Hilarische verhalen: Van de wal in de sloot, de één zijn dood is de ander zijn brood, maar van een beetje water ga je niet dood. Je kunt je wel dood lachen. Heks doet een poging!

Vrijdagmiddag ga ik met mijn hondje op stap. Als ik de deur uit kom bots ik bijna op een boze buurman. Ik heb er twee. Allebei op mijn lip. Een laagbegaafde psychopaat en een doorgewinterde narcist. Goddank woont pal naast me een ongelofelijke lieve schat. Dat houdt het een beetje leefbaar hier.

De psychopaat houdt zich redelijk gedeisd, nadat ik een no tolerance beleid ben gaan voeren. Zodra hij me begint te bedreigen ren ik naar de politie. Al een paar keer gebeurd.

Ik houd hem scherp in de gaten. Hij voedt in zijn eentje een kind op. Het zou verboden moeten worden. Met enige regelmaat blèrt de kleine me door twee dikke spouwmuren en een trappenhuis heen wakker…… Omdat hij op zijn flikker krijgt? Het gegil en gekrijs raakt me tot op het bot.

De moeder, een hele lieve schat van een vrouw, is door de kinderbescherming buiten spel gezet. Lang leve de hulpverlening. De grootste engbekken werken voor dergelijke organisaties. In dit geval is er ook een draak van een vrouw verantwoordelijk voor alle ellende. Zogenaamd in het belang van het kind.

De vrouw heeft echter zo veel fouten gemaakt, dat blootlegging daarvan haar ongetwijfeld haar baan zou kosten. En misschien sancties zou opleveren. Dus liegt en bedriegt ze alles en iedereen om maar het deksel op de put te houden. Het klotewijf.

Heks ziet dit alles met lede ogen aan. Ik heb er van alles aan gedaan. Helaas heeft het niet geholpen. Weer een jong leven bij voorbaat naar de klote…..

Ik negeer die nare kerel dus en geef het kind stiekem een knipoog. Als de psychopaat dat zou zien krijg ik geheid een hengst. De ene keer beklaagt hij zich links en rechts, dat ik niks tegen zijn kleine zeg. Een dag later komt hij als een dolle stier achter me aan de berging in om me toe te schreeuwen, dat ik niet eens naar zijn kind mag kijken…….

Gekkenhuis.

Buiten staat een andere buurman juist bij Heks aan te bellen. ‘Ha, Heks, ik wilde eventjes bij je langskomen, wat jammer dat je net weg gaat….’

Ik zet mijn fiets dus maar weer binnen. Weer langs die enge, nare man. Vervolgens loop ik met Buurman en VikThor de stad in. Al snel lopen we geweldig te lachen en schreeuwen. Buurman heeft een uit de kluiten gewassen stemgeluid. Als ik ook nog iets te berde wil brengen moet ik dus enorm blèren.

Bij het eerste parkje laten we mijn ventje lekker rennen. Het is best warm, dus al snel loopt hij te hijgen. ‘Kom, we gaan naar het volgende park, daar kan hij zwemmen,’ stel ik voor. Even later springt VikThor bommetjes de gracht in. Buurman helpt hem uit het water. ‘Nergens voor nodig, Buur, hij kan er hier gemakkelijk zelf uit klimmen,’ zeg ik nog……

En dan: Plons! Voor mijn ogen zie ik buurman langzaam door zijn zwaartepunt heen vallen. Zijn gespierde buik fungeert niet bepaald als contragewicht. Volledig koppie onder gaat mijn oude vriend. Proestend komt hij weer boven drijven.

‘Hahahahahahaha,’ Heks rolt over de grond van het lachen, ‘Bijna op hetzelfde punt als ik drie jaar geleden…..’ Ook Heks heeft hier ooit in de gracht gelegen. Om haar pup te redden, toen hij op een plek in de gracht belandde, waar hij met geen mogelijkheid meer uit kon komen…… Alleen ging ik niet koppie onder…….

Ik help mijn vriend op de kant en probeer niet al te hard te lachen. Net als hij drie jaar terug, want hij was dan weer getuigen van mijn ter water lating destijds.

‘Lach maar, Heks,’ grinnikt Buurman. Druipend staat hij voor mijn neus. Hij diept zijn telefoon op uit zijn broekzak. Snel haal ik het ding uit de houder. Droog em af met mijn sjaal. Stop em in mijn droge tas…..

Evenzogoed is het ding overleden de volgende dag, hoor ik later. ‘Heb je em nog in een pak rijst gestopt? Of van die siliconen vochtvangers?’ informeer ik streng. Zo heb ik indertijd mijn toestel gered. ‘Dat had weinig zin meer, Heks, ik heb een nieuw toestel aangeschaft……’

Ja, dat is dan een prijzig staartje aan een prachtig verhaal. Een verhaal dat nog dagenlang lachgolven door mijn vriendenkring jaagt……

Waarom in de gracht plassen levensgevaarlijk kan zijn

Ex Animo bestaat vandaag precies honderd jaar! We vieren dat in stijl met een speciaal uitgegeven boek over de geschiedenis van ons koor, alsmede de première van een film over onze voorbereidingen rondom de Matthäus Passion. Maar eerst zingen we diezelfde ‘MP’ van Bach in een stampvolle Pieterskerk. Sinds 1942 een vaste traditie van dit onvolprezen geweldig leuke koor!

Woensdagmiddag generale repetitie. En oh, wat gaat het slecht. ‘Hoera!’ glimmen we na afloop tevreden tegen elkaar. Een waardeloze generale repetitie staat garant voor een sublieme uitvoering. En vice versa.

‘Weet je nog hoe goed de generale vorig jaar ging?’ herinneren we elkaar nog maar eens aan deze ijzeren wet. Ons hoekje raakte toen bij de uitvoering echt de kluts kwijt. Aanstichtster was een dame, een projectlid, die het bij de repetities echt heel aardig deed.

De stress van de uitvoering zorgde voor een geheel eigen interpretatie van de altpartij van koor 1. In feite was er sprake van een geheel nieuwe derde altpartij. Keihard in de rondte getoeterd.

Je kunt ook je mond houden natuurlijk. Dat valt totaal niet op in zo’n enorm koor. Zij koos er echter voor om als een enorme vleesgeworden stoorzender te brulboeien alsof haar leven en niet dat van de Heiland ervan af hing…..

Dit jaar sta ik in een geweldig hoekje. Naast me mijn maatje Anna met haar gouden keeltje. En achter me een heel rijtje heerlijke zangvogels, waarvan er eentje ongelofelijk vast zingt. Geen noot ernaast. Alles precies op de tel! Technisch uitstekend.

Dus Heks boft. Ik kan gerust een steekje laten vallen. Een nootje missen of laten zitten. We vullen elkaar perfect aan.

Rond zeven uur stroomt de kerk vol. Heks is al aardig door haar zorgvuldig opgebouwde voorraadje energie heen. Maar tegelijkertijd zo ontzettend volgepompt met adrenaline…… Ik ga het wel uitzingen vanavond.

Achter in het Koor zingen we in. Wim zwaait met zijn armen door de lucht. ‘Wat is die dirigent van jullie ongelofelijk beweeglijk,’ zal een vriendin van Heks achteraf opmerken. En het is waar. Zijn kleine gestalte danst bezield met sierlijke zwaaibewegingen voor onze neus, zijn mond meebewegend met onze zang. En dat gedurende de hele uitvoering!

In ganzenpas lopen we de kerk in. Doodstil wachten we totdat de eerste tonen van dit magistrale werk door de volgepakte kathedrale kerk klinken. Zoals altijd schiet ik vol. Mijn keel schroeft dicht. Tranen prikken achter mijn droge ogen.

Goddank is het een enorm lang intro. Heks heeft tijd genoeg om zich te herpakken. En dan: ‘Kommt! Kommt! Kohohohommt Ihr Töchter helft mir klahahahahahaaaaaa….hahhahahhhaaaaaa…..hahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahaaaaa hahahahaaaaa…hahahaaaaa….hahahahHAhahahahahagen…..’ Moeiteloos komt deze draak van een openingszin uit mijn mond gerold. Ik heb erop geoefend en dat heeft geholpen….

‘Ik ga niet naar de MP. Vreselijk. Zo’n afschuwelijk ellenlang stuk. Veel te langdradig. En dan al die eindeloze lappen gezongen tekst. En een countertenor, brrrr. Nee, mij krijg je er met geen stok heen…’ niet iedereen loopt warm voor dit muziekstuk. Sommigen van mijn vrienden willen er nog niet heen al krijgen ze flink geld toe.

Voor Heks vliegt de avond echter voorbij. Jeetje, is het nu al pauze? Ik loop de kerk in. Steenvrouw en Fiederelsje zijn komen luisteren. En mijn homeopaat is van de partij. ‘Oh Heks, wat is het prachtig,’ mijn publiek is enthousiast, ‘En die concentratie! Zo intens! Ik ben echt helemaal ontroerd.’

‘Ik sta toch zo lekker te zingen, meisjes,’ vertel ik mijn vriendinnen, ‘Ik ben bij stem, heb energie genoeg, ik sta in een heel goed hoekje tussen heerlijke dames. Het is een superuitvoering!’

Ook het tweede deel vliegt voorbij. Aan het eind staat onze dirigent letterlijk in zijn handjes te knijpen. ‘Hij is echt blij,’ sissen de alten om me heen verheugd. We houden van onze dirigent. We willen hem blij maken. Hij trekt er hard genoeg aan.

Hij verdient het dat we niet inzakken aan het eind van een zin. Hij verdient het dat we hem aankijken tijdens het zingen. Het koor draagt hem op handen!

Ik drink achteraf nog iets met mijn vriendinnen en Anna. Die is helemaal op dreef en voert het hoogste woord. Hele ondeugende dingen roept ze gewoon voor de grap. Heks ligt dubbel.

Thuisgekomen kan ik niet slapen. Tot een uurtje of vier stuiter ik door mijn woonkamer. De echo van de muziek dreunt door me heen. Emoties komen los. Ik moet echter naar bed, want om half negen gaat de wekker weer. Een uurtje later word ik opgehaald door vrienden. We gaan naar een begrafenis…..

Zo duurt het dagen voordat ik een beetje ben bijgetrokken van ons concert. De generale repetitie gevolgd door de uitvoering op dezelfde dag, gevolgd door een droevig afscheid een kleine halve dag later trekt de toch al miezerige tank helemaal leeg.

Dodelijk vermoeid haal ik ’s avonds mijn hondje op. De oppas, zelf ook zeer energiebeperkt, is helaas in slaap gevallen en daardoor is de laatste uitlaatronde erbij ingeschoten. Moet ik toch nog aan de bak…..

Op weg naar huis vliegt er een jongedame, haar debiele telefoon aan een roodgloeiend oor geklemd, bijna op de voorklep van mijn auto. Ik kom rustig van rechts aanrijden op een gelijkwaardige kruising en ben bezig linksaf te slaan. Het mokkel kijkt niet op of om en stormt met een noodvaart diezelfde kruising op. Met gierende remmen red ik haar leven.

Verstoord kijkt ze op alsof ik iets raars doe. Ik toeter en wijs naar mijn hoofd. Maak een telefoonbeweging en wijs nog eens. Gek!

Geërgerd gaat ze express pal voor me fietsen op de gracht, zodat ik er niet langs kan. Nog immer bellend. Ik toeter nog eens. Mondjesmaat maakt ze ruimte, ik mag er zowaar langs.

Even verderop parkeer ik midden op straat en wacht haar op. Voor een overvol terras veeg ik haar de mantel uit. Hoe ze me de doodschrik op mijn lijf jaagt door als een blind ongeleid projectiel door het verkeer te schieten. ‘Ik had voorrang! Dat is je niet eens opgevallen. Maar als ik je aanrijdt heb ik het gedaan, dom kind!’ Ze is niet onder de indruk. Belt gewoon verder…….

‘Je moet naar je bed, Heks,’ zeg ik tegen mezelf als ik veilig thuis ben gekomen. Over lijden en sterven zingen, een begrafenis meemaken en vervolgens bijna zelf iemand te pletter rijden is een beetje teveel van het goede op 1 dag. Om acht uur lig ik plat.

Tweede paasdag bestaat mijn koor precies honderd jaar. Om half tien worden we verwacht in een oude bioscoop hier in de binnenstad. Op ons paasbest! Daar krijgen we dan eindelijk die prachtige film over ons koor te zien. Het speciaal vervaardigde boek met daarin een DVD van de film krijgen we mee naar huis. Het is een feestelijk gebeuren…..

En het allerleukste gaat nog komen: De koorreis naar Trier. Over een kleine maand gaan we een lang weekend op stap met 85 van de 100 leden. Een grote opkomst dus!

Ex Animo is net niet het alleroudste oratoriumkoor uit Leiden. Maar wel het allerleukste koor van de hele regio!

 

Drummen, ratelen en zingen zijn van die echte heksendingen. Zondag mag ik weer naar de toverschool. In de klas bij mijn idool: Onze juf, uit degelijk hout gesneden, geeft bezield les. Urenlang. Heel tevreden, kapot moe en voldaan gaan we naar huis. Heks valt in slaap voor de buis. Om midden in de nacht pas wat te eten. Tromgeroffel en heksenkreten!

Zondag is het weer zover: Heksenschool! Uit het hele land snellen heksjes bepakt en bezakt naar Amsterdam. Sommige op de bezemsteel, weer anderen gewoon met de trein.

Heks gaat met de auto. Tassen vol drums, ratels en frutsels sleep ik achter me aan. Waar dit me meestal op meesmuilend commentaar komt te staan wordt mijn gesleep met spulletjes in dit gezelschap juist gewaardeerd.

Het wordt zelfs aangemoedigd om zoveel mogelijk materiaal te verzamelen. Om je drum mee te versieren of om een mooie ratel van te maken. ‘Op koningsdag kun je je slag slaan, dames,’ spoort onze juf ons aan om op pad te gaan, ‘Het is de ultieme kans om de meest fantastische troep op de kop te tikken……’

Heks gaat al jaren zo te werk. Veel van mijn magische rommeltjes heb ik op die feestdag ergens gevonden. Tussen de rotzooi. Niet bepaald gewaardeerd door mijn vrienden en bekenden, want ‘Wat moet je met die troep?’

Intussen heb ik een geweldige berg materiaal verzameld door de jaren heen. En eindelijk kom ik mensen tegen met dezelfde inslag.

Heksenschool is toch zo heerlijk voor Heks. Een hele dag verkeren tussen gelijkgestemden. Urenlang les krijgen van een echte ouderwetse toverheks met een schat aan kennis. En een goed gevoel voor humor!  En tot slot het geleerde in praktijk brengen in een veilige omgeving.

Zo gaan we zondag met onze drums en ratels aan de gang. Fantastisch. Kan ik mijn trommel eens goed leren kennen. Ontdekken wat er allemaal mogelijk is met mijn prachtige schat.

Mijn eigen manier om in trance te gaan is totaal anders dan met behulp van drum en ratels. Er zijn vele wegen, die naar Rome leiden. Mocht je daar heen willen dan. Heks niet. Ik heb niets te zoeken bij de paus.

Halverwege de dag ben ik kapot moe. Ik ben niet de enige. Een stortvloed aan informatie is over ons uitgestort. Het is dermate boeiend, de aandacht verslapt geen seconde. Goddank krijgen we een uitgebreide lunch aangeboden. Met een lekker koppie worteltjessoep op de koop toe. Daar trekt de gemiddelde heks aardig van bij……

’s Middags gaan we aan de gang met allerlei oefeningen. Een drumcirkel wordt gevormd. Alsmede een ratelcirkel. En nog een zangcirkel. Heks zit verwoed te drummen op haar mooie rooie trom. Bij een zeker ritueel raak ik lekker in trance.

Plotseling kijkt iemand me aan vanaf het trommelvel. Zie ik het nu goed? Het kleine gezichtje van de vrouw op het vel lijkt te leven. Haar koppie beweegt mee met de muziek. Er glijdt een mysterieus glimlachje over haar fijne snoetje.

De dag vliegt voorbij. En ondanks een paar flinke energie dips heb ik het weer glorieus doorstaan. Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Een glimlach om de lippen, die er de komende dagen niet af te krijgen is……

Ik haal VikThor op bij de oppas. Bel eventjes met de Don. Val in slaap voor de televisie. Eet pas om een uurtje of twee ’s nachts. Slaap meer dan het klokje rond…..

De volgende dag lig ik voor gup. Ik fiets een beetje rond met hond en dat is het dan. Ik moet bijkomen en alvast energie sparen voor woensdag. Dan moet ik er weer staan. Met frisse stembanden en een uitgerust lijf.

De hele dag verbaas ik me over mijn lamme armen. Hoe komt dat nu weer? Pas als ik ’s avonds mijn drum uit de kast pak leg ik de link met de intensieve lesdag. Al dat getrommel en geratel is een uitstekende workout. Heksen zijn bepaald geen luie wezens!

Neem nu dat vliegen op een bezemsteel. Je moet een enorm goed gevoel voor evenwicht hebben, anders hang je zo in de eerste beste beuk. Ook vraagt het met tegenwind behoorlijk wat stuurhekskunst om in de lucht te blijven. En dan moet je ook nog een enorm beroep doen op je verbeeldingskracht……

Vandaag doe ik helemaal niks. Morgen wordt weer een hele drukke dag. Een veel te lange dag. Een dag waarop mijn stem bij de les moet zijn. Maar ook een heerlijke dag! We gaan mijn favoriete muziekstuk uitvoeren, de Matthäus Passion van Bach. Over een dierbare leraar van Heks en hoe hij te grazen werd genomen door zijn medemensen.

Zo jammer dat de bijbel zo’n patriarchaal bolwerk is geworden door de eeuwen heen. Zoveel theologen, die hun plasje hebben gedaan over de verhalen. Deze geschiedenis is echter onaangetast.

Behalve de premisse dat Maria Magdalena een hoer is. Die leugen blijft me storen. ( In de loop van de geschiedenis werd zij door de gevestigde waarden soms aangezien voor een vrouw van lichte zeden, dit berustte echter niet op de Bijbel.) Beter ingelichte bronnen beweren dat ze uit een hoogstaande spirituele traditie stamde! En dat ze de vrouw van Jezus was…….

Levenswiel en dodenwiel: Voor Heks heeft echt alles een ziel. Ik kan heel veel wel geloven, maar is de hemel echt daarboven? En de hellepoort, waar is die dan? En is God echt een man? Heerlijk boek van Linda Wormhoudt aan het lezen over deze materie: ‘Nevelvrouw’. Een aanrader!

Afgelopen week lees ik het boek van Linda Wormhoudt ‘Nevelvrouw’. Ik verdwijn er bijna in. Sleep het overal mee naar toe. Lees tot diep in de nacht. En net als bij eerdere boeken, die ik van haar las, vind ik het jammer, dat ik het uit heb. Opnieuw heb ik de neiging om de laatste bladzijden nog eventjes te bewaren. Voor later.

Toch lees ik het boek helemaal uit. Goddank heb ik nog een paar verhalen van dezelfde hand. Ik kan dus nog eventjes vooruit. En ik zit natuurlijk bij de schrijfster in de klas. Ze is mijn juf. Ook in levende lijve is ze een uitmuntend verteller. Begenadigd.

De roman neemt je mee naar oude culturen in Europa, met name IJsland en hun riten rondom dood. Het wereldbeeld, het levenswiel en het dodenwiel. Spannend is het ook met ontsnappende veenlijken en gevechten tussen goden…..

Heks slurpt het boek op. Proeft het als was het kostbare wijn. Voor mij is het dat ook. Alle boeken, die me sterken in mijn wezen van heks, van mijn wonen tussen werelden, zijn uitermate waardevol.

Want dat is wat dit boek ook doet: het verheldert mijn blik op wie ikzelf ben. Ook Heks woont aan de rand van de gemeenschap. Heeft een sterke verbinding met de dood. Wandelt af en toe over het randje. Langs de kustlijn. Kletst met dierbaren aan de overkant…..

De beelden, die ik heb van het land aan gene zijde, vertonen behoorlijk veel overeenkomsten met wat ik in het boek tegen kom. De denkbeelden ook, hoewel gestoeld op andere premissen.

Nou, Heks, je bent toch ook echt een spiritueel shopper. toe maar. Jij gelooft maar overal in……

Op de achtergrond pruttelt de  televisie, terwijl ik dit schrijf. Er is nu net een programma bezig over geloven, wat een toeval. Tijs van den Brink voelt de cabaretier Hans Sibbel aan de tand over dit fenomeen. ‘Dus je gelooft en daar stopt het? Dan houd je dus op met nadenken?’ roept de notoire grapjas net op dit moment.

Hij slaat vervolgens de spijker flink op zijn kop. ‘Geloof geeft veel mensen richting aan hun leven, dat is natuurlijk prachtig. Maar geloof oordeelt en stigmatiseert vaak. En niet zo’n beetje ook! Homo’s worden in de ban gedaan, seks voor het huwelijk is verkeerd en ga zo maar door…. Ze weten precies hoe iedereen moet leven. Meuh.’

En even later ‘Celibaat is gevaarlijk. Het is toch raar, dat je jezelf lichamelijk contact ontneemt voor 1 of ander idee. Dat is vreemd, geen wonder, dat ze zich gaan vergrijpen aan allerlei jongetjes…..’

Tijs zit natuurlijk terug te mispelen. Het zijn maar uitwassen, dat kindermisbruik. Heks kan de man niet uitstaan. Wat is het toch een zemelaar. Het is of ik alle onuitstaanbaar domme opinies van mensen uit mijn jeugd in 1 man verzameld zie.

‘Ik heb je gehoord, gij zult niet doden is een prima regel, als je hier gezellig met elkaar samenleeft,’ zegt Tijs tenslotte pissig als de neiging van christelijke politici ter sprake komt om oorlogje te voeren in verweggistan.  Hetgeen hij overigens prima vindt. Je gaat tenslotte mensen daar bevrijden……

Tijdens een lesdag op de heksenschool word ik in de pauze op de gang aangesproken door een alleraardigste jongedame. Wat of we aan het doen zijn? We maken nogal herrie. Vandaar.

Zodra ik vertel dat het een sjamanistische jaaropleiding betreft zijn de rapen gaar. Het meisje begint me bezorgd te vragen of ik de Here Jezus ken. ‘Jezus Christus godallemachtig , maar al te goed!’ pareer ik de aanval. Het kind probeert me acuut te bekeren. Ze zit met geloofsgenoten een zaaltje verderop fanatiek te bidden. Waarschijnlijk nu ook voor Heks.

Ik dien een klacht in bij de Roos. De dame achter de balie heeft tienduizend sproetjes in haar olijke gezicht. We moeten samen erg lachen om het incident, maar ze gaat er toch werk van maken. Lang leve het eigen gelijk. En het ik weet alles beter. Hoe goed bedoeld ook: Strontvervelend!

Heks geloof inderdaad overal in. Als ik Indiaas zing, doe ik dat voor Moeder Aarde, Shiva en Ganesh. Ik zing in koorverband regelmatig mijn longen uit mijn lijf voor Onze Lieve Heer Jezus Christus. Boeddha is mijn leraar. Maar ook praten met bomen, bloemen, planten, kristallen en dieren is me niet vreemd. En zo kan ik nog wel eventjes doorgaan. Voor Heks is alles bezield.

Ik geloof hier allemaal niet zomaar in. Ik ervaar het. En ik denk er ook over na, want inderdaad, die kop zit er niet voor niks op. Die moet je wel enigszins gebruiken. Je kunt niet uitsluitend functioneren vanuit je onderbuik. Of zoals het gros der mannen: Vanuit je kleine uitwendig gedragen hersenen.

Heks heeft wel degelijk een filosofisch kader waar al die gekkigheid in past. In den beginne was de Ene. En de Ene was een punt. Een nietige stip. Een samengebald iets. Een flinter bewustzijn.

De Ene was eenzaam. Dat krijg je als enige. Daar ging de Ene Iets aan doen. Vanuit het blinde Niets. En zo is het allemaal begonnen. De Ene werd Velen. Velen moeten delen. En kunnen elkaar daardoor vaak niet velen.

We kijken in de spiegel en zien de Ene weer. De Grote Moeder. Onze Vader, die in de hemelen zijt. De ene kijkt naar ons en is niet meer alleen. Of verveeld. Leert zichzelf kennen. En dat scheelt.

 

Vrede op aarde! Om te beginnen hier in de buurt! Heks bepleit een beter beleid rondom het houden van reusachtige katachtigen als huisdier: Verbied het! Zoals het verboden is om wolven te houden of een grizzlybeer. Een eenvoudige Europese korthaar is geen partij voor zo’n kwaaie Bengaal. Begrijp dat nu een keer!

 ‘Mevrouw, het is niet bepaald gangbaar dat iemand aangifte komt doen tegen een kat,’ de agente kijkt me nieuwsgierig aan. Een zweem van spot dwaalt in haar blik. Bijna iedereen moet overigens lachen om mijn mishandelde kat valt me op. Het is te grappig om je voor te stellen, dat een andere kat er met matten een voortand uit mept bij mijn zwarte panter.

Iedereen behalve Heks. En Ferguut zelf natuurlijk. Het lachen is hem echt vergaan: Hij durft niet meer met zijn gemankeerde smoelwerk. Bovendien heeft hij intussen alweer een gehavend oor. Je kunt er op wachten dat die kolere Bengaal hem ook nog eens een oog kost.

Heks zit gewapend met een dierenartsrapport en een heleboel aantekeningen betreffende het houden van dit soort katten hier in Nederland op het politiebureau. Ik heb natuurlijk ook wel iets beters te doen. Ik besef maar al te goed, dat ik hier volstrekt voor lul zit. Zowel letterlijk als figuurlijk.

Want zeg nu zelf. De kans dat de politie iets doet aan een gestoorde kat is nihil. Zo lang het beest geen babies van hun fles melk berooft en hen vervolgens de ogen uitkrabt maakt geen mens zich druk. Wat kan iemand mijn ouwe trouwe ridderkater schelen?

‘De dierenbescherming raadde me aan om aangifte te doen. Volgens hun woordvoerder is er in Nederland een gedoogbeleid om deze katten buiten te laten lopen. De eerste generatie is verboden overigens. Het woord gedogen geeft al aan, dat het eigenlijk niet mag….’

‘Bovendien wordt 87% van dit soort katten binnen gehouden of in een afgesloten tuin. Slechts een klein percentage komt op straat. Er zijn meer gevallen bekend van Bengalen, die buurtkatten terroriseren. Dit geval staat niet op zich….’

De agente is heel vriendelijk. Geduldig maakt ze aantekeningen. Belt met de dierenpolitie. ‘Volgens hen is het niet verboden om dit soort katten op straat te laten komen,’ beweert ze vervolgens. ‘Maar de dierenbescherming zei…..’ pruttel ik tegen. ‘De dierenpolitie staat boven de dierenbescherming,’ beslecht ze kordaat ons geschil. 

Het is dus allemaal weer lekker vaag geregeld in onze bananenrepubliek. ‘Met honden is het geen probleem. Als die agressief gedrag vertonen moeten ze een muilkorf om. Maar rondom katten is er stomweg geen regelgeving. Ik ga derhalve de hondenbrigade er op zetten. Die gaan een onderzoek doen naar die Bengaalse kat. Waar woont het beest?’

Binnen een kwartier sta ik weer buiten. Nauwelijks een stap verder. 

Het is stralend zonnig weer. VikThor is naar het strand met de dochter van vrienden van me. Om een uurtje of 1 haalt ze hem op. Tilt hem liefdevol in haar auto. Geeft hem snel een kusje op zijn grote snoet.

Heks volgt dit tafereeltje vanachter haar keukenraam. Zo schattig. En fijn voor mij, want nu heb ik zomaar een middag wandelvrij! Alle tijd om mijn zaakjes te regelen.

Machteloosheid is een akelig gevoel. Een gevoel dat ik maar al te goed ken. Mijn nagels zijn er al op jonge leeftijd uitgetrokken. Mijn tanden om minder uit de bek gemept. Bij wijze van spreken dan. Niet letterlijk gelukkig. Dus ik bevind me op bekend terrein.

En zoals altijd sta ik alweer op de barricades. ‘Je pleegt verzet, Heks, heb je altijd gedaan. Maar je kunt beter je doel verleggen,’ kreeg ik een drietal jaren geleden te horen van een bekend paragnost. De man had gelijk.

Er zijn meer dingen waar ik me druk over maak momenteel. Niet alleen over mijn kat.

Onrecht. Zo onder mijn neus. Een weerloos wezen, dat wordt mishandeld. En ook hiervoor vind ik weinig gehoor bij instanties, als ik weer eens aan de bel trek. Ook dit gaat maar door. 

Zondag in de kerk zingen we over een rechtvaardige wereld. Waarin alles eens een keertje op zijn plek valt. Onze prachtige planeet badend in licht, liefde en vrede. De realiteit is dat zelfs een paar katten nog niet zonder conflict een buurt kunnen delen. 

Laat staan dat mensen eerlijk een land kunnen delen. We hebben nog een hele weg te gaan. Goddank zijn er genoeg mensen die willen. Er staat een hele generatie op, die zich honderd procent willen inzetten voor het behoud van onze geliefde planeet. Met alle bewoners.

Ik zie hele legers pubers protesteren op televisie. In diverse landen. Ze zijn woedend op de politiek. Ze maken zich ernstig zorgen over het klimaat. En terecht natuurlijk. Schreeuwend maken ze dat duidelijk. Daar krijg je natuurlijk honger van. Vooral als adolescent in de groei. Ze storten zich na afloop dan ook massaal op de smerige hamburgers van die hele foute keten. Hopsakee aan de CO2. 

Het is toch zo moeilijk om ook maar enigszins consequent te zijn. 

De kroon der schepping vergeet het nogal eens, maar onze planeet is er van alle bewoners. Iedereen heeft recht op zijn plekje. Behalve Bengalen dan, die mogen wat mij betreft worden afgeschoten in een speciale minimale kattenraket. Enkele reis Mars. Waar ze thuishoren.

Misschien moeten we dit middeltje maar door de buurt verspreiden. Het schijnt te werken:

FELIWAY FRIENDS  is een gebruiksvriendelijke oplossing om spanningen en conflicten tussen katten in één huishouden, zoals vechten, najagen, blokkeren en staren naar elkaar te verminderen.

Opkrabbelen, opnieuw beginnen, laag voor laag terrein terug winnen. Je best doen is niet goed genoeg, maar een beetje geluk doet wonderen.

Heks trekt zichzelf aan de haren uit een beerput vol stagnatie. En het lukt! Ik heb net genoeg energie om het voor elkaar te krijgen. Goddank. Het laatste half jaar was weer een echte ouderwetse aaneengesloten griepperiode.

Het is nog niet helemaal over. Het gaat ook nooit helemaal over ben ik bang. Maar langzamerhand zijn er weer wat beschikbare uren buiten mijn bedstee te besteden. En dat scheelt enorm. Voor creperen achter de geraniums is niemand gemaakt.

Straks ga ik weer naar de film. Samen met mijn boezemvriendinnetje Trui. Na de zoveelste keer een filmpje pakken in het filmhuis om de hoek hebben we nu een Cinnevillepas gekocht. Helemaal geweldig. Voor 21 eurootjes per maand kunnen we onbeperkt naar de film in allerlei filmhuizen door heel Nederland.

Heks is louter geïnteresseerd in de filmhuizen op loopafstand van mijn heksenhuis en goddank zijn die er. Wel twee om precies te zijn.

Vanavond wordt de klassieker van Eisenstein ‘Battleship Potemkin’ uit 1925 vertoond met live muziek van Matteo Myderwyk. Een unieke voorstelling! Ik heb de film in een ver verleden wel eens gezien, toen ik nog filmkunde deed als bijvak. Een initiatief destijds van de vakgroep theaterwetenschap en kunstgeschiedenis hier in Leiden. Nog in het stenen tijdperk.

Jarenlang ben ik nauwelijks naar de film geweest. Het laatste jaar echter heb ik mijn oude liefde hervonden. En met mijn nieuwe Cinnevillpas gaan alle remmen natuurlijk los!

Ik zit in bed maar een beetje te schrijven, terwijl ik op de post wacht. Er komt een pakket boeken aan voor mijn nieuwe opleiding. Hekserige epistels. Ik heb speciaal een bedrag extra betaald om het hele pakket op woensdagavond te laten bezorgen. Omdat het overdag altijd zo’n heisa is om er thuis voor te blijven. Ik moet immers om de haverklap naar buiten met mijn hond.

En er kwam inderdaad een pakket op het juiste tijdstip. Maar er zat maar 1 boek in. In plaats van vijf. De rest wordt vandaag bezorgd. Behalve eentje. Die komt op een geheel ander tijdstip.

Bizar toch weer. Rare winkel ook, dat Bol.com. Kunnen ze dat er niet eventjes bij zeggen? U betaalt extra voor de kat zijn kut?

Maar goed. Nou niet gelijk weer gaan mopperen, Heks. Wees blij dat je in beter vaarwater zit. Dat je uit die slikkige uiterwaarden van je zompige verleden bent getrokken door je eigenste heksentengels. Dat er goede dingen op je pad komen. Naar je toe rollen zelfs…..

‘Je bent zo goed bezig,’ zegt de praktijkbegeleidster van mijn huisarts, ‘Dit zal ook ongetwijfeld enorm schelen voor je vermoeidheid en je ME.’ Ik moet haar teleurstellen. Je kunt je best doen tot je erbij neervalt, het maakt geen zak uit voor die ziekte. Die komt en gaat zoals ie zelf wil.

In een betere periode, waarin ik zelfs weer aan het werk was, heb ik ook wel de arrogantie gehad te denken dat die verbetering kwam door mijn eigen niet aflatende inzet. Maar ik kwam van een koude kermis thuis. De ziekte kwam keihard terug. Wat ooit leek te helpen hielp niet meer. Ik kon in feite opnieuw beginnen met mijn queeste naar genezing.

En dit fenomeen herhaalt zich. Telkens als ik denk de vinger er achter te hebben slaat mijn kwaal me met nieuwe symptomen om de oren. Blijken er weer andere dingen in mijn lijf het niet te doen.

Dus laat ik maar genieten van de weken dat het beter gaat. Het is in elk geval heel goed voor mijn humeur. Ik geniet enorm van het onder de mensen zijn en dingen doen. Volgende week ga ik Klezmer zingen bij de antroposofen. Daar heb ik ook al zo’n zin in.

En dan is er natuurlijk nog mijn koor. We zijn weer begonnen aan de Matthäus Passion. Het openingslied zit er al bijna helemaal in. De stamtafel is wederom oergezellig. Vooral sinds onze pianist weer is aangeschoven. Alle dames zijn stapeldol op hem, met name mijn maatje Anna. Het is dus een gekakel van jewelste in het kippenhok.

Jeetje, wat ben ik onderuit gegaan de afgelopen maanden. Je ziet het pas als je weer opkrabbelt. En wat ben ik ongelukkig geweest door een aantal tendenzen in mijn bestaan, waar ik weinig invloed op heb. Maar die veel invloed hebben op mij.

Ik heb besloten mijn doel te verleggen. Om de zaken zo te gaan draaien, dat het kwartje een keertje mijn kant opvalt.

En ik heb besloten geweldig te gaan genieten van wat het leven me wel biedt. En dat is best veel. Om te beginnen heel veel films. En zingen, zingen, zingen. Tot slot haal ik ook nog eens mijn toverstokje uit de wilgen. En dat is echt een heel goed teken.

In het diepst van de nacht begint de dag. Heks heeft niks in de gaten. Ik hoor mezelf nog steeds depressief praten….. Maar draken en griffioenen brengen nieuwe visioenen. In de nacht, als ik slaap, draait mijn wereld op zijn kop.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks wordt gepest. Al een hele lange tijd. Systematisch en sneaky. Ja , je bent echt een held als je zo’n amoebe als Heks gaat treiteren. Succes verzekerd, want ik ben machteloos, zelden afgeleid van mijn bestaan door bijvoorbeeld een leuke vakantie. Of een dagje uit. Of door gezellige gezinsleden. Nee, mij zieken is geheid een schot in de roos.

Oh, het is toch zo moeilijk om zulke dingen los te laten! Vooral als iemand constant haken in je blijft slaan. Zijn macht laat gelden. Er eventjes in stampt dat je niks voorstelt met je zieke sneue leventje.

Goddank raakt het mijn koude kleren niet. Het is bepaald niet iemand waar ik van hou, die dit doet. Alles gaat voorbij, Heks. Ook dit. Eens ben ik er van af. Op een goede dag. Een hele goede dag.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een week terug spring ik weer eens uit mijn vel, als ik mijn boodschappen niet kan betalen. Er staat geen geld op mijn rekening. Vreemd. Normaal gesproken word er op maandag een zeker bedrag gestort. Het zou zelfs omhoog gaan, maar in plaats daarvan zie ik opeens helemaal niks meer.

Chagrijnig ga ik naar huis. Gelukkig kan ik in de biowinkel poffen, anders zat ik met een lege koelkast. Ik krijg zelfs de maandagse 10% korting over het bedrag van die ongelofelijk aardige idealisten. Terwijl ik het op een geheel andere dag ga afrekenen….

Thuisgekomen ontdek ik dat VikThor in mijn bed is gesprongen na een modderbad in een poldervaart. Hij ligt intussen alweer braaf op zijn plaats, wetend dat dat niet mag. Ik heb hem dan ook niet op heterdaad betrapt, maar mijn stede spreekt boekdelen!

Scheldend sla ik aan het kokkerellen. Ik heb vandaag twee linkerhanden, maar er ligt zo veel vergeten groente in de koelkast. Daar moet iets mee gebeuren. Dat was ook het hele idee achter mijn boodschappenronde.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Kom je nog eten?’ lees ik op mijn app. Oh jee. Alles loopt in de soep vandaag. Steenvrouw heeft me al dagen geleden uitgenodigd, maar ik had eigenlijk iets anders. ‘Ik hou een slag om de arm,’ betekent natuurlijk niet, dat je helemaal niks meer laat horen. Heks wilde vanavond naar een cursus Mahjong. Ik probeer er al dagen naartoe te werken, maar het lukt gewoonweg niet.

‘Het is geen denderende combinatie, Heks, op maandag die Mahjongles en op dinsdag koor. Het lukt je al niet om na die koorrepetitie twee dagen later te gaan mediteren. Hou dus maar op. Kook je maaltje. Eet het ook op! Bel morgen je vriendin. Ga vroeg slapen!

Anderhalf uur later zit ik lekker in bed te tekenen. Ik heb gekookt. Ik heb gegeten. Straks nog een rondje met mijn smerige hondje. We hebben het weer bijgelegd natuurlijk……. En dan slapen! Als het lukt tenminste.

Sinds ik mijn nieuwe tablet heb, waar je met zo’n apple pencil op kunt tekenen ben ik de koning te rijk. Op mij oude piepkleine iPad kon ik ook al tekenen. eerste met rubberen stiftjes, later met mijn heksenvingers……. Ook al geweldig, maar dit is helemaal super.

Ach Heks, hou op met je gezwets. Wees dankbaar voor wat je hebt. Tel je zegeningen. Laat je niet kisten. Neem niets persoonlijk. Zie de mens. Jouw medemens. De idealistische fijne broeders en zusters, de gekken met gebreken, de goeien en de kwaaien……..Ja, hoe gestoord ze ook zijn. Bedenk je dan: Die doen ook maar wat. Net als jij…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Narrige Hofnar, narcistische narigheid, knorrige heksjes, knokige kniezers, kniezende kleuters? God houdt van iedereen. Ook van mij! Heks kan er met haar pet niet bij. Zelfs niet met mijn toverhoed. Maar het geeft moed, dit inzicht. Moed aan wanhopigen!

‘Heks, het valt toch wel mee dat chronisch slechte humeur van jou?’ Steenvrouw kijkt me nieuwsgierig aan. We zitten gezellig te dineren in mijn kleurige maar verre van keurige heksenkeukentje ergens in de laatste weken van het oude jaar.

Het gesprek gaat over al die woede, waar ik mee te dealen heb gehad de laatste jaren. We liggen dubbel van de lach, omdat ik het niet kan laten er de draak mee te steken.

Mijn machteloze eenzame scheldkanonnades richting vervelende voorouders, voormalige vermeende vrienden, stomme toevallige voorbijgangers en tegenwerkende trage voorwerpen hebben al bewezen weinig nut te hebben. En volgens sommige medemensen word ik daar nou zo ontzettend moe van. Niet van de ME.

‘Je hebt gelijk, lieve schat, ik bedacht me ook laatst, dat ik van nature helemaal geen kwaad wijf ben. Ik betrap mezelf praktisch elke dag op een goed humeur. Zit ik weer met een stralend gezicht op mijn vouwfiets. Geniet ik enorm van mijn gekke hondje. Moet ik schaterlachen om medemensen. Maak ik met iedereen een opgeruimd praatje. Raak ik vertederd door een klein kind. Of een donzige pup….’

Goddank.

‘Ik realiseer me ook maar regelmatig dat het goddelijke van alles en iedereen houdt. Zelfs van iemand als Adolf Hitler. Zag laatst een documentaire over die griezel: Zijn modus operandi indertijd is overigens identiek aan wat Trump nu uithaalt in de VS…..  Fake news, minderheidsgroepen verketteren en ga zo maar door. Allebei narcisten natuurlijk. Enorm interessant programma!’

‘Dus God houdt ook van dat grote dwarse lelijke kind dat de Verenigde Staten bestuurt. Koning, nar en narcist tegelijk. Van mij houden zal dan ook wel lukken….’

Het dringt langzamerhand tot me door, dat ik helemaal niet zo’n razende troela ben als ik steeds beweer. De grondtoon van mijn leven is nog altijd zacht. Ik spring alleen sinds een jaar of vijf uit mijn vel in bepaalde situaties. In plaats van datzelfde huidje duur te verkopen. Aan de eerste beste charlatan.

Na een leven lang slikken en pikken ben ik begonnen met het stellen van grenzen. Aanvankelijk op een manier van ik gooi iemand door de voordeur naar buiten en met een zielig gezichtje komt dezelfde figuur door de achterdeur weer naar binnen geslopen. Maar sinds een jaar of drie lukt het me beter om ongewenste entiteiten echt buiten mijn heksendeur te houden.

Helaas voel ik me er helemaal niet beter door. ‘Als je toegeeft en het iemand toch weer naar de zin maakt, ook al gaat dat ten koste van jezelf, ben je in elk geval een toffe peer. Of een goed mens. Of een echte lieverd……’ beweer ik tegen de Don afgelopen weekend. Ja, het is zo.

Mensen teleurstellen levert weinig positiefs op in eerste instantie. Pas na een hele tijd blijkt het toch wel fijn te zijn als bepaalde mensen niet meer bovenop je lip zitten te zuigen. Ze blijken ook gewoon door te leven zonder jouw niet aflatende aandacht. Tevens is jouw plek in dat leven intussen met het grootste gemak opgevuld door iemand anders met vergelijkbare kwaliteiten. Geen mens is nu eenmaal onmisbaar.

‘Het allermoeilijkste is om jezelf te zien. Dat laatste tijd lukt het me eindelijk om mijn kant van het verhaal in beeld te krijgen. Hoe het niet stellen van grenzen zeer uitnodigend werkt op allerlei lieden, die graag grensoverschrijdend opereren. Hoe  jarenlang mijn mond houden als ik me gekwetst voelde in de hand heeft gewerkt dat mensen geen rekening met me houden. Hoe…., hoe…….’

Mijn geklaag is mosterd na een moeizame maaltijd. Sommige klaagzangen liggen me gestaag al zo’n vijfenvijftig jaar zwaar op de maag. Of vijfendertig. Of vijftien. Of vijf…… Maar nooit kort. Ik dien mijn publiek zelden direct van repliek. Als ik het al eens doe is het hooguit een morsige meevaller.

Dus Heks ziet eindelijk zichzelf. Het is zover. Na jarenlang de ander begrijp ik nu eindelijk iets van mijn eigen aandeel in het geheel. Een geheel zonder winnaars en verliezers. Dat hele idee, dat we moeten winnen en de beste moeten zijn is echt volledig achterhaald.

En zoals altijd loopt de werkelijkheid achter de feiten aan. Je kunt geen TV programma zien of iemand moet weer iets winnen. Of de beste zijn. Liefst allebei. Zelfs het opzetten van een ideale samenleving voltrekt zich middels een uiterst competitief traject. Treurig.

Maar goed, dat is misschien een beetje een stokpaardje van me aan het worden.

Heks heeft natuurlijk veel te veel tijd om na te denken. Ik sla hele dagen stuk in mijn eentje. En dat al jarenlang. Ik heb een hoofd, dat geneigd is te denken. Filosoferen is 1 van mijn overlevingsstrategieën. De Don heeft er ook last van. Samen kunnen we urenlang reflecteren op ons bestaan.

‘We zijn toch ook wel een soort moderne hofnar,’ grapt de Don. Heks hoopt het. De ouderwetse nar mocht echt alles zeggen aan het hof. Dingen waar bij ieder ander de doodstraf op stond kraamde zo’n nar zonder enig gevaar voor eigen leven uit. Luidkeels. Het was bij de wet verboden om hem ervoor te straffen….

Misschien was ik alleen maar een beetje te narrig de laatste jaren. De keerzijde van mijn vrolijke noot. De laatste weken heb ik om de haverklap weer de leukste ontmoetingen en gesprekken. Zomaar uit het blinde niets. Zoals in de tijd toen iedereen mijn partner was. Voordat ik  me bewust werd van narcisten en psychopaten. Voordat ik hen hiervan begon uit te sluiten.

Het goddelijke sluit niemand buiten. Het goddelijke omvat alles. Goed en kwaad betekenen niet meer dan slechts links en rechts in die eeuwige optiek. De gulden middenweg bewandelen is de kunst. Ik mag misschien wel in mijn handjes knijpen, dat ik mijn keerzijde heb leren kennen. Me ermee heb vereenzelvigd.

Wellicht ben ik tegenwoordig veel beter te nassen dan in mijn jaren als heilige boon. En zoals je weet: Heilig boontje, loont niet, maar komt om zijn loontje.

‘Heksiedroppie, lieve zotteklapperke,’ noemde mijn dode verloofde me indertijd. Toen hij nog onder ons was. Ja: Een zot zijn. Swiebertje. Malle Mietje. Het is me een eer en genoegen. En het is ook de moeite waard: Een dag niet gelachen…….

Heks is veel liever een nar, dan een narcist!

Een nar of hofnar is de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. Vooral in de Middeleeuwen was de hofnar populair, maar in de loop van de 18e eeuw verdween deze aan de meeste hoven.

Een nar was soms iemand die door afwijkende geestelijke of lichamelijke eigenschappen (mismaakt; ‘geestelijk beperkt’) onbewust de spotlust opwekte, soms een intellectueel die bewust spotte en politieke invloed had. Sommige talen onderscheiden beide figuren, zoals in het Engels (buffoon versus jester).

De nar kleedde zich vaak in een voor hem gemaakt pak, voorzien van zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij een staf, narrestok, zotskolf of Marot. De nar had een bijzondere sociale positie. Enerzijds wekte hij de indruk onderaan de sociale ladder te staan, anderzijds was hij in de positie leden en gasten van het hof te doorgronden en hen voor de gek te houden. Hij kon ingaan tegen de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd. In die zin had hij juist een hoge sociale status.

In de Orde van de Dwazen was de geborduurde nar op de kleding een herkenningsteken.

Tegenwoordig speelt de nar in Nederland nog een rol tijdens carnaval, hij staat dan Prins Carnaval bij.

Metta meditatie: Oefening baart kunst. Heks zit op haar kussentje verwoed te praktiseren. Godkolere. Ik moet nog heel veel leren. Maar later diezelfde dag zit ik zingend op mijn fiets. Haken doen me niets. Deze vis zwemt blij voorbij……..

Vanmorgen zit ik op mijn matje. Een enorme boeddhistische bel staat naast me. Een sliert wierook kringelt naar het plafond. ‘Moge ik vreedzaam, gelukkig en licht zijn in mijn lichaam en geest,’ zemel ik sereen voor me uit. Snel geef ik een flinke ram op mijn geweldige klankschaal. ‘Boingginggononggg!!!!!!!’ Adem in, adem uit.

38801606_10155758160374537_172516638573199360_n

Godkolere. Ja, laat ik vooral licht worden. Ik ben al dagen loodzwaar van de vijfhonderd kilo kouwe stenen, die me onlangs in de maag zijn gesplitst. Knollen voor citroenen. Keiharde koude kutknollen.

‘Moge ik veilig zijn en vrij van onrecht,’ zucht ik vervolgens zachtjes. Tranen prikken achter mijn ogen. Veilig voel ik me geenszins. Een diep gevoel van onveiligheid woont gestaag in mijn maag. Belet me regelmatig om te eten. Wil van geen wijken weten.

Veiligheid is me altijd vreemd geweest. Trots hield me overeind. Gewend aan onveiligheid, blind voor gevaar, raak je nu eenmaal gemakkelijk alles kwijt. Pas vrij recent realiseer ik me dat ik op sommige vertrouwde plekken beter niet kan komen.

Dat familiebanden niet per definitie garant staan voor veiligheid en bescherming. Dat bepaalde dierbaren zelfs levensgevaarlijk voor me zijn. Omdat ze rare feestjes geven, waar mensen op af komen, die pillen in je drankje gooien bijvoorbeeld. Omdat ze dat dan vervolgens grappig vinden.

‘Moge ik vrij zijn van woede, conflict, angst en vrees,’ mompel ik er achteraan. Nijdige Berenklauw schiet alweer dagenlang als paddenstoelen uit de grond van mijn hart. Verziekt mijn innerlijk landschap. Een kudde Sangha-schapen graast zich een slag in de rondte om het tij te keren. En dan de angst. Altijd maar zorgen om de dag van morgen.

Ik adem in en uit. In en uit. Een glimlach krult vanzelf om mijn lippen. Ik wens mezelf echt vrede en liefde toe. Ik zie mezelf gelukkig en vrij, zoals ik me in Plum voelde. Gezien en geliefd. Verbonden. ‘Moge het zo zijn……’ lispel ik verheugd.

‘Moge ik leren naar mezelf te kijken met ogen van liefde en begrip,’ ja, dat is wel nodig ja. Ik zit mezelf teveel op mijn kop de laatste tijd. Boos om mijn naïviteit. Nijdig, dat ik me nog steeds in de kaart laat kijken. Dat ik nog altijd voer voor narcisten ben.

‘Het is absoluut geen slechte eigenschap, Heksje, om van mensen te houden en hen te vertrouwen. Het gaat alleen niet op bij de narcistische medemens. Daar kun jij niks aan doen, die hopeloze bevolkingsgroep bestaat nu eenmaal. Misschien ben jij zelf wel een enorme narcist in je volgende leven….. Dan hoop je ook dat er mensen zijn met genoeg liefde in hun hart om jou niet te haten om je vreselijke gedrag……..’

‘Moge ik in staat zijn de zaadjes van liefde en vreugde in mezelf te herkennen en ze aan te raken,’ murmelt Heks. Nou, dat lukt me prima. Goddank. Zotte zaadjes zat. En vrolijke blije eierzaadjes. Luchtige lachzaadjes. Zompige zwoele sekszaadjes ook, maar die hebben al lang geen water gehad…..

Moge ik leren de oorzaken van woede, begeerte en misleiding in mezelf te herkennen….’ Zo. Moeilijke materie, maar niet onbelangrijk. Zolang ik overgeleverd blijf aan mijn kwelgeesten, omdat ze op de juiste knopjes drukken kom ik geen stap verder. Dus waar zitten die knopjes? En hoe zijn ze ontstaan?

De zinsnede ‘Moge ik weten hoe de zaadjes van vreugde in mezelf te voeden, elke dag opnieuw,’ tovert een lach op mijn gezicht. Hiervoor heb ik het perfecte recept: Men neme 7 katten en een hondje. Woon ermee in een heksenhuisje. Wandel zo vaak mogelijk met je viervoetige vriend en een incidentele kat. Knuffel je suf met je diergaarde. Speel elke dag circus in je woonkamer…….

‘Moge ik in staat zijn om te leven met een frisse, stabiele en vrije geest,’ spreekt vanzelf. Ongelofelijk belangrijk, die vrije geest. Heks is bereid te sterven voor haar vrije geest. Ik ben al vaak voor gek verklaard of vervloekt, vanwege die vrije geest. Ik wil geen concessies doen aan die vrije geest. Mijn geest mag dansen.

‘Moge ik vrij zijn van gehechtheid en afkeer, maar niet onverschillig zijn,’ is dan weer zo’n zinnetje, waar ik weken op kauw. Ik ben namelijk enorm gehecht aan bepaalde mensen, waar ik tevens een afkeer van heb.

Huh? Ja, dat is echt mogelijk. Mensen, die je lief zijn, maar die wel bij voortduring het mes in je ribben jagen. Geliefden voor wie liefde macht is en controle. Beminden, die je het liefst over hun graf heen onder de plak zouden willen houden.

‘Moge ik vrij zijn van gehechtheid en afkeer,’ lispel ik nog maar eens een keertje. Vooral die afkeer zit me dwars. Ik kots namelijk van bepaalde zaken. ‘Moge ik zonder afkeer zijn,’ diepe zucht, ‘maar niet onverschillig.’

Nooit onverschillig zijn. Het laatste zinnetje raakt me diep. Soms lijkt diepe onverschilligheid  de enige emotie, waarmee ik de spoken uit mijn verleden kan bezweren. Maar je hebt voornamelijk jezelf ermee. Een afgevlakt hart kan nooit meer vlammen. En Heks wil vlammen.

Ik wil als een Feniks uit mijn as herrijzen. Een nieuw leven. En dat begint vandaag.

Feniks: Vogel van de zon…..

Wanneer de ziel er klaar voor is om haar vleugels uit te slaan, wordt zij diep gereinigd en gezuiverd en bereidt zij zich voor op nieuwe niveaus van spirituele wijsheid, kracht en licht. Net zoals de Feniks die door het hemelse vuur gedoopt werd om opnieuw te worden geboren, ga jij ook door eenzelfde fase van hemelse zuivering, voorbereidingen en initiatie. Dit is een vergevorderd stadium van groei van de ziel en spoedig daarna zul je genieten van een grotere spirituele vrede, goddelijke kracht en vooruitgang op je goddelijke levenspad. Kwan Yin, Dochter van de Feniks, is door het vuur gegaan, zowel geestelijk als lichamelijk, en heeft een vorm van grote spirituele vrede bereikt, kracht en autoriteit. Ze leidt je nu om je bewust te worden van je wedergeboorte en de hogere staat waarin je je nu bevindt.

Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!