Heks lijkt op kabouter Plop met haar overvolle stopverfkop. Nachten spoken en niet slapen. Uit al mijn mouwen kruipen apen. WIL ik dan niet beter worden misschien? Duh…… Al die domme vragen, ik kan wel grienen…….

Heks is toch zo moe. Mijn hoofd zit vol stopverf. Slapen doe ik echter slecht. Elke nacht dool ik doelloos door het huis. Met een kop vol boze gedachtes. Met een hart vol woede.

Het gedoe met Buurtzorg T bezorgt me kopzorgen. ‘Als dit onder provocatie therapie valt zijn ze zeer succesvol,’ somber ik tegen de vrouw, die me met allerlei praktische zaken helpt. We zijn urenlang bezig om uit te zoeken, hoe en waar ik wel de hulp kan krijgen, die ik nodig heb. Die gekke psychiater komt er in elk geval niet meer in hier.

De psychologe belt. Een halve week nadat ik haar een brief met mijn bezwaren tegen de gang van zaken heb gestuurd. Ik ben er intussen achter, dat ik zo snel mogelijk uit dit traject moet stappen en elders opnieuw moet beginnen. Anders kan het niet meer.

Je kunt ook maar 1 keer overstappen naar een andere behandelaar. ‘1 keer per jaar of 1 keer voor altijd?’ vraagt de dame van Cuprum, die me bijstaat in deze medische jungle. Ze zit wel een uur met mijn ziektekostenverzekeraar aan de telefoon over deze ingewikkelde materie.

De psychologe belt om orde op zaken te stellen. Het is een schat van een meid. Zachtaardig en vriendelijk. Geduldig luistert ze naar mijn verslag van dat idiote consult van vorige week. Uiteraard neemt ze het voor haar collega op. Die heeft het allemaal niet zo bedoelt natuurlijk. Heks laat zich niet verbakken.

Ik heb een uur lang geworsteld met een hardnekkig vrouwmens, die de meest idiote vragen stelde. Zo moest ik verantwoorden voor het feit, dat ik na 33 jaar ziekte en alles proberen om beter te worden, niet meer geloof dat ik beter word. Ik hoop het nog wel, maar dat vraagt ze me dan weer niet.

De vrouw is ook overtuigd, dat ik alcoholiste ben. ‘Heb ik haar soms verteld, dat ik elke dag een kater heb ofzo?’ vraag ik me al de hele week af. Het is zo. Ik sta dagelijks katerig op. Niet van de drank, maar van de ME. Het voelt hetzelfde overigens. Koppijn, misselijk, spierpijn, algehele malaise, trekt na een paar uur bij…..

De psychologe stelt alles in het werk om me weer binnen te vissen. Zo krijg ik accuut EMDR aangeboden volgens haar. Waar het vorige week nog een hele tijd zou gaan duren, ik moest eerst aan de pillen en van de drank af, nu sta ik bij wijze van spreke al voor volgende week op de rol.

‘Ik kan het niet geven, maar de psychiater wel,’ voegt ze er enthousiast aan toe. ‘Ik doe niets meer met die psychiater,’ meldt Heks, ‘Ze is ver over mijn grenzen gegaan. Ik heb dat meermalen in het gesprek gemeld, maar mevrouw ging gewoon door. Haar ideeën zijn achterhaald, ik ga dan ook een klacht tegen haar indienen….’

Een half uur lang gaat het gesprek zo heen en weer. De psychologe verdedigt de achterlijke handelswijze van haar collega en probeert me weer bij dezelfde psychiater onder te brengen. Heks is klaar met dat rare mens.

‘Ik weet zeker, dat de psychiater het ook heel vervelend vindt, dat het zo gegaan is,’ Oh, wat sneu nu toch voor haar….. Meuh! Waarom doen mensen dat toch, zielig jammeren terwijl ze zelf de klap uitdelen? Omdat het werkt, Heks! Maar niet meer bij jou…. ‘ Zou u niet morgen telefonisch nog eens met haar willen praten?’

Heks is zo moe van dat ene uurtje worstelen vorige week met dat gekke mens. Ik ga me onder geen beding meer aan haar bloot stellen. ‘Mevrouw, ik neem mezelf in bescherming tegen die vrouw. Ze weet niets over ME, gaat uit van allerlei verkeerde veronderstellingen rondom mijn persoon en die ziekte. Ze respecteert mijn grenzen niet, ze heeft me een paar keer gecornerd in dat gesprek…… Is finaal over me heen gewalst…..’

‘Ik ga haar niks uitleggen. dat mag u doen. Ik wil ook niet dat ze met mijn huisarts gaat praten. Ik doe niets meer met die vrouw. Ik ben 33 jaar op die manier benaderd, tot voor kort kwam iedereen hiermee weg….’

‘Maar nu is het eindelijk een erkende ziekte. Dus dit soort domme achterhaalde praat is niet langer mijn probleem. Ik hoef er niet meer naar te luisteren, het niet meer over me heen te laten komen, noch er iets aan te doen. Ze gaat er zelf maar iets aan doen. Ik ga wel een vette klacht tegen haar indienen bij mevrouw Dekwaadsteniet. ( Zo heet hun klachtenfunctionaris echt!) Want ik wil niet dat een andere ME patiënt tegen hetzelfde gaat aanlopen bij jullie.’

Hebben jullie dan geen andere persoon in dienst, die EMDR kan geven?’ Nee, helaas pindakaas. Ik zal het met haar moeten doen. Opnieuw wordt me van alles toegezegd, dat vorige week niet kon. Ze vindt het erg vervelend, dat ik me zo voel. Maar wat ik mis is een echt excuus. Ik word nog steeds te woord gestaan alsof ik het allemaal verkeerd heb begrepen.

Ik heb het echter heel goed begrepen!

‘Ik ga echt niet verder met die psychiater. Dat is geen optie. Ik heb veel naar mijn hoofd gekregen in al die jaren met mijn niet erkende ziekte, maar dit slaat alles. Verbijsterend. Het heeft in alle kranten gestaan dat het eindelijk een officieel erkende ziekte is. Het is zelfs op het journaal geweest. Hoe kun je die informatie missen? Als arts?’

‘Ook heb ik een uur verbaal met de vrouw geworsteld. Alles wat ik heb gezegd, kreeg ik verdraaid terug. Ik had dingen toegegeven volgens haar. Toegegeven, het woord alleen al! Zoals, dat mijn ziekte veroorzaakt is door mijn traumatische jeugd. Heb ik nooit gezegd. U zat daar toen zelf bij. Heeft u mij dat horen zeggen?’

‘Toen ze het niet van me kon winnen was ik opeens een alcoholist. Beetje raar toch? Daar kan ik dan toch niks meer mee? Mijn vertrouwen is in elk geval helemaal weg…..’

De psychologe geeft zich niet zo maar gewonnen. ‘Maar er is toch verband tussen lichaam en geest? Als je lichamelijk ziek bent, heeft dat zijn weerslag op de geest en vice versa, toch?’ Heks ruikt alweer een instinkertje.

‘Jazeker,’ beaam ik, ‘Als het met mij goed gaat, heb ik minder last van mijn ziekte. De klachten zijn nog precies hetzelfde, maar ik kan er dan beter tegen. Zelfs de eenzaamheid voelt dan minder erg,’ nog voor ik verder iets kan zeggen trekt de psycholoog mijn toegeven van dit verband door naar hun aanmatigende opmerking, waarin me werd verweten dat ik dacht nooit meer beter te zullen worden. Dat dat een gerechtvaardigde opmerking zou zijn.

‘Luister eens, zeg je dat ook tegen iemand met MS?’ zeg ik streng, ‘Slaan jullie die ook om de oren met het feit, dat ze niet geloven in beter worden? Je ziet toch ook wel, dat hier conclusies worden getrokken, die walgelijk zijn? Ik heb 33 jaar ME, een progressieve aandoening. Net als MS. MS mensen krijgen medicatie en behandeling. Ik niet.’

‘Ik hou mezelf al die tijd met veel moeite in de lucht. Daarvoor zet ik alle zeilen bij. Ik heb alles in het werk gesteld om mijn situatie te verbeteren. En dan stellen jullie dit soort domme vragen. Hou nu eens op met dat gepsychologiseer van mijn aandoening.’

Het telefoongesprek levert niks op. Heks heeft nog meer stopverf in haar hoofd gekregen. Ik ben nu eenmaal in een hokje gestopt bij deze club en daar willen ze me graag in houden. Dat hokje bevalt me niks, maar ontsnappen is geen optie. Telkens als ik begrip denk te vinden in het telefoongesprek met de psychologe, begint ze me weer in dat hokje te duwen. Niet linksom, dan rechtsom lijkt het. Niet goedschiks, dan kwaadschiks?

‘Wij willen echt heel graag mensen bijstaan en helpen,’ de arme vrouw mag natuurlijk haar collega niet afvallen. En ja, ze doen enorm hun best voor mensen. En dat is echt waar, weet ik: Een goede vriend van Heks is door hen enorm geholpen.

Het gaat alleen weer niet op voor mensen met ME. Die stoppen ze direct in een hokje en ook nog eens het verkeerde.

Mijn stopverfhoofd is zo moe van deze strijd.

‘Ik kom helemaal niet bij jullie met de hulpvraag om van ME af te komen of van de drank. Ik heb last van een familietrauma. Dat ligt voor in mijn kop in mijn RAMgeheugen rond te beuken. Het moet nodig worden weggeschreven naar mijn harde schijf. Het liefst naar een afgelegen hoekje. Of hokje desnoods. Dat hokje waar jullie me in willen stoppen zou er wel een mooi plekje voor zijn……’

‘We nemen u echt serieus, u had het over een film over ME en ik heb de trailer gezien!’ zegt de psychologe tot slot om me te overtuigen. Oh fijn. Ze hebben de trailer van Unrest gezien. De trailer!!!!! Duurt 2 minuten.

Geweldig! Ik steek de vlag uit.

 

 

Uit de analen van Pleegzuster Bloedwijn: Bloed aan de paal! Echt niet normaal. Maar waar komt het vandaan? VikThor hinkepinkt verdacht achter me aan. Gewonde hond in Huize Heks.

Donderdagavond tegen elven kom ik thuis uit de bioscoop. Ik vlei me in mijn enorme leunstoel. Daar zit ik een uurtje amechtig bij te komen van hoegenaamd niets, maar dat is nu eenmaal de gang van zaken bij mensen met ME.

Dan schiet ik een jas aan en vis een riem van de kapstok. ‘Kom op Vikkeldebikkel. We gaan een wandeltje doen….’ Wat is dat beest extreem sloom vanavond. Hij is wel eventjes uit zijn luie stoel gekomen om me te begroeten, maar verder heb ik hem niet gehoord.

Normaal gesproken staat hij al lang voor mijn neus te stuiteren met een balletje. Maar vanavond dus niet. ‘Misschien is hij gewoon nog slaperig,’ denk ik bij mezelf, terwijl ik me omdraai. Waar blijft hij nou?

Hinkepinkend kom mijn varkentje de gang in gestrompeld. Heks’ mond zakt wagenwijd open. Wat krijgen we nu? Mijn schatje is gewond! En het moet verrekte zeer doen, want het is een ongelofelijke bikkel. Hij laat pas iets merken als het echt foute boel is!

Snel neem ik hem in de houdgreep en draai zijn rechterachterpoot naar het licht. Zet een bril op mijn neus. Zie bloed op mijn handen. Op de grond. Nauwelijks waarneembaar op die donkere houten vloer….. Hij bloedt als een rund!

 ©Toverheks.com

©Toverheks.com

Aanvankelijk kan ik nauwelijks een verwonding vinden. Hij vindt het niet lekker dat ik hem bepotel, maar laat het zich toch goeiig welgevallen. Dan piept hij een beetje en tot mijn schrik zie ik dat er een kussentje van zijn voetje helemaal los zit. Je kunt het openklappen als een pedaalemmer. Mijn maag draait om.

Oh, wat ziet dat er afschuwelijk uit. Het is intussen een uurtje of 1 ’s nachts. Een beetje laat voor de dierenarts. Bovendien heeft hechten al geen zin meer. Dat moet je binnen een paar uur na het oplopen van de verwonding doen.

Ik maak de wond provisorisch schoon en plak er een flinke pleister op. Met daaroverheen een paar plastic poepzakjes. Eerst maar even naar buiten. Het is smerig nat waterkoud druipweer. VikThor hinkepinkt door de steeg. Doet een plasje hier. Eentje daar. Kijkt eens achterom of we al naar huis gaan…..

Thuisgekomen stop ik zijn pijnlijke pootje in een bak lauwwarm water. Ik spoel de wond grondig uit en druppel er vervolgens een halve fles Betadine overheen. Nu is het zaak om het geheel goed in te pakken, zonder de bloedsomloop af te knellen. Ik heb allerlei verbandgaas tevoorschijn getoverd en zit lekker te knutselen.

‘Dat heb je helemaal niet gek gedaan,’ zegt de dierenarts de volgende ochtend. Ze scheert zorgvuldig de haartjes om het zooltje weg. Dan plakt ze met wondlijm de zool weer aan de voet. ‘Groot kans, dat het zooltje helemaal afsterft trouwens. Hechten heeft over het algemeen weinig zin op deze plek…..’

‘Laat het verband maar een paar dagen zitten,’ vervolgt ze als de poot helemaal is ingepakt. De volgende ochtend echter ligt het verband opeens op de grond. Ik pak de poot opnieuw in. ’s Middags tijdens een wandeling ligt het er opeens weer af. En het voetflapje zit weer los……….

 ©Toverheks.com

©Toverheks.com

En dan ben ik opeens spinnijdig. ‘Kolerehond, doe dan ook eens rustig,’ scheld ik op mijn grote vriend. Als een haas loop ik terug naar de auto met een geïmproviseerd verband om VikThor’s poot. Thuisgekomen was ik zijn voetje uitgebreid in een emmer met sodawater. Weer moet er een een wagonlading Betadine op de wond.

Maar waar zijn die verrekte verbandmiddelen? Waar is de bijenzalf? Waar is die Betadine? Waar zijn de stukken elastisch tape? Ik kan helemaal niets meer vinden. Ik kijk op alle relevante plekken, maar de hele set spulletjes is op miraculeuze wijze verdwenen.

Ik ga dus maar naar de drogist om nieuwe verbandgaasjes en Betadine te kopen. Er komt nog steeds stoom uit mijn oren. Op wie ben ik nu eigenlijk kwaad? Ja, raad eens, op wie denk je?

Op mezelf. Ik ben met enige regelmaat een ongelofelijke halve zool. En daar heeft die zool van mijn hondje onder te lijden. ‘Bescherm je hondje tegen zichzelf, loop hem aan de lijn voorlopig,’ raadt de Don me gisteravond nog aan. En dat was ik eventjes vergeten. Ik liet TrekThor een kort moment los en toen ging het mis…..

‘Ik ga steeds meer op een zeker iemand lijken,’ denk ik somber. Die persoon kon ongelofelijk zijn eigen frustratie op je botvieren. Als hij een slechte bui had, zocht hij geheid een object om die woede op te richten. En Heks was regelmatig de klos. Ik was bovendien een sublieme boksbal. Zwijgend keek ik hem recht aan terwijl hij uit zijn plaat stond te gaan. Olie op het vuur natuurlijk……

 ©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Gelukkig scheld ik alleen maar. Iemand in elkaar rammen is mij vreemd. En ik maak het altijd goed,’ vergoelijk ik mijn boze bui achteraf. Ik zit lekker te knuffelen met mijn hondje. Zijn pootje zit weer keurig in het verband. Wat het gaat worden met dat flapje, geen idee. Maar de wond is in elk geval weer schoon……

Heks is gewoon doodmoe. Ik ben al twee dagen in touw als Pleegzuster Bloedwijn. En ik ben natuurlijk sowieso al moe zonder er iets voor te hoeven doen. En dan ben ik ook nog eens moe omdat ik meer doe. Leuke dingen weliswaar, maar er is dan minder van mijn toch al beperkte energie over.

Als ik moe word word ik bloedlink. Vermoeidheid haalt alle filters weg, dus er komen dan opeens schrikbarende ongefilterde teksten uit mijn heksenbek. Die blebberen dan maar zo’n beetje om me heen. Ik schrik er zelf ook van. Goddank heb ik geen publiek, maar evenzogoed schaam ik me achteraf dood.

Gelukkig is mijn hondje zeer vergevingsgezind. Hij legt zijn zachte snoet in mijn schoot en laat zich lekker achter zijn flappers kriebelen. Wat is het toch een schatje. Mijn ADHD hondje. Mijn grote kleine vriend.

 ©Toverheks.com

©Toverheks.com

De volgende ochtend pak ik zijn verkeerde pootje in. Mijn monster ligt zo te friemelen dat ik me in de poot vergis ergens halverwege de ingreep. Mijn armen zijn ook helemaal naar de kloten door het in bedwang houden van mijn ventje bij de dierenarts. Schouders uit de kom, rib uit de kom, spierpijn……..

VikThor is ook zo sterk. Afgelopen week trekt hij een twee keer zo grote Duitse Staande Langhaar over het grote veld in het Leidse Hout. ‘Vikkie, je bent aan het winnen,’ roepen de omstanders verbluft. En ja, het is zo. De reus legt het af tegen mijn kleine blafbeest. Het is geen gezicht. Iedereen schiet in de lach!

Dus kun je nagaan waar ik de afgelopen dagen mee te maken heb. Waar mijn arme armen mee te maken hebben gehad……

 

 

Die muur moet eruit! Met gepast geweld! Vloekend en scheldend desnoods. Het is niet altijd gemakkelijk hoor ik, maar eind goed al goed. Dus: Ga ervoor Heks! Niet zeuren maar: Yippie-Jaja-Yippie-Yippie-Yeah!!

‘Heks, houdt op met schelden. Niet meer doen. Het helpt niet als je als mantra herhaalt hoezeer je baalt. Je schiet er niets mee op, sterker nog: Het zou wel eens tegen je kunnen werken, al dat gemopper. Je roept er misschien wel allerlei ellendigs mee op.’ Streng kijk ik mezelf aan boven mijn tandenborstel. Dat ik het maar weet.

s’ Nachts draai ik van mijn linkerkant op mijn rechterkant. Au, au. Word wakker. Op de rug proberen dan maar. Lukt niet. Ik ga er uit en doe een half uur later opnieuw een poging. Om te slapen bedoel ik. Die broodnodige bezigheid waar Heks niets mee heeft. Het lukt nooit als ik het wil en op andere momenten kan ik mijn ogen nauwelijks open houden.

Na een brak nachtje probeer ik om op tijd te zijn voor mijn prikken. Ik gooi koffie en pijnstillers naar binnen. Schiet wat kleren aan. Nu nog even mijn hondje aanlijnen, maar waar is de riem. Ik kijk op de kapstok. Of hangt hij over de kastdeur? Of op de stoel bij de piano? Ik check alle plekken, maar het stomme ding is onvindbaar.

‘Scheld, schelder, scheldst,’ ik zal maar niet schrijven wat ik echt zei. Grommend loop ik door het huis. Ik gooi mijn jas, muts, handschoenen en sjaal weer uit, want ik plof bijna in al die warme kleren in combinatie met een woedeaanval.

De lijn hangt op de kastdeur, zoals altijd. Waar ik ook al drie keer gekeken heb, zoals altijd. Meuh, dat gaat weer lekker. Die prikken kan ik wel vergeten, ik heb zeker tien minuten lopen zoeken. Ik ben intussen echt te laat.

Ik bel de thuiszorgorganisatie. Krijg ik nog hulp vandaag of hoe zit het? Sinds ik mijn vaste hulp kwijt ben is het elke week een ander verhaal. ‘Om twaalf uur komt er iemand,’ gelukkig maar. Opeens moet ik me geweldig haasten. Snel ga ik de deur uit. Vooruit, ik neem de elektrische vouwfiets. Die gaat geweldig hard, ben ik snel weer thuis.

Halverwege de steeg houdt de fiets ermee op, althans de motor. Zonder ondersteuning fietst het onding veel zwaarder dan een gewone fiets. ‘Potverdorie, scheld, scheld,’ voor ik het weet ben ik alweer aan het kankeren.

‘Die Beixo klotefiets, altijd wat. Ik heb er nog bijna niet op gereden in de vier jaar dat ik dit kutapparaat heb. Vier nieuwe opladers verder blijkt de plug van de accu gewoon kapot te zijn. Waardoor die opladers het steeds begaven. Niet omdat ik het snoer er verkeerd uittrok, zoals de fietsenmaker steeds beweerde. Die lul. En toen de draad die de motor inloopt kapot ging moest er een hele nieuwe motor komen! Een godsvermogen heb ik daarvoor betaald. Belachelijk toch, zo’n constructie! En nu dit weer……..’

Ik besluit meteen even langs de zaak te fietsen, waar ik die teringfiets heb gekocht. Het bedrijf is intussen overgenomen, inclusief de werknemer. Die ziet me alweer aankomen met die duivelse vervloekte fiets. ‘Hij doet het alweer niet,’ zeg ik somber.

De man duwt tegen de accu. ‘Die zit los, daar komt het door,’ hij kijkt me meewarig aan. Alsof ik iets ongelofelijks stoms heb gedaan. ‘Ik zie het, zo heb ik hem twee weken geleden bij jullie opgehaald….’ Het is waar. Ze hebben die accu er gewoon niet goed ingezet. Zodra het ding op zijn plek zit doet alles het weer.

‘Ik zou minder schelden, nou, dat is vandaag niet echt gelukt,’ denk ik bij mezelf. Blij dat die fiets het weer doet, heb ik spijt van mijn verbale luchtvervuiling.

Opnieuw neem ik me voor om minder te schelden. ‘Nou ja, ik zeur niet,’ troost ik mezelf. Ik denk aan dat liedje van Annie M.G.Schmidt over dit onderwerp. In haar optiek kun je alles maken, schreeuwen van daken, een grote bek geven, zolang je maar niet zeurt.

Ik zie een reclame op televisie, waarin een vrouw met veel geweld met een moker op een dikke stenen muur mept. Ze mept en passant een paar vrouwbeelden aan gort. Letterlijk en figuurlijk. En dat van een man, die bovenop een vrouwenhoofd staat….. Echte beelden. Van steen….

‘We never said it would be easy’, meldt de reclame vlak voordat de vrouw door de nieuw ontstane opening uit haar gevangenis ontsnapt. Gevolgd door het schier onverstaanbare  ajajippiejippiejee van  Hornbach. 

Ik zie het tafereel net op het moment, dat ik heel diep zit na te denken over mijn leven. In gedachten verzonken als het ware. Een soort heldere flits over mijn situatie.

Het is alsof de reclame mijn omstandigheden illustreert. Maar ook: Heks raakt geïnspireerd! Ja, die muur moet eruit!

Bouwmarkt Hornbach – die van de mannenclichés – mengt zich in het feminisme debat

Een oplichter maakt je snel lichter. En als je er niet mee zit ben je misschien wel op weg naar verlichting. Of wellicht al verlicht. Heks is nog niet zo ver. Ik zie het duister in. Aan alle kanten worden me poten uitgetrokken. Ik verander in een huiseigenaar waar je bij staat. En opeens heb ik ook een gezin! Was het maar waar!

Donderdag komt Blonde Buurman me weer helpen met mijn administratieve puinhoop. Het is alweer twee weken geleden dat ik samen met hem een to do lijstje heb opgesteld, maar tot nu toe er maar weinig van terecht. Aan mijn kant dan. Buurman appt, mailt en komt zelfs langs in een poging allerlei gegevens boven water te krijgen.

Somber probeer ik woensdag mijn werkkamer binnen te dringen. De deur wil niet open vanwege de troep. Ook is het licht kapot en liggen er overal stapels kleren, schoenen en knutselspullen te slingeren. Goeie genade. Hier moet ik dus ergens die onterecht gekregen verkeersboete tussen vandaan vissen.

Mijn bezwaar is niet erkentelijk verklaard, omdat het zogenaamd te laat binnen was. Maar laat ik er nu bij hebben gestaan, toen die brief een poststempel kreeg. Binnen de termijn. Ik ga dus ook hiertegen weer protesteren. Gewoon volhouden. Ik laat me niet zomaar onterecht een poot uitdraaien!

Maar eerst ga ik maar eens nieuwe lampen kopen en een stapel kleerhangers, zodat ik kan zien waar ik loop en alles waar ik over struikel weer op een knaapje kan hangen……

Buurman vindt donderdag de oorspronkelijke beschikking tussen allemaal onzinnig papierwerk. Wat krijg je toch veel flauwekul in je brievenbus, zelfs als je er expliciet een poster op plakt dat je dat niet wilt. Papierverspilling tot en met.

‘Kijk Heks, ik vind ook een ontvangstbevestiging. En die wijst erop dat je brief wel degelijk binnen de termijn gearriveerd is. Bovendien mag hij een week na die uiterste datum binnen komen, zolang de poststempel maar binnen de termijn is……’

Ha, mooi zo, ik zal die teringlijers leren. Allemaal stomme eisen stellen en als je je er aan houdt is het nog niet goed? Het lijkt mijn familie wel! Of de gemiddelde man in mijn leven. Kortom: Bekend terrein.

‘Wat is jouw verzekering toch idioot hoog, daar moeten we ook eens naar kijken,’ BBuurman schudt zijn wijze hoofd. Het is zo. Misschien moet ik mijn autoverzekering maar eens aanpassen. Die doorlopende reisverzekering kan er ook wel uit. Het is al een eeuwigheid amen geleden dat ik nog eens het land uit ging. Ik leef potdorie alsof ik leggende gelden heb.

Ik bel met verzekeringsmaatschappij Meeùs. De man die ik na drie kwartier keuzemenu aan de lijn krijg zegt allemaal rare dingen. Zo heb ik opeens een eigen huis en een heel gezin. Althans daar betaal ik premie voor.

Alleen weet ikzelf van niks. Ik heb het ook nooit tegen hen beweerd. Er is hier ooit iemand in mijn huurhuis komen kijken of het allemaal wel klopte met die inboedel. We hebben toen samen alles doorgenomen. Ik heb er niets aan veranderd, dus rara hoe kan dat?

‘Ja, u heeft daar een brief over gekregen. Blabla. Wij hebben dingen veranderd, goedkoper, blabla. En u heeft niet gereageerd!’

Heks wordt nu echt nijdig. ‘Dus jullie veranderen mij zomaar in een huiseigenaar met een gezin en als ik me daar niet met hand en tand tegen verzet heb ik het gedaan. Goedkoper? Nou voor jullie dan, want ik betaal nu meer premie. En u geeft me ook nog eens de schuld!!!!’

‘Ja, u had moeten reageren,’ begint de stommeling weer te bazelen. Ik voel mijn oren suizen van woede. Wat een gelul. Blonde schuift een briefje onder mijn neus met de tekst ‘Vraag het nummer van de klachtencommissie. Ga geen discussie aan met idioten aan de telefoon….’

De stumper geeft me het mail-adres van die commissie. Ik verbreek de verbinding.

‘Heb je nu die autoverzekering veranderd? Dat scheelt dan toch ook weer flink wat geld?’ vraagt BBuurman. ‘Nee. Het maakt qua premie nauwelijks iets uit. Maar als ik nu mijn auto tegen een boom rijd, krijg ik nog een paar duizend euro. En anders niet. Geweldig toch!’ roep ik stralend, ‘ Ik dacht dat ik niks zou krijgen….’

‘Hahaha, waar ja al niet blij om kunt zijn,’ BBuurman moet vreselijk lachen, ‘Ga je het dan ook doen? Tegen een boom aan rijden?’ Heks is niet niet van plan. Ik heb best veel aanrijdingen gehad, maar het was altijd iemand anders, die op mij in reed. Tot nu toe. Ik weet dus dat een ongeluk in een klein hoekje zit.

‘Kijk, Heks, je aansprakelijkheidsverzekering staat wel gewoon alleen op jouw naam. Die lui zijn gek. Ze hebben gewoon flinke fouten zitten maken en schuiven het jou in de schoenen,’ roept BBuurman even later verontwaardigd.

‘Verzekeraars zijn boeven. Mijn ex de Tank zat voordat hij Lyme kreeg in het verzekeringswezen. Jarenlang heeft hij zich vol zitten vreten in dure restaurants op kosten van de zaak dus van zijn klanten. Naar eigen zeggen. Hij verkocht gebakken lucht beweerde hij ook nog eens. En hij voelde zich postuum best schuldig dat hij zo’n zelfzuchtig stompzinnig en inhalig leven had geleid.’

Het is zoiets als met het bankwezen. Afschuwelijke praktijken van inhalige enge mensen, die qua ontwikkeling zijn blijven steken in het stadium van het reptielenbrein. Hun frontale kwab is totaal niet ontwikkeld. Het is al een wonder dat ze kunnen praten, al is hun vocabulaire beperkt….  en empathie hen vreemd.

Afgelopen week zie ik een reclame op televisie, zo walgelijk! Op een toontje van ‘I have a dream….’ zegt iemand steeds ‘Stel je eens voor…..’ Wat volgt zijn allemaal voorbeelden van extreem idealistische aard. Mensen vol compassie, die zich inzetten voor Moeder Aarde en sneue medemensen. Liefdevolle blaatverhalen. Prachtige plaatjes…….

Ik krijg vreselijke argwaan, want soms schemert er door die mooie verhalen en prachtige beelden dat de reclame over een een bank gaat. Die toch zo idealistisch is en goed. Waar je vooral je geld in fantastische wanproducten moet komen steken……  Want daar word de wereld beter van. Hun wereld dan. Die van degenen, die de bonussen opstrijken. Van de directeuren en andere financiële engbekken. Bladiebla.

Op het moment dat ze beginnen over een agrarische achtergrond weet ik dat het over die kloterige kut Rabobank gaat. Een braakmiddel van een reclame om ons een beeld door de strot te duwen van hoe ze willen dat wij hen zien. Tegengas tegen al die realistische geluiden over hoe walgelijk ze in werkelijkheid opereren.

De reclame strooit als het ware idealistisch zand in onze ogen. Na alle wanproducten, discriminerende acties en extreme harkpartijen is het blijkbaar weer eens tijd om hun imago op te krikken.

En dan huur je voor veel geld dat je heb afgepakt van je klanten een team, die zo’n kut reclame in elkaar draait. Een Klaas Vaak om ons weer in slaap te sussen. Met z’n ellendige zand. In plaats van je werk gewoon beter en eerlijker te doen.

Ik ben blij dat ik zo mislukt ben. Dat ik mijn sporen niet heb verdiend in het bankwezen of in het verzekeringswezen. Daar moet je niet wezen.

Er zijn wel meer plekken waar ik niet moet wezen. De nacht na de administratieve rompslomp heb ik een vreselijke nachtmerrie. De aanleiding is een uitnodiging voor een feestje in het hol van de leeuw. Ik krijg het bericht binnen vlak voordat ik ga slapen. Midden in de nacht word ik badend in het zweet wakker.

Daar moet ik maar niet heen gaan geloof ik. Oh kijk: Ik ben ook verhinderd. Dat komt dan mooi uit.

Een tegengeluid van een verzekeraar: Alle verzekeraars zijn boeven…

Rabobank, Rebbelbank, Broddelbank, Rob a bank: Nieuwsuur komt met choquerend item over deze van huis uit agrarische geldschieter. Heks heeft ook een vervelende ervaring met de bank waarbij ik al sinds mijn geboorte op het platteland vaste klant ben. 57 jaar trouw al je verplichtingen nakomen legt geen gewicht in de schaal bij deze botte boeren. Bovendien veranderen ze de regels gewoon waar je bij staat. Ook al zoiets! Ben je eventjes achter met betalen? Ze komen direct en accuut verhalen! Reageer je niet meteen? Laten ze je vallen als een baksteen! En dan ben ik nog niet eens Iraans! Mensen met die achtergrond zijn bij deze bank voorlopig helemaal nog niet jarig! Hoewel ze wel op rare telefoontjes worden getrakteerd…..

 

MIJN HOND HEEFT ME BIJ DE NEUS….. Een zwoele lentedag vol regenwormen en zonnige terrasjes.

parkje Leiden Aingel

Parkje aan de Singel

Een zwoele lentedag… Wat een feest! Ik zit heerlijk op een terrasje met Ysbrandt. Op mijn nieuwe telefoon blijkt het makkelijk typen. Eens kijken of het zich ook zo eenvoudig op mijn computer laat zetten…

hondje, springer spaniel, epagneul breton

Met daarin een hondje

Om me heen is het een gebabbel in allerlei talen vermengd met het gekabbel van het Galgenwater. Af en toe klinkt er luid gejuich uit de kroeg om de hoek. Voetbalwedstrijd waarschijnlijk.

Vandaag was weer zo’n slaapdag. Vanmorgen vroeg stond Ysbrandt wederom te blaffen en aan de deur te rammelen. Indachtig zijn samengeknepen billetjes van gisteren, schoot ik snel in de kleren.

hond en bazinnetje, vrouwtje

Met de vrouw

Zo had ik m’n eerste sprintje van deze dag al vroeg te pakken. Eenmaal in het parkje ging hij lekker snuffelen. Geen sprake van hoge nood… ‘Ik heb je gefopt, vrouw’, snoof hij gnuivend. Om het kunstje vrolijk nog twee keer te herhalen.

De tweede keer loop ik in weer een ander park over een pad bezaaid met regenwormen. Het is nog een hele kunst om er niet bovenop te gaan staan. Onwerkelijk. Wat doen die wormen daar? Het regent zachtjes. Een druppel op de gloeiende asfaltplaat. Ik zie het somber voor hen in.

Als ik terugfiets is de stad uitgestorven. Surrealistisch. Ik kijk met andere ogen. Regenogen? Naar deze wekelijkheid. Door wormgaten? Ik zie andere tijden. Alle tijden?

HOND EN BAAS LIJKEN OP ELKAAR

Lijkt het nu zo of

hond en baas lijken op elkaar

haha, het idee….

Drie keer heeft hij me voor nop naar een park doen spoeden. Mijn schuldgevoel over gisteren uitbuitend tot op het bot…

Daarna ben ik weer in slaap gevallen. Tot een uur of drie vanmiddag… Bijslapen en vooruitslapen. Morgen een dagje Indiaas zingen, dan moet ik een beetje mens zijn. Dus vanavond weer vroeg naar bed.

hond en baas lijken op elkaar

Ze hebben wel zelfde lichaamsmimiek, heks en hond

Wat een enerverend bestaan! Slapen tot je erbij neervalt. Naast me in bed staat de familie kat. Dus je hoort me niet klagen over deze saaie dagen. Toen ik nog de hele winter zwaar griep had, tijdperk voor de LDN, was het dagelijkse kost.

Daarom is mijn hondje zo wezenlijk in mijn bestaan. Hij dwingt me m’n bed uit, de deur uit, de natuur in. Door hem spreek ik ook op zulke dagen mensen. En zit ik nu toch op een terrasje! Hij moet me alleen niet bij de neus nemen! Vooral niet ’s morgens vroeg.

hond en baas, happy

Happy