‘Love yourself for dummies,’ hernieuwde uitgave. Met extra veel tips om jezelf lief te hebben ondanks onvolmaaktheden, lage bankrekening, verkeerde huidskleur, verkeerd geslacht, teveel/te weinig of geen geslacht, overgewicht, zweverigheid en andere gebreken. We kunnen niet genoeg van onszelf houden. Helaas zijn we doorgaans niet erg scheutig met eigenliefde. Terwijl het zo heilzaam is! Een vicieuze cirkel.

‘Love yourself and love God,’ aan het woord is mijn leermeester Alex Orbito. De man, die zijn patiënten op geheel Filipijnse wijze met zijn blote handen opereert. Voor ons westerlingen een onbekend fenomeen.

Uiterst wantrouwig worden we van dergelijke praktijken. Iedereen roept direct dat het gaat om regelrechte oplichting met behulp van kippenbloed. Maar Heks heeft er, als doorgewinterde medewerker van zijn vrijwilligersdreamteam, te vaak met haar neus bovenop gestaan om dit te kunnen onderschrijven.

De arme man is zelfs wel eens ergens in de gevangenis beland door zijn altruïstische edoch in onze ogen onconventionele manier om de mensheid te helpen. Ook werd hij een keer gekidnapt door een malafide oliesjeik om een familielid te genezen……..

Tot overmaat van ramp heeft hij ooit maanden in Italië huisarrest gehad, terwijl een groep fanatieke wetenschappers zich op allerlei bewijsmateriaal stortte. Hele vreemde dingen troffen ze aan. Onverklaarbaar weefsel. Dematerialiserende bewijsstukken. Maar nergens kippenbloed.

‘Peace is every step. I have arrived, I am home. The Kingdom of God is here and now…….’ zomaar wat uitspraken van een andere leermeester van Heks, Thich Nhat Hanh. Onze geliefde filosofische Zen Boeddhist, die de term interbeing in ons bewustzijn heeft gelanceerd.

Onlangs zit ik ergens in ons moerassige kikkerlandje op een eeuwenoude grafheuvel. Ik denk aan al onze voorouders. Hoe ze zich kapot ploeterden om zichzelf in leven te houden. Een keihard bestaan. Overleven.

De gevaren bezweren door middel van offers en rituelen. De wereld trotseren met magie. Een samenleving vergroeid met het landschap. Ons huidige landschap. Maar dan een zeer ruige zompige versie.

‘Wij hadden het ook niet gemakkelijk, hoor,’ lispelt een voorouderlijke stem in mijn geestesoor. Wat een dooddoener, zul je zeggen. Een dooddoener door een dooie. Het moet niet gekker worden…..

Reken maar dat ze een hard leven hadden, die voorouders van ons.

 

Gek genoeg relativeert dit inzicht mijn huidige gespartel. Mijn gemopper en gebaal van mijn luizige leventje. De gemiddelde voormoeder zou tekenen voor zo’n leventje. Geen dagdagelijkse strijd om iets eetbaars op tafel te krijgen. Niet op je blote knietjes kleding wassen in een ijskoud beekje, geen kwaaie woeste kerel met knots, die je alle hoeken van je plaggenhut laat zien, NOOIT HONGER…..

Niet vijftien keer bevallen en al je kinderen overleven. Niet een dierbare offeren aan de goden voor een goede oogst. Nou ja, zo kun je nog wel eventjes doorgaan.

Wel aten ze allemaal biologisch. Iets, dat nu als een luxe wordt ervaren. Ook was niemand suikerverslaafd. Of gokverslaafd. Alcohol is iets van alle tijden. Maar er ging vast geen kratje bier doorheen op een warme zomeravond. En in de winter lag je sowieso vroeg in je nest…..

Gisterenavond ervaar ik diepe rust in mezelf. Snuitje ligt te knorren op mijn schoot. De laatste tijd zit ze als een pluizig snorrend bolletje aan me vastgeplakt. Het zijn de laatste loodjes voor mijn schatje. Zolang ze eet blijft ze leven. Muizenhapjes gaan er in. Heks is voortdurend in de weer om iets lekkers te verzinnen binnen haar dieet.

‘No coming, no going,’ zingt het zachtjes door me heen. Ik voel hoe mijn schatje in mijn hart woont. Waar ook Koe, Prinsje en Ysbrandt hun plekje hebben. Mijn overleden huisdieren drentelen al weken door mijn huis.

Ze blijven een beetje in de buurt voor het geval dat….

Het geval wil, dat mijn poesje nog ligt te leven. Knorrend en snorrend. Het Koninkrijk Gods is hier en nu. De Grote Moeder is overal aanwezig. Er is geen dood, slechts verandering. Ik weet wel, dat ik mijn schatje enorm ga missen. Maar ook weet ik dat ze voortleeft in mijn hart.

Tot in mijn tenen geniet ik van onze vrijpartijtjes samen. I have arrived, I am home.


‘Love yourself and love God.’ Heks voelt de Grote Moeder door haar handen stromen. Ik rust in haar vrede. Een beetje van mezelf houden is genoeg. Dat is al meer dan gemiddeld.

‘Maar is het dan niet oneindig narcistisch om alleen maar zo’n beetje van jezelf te houden?’ Nee. Een narcist houdt niet van zichzelf, kent zichzelf niet, kijkt niet in zijn eigen spiegel……. Jezelf eindeloos spiegelen in de bewondering van anderen is niet wat ik bedoel.

Je kale armetierige zelfje liefhebben. Ontdaan van toeters en bellen. Je eigen ruggensteun zijn. Je eigen grootste fan. Zoiets. We doen ons best.

   

 

 

Die muur moet eruit! Met gepast geweld! Vloekend en scheldend desnoods. Het is niet altijd gemakkelijk hoor ik, maar eind goed al goed. Dus: Ga ervoor Heks! Niet zeuren maar: Yippie-Jaja-Yippie-Yippie-Yeah!!

‘Heks, houdt op met schelden. Niet meer doen. Het helpt niet als je als mantra herhaalt hoezeer je baalt. Je schiet er niets mee op, sterker nog: Het zou wel eens tegen je kunnen werken, al dat gemopper. Je roept er misschien wel allerlei ellendigs mee op.’ Streng kijk ik mezelf aan boven mijn tandenborstel. Dat ik het maar weet.

s’ Nachts draai ik van mijn linkerkant op mijn rechterkant. Au, au. Word wakker. Op de rug proberen dan maar. Lukt niet. Ik ga er uit en doe een half uur later opnieuw een poging. Om te slapen bedoel ik. Die broodnodige bezigheid waar Heks niets mee heeft. Het lukt nooit als ik het wil en op andere momenten kan ik mijn ogen nauwelijks open houden.

Na een brak nachtje probeer ik om op tijd te zijn voor mijn prikken. Ik gooi koffie en pijnstillers naar binnen. Schiet wat kleren aan. Nu nog even mijn hondje aanlijnen, maar waar is de riem. Ik kijk op de kapstok. Of hangt hij over de kastdeur? Of op de stoel bij de piano? Ik check alle plekken, maar het stomme ding is onvindbaar.

‘Scheld, schelder, scheldst,’ ik zal maar niet schrijven wat ik echt zei. Grommend loop ik door het huis. Ik gooi mijn jas, muts, handschoenen en sjaal weer uit, want ik plof bijna in al die warme kleren in combinatie met een woedeaanval.

De lijn hangt op de kastdeur, zoals altijd. Waar ik ook al drie keer gekeken heb, zoals altijd. Meuh, dat gaat weer lekker. Die prikken kan ik wel vergeten, ik heb zeker tien minuten lopen zoeken. Ik ben intussen echt te laat.

Ik bel de thuiszorgorganisatie. Krijg ik nog hulp vandaag of hoe zit het? Sinds ik mijn vaste hulp kwijt ben is het elke week een ander verhaal. ‘Om twaalf uur komt er iemand,’ gelukkig maar. Opeens moet ik me geweldig haasten. Snel ga ik de deur uit. Vooruit, ik neem de elektrische vouwfiets. Die gaat geweldig hard, ben ik snel weer thuis.

Halverwege de steeg houdt de fiets ermee op, althans de motor. Zonder ondersteuning fietst het onding veel zwaarder dan een gewone fiets. ‘Potverdorie, scheld, scheld,’ voor ik het weet ben ik alweer aan het kankeren.

‘Die Beixo klotefiets, altijd wat. Ik heb er nog bijna niet op gereden in de vier jaar dat ik dit kutapparaat heb. Vier nieuwe opladers verder blijkt de plug van de accu gewoon kapot te zijn. Waardoor die opladers het steeds begaven. Niet omdat ik het snoer er verkeerd uittrok, zoals de fietsenmaker steeds beweerde. Die lul. En toen de draad die de motor inloopt kapot ging moest er een hele nieuwe motor komen! Een godsvermogen heb ik daarvoor betaald. Belachelijk toch, zo’n constructie! En nu dit weer……..’

Ik besluit meteen even langs de zaak te fietsen, waar ik die teringfiets heb gekocht. Het bedrijf is intussen overgenomen, inclusief de werknemer. Die ziet me alweer aankomen met die duivelse vervloekte fiets. ‘Hij doet het alweer niet,’ zeg ik somber.

De man duwt tegen de accu. ‘Die zit los, daar komt het door,’ hij kijkt me meewarig aan. Alsof ik iets ongelofelijks stoms heb gedaan. ‘Ik zie het, zo heb ik hem twee weken geleden bij jullie opgehaald….’ Het is waar. Ze hebben die accu er gewoon niet goed ingezet. Zodra het ding op zijn plek zit doet alles het weer.

‘Ik zou minder schelden, nou, dat is vandaag niet echt gelukt,’ denk ik bij mezelf. Blij dat die fiets het weer doet, heb ik spijt van mijn verbale luchtvervuiling.

Opnieuw neem ik me voor om minder te schelden. ‘Nou ja, ik zeur niet,’ troost ik mezelf. Ik denk aan dat liedje van Annie M.G.Schmidt over dit onderwerp. In haar optiek kun je alles maken, schreeuwen van daken, een grote bek geven, zolang je maar niet zeurt.

Ik zie een reclame op televisie, waarin een vrouw met veel geweld met een moker op een dikke stenen muur mept. Ze mept en passant een paar vrouwbeelden aan gort. Letterlijk en figuurlijk. En dat van een man, die bovenop een vrouwenhoofd staat….. Echte beelden. Van steen….

‘We never said it would be easy’, meldt de reclame vlak voordat de vrouw door de nieuw ontstane opening uit haar gevangenis ontsnapt. Gevolgd door het schier onverstaanbare  ajajippiejippiejee van  Hornbach. 

Ik zie het tafereel net op het moment, dat ik heel diep zit na te denken over mijn leven. In gedachten verzonken als het ware. Een soort heldere flits over mijn situatie.

Het is alsof de reclame mijn omstandigheden illustreert. Maar ook: Heks raakt geïnspireerd! Ja, die muur moet eruit!

Bouwmarkt Hornbach – die van de mannenclichés – mengt zich in het feminisme debat

Heerlijke foto’s van een oud hondje. En Ys. Ook niet meer de jongste. Heks is vandaag zelf hoogbejaard, na een weekend lekker aan de zwier te zijn geweest met mijn lief!

oud hondje met grijze snoet oud hondje met grijze snoet

Heks zit in bed. Uit the puffen van een heerlijk weekend. Goeie hemel, wat voel ik me beroerd. Ik ben ergens toch over mijn grenzen gegaan. ‘Dat moet je ook niet doen’, zei Cowboy vanmorgen. Ja, ik weet het. Maar het is soms zo moeilijk om te voelen waar die grens zit met dit rampenlijf. Echt spijt heb ik ook niet. Het waren vrolijke zonnige dagen.

oud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoetoud hondje met grijze snoet

Vandaag ga ik weer in het stramien. Prikken halen, zwemmen (sla ik over), thuiszorg. De fysio is op vakantie, dat scheelt. Vanavond repeteren met het projectkoor. Geen idee hoe ik dat voor elkaar ga krijgen. Ik zal blij zijn als ik daarna kan crashen……

Wat een gemopper nou weer. Ja, het is niet gauw goed….. Heks is moe. Enerzijds is het leven zo heerlijk. Ik heb niet de hele tijd griep, maar wel een heerlijk liefje. Het is al maanden voorjaar. Mijn nieuwe thuishulp houdt van katten. (Ze heeft er zelf 6!) Ik ben gezegend met vrienden, die van me houden!

hondje in gras met rode pannedaken

 

‘Tel je zegeningen’, zei mijn grootvader altijd. Anderzijds is er veel, waar ik mijn hoofd over breek. Sommige dingen kun je nu eenmaal niet oplossen. Je kunt ze nauwelijks bevatten. Jammer genoeg vreet die poging alleen maar energie. Niet aan te raden dus in mijn situatie…..

hondje rollend  in grashondje rollend  in grashondje rollend  in gras

 

En dan heb ik nog te maken met allemaal praktische ergernis. Problemen rond pijnmedicatie, gedoe rondom de afhandeling van de whiplash, de allergie van Ysbrandt, die opeens heel heftig is, rekeningen, rekeningen, rekeningen…… Een eindeloze stroom uitgaven, om mezelf in de lucht te houden. En nu dus weer een aankomende dierenartsenrekening…….

Maar ja, over zulke dingen moet je ook niet nadenken als de batterij zo leeg is. Alles ziet er altijd veel zonniger uit na een dagje tegen de vlakte liggen 🙂

hondje rollend  in gras hondje rollend  in grashondje rollend  in grashondje tussen fluitenkruid