Vrede op aarde! Om te beginnen hier in de buurt! Heks bepleit een beter beleid rondom het houden van reusachtige katachtigen als huisdier: Verbied het! Zoals het verboden is om wolven te houden of een grizzlybeer. Een eenvoudige Europese korthaar is geen partij voor zo’n kwaaie Bengaal. Begrijp dat nu een keer!

 ‘Mevrouw, het is niet bepaald gangbaar dat iemand aangifte komt doen tegen een kat,’ de agente kijkt me nieuwsgierig aan. Een zweem van spot dwaalt in haar blik. Bijna iedereen moet overigens lachen om mijn mishandelde kat valt me op. Het is te grappig om je voor te stellen, dat een andere kat er met matten een voortand uit mept bij mijn zwarte panter.

Iedereen behalve Heks. En Ferguut zelf natuurlijk. Het lachen is hem echt vergaan: Hij durft niet meer met zijn gemankeerde smoelwerk. Bovendien heeft hij intussen alweer een gehavend oor. Je kunt er op wachten dat die kolere Bengaal hem ook nog eens een oog kost.

Heks zit gewapend met een dierenartsrapport en een heleboel aantekeningen betreffende het houden van dit soort katten hier in Nederland op het politiebureau. Ik heb natuurlijk ook wel iets beters te doen. Ik besef maar al te goed, dat ik hier volstrekt voor lul zit. Zowel letterlijk als figuurlijk.

Want zeg nu zelf. De kans dat de politie iets doet aan een gestoorde kat is nihil. Zo lang het beest geen babies van hun fles melk berooft en hen vervolgens de ogen uitkrabt maakt geen mens zich druk. Wat kan iemand mijn ouwe trouwe ridderkater schelen?

‘De dierenbescherming raadde me aan om aangifte te doen. Volgens hun woordvoerder is er in Nederland een gedoogbeleid om deze katten buiten te laten lopen. De eerste generatie is verboden overigens. Het woord gedogen geeft al aan, dat het eigenlijk niet mag….’

‘Bovendien wordt 87% van dit soort katten binnen gehouden of in een afgesloten tuin. Slechts een klein percentage komt op straat. Er zijn meer gevallen bekend van Bengalen, die buurtkatten terroriseren. Dit geval staat niet op zich….’

De agente is heel vriendelijk. Geduldig maakt ze aantekeningen. Belt met de dierenpolitie. ‘Volgens hen is het niet verboden om dit soort katten op straat te laten komen,’ beweert ze vervolgens. ‘Maar de dierenbescherming zei…..’ pruttel ik tegen. ‘De dierenpolitie staat boven de dierenbescherming,’ beslecht ze kordaat ons geschil. 

Het is dus allemaal weer lekker vaag geregeld in onze bananenrepubliek. ‘Met honden is het geen probleem. Als die agressief gedrag vertonen moeten ze een muilkorf om. Maar rondom katten is er stomweg geen regelgeving. Ik ga derhalve de hondenbrigade er op zetten. Die gaan een onderzoek doen naar die Bengaalse kat. Waar woont het beest?’

Binnen een kwartier sta ik weer buiten. Nauwelijks een stap verder. 

Het is stralend zonnig weer. VikThor is naar het strand met de dochter van vrienden van me. Om een uurtje of 1 haalt ze hem op. Tilt hem liefdevol in haar auto. Geeft hem snel een kusje op zijn grote snoet.

Heks volgt dit tafereeltje vanachter haar keukenraam. Zo schattig. En fijn voor mij, want nu heb ik zomaar een middag wandelvrij! Alle tijd om mijn zaakjes te regelen.

Machteloosheid is een akelig gevoel. Een gevoel dat ik maar al te goed ken. Mijn nagels zijn er al op jonge leeftijd uitgetrokken. Mijn tanden om minder uit de bek gemept. Bij wijze van spreken dan. Niet letterlijk gelukkig. Dus ik bevind me op bekend terrein.

En zoals altijd sta ik alweer op de barricades. ‘Je pleegt verzet, Heks, heb je altijd gedaan. Maar je kunt beter je doel verleggen,’ kreeg ik een drietal jaren geleden te horen van een bekend paragnost. De man had gelijk.

Er zijn meer dingen waar ik me druk over maak momenteel. Niet alleen over mijn kat.

Onrecht. Zo onder mijn neus. Een weerloos wezen, dat wordt mishandeld. En ook hiervoor vind ik weinig gehoor bij instanties, als ik weer eens aan de bel trek. Ook dit gaat maar door. 

Zondag in de kerk zingen we over een rechtvaardige wereld. Waarin alles eens een keertje op zijn plek valt. Onze prachtige planeet badend in licht, liefde en vrede. De realiteit is dat zelfs een paar katten nog niet zonder conflict een buurt kunnen delen. 

Laat staan dat mensen eerlijk een land kunnen delen. We hebben nog een hele weg te gaan. Goddank zijn er genoeg mensen die willen. Er staat een hele generatie op, die zich honderd procent willen inzetten voor het behoud van onze geliefde planeet. Met alle bewoners.

Ik zie hele legers pubers protesteren op televisie. In diverse landen. Ze zijn woedend op de politiek. Ze maken zich ernstig zorgen over het klimaat. En terecht natuurlijk. Schreeuwend maken ze dat duidelijk. Daar krijg je natuurlijk honger van. Vooral als adolescent in de groei. Ze storten zich na afloop dan ook massaal op de smerige hamburgers van die hele foute keten. Hopsakee aan de CO2. 

Het is toch zo moeilijk om ook maar enigszins consequent te zijn. 

De kroon der schepping vergeet het nogal eens, maar onze planeet is er van alle bewoners. Iedereen heeft recht op zijn plekje. Behalve Bengalen dan, die mogen wat mij betreft worden afgeschoten in een speciale minimale kattenraket. Enkele reis Mars. Waar ze thuishoren.

Misschien moeten we dit middeltje maar door de buurt verspreiden. Het schijnt te werken:

FELIWAY FRIENDS  is een gebruiksvriendelijke oplossing om spanningen en conflicten tussen katten in één huishouden, zoals vechten, najagen, blokkeren en staren naar elkaar te verminderen.

Opkrabbelen, opnieuw beginnen, laag voor laag terrein terug winnen. Je best doen is niet goed genoeg, maar een beetje geluk doet wonderen.

Heks trekt zichzelf aan de haren uit een beerput vol stagnatie. En het lukt! Ik heb net genoeg energie om het voor elkaar te krijgen. Goddank. Het laatste half jaar was weer een echte ouderwetse aaneengesloten griepperiode.

Het is nog niet helemaal over. Het gaat ook nooit helemaal over ben ik bang. Maar langzamerhand zijn er weer wat beschikbare uren buiten mijn bedstee te besteden. En dat scheelt enorm. Voor creperen achter de geraniums is niemand gemaakt.

Straks ga ik weer naar de film. Samen met mijn boezemvriendinnetje Trui. Na de zoveelste keer een filmpje pakken in het filmhuis om de hoek hebben we nu een Cinnevillepas gekocht. Helemaal geweldig. Voor 21 eurootjes per maand kunnen we onbeperkt naar de film in allerlei filmhuizen door heel Nederland.

Heks is louter geïnteresseerd in de filmhuizen op loopafstand van mijn heksenhuis en goddank zijn die er. Wel twee om precies te zijn.

Vanavond wordt de klassieker van Eisenstein ‘Battleship Potemkin’ uit 1925 vertoond met live muziek van Matteo Myderwyk. Een unieke voorstelling! Ik heb de film in een ver verleden wel eens gezien, toen ik nog filmkunde deed als bijvak. Een initiatief destijds van de vakgroep theaterwetenschap en kunstgeschiedenis hier in Leiden. Nog in het stenen tijdperk.

Jarenlang ben ik nauwelijks naar de film geweest. Het laatste jaar echter heb ik mijn oude liefde hervonden. En met mijn nieuwe Cinnevillpas gaan alle remmen natuurlijk los!

Ik zit in bed maar een beetje te schrijven, terwijl ik op de post wacht. Er komt een pakket boeken aan voor mijn nieuwe opleiding. Hekserige epistels. Ik heb speciaal een bedrag extra betaald om het hele pakket op woensdagavond te laten bezorgen. Omdat het overdag altijd zo’n heisa is om er thuis voor te blijven. Ik moet immers om de haverklap naar buiten met mijn hond.

En er kwam inderdaad een pakket op het juiste tijdstip. Maar er zat maar 1 boek in. In plaats van vijf. De rest wordt vandaag bezorgd. Behalve eentje. Die komt op een geheel ander tijdstip.

Bizar toch weer. Rare winkel ook, dat Bol.com. Kunnen ze dat er niet eventjes bij zeggen? U betaalt extra voor de kat zijn kut?

Maar goed. Nou niet gelijk weer gaan mopperen, Heks. Wees blij dat je in beter vaarwater zit. Dat je uit die slikkige uiterwaarden van je zompige verleden bent getrokken door je eigenste heksentengels. Dat er goede dingen op je pad komen. Naar je toe rollen zelfs…..

‘Je bent zo goed bezig,’ zegt de praktijkbegeleidster van mijn huisarts, ‘Dit zal ook ongetwijfeld enorm schelen voor je vermoeidheid en je ME.’ Ik moet haar teleurstellen. Je kunt je best doen tot je erbij neervalt, het maakt geen zak uit voor die ziekte. Die komt en gaat zoals ie zelf wil.

In een betere periode, waarin ik zelfs weer aan het werk was, heb ik ook wel de arrogantie gehad te denken dat die verbetering kwam door mijn eigen niet aflatende inzet. Maar ik kwam van een koude kermis thuis. De ziekte kwam keihard terug. Wat ooit leek te helpen hielp niet meer. Ik kon in feite opnieuw beginnen met mijn queeste naar genezing.

En dit fenomeen herhaalt zich. Telkens als ik denk de vinger er achter te hebben slaat mijn kwaal me met nieuwe symptomen om de oren. Blijken er weer andere dingen in mijn lijf het niet te doen.

Dus laat ik maar genieten van de weken dat het beter gaat. Het is in elk geval heel goed voor mijn humeur. Ik geniet enorm van het onder de mensen zijn en dingen doen. Volgende week ga ik Klezmer zingen bij de antroposofen. Daar heb ik ook al zo’n zin in.

En dan is er natuurlijk nog mijn koor. We zijn weer begonnen aan de Matthäus Passion. Het openingslied zit er al bijna helemaal in. De stamtafel is wederom oergezellig. Vooral sinds onze pianist weer is aangeschoven. Alle dames zijn stapeldol op hem, met name mijn maatje Anna. Het is dus een gekakel van jewelste in het kippenhok.

Jeetje, wat ben ik onderuit gegaan de afgelopen maanden. Je ziet het pas als je weer opkrabbelt. En wat ben ik ongelukkig geweest door een aantal tendenzen in mijn bestaan, waar ik weinig invloed op heb. Maar die veel invloed hebben op mij.

Ik heb besloten mijn doel te verleggen. Om de zaken zo te gaan draaien, dat het kwartje een keertje mijn kant opvalt.

En ik heb besloten geweldig te gaan genieten van wat het leven me wel biedt. En dat is best veel. Om te beginnen heel veel films. En zingen, zingen, zingen. Tot slot haal ik ook nog eens mijn toverstokje uit de wilgen. En dat is echt een heel goed teken.

In het diepst van de nacht begint de dag. Heks heeft niks in de gaten. Ik hoor mezelf nog steeds depressief praten….. Maar draken en griffioenen brengen nieuwe visioenen. In de nacht, als ik slaap, draait mijn wereld op zijn kop.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks wordt gepest. Al een hele lange tijd. Systematisch en sneaky. Ja , je bent echt een held als je zo’n amoebe als Heks gaat treiteren. Succes verzekerd, want ik ben machteloos, zelden afgeleid van mijn bestaan door bijvoorbeeld een leuke vakantie. Of een dagje uit. Of door gezellige gezinsleden. Nee, mij zieken is geheid een schot in de roos.

Oh, het is toch zo moeilijk om zulke dingen los te laten! Vooral als iemand constant haken in je blijft slaan. Zijn macht laat gelden. Er eventjes in stampt dat je niks voorstelt met je zieke sneue leventje.

Goddank raakt het mijn koude kleren niet. Het is bepaald niet iemand waar ik van hou, die dit doet. Alles gaat voorbij, Heks. Ook dit. Eens ben ik er van af. Op een goede dag. Een hele goede dag.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een week terug spring ik weer eens uit mijn vel, als ik mijn boodschappen niet kan betalen. Er staat geen geld op mijn rekening. Vreemd. Normaal gesproken word er op maandag een zeker bedrag gestort. Het zou zelfs omhoog gaan, maar in plaats daarvan zie ik opeens helemaal niks meer.

Chagrijnig ga ik naar huis. Gelukkig kan ik in de biowinkel poffen, anders zat ik met een lege koelkast. Ik krijg zelfs de maandagse 10% korting over het bedrag van die ongelofelijk aardige idealisten. Terwijl ik het op een geheel andere dag ga afrekenen….

Thuisgekomen ontdek ik dat VikThor in mijn bed is gesprongen na een modderbad in een poldervaart. Hij ligt intussen alweer braaf op zijn plaats, wetend dat dat niet mag. Ik heb hem dan ook niet op heterdaad betrapt, maar mijn stede spreekt boekdelen!

Scheldend sla ik aan het kokkerellen. Ik heb vandaag twee linkerhanden, maar er ligt zo veel vergeten groente in de koelkast. Daar moet iets mee gebeuren. Dat was ook het hele idee achter mijn boodschappenronde.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Kom je nog eten?’ lees ik op mijn app. Oh jee. Alles loopt in de soep vandaag. Steenvrouw heeft me al dagen geleden uitgenodigd, maar ik had eigenlijk iets anders. ‘Ik hou een slag om de arm,’ betekent natuurlijk niet, dat je helemaal niks meer laat horen. Heks wilde vanavond naar een cursus Mahjong. Ik probeer er al dagen naartoe te werken, maar het lukt gewoonweg niet.

‘Het is geen denderende combinatie, Heks, op maandag die Mahjongles en op dinsdag koor. Het lukt je al niet om na die koorrepetitie twee dagen later te gaan mediteren. Hou dus maar op. Kook je maaltje. Eet het ook op! Bel morgen je vriendin. Ga vroeg slapen!

Anderhalf uur later zit ik lekker in bed te tekenen. Ik heb gekookt. Ik heb gegeten. Straks nog een rondje met mijn smerige hondje. We hebben het weer bijgelegd natuurlijk……. En dan slapen! Als het lukt tenminste.

Sinds ik mijn nieuwe tablet heb, waar je met zo’n apple pencil op kunt tekenen ben ik de koning te rijk. Op mij oude piepkleine iPad kon ik ook al tekenen. eerste met rubberen stiftjes, later met mijn heksenvingers……. Ook al geweldig, maar dit is helemaal super.

Ach Heks, hou op met je gezwets. Wees dankbaar voor wat je hebt. Tel je zegeningen. Laat je niet kisten. Neem niets persoonlijk. Zie de mens. Jouw medemens. De idealistische fijne broeders en zusters, de gekken met gebreken, de goeien en de kwaaien……..Ja, hoe gestoord ze ook zijn. Bedenk je dan: Die doen ook maar wat. Net als jij…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Narrige Hofnar, narcistische narigheid, knorrige heksjes, knokige kniezers, kniezende kleuters? God houdt van iedereen. Ook van mij! Heks kan er met haar pet niet bij. Zelfs niet met mijn toverhoed. Maar het geeft moed, dit inzicht. Moed aan wanhopigen!

‘Heks, het valt toch wel mee dat chronisch slechte humeur van jou?’ Steenvrouw kijkt me nieuwsgierig aan. We zitten gezellig te dineren in mijn kleurige maar verre van keurige heksenkeukentje ergens in de laatste weken van het oude jaar.

Het gesprek gaat over al die woede, waar ik mee te dealen heb gehad de laatste jaren. We liggen dubbel van de lach, omdat ik het niet kan laten er de draak mee te steken.

Mijn machteloze eenzame scheldkanonnades richting vervelende voorouders, voormalige vermeende vrienden, stomme toevallige voorbijgangers en tegenwerkende trage voorwerpen hebben al bewezen weinig nut te hebben. En volgens sommige medemensen word ik daar nou zo ontzettend moe van. Niet van de ME.

‘Je hebt gelijk, lieve schat, ik bedacht me ook laatst, dat ik van nature helemaal geen kwaad wijf ben. Ik betrap mezelf praktisch elke dag op een goed humeur. Zit ik weer met een stralend gezicht op mijn vouwfiets. Geniet ik enorm van mijn gekke hondje. Moet ik schaterlachen om medemensen. Maak ik met iedereen een opgeruimd praatje. Raak ik vertederd door een klein kind. Of een donzige pup….’

Goddank.

‘Ik realiseer me ook maar regelmatig dat het goddelijke van alles en iedereen houdt. Zelfs van iemand als Adolf Hitler. Zag laatst een documentaire over die griezel: Zijn modus operandi indertijd is overigens identiek aan wat Trump nu uithaalt in de VS…..  Fake news, minderheidsgroepen verketteren en ga zo maar door. Allebei narcisten natuurlijk. Enorm interessant programma!’

‘Dus God houdt ook van dat grote dwarse lelijke kind dat de Verenigde Staten bestuurt. Koning, nar en narcist tegelijk. Van mij houden zal dan ook wel lukken….’

Het dringt langzamerhand tot me door, dat ik helemaal niet zo’n razende troela ben als ik steeds beweer. De grondtoon van mijn leven is nog altijd zacht. Ik spring alleen sinds een jaar of vijf uit mijn vel in bepaalde situaties. In plaats van datzelfde huidje duur te verkopen. Aan de eerste beste charlatan.

Na een leven lang slikken en pikken ben ik begonnen met het stellen van grenzen. Aanvankelijk op een manier van ik gooi iemand door de voordeur naar buiten en met een zielig gezichtje komt dezelfde figuur door de achterdeur weer naar binnen geslopen. Maar sinds een jaar of drie lukt het me beter om ongewenste entiteiten echt buiten mijn heksendeur te houden.

Helaas voel ik me er helemaal niet beter door. ‘Als je toegeeft en het iemand toch weer naar de zin maakt, ook al gaat dat ten koste van jezelf, ben je in elk geval een toffe peer. Of een goed mens. Of een echte lieverd……’ beweer ik tegen de Don afgelopen weekend. Ja, het is zo.

Mensen teleurstellen levert weinig positiefs op in eerste instantie. Pas na een hele tijd blijkt het toch wel fijn te zijn als bepaalde mensen niet meer bovenop je lip zitten te zuigen. Ze blijken ook gewoon door te leven zonder jouw niet aflatende aandacht. Tevens is jouw plek in dat leven intussen met het grootste gemak opgevuld door iemand anders met vergelijkbare kwaliteiten. Geen mens is nu eenmaal onmisbaar.

‘Het allermoeilijkste is om jezelf te zien. Dat laatste tijd lukt het me eindelijk om mijn kant van het verhaal in beeld te krijgen. Hoe het niet stellen van grenzen zeer uitnodigend werkt op allerlei lieden, die graag grensoverschrijdend opereren. Hoe  jarenlang mijn mond houden als ik me gekwetst voelde in de hand heeft gewerkt dat mensen geen rekening met me houden. Hoe…., hoe…….’

Mijn geklaag is mosterd na een moeizame maaltijd. Sommige klaagzangen liggen me gestaag al zo’n vijfenvijftig jaar zwaar op de maag. Of vijfendertig. Of vijftien. Of vijf…… Maar nooit kort. Ik dien mijn publiek zelden direct van repliek. Als ik het al eens doe is het hooguit een morsige meevaller.

Dus Heks ziet eindelijk zichzelf. Het is zover. Na jarenlang de ander begrijp ik nu eindelijk iets van mijn eigen aandeel in het geheel. Een geheel zonder winnaars en verliezers. Dat hele idee, dat we moeten winnen en de beste moeten zijn is echt volledig achterhaald.

En zoals altijd loopt de werkelijkheid achter de feiten aan. Je kunt geen TV programma zien of iemand moet weer iets winnen. Of de beste zijn. Liefst allebei. Zelfs het opzetten van een ideale samenleving voltrekt zich middels een uiterst competitief traject. Treurig.

Maar goed, dat is misschien een beetje een stokpaardje van me aan het worden.

Heks heeft natuurlijk veel te veel tijd om na te denken. Ik sla hele dagen stuk in mijn eentje. En dat al jarenlang. Ik heb een hoofd, dat geneigd is te denken. Filosoferen is 1 van mijn overlevingsstrategieën. De Don heeft er ook last van. Samen kunnen we urenlang reflecteren op ons bestaan.

‘We zijn toch ook wel een soort moderne hofnar,’ grapt de Don. Heks hoopt het. De ouderwetse nar mocht echt alles zeggen aan het hof. Dingen waar bij ieder ander de doodstraf op stond kraamde zo’n nar zonder enig gevaar voor eigen leven uit. Luidkeels. Het was bij de wet verboden om hem ervoor te straffen….

Misschien was ik alleen maar een beetje te narrig de laatste jaren. De keerzijde van mijn vrolijke noot. De laatste weken heb ik om de haverklap weer de leukste ontmoetingen en gesprekken. Zomaar uit het blinde niets. Zoals in de tijd toen iedereen mijn partner was. Voordat ik  me bewust werd van narcisten en psychopaten. Voordat ik hen hiervan begon uit te sluiten.

Het goddelijke sluit niemand buiten. Het goddelijke omvat alles. Goed en kwaad betekenen niet meer dan slechts links en rechts in die eeuwige optiek. De gulden middenweg bewandelen is de kunst. Ik mag misschien wel in mijn handjes knijpen, dat ik mijn keerzijde heb leren kennen. Me ermee heb vereenzelvigd.

Wellicht ben ik tegenwoordig veel beter te nassen dan in mijn jaren als heilige boon. En zoals je weet: Heilig boontje, loont niet, maar komt om zijn loontje.

‘Heksiedroppie, lieve zotteklapperke,’ noemde mijn dode verloofde me indertijd. Toen hij nog onder ons was. Ja: Een zot zijn. Swiebertje. Malle Mietje. Het is me een eer en genoegen. En het is ook de moeite waard: Een dag niet gelachen…….

Heks is veel liever een nar, dan een narcist!

Een nar of hofnar is de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. Vooral in de Middeleeuwen was de hofnar populair, maar in de loop van de 18e eeuw verdween deze aan de meeste hoven.

Een nar was soms iemand die door afwijkende geestelijke of lichamelijke eigenschappen (mismaakt; ‘geestelijk beperkt’) onbewust de spotlust opwekte, soms een intellectueel die bewust spotte en politieke invloed had. Sommige talen onderscheiden beide figuren, zoals in het Engels (buffoon versus jester).

De nar kleedde zich vaak in een voor hem gemaakt pak, voorzien van zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij een staf, narrestok, zotskolf of Marot. De nar had een bijzondere sociale positie. Enerzijds wekte hij de indruk onderaan de sociale ladder te staan, anderzijds was hij in de positie leden en gasten van het hof te doorgronden en hen voor de gek te houden. Hij kon ingaan tegen de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd. In die zin had hij juist een hoge sociale status.

In de Orde van de Dwazen was de geborduurde nar op de kleding een herkenningsteken.

Tegenwoordig speelt de nar in Nederland nog een rol tijdens carnaval, hij staat dan Prins Carnaval bij.

Metta meditatie: Oefening baart kunst. Heks zit op haar kussentje verwoed te praktiseren. Godkolere. Ik moet nog heel veel leren. Maar later diezelfde dag zit ik zingend op mijn fiets. Haken doen me niets. Deze vis zwemt blij voorbij……..

Vanmorgen zit ik op mijn matje. Een enorme boeddhistische bel staat naast me. Een sliert wierook kringelt naar het plafond. ‘Moge ik vreedzaam, gelukkig en licht zijn in mijn lichaam en geest,’ zemel ik sereen voor me uit. Snel geef ik een flinke ram op mijn geweldige klankschaal. ‘Boingginggononggg!!!!!!!’ Adem in, adem uit.

38801606_10155758160374537_172516638573199360_n

Godkolere. Ja, laat ik vooral licht worden. Ik ben al dagen loodzwaar van de vijfhonderd kilo kouwe stenen, die me onlangs in de maag zijn gesplitst. Knollen voor citroenen. Keiharde koude kutknollen.

‘Moge ik veilig zijn en vrij van onrecht,’ zucht ik vervolgens zachtjes. Tranen prikken achter mijn ogen. Veilig voel ik me geenszins. Een diep gevoel van onveiligheid woont gestaag in mijn maag. Belet me regelmatig om te eten. Wil van geen wijken weten.

Veiligheid is me altijd vreemd geweest. Trots hield me overeind. Gewend aan onveiligheid, blind voor gevaar, raak je nu eenmaal gemakkelijk alles kwijt. Pas vrij recent realiseer ik me dat ik op sommige vertrouwde plekken beter niet kan komen.

Dat familiebanden niet per definitie garant staan voor veiligheid en bescherming. Dat bepaalde dierbaren zelfs levensgevaarlijk voor me zijn. Omdat ze rare feestjes geven, waar mensen op af komen, die pillen in je drankje gooien bijvoorbeeld. Omdat ze dat dan vervolgens grappig vinden.

‘Moge ik vrij zijn van woede, conflict, angst en vrees,’ mompel ik er achteraan. Nijdige Berenklauw schiet alweer dagenlang als paddenstoelen uit de grond van mijn hart. Verziekt mijn innerlijk landschap. Een kudde Sangha-schapen graast zich een slag in de rondte om het tij te keren. En dan de angst. Altijd maar zorgen om de dag van morgen.

Ik adem in en uit. In en uit. Een glimlach krult vanzelf om mijn lippen. Ik wens mezelf echt vrede en liefde toe. Ik zie mezelf gelukkig en vrij, zoals ik me in Plum voelde. Gezien en geliefd. Verbonden. ‘Moge het zo zijn……’ lispel ik verheugd.

‘Moge ik leren naar mezelf te kijken met ogen van liefde en begrip,’ ja, dat is wel nodig ja. Ik zit mezelf teveel op mijn kop de laatste tijd. Boos om mijn naïviteit. Nijdig, dat ik me nog steeds in de kaart laat kijken. Dat ik nog altijd voer voor narcisten ben.

‘Het is absoluut geen slechte eigenschap, Heksje, om van mensen te houden en hen te vertrouwen. Het gaat alleen niet op bij de narcistische medemens. Daar kun jij niks aan doen, die hopeloze bevolkingsgroep bestaat nu eenmaal. Misschien ben jij zelf wel een enorme narcist in je volgende leven….. Dan hoop je ook dat er mensen zijn met genoeg liefde in hun hart om jou niet te haten om je vreselijke gedrag……..’

‘Moge ik in staat zijn de zaadjes van liefde en vreugde in mezelf te herkennen en ze aan te raken,’ murmelt Heks. Nou, dat lukt me prima. Goddank. Zotte zaadjes zat. En vrolijke blije eierzaadjes. Luchtige lachzaadjes. Zompige zwoele sekszaadjes ook, maar die hebben al lang geen water gehad…..

Moge ik leren de oorzaken van woede, begeerte en misleiding in mezelf te herkennen….’ Zo. Moeilijke materie, maar niet onbelangrijk. Zolang ik overgeleverd blijf aan mijn kwelgeesten, omdat ze op de juiste knopjes drukken kom ik geen stap verder. Dus waar zitten die knopjes? En hoe zijn ze ontstaan?

De zinsnede ‘Moge ik weten hoe de zaadjes van vreugde in mezelf te voeden, elke dag opnieuw,’ tovert een lach op mijn gezicht. Hiervoor heb ik het perfecte recept: Men neme 7 katten en een hondje. Woon ermee in een heksenhuisje. Wandel zo vaak mogelijk met je viervoetige vriend en een incidentele kat. Knuffel je suf met je diergaarde. Speel elke dag circus in je woonkamer…….

‘Moge ik in staat zijn om te leven met een frisse, stabiele en vrije geest,’ spreekt vanzelf. Ongelofelijk belangrijk, die vrije geest. Heks is bereid te sterven voor haar vrije geest. Ik ben al vaak voor gek verklaard of vervloekt, vanwege die vrije geest. Ik wil geen concessies doen aan die vrije geest. Mijn geest mag dansen.

‘Moge ik vrij zijn van gehechtheid en afkeer, maar niet onverschillig zijn,’ is dan weer zo’n zinnetje, waar ik weken op kauw. Ik ben namelijk enorm gehecht aan bepaalde mensen, waar ik tevens een afkeer van heb.

Huh? Ja, dat is echt mogelijk. Mensen, die je lief zijn, maar die wel bij voortduring het mes in je ribben jagen. Geliefden voor wie liefde macht is en controle. Beminden, die je het liefst over hun graf heen onder de plak zouden willen houden.

‘Moge ik vrij zijn van gehechtheid en afkeer,’ lispel ik nog maar eens een keertje. Vooral die afkeer zit me dwars. Ik kots namelijk van bepaalde zaken. ‘Moge ik zonder afkeer zijn,’ diepe zucht, ‘maar niet onverschillig.’

Nooit onverschillig zijn. Het laatste zinnetje raakt me diep. Soms lijkt diepe onverschilligheid  de enige emotie, waarmee ik de spoken uit mijn verleden kan bezweren. Maar je hebt voornamelijk jezelf ermee. Een afgevlakt hart kan nooit meer vlammen. En Heks wil vlammen.

Ik wil als een Feniks uit mijn as herrijzen. Een nieuw leven. En dat begint vandaag.

Feniks: Vogel van de zon…..

Wanneer de ziel er klaar voor is om haar vleugels uit te slaan, wordt zij diep gereinigd en gezuiverd en bereidt zij zich voor op nieuwe niveaus van spirituele wijsheid, kracht en licht. Net zoals de Feniks die door het hemelse vuur gedoopt werd om opnieuw te worden geboren, ga jij ook door eenzelfde fase van hemelse zuivering, voorbereidingen en initiatie. Dit is een vergevorderd stadium van groei van de ziel en spoedig daarna zul je genieten van een grotere spirituele vrede, goddelijke kracht en vooruitgang op je goddelijke levenspad. Kwan Yin, Dochter van de Feniks, is door het vuur gegaan, zowel geestelijk als lichamelijk, en heeft een vorm van grote spirituele vrede bereikt, kracht en autoriteit. Ze leidt je nu om je bewust te worden van je wedergeboorte en de hogere staat waarin je je nu bevindt.

Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Heks gaat weer eens naar de kerk en krijgt een preek over woede voor haar knarsende kiezen. Ook Phil preekt er lustig op los! Tegen een zeer disfunctioneel gezin met een lekkere hopeloze zondebok van een dochter. De ouders hebben hun losse handjes ervan afgetrokken. Ze staan ze druk te wassen in onschuld. Het water kleurt scharlakenrood! Zeer verdacht allemaal……..

© toverheks.com

© toverheks.com

Zondag ga ik naar de kerk. Met mijn korte jakje aan. Ik schuif in de bank voor Jip en Janneke. In mijn oude vertrouwde hoekje. Jeetje, wat ben ik lang niet geweest. Met kerst voor het laatst. En daarvoor ook al een hele tijd niet of nauwelijks.

Elke zondagmorgen neem ik me rond twaalf uur voor om volgende week dan wel te gaan. Nadat het weer eens een keertje mislukt is. Omdat ik m’n bed niet uit kan komen, te kort geslapen heb, mijn ene been niet voor de ander kan krijgen….. Noem maar op. Er is altijd wel wat.

© toverheks.com

© toverheks.com

Het lukt me al tijden niet om op zondagochtend te pieken. Maar vandaag is het wel gelukt. Ik heb de wekker gezet, mezelf daadwerkelijk uit bed gehesen, koffie erin gegooid en pijnstillers, gevolgd door een rondje fietsen met hondje, beesten eten geven……. En ja hoor, daar zit ik dan toch weer in het huis van God. Goddank.

De dominee preekt over woede. Hij zegt vandaag dingen louter voor mij. Althans, daar lijkt het op. Terwijl mijn gedachten afdwalen vertelt hij over een predikante uit de Bronx, die hij ooit op een seminar ontmoette. ‘Als je in zo’n omgeving opgroeit lijkt het alsof er vijf mensen bovenop je liggen, die je het bewegen onmogelijk maken….. Woede is dan noodzakelijk om je eraan te ontworstelen…..’

Heks is zich ook aan het ontworstelen. Het gewicht van een hele clan rust op mijn dodelijk vermoeide lijf. Autonomie is er niet bij, hoezeer ik er ook naar verlang. Hoe meer ik me er hard voor maak, hoe zwaarder dat dode gewicht me plet. Retteketet. Dolle pret, maar niet voor mij.

Woede is een kracht, aldus de dominee. Ja, dat roep ik ook al jaren. Omarm je woede, doe dit, doe dat….. Wees er lief voor, luister ernaar! We moeten altijd af van die woede, maar stilstaan bij het feit, dat je die woede niet voor niets hebt is er vaak niet bij. Het is namelijk zo negatief. Weg ermee is meestal het devies. Of bedek em met de mantel der liefde…..

© toverheks.com

© toverheks.com

Respect voor je woede mag ook wel eens. Gebruik maken van de reinigende kracht van dit gouden vuur. Schoon schip maken. De bezem erdoor! De fik erin!

De fameuze woedeuitbarsting van Jezus richting Farizeeërs komt ook ter sprake. Was de heiland gewoon een heetgebakerd mannetje, die met enige regelmaat uit zijn plaat ging? Of kunnen we toch stellen, dat de zoon van god ons ook dit heeft voorgeleefd? Je stem laten horen, opkomen voor hetgeen juist is. Stelling nemen tegen corruptie en schijnheiligheid, ook al maakt het je impopulair. Kritisch zijn en niet uitsluitend op jezelf…..

Al geruime tijd heb ik moeite met mezelf. Met de woede in mijn hart: Nijd die mijn leven overhoop woelt. Strijdbijl aan de wortels van mijn bestaan. Strijdend ten onder gaan. Allemaal dingen die ik eigenlijk niet wil.

Maar een manier om met mijn realiteit om te gaan, waarin ik mezelf wel kan vinden is er niet. Mijn vergevingsgezinde aard gepaard met vruchteloze pogingen tot acceptatie  hebben me al die moeizame jaren niets opgeleverd. Integendeel: Die houding hield me slechts gevangen.

Plat op de grond met een hele stapel krachtpatsers erbovenop.

Autonomie lijkt verder weg dan ooit. Hoe harder ik knok, hoe meer ik word tegengewerkt….. Overgave is echter geen optie.

Soms is woede je beste vriend. Geeft het je de power om uit te breken, af te breken, los te breken. Nijd scheidt. Snijdt koorden door. Karmische kabels.

© toverheks.com

© toverheks.com

Dr Phil is terug op de televisie. Alweer een maand, maar pas vandaag zit ik er weer eens met een half oog naar te kijken. Een disfunctioneel gezin van heb ik jou daar zit in de studio.

De moeder schreeuwt moord en brand over haar oudste dochter. De vader heeft al een keer in de bak gezeten, omdat hij zijn dochter in elkaar sloeg. Dronken. Hij zuipt wel vaker teveel blijkt. Broers en zusters kiezen de kant van de ouders…..

De gebeten hond, ofwel zwarte schaap, heeft ook al zeven maanden in de bajes doorgebracht. Ze wilde namelijk niet in een kindertehuis…… De politie heeft in feite een deel van de opvoeding overgenomen, concludeert Phil.

En het schaap is ook nog eens zeven weken zwanger………

Heks ziet het circus aan zich voorbij trekken. Het onmogelijke woedende kind, een wandelende bom met een bijzonder kort lontje. De eveneens ontploffingsgevaarlijke vader met een drankprobleem en losse handjes. De slachtofferige loeder van een moeder. De schijnheilige schijterige zuster en broer, die beweren beter af te zijn zonder hun enge waardeloze zus…..

Nou, offer dat kind dan maar op. Gooi op de brandstapel. De fik erin ten bate van het hele gezin. Een slachtoffer voor het grotere geheel. Een brandoffer aan de goden. Wie een beetje wil offeren moet toch echt iets of iemand doden. Afmaken. Elimineren……

Phil baggert manmoedig door dit verwoeste familielandschap. Hij neemt zijn gasten bij de hand. Redden wat er te redden valt. Eerst die ouders maar eens op hun nummer zetten. De brutale onopvoedbare adolescent krijgt ook een flinke veeg uit de pan.

© toverheks.com

© toverheks.com

De broer en zus worden direct ontmaskerd. Hun kritiek zit vol eigenbelang. Zij worden er alleen maar beter van als ze hun zuster afschrijven. Maar is het eigenlijk wel terecht?

Woede. Het meisje heeft een geweldig probleem met woede. Dat is de conclusie van Phil. Een zeer terechte woede overigens. Want ze krijgt van alles de schuld.

Ook heeft ze allerlei diagnoses, ADD, ADHD, Posttraumatische stress disorder en ga zo maar door. Op zeer jonge leeftijd is ze al volgegooid met pillen. Heks herkent het. Ik heb ook vanaf mijn negende aan de valium gezeten, omdat iemand anders  binnen ons gezin zich misdroeg…..

Het wicht wil echter haar pillen niet innemen! Iedereen verontwaardigd, behalve Phil. ‘Je hebt gewoon een enorme misdiagnose gehad en ik begrijp prima, waarom je die pillen niet wilt nemen, daar heb je helemaal gelijk in…’

The Good Doctor gaat het meisje helpen natuurlijk. Al is het maar opdat ze de ellende niet gaat herhalen met haar aanstaande kindje. Want dat is wat er altijd weer gebeurt: De ellende herhaalt zich.

© toverheks.com

© toverheks.com

Hij zet het kind flink op haar nummer en gaat dan iedereen vertellen hoe ze de boel weer op de rit kunnen krijgen…. Het meisje gaat hij herprogrammeren. Zodat ze haar woede kan hanteren. Die prachtige gouden kracht. Die overlever in ons.

‘Jullie manier om problemen op te lossen is niet goed,’ zegt Phil tegen de ouders, ‘Zacht uitgedrukt, want het is echt bar en boos.’ Ook zij krijgen een traject aangeboden. Laten ze maar flink aan die lui sleutelen, denk ik bij mezelf. Een hele grote spiegel voor hun neus zetten…..

Het getroubleerde meisje wil geen hulp. Ze is murw. Het vertrouwen in Jan en Alleman is volledig weg na jarenlang pillen slikken, gevangenis, slaag en ga zo maar door. Maar ja, uiteindelijk lult hij haar toch om. Eind goed, al goed. Mijn dag kan niet meer stuk en hij is nog maar nauwelijks begonnen.

© toverheks.com

© toverheks.com

In de werkelijke wereld zonder bemoeienissen van Doctor Phil, die werkelijkheid waarin grote idioten zich bezig houden met het opvoeden van hun kinderen, waarin zich vaak nog grotere idioten van hulpverleners bevinden die het stokje overnemen als de ouders het verknallen…..

In het echte leven moet zo’n meisje vaak maar zien. De hele familie kan vrolijk verder functioneren bij gratie van hun persoonlijke zondebok. En de hulpverlening heeft ook weer wat te doen. Te verprutsen vaak.

Want zeg nu zelf, dit meisje bij Phil heeft jarenlang pillen geslikt voor een vermeende ADHD. Omdat ze stemmen hoorde op haar zevende! Huh? Dan geef je Ritalin? Wat een sukkels! Bah. Walgelijk.

© toverheks.com

© toverheks.com

 

 

 

Heks als vlijtige huisvrouw: Vuile was hang je niet aan de lijn. En al helemaal niet buiten! Aan de lijn doen helpt je evenmin af van je vuile was. Een sopje doet wonderen. Schone was moet je eerst goed uitwringen. Was ophangen met een whiplash is geen pretje. Een droger doet wonderen in zo’n geval…..

© toverheks.com

© toverheks.com

Zaterdag koop ik dan eindelijk een nieuwe droger. Het geld staat al enige tijd op mijn rekening, maar Heks had geen puf om er achteraan te gaan. Eigenhandig was op de waslijn hangen is echter geen optie. Ik doe het wel, maar het bekomt me slecht.

Mijn nek verdraagt geen enkele belasting sinds een kakwijf uit Wassenaar haar BMW erin parkeerde. Nou ja, aan gort reed op mijn nek. Totall loss. Toen ik stopte voor een voetganger op een zebra. Het mens zat ongetwijfeld te smsen, want ze heeft niet geremd. Ze had Heks naar eigen zeggen niet eens gezien.

© toverheks.com

© toverheks.com

Afgelopen vrijdag stuurt de thuiszorgorganisatie opnieuw dezelfde invalkracht. Mijn tijdelijke dromertje. Waar dat meisje toch met haar gedachten zit…… Ik heb weliswaar een half uur extra gekregen, maar er gebeurt toch veel minder……

Ze haalt de vuile was uit de wasmand en vouwt het slordig op. Stopt het in lades en kastjes. Vervolgens vist ze de schone was uit de machine. Die heeft nog niet gecentrifugeerd. Evenzogoed hangt ze alles kletsnat over de diverse rekjes. De badkamer lijkt wel een zwembad. Uren is ze in de weer met dit als resultaat.

© toverheks.com

© toverheks.com

Eerst maar centrifugeren, want dit schiet niet op. Ik ben nijdig. Ik kan nu eenmaal slecht tegen dit soort gekwezel. Ramen zemen, iets dat ik op zeer jonge leeftijd al voor mijn moeder deed, kan ze ook al niet heb ik ontdekt. Na een half uur aaien over het glazen oppervlak heeft ze het vuil louter verdeeld. En nu dit weer.

Ik verbijt mijn nijd.

‘Haal het er maar weer af,’ verzucht Heks tenslotte. Ik zal het toch zelf moeten ophangen, want mijn hulp is door haar tijd heen. Grrr.

© toverheks.com

© toverheks.com

Heks is nog steeds gestresst over geld. Vorig jaar hing totale armoede als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Het bleek een hoax te zijn, want ik zit toch goed in de slappe was blijkt. Totaal op het verkeerde been gezet. Doodsangst om niets. Even laten merken wie er aan de touwtjes trekt? Is er sprake van pesterijen?

Angst werkt verlammend. Dat heb ik weer goed gemerkt. Maar ik heb ook de bescheiden basis waar ik op sta gevoeld. En ik heb hele goeie hulp gekregen. Het komende jaar wil ik weer grip krijgen op mijn bestaan.

Een tijd terug word ik gebeld door mijn oudste nicht precies op een moment, dat ik op het punt sta de deur uit te gaan. ‘Ik bel je terug,’ beloof ik. Ik schrijf haar nummer op een envelop en raak die kwijt. Maanden later vind ik em terug. Oeps. Eerst maar eens terugbellen.

Snel draai ik het nummer.

© toverheks.com

© toverheks.com

Ik kom uit een grote familie, waar de vuile was bepaald niet buiten wordt gehangen. Binnen in onze clan hangt echter genoeg van dat spul. De klamme bevlekte lakens spoken als vanouds tussen ons in. Door al die lagen vies wasgoed heen maken we contact.

Als een roze olifant fladdert overspelig beddengoed door onze conversatie.  Beslapen kussenslopen lopen weg met een oude volgespoten zakdoek. Een wrattige handdoek krijgt ongewenst commentaar. Een eenzaam schimmelig washandje vraagt wroetend om aandacht.

© toverheks.com

© toverheks.com

Dan floepen er toch wat ongerechtigheden uit mijn mond. Voor ik het weet is het deksel van de put, heb ik mijn doopceel gelicht, vliegt een kledder vuile was door het raam naar buiten.

Het ligt opeens op straat! Dat wast al het water van de zee niet af…..

Dan valt de telefoon uit. Het komt goed uit, want Heks is volstrekt uitgeput. Ik heb ook een beetje spijt van het laten ontsnappen van die vuile was. ‘Ik ben al zeventig, hoor,’ verbaasde ze me halverwege het gesprek. Ja verrek. De tijd tikt door. Dan zit je echt niet meer te wachten op dit soort wasgoed. Gemeengoed. Gemeen wasgoed.

© toverheks.com

© toverheks.com

In de documentaire ‘Liefde is aardappelen’  van Aliona van der Horst wordt dat fenomeen mooi uit de doeken gedaan. Hoe mensen uit hetzelfde nest totaal verschillend omgaan met de plunjezak oud vuil op hun rug. Sommigen beweren zelfs: ‘Vuil? Waar heb je het over?’

Eigenlijk moet ik een timer zetten als ik met iemand telefoneer, zodat ik niet zo over mijn grens ga. Ja, dat ga ik voortaan doen. Twintig minuten bellen hooguit. Zonder aanziens des persoons. De rest bespreken we de volgende keer wel…..

© toverheks.com

© toverheks.com

Oh, oh. Blij dat donderdag die nieuwe droger wordt bezorgd. Het wordt de hoogste tijd dat de natte was niet meer als was in mijn handen is. Dinsdag komt mijn nieuwe vaste hulp. Goddank. De schat van een dromerige studente met twee linkerhanden komt nog een paar keer op de vrijdagen, maar het eind is in zicht. Een kind kan weliswaar de was doen, maar dit mensenkind bepaald niet.

Vuile was moet je niet buiten hangen. Noch moet je het smerig en wel in de kast stoppen. Het moet gewoon in de wasmachine. Met een lekker fris zeepje erbij. En daarna als het even kan in mijn nieuwe zuinige condensdroger!

Je kunt er ook wollen truien in drogen. En schoenen! En hondjes? Passen die er ook in? Dan ga ik gelijk dat varkentje wassen.

© toverheks.com

© toverheks.com

 

 

 

Verse vis en rotte vis, Heks neemt beiden voor wat het is: Vrolijke islamitische noot na mentale tik van Leidse klapperkloot! En mijn kerstdiner is klaar. Echt waar! Gemarineerde kabeljauw met gember, kurkuma en laos uit de oven.

toverheks.com - 2 (17)

‘Kabeljauwwww, een hele kilo voor twaalf eurootjes! Ja lieve mensen, het is echt waar!’ De jonge moslima in mijn favoriete viskraam schreeuwt de hele boel bij elkaar, ‘Verse schol, neem mee die hap! Dit kun je niet laten liggen! Een kilo voor twaalf vijftig!’

Heks is blijven staan. Ik weet nog een heel lekker recept met kabeljauw. Ik heb het al in geen eeuwen gemaakt, want er zit sojasaus in. En zure room…….  En ook nog eens kaas! Maar als ik daar nu eens iets op verzin? Het recept een beetje omwerk? Die laag kaas is sowieso niet essentieel. Room is geen probleem, die maak ik van cashewnoten….. Maar om die soja te vervangen moet ik echt iets goeds bedenken!

‘Doe mij maar een kilo,’ onderbreek ik haar geblèr, ‘Je hebt overigens een geweldig stemgeluid! Perfect voor in de marktkraam! Een groot talent!’ grap ik erachteraan. ‘Ha, horen jullie dat? Ik ben ontdekt! Ik heb een prachtige stem!’ gilt ze enthousiast tegen haar collega’s, ‘Dank u wel voor het compliment!’ Intussen pakt ze de superverse vis in.

‘Oh, is dat zo? Biedt iemand je soms een baan aan?’ Een grote kerel achter in de kraam draait zich om en kijkt me geringschattend aan, ‘U mag haar zo meenemen hoor, liever vandaag dan morgen….’ vervolgt hij bulderend van de lach.

‘Zeker familie van je?’ gok ik. Van je familie moet je het meestal niet hebben. ‘Ja, het is m’n broer….’ ‘Hij is gewoon jaloers op je communicatieve vaardigheden…’ troost ik de jongedame. Aan haar reactie te zien zit ik er niet eens zo ver naast. Schaterlachend nemen we afscheid. Wat een grappige ontmoeting bij deze kraam vol verse vis. Een leuke ervaring!

Heel wat beter dan de aanvaring met de man, die me vijf minuten daarvoor voor rotte vis uitschold. En waarom? Omdat ik kreunde, terwijl ik tegen een brug optornde. ‘Jeh, hou je grote bek, je mot geduld hebben stom wijf, er zijn nog meerrrr mense in de weweld hoh…. Kankerdekankerdekutkutkut…’

Verbijsterd kijk ik in het gezicht van een mij wildvreemde Leidse inteeltkop. Een ouwe gluiperige glibber van een vent met een krijsend kind op de arm. Naast hem een zonnebank bruin gebraden vrouwtje met een toef wit gebleekt schaamhaar op haar kop. Een kinderwagen uitpuilend van de kerstinkopen staat overdwars tussen hen in. Er is geen doorkomen meer aan.

Als een dikke druilerige zongebuinde gezinsdrol constiperen ze de doorstroming op dit deel van de markt. Ik sta nog steeds glazig te gapen naar de kerel met gezin. ‘Waar heeft u het over?’

‘Ja, juh stomme twut, jij mot niet denke dat je bladiebla. Belachelijk, wat mot dat? Dan? He? Had je wat?’ Raaskalt de idioot maar door. Wijdbeens verspert hij me nu echt de weg.

‘Hou je bek,’ bijt ik hem toe, ‘Wat denk je wel, eikel? Ik heb het helemaal niet tegen jou, dat gezucht. Ik heb je niet eens gezien,’ de schlemiel komt nauwelijks tot m’n navel, ‘Ik moet tegen die brug oplopen en heb last van mijn lijf. Dus opzouten nou voor m’n neus vandaan met je gezever. Oprotten mafkees.’

‘Juh. Stom klotewijf, doet effe normaal!’ gilt zijn Leidse moppie nu samen met hem in koor. Alsof ik iets geks zeg. Alsof ik me misdraag! Alsof ik hen de weg versper……

toverheks.com

toverheks.com

Heks loopt snel door. Wat een hopeloos stel mensen. Goddank ga ik daarna vis kopen. Die ontmoeting maakt veel goed.

Een dag later marineer ik de kabeljauw in witte wijn, madeira, kurkuma, laos en gember, citroensap, sesamolie, vissaus en een scheut worcestersaus zonder soja en gluten. Ik gooi er nog wat citroenblad en sereh bij, alsmede een sjalotje, de rasp van een limoen en een mandarijntje en een lekker rood pepertje.

Het originele recept van de marinade is sherry, kurkuma-, laos-, gemberpoeder en sojasaus.

Leg de uitgelekte vis in een ovenschaal. Bak een paar uiten in de koekenpan, voeg de marinade toe, een blikje tomatenpuree en tot slot de room. Ik maak hiervoor room van rauwe cashewnoten. Giet over de vis. Dek af met een laag geraspte kaas, behalve als je geen lactose verdraagt……

Oven voor verwarmen op 200 graden en drie kwartier laten garen: Fenomenaal lekker met rijst en een salade!

‘Kom je morgen eten?’ app ik Steenvrouw die avond. En ja, ze komt. Als we samen zitten te smikkelen verklap ik dat ik een hele bak van dit goddelijke goedje heb ingevroren voor eerste kerstdag. ‘Heb je zin om aan te schuiven?’

Langzamerhand krijgt mijn kerst vorm. Zat ik eerst nog de hele kerst in mijn eentje te koekeloeren zonder boom, nu krijg ik toch wat vrienden op bezoek. Steenvrouw komt dineren en de Don komt logeren. Op de valreep besloten. Hieperdepiep hoera!

toverheks.com

toverheks.com

 

Ik bezoek mijn nieuwe vriend met ME. Blijkt toch een heel ander typje te zijn dan Heks! Zijn woning verschilt als dag en nacht met mijn heksenhuis. Hij is gewichtheffer, waar ik placht te duursporten. Kortom: Als ME zou worden veroorzaakt door je karakter, onzinnig geneuzel dat ik vaak te horen heb gekregen, dan zeg ik: Nee! ME veroorzaakt juist karaktermoord!

Zaterdag haal ik een boek op over ME: ‘ME/CVS/PVFS, An Exploration of the Key Clinical Issues’ geschreven door Dr Charles Shepherd en Dr Abhijit Chaudhurt. Eerstgenoemde was gastspreker tijdens de vertoning van Unrest onlangs hier in het LUMC. Ik wilde dat boek direct kopen, maar helaas: Portemonnaie vergeten!

Dan maar via een omweg. De organisator van de middag heeft een stapeltje in huis gehaald om achteraf nog exemplaren aan diverse mensen te kunnen verkopen. Ik heb er gelijk eentje gereserveerd. Wie weet staat er iets bruikbaars voor me in. Direct toen ik het boek opensloeg, tijdens de pauze die avond, zag ik al iets dat me hogelijk verbaasde.

Bepaalde klachten, waar ik eindeloos voor onder het mes ben geweest blijken ook direct verband te houden met ME. Het is voor het eerst dat ik het hoor. Reguliere artsen snapten niet dat ik zo jong dergelijke klachten ontwikkelde. En zo razendsnel! In het alternatieve circuit kreeg ik met enige regelmaat te horen dat ik gewoon te graag een kind wilde. Daar kwam al mijn ellende vandaan.

Alsof dat een abnormale wens is voor iemand rond de dertig. Alsof niet negenennegentig procent van de vrouwen biologisch gedicteerd die wens koestert.

‘Nou ja!’ roept Trui door de telefoon als ik het haar vertel, ‘Belachelijk!’ ‘Toe maar,’ beaamt Don Leo de idioterie van dergelijke beweringen. Maar evenzogoed ben ik er al bijna dertig jaar aan overgeleverd. Goddank heb ik ook altijd hele goeie mensen getroffen in het alternatieve. Maar er lopen ook kuddes absolute draken rond in die wereld. En niet het soort draken waar ik persoonlijk zoveel van houd.

Dat boek moet ik hebben. Ik wil gewoon meer weten over de huidige stand van zaken rondom ME. En hier in Nederland kom je niet veel verder dan stompzinnig geneuzel door niet goed geïnformeerde artsen. Dan maar liever een boek geschreven door een arts, die zelf lang geleden die ziekte kreeg. Hij is in elk geval niet bevooroordeeld.

Als ik aanbel doet een vriendelijke jongeman de deur open. Niets aan te zien. Leuke vent in een schitterend mooi nieuwbouwhuis. Heel smaakvol ingericht. Moderne kunst aan de muren. Lekker leeg, daar ben ik jaloers op. Mijn eigen huis lijkt wel een uitdragerij zo langzamerhand.

‘Wil je thee?’ we praten nederlands en engels door elkaar, zonder het in de gaten te hebben. Mijn nieuwe vriend komt uit de Verenigde Staten. Nadat hij afgestudeerd en gepromoveerd was kwam hij naar ons kikkerlandje voor een geweldige baan. Zijn leven was helemaal fantastisch, totdat hij griep kreeg.

‘Dat is nu vijf jaar geleden. Ik ben nog steeds niet beter. Ik werd eigenlijk alleen maar zieker. Heel raar vond ik dat. Ik was daarvoor altijd super gezond. En dan die vreemde fysieke verschijnselen!  Pas afgelopen januari kreeg ik de diagnose ME. Sindsdien ben ik in behandeling daar en daar. Ik slik Carnitine. Dat helpt een beetje….’

Een druppel op een gloeiende plaat. Heks heeft ook wat dingen die iets doen. Een hele keukenkast vol lapmiddeltjes. Beter word ik er echter niet van.

‘Weet je wat ik nu zo gek vind? Eens in de drie, vier maanden ben ik een dag bijna normaal. Opeens doet alles het weer. Lijkt die ziekte mijlenver weg. Natuurlijk heb ik de neiging om dan van alles te gaan doen. Daar hebben de behandelaars me vanaf geprobeerd te helpen. Middels cognitieve therapie. Dat is ook het enige wat ik aan die therapie heb gehad.’

‘Ik moest ook zwaar sporten en daar werd ik dan weer heel ziek van. Vroeger deed ik aan gewichtheffen, dus ik ben wel wat gewend….’

We zitten intussen gezellig aan de thee. Al snel wisselen we allerlei ervaringen uit. Wat fijn om eens met iemand te praten, die niet kijkt alsof ie water ziet branden als ik het over mijn rare leventje heb. Hij leidt zelf ook zo’n vreemd bestaan. Pas een paar jaar. In mijn optiek nog maar net. Maar als je nooit ziek bent geweest is vijf jaar achter de geraniums echt heel lang!

GIS EN GUITIG IN MIJN GEVAL…..

We gaan een stukje wandelen met VikThor. En daarna is het alweer tijd om naar huis te gaan. ‘Wat fijn dat je zo dichtbij woont,’ mijn nieuwe vriend is in zijn nopjes. ‘Kom lekker een keertje eten,’ Heks is ook blij, ‘Ik kook zonder gluten, lactose en soja. Maar wel met vlees. Voor de carnitine,’ grijns ik erachteraan.

We geven elkaar een hug en nemen afscheid. Het dikke paarse boek vol wetenswaardigheden over de slappe slaapziekte zit in mijn tas. Het blijkt niet misselijk te zijn, dat boek. Niet speciaal bedoeld voor leken. Vol vakjargon dus. En ook nog eens in het engels.

Toch koester ik het exemplaar als een schat. Misschien ontdek ik en passant nog een paar dingen die werken tegen de algehele malaise.

Voorlopig zal ik het moeten doen met de lapmiddeltjes, want alle goede bedoelingen ten spijt heeft het relatief geringe onderzoek naar deze invaliderende ziekte nog steeds geen remedie opgeleverd.