThor met zijn yin yang snor. Haha.’

Ik sta hartelijk te lachen. ‘Nou, dat is een bijster originele naam voor een hond,’ reageert mijn slachtoffer droog. Hij heeft gelijk. Van oudsher is Fikkie zo ongeveer de hondennaam.

Terwijl we staan te grappen is mijn monster achter de toonbank verdwenen. Daar vaandelt hij een lekker snoepje zoals gewoonlijk. Vandaag is er geen tijd om met de gulle gever over de vloer te rollen. De winkel staat vol klanten. Heks rekent af.

De oude vriend is ook klaar met zijn aankopen. Op de stoep spreekt hij me nog een keertje aan. ‘Ik ben niet zo aardig voor je geweest een tijdje geleden, Heks,’ piept hij met een benauwd gezicht. Ik kijk hem aan of ik water zie branden. Waar dan? En wanneer? En in welk opzicht?

‘Op Facebook,’ geeft hij direct toe. O ja. Hopeloos Facebook. Waar mensen menen alles te mogen beweren. Waar iedereen meent op alles te moeten reageren. Dit wankele podium waarop onze meest onzekere medemensen zich met enige regelmaat vergalopperen.

‘Ik kan het me totaal niet herinneren. Het zal weinig indruk hebben gemaakt,’ beledig ik hem onbedoeld direct terug, ‘Heb ik je er soms afgegooid?’ Dat is wat ik over het algemeen direct doe als mensen zich online vervelend gedragen.

‘Nee, dat heb ik gedaan. Maar nu heb ik er spijt van. Ik ga je een nieuw vriendschapsverzoek sturen……’ klinkt het opgelucht uit de mond van mijn oude vriend. Hij is dolblij, dat ik geen idee heb waar hij het over heeft.

Maar ja. Intussen is er wel degelijk een belletje gaan rinkelen bij Heks. Ja, hij deed iets vervelends. Maar wat precies? Dat ben ik vergeten. Er staat me vaag bij dat het over mijn ziekte ging. Vast weer iemand, die me uit heeft gemaakt voor zeurkous. Of aansteller.

Of misschien vond hij gewoon dat ik er überhaupt helemaal mijn kop er over moet houden. Dat gebeurt me zo vaak. Ik hou het niet meer bij.

Maar ik vind het niet OK.

Een dag later is er een nieuw vriendschapsverzoek binnen bij Heks. Het staat in de rij met verzoeken, waar ik nog eens goed over na moet denken. Niet dat ik nu zo kieskeurig ben op Facebook. De grootste kwallenjakken zitten er tussen mijn Facebookvrienden.  En mijn beste vrienden zitten vaak weer niet op dit medium.

Op zich is het een prima eigenschap om allerlei onbelangrijk gezever aan je kop zo snel mogelijk te vergeten. Maar om de deur dan maar weer open te zetten voor iemand om het nog eens te doen?

Nee. Daar begin ik niet aan.

Kerst met de Don. Wolken parfum, prachtige pakken, elegante jurkjes en heerlijke wijn: We hebben het fijn! Maar na een kleine week vol vermaak verrekt Heks van de pijn. ‘Geen probleem, hoor,’ zegt de Don, ‘Zet me maar weer op de trein!’

Een dag voor kerst haal ik De don van het station. Van top tot teen in het pak gestoken staat hij me op te wachten. Een wolk parfum zweemt me tegemoet, terwijl ik hem in mijn armen sluit. Snel gooien we zijn bagage in de auto. Ik zet hem af voor de deur en doe nog vlug een paar boodschappen.

Al dagen sleep ik in etappes lekkere dingetjes mijn huis in. Mondjesmaat. Gedoseerd. Precies genoeg voor een mini kerst. Een bos rode tulpen en twee amaryllissen maken het feest compleet.

toverheks.com

Charmeur…….. toverheks.com

Ik weet het, het staat niet in verhouding met wat ik voorheen allemaal overhoop haalde in dit jaargetijde. Heks is al lang blij dat haar huisje opgeruimd is. En dat er wat te bikken is.

Een uurtje later trekken we een fles wijn open. De Don lurkt aan een biologisch Belgisch biertje. ‘Heerlijk, Heks,’ verzucht hij, ‘Dat gaat er in als Gods woord in een ouderling….’ Hij heeft er dan ook alweer een wereldreis op zitten. Helemaal vanuit Groningen naar Leiden…..

Vijf nachten logeert mijn vriend bij me. We gaan samen naar de kerstnachtmis. We dineren met Steenvrouw op eerste kerstdag. We slapen uit en kijken eindeloos naar Absolutely Fabulous…….. Hikkend van de lach!

Om de beurt laten we de hond uit. We eten de restjes en houden ons koest……’Don, het is genoeg geweest, ik kan geen pap meer zeggen,’ biecht ik donderdagmiddag op, als ik hem naar zijn zus breng. Hij gaat nog wat familie en vrienden bezoeken.

‘We hebben het heerlijk gehad, maar ik zit zo slecht in mijn vel. Ik merk het aan mijn korte lontje…… ik moet hoognodig een paar dagen crashen. Bewegingsloos in bed liggen. Stom naar de televisie staren……..’

toverheks.com

Casual….. zonder stropdas! toverheks.com

‘Heks, je hoeft het me niet uit te leggen. Ik begrijp precies wat je bedoelt,’ mijn oude vriend heeft ook een hopeloos lijf. Om in te wonen dan, niet om naar te kijken. In zijn prachtige Frans Molenaarjasje oogt hij uitermate fris en fruitig.

Hij logeert  vervolgens een paar nachten bij familie en vrienden. Af en toe waait hij binnen om van kostuum te wisselen. Of voor een praatje.

Op oudjaarsdag breng ik hem weer naar de trein. Na een paar nachten feesten met een goeie vriendin is hij bijzonder brak. Evenzogoed zit hij strak in het pak. ‘Ga je het redden? Dat hele end naar het hoge noorden?’ Mijn vriend ziet nogal bleek om de neus.

‘Maak je maar geen zorgen, Heksje, ga maar lekker mediteren. Ik red me wel. Vooral nu ik weet dat je een lekker cadeautje in mijn tas hebt gestopt….. Ik kom de avond wel door!’

We omhelzen elkaar stevig. Wie weet hoe lang het weer duurt voordat we elkaar weer zien. ‘Sorry dat ik halverwege de week moest afhaken….’ prevel ik. ‘Hou op Heks, doe niet zo gek. We hebben het heerlijk gehad. Echt geweldig.’

Even later ben ik op weg naar Den Haag. Enigszins daas van het gehaast. Tegen de tijd dat ik weer thuis ben is mijn vriend alweer in Groningen. Het was een heerlijke week. Ook al ben ik ondanks ons relaxte tempo finaal uitgeteld!

In memoriam Willem van Scheijndel. Mijn vriend Schilder is niet meer onder ons. Onverwacht weggevlogen. Opgetild door het eerste zomerbriesje. Verrukt vliegende vreemde vogel! Meegenomen door engelen en geliefden. Eindelijk thuis. Quote: ‘Stel je voor, je komt bij de hemelpoort en Petrus vraagt je wat je zoal in je leven hebt uitgevoerd…. En je moet antwoorden dat je financiële wanproducten hebt verkocht voor de Rabobank…… Verschrikkelijk natuurlijk! Nou, dat kun je toch beter aankomen met mooie schilderijen!’

Afgelopen week wandel ik met Chris langs de golfbaan. Haar hondjes vrolijk drentelend naast ons. VikThor draaft sneller dan zijn schaduw door het struweel.

Plotseling een ijselijke kreet, een duikvlucht. ‘Wat heeft je hondje daar?’ Heks staat al naast haar monster. Ik vis een jonge spreeuw tussen zijn tanden vandaan. Hij houdt het beestje heel voorzichtig vast, zoals een echte jachthond betaamd. Toch is het dier gewond geraakt. Bloed kleeft aan mijn handen.

Voorzichtig inspecteer ik het diertje. Het ziet er niet goed uit. Hij lijkt wel doorspiest vanaf de rug. Tussen zijn opgevouwen vleugeltjes gaapt een diepe wond. Zijn buikje is echter puntgaaf. Een glanzend kraaloogje staart me helder aan. Ik leg contact met dit kleine kereltje. Nog maar net begonnen aan zijn vrolijke zorgeloze vogelleventje en nu al kansloos.

‘Wat was het voor’n vogel, die zo zat te schreeuwen?’ Mijn vriendin weet het niet. Was het één van zijn ouders? Die in paniek mijn hondje probeerde te verjagen? Of was het soms zo’n lelijke ekster? Ik heb ooit een nest merels op mijn waslijn gehad. Toen ze uitvlogen zat er een school eksters klaar om hen te verorberen……..

Ook het tweede nest datzelfde voorjaar, wellicht geboren uit de frustratie van de berooide ouders, was eenzelfde lot beschoren. Mijn balkon getransformeerd tot fastfoodketen voor de schreeuwlelijkerds onder de nazaten der dino’s……

Voorzichtig loop ik met mijn vogelvriend terug naar de bewoonde wereld. We gaan hem natuurlijk proberen te redden, maar ik heb er een hard hoofd in. Om de paar meter sta ik een tijdje stil. Check de ademhaling. Kijk in zijn kraaloogjes. Hij gaat zienderogen achteruit. In de bocht naar de woonwijk overlijdt hij. Ik zie zijn borstkastje steeds lichter ademen. Mijn heksenhanden vormen een kolom van liefde en licht. En dan is het voorbij.

Ik geef hem een mooi plekje aan de Zijl. Voorzichtig bedek ik het graf met klei en planten. ‘Dag lieve Spreeuw. I hold you close to me, I release you to be so free…..’

‘Dit is al de vierde gewonde vogel, die ik in mijn handen heb het afgelopen jaar. Alleen die uil heeft het overleefd…… Bizar toch?’

Een paar dagen later gaat de telefoon. Ik sta net in de berging mijn fiets van het slot te halen, op weg naar de fysiotherapeut. Het is de broer van Schilder. Ik zie het op de display van mijn mobiel. Ik weet het direct: Mijn goede vriend is er niet meer. ‘Ha lieve Broer, vertel het maar, wat is er met Schilder?’

Diezelfde middag nog ga ik kijken bij mijn oude vriend. Vredig ligt hij in zijn witte kist. Een flauwe glimlach speelt om zijn mond. ‘Haha, heb ik jullie mooi bij de neus gehad….’ Hij lijkt wel te ademen…

‘Goeie hemel, hij past er nauwelijks in, wat is hij toch groot,’ stamel ik, terwijl ik naar zijn tegen het hout gevlijde hoofd kijk. Zijn mooie dolfijnengezicht met dat geprononceerde voorhoofd en de diepliggende ogen helemaal rustig en vredig.

Ons aller Schilder is niet meer. Plotseling overleden aan de gevolgen van een slopende ziekte. Alleen wist niemand het. Hijzelf ook niet. Nou ja, of hij echt geen idee had is maar de vraag. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor een lang ziekbed en eindeloze hopeloze behandelingen in het ziekenhuis. Sommigen sterven gewoon bij voorkeur in het harnas. Met een kwast in de hand in zijn geval.

’s Avonds lees ik op internet wat de media over hem hebben geschreven. Ik zie een hele leuke foto bij een artikel staan. Krijg nu wat: Die heb ik een paar jaar geleden gemaakt! Wat grappig.

Fiederelsje komt me troosten. We heffen het glas op Schilder en praten over zijn leven en werk. ‘Die enorme schilderijen uit zijn beginperiode vind ik toch zo mooi, die zou ik dolgraag om me heen hebben,’ mijn vriendin is een fan van zijn vroege werk. We moeten lachen, want het is zo goed als onmogelijk om zo’n enorm doek in een rijtjeshuis  op te hangen.

‘In die periode woonde hij boven dat restaurant op de hoek van de Singel en de Kaiserstraat. Een hokkerig huis, waar die doeken ook niet via het trapgat en door de deur naar buiten konden. Als hij exposeerde haalde hij het raam op de eerste etage er helemaal uit. Dat was de enige manier om zijn werk naar beneden te takelen….’

’s Avonds brand ik een kaarsje. Ik denk aan onze jarenlange vriendschap. De gouden jaren, onze gezamenlijke spirituele zoektocht. De eindeloze gesprekken, het plezier….. Zijn gulheid en positieve levensinstelling. Hoe gedreven hij altijd aan het werk was. Hoe hij medekunstenaars wist te inspireren.

‘Vorige week zondag wilde ik hem nog bellen na de retraite. Chris en ik gaan en Sangha opzetten voor kneuzen,’ Fiederelsje schiet in de lach, ‘het is een Geuzennaam, hoor,’ grijns ik, ‘Alle echte kneuzen zijn welkom. Maar toen bedacht ik me dat ik hem ooit meenam naar een film over Thich Nhat Hanh.’

‘Iemand verteld in die documentaire dat Thay tijdens de bombardementen in Vietnam gewoon met de weeskinderen ging picknicken. Tussen de aanvallen door natuurlijk. Dat vond Schilder belachelijk. Te gek voor woorden. ‘ We grijnzen naar elkaar. Als Schilder iets in zijn kop had dan kreeg je dat er nooit meer uit!

‘Met Alex Orbito had hij een hele sterke band. Die kleine magische Filipijn, die met zijn blote handen spiritueel opereert, kon mijn vriend wel bekoren. De eerste keer dat hij met me mee ging mocht hij kijken hoe ik aan mijn rug werd geholpen. Ik trof hierna een bevende Schilder aan. Verbijsterd vertelde hij me dat hij mijn wervelkolom had gezien.   Met zijn eigen ogen. Klaarwakker en helemaal bij.’

‘Schilder zag mijn botten en bloedvaten, wit zenuwweefsel…. Alex Orbito haalde  vervolgens allemaal stinkende zwarte materie tussen mijn wervels vandaan en streek toen opnieuw over Heks’ rug en hopla. Al het vlees en vel sloot zich weer: Niets meer te zien, behalve een felle rode streep!’

De hele weg terug naar huis zat mijn vriend te lachen. Te schateren zelfs. ‘Mind over matter, jeetje Heks, wat geweldig.’ Een serie schilderijen volgde. Want alles wat hij meemaakte werd verwerkt in zijn kleurige kunst.

Ook de boeken van Drunvalo Melchizedek over Heilige Geometrie sloegen enorm aan bij deze begeisterde kunstenaar. Hij inspireerde me om ze ook te lezen en Heks sleepte hem vervolgens mee naar een seminar van deze leermeester. Zijn geliefde vrouw Fee ging ook mee. Met zijn drietjes hadden we een heerlijke tijd. En eenmaal weer thuis volgde er natuurlijk een geweldige serie doeken……

Ik denk aan die gelukkige jaren. Zijn Gouden Jaren. Toen hij samen was met Fee, zijn grote liefde. Hoe Schilder tijdens de eeuwwisseling een enorm vuurwerk organiseerde. In zijn mooie woning aan het Rapenburg danste Heks met een zestal prachtige dames, waaronder natuurlijk zijn eigen lief, door de kamer. Allemaal gekleed in een schitterende avondjurk.

Er was slechts één andere man aanwezig, het vriendje van één van de meiden, herinner ik me. Een geweldig foute Griek. Die keek zijn ogen uit. Wat was dit nu allemaal? Een Hollandse harem? Zo bont had zelfs hij het in zijn leven niet gemaakt. En dat vond hij beslist erg jammer zo te zien. Hoe kreeg die Schilder dat voor elkaar?

img_11741

Beneden in de gracht lag onze vuurwerkdeskundige vriend Lampie op een boot aan zijn voorgenomen show te sleutelen. ‘Ik heb van de gemeente Leiden toestemming om om 1 uur te gaan knallen. Leuk hè, dan is overal het vuurwerk voorbij en wij beginnen pas….’ Schilder had geweldig veel plezier in zijn initiatief!

De laatste jaren zagen we elkaar minder vaak. Eens in de zoveel tijd ging ik echter even bij hem buurten. En soms hing hij opeens aan de lijn. Een zeldzaamheid hoor, want Schilder was niet van de verplichte telefoontjes en bezoekjes. Behalve aan zijn moedertje, toen ze nog leefde. Iedereen kwam gewoon altijd naar hem toe!

De laatste keer dat ik bij hem was is ongeveer een maand geleden. Sinds hij zijn rug had gebroken was het leven moeilijk voor deze gedreven man. Hij kon als het ware zijn ei niet meer kwijt. En iets mankeren leidt per definitie tot veel eenzaamheid. Dat vergeten gezonde mensen nogal eens.

‘Als je ziek bent raak je uitgerangeerd. En dat is best moeilijk als je altijd midden in het leven hebt gestaan. Kijk, je kunt mij niet rekenen, ik sta al zeker dertig jaar ergens stationair op een rangeerterrein. Maar ik heb er zo’n gezellig plekje van gemaakt, dat ik toch nog mensen op bezoek krijg…’ zeg ik tegen Fiederelsje.

Niemand kon vermoeden, hoe ziek mijn goede vriend intussen al was. Gelukkig is een lang ziekbed hem bespaard gebleven.

‘Zullen we even samen eten, Heks? Zal ik een paar pizza’s laten komen?’ Vraag hij aan het eind van mijn bezoekje. Ik heb spijt dat ik niet een keertje flink heb gezondigd tegen mijn dieet. Maar ik ben die avond naar huis gegaan.

Lieve Schilder. We gaan je enorm missen. Man van kleur en schoonheid. Vriendelijke man. Met je open onderzoekende geest. Je intelligentie. Je heerlijke vermogen tot abstract denken. Je eigenwijsheid. Je stevige gebruiksaanwijzing! 🙂 Jij, die je zo graag omgaf met mooie vrouwen….  Maar voor wie er maar 1 vrouw echt telde! Jouw toverfee! Jij, van wie we houden. Die zoveel van ons allemaal hebt gehouden. We dragen je in ons hart. Goede reis, gekke dolfijn, oude vriend.

Nederlanders staan klaar op de Alpe d’Huez. Ze willen nu wel eens een landgenoot een etappe zien winnen. Kun je aankomen bij de hemelpoort als Tourwinnaar? Als je plezier in het fietsen hebt gehad wel natuurlijk. En daar hoef je niet eens voor te winnen! Heks bezoekt Schilder. Hij verwent me met kattenspulletjes en mooie verhalen! Willem kijkt ondeugend: ‘Stel je voor, je komt bij de hemelpoort en Petrus vraagt je wat je zoal in je leven hebt uitgevoerd…. En je moet antwoorden dat je financiële wanproducten hebt verkocht voor de Rabobank…… Verschrikkelijk natuurlijk!’ Heks ligt in een deuk. Ik zie het voor me. ‘Nou, dat kun je toch beter aankomen met mooie schilderijen!’

Prachtige expositie van de nieuwe schilderijen van Willem van Scheijndel in Galerie Frederiek van der Vlist te Leiden. Zijn werk is nog steeds zeer herkenbaar, maar heeft tevens een hele nieuwe dimensie gekregen! Heks kijkt haar ogen uit. heerlijke vermogen tot abstract denken eigenwijsheid

De seksuele opvoeding van jonge meisjes is heel moeilijk zolang het collectieve zelfrespect van vrouwen schipbreuk lijdt. Neem een voorbeeld aan het gedrag van een loopse teef: Bijt van je af….. MET PRACHTIGE FOTO’S VAN SCHILDERS MUZES!

 

No Coming, No Going

No coming, no going

No after, no before

I hold you close to me

I release you to be so free

Because I am in you and you are in me

Because I am in you and you are in me

 

 

Morning after….. Altijd even slikken. Pijnstillers in mijn geval. Maar ook: Het is weer zo ver! Gezellig samenzijn met poezenvriendin! Alle poezen geaaid en verwend. Varkentje ook blij.

De dag na de Matthäus sta ik doodziek op. Mijn ene oog kijkt loens in mijn andere broekzak. Mijn kop heeft sowieso veel weg van een ouwe gymschoen. Gelukkig heb ik niets om handen. Alhoewel…. Plotseling realiseer ik me dat ik om twaalf uur een afspraak heb met mijn therapeute. Goeie hemel. Ik kan geen stom woord uitbrengen. Mijn lichaam is een soort pijnlijke wandelende plank. Mijn gezicht bestaat uit oude lappen…..

Ik krijg het voor elkaar om op tijd ter plaatse te zijn, maar vraag me niet hoe. ‘God Heks, wat zie je er uit!’ Mijn therapeute kijkt me geschrokken aan. Zo heeft ze me nog nooit meegemaakt. Bijna niemand overigens. Op dit soort momenten ga ik normaal gesproken niet naar buiten, behalve om het hondje uit te laten. En dat doe ik dan snel, zwijgend en incognito.

Ondanks mijn ellendige uiterlijk en halvezolige lijf heb ik genoeg te melden en te schelden. Ik ben nu al meer dan een half jaar zo depressief als een ui. Er komt maar geen eind aan. Positieve tegengeluiden en spirituele prietpraat ‘Het aards bestaan is een leerschool, dit is een schuurpapiertje van het leven, alles heeft betekenis, je bent niet voor niets ziek, je hebt het zelf veroorzaakt’ en dergelijke kan ik niet meer horen. Ook wegwuifgedrag gaat er niet meer in bij mij. Gelukkig is mijn therapeute ook somber vandaag. ‘Ja Heks, de wereld zit vol gekkigheid. De mensheid is vaak hopeloos bezig.’

Een dag later kom ik Pappa tegen op straat. Ik heb hem sinds kerst niet meer gezien. ‘Ga mee een kopje koffie drinken, Heks,’ nodigt hij me uit. Even later zitten we in een leuk biologisch eethuisje. Ik vertel hem wat sombere verhalen, maar moet er ook om lachen. Ik maak er zelfs wat goeie grappen over. Zodoende ontstaan er een soort regenboog tussen de tafeltjes en de toog.

Pappa is Boeddhist, ik ken hem van Shambala. Hij leeft vanuit het principe van de fundamentele goedheid van de mens. Een uitgangspunt dat ik ook altijd gehuldigd heb. Tot voor kort. Een plaatje waarin geen plek is voor narcisten en psychopaten. Die onverlaten die ons niet kunnen liefhebben maar prima kunnen haten.

‘Heb je alweer verkering?’ vraag ik mijn oude vriend, ‘Shambala is altijd een geweldige vijver voor jou om uit te vissen…..’ Ondeugend kijk ik hem aan. En ja hoor, hij heeft sinds kort weer beet. Een leuke dame van zijn leeftijd passend in zijn leefstijl…..

Aafje kan zich niet inhouden……

‘Ik moet gaan, lieverd, laten we snel iets afspreken!’ Heks racet ervandoor. Ik haal nog even wat bloemen en plantjes om mijn huis op te fleuren. Vanavond krijg ik bezoek. Goddank is mijn onvolprezen hulp geweest: Er ging van alles mis en eventjes zag het ernaar uit dat ik met pasen in een vies huis zou zitten…..

Een uurtje later schuift mijn poezenvriendinnetje Joy mijn heksenhuisje binnen. Ze is bepakt en bezakt met presentjes: Kluifjes voor Ysbrandt, snoepjes voor de katten, bloemen en chocolade voor Heks, kattenmelk, flessen wijn…….. Ik kook een lekker soepje en gooi wat pasta met garnalen in de pan. Intussen drinken we een glaasje wijn en kletsen bij.

Levensgevaarlijk!

En waarover? Over mijn poezengezin en haar kat Siep: De dochter van mijn Pippi en de Boskat, kleindochter van Snuitje en Ferguut, zus van Bolster, nichtje van Aafje en Leonoor. Kortom, Siep is familie van al mijn katten!

‘Ik zie zoveel terug in Siep van jouw beestenboel. Ze mauwt precies zo als Snuitje, maar heeft weer veel gedrag van ThayThay de Boskat, zoals haar fascinatie met water en haar zachte geknerp naar alles wat vliegt…..’ Stuk voor stuk somt ze eigenschapen van mijn beestjes op, die ze terugziet in haar Siep. En ze kan het weten, want ze past regelmatig op mijn dierentuin.

Oh, ze zijn toch zo lekker, die poezensnoepjes!

Alle katten worden geknuffeld en Ys wordt schandelijk verwend. In de loop van de avond gaan we hoedjes passen. ‘Wat staan die hoedjes je goed,’ roep ik enthousiast. Mijn vriendin heeft een echt hoedenhoofd! ‘Ik heb binnenkort een bruiloft, mag ik er dan eentje lenen?’ Natuurlijk. We zoeken direct een paar mooie exemplaren uit.

Het is ruim na middernacht, we zitten al zeker twee uur met ogen op stokjes, als we eindelijk afscheid nemen. Zoals altijd raken we maar niet uitgepraat. ‘We zijn nu drie jaar vriendin, lieve Heks, en Siep is ook bijna drie jaar bij mij! Dat gaan we binnenkort vieren!’

Samen met Varkentje wandel ik een stukje met haar mee naar huis. Wat een heerlijke avond. De uren zijn voorbijgevlogen!

 Vrolijk samenzijn met kattenvriendin: De dochter van mijn kat Pippi boft maar met haar kattenvrouwtje! Alle poezen geaaid en helemaal bijgepraat. Waarover? Onze monsters natuurlijk!

Geef! Meer!

Reünie van Studentenvereniging Augustinus te Leiden voor leden uit de woelige jaren rondom de hervorming naar ‘Leidse Vereniging Voor Jongeren Augustinus’. Open voor alle jonge mensen. Studerend, werkend of lanterfantend. Intussen is die revolutionaire omslag allang weer helemaal teruggedraaid.

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Het statige pand aan het Rapenburg

Het leven van Heks is hectisch rondom niets. Ik ren achter mijn eigen staart aan. Er gaat heel veel mis. Mijn identiteit verandert spontaan. Ik ben plotseling een man van drie jaar oud. Ik woon bij de buurman. Mijn computer crasht een paar maanden na een enorme upgrade van mijn schijfruimte. M’n telefoon valt uit. De televisie doet het niet……

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingslevenstudentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Ondanks al die tegenslag besluit ik er een leuk weekend van te maken. Zaterdag heb ik een reünie van mijn studentenvereniging Augustinus. Spontaan heb ik me opgegeven. Ik heb de uitnodiging rondgestuurd naar mijn oude toneelbuddies. Maar als ik op de gastenlijst kijk, zie ik niet zoveel bekenden. En al helemaal niemand uit mijn theaterverleden hier!

Mijn vriend de Wilde Boerenzoon heeft me er al voor gewaarschuwd: ‘Heks, er komen voornamelijk oud Commissieleden  en oud Bestuursleden. Je kent er waarschijnlijk niemand van…’

Oeps. Misschien had ik me toch af moeten melden. Daar is het nu te laat voor. Hoe is het met de energie? En ik heb ook nog een koorrepetitie….

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Een dergelijke foto is er vanavond ook van ons gemaakt…

Uiteindelijk ga ik een uurtje repeteren met het projectkoor. Daarna scheur ik naar huis om me om te kleden. Frogs doet het hondje, dus ik heb mijn handen vrij.
Helaas ben ik vandaag zo traag als een slak. Mijn armen willen niet meewerken en dat is lastig als je make up probeert aan te brengen. Het wordt een geweldige smeerboel! Ik ga dus maar een tandje langzamer. Als ik op de klok kijk, zie ik dat ik enorm moet opschieten om nog mee te kunnen met de vaartocht door de Leidse grachten.

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Tegenwoordig lopen de studenten er ongelofelijk netjes bij!

‘Dat wil ik niet missen,’ denk ik op dat moment, nog niet wetende, dat het een enorme crepeertocht zal gaan worden. Brrrrr, wat is het koud!
Ik ga dus maar op de fiets, ook al is het maar vijf minuten lopen naar de Sociëteit. Als ik weg wil fietsen blijkt mijn band lek te zijn. Scheldend ga ik weer naar binnen om mijn elektrische vouwfiets uit de berging te halen. Tjongejonge, wat een gedoe. Ik ben al helemaal klaar en het is nog niet eens begonnen!
studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven
Als ik ter hoogte van het Galgenwater ben, zie ik een stoet grijze duiven richting een paar sloepen bewegen. Ik tuur of ik een bekende zie en ja hoor. Het zijn de reünisten.
Ik parkeer mijn fiets in het kantoor van de rederij en klim aan boord. Zodra we van wal steken ploppen er flessen champagne open. In een traag tempo tuffen we met vier sloepen over de Witte Singel, de Vliet en het Rapenburg. Het begint zachtjes te miezeren. We varen onder de overkluizing bij het Gangetje door richting Haven. Tegen die tijd ben ik compleet bevroren, ondanks mijn dikke donzen parka!
studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven
Het gezelschap heeft op het oog niet echt last van de kou, iedereen is in een opperbeste stemming. ‘Hier woonde ik vroeger, op de eerste verdieping, kijk daar!’ ‘Ik woonde daar achter in een piepklein hokje.’ Mensen wijzen links en rechts naar allerlei oude pleisterplaatsen.
‘Hier ging ik altijd naar de kroeg.’ ‘Daar woonde een meisje, dat ik leuk vond.’
‘Mijn zoon woont in het oude gebouw van de SDAP, jazeker! De oprichters van de PvdA, we varen er zo langs.’ De man heeft het nog niet gezegd of hij brult de naam van zijn zoon richting het imposante pand. Even later steekt een jongen zijn hoofd uit het raam en begint enthousiast te zwaaien…..
studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven
Iets verder zien we Boris Dietrich lopen. Nou ja, ik herken hem niet, maar anderen brullen hem tegemoet. ‘Kom aan boord Boris, stop de boot, kan dat?’ Hij blijkt ook één van de reünisten te zijn. Net als Ronald Plasterk. Ik kan me hen totaal niet herinneren, ook zijn hun namen me niet opgevallen op de presentielijst. Maar ja, ik herken nooit bekende mensen, een oud euvel……
 –
Alhoewel er wel een vaag belletje gaat rinkelen, als ik later Plasterk in de Saint zie staan. Hij kijkt me recht aan. Misschien heb ik toch wel een heel jonge versie van dit kleine mannetje zien rondlopen vroeger.

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Heks ten tijde dat haar lidmaatschap afliep

Na een uurtje zijn we weer terug bij het beginpunt. Een verkleumde club wandelt richting het gebouw van Augustinus aan het Rapenburg.
Daar storten we ons in een knetterende kakofonie van luid pratende mensen, die al begint in de enorme gang. Nog voordat ik mijn jas uit heb, ben ik al helemaal bijgepraat met een aantal oude bekenden. Want ja, ik blijk wel degelijk heel veel mensen te kennen. Alleen niet van naam……

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Zo hebben we afgelopen zaterdag ook uren geswingd

Ook kom ik mensen tegen, die ik helemaal niet van deze studentenvereniging ken. Zoals een buurman. ‘Wat doe jij hier nu? zegt hij verbaasd, ‘Was jij ook lid?’ Hij blijkt in de roerige jaren, dat het een open jongerenvereniging was, voorzitter te zijn geweest.
‘Ook heb ik toen met een aantal mensen het eerste Leids Cabaretfestival gewonnen!’ vervolgt hij trots. Nou, dat had ik allemaal niet achter hem gezocht. Ik ken hem van de hondenwandelgangen hier in de buurt. Hoewel ik hem al een tijdje niet heb gesignaleerd…..

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

De toneelgroep, die ik ooit samen met een paar studenten oprichtte

‘Hoe is het me je hond? Leeft ze nog wel?’ Nee, de hond is dood helaas.
Wat een smerige lucht hangt er in het gebouw. Verschraald bier en hormonaal zweet vermengd met de zure lucht van nachtbraken. Stonk het vroeger ook zo? Waarschijnlijk wel. De lucht komt me vaag bekend voor, maar in die tijd zat er ongetwijfeld nog een asbakgeur doorheen gemengd. En weeddampen…..
Nu mag je niet meer binnen roken, behalve dan in een rookhol. En marihuana is helemaal uit den boze. Dat was toen wel eventjes anders. In de wilde jaren zeventig zat de eerste voorzitter van de Open Jongerenvereniging de vergaderingen voor met een grote joint in zijn mond. Zo stoned als een ui. Deze man is vandaag ook van de partij. In de boot zit hij tegenover me. Nog steeds met woeste baard en lang haar.

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Een andere groep reünisten

‘Vorig jaar hebben we ook een reünie georganiseerd. Voor alle jaargangen. Er kwamen 40 mensen op af. Nu hebben we alleen de jaargangen van de Open Jongerentijd uitgenodigd en er hebben zich 143 mensen ingeschreven!’ vertelt een ongelofelijk leuke en lieve jongedame van het organiserende committee.
Het geeft goed aan hoe speciaal die jaren zijn geweest. Begin jaren tachtig is dit hele concept weer teruggedraaid. Heks heeft toen ook haar lidmaatschap opgezegd. Ik was alweer met andere dingen bezig.
studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven
‘Waren er nu eigenlijk wel werkende jongeren lid?’ Niet dat iemand weet. De politieke ommezwaai sorteerde in die zin weinig effect. Hoewel: Heks heeft een tijdje verkering gehad met een jongen van de instrumentmakersschool. ‘Oh,’ zegt de dame van de organisatie, ‘Maar nu mag je als HBOer tegenwoordig ook gewoon lid worden.’

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Dit soort pakjes droegen de heren van de organisatie

Zou dat dan nog een verdienste zijn, die is overgebleven uit dit roerige tijdperk? Of kan dat bij andere studentenverenigingen ook?
De kerkvader Augustinus, aan wie deze vereniging haar naam te danken heeft, was overigens een Algerijn. Berber van geboorte. Ook neemt zijn gedachtengoed een aparte plek in binnen de filosofie van de Katholieke Kerk. Als autodidact hield hij er geheel eigen ideeën op na. Hij hield van een feestje. Als jongeling leidde hij naar het schijnt een losbandig leven…….

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Augustinus was ook wel eens ergens op tegen

In de Mensa en de Engel wordt een verrukkelijke maaltijd geserveerd.  Ondanks mijn ellendige dieet is er genoeg eetbaars te vinden binnen mijn beperking. Wat een meevaller. Ik besluit om gewoon gezellig te blijven eten. De wijn vloeit rijkelijk. Iedereen is super uitgelaten…

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Zo zaten we zaterdag ook aan lange tafels te kakelen

Na het eten drink ik koffie met Frips, een oude vriend. Wij hebben beiden Nederlands gestudeerd en Theaterwetenschappen. Ook hebben we jarenlang bij de Haagse Comedie in hetzelfde CJP-theaterproject meegedraaid. ‘Wat doe je nu?’ vraagt Heks. ‘Ik ben yogadocent. Ik vind het heerlijk, ik ben eindelijk helemaal op mijn plek.’

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

De mensa is tegenwoordig een restaurant. In onze tijd was het niet zo chique, je werd niet aan tafel bediend

Even later beginnen er mensen oude plaatjes te draaien. Lekker hoor, al die bekende nummers. Al snel ben ik op de dansvloer te vinden. Het is grappig hoeveel mensen zich mij nog weten te herinneren. ‘Je hebt nog steeds een hoed op!’ hoor ik bij voortduring. ‘Je hebt nog steeds die heerlijk onconventionele stijl van kleden’ Dus toen ook al! ‘Goh, Heks, wat staat die hoed je goed!’

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Heks hield toen ook al van rare hoofddeksels!

Ik ben al op weg naar huis, ik heb mijn fiets van de binnenplaats gehaald en mijn jas al aan, als ik ten dans wordt gevraagd door een mij geheel onbekende man. Wel heb ik hem de hele avond al niet onverdienstelijk zien salsa dansen.  Hij tango’t nog een laatste ronde met me door de Saint. ‘Ben jij nu iemand van de jongere garde of een reünist?’ vraagt hij me bij het afscheid.

studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven

Met huisgenoten in ons opblaasbare ‘zwembad’ in onze enorme tuin

Nou, een mooier compliment kun je natuurlijk niet krijgen. Ik weet het, het is laat en de man heeft ongetwijfeld een goeie slok wijn achter de kiezen. Maar toch…….
Dank aan het organiserende team! Deze in keurige pakken gestoken jonge dames en heren studenten hebben alles uit de kast gehaald om dit recalcitrante clubje reünisten heerlijk in de watten te leggen.
studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven studentenvereniging Augustinus, Leiden, Rapenburg, studenten, feest, verenigingsleven