Krachtdier daar, krachtdier hier. Wie oh wie is mijn krachtdier? Leven slaat hints om mijn oren. Wil ik horen? Wil ik zien? Misschien heb ik wel vele vrienden die me helpen. Niet één of twee, maar pakweg tien……..

Op een dag nam mijn opa me tijdens ons wekelijkse zondagse bezoek mee naar de grootouderlijke slaapkamer. Heks was nog maar een piepklein heksje! Ik drentelde op tuimelvoetjes achter mijn grootvader aan. Nieuwsgierig gevolgd door mijn moeder en zusje.

Achter in de kledingkast lag een cadeautje voor me. Ik mocht het zelf gaan pakken. Ik verdween helemaal tussen de kostuums, jurken en corseletten. Ik weet het nog goed, ondanks het feit, dat ik nog maar nauwelijks kon lopen. Het heeft enorm veel indruk gemaakt.

Mijn opa gaf nooit cadeautjes aan de kleinkinderen. Dat was het terrein van oma. Zij kocht de presentjes en deelde ze uit. Ik heb het mijn opa dan ook ooit meer zien doen. Noch bij mezelf, noch bij enig ander kleinkind. En dat waren er genoeg. Heks komt uit een grote clan.

Het was dus een bijzondere aangelegenheid.

Uit de kast kwam een pak. Uit het pak kwam een beer. Een echte ouderwetse teddybeer. Ik noemde hem BEER, want zo heette hij. Sinds die eerste dag waren we onafscheidelijk. Beer ging overal mee naar toe. Met een onzichtbaar koord zat hij aan me vast. Je kon me uittekenen met mijn duim in mijn mond en Beer aan een poot slepend over de grond achter me aan.

Mijn moeder heeft hem later weggegooid. Hij zal wel een arm of been hebben gemist. Zij had geen last van sentimenten omtrent dierbaar speelgoed. Ergens in de loop van mijn vierde of vijfde levensjaar is Beer uit mijn bestaan verdwenen.

Nu we op de Heksenopleiding met krachtdieren bezig zijn komt mijn oude vriend plotseling weer regelmatig in mijn gedachten. Niet dat hij ooit helemaal weg is geweest. Met enige regelmaat tik ik een beer ergens op de kop. Ik heb nog steeds een enorm zwak voor dit type knuffels. En met enige regelmaat eet een hond van me dan zo’n speelgoedbeer weer op.

Ik heb overigens nooit meer een teddybeer gevonden, die sprekend op het exemplaar uit mijn jonge jaren lijkt……

Afgelopen winter, vlak voordat ik me opgeef voor de sjamanistische jaaropleiding, vind ik een lief prentje van een beer in de kringloop. Het blijkt een genummerd exemplaar te zijn uit de serie ‘Sporting Bears’ van Sue Willis, een mijn tot dan toe onbekende kunstenares. Het is niet heel veel waard, dat is dan weer het gekke. Maar voor mij is het goud: Heks is direct dol op het plaatje.

Na de tweede lesdag zit die oude honingsnoeper naast me in de auto. Eenmaal thuisgekomen is hij zeer aanwezig in mijn belevingswereld. Mijn oude vriend. Mijn grote beschermer. Ik voel hoe hij als een duffelse jas om mijn schouders glijdt. De term ‘I have your back’ schiet door me heen.

Toch heb ik een gigantisch probleem met mijn gigantische vriend. Hij houdt er niet van om Beer genoemd te worden. En laat dat nu net de naam zijn, waaronder hij me jaren heeft vergezeld. Het is het eerste wat in mijn hoofd op komt, als ik aan hem denk.

Ik oefen met zijn andere namen. Honingsnoeper, hij die op 2 benen loopt, Besseneter…… Het beklijft niet.

Mijn queeste naar mijn krachtdieren is in volle gang. Want wat bijvoorbeeld te denken van al die kikkers, die mijn heksenhuisje sinds jaar en dag bevolken? En heb ik ook niet eens een hert net niet op mijn bumper gehad? Tot twee keer toe? In dezelfde vakantie!

De eerste keer midden in de nacht in een uitgestrekt bos in Noord Frankrijk. Heks was op vakantie met haar hondje Ysbrandt. Ik ging mijn stem bevrijden in dat prachtige geitenwollensokkenoord Ecolony.

Plotseling spring er een enorm hert uit de struiken pal voor mijn auto. Ik zie in een fractie van een seconde alle details van het dier in het licht van mijn koplampen. Een halve meter voor mijn bumper…….Het volgende moment is de schoonheid met een elegante reuzensprong in het bos aan de overkant van de weg verdwenen…….

En heb ik niet een paar jaar geleden een uil gered? Ben ik hevig verliefd geworden op die schat! Staan er nu ook allemaal uilen in mijn huis. Hertjes ook trouwens…….

En ben ik niet dol op draken en eenhoorns? Woont er niet sinds jaar en dag een groene draak van een draak in mijn hart? En heb ikzelf niet een magische achternaam? Een mythologisch dier zomaar voor het oprapen?

Zondag vind ik een prachtige steen op een warenmarkt hier om de hoek. Het is een Septarie, ofwel een Drakenei. Heks ziet er een afbeelding van de Zwarte Madonna in. Ik raak in gesprek met de verkoper.

Een heel leuk heksengesprek verder loop ik met de steen onder mijn arm weer naar huis.

De Zwarte Madonna was de eerste gedaante, die mijn innerlijk landschap bevolkte. Tijdens mijn initiatie als toverkol werd ik op pad gestuurd in de Ardennen om haar te zoeken. Samen met een bevriende regressietherapeut. We kregen tips uit andere dimensies…….

We vonden haar uiteindelijk in een klein museum in een stadje in België. Een minuscuul beeldje. Sindsdien woont ze in mijn hart.

Kristallen zijn ook vrienden van me. Helpers. Ze roepen me vanuit obscure winkeltjes, waar je hen nooit zou verwachten. Ze komen op wonderbaarlijke wijze op mijn pad soms. Ik heb wel eens een mooie hanger tussen mijn sierraden gevonden, die ik nooit heb aangeschaft. Op een of andere mysterieuze manier is die daar in die lade terecht gekomen.

Groene Draak woont ook al jaren in mijn hart!

Zo kwam Beer ook naar me toe middels iemand, die nooit cadeautjes gaf. Zelfs niet aan zijn eigen vrouw. Ik moet me dan ook maar geen zorgen maken over wie mijn krachtdieren zijn. Ze laten zich echt niet tegenhouden als ze bij je willen komen.

Vorige week ontdekken mijn hulp en ik een nest muizen in de berging. Muis is net begonnen met het verzamelen van zachte lapjes. Hiertoe heeft ze een antieke Russische winterjas in stukjes geknaagd.

Er zijn nog geen jonge muisjes te bekennen in het nest, dus we zetten het opklapbed, waar het nest in zit, buiten voor de deur. Muis moet haar huisvesting maar elders voortzetten.

Als we het bed verplaatsen gaat de muis er vandoor. Snel rent ze de hoek van de steeg om richting museum. Daar is het prima toeven voor muizen weet ik van mijn kat Ferguut. Het is een uitstekende locatie voor de muizenjacht. Mijn panter laat zich met enige regelmaat expres insluiten voor een bacchanaal.

Zondag aan het eind van de middag fiets ik naar Kras. We gaan weer heerlijk mediteren. Onze Pop Up Sangha loopt als een tierelier. Als we de spirit krijgen en we hebben genoeg energie bellen we elkaar op. Vervolgens komt ze hierheen of ga ik naar haar huis. Ook afhankelijk van onze fysieke mogelijkheden op dat moment; MEDITEREN OP MAAT!

Ik heb mijn nieuwe steen meegenomen. Sinds enige tijd is Kras ook helemaal verslingerd aan kristallen. We zetten de steen neer met een kaarsje erbij. Dan lees ik een willekeurige tekst van Thay. Die is echter zo ongelofelijk to the point voor ons allebei. Ik heb em zomaar lukraak uit een pak kaarten met teksten gegrist!

Het leven zit vol magie. Vaak zien we het niet. Moet je eerst om de oren worden geslagen met hints……..

 

Heks gaat op vakantie:  een weekje Buitenkunst! Het heeft wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk zit ik dan toch in mijn tent!!!

  
Zaterdagmorgen staat Frogs op de stoep. Hij komt me helpen met het inladen van mijn auto. Met zijn pink….. Heks gaat een weekje op vakantie. Kamperen op Buitenkunst. ‘Heb je daar Cowboy niet ooit ontmoet?’ Ja, inderdaad. Twee jaar geleden om precies te zijn. Alleen ga ik nu naar een andere locatie. 

Terwijl Frogs vuilniszakken in de container gooit, de hond uitlaat en wat laatste boodschappen voor me haalt zoek ik me een ongeluk naar m’n brace. Waar is dat ding? Ik heb em pas gisterenavond laat afgedaan!

  

  
Het is al de zoveelste zoekpartij. M’n rijbewijs en autopapieren ben ik een hele dag kwijt geweest. Gisterenavond heb ik me nog suf gezocht naar mijn andere hulpstukken voor de diverse gewrichten. De oplader van mijn Tens apparaat is ook al verdwenen. Kortom: ik kan niets vinden…..

Uiteindelijk zit ik met al mijn teringzooi in Het Gele Gevaar. Ik prop Ysbrandt er nog bij. Die gaat een weekje bij Cowboy logeren. Later dan gepland rijd ik de stad uit. Het is prachtig weer. Het is Gaypride in onze hoofdstad. Gelukkig kan ik er redelijk doorheen komen. Om een uurtje of twee lever ik Varkentje af.

Samen met een recent aangeschafte fietskar. Ik leg mijn lief uit hoe het geval werkt. Leuk! Kunnen ze samen op stap volgende week met de voorspelde hittegolf. Uiteindelijk tuf ik richting Drenthe. Alle beesten verzorgd, mijn handen vrij, mooi weer op komst en een hele week creatief bezig zijn. Joepie!

 Edit   
Als ik op Buitenkunst arriveer krijg ik een kaart van het terrein. Hier staan gezinnen, daar staan pubers en gillende keukenmeiden. Blèrende baby’s zijn er ook. Dat moet ik zien te vermijden. Heks heeft zin in rust. Omdat de dagen vrij hectisch zijn is het prettig om je even terug te trekken…..

Op advies van de dame achter de balie rijd ik naar een kalme hoek. Ik parkeer mijn herstelde voiture en annexeer een plekje in het bos. Bij het opzetten van de tent knapt er een tentstok. Verdraaid! Ik ben een eeuwigheid bezig om de stok te repareren. Vervolgens kom ik er achter dat ik de haringen ben vergeten. Wel klaargelegd maar niet in de auto beland. Natuurlijk geef ik Frogs de schuld. Hij kan zich toch niet verdedigen….

Gelukkig ligt er een pak verse haringen in de auto. Op het laatste moment gekocht en erin gesmeten. Daar kom ik een heel end mee.

Net als de tent staat en alles er zo’n beetje in ligt komt er een juffie van de organisatie. Althans, zo doet ze zich voor. ‘U mag hier helemaal niet staan. U moet daarheen.’ Ze wijst twintig meter verderop. Of ik maar even mijn boeltje wil pakken. Nou, ik dacht het niet!

En dat vertel ik haar ook. ‘Uw collega heeft me deze plek aanbevolen, knappe jongen of meid die me ervandaan krijgt.’ Als ik moet verkassen, ga ik naar huis, denk ik bij mezelf. Het lijkt Ecolony wel. Daar liep een uiterst irritante geitensok achter me aan om me te vertellen wat ik allemaal voor’n schandaligs deed buiten de paden van hun enge regeltjes…… Zoals koffie drinken uit een soepkom. Of tandenpoetsen bij een afwasbak! De man hield daar overigens accuut mee op, toen Frogs zich meldde. Het kan dus ook een onnavolgbare versiertoer zijn geweest. Sommige vrouwen vallen wellicht op betweters…… Hoe onwaarschijnlijk ook!

Nadat ik de vrouw heb verdreven meldt een collega zich. O jee, nu gaan we het krijgen…. Maar nee. De man is uiterst vriendelijk en verontschuldigt zich voor het gedrag van de vrouw. Die heeft helemaal niets te vertellen over het terrein. Hij wel, want hij is de beheerder! De schat brengt me ook nog een zestal haringen. Zo kan ik dan alsnog mijn luifel opzetten….

  

 Als ik mijn tent in kruip ontdek ik dat het luchtbed lek is. Ik blijk een antiek exemplaar te hebben meegenomen. Bij de receptie krijg ik een rolletje Duck Tape. Ik plak het gat dicht en voor de zekerheid ook alle andere gekraakte plekken. Helaas is het ontoereikend. s’Nachts zak ik in no time naar de bodem en daar dobber ik waakslapend tot het ochtendgloren. Goddank heb ik een laagje astronautenschuim om me te redden van de bobbelige koude grond.

Zo is de eerste vakantiedag er eentje vol tegenslag. Maar het beklijft niet. Zo zie je maar weer. Een mens kan best wat hebben. Als de omgeving maar goed is. 

Die avond presenteren alle medewerksters zich in het grote theater, een berg blubber met een tribune ervoor…. We zitten allemaal met onze oortjes te klapperen. Af en toe klinkt er een lachsalvo. Na afloop is er een groot kampvuur. Heks maakt het niet meer mee. Die ligt dan al op de barre grond pogingen te doen om in te slapen……
 Edit