Van de sneeuw in de druppel, die de emmer doet overlopen. Kan gebeuren: Boeings vallen ook zomaar uit de lucht heb ik gehoord. Dat moet je vooral niet vergeten. Je zal dan net boven Noord Italië neerstorten, de ramp overleven en vervolgens Corona krijgen….. Het is altijd wat. Echt waar!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘O jee, ik heb de deur van de vriezer zeker op een klein kiertje laten staan,’ dondermorgen pak ik iets uit de vriezer, hoofdschuddend bekijk ik de schade. Het valt mee. Ik hoef maar een paar dingen weg te gooien. Gek dat ik het helemaal niet in de gaten heb gehad.

’s Avonds laat open ik de vriezer opnieuw.  Het tartaartje voor Snuitje is helemaal ontdooid. Alsmede het pak brood en de pakjes met pittige merguez worstjes. Ik graaf verder. Naarmate ik dieper in het vriesvak tast raakt de boel iets meer bevroren……..

Het grootste deel is echter half ontdooid. Foute boel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het is laat. Ik kan geen kant op met die langzaam ontdooiende inhoud van drie laden. Heks besluit naar bed te gaan. Morgen ga ik er achteraan. Met mijn de dame van Cuprum.  Nu kan ik er even niet tegen. Na wekenlang tegen de bierkaai vechten en bakken geld uitgeven ben ik even klaar met dingen die kapot gaan. Wasmachines en waterkokers. Hondenpoten ook…..

De volgende ochtend ziet er een dikke laag sneeuw in het koelgedeelte van mijn pas drie jaar oude Liebherr. De vriezer is overleden. Grrr.

Samen met Rozenhart, de dame van Cuprum ga ik naar de winkel om de hoek, waar ik het onding gekocht heb. ‘Er werkt een man in die winkel, misschien de eigenaar, want iedereen daar loopt keurig in pak, behalve hij, hij sjokt eigengereid in een sullig kloffie: Die man doet vervelend tegen me….’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik kan er niet de vinger op leggen, maar ik voel het wel degelijk. Ik kocht er onlangs een wasmachine, iedereen krijgt korting daar, behalve ik. Dus daar vroeg ik naar. En kreeg ik korting? Nee. Ik kocht ook nog een waterkoker. Dit alles binnen vijf minuten….’

‘Die waterkoker wordt loeiheet aan de buitenkant, echt honderd graden, blijft dat ook gedurende een half uur. Ik heb er al verscheidene malen flink mijn handen aan gebrand. De blaren stonden er op! Een wanproduct van Inventum.’

‘Kom ik terug met die ketel, negeert die ouwe vent me volkomen. Doet net of ik niet besta. En zijn jongere employee kon de kastanjes uit het vuur halen. Beweerde eerst dat het normaal is, dat dat ding zo heet wordt. Blijkt nog zo te zijn ook. Levensgevaarlijk apparaat natuurlijk. Vooral als je zulke zwabber-armen hebt als ik!’

Gelukkig kreeg de sympathieke medewerker medelijden met Heks en haar rare armen. Hij gaat op zoek naar een geïsoleerd exemplaar. Ik mag de waterkoker omruilen.

En nu dus die koelkast. Benieuwd of ik daar een goeie reactie op krijg. We betreden het pand.

Als we onverrichterzake weer buiten staan is mijn helpende hand ook perplex. ‘Wat een onbeschofte kerel. Met zijn “er vallen ook Boeings uit de lucht, mevrouwtje,”‘ verzucht ze verbijsterd. We zijn uitermate bizar te woord gestaan door deze hofleverancier. Met een lachje op zijn gezicht braakt de man de meest walgelijke onzin uit.

Zo ligt het natuurlijk aan Heks, dat de koelkast het heeft begeven. Na drie jaar. Want er lag water in en daardoor heeft het ding te hard moeten werken. Ik heb hen onlangs gevraagd het gaatje van de afvoer door te prikken, want er lag inderdaad water onder de groentelades. Ze waren toch in Huize Heks om een wasmachine af te leveren…

‘Oh, gaat u zo beginnen? Misschien heeft uw medewerker mijn koelkast wel kapot geprikt!’ pareer ik zijn geneuzel. De man beweert de raarste dingen. Maar het gegeven, dat een koelkast met een beoogde levensduur van 10 jaar niet zomaar na drie jaar kapot mag gaan vindt geen weerklank.

De man gaat het met zijn collega overleggen. Na lang aandringen van onze kant. Hij neemt nog contact op.

‘Die man is inderdaad een erg onbeleefd, Heks,’ verzucht Rozenhart, ‘Hij kan volstrekt niet met mensen omgaan. En dat schampere lachje bij al die vreselijke dingen die hij uitkraamt,  maakt het er allemaal niet beter op.’

‘En jou dan ook nog de schuld in de schoenen proberen te schuiven, weinig professioneel. Dat verwacht je niet van een hofleverancier! Die man moeten ze eigenlijk helemaal niet met klanten laten interfereren….. Liebherr heeft een hele goeie klantenservice, laten we hen gewoon eens bellen….’

Zo gezegd, zo gedaan.

‘Natuurlijk kan dat niet zo maar, daar moeten we een oplossing voor zoeken,’ roept de Liebherr-dame aan de telefoon direct. Ze komt met allemaal coulance-regelingen aanzetten. Niks Boeings vallen ook bij bosjes uit de lucht. Dit mag niet zomaar gebeuren!

Op aanraden van zowel de dame als de winkel schakel ik de koelkast in elk geval een dag helemaal uit. Misschien wekt dat hem weer tot leven. Maar nee, het blijkt de nekslag. Hierna doet het onding helemaal niets meer. Ik gooi voor een godsvermogen eten weg.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Intussen zit Heks alweer bijna een week zonder koelkast. Morgen komt er iemand van de winkel om te kijken of ze er iets aan kunnen doen. Ze hebben geen haast. En intussen maakt het ook niks meer uit. Alles is toch al bedorven.

Met de monteur van Liebherr heb ik voor de zekerheid een afspraak gemaakt voor komende donderdag. De winkel gaat het ongetwijfeld niet oplossen. Ik zie die bui al hangen. ‘Als het aan de fabricage ligt krijgt u een nieuwe koelkast. U betaalt dan alleen de jaren, die u hem al heeft gebruikt, 3,25 in uw geval. We gaan uit van 10 jaar probleemloos gebruik…..’

Er gaat altijd wel weer iets mis in het leven. Ontploft niet je wasmachine, dan raakt je koelkast wel van de kook. Of je hond krijgt iets geks. Je kat raakt zoek. Of je krijgt Corona.

Iets dat ik beter niet kan krijgen. Ik overleef dat waarschijnlijk niet. Met dat ellendige krakkemikkige immuunsysteem van me. Of ik doe er drie jaar over om er bovenop te krabbelen. Ook geen prettig vooruitzicht……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Meer van hetzelfde. En nog meer. En alweer hetzelfde en nog een keer. Heks werkt zich een slag in de rondte om dingen voor elkaar te krijgen, maar blijkt achter haar eigen staart aan te rennen. Dan lazer ik van mijn fiets en komt alles toch nog goed!

Dinsdag sodemietert Heks van haar fiets. Het gaat heel langzaam maar gestadig. De riem van mijn hond is in de achteras van mijn elektrische vouwfiets terecht gekomen. Terwijl mijn fiets voorwaarts schiet word ik langzaam naar de grond getrokken. Ik kan niet afweren met mijn handen, dus ik val vol op heup en elleboog. Au!

Als een onwillige schildpad lig ik op mijn rug te spartelen. De motor is intussen afgeslagen, dus de fiets ligt stil. Maar ik kan me met geen mogelijkheid bevrijden van de fiets. De hondenlijn zit zoals altijd stevig aan een riem om mijn middel vast, onder mijn jas, zodat ik mijn handen lekker vrij heb. Maar nu kan ik nergens bij. Machteloos lig ik naar adem te happen.

Een vrouw rent uit een aan het park gelegen kantoortuin naar buiten. Ze heeft me onderuit zien gaan. Gezamenlijk weten we Heks weer vlot te trekken. Lijkbleek neem ik de schade op. Een pijnlijke elleboog en een beurse heup. Onderrug verschoven. Schouder uit de kom. Pijnlijke hand.

Handen zijn sowieso al uien de laatste tijd. De gewrichten in mijn beide duimen zijn ontstoken geraakt tengevolge van een favoriet kledingstuk met drukknopen. Misschien moet ik dat stuk textiel maar weggooien.

Tranen stromen over mijn wangen als ik verder fiets. Niemand die het ziet. Het regent pijpenstelen.

Maandag zit ik met mijn nieuwe helpende hand regeldingen te doen. Sinds vorige week heb ik een hele lieve jongedame tot mijn beschikking om allerlei kutklusjes aan te gaan pakken. Samen. Elke week een uur en een kwartier.

‘Ik weet niet of we het redden met een uur en een kwartier,’ zegt ze al na de tweede keer. We zijn beide keren ruim over de tijd gegaan. Heks heeft zoveel medische zaken, waar ze achteraan moet. Tegenwoordig, met die verfoeide marktwerking in de zorg, moet je door een moeras aan regeltjes waden om iets voor elkaar te krijgen.

Ik wil bijvoorbeeld mijn chronisch code voor fysiotherapie terug. Niemand echter, die me kan vertellen, hoe ik het voor elkaar kan krijgen. Al vier maanden word ik van het kastje naar de muur gestuurd.

‘Al ons werk van vorige week is voor niets geweest,’ vertel ik mijn rechterhand als ze binnenkomt. Vanmorgen belde de psycholoog, waar ik vandaag met EMDR zou starten, de afspraak af. ‘Ik zie dat u een verwijzing heb voor een langdurig traject. Dat doen wij niet. Bij ons moet je het met een sessie of twaalf doen……’

De man heeft blijkbaar de vragenlijsten, waar ik vorige week met mijn nieuwe rechterhand meer dan anderhalf uur mee bezig ben geweest, pas op het laatste moment ingezien. Achterlijk natuurlijk. Ik kots van zulke vragenlijsten. Altijd al. Maar dit exemplaar sloeg werkelijk alles. Pakweg twintig pagina’s met vragen als ‘Wat eet u maandag ontbijt, lunch, diner, tussendoortjes….. dinsdag ontbijt, lunch, diner, bladiebla……..

De meest idiote niet er zake doende vragen hebben we zitten beantwoorden. De kersverse behandelaar heeft al in mijn onderbroek zitten koekeloeren, voordat ik hem überhaupt ooit gesproken heb,

‘Ik word altijd overal weggestuurd,’ antwoordt Heks berustend. Dat vindt de man niet leuk, dat ik dat zeg. Hij bestrijdt mijn woorden verontwaardigd. Maar ik mag toch niet komen. Het heeft me vier maanden gekost om die afspraak te regelen. Hij had wel eens iets eerder naar die verwijzing kunnen kijken.

Als ik de hoorn op de haak heb gelegd krijg ik een stevige huilbui. God wat zitten de tranen hoog op het moment.

Heks, je zit weer lekker op je mopperstoel. En je stokpaard. Toe maar.

Dinsdag heb ik een afspraak bij mijn eigenste huisarts. Mijn linkerschouder zit weer muurvast en de goede man gaat er een ontstekingsremmende prik in jassen. Dat komt goed uit, want ik ben er gisteren na een woeste belronde van ruim anderhalf uur langs allerlei instanties met behulp van die alleraardigste jongedame en passant achtergekomen, dat Frozen Shoulder 12 maanden onbeperkt fysio oplevert.

Onbeperkt is tegenwoordig twee keer per week. Maar nog altijd beter dan bijna niks.

Ik heb net Cortisonenvloeistof gehaald bij de apotheek als ik van mijn fiets lazer. Het doosje is helemaal platgewalst, hetgeen me aanvankelijk bevreemdt. Hoe komt dat nu weer? Dan besef ik dat ik blij mag zijn dat de ampul nog heel is. Mooi zo. Ik kan direct door naar mijn afspraak bij de huisarts.

Die maakt een grote injectie klaar en prikt links en rechts in mijn nek, schouders en elleboog. Hij maakt nog een extra grote spuit met Lidocaïne klaar. Die verdwijnt bijna geheel in mijn nek/schouder.

Tijdens het onderzoek moet ik mijn armen omhoog bewegen. Geen doen natuurlijk. ‘Klonk, klonk,’ hoor je als ik mijn rechterarm voorbij een zeker punt breng. De schouder is uit de kom. Mijn huisarts kijkt bevreemd op. Wat een rare geluiden komen er uit dat gewricht.

De andere schouder is inderdaad geheel bevroren. Slechts via een omweg kan ik de arm wat hoger krijgen, Maar dan roep ik wel heel hard au. Stilzwijgend lukt niet.

Mijn dokter schrijft dan eindelijk een verwijzing, waar ik iets aan heb. Voorlopig krijg ik mijn therapie vergoed op deze code. Eindelijk begrijp ik ook een beetje hoe het werkt. Een arts stelt de diagnose en de fysiotherapeut zoekt er de juiste code bij. In de praktijk moet ik het ongeveer zelf doen allemaal, maar dit is hoe het zou moeten gaan.

‘Weet je wat zo raar is? Ik ben het afgelopen jaar een paar keer bij de reumatoloog geweest, maar nu staat er in een brief van het ziekenhuis, dat die vrouw verpleegkundig specialist is of zoiets. Helemaal geen arts dus. Vind je dat niet idioot? Je wordt verwezen naar een arts voor een goede diagnose en stiekem behandeld door een verpleegkundige. Geen wonder dat ze moeite heeft met het stellen van de juiste diagnose. Die hele gang naar het ziekenhuis heb ik niets aan gehad!’ zeg ik tegen mijn hulp.

Toch gek, dat je huisarts je verwijst naar een arts en je wordt vervolgens gezien door een verpleegkundige. Lekker goedkoop natuurlijk. Maar je schiet er geen bal mee op! Schiet mij maar lek.

Terwijl ik op de site van het ziekenhuis zoek naar de naam van de verpleegkundig specialist kom ik een oud klasgenoot tegen. Hij is tegenwoordig professor en me dit en me dat. Hij zit in honderdduizend besturen, is decaan van de instelling en ga zo maar door. Zijn gemelijke oogjes kijken me geringschattend aan vanaf een foto.

God, wat had die vent een hekel aan Heks zo’n vijfenveertig jaar geleden. En wat liet hij me dat altijd grondig merken! Het was nog lang voordat ik iets wist van narcisten en de ongehoorde aantrekkingskracht, die ik op zulke lieden uitoefen…… Hoe ze me klein willen krijgen. Altijd.

Het was nog in de tijd, dat ik enorm ellendig werd van zulke haters. Me er diep ongelukkig door kon voelen.

Rare wereld. Mensen met reuma, Bechterev, hypermobiliteitssyndroom, fibromyalgie en weet ik niet wat allemaal nog meer worden niet meer geholpen. Deze chronisch zieken zoeken het maar uit, terwijl ze langzaam veranderen in een plank. Of volledig vergroeien. Ik droomde vannacht, dat ik mijn handen niet meer openkreeg bijvoorbeeld…….

Maar een aandoening als Frozen Schouder, iets dat men nogal eens oploopt op de werkvloer van de gemiddelde kantoortuin, krijgt gewoon twaalf maanden onbeperkt fysiotherapie. Zodat er weer snel gepresteerd kan worden!

Zo heeft de overheid dat bepaalt.

Je zou bijna denken, dat chronisch zieken de investering niet waard zijn. Nou ja bijna. Ik denk dat het zo is. Waarom zou je goed geld weggooien, door de plee spoelen, over de balk smijten, voor mensen, die nooit meer op de arbeidsmarkt inzetbaar zijn? Uit menselijke overwegingen? Marktwerking hanteert geen menselijke overwegingen!

Nee, laat die chronisch zieken maar de rambam krijgen. Laat ze maar vastgroeien aan hun rolstoel. Laat ze maar pijn lijden tot op het bot. Stop ze gewoon vol met opiaten. Dan zijn we van het gezeur af en tegelijkertijd wordt er nog wat aan die mensen verdient. Door de farmaceutische industrie. Zijn ze toch nog ergens goed voor.