Zomertje! Genieten! Keihard fietsen! Hitte! Herinneringen! Jeugdsentiment! Heks zit bij te komen van haar vorm van vakantie vieren. Uitgeput lijf, spierpijn….. Maar humeur geweldig goed.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Oh, wat is het toch warm de laatste tijd. Heks fietst de afgelopen week elke avond met haar hondje naar het Valkenburgermeertje. Mijn monster puffend in de fietskar en ik zwoegend op mijn moeders hoogbejaarde Batavus met trapondersteuning. 

Eerst gooi ik hem een paar keer in de koele gracht. Nou ja, ik gooi een balletje in het water en hij springt een bommetje. Er zit geen seconde tussen: Alsof hij met een touwtje vast zit aan die bal……

Daarna moet hij verplicht in de kar. Zin of geen zin. Ik fiets vaak helemaal naar Wassenaar. Het laatste stuk rent Vikthor door de polder. Springt sloot in, sloot uit. We zoeken een rustig plekje aan het water aan de andere kant van het meer. Lekker in de schaduw.

Ver weg van de smeulende, naar zonnebrand riekende mensenmassa op het strand bij de parkeerplaats. Zo ver mogelijk bij hun pathetische pogingen om te barbecuen vandaan. 

Uren zitten we daar in de pufhitte, mijn trouwe viervoeter en ik.

Dan peddel ik rustig terug naar de stad. Hondje weer in de kar, want in de stad is het nog steeds bloedheet. Mijn huis lijkt wel een sauna, ondanks het feit dat alles potdicht zit overdag. Tot 2 keer toe zet ik VikThor ’s nachts nog een keer onder een lauwe douche, omdat hij toch weer behoorlijk verhit is geraakt. 

Pffff. Zomertje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik snak naar onweer. ‘Thor kom nu eens op met je hamer,’ verzucht ik dagelijks tegen mijn nieuwe goddelijke vriend. Maar de dondergod laat me kletsen en smeken. Soms zie ik in de verte iets flitsen. Soms rommelt het wat aan de horizon. Maar geen verfrissende stortbui. Geen ontlading. Het smoort en mokt.

Zaterdag eet ik met mijn oude lief van honderd jaar geleden. ‘Nee, veertig Heks, op de kop af.’ Dat vieren we. Oude koeien uit modderige sloten. Nostalgie naar de tijd van onschuld. Toen we nog niet wisten wie we zelf waren, maar wel met elkaar verbonden waren tot op het bot.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vol vertrouwen. Het volwassen leven lonkend. De eerste stapjes. En gelijk al struikelen.

Wat ben ik op mijn plaat gegaan uiteindelijk. De put in getuimeld. Jaren op de bodem doorgebracht, maar geen hond, die het door had. Ikzelf incluis. De rest van mijn wezen rende voor mezelf uit. Als een kip zonder kop.

Om ingehaald te worden, want zo gaat het altijd. Je kunt je niet losmaken van je schaduw. Je heksenschaduw. Die valt altijd over je heen. 

Genadeloos en keihard.

©Toverheks.com

GEBROKEN VENUS   ©Toverheks.com

Dagenlang breng ik in gedachten verzonken na dit diner. Sinds de EMDR van het afgelopen half jaar komen dit soort ontmoetingen soms enorm binnen. Deuren en ramen, ja, hele kamertjes klappen open in mijn geheugenpaleis. Een ongenadige blik op mijn voormalige ik. 

Een oester zie ik. Gesloten. Potdicht. Een hele lange adem toen al. De vogel van vertrouwen, die loyale schat, gevlogen. Een eenzame oester, dat wel. Met een prachtig pareltje er in.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dan gaat het dit weekend toch onweren. Zo heerlijk, ik zet ramen en deuren open. De boskat gilt van ellende, hij houdt niet van onweer. Ook katten hebben soms jeugdtrauma’s! Maar als hij lekker tegen me aan mag kruipen, gaat het wel weer.

Langzaam trekt de hitte uit mijn huis. Ik hoef niet meer elke avond met de fietskar me een ongeluk te fietsen om mijn monster uit te laten. Goddank. Heks is kapot moe. Mijn lijf doet extreem veel pijnt al die inspanning. Ik las een rustpauze in. Ik neem een kleine break. Ik lig lekker voor Pampus!

Rustig zit ik op mijn balkonnetje te tikken op mijn laptop. Ik maak tekeningetjes op mijn tablet. Omgeven door de hangende tuinen van Babylon op mijn balkon: Overal bloemen. Een bij zoemt rondom mijn hoofd. Alsof ikzelf een grote bloem ben. Ze probeert in mijn ogen te kijken met haar grote facetogen! Echt waar, ik ben ervan overtuigd……

 

‘Rustig aan, dan breekt het lijntje niet’ is niks voor VikThor. Als ik hij de kans krijgt sleurt hij me aan diezelfde lijn dwars door de steeg naar het eerste beste stuk groen, waar hij eens lekker tekeer kan gaan. Die kans krijgt hij niet. Dan maar een bench slopen. Ja, je moet toch wat!

Na twee ellendige dagen binnenshuis met een hondsberoerd hondje besluit ik eventjes alleen op stap te gaan. Ik ga op yogamatjes uit. Ze zijn in de aanbieding bij een drogisterijketen. Voor 4 euro heb je er al eentje.

Heks heeft al twee exemplaren in huis. De ene is van superieure kwaliteit, de ander van de Flying Tiger. Beide matjes zijn uitermate geschikt als tijdelijke bedekking van mijn gladde houten vloer. ‘Geen gladde vloeren!’ staat er met koeienletters in het begeleidend schrijven van de dierenkliniek. Ik krijg een hele stapel tips en aanbevelingen mee. En een paar absolute no go’s……

De eerste Trekpleister heeft nog maar 1 matje. Ik ben er al blij mee, maar wat meer exemplaren is in de gegeven omstandigheden geen luxe. ‘Ik bel wel eventjes met Zuid West. Als ze er nog hebben laat ik ze voor u apart leggen….’ De medewerkster is allerliefst. Een engeltje.

De tweede Trekpleister heeft nog een stuk of drie matjes voor me. Ik wil meer. ‘Ga naar de Action, die hebben die dingen altijd in hun assortiment,’ alweer een schat van een medewerkster raadt me dit aan, ‘Het is hier pal naast!’

Met een tas vol matten stap ik weer op de fiets. Ik ben op een steenworp afstand van het huis van Steenvrouw beland. Ik besluit eventjes op de koffie te gaan. Terwijl ik erheen peddel kom ik langs het bosje, waar zo’n dikke vijftig jaar geleden een ouderwetse spiernaakte exibitionist uit te voorschijn sprong.

Wat gek dat ik daar nu aan denk. Zal wel door de EMDR komen, die de laatste maand op me wordt losgelaten. Allerlei hokjes in mijn koppige geheugenpaleis ploppen open. Weggepoetste herinneringen zijn terug van weggeweest. Er komen zowaar ook leuke herinneringen bovendrijven.

Zoals de keer, dat mijn vader naar eigen zeggen met Zwarte Piet had gesproken. Hij zat net bovenop ons dak. Zo zwart als roet toen nog. Niks Veeg-Piet. Of Stroopwafel-Piet. Het zwart van de Grote Meesters in de Gouden Eeuw! Een in en in gitzwart dat je nergens ter wereld als natuurlijke menselijke huidkleur zal aantreffen.

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Net zo min als er spierwitte mensen bestaan. We roepen wel melkfles tegen bleke types, maar zet er eens een melkfles naast. Maar goed. Die exhibitionist was ook spierwit overigens. En spiernaakt. En groot. Uit de kluiten gewassen. Behalve zijn gezwollen geslachtsdeel. Dat had meer weg van een Bifi worstje.

‘Heksje, je mag nog gewoon een jaartje duimen van Piet,’ aldus mijn vader. Heks had net op de kleuterschool een ellendige preek over dit onderwerp over zich heengekeken van een mij wildvreemde Sint. Later op de lagere school was het mijn eigen opa. Die zei niet zulke rare dingen. Daar zat ik graag bij op schoot.

Even later schuif ik aan de gezellige keukentafel van Steenvrouw. Ze is blij verrast met mijn onverwachte bezoekje. Haar andere gast ook. De beste vriend van haar ex. Nu een hele beste vriend van haar. En niet meer van de ex. ‘Wat leuk je weer te zien, hoe lang is dat wel niet geleden?’ roepen we tegen elkaar.

Niet veel later ben ik alweer op weg naar huis. Ik wil mijn ventje niet te lang alleen laten. Hij ligt dan wel in de bench met zijn lampenkap op zijn kop. Wat kan er gebeuren? Maar hij is nog zo zielig. En sneu.

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Het is maar goed, dat ik niet lang ben weggebleven. Mijn viervoetige vriend staat klam en ellendig van de stress met zijn kop door de deur van de bench gestoken amechtig te hijgen. Eerst snap ik helemaal niet wat er aan de hand is. Wel zie ik bloed. En een losse kap…..

VikThor heeft in dat uurtje de deur uit de bench gesloopt. Vraag me niet hoe, het is draadstaal. Maar feit is, dat hij er al 1 van de 2 sloten uit heeft gewerkt. Daarbij is hij wel zelf in de resterend stukken metaal klem komen te zitten. Er prikken restanten draadstaal in zijn nek. Hij heeft zichzelf als het ware vastgespiest. Het arme beest kan geen kant op…..

Een geluk bij een ongeluk. Liever een paar bloederige gaten in zijn nek, dat een gelikte  aanval op zijn wond……

Omzichtig peuter ik mijn schatje weer los. Een gigantisch karwei, want hij zit helemaal klem. Hijgend en puffend ligt hij uiteindelijk op de nieuwe yogamatjes. Ik knuffel hem een hele tijd. Als hij weer gekalmeerd is besluit ik hem een klein wandelrondje te geven. Daar knapt hij vast van op….

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Jazeker knapt hij daarvan op. We begeven ons naar het pleintje hier om de hoek. Enthousiast snuffelt hij in de rondte. Heks hoopt stiekem, dat hij een poepie zal gaan doen, maar helaas heeft hij daar geen oren naar.

We lopen langs een hoop oude bladeren. Vik duikt er opgewektste met zijn neus in. Dan neemt hij plotseling bijna een flinke sprong richting een muurtje van 70 centimeter hoog. Gelukkig loopt hij aan de lijn: Ik kan op het nippertje voorkomen, dat hij met zijn net geopereerde poot een doodsmak gaat maken. Wat een gek!

‘Hou toch eens op idioot!’ schreeuw ik woest, ‘Voel jij je wel helemaal lekker, achterlijke teringlijer,’ doe ik er nog een schepje bovenop. ‘Nou, nou,’ krijg ik direct commentaar van een deftige dame, die aan de arm van haar man net voorbij paradeert, ‘Wat zielig bladiebla….’

‘Weet je voor wie het zielig is?’ bijt ik venijnig terug, ‘Voor mij! Ik sjouw me gek met die hond, trap op, trap af. Ik crepeer intussen van de pijn. Hij moet zich volstrekt koest houden En dan doet hij zoiets…..’

‘VikThor kan die rekening van de dierenarts niet lezen,’ grapt de Don, als ik hem later aan de telefoon heb. Hij probeert me gerust te stellen. Heks is bang, dat VikThor met zijn fratsen de operatie teniet heeft gedaan. Ik ben met stoom uit mijn oren weer thuisgekomen, maar ik ben vooral heel bezorgd.

‘Ik moet mijn ventje tegen zichzelf beschermen, dat is me nu wel duidelijk. Ik neem hem wel mee in de auto, als ik weer eens weg moet voor iets,’ Heks is weer een beetje gekalmeerd.

Ik ben gewoon doodmoe. En dan krijg ik een erg kort lontje. Het is een hele klus zo’n gewond hondje verzorgen in je eentje. Ik heb natuurlijk ook nog een heleboel katten hier rondlopen. Met name Snuitje vraagt veel verzorging. En elke avond een lekker tartaartje…

Die avond liggen we allemaal vroeg in bed. Rust, rust en nog eens rust. Dat moet het gaan doen. Niet alleen voor VikThor, maar ook voor zijn Vrouwtje!

Meer van hetzelfde. En nog meer. En alweer hetzelfde en nog een keer. Heks werkt zich een slag in de rondte om dingen voor elkaar te krijgen, maar blijkt achter haar eigen staart aan te rennen. Dan lazer ik van mijn fiets en komt alles toch nog goed!

Dinsdag sodemietert Heks van haar fiets. Het gaat heel langzaam maar gestadig. De riem van mijn hond is in de achteras van mijn elektrische vouwfiets terecht gekomen. Terwijl mijn fiets voorwaarts schiet word ik langzaam naar de grond getrokken. Ik kan niet afweren met mijn handen, dus ik val vol op heup en elleboog. Au!

Als een onwillige schildpad lig ik op mijn rug te spartelen. De motor is intussen afgeslagen, dus de fiets ligt stil. Maar ik kan me met geen mogelijkheid bevrijden van de fiets. De hondenlijn zit zoals altijd stevig aan een riem om mijn middel vast, onder mijn jas, zodat ik mijn handen lekker vrij heb. Maar nu kan ik nergens bij. Machteloos lig ik naar adem te happen.

Een vrouw rent uit een aan het park gelegen kantoortuin naar buiten. Ze heeft me onderuit zien gaan. Gezamenlijk weten we Heks weer vlot te trekken. Lijkbleek neem ik de schade op. Een pijnlijke elleboog en een beurse heup. Onderrug verschoven. Schouder uit de kom. Pijnlijke hand.

Handen zijn sowieso al uien de laatste tijd. De gewrichten in mijn beide duimen zijn ontstoken geraakt tengevolge van een favoriet kledingstuk met drukknopen. Misschien moet ik dat stuk textiel maar weggooien.

Tranen stromen over mijn wangen als ik verder fiets. Niemand die het ziet. Het regent pijpenstelen.

Maandag zit ik met mijn nieuwe helpende hand regeldingen te doen. Sinds vorige week heb ik een hele lieve jongedame tot mijn beschikking om allerlei kutklusjes aan te gaan pakken. Samen. Elke week een uur en een kwartier.

‘Ik weet niet of we het redden met een uur en een kwartier,’ zegt ze al na de tweede keer. We zijn beide keren ruim over de tijd gegaan. Heks heeft zoveel medische zaken, waar ze achteraan moet. Tegenwoordig, met die verfoeide marktwerking in de zorg, moet je door een moeras aan regeltjes waden om iets voor elkaar te krijgen.

Ik wil bijvoorbeeld mijn chronisch code voor fysiotherapie terug. Niemand echter, die me kan vertellen, hoe ik het voor elkaar kan krijgen. Al vier maanden word ik van het kastje naar de muur gestuurd.

‘Al ons werk van vorige week is voor niets geweest,’ vertel ik mijn rechterhand als ze binnenkomt. Vanmorgen belde de psycholoog, waar ik vandaag met EMDR zou starten, de afspraak af. ‘Ik zie dat u een verwijzing heb voor een langdurig traject. Dat doen wij niet. Bij ons moet je het met een sessie of twaalf doen……’

De man heeft blijkbaar de vragenlijsten, waar ik vorige week met mijn nieuwe rechterhand meer dan anderhalf uur mee bezig ben geweest, pas op het laatste moment ingezien. Achterlijk natuurlijk. Ik kots van zulke vragenlijsten. Altijd al. Maar dit exemplaar sloeg werkelijk alles. Pakweg twintig pagina’s met vragen als ‘Wat eet u maandag ontbijt, lunch, diner, tussendoortjes….. dinsdag ontbijt, lunch, diner, bladiebla……..

De meest idiote niet er zake doende vragen hebben we zitten beantwoorden. De kersverse behandelaar heeft al in mijn onderbroek zitten koekeloeren, voordat ik hem überhaupt ooit gesproken heb,

‘Ik word altijd overal weggestuurd,’ antwoordt Heks berustend. Dat vindt de man niet leuk, dat ik dat zeg. Hij bestrijdt mijn woorden verontwaardigd. Maar ik mag toch niet komen. Het heeft me vier maanden gekost om die afspraak te regelen. Hij had wel eens iets eerder naar die verwijzing kunnen kijken.

Als ik de hoorn op de haak heb gelegd krijg ik een stevige huilbui. God wat zitten de tranen hoog op het moment.

Heks, je zit weer lekker op je mopperstoel. En je stokpaard. Toe maar.

Dinsdag heb ik een afspraak bij mijn eigenste huisarts. Mijn linkerschouder zit weer muurvast en de goede man gaat er een ontstekingsremmende prik in jassen. Dat komt goed uit, want ik ben er gisteren na een woeste belronde van ruim anderhalf uur langs allerlei instanties met behulp van die alleraardigste jongedame en passant achtergekomen, dat Frozen Shoulder 12 maanden onbeperkt fysio oplevert.

Onbeperkt is tegenwoordig twee keer per week. Maar nog altijd beter dan bijna niks.

Ik heb net Cortisonenvloeistof gehaald bij de apotheek als ik van mijn fiets lazer. Het doosje is helemaal platgewalst, hetgeen me aanvankelijk bevreemdt. Hoe komt dat nu weer? Dan besef ik dat ik blij mag zijn dat de ampul nog heel is. Mooi zo. Ik kan direct door naar mijn afspraak bij de huisarts.

Die maakt een grote injectie klaar en prikt links en rechts in mijn nek, schouders en elleboog. Hij maakt nog een extra grote spuit met Lidocaïne klaar. Die verdwijnt bijna geheel in mijn nek/schouder.

Tijdens het onderzoek moet ik mijn armen omhoog bewegen. Geen doen natuurlijk. ‘Klonk, klonk,’ hoor je als ik mijn rechterarm voorbij een zeker punt breng. De schouder is uit de kom. Mijn huisarts kijkt bevreemd op. Wat een rare geluiden komen er uit dat gewricht.

De andere schouder is inderdaad geheel bevroren. Slechts via een omweg kan ik de arm wat hoger krijgen, Maar dan roep ik wel heel hard au. Stilzwijgend lukt niet.

Mijn dokter schrijft dan eindelijk een verwijzing, waar ik iets aan heb. Voorlopig krijg ik mijn therapie vergoed op deze code. Eindelijk begrijp ik ook een beetje hoe het werkt. Een arts stelt de diagnose en de fysiotherapeut zoekt er de juiste code bij. In de praktijk moet ik het ongeveer zelf doen allemaal, maar dit is hoe het zou moeten gaan.

‘Weet je wat zo raar is? Ik ben het afgelopen jaar een paar keer bij de reumatoloog geweest, maar nu staat er in een brief van het ziekenhuis, dat die vrouw verpleegkundig specialist is of zoiets. Helemaal geen arts dus. Vind je dat niet idioot? Je wordt verwezen naar een arts voor een goede diagnose en stiekem behandeld door een verpleegkundige. Geen wonder dat ze moeite heeft met het stellen van de juiste diagnose. Die hele gang naar het ziekenhuis heb ik niets aan gehad!’ zeg ik tegen mijn hulp.

Toch gek, dat je huisarts je verwijst naar een arts en je wordt vervolgens gezien door een verpleegkundige. Lekker goedkoop natuurlijk. Maar je schiet er geen bal mee op! Schiet mij maar lek.

Terwijl ik op de site van het ziekenhuis zoek naar de naam van de verpleegkundig specialist kom ik een oud klasgenoot tegen. Hij is tegenwoordig professor en me dit en me dat. Hij zit in honderdduizend besturen, is decaan van de instelling en ga zo maar door. Zijn gemelijke oogjes kijken me geringschattend aan vanaf een foto.

God, wat had die vent een hekel aan Heks zo’n vijfenveertig jaar geleden. En wat liet hij me dat altijd grondig merken! Het was nog lang voordat ik iets wist van narcisten en de ongehoorde aantrekkingskracht, die ik op zulke lieden uitoefen…… Hoe ze me klein willen krijgen. Altijd.

Het was nog in de tijd, dat ik enorm ellendig werd van zulke haters. Me er diep ongelukkig door kon voelen.

Rare wereld. Mensen met reuma, Bechterev, hypermobiliteitssyndroom, fibromyalgie en weet ik niet wat allemaal nog meer worden niet meer geholpen. Deze chronisch zieken zoeken het maar uit, terwijl ze langzaam veranderen in een plank. Of volledig vergroeien. Ik droomde vannacht, dat ik mijn handen niet meer openkreeg bijvoorbeeld…….

Maar een aandoening als Frozen Schouder, iets dat men nogal eens oploopt op de werkvloer van de gemiddelde kantoortuin, krijgt gewoon twaalf maanden onbeperkt fysiotherapie. Zodat er weer snel gepresteerd kan worden!

Zo heeft de overheid dat bepaalt.

Je zou bijna denken, dat chronisch zieken de investering niet waard zijn. Nou ja bijna. Ik denk dat het zo is. Waarom zou je goed geld weggooien, door de plee spoelen, over de balk smijten, voor mensen, die nooit meer op de arbeidsmarkt inzetbaar zijn? Uit menselijke overwegingen? Marktwerking hanteert geen menselijke overwegingen!

Nee, laat die chronisch zieken maar de rambam krijgen. Laat ze maar vastgroeien aan hun rolstoel. Laat ze maar pijn lijden tot op het bot. Stop ze gewoon vol met opiaten. Dan zijn we van het gezeur af en tegelijkertijd wordt er nog wat aan die mensen verdient. Door de farmaceutische industrie. Zijn ze toch nog ergens goed voor.

 

 

Knibbel knabbel knuisje: Ieder huisje heeft zijn kruisje. Heks verlaat haar heksenhuisje…. En trekt de wijde wereld in spin, de bocht gaat in. Uit spuit.

‘Het is toch ook altijd hetzelfde. En telkens vergeet ik dat weer. Ben ik een maand in Plumvillage, een soort snelkookpan aan processen en inzichten, kom ik thuis en moet ik het allemaal nog eens dunnetjes over doen.’

‘Het hele najaar heb ik in de kreukels gezeten. Moest ik opnieuw het wiel uitvinden van verbinden met de Sangha-schapen. Opnieuw woedend op mijn voorouders geweest en eveneens opnieuw me met hen verbonden. Ook stukjes goud onder hen gevonden…..’

Heks zit bij de homeopaat. Ik praat en praat. VikThor ligt slapjes onder haar stoel. Hij is nog steeds niet helemaal de oude. Zo mager als een lat. Morgen ga ik een kuurtje voor hem halen.

Langzaam ploeter ik mezelf een weg door strontland. Ouwe shit in nieuwe vaten. Het levert vruchtbare grond op, al die modder…. dat zeker. Maar leuk is anders. Het mag wel een onsje minder wat mij betreft.

Een paar dagen later rijd ik vroeg de stad uit in mijn kanariepiet. De achterbumper wappert een beetje. Losgeraakt tijdens het inparkeren van deze of gene hier in de buurt. Die nam dat inparkeren wel erg letterlijk.

Ik zal em straks met een knalgele smiley-sticker weer aan elkaar plakken. De ervaring leert, dat het euvel dan weer een tijdje verholpen is. Op mijn gemak tuf ik naar de hoofdstad. Er is geen sterveling op de weg. Om half tien parkeer ik in de P.C.Hooftstraat.

1 voor 1 druppelen de heksjes uit alle windstreken binnen. Sommigen met een druppel aan de kromme neus na een woeste tocht op de bezemsteel. Anderen bepakt en bezakt met grote zelfgemaakte trommels van paardenhuid. Allemaal eigenzinnige dames. Eigenwijze tante Betjes.

Vandaag gaan we aan de slag met krachtdieren. Ik heb al flink liggen dromen over een krachtdier. Een hele heftige droom. Ik werd als het ware bij mijn kladden gegrepen. Door het krachtdier van iemand anders.

Is dat nu ook mijn grote vriend? Dat valt nog te bezien. ‘Krachtdieren komen je vaak besnuffelen,’ vertelt onze juf de vorige keer, ‘Met name de slang, de tijger en die en die staan daarom bekend.’

Ik word dus druk besnuffeld. Heks besluit het allemaal af te wachten. Niet teveel in te vullen. Te genieten van het proces.

De gehele zondag zijn we druk in de weer. Lekker aan het heksen. Heks gooit zich volop in de strijd. Als een slang kruip ik over de grond tussen rijen schreeuwende toverkollen door. Ze klauwen naar me. Houden me tegen. En moedigen me aan.

Om maar iets te noemen.

Dagenlang moet ik bijkomen. Zo’n dagje als een normaal mens tekeer gaan komt me op een week gekreukel te staan. Minstens. Maar ik heb het er voor over!

Tijdens het slangenritueel neem ik afscheid van een aantal zaken, die me hinderen op mijn heksenpad. Ik laat werkelijk heel wat achter me.

Wijs geworden door eerdere ervaringen realiseer ik me, dat ik wat ik verworven heb tijdens dit ritueel wel moet implementeren in mijn dagdagelijkse leventje.

Eindelijk maak ik dan een afspraak om EMDR te gaan doen op datgene wat me hindert op dit pad. Al die mensen, die ik los moet laten. Liefst in liefde. Als het eventjes kan.

Loyaliteit is een prachtige eigenschap, maar je kunt ook overdrijven. Om thuis te komen bij mezelf moet ik vooral thuis geven. Loyaal zijn aan mezelf. Om te beginnen. De rest volgt vanzelf.