Ik stop mezelf in een lijstje en hang het aan de muur. Niet aan een touwtje aan het plafond. Een cirkel is rond. Teveel vragen is niet gezond. Wie vragen beantwoordt, wordt overgeslagen. Heks heeft veel vragen… Ik zit niet zomaar ‘Ins Blauen hinein’ te vitten, Heks heeft klachten over haar psycholoog, die haar al maanden laat zitten.

Maandag schrijf ik een brief aan de instelling, die mijn therapie faciliteert. Ik ben pakweg een krappe anderhalf jaar bezig bij die club, maar het laatste half jaar vallen er meer sessies uit, dan dat er doorgang vinden. Ik maak de balans op.

De eerste maanden moesten er lijsten worden ingevuld. Lange lijsten met steeds dezelfde vragen. Tekens net iets anders gesteld. Heks wordt tureluurs van dit soort stompzinnige vragenlijsten. Voor ik bij deze club begin, heb ik ze al een keertje uitgebreid voor een andere praktijk ingevuld.

Maar de behandelaar himself belde op de dag van de eerste afspraak af: Hij deed geen langdurige trajecten. Bij deze praktijk moest het in 10 sessies over zijn met die gekkigheid. Ik werd vriendelijk verzocht om ergens anders mijn heil te zoeken. Hetgeen weer maanden in beslag zou nemen.

Dat had die kwibus wel eens eerder kunnen bedenken. Voordat ik al die vragenlijsten had zitten invullen. En niet een half uur voor de eerste behandeling, toen hij mijn dossier voor de allereerste keer bekeek.

Daarna kwam het fiasco met Buurtzorg T. Die wilden me van de drank en mijn ME afhelpen. Huh? Maar daar heb ik toch helemaal niet om gevraagd? Hoe komt die rare psychiater erbij, dat ik verslaafd ben aan drank? Ja, ik wil graag af en toe een glaasje wijn drinken, mag ik?

Duh.

En van mijn ziekte blijf je met je therapeutische poten af. Die is van mij, ook al ben ik er niet altijd even blij mee. Het is mijn loden last, rare gast. Alsof ME tussen je oren zit! Laat je lekker zelf nakijken.

Nadat ik me met hand en tand heb moeten verdedigen tegen het voorschrijven van hoge dosis antidepressiva, waar ME patiënten helemaal niet tegen kunnen, we worden er suïcidaal van, kom ik bij mijn huidige behandelaar terecht.

Weer al die vragenlijsten. Weer iemand, gelukkig niet mijn behandelaar zelf, maar haar supervisor, die me om de oren slaat met het blijde nieuws, dat ze me wel even van die ME gaat afhelpen.

Maar mijn behandelaar is een schat. En uiteindelijk komt het traject dan toch op gang. Na opnieuw vragenlijsten, vragenlijsten, vragenlijsten. Waar dan de meest vreemde conclusies aan worden verbonden. Zoals, dat ik suïcidaal zou zijn. Ja hoor, als dat zo was, had ik mezelf al lang van het leven beroofd. Stelletje mafkezen.

Maar uiteindelijk na een jaar vragenlijsten bij diverse instanties te hebben ingevuld, je zult maar suïcidaal zijn, dan maak je geen schijn van kans, beginnen we dan daadwerkelijk met therapie. Hihihi.

Wekelijks brengen we de boel in kaart. Drie kwartier hebben we daarvoor. We beginnen warempel met de EMDR. Oude situaties worden wakker gemaakt, doorworsteld met een tikkende koptelefoon op mijn oren.

Een tikkende tijdbom.

Heks heeft een veelbewogen leven achter de rug met haar carrière als boksbal en pispaal. Er is dus werk aan de winkel.

Af en toe word ik tureluurs van weer diezelfde beelden doorspitten, alweer dat vervelende nichtje bijvoorbeeld, dat me als kind enorm liep te pesten. Samen met haar vriendje me achtervolgen en dan mijn benen onder me vandaan trekken bijvoorbeeld. Als ik als vierjarige alleen naar huis liep vanuit de kleuterschool.

Of iedereen tegen me opstoken op de gymnastiek. Ik was gedoemd tot dit familielid, want we hadden ongeveer dezelfde leeftijd. Pas aan het eind van de pubertijd kwam ik van haar af.

Maar het nichtje is niets vergeleken met de klappen en vernederingen van mijn vader en het verraad van mijn moeder. Dat is taaie materie. Ik heb moeite om überhaupt nog iets te voelen rondom die thema’s. Gewend als ik ben om overal mezelf de schuld van te geven.

Het kost enorm veel moeite om door die processen heen te gaan. Ik moet mezelf er toe dwingen. Ook schaam ik me over mijn woede. Het feit, dat ik niet langer loyaal ben ten aanzien van mijn agressors.

Het helpt dan ook niet, als er alsmaar sessies uitvallen. Door nascholing, ziekte, vakantie, nog meer bijscholing, alweer ziek, feestdagen, weer ziekte……..

De dingen, die in beweging zijn gezet, razen als ongeleide projectielen door mijn systeem. Mijn enige uitlaatklep is smerig schelden. Zoals een fluitketel fluit, als hij boven zijn theewater is, zo scheldt Heks.

Op slechte dagen van de vroege ochtend tot de late avond. Toute seule. Ins Blaue hinein. Ik word er knettergek van.

Natuurlijk heb ik al meermalen bij de praktijk aangegeven, dat het zo echt niet gaat. ‘We zullen kijken, of we een afspraak in kunnen plannen,’ krijg ik dan een ogenschijnlijk bezorgd antwoord. Om vervolgens nooit meer iets te horen, tot het volgende telefoontje, waarbij een reeds bestaande afspraak wordt afgebeld.

Meuh.

Wat een achterlijk gedoe. Heel onzorgvuldig. Eerst snoeihard roepen, dat ik suïcidaal ben op grond van stomme lijstjes. En me dan laten stikken tot en met. Onbegrijpelijk toch? Of mis ik iets?

Vanmiddag gaat de telefoon. Een jonge vrouw, die gelijk begint te jijen en jouwen, belt me op over mijn klachtenbrief. Ze begint me direct de mantel uit te vegen over het feit, dat ik een half uur eerder de telefoon niet heb aangepakt. ‘Ik heb ingesproken en je belde niet terug, dus nu heb ik maar heel weinig tijd,’ moppert ze op een verbouwereerde Heks.

‘Hadden we een afspraak? Waar hebt UUUUUUUUUU het over?’ sneer ik terug.

Nee, we hebben helemaal geen afspraak natuurlijk. De vrouw belt zomaar ongelegen. En ik heb de telefoon niet gehoord. Ik kan het verder ook niet helpen, dat deze prinses op de erwt geen tijd meer heeft. Ze maakt maar een keertje tijd. En als ik weet wanneer, dan neem ik met alle liefde de telefoon op.

Morgen gaan we mijn klacht bespreken. Donderdag krijg ik een uur toegezegd met een wildvreemde behandelaar, waar ik niet veel mee op schiet natuurlijk. En volgende week staat een afspraak met mijn eigen behandelaar gepland. De eerste in twee maanden. En de maanden daarvoor werden ook 3 van de 4 afspraken afgebeld. Dus het is maar weer de vraag of deze afspraak doorgaat.

Ja, zo kan ik ook een lang traject aanbieden. Je verspreidt die 15 sessies gewoon over 2 jaar. En verder laat je je cliënten lijsten invullen. Eindeloze lijsten met onzinnige vragen. En nog meer lijsten. Ook voor de verzekeraar nog een pak met lijsten. Waar je dan verstrekkende onbegrijpelijke conclusies aan verbindt.

 

 

Van U wil ik zingen. Oh, Goddelijke Moeder. Maar niet in het Urker Mannenkoor. Ten eerste denk ik niet dat ze Heks zullen accepteren. Om meerdere redenen, niet alleen omdat ik geen plasser heb. Het liefst zing ik mijn eigen koor. Daar hou ik van en ga ik voor. Als ik de stemtest overleef tenminste…….

Dinsdagavond beginnen de repetities met mijn koor weer na zeker zes weken vakantie. In november zingen we ‘Die Jahreszeiten’ van Haydn en er moeten nog veel puntjes op de i worden gezet. In grote lijnen zit het stuk er wel in. Dat mag ook wel natuurlijk, we zijn er al meer dan een jaar mee bezig. Met een kerstconcert en een Matthäus tussendoor.

Mijn maatje An zit er helemaal klaar voor. Zingen is haar lust en haar leven. ‘Het is echt mijn passie, al sinds ik een jong meisje was,’ verklaart ze ongevraagd. ‘Oh, An kan zo mooi zingen,’ roept een koorgenoot als ik over haar geweldige solo optreden een paar weken geleden vertel. Ja, ik bof maar met zo’n kathedrale klankkast naast me. En we hebben het ook nog eens heel gezellig!

In de pauze zitten we met ons vaste clubje aan de koffie. Er worden vakantieverhalen uitgewisseld. Heks is snel klaar. Geen vakantie voor haar dit jaar. Het is al een wonder, dat ik dat weekend in Kerkrade heb overleefd.

‘Ik ben naar Lapland geweest met mijn gezin, geweldig,’ de dame in kwestie oogt altijd heel gewoontjes, geen gekke hoofddeksels en dergelijke, maar ze doet zulke aparte dingen! Daar sta ik telkens weer van te kijken!

‘Heks, wat zie je er mooi uit, je lijkt wel een prinses!’ Ze is niet de enige, die me openlijk staat te bewonderen vanavond. Ik heb dan ook een fantastische jurk aan. Feeëriek geborduurd met bloemen en vlinders op een vederlichte stof van viscose en zijde.

‘Ik ben geïnspireerd geraakt door die overdosis aan documentaires over Lady Di. Die kon er ook wat van: zich mooi aankleden…….Vandaar….’ wuif ik de complimenten een beetje weg. Het is voornamelijk omdat het heel warm is. Zo’n luchtig kleedje kun je maar zelden aan. Daar moet je direct gebruik van maken!

De aanstaande stemtesten worden te berde gebracht. Altijd een hachelijk onderwerp. Iedereen is als de dood voor dit gebeuren. De sopranen zijn al gestemd en dat heeft menigeen ontstemd. Zo ook mijn tafelgenootje.

‘Ik ga van het koor af, wat denkt die vrouw wel, die zogenaamde stempedagoge. Ik moet van haar zangles nemen, nou, dat vind ik veels te duur. Als ik het niet doe moet ik van het koor af. Nou, dan ga ik er gewoon sowieso af!’ Nijdig klapt ze haar koffiekopje op tafel. Zo!

Heks zit er verbijsterd naar te luisteren. Ik ben ook gestemd, jaren geleden, maar dat stelde echt helemaal niks voor. Ze keken gewoon of er geluid uit je kwam en in welk register het geproduceerde geknerp, gepiep of gejubel thuishoorde. Niets meer en niets minder. Prima voor een laagdrempelig koor als het onze. We zijn godbetert de Bachvereniging niet!

De boze vrouw zingt al vijfendertig jaar de Mattheus mee!  En zo lang zit ze ook op dit koor. Tot ieders tevredenheid. Ze is ook lid van diverse andere koren en ook daar heeft ze nog nooit problemen gehad. ‘Wat raar joh, hoe kan dat nou? Waarom moet je nu opeens zangles volgen?’ Heks is compleet verbouwereerd.

‘Mijn ademsteun is niet goed, vond ze. Dus moet ik daar wat aan doen. Bekijk het. Ik doe het niet!’ antwoordt ze opstandig. ‘Is het soms zo dat je bij haar op zangles moet komen? Zit er een addertje onder het gras?’

Ik heb wel eens eerder dit soort praktijken voorbij zien komen. Iemand praat je een probleem aan en laat je nu net bij hen moeten zijn voor de oplossing. Tegen betaling natuurlijk. Doorgaans een gepeperd tarief. Voor niets gaat de zon op.

‘Ik ken iemand, die op een koor zat, waar de dirigent onredelijke eisen stelde aan de leden. Hij foeterde hen gedurig uit en zette hen regelmatig voor schut. Dit gaf allerlei stress en ellende natuurlijk en de prestaties waren ondanks zijn verbale geweld benedenmaats. Ik kan het weten, want ik ging altijd luisteren.. Jeetje wat zongen die lui vals.’

Ja wat wil je? Een dirigent bepaalt nu eenmaal de klankkleur…….

‘Ik vind het juist zo fijn dat onze dirigent zo gemoedelijk is. Alles met een kwinkslag en grap oplost. Elke week lachen we wat af met hem. Om hem en om onszelf…..’

‘Ja, Heks, dat kan allemaal wel zo wezen, maar hij is er gewoon bij, bij die stemtesten. En hij laat die vrouw gewoon haar goddelijke gang gaan. Ik kreeg een persoonlijk mailtje van dat mens waar de honden geen brood van lusten…..’

Zo is het altijd wat. Ik moet binnenkort ook voor een nieuwe stemming. Ik kom al aardig in de stemming. Hopelijk ben ik die dag een beetje bij stem, want daar zit mijn zwakte: ME gaat op je stem zitten. Ik ben em met enige regelmaat helemaal kwijt. Zomaar. Het borstregister is het enige dat dan nog meedoet.’

‘Als ze mij bij de bassen gaan zetten, dan ga ik er ook af. Ik wil gewoon alt zingen. Dat is heerlijk om te doen en het past me als een jas.’ Maar ja, er is altijd een enorm tekort aan tenoren en bassen. Als ik niet uitkijk moet ik verkassen……

Bonte Avond bij Ex Animo: Heks zingt ook een moppie mee! Solo welteverstaan: Chandrakauns, Alaap en Compositie!

 

Een paar weken geleden geef ik me op om mee te zingen met een cantate van Bach op de Bonte Avond van mijn koor. Hoewel ik me zo snel mogelijk aanmeld beland ik toch linea recta op de reservelijst. Het lot van vele alten en sopranen overal ter wereld……

Na een paar dagen krijg ik bericht over de oefendata. Goeie hemel. Ik word geacht zeker twee, drie keer op te draven. Alleen maar om op de reservebank te zitten. Ik zou een slecht voetballer zijn, want ik gooi direct de handdoek in de ring. ‘Ik ga wel een stukje Indiaas zingen,’ roep ik in een dolle bui.

Hoe moeilijk kan het zijn? Ik studeer tenslotte al zo’n tien jaar op die materie…..

Een week later heb ik al spijt. Ik zit in een hele slechte periode met mijn lijf en stik sterf crepeer van de pijn. Dan krijg ik er nog die enorme huidinfectie bovenop. Met drain. Getver. Griep, verkoudheden en bronchitis teisteren me zonder ophouden. Ik puf snuf en snotter de pan uit. En dan lig ik ook nog met de halve wereld in de clinch, inclusief mezelf, omdat ik geen Pleegzuster Bloedwijn meer wil zijn.

Net als ik denk dat ik het maar moet afzeggen krijg ik grip op de materie. Privé een dagje zingen met mijn juf doet wonderen. We knutselen een kleine opvoering in elkaar en zetten alle stembewegingen vast tot op de millimeter. Verwoed zit ik daarna op een paar zinnetjes Alaap en het eerste deel compositie van Chandrakauns te studeren. Oh, oh, wat is het toch moeilijk om dit goed te doen.

Maar het lukt! Na jaren heb ik me de kunst van het rondzingen uiteindelijk eigen gemaakt. Niet langer balk ik als een ezel in een poging Indiaas te klinken. Ik zwiep niet meer van de ene naar de andere toon, maar ik zing de hele weg. En dat is te horen!

Alleen kan ik nog steeds geen enkele raga zomaar zingen. ‘Laat eens iets horen,’ zeggen mensen soms tegen me als ze ontdekken waar ik me mee bezig houd. Ik moet hen dan teleurstellen. Tot nu toe dan. Want er gaat verandering in komen!

Nadat ik een hele week heb zitten ploeteren op die paar zinnetjes ga ik zondag een dag zingen met de Dhrupad Bitches, het vaste groepje vrouwen waarmee ik al jaren deze zangstijl bestudeer.

Ik moet vroeg op, iets waar ik totaal niet tegen kan. Het kost me altijd uren om een beetje uit de kreukels te komen. Daar is natuurlijk geen tijd voor.

Hondsberoerd, onder de pijnstillers en met mijn Tensapparaat in de hoogste stand sta ik om even over negenen achter het station. Een klasgenootje rijdt met me mee naar Barendrecht.

Ik heb maar kort geslapen, want zaterdagavond heb ik met mijn koor meegezongen met de kerstviering van het kinderkoor en jeugdkoor in de Hooglandse kerk. Heel gezellig. Glühwein toe. Keurig om tien uur thuis, maar nog onontkoombaar doorgestuiterd tot twee uur ’s nachts: Mijn lijf heeft de grootst mogelijke moeite om aan iets te beginnen, maar ook om te stoppen!

Ik vertel mijn zangmaatje over de problemen rond mijn optreden komende dinsdag. ‘Mijn Tampoera moet nog in ma gestemd worden. Hij is sowieso erg ontstemd. Ook klinkt het voor geen meter als ik mezelf begeleid. Ik zit maar zo’n beetje over die snaren te harken als ik tegelijkertijd zing. Vooral bij de compositie. Vanwege het daarin aanwezige ritme denk ik…..’

‘Laat nog een Tampoera meespelen via je telefoon, je hebt daar uitstekende appjes voor…’ is haar eerste tip. Er volgen er nog meer. Ook biedt mijn maatje aan om aan het eind van de dag mijn Tampoera voor me te stemmen. ‘Heb je een stemapparaat?’ Ik beaam het. Ik kan er alleen niet mee overweg……

De gehele zondag zing ik Chandrakauns met de Bitches. Onder de middag krijgen we een heerlijk bordje Dahl, zoals altijd! Ik krijg zelfs een grote pot mee naar huis!

Op de terugweg heb ik goede moed, dat het optreden ergens op zal gaan lijken. Er zitten uiteindelijk zeker honderd mensen in die zaal. Dan moet je wel een beetje goed voor de dag komen natuurlijk.

Mijn zangmaatje gaat nog even met me mee naar huis en stemt mijn Tampoera. ‘Mooi geluid zit erin, Heks. Het is echt een hele goeie!’ Ik weet het. Mijn juf heeft ooit een prachtexemplaar voor mee meegenomen uit India.

Maandag houd ik de gehele dag mijn mond. Ik ben schor van al het zingen, de keel is de grote zwakke plek van MEpatienten. Ik heb altijd keelpijn. Elke dag. En ik ben regelmatig mijn stem kwijt. Vooral als ik erg moe ben. Ik heb om die reden wel eens vijf jaar achter elkaar niet kunnen zingen. Vreselijk!

Als ik die stomme ziekte niet had, was ik misschien wel operazangeres intussen. In mijn zieke keelgat zit een juweeltje van een stem. Een stem als een klok. Een orgelpijp. Een scheepstoeter!

Nu heb ik toch mooi dinsdag weer wat bereik. Het dagje zwijgen heeft geholpen. Wel loop ik ’s middags enorm te niezen.  Grote snotklodders vliegen in de rondte. Zul je net zien. Word ik op het nippertje weer snipverkouden!

Ik gooi mezelf vol met paracetamol, ibuprofen, PeaPure, neusdruppels en dropjes. Dat helpt. Het niezen houdt op. De snotgolven bedaren, de rochelstorm gaat liggen. Er komt weer wat lucht in mijn holtes. Wel zo prettig voor de resonantie. Ik neem nog een straf bakkie koffie toe. Ik ben er helemaal klaar voor!

Dan stop ik Tampoera, Harman Cardonbox en mezelf in de auto. Het is zover. Ik ga optreden met Indiase zang.

Mijn Tampoera is opnieuw zwaar ontstemd, omdat hij is omgevallen toen ik de deur op slot deed. Gelukkig is ie nog helemaal heel, maar erop spelen is geen optie. Heks vindt het niet zo erg. Ik kan nu eenmaal veel mooier zingen als ik niet word afgeleid door het bespelen van dit instrument.

‘Ik heb de Tampoera louter ter decoratie bij me,’ vertel ik mijn publiek dan ook. Ik zing voor hen met op de achtergrond elektronische tampoerageluiden van de app. Omdat de Harman Cardonbox zo goed van kwaliteit is, klinkt het best aardig. ‘Hij stond te hard, Heks, ik kon je niet goed horen,’ zegt de een achteraf. ‘Perfect geluid erbij, je was prima te verstaan,’ aldus een ander.

Uiteindelijk zit ik heerlijk te zingen. Ik heb even moeite om het begin te vinden. Door de zenuwen natuurlijk. Maar ik laat me niet gek maken en zoek het rustig op. Dan begin ik ook werkelijk. ‘AHAHAHAHA’, jammer ik. De opening is schrijnend. Een hele akelig lijdende NI houdt het publiek in zijn greep. Hij lost op naar de SA.

Mijn stem kronkelt omlaag. Mijn ogen zakken dicht. Ik ga helemaal op in de muziek. En ik geniet ervan! Het is leuk om te doen. Als ik af en toe mijn ogen open doe zie ik verraste gezichten. Maar geen verveelde gezichten. Ook zitten er geen mensen met hun vingers in de oren. So far, so good!

In een mum van tijd is de Alaap doorgezongen. Normaal gesproken doe je daar zo’n klein uur over, maar ik ben binnen twee minuten klaar. Het is slechts een tipje van de Indiase sluier, die ik hier oplicht. Ik begin aan de compositie.

Ook dit gedeelte verloopt goed. Een klein foutje daargelaten dan. Ach, het leven is nu eenmaal niet volmaakt. Als de laatste tonen versterven zit iedereen een beetje verbaasd naar me te kijken. Nu al voorbij? Ja. Ik wilde slechts een kleine indruk geven  van deze muziekstijl.

En dat is gelukt! Na het concert komen veel koorgenoten naar me toe om me te complimenteren. Het varieert van ‘Ik weet niet of ik het mooi vind, maar het is wel bijzonder,’ tot ‘Wat prachtig gezongen, Heks, echt heel bijzonder,’ en alles wat daartussen zit.

‘Ik vond altijd al, dat je iets bijzonders hebt,’ een lange man staat schaamteloos met me te flirten. Wat gek. Zit hij ook op het koor? Naast hem staat een bas om het hardst mee te flirten. Heks heeft over aandacht niet te klagen vanavond…..

Als ik later thuis nog uren door de kamer stuiter geeft ik mezelf ook een compliment. ‘Dat heb je toch maar weer mooi geflikt, Toverheks, je moet het toch maar durven en vervolgens toch ook maar weer doen….’ Maar laat ik het nu ook heel leuk vinden om die doen. Ik heb performen altijd leuk gevonden. Of het nu het bespelen van een dwarsfluit is of theater maken of Indiaas zingen: Ik heb er altijd van genoten!

 

 

 

 

 

 

De lepeltheorie maakt duidelijk hoe het is om te leven met ME. En wat blijkt? Het valt niet mee! Gebrek aan energie went echt NOOIT!

Het is altijd lastig om uit te leggen wat het betekent om te leven met ME. Deze invaliderende ziekte doet ons patiënten, ogenschijnlijk blakend van gezondheid, rücksichtslos achter de geraniums verdwijnen.

Omgeven door onbegrip zitten we daar dan vervolgens te vegeteren. De medische wetenschap maakt dankbaar gebruik van ons gebrek aan energie door ons gek te verklaren. Officieel zijn we psychiatrisch patiënt! We zijn toch te moe om te protesteren…..

Afgelopen week ligt de MEdium in de bus, het blad van de patiëntenvereniging van deze ernstige aandoening. Er staat een artikel in over de spoontheory ofwel lepeltheorie. Deze door Christine Miserandino ontwikkelde theorie maakt in 1 klap duidelijk hoe wij met onze energie moeten woekeren. Hoe zuinig wij moeten zijn op onze energie. Hoe we altijd energie te kort komen.

Pijn kun je bestrijden, met pijn valt te leven, aan pijn kun je zelfs wennen….. Ik crepeer dagelijks van de pijn, dus ik weet er alles van. Gebrek aan energie went nooit. Het is het meest invaliderende aspect van mijn aandoening.

In het artikel zit een vrouw met haar vriendin in een restaurant. Haar maatje wil weten wat het inhoudt om ME te hebben. De vrouw geeft haar een set van 12 lepels. Elke lepel hangt samen met een activiteit die energie kost. Klik hier voor het volledige verhaal:

Ik zocht naar de juiste woorden. Hoe moest ik reageren op een vraag waar ik zelf het antwoord nog nooit op gevonden had? Hoe legde ik uit dat elk detail van iedere dag weer beïnvloed wordt door de ziekte en hoe maakte ik dat dan duidelijk aan een gezond persoon? Ik had het erbij kunnen laten, er een grapje van maken zoals ik gewoonlijk doe en van onderwerp veranderen, maar ik bedacht me dat, wanneer ík het niet eens duidelijk kon maken, hoe ik dan van haar begrip kon verwachten? Als ik het niet eens kon uitleggen aan mijn beste vriendin, hoe zou ik mijn leven dan aan anderen kunnen uitleggen? Ik moest het dus in elk geval proberen.

Op dat moment werd de Lepeltheorie geboren.

Ik greep elke lepel die op tafel lag, joh, ik greep zelfs alle lepels die ik maar zag, ook die van andere tafels. Ik keek in haar ogen en zei tegen haar: ‘Alsjeblieft, hier heb jij een chronische ziekte’.

De vriendin krijgt net al de MEpatiënt een beperkt set lepels per dag toebedeeld. Daar moet ze het mee doen. Heeft een normaal mens misschien wel zestig lepels energie per dag beschikbaar, of tweehonderd zoals Frogs, wij hebben er maar twaalf.

Opstaan en ontbijten kost al een lepel. Een paar boodschappen halen? Een lepel. Aankleden en douchen? Al gauw twee lepels. Zo lopen ze de hele dag na en raad eens? De vriendin komt natuurlijk ernstig lepels te kort. Herkenbaar!

Ook wordt uitgelegd dat je in geval van nood lepels van de dag erna kunt gebruiken. Het nadeel is dat je dan een dag zonder lepels zit. Dan kun je helemaal niks! Ook herkenbaar: Mijn dagen in bed. Weken nu, omdat ik aan het bijkomen ben van mijn retraite.

Zo’n vakantie is eigenlijk gekkenwerk. Weken van tevoren spaar ik al mijn lepels op. Voor zover mogelijk. Dan raak ik het grootste deel kwijt aan de voorbereidingen en de heenreis. Volledig naar de klote kom ik dan op de plaats van bestemming. In de vakantie kan ik alweer gaan sparen voor de terugreis en eenmaal thuis lig ik weken om. Wegens gebrek aan lepels.

Telefoongesprekken, eten, hondje uitlaten? Alles kost lepels. Soms heb ik genoeg energie om te koken, maar lukt het me niet meer om het op te eten bij gebrek aan lepels. Aan een echte lepel heb ik dan helaas niets….

Er is iemand op mijn pad gekomen, die heel wat lepels verorbert. Er wordt een zwaar beroep op Heks gedaan. Soms geeft het leven iemand zo op zijn donder, daar kun je met je petje niet bij. Natuurlijk laat je je broeder of zuster dan niet barsten. Wel is het zaak om goed mijn grenzen aan te geven!

De persoon in kwestie snapt duidelijk helemaal niet hoe het werkt bij Heks, want ondanks herhaalde pogingen om het uit te leggen word ik overlopen.

Al dagen zit ik daar mijn hoofd over te breken. Hoe leg ik nu uit dat je niet zes keer per dag bij me op de stoep kunt staan? En al helemaal niet ’s morgens vroeg of ‘s avonds laat. Hoe maak ik duidelijk, dat ik niet dagelijks in ben voor allerlei bezoekjes. Hoe beperk ik het eindeloze luisteren naar allerlei problemen? Hoe zorg ik dat ik niet telkens wordt benaderd voor allerlei kleine klusjes?

De lepeltheorie! Elk bezoekje, klusje, luistersessie, praatje kost me handenvol lepels. En ik heb er maar zo weinig. Het zegt niets over de compassie, die ik voel. Die is levensgroot. Ik kan er alleen geen scheppen energie instoppen.

Vandaag en gisteren lig ik alweer de gehele dag in bed. Uitgevloerd en uitgekacheld. Ik heb gewoon teveel lepeltjes verstookt van de zomer. Gelukkig was het erg leuk in Plum. Ik ben er gigantisch van opgeknapt. Behalve mijn lamme lijf, dat denkt er heel anders over!

De lepeltheorie. Heel interessant en boeiend. Ik kan er wel achter staan. Toch lig ik liever: Lepeltje/lepeltje als ik mag kiezen.

 

Hoe tekenbestrijding schimmelvorming in de hand werkt en hoe opgelucht ademhalen je humeur verbetert!

Na  mijn vakantie ga ik aan de antibiotica. Ik heb een tekenbeet opgelopen en de plek is licht ontstoken. ‘Ik zie geen kring,’ zegt de huisarts. Nee, maar niet iedereen, die Lyme oploopt krijgt zo’n kring. Er zijn uitzonderingen. Heks reageert altijd anders dan de rest. Een muggenbeet levert intense pijnen op. Wie weet wat er gebeurt na een tekenbeet…..

‘Ik geef je een kuur voor tien dagen,’ mijn huisarts is eruit. Geen risico nemen in dit geval. ‘Twee weken,’ zegt hij als hij mijn gezicht ziet. Heks is als de dood dat ze Lyme oploopt. Het zou absoluut het einde van mijn leven beteekenen. Zonder Lyme is het al een hele heisa om mezelf in de lucht te houden!

‘Je mag niet in de zon met deze medicatie,’ waarschuwt zowel de arts als de apotheek me. Mooi is dat. Verplicht binnen zitten midden in de zomer! Het blijkt niets uit te maken. Het is vreselijk weer. Zonder problemen houd ik me aan het protocol.

Na elf dagen steek ik mijn tong uit naar mezelf. Een bruine tong, helemaal beschimmeld. Bah. De kuur heeft de deur open gezet voor allerhande organismen, die niet in mijn lijf thuishoren. Een kort overleg met de huisarts volgt. Ik stop met de kuur en ga over op de Trisporal. Ik moet nu die schimmelkolonies weer wegwerken.

Intussen werkt mijn LDN niet meer naar behoren. Bijwerking van de schimmels. Ik verrek van de pijn. Ik krijg mezelf nauwelijks in de benen, maar het moet. Hondjes laten zichzelf niet uit. Mijn heupen hangen sinds mijn reisje chronisch uit de kom…..

Met X-benen strompel ik de trap op en af. Gouden tip van mijn jongste zus: Hypermobiliteit zit in de familie.

Denk nu niet dat het slecht gaat met Heks. Ik zit prima in mijn vel. Dat wel. Ik voel me veel beter dan ik me in tijden gevoeld heb. Hoe het komt? Geen idee.

Mijn omgeving is niet wezenlijk anders. Ik ben nog steeds veel te veel alleen. Mijn lijf functioneert onverminderd knudde. Maar elke avond mediteer ik op mijn kussentje voor mijn enorme bel: Gepokt en gemazeld door de ademsoetra! Ik wandel met mijn hondje en ben helemaal hier en nu.

Zaterdagavond is het eindelijk een beetje zwoel als ik mijn laatste rondje met Ysbrandt maak. In een parkje passeer ik een clubje hangmannen. Als ik hen nader zijn de opmerkingen niet van de lucht. ‘Respect, mooie dame, wat zie je er ……’ de man zoekt naar woorden , maar vindt ze niet, ‘zo verzorgd, zo goed…’ Heks groet het gezelschap en wandelt tussen hen door als door een erehaag.

Het is de Godin in me, die zo danst en bloeit. De Boeddha, die in me ademt en wandelt. Het wakker geworden Christusbewustzijn. Noem het hoe je wilt: Ik ben weer in mijn heiligdom aangeland. En ondanks alle gekreukel van de laatste tijd, want geloof me, zo’n lijf is echt geen pretje, ben ik werkelijk thuis. Bij mezelf. I have arrived, I am home!

 

Ãnãpãnasati Soetra

“Lang inademend, weet hij: ‘Ik adem lang in.’ Lang uitademend, weet hij: ‘Ik adem lang uit.’ Kort inademend, weet hij: ‘Ik adem kort in.’ Kort uitademend, weet hij: ‘Ik adem kort uit.'(4)
“Hij traint [zichzelf]: ‘Het gehele lichaam ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Het gehele lichaam ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De lichamelijke formaties kalmerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De lichamelijke formaties kalmerend, zal ik uitademen.’ 

 “Hij traint [zichzelf]: ‘Vreugde ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Vreugde ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Geluk ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Geluk ervarend, zal ik uitademen.’ 
“Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De menale formaties ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties kalmerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De mentale formaties kalmerend, zal ik uitademen.’ 

 “Hij traint [zichzelf]: ‘De geest ervarend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest ervarend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest tevredenstellend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest tevredenstellend, zal ik uitademen.’
“Hij traint [zichzelf]: ‘De geest concentrerend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest concentrerend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest bevrijdend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘De geest bevrijdend, zal ik uitademen.’

 “Hij traint [zichzelf]: ‘Onbestendigheid beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Onbestendigheid beschouwend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ondergang beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ondergang beschouwend, zal ik uitademen.'(5)
“Hij traint [zichzelf]: ‘Ophouding beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Ophouding beschouwend, zal ik uitademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Loslaten beschouwend, zal ik inademen.’ Hij traint [zichzelf]: ‘Loslaten beschouwend, zal ik uitademen.’

Barmhartige Samaritaan komt nog wel eens te laat op afspraak. Dat is het nadeel van empathie. Zonder compassie heb je dat niet! Laat je die ander gewoon lekker creperen door je zeiksnor te drukken of em te smeren…….

Vanmorgen vroeg gaat de bel. Verdorie. Ik wil uitslapen. Ik heb er pas een paar uurtjes dromenland op zitten. Veel te kort. Het is vast weer zo’n idioot van woningbouwvereniging Portaal. Of Museum Boerhaave. Laatstgenoemde is flink aan het verbouwen.

Nu willen ze de staat van mijn huis onderzoeken, in verband met eventuele toekomstige schade. ‘Maar dan moeten jullie bij Portaal zijn. Zij zijn eigenaar, het is hun pand,’ wimpel ik een paar dagen geleden al die toestanden af tegenover een mannetje met meetlint en fototoestel hier in de steeg, ‘Mij zal het een rotzorg zijn of het overeind blijft staan.’ Nou ja, liever wel, maar ik heb geen zin om weer achter van alles aan te jagen uit naam van mijn hopeloze verhuurder.

Geen idee of ze op de hoogte zijn gesteld van de aanstaande werkzaamheden, maar ik ben niet van plan om het te doen. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Slapen bijvoorbeeld. Of beter gezegd een gebrek daaraan. De bel gaat nog een keer. Alleen bij Heks, alsof ik hoofdbewoner ben van dit pand. Je zou het bijna gaan denken.

Ik haal vele kastanjes uit het vuur bij de verhuurder en ik ben de enige die wel eens een bezem en dweil door het portiek haalt. Vorige week nog. Met mijn pijnlijf. Drie dagen last achteraf, maar ja. Het wordt zo smerig, op een gegeven moment kan ik het niet meer aanzien.

Zo is het altijd geweest, overal waar ik heb gewoond was ik de lul met schoonmaken. Vooral vrouwen zijn smerige huisgenoten heb ik ontdekt.

Verwoed probeer ik weer in te slapen. Het lukt niet, potverdorie. Een paar uurtjes later wordt er weer gebeld. Ze zijn wel vasthoudend. En opnieuw gaat de bel, nu hoor ik ook mijn naam. Het lijkt de stem van Steenvrouw wel! De telefoon rinkelt ook nog. Ik sprint naar de keuken. Als ik uit het raam kijk zie ik mijn vriendin in de steeg staan met een krijsende Panter aan haar voeten. Ferguut heeft honger, hij wil naar binnen.

Even later zitten we aan de koffie. Steenvrouw gaat exposeren in het Baljuwhuis in Voorschoten. Zaterdag is de opening. ‘Ik ben helemaal klaar, alles is geregeld. Er wordt een mooi filmpje gemaakt als introductie. In elk geval van mezelf, de mede exposanten laten het een beetje afweten met dit geweldige filmproject, misschien dat één van hen op de valreep nog materiaal aanlevert.’

‘Superleuk schat, zo’n filmpje is nooit weg, je kunt hem mooi op je website zetten!’ Babbeldebabbel, kwekkwekkwek. Intussen drinken we een voortreffelijk bakkie koffie. Met verrukkelijke cocoskoekjes.

‘Het was vanmorgen ijskoud en spekglad, toen ik op weg was naar een afspraak. Ik had geroeid met iemand en we liepen nog te lachen om die gladheid. ‘Tot de volgende keer!’ riep ze terwijl ze afsloeg richting binnenstad. Opeens lag ze plat op haar gat!’ Nou ja, op haar kop, maar dat rijmt niet zo mooi.

‘Er zat een flink gat in haar hoofd, niet ernstig hoor, maar wel veel bloed….. Ze is later nog eventjes naar de dokter gegaan. Die had toch wel drie hechtingen nodig om de boel weer te lijmen. Ook heeft ze drie gekneusde ribben. Best een flinke val dus. Ik was er natuurlijk eventjes mee bezig en zodoende te laat voor mijn afspraak.’

‘Ja, wat moet je dan? Je kunt haar moeilijk laten liggen onder het mom van, sorry hoor, maar ik heb haast. Zoek het uit!’ giebelen we tegen elkaar. ‘Maar we zouden toch meer om onszelf denken, hoe kun je nu zo dom zijn om die vrouw te helpen?’ roep ik quasi verontwaardigd, ‘Laat toch lekker gewoon aan de kant van de weg liggen, leipe barmhartige Samaritaan. Nu was jij weer te laat. Hihihi….’

‘Ja, hihihi, stel je voor, dat je dat doet!’ lacht Steenvrouw. We zijn helemaal melig geworden van dit verhaal. ‘Nou ja, er zijn mensen die dat doen hoor,’ grap ik terug, ‘er  zelfs een verhaal in de bijbel met die thematiek. ‘Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen,’ nu kijkt mijn vriendin verwonderd. Gelukkig maar. Aan mensen, die zich dat moeiteloos kunnen voorstellen heb je niet zoveel.

‘Een ex van Heks deed er nog een schepje ellende bovenop als ik op mijn plaat ging. Zoals in de vakantie. Eerst liet hij me in mijn eentje de hele reis voorbereiden, hij was zelf te druk met stiekem vreemdgaan. Toen reed hij mijn auto in de poeier. Achteraf vermoed ik opzet. Misschien een sneaky poging om onze vakantie te verijdelen? De reparatie liet hij me zelf opknappen. Ook financieel. Geen ‘dank je wel dat je het zo coulant opneemt’. ‘Dank je wel’ komt sowieso niet voor in zijn vocabulaire.’

‘Daarna liet hij me het hele stuk naar Frankrijk  rijden, Tens-apparaat op de hoogste stand tegen de pijn, terwijl hij met een zeiksnorgezicht naast me zat te zwijgen. Vervolgens liet hij me modderen met het opzetten van de tent. Intussen helemaal over mijn theewater verzwikte ik mijn voet. Hij klapte dubbel met een harde krak, de verkeerde kant op. Een misselijkmakend geluid. Hij schold me vervolgens uit voor alles wat lelijk is. ‘Domme koe, het is je eigen schuld, je moet beter dit en dat en zus en zo’ en liet me verder barsten.’

‘Nooit heeft hij geïnformeerd hoe het met mijn pijnlijke voet gesteld was. Gestoord natuurlijk. Die enkel is drie maanden dik geweest.’

Ach Heks, het is ook niet voor te stellen, zo’n houding. Neem het jezelf maar niet kwalijk, dat je je zo te grazen hebt laten nemen door een narcist. Die mensen missen nu eenmaal elke vorm van empathie. Behalve met zichzelf.

Als hij zijn enkel had verstuikt was het voor mij een enkeltje hel geweest. De zorghel, waar geween om een fopspeen is en melktandengeknars. En een eindeloos beroep op mijn overontwikkelde zorgspier door een uit de kluiten gewassen egocentrische kleuter.

Ferguut, de Zwarte Panter, is weer eens de hort op. Heks maakt zich ernstig zorgen. Overal doen mensen hun huizen, schuurtjes en bergingen op slot om voor onbepaalde tijd naar Verwegistan te verkassen. Straks maar weer een rondje roepend door de buurt lopen……

zwarte kater,

De zwarte panter is er weer vandoor. Al een week. Vorige week donderdag heeft hij nog brokjes gegeten, aldus mijn kattenvriendinnetje Joy. Maar toen ik zaterdag terug kwam van mijn vakantie was er geen spoor te bekennen van de panter. Direct had ik een rotgevoel. Zoals altijd wanneer hij er voor langere tijd van tussen gaat. Heks maakt zich zorgen.

Zit hij ergens opgesloten in een schuurtje? Overal zijn mensen op vakantie. ’s Avonds loop ik door de buurt en roep links en rechts bij pakhuizen en garages. Maar nee hoor, niks. Geen gemiauw. Nergens maakt zich een schaduw van de muur los om me te volgen. Het monster blijft onvindbaar.

zwarte kater,

Verblijf in Nibbixwoud tijdens de strenge winter van 2012-2013

Nu gaat mijn zwarte panter wel vaker een paar dagen op stap. Hij kent de buurt goed. Hij kent de hele stad! Half Nederland! Zijn vorige queeste eindigde in Nibbixwoud. Zo’n 80 kilometer verderop…..

Dus goed beschouwd kan hij overal zitten. Het is me er eentje. Zolang hij maar niet opgesloten zit redt hij zich wel. Helaas is het vakantietijd. Mensen sluiten bergingen en schuren af nadat ze er urenlang in hebben zitten rommelen op zoek naar een tent of slaapzak. Wat nu als de panter in zo’n vergeten ruimte is binnengeslopen?

zwarte kater,

In het asiel in Hoorn

Ik spreek hem toe op afstand. Verontschuldig me voor mijn afwezigheid de afgelopen periode. Ik brand kaarsjes en wierook. Roep mijn kattenvriendinnetje aan gene zijde te hulp. Hand in hand struinen we door de buurt. ‘Waar zit dat monster toch lieve Tanneke?’

Vanavond meld ik hem aan als vermist bij diverse kattensites. Bah. Nu is het officieel. De Zwarte Boerenridderkater is weer eens aan het zwerven!

zwarte kater,

Home sweet home. Dat moet nu ook weer gebeuren!

Heerlijke foto’s van een oud hondje. En Ys. Ook niet meer de jongste. Heks is vandaag zelf hoogbejaard, na een weekend lekker aan de zwier te zijn geweest met mijn lief!

oud hondje met grijze snoet oud hondje met grijze snoet

Heks zit in bed. Uit the puffen van een heerlijk weekend. Goeie hemel, wat voel ik me beroerd. Ik ben ergens toch over mijn grenzen gegaan. ‘Dat moet je ook niet doen’, zei Cowboy vanmorgen. Ja, ik weet het. Maar het is soms zo moeilijk om te voelen waar die grens zit met dit rampenlijf. Echt spijt heb ik ook niet. Het waren vrolijke zonnige dagen.

oud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoet

Vandaag ga ik weer in het stramien. Prikken halen, zwemmen (sla ik over), thuiszorg. De fysio is op vakantie, dat scheelt. Vanavond repeteren met het projectkoor. Geen idee hoe ik dat voor elkaar ga krijgen. Ik zal blij zijn als ik daarna kan crashen……

Wat een gemopper nou weer. Ja, het is niet gauw goed….. Heks is moe. Enerzijds is het leven zo heerlijk. Ik heb niet de hele tijd griep, maar wel een heerlijk liefje. Het is al maanden voorjaar. Mijn nieuwe thuishulp houdt van katten. (Ze heeft er zelf 6!) Ik ben gezegend met vrienden, die van me houden!

hondje in gras met rode pannedaken

 

‘Tel je zegeningen’, zei mijn grootvader altijd. Anderzijds is er veel, waar ik mijn hoofd over breek. Sommige dingen kun je nu eenmaal niet oplossen. Je kunt ze nauwelijks bevatten. Jammer genoeg vreet die poging alleen maar energie. Niet aan te raden dus in mijn situatie…..

hondje rollend  in grashondje rollend  in grashondje rollend  in gras

 

En dan heb ik nog te maken met allemaal praktische ergernis. Problemen rond pijnmedicatie, gedoe rondom de afhandeling van de whiplash, de allergie van Ysbrandt, die opeens heel heftig is, rekeningen, rekeningen, rekeningen…… Een eindeloze stroom uitgaven, om mezelf in de lucht te houden. En nu dus weer een aankomende dierenartsenrekening…….

Maar ja, over zulke dingen moet je ook niet nadenken als de batterij zo leeg is. Alles ziet er altijd veel zonniger uit na een dagje tegen de vlakte liggen 🙂

hondje rollend  in gras hondje rollend  in grashondje rollend  in grashondje tussen fluitenkruid