Opkrabbelen, opnieuw beginnen, laag voor laag terrein terug winnen. Je best doen is niet goed genoeg, maar een beetje geluk doet wonderen.

Heks trekt zichzelf aan de haren uit een beerput vol stagnatie. En het lukt! Ik heb net genoeg energie om het voor elkaar te krijgen. Goddank. Het laatste half jaar was weer een echte ouderwetse aaneengesloten griepperiode.

Het is nog niet helemaal over. Het gaat ook nooit helemaal over ben ik bang. Maar langzamerhand zijn er weer wat beschikbare uren buiten mijn bedstee te besteden. En dat scheelt enorm. Voor creperen achter de geraniums is niemand gemaakt.

Straks ga ik weer naar de film. Samen met mijn boezemvriendinnetje Trui. Na de zoveelste keer een filmpje pakken in het filmhuis om de hoek hebben we nu een Cinnevillepas gekocht. Helemaal geweldig. Voor 21 eurootjes per maand kunnen we onbeperkt naar de film in allerlei filmhuizen door heel Nederland.

Heks is louter geïnteresseerd in de filmhuizen op loopafstand van mijn heksenhuis en goddank zijn die er. Wel twee om precies te zijn.

Vanavond wordt de klassieker van Eisenstein ‘Battleship Potemkin’ uit 1925 vertoond met live muziek van Matteo Myderwyk. Een unieke voorstelling! Ik heb de film in een ver verleden wel eens gezien, toen ik nog filmkunde deed als bijvak. Een initiatief destijds van de vakgroep theaterwetenschap en kunstgeschiedenis hier in Leiden. Nog in het stenen tijdperk.

Jarenlang ben ik nauwelijks naar de film geweest. Het laatste jaar echter heb ik mijn oude liefde hervonden. En met mijn nieuwe Cinnevillpas gaan alle remmen natuurlijk los!

Ik zit in bed maar een beetje te schrijven, terwijl ik op de post wacht. Er komt een pakket boeken aan voor mijn nieuwe opleiding. Hekserige epistels. Ik heb speciaal een bedrag extra betaald om het hele pakket op woensdagavond te laten bezorgen. Omdat het overdag altijd zo’n heisa is om er thuis voor te blijven. Ik moet immers om de haverklap naar buiten met mijn hond.

En er kwam inderdaad een pakket op het juiste tijdstip. Maar er zat maar 1 boek in. In plaats van vijf. De rest wordt vandaag bezorgd. Behalve eentje. Die komt op een geheel ander tijdstip.

Bizar toch weer. Rare winkel ook, dat Bol.com. Kunnen ze dat er niet eventjes bij zeggen? U betaalt extra voor de kat zijn kut?

Maar goed. Nou niet gelijk weer gaan mopperen, Heks. Wees blij dat je in beter vaarwater zit. Dat je uit die slikkige uiterwaarden van je zompige verleden bent getrokken door je eigenste heksentengels. Dat er goede dingen op je pad komen. Naar je toe rollen zelfs…..

‘Je bent zo goed bezig,’ zegt de praktijkbegeleidster van mijn huisarts, ‘Dit zal ook ongetwijfeld enorm schelen voor je vermoeidheid en je ME.’ Ik moet haar teleurstellen. Je kunt je best doen tot je erbij neervalt, het maakt geen zak uit voor die ziekte. Die komt en gaat zoals ie zelf wil.

In een betere periode, waarin ik zelfs weer aan het werk was, heb ik ook wel de arrogantie gehad te denken dat die verbetering kwam door mijn eigen niet aflatende inzet. Maar ik kwam van een koude kermis thuis. De ziekte kwam keihard terug. Wat ooit leek te helpen hielp niet meer. Ik kon in feite opnieuw beginnen met mijn queeste naar genezing.

En dit fenomeen herhaalt zich. Telkens als ik denk de vinger er achter te hebben slaat mijn kwaal me met nieuwe symptomen om de oren. Blijken er weer andere dingen in mijn lijf het niet te doen.

Dus laat ik maar genieten van de weken dat het beter gaat. Het is in elk geval heel goed voor mijn humeur. Ik geniet enorm van het onder de mensen zijn en dingen doen. Volgende week ga ik Klezmer zingen bij de antroposofen. Daar heb ik ook al zo’n zin in.

En dan is er natuurlijk nog mijn koor. We zijn weer begonnen aan de Matthäus Passion. Het openingslied zit er al bijna helemaal in. De stamtafel is wederom oergezellig. Vooral sinds onze pianist weer is aangeschoven. Alle dames zijn stapeldol op hem, met name mijn maatje Anna. Het is dus een gekakel van jewelste in het kippenhok.

Jeetje, wat ben ik onderuit gegaan de afgelopen maanden. Je ziet het pas als je weer opkrabbelt. En wat ben ik ongelukkig geweest door een aantal tendenzen in mijn bestaan, waar ik weinig invloed op heb. Maar die veel invloed hebben op mij.

Ik heb besloten mijn doel te verleggen. Om de zaken zo te gaan draaien, dat het kwartje een keertje mijn kant opvalt.

En ik heb besloten geweldig te gaan genieten van wat het leven me wel biedt. En dat is best veel. Om te beginnen heel veel films. En zingen, zingen, zingen. Tot slot haal ik ook nog eens mijn toverstokje uit de wilgen. En dat is echt een heel goed teken.

Roeien met de riemen die je hebt lijkt me geen goed idee. Voor mezelf dan. Hoewel ik me heb laten vertellen dat je roeit met je hele lijf rusten die spanen toch mooi wel in je handen. Heks roeit liever helemaal niet met haar zwabberarmen. Ik kijk er graag naar.

Opnieuw beginnen. Dat kun je elke dag. Ja dag! Alsof het zo gemakkelijk is! Heks zit vol goede voornemens. Maar als puntje bij paaltje komt komt er weinig van terecht. Is de week alweer voorbij. En dan ben je niet blij!

Wat me wel lukt is iedere dag iets nieuws ontdekken. Gewoon hier in de straat bijvoorbeeld. Zo zie ik afgelopen week opeens een heel leuk ouderwets houten venstertje met een allerliefst dakje erboven. Op een steenworp afstand van mijn huis!

‘Daar loop ik nu tien keer per dag langs. Al jaren en jaren. En nog nooit heb ik het een blik waardig gekeurd…..’ Ik probeer oog te hebben voor schoonheid. Balsem voor mijn blote ogen, waar recentelijk de schellen vanaf zijn gevallen. Mijn ongenaakbare naakte blik laten verzachten door pracht. En weet je? Het werkt.

Maandagavond wandel ik met Steenvrouw. We keuvelen en klessebessen. Roeren onderwerpen aan om dan weer te zwijgen. Te lopen. Genieten. Zijn.

Mijn vriendin loert naar de roeiers op het Korte Vlietkanaal. Er is een soort masterclass gaande georganiseerd door haar vereniging. Ze herkent een paar leden. ‘Kijk toch, wat leuk, je kunt er maar 1 keer per jaar aan deelnemen. Het is echt heel bijzonder om te zien!’ We glijden op een bankje en genieten van al die sportieve inspanningen. Van anderen….

‘Oh, die vrouw zit helemaal verkeer in de boot. Ze doet teveel met haar armen. Niet goed,’ merkt Steenvrouw scherpzinnig op. En Heks maar denken dat je die sport vooral met je armen bedrijft. Maar nee. Je hele lijf doet mee.

Vandaag is zo’n dag dat ikzelf ook maar wat ronddobber. Weliswaar niet in een roeiboot. Maar in mijn waterbed. Om de zoveel dagen moet ik een keertje ernstig chrashen.

Daarom fiets ik vanavond nog een ruime ronde met mijn monstertje. En wandel ik vervolgens een uur met mijn vriendin. Mijn hondje dartelt om ons heen. Springt af en toe in een sloot.

Nog een paar weken, dan is dit voorlopig weer voorbij. Schemer keert met rasse schreden terug van weggeweest en eist de avonden weer op.

’s Avonds laat worstel ik toch weer met mijn woede. Ik ben nog steeds een explosief vat vol oud zeer. Dingen waar ik me nooit druk om heb gemaakt maken me plotseling razend. Mensen waar ik normaal gesproken mijn humeur niet door laat bederven knallen helemaal naar binnen met hun chagrijn. En ik heb er geen antwoord op.

De oude manier van piekeren, iets bedenken om de situatie te verbeteren of op zijn minst te harmoniseren, eventueel ten koste van mezelf: Dat gaat allemaal niet meer. Maar om nu woede met woede te beantwoorden. Afgunst met afgunst. Of nog erger: Haat met haat.

Want dat is wat ik met enige regelmaat op m’n brood krijg. Ik snap er natuurlijk geen snars van, maar iets anders kan ik er niet van maken.

We leven niet meer in het stenen tijdperk. We zijn wel iets meer dan ons reptielenbrein, al zou je het niet zeggen als je de gemiddelde politicus hoort oreren….

Een tijdje geleden mediteer ik met de Toverheksen. Eén van ons is tevens leraar binnen een Tibetaanse boeddhistische traditie. ‘Als iemand me heel naar benaderd, me bijvoorbeeld uitscheld op straat, dan bedenk ik me altijd maar dat die persoon zelf enorm lijdt. Door me dat te realiseren heb ik er persoonlijk geen last van. Het is sowieso aan te raden om gereserveerd te zijn naar je medemensen. Open en met compassie. Maar met genoeg afstand…..’

‘Nou,’ dacht ik toen nog, ‘Ik hoop maar dat alle mensen waar ik ooit op heb gescholden op straat zo wijs zijn……’ Tot mijn schande moet ik bekennen, dat ik ook wel eens uit mijn slof ben geschoten.

Ik kan me natuurlijk blijven opwinden over de respectloze benadering van deze en gene, maar ik schiet er weinig mee op. Grenzen stellen: OK. Maar daarna weg ermee. Niet al die zaadjes van woede water geven. Niet mijn nijd cultiveren.

Ik wil weer open en vrij over straat lopen. Op zoek naar iets dat ik nooit eerder heb gezien. Hier om de hoek, op loopafstand. Niet te lang stilstaan bij gefrustreerde familie, vrienden of buren. Ik wil niet verzuren.