Autonomie is wat me ontbreekt. Heks ligt chronisch in de clinch met bazige dames, die me naar de grond proberen te werken. Heks moet in de overgave. Of het nu een kreng van een fysiotherapeut is, die me veertig minuten laat wachten en mij daarvan de schuld geeft of een geslepen psychiater, die me voor gek verklaart……. Of haar good-cop-handlangster, die er een mierzoet schepje bovenop doet….. Of een schreeuwende pispot met een Drentse Patrijs…..Heks krijgt het voor haar kiezen.

Oh, wat ben ik moe. Uitgeput. Leeggetrokken. Nu heb je dat als MEer snel. Een keer flink schrikken en een sprintje naar de deur is soms al genoeg voor een uurtje amechtig uithijgen. Een slungelige mannelijke vervangende thuiszorg, die nagenoeg niks uitvoert helpt ook niet mee. Op zich best knap om tweeënhalf uur lang uit je neus te vreten zonder dat het echt opvalt.

Heks is dan ook enorm blij, dat haar hulp terug is van vakantie. Eindelijk worden er weer kattenbakken verschoond en kussentjes gestofzuigd. Ook plak ik niet meer aan het aanrecht vast. Ik weet niet wat de vakantiekracht daarmee deed, schoonmaken was het in elk geval niet.

Gisteren fiets ik eventjes langs bij de huisarts. Ik heb een raar voorgevoel over buurtzorg T. Ik heb de psychologe gisteren telefonisch verteld, dat ik het proces stop wil zetten. Ik ben mijn vertrouwen in de psychiater en haar team volledig kwijt en wil dat ook niet dat het gekke mens met mijn huisarts gaat praten. Over mij en mijn rare dossier.

Want reken maar dat er vreemde dingen staan in het medisch dossier van Heks. Zo heb ik ooit een nabloeding gekregen door een medische misser tijdens een operatie. In mijn dossier staat hierover: ‘Mevrouw Toverheks is hysterisch en kreeg daardoor een nabloeding….’

Voor de goede orde: Ik was onder narcose tijdens die aanval van hysterie.

Als ik het niet met eigen ogen had gezien een aantal jaren later, toen ik wegens vergaande wantoestanden bij diezelfde arts van ziekenhuis wisselde en opeens het gewraakte dossier in handen kreeg, had ik het ook niet geloofd hoor. Zoiets verwacht je niet van een universitair geschoold medemens. Met de eed van Hippocrates in zijn klep.

Ik ken overigens iemand, die ook door dezelfde chirurg is opengesneden ooit en daarbij eveneens bijna het leven heeft gelaten. Die dame heeft geen ME. Ze is dan ook serieus genomen in haar klacht en heeft een half miljoen van het ziekenhuis gekregen. Verschil moet er zijn natuurlijk.

Mijn vorige huisarts riep dingen als ‘Je moet je niet zo wentelen in je kwaaltjes!’ op momenten, dat ik bijvoorbeeld al een jaar volkomen bedlegerig was. Ik moest maar een Pools meisje inhuren voor een paar euro om mijn huis op te ruimen, want thuiszorg ging ze echt niet voor me regelen. Ik zat toen weer tegen een flinke operatie aan te hikken. Ik woonde al de hele zomer op mijn balkon, omdat het binnen zo’n troep was……

Wat heeft die dame in mijn dossier gezet? Ik wil het echt niet weten.

Ook ben ik bij Rivierduinen jarenlang vernederd en afgezeken over mijn ingebeelde kwaal. Ik kwam bij hen na die laatste operatie. De wond was net na vier maanden dicht. En wat zegt gezondheidspsycholoog meneer de Koekepeer tegen Heks ter kennismaking? ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’

In hetzelfde traject werd ik door een psychiater, die even drie minuten bij de psycholoog binnenrende, vol Prozac gestopt: Daar zou ik flink van opknappen volgens de eikel. Toen ik  maar net aan 1 van de bijwerkingen overleefde ( ik kreeg suïcidale gedachtes, ME patiënten kunnen nu eenmaal niet tegen antidepressiva), riep hij onverschillig, toen hij weer drie minuten binnenrende; ‘Daar verliezen we mensen op….’

Wat zou die kwibus over me geschreven hebben? Destijds riep hij dat ik helemaal geen ME heb. ‘U bent bipolair. Ik ga u uppers en downers geven….’ intussen grabbelend naar zijn receptenboekje. Dat had de stumper in die drie minuten toch maar goed gezien! Vond hij zelf dan.

‘Ik ga helemaal geen uppers en downers slikken. Ik ga niets meer van u slikken. Als u niet heel snel maakt dat u weg komt heeft u een proces aan uw broek!’ De man maakte inderdaad dat hij weg kwam, maar wat zou hij daarover weer hebben geschreven in mijn dossier?

Of de aan ditzelfde GGZ-traject verbonden fysiotherapeut. Wat zou hij hebben geschreven? ‘Ik ga u in een streng oefenprogramma stoppen. U moet vijf dagen per week om negen uur ’s morgens hier zijn, dan gaan we oefeningen doen. Ook moet u dit en dat, hardlopen, sportschool, zus en zo….. U moet een contract tekenen en zich daaraan houden. Anders volgen er represailles…….’

Menig ME patiënt, die dit protocol gevolgd heeft ligt nu definitief in een verpleeghuis. Het is een hele gevaarlijke strategie bij dit type patiënt. Wij kunnen niet herstellen. Ik krijg al spierpijn van de straat uit lopen. Heks weigerde dan ook hieraan mee te werken. ‘Uw eigenwijze houding zal u wel redden,’ riep de griezel me na bij het afscheid.

Dat zal er dan ook wel in staan: Heks is eigenwijs. Met deze psychiatrische patiënt is niets aan te vangen.

Ik ben natuurlijk  al drieëndertig jaar bezig met het bestrijden van deze zware invaliderende ziekte. Dus mijn dossier heeft een lange baard. Vol met dit soort beschuldigingen. Lui, gek, eigenwijs, wentelt zich in haar kwaaltjes, werkt niet mee, wil geen antidepressiva-achtige  medicatie, weigert morfine (!!!), denkt dat ze een echte ziekte heeft…….

Heks wil dan ook pertinent niet, dat de mensen van Buurtzorg T mijn dossier te pakken krijgen. Drie weken geleden heb ik iets ondertekend, waarin ik toestemming geef. Maar dinsdag trek ik die toestemming telefonisch weer in. Ik ga niet verder met die mensen. En bij gebrek aan andere mensen binnen de  organisatie houdt het mijns inziens op.

‘Ik bel u vrijdag nog een keer op, dan bent u misschien wat rustiger,’ koeioneert de psychologe dinsdag een zeer geagiteerde Heks. In het telefoongesprek met haar krijg ik weer dezelfde stomme vragen voor mijn kiezen. Eerst doet ze heel begrijpend, maar als puntje bij paaltje komt moet ik toch weer toegeven, dat de geest het lichaam beïnvloedt en dat ik een psychiatrische aandoening heb.

Ze speelt een beetje good cop/ bad cop met Heks. Zij is dan de goede natuurlijk. Maar wel in dienst van de slechte. ‘We hebben u in het team besproken,’ betekent zoveel als ‘We trekken 1 lijn.’

Als ME dan geen psychiatrische aandoening is, dan is mijn depressie het wel. Volgens de psychologe. Apart. Ik kom er dus niet onder uit. Onder het psychiatrisch etiket.

Waarom? Wat is hun belang hierbij? Waarom moet ik in de overgave?

‘Ik weet prima, wat tot de psychiatrie behoort en wat niet. (Een vroegere geliefde van Heks hakte met dat bijtje. Voorwaar geen makkelijk bestaan. Hij heeft zichzelf helaas niet overleefd.) Ik ben niet schizofreen, bipolair, paranoia of noem maar op. Ik heb last van een depressie door bepaalde dingen betreffende mijn familie. En daar wil ik hulp voor. En geen pillen.

‘Maar dat is toch een psychiatrische aandoening, zo’n depressie, vindt u niet?’ God, wat zijn die mensen hardnekkig. Het maakt niet uit, wat ik zeg.

‘U hebt gezegd, dat u wilt gaan zwemmen en vroeger wilt op staan…’ roept ze opgewekt als tegen een onwillig kind. Om me weer in haar stramien te lokken. ‘Dat heb ik gezegd om jullie een plezier te doen. Ik heb aan het eind van dat vreselijke gesprek met mevrouw de psychiater vorige week gewoon gezegd, wat jullie willen horen….’

En dat hebben ze dus wel onthouden. Koren op hun molen. Heks moet zwemmen en om zes uur op. Het feit, dat omdraaiing van dag/nachtritme inherent is aan ME boeit hen niet. Dat het al dertig jaar een dagdagelijks gevecht is om een beetje te slapen ’s nachts. Dat gaat wel over als ik eens een keertje mijn best ga doen. En ga zwemmen.

Heks heeft jarenlang gezwommen. Het vrat bijna al mijn beschikbare energie op. Wennen deed het nooit. Altijd zwom ik met veel pijn. Ik stond vaak te duizelen in de kleedruimte. Ik heb nog steeds ME.

Ik fiets dus langs bij de huisarts om te checken of Buurtzorg T niet toch met hem probeert te praten vandaag. En wie schetst mijn verbazing? ‘Er is net een brief voor hem afgegeven door iemand van Buurtzorg T,’ zegt de assistente. Ze zwaait met een formulier met mijn handtekening er op. Het drie weken geleden door mij ondertekende document is net ingeleverd.

‘Ze hebben vandaag een belafspraak met de dokter om te praten over jou,’

Er komt stoom uit de oren van Heks. De assistente staat er verbaasd naar te kijken. Ik gris het papier uit haar hand en scheur het in duizend stukjes. Voor haar verbijsterde ogen.

‘Ik moet met de dokter spreken vandaag. Dit loopt echt de spuigaten uit, wat die lui van Buurtzorg T doen. Ik zeg nee en ze doen ja. Ik wil niet dat hij met die psychiater gaat praten. ….’

De assistente belt de huisarts. Die heeft om kwart over twee nog een gaatje. Als ik later mijn verhaal doet, snapt hij al snel wat er loos is. Hij heeft nooit aan mijn verstand getwijfeld. Hij geeft me nooit het gevoel, dat ik me in mijn kwaaltjes wentel. Mijn huisarts beschermt mijn privacy. Bij hem ben ik nog steeds veilig.

Aan het eind van de middag gaat de telefoon. Als ik hem op pak en mijn naam noem, hoor ik niks. Ik bel het betreffende nummer. Ik krijg het antwoordapparaat van de psychiater. Heeft dat gekke mens me nu toch zitten bellen?

Ik heb gisteren toch duidelijk gezegd tegen die psychologe, dat ik dat echt niet wil. Ik wil niet opnieuw aan de verbale terreur van die vrouw worden blootgesteld. Ik ben klaar met haar brainfuck.

Razend van woede begin ik aan een klachtenbrief. Wat een stelletje idioten.

Heks wil therapie, met name omdat een vrouw uit mijn familie me middels een smerige  truck mijn autonomie heeft trachten te ontnemen. En het is haar nog gelukt ook. Heks hangt aan allemaal financiële touwtjes. De touwtrekker is een narcist. Hij gedraagt zich als de eerste beste door de rechter aangestelde bewindvoerder. Dat is hij geenszins!

Uit mijn naam worden belangrijke documenten getekend door een aangetrouwd familielid. Iemand van de zeer kouwe kant. Iets, dat volgens mijn advocaat helemaal niet mag.

Deze psychiater, die me ook al mijn autonomie tracht te ontnemen, die achter mijn rug dingen doet, mij betreffende, die ik heb verboden….. Tegen mijn zin dus, die wil winnen……. Die me voor gek verklaart en monddood tracht te maken, die gemene pactjes smeedt met haar team…. Die de boel manipuleert en over me heen walst……. Waar ken ik het van?

Als ik zou hebben gekozen voor confrontatietherapie dan was dit experiment heel geslaagd. Het lijkt wel een onvrijwillige familieopstelling.

Toch ga ik er niet mee door. Ik ben wel klaar met mijn rol van Kop van Jut. In welke omgeving dan ook.

Zo ben ik afgelopen week flinke uitgescholden door 1 van de potjes met de Drentse Patrijs. Krijsend blokkeerde ze het fietspad, terwijl haar strontvervelende hond zich zwaar stond te misdragen rukkend aan de riem. Ik fietste alleen maar om haar heen met mijn über brave hondje. ‘Hou je bek, gek mens. Let jij nu maar op die hopeloze hond van je.’

Ook is mijn klacht bij een fysiotherapeut vrij onbeschoft afgehandeld. ‘Ik loop een kwartiertje uit’ werd bijna drie kwartier. Heks moest helaas naar een volgende afspraak, dus ik ben weg gegaan. Ik hoorde de vrouw en haar client maar lachen en praten. Die client was al meer dan een uur binnen. Echt haast hadden ze niet.

©Toverheks.com

‘Ik ga je niet vertellen wat er aan de hand was, maar belangrijk, belangrijk, belangrijk. Schijt in je bek, kotsbraak over je heen, want je moet gewoon niet bij mij afspreken. Eigen schuld, dikke bult. Ik heb nu eenmaal geen controle over mijn agenda’ was haar excuus.

Volgens mij heeft ze geen controle over haar grote mond. Ik kom al 9 jaar bij dat rare mens in haar praktijk. Zes tot acht keer per maand. Ik had wel een behandeling kunnen gebruiken ook, na dat gekruip door die tent een paar weken geleden. Respectloos natuurlijk. Ik ga me inderdaad maar eens heel ergens anders laten inplannen.

Ook bij Buurtzorg T maakt Heks geen afspraken meer. Wel ben ik een soort bang van hen geworden. Wat als ze me onvrijwillig laten opnemen? Als mevrouw de psychiater het in haar bol krijgt, dat ik een gevaar ben voor mezelf. Ik heb tenslotte een als psychiatrische aandoening aangemerkte depressie (ME voor alle duidelijkheid) en weiger medicatie en ben daarnaast zwaar aan de drank met mijn dagelijkse ME kater.

 

 

 

 

 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

Roeien met de riemen die je hebt lijkt me geen goed idee. Voor mezelf dan. Hoewel ik me heb laten vertellen dat je roeit met je hele lijf rusten die spanen toch mooi wel in je handen. Heks roeit liever helemaal niet met haar zwabberarmen. Ik kijk er graag naar.

Opnieuw beginnen. Dat kun je elke dag. Ja dag! Alsof het zo gemakkelijk is! Heks zit vol goede voornemens. Maar als puntje bij paaltje komt komt er weinig van terecht. Is de week alweer voorbij. En dan ben je niet blij!

Wat me wel lukt is iedere dag iets nieuws ontdekken. Gewoon hier in de straat bijvoorbeeld. Zo zie ik afgelopen week opeens een heel leuk ouderwets houten venstertje met een allerliefst dakje erboven. Op een steenworp afstand van mijn huis!

‘Daar loop ik nu tien keer per dag langs. Al jaren en jaren. En nog nooit heb ik het een blik waardig gekeurd…..’ Ik probeer oog te hebben voor schoonheid. Balsem voor mijn blote ogen, waar recentelijk de schellen vanaf zijn gevallen. Mijn ongenaakbare naakte blik laten verzachten door pracht. En weet je? Het werkt.

Maandagavond wandel ik met Steenvrouw. We keuvelen en klessebessen. Roeren onderwerpen aan om dan weer te zwijgen. Te lopen. Genieten. Zijn.

Mijn vriendin loert naar de roeiers op het Korte Vlietkanaal. Er is een soort masterclass gaande georganiseerd door haar vereniging. Ze herkent een paar leden. ‘Kijk toch, wat leuk, je kunt er maar 1 keer per jaar aan deelnemen. Het is echt heel bijzonder om te zien!’ We glijden op een bankje en genieten van al die sportieve inspanningen. Van anderen….

‘Oh, die vrouw zit helemaal verkeer in de boot. Ze doet teveel met haar armen. Niet goed,’ merkt Steenvrouw scherpzinnig op. En Heks maar denken dat je die sport vooral met je armen bedrijft. Maar nee. Je hele lijf doet mee.

Vandaag is zo’n dag dat ikzelf ook maar wat ronddobber. Weliswaar niet in een roeiboot. Maar in mijn waterbed. Om de zoveel dagen moet ik een keertje ernstig chrashen.

Daarom fiets ik vanavond nog een ruime ronde met mijn monstertje. En wandel ik vervolgens een uur met mijn vriendin. Mijn hondje dartelt om ons heen. Springt af en toe in een sloot.

Nog een paar weken, dan is dit voorlopig weer voorbij. Schemer keert met rasse schreden terug van weggeweest en eist de avonden weer op.

’s Avonds laat worstel ik toch weer met mijn woede. Ik ben nog steeds een explosief vat vol oud zeer. Dingen waar ik me nooit druk om heb gemaakt maken me plotseling razend. Mensen waar ik normaal gesproken mijn humeur niet door laat bederven knallen helemaal naar binnen met hun chagrijn. En ik heb er geen antwoord op.

De oude manier van piekeren, iets bedenken om de situatie te verbeteren of op zijn minst te harmoniseren, eventueel ten koste van mezelf: Dat gaat allemaal niet meer. Maar om nu woede met woede te beantwoorden. Afgunst met afgunst. Of nog erger: Haat met haat.

Want dat is wat ik met enige regelmaat op m’n brood krijg. Ik snap er natuurlijk geen snars van, maar iets anders kan ik er niet van maken.

We leven niet meer in het stenen tijdperk. We zijn wel iets meer dan ons reptielenbrein, al zou je het niet zeggen als je de gemiddelde politicus hoort oreren….

Een tijdje geleden mediteer ik met de Toverheksen. Eén van ons is tevens leraar binnen een Tibetaanse boeddhistische traditie. ‘Als iemand me heel naar benaderd, me bijvoorbeeld uitscheld op straat, dan bedenk ik me altijd maar dat die persoon zelf enorm lijdt. Door me dat te realiseren heb ik er persoonlijk geen last van. Het is sowieso aan te raden om gereserveerd te zijn naar je medemensen. Open en met compassie. Maar met genoeg afstand…..’

‘Nou,’ dacht ik toen nog, ‘Ik hoop maar dat alle mensen waar ik ooit op heb gescholden op straat zo wijs zijn……’ Tot mijn schande moet ik bekennen, dat ik ook wel eens uit mijn slof ben geschoten.

Ik kan me natuurlijk blijven opwinden over de respectloze benadering van deze en gene, maar ik schiet er weinig mee op. Grenzen stellen: OK. Maar daarna weg ermee. Niet al die zaadjes van woede water geven. Niet mijn nijd cultiveren.

Ik wil weer open en vrij over straat lopen. Op zoek naar iets dat ik nooit eerder heb gezien. Hier om de hoek, op loopafstand. Niet te lang stilstaan bij gefrustreerde familie, vrienden of buren. Ik wil niet verzuren.

 

 

 

Heks heeft weer eens een geheugen als een VERGIET en doet haar hakkende vriendin verdriet. Want ze wil er wel bij zijn maar komt uiteindelijk toch niet. Maar niet te lang getreurd: Ik ZEEF met mijn gatekaasgeheugen kleine flinters vreugde uit een oceaan van mogelijkheden…… Ontmoeting met oude vriend. Ooit begonnen we samen een saunabedrijf. Althans, dat was de bedoeling……

RianGeurts, Uitnodiging voor expositie, Baljuwbuis, Voorschoten, beeldhouwster, marmer en papier mache

Manshoge beelden van papier maché

Zaterdag lummel ik de hele dag rond. Later blijk ik helemaal vergeten te zijn, dat vandaag de vernissage is van de nieuwe tentoonstelling van Steenvrouw. Wat heb ik toch een raar hoofd, sinds een BMW zich total löss reed in mijn nek. Net als een instabiele computer crasht mijn kop met enige regelmaat.

De hele week heb ik geprobeerd mijn activiteiten rondom dit event te organiseren. Maar als puntje bij paaltje komt lig ik lui in huis te dweilen. Met een volledig blanco hersenpannetje, waar geen herinnering in beklijft. Heel zen.

RianGeurts, Uitnodiging voor expositie, Baljuwbuis, Voorschoten, beeldhouwster, marmer en papier mache

Hier exposeert mijn vriendin: Absoluut een bezoekje waard Ze is zelf aanwezig op zondag 19 oktober, zondag 26 oktober, woensdag 5 november, zondag 9 november of op afspraak.

‘ s Avonds heb ik een herkansing als het gaat om afspraken nakomen. Dan ga ik met Cowboy naar een optreden van  flamenco band Labryénco in Qbus. Fiederelsje, Donkere Buurman en nog een paar leden van de OB zijn al aanwezig als we op het nippertje de zaal binnenschuiven. Het concert is fantastisch.

Unknown-328images-1095MG_5033Fshop.3

Als ik in de pauze door de zaal loop hoor ik opeens iemand ‘He, Bruja!’  ( spreek uit Brucha, heks in het Spaans) roepen. Het is een oude kameraad en tegenwoordig trouwe lezer van mijn blog. Nou ja, trouw: ‘Ik ben die verhalen van je wel eens zat,’ zegt hij complimenteus, ‘Maar je Zwarte Piet discussie vind ik weer geweldig!!’

Ik kijk naar de verleidelijke grijns van deze ras-charmeur. Hij is misschien wat haren kwijt, niet eens al teveel, maar zijn streken heeft hij zo te zien nog niet verleerd.

Lang geleden, had ik een lucide heksendroom over deze man. Hij was daarin een rasechte Noord Amerikaanse Indiaan. Een opperhoofd. Met pak en verentooi. Zijn hart gloeide in zijn borstkas als een stralende gouden zon. Hij leek in niets op de vrouwenverslindende kroegbaas die hij in onze huidige werkelijkheid was. Behalve dan de kraaienpootjes rond zijn ogen.

Noord Amerikaanse Indianen Noord Amerikaanse Indianen, verentooi

We praten eventjes vliegensvlug bij. Ooit zijn we samen bezig geweest om een sauna op te zetten. Heks had allemaal wilde plannen voor een dergelijk complex ter reiniging van lichaam en ziel. Met spirituele baden, Hawaiiaanse massages, opgietingen ofwel Löylyls en ga zo maar door. En mijn oude vriend zou de horeca gaan doen. Een gebied, waarop hij goede expertise heeft. Het staat me bij, dat we een voorkeur hadden voor de supergezonde Japanse keuken……Mmmmmm

sprookjesachtige sauna, mooie sauna, kleurige sauna sprookjesachtige sauna, mooie sauna, kleurige sauna sprookjesachtige sauna, mooie sauna, kleurige sauna

Samen gingen we op onderzoek uit in Brabant bij een groot saunabedrijf, waarvan de eigenaar graag in het mijne wilde investeren. Tevens wilde hij me wegwijs maken in de ingewikkelde bedrijfsvoering van zo’n zweetoord. Elders had ik ook een paar investeerders gevonden. Het leek allemaal de goede kant op te gaan.

sprookjesachtige sauna, mooie sauna, kleurige sauna, vrouw in sauna, alleen Saunapants, afslanken met saunabroek, retro plaatje sauna

Toch is dat paradijselijke oord er nooit gekomen. Heks kreeg steeds meer fysieke klachten. De ME steggelde op de achtergrond een robbetje mee. Ook had ze destijds wel voor miljoenen investeerders, maar geen inkomen. De schoorsteen moet toch roken.

Ik liet me omscholen tot systeembouwer en ging als een echte carrièretijger werken op de afdeling automatisering van de Felicitatiedienst. Het meest absurde bedrijf ter wereld. Mjin maatje kwam een schone deerne tegen en begon een gezin. Hij ging als psycholoog en trainer bij de politie werken en ontpopte zich tot degelijke huisvader. Iets dat we nooit achter hem gezocht hadden. Zo eindigende ons stoomavontuur nog voor we echt op stoom kwamen.

carrieretijger, grrrrr, tijger met klauwen make bad coffee, internship advice,

‘Ik ben ook helemaal happy tegenwoordig,’ vertrouw ik hem toe, terwijl ik richting Cowboy wuif. Als ik even later achter mijn liefje plaats neem, er was geen plekje meer vrij op dezelfde rij, geniet ik ervan hoe hij geniet, De percussionist van de band is geweldig goed. Fenomenaal! Cowboy zit te zwijmelen. ‘Wat ben ik toch gelukkig! ‘, mijmer ik, ‘Wat heb ik toch een geluk met mijn geliefde. We hebben het zo heerlijk samen! Kijk nu eens hoe makkelijk hij matcht met mijn dierbaarste vrienden. Hij hoort er helemaal bij!’

Ach, zo is mijn leven dan heel anders gelopen. Geen eigen saunabedrijf. Sowieso geen flitsende carrière. Mijn switch naar de automatisering heeft desastreus uitgepakt. Ik heb er een goeie RSI aan overgehouden. En doordat ik een jaar werd gedetacheerd in een ziek gebouw met een vervuilde airco, kwam mijn ME in volle hevigheid terug. Erger dan ooit. In feite is mijn lichaam dat wonderlijke kantooravontuur bij de Felicitatiedienst nooit te boven gekomen…..

COWBOY EN FROGS, VRIENDEN

Cowboy en Frogs, de beste maatjes