Kattenkopje krabbelt kinderhoofdjes! Heel zachtjes met harige poezenvoetjes….. Om even later lekker menselijk rond te stampen met een panter in de armen. Poezennieuws of kattenleed? Voor jou een vraag, voor mij een weet….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vrijdagnacht sluip ik door de buurt op kousenvoetjes. Eerst loop ik gewoon rond te stampen op regenlaarzen. Voor me uit huppelt een vrolijk hondje door de steeg. De zwarte panter tijgert gezellig achter me aan. Ik pas mijn tempo aan hem aan. Verbind me met zijn energie. ‘Mijn oude kat Koe leerde me lang geleden om door het huis lopen als kat,’ mijmer ik, ‘Degelijke ouderwetse shapeshifting…..’

‘Leuk vond ik dat! En zo onverwacht apart. Je ziet de wereld vanuit een geheel ander perspectief. Ook kijken katten totaal anders, ze nemen volstrekt anders waar…….’

Ik denk er aan en voel mijn voeten veranderen in harige sluipvoetjes. Pluizige pantoffeltjes. Zachtjes zweef ik over de klinkertjes. Ha leuk! De panter vindt het ook leuk. Enthousiast begint hij voor mijn kattenvoetjes heen en weer te kruisen. Begint zich enorm uit te sloven. Rent de ruïne van de Vrouwenkerk op. VikThor sprint er uitgelaten achter aan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Daar zitten ze dan, mijn gekke huisdieren. Bovenop de kerkmuur. Langzaam kom ik weer in mensenland. Als Ferguut eindelijk naar beneden komt grijp ik hem listig in zijn kladden. ‘Kom, poezenbeest, we gaan naar huis. Ik heb nog een lekker hapje voor je klaar staan. Een stukje haring gaat er wel in, toch?’

Met de ‘Zwarte Klauw’ in mijn armen stamp ik de laatste meters door een steegje naar huis op mijn royale mensenvoeten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zo. We zijn weer binnen.

Ik geef de panter zijn eten. Snuitje begint direct te schreeuwen, dat ze ook wat wil. Mijn zielige zieke katje is aan de beterende hand. Sinds ik er elke dag een half tartaartje tegen aan gooi is ze enorm opgeknapt. De dagelijkse pil tegen de misselijkheid is overbodig geworden. Ze is van 2.2 kilo naar 2.8 kilo gegroeid…….. Van vel over been naar een bescheiden vetlaagje…..

Hoera!

Ik pak een kwart tartaartje uit de koelkast en roer er wat Ipakitine door. Een fosfaatbinder. Opgeduikeld via internet. Werkt perfect! Nog wat Isogel erbij, een natuurlijk product op basis van Ispaghula, goed voor de darmwerking. Snuitje staat al luidkeels te miauwen. Begerig rukt ze de stukken tartaar uit mijn vingers. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Tartaar als geheim wapen. Koe heb ik ooit door zijn nierfalen heengekeken met meloen. Daar was hij stapelgek op. Zo gek, dat ik geen meloen kon laten slingeren in de keuken, of hij viel em aan. Vond ik geheid een volstrekt aangevreten exemplaar ergens onder een kast terug.

De dierenarts had hem na een weekje infuus en medicatie opgegeven. ‘Neem hem maar mee naar huis, ik kan niets meer voor hem doen.’ Maar Koekebeest heeft door het inzetten van meloen nog ruim vier jaar geleefd na zijn bijna fatale nierfalen!

Later zit ik met alle katten en mijn blafbeest om me heen lekker in bed televisie te kijken. De zwarte vlijt zich naast mijn hoofdkussen. Snuitje parkeert zichzelf op haar vaste stek op mijn schoot. De boskat gaat op veilige afstand naar de panter liggen staren. Die is overigens totaal niet onder de indruk. Rooie Aafje knerpt dat ze ook op schoot wil. Ze vindt een plekje aan mijn andere kant.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Lapje zit verstopt achter de klamboe mee te genieten. De Puntneus kruipt tegen zijn vader de boskat aan….

Lichtgewicht Pippi ligt tegenwoordig boven mijn hoofd op een kussen te slapen. Net als Koe vroeger. Die lag het liefst tegen mijn kruin geplakt te pitten. Alleen woog hij ruim negen kilo, een zwaargewicht dus. Hij kon zich maar net door een kattenluik wurmen. En dan hield ik hem strak in het voer. Toen Heks een keer een paar maanden op reis was, gaf de oppas hem zoveel te eten als hij maar wilde.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De eerste avond, dat Heks weer thuis was, zat Koe straalverliefd naar me te kijken met een wel heel klein hoofd. In vergelijking met zijn lijf dan. Zijn koppie zat als een rozenknopje op een enorme berg kat. Hij woog opeens dik twaalf kilo! Net zoveel als een middelgrote hond…….

De panter gaat ook wat beter na een jaar ellende met de Bengaalse kat van de buren. Het ondier heb ik al in geen tijden hier in de straat gezien. Misschien overreden? Ook heb ik de indruk, dat Ferguut een ander territorium heeft gekozen. Door schade en schande wijs geworden. Vooral schade.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Krachtdier daar, krachtdier hier. Wie oh wie is mijn krachtdier? Leven slaat hints om mijn oren. Wil ik horen? Wil ik zien? Misschien heb ik wel vele vrienden die me helpen. Niet één of twee, maar pakweg tien……..

Op een dag nam mijn opa me tijdens ons wekelijkse zondagse bezoek mee naar de grootouderlijke slaapkamer. Heks was nog maar een piepklein heksje! Ik drentelde op tuimelvoetjes achter mijn grootvader aan. Nieuwsgierig gevolgd door mijn moeder en zusje.

Achter in de kledingkast lag een cadeautje voor me. Ik mocht het zelf gaan pakken. Ik verdween helemaal tussen de kostuums, jurken en corseletten. Ik weet het nog goed, ondanks het feit, dat ik nog maar nauwelijks kon lopen. Het heeft enorm veel indruk gemaakt.

Mijn opa gaf nooit cadeautjes aan de kleinkinderen. Dat was het terrein van oma. Zij kocht de presentjes en deelde ze uit. Ik heb het mijn opa dan ook ooit meer zien doen. Noch bij mezelf, noch bij enig ander kleinkind. En dat waren er genoeg. Heks komt uit een grote clan.

Het was dus een bijzondere aangelegenheid.

Uit de kast kwam een pak. Uit het pak kwam een beer. Een echte ouderwetse teddybeer. Ik noemde hem BEER, want zo heette hij. Sinds die eerste dag waren we onafscheidelijk. Beer ging overal mee naar toe. Met een onzichtbaar koord zat hij aan me vast. Je kon me uittekenen met mijn duim in mijn mond en Beer aan een poot slepend over de grond achter me aan.

Mijn moeder heeft hem later weggegooid. Hij zal wel een arm of been hebben gemist. Zij had geen last van sentimenten omtrent dierbaar speelgoed. Ergens in de loop van mijn vierde of vijfde levensjaar is Beer uit mijn bestaan verdwenen.

Nu we op de Heksenopleiding met krachtdieren bezig zijn komt mijn oude vriend plotseling weer regelmatig in mijn gedachten. Niet dat hij ooit helemaal weg is geweest. Met enige regelmaat tik ik een beer ergens op de kop. Ik heb nog steeds een enorm zwak voor dit type knuffels. En met enige regelmaat eet een hond van me dan zo’n speelgoedbeer weer op.

Ik heb overigens nooit meer een teddybeer gevonden, die sprekend op het exemplaar uit mijn jonge jaren lijkt……

Afgelopen winter, vlak voordat ik me opgeef voor de sjamanistische jaaropleiding, vind ik een lief prentje van een beer in de kringloop. Het blijkt een genummerd exemplaar te zijn uit de serie ‘Sporting Bears’ van Sue Willis, een mijn tot dan toe onbekende kunstenares. Het is niet heel veel waard, dat is dan weer het gekke. Maar voor mij is het goud: Heks is direct dol op het plaatje.

Na de tweede lesdag zit die oude honingsnoeper naast me in de auto. Eenmaal thuisgekomen is hij zeer aanwezig in mijn belevingswereld. Mijn oude vriend. Mijn grote beschermer. Ik voel hoe hij als een duffelse jas om mijn schouders glijdt. De term ‘I have your back’ schiet door me heen.

Toch heb ik een gigantisch probleem met mijn gigantische vriend. Hij houdt er niet van om Beer genoemd te worden. En laat dat nu net de naam zijn, waaronder hij me jaren heeft vergezeld. Het is het eerste wat in mijn hoofd op komt, als ik aan hem denk.

Ik oefen met zijn andere namen. Honingsnoeper, hij die op 2 benen loopt, Besseneter…… Het beklijft niet.

Mijn queeste naar mijn krachtdieren is in volle gang. Want wat bijvoorbeeld te denken van al die kikkers, die mijn heksenhuisje sinds jaar en dag bevolken? En heb ik ook niet eens een hert net niet op mijn bumper gehad? Tot twee keer toe? In dezelfde vakantie!

De eerste keer midden in de nacht in een uitgestrekt bos in Noord Frankrijk. Heks was op vakantie met haar hondje Ysbrandt. Ik ging mijn stem bevrijden in dat prachtige geitenwollensokkenoord Ecolony.

Plotseling spring er een enorm hert uit de struiken pal voor mijn auto. Ik zie in een fractie van een seconde alle details van het dier in het licht van mijn koplampen. Een halve meter voor mijn bumper…….Het volgende moment is de schoonheid met een elegante reuzensprong in het bos aan de overkant van de weg verdwenen…….

En heb ik niet een paar jaar geleden een uil gered? Ben ik hevig verliefd geworden op die schat! Staan er nu ook allemaal uilen in mijn huis. Hertjes ook trouwens…….

En ben ik niet dol op draken en eenhoorns? Woont er niet sinds jaar en dag een groene draak van een draak in mijn hart? En heb ikzelf niet een magische achternaam? Een mythologisch dier zomaar voor het oprapen?

Zondag vind ik een prachtige steen op een warenmarkt hier om de hoek. Het is een Septarie, ofwel een Drakenei. Heks ziet er een afbeelding van de Zwarte Madonna in. Ik raak in gesprek met de verkoper.

Een heel leuk heksengesprek verder loop ik met de steen onder mijn arm weer naar huis.

De Zwarte Madonna was de eerste gedaante, die mijn innerlijk landschap bevolkte. Tijdens mijn initiatie als toverkol werd ik op pad gestuurd in de Ardennen om haar te zoeken. Samen met een bevriende regressietherapeut. We kregen tips uit andere dimensies…….

We vonden haar uiteindelijk in een klein museum in een stadje in België. Een minuscuul beeldje. Sindsdien woont ze in mijn hart.

Kristallen zijn ook vrienden van me. Helpers. Ze roepen me vanuit obscure winkeltjes, waar je hen nooit zou verwachten. Ze komen op wonderbaarlijke wijze op mijn pad soms. Ik heb wel eens een mooie hanger tussen mijn sierraden gevonden, die ik nooit heb aangeschaft. Op een of andere mysterieuze manier is die daar in die lade terecht gekomen.

Groene Draak woont ook al jaren in mijn hart!

Zo kwam Beer ook naar me toe middels iemand, die nooit cadeautjes gaf. Zelfs niet aan zijn eigen vrouw. Ik moet me dan ook maar geen zorgen maken over wie mijn krachtdieren zijn. Ze laten zich echt niet tegenhouden als ze bij je willen komen.

Vorige week ontdekken mijn hulp en ik een nest muizen in de berging. Muis is net begonnen met het verzamelen van zachte lapjes. Hiertoe heeft ze een antieke Russische winterjas in stukjes geknaagd.

Er zijn nog geen jonge muisjes te bekennen in het nest, dus we zetten het opklapbed, waar het nest in zit, buiten voor de deur. Muis moet haar huisvesting maar elders voortzetten.

Als we het bed verplaatsen gaat de muis er vandoor. Snel rent ze de hoek van de steeg om richting museum. Daar is het prima toeven voor muizen weet ik van mijn kat Ferguut. Het is een uitstekende locatie voor de muizenjacht. Mijn panter laat zich met enige regelmaat expres insluiten voor een bacchanaal.

Zondag aan het eind van de middag fiets ik naar Kras. We gaan weer heerlijk mediteren. Onze Pop Up Sangha loopt als een tierelier. Als we de spirit krijgen en we hebben genoeg energie bellen we elkaar op. Vervolgens komt ze hierheen of ga ik naar haar huis. Ook afhankelijk van onze fysieke mogelijkheden op dat moment; MEDITEREN OP MAAT!

Ik heb mijn nieuwe steen meegenomen. Sinds enige tijd is Kras ook helemaal verslingerd aan kristallen. We zetten de steen neer met een kaarsje erbij. Dan lees ik een willekeurige tekst van Thay. Die is echter zo ongelofelijk to the point voor ons allebei. Ik heb em zomaar lukraak uit een pak kaarten met teksten gegrist!

Het leven zit vol magie. Vaak zien we het niet. Moet je eerst om de oren worden geslagen met hints……..

 

Vrede op aarde! Om te beginnen hier in de buurt! Heks bepleit een beter beleid rondom het houden van reusachtige katachtigen als huisdier: Verbied het! Zoals het verboden is om wolven te houden of een grizzlybeer. Een eenvoudige Europese korthaar is geen partij voor zo’n kwaaie Bengaal. Begrijp dat nu een keer!

 ‘Mevrouw, het is niet bepaald gangbaar dat iemand aangifte komt doen tegen een kat,’ de agente kijkt me nieuwsgierig aan. Een zweem van spot dwaalt in haar blik. Bijna iedereen moet overigens lachen om mijn mishandelde kat valt me op. Het is te grappig om je voor te stellen, dat een andere kat er met matten een voortand uit mept bij mijn zwarte panter.

Iedereen behalve Heks. En Ferguut zelf natuurlijk. Het lachen is hem echt vergaan: Hij durft niet meer met zijn gemankeerde smoelwerk. Bovendien heeft hij intussen alweer een gehavend oor. Je kunt er op wachten dat die kolere Bengaal hem ook nog eens een oog kost.

Heks zit gewapend met een dierenartsrapport en een heleboel aantekeningen betreffende het houden van dit soort katten hier in Nederland op het politiebureau. Ik heb natuurlijk ook wel iets beters te doen. Ik besef maar al te goed, dat ik hier volstrekt voor lul zit. Zowel letterlijk als figuurlijk.

Want zeg nu zelf. De kans dat de politie iets doet aan een gestoorde kat is nihil. Zo lang het beest geen babies van hun fles melk berooft en hen vervolgens de ogen uitkrabt maakt geen mens zich druk. Wat kan iemand mijn ouwe trouwe ridderkater schelen?

‘De dierenbescherming raadde me aan om aangifte te doen. Volgens hun woordvoerder is er in Nederland een gedoogbeleid om deze katten buiten te laten lopen. De eerste generatie is verboden overigens. Het woord gedogen geeft al aan, dat het eigenlijk niet mag….’

‘Bovendien wordt 87% van dit soort katten binnen gehouden of in een afgesloten tuin. Slechts een klein percentage komt op straat. Er zijn meer gevallen bekend van Bengalen, die buurtkatten terroriseren. Dit geval staat niet op zich….’

De agente is heel vriendelijk. Geduldig maakt ze aantekeningen. Belt met de dierenpolitie. ‘Volgens hen is het niet verboden om dit soort katten op straat te laten komen,’ beweert ze vervolgens. ‘Maar de dierenbescherming zei…..’ pruttel ik tegen. ‘De dierenpolitie staat boven de dierenbescherming,’ beslecht ze kordaat ons geschil. 

Het is dus allemaal weer lekker vaag geregeld in onze bananenrepubliek. ‘Met honden is het geen probleem. Als die agressief gedrag vertonen moeten ze een muilkorf om. Maar rondom katten is er stomweg geen regelgeving. Ik ga derhalve de hondenbrigade er op zetten. Die gaan een onderzoek doen naar die Bengaalse kat. Waar woont het beest?’

Binnen een kwartier sta ik weer buiten. Nauwelijks een stap verder. 

Het is stralend zonnig weer. VikThor is naar het strand met de dochter van vrienden van me. Om een uurtje of 1 haalt ze hem op. Tilt hem liefdevol in haar auto. Geeft hem snel een kusje op zijn grote snoet.

Heks volgt dit tafereeltje vanachter haar keukenraam. Zo schattig. En fijn voor mij, want nu heb ik zomaar een middag wandelvrij! Alle tijd om mijn zaakjes te regelen.

Machteloosheid is een akelig gevoel. Een gevoel dat ik maar al te goed ken. Mijn nagels zijn er al op jonge leeftijd uitgetrokken. Mijn tanden om minder uit de bek gemept. Bij wijze van spreken dan. Niet letterlijk gelukkig. Dus ik bevind me op bekend terrein.

En zoals altijd sta ik alweer op de barricades. ‘Je pleegt verzet, Heks, heb je altijd gedaan. Maar je kunt beter je doel verleggen,’ kreeg ik een drietal jaren geleden te horen van een bekend paragnost. De man had gelijk.

Er zijn meer dingen waar ik me druk over maak momenteel. Niet alleen over mijn kat.

Onrecht. Zo onder mijn neus. Een weerloos wezen, dat wordt mishandeld. En ook hiervoor vind ik weinig gehoor bij instanties, als ik weer eens aan de bel trek. Ook dit gaat maar door. 

Zondag in de kerk zingen we over een rechtvaardige wereld. Waarin alles eens een keertje op zijn plek valt. Onze prachtige planeet badend in licht, liefde en vrede. De realiteit is dat zelfs een paar katten nog niet zonder conflict een buurt kunnen delen. 

Laat staan dat mensen eerlijk een land kunnen delen. We hebben nog een hele weg te gaan. Goddank zijn er genoeg mensen die willen. Er staat een hele generatie op, die zich honderd procent willen inzetten voor het behoud van onze geliefde planeet. Met alle bewoners.

Ik zie hele legers pubers protesteren op televisie. In diverse landen. Ze zijn woedend op de politiek. Ze maken zich ernstig zorgen over het klimaat. En terecht natuurlijk. Schreeuwend maken ze dat duidelijk. Daar krijg je natuurlijk honger van. Vooral als adolescent in de groei. Ze storten zich na afloop dan ook massaal op de smerige hamburgers van die hele foute keten. Hopsakee aan de CO2. 

Het is toch zo moeilijk om ook maar enigszins consequent te zijn. 

De kroon der schepping vergeet het nogal eens, maar onze planeet is er van alle bewoners. Iedereen heeft recht op zijn plekje. Behalve Bengalen dan, die mogen wat mij betreft worden afgeschoten in een speciale minimale kattenraket. Enkele reis Mars. Waar ze thuishoren.

Misschien moeten we dit middeltje maar door de buurt verspreiden. Het schijnt te werken:

FELIWAY FRIENDS  is een gebruiksvriendelijke oplossing om spanningen en conflicten tussen katten in één huishouden, zoals vechten, najagen, blokkeren en staren naar elkaar te verminderen.

Ik baal! Ik baal van die Bengaal. Die KUT-Bengaal haalt dagelijks verhaal bij mijn kat. De schat wordt geterroriseerd! En bezeerd. Volstrekt verkeerd: Zo’n wilde kat hier in de stad…….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Heks, Ik heb allemaal kattenspulletjes voor je,’ Schilder belt me onverwachts op. Een aantal jaar geleden alweer. Toen hij nog onder ons was. ‘Een hele chique bak, kattengrit, een zak super voer….’ Goh, ik wist niet dat hij weer een kat had. ‘Ik heb zo’n Savannah kat genomen, Heks. Een monster. Het is nog maar een kitten, maar wat voor eentje…..’

‘Hij breekt de boel compleet af hier binnen. Hij rent tegen de muren omhoog en bespringt me vervolgens. Hij slaat zijn klauwen in me! Ik ben gewoonweg bang voor die piepjonge kat. Een kitten! Nog nooit zoiets meegemaakt. Het is een prachtig beest, maar volstrekt gestoord. Niet te houden in een normaal huishouden. Ik heb hem na drie weken aanmodderen dan ook maar weer teruggebracht….’

Mijn oude vriend heeft zijn leven lang katten gehad, dus Heks is nogal verbaasd. Wat zijn dat voor’n katten, die Saharakatten? Half wild? Waarom willen mensen in godsnaam zo’n beest in huis hebben? Prestige? Algehele gekte? Wat bezield hen?

Een paar maanden geleden kom ik de voordeur uit met VikThor en Ferguut. We gaan een plasrondje wandelen door de wijk. Vanuit het niets vliegt een uit de kluiten gewassen kat door de lucht naar ons toe. Het is een schitterend dier. Vier klauwen strekken zich uit door de lucht.

Hij probeert op mijn kat te landen. Of mijn hond. Of misschien zelfs wel op Heks. Ik wacht het niet af en ga met maaiende armen op het monster af.  Schreeuwend. De katachtige draait zich om in de lucht(!) en verdwijnt in een steeg. Het is die verdomde Bengaal van de buren. Dat beest is onlangs volwassen geworden. Hormonaal geladen valt hij mij en de mijnen aan. Het is een prachtig dier. In de jungle. Niet hier. 

Maandag ben ik alweer bij de dierenarts. Met drie katten deze keer. ‘Ik neem eerst de ouwetjes mee, want ik maak me zorgen over alledrie eigenlijk. Pippi wast zich al jaren niet goed en ze hoest af en toe als een ouwe zwerver. Snuitje wast haar achterhand niet, ik vermoed artrose. En Ferguut……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Mijn dolende ridder doet enigszins vreemd. Er is iets met hem, maar ik weet niet wat. Volgens mij heeft hij vorige week twee keer op mijn bed gepiest. De tweede keer betrapte ik hem min of meer. Dus vandaar dat ik hem verdenk. En toen dacht ik natuurlijk direct aan blaasgruis. Daar ben ik wel eens bijna een kat door kwijtgeraakt. Die schrik zit er nog steeds in!

Het heeft wat voeten in de aarde om met het hele spul op het juiste tijdstip acte de présence te geven. Vooral omdat ik door een vorige week reeds verstuurde bevestigingsmail op het verkeerde been wordt gezet. ‘Vergeet uw afspraak om 13.30 niet,’ lees ik in de bewuste mail. Wel gek dat ze em drie keer sturen. Oh ja, ik heb natuurlijk ook drie afspraken. Vorige week eentje, volgende week nog eentje en vandaag…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks loopt op haar tandvlees. Ik moet nodig eens een dagje crashen, maar dat komt er niet van met mijn nieuwe bezigheden. Vanavond heb ik bijvoorbeeld cursus Klezmer zingen. Het is ook hollen of stilstaan bij Heks. Ja, vind je het gek. Na vijf maanden voornamelijk in bed wil ik zoveel mogelijk genieten van de iets meer armslag die ik heb qua energie. En de daarbijbehorende bewegingsvrijheid!

Om kwart voor 1 ga ik het spul verzamelen. Ik kan de vervoersmanden nergens vinden. Ik heb er zeker zes. Oh jee. We hebben vorig jaar de berging opgeruimd. Die dingen zijn natuurlijk grondig opgeborgen. Slechts twee exemplaren weet ik tussen de opnieuw ontstane troep vandaan te vissen. ‘Ik stop Ferguut gewoon in de vervoersbench van VikThor. Het is wel een gesjouw, maar vooruit maar…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het zit me toch niet lekker dat de afspraak om half twee is, terwijl mijn agenda piept dat het om 1 uur is. Ik heb met enige regelmaat ruzie met de agenda op mijn Iphone. Als hij niet synchroniseert met mijn computer bijvoorbeeld. Als afspraken verdwijnen en weer verschijnen, zonder dat ik snap waar het aan ligt. Wantrouwig bekijk ik nog eens de mailtjes.

Em ja, je raadt het al. Warhoofd Heks heeft weer eens lopen kloten. De drie mailtje gaan over de drie afspraken met drie katten vandaag. Voor elke kat een mail. Een geval van overbureaucratie. Verwarrend tot op het bot voor ongeorganiseerde types zoals ik. Die het moeten hebben van duidelijke informatie. Die geen mail teveel lezen.

De eerste afspraak is al om 1 uur en het is intussen vijf voor 1. Ik ga het met geen mogelijkheid redden: Katten vangen, in auto stoppen, erheen rijden, dat hele tuincentrum doorkarren met een winkelwagen voor protesterend miauwende huisgenoten…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com©Toverheks.com

Snel bel ik de dierenarts. Leg uit wat er aan de hand is. Haast me vervolgens een slag in de rondte. Worstel met die enorme bench, hij past niet in de auto, wat gek, is dat ding opeens gegroeid? Nee, ik moet em half inklappen herontdek ik. Bijna ontsnapt de panter me. Ik kan hem nog net in zijn kladden grijpen……..

Ik win al met al 7 minuten met al dat gehaast. Maar ik raak een jaar van mijn leven kwijt. Zucht.

Gelukkig is het konijn, dat na mij gepland staat, weer gaan eten. Dus die afspraak gaat niet door. We hebben alle tijd  voor het consult.

Mijn zorgen rond Pippi en Snuitje blijken ongegrond. Beide dames zijn in prima conditie. ‘Pippi is waarschijnlijk gewoon een kat, die zichzelf iet wast,’ aldus de dierenarts. Ik had haar beter Floddertje kunnen noemen, alhoewel Pippi Langkous ook niet bepaald uitblinkt in persoonlijke hygiëne……

‘Snuitje heeft flink artrose. Kijk maar. Als ik haar hier probeer te strekken, doet dat echt zeer. Ik zie het aan haar reactie. Ik stel voor om haar op een dosis pijnstiller/ontstekingsremmer te zetten. Groot kans, dat ze er enorm van opknapt.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verder zijn de dames zo gezond als een vis. Maar dan Ferguut. Vorige week heeft hij twee keer op mijn bed gepiest. Ik zou hem nooit hebben verdacht, als ik hem niet op heterdaad had betrapt. ‘Ik heb hem toen linea recta naar buiten gebonjourd. Maar het heeft me wel aan het denken gezet. Zou hij soms last hebben van blaasgruis?’

Ik heb geprobeerd een plasje op te vangen, maar dat is helaas mislukt. Meneer piest liever buiten. Hij heeft intussen wel een volle blaas constateert de dierendokter. Geroutineerd kijkt ze mijn panter na. Op de plek waar het laatste abces heeft gezeten steekt nu een bot uit. ‘Die spier is aangetast door dat enorme abces. Dat komt helaas niet meer goed.’

Dan kijkt ze zijn gebit na. Tot onze schrik zien we dat er een groot bloedend gat gaapt waar eerst een grote voortand zat. ‘Die is er uit geslagen door een enorme kat. Het is echt met veel geweld gebeurd……’ Een klamme hand sluit zich om mijn hart.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Kijk, katten vechten. Een rafelig oor of een winkelhaak hier of daar? Een keertje een abces? Het kan gebeuren. Maar vier keer op rij een behoorlijk ernstige verwonding binnen een half jaar? Toegebracht door een katachtige? Dat is echt niet normaal. 

Heks heeft een hoofdverdachte: De Bengaalse kat van een koppel op de Lange Mare. Het dier is afgelopen jaar volwassen geworden en dat is goed te merken. Geen enkele kat is meer veilig voor het monster, maar hij heeft het vooral voorzien op mijn zwervende boerenridder Ferguut. 

‘Geen enkele huiskat is ook maar een beetje partij voor zo’n Bengaal,’ zegt de dierenarts bij het eerste ongeluk. “Eigenlijk zouden mensen zulke katten niet moeten houden hier in Nederland. Het zijn wilde katten. Totaal niet geschikt om rond te laten lopen in een buurt vol huiskatten….’

Heks spreekt na een knakstaart en twee abcessen de bewuste buurvrouw aan op haar kat. ‘Hahaha, ja, wat wil je dat ik eraan doe? ik kan hier echt niks mee,’ het mens maakt zich bepaald niet druk om het gedrag van haar halve wilde kat. 

Ook als ik afgelopen week bij haar aan de deur sta om verhaal te halen, nadat de dierenarts heeft geconstateerd dat er met geweld een tand uit de bek van mijn kat is geslagen, is ze niet onder de indruk. Haar man gooit zelfs de deur dicht in mijn gezicht. Wat een lompe eikel. De vrouw zelf lacht me hartelijk uit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Nadat ze eerst met een uitgestreken smoelwerk zegt dat we niet gaan schreeuwen. Heks heeft inderdaad haar stemgeluid verheven, nadat buurvrouw verbaal haar kont afveegt met mijn zorgen om mijn kat. Schreeuwen is iets anders. Ik ben niet buiten zinnen. Noch bedreig ik de vrouw.

‘Wat wil je dat ik er aan doe?’ schreeuwt de boze buurvrouw me na. Apart toch weer. Zegt ze een minuut eerder nog op betuttelende toon dat we niet gaan schreeuwen, nu doet ze het zelf. ‘Ik kom geen ruzie met je maken, ik kom je aalleen vertellen, dat ik de wijkagent en dierenpolitie op de zaak ga zetten,’ zeg ik rustig tegen de schreeuwlelijk.

‘Er bestaat in Nederland een gedoogbeleid voor dit soort katten om hen buiten te laten rondlopen. Bengaalse katten zijn verboden, maar vanaf de zoveelste generatie kruisen mogen ze wel gehouden worden. Maar naar buiten gaan is een ander verhaal. Dat valt dus onder dat gedoogbeleid…. Zondag ga ik bovendien aangifte doen van mishandeling op advies van de Dierenbescherming….’

‘Nou, ik zie die wijkagent wel verschijnen,’ teemt de buurvrouw, om schaterenlachend te vervolgen dat ze het wel zielig vindt voor mijn kat. ‘Wat wil je dat ik er aan doe?’

‘Zal ik er dan maar wat aan doen?’ ben ik geneigd te zeggen. Ik heb al dagen visioenen om dat klotebeest te vangen en uit te zetten op een waddeneiland…….

De politie komt langs om over die kat te praten. Ze kunnen niet veel doen en ook zij raden me aan om aangifte te doen. ‘Bereid het goed voor. Neem zoveel mogelijk informatie mee over wat er gebeurd is.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De dierenarts schrijft op mijn verzoek een verslag van alle verwondingen en behandelingen van het afgelopen jaar. Ook hierin gaat weer dat het niet wenselijk is om zulke dieren op straat te laten lopen. ‘Het is zoiets als wanneer ik een halve wolf hier in de wijk loslaat. Daar maak ik ook geen vrienden mee,’ zeg ik tegen Buurman. 

Hij woont naast de baasjes van de kutkat. Zij is al uitgebreid verhaal komen halen bij hem. Ja, lekker is dat.

Maar alles goed en wel. Intussen loopt die rot Bengaal nog steeds hier door de buurt te paraderen. Gisterenmorgen hoor ik een hels kabaal in de steeg. Mijn panter zit onder een vuilcontainer te wachten totdat hij naar binnen kan. De Bengaal probeert hem aan te vallen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De eigenaresse van de bloemenwinkel rent verschrikt naar buiten. Heks schreeuwt als een viswijf tegen de Bengaal. Hij gaat er als een haas vandoor. Snel ga ik naar beneden om mijn panter op te halen.

‘Zag jij ook dat die Bengaal mijn kat aanviel?’ vraag ik aan de bloemenvrouw. Ze zag het. ‘Maar dat doen toch alle katten?’ bagatelliseert ze het geziene. Ze is namelijk geen fan van Heks. Het heeft een tiental jaar geduurd voordat ik het in de gaten had, maar na de zoveelste ongenuanceerde schreeuwpartij zonder reden richting mij viel het kwartje. Het mens kan me niet uitstaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Sinds ik dat ontdekt heb mijd ik haar zoveel mogelijk. Tegen mij wordt niet meer geschreeuwd. Ik heb dan ook helemaal niets aan deze getuige vrees ik. 

Later zie ik dat het oor van Ferguut flink is opengehaald door die kolere Bengaal. Hij bloedt als een rund. Het is nu elke week raak intussen.

Oh, wat ben ik moe van al dat gedoe met mijn beesten. De hele week ben ik al in touw met mijn dierentuin. Maak ik me zorgen om mijn panter. Ben ik druk met de verzorging van de poot van VikThor. Ik zal blij zijn als die Bengaal van het toneel verdwijnt. Als de rust weerkeert in deze buurt vol katten.

‘Ik ben vast niet de enige, die last heeft van die kat. Ik heb al links en rechts geïnformeerd bij andere kattenbezitters. Tot nu toe zonder succes. Maar ik verwacht echt meer slachtoffers te vinden, Ferguuts situatie staat vast niet op zichzelf…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

Jaarwisselen is gemakkelijker dan tanden wisselen. En het komt ook elk jaar terug. In tegenstelling tot melktanden. Maar melkmuil is wel weer van de partij. Heks is blij. Kan ik eindelijk weer van leer met commentaar of een sneer. Heks danst kattig het nieuwe jaar in na een heerlijke avond vol onverwacht bezoek!

RIAN GEURTS

RIAN GEURTS, ronde vormen

‘Heks, hadden we nu iets afgesproken? Samen wat drinken vanavond?’ appt Steenvrouw op oudjaarsdag, net als ik een knalarme ronde loop met VikThor. Oh leuk. We hebben het er inderdaad wel eens over gehad. ‘Ik heb allemaal liflafjes en een half gebraden kippetje…. Kom lekker eten!’

Goed idee! Mijn vriendin neemt een fles goeie wijn mee……

De hele avond zitten we te liflaffen. Mijmerend over het afgelopen jaar. ‘Heb je gezien wat ik op Facebook heb gezet?’ Steenvrouw maakt tegenwoordig prachtige lampen. De meest recente exemplaren heeft ze gefotografeerd. ‘Jeetje, wat mooi! Schat wat maak je toch prachtige dingen. Ik word al blij van de foto’s!’

Van schoonheid gaat zo’n troost uit. Schoonheid tilt je even op. De aaibare beelden van mijn vriendin, voor de eeuwigheid uitgehouwen in marmer: Er gaat zo’n zachtheid van uit. Hoe is het mogelijk dat dit ijskoud marmer is? Maar ook deze lampen, vervaardigd van vluchtig kippengaas en papier hebben die zachte uitstraling.

RIAN GEURTS

RIAN GEURTS, En fallische vormen……

‘Je werk wordt wel steeds meer fallisch,’ plaag ik haar, ‘Ik hoop dat je geen problemen krijgt met je vaste fans….’

‘En jij dan, Heks, ik mis je blogjes. Ga jij nog eens iets schrijven?’ ‘Ik kan over sommige dingen niet schrijven. Althans, niet herkenbaar. Ik mis Dr Phil op de televisie…… Hihihi.’ We liggen dubbel. ‘Dan verzin je toch gewoon een programma met die man,’ hikt Steenvrouw.

Wat ik dan nog niet weet is dat  in januari 2018 Phil weer op de buis zal zijn……

RIAN GEURTS

RIAN GEURTS, Fallische vorm penetreert ronde vorm…….

Tegen half elf gaat mijn vriendin naar huis. Ik ga de hond uitlaten en de panter zoeken. Het stomme dier heeft zich nog niet gemeld. ‘Ik denk dat hij bij de padvinders zit,’ verzucht ik bij het afscheid tegen Steenvrouw.

‘Kom Vik, we gaan eerst de dolende ridder redden,’ ik loop met mijn hondje een belendende steeg in. ‘Ferguut, Ferguut!’ Maar nee. Niks.

‘Schat, ik weet gewoon dat je hier zit, ik blijf net zo lang wachten tot je tevoorschijn komt,’ klets ik vrolijk verder. Op gezellige ontspannen toon. Geruststellend geluiden boven het geknal uit. Tegengif tegen die onbestaanbare aanval van kruitdampen op zijn olfactorische receptoren.

‘miaauuwwww, mwauw, miaaaaaaaaauuuuuuuuwwwwwwwwww,’ plotseling maakt de Schaduw zich los uit de stapel tentpalen aan de andere kant van het terrein. Op een holletje steekt hij het plein over om zich in mijn armen te storten. Snel til ik hem op. ‘Ja, nu wil je je maar al te graag laten dragen,’ plaag ik hem genadeloos. Normaal gesproken wurmt hij zich in no time los. Wil hij zelf naar huis lopen…….

Eenmaal thuis geef ik hem een flinke bak voer. Tevreden kruipt hij in mijn heksenbed. Enorm blij om thuis te zijn.

Ik ruim een beetje op. ‘Zal ik voor de buis gaan hangen?’ schiet er door me heen. Dan gaat de bel.

Een uitgelaten Trui staat op de stoep. Ze heeft heerlijk met manlief in een chic restaurant gegeten. Dochter Vlinder werkt daar. ‘Zeven gangen, Heks. Bij elke gang een ander drankje. Hips. Ze schonken die glazen niet vol hoor. Maar evenzogoed. Hihi…’

toverheks.com

Phil is terug!!!!!!!!! Toverheks.com

 

We drinken thee en wisselen de laatste nieuwtjes uit. In no time is het alweer twaalf uur. Bubbels dus. En harde discomuziek vanwege de beesten. Buiten breekt een ware wereldoorlog uit. ‘Gelukkig nieuwjaar, schat!’ We dansen door de kamer.

Even later staan we op de brug bij de Marepoort. Over het water heb je prachtig zicht op het vuurwerk. Er wordt uitbundig geknald. Nu nog eventjes bij Buurman langs. Zijn hond Carlos heeft het een beetje moeilijk met al dat geknal. Zachtjes kriebel ik hem achter de oren.

‘Ik ga naar m’n mannetje, Heks,’ mijn vriendin gaat weer naar huis. Heks loopt een stukje mee. Voor mij is het ook mooi geweest. Thuis ligt VikThor tevreden met een kluif op de bank…… De muziek staat keihard te loeien. Je hoort nauwelijks dat de stad ontploft.

Omdat het buiten nog zo knalt laat ik de muziek binnen ook knetterhard knallen. Blij wals ik door de kamer. Ik kijk in de spiegel.

Wat zie ik er leuk uit vandaag! Een zwart kattenmutsje compleet met ogen en snorharen. Een wit nepbontje met pompoms op een zwart nepbontjasje op een zwart/wit jurkje met de gebouwen van Parijs erop. Frivool! Miauw. Wrahg! Grrrrrr!!!!!

toverheks.com

Dans met mezelf! Hou van mezelf! Toverheks.com

‘Heksje, je gaat er een geweldig jaar van maken. Je gaat iedereen vergeven, vooral jezelf. Je gaat problemen achter je laten. In liefde loslaten. Je laat allerlei gif van giftige types zijn werk niet meer doen. Je gaat leuke dingen doen. Positieve dingen, waar je energie van krijgt. Je wordt verliefd! Ja, let op mijn woorden, ouwe toverkol. 2018 wordt jouw jaar!’

Vooruit dan maar.

 

Misschien word ik niet beter van liefde. Maakt het voor mijn fysieke conditie niks uit. Maar het voelt zoveel lekkerder om vanuit mijn hart te leven. Om het te gebruiken waar het voor bedoeld is: Liefhebben!

Ik dans met mezelf in de spiegel. Ik sluit mijn ogen en draai in de rondte. Wervel met mezelf door de kamer. Spreid mijn armen. Door de bubbels en wijn doen ze nauwelijks pijn! Het leven omhelzen! Dat is wat ik wil. Ter plekke besluit ik afstand te nemen van alles en iedereen, die me het leven tegen maakt.

Het behoeft geen betoog, dat ik de volgende dag nauwelijks kan bewegen. Knarsend fiets ik een paar verplichte rondes met mijn hondje. Een enorm stijve kwarrende kwartaart. Wat kan het schelen? Dit jaar is van mij!

toverheks.com

Hou van het leven. Mijn jaar! Reken maar! Toverheks.com


 

 

3 oktober leent zich niet voor sober: Wij Leienaars pakken uit! Onstuitbaar stuwen we door de straten! Voortgedreven door onze persoonlijke uitlaatgassen! Veroorzaakt door het traditionele bij deze datum behorende gerecht: Hutspot met klapstuk! Heks viert ook feest! Thuis! Met de deuren en ramen wijd open……

Het is feest in Leiden. Al een paar weken zijn mijn stadsgenoten bezig met de voorbereidingen. Er verschijnen grote lichtborden met teksten als ‘nog tig dagen en dan is het dwwrie oktober’ en dergelijke. Wij Leienaars verheugen ons op die dag als een kind op zijn verjaardag!

Al een week voordat de festiviteiten losbarsten ligt de hele stad op zijn gat. Wil ik naar de fysiotherapeut en moet ik langs het station? Er is geen doorkomen aan. Overal staan mannetjes in gele en oranje jasjes naast hekken te posten. De godganse dag. Wat doen die mensen normaal gesproken vraag ik me dan af. Waar komen al die mannetjes vandaan?

En kan ik er eentje lenen om hier voor de deur te zetten? Wat kost dat?

De kermis is weer gigantisch dit jaar. Een reusachtig rad flikkert zijn lichten over de stad. Tuimelaars vol gillende mensen zwaaien door de lucht. Eindelijk is het dan zover, de kermis trapt af, gevolgd door de Taptoe. De vooravond van het feest, twee oktober is traditioneel het beste deel der festiviteiten.

Mensen zijn nog fris, de drank zit er nog niet tot de nok toe in; De stad is nog niet nat gepiest en ondergekotst. Heks loopt over de traditionele markt langs de grachten. Ik ploeter me door de aangroeiende mensenmassa, want ik ben op weg naar huis. Met tassen vol boodschappen: Ik woon namelijk in het oog van deze orkaan.

In de oven staat klapstuk aan te braden. Snel gooi ik er bier, sjalotjes, wortel, kruiden en mijn geheime ingrediënt bij. Nu nog een paar uur geduldig wachten en dan…… Smullen maar.

Ik heb wilde plannen om eventjes de stad in te gaan. Misschien weer eens een nacht op het biljart dansen? Ik heb er best zin in. Maar als ik in mijn stoel zit na de boodschappen en het koken ben ik kapot.

Mijn hele lijf doet pijn en langzaam stijven mijn protesterende spieren ook nog eens op, zodat een gang naar de keuken om eventjes te checken of alles daar goed gaat al een hele bevalling is. Laat staan geworstel door een dronken massa. Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken.

Onder mijn raam stelt de fanfare zich op. Ze oefenen hier om de hoek bij de padvinders. Ze hebben het vreselijk druk deze dagen. Eerst de Taptoe, morgenochtend vroeg het Reveille en dan nog de Grote Optocht! Even later marcheren ze luid toeterend de steeg uit.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM klapstuk à  la Heks

Een paar uur later toeteren ze zich een weg terug naar hun honk. Heks zit nog steeds bewegingsloos in haar stoel. Uitgaan zit er niet meer in. Ik voel me zelfs licht grieperig.  getsie.

De zwarte panter loopt nog buiten en dat zit me niet lekker. Hij is al anderhalve dag op stap, maar nu moet hij toch eens thuis komen. Een uitgebreide zoekronde door de buurt heeft echter niets opgeleverd. Plotseling hoor ik een vrouwenstem door het open raam. ‘Poesie, kom eens hier poesie.’

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

In een sprong ben ik bij het raam. Ik zie een jong stel in de steeg, maar mijn kat zie ik niet. ‘Meneer, loopt daar om de hoek een kat? Hallo, meneer, mevrouw….’

Het duurt eventjes voordat ze me horen boven het lawaai uit, maar dan blijken ze inderdaad Ferguut in zijn kraag te hebben gevat. Als een haas ren ik naar beneden om mijn schatje op te halen. ‘Dank jullie wel, hij mag niet meer naar buiten voorlopig….’ het stel moet lachen. Hun katten zitten ook opgesloten, vertellen ze me. Ze zijn blij met hun goede daad. Heks ook!

De molen van mijn vriend molenaar staat in de feeststand. Met natuurlijk een drie oktobervlag in de wieken!

Wat later app ik met Fiederelsje. Ook zij is snipverkouden en licht grieperig. ‘Heb je zin in klapstuk morgen? Mits onze slijmvliezen het toestaan?’ We spreken af om morgen te kijken hoe we ons dan voelen. En als dat ook maar een beetje boven de streep is, dan komen mijn vrienden hier eten!

‘Zal ik een lekker taartje maken? Ik ben aan het experimenteren met koude taarten, net als jij Heks, je hebt me geïnspireerd….,’ Heks moet lachen, ‘Ik heb een taart gebakken schat. Een heerlijke perencrumble. Dus dat wordt dan een grand dessert!’

Zo zit ik op twee oktober met deuren en ramen open te luisteren naar de bruisende stad. Onder mijn raam loopt een stoet mensen van hot naar her. De steeg fungeert als sluiproute. En klankkast. Alsmede plasgoot helaas.

Tjongejonge wat komt er weer een golf urine los uit Jan en Alleman. Het is toch godgeklaagd dat onlangs een vrouw een fikse boete moest betalen, omdat ze nergens terecht kon met haar hoge nood, niet in haar broek wilde pissen en toen maar ergens op straat is gaan zitten, terwijl die kerels dat slurfje ongestraft overal op los mogen laten hier in de stad tijdens Leidens Ontzet. Bedenk ik me ontzet! Geen haan die ernaar kraait, zolang een kip het maar niet doet…..

Ik zie zelfs een kerel vijf minuten onafgebroken urineren tegen de gevel van het hotel aan de overkant, terwijl hij tegelijkertijd een blik bier in zijn mond geklemd houdt. Af en toe gooit hij zijn hoofd achterover om een slok te nemen. Hij heeft genoeg tijd om een heel blik te ledigen, zolang duurt zijn geplas.

‘Kom op VikThor, jij moet er nog eventjes uit, je hele territorium is verpest door al die kerels, dus leef je uit…..’ om een uurtje of vier ’s nachts loop ik nog een rondje. Ik heb voor de televisie liggen slapen, dwars door alle herrie heen. Alhoewel, was het wel zo’n lawaai? Het viel eigenlijk best mee…..

Lang leve de harde wind. Nog nooit was het zo stil in de stad tijdens drie oktober als dit jaar. ‘Spelen er nu gewoon geen bandjes? Is de kermis al gesloten?’ vraag ik me herhaaldelijk af. Maar nee, de kermis draait op volle toeren en links en rechts staan hopeloze flutterige gelegenheidsformaties de sterren van de hemel te coveren.

Als ik de deur uitloop zie ik dat ons portiek ook al functioneert als openbaar toilet. Getsie. Een dikke urinedamp walmt me tegemoet. Daar moet ik maar snel een emmertje sop overheen smijten morgen…..

Ach Heks, het wordt wel erg minimaal, de manier waarop je drie oktober viert. Klapstuk koken en daarna in bed gaan liggen, terwijl je luistert naar een feestende stad. In je dooie eentje. Wat kan het schelen? Je mag al blij zijn dat je niet altijd in bed ligt. Hoe dan ook, ik verdom het om me er zielig bij te voelen. Sterker nog: Ik geniet van de bruisende energie rondom mijn woning……

Een dag later komen mijn vrienden dineren. We hebben een heerlijke avond, met de feestende stad op de achtergrond en hutspot op ons bord.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

‘Ik was bijna lid gemaakt van De 3 Oktober Vereniging, Heks, vrienden van me hadden bedacht dat dat wel leuk zou zijn voor iemand uit België…..’ mijn vriendin is serieus ondanks haar brede grijns, ‘Ik woon hier alweer meer dan dertig jaar, Heksje! Ik ben bijkant een echte Leidse. Het lijkt me best leuk om lid te zijn en dan haring en wittebrood te gaan halen,,,,’

‘Ik wil ook weer eens naar het Reveilll en de koraalzang ’s morgens vroeg,’ vervolgt ze haar verlanglijstje. Heks ging vroeger ook altijd naar het Reveille, ik ging dan op twee oktober gewoon door tot de volgende ochtend. Na de ouderwetse samenzang werd er pas geslapen…..

‘Laten we lid worden van de vereniging en weer eens naar het Rweveillllllllll gaan. Lijkt me fantastisch, gaan we doen schat!’ We tikken elkaars hand aan in de lucht om het te bezegelen. Ja leuk. Volgend jaar dan maar, want dit jaar lukt niet meer……

 

Vannacht krijgt Heks eens goed te eten: De dolende ridder komt aanzetten met een levend maaltje! Door lagen slaap weet hij mijn dromen te verstoren. Mijn monster laat van zich horen! Ontbijten met harige rattenstaart? Heks is er niet voor te porren……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

‘Jeetje Heks, hoe gaat het? Ik schrok van je blogje. Red je het wel?’ Don Leo klinkt bezorgd. Ja, dat is nu ook weer niet de bedoeling. Hij heeft al genoeg aan zijn kop. Over deze toverkol in de rats zitten kan er echt niet meer bij!

Vanmorgen kreukel ik zoals gewoonlijk weer trillend en zwetend op gang. Bibberig zit ik op de rand van mijn bed. Ik heb een superslechte nacht gehad. Onrustig slapen, steeds wakker worden. En als ik dan eindelijk in slaap ben droom ik dat ik word aangevallen door een panter. Schreeuwend stort hij zich op me.

Maar nee, het is maar een droom. Ik drijf naar de oppervlakte en hoor mijn aanvaller nog steeds. Buiten. In de steeg. Oorverdovend……..

Ik trek een sprintje naar de keuken. Even uit het raam kijken. Misschien heb ik een kat vergeten binnen te halen gisterenavond. Met name Pippi kan geweldig krijsen als ze het zat is op het balkon.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Het begint net licht te worden. In de halfduistere steeg staat een zwart monster. Hij krijst en toont me een vette muis. ‘Kijk nou, lieve  vrouw, speciaal voor jou gevangen. Kom nu naar beneden, dan vreten we em samen op!’ Ik zie het muisje angstig spartelen bij die woorden…… Hij is reddeloos verloren. Dat moge duidelijk zijn!

Helaas kan Heks niets meer voor het arme beestje doen.

Ik weet uit ervaring, dat ik mijn schatje beter niet binnen kan halen nu. Geheid dat hij die muis loslaat in het huis. Je kunt je de taferelen misschien voorstellen: Zeven katten woest jagend op een wel erg interessante prooi. Door muren en behang!

Ik wacht dus een kwartiertje. Dan mag het bakbeest naar binnen. ‘En ik maar denken dat je toch wel een ouwetje aan het worden bent,’ lispel ik tegen mijn rattenvanger, ‘Je redt je echter nog uitstekend zonder blikjes en brokjes!’

Aanhalig geeft hij me kopjes. ‘Jammer dat je ze lang wachtte om me te komen halen, vrouw. Ik heb die muis natuurlijk al lang soldaat gemaakt, maar hij was eigenlijk voor jou bestemd!’

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Ondanks zijn levende voorgerecht lust Ferguut nog wel wat brokjes. Ik zet een flinke bak eten voor zijn neus en hij valt erop aan alsof hij in geen dagen iets heeft gehad. Wat kan mijn dolende ridder toch bunkeren! Hij eet meer dan het dubbele van wat de rest naar binnen werkt.

Natuurlijk wil hij direct na zijn diner weer naar buiten. Heks steekt er een stokje voor. ‘Blijf jij maar eens een nachtje binnen. Je bent de hele tijd op stap en zulk geweldig weer is het nu ook niet vannacht,’ ik geef hem een kusje op zijn grote katerkop. Hij berust in zijn lot.

Tevreden krult hij zich op naast mijn hoofd. Gelukkig. We kunnen eindelijk slapen. Over een paar uur moet ik er alweer uit. Zit ik traditiegetrouw trillend en zwetend op de rand van mijn bed. Gaan er weer happen pijnstillers naar binnen. Moet ik de dag weer met geweld op gang trappen…..

‘Ach, lieve Don, je weet het toch? Het is halen en brengen. Ik heb dagdagelijks te maken met een invaliderende ziekte. Mensen bagataliseren het. Ik bagatelliseer het vaak ook. Gewoon omdat ik me er niet in wil wentelen. En dan ook: Je ziet het niet aan me. Behalve vroeg in de morgen, als ik nog geen pijnstillers in mijn klep heb.’

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Ik zie tegen alles op. Vakanties zijn een ware bezoeking. Ik ga bijvoorbeeld een weekendje weg binnenkort, maar ik zie ertegenop als tegen een berg. Gewoon omdat alles me constant teveel is. Omdat ik van twee dagen pret maken een paar maanden lol kan hebben. In de verkeerde zin van het woord….’

‘Nu ben ik bijvoorbeeld ernstig geblesseerd geraakt door het omslaan van bladzijden tijdens het concert met het projectkoor. Het boek stond al op een standaard, maar die bladzijden slaan zichzelf niet om natuurlijk. Ik kan die arm nauwelijks gebruiken en crepeer van de pijn.’

We beginnen verschrikkelijk te lachen, ja, wat moet je anders? Het is toch ook te gek voor woorden. Kun je het mensen kwalijk nemen dat ze dit niet serieus nemen?

Ja. Sommige mensen neem ik het bijzonder kwalijk. Die hadden er best eens iets over kunnen lezen. Best eens iets voor me kunnen betekenen.

Gelukkig heb ik een kat die goed voor me zorgt. Hij brengt me reusachtige ratten en vette veldmuizen. En als mijn hondje te ruw met me stoeit naar zijn smaak, springt hij op zijn rug en geeft hij hem een stevige opstopper. Mijn panter is voor de duvel niet bang.

En ook nog eens de grootste liefste schat van een kat!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

 

De zwarte klauw slaat genadeloos toe. Roofridder op oorlogspad. Een speklap moet het ontgelden…… Steenvrouw kan het zeer waarderen! Van wie is die lap? En hoe komt mijn zwerver er aan? Vragen. vragen……

©TOVERHEKS.COM

Van mij!!!!!©TOVERHEKS.COM

‘Ik kwam Ferguut net tegen met een enorme speklap in zijn bek. Ik heb em maar afgepakt, want het lijkt me niet gezond voor een kat. Ook weet ik niet waar hij hem vandaan heeft natuurlijk. Waarschijnlijk ergens in de buurt uit een keuken gestolen. Ik denk dat er iemand flink zit te balen nu…..’ grijnst Heks tegen haar vriendin.

Ik ben lekker bij haar te  gast. We zitten in de tuin na te eten. Steenvrouw ligt dubbel van de lach. Mijn ridderkater kan geen kwaad doen bij mijn vriendin. Het is dan ook de zoon van haar kat Doekie. Hij heeft dus een speciaal plekje in haar hart.

‘Die mafkees van een kat. Eerst had ik het helemaal niet door. Maar hij liep zo vreemd aan zijn bek te likken. Met een hele wilde blik in zijn ogen verdween hij vervolgens in de steeg om de hoek. Daar lag zijn speklap. Veilig verstopt!’ ‘Was ie nog warm?’ Wil mijn vriendin weten. Ik weet het niet meer. Niet gloeiend heet in elk geval. ‘Ik heb em met een poepzakje opgepakt…..

Poepzakjes zijn toch zo handig. Multifunctioneel.

©TOVERHEKS.COM

De zwarte hand/klauw slaat toe…... ©TOVERHEKS.COM

‘Heb je het wereldkampioenschap van K&G in je agenda gezet? Als je niet mee wilt moet je het nu zeggen….’ streng kijkt ze me aan. Eerlijk gezegd zie ik er tegenop. Het wordt een klus voor Heks. Helemaal naar Limburg rijden, kamperen, een hele dag in touw om in het stadion te komen en weer thuis te geraken……

Maar ik wil het wel heel graag zien! Want de zoon van Steenvrouw doet mee! En ze worden misschien wel weer wereldkampioen, net als een paar jaar geleden!

‘Lasten we vouwfietsjes meenemen. Of ter plekke fietsen huren, dan red ik het wel. Maar een uur heen en een uur terug lopen wordt me te gek. In combinatie met de rest.’ Ik ben natuurlijk wel gewend om einden te wandelen. Maar daarna ga ik gestrekt. Heel belangrijk!

©TOVERHEKS.COM

jammie!!!! Speklapjes…...©TOVERHEKS.COM

We worden helemaal giechelig van onze plannetjes. ‘Als je weer eens naar zo’n beeldhouwfestival gaat ga ik wel mee,’ beloof ik als haar reisjes in hopeloos gezelschap ter sprake komen. ‘Jeetje Heks, dat lijkt me geweldig,’ mijn maatje is er direct voor te porren. We kunnen nu eenmaal heel goed samen door een deur.

Op weg naar huis fiets ik een flink eind om. VikThor rent naast de fiets langs het water.. ‘Mag ik er in?’ vraagt hij met zijn ogen. Doordringend kijkt hij me aan. ‘Ga maar zwemmen, hoor,’ en hop, hij ligt al in het water. Stapeldol op zwemmen, dit hondje.

We zijn bijna thuis als de panter tevoorschijn springt. Hij is zijn speklap helemaal vergeten. Sterker nog: Hij lust wel weer een hapje.

Binnen wacht de rest van de dierentuin ongeduldig op het voedsel dat komen gaat. Een hele batterij bakjes verschijnt op het aanrecht. ‘Miauw, knerp, mauwww,’ klinkt het uit vele kelen. VikThor wacht gelaten af. Hij is als laatste aan de beurt. Zoals altijd, onderaan de pikorde als hij hangt.

Een kwartier later zijn alle buikjes weer gevuld. Tevreden knorrend vleit Snuitje zich tegen me aan. De dag is weer gedaan.

©TOVERHEKS.COM

Ferguut de roofridder, ©TOVERHEKS.COM

 

 

 

Leergierige Panter klem in Museum Boerhaave. Heeft hij het weer overleefd? Wat is er eigenlijk gebeurd? De hoeveelste queeste is dit nu alweer? En hoeveel levens heeft hij nog over?

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Vrijdagmorgen loop ik museum Boerhaave in. Ik ben het al dagen van plan, maar telkens was de deur dicht of had ik net geen tijd. Vandaag ben ik echter op een missie. Al twee weken is de panter in geen velden of wegen te bekennen. Zijn grote zwarte katerlijf maakt zich niet meer onverwacht los uit de schaduw. Geen gezellige nachtelijke wandelingen met VikThor. Al die tijd is hij ook niet komen eten…… Waar zit die mafkees?

Zoals altijd als mijn panter in de problemen geraakt ben ik binnen een halve dag op de hoogte. Allerlei innerlijke alarmbellen gaan af. Ik weet gewoon dat er iets loos is. Dit terwijl mijn monster met enige regelmaat een paar dagen niet thuis komt. Zeker in het voorjaar wil hij nogal eens op stap gaan. Ik maak me daar nooit te sappel over.

Nu is er echter iets niet in orde. Ik voel het aan mijn hekseneksteroog.

En ja hoor. Twee weken later en nog steeds geen spoor van mijn geliefde kat. Potjandrie. Waar zit dat beest? Hij kan wel overal zijn. Sinds ik hem een keer in Hoorn heb opgehaald kijk ik nergens meer van op. Toch loop ik midden in de nacht door de buurt zijn naam te roepen. Geen reactie……

Steeds als ik aan hem denk zie ik riool voor me. Onder de grond. Buizen. Shit. Hij zal toch niet ergens in verstrikt zijn geraakt? Is hij opgesloten in een leeg pakhuis en probeert hij soms via het riool ontsnappen? Mijn kattenvriendin aan gene zijde helpt me zoeken. Hij zit inderdaad in de problemen.

‘Je moet nog even geduld hebben, Heks, het komt goed, er wordt aan gewerkt, maar nu zit hij inderdaad nog vast..’ hoor ik in mijn geestesoor, ‘Zoeken heeft nu geen zin, je vindt hem niet….. lispel lispel lispel….’ de rest versta ik niet.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Donderdagavond brand ik een kaarsje. Voor Schilder natuurlijk. Maar ook voor mijn avontuurlijke kat. De boerenridder Ferguut. ‘Kom naar huis,’ fluister ik tegen zijn ziel,’ breng hem thuis,’ verordonneer ik de hulptroepen in andere dimensies.

Zo loop ik vrijdag dus het museum in. Ze zijn al ruim anderhalf jaar bezig met een enorme verbouwing. De collectie is zo lang opgeslagen. Het hele gebouw staat op zijn kop. Plafonds en vloeren liggen open. Een tricky omgeving voor een ondernemende kat.

De binnentuin is bomvol mannetjes met allerhande gereedschap. Er wordt verwoed gezaagd en gehamerd. Het duurt dan ook even voordat ze mij in de gaten hebben.

‘Hebben jullie mijn kat gezien, een grote zwarte panter?’ Niemand heeft iets gezien. ‘Nee joh, die zit hier niet,’ beantwoord ik met ‘Ik heb hem hier vorig jaar ook al eens weggehaald.’

‘Ja, jij hebt toen een ruitje ingeslagen,’ grinnikt een grote kerel goedmoedig. Ik verschiet van kleur en kijk zo onschuldig mogelijk. De man laat zich niet bedotten. ‘Geeft niks hoor, je had gelijk. Het is hier echt levensgevaarlijk voor dat beest.’

In eerste instantie kom ik niet veel verder in mijn zoektocht, maar opeens roept een piepjonge timmerman dat hij die ochtend de afdruk van kleine kattenpootjes heeft gezien in het anatomische theater. ‘Ze zien er vers uit, ik heb ze ook niet eerder gezien,’ beweert het joch hardnekkig tegen zijn ongelovige collega’s.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

In overleg met de uitvoerder wordt er een opzichter opgetrommeld. Het blijkt een ongelofelijke grapjas te zijn. Plagend probeert hij me direct in de maling te nemen. Dan komt hij terzake. ‘Kom om half 2 hierheen, dan lopen we het gebouw samen door. Je moet dan wel speciale schoenen aan hoor. En neem wat kattenbrokjes mee!’

‘Ik heb een afspraakje zometeen met een mannetje in het museum,’ roep ik tegen mijn hulp als ze binnenkomt. ‘Wat leuk. Heks, vertel,’ antwoordt ze in de veronderstelling dat het om een date gaat. Ik help haar snel uit de droom.

‘Hij is wel grappig hoor, maar geen relatiemateriaal, hahaha. Bovendien is hij ongetwijfeld getrouwd! We gaan mijn kat zoeken, niet mijn poesje….’ grap ik er lustig op los. Ik voel me verwachtingsvol sinds de melding van de kattenpootjes. Mijn zwerver zit vast en zeker vast in het museum!

Mijn date staat me al ongeduldig op te wachten. ‘Zo, ik dacht dat je me zou laten zitten….’ roept hij opgelucht als ik een paar minuten over half twee voor zijn neus sta. Zijn collega’s reageren met een reeks kwinkslagen. ‘Ze zijn gewoon stikjaloers…,’ verklaart hij dit gedrag.  Snel maken we ons uit de voeten.

‘Miauw, miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door gegiechel. Overal zitten mannetjes te klussen. Het verhaal dat er een toverheks naar haar zwarte kat komt zoeken heeft duidelijk de ronde gedaan tijdens de lunch.

‘Het is zo’n groot zwart bakbeest toch?’ mijn gids is een geweldige kletskous, ‘Nou, dan heb ik misschien niet zulk leuk nieuws voor je, ik heb hem met enige regelmaat uit die vuilcontainer zien kruipen. En die wordt elke week opgehaald om te worden geleegd……’

Een klamme hand sluit zich om mijn hart. Oh jee. Die container wordt tegenwoordig elke avond helemaal dicht geseald met een gigantisch stuk zeil. Dit om te voorkomen dat er de hele nacht mensen dingen in staan te gooien. Of uit proberen te halen.

Er heeft zich de eerste maanden van het bestaan van deze container een levendige ruilhandel ontwikkeld in de wijk. Heks heeft er een paar mooie spiegels en een kroonluchter aan overgehouden…… Geweldig natuurlijk!

Maar ja, de buren waren niet blij met dit verschijnsel. Het maakt lawaai. Vooral als het s’nachts gebeurt. En als er dronken droppies bij betrokken zijn……

‘Eerst maar eens naar die kattenpootjes in het anatomisch theater kijken,’ onderbreekt mijn nieuwe vriend opgewekt mijn sombere gedachten. Ik zie mezelf al voor mijn geestesoog op een verlaten vuilstort zoeken naar mijn zwarte ridder…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We spoeden ons door het zo goed als lege gebouw naar de opgebroken zaal. En ja hoor, er staan een heleboel verse afdrukken in het stof van de rudimenten van het theater. Een golf van opluchting slaat door me heen. Aan het enorme formaat te zien gaat het inderdaad om mijn ventje. Mijn schat leeft op grote voet!

Ik schud met de brokjes en roep zijn naam. ‘Miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door een welgemeend ‘Hihihi, hehehe, hahaha….’ ‘Hou op, mannen, jullie humor doet me pijn….’ protesteert Heks.

‘Oh jee, kijk hier eens,’ mijn begeleider stopt zijn hoofd in een openstaand luik onder het theater. Er staan kattenpootjes omheen, maar mijn panter is nergens te bekennen. ‘Ik hoop niet dat hij door dat gat de kruipruimte naar de riolering in is gegaan, want het staat vol met water sinds die buien van de afgelopen week…..’ sombert hij. De klamme hand komt terug…….

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We lopen het hele gebouw door op zoek naar nog meer sporen van mijn panter, maar we vinden slechts een paar hele oude stoffige afdrukjes ergens boven in het gebouw. Waar zit dat beest? Is hij echt verdwenen? Heks rammelt en roept, maar van mijn schat geen spoor.

Plotseling worden we gebeld. Drie keer achter elkaar. ‘Ik zag net iets zwarts voorbijflitsen op de benedenverdieping,’  en ‘Is ie zwart? Er rent een zwarte kat de deur uit hier…!’ en  ‘Zwarte kat gesignaleerd in de binnentuin.’ Heks raakt eufoor. Uit welke deur is hij gerend? De voordeur soms? Er zijn zoveel deuren. Waar is hij nu? Welk bericht is het meest recent?

Na enig onderzoek blijkt er een zwart monster in de binnentuin te zitten. We rennen naar buiten. ‘Ferguut,’ roep ik. Maar niks. Ik loop de hele tuin door. Er staat een grote boom. ‘Miauw,’ hoor ik. Geen bouwvakker te bekennen, dus dat moet mijn kat zijn! Maar waar zit hij?

Er wordt gezaagd en geboord, getimmerd en geschreeuwd aan de andere kant van de tuin. Maar af en toe hoor ik gemiauw. ‘Ik zag hem onder dat vlonder verdwijnen,’ helpt een krullenjongen me uit de brand. Mijn bakbeest blijkt zich midden in een zeventiger jaren spuuglelijke waterpartij te hebben verschanst.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Met moeite en veel snoepjes weet ik hem er uit te lokken. Snel grijp ik hem in zijn kippennek. Ha. Kip ik heb je!

In de dagen erna wordt mijn monster doodziek. Niet direct. Eerst wil hij maar wat graag eten. Misschien geef ik hem iets teveel. Gewend als ik ben dat hij altijd wel wat van zijn gading vindt buiten. Een vette muis of vogeltje….. Deze keer is hij echter flink vermagerd. Pas na een dag dringt het tot me door dat hij hoogstwaarschijnlijk twee weken niks te vreten heeft gehad!

Ik reconstrueer dat hij ongetwijfeld vrij snel na zijn eenzame opsluiting tijdens Hemelvaart in het riool is beland. Het luik ging dicht en meneer kon geen kant meer op. De afgelopen week hebben ze het luik weer opengezet na al die regen. Twee weken vies water, ratten en te snel veel eten deden de rest: Panter doodziek!

Ik doorwaak twee nachten. De tweede nacht gaat het mis. Ik zie hem per uur achteruit gaan. De hele nacht ben ik in de weer om mijn beestje te ondersteunen. En de troep weer op te ruimen……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Dan komt de omslag: Zondagmorgen valt hij in een genezende slaap. Heks ook. Later die dag wil panter weer eten. Het liefst wil hij ook weer de hort op, maar dat kan hij voorlopig vergeten. Eerst aansterken, gekke roofridder.

Zondagavond halen Joy en Boy mijn hondje op. Heks kan intussen geen pap meer zeggen, maar VikThor moet toch nog eventjes flink aan de wandel. ‘Hij is inderdaad een beetje magertjes, Heks,’ mijn vriendin heeft de panter opgetild. Vol liefde geeft hij haar kopjes. Het is toch zo’n schatje!

Mijn vrienden knuffelen alle katten uitgebreid, nadat ze  mijn hondje flink hebben laten rennen. Daarna heffen we het glas op de behouden thuiskomst van mijn zwerver: Hij heeft nog zeker vier van zijn negen levens over. Daar moet hij het voorlopig mee kunnen redden……… Dus eind goed, al goed.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

 

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!