Van de sneeuw in de druppel, die de emmer doet overlopen. Kan gebeuren: Boeings vallen ook zomaar uit de lucht heb ik gehoord. Dat moet je vooral niet vergeten. Je zal dan net boven Noord Italië neerstorten, de ramp overleven en vervolgens Corona krijgen….. Het is altijd wat. Echt waar!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘O jee, ik heb de deur van de vriezer zeker op een klein kiertje laten staan,’ dondermorgen pak ik iets uit de vriezer, hoofdschuddend bekijk ik de schade. Het valt mee. Ik hoef maar een paar dingen weg te gooien. Gek dat ik het helemaal niet in de gaten heb gehad.

’s Avonds laat open ik de vriezer opnieuw.  Het tartaartje voor Snuitje is helemaal ontdooid. Alsmede het pak brood en de pakjes met pittige merguez worstjes. Ik graaf verder. Naarmate ik dieper in het vriesvak tast raakt de boel iets meer bevroren……..

Het grootste deel is echter half ontdooid. Foute boel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het is laat. Ik kan geen kant op met die langzaam ontdooiende inhoud van drie laden. Heks besluit naar bed te gaan. Morgen ga ik er achteraan. Met mijn de dame van Cuprum.  Nu kan ik er even niet tegen. Na wekenlang tegen de bierkaai vechten en bakken geld uitgeven ben ik even klaar met dingen die kapot gaan. Wasmachines en waterkokers. Hondenpoten ook…..

De volgende ochtend ziet er een dikke laag sneeuw in het koelgedeelte van mijn pas drie jaar oude Liebherr. De vriezer is overleden. Grrr.

Samen met Rozenhart, de dame van Cuprum ga ik naar de winkel om de hoek, waar ik het onding gekocht heb. ‘Er werkt een man in die winkel, misschien de eigenaar, want iedereen daar loopt keurig in pak, behalve hij, hij sjokt eigengereid in een sullig kloffie: Die man doet vervelend tegen me….’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik kan er niet de vinger op leggen, maar ik voel het wel degelijk. Ik kocht er onlangs een wasmachine, iedereen krijgt korting daar, behalve ik. Dus daar vroeg ik naar. En kreeg ik korting? Nee. Ik kocht ook nog een waterkoker. Dit alles binnen vijf minuten….’

‘Die waterkoker wordt loeiheet aan de buitenkant, echt honderd graden, blijft dat ook gedurende een half uur. Ik heb er al verscheidene malen flink mijn handen aan gebrand. De blaren stonden er op! Een wanproduct van Inventum.’

‘Kom ik terug met die ketel, negeert die ouwe vent me volkomen. Doet net of ik niet besta. En zijn jongere employee kon de kastanjes uit het vuur halen. Beweerde eerst dat het normaal is, dat dat ding zo heet wordt. Blijkt nog zo te zijn ook. Levensgevaarlijk apparaat natuurlijk. Vooral als je zulke zwabber-armen hebt als ik!’

Gelukkig kreeg de sympathieke medewerker medelijden met Heks en haar rare armen. Hij gaat op zoek naar een geïsoleerd exemplaar. Ik mag de waterkoker omruilen.

En nu dus die koelkast. Benieuwd of ik daar een goeie reactie op krijg. We betreden het pand.

Als we onverrichterzake weer buiten staan is mijn helpende hand ook perplex. ‘Wat een onbeschofte kerel. Met zijn “er vallen ook Boeings uit de lucht, mevrouwtje,”‘ verzucht ze verbijsterd. We zijn uitermate bizar te woord gestaan door deze hofleverancier. Met een lachje op zijn gezicht braakt de man de meest walgelijke onzin uit.

Zo ligt het natuurlijk aan Heks, dat de koelkast het heeft begeven. Na drie jaar. Want er lag water in en daardoor heeft het ding te hard moeten werken. Ik heb hen onlangs gevraagd het gaatje van de afvoer door te prikken, want er lag inderdaad water onder de groentelades. Ze waren toch in Huize Heks om een wasmachine af te leveren…

‘Oh, gaat u zo beginnen? Misschien heeft uw medewerker mijn koelkast wel kapot geprikt!’ pareer ik zijn geneuzel. De man beweert de raarste dingen. Maar het gegeven, dat een koelkast met een beoogde levensduur van 10 jaar niet zomaar na drie jaar kapot mag gaan vindt geen weerklank.

De man gaat het met zijn collega overleggen. Na lang aandringen van onze kant. Hij neemt nog contact op.

‘Die man is inderdaad een erg onbeleefd, Heks,’ verzucht Rozenhart, ‘Hij kan volstrekt niet met mensen omgaan. En dat schampere lachje bij al die vreselijke dingen die hij uitkraamt,  maakt het er allemaal niet beter op.’

‘En jou dan ook nog de schuld in de schoenen proberen te schuiven, weinig professioneel. Dat verwacht je niet van een hofleverancier! Die man moeten ze eigenlijk helemaal niet met klanten laten interfereren….. Liebherr heeft een hele goeie klantenservice, laten we hen gewoon eens bellen….’

Zo gezegd, zo gedaan.

‘Natuurlijk kan dat niet zo maar, daar moeten we een oplossing voor zoeken,’ roept de Liebherr-dame aan de telefoon direct. Ze komt met allemaal coulance-regelingen aanzetten. Niks Boeings vallen ook bij bosjes uit de lucht. Dit mag niet zomaar gebeuren!

Op aanraden van zowel de dame als de winkel schakel ik de koelkast in elk geval een dag helemaal uit. Misschien wekt dat hem weer tot leven. Maar nee, het blijkt de nekslag. Hierna doet het onding helemaal niets meer. Ik gooi voor een godsvermogen eten weg.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Intussen zit Heks alweer bijna een week zonder koelkast. Morgen komt er iemand van de winkel om te kijken of ze er iets aan kunnen doen. Ze hebben geen haast. En intussen maakt het ook niks meer uit. Alles is toch al bedorven.

Met de monteur van Liebherr heb ik voor de zekerheid een afspraak gemaakt voor komende donderdag. De winkel gaat het ongetwijfeld niet oplossen. Ik zie die bui al hangen. ‘Als het aan de fabricage ligt krijgt u een nieuwe koelkast. U betaalt dan alleen de jaren, die u hem al heeft gebruikt, 3,25 in uw geval. We gaan uit van 10 jaar probleemloos gebruik…..’

Er gaat altijd wel weer iets mis in het leven. Ontploft niet je wasmachine, dan raakt je koelkast wel van de kook. Of je hond krijgt iets geks. Je kat raakt zoek. Of je krijgt Corona.

Iets dat ik beter niet kan krijgen. Ik overleef dat waarschijnlijk niet. Met dat ellendige krakkemikkige immuunsysteem van me. Of ik doe er drie jaar over om er bovenop te krabbelen. Ook geen prettig vooruitzicht……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De een z’n poot is de ander z’n brood. Heks is als de dood: Oplossende gewrichten en een stomp op je brood. Dreigende amputatiestrop: Kous op de kop voor geen kap op de kop…..

©Toverheks,com

©Toverheks,com

‘Mevrouw Toverheks, goedemorgen. Uw afspraak kan niet doorgaan. De mondhygiëniste is onverwacht ziek geworden. ….’ Heks zit daas in haar bed met een kopje koffie. Onverwacht. Ja, huh. Wat is dat nu weer voor’n zinsnede?

Ja, je wordt geheel volgens protocol ziek…..Je ziet het van mijlenver aankomen! En dan maak je nog snel op de valreep een afspraak om half negen ’s morgens met Heks…… Ik werd gisteren aan het eind van de middag gebeld of ik op dit onmenselijke tijdstip zou willen komen om eens grondig mijn bek te laten uitschrobben…..

Mopperig drink ik mijn koffie dan toch maar op. Slapen zit er niet meer in, daarvoor heb ik mijn ogen alweer iets te lang open.

Nu, dan ga ik maar eens een blogje produceren. Het mag wel weer eens.

Ja, wat zal ik eens schrijven? Er is genoeg te vertellen, maar weer zo’n kloteverhaal. Over een hondje met een grote open wond aan zijn knie. Een gapend gat vol schroeven en metalen plaatjes. Een bionische knie in een middeleeuws gruwelgat.

Het begon allemaal anderhalve week geleden met een grote natte plek op de buik van VikThor. Vrijdagavond natuurlijk. Heks schrikt zich een ongeluk.

Zaterdagmorgen zit ik bij de weekendarts in Rijswijk. Een spoedafspraak ook nog eens. Ik hoor de kassa rinkelen, terwijl de arts beweert niets voor me te kunnen betekenen. Ze geeft me een tube honingzalf. ‘Is de kap af geweest?’

Ja, die kap is wel eens af geweest. Heks kan niet liegen. Heel eventjes. Om een kluifje te eten bijvoorbeeld. Maar altijd onder toezicht. Likken aan de wond zit er gewoon niet in. Heks is een strenge cipier. De arts lijkt het niet te horen.

‘Er lag opeens een plas pus en bloed op zijn buik…’ herhaal ik nog maar eens hoe deze ellende begonnen is. In de door haar geproduceerde verslagen staat dat mijn hond aan zijn wond heeft gelikt. ‘Het is volgens mij van binnenuit gekomen….’ is nergens terug te vinden.

Heks weigert het pand te verlaten zonder antibiotica. De kuur is net een dag beëindigd en dat lijkt me een onverstandig moment. Met pusuitbraken uit een post operatieve wond. Het meisje belt met de chirurg. Ik krijg uiteindelijk penicilline mee.

Ik bekijk de dienstdoende dierenarts eens goed. Kleine kinderlijke vlechtjes steken uit aan weerszijden van haar volwassen hoofd. Een dot paarse verf is lukraak door iemand op haar achterhoofd gekwakt in een dolle bui.  Heks kan zich niet voorstellen, dat hier een kapper verantwoordelijk voor is.

Haar weifelende houding doet de zaak ook al geen goed. Met een tubetje zalf en wat pillen ga ik weer naar huis. Als ik met mijn bril op mijn neus de wond bestudeer zie ik dat er aan de bovenzijde een piepklein kogelrond gaatje is ontstaan. Achter het gaatje zie ik schroefjes glinsteren…..

Brrrr.

De volgende morgen is het gat vertienvoudigd. Een jaap van een centimeter gaapt me tegemoet. Heks spoed zich weer naar de dierenarts. Hopelijk heb ik nu iemand met verstand van zaken. Maar nee. Zwarte vlechtjes en paarse verf. Weifelende expertise. Er wordt telefonisch overlegd met de chirurg. Heks keert onverrichter zake weer naar huis. Niks aan te doen. Afwachten maar.

Een dag later zit ik bij de chirurg. Ik krijg op mijn flikker, omdat de hond zonder kap ongelimiteerd aan zijn wond zit te likken in Huize Heks. Dat heeft vlechtje in haar rapport geschreven. ‘De wond kan lelijk infecteren en dan lost het gewricht helemaal op. Het kan amputatie tot gevolg hebben,’ smijt de man naar mijn arme bezorgde kop.

De wond wordt gespoeld. Er komt bagger uit. Er wordt een monster genomen voor een kweek…… Dat alles had best een dag eerder mogen gebeuren…….

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Na een paar uur springt de wond verder open. Ruim twee centimeter bloederige slijmerige narigheid. Met schroeven en moeren voor de variatie.

Midden in de nacht rijd ik weer naar Rijswijk. De weg is leeg. Het scheelt enorm veel reistijd. Geen brug open. Geen knooppunt Lammenschans. Geen langzaam rijdend of stilstand verkeer op de A4.

De waarnemend dierenarts luistert naar mijn litanie. Over hoe ik het al dagen moet uitzoeken met die hond. Over mijn gevecht om antibiotica te krijgen in een situatie waarin dit bepaald geen luxe is. ‘Een dag later hoor ik dan dat het mijn hond zijn pootje kan kosten. Krijg ik op mijn sodemieter! Maar het hele weekend kan ik het lekker uitzoeken, sta ik er voor mijn gevoel helemaal alleen voor….’

Een halve dag later zit ik weer bij de chirurg. Hij is aanmerkelijk vriendelijker. Geen enge verhalen om me de stuipen op het lijf te jagen. De wond wordt gespoeld. Er komt minder bagger uit.

Een dag later zit ik bij een andere chirurg. Deze man is niet louter een techneut. Hij bezit ook het vermogen om dingen te communiceren. Hij legt me uit, dat het nu een kwestie van afwachten is. De wond moet uit zichzelf dicht gaan.

Ja. Hoe dan? Dit gapende gat?

Vrijdag ben ik al weer bij dezelfde man op consult. In de wachtkamer zit een men met hond zonder kap. Het beest is net de week ervoor aan zijn knie geopereerd. ‘Ach, die kap doe ik niet op als ik er bij ben. Bladiebla….’ Ik denk aan de preek, die ik over me heen gekregen heb onlangs, terwijl mijn hond altijd met zijn kap om zit!

Zaterdagavond bel ik opnieuw in paniek naar de weekenddienst. Een nietje, dat de wond een beetje bij elkaar hield is nu ook nog eens losgeschoten. Help!

Uiteindelijk berust ik maar in de ellende. Ik duw grote hoeveelheden honingzalf in het gapende gat. Ik houd de wond en alles er omheen, zoals de bench en de vloer van mijn huis, heel goed schoon. Ik ben in een echt authentiek Dettolvrouwtje veranderd.

Waar ik er normaal gesproken altijd een voorstander van ben dat kids af en toe een schep zand eten, goed voor de opbouw van een gezond immuunsysteem, nu smeer ik de hele vloer in met dit stinkende goedje. Mijn huis ruikt als een eersteklas kinderziekenhuis.

Ik leg me neer bij de grootte van de wond. Niets aan te doen. Het moet langzaam helen.

Ik regel dat de vaste oppas van VikThor een dagje op hem past en ga lekker naar de Heksenschool. De eerste dag van de gevorderdenopleiding. Mijn magische zusters gaan direct aan de slag met mijn hondje hebben ze me verzekerd. Oh, wat fijn. Wat een opluchting.

Zo gaat het dus met mijn blaffende vriend. Mijn lieve schat. Geduldig laat hij zich de behandelingen welgevallen. Braaf werkt hij mee met al het gefrut aan zijn lijf. Drie/vier keer per dag sjouw ik hem de trap af, naar buiten.

Heks is intussen natuurlijk gek van de pijn in haar lijf. Ik ben niet bepaald gebouwd op gewichtheffen. Voor niemand zou ik de ellende in mijn donder overhebben. Behalve voor mijn ventje natuurlijk. Mijn trouwe vriend. Ik wil dat hij weer alles kan doen met dat pootje.

Hij loopt er overigens geweldig op. Sleurt me als het even kan de hele steeg door. Hij heeft nauwelijks pijn meer aan die poot!  ‘Mevrouw Toverheks, biotechnisch is de operatie geweldig geslaagd…..’ aldus de techneut.

©Toverheks,com

©Toverheks,com

 

Magische boom komt zonder schroom wonen in mijn heksenhuis, voelt zich er direct ook thuis. Fluistert zijn naam zonder dralen. Vertelt zonder omhaal wonderlijke verhalen. In de taal der talen: Kerstbomentaal.

‘Ik vind het prima, Don, blijf maar lekker thuis met kerst, in je eigen holletje. Ik ga ook niks bijzonders overhoop halen. Ik wil eigenlijk wel een kerstboom, maar ik zie mezelf niet dat ding naar binnen slepen en vervolgens optuigen.’

Heks zit met haar oude vriend aan de telefoon. Het is zondagavond. Anderhalve week voor kerst. De kogel is door de kerk, hij komt niet met de feestdagen deze kant op. Hij krijgt het niet voor elkaar. Heks is opgelucht. Ik ben bang om mezelf te verliezen in de voorbereidingen. Met een lijf dat niet wil.

Maar ja. Ik wil wel een boom dit jaar. Een enorme boom, waar al mijn ballen in passen….

Maandagmorgen haast ik me met VikThor naar een parkje. Mijn hulp staat over een half uur op de stoep en er moet nog gepoept worden. Door mijn lekkere stinkhondje. Enthousiast kwijt hij zich van zijn belangrijke taak. Heks zoekt zich vervolgens een ongeluk naar die drol tussen alle rottende bladeren en de flirterige veertjes van de tot monsterachtige hoogte opgeschoten moerascipres.

Met mijn hondje, zijn vacht vol flirtveertjes, spoed ik me weer naar huis. Ik rijd langs mijn bloemenman op het Noordeinde.  Op zijn stoep staat mijn droomboom. Ik had hem op de heenweg niet gespot, maar vanuit deze hoek springt hij in het oog. Mijn oog. Een reus. Grote dikke takken. Bijna drie meter hoog…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik parkeer mijn fiets en ga er eens naast staan. Steek mijn armen in de lucht. Zo ben ik ongeveer twee meter dertig. Minstens. De boom is beduidend hoger. Ik schat het verschil tussen mijn uitgestrekte gestalte en de boom. ‘Kunnen jullie een stuk afzagen en de boom in mijn standaard zetten? Behoort thuis bezorgen tot de mogelijkheden? Wat kost hij eigenlijk?’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een zwaar verliefde Heks hoort de absurd lage prijs voor deze joekel. ‘Ik kon een partij goedkoop krijgen, maar ik wil er vanaf. Deze is inderdaad wel erg groot…. Waar woon je?’

Een uur later fiets ik nog een keer op en neer met mijn enorme kerstboomstandaard. De stam past er met gemak in. Terwijl de bloemenman nog een stuk van de onderkant af zaagt , raken we aan de praat.

‘Wanneer kom je nu bij ons koor?’ mekkert Heks voor de zoveelste keer. De bloemenman heeft een juweel in zijn keel. Ik weet dat, omdat hij als jongeman zo’n veertig jaar geleden altijd heerlijk stond te zingen onder het draaien van boeketten. Tegenwoordig zingt hij minder. Maar hij kan het nog prima!

‘Dat vroeg een andere klant laatst ook al. Een man. Ik ga in januari een keertje kijken bij zijn koor.’ De schrik slaat me om het hart. Gaat nu een ander koor er met deze fantastische countertenor vandoor? ‘Was het een hele lange man met een baard?’ vraag ik hoopvol……

‘Ja,’ de bloemenman kijkt me perplex aan. ‘Ha, dat is de penningmeester van ons koor, ik had hem gevraagd om hier eens een bloemetje te kopen en een balletje op te gooien over meezingen met dit fantastische oratoriumkoor…..’ lach ik opgelucht. Mijn tactiek heeft gewerkt! De penningmeester heeft hem over de streep getrokken!

Zo komt mijn bloemenman aan het begin van de avond de boom afleveren. Jeetje, wat is de spar groot. En breed! Hij past nauwelijks door de voordeur.

Samen met mijn buurman sjouwt de zingende bloemenverkoper hem de trap op en mijn overvolle heksenhuisje in. Verbluft kijkt hij naar al die teringzooi. De boom wordt op de leeggemaakte plek voor de spiegel geplaatst. Hij past precies tussen vloer en plafond. De piek buigt een beetje om, maar die gaat er dan ook af.

De hele woonkamer staat vol boom. Ik lieg niet als ik zeg dat het ding zeker 1 meter 80 doorsnee is!

©Toverheks.com

‘Ons koor heet Ex Animo, niet bij een ander koor gaan zingen, hè,’ roep ik bij het afscheid. De buurman kijkt verbaasd. Waar hebben die twee het over. ‘Nee, hoor, ik kom naar jullie koor,’ lacht mijn bloemenvriend. Luid zingend sprint hij de trap af. Een prachtig helder geluid vult het hele trappenhuis. Buurmans mond zakt open.

Rozenhart heeft de afgelopen middag alle dozen met kerstspullen uit de berging gehaald. Wel tien dozen staan opgestapeld in de hoek bij de piano. Ook in de keuken staan nog een paar kratten. Vol leuke engeltje en lichtjes voor op de keukentafel.

Die avond hang ik de lampjes in de boom. Vervolgens kan ik het toch niet laten om er alvast wat ballen in te hangen. Het is zo lekker rustig. Ik ben zo heerlijk aan het rommelen. Bal na bal verdwijnt in het groen. Het wordt later en later. Om half twee hangen alle versieringen in mijn nieuwe huisgenoot.

Uitgeput val ik in mijn stoel. Ik heb accuut medicinale cannabis nodig, want au, au, au. Zo lang ik bezig ben kan ik de pijn negeren. Maar nu ik rustig onder die prachtige boom zit, crepeer ik werkelijk van de pijn. Ik gooi er nog wat pijnstilling tegenaan. Smeer mijn hele rug en nek in met Voltaren emugel. Na een uur ben ik weer een beetje uit de ergste kreukels….

Hondje uitlaten. Bijkomen daarvan. Nog een uurtje bij de boom zitten….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Opeens gaat de boom tegen me praten. Terug praten, want ik klets al uren de oren van zijn kop. Hij vertelt hoe de bomen in het kerstbomensprookesbos zich ernstig zorgen begonnen te maken. Al twee jaar geen boom in Huize Heks. De meest geambieerde plek onder alle bomen in heel kerstbomensprookjesland.

‘Elke kerstboom droomt erover om in Huize Heks terecht te komen,’ mort mijn nieuwe bomenvriend, ‘En dan besluit jij om alleen een paar stomme takken op een paspop te hangen. Schandalig natuurlijk. Gelukkig ben je tot inzicht gekomen…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het kerstmannetje van mijn vader mengt zich in het gesprek. ‘Je oudeheer vond het ook niks, Heks. Hij heeft deze reusachtige boom op je pad gezet.’

Ja, dat kun je wel zeggen. Ik kon werkelijk niet om die boom heen. Nog steeds niet trouwens. Elke keer dat ik mijn woonkamer in loop schrik ik me een plezierig ongeluk, zo groot is hij.

Stilletjes luister ik naar mijn boom. Zing een bomenlied. Dan vertelt mijn nieuwe vriend zijn naam. Een teken van diep vertrouwen. Het is een hele mooie naam, een echte bomennaam, vol sissers, vreemde vaagklinkers en plofploppers.

Een dag later denk ik nog eens na over de naam, die boom me gaf. Het is tevens een wens ontdek ik, als ik goed luister naar de fonetische uitspraak van deze magische sis-plof-bomennaam.  Een prachtig mantra voor het nieuwe jaar.

Vrij vertaald: ‘Je bent goed zoals je bent. Helemaal prima de luxe en ok. Olé!’

Ik bel de Don. ‘Mijn boom staat, kijk maar naar de appjes met foto’s, die ik je heb gestuurd. Hij is gigantisch!’ schreeuwt Heks enthousiast in de hoorn. Na al die inspanningen ben ik helemaal hieperdepieper.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De Don is sprakeloos. Ook hij wordt helemaal blij van deze enorme kerstboom. Vol licht en magie. Opeens bespreken we weer de mogelijkheid om samen kerst te vieren. We slaan spijkers met koppen. ‘Ik kom de middag voor kerst naar je toe Heks.’

Mijn magische kerstboom vol elfjes, hondjes, engelen, kerstmannetjes, lichtjes en versieringen, die wonderboom met de inspirerende naam heeft ons in 1 klap genezen van onze winterdip.

Heks heeft nog ruim een week om bij te trekken van dit krankzinnige karwei, mijn lijf ligt volstrekt in de vernieling natuurlijk. ‘Gelukkig zijn die kerstballen heel licht. Het is eigenlijk een prima training, Heks,’ grapt mijn fysiotherapeut, als hij me vakkundig martelt.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks heeft het ervoor over. Zielsgelukkig zit ik onder mijn boom. Ik zing liedjes voor mijn nieuwe huisgenoot. ‘Hij staat alleen nogal scheef, Don. Tijdens het optuigen is hij steeds meer voorover gaan hangen…… Ik heb hem maar met een paar vislijnen aan de boekenkast vastgetimmerd. Ik hoop dat hij niet omvalt….’

Zo blijft het een beetje spannend allemaal. Mijn amoebe-bestaan de boom in!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Geniepige knijpertjes met pijnlijke grijpertjes en mopperige kloppertjes teisteren Heks. Het blijft iets geks. En nog steeds geen seks. Dat is dan weer jammer.

Vrijdagmiddag na de val van mijn fiets moet ik nog van alles doen. Ik ben dan wel weer in bed gekropen, maar niet voor lang. Ik heb zekere verplichtingen. Zo is er de afspraak met de psychologe. Die kan ik onmogelijk afzeggen. Dat kan alleen 24 uur van tevoren. Anders komt de afspraak geheel voor eigen rekening.

Zodoende sleep ik me er toch maar heen. Verslagen beantwoord ik allerlei vragen. We zijn nog bezig met de intake en misschien moet ik toch weer op zoek naar een andere praktijk. Eentje met een contract met mijn zorgverzekeraar.

‘Heks, ik heb een klein uur aan de telefoon gezeten met Nationale Nederlanden. Misschien val je onder een andere regeling, omdat je zo’n peperdure verzekering hebt,’ Rozenhart belt me ’s middags op, ze heeft haar tanden in de zaak gezet…. ‘Daar zit een restitutieclausule in. Als de praktijk aan de volgende vijf voorwaarden voldoet krijg je de behandelingen toch vergoed….’

Er volgt een waslijst eisen. Braaf schrijf ik ze op. ‘Ik ga het navragen. Anders blijf ik tot het eind van het jaar bij deze club en wissel in januari naar een ander. Zodra het weer kan binnen al die hopeloze regeltjes van de zorgeverzekering. Ik ga onder geen beding nu ophouden met therapie. Dan kost het me maar geld. Ik ben net zo blij, dat ik ergens binnen ben en dat het klikt met de psychologe….’

Gelukkig kan Heks het betalen. Ook al geef ik het natuurlijk liever uit aan iets leuks. Een luxe vakantie bijvoorbeeld.

Na de sessie ga ik even langs de kringloop. Ik heb een nieuwe ballenbak nodig voor VikThor. En ook een paar glazen vazen voor mijn orchideeën. Vraag me niet wat me bezielt om met een lamgeslagen bont en blauw lijf met spullen te gaan lopen slepen. Feit is dat ik het doe.

Blijkbaar doen de diverse pijnstillers hun werk. Ik fiets ook nog een rondje om de Singel met VikThor. Ga bij de apotheek langs voor pijnmedicatie. ‘Mevrouw, we hebben geen recept ontvangen,’ beweert de apothekersassistente. Alles gaat nu eenmaal mis vandaag.

Intussen begin ik weer erg veel pijn te krijgen. Ik moet die pillen hebben voor het weekend. ‘Maar ik slik dit al jaren dagelijks. Gisteren is er een recept naar jullie gefaxt. Ik ben er echt helemaal doorheen….’ Ik zal die krengen meekrijgen.

‘Nee, ik heb het overlegd, We mogen dat niet meegeven zonder recept,’ herhaalt de apothekersassistente zichzelf. Heks ontploft inwendig. Kleine zwarte wolkjes woede stomen uit mijn oren. Ze drijven een wig tussen mij en de assistente.

Dan zie ik de apotheker achterin de ruimte rond stommelen. ‘Mevrouw, mag ik iets vragen, ik ben van mijn fiets gevallen en helemaal bont en blauw. En nu heb ik die pijnstillers echt nodig, maar ze zijn helemaal op. Ik slik die dingen al jaren. Dat kunnen jullie zo zien in mijn status. Maar er is iets misgegaan met het faxen van het recept…..’

Ik praat als Brugman en krijg 3 pillen mee naar huis. Bij wijze van extreme uitzondering. Hoera.

Maandag maar weer achteraan bellen. Ziek zijn heb je een dagtaak aan. Het is in elk geval niet voor watjes.

Thuisgekomen zak ik neer in mijn stoel. Ik ben ellendig koud en misselijk. En bont en blauw. Langzaam stijf ik op als een kwarktaart. Na een klein uur kom ik nauwelijks nog overeind. Ik hompel door het huis. Kruip dan maar zonder eten in bed. Eet midden in de nacht toch nog wat van de rijsttafel, die ik eerder deze week heb gehaald.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Strompel met grote moeite de trap af voor een laatste uitlaatronde. Loop honderd meter door de steeg en ga dan maar weer terug…… Het is echt geen doen.

Hoe moet dat nu morgen?

De volgende ochtend komt Steenvrouw op de koffie. Ze neemt mijn Smurfje ruim een uur mee naar een park en naar de markt. ’s Avonds fiets ik dan maar weer zelf naar een stuk groen hier in de buurt.

Zondag haalt Vlinder mijn ventje op voor een uitgebreide wandeling. Ook nu fiets ik ’s avonds nog een rondje Singel. En ook vandaag komt Vlinder mijn kereltje uitlaten. Door de stromende regen komt ze helemaal uit Zoeterwoude om me te helpen!

Heks heeft er intussen nog een vage griep bij gekregen. In mijn buik knijpen allemaal kleine groene monstertjes met gemene knijpvingertjes venijnig in het gevoelige zenuwrijke weefsel van mijn dunne en dikke darm. In mijn kop kloppen andere rotzakjes met minuscule hamertjes tegen de binnenkant van mijn kaalgeslagen schedel. Mijn herseninhoud lijkt finaal verdwenen…..

Ik slaapwaak de dagen door. En opeens is het alweer maandag. De knijpertjes knijpen nog steeds geniepig in mijn ingewanden. De kloppertjes kloppen trager en vager, maar onmiskenbaar op de achtergrond tegen mijn baalkop.

De man van de scootermobiel komt langs met een stapel papieren. Oh, wat lijkt hij toch op de kattenfluisteraar van TLC! Ik teken twee exemplaren van het plan om Heks aan de mobiel te krijgen. Of beter gezegd op de mobiel. De scootmobiel.

‘Het zal nog we eventjes duren voordat het helemaal rond is, vrees ik,’ somber ik tegen de man. Ik hik er vreselijk tegenaan. ‘Misschien is dat maar goed ook. U heeft die tijd gewoon nodig om aan het idee te wennen, antwoordt de kattenfluisteraar met zijn geruststellende stem.

Hij aait alle katten en spreekt ze vriendelijk toe. Dan trekt de katten-superman zijn flitsende regencape weer aan en spoedt zich naar het stadhuis.

‘Ik heb zometeen een overleg en ga direct werk maken van uw scootermobiel,’ roept hij over zijn schouder, ‘Want het moet niet te lang meer duren. U valt niet zomaar steeds van uw fiets…..’

 

 

Is de Wet van Murphy in werking als ik zondagnacht noodgedwongen de hulp van mijn beste vrienden inschakel? We schelden vaak op deze medemensen, vooral als ze ons op de bon slingeren, maar Heks is blij dat er politie is! Vooral in het holst van de nacht. Tijdens het spookuurtje. Als ik mijn huis niet in kan…….

Zondagmorgen vliegt Heks op haar ouwe trouwe bezemsteel naar de hoofdstad. Uit alle windstreken komen mijn zusters aangesneld. Sommigen met openbaar vervoer, anderen net als Heks op een eigen bezemsteel. Rond kwart voor tien is iedereen geland. Kwekkend en kwakend slaan we nog snel wat koffie naar binnen. Dan is het echt tijd: De Heksenschool begint weer.

Een hele dag werken we met het dodenwiel. We leren de godinnen van het westen kennen. Tijdens de uitgebreide lunch vliegen de magische verhalen je om de oren. De dag vliegt ook al voorbij. Om vijf uur tuf ik richting Leiden. De weg is hoegenaamd leeg. Alle stoplichten springen op groen. Binnen een goed uur heb ik zelfs mijn hondje opgehaald bij de oppas. Uitgekacheld zijg ik neer in mijn leunstoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Goeie genade. Heks is op. Het was al niet veel om te beginnen vanmorgen. Na een slechte week moesten alle zeilen worden bijgezet, om de opleidingsdag te volbrengen. En hoewel het heerlijk was om iedereen weer te zien, ben ik blij, dat ik in mijn stoel zit. Uitgeteld. Opgesoupeerd.

Om een uurtje of half vier ’s nachts schrik ik klam van het zweet wakker uit een vreemde droom. Ik lig aangekleed op bed. Televisie aan, lichten aan….. VikThor op het voeteneind. Alle katten om me heen of bovenop me. Heb ik al gegeten? Ik geloof het wel. En daarna in slaap gevallen voor de beeldbuis…….

Ik trek een jas aan, plant een parmantig hoedje op mijn duffe hoofd. Mijn nog slapende voeten glijden in een paar enorme regenlaarzen. ‘Drakenlaarzen, Heks. Goh, wat zijn ze mooi!’ aldus een medeheksje vandaag op de opleiding.

Even later sukkel ik door de steeg. Beetje raar tijdstip voor een uitlaatronde, maar niet uitzonderlijk in geval van Heks. Ik kom wel vaker energie te kort voor de avondronde. Hoe vaak val ik niet voor de televisie in slaap na het eten? Het gebeurt me dan ook regelmatig, dat ik op dit uur aan de wandel ben. Met enige regelmaat in pyjama……

Als ik bijna thuis ben, haal ik mijn sleutelbos tevoorschijn. Mijn oog valt op de voordeursleutel. Wat ziet het ding er vreemd uit, helemaal verbogen. Raar. Het slot van de voordeur gaat al tijden heel erg zwaar. Het lijkt wel of de deur is uitgezet door de hitte. Mijn lamme armen hebben hun handen vol om de deur open te maken tegenwoordig.

‘Ik moet voorzichtig te werk gaan met die kromme sleutel,’ denk ik nog. Dan breekt het onding af in het slot. Ik heb nog niet eens geprobeerd om em om te draaien…….

Daar sta ik dan midden in de nacht. Buitengesloten. Helaas heb ik de balkondeur dicht gedaan, dus een klimpartij via het schuurdak gaat zeker niks opleveren. Zal ik mijn buurman wakker bellen? Hij heeft een reservesleutel. Maar die kan toch niet in het slot worden gestopt. Daar zit immers dat afgebroken stuk…..

Mijn telefoon ligt binnen, mijn bezemsteel staat binnen…….

Goddank woont Heks midden in de stad vlakbij het politiebureau. Daar wandel ik dan ook maar heen. ‘Help,’ roep ik door de interkom, ‘Ik zit in een lastig pakket, ik liep de hond uit die laten…..’ De agent achter in het bureau zet grote ogen op. Hij trekt een gezicht naar zijn collega.

Heks kan dat allemaal niet zien natuurlijk. Ik sta op een doodstille gracht tegen een muur te praten voor een uitgestorven hermetisch gesloten politiebureau. Dan hoor ik helemaal niks meer. Vervolgens zie ik een kaal hoofdje achter in het pand over de balie gluren, of Heks en haar hondje daar echt staan. Ze worden toch niet in de maling genomen?

‘Loopt u maar naar uw huis, mijn collega’s komen er aan. Met een ladder. U weet echt zeker, dat uw keukenaam open staat?’

Heks holt op een sukkeldrafje naar huis. Intussen ben ik weer aardig wakker. Mijn duffe sprint jaagt de laatste slaap uit mijn ogen. Met bonkend hart, zweterig en verhit scheur ik mijn steeg in. Voor me uit rijdt een politiebusje. Ze rijden flink door, vandaar mijn gejakker.

Niet veel later ben ik omgeven door agenten. Uit het busje komt een solide ladder. De dienstkloppers schuiven het ding uit, tot het juiste formaat om mijn keukenraam te bereiken. Er komt een tweede politieauto bij. Politiemannen en een incidentele vrouw bevolken de steeg. Er wordt flink overlegd. ‘Heks, klim jij maar naar binnen…..’

Even kijk ik verbaasd op. Ik wil best die ladder opklimmen, maar ik ben er niet echt op gekleed, met mijn lange jurk en rubberlaarzen. Ook ben ik uitermate wiebelig van vermoeidheid. Ik had eigenlijk begrepen, dat een agent dat zou doen, dat klimmen op een gammele ladder. Want hoe stevig de ladder ook is van zichzelf, leunend tegen een vensterbank op vier meter hoogte is het toch een heel ander verhaal…….

En hoe komen ze eigenlijk bij mijn voornaam?

Maar de agent heet Heks, net als Heks. Het is ook een mannennaam namelijk, mijn rare en zeldzame voornaam. Wat toevallig toch weer. Eenvoudig doch complex. Heks is perplex van dit Yin/Yang effect binnen de queeste van haar nachtelijke buitensluiting.

Dus terwijl Heks perplex staat te kijken klimt Heks nummer 2 door haar keukenraam naar binnen. ‘Waar vind ik een reservesleutel?’ roept hij naar beneden. Ademloos kijkt Heks toe. Het is een ongelofelijk lekker ding.

‘De sleutelbos met een smiley er aan,’ roept zijn collega, nadat ze die informatie uit een zwaar afgeleide Heks heeft gekregen. Binnen een paar minuten staat de agent weer buiten met sleutelbos. ‘Ik heb de deur opgelaten, want die afgebroken sleutel zit er nog in. U moet morgen direct een slotenmaker laten komen…..’

Zo zit Heks om half vijf weer lekker in haar huis. God, wat ben ik blij. Gek ook, dat die sleutel precies op zo’n ongelukkig tijdstip afbreekt. Bizar als je bedenkt hoe vaak ik op de meest normale tijdstippen die deur gebruik…..

De volgende dag ga ik op zoek naar een slotenmaker. Ik vraag een offerte op, wil al afspreken met Beun de Haas en Co, als ik me bedenk, dat ik ooit vreselijk de mist in ben gegaan met een malafide slotenmaker, die ik had opgeduikeld in de Gouden Gids. Het is alweer eventjes geleden.

De man zette een nieuwe cilinder in het slot van mijn bergingsdeur. Toen ik later de deur open deed, viel hij op mijn hoofd. Bleek de man de scharnieren te hebben gemold, om de deur uit de sponning te kunnen lichten.

De klungel had geen enkel expertise met het repareren van sloten. Hij had echter wel een flink bedrag gerekend. Toen ik telefonisch verhaal ging halen, werd ik door zijn doorrookte medewerkster (zijn vrouw? ) bedreigd. Ik heb ook nooit kunnen achterhalen, waar het ‘bedrijf’ was gevestigd…….. (waarschijnlijk in het vervallen busje, waarin de man rond reed)

Ik bel de woningbouwvereniging. Ik heb uiteindelijk een duur onderhoudscontract met hen, waar ik nooit gebruik van maak. ‘Vervangen van cilinders in sloten valt niet onder het onderhoudspakket, maar we kunnen het wel voor u doen…’ Vooruit maar. Laat maar een mannetje komen. Ik vraag direct nog een paar reparaties aan bij de vrouw. Als ik de hoorn op de haak leg, gaat de bel.

‘Wat ongelofelijk snel,’ de slotenmaker staat al voor de deur. In no time heeft hij de cilinder vervangen. Op mijn verzoek kijkt hij het slot nog even na. ‘Het gaat zo zwaar, al een tijdje. En met de nieuwe cilinder voel ik eigenlijk geen verschil….’

‘Mevrouw Heks, u heeft geluk. Het hele slot is kapot. Ik zal er een geheel nieuw exemplaar in zetten en die rekening is uiteraard voor Portaal. U kunt hier namelijk niets aan doen. De sleutel is afgebroken, omdat het hele slot niet deugt! Het ding is oud en versleten. De deur sluit hierdoor niet meer goed…..’

Even later zit het gloednieuwe slot in de deur. De man vijlt net zo lang aan de diverse  onderdelen, tot het geheel moeiteloos sluit. Heks zit gezellig op de dekenkist te klessebessen met de man. Het is een hondenman met sterke verhalen. Ijzersterk…….

‘Mijn nichtje heeft zus en zo jachthonden. Een stuk of acht. Werd ze een keertje tijdens een wandeling aangerand, heeft ze die honden om die vent heen gezet. ‘Niet bewegen, meneer, want dan bent u er geweest,’ liet ze hem doodsbang achter in het bos met die honden. Kortom: De politie erbij gehaald en die vent opgepakt. Bleek hij al een heleboel dames te pakken te hebben gehad…..’

‘Stond een vent in te breken in mijn huis, politie gebeld….. Wilden niet komen, omdat de man nog niet binnen was. Gekkenhuis natuurlijk…… Ik heb een vrouw en kleine kinderen, wat denken ze wel? Later bleek het om een bende van zeker vijf man te gaan!

Heb ik tegen die agenten gezegd, ik ben die en die. Waren ze zo ter plekke. Ik heb namelijk een wapenvergunning, dus wapens in huis….. En dat kunnen ze zo in hun systeem zien, ik sta geregistreerd. Ik laat die inbrekers hier echt niet binnen komen, natuurlijk……. Dat weten zij ook wel, vandaar…..’

Wapens in huis. Brrrr.

Hoewel: Heks heeft een stuk metaal achter de voordeur staan. Hier kom je ook niet zo maar binnen. Ik heb ook eens iemand betrapt op inbreken in mijn huis. Heel creepy. Ik weet ook nog wie het geweest is. Een hele enge stalker, die zijn spooky oogje had laten vallen op die aardige barvrouw in de kroeg waar hij altijd kwam.

Na Heks heeft hij iemand gestalkt, die Heks niet geloofde indertijd. Deze zuipschuit vond mijn verhaal maar onzin. Hij ging onder 1 hoedje spelen met de naarling, alleen maar om Heks te pesten. Waarschijnlijk omdat ze weinig oog had voor de armzalige versierpogingen van deze ontaarde huisvader met vrouw en kind.

Die ongelovige reactie speelde de engerd als het ware in de kaart. Nou, dat heeft Zuipschuit geweten. Aanvankelijk was er niets aan de hand. Toen Heks echter haar baan aan de wilgen hing vanwege deze ontwikkelingen en van het toneel verdween, raakte de man geobsedeerd door deze handlanger.

Opeens stond de man bij hem in de straat te posten, liep hij hem in de supermarkt voor de voeten, probeerde hij ’s nachts bij hem in te breken…… Vervelend voor de drinkenbroer, maar ik was er van af…….

Verhuizen? Verkassen? Moven? Ja leuk! Heks ligt in een deuk. Maar niet heus, het idee alleen al geeft veel stress. Ik ga het dan ook niet doen. …. Reken maar van YES!

Mopperdemopper en scheld scheld word je snel zat. Je krijgt er tabak van. Soms is het de enige mogelijkheid om de onderste steen van de puinhoop in je leven boven te krijgen: Luisteren naar je eigen gemopper. Voor anderen is het natuurlijk een ramp. Verontwaardigde verhalen op verongelijkte toon aanhoren. Men heeft wel wat beters te doen ook.

Heks is ook zat van haar gewauwel. De rust is ook weergekeerd. Mijn hoofd, helder als een grasklokje, is helemaal leeg. De woeste woede is weggewaaid. Niet zomaar. Per ongeluk of ongemerkt. Nee. Mijn onvrede met de gang van zaken de afgelopen weken is in een paar stevige doordachte epistels op weg terug naar af. Naar het behandelend team dus.

Tevens is er een goed doortimmerd verhaal gestuurd naar een klachtenfunctionaris van de betreffende organisatie. Alleen had ik dit nooit voor elkaar gekregen. En al helemaal niet zo snel. Binnen een goeie week heb ik de koers van mijn herstel drastisch gewijzigd. Niet in de neerwaartse spiraal van de onzinnige achterhaalde Nederlandse aanpak van ME: Cognitieve therapie en antidepressiva.

Dat ik nu helemaal niet geholpen word neem ik op de koop toe. Liever geen hulp, dan van de wal in de sloot. Ik red me al jaren min of meer. Je moet soms niet vragen hoe, maar ik loop nog steeds rond te ‘springen’. Ingetaped weliswaar, anders vliegt alles uit de kom.

Liever in mijn eentje door stumperen, dan mezelf van het leven willen beroven door de bijwerkingen van de behandeling. ‘Daar verliezen we mensen op,’ was het commentaar van een behandelaar in het verleden, toen ik maar net aan die bijwerkingen had overleefd.

Liever dwars tegen de stroom inroeien, dan me laten gek maken door de psychiater van Buurtzorg T. Of in de overgave gaan bij diezelfde dame. Ik wil niet in het gesticht verdwijnen met ME.

Liever nog een tijd boos, kwaad, nijdig, dan gesloopt door teveel activiteit en foute pillen worden afgevoerd naar een verpleeghuis. Dat stel ik liever nog een paar decennia uit.

Nu heb ik tegenwoordig een geweldige dame aan mijn zijde strijden. Hoe ik aan haar gekomen ben? Dat snap ik zelf ook niet. De praktijkbegeleidster van mijn huisarts heeft een cruciale rol gespeeld in deze. Zij kent Heks goed, omdat ze jarenlang mijn fysiotherapeut is geweest. Ze weet wat er speelt. Zij heeft dit op 1 of andere manier voor elkaar gebokst.

‘Heks, jij komt heel stevig over, maar van binnen ben je een watje. Die felle mondige buitenkant heb je louter ter bescherming van die zachtaardige binnenkant…..’ reageert ze laconiek, als ik haar vertel over mijn chronische worsteling met de zelf benoemde ‘alpha teven’ uit Leiden en omgeving.

Aanvankelijk hadden mijn nieuwe rechterhand, Rozenhart, en Heks wekelijks ruim een uur de tijd om achter instanties aan te jagen, vervelende achterstallige post te openen, zakken oude kleren uit te zoeken en ga zo maar door. Intussen is de hulp flink uitgebreid. Ze helpt me met van alles en nog wat. Van vakantie voorbereiden tot klachtenbrieven schrijven of een aanrijding afhandelen. Indien nodig pakt ze wat dingen over.

Als mijn hoofd het niet doet gebruiken we haar heldere hersens. Als Heks het fysiek niet meer trekt typt zij de rest van een brief voor me uit. Op slechte dagen krijg ik zo toch nog iets voor elkaar. Belangrijke post blijft niet meer een jaar liggen. Oude kleding verdwijnt opeens in de kledingbak.

‘Ik probeer mijn cliënten altijd zoveel mogelijk hun dingen zelf te laten doen op de manier, die zij willen….’ vertelt ze me afgelopen week. Dit maakt ze helemaal waar bij mij. Bij deze hulpverleenster krijg ik geenszins het gevoel, dat ze me over neemt.

Wat een geluk heb ik met deze dame. Zoals ik ook geluk heb met mijn thuishulp. Die doet de dingen ook zoals ik het wens. En dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt.

Heks is dan ook erg blij met Rozenhart. Ze maakt samen met mijn eveneens geweldige thuiszorg echt het verschil in mijn leven.

Afgelopen week komt er een man van de gemeente praten over een eventuele scootmobiel. Heks zit al lang in tweestrijd hierover. Want het is wel een enorme stap. En ik heb ook dagen, dat ik me prima red op de fiets en lopend. Maar afgelopen winter had ik het slecht en viel ik voortdurend van mijn fiets bijvoorbeeld. Of ik liep door de steeg te strompelen met gewrichten uit de kom.

‘Je moet uitgaan van je slechtste moment,’ tipte iemand met reuma me eens. Hij was daar door schade en schande achter gekomen. Jarenlang presteren boven zijn kunnen had de zaak geen goed gedaan. Heks is ook erg van het niet zeuren en doorgaan. Het laatste wat ik doe is om hulp vragen. Toch moet ik het onderwerp scootmobiel nu gaan bespreken met een mij wildvreemde man.

Tip 1: GA NIET VERHUIZEN!

Door alle toestanden met Buurtzorg T ben ik best zenuwachtig over dit bezoek. Ik overweeg zelfs om het maar af te zeggen. Ik ben gewoonweg bang, wat ik nu weer naar mijn kop zal krijgen.

Maar wie schetst mijn verbazing? De man is echt heel aardig. Met mijn grote zwarte panter in zijn armen komt hij de trap op, ‘Zo, hij was ontsnapt. Ik heb hem maar eventjes meegenomen….’

Hij lijkt sprekend op de kattenfluisteraar van TLC, Jackson Galaxy, maar dan zonder alle piercings en tattoos. Zelfs zijn stem is hetzelfde, alsmede zijn manier van praten. Heks is direct verkocht. Wat een leuke vent!

Ook het gesprek verloopt soepel. Hij stelt geen rare vragen en heeft begrip voor mijn onzichtbare ziekte. ‘Ik heb zelf een onzichtbare aandoening,’ hij vertelt hoe dit zijn leven bepaalt. Als ik hem over mijn avonturen bij Buurtzorg T vertel schudt hij zijn hoofd. Zeer herkenbaar.

Hij begrijp zelfs waarom ik heb gezegd, dat ik wil werken aan het weer gaan zwemmen en vroeger uit mijn bed komen…….  ‘Op een gegeven moment zeg je wat iemand wil horen. Om maar van het gezeur af te zijn…..’

Het gesprek loopt geweldig, maar het gaat nog veel voeten in de aarde krijgen, die scootmobiel. Er moeten weer allemaal onderzoeken worden gedaan. Iedereen wil vervolgens natuurlijk nog eventjes zijn of haar plasje over dit nieuwe dossier doen. Er moeten rapportages komen van huisarts en fysio. Mijn berging moet op de schop. Er moet een deur met een elektrische dranger en een soort oprit naar de gemeenschappelijke berging worden gemaakt……

Het duizelt Heks. Wat komt er veel bij kijken. En dat allemaal voor die paar slechte dagen. Nou, paar…….. Slechte weken en maanden vaak. En ook best regelmatig een slecht jaar, zoals afgelopen jaar.

‘Wil je me in contact brengen met mevrouw Rozenhart van Cuprum?’ vraagt hij tenslotte, als hij ontdekt dat zij me ter zijde staat, ‘Ik wil het met haar gaan hebben over uw verhuizing. Binnen een paar jaar moet dat toch gebeuren, want u kunt hier natuurlijk niet blijven wonen op lange termijn…. met die trap, die u op moet…..’

Nu kost die trap me echt wel eens moeite. Vooral qua energie. Ik stel een ritje naar de berging soms uren uit, totdat ik er de puf voor heb. Maar dat geldt ook voor activiteiten als douchen, eten koken, daadwerkelijk het gekookte opeten en ga zo maar door.

Maar om nu te gaan verhuizen voor die trap. Het idee alleen al. Weet die man wel hoeveel werk dat is, verhuizen? Het staat bovenaan de stressfactorenlijst. En dan met dat overvolle huis van Heks?  Bovendien: Ik wil niet weg! Ik woon hier heerlijk!

Heks begint dus protesterend te pruttelen. Dat ik niet wil verhuizen. ‘Ik verhuis nog 1 keer in mijn leven en dat is naar een aanleunwoning…..’ Liever ga ik ooit tussen een paar planken dit huis verlaten. Maar binnenkort verkassen? NEE!!!!!!!

Heks raakt in paniek. Zit ik me opeens alweer verdedigen tegen iemand van een hulpverlenende instantie! Deze keer, omdat ik niet wil verhuizen.

Als de man ziet, dat het zweet me uitbreekt en ik helemaal begint te stotteren laat hij het onderwerp uiteindelijk rusten. Toch werpt het incident een beetje een smet op het bezoek. Opnieuw word ik overruled in mijn hulpvraag. Ik vraag dit en krijg dat. Ik vraag EMDR en moet aan de pillen. En onder de plak bij een psychiater. Ik vraag een vervoermiddel en moet verhuizen.

Toch is het afscheid allerhartelijkst. De kattenfluisteraar aait nog even alle poezenbeesten. Zelfs de meest schuwe laat zich uitgebreid aanhalen. Ook geeft hij VikThor een beetje aandacht. Echt een schat van een man.

Als ik later aan Rozenhart vertel over de ‘geplande verhuizing’ schieten haar wenkbrauwen omhoog. ‘Verhuizen, waarom????’

‘Omdat hij vindt, dat ik dat beter nu kan doen en niet als ik bijvoorbeeld de trap echt niet meer op kom. Maar wat maakt het uit of ik tegen die tijd de trap wel of niet op kom? Ik ga echt niet zelf de boel verhuizen. Als ik de trap niet meer op kan kruipen, is het vroeg genoeg om hier weg te gaan….’

‘Bovendien gaat zo’n verhuizing me jaren van mijn leven kosten. De stress alleen al. Met mijn kapotte stresssysteem. Dan is het ook nog eens zo, dat ik door al dat hopeloze gemanipuleer van narcisten met grote sommen geld via mijn bankrekening, nooit meer in een woningbouwhuis kan wonen….’

‘Dat recht hebben ze voor me verspeeld. De vrije sector is niet te betalen hier in Leiden. Ik woon hier ook nog eens heerlijk. Midden in de stad. Ik ken iedereen in de buurt. Ik wil ook helemaal niet weggestopt worden in een anonieme flat in een buitenwijk……’

‘Als ik in een huis met een trap naar de bovenverdieping zou wonen, zou ik ook niet gaan verhuizen. Maar ja, dan kun je natuurlijk op een gegeven moment een traplift plaatsen. Volgens de kattenfluisteraar mogen er echter geen trapliften worden geplaatst in openbare ruimtes…..’

Rozenharts zachte gezicht krijgt een vastberaden uitdrukking. Er zit een ijzeren vuist in deze fluwelen dame. ‘Laat hem maar contact met met opnemen…..’ haar gezicht spreekt boekdelen. Heks hoeft niet te verhuizen. Dat gaat ze hem goed duidelijk maken. Op haar vriendelijke rustige manier.

Ik hoef me niet meer tegen dit hopeloze idee te verdedigen.

Zo heeft ook de scootmobiel weer de nodige voeten in de aarde. Zelf hik ik er nogal tegenaan om op zo’n ding te gaan rondrijden. Dan zijn er nog allemaal praktische problemen. Er moeten aanpassingen aan het pand worden gedaan.

Ook moeten er weer allemaal medische rapportages worden opgehoest links en rechts; een ramp als je met ME komt aanzetten. De kattenfluisteraar waarschuwde me al, dat ik moet uitkijken voor het etiket ‘anti-revaliderend’ op de gewenste scootmobiel. Ofwel: ME patiënten moeten worden geactiveerd, dus zo’n luiwagen is niet wenselijk…….

En dan worden er tot slot dingen geroepen als dat ik moet gaan verhuizen……

Zal ik dan toch maar een klein elektrisch scootertje kopen? Een soort opklapbare step met een zadeltje. De goedkope versies mogen niet de openbare weg op. Voor de duurdere heb je een rijbewijs en een kenteken nodig. En een verzekering. Dat rijbewijs heb ik al volgens mij…… Hoe stabiel zijn die dingen eigenlijk? Kan ik er niet eens eentje uitproberen?

Ik begin er toch weer serieus over na te denken…..

Heks lijkt op kabouter Plop met haar overvolle stopverfkop. Nachten spoken en niet slapen. Uit al mijn mouwen kruipen apen. WIL ik dan niet beter worden misschien? Duh…… Al die domme vragen, ik kan wel grienen…….

Heks is toch zo moe. Mijn hoofd zit vol stopverf. Slapen doe ik echter slecht. Elke nacht dool ik doelloos door het huis. Met een kop vol boze gedachtes. Met een hart vol woede.

Het gedoe met Buurtzorg T bezorgt me kopzorgen. ‘Als dit onder provocatie therapie valt zijn ze zeer succesvol,’ somber ik tegen de vrouw, die me met allerlei praktische zaken helpt. We zijn urenlang bezig om uit te zoeken, hoe en waar ik wel de hulp kan krijgen, die ik nodig heb. Die gekke psychiater komt er in elk geval niet meer in hier.

De psychologe belt. Een halve week nadat ik haar een brief met mijn bezwaren tegen de gang van zaken heb gestuurd. Ik ben er intussen achter, dat ik zo snel mogelijk uit dit traject moet stappen en elders opnieuw moet beginnen. Anders kan het niet meer.

Je kunt ook maar 1 keer overstappen naar een andere behandelaar. ‘1 keer per jaar of 1 keer voor altijd?’ vraagt de dame van Cuprum, die me bijstaat in deze medische jungle. Ze zit wel een uur met mijn ziektekostenverzekeraar aan de telefoon over deze ingewikkelde materie.

De psychologe belt om orde op zaken te stellen. Het is een schat van een meid. Zachtaardig en vriendelijk. Geduldig luistert ze naar mijn verslag van dat idiote consult van vorige week. Uiteraard neemt ze het voor haar collega op. Die heeft het allemaal niet zo bedoelt natuurlijk. Heks laat zich niet verbakken.

Ik heb een uur lang geworsteld met een hardnekkig vrouwmens, die de meest idiote vragen stelde. Zo moest ik verantwoorden voor het feit, dat ik na 33 jaar ziekte en alles proberen om beter te worden, niet meer geloof dat ik beter word. Ik hoop het nog wel, maar dat vraagt ze me dan weer niet.

De vrouw is ook overtuigd, dat ik alcoholiste ben. ‘Heb ik haar soms verteld, dat ik elke dag een kater heb ofzo?’ vraag ik me al de hele week af. Het is zo. Ik sta dagelijks katerig op. Niet van de drank, maar van de ME. Het voelt hetzelfde overigens. Koppijn, misselijk, spierpijn, algehele malaise, trekt na een paar uur bij…..

De psychologe stelt alles in het werk om me weer binnen te vissen. Zo krijg ik accuut EMDR aangeboden volgens haar. Waar het vorige week nog een hele tijd zou gaan duren, ik moest eerst aan de pillen en van de drank af, nu sta ik bij wijze van spreke al voor volgende week op de rol.

‘Ik kan het niet geven, maar de psychiater wel,’ voegt ze er enthousiast aan toe. ‘Ik doe niets meer met die psychiater,’ meldt Heks, ‘Ze is ver over mijn grenzen gegaan. Ik heb dat meermalen in het gesprek gemeld, maar mevrouw ging gewoon door. Haar ideeën zijn achterhaald, ik ga dan ook een klacht tegen haar indienen….’

Een half uur lang gaat het gesprek zo heen en weer. De psychologe verdedigt de achterlijke handelswijze van haar collega en probeert me weer bij dezelfde psychiater onder te brengen. Heks is klaar met dat rare mens.

‘Ik weet zeker, dat de psychiater het ook heel vervelend vindt, dat het zo gegaan is,’ Oh, wat sneu nu toch voor haar….. Meuh! Waarom doen mensen dat toch, zielig jammeren terwijl ze zelf de klap uitdelen? Omdat het werkt, Heks! Maar niet meer bij jou…. ‘ Zou u niet morgen telefonisch nog eens met haar willen praten?’

Heks is zo moe van dat ene uurtje worstelen vorige week met dat gekke mens. Ik ga me onder geen beding meer aan haar bloot stellen. ‘Mevrouw, ik neem mezelf in bescherming tegen die vrouw. Ze weet niets over ME, gaat uit van allerlei verkeerde veronderstellingen rondom mijn persoon en die ziekte. Ze respecteert mijn grenzen niet, ze heeft me een paar keer gecornerd in dat gesprek…… Is finaal over me heen gewalst…..’

‘Ik ga haar niks uitleggen. dat mag u doen. Ik wil ook niet dat ze met mijn huisarts gaat praten. Ik doe niets meer met die vrouw. Ik ben 33 jaar op die manier benaderd, tot voor kort kwam iedereen hiermee weg….’

‘Maar nu is het eindelijk een erkende ziekte. Dus dit soort domme achterhaalde praat is niet langer mijn probleem. Ik hoef er niet meer naar te luisteren, het niet meer over me heen te laten komen, noch er iets aan te doen. Ze gaat er zelf maar iets aan doen. Ik ga wel een vette klacht tegen haar indienen bij mevrouw Dekwaadsteniet. ( Zo heet hun klachtenfunctionaris echt!) Want ik wil niet dat een andere ME patiënt tegen hetzelfde gaat aanlopen bij jullie.’

Hebben jullie dan geen andere persoon in dienst, die EMDR kan geven?’ Nee, helaas pindakaas. Ik zal het met haar moeten doen. Opnieuw wordt me van alles toegezegd, dat vorige week niet kon. Ze vindt het erg vervelend, dat ik me zo voel. Maar wat ik mis is een echt excuus. Ik word nog steeds te woord gestaan alsof ik het allemaal verkeerd heb begrepen.

Ik heb het echter heel goed begrepen!

‘Ik ga echt niet verder met die psychiater. Dat is geen optie. Ik heb veel naar mijn hoofd gekregen in al die jaren met mijn niet erkende ziekte, maar dit slaat alles. Verbijsterend. Het heeft in alle kranten gestaan dat het eindelijk een officieel erkende ziekte is. Het is zelfs op het journaal geweest. Hoe kun je die informatie missen? Als arts?’

‘Ook heb ik een uur verbaal met de vrouw geworsteld. Alles wat ik heb gezegd, kreeg ik verdraaid terug. Ik had dingen toegegeven volgens haar. Toegegeven, het woord alleen al! Zoals, dat mijn ziekte veroorzaakt is door mijn traumatische jeugd. Heb ik nooit gezegd. U zat daar toen zelf bij. Heeft u mij dat horen zeggen?’

‘Toen ze het niet van me kon winnen was ik opeens een alcoholist. Beetje raar toch? Daar kan ik dan toch niks meer mee? Mijn vertrouwen is in elk geval helemaal weg…..’

De psychologe geeft zich niet zo maar gewonnen. ‘Maar er is toch verband tussen lichaam en geest? Als je lichamelijk ziek bent, heeft dat zijn weerslag op de geest en vice versa, toch?’ Heks ruikt alweer een instinkertje.

‘Jazeker,’ beaam ik, ‘Als het met mij goed gaat, heb ik minder last van mijn ziekte. De klachten zijn nog precies hetzelfde, maar ik kan er dan beter tegen. Zelfs de eenzaamheid voelt dan minder erg,’ nog voor ik verder iets kan zeggen trekt de psycholoog mijn toegeven van dit verband door naar hun aanmatigende opmerking, waarin me werd verweten dat ik dacht nooit meer beter te zullen worden. Dat dat een gerechtvaardigde opmerking zou zijn.

‘Luister eens, zeg je dat ook tegen iemand met MS?’ zeg ik streng, ‘Slaan jullie die ook om de oren met het feit, dat ze niet geloven in beter worden? Je ziet toch ook wel, dat hier conclusies worden getrokken, die walgelijk zijn? Ik heb 33 jaar ME, een progressieve aandoening. Net als MS. MS mensen krijgen medicatie en behandeling. Ik niet.’

‘Ik hou mezelf al die tijd met veel moeite in de lucht. Daarvoor zet ik alle zeilen bij. Ik heb alles in het werk gesteld om mijn situatie te verbeteren. En dan stellen jullie dit soort domme vragen. Hou nu eens op met dat gepsychologiseer van mijn aandoening.’

Het telefoongesprek levert niks op. Heks heeft nog meer stopverf in haar hoofd gekregen. Ik ben nu eenmaal in een hokje gestopt bij deze club en daar willen ze me graag in houden. Dat hokje bevalt me niks, maar ontsnappen is geen optie. Telkens als ik begrip denk te vinden in het telefoongesprek met de psychologe, begint ze me weer in dat hokje te duwen. Niet linksom, dan rechtsom lijkt het. Niet goedschiks, dan kwaadschiks?

‘Wij willen echt heel graag mensen bijstaan en helpen,’ de arme vrouw mag natuurlijk haar collega niet afvallen. En ja, ze doen enorm hun best voor mensen. En dat is echt waar, weet ik: Een goede vriend van Heks is door hen enorm geholpen.

Het gaat alleen weer niet op voor mensen met ME. Die stoppen ze direct in een hokje en ook nog eens het verkeerde.

Mijn stopverfhoofd is zo moe van deze strijd.

‘Ik kom helemaal niet bij jullie met de hulpvraag om van ME af te komen of van de drank. Ik heb last van een familietrauma. Dat ligt voor in mijn kop in mijn RAMgeheugen rond te beuken. Het moet nodig worden weggeschreven naar mijn harde schijf. Het liefst naar een afgelegen hoekje. Of hokje desnoods. Dat hokje waar jullie me in willen stoppen zou er wel een mooi plekje voor zijn……’

‘We nemen u echt serieus, u had het over een film over ME en ik heb de trailer gezien!’ zegt de psychologe tot slot om me te overtuigen. Oh fijn. Ze hebben de trailer van Unrest gezien. De trailer!!!!! Duurt 2 minuten.

Geweldig! Ik steek de vlag uit.

 

 

Deukje daar of hier? Krasje op je ziel? Ongelukjes loeren in gaten en hoeken. Zoeken mijn zwakke moment. Slaan dan toe…. Heks is toch zo moe. Maar ook geroerd door mooie verhalen. Over snotlappen en troostzakdoeken. Over de hemelse vasteplantekwekerij. Over mijn voorouders. Ver weg en dichtbij.

Woensdag ben ik de gehele dag druk met mijn kat. En dat terwijl ik me vreselijk slecht voel. Een narrig griepje piept in mijn gewrichten, klappert in mijn kaken en knerst in mijn kop. De dag ervoor heeft de huisarts een Lidocaïne-injectie in mijn nek gezet, maar het effect is weinig pijnstillend te noemen.

‘Het lijkt verdorie wel alsof hij er pijnverwekkers heeft ingesproken. Mijn hele nek is op tilt geslagen. Maar ook mijn armen, schouders, ellebogen, heupen en knieën zijn extreem pijnlijk geworden….’ mompel ik verbluft. Aan het eind van de dag wil ik mijn hoofd het liefst afzagen.

Weg met dat zware gewicht daar bovenop. Ik leef wel verder als kip zonder kop.

Donderdag kan ik dan eindelijk een dagje bijtrekken. Toegeven aan allerlei vage griepverschijnselen. Mijn pijnlijke hoofd te ruste leggen. Alleen het hondje krijgt vandaag wat van mijn beperkte energie.

Ik moet bijkomen en energie sparen. En bijtrekken. En alvast vooruitplannen: Spaarzaam mijn energie om komende bezigheden heen organiseren. Morgen is de begrafenis. Ik check de rouwkaart een keertje of zestien. Ja, het begint echt om twee uur in de middag.

Bij de begrafenis van tante had ik verkeerd gekeken. Dingen door elkaar geklutst. Ik zal wel extreem moe zijn geweest. Kwam ik een half uur te laat. Gelukkig heeft niemand dat toen gemerkt…

Vrijdagmorgen moet ik direct aan de slag. Hondje uitlaten, zelf uitdeuken, bed opmaken samen met mijn hulp, lunchen en douchen en iets stemmige aan trekken. De laatste onderdelen komen in het nauw. Ik douch en trek iets aan, maar de lunch schiet erbij in. Ik neem een broodje sesampasta mee. Daar moet ik het dan maar op doen vanmiddag.

Op de heenweg word ik bijna zijdelings geplet door een kerel in een bestelbus. Hij komt helemaal mijn weghelft op en snijdt me flink af. Ik word gedwongen op de andere baan te gaan rijden, maar daar rijden dus tegenliggers.

Ik toeter en zie de chauffeur van het busje met opschrift ‘Jan van Rhijn’ opschrikken vanachter zijn telefoon. Hij zit al rijdend te SMS’en midden op het kruispunt bij de Lammenschans. Waar het hectisch is en onoverzichtelijk. Waar je uit je achterlijke doppen moet kijken, lul!

Ik wijs op mijn hoofd. Kierewiet. ‘Jeetje, je zal maar een ongeluk krijgen op weg naar een begrafenis,’ denk ik bij mezelf. Stel je voor. Stond ik nu schadeformulieren in te vullen met die idioot. Goddank is het goed afgelopen.

Na de begrafenis rijden we in colonne het terrein af. Voor me rijdt een flinke SUV. Een tegenligger wil er per se langs. Ook langs mij, maar ik rijd net langs een geparkeerde auto. Ik kan geen kant op, pal achter me rijdt ook alweer iemand.

Met mijn halfzachte kop stuur ik ietsjes naar links. Glijdt een beetje opzij, schamp licht tegen de geparkeerde auto. Shit.

Een oud kereltje met skistokken in de hand komt als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Direct begint hij zich met het geval te bemoeien. Ik let maar niet teveel op hem, maar bel aan bij het kolossale huis van de eigenaar van de auto. Zoveel heeft dat gekke kereltje me wel verteld.

Het rare baasje springt nerveus om me heen, als de eigenaar van de auto de voordeur open doet. Direct begint hij te ratelen tegen de man. Dat ik zijn auto heb aangereden en dat hij me direct in mijn kippennek heeft gegrepen…..

De eigenaar wuift de man weg. Eindelijk ben ik van dit kwelduiveltje verlost. We nemen de schade op. Ja, een paar krassen op de voorbumper. Kan evenzogoed een dure grap worden….. De auto is overigens net zo’n deukbak als die van Heks. Over de hele zijkant lopen krassen en butsen.

‘Ik doe tegenwoordig niets meer aan al die beschadigingen. Geen doen in de stad. Om de haverklap maakt er weer iemand een nieuwe deuk in en er hangt nooit een briefje bij. Behalve 1 keertje dan. Maar die persoon had een valse naam en telefoonnummer opgegeven. Iemand zal em wel betrapt hebben, net als dat baasje zonet hier…’ vertel ik de eigenaar.

‘Wat erg voor u,’ reageert hij begripvol. Ja, zo gaat dat in de grote stad. Ik heb hem echter niet op een idee gebracht…..

Gelaten laat ik het allemaal maar over me heenkomen. Ik kan me er niet druk om maken. Wel gek, dat ik een gedachteflits had over het krijgen van een ongeluk, net als van de zomer toen ik zonder benzine kwam te staan op een ongelofelijk ongelukkig punt op de snelweg naar Parijs…… Gelukkig was het in beide gevallen een onschuldig ongeluk. Niets ernstigs. Alleen ongemak en blikschade.

We eten broodjes en drinken koffie met alle genodigden. Wijn, bier en bitterballen volgen. Heks eet haar boterham met sesampasta. Ik zoen tantes en ooms, neven en nichten.

Ik zie hoe de enorme genensoep kromme neuzen door de familie heeft verspreid alsof het niets is. Mij onbekende jonge mensen met mijn neus! Of met andere familietrekken of typische clan-kenmerken.

Ik hoor mooie dingen over mijn oom. Hoe hij altijd twee schone zakdoeken bij zich droeg. Eentje om zijn eigen neus desgewenst in te snuiten en eentje om iemand te troosten! Ook nu heeft hij er twee bij zich!

‘Hij geloofde absoluut in een weerzien met zijn geliefden. Volgens hem is er een enorme kwekerij in de hemel met een grote schuur. Daar zitten al zijn oude medewerkers al stekkend op hem te wachten. Jouw vader is er ook bij…..’ vertelt zijn oudste zoon.

Intussen kun je me natuurlijk wel opvegen. Het was al niet veel de laatste dagen, maar de koek raakt aardig op. Ik begin aan de afscheidsronde.

Een dierbare tante heeft een vraag voor me. Dus ik begin bij haar. Wat ze me echter vraagt is zo ongelofelijk in de pijnlijke roos. Doet zoveel stof vanbinnen opwaaien. Geeft een scala aan inwendige chemische reacties. Ik voel hoe er stoom uit mijn oren ontsnapt. Ik moet nu echt dringend wegwezen hier……

Zo zeg ik alleen tante en lievelingsnicht gedag. Ik zwaai vriendelijk in de rondte. Wapper nog een beetje na dat ik ga. En foetsie ben ik.

Op de terugweg krijg ik het toch nog even te kwaad. Een verlate reactie zoals dat vaker gaat. Thuisgekomen ga ik een enorm end fietsen met VikThor. Hij moet zijn energie kwijt en ik iets anders. Mijn trouwe elektrische Beixo scheurt door de polder. VikThor rent er uitgelaten achteraan.

Wie A zegt moet B zeggen. Wie zegt dat het altijd gemakkelijk is? Als je echt verandert willen mensen je altijd terug in je oude groef. Vooral als je besluit geen pleaser meer te willen zijn. Niet meer overal achteraan te rennen. Of als je ongeschikt raakt als zondebok.

Maak er geen drama van, Heks. Je hebt gedaan wat je kon en nu is het op. Misschien moet iemand anders maar eens op de proppen komen. Je hebt 1 groot voordeel: Je kunt je onttrekken aan wetten van ruimte en tijd. Je kunt je op andere manieren met iemand verbinden. Jij hoeft niet fysiek op bezoek te gaan om iemand te bezoeken.

Vannacht slaap ik ellenlang. Ik meld me af voor de koorrepetitie van vandaag. Eerst maar eens helemaal bijkomen.

Vrede op aarde! Om te beginnen hier in de buurt! Heks bepleit een beter beleid rondom het houden van reusachtige katachtigen als huisdier: Verbied het! Zoals het verboden is om wolven te houden of een grizzlybeer. Een eenvoudige Europese korthaar is geen partij voor zo’n kwaaie Bengaal. Begrijp dat nu een keer!

 ‘Mevrouw, het is niet bepaald gangbaar dat iemand aangifte komt doen tegen een kat,’ de agente kijkt me nieuwsgierig aan. Een zweem van spot dwaalt in haar blik. Bijna iedereen moet overigens lachen om mijn mishandelde kat valt me op. Het is te grappig om je voor te stellen, dat een andere kat er met matten een voortand uit mept bij mijn zwarte panter.

Iedereen behalve Heks. En Ferguut zelf natuurlijk. Het lachen is hem echt vergaan: Hij durft niet meer met zijn gemankeerde smoelwerk. Bovendien heeft hij intussen alweer een gehavend oor. Je kunt er op wachten dat die kolere Bengaal hem ook nog eens een oog kost.

Heks zit gewapend met een dierenartsrapport en een heleboel aantekeningen betreffende het houden van dit soort katten hier in Nederland op het politiebureau. Ik heb natuurlijk ook wel iets beters te doen. Ik besef maar al te goed, dat ik hier volstrekt voor lul zit. Zowel letterlijk als figuurlijk.

Want zeg nu zelf. De kans dat de politie iets doet aan een gestoorde kat is nihil. Zo lang het beest geen babies van hun fles melk berooft en hen vervolgens de ogen uitkrabt maakt geen mens zich druk. Wat kan iemand mijn ouwe trouwe ridderkater schelen?

‘De dierenbescherming raadde me aan om aangifte te doen. Volgens hun woordvoerder is er in Nederland een gedoogbeleid om deze katten buiten te laten lopen. De eerste generatie is verboden overigens. Het woord gedogen geeft al aan, dat het eigenlijk niet mag….’

‘Bovendien wordt 87% van dit soort katten binnen gehouden of in een afgesloten tuin. Slechts een klein percentage komt op straat. Er zijn meer gevallen bekend van Bengalen, die buurtkatten terroriseren. Dit geval staat niet op zich….’

De agente is heel vriendelijk. Geduldig maakt ze aantekeningen. Belt met de dierenpolitie. ‘Volgens hen is het niet verboden om dit soort katten op straat te laten komen,’ beweert ze vervolgens. ‘Maar de dierenbescherming zei…..’ pruttel ik tegen. ‘De dierenpolitie staat boven de dierenbescherming,’ beslecht ze kordaat ons geschil. 

Het is dus allemaal weer lekker vaag geregeld in onze bananenrepubliek. ‘Met honden is het geen probleem. Als die agressief gedrag vertonen moeten ze een muilkorf om. Maar rondom katten is er stomweg geen regelgeving. Ik ga derhalve de hondenbrigade er op zetten. Die gaan een onderzoek doen naar die Bengaalse kat. Waar woont het beest?’

Binnen een kwartier sta ik weer buiten. Nauwelijks een stap verder. 

Het is stralend zonnig weer. VikThor is naar het strand met de dochter van vrienden van me. Om een uurtje of 1 haalt ze hem op. Tilt hem liefdevol in haar auto. Geeft hem snel een kusje op zijn grote snoet.

Heks volgt dit tafereeltje vanachter haar keukenraam. Zo schattig. En fijn voor mij, want nu heb ik zomaar een middag wandelvrij! Alle tijd om mijn zaakjes te regelen.

Machteloosheid is een akelig gevoel. Een gevoel dat ik maar al te goed ken. Mijn nagels zijn er al op jonge leeftijd uitgetrokken. Mijn tanden om minder uit de bek gemept. Bij wijze van spreken dan. Niet letterlijk gelukkig. Dus ik bevind me op bekend terrein.

En zoals altijd sta ik alweer op de barricades. ‘Je pleegt verzet, Heks, heb je altijd gedaan. Maar je kunt beter je doel verleggen,’ kreeg ik een drietal jaren geleden te horen van een bekend paragnost. De man had gelijk.

Er zijn meer dingen waar ik me druk over maak momenteel. Niet alleen over mijn kat.

Onrecht. Zo onder mijn neus. Een weerloos wezen, dat wordt mishandeld. En ook hiervoor vind ik weinig gehoor bij instanties, als ik weer eens aan de bel trek. Ook dit gaat maar door. 

Zondag in de kerk zingen we over een rechtvaardige wereld. Waarin alles eens een keertje op zijn plek valt. Onze prachtige planeet badend in licht, liefde en vrede. De realiteit is dat zelfs een paar katten nog niet zonder conflict een buurt kunnen delen. 

Laat staan dat mensen eerlijk een land kunnen delen. We hebben nog een hele weg te gaan. Goddank zijn er genoeg mensen die willen. Er staat een hele generatie op, die zich honderd procent willen inzetten voor het behoud van onze geliefde planeet. Met alle bewoners.

Ik zie hele legers pubers protesteren op televisie. In diverse landen. Ze zijn woedend op de politiek. Ze maken zich ernstig zorgen over het klimaat. En terecht natuurlijk. Schreeuwend maken ze dat duidelijk. Daar krijg je natuurlijk honger van. Vooral als adolescent in de groei. Ze storten zich na afloop dan ook massaal op de smerige hamburgers van die hele foute keten. Hopsakee aan de CO2. 

Het is toch zo moeilijk om ook maar enigszins consequent te zijn. 

De kroon der schepping vergeet het nogal eens, maar onze planeet is er van alle bewoners. Iedereen heeft recht op zijn plekje. Behalve Bengalen dan, die mogen wat mij betreft worden afgeschoten in een speciale minimale kattenraket. Enkele reis Mars. Waar ze thuishoren.

Misschien moeten we dit middeltje maar door de buurt verspreiden. Het schijnt te werken:

FELIWAY FRIENDS  is een gebruiksvriendelijke oplossing om spanningen en conflicten tussen katten in één huishouden, zoals vechten, najagen, blokkeren en staren naar elkaar te verminderen.

Heks en Hawk spreken weer af. Bepaald geen straf. Nieuwe rituelen schieten als paddestoelen uit de bevroren bosgrond. Een bord veldsla hier, een half glas rode wijn daar……. Of een thermos thee mee! En alweer een bosje bloemen voor mij! Heks geniet met volle teugen en is bij thuiskomst zeer tevree en blij.

Zaterdagmiddag fiets ik naar de fysiotherapeut. Het is heerlijk weer. Stervenskoud met een zonnetje. VikThor loopt naast de fiets te rennen. De grote rode fietskar stuitert leeg achter ons aan. Heks zit zachtjes in zichzelf te pruttelen, want ik kan maar niet op gang komen vandaag.

Geroutineerd haalt Anna Suzanna me uit de knoop. Geniepig rekt ze mijn nek. Duwt tegen mijn heupgewricht en onderrug. Trekt aan mijn benen, zodat ze weer even lang zijn. Haar gemene handjes wandelen langs mijn wervelkolom. Links en rechts ploppen ontspoorde werveltjes weer in hun bedding. ‘Zo,’ verzucht ik tot slot, ‘Zo goed als nieuw. Ik kan er weer eventjes tegen…….’

Heks heeft een compleet fysiotherapeutisch dreamteam intussen. Anna Suzanna voor mijn heupen en rug. Orthopedische Pierrot voor mijn armen en schouders en andere absolute knelpunten. Mevrouw Toverkol met haar fantastische cranio sacraaltherapie voor de subtiele hersenvloeistoffen en soepel bindweefsel.

En sinds kort een piepjongedame, ook orthopedisch, die heel goed is in vastgelopen gewrichten en verknoopte pezen. Resoluut pakt ze Heks op haar meest pijnlijke triggerpoints.

Even later fiets ik door het Bosje van Bosman. VikThor rent door het kale struikgewas. Op een bankje eet ik een boterham bij wijze van lunch. Daar ben ik nog niet aan toe gekomen vanmorgen. Een kop koffie met een crackertje waren het hoogst haalbare.

Zo. En nu naar Hawk. Het is alweer de tweede keer dat ik hem thuis ga opzoeken. ‘Neem je mayonaise mee, Heks,’ drukt hij me van te voren op het hart. Hij gaat een salade maken. Eindelijk. Vorige week stond die al op de rol, maar toen kwamen we er niet aan toe. ‘Ik heb die zak veldsla uiteindelijk weggegooid, Heks,’ vertelde hij me woensdag. Dat gaat hem niet nog eens gebeuren!

Even later parkeer ik kar en fiets op zijn stoep. De voordeur springt open. Hawk zat al op de uitkijk. VikThor vliegt naar binnen. Hij stopt zijn snoet direct in de bak met tennisballen. ‘Hij weet al waar ze staan, Heks, hij is al helemaal thuis hier, grappig he?’

Ik ben ook al helemaal thuis hier. ‘Kijk een bosje bloemen voor je, Hawk.’ Ik geef hem een gevlochten lavendelflesje. ‘Oh, wat heerlijk. Heb je dat zelf gemaakt? Ik heb ook een bos bloemen voor je. Niet vergeten mee te nemen, hoor!’ Heks krijgt alweer een bos bloemen van hem. Vorige week witte papagaaientulpen en nu een waterval roze en witte anjers!

Druk scharrelt mijn vriend in zijn kleine gezellige keukentje. De salade ligt al fijn gesneden op twee borden. Veldsla, wortel, lente uitjes en paprika. Nu moet er nog mayo overheen en olijfolie. ‘En ik maal er nog wat verse walnoot uit eigen tuin overheen, kijk!’ Hawk heeft een ingenieus apparaatje uit Zwitserland speciaal voor dit doel.

Even later zitten we in zijn stampvolle woonkamer. ‘Vind je het hier vol?’ vroeg hij de vorige keer. ‘Het is lood om oud ijzer wie er meer frutsels heeft, Hawk. Mijn huis lijkt wel een uitdragerij, maar jij kunt er ook wat van!’

Geen wonder dat ik me hier zo thuis voel.

We smikkelen van de salade en praten over van alles en nog wat. We hebben nooit gebrek aan gespreksstof. ‘Kom, we gaan met de honden op stap. Ik haal even Charlie de Dalmatiër op. Dan zie ik je in het Leidse Hout.’

Hoe kun je zo snel een nieuwe traditie instellen? Hoe kan het na een paar zaterdagmiddagen in het Hout met Hawk, de Dalmatiër, de Ierse wolfshond en nog wat oude bekenden al een gewoonte zijn geworden? De hondjes rennen en spelen op het grote veld. Wij zitten op de enorme bank in het zonnetje met een kopje thee en een glutenvrij gebakje.

Elke keer als ik met Hawk op stap ga kom ik helemaal blij thuis. Maar ook hij knapt er naar eigen zeggen enorm van op. ‘ Bedankt voor de heerlijke middag. Je hebt me tevens een hele fijne avond bezorgt,’ roept hij altijd bij het afscheid.

Afgelopen donderdag treffen we elkaar in het theehuis voor een half glas wijn. Bij binnenkomst zie ik een oude vaste klant uit mijn horeca-verleden aan een tafeltje bij het raam zitten. De man goot dagelijks een paar stevige Burchtmaatjes whiskey naar binnen onder het uitkramen van allerlei seksistische onzin. ‘Heks. met je goddelijk lichaam, doe mij eens even dit of dat….’

MET EEN HALF GLAS RODE WIJN

‘Dat is die patholoog anatoom uit het ziekenhuis hier tegenover, waar ik weleens mee praat,’ vertelt Hawk me even later, ‘Ken je hem?’ Heks schiet in de lach. ‘Het is geen patholoog, Hawk,’ help ik hem uit de droom, ‘Dat heeft hij je wijsgemaakt. En hij werkt ook niet in dat ziekenhuis op de snijkamer. Nee, dit ouwe lijk is al jaren met pensioen!’

‘Hij is psychiater. En een hele rare ook nog. Schreef gewoon receptjes uit aan de bar voor wie het maar wilde! De grapjas heeft je bij de neus gehad…. Maar: Je bezorgt hem nu een hele slechte dag door hier met mij te zitten. Daar droomt die man al jaren van. Hij heeft me regelmatig mee uitgevraagd vroeger. Zonder succes. En nu heeft hij weer het nakijken! Kijk maar, hij ziet een beetje groen…’

Hawk vindt het prachtig. Vooral nu blijkt dat de man hem voor de gek heeft gehouden. Als we weggaan roept de Psychisch Gestoorde Patholoog hem bij zich. ‘Waar ken je haar van?’ informeert hij pissig. ‘Oh,’ roept Hawk luid, terwijl hij met zo’n fallisch gevormde  ballenwerper zwaait om zijn woorden kracht bij te zetten, ‘We kennen elkaar al eeuwen!’ Hetgeen misschien niet eens gelogen is.

‘Het is vast een oud contact, Heks,’ zegt een toverheksje tegen me als ik haar over deze unieke vriendschap vertel, ‘Vandaar die herkenning.’

Het maakt mij niet uit hoe het zit. Ik ben ontzettend blij met deze kanjer in mijn leven erbij!