De film ‘The Gabby Douglas Story’ is een lekkere geromantiseerde versie van de keiharde vechtweg naar de absolute turntop, die de echte Gabby in het echte leven heeft afgelegd. Heks zit ontroerd te kijken. Geraakt door de betrokkenheid en hoge gunfactor van haar directe omgeving. Ze dragen haar droom met haar. Wat mooi. En……. Aan het eind van de film heeft dus IEDEREEN gewonnen. Voor interbeing hoef je echt niet rijk te zijn. Vermogen lijkt eerder in de weg te staan van dit ‘in elkaar’ bestaan. Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te kruipen, dan voor een rijke om het koninkrijk Gods binnen te gaan’ zegt Jezus. The Kingdom of God is here and now,’ zegt Thich Nhat Hanh.

Afgelopen week val ik helemaal om na een flinke interne ontploffing. Stoom uit mijn oren en het gevoel of ik een kilo bakstenen heb opgegeten. Ik heb dan ook helemaal geen honger meer. Ik krijg geen hap door mijn keel.

Nu hak ik al jaren met dit bijltje. Steeds als ik denk dat ik mijn verleden achter me heb gelaten slaat het me weer keihard om de oren. Komen al die ouwe lijken weer uit de kast.  Spugen ze me in het gelaat. Kotsen over me heen. Stompen me in de maag. Gunnen me het licht in de ogen niet.

Weg met die lelijke lijken! Ophoepelen nu. Het is toch wel een keertje mooi geweest.

Eventjes denk ik helemaal terug bij af te zijn, maar dat is toch niet zo. Ik ben er nog niet, maar het schiet wel lekker op. Er komt een moment, dat ik na een dergelijke confrontatie met mijn voorouders niet meer met mijn hoofd naar beneden van een flatgebouw wil springen. Of pogingen doen om naar Engeland te zwemmen.

Er komt een moment, dat mijn verweesde staat me niet meer onderuit haalt. Ooit hoor ik weer bij medemensen. Maar niet zolang ik bij mensen wil horen, die me in feite wezensvreemd zijn.

Heks geeft geen zak om geld, maar ik kan totaal niet tegen onrecht. En laat ik nu uit een achtergrond komen, waar liefde wordt uitgedrukt in pecunia. Maar waar tevens wordt gemanipuleerd als betrof het een nationale sport.

‘Moet je horen, wat ik nu weer heb uitgehaald,’ placht mijn moedertje vroeger te zeggen aan de telefoon. Er volgde dan geheid een verhaal over hoe ze listig allerlei mensen naar haar hand had gezet. Geen middel werd geschuwd. En als de gemanipuleerde boos werd, was mijn moeder tevreden. Dan had ze eventjes laten voelen dat….. Ja wat?

Heks moest er vaak enorm om lachen. Het betrof meestal onschuldige listen. ‘Als je het bij mij maar laat, ma,’ giebelde ik dan. Maar nee. Ze heeft in Heks haar meesterwerk gezien. Geslepen heeft ze me jarenlang in de val laten lopen. En nu ze niet meer in staat is tot welke streek dan ook, komen er nog steeds allerlei apen uit ouwe muffe mouwen.

Zit Heks voor eeuwig gevangen in haar fuik.

Tja.

Vrijdagavond lig ik vroeg in bed. In feite ben ik er alleen maar uit geweest om de hond uit te laten. Ik kijk naar ‘The Gabby Douglas story’. Een zepige feelgoodfilm over een arm meisje, die het tot Olympisch Kampioene turnen schopt. Het loopt goed af en er gebeurt niks naars. Op armoede na dan.

In de film wordt bijvoorbeeld niet gerept over het seksuele misbruik van ongeveer het gehele Olympische meisjesteam door hun teamarts. Dus het is duidelijk een geromantiseerde versie van het echte verhaal.

De moeder van Gabby is een sterk wijf. Vanaf het moment dan dat ze haar hopeloze vent verlaat dan. Tot die tijd leeft dit gezin van de wind. De man kan geen baan vasthouden. Hij wordt afgeschilderd als een slappe zak van een kerel. Hij verdwijnt dan ook volledig uit beeld. Bizar toch?

Gelukkig kan de moeder bij haar eigen moeder aankloppen. Word liefdevol opgenomen. Zodra moeders op eigen benen komt te staan gaat het veel beter met het gezin.

Opvallend is dat ze haar kinderen enorm stimuleert om hun droom na te jagen. Zijzelf is bereid om daar elk denkbaar offer voor te brengen. Dat is eventjes andere koek dan ‘zoek het maar uit met je opleiding, we stikken van het geld, dus je kunt geen beurs krijgen, maar van ons krijg je ook niks.’

Wat me ook treft is hoe de broer en zusters van Gabby haar haar succes gunnen. Ze zeggen hun eigen hobby’s op, zodat het meisje kan blijven trainen. Er is namelijk weinig geld. Zelfs als er helemaal niks meer is weet de moeder nog mogelijkheden te vinden om haar dochter te laten sporten.

Niks ‘Je bent m’n meest getalenteerde kind en je doet er helemaal niks mee,’ nadat je ziek bent geworden van het jezelf over de kop werken. Nee, op momenten dat het meisje het niet meer ziet zitten allemaal, misschien door het seksuele misbruik…., weten haar familieleden haar te stimuleren om door te gaan.

images-8

Haar broer is haar beste vriend. Het is een grote warme vent, die echt belangstelling heeft voor zijn getalenteerde zuster. Het is geen koude harteloze zak. Hij harkt niet bijvoorbeeld haar toekomstig erfdeel bij voorbaat grotendeels naar zich toe in langlopende renteloze leningen. Nee hoor. Hij houdt van zijn zusje. Hij gunt haar wat.

Het hele gezin gunt haar wat. Ze laten haar niet haar eigen opleiding verdienen, omdat ze geen beurs kan krijgen. Ze laten haar niet smeken om een klein bedrag te kunnen lenen, omdat ze nergens anders kan lenen.

Terwijl ze zelf in dure auto’s rondrijden en van gekkigheid niet weten wat ze moeten doen met hun geld. Ze laten haar vervolgens niet die studielening twee keer terug betalen, omdat ze na de eerste keer gewoon voor het gemak ‘vergeten’ dat het al verrekend is.

Heks zit het allemaal ademloos aan te zien. Goh, zo kan het ook. Het is dan wel geromantiseerd, maar de bottom line zal toch wel kloppen? Wat een geweldig gezin. En waar zit em dat nu in? Zo gemakkelijk hebben ze het nu niet bepaald.

Het komt me bijna onwerkelijk voor hoe er met Gabby wordt meegedacht. Hoe haar dierbaren haar niet willen beperken, maar hoe ze juist kijken naar mogelijkheden. Hoe haar naasten haar iets gunnen.

Heks heeft haar hele leven lang te maken gehad met jaloezie. Mensen willen mij juist inpeperen, dat ik me vooral niets moet verbeelden. Dat ik niks ben en ook nooit wat zal worden. Dat ik wat ik echt wilde maar gevoeglijk uit mijn kop moest zetten.

‘Ik heb nooit mijn dromen kunnen leven, dus ik gun het jou ook niet, zoek het maar uit’ redeneerde mijn papaatje in zichzelf. Mijn moeder gooide het over een andere boeg. ‘Jij bent zo labiel,’ riep ze om de haverklap.

Het zal projectie geweest zijn, want ik herken me daar niet in. Heks is juist ijzersterk. Anders was ze allang van die flat afgesprongen of express tegen een dikke boom aan geknald met haar kreukelzonevrije bolide. Of knettergek geworden.

Maar niets van dat al. Ik ben juist een steunpilaar geweest voor Jan en Alleman. Heks is een rots in de branding.

Maar goed. Het is tijd voor een ander deuntje. Ik heb besloten dit soort geprojecteerde meningen achter me te laten. Er is geen eer aan te behalen, ik hou mezelf er alleen maar klein mee.

Ik besluit voor mezelf de ouder te zijn, die ik niet had. Vol onvoorwaardelijke liefde. Mezelf stimulerend om mijn dromen te volgen. Met een groot geloof in mijn mogelijkheden. Mezelf opvangen als ik val. Niet het mes er dan inzetten, nee: Mezelf troosten…..

Maar ik kan het niet alleen. Ik moet ervoor zorgen, dat ik weer ergens bij hoor. Heks zit nog steeds veel te veel in haar uppie te koekeloeren. Dat komt natuurlijk ook door mijn ziekte. Ik heb zo verrekte weinig energie. En die kleine hoeveelheid gaat grotendeels op aan hond uitlaten en naar de fysiotherapeut gaan.

Heks hoeft geen Olympisch Kampioene te worden. Op de schaats. Want voor turnen heb ik sowieso geen talent. Ik haat turnen juist. Ik ben net iets te vaak onder invloed van valium uit die verrekte ringen geflikkerd. Toen ik verplicht op die kutsport zat, omdat mijn moeder in het bestuur van de gymclub zat. Iets dat Gabby zou hebben toegejuicht in haar moeder.

images-7

Zo zie je maar weer. Als ouder doe je het ook nooit goed. Op een enkeling na dan. Hoewel: Wie weet gaat Gabby haar familie nog van alles verwijten op den duur. Komen ook daar nog rare apen uit mouwen. Die foute arts is er alvast eentje.

Toen hij nog in de mouw zat tweette Gabby nog dat je als vrouw zelf vooral geen aanleiding moest geven…… Toe maar! Dat heeft een vroegere vriendin tegen Heks ook wel eens gezegd, nadat ze was verkracht! Het ligt gewoon aan jezelf! Doe een Burka aan!

De foute arts, Larry Nassar…

De 21-jarige Douglas kreeg vorige week nog kritiek te verduren nadat ze op Twitter had geschreven dat het de verantwoordelijkheid van vrouwen is seksueel intimidatie te voorkomen, bijvoorbeeld door gepaste kleding te dragen.  Daarmee zouden verkeerde mensen alleen maar worden verleid, was haar stelling.

Nee, het leven is nog niet zo eenvoudig. Het is in elk geval geen film met happy end. Hoe graag we dat laatste ook willen.

Idioten zitten te zaniken over de haarstijl van de Olympische Kampioene naar het schijnt. Gelukkig neemt ook iemand het weer op voor Gabby…….

 

Veelbewogen dag met louter tegenslag, maar ook veel mooie momenten. Emotioneel afscheid van geliefde tante. Het regent pijpenstelen, dat geeft de stemming aardig weer. Maar er is meer. Hoogtepunten zelfs!!! Heks ziet haar familie weer!

Sergei Polunin

Donderdagavond zie ik een documentaire over de danser Sergei Polunin. De balletdanser waar de zwaartekracht geen vat op lijkt te hebben. Vooral niet al hij cocaïne heeft gebruikt……

Hoe zijn hele familie kromlag om zijn studie te kunnen betalen. Zijn vader in Portugal, zijn grootmoeder in Griekenland. Zijn moeder bleef bij haar kind als zijn persoonlijke toegewijde verzorgster.

Hoe hij zijn motivatie haalde uit het voornemen om middels succes in de danswereld zijn familie weer te herenigen. En de neergang vanaf het moment, dat zijn ouders toch echt gaan scheiden…….

De familie is uiteengeslagen door de gebeurtenissen, terwijl dat juist niet de bedoeling was! En hoewel ze elkaar al jaren niet hebben gezien is de definitieve breuk tussen de ouders een enorme dreun voor de jongen. Vanaf dat moment komt hij in de problemen. Zijn drive is weg. Veelzeggend.

Zo zie je maar weer hoe belangrijk je familie is. En hoe ontregelend het kan zijn als die basis wegvalt.

Dan valt het beeld weg, storing bij Ziggo. Gelukkig maar, want ik moet gaan slapen. Morgen moet ik vroeg op. We gaan mijn tante Mar begraven. Heel plotseling is ze ertussenuit geknepen

Het regent pijpenstelen op de dag dat mijn tante naar haar laatste rustplaats wordt gebracht. Heks fietst door de gietende regen naar de dokter voor haar prikken. Dat red ik nog precies, gek eigenlijk. Ik dacht dat het niet zou lukken eerder deze week, toen ik de rouwkaart eens grondig bestudeerde.

Als ik weer naar huis wil gaan breekt mijn fietssleutel af in het slot. K.U.T. Wat nu? Het is de elektrische ebike van mijn moeder. Loodzwaar. En ik heb maar 1 sleutel. Waarvan de helft nu in het slot bivakkeert.

Paniekerig probeer ik de sleutel eruit te schudden, maar ja, schudden met een fiets van 300 kilo op zijn kant is natuurlijk niets voor een MEpatiënt. Ik vraag me af of er überhaupt mensen zijn die er bij een dergelijk sportief hoogstandje zonder kleerscheuren van af zouden komen. Heks voelt haar gewrichten piepen en kraken. Hier en daar valt er eentje uit de kom.

Dan komt de assistente op me af met een mes. Ze heeft me zien tobben en komt me te hulp. Strijdvaardig heft ze de vervaarlijke brievenopener, want dat is het, in de lucht om vervolgens het slot te lijf te gaan. Vakkundig wipt ze het restant sleutel uit zijn gevangenis. Dat is alvast iets. En iets is beter dan niets…..

Ik loop dus maar weer naar huis. Mijn hoofd tolt van de zich plotseling opstapelende problemen. Ik moet ten eerste een sleutel laten maken, maar ik ben hartstikke blut. Gelukkig kan ik poffen in de natuurwinkel. Voldoende voor een nieuw exemplaar en een paar liter benzine. Mijn tank is ook leeg……

Maar eerst ga ik naar de begrafenis van mijn tante, Heks is met deze vrouw en haar dierbaren opgegroeid. Ze woonde maar een paar huizenblokken bij ons vandaan, deze opgewekte rebbelende lakonieke dame met haar grote drukke gezin.

Ik moet nu echt opschieten. Als ik er de sokken niet in zet ben ik te laat. Snel schiet ik iets netjes aan en spurt naar mijn auto.

Dan begint er een martelgang om in Voorschoten te geraken. Hemelsbreed helemaal niet zo ver van Leiden, maar de stad is opgebroken, alsmede vol verdwaalde Duitse toeristen en trage lesauto’s. Mensen blijven stilstaan voor groene stoplichten of gewoon midden op straat. Invoegen is ook heel problematisch opeens. Heks vloekt tussen haar tanden. De minuten tikken genadeloos voorbij.

Sergei Polunin

Voorschoten is onlangs volledig op de schop gegaan, hetgeen de doorstroming van het verkeer in dit lintdorp niet ten goede komt. Zacht uitgedrukt. Ook is het marktdag. De Voorstraat, waar ik meestal parkeer, is vergeven van de kraampjes en winkelende mensen.

Het parkeerterrein erachter is volgebouwd met tenten vanwege een festivalletje. Mijn god, hier ook al? Het is een plaag dit soort activiteiten.

Alle omringende parkeerterreinen zijn zonder uitzondering stampvol. Heks rijdt intussen paniekerig van hot naar her, want het wordt steeds later. Wanhopig schiet ik een woonwijk in. En daar vind ik dan eindelijk de zo begeerde parkeerplek. Hoera!

‘Ik haat dit stomme dorp,’ ligt dan al in mijn mond bestorven. Ik ken dit oord natuurlijk goed, ik ben er opgegroeid. Sputterend sprint ik naar de kerk. Onderweg probeer ik mijn stemming om te gooien. Zo kan ik toch niet Gods huis betreden? Vloekend en scheldend?

Nu ben ik extra vroeg opgestaan om op tijd te komen. De condoleance heb ik overgeslagen, want het wordt toch al een hele lange dag. Maar de dienst wil ik toch echt bijwonen. Ik schuif twee minuten te laat naar binnen. Wat gek. Iedereen zit al. De kist staat er al. De dominee staat volop te preken……

Een vreemde gang van zaken. Maar ik ben allang blij dat ik binnen ben. Het is altijd een hele bevalling om ’s morgens ergens acte de présence te geven. Ik kom dan uit de prehistorie zetten, dit gaat bovendien gepaard met stevige spierpijn en heftige griepverschijnselen. En vandaag ben ik ook nog door het lot tegengewerkt.

Het koor gaat zingen. Prachtig! Ik heb niet al teveel gemist gelukkig. Denk ik op dat moment nog. Maar als we even later gezamenlijk een lied gaan zingen, zie ik dat de dienst al bijna voorbij is. Huh? Ik ben maar liefst een uur te laat gekomen. Hoe is dat nu mogelijk?

Bij Heks is alles mogelijk. Mijn hoofd is een leuk aangeklede vergiet. Met een hoedje erop om mijn gedachten bij elkaar te houden. En zelfs dan kan het me nog gebeuren dat ik de plank helemaal mis sla. Zoals vandaag.

Gisterenavond heb ik nog even goed gekeken op de rouwkaart. Zo laat dit en dan dat. En tot slot zus en zo. Duidelijk. Behalve dat ik mijn bril niet ophad en het behoorlijk schemerig was in mijn woonkamer. Ik heb het dan ook niet goed gezien, tijden door elkaar geklutst en dan krijg je dit!

Op dat moment vind ik het niet zo erg. Het wordt toch al een lange dag en nu is ie gelijk iets korter. ‘Je hebt wel wat gemist hoor,’ hoor ik echter later. Mijn oom heeft prachtig gesproken. Een persoonlijk In Memoriam. Heel bijzonder.

De kerk is afgeladen vol. Wat een rijk leven! En dat hoor ik steeds terug deze dag. Mijn vrolijke kwebbel van een tante had gewoon een enorm netwerk van mensen om zich heen. Met haar 87 jaren stond ze nog midden in het leven. Ze zal enorm gemist worden.

Heks krijgt een overdosis familie te verstouwen, niet mijn sterkste punt. Toch sla ik me dapper door alle gesprekken heen. Hoe het met me gaat? Daar lul ik me dan uit. In werkelijkheid heb ik geen idee. Wat heb ik nu voor’n leven? Ik ben de risee van de familie. Althans, zo ervaar ik het vaak.

Vandaag kom ik echter allemaal lieve neven en nichten tegen en ooms en tantes en een zuster, die echt enorm blij zijn om me te zien. Een fijne ervaring.

Ons eigen gezin is helemaal uit elkaar gevallen. Of ik ben eruit gevallen. Uit het nest geduveld. Een beetje geduwd misschien? Ik heb me nog een hele tijd aan de rand vastgeklampt. Heb me terug naar binnen geprobeerd te wurmen. Iets dat het bij vogels meestal goed doet.

En uiteindelijk losgelaten. Noodgedwongen. Wegens vergaand verkrampte spieren. Wat moet je ervan zeggen? Het gebeurt. Zulke dingen. Best vaak zelfs. Het is mij gebeurd.

Ik kijk naar die grote drukke familie. Luidruchtige mensen. Wat een lawaai toch altijd! Saai is het in elk geval nooit bij ons…… Mensen proosten op het rijke leven van mijn tante. Heks luistert naar alle ontroerende verhalen rondom haar dood.

Lachsalvo’s schieten links en rechts uit groepjes omhoog. Ja, lachen kunnen ze als de beste, die familieleden van Heks. Het is één van de mooie erfenissen van mijn voorouders. Naast een vat vol woede is er ook een groot potentieel aan humor doorgegeven.

Dit is de familie van vaderskant, maar de clan van mijn moeder is nog veel erger. Hun humor is bijkans dodelijk. Vraag maar aan mijn exen.

Sergei Polunin

Na een paar uur ben ik helemaal gaar. Om me heen eten mensen taartjes, soep en broodjes. Ik heb ook trek gekregen. Het is dan ook al vier uur intussen. Heks gaat naar huis.

Daar wacht me nog de ondankbare taak om een nieuwe sleutel te laten namaken van dat afgebroken exemplaar. Met de nieuwe sleutel op zak wandel ik weer met VikThor naar de dokter. Het giet bakken van de hemel. Later lees ik dat er op één dag net zoveel regen valt in Leiden en omgeving als normaal gesproken in een maand. Arme tante. Ze treft het niet haar eerste nacht buiten.

Ik stop de sleutel in het slot, maar nee. Hij past niet. Potverdorie.

Weer schelden natuurlijk, want ik ben intussen doodmoe. En helemaal doorweekt. Toch ga ik mijn auto halen. Dus weer lopen naar huis….. Met mijn halvezolige oververmoeide lijf. Ik durf die fiets daar niet de hele nacht te laten staan.

Tierend rijd ik vervolgens met mijn kanariepiet door de stad. Ik moet enorm omrijden, vanwege de idiote onlogische rijrichtingen in de binnenstad. Vik kijkt me verbaasd aan. Wat heeft de Vrouw toch?

Met een enorme kreun til ik die loodzware fiets in mijn achterklep. Ik heb het eerder gedaan, dus het kan. daar houd ik me aan vast.

Daarna rijd ik stapvoets naar huis. Af en toe moet ik stoppen om de achterklep weer omlaag te doen, want ik heb geen stuk touw bij me. Helemaal afgedraaid zit ik wat later in mijn stoel.

Ik bel de Don. Geduldig luistert hij naar mijn verslag van deze rampendag. Het duurt uren voordat ik weer een beetje mens ben. Dan ga ik eten. Eindelijk. Om vervolgens nog uren wakker te liggen. teveel prikkels, indrukken en emoties. Daar ben ik dan weer eventjes zoet mee.

Later lees ik een raar berichtje op de familie app. Zitten ze me nu te dissen? Ja, het is zo. Of niet? Of toch wel? Mijn god. Het houdt ook nooit op.

 

 

Inspiratie! Mensen, die schilderen vanuit opperste concentratie. Of een wonderlijke textiele creatie. En van de kaart raken door iets op de kaart te zetten. Je eigen landkaart wel te verstaan! De kaarten zijn geschud. Ik leg ze op tafel!

Zondag is een heerlijke dag. Eerst gaat Kortjakje naar de kerk. Mijn kerk waar god goddank ook een vrouw is. Dat is me al in geen weken gelukt! We krijgen een preek over die inhalige tollenaar Zacheüs voor de kiezen. Een huisjesmelker avant la lettre. Een genadeloze afperser, belastinginner en incassobureau in één. Je snapt dat zijn stadsgenoten de pest aan hem hadden.

Maar goed, de man is gegrepen door de verhalen die over Jezus de ronde doen en hij klimt in een boom. Hij is namelijk echt piepklein, het is onmogelijk voor hem om over de enorme menigte heen te kijken die de Heiland achtervolgt. Hij wil echter per se die man zien, waar iedereen het over heeft.

Op een gegeven moment ziet de redder der mensheid hem zitten tussen de bladeren. En dan nodigt Jezus zichzelf uit in zijn huis! Ha! De man is helemaal in zijn nopjes.

De rest van de stad snapt er geen snars van. Waarom ga je in godsnaam eten bij zo’n creep in een huis waar je nog niet dood gevonden wilt worden?

Zo zie je maar weer. Voor god telt iedereen. Zelfs een stelende thuiszorg of een malafide leider of een knettergek familielid. Narcisten en psychopaten? Het goddelijke houdt van alles en iedereen. Zonder aanziens des persoons. Onuitstaanbaar natuurlijk voor diegenen onder ons, die enorm hun best doen om goed te zijn. De uitverkorenen die weten hoe het heurt. Zit zo’n zondaar op de eerste rij! Alweer. De koekepeer.

Ik drink koffie met Jip en Janneke. Oh, wat gezellig toch weer. Janneke laat me een oude foto zien van haar en Jip tijdens een dagje uit. ‘Kijk, ik rook een sigaretje…. Grappig he, al jaren niet meer gedaan.’ Tot mijn verbazing heeft Jip zwart haar in zijn jonge jaren. ‘Ik dacht altijd dat hij blond was.’

‘Nee, Heks, hij had ravenzwart haar, het was een knapperd hoor!’ Ze zijn allebei heel erg knap, wat leuk om te zien!

Voor de kerk staan een paar straatmuzikanten te spelen. Vandaag wordt het Gouden Pet festival gehouden. Een vast onderdeel van de Leidse Lakenfeesten. Heks heeft jaren geleden wel eens meegedaan samen met Buurman en ons Dikkertje Tromkoor. Mijn goede vriend in Lederhose en ik in een echte originele Dirndljurk.

Met een enorm decolleté dankzij de opgevulde oude voedingsBH gekregen van mijn oma. Compleet met geit, bakfiets, wringer, zeepsop en de kanten gordijnen van mijn grootmoeder……

Vandaag doe ik niet mee. Ik ga lekker een beetje met VikThor door de stad wandelen vanmiddag. En genieten.

Het is heerlijk weer, niet te warm. De stad loopt vol vrolijke mensen en iedereen is aardig vandaag! Wat een feest. In een tijdelijke winkel in de Haarlemmerstraat koop ik een heleboel schoenen voor een habbekrats. Geweldige zwarte rubberlaarzen. Fantastische pumps, die precies bij een hoed van me passen. Warme winterlaarsjes die ik zonder sok moet passen, ik stop mijn dunne katoenen sjaal dus maar in die schoen, bijna niet te doen. Korte roze regenlaarsjes……

Omdat ik opeens met twee tassen loop te sjouwen breng ik alles eerst naar huis. Opnieuw loop ik de stad in, maar nu laat ik alle winkels links liggen. Ik wil nog eventjes kijken op de kunstmarkt. Terwijl ik onderweg ben hoor ik de klok vijf keer slaan. Hmmm. Misschien is alles nu wel voorbij. En inderdaad. Op de Hooglandse Kerkgracht wordt flink opgeruimd. Diverse kraampjes zijn al helemaal leeg.

Een hele lieve dame is bezig om prachtig keramiek in te pakken. We krijgen een superleuk gesprek over de geschiedenis van de diverse motieven. Sinds ik in een indrukwekkend Frans keramiekmuseum ben geweest twee jaar geleden heb ik meer oog gekregen voor deze kunstvorm. ‘Oh, dit stelt allemaal niks voor,’ roept de dame bescheiden, ‘Het is gewoon een uit de hand gelopen hobby….’

Wat verder raak ik aan de praat met een vrouw, Tineke Jacobs, die met zwarte inkt hele mooie tekeningen maakt op zwaar geschept papier. Een soort kalligrafie zonder letters. ‘Het vraagt opperste concentratie. Elke streek moet raak zijn!’ vertelt ze me.

Ook drukt ze foto’s af op metaal en gaat daar dan weer in zitten frasen…. In dezelfde kraam hangt prachtig werk van een andere kunstenaar,Gerard Schoenmaker. Hij maakt driedimensionale ‘schilderijen’ met textiel. Ongelofelijk mooi.

Als ik het kaartje zie van de kunstenares ben ik blij verrast. Al jaren zie ik links en rechts haar werk voorbij komen, maar ik wist nooit welk gezicht erbij hoort. Ze is ook altijd heel actief met allerlei projecten hier in de stad. Ik noem er een paar op. ‘Oh, wat leuk dat je dat nog weet, dat is al twintig, dertig jaar geleden….’

We staan elkaar aan te kijken en roepen tegelijkertijd ‘Je komt me toch zo bekend voor.’ Ongetwijfeld hebben we elkaar vaak gezien in de kunstzinnige Leidse wandelgangen.

Een andere kunstenaar, Martijn Kessler, voegt zich bij ons. Het is een lange vent, die hoeft niet in een boom te klimmen om over de menigte heen te kijken. Vrolijk begint hij met me te flirten, ‘Oh, je schrijft als toverheks? Wat erotisch!’ We schateren het uit. Hij is beslist niet bang uitgevallen, de meeste mannen zijn als de dood voor heksen!

De man heeft een geweldig leuk bedrijf. Ze maken fantasielandkaarten. Associatieve cartografie. Kaarten van niet bestaande landen. Nou ja, niet bestaand…. Dat weet je maar nooit. Misschien zitten mensen wel de contouren een parallelle werkelijkheid in beeld te brengen. Wie al het zeggen?

Zo dans ik blij door de stad. Al dagen maak ik weer de leukste dingen mee, hetgeen maar weer bevestigt hoe relatief de werkelijkheid is. Stik je van opgekropte woede, dan reageren mensen heel anders, dan wanneer je vloeit en stroomt.

images (1)

’s Avonds krijg ik een geweldig idee. Ik wil ook een landkaart maken. Van mijn innerlijke landschap. Dat landschap, dat ik zo goed ken, waar ik regelmatig in rondwandel. De heuvels en bergen, grot met de vuurspuwende draak, bronnen, enorme rivier, het lieflijke dal met de zwarte madonna……. Wat lijkt me dat leuk!

En dan al die onbekende gebieden, de delen waar ik nog nooit geweest ben. De omringende zeeën, oceanen. Het onherbergzame hooggebergte. De vuurspuwende kraters. IJzige kou.

Vandaag sjouw ik een enorm doek de trap op. Ik pak mijn ezel uit de werkkamer en installeer me in de woonkamer. Naast de open balkondeur. Bijna buiten.

Het valt nog niet mee om zo’n landkaart te maken, ontdek ik al snel als ik met een stuk houtskool wat contouren teken. Gelukkig krijg ik diezelfde middag een uitnodiging om een keertje te komen brainstormen van de expert. Ha. Misschien ga ik dit doek gewoon volgooien met een hoop verf. Vanuit het idee. En dan maar kijken wat er uit komt.

 

Wat doen mensen toch leuke dingen met hun leven. Wat wordt er toch altijd weer prachtige kunst gemaakt. Heks is heerlijk geïnspireerd geraakt om zelf weer aan de gang te gaan. Hoera!

Wat is associatieve cartografie?

Heks gaat op vakantie:  een weekje Buitenkunst! Het heeft wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk zit ik dan toch in mijn tent!!!

  
Zaterdagmorgen staat Frogs op de stoep. Hij komt me helpen met het inladen van mijn auto. Met zijn pink….. Heks gaat een weekje op vakantie. Kamperen op Buitenkunst. ‘Heb je daar Cowboy niet ooit ontmoet?’ Ja, inderdaad. Twee jaar geleden om precies te zijn. Alleen ga ik nu naar een andere locatie. 

Terwijl Frogs vuilniszakken in de container gooit, de hond uitlaat en wat laatste boodschappen voor me haalt zoek ik me een ongeluk naar m’n brace. Waar is dat ding? Ik heb em pas gisterenavond laat afgedaan!

  

  
Het is al de zoveelste zoekpartij. M’n rijbewijs en autopapieren ben ik een hele dag kwijt geweest. Gisterenavond heb ik me nog suf gezocht naar mijn andere hulpstukken voor de diverse gewrichten. De oplader van mijn Tens apparaat is ook al verdwenen. Kortom: ik kan niets vinden…..

Uiteindelijk zit ik met al mijn teringzooi in Het Gele Gevaar. Ik prop Ysbrandt er nog bij. Die gaat een weekje bij Cowboy logeren. Later dan gepland rijd ik de stad uit. Het is prachtig weer. Het is Gaypride in onze hoofdstad. Gelukkig kan ik er redelijk doorheen komen. Om een uurtje of twee lever ik Varkentje af.

Samen met een recent aangeschafte fietskar. Ik leg mijn lief uit hoe het geval werkt. Leuk! Kunnen ze samen op stap volgende week met de voorspelde hittegolf. Uiteindelijk tuf ik richting Drenthe. Alle beesten verzorgd, mijn handen vrij, mooi weer op komst en een hele week creatief bezig zijn. Joepie!

 Edit   
Als ik op Buitenkunst arriveer krijg ik een kaart van het terrein. Hier staan gezinnen, daar staan pubers en gillende keukenmeiden. Blèrende baby’s zijn er ook. Dat moet ik zien te vermijden. Heks heeft zin in rust. Omdat de dagen vrij hectisch zijn is het prettig om je even terug te trekken…..

Op advies van de dame achter de balie rijd ik naar een kalme hoek. Ik parkeer mijn herstelde voiture en annexeer een plekje in het bos. Bij het opzetten van de tent knapt er een tentstok. Verdraaid! Ik ben een eeuwigheid bezig om de stok te repareren. Vervolgens kom ik er achter dat ik de haringen ben vergeten. Wel klaargelegd maar niet in de auto beland. Natuurlijk geef ik Frogs de schuld. Hij kan zich toch niet verdedigen….

Gelukkig ligt er een pak verse haringen in de auto. Op het laatste moment gekocht en erin gesmeten. Daar kom ik een heel end mee.

Net als de tent staat en alles er zo’n beetje in ligt komt er een juffie van de organisatie. Althans, zo doet ze zich voor. ‘U mag hier helemaal niet staan. U moet daarheen.’ Ze wijst twintig meter verderop. Of ik maar even mijn boeltje wil pakken. Nou, ik dacht het niet!

En dat vertel ik haar ook. ‘Uw collega heeft me deze plek aanbevolen, knappe jongen of meid die me ervandaan krijgt.’ Als ik moet verkassen, ga ik naar huis, denk ik bij mezelf. Het lijkt Ecolony wel. Daar liep een uiterst irritante geitensok achter me aan om me te vertellen wat ik allemaal voor’n schandaligs deed buiten de paden van hun enge regeltjes…… Zoals koffie drinken uit een soepkom. Of tandenpoetsen bij een afwasbak! De man hield daar overigens accuut mee op, toen Frogs zich meldde. Het kan dus ook een onnavolgbare versiertoer zijn geweest. Sommige vrouwen vallen wellicht op betweters…… Hoe onwaarschijnlijk ook!

Nadat ik de vrouw heb verdreven meldt een collega zich. O jee, nu gaan we het krijgen…. Maar nee. De man is uiterst vriendelijk en verontschuldigt zich voor het gedrag van de vrouw. Die heeft helemaal niets te vertellen over het terrein. Hij wel, want hij is de beheerder! De schat brengt me ook nog een zestal haringen. Zo kan ik dan alsnog mijn luifel opzetten….

  

 Als ik mijn tent in kruip ontdek ik dat het luchtbed lek is. Ik blijk een antiek exemplaar te hebben meegenomen. Bij de receptie krijg ik een rolletje Duck Tape. Ik plak het gat dicht en voor de zekerheid ook alle andere gekraakte plekken. Helaas is het ontoereikend. s’Nachts zak ik in no time naar de bodem en daar dobber ik waakslapend tot het ochtendgloren. Goddank heb ik een laagje astronautenschuim om me te redden van de bobbelige koude grond.

Zo is de eerste vakantiedag er eentje vol tegenslag. Maar het beklijft niet. Zo zie je maar weer. Een mens kan best wat hebben. Als de omgeving maar goed is. 

Die avond presenteren alle medewerksters zich in het grote theater, een berg blubber met een tribune ervoor…. We zitten allemaal met onze oortjes te klapperen. Af en toe klinkt er een lachsalvo. Na afloop is er een groot kampvuur. Heks maakt het niet meer mee. Die ligt dan al op de barre grond pogingen te doen om in te slapen……
 Edit   

Het leven is geen krentenbol. Dus kun je maar beter de krenten uit de pap halen. In plaats van op je krent te zitten. Of erger nog: Een krent te zijn……

Unknown-184HetlevenisgeenkrentenbolUnknown-185

Wie zegt dat het altijd makkelijk is, het leven? Soms is het bikkelen. Moet je aan de bak.

Gisteren aan het begin van de avond schrijf ik een blogje. Terwijl ik in de afrondende fase zit gooi ik de handdoek in de ring wat betreft de dag. Ik schenk een glas wijn in, neem extra pijnmedicatie, geef de beesten eten…. Het is mooi geweest. Ik ga zo eerst een uurtje plat. Ik ben te moe om te eten. Dat komt straks wel. na een hazenslaapje.

binnen_de_perken_plint_po_ziekaartimages-668Unknown-186images-671

Onverwacht gaat de bel. Wie kan dat nu zijn? Ik verwacht niemand en heb weinig tekst. Misschien komt de glazenwasser geld innen? Voorzichtig kijk ik uit het keukenraam en zie Tromvrouw op en neer springen in de steeg. Jeetje. Als een duveltje uit een doosje. Waar komt die nu opeens vandaan? Ik druk op de deurvergrendeling, gooi Ysbrandt met zijn bak voer in de bench. Kijk naar mijn frommelhoofd in de spiegel…..

Tromvrouw en haar hartsvriendin komen binnen. Ze hebben de tentoonstelling ‘Petra. Wonder in de woestijn.’ bezocht. Op weg naar het station besloten ze me nog eventjes een bliksembezoekje te brengen. Heks maakt thee. Even later zitten we genoeglijk om de keukentafel. We maken voorbarige vakantieplannen. We lachen om van alles. Het is goed elkaar te zien!

images-670Unknown-187Unknown-188images-669

Vanmorgen eerst naar de fietsenmaker. Ik blijk een zekering uit de oplader van mijn fiets te zijn verloren. Daarom doet ‘ie het niet meer. Ik zoek me suf in de berging, want daar moet dat piepkleine maar zeer essentiële onderdeel van mijn oplader zich bevinden. Helaas. Het minuscule voorwerp houdt zich verborgen tussen bergen honden- en kattenvoer, kerstballen en schilderdoeken. Onvindbaar. Ik zal de heilige Antonius om hulp moeten vragen…..

Tijdens de hondenronde word ik aangesproken door twee studenten journalistiek. Ze willen een foto van Heks met Ysbrandt voor in de krant. Een artikel over het Leidse gemeentelijke hondenbeleid. Ze stellen me allemaal vragen. Maken foto’s van Ys. En van mijn hand met poepzakje…. We hebben een uitermate leuk gesprek. En misschien komt mijn kleine ballenbijter wel in het ‘Leidsch Dagblad’!

t9lui_plint_po_ziekaartimages-673 images-674

Later haal ik boodschappen in de natuurwinkel. Bij de kassa ontstaat er weer onenigheid over de prijs van glutenvrij brood. De prijs op de verpakking klopt niet. In feite komt het erop neer, dat ze me het dubbele willen rekenen. Het toch al prijzige broodje van 400 gram zou dan op zeven euro komen…..Heks met haar korte lontje reageert geïrriteerd. Dat wordt niet gewaardeerd…. Zo zie je maar weer: Een slecht humeur werkt contraproductief!

Ach, m’n zekering is dan even zoek. En als ik niet uitkijk betaal ik dubbele prijzen.  Maar verder alles goed hoor. Ik kijk naar de Olympische Spelen. Schrijf een blog. Hou m’n gemak. Ga straks lekker met mijn varkentje op stap. Het is niet altijd gemakkelijk, het leven is geen krentenbol. Maar ik beleef ook vandaag weer genoeg moois.

Unknown-189 Unknown-190 images-675