Handhaven is voor de braven. Handhaver, je zal het maar zijn. Heks in de bres voor handhavers! Handhaven is een rotklus, maar iemand moet het doen. Ja, lekker is dat. De schoorsteen moet roken. Een mens moet toch wat……

Twee oktober 2019. Heks ligt in bed uit te puffen van helemaal niets. In mijn koelkast staat genoeg hutspot met klapstuk voor een weeshuis. Vanavond komt Trui eten. Daarna gaan we even de stad in. Morgen heb ik niemand uitgenodigd. Dat wordt weken hutspot eten……

Vanmorgen om half tien gaat de telefoon. Ik lig rillend en bezweet te slapen. Rare dromen bevolken mijn frontale kwab. Rinkelende vissen trekken me naar de oppervlakte. Overal in huis hoor ik nu telefoons te keer gaan. Ook mijn debiele telefoon meldt zich nu. Hij ligt gelukkig binnen handbereik. De beller is anoniem. ‘Krijg de klere,’ mopper ik. Vervolgens draai ik me nog eens lekker om.

Vijf minuten later begint de anonieme fanaat me opnieuw te bellen. In mijn slaperige brein ontspringt intussen een het idee, dat dit wel eens de politie zou kunnen zijn. Heks heeft gisteravond haar auto op de Langegracht geparkeerd, omdat het godsonmogelijk is om vanaf vanmiddag 13.00 hier de wijk nog uit te komen met je bolide.

‘Dat je hier mag parkeren,’ dacht ik nog. Zo vlakbij de kermis en het feestgedruis. Maar een ordemannetje in een knalgele jas geeft geen krimp, als hij me op mijn gemak ziet inparkeren. Ook trekt hij geen sprintje achter me aan, als ik met mijn hondje naar huis wandel.

Ook zie ik nergens een bord of gekleurd lint om me het parkeren te verbieden. ‘Vergunninghoudersplek’ staat er levensgroot op een verkeersbord te lezen. En dat ben ik toevallig, zo’n vergunninghouder…..

‘Uw auto staat op een plek, waar de ambulance moet komen te staan….’ een agente staat me vriendelijk te woord. Of ik em maar even weg wil halen. Helaas voel ik me hartstikke ziek momenteel. Ik heb zeker een uur nodig om mezelf genoeg op te kalefateren om dat stuk naar het politiebureau te lopen. ‘Ik haal em voor 12 uur weg….’

Nou, dat is eigenlijk niet snel genoeg. De hele stad staat al weken op zijn kop in het kader van dit volksfeest. En waar vroeger de aftrap kwam met de taptoe aan het begin van de avond, tegenwoordig gaat het circus al om 13.00 ’s middags van start.

Toch gaat de agente akkoord. Ik heb nu eenmaal niks verkeerd gedaan. Ik mag daar gewoon staan. Tegen 11 uur haal ik mijn wagentje weg. Ik ben maar net uit de kreukels. ‘Niet meer hier neer zetten, hoor,’ glimt een mannetje in een gele jas tegen Heks.

Hij is op een holletje naar me toe komen rennen, zodra hij me zag instappen. Ik reageer met een paar grappen en grollen. ‘Ik dacht, dan staat mijn autootje in elk geval veilig zo in het zicht van een paar handhavers!’ De man grijnst van oor naar oor, vervolgt dan trots ‘We hebben vanmorgen al een fietsendief te pakken gehad. Die stond met een ijzeren staaf sloten open te breken……’

Dan rijd ik de binnenstad uit. Eerst maar eventjes naar het Leidse Hout. Voor het feest los barst.

Gisteren had ik het ook al aan de stok met handhavende mannetjes. Of beter gezegd: Een paar mij wildvreemde dames kregen het aan de wapenstok met een paar handhavers.

Heks kwam zoals gewoonlijk op het nippertje aan bij de kerk, waar ik met mijn koor repeteer. Een auto sukkelde nietsvermoedend tegen het verkeer in op me toe door de straat, op enige afstand woest achtervolgd door een paar handhavers. Gewiekst reden ze de wagen klem. Precies zoals ze dat een jaar geleden bij Heks deden.

‘Ik zou die bon aanvechten,’ raad ik de nieuwe slachtoffers van ongelofelijk onduidelijke verkeersborden in deze straat aan, als ik hen passeer. De dames staan stomverbaasd naast hun auto te dazen. Perplex dat ze klem zijn gereden. Zich totaal niet bewust dat ze iets verkeerd hebben gedaan….

Heks heeft vorig jaar met succes precies dezelfde overtreding aangevochten. En ze kreeg gelijk van de rechter. Ik moest evenzogoed toch nog 50 euro betalen. Heel vreemd. Belachelijk ook.

En niemand heeft intussen de moeite genomen om de situatie ter plekke recht te zetten. Het bord verboden in te rijden is nog steeds niet zichtbaar vanaf de voorrangsweg als je aan komt rijden. Wat wel in zicht staat is een bord max 30 kilometer, dat ze zijn vergeten weg te halen.

Dat bord is van toepassing op de oude situatie, Tot twee jaar geleden mocht je namelijk wel deze straat vanaf deze kant in rijden. Verwarrend tot op het bot.

Het is natuurlijk prijs schieten voor de handhavers. Zij posteren zich tegenover de straat en gaan als een gestoorde achter iedere nietsvermoedende burger aan, die het waagt er aan deze kant in te rijden. Als een stelletje dollemannen in hun handhaaf autootje. Ja, zo kom je wel aan je quotum bonnetjes uitschrijven……

‘Mevrouw, wij beloven beter te handhaven in uw straat,’ zegt een bobo van het Leidse handhaaf-team onlangs tegen me aan de telefoon, ‘Maar belooft u me dan om eens een positief verhaal over onze dienst te vertellen op het eerstvolgende verjaardagsfeest…..’ De man heeft ongetwijfeld humor. Een leuk verhaal vertellen over handhavers, hoe komt hij er bij?

Ze slingeren je altijd op de bon om iets onnozels en de grote jongens kunnen gewoon hun goddelijke gang gaan. Ofwel: Ze staan mensen op te wachten, die nietsvermoedend een straat in rijden, waar het verbodsbord bijvoorbeeld achter een boom is verdwenen om hen genadeloos een vette prent te geven, dat geintje vorig jaar was aanvankelijk 150 euro…..

Anderzijds staan bij Heks in de steeg bijvoorbeeld altijd auto’s midden op straat geparkeerd en geen haan die er naar kraait. ‘Wij nemen echt geen bosjes bloemen aan van de winkel op de hoek,’ weerlegt de bobo aan de telefoon mijn insinuaties geuit in een recent mailtje.

Heks schiet in de lach. ‘Ik wilde jullie een beetje prikkelen, meneer, want het is toch vreemd, dat hier soms vier, vijf auto’s en zelfs bussen midden op straat staan geparkeerd. En niemand krijgt ooit een bon…..’

‘Maar als ik eens in de twee jaar mijn vakantiepullen sta in te laden, krijg ik van jullie mannetjes te horen, dat ik vooral op moet schieten vanwege hulpdiensten. Die moeten er langs kunnen. Ik heb een kabouterautootje. Dat ook nog.’

Ja, er zit geen rechtvaardigheid in. Het is waarschijnlijk echt toeval, dat hier voor de deur zelden bonnen worden uitgedeeld. Omdat je hier niet mag staan controleren ze dat ook niet. Het klinkt tegenstrijdig.

Maar op parkeerplekken aan de andere kant van de straat worden juist veel bonnen uit geschreven, omdat mensen onterecht op vergunninghoudersplaatsen staan. ‘Vorig jaar hebben we zus en zoveel bekeuringen uitgedeeld in uw straat….’ roept de bobo opgewekt. De man is echt grappig.

Het zal je vak ook maar zijn. Het is net zoiets al beulsfamilies in de middeleeuwen. Iemand moet het doen. En je moet het ook goed doen, het is een vak apart. Iemands kop er af hakken met een botte bijl was bijvoorbeeld not done. Dan werd je zonder pardon uit het beulsgilde gesodemieterd.

Het beulsvak bleef binnen de familie. Het werd doorgegeven van vader op zoon. Ik geloof niet dat er vrouwelijke beulen waren. Beulen stelden ook eer in hun werk. Het onthoofden moest in 1 klap gebeuren. Precies op de goede plek van de nek met een haarscherpe bijl!

Ook verzonnen zij niet wie er moet worden onthoofd, dat deed de rechtgevende macht. Of een potentaat uit de heerende klasse.

‘Wij gaan niet over verkeersborden,’ zegt de handhaver gisteren tegen Heks in de stromende regen. De twee beteuterde bekeurde dames staan erbij als verzopen katjes. ‘Vind u het niet gek, dat er nog nooit iets aan de situatie ter plekke gedaan is, terwijl ik anderhaf jaar geleden al gelijk heb gekregen van de rechter over deze kwestie?’

De man gaat al niet over verkeersborden….. Ook is zijn hoofd niet bedoeld om zelf na te denken. En wat zou je een gouden locatie om bonnen te schrijven op de schop gooien? Een avondje posten als er weer zo’n enorm koor rijke pensionada’s repeteert in die kerk of als er een buslading hippe ouwe taarten in de school om de hoek naar de poweryoga gaan werpt genoeg vruchten af. Dus: Houden zo!

 

Heks plakt het koor aan de muur, maar niet uit vrije wil. Het is die fiets, die klotefiets, die fiets van niets…… Het pokkeding staat stil. Alweer. En min of meer op dezelfde plek. Wat gek! Heeft ie soms een zachte plakkerd? Of doet ie gewoon wat hij wil? Het is in elk geval niet wat ik wil……..

Dinsdag heb ik geen zak zin om naar het koor te gaan. Dat gebeurt me bijna nooit! Maar na twee zeer brakke korte nachten is de beperkte energie echt op.

Bovendien is het prachtig weer. Ik ben de gehele dag binnen gebleven om allemaal kleine kutklusjes te doen. Ook al niet verstandig als je kapot moe bent. En nu wil ik naar buiten. En daar blijven.

Maar helaas ben ik zo plichtsgetrouw als wat. Ik verzuim zelden tot nooit. Tenzij ik half dood ben. En dat is dan toch weer best vaak. En zelfs dan ga ik meestal toch! Zelfs als ik nauwelijks stem heb. Hetgeen ook nogal eens gebeurt, want ME zit bij mij sinds jaar en dag als een barometer op mijn stembanden. Hoe beroerder ik eraan toe ben, hoe minder stem……

Dus Heks gaat naar het koor. Ook als het fantastisch mooi weer is na een lange koude winter. Ik ga sowieso. Behalve als het echt, echt niet gaat. Als het me niet lukt om twee uur op een stoel te zitten.

Om een uurtje of zes fiets ik met mijn hondje de stad uit op mijn elektrische Beixo vouwfiets. Een geweldig apparaat. Als ie het doet. Helaas ben ik intussen al een motor, vier opladers en veel ergernis verder, zonder dat ik nu echt veel op dat pleurisding gefietst heb. Een rib uit mijn lijf bovendien. Maar vandaag fietst ie als een zonnetje.

Totdat ik bij het Joppe kom. Op precies dezelfde plek als vorige week krijg ik een lekke band. Zou er soms iemand spijkertjes strooien? Of punaises……. Heel langzaam loopt hij leeg. Eerst denk ik weer dat mijn fiets doormidden is gebroken, maar nee. Lek.

Ik bel de Grote Vriendelijke Reus. Die woont hier om de hoek. ‘Bel ik je wakker?’ antwoord ik op zijn gegrom. Ja dus. Hij is net als Heks enorm energiebeperkt. En net als ik knapt hij dus nogal eens een uiltje tussendoor. Op de meest gekke tijdstippen……

Even later vlieg ik hem om de hals. ‘Heel goed hoor, dat je me wakker belt. Anders zit ik vannacht om drie uur weer klaarwakker op de bank te koekeloeren!’ Herkenbaar!

VikThor spring als een dolle in het rond. Hoera! We zijn bij zijn grote vriend op bezoek! Hij krijgt een lekkertje, vindt een verdwaalde tennisbal en kruipt uiteindelijk naast zijn vriend op de bank. Zielstevreden.

De vouwfiets wordt op zijn kop midden in de kamer gezet, maar we gaan eerst maar eens een sapje drinken en lekker kletsen. Dat koor kan ik vanavond toch wel vergeten.

Nou ja, ik vind het niet zo erg. Ik had al geen zin. Bovendien brak vorige week de pleuris uit onder de alten. Een voormalige sopraan wierp de ene knuppel na de andere in dit hoenderhok. Een enorm gekakel was het gevolg. Gekrakeel in de pauze.

Heks had geen benul waar het allemaal over ging en dat alles wat ik zei ook nog eens tegen het zere been was van de overgelopen sopraan. Het is niet aan mij besteed, dit soort dingen. Maar helaas zat ik er wel helemaal middenin.

‘Volgende week is de boel vast weer gesust. Het komt me prima uit om eens een keertje over te slaan!’ vertel ik mijn reuzenvriend. Hij heeft ook jarenlang in een koor gezongen en is dan ook goed bekend met dit soort dynamiek. Laten we eerst die band maar eens repareren.

Op ons gemak gaan we op zoek naar het gaatje in de band. Het zit vlak bij twee andere plakkers. Mmmm. Misschien zit er een stuk glas in de buitenband. Of een kabouterspijkertje. Intensieve controle van de band levert echter niets op. Dus zetten we de geplakte binnenband er maar weer in.

‘Nou Heks, ik kan wel zien dat je vroeger veel geklust hebt,’ de GVR kijkt naar mijn zwarte handen, ‘En dan zeg je dat je geen kracht meer hebt in je handen. Jij moet vroeger echt heel sterk zijn geweest!’ Ja, dat is ook zo. Ik was in mijn jonge jaren een enorme kleerkast.

‘Fijn dat die plakkers tegenwoordig zo mooi vervloeien met de band. Vroeger had je alleen van die harde plakkers. Die rolden er soms direct weer af…..’ antwoord ik, terwijl ik de randen van het plakkertje goed aandruk. ‘Oh ja, die harde plakkers. Daar kreeg je gewoonweg een harde plakkerd van,’ verzucht de GVR ondeugend. We liggen dubbel.

‘Haha, een harde plakkerd. Mafkees,’ giebel ik, terwijl we de band weer oppompen. Het euvel lijkt verholpen. Ik kan op de fiets naar huis. Intussen is het alweer bijna half negen. Ik krijg een beetje trek, want ik heb nog niet gegeten.

Al kletsend, leuterkoekend, kakelend en giebelend begeven we ons naar de voordeur. Op de stoep raken we alsnog in een diep gesprek. Maar uiteindelijk stap ik dan toch op mijn bolide. Ik fiets nog een rondje om het golfveld en dan via de Broekweg weer naar de stad.

Halverwege dit polderpad breekt mijn fiets weer in tweeën. Potjandrie. Weer een lekke band. Moet ik alsnog dat hele end lopen. Sjokkend kachel ik het hele stuk terug naar de stad. Bah. En au. Alle spieren schieten in de knoop.

Na vijf minuten loop ik te schelden. Het geeft me de energie om door te lopen. Dus dat achterlijke advies om minder te schelden, zodat ik minder moe zou zijn onlangs van een of andere stomme hulpverlener slaat echt helemaal nergens op. Ik wist het al: Soms kikker ik juist op van wat vuilbekkerij!

Eenmaal in Huize Heks krijg ik een appje van de GVR. ‘Veilig weer thuis?’ Ik vertel hem van de deceptie: Weer een lekke band! ‘Daar krijg ik een zachte plakkerd van, Heks,’ reageert hij enorm ad rem. Zo beëindig ik deze dag toch met een gierende lach. Een zachte plakkerd. Je zult er maar last van hebben! Dat is me gelukkig bespaard gebleven tot nu toe.

Zonnige zondag zonder zorgen. Iedereen blij, alleen verbolgen agentjes met hun bonnenboekjes; Delen straffen uit en billenkoekjes….. Galopperend op hun stalen rosjes knuppelen ze junks uit de bosjes….. Kiddy Ride Police Control heeft waarschijnlijk zelf het meeste lol!


Zonnige zondag zonder zorgen. Eerst gaat Heks naar de kerk. Met haar boekje vol zilverwerk. We krijgen een preek voor onze kiezen over schoonheid. Heks kent de spreker goed uit haar jonge jaren. Toen ikzelf nog een schoonheid was!

Ik zit naast een prachtige vrouw in een knalgeel linnen gewaad, die de strekking van de preek volledig onderstreept.

‘Wat heb je een mooi, ja wat is het, broekjurkpak aan!’ roep ik enthousiast na de eucharistieviering. Deze dame ziet er altijd fantastisch uit. Heks is bepaald niet de enige, die hier op aarde is ter decoratie!

Ik drink koffie met een koorgenoot. Hij praat me bij over alle aanstaande concerten. Jip en Janneke hebben corvee. Ze staan als vanouds achter de koffietafel. ‘Je hebt weer over ons geschreven,’ gniffelt Janneke, ‘Jip had het in de gaten.’ Ik help eventjes met het inschenken, maar neem even later afscheid.

‘Over een paar weken passen we weer op het huis van onze dochter, dan kom je weer koffie drinken, he?’ Het is intussen een traditie aan het worden. ‘Dit jaar neem ik mijn hondje mee!’


Volledig verguld met al die positiviteit fiets ik naar huis. De stad loopt vol mensen, er is van alles te doen. ‘We gaan zo op stap, schat,’ zeg ik tegen mijn hondje, ‘Hopla neemt ons mee naar een picknickfestival in het Van der Werfpark.’

Het is warm weer, maar gelukkig niet zo warm, dat je niet met een hond door de stad kunt lopen.

Even later belt mijn vriendin aan. We vliegen elkaar om de hals en wisselen geschenken uit. ‘Ik heb iets meegenomen voor je van Ibiza. Kijk.’ Een prachtige koperen slangenarmband voor de bovenarm glijdt in mijn handen. Wauw. ‘Als ik een tattoo zou nemen zou het een slang zijn rondom mijn rechterbovenarm,’ roep ik verrukt. Het cadeautje is helemaal raak.

Mijn vriendin krijgt een witte katoenen strokenjurk. Uit de kledingkast van Heks. Helemaal haar stijl en van een ongelofelijk fijne katoen. ‘Prachtig, echt iets voor mij! Dank je wel!’

In het park is het een drukte van jewelste. Het plantsoen ligt bezaaid met picknickende mensen. Langs het pad staan kraampjes met hebbedingetjes, je kunt er ook lekkere nekmassages uitproberen of je wagen aan aan een soepje of sapje uit een foodtruck.

img_6897.jpg
Hopla gaat voor een handmassage. Ik wil ook, maar moet eventjes wachten. ‘Neem maar plaats in onze wachtkamer,’ grapt de dame van het kraampje, terwijl ze op een tuinstoel wijst. Ik zit heerlijk in het zonnetje naar al die blije mensen te kijken. Jeetje, wat leuk.

Plotseling komen er een paar motoragenten aangevlogen. Hun miniatuur-motorfietsen galopperen als paarden door de lucht. Als ze dichterbij komen zie ik dat agent en motor op een rijdend onderstel staan. In een apparaat op een paaltje kun je een muntstuk werpen. Een verwijzing naar de herkomst van de iniemini motorfietsjes…..

Vlak voor mijn neus stoppen de heren motoragent. Met uitgestreken smoelwerken lopen ze om de geparkeerde auto van de sap en soepcaravan. Het wrak wordt aan een grondig onderzoek onderworpen. ‘Is dat uw voertuig?’ vragen ze aan willekeurige voorbijgangers tot groot vermaak van de omstanders.

Niet veel later trekken ze hun bonnenboekjes tevoorschijn. Ze schrijven een fikse bekeuring uit! Zonder te verblikken of verblozen prikken ze de prent achter de ruitenwissers.

Stram marcheren ze terug naar hun bolide. Met een geroutineerde beweging slingeren ze zich weer op hun stalen ros en voort gaat het weer. Op zoek naar de volgende onverlaat die huns inziens de fout in gaat!


‘Oh, oh, haha,’ hikt mijn vriendin een half uurtje later als de heren weer aan komen hobbelen. Ze heeft de vorige voorstelling gemist door die massage en weet werkelijk niet wat haar overkomt. Ze zijn zo grappig, deze nepagenten. Vooral omdat er geen lachje af kan.

‘Het moet heerlijk zijn om te doen,’ verzucht mijn maatje, ‘vooral als je van uniformen houdt!’ Heks beaamt het. Wat zullen die twee een pret hebben gehad bij de voorbereidingen! We zitten intussen op een terrasje te klessenbessen. De heerlijke middag is alweer voorbij. Even later nemen we afscheid.

Op weg naar huis beleef ik het laatste hoogtepunt van die dag. VikThor piest eindelijk echt tegen een paaltje. Na weken verwoed oefenen is het dan zover! Meneer tilt zijn achterpoot hoog op en balanceert op de drie overgebleven poten. Vervolgens richt hij een loepzuivere straal op 1 van de vele stomme paaltjes die Leiden rijk is. Hoera! Dat doe ik hem niet na!

Jammer genoeg zijn die nepagenten niet in de buurt. Die hadden VikThor vast opgepakt wegens openbaar urineren tegen staatseigendom. Met de nadruk op dom 😉

Kiddy Ride Police Patrol

Hoera! Kanariepiet is door de keuring! Hij zal nooit vleugels krijgen, noch vliegen, het arme beest: Maar een beetje grommend scheuren alsmede flierefluitend Heks naar haar bestemming wiegen blijft voorlopig een reëel alternatief voor de bezemsteel.

Vanmorgen gaat de wekker al om 8 uur. Ik schrik me een ongeluk na een gebroken nacht. Goeie hemel. Waar is de brand? Dan sijpelt langzaam de realiteit binnen in mijn grijze massa. Het is vrijdag. Vandaag wordt mijn auto gekeurd. Daarom moet ik zo vroeg uit de veren!

Ik stommel op statige stelten van benen naar de keuken en vergrijp me aan straffe koffie. Wat pijnstillers en een boterhammetje later hijs ik mezelf in de kleren. Het is hartstikke warm. Ik trek iets luchtigs aan.

Met VikThor los rennend naast me haast ik me door de steeg. Mijn kanariepiet staat op een akelig plekje: Tegen de muur van een nauwe steeg gepropt. Ik wurm me achter het stuur en rijd naar mijn huis om mijn vouwfiets op te halen. Een kwartiertje later lever ik mijn bolide af.

‘Zijn er nog bijzonderheden?’ Ja, de achterbumper heb ik met stickers vastgeplakt. Smileys om precies te zijn. Niet dat ie echt los zit. Een klein beetje maar. Op een ongevaarlijke plek. ‘Niks bijzonders,’ zeg ik, ‘Hij ziet er niet uit. Overal deukjes en krassen en er is een laag lak afgevlogen tijdens een wasbeurt.’

Vorig jaar is er voor een godsvermogen versleuteld aan mijn karretje. We verwachten geen rare dingen. Maar je weet maar nooit. Dus wisselen we behalve sleutels ook telefoonnummers uit.

Even later fiets ik met mijn hondje terug naar de stad. Jeetje, wat is het warm. We bevinden ons gelukkig onder bomen. Op de Lage Rijndijk is het andere koek. We puffen langs het huis waar Snuitje vorig jaar maanden in de achtertuin heeft zitten creperen.

Ik steek de straat over. Aan die kant is nog een streep schaduw pal langs de huizen. Ik dirigeer VikThor de koelte in. Langzaam kachelen we richting binnenstad.

In een park aan de Singel laat ik hem zwemmen. Wat is het heerlijk buiten! En de dag begint pas!

Een kwartiertje later lig ik weer in bed. En daar blijf ik de komende uren.

Vrijdag is ook thuiszorgdag. Ik heb een geweldige hulp. Als ze binnen komt word ik al blij. Daar heb ik het opnieuw heel erg mee getroffen. Als ze weg gaat is het huis aan kant. Ik lig intussen in een schoon bed.

De afgelopen week geniet ik ook elke middag van het zonnetje. Op mijn opgeruimde balkonnetje. Ik heb nog steeds niet de puf gehad om wat gezellige plantjes neer te zetten. Ik schuif het ook een beetje voor me uit: Het is zo lekker ruim. Misschien moet ik het nog leger maken!

Ik haal de auto op. Geen vuiltje aan de lucht. Dat valt dan weer geweldig mee. Ze zijn niet gevallen over de jolige plakkertjes. Mijn voiture is weer zo goed als nieuw! Ik ga em maar eens lekker wassen binnenkort.

Vanavond tijdens de hondentraining krijgt VikThor een aanval van puberale grootheidswaanzin. Eindeloos rent hij met een speeltje in de rondte. Hij weigert het af te geven. Heks is nogal gaar vandaag en dat zal ik weten ook!

Er staat een kinderzwembad met water, waarin de hondjes kunnen afkoelen. We krijgen weer van alles te horen van onze juf. Echt een hondenvrouw. Je kunt ook goed met haar lachen. Vanavond heeft ze twee neven meegenomen. Goedmoedig geven ze commentaar op de verrichtingen van hun tante.

Het veld geurt naar bloeiend gras. Er is veel verleiding voor onze wandelende neuzen. ‘Er zijn ook heel veel loopse teefjes nu,’ vertelt de juf. Misschien is dat mijn ventje naar de kop gestegen….

Op de terugweg naar huis fiets ik eventjes langs Steenvrouw. We drinken thee in haar heerlijke achtertuin. ‘Veranderen is zo moeilijk, weet je,’ een zweem bloemengeur prikkelt mijn neus, ‘Ik wil bijvoorbeeld van mijn woede af. En er zijn wel meer dingen waar ik altijd maar mee bezig ben. Om het te veranderen….’

Ja, hoe kun je het mensen kwalijk nemen dat ze maar steeds hetzelfde doen? Toevallig leidt het gesprek tot een ongelukkige vakantiesituatie die mijn vriendin tot twee keer toe meemaakte. En beide keren met dezelfde persoon!

Heks heeft drie keer een relatie gehad met dezelfde man. En alle drie de keren liep het op dezelfde manier faliekant mis. En dan doe je het gewoon nog een keertje over met iemand anders…..

Veranderen is hartstikke moeilijk. Het is misschien niet zozeer een actief proces. Zo van: Dat ga ik nu eens heel anders doen. Misschien bewandelt het toch meer de wegen van acceptatie. Ademen met wat is.

En omdat dat lucht geeft krijgen je hersenen zuurstof. En dan doe je het vervolgens gewoon anders……

Vanzelf.

 

Kommer en kwel, tobben tot je erbij neervalt, dweilen met de kraan open: Het zit niet mee in Huize Heks. Volgens mij zit ik intussen wel op de bodem van de put. Nu kan het alleen maar beter gaan……

Afgelopen weekend is het vreselijk weer. Zondagmorgen loop ik met een onwillig hondje te wandelen. Hij is niet vooruit te branden. Sloom sukkelt hij achter Heks aan. Met een sneue snuit heft hij zijn achterpoot en piest lauw tegen een struik. Ellendig draait hij een drolletje. Halverwege geeft hij aan echt weer terug naar huis te willen.

Zuchtend geef ik gehoor aan zijn onuitgesproken wens. We maken er een beschaafde wandeling van. Er komt ook een donkere lucht aanzetten van heb ik jou daar. Varkentje heeft dan wel een regenjasje aan, maar tegen dit soort buien is geen jas gewassen……

Eenmaal thuis wil mijn ventje niet eten. Geen goed teken. Hij ziet er beroerd uit. Sneu ligt hij in zijn mandje. Heks zit hem te observeren. Wat is er aan de hand? Ik zie hem zo ongeveer met het kwartier ellendiger worden. Snel neem ik zijn temperatuur op. Boven de 39 graden. Hij heeft koorts!

Ik bel de dierenarts. We kunnen eventjes langskomen. Ome Frogs gaat mee. Als de bliksem laden we Varkentje in zijn bolide en scheuren naar de waarnemende dierenarts. Daar wordt Ysbrandt op een tafel gehesen. Een thermometer verdwijnt in zijn kleine anusje. Zijn koorts is gestegen. Oh, wat voelt hij zich beroerd.

‘Ik weet niet wat het precies is, zijn buik voelt op zich ok, maar die koorts bevalt me niets. De wond ziet er goed uit, maar misschien zit er toch een ontsteking van binnen….’ Mijn ventje wordt van top tot teen bepoteld. Hij krijgt een shot antibiotica.

Met een pak pijnstillers en een kuur amoxicilline onder mijn arm ga ik naar huis. Aan het begin van de avond begint Ysbrandt als een gek te hijgen. Alsof hij het Spaans benauwd heeft. Hij voelt zo verhit! Hij eet niet, drinkt niet……. In paniek bel ik weer naar de dierenarts. ‘Honden hebben dat soms. Je schrikt je inderdaad een ongeluk. Wacht maar even af totdat de penicilline inwerkt. Dat kan nog wel een dag duren….’

Wat later drinkt mijn monster een bak water leeg en begint zowaar iets te eten. De koorts zakt in de loop van de avond een beetje. Een onrustige nacht volgt. Ook maandag is het nog niks met hem. Die avond begint hij alarmerend te hoesten. De hele nacht word ik uit mijn slaap gehouden door een rochelende oude man. Kokhalzend probeert hij zich te ontdoen van slijm. Slijm? Waar komt dat nu weer vandaan?

Een dag later zit ik weer bij de dierenarts. Mijn eigenste deze keer. Hij maakt een paar röntgenfoto’s van Ys’ torso. Prachtig om te zien overigens. ‘Kijk, zijn hart is een beetje vergroot. Hij hoort zo groot te zijn…’ De dokter wijst aan waar het hondenhartje van mijn hartje hoort te eindigen, ‘Ook zie ik veel slijm in zijn bronchiën. Dat verklaart dat gehoest. Maar waar dat vandaan komt…’

Het zou goed kunnen, dat het hartje van Ysbrandt niet goed werkt, waardoor er wat oedeemvorming in de longen ontstaat. Later bedenk ik me, dat koorts dan natuurlijk funest is. Het hart moet dan zo hard aan de gang…. Dat verklaart misschien de enorme toename van het gehoest. Mijn kereltje rochelt al een tijdje af en toe, maar nooit zo vaak en heftig als nu……

 

Ik krijg wat codeïne mee. En het dringende advies om een echo te laten maken. Weer een rib uit mijn lijf natuurlijk….. ‘Ik mats je met de röntgenfoto’s, Heks, de tweede krijg je van mij.’ Mijn dierenarts krijgt wel een beetje medelijden met mijn portemonnaie.

Oh, oh, wat een getob. De dagen erna boks ik met moeite wat eten en medicatie in mijn ventje. Maar ook ikzelf lig opeens helemaal om. Geveld door een geniepig buikgriepje. Gevolgd door een stevige verkoudheid. Dit in combinatie met mijn zieke hondje en mijn toch al niet geringe depressie van de laatste tijd maakt dat ik het helemaal gehad heb.

Wat een kutleven. Je doet je gloeiende best, maar krijgt niets voor elkaar. In mijn dooie eentje sla ik wat ellendige dagen stuk. Meuh! Blegh! Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Ja, hoera! Vanavond rappen we de spreekkoren uit de Matthäus Passion van Bach. Altijd een feestje, repeteren met mijn oratoriumkoor. In de pauze krijgt Heks welverdiende complimenten van haar medezangers. Lekker hoor.

Zoals elke week ga ik natuurlijk weer een avond repeteren met mijn koor. Ik trek mijn nieuwe rode jurk aan met een paar geweldige cowboylaarzen. Gedecoreerd met speelkaarten. Tarot! Echt iets voor een toverkol! Een hoedje, vest en knalrode sjaal completeren mijn look. Stylen kun je wel aan Heks overlaten. De andere alten kijken zoals gewoonlijk weer hun ogen uit.

‘Leuk hoedje, Heks!’ ‘Staat je goed!’ ‘Ik vind je sjaal zo prachtig, zelf gebreid?’ Uitgebreid wordt mijn outfit besproken in de pauze. ‘Mooie ketting, die staat er geweldig bij!’ Het is inderdaad een prachtig sierraad, onlangs cadeau gekregen van een hele lieve man!

Vanavond repeteren we de spreekkoren, die geweldige hiphopachtige elementen in de Matthäus-Passion. Wat is het toch een fantastisch muziekstuk. Bij een bepaald zinnetje zegt de dirigent: ‘Kijk, hier staat allegro. Het is de enige tempoaanduiding in de hele Matthäus. Bach heeft daar ongewijfeld een bedoeling mee gehad: Het moet licht blijven, maar de tekst doet je neigen naar zwaar…’

Zo leer ik altijd wel weer iets bij over deze intrigerende passie.

Jaren geleden ben ik naar een lezing geweest van Kees van Houten over de Kruisvorm in Matthäus-Passion. Hoe het gedeelte voor de pauze de horizontale balk vormt en het gedeelte na de pauze de verticale. Het verklaart direct ook waarom de pauze in dit stuk tegen alle traditie in zo idioot vroeg ligt…….

Het eerste stuk na de pauze is heel ‘hoog’ gecomponeerd, het laatste juist zeer laag. Dan zitten we naast het graf. Op de barre grond.

Daar waar de balken elkaar kruisen, precies op die plek, wordt het ‘Erbarme dich’ gezongen. Het hart van de Matthäus Passion. De aria, die volgt op het verraad van Petrus. Het lied over de feilbare mens: ‘Heer ontferm U!’ Deze aria heeft ongeveer deze hele ellendige winter in mijn hoofd gezeten. Het is een heel droevig lied van ongekende schoonheid……

Erbarme dich,

Heb medelijden,

Mein Gott,

Mijn God,

Um meiner Zähren willen !

Omwille van mijn tranen.

Schaue hier,

Zie toch,

Herz und Auge weint vor dir

Hart en ogen wenen

Bitterlich.

Bitter om U

 

‘Goh,’ dacht ik na die lezing, ‘En hoe zit dat dan met de Johannus Passion? Want als Bach zoiets voor de ene passie verzon, dan zal het ongetwijfeld ook terug te vinden zijn in die andere werken van zijn hand.’

Maar goed, wij zijn nu eenmaal een Matthäuslandje. Dus ook onze onderzoekers blijven gefixeerd op dit speciale stuk. Heks vindt het best. Al had Bach nooit iets anders geschreven dan alleen dit stuk, dan kon ik er nog een heel leven mee toe!

Later lees ik dat Kees van Houten deze twee passies van Bach naast elkaar heeft gelegd. Ook daar geeft hij nu lezingen over…..

De gehele avond ploeteren we op de spreekkoren. De bassen hebben een virtuoze partij met ‘Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden’. Alleen loopt het nog niet erg.

‘Ik laat jullie eerst wat stemoefeningen doen, voor de soepelheid.’ Onze dirigent Wim de Ru weet altijd precies hoe hij het beste uit zijn zangers kan halen. ‘Hahaha, huhuhu, uhuhuhuh’ zingen de bassen. Wij alten zitten hen uit te lachen. Het klinkt zo grappig!

‘Jaja, lach maar,’ roept Wim, ‘Dat vinden jullie wel leuk hè, als de bassen foutjes maken…’

Wat is het toch heerlijk, zo’n avondje zingen. Op de heenweg zat ik scheldend in de auto. Ik heb last van een kort lontje, dus als automobilisten als een slak door de stad kruipen in hun bolide erger ik me kapot. ‘Laat me erlangs, rijd nu eens door,’ foeter ik tussen mijn tanden. Op de terugweg zing ik het hoogste lied. Steevast!

In de garderobe op weg naar buiten spreek ik een sopraan, die ook in ‘de Schola’ zingt. ‘Ik wist wel dat je niet zou komen,’ lacht ze me toe, ‘Gewoon een voorgevoel. Maar je mist wel iets hoor, Heks.’

Ze heeft me enthousiast gemaakt om mee te zingen in een passie, ws. het Christus Oratorium, van Liszt. Vorige week zou ik eigenlijk een avondje op proef gaan, maar ik lag natuurlijk weer eens om. De slimmerd laat me nu geloven, dat ze overtuigd is, dat ik het toch niet ga doen. Zodoende ben ik er natuurlijk op gebrand het tegendeel te bewijzen.

Kijk, zo gaat dat met ons mensen. Juist als je overtuigd bent, dat iemand het niet in zich heeft om iets bepaalds te bewerkstelligen, kom je nog voor verrassingen te staan. Verwachtingen worden zelden waargemaakt. Maar goddank is het leven wel wonderbaarlijk!

 

Takelwagen wil trein worden. Mensen met voelsprieten versus de exemplaren met een plaat voor hun kop. En ontdek je eigen lange tenen voor het te laat is! Bij voorkeur in je eerste levensjaar……..

 

baby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaam

Gisterenmorgen rijd ik met Varkentje richting Leidse Hout. In het Gele Gevaar. Het is zuur weer. Regenbuien kletteren losjes over een natte stad. In mijn hoofd strooien herinneringen andersoortige buien in de rondte. Voor mijn geestesoog verschijnt een jeugdvriendin. Een paar jaar gelden tijdens een reünie zag ik haar terug. We bleken een geheel andere herinnering te hebben aan onze vriendschap!

baby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaambaby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaam

Want dat laatste was het ongetwijfeld. Jarenlang waren we in elkaars leven aanwezig. Maar waar Heks zich niet gezien voelde en dientengevolge last had gehad van het ‘egocentrische’ gedrag van haar maatje, was deze juist heel enthousiast over de vriendschappelijke kwaliteiten van Heks. De ervaring van jarenlang delen van lief en leed lag mijlenver uit elkaar….

baby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaambaby, voetjes ontdekken, handjes ontdekken, baby ontdekt eigen lichaam

Intussen tuf ik nog steeds door de prutstad. Bij het station wacht ik voor een stoplicht. Voor me staat een takelwagen. Een man in een enorme dikke gezinsbak steekt brutaal de neus van zijn bakbeest in het gaatje tussen mijn bolide en de vrachtwagen. Vooruit maar weer. Ik laat hem ertussen. Terwijl ik optrek zie ik voor mijn ogen een spervuur aan brandende deeltjes ontstaan. Een schrapend, knetterend geluid vult de lucht. Een vonkenregen daalt neer op de zonet ingevoegde auto……

takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi

De takel van de voorste wagen schraapt grondig langs het plafond van het viaduct onder de spoorrails. Alsof de vrachtwagen plotseling aspiraties krijgt om tram te worden. Of trein….. Ook zo’n takelwagen is wel eens toe aan iets anders!

takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi

Wat een geluk, dat die man invoegde. Anders had Heks die lading vonken over zich heen gekregen! De auto voor me scheurt gehaast om de vrachtwagen heen, terwijl de chauffeur daarvan op het dak klimt om zijn ontaarde takel tot de orde te roepen….

Een stukje verderop zie ik de gedupeerde parkeren. Gefrustreerd inspecteert hij de schade. De vrachtwagen rijdt snel langs hem heen en maakt dat hij weg komt.

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Maar vandaag was het nu eens niet het mijne.

De wereld IS. En wij ervaren em allemaal anders. Sommigen zijn slechts op zichzelf gericht. Een belangrijke fase in onze ontwikkeling. Dit bewust worden van jezelf. Kijk naar baby’s. Urenlang kunnen ze zich bezighouden met het bestuderen van hun handjes en voetjes. Superschattig.

Bij volwassenen wordt dit gedrag al snel minder aandoenlijk….

takelwagen, vrachtwagen met takel, plaatje van takelwagen, gi

Anderen zijn alleen maar met de ander bezig. Alsof ze er zelf niet toe doen. Of als effectieve methode om zich zo min mogelijk bewust te zijn van hun eigen armetierige gedoetje. De balans is doorgeslagen naar de andere kant. In het slechtste geval levert het een enorme bemoeial op, die niks bakt van zijn of haar eigen leven.

lachen, slappe lach, plezier, hahaha, hihihi,

Zondag arriveer ik op het nippertje in de kerk. De liedbundels zijn op. Als ik in een kerkbank schuif, zie ik dat het echtpaar naast me goed voorzien is: Ze houden allebei een bundel vast. Maar ze kijken er niet in. Zingen niet mee. Ik ben benieuwd of ze mij er eentje zullen aanbieden. Heks doet een experiment. Ik wacht af. Er komt geen bundel mijn kant op. Ook mag ik niet meekijken. Wel wensen ze me vrede. Er zit geen kwaad achter……

lachen, slappe lach, plezier, hahaha, hihihi,

Na de dienst ga ik met Jip en Janneke naar de kroeg. Dat is lang geleden. We drinken wijn en eten Vlaamse frieten. We praten eens goed bij. Vervolgens lachen we tot we pijn in onze kaken krijgen. Om onszelf en al die onbeholpen medemensen. Om de zotheid van dit aards bestaan….. Heerlijk!

lachen, slappe lach, plezier, varkentjes lachen, hahaha, hihihi,

‘Lady in red’ in knalgeel autootje. Nog steeds pogingen om op me in te rijden, maar ik ben nog heel. Het gaat de goede kant op!

fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootjefel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje

Vandaag trek ik knalrode kleren aan. Ik maak me sterk. Veranker in mijn basis. Daar waar het bloed klopt en overleving leeft. Aan het begin van de middag stap ik in mijn knalgele voiture. Ik ben nog niet de straat uit of er rijdt al een kleine vrachtwagen tegen me aan. Althans, hij probeert het. Knalt met een rotvaart van links de Mare op en komt twee centimeter van de flank van mijn koekblik tot stilstand. Met gierende remmen. De lul.

lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurklady in red, vrouw in rode jurk

Als ik s’middags terug rijd probeert iemand het van de andere kant. Weer een vrachtwagentje. Hij bevindt zich in de rechter rijbaan en wil naar de baan links van Heks. Om af te slaan naar de snelweg. Dat had hij zich echter een stoplicht eerder moeten bedenken. Als een ongeleid projectiel probeert hij door me heen te rijden. Maar dat kan natuurlijk niet.

fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje fel gekleurde auto, gele auto, plaatje van aurootje

Hij zal wel verzuimd hebben in zijn spiegels te kijken. En over zijn schouder.  Ik rijd in zijn blinde hoek….. Luid toeterend laat hij zijn verontwaardiging blijken. Want het is altijd gemakkelijker om een ander de schuld te geven. Dat gebeurt aan de lopende band. Iemand verkoopt je een oplawaai en je krijgt een scheldkanonnade op de koop toe.

lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk

‘Oeps’ , denkt Heks, ‘Begint het weer?’ Een paar jaar geleden had ik aanrijding na aanrijding.  En allemaal te wijten aan gedrag van anderen. Ook nog! Het leek wel alsof ik onzichtbaar was. Steevast kreeg ik te horen: ‘Ik heb u helemaal niet gezien!’ of ‘Ik keek net de andere kant op!’ Tja, lekker is dat. Intussen loop ik elke dag te verrekken van de pijn in mijn nek. Een whiplash is geen pretje.

gele auto, yellow car gele auto, yellow car gele auto, yellow car gele auto, yellow car gele auto, yellow car gele auto, yellow car

Veel mensen nemen als een ongeleid projectiel deel aan het verkeer. Ze vergeten voor het gemak, dat er andere weggebruikers zijn. Verzuimen hun spiegels te gebruiken. Hebben haast om van A naar B te komen, maar hebben geen oog voor de weg zelf. En als ze je letsel toebrengen roepen ze direct , dat het geen naam mag hebben. Of er wordt glashard ontkend dat ze met hun bolide in de buurt van jouw auto zijn geweest. Heks heeft indertijd de raarste dingen meegemaakt.

lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurk lady in red, vrouw in rode jurkUnknown-212

Ik heb zelfs een tijd een boze buurman gehad, die moedwillig deuken in mijn auto sloeg. Dit omdat ik geen verkering met hem wilde, blergh yekkie bah,  dus leefde hij zich maar uit op mijn auto. Ik hoefde destijds niet eens mijn voertuig te besturen om brokken te maken…….

lady in red, vrouw in rode jurk

Maar de tijd, dat mensen, die weigeren in de spiegel te kijken, dwars door me heen kunnen rijden, is voorbij! Mijn voertuig is knalgeel. En ik heb em maar eens goed gewassen. Dus hij glimt je tegemoet. Niet langer onzichtbaar.  Mijn kleding is knalrood. Als je me nu nog steeds niet ziet staan, heb je echt poep in je ogen…….

gele auto, yellow car gele auto, yellow car gele auto, yellow cargele auto, yellow cargele auto, yellow cargele auto, yellow cargele auto, yellow cargele auto, yellow car

En waar was Ysbrandt tijdens de vakantie van de Heks? Logeren bij Suikeroompie……

Ha Heks

Ik had vanochtend al inspiratie. Hier het verhaal over Ysbrandt’s logeerpartij.

Liefs,

Frogs

Afbeelding 28

Logeren bij Ome Rik

Woef woef waf waf het is me wat 6 dagen heb ik gelogeerd bij Ome Rik, mijn suikeroom. De Vrouw ging zingen en waar zij haar zangkunsten ging vertonen was het verboden voor ons honddieren. Alsof wij het zingen zouden gaan verstoren met ons gewoefwaf! Maar erg vond ik het niet want logeren bij Ome Rik is altijd feest. Ik zie al die snoepjes weer voor me, ja het ging bijna vanzelf, ik keek hem smekend aan en er kwam er weer een aan. En wat hebben we gewandeld, gelukkig ging hij ook nog wel eens zonder mij weg en kon ik lekker op dat koele laminaat van hem uitrusten. Want wat is het wawawawoefwoef warm!

Afbeelding 17

De eerste zondagochtend viel nog wel een beetje tegen want toen gingen we alleen naar het Zijlsingelparkje en daar kun je slechts korte rondjes maken. Wel had ik op een aangemeerd plezierbootje bijna een loops teefje te pakken maar Ome Rik had het snel in de gaten en trok me ervanaf met zijn pink. En ik werd meteen aangelijnd. Maar ’s middags gingen we lekker zwemmen in de Klinkenbergerplas. Ome Rik maakte heel wat foto’s van me, vooral als ik met de bal uit het water kwam.

Afbeelding 15

 

Een keer ging hij zelf mee het water in en zag ik hem ineens niet meer. Woeeeewaaff, ik schrok me een apeblaf! Maar ineens kwam hij weer onder water vandaan en zei: grapje Ysbrandt. Daarna kreeg ik een stokje. En weer was daar een leuk teefje, die rook zo lekker, whoehoeff! “Ze is al geholpen,” zei de Bazin tegen Ome Rik. Maar toch moest ik aan de lijn en gingen we daarna naar zijn bolide en reden we naar huis.

Afbeelding 19

Had Ome Rik heel hard de muziek aangezet in zijn bolide, trommelde ie wat op zijn stuur bij het stoplicht. Thuis kreeg ik een bakje water, weer een snoepje en ging ik naast de bank liggen en soms zei hij ‘hop’ en mocht ik met mijn voorpoten op de bank. Ik vond het wel een beetje eng maar daarna was ik een heel trots hondje omdat ik dit mocht. Het was net voordat hij een lekker maaltje voor mij bereidde.

Afbeelding 22
Een dag later gingen we naar de duinen en het strand. In Noordwijk. Even poepen in de duinen en daarna achter de bal aan langs de branding. En lekker de zee in. Ome Rik had een mooi plekje gevonden om zijn spullen neer te leggen. ‘Kom we gaan zwemmen Ysbrandt,” zei hij. Ik achter hem aan, hij dook in zo’n golf maar die was mij te hoog, ik ging snel terug, zijn spullen bewaken. Woehoeff! En toen deed ie me aan de lijn, kon hij rustig muziek luisteren op zijn Iwoefone!

Afbeelding 27
Of heet zo’n ding nou een Waffhone. Die van Ome Rik blaft zelfs als hij gebeld wordt. Zou er soms nog een andere hond komen logeren. Nee. Woefwafwof. Maar we gingen wel naar een andere hond toe: Dorothy ofwel Doortje, ze komt uit Spanje maar is geadopteerd door Oma, de moeder van Ome Rik. Ik ben er al eens eerder geweest en toen hebben we gezellig door het Clingendaelse Bos gewandeld, wat een prachtig bos is dat, met imooie bomen om mijn poot tegen op te tillen.

Afbeelding 25
Nu gingen we weer wandelen nadat Ome Rik en Oma een kopje thee op het balkon hadden gedronken. Doortje was niet aardig tegen me, gromde elke keer tegen me als ik het balkon op wilde. “Grrrr, dit is mi balcone, gggrr…oeff, als tu eso nog unnh keer doet, grommiek nog hadduh..” Haar Spaans/Haagse hondendialect verstond ik goed,dus bleef ik woefwijselijk in de kamer liggen. Jajoef, tot Oma ging koken, Doortje naar de keuken, ik erachteraan. Ik rook draadjesvlees, oefwoef, wat rook dat lekker. Maar Ome Rik at het op, gaf me niks, alleen een stokje van Oma. Maar gelukkig mocht ik ook bij Oma even ‘hop’ op de bank, Doortje lag helemaal naast Oma, ik kon er niet helemaal bij want Ome Rik zat naast Oma. Ze keken tv. Ondertussen dacht ik aan de wandeling door het Clingendaelse Bos, zo groot, zo mooi. Oude mensen, verliefde stelletjes, moeders en vaders met kinderen, maar ook pitbulls, heel gevarieerd. Soms moest ik aan de lijn, vond ik niet erg, Ome Rik lijnt me heel lief aan.

Afbeelding 21
Ik dacht de volgende dag nog steeds aan die wandeling toen we door het Leidse Hout wandelden. Ook wel mooi maar niet zoals dat van Clingendael. In het Leidse Hout ken ik elk paadje, elk slootje,  we gingen even zitten bij het Theehuis, gaf Ome Rik me het koekje van bij de koffie, reden we daarna naar Lisse naar het Keukenhofbos, moest ik aan de lijn blijven of in de bolide wachten toen Ome Rik Opa’s graf bezocht. Ik keek naar buiten, naar de weiden die een tijdje terug nog vol kleurrijke bloemen stonden. Maar daarna terug naar Leiden over de snelweg, weer die muziek, wordt er hondshorendol van. Spiesful spiesie speeling of zoiets, van de Speagles. En Ome Rik maar meezingen terwijl hij de ene na de andere auto inhaalt. Woeeehoeff, wie het echte nummer raadt, krijgt een lik over zijn of haar wang.

Afbeelding 18
Helaas….vrijdag was de logeerpartij afgelopen…Ome Rik ging zelf logeren…in een oud landhuis in Oostvoorne… en ik mocht niet mee ….woehoeeeeff…zouden daar ook van die mooie bossen zijn…misschien volgende keer…nu ging ik bij het Kaiservrouwtje logeren…ik keek nog even toe hoe Ome Rik mijn bench en mijn ingevroren maaltijden naar binnen bracht… En toen woeeeeeeeefff was hij weg. Dagwoefwaf Ome Rik… Woefwafwafplezier in Woefvoorne…

Afbeelding 29

Tekst en foto’s: Rik van Boeckel.

Pieppiep, pieperdepiep. Niet meer weg te denken deze twee wonderpoesjes. Heks is verrukt!!!!

KATTEN IN MAND SAMEN

STILTE VOOR DE STORM

Vanmorgen heel vroeg zat ik mijn blog te schrijven. Af en toe liep ik de slaapkamer in voor iets en dan keek ik gelijk even bij Pippi. Ze lag relaxed in de werpkist. Op een gegeven moment ontdekte ik, dat er een pak rijstmelk in bed was omgevallen. Mijn videocamera was een beetje vochtig aan de onderkant. Maar het is op een cruciaal plekje nat geworden, want hij doet het niet meer.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Kitten wordt helemaal schoongeliktOLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Leg het naast je neer, het is gebeurd,’ hoorde ik in mijn hoofd. Gelukkig heb ik net een  Iphone, bij een nieuw abonnement. Geluk bij een ongeluk. En nog meer geluk! Toen ik mijn bed weer instapte hoorde ik pieppiep. Pippi zat druk te likken en te slobberen en nageboortes op te eten….. In het schemerige licht kon ik een ministreepje onderscheiden. Met een hongerig hoofdje eraan….

pasgeboren kittens

Eenmaal schoon: aan de tietOLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar wat hoorde ik nu? Piepiep en pieperdepiep. Ik hoorde beslist meerdere piepjes. En ja hoor, daar was nummer twee al. Nog meer kauwen op navelstrengen en placenta’s. Deze moederpoes weet wat ze doet!

Uiteindelijk lag een vermoeide, maar ingelukkige Pippi met haar twee koters aan de tiet. Wat een prachtig gezicht. Ik had gedacht, dat er wel meer kleintjes uit die megabuik tevoorschijn zouden komen. Het zijn best stevige kittens. Vol leven, piepend zoeken naar zo’n lekkere tepel. Ze heeft er genoeg, moedertje poes.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zo heeft de heks dan de hele dag met haar kittengezin rondgedweild. Frogs kwam nog even langs in zijn nieuwe  bolide. Daar zijn we dan toch wel even een rondje in gaan rijden. Wat een fantastische auto! Tot slot hebben we geklonken op zijn nieuwe auto en mijn kattengezinsuitbreiding.

Nu lig ik weer lekker in bed naast Pippi en haar piepers. Ysbrand is stiekem de slaapkamer in gesneakt. Hij ligt aan het voeteneind en houdt zich heel rustig, maar oh, wat vindt hij het spannend. Hij heeft met zijn neus allang begrepen, dat er nieuwe poesjes zijn! Daar zou hij zo graag even aan snuffelen…..

kittens

De ene heeft een wit snuitjeIMG_0059 IMG_0057 IMG_0056 - versie 2 IMG_0055 IMG_0054 IMG_0053 IMG_0052 - versie 2 IMG_0049 IMG_0048 IMG_0047 IMG_0045 IMG_0044 IMG_0040 IMG_0037 IMG_0033 IMG_0032 - versie 2 IMG_0030 IMG_0029 - versie 2 IMG_0022 - versie 2 IMG_0021 IMG_0009 OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA