Knibbel knabbel knuisje: Ieder huisje heeft zijn kruisje. Heks verlaat haar heksenhuisje…. En trekt de wijde wereld in spin, de bocht gaat in. Uit spuit.

‘Het is toch ook altijd hetzelfde. En telkens vergeet ik dat weer. Ben ik een maand in Plumvillage, een soort snelkookpan aan processen en inzichten, kom ik thuis en moet ik het allemaal nog eens dunnetjes over doen.’

‘Het hele najaar heb ik in de kreukels gezeten. Moest ik opnieuw het wiel uitvinden van verbinden met de Sangha-schapen. Opnieuw woedend op mijn voorouders geweest en eveneens opnieuw me met hen verbonden. Ook stukjes goud onder hen gevonden…..’

Heks zit bij de homeopaat. Ik praat en praat. VikThor ligt slapjes onder haar stoel. Hij is nog steeds niet helemaal de oude. Zo mager als een lat. Morgen ga ik een kuurtje voor hem halen.

Langzaam ploeter ik mezelf een weg door strontland. Ouwe shit in nieuwe vaten. Het levert vruchtbare grond op, al die modder…. dat zeker. Maar leuk is anders. Het mag wel een onsje minder wat mij betreft.

Een paar dagen later rijd ik vroeg de stad uit in mijn kanariepiet. De achterbumper wappert een beetje. Losgeraakt tijdens het inparkeren van deze of gene hier in de buurt. Die nam dat inparkeren wel erg letterlijk.

Ik zal em straks met een knalgele smiley-sticker weer aan elkaar plakken. De ervaring leert, dat het euvel dan weer een tijdje verholpen is. Op mijn gemak tuf ik naar de hoofdstad. Er is geen sterveling op de weg. Om half tien parkeer ik in de P.C.Hooftstraat.

1 voor 1 druppelen de heksjes uit alle windstreken binnen. Sommigen met een druppel aan de kromme neus na een woeste tocht op de bezemsteel. Anderen bepakt en bezakt met grote zelfgemaakte trommels van paardenhuid. Allemaal eigenzinnige dames. Eigenwijze tante Betjes.

Vandaag gaan we aan de slag met krachtdieren. Ik heb al flink liggen dromen over een krachtdier. Een hele heftige droom. Ik werd als het ware bij mijn kladden gegrepen. Door het krachtdier van iemand anders.

Is dat nu ook mijn grote vriend? Dat valt nog te bezien. ‘Krachtdieren komen je vaak besnuffelen,’ vertelt onze juf de vorige keer, ‘Met name de slang, de tijger en die en die staan daarom bekend.’

Ik word dus druk besnuffeld. Heks besluit het allemaal af te wachten. Niet teveel in te vullen. Te genieten van het proces.

De gehele zondag zijn we druk in de weer. Lekker aan het heksen. Heks gooit zich volop in de strijd. Als een slang kruip ik over de grond tussen rijen schreeuwende toverkollen door. Ze klauwen naar me. Houden me tegen. En moedigen me aan.

Om maar iets te noemen.

Dagenlang moet ik bijkomen. Zo’n dagje als een normaal mens tekeer gaan komt me op een week gekreukel te staan. Minstens. Maar ik heb het er voor over!

Tijdens het slangenritueel neem ik afscheid van een aantal zaken, die me hinderen op mijn heksenpad. Ik laat werkelijk heel wat achter me.

Wijs geworden door eerdere ervaringen realiseer ik me, dat ik wat ik verworven heb tijdens dit ritueel wel moet implementeren in mijn dagdagelijkse leventje.

Eindelijk maak ik dan een afspraak om EMDR te gaan doen op datgene wat me hindert op dit pad. Al die mensen, die ik los moet laten. Liefst in liefde. Als het eventjes kan.

Loyaliteit is een prachtige eigenschap, maar je kunt ook overdrijven. Om thuis te komen bij mezelf moet ik vooral thuis geven. Loyaal zijn aan mezelf. Om te beginnen. De rest volgt vanzelf.

 

Pech onderweg is niet voor watjes zeg. Heks koopt op de valreep een knalgeel fluorescerend jasje en dat is maar goed ook. Mijn voornemen nu eens op tijd om Parijs heen te zijn gaat op in rook. Ik kom dan wel voor hete vuren te staan, maar ik heb de soep heus heter gegeten. Uiteindelijk is het leven een groot avontuur. En: Vandaag loopt alles goed af!

Een paar dagen voordat ik naar Plumvillage vertrek haal ik de Don van het station. Strak in het pak stapt hij bij me in de auto. De koffer met nog meer pakken en hoeden gooien we achterin. In Huize Heks hangen ook nog eens een maatpak en een colbertje klaar. Hij komt deze maand wel door!

De volgende dagen ga ik door met het voorbereiden van mijn reisje. Afgewisseld met kletskous-sessies met mijn oude vriend. Zijn aanwezigheid werkt twee kanten op. Enerzijds houdt het me rustig, zodat ik mezelf niet voorbij hol. Anderzijds leidt het me geweldig af, waardoor sommige items uiteindelijk niet in mijn bagage terecht komen…..

Ergens onderweg naar mijn tassen neergelegd en vervolgens vergeten. Zo vergeet ik mijn toetsenbord, oplaadsnoer van mijn iPod-achtige apparaatje, bodylotion en zonnebrandproducten. Nou ja. Wat kan het schelen? Uiteindelijk zit ik evenzogoed met een gigantische berg teringzooi in mijn autootje.

Twee dagen voor vertrek breng ik VikThor naar zijn logeeradres. Hij wordt met open armen ontvangen door de hyperactieve zoon des huizes. Eindelijk iemand met meer energie dan mijn hondje! Wat zal mijn ventje het geweldig hebben hier!

 

De avond voor vertrek stouwen we mijn kanariepiet alvast vol. De Don sjouwt alles naar beneden en ik prop alles vakkundig in mijn bolide. Ik gooi knalgele dekens over mijn spulletjes en parkeer mijn karretje in een steeg om de hoek. Zodoende hoef ik de volgende morgen alleen maar een kop straffe koffie naar binnen te gieten en mijn tas met belangrijke paperassen in te laden.

Zo vertrek ik dan op een voor mij ongebruikelijk vroeg tijdstip. Het zonnetje schijnt. Ik zit werkelijk voor tienen op de snelweg! Om direct bij Rotterdam in een geweldig verkeersinfarct terecht te komen. Er is een vrachtwagen met spijkers omgevallen in de bocht op de ring. Hierdoor hebben tweehonderdachtenzestig auto’s een leuke lekke band gekregen. Het verkeer staat vast van hier tot Tokio.

Goeie hemel. Op het allerlaatste moment besluit ik dan toch maar over Barendrecht te rijden. Ik ben niet de enige met dit gezegende idee, dus ook hier sta ik uren vast. In de stromende regen en storm. Want het is ongelofelijk ellendig weer geworden intussen. Met grote moeite houd ik me staande tussen al het vrachtverkeer.

Via Zeeland kom ik alsnog in België terecht. En vandaaruit uiteindelijk in Noord-Frankrijk. Daar zie ik plotseling dat ik nodig moet gaan tanken, net op het moment dat ik langs een slecht aangegeven in het struweel verborgen tankstation kom. Helaas moet ik wel eerst vier banen oversteken en dat lukt niet meer. Volgende station dan maar……

Plotseling houdt mijn karretje ermee op. Precies waar de weg zich splitst. De rechterbanen gaan naar Calais en de linkerbanen naar Parijs. Heks staat stil op de kleine strook tussen deze voortrazende verkeersaders. Wat nu? Is mijn tank gewoon leeg of is er toch iets anders aan de hand? Ik bel met de ANWB.

‘U moet wachten op de franse verkeerspolitie. Zo is de wet, we kunnen eventjes niets voor u doen. U moet dit en dat nummer bellen en uw positie doorgeven, die staat op die paaltjes langs de weg, kijk maar goed, bladiebla….’

Heks zit intussen badend in het zweet in haar kleine voiture door stapels bagage heen te gluren of ze zo’n verrekt paaltje ziet. Maar nee. Precies op dit kruispunt der wegen zijn die dingen dun gezaaid. Ik zal eropuit moeten……..

Ik trek mijn net aangeschafte lichtgevende gele vestje aan en wurm me voorzichtig uit de auto.

Met gevaar voor eigen leven ga ik op zoek naar zo’n verdraaid paaltje. Goeie hemeltje, wat rijden ze hier hard. Links en rechts suizen enorme vrachtwagens voorbij. Na zo’n vijfhonderd meter ontwaar ik een paaltje in het struikgewas aan de overkant. Ik tuur me suf en stamp de nummers in mijn kop. Nu weer terug schuifelen…..Heks is blij als ze weer in haar autootje zit.

Een klein half uur later komen er franse mannetjes met een grote auto vol wegversperringsmateriaal. Snel zetten ze de rechterbaan af. Binnen een minuut staat er een gigantisch file. ‘Voor mij,’ glim ik tevreden. Zorg ik ook eens een keertje voor oponthoud.

Wat een opluchting.

Ik begroet mijn redders enthousiast. Ik prijs hun onverschrokken heldendaden hier ter plekke. ‘Ach,’ wuiven ze mijn complimenten verlegen van de baan, ‘We zijn het gewend…..’ Ze krijgen plezier in het geval, vooral als er allemaal mannen uit de stapvoets voorbijrijdende auto’s gaan hangen. ‘Bonjour,’ schreeuwen die naar een opgelucht lachende Heks met haar cowboyhoed en dito laarzen.

Mijn spijkerjurkje valt enorm in de smaak van dit onverwachte publiek. Mijn redders staan trots te lachen naar hun concurrenten. Opgewekt instrueren ze me over wat nu komen gaat. ‘Je wordt weggesleept. We mogen geen benzine in je tank gooien. Het is bij de wet verboden. Bovendien kan het ook iets anders zijn. Hopelijk. Anders moet je die sleepwagen zelf betalen…..’

 

Ze grijnzen me opgewekt tegemoet. O jee. Nou ja, ik ben allang blij dat het allemaal meevalt. Ik heb doodsangsten uitgestaan het afgelopen uur.

Even later arriveert de sleepwagen. De wieldop wordt van mijn achterwiel gelicht en in  no time staat mijn kanariepiet op zijn enorme grote broer te kwetteren. Heks zit al voorin de gigantische cabine van de wagen. Ik ben intussen in een prima humeur. Ik heb de grootste file veroorzaakt, die je je maar kunt voorstellen. En zelf rijden we vrolijk voor de meute uit.

Met een rotvaart jakkert de chauffeur door het franse platteland, tot hij in een stadje een schier onmogelijk manoeuvre uithaalt. Achteruit steekt hij zijn gevaarte door een poort. Plotseling staan we op het binnenplaatsje van een rommelig garagebedrijf met sleepwagen en al. De eigenaar van dit zootje ongeregeld gaat helemaal glimmen als hij Heks in het vizier krijgt. Ik heb een fan!

Even later duwen ze mijn karretje de garage in. Een leger mannetjes stort zich op de motorkap. Heks staat in het aangrenzende kantoor met haar nieuwe aanbidder. We kijken door de ruit naar de kluwen monteurs, terwijl hij met de ANWB belt.

Een besmeurde monteur komt binnen stuiven met de diagnose. De baas ratelt vervolgens in het frans tegen de man van de ANWB. Smijtend met terminologie, die ik niet ken.

Intussen knipoogt hij olijk naar me. Of heeft hij een vuiltje in zijn oog? Hij knippert en knijpt er op los. Dan geeft hij me de hoorn. ‘Het is uw benzineleiding. Het slangetje is losgeschoten. Geen wonder dat u opeens stil stond….’ toetert de man van de alarmcentrale in mijn oor, ‘Ze zetten er een nieuw slangetje op en dan kunt u weer verder rijden.’

De man met het vuiltje in zijn oog kijkt me stralend aan. ‘Ik heb er ook nog maar 10 liter benzine ingegooid,’ vertrouwt hij me toe. Dat begrijp ik. ‘Wat krijgt u van me?’ Ik kijk in mijn portemonnaie en geef hem vijftig euro. ‘Welnee,’ roept de man verontwaardigd, ‘Dat is echt veel te veel. Kijk,’ hij wijst naar een tientje dat ernaast ligt. Dat is ruim voldoende……

Voor de hele meute van de door mezelf  veroorzaakte enorme file uit tuf ik naar Parijs. Daar kom ik alsnog in een nieuw verkeersinfarct terecht, met een slakkengangetjes worstel ik me over die verduivelde Boulevard Périphérique. Hier heeft mijn vader wel eens een band staan verwisselen op een brug zonder fatsoenlijke vluchtstrook. Zo koel als een kikker. Het kan dus wel degelijk erger……

Na Parijs knal ik door tot Vierzon. Daar weet ik een lief hotelletje vlak bij de snelweg. Om kwart voor 11 ’s avonds bel ik aan. De deur zit al op slot, iedereen slaapt. Behalve de beeldschone zoon van de eigenaresse. Slaperig doet hij de deur open. Hij checkt me in en een half uur later lig ik ook op 1 oor. Eten doen we morgen wel weer. Nu eerst maar eens schandalig lekker slapen.

 

 

 

 

 

Hardnekkig vragen van verkeerde aandacht en lozen van allerlei afval in mijn kleine kruidentuintje drukt als een loden last op de pijnlijke schouders van Heks: Ik ben verdorie geen vuilnisvat! En ook: Nieuwe vriendin wandelt mijn leven in met haar Mechelaar!

‘Kom schatje, we gaan naar Baris,’ Ik kriebel mijn hondje achter zijn oren, ‘Baris. Baris, Baris…..’ VikThor spitst zijn flappers. Hoort hij het goed? Hij houdt zijn geinige koppie schuin en zijn ondeugende bekkie gaat open in een soort grijns. Althans, daar lijkt het op. Hoera! We gaan wandelen met mijn vroegere hulp en haar Mechelaar.

Niet veel later zit ik in de auto. Laat ik er nog maar eventjes van genieten, want het ziet ernaar uit dat ik mijn kanariepiet op termijn ga kwijtraken. Of mijn dieren. ‘Breng ze maar naar het asiel,’ zegt de financiële man tegen me, ‘Of houd eens een tijdje op met je medicatie. …’ Alsof ik dat voor mijn lol slik!

Het zal de auto wel worden vrees ik. Heks is bezig om zich financieel te beraden. Dingen zijn toch niet zo goed geregeld als ik dacht. Opeens hang ik aan allerlei touwtjes te bengelen! Ik ben ergens onderweg mijn autonomie op dit gebied volstrekt kwijtgeraakt! En als ik ergens niet tegen kan is het om mijn vrijheid op te offeren voor zoiets stoms en triviaals als geld!

Terwijl ik de stad uit rijd heb ik last van een medeweggebruiker. Hij haalt me in en gaat zo rijden dat ik er niet meer langs kan, ondanks de tweebaansweg. Hij treuzelt voor mijn neus en kijkt in zijn spiegel naar Heks. Ik neem gas terug en doe alsof ik linksaf wil slaan. Op het laatste moment ga ik echter toch naar rechts. De man is dan al in de rij voor het andere stoplicht beland. Mooi zo. Daar ben ik vanaf…..

©Toverheks.com

Maar nee. Niet veel later zit er weer zo’n klever achter me. Zou het dezelfde zijn? Ik heb helemaal niet op het type auto gelet. Noch op de bestuurder. De chauffeur plakt en plakt. Heks kan geen kant op, want voor me zit iemand te sukkelen en naast me rijden ook auto’s. Plotseling haalt de eikel me links in en schiet tussen mijn auto en een voorganger op de andere baan door om pal voor mijn neus schielijk weer in te voegen. Een levensgevaarlijke manoeuvre!

Even later gaat de man vol op zijn rem. Zomaar. Om me te pesten: Er rijdt niks vlak voor hem. Ik knal er bijna bovenop. Hij rijdt tergend langzaam totdat we bij stoplichten komen. Heks heeft geen zin in de engbek. Ik wijs op mijn voorhoofd naar de starende idioot in zijn achteruitkijkspiegel en wissel snel van baan.

Maar als ook ik voor de lichten stop hoor ik plok. Of TOK. O jee. Nu ben ik uit pure nijd tegen mijn nieuwe voorganger aangereden.

Braaf sukkel ik achter de geschonden auto aan naar een loze rijstrook. Daar bekijken we de schade. ‘Jullie zijn gered door jullie afweergeschut,’ lacht Heks opgelucht tegen het uitermate vriendelijke echtpaar dat is uitgestapt. Ik ben alleen maar tegen hun trekhaak aangekomen. En die heeft een luikje in mijn bumper opengeduwd. Niks aan de hand. Goddank!

‘Zagen jullie wat er gebeurde?’ Ze hebben het niet gezien. Hoe weer één of andere kerel aandacht wilde van Heks. Het was niet eens een lelijke vent, maar wel een griezel natuurlijk. Een ongeluk veroorzaken vind ik nu niet bepaald sexy.

‘Heks, jij bent zo’n prachtige superslimme vrouw, sommige mannen kunnen daar niet tegen. Vooral als ze zelf lelijk zijn of oliedom. Of een slecht karakter hebben. Daarom hebben ze een hekel aan je. En dan ben je daarbij ook nog eens een echte schat! ‘ Don Leo troost me als er weer eens zo’n type tegen me heeft staan schreeuwen.

©Toverheks.com

Zoals gewoonlijk was er geen enkele aanleiding is voor dit gedrag behalve mijn existentie. Soms zit iemand zelf vol met louter nijd. En dat wil ‘ie dan zo snel mogelijk kwijt……

Heks wordt dan nogal eens aangezien voor vuilnisvat. Een oude rol, die me niet meer past. Helaas heeft nog niet iedereen dat in de gaten. En sommigen kunnen dat gedrag nu eenmaal niet laten.

Heks was dus weer eens met stomheid geslagen, voor de zoveelste keer in haar leven, maar iets terug zeggen heeft meestal geen zin bij aartschagrijnen. Je kunt beter de plaats poetsen!

Deze prachtige dame rijdt op deze zonnige dag met haar geweldige hondje in haar aftandse maar zeer geliefde autootje naar het strand. Daar staan Baris en zijn vrouwtje ongeduldig op ons te wachten. ‘Ha schat, daar zijn we dan, iets verlaat, want ik werd achtervolgd door een foute kerel’ ik til VikThor uit de auto en grijns ondeugend naar mijn vriendin. We vliegen elkaar om de hals. Voorzichtigjes. Vanwege mijn gekke nek.

©Toverheks.com

Dan lopen we een heerlijk rondje door de duinen. Het stormt, maar we vinden een beschut plekje uit de wind en in de zon. Mijn maatje tovert een thermosfles met thee tevoorschijn. ‘Wil je er ook een lekker sneetje kerststol bij?’

De hondjes zijn toch zo blij. VikThor pakt de bal af van Baris en gaat uitdagend ererondes rennen om de picknicktafel. We liggen in een deuk. Baris staat goeiig te grommen. ‘Leg neer die bal…..’

Op het strand waaien we compleet uit ons hemd. De zee is een grote woeste wit schuimende watermassa. Je kunt tegen de lucht leunen! We worstelen ons een weg tegen de wind in. Helaas zijn alle standtenten gesloten. Maar we vinden nog een zonnige duinpan! Voor een laatste kopje thee.

Op het parkeerterrein bij Duinoord nemen we afscheid. Maar niet voordat we een nieuwe afspraak hebben gemaakt. Volgende week gaan we weer aan de wandel. Op alweer een andere locatie.

Op mijn gemak tuf ik terug naar Leiden. Ik rijd helemaal om, zodat ik via Voorschoten de stad in kom: Ik moet nog eventjes langs de apotheek. Het dorp van mijn jeugd is ook al bezig om zich te laten opstuwen in de vaart der volkeren. Een megalomaan bouwproject verkracht het hart van dit mooie oude plaatsje. Een kniesoor die er op let…..

Wat is het fijn om samen op stap te gaan. Om weer een vriendin erbij te hebben. Ik heb zoveel verliezen geleden de laatste jaren. De laatste tijd ook. Uit elkaar groeien houd je nu eenmaal niet tegen…..

Maar hier groeit iets. Naar elkaar toe. Mooi.

©Toverheks.com

 

 

 

 

Takelwagen wil trein worden. Mensen met voelsprieten versus de exemplaren met een plaat voor hun kop. En ontdek je eigen lange tenen voor het te laat is! Bij voorkeur in je eerste levensjaar……..

 

baby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaam

Gisterenmorgen rijd ik met Varkentje richting Leidse Hout. In het Gele Gevaar. Het is zuur weer. Regenbuien kletteren losjes over een natte stad. In mijn hoofd strooien herinneringen andersoortige buien in de rondte. Voor mijn geestesoog verschijnt een jeugdvriendin. Een paar jaar gelden tijdens een reünie zag ik haar terug. We bleken een geheel andere herinnering te hebben aan onze vriendschap!

baby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaambaby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaam

Want dat laatste was het ongetwijfeld. Jarenlang waren we in elkaars leven aanwezig. Maar waar Heks zich niet gezien voelde en dientengevolge last had gehad van het ‘egocentrische’ gedrag van haar maatje, was deze juist heel enthousiast over de vriendschappelijke kwaliteiten van Heks. De ervaring van jarenlang delen van lief en leed lag mijlenver uit elkaar….

baby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaambaby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaam

Intussen tuf ik nog steeds door de prutstad. Bij het station wacht ik voor een stoplicht. Voor me staat een takelwagen. Een man in een enorme dikke gezinsbak steekt brutaal de neus van zijn bakbeest in het gaatje tussen mijn bolide en de vrachtwagen. Vooruit maar weer. Ik laat hem ertussen. Terwijl ik optrek zie ik voor mijn ogen een spervuur aan brandende deeltjes ontstaan. Een schrapend, knetterend geluid vult de lucht. Een vonkenregen daalt neer op de zonet ingevoegde auto……

takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi

De takel van de voorste wagen schraapt grondig langs het plafond van het viaduct onder de spoorrails. Alsof de vrachtwagen plotseling aspiraties krijgt om tram te worden. Of trein….. Ook zo’n takelwagen is wel eens toe aan iets anders!

takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi

Wat een geluk, dat die man invoegde. Anders had Heks die lading vonken over zich heen gekregen! De auto voor me scheurt gehaast om de vrachtwagen heen, terwijl de chauffeur daarvan op het dak klimt om zijn ontaarde takel tot de orde te roepen….

Een stukje verderop zie ik de gedupeerde parkeren. Gefrustreerd inspecteert hij de schade. De vrachtwagen rijdt snel langs hem heen en maakt dat hij weg komt.

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Maar vandaag was het nu eens niet het mijne.

De wereld IS. En wij ervaren em allemaal anders. Sommigen zijn slechts op zichzelf gericht. Een belangrijke fase in onze ontwikkeling. Dit bewust worden van jezelf. Kijk naar baby’s. Urenlang kunnen ze zich bezighouden met het bestuderen van hun handjes en voetjes. Superschattig.

Bij volwassenen wordt dit gedrag al snel minder aandoenlijk….

takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi

Anderen zijn alleen maar met de ander bezig. Alsof ze er zelf niet toe doen. Of als effectieve methode om zich zo min mogelijk bewust te zijn van hun eigen armetierige gedoetje. De balans is doorgeslagen naar de andere kant. In het slechtste geval levert het een enorme bemoeial op, die niks bakt van zijn of haar eigen leven.

lachen, slappe lach, plezier, hahaha, hihihi,

Zondag arriveer ik op het nippertje in de kerk. De liedbundels zijn op. Als ik in een kerkbank schuif, zie ik dat het echtpaar naast me goed voorzien is: Ze houden allebei een bundel vast. Maar ze kijken er niet in. Zingen niet mee. Ik ben benieuwd of ze mij er eentje zullen aanbieden. Heks doet een experiment. Ik wacht af. Er komt geen bundel mijn kant op. Ook mag ik niet meekijken. Wel wensen ze me vrede. Er zit geen kwaad achter……

lachen, slappe lach, plezier, hahaha, hihihi,

Na de dienst ga ik met Jip en Janneke naar de kroeg. Dat is lang geleden. We drinken wijn en eten Vlaamse frieten. We praten eens goed bij. Vervolgens lachen we tot we pijn in onze kaken krijgen. Om onszelf en al die onbeholpen medemensen. Om de zotheid van dit aards bestaan….. Heerlijk!

lachen, slappe lach, plezier, varkentjes lachen, hahaha, hihihi,

Heks is getuige van een ernstig ongeluk. Mijn gedachten gaan uit naar het slachtoffer en haar naasten……

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulanceimages-936AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Woensdagmiddag rijd ik naar Zoetermeer voor een acupunctuursessie. Ik ben lekker op tijd. Op mijn gemak tuf ik de stad uit. Voor me zit iemand weer bizarre stunts uit te halen met zijn auto. Mensen gedragen zich soms zo vreemd in het verkeer. Gelukkig slaat de gek ergens af en ben ik ervan verlost.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Ik stop voor een zebra, nadat ik eerst mijn achteruitkijkspiegel grondig check. Ik ben al twee keer aangereden in zo’n situatie, dus ik stop niet meer vanzelfsprekend voor een dergelijk object…..

Zie ik iemand achter me telefoneren, uit zijn neus eten of anderszins aangeven niet met het verkeer bezig te zijn, dan moet de voetganger maar eventjes wachten. Mijn nek kan geen klap meer incasseren, hoe klein ook….

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Als ik door Zoeterwoude rijd, ben ik getuige van een verschrikkelijk ongeval. Terwijl ik het kruispunt met stoplichten oversteek, zie ik hoe aan de andere kant van de weg een jonge vrouw met blonde haren wordt aangereden.

Ik hoor de  enorme klap. Een auto geeft haar een megazwieper en ze vliegt een meter of tien door de lucht. Als een enorme lappenpop. Daarna smakt ze tegen het asfalt.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

 

Ik stop op de invoegstrook en sprint terug. Mijn hart staat stil, want om de hoek woont mijn boezemvriendin Trui met haar mooie blonde dochter. Op de straat ligt de vrouw verfrommeld ,bewegingloos. Het is niet de dochter van mijn vriendin. Het is iemand anders’ dochter. Iemands moeder misschien, zuster, vrouw, vriendin. Ergens staat straks  de politie op de stoep.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance  AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulanceAMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Er hurkt een vrouw bij het slachtoffer. Ze is verpleegkundige. ‘Ze mag niet bewegen, hoor!’ roept ze tegen ons. Om de blonde haren vormt zich al snel een enorme plas bloed. De zon brandt genadeloos op het asfalt.

Heks probeert haar schaduw te werpen op het meisje, maar het lukt niet. De koperen ploert staat loodrecht boven ons. Machteloos en verdwaasd ben ik getuige van allerlei pogingen om 112 te pakken te krijgen.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

 

Als zich een voorbijganger meldt, die op een ambulance werkt, besluit ik door te rijden. Ik kan niets betekenen en wil me niet aansluiten bij de groep nieuwsgierigen, die zich altijd vormt in dergelijke situaties.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Onderweg lopen de tranen over mijn wangen. Ik denk aan mijn geliefde dode vriendin. Pas enkele weken geleden verpletterd door een vrachtwagen in Antwerpen. En ook aan de stagiere van het bloemenwinkeltje bij mij op de hoek, waar ik de rouwkrans bestelde: vijf weken geleden geschept door een auto, die 130 reed waar je 50 mag. Waarschijnlijk een wedstrijdje. Het meisje was op slag dood.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Later in de middag word ik teruggebeld door de politie, ik heb me aangemeld als getuige. Ze bieden slachtofferhulp aan, omdat ik zo geschrokken ben. De vrouw leeft nog, goddank. ‘Ze haalde adem en had een hartslag, toen ze met de traumahelikopter naar het ziekenhuis werd vervoerd’, aldus de agent. Maar hoe het met haar is is nog niet bekend.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulanceAMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

We hangen allemaal aan een zijden draadje, elke dag opnieuw. Als je niet van je sokken wordt gereden, krijg je wel een enge ziekte. Of je wordt vermoord door een gestoorde mafkees. Hoe dan ook: wij, mensen, zijn uiterst kwetsbaar. En elke dag kan onze laatste zijn.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulanceAMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Het is zo belangrijk ons leven ten volle te leven. Te genieten van alle goede dingen. Ruzies te beslechten. Een ander wat te gunnen. Gul te zijn en genereus. Morgen kun je dood zijn. Dan valt er niets meer te genieten. Kun je ruzies niet meer bijleggen. En spijt van je krentenkakkerige aard of je jaloerse streken draagt niet bepaald bij aan eeuwige rust…..

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

Voor Heks is dood geen schrikbeeld. Uit ervaring weet ik, dat het geen eindstation is. Maar het afscheid, het verschrikkelijke gemis: Dat went nooit.

Ik hoop wel, dat ik voorlopig gespaard blijf voor dit oog in oog staan met onze vergankelijkheid. Ongeluk komt altijd in drieën. Dit is al het vijfde ongeval in een maand, waar ik op de 1 of andere manier mee verbonden ben. Ik zit behoorlijk aan mijn taks.

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance

AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance AMBULANCE, ONGEVALLEN, HULPDIENSTEN, plaatjes van een ambulance