Ik stop mezelf in een lijstje en hang het aan de muur. Niet aan een touwtje aan het plafond. Een cirkel is rond. Teveel vragen is niet gezond. Wie vragen beantwoordt, wordt overgeslagen. Heks heeft veel vragen… Ik zit niet zomaar ‘Ins Blauen hinein’ te vitten, Heks heeft klachten over haar psycholoog, die haar al maanden laat zitten.

Maandag schrijf ik een brief aan de instelling, die mijn therapie faciliteert. Ik ben pakweg een krappe anderhalf jaar bezig bij die club, maar het laatste half jaar vallen er meer sessies uit, dan dat er doorgang vinden. Ik maak de balans op.

De eerste maanden moesten er lijsten worden ingevuld. Lange lijsten met steeds dezelfde vragen. Tekens net iets anders gesteld. Heks wordt tureluurs van dit soort stompzinnige vragenlijsten. Voor ik bij deze club begin, heb ik ze al een keertje uitgebreid voor een andere praktijk ingevuld.

Maar de behandelaar himself belde op de dag van de eerste afspraak af: Hij deed geen langdurige trajecten. Bij deze praktijk moest het in 10 sessies over zijn met die gekkigheid. Ik werd vriendelijk verzocht om ergens anders mijn heil te zoeken. Hetgeen weer maanden in beslag zou nemen.

Dat had die kwibus wel eens eerder kunnen bedenken. Voordat ik al die vragenlijsten had zitten invullen. En niet een half uur voor de eerste behandeling, toen hij mijn dossier voor de allereerste keer bekeek.

Daarna kwam het fiasco met Buurtzorg T. Die wilden me van de drank en mijn ME afhelpen. Huh? Maar daar heb ik toch helemaal niet om gevraagd? Hoe komt die rare psychiater erbij, dat ik verslaafd ben aan drank? Ja, ik wil graag af en toe een glaasje wijn drinken, mag ik?

Duh.

En van mijn ziekte blijf je met je therapeutische poten af. Die is van mij, ook al ben ik er niet altijd even blij mee. Het is mijn loden last, rare gast. Alsof ME tussen je oren zit! Laat je lekker zelf nakijken.

Nadat ik me met hand en tand heb moeten verdedigen tegen het voorschrijven van hoge dosis antidepressiva, waar ME patiënten helemaal niet tegen kunnen, we worden er suïcidaal van, kom ik bij mijn huidige behandelaar terecht.

Weer al die vragenlijsten. Weer iemand, gelukkig niet mijn behandelaar zelf, maar haar supervisor, die me om de oren slaat met het blijde nieuws, dat ze me wel even van die ME gaat afhelpen.

Maar mijn behandelaar is een schat. En uiteindelijk komt het traject dan toch op gang. Na opnieuw vragenlijsten, vragenlijsten, vragenlijsten. Waar dan de meest vreemde conclusies aan worden verbonden. Zoals, dat ik suïcidaal zou zijn. Ja hoor, als dat zo was, had ik mezelf al lang van het leven beroofd. Stelletje mafkezen.

Maar uiteindelijk na een jaar vragenlijsten bij diverse instanties te hebben ingevuld, je zult maar suïcidaal zijn, dan maak je geen schijn van kans, beginnen we dan daadwerkelijk met therapie. Hihihi.

Wekelijks brengen we de boel in kaart. Drie kwartier hebben we daarvoor. We beginnen warempel met de EMDR. Oude situaties worden wakker gemaakt, doorworsteld met een tikkende koptelefoon op mijn oren.

Een tikkende tijdbom.

Heks heeft een veelbewogen leven achter de rug met haar carrière als boksbal en pispaal. Er is dus werk aan de winkel.

Af en toe word ik tureluurs van weer diezelfde beelden doorspitten, alweer dat vervelende nichtje bijvoorbeeld, dat me als kind enorm liep te pesten. Samen met haar vriendje me achtervolgen en dan mijn benen onder me vandaan trekken bijvoorbeeld. Als ik als vierjarige alleen naar huis liep vanuit de kleuterschool.

Of iedereen tegen me opstoken op de gymnastiek. Ik was gedoemd tot dit familielid, want we hadden ongeveer dezelfde leeftijd. Pas aan het eind van de pubertijd kwam ik van haar af.

Maar het nichtje is niets vergeleken met de klappen en vernederingen van mijn vader en het verraad van mijn moeder. Dat is taaie materie. Ik heb moeite om überhaupt nog iets te voelen rondom die thema’s. Gewend als ik ben om overal mezelf de schuld van te geven.

Het kost enorm veel moeite om door die processen heen te gaan. Ik moet mezelf er toe dwingen. Ook schaam ik me over mijn woede. Het feit, dat ik niet langer loyaal ben ten aanzien van mijn agressors.

Het helpt dan ook niet, als er alsmaar sessies uitvallen. Door nascholing, ziekte, vakantie, nog meer bijscholing, alweer ziek, feestdagen, weer ziekte……..

De dingen, die in beweging zijn gezet, razen als ongeleide projectielen door mijn systeem. Mijn enige uitlaatklep is smerig schelden. Zoals een fluitketel fluit, als hij boven zijn theewater is, zo scheldt Heks.

Op slechte dagen van de vroege ochtend tot de late avond. Toute seule. Ins Blaue hinein. Ik word er knettergek van.

Natuurlijk heb ik al meermalen bij de praktijk aangegeven, dat het zo echt niet gaat. ‘We zullen kijken, of we een afspraak in kunnen plannen,’ krijg ik dan een ogenschijnlijk bezorgd antwoord. Om vervolgens nooit meer iets te horen, tot het volgende telefoontje, waarbij een reeds bestaande afspraak wordt afgebeld.

Meuh.

Wat een achterlijk gedoe. Heel onzorgvuldig. Eerst snoeihard roepen, dat ik suïcidaal ben op grond van stomme lijstjes. En me dan laten stikken tot en met. Onbegrijpelijk toch? Of mis ik iets?

Vanmiddag gaat de telefoon. Een jonge vrouw, die gelijk begint te jijen en jouwen, belt me op over mijn klachtenbrief. Ze begint me direct de mantel uit te vegen over het feit, dat ik een half uur eerder de telefoon niet heb aangepakt. ‘Ik heb ingesproken en je belde niet terug, dus nu heb ik maar heel weinig tijd,’ moppert ze op een verbouwereerde Heks.

‘Hadden we een afspraak? Waar hebt UUUUUUUUUU het over?’ sneer ik terug.

Nee, we hebben helemaal geen afspraak natuurlijk. De vrouw belt zomaar ongelegen. En ik heb de telefoon niet gehoord. Ik kan het verder ook niet helpen, dat deze prinses op de erwt geen tijd meer heeft. Ze maakt maar een keertje tijd. En als ik weet wanneer, dan neem ik met alle liefde de telefoon op.

Morgen gaan we mijn klacht bespreken. Donderdag krijg ik een uur toegezegd met een wildvreemde behandelaar, waar ik niet veel mee op schiet natuurlijk. En volgende week staat een afspraak met mijn eigen behandelaar gepland. De eerste in twee maanden. En de maanden daarvoor werden ook 3 van de 4 afspraken afgebeld. Dus het is maar weer de vraag of deze afspraak doorgaat.

Ja, zo kan ik ook een lang traject aanbieden. Je verspreidt die 15 sessies gewoon over 2 jaar. En verder laat je je cliënten lijsten invullen. Eindeloze lijsten met onzinnige vragen. En nog meer lijsten. Ook voor de verzekeraar nog een pak met lijsten. Waar je dan verstrekkende onbegrijpelijke conclusies aan verbindt.

 

 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding