Hoera! Kanariepiet is door de keuring! Hij zal nooit vleugels krijgen, noch vliegen, het arme beest: Maar een beetje grommend scheuren alsmede flierefluitend Heks naar haar bestemming wiegen blijft voorlopig een reëel alternatief voor de bezemsteel.

Vanmorgen gaat de wekker al om 8 uur. Ik schrik me een ongeluk na een gebroken nacht. Goeie hemel. Waar is de brand? Dan sijpelt langzaam de realiteit binnen in mijn grijze massa. Het is vrijdag. Vandaag wordt mijn auto gekeurd. Daarom moet ik zo vroeg uit de veren!

Ik stommel op statige stelten van benen naar de keuken en vergrijp me aan straffe koffie. Wat pijnstillers en een boterhammetje later hijs ik mezelf in de kleren. Het is hartstikke warm. Ik trek iets luchtigs aan.

Met VikThor los rennend naast me haast ik me door de steeg. Mijn kanariepiet staat op een akelig plekje: Tegen de muur van een nauwe steeg gepropt. Ik wurm me achter het stuur en rijd naar mijn huis om mijn vouwfiets op te halen. Een kwartiertje later lever ik mijn bolide af.

‘Zijn er nog bijzonderheden?’ Ja, de achterbumper heb ik met stickers vastgeplakt. Smileys om precies te zijn. Niet dat ie echt los zit. Een klein beetje maar. Op een ongevaarlijke plek. ‘Niks bijzonders,’ zeg ik, ‘Hij ziet er niet uit. Overal deukjes en krassen en er is een laag lak afgevlogen tijdens een wasbeurt.’

Vorig jaar is er voor een godsvermogen versleuteld aan mijn karretje. We verwachten geen rare dingen. Maar je weet maar nooit. Dus wisselen we behalve sleutels ook telefoonnummers uit.

Even later fiets ik met mijn hondje terug naar de stad. Jeetje, wat is het warm. We bevinden ons gelukkig onder bomen. Op de Lage Rijndijk is het andere koek. We puffen langs het huis waar Snuitje vorig jaar maanden in de achtertuin heeft zitten creperen.

Ik steek de straat over. Aan die kant is nog een streep schaduw pal langs de huizen. Ik dirigeer VikThor de koelte in. Langzaam kachelen we richting binnenstad.

In een park aan de Singel laat ik hem zwemmen. Wat is het heerlijk buiten! En de dag begint pas!

Een kwartiertje later lig ik weer in bed. En daar blijf ik de komende uren.

Vrijdag is ook thuiszorgdag. Ik heb een geweldige hulp. Als ze binnen komt word ik al blij. Daar heb ik het opnieuw heel erg mee getroffen. Als ze weg gaat is het huis aan kant. Ik lig intussen in een schoon bed.

De afgelopen week geniet ik ook elke middag van het zonnetje. Op mijn opgeruimde balkonnetje. Ik heb nog steeds niet de puf gehad om wat gezellige plantjes neer te zetten. Ik schuif het ook een beetje voor me uit: Het is zo lekker ruim. Misschien moet ik het nog leger maken!

Ik haal de auto op. Geen vuiltje aan de lucht. Dat valt dan weer geweldig mee. Ze zijn niet gevallen over de jolige plakkertjes. Mijn voiture is weer zo goed als nieuw! Ik ga em maar eens lekker wassen binnenkort.

Vanavond tijdens de hondentraining krijgt VikThor een aanval van puberale grootheidswaanzin. Eindeloos rent hij met een speeltje in de rondte. Hij weigert het af te geven. Heks is nogal gaar vandaag en dat zal ik weten ook!

Er staat een kinderzwembad met water, waarin de hondjes kunnen afkoelen. We krijgen weer van alles te horen van onze juf. Echt een hondenvrouw. Je kunt ook goed met haar lachen. Vanavond heeft ze twee neven meegenomen. Goedmoedig geven ze commentaar op de verrichtingen van hun tante.

Het veld geurt naar bloeiend gras. Er is veel verleiding voor onze wandelende neuzen. ‘Er zijn ook heel veel loopse teefjes nu,’ vertelt de juf. Misschien is dat mijn ventje naar de kop gestegen….

Op de terugweg naar huis fiets ik eventjes langs Steenvrouw. We drinken thee in haar heerlijke achtertuin. ‘Veranderen is zo moeilijk, weet je,’ een zweem bloemengeur prikkelt mijn neus, ‘Ik wil bijvoorbeeld van mijn woede af. En er zijn wel meer dingen waar ik altijd maar mee bezig ben. Om het te veranderen….’

Ja, hoe kun je het mensen kwalijk nemen dat ze maar steeds hetzelfde doen? Toevallig leidt het gesprek tot een ongelukkige vakantiesituatie die mijn vriendin tot twee keer toe meemaakte. En beide keren met dezelfde persoon!

Heks heeft drie keer een relatie gehad met dezelfde man. En alle drie de keren liep het op dezelfde manier faliekant mis. En dan doe je het gewoon nog een keertje over met iemand anders…..

Veranderen is hartstikke moeilijk. Het is misschien niet zozeer een actief proces. Zo van: Dat ga ik nu eens heel anders doen. Misschien bewandelt het toch meer de wegen van acceptatie. Ademen met wat is.

En omdat dat lucht geeft krijgen je hersenen zuurstof. En dan doe je het vervolgens gewoon anders……

Vanzelf.

 

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

Kattenperikelen: Een panter in het nauw maakt rare sprongen! Gelukkig in een volstrekt LEEG museum. Je moet er niet aan denken dat de collectie van dit instituut, tenen op sterk water bijvoorbeeld, s’nachts tot leven zou komen…..

Katten! Teringlijers zijn het. Als ze ergens de pest over inhebben smeren ze em zonder met hun grote groene ogen te knipperen. Dagen- weken-, soms maandenlang laten ze je lijden doordat je hen nergens kunt vinden. En als ze dan opduiken zijn ze alles behalve dankbaar. Moet je weer op je knieën om hun affectie binnen te vissen…….

Snuitje is nog maar net een beetje bijgetrokken van haar avonturen of de panter is alweer zoek. Ik probeer mijn zwerver weer een beetje te domesticeren. Dus met enige regelmaat zorg ik dat hij binnen slaapt. Thuis wel te verstaan. In Huize Heks.

Het liefst ligt hij dan gezellig in mijn heksenbed. Maar de laatste weken bonjour ik hem eruit. Snuitje heeft het rijk alleen, want zij moet aansterken. Een grote bak voer staat permanent naast haar kleine uitgemergelde kattenkopje en gedurende de nacht peuzelt ze zo’n hele bak weg! Niet echter als de panter ons bed deelt, binnen vijf minuten maakt hij die hele bak vreten soldaat.

Dus slaapt de dolende ridder op de vensterbank in de keuken. Lekker boven de verwarming. Maar ook: Temidden van andere katten. Dat laatste vindt hij dan weer beduidend minder. Hoewel ze hem volledig met rust laten. Hij is een enorme loner. Het liefst in zijn uppie. Buiten. Of met Heks.

Waar is mijn zwarte bakbeest? Heks loopt alweer dagen te zoeken.

‘Ik heb hem woensdag nog gezien,’ beweert mijn buurvrouw, ‘Hij zat in de hal en liep met mij mee naar buiten.’ Heks heeft hem dinsdagmorgen voor het laatst gezien. Op zich niet dramatisch lang geleden, panter is wel eens vaker enige dagen op stap. In de lente. Als het lekker weer is. Als de rudimentaire restanten van zijn gecastreerde klokkenspel opspelen. De castratie heeft in zijn geval nauwelijks effect gehad. Hij is nog steeds zeer uithuizig.

Maar met dit weer, die afschuwelijke regen en kou? Zit hij soms ergens in een keldertje opgesloten? Hij ruikt soms wat schimmelig als hij een nachtje is weggebleven. Wie weet waar hij schuilt?

Zoals altijd als Ferguut in de problemen raakt voel ik het op mijn klompen. Vanaf het eerste moment. Alsof hij een noodoproep doet! Zodoende loop ik al dagen door de buurt te struinen en te roepen. Ik blèr langdurig onder het raam van de vrouw die zich hem afgelopen zomer had toegeëigend. Ik gil door het hofje waar haar bejaarde moedertje woont. Verschrikte hoofden voor ramen, maar geen zwart monster…..

Zondagmorgen loop ik door de buurt met VikThor. Het eerste piesrondje. Ik wil graag naar de kerk, dus ik ben wat gehaast. ‘Ferguut’ roep ik door de steeg om de hoek. Belachelijk denk ik nog bij mezelf. Waar zou het beestje zich hier moeten verbergen? Achter een vuurdoorn? In die afvalbak? Zinloos gezoek. Hopeloos geroep.

©Toverheks.com

Plotseling hoor ik een tijger grauwen, een leeuw brullen, een panter miauwen. Geen twijfel mogelijk. Dit verbale geweld is afkomstig van mijn schatje, ik weet het zeker. Maar waar zit hij in godsnaam. Onrustig spurt ik door de steeg. VikThor verwoed snuffelend naast me. Die heeft zijn neus helemaal ontdekt!

Waar zit Ferguut? Ik kan hem nergens vinden…..

Na een paar sprintjes ontdek ik zijn verstopplek. Hij zit in het museum! Stevig opgesloten achter een dikke tijdelijke deur: Het museum wordt al sinds jaar en dag verbouwd. Afgelopen week waren ze weer bezig een gat in de muur te slaan om allerlei buizen door naar binnen te duwen. Vervolgens werd het gat vol water gepompt. Of de buizen. Een grote kraan tilde troep over het dak naar de binnenplaats……

Kortom: Levensgrote gevaren voor ondernemende katten, want een kat in het nauw maakt vreemde sprongen. Sinds woensdag schreeuw ik al in die ellendige bouwput hier in de steeg. Ik ben afgelopen zomer door het gebouw gedwaald, zonder toestemming overigens, volledig op eigen risico, op zoek naar Snuitje: Alle vloeren liggen open, muren worden verplaatst of gesloopt, overal elektriciteitsdraden……

In mijn kop spelen zich de meest vreselijke taferelen af: Mijn kat ingemetseld in een eeuwenoude muur of opgesloten in het riool. Of geëlektrocuteerd door een loshangende draadje……… Geen medewerker van het museum die er wakker van ligt.

‘Wij hebben dag en nacht bewaking, als uw kat hier zit hadden wij hem allang gezien,’ zeiden ze afgelopen zomer toen ik Snuitje liep te zoeken, ‘Hier zit ze echt niet….’

Mooi zo. Ze hebben bewaking. Ook in het weekend. Heks belt het noodnummer, dat op de deur staat. Ook zoekt ze online naar het betreffende bedrijf. Die nemen de telefoon niet op en het noodnummer blijkt van iemand te zijn die nog nooit in het museum is geweest. Hij kent wel iemand die er werkt, een opzichter of iets dergelijks, dus die belt hij op. ‘Zoek het maar uit,’ adviseert die, ‘Morgen ben je de eerste.’

Ook de politie en dierenambulance hebben weinig interesse in een opgesloten kat. Mijn buurvrouw is ook aan het bellen geslagen, groot dierenvriend als ze is. ‘Ze komen niet hoor, Heks,’ verontwaardigd kijkt ze me aan. Heks heeft intussen het gebouw aan een grondig onderzoek onderworpen.

©Toverheks.com

Plotseling klinkt er een akelig geschater door de steeg. De zon verduistert. De hemel wordt zwart als de nacht……

Een fladderende gedaante vliegt door de lucht op een bezemsteel. Na een ijzingwekkende looping rondom de kerktoren ploft er een hoop vodden op de stoep. Een grote neus prikt onder een enorme zwarte heksenhoed vandaan. We staan we aan de grond genageld. Verstijfd van schrik……

‘Wat staan jullie nu stom te kijken? Nog nooit een echte toverheks gezien? Ik weet dat ik moeders mooiste niet ben, maar ach. In de nacht zijn alle katjes grauw, dus waar hebben we het over?’

Met een stevige tik breekt een klein ruitje in de ruimte naast de voordeur in duizend stukjes. Wie heeft daar nu een klap met een koevoet tegenaan gegeven? Welke engel staat daar met een bakje voer te zwaaien totdat er een roofridder tussen de scherven door naar buiten sluipt? Geen idee. Het is een groot wonder en bepaald niet voor de kat zijn kont gedaan!

Zit je nu als een kat om de hete brij te draaien? Maak dat toch de kat wijs, Heks!

De flodderige figuur veegt het glas weg met haar bezem en roetsjjjj….. ze is er alweer vandoor! Met een grote zwarte kater achterop haar vervoersmiddel. Krijsend verdwijnt ze aan de einder!

Zo is de panter veilig thuis. Je moet het breekijzer smeden als het heet is, dat is wel duidelijk.

Als bedankje poept hij in mijn bed. De teringlijer. Een dikke drol wacht me op als ik terug kom van een wandeling met mijn hondje en Fiederelsje. De lucht slaat me al tegemoet in het portaal.

Een dag later is het ruitje alweer gerepareerd, alsof er nooit een kat in dit vreemde pakhuis heeft gezeten…… Hopelijk houdt het raampje nu een tijdje en is het geen kat in de zak. En hopelijk komt niemand verhaal halen , want daar komt de zwarte kat in….. 

Night at the MuseumNight at the Museum

Hommeles in de Heksenketel: Kat zoek, hond ziek en zelf voel ik me ook niet zo lekker…..

DSC00425

Vorige week maandag kom ik opgewekt uit de sportschool. Ik ben toch zo trots dat het me een keertje gelukt is om er überhaupt heen te gaan. Ik gooi mijn natte handdoek over de waslijn en verzamel mijn beestenboel voor wat brokjes en iets lekkers. Gewoontegetrouw tel ik kattenneusjes. Eventjes checken of iedereen binnen is, voordat ik de balkondeur dicht doe. Maar wat gek, ik mis een neusje!

Verschrikt stroop ik het hele huis af. Tevergeefs. Ik roep in de tuintjes en in de steeg. Waar zit Snuitje?

384587_153971018039829_15109475_n

Misschien heeft ze zich ergens verstopt. Het gebeurt wel vaker dat ik een kat niet direct kan vinden in mijn volgestouwde heksenstulpje. Het is echter niets voor Snuitje. Zij is stapelgek op eten: brokjes, kattensnoepjes en ook een stukje rookworst kan zij zeer waarderen. Zodra ik de koelkast open staat ze naast me. Nog nooit heeft zij het op dit punt laten afweten. Er klopt iets niet!

Mijn gevoel bedriegt me niet. Mijn kleine meisje is er inderdaad vandoor. Dagenlang sta ik bij elk binnentuintje te roepen. Ik bel aan bij mensen en doorzoek hun schuurtjes. Ik dwaal door het leegstaande Boerhaavemuseum, terwijl dat helemaal niet mag blijkt later. Ik weet me toegang tot een verlaten schoolplein te verschaffen. Ik klim met halsbrekende toeren op tuinmuurtjes.  Gluur in hofjes en perkjes. Ik hang overals posters op. Ik flyer de hele wijk en ook de belendende straten. Ik sta midden in de nacht op om nog eens overal te gaan roepen…….

Snuitje poster

Na een week ben ik helemaal kapot. Mijn heup ligt uit de kom en al dat gewandel maakt het alleen maar erger. Ook heb ik hoogstwaarschijnlijk alle energie van de komende weken verspeeld.

Bovendien is mijn hondje ook nog eens ernstig ziek geworden. De godganse dag ben ik bezig om mijn ventje er weer bovenop te helpen. Nadat ik ’s nachts naar Snuitje heb gezocht. Gigantisch veel werk…..

Vandaag neem ik een kleine pauze. Ik moet ook voor mezelf zorgen. Er staat al drie dagen een bak met geschilde aardappels en een bak met schoongemaakte groentes klaar in mijn koelkast, maar elke avond ben ik te moe om het te koken en vervolgens op te eten. De bijbehorende tartaartjes heb ik maar ingevroren. Vandaag moet ik echt weer eens een keertje warm eten!

En dan? Ik vrees een volgende zoekronde door alle wijken van de binnenstad. Waar zit dat kleine mormeltje? Waarom komt ze niet tevoorschijn? Leeft ze eigenlijk nog wel………?