Gelaarsde boerenridderkat keert weer bij kattige Heks, kittige kittens doen hart smelten, oud trouw poesje naar eeuwige jachtvelden, nieuwe spierwitte huisgenoot ziet het levenslicht…….. Miauw, miauw, miauw: Huisdieren zijn lief, loyaal en trouw.

Thuis!!!!!! ©Toverheks.com

Donderdagmiddag sta ik lekker te schelden tegen mijn printer. Zoals altijd wanneer ik het ding echt nodig heb, is de cartridge leeg. Zwart/wit dan maar? Foeterend duwt Heks maagdelijk papier in de lader. Misschien dat het apparaat daar gevoelig voor is?

Ik ben bezig posters te drukken om mijn panter terug te vinden. Een wervende tekst en een flitsende foto moeten de truc gaan doen. Overigens maakt de foto weinig uit. Alle zwarte katten lijken op papier op elkaar. Ik heb Ferguut afgelopen week al een keertje terug gevonden in Limburg en in België. Sprekend mijn kat, maar weken geleden al ergens ver weg opgedoken…..

‘Gelukkig’ mist Ferguut een paar hoektanden. Zodra hij zijn bek openspert is hij weer herkenbaar. ‘Stom dier,’ mopper ik, ‘Teringlijer. Om een beetje de hort op te gaan…. Hoe haal je het in je zwarte kattenkop?’

Buiten in de steeg klinkt een doordringend gejammer. Bij wijze van antwoord. Een herkenbaar gejammer! Heks trekt een sprint naar haar keukenraam. Ik steek mijn hoofd naar buiten en daar staat hij dan: De boerenridder is weergekeerd! Luid miauwend maakt hij zijn aanwezigheid kenbaar. ‘Ik ben er weer! Ik heb honger als een paard! Kom op vrouw, kom me halen!’

Moederpoes

Twee seconden later sta ik zelf buiten in de steeg. Ik heb niet eens mijn sleutel meegenomen, geen tijd om dat ding op te snorren. Ik stop een mat tussen de voordeur en ga op zoek naar mijn inktzwarte bakbeest. Die is natuurlijk alweer verdwenen! De malloot is snel de hoek om gerend…..

‘Kom hier, mafkees,’ Heks snelt achter haar monster aan. Die verstopt zich snel onder een struik. Hobbelt weer een stukje verder door de straat naar een volgende bossage…..

‘Kom maar schatje,’ probeer ik hem te lokken. Achter hem aan rennen werkt averechts, weet ik uit ervaring. ‘Kom maar hier, lief monstertje,’ teem ik. Schuchter kruipt hij onder de struik uit. Vliegensvlug grijp ik hem in zijn kippennek. Kat in het bakkie!

Hoogzwanger…..

Met mijn schat stevig tegen me aan gedrukt ren ik naar huis. Blij als een kind. Ik knikker Ferguut de slaapkamer in en ga een enorme bak eten voor hem maken. Hij schrokt het op. Daarna vlijt hij zich op een kussen. Hij laat zich uitgebreid knuffelen. Hij is echt blij om weer thuis te zijn….

Die nacht slaapt hij dicht tegen me aan. Maar de volgende dag wil hij alweer op stap, de gezegende gek. ‘Doe niet zo raar, vrouw, ik wil naar buiten,’ miauwt hij bij de voordeur. Er is geen houden aan. Mijn ouwetje wil weer de hort op.

Hem tegenhouden heeft geen zin. Ferguut moet en zal naar buiten. Zijn dagelijkse rondje door de buurt marcheren. Zijn territorium weer opeisen!

Over een paar maanden komt er een nieuwe kat hier wonen. Hij is een dag of tien geleden geboren. ‘Mijn poes gaat volgende week bevallen,’ vertelde een hondenvriendinnetje me een paar weken geleden, toen we stonden te klessebessen.

Ik had net de dag ervoor een kittenspeeltje terug gevonden in mijn kast. En er weemoedig naar staan kijken. En ik had net die week een zak kittenvoer gekocht. Per ongeluk. Een veelbetekenende vergissing. Alsof mijn onderbewuste zich al aan het voorbereiden was op een nieuwe miauwende huisgenoot!

‘Oh, wat leuk! Ik wil wel een kitten!’ hoorde ik mezelf dan ook enthousiast roepen, ‘Als je er eentje over hebt natuurlijk!’ Je weet nooit hoeveel monstertjes er uit zo’n dikke poezenbuik komen……

‘Mijn moeder wil er eentje, misschien twee. Het liefst een rode kater, dat is echt een grote wens van haar….’ antwoordt mijn vriendin. Oh, wat spannend.

Ruim een week later app ik haar om te vragen hoe het met haar zwangere poes gaat. ‘Grappig, dat je net op dit moment appt, ze is net aan het bevallen. Er is er al eentje geboren…. Kijk maar….’

Ja, de rode kater is er al uit. De wens van haar moeder is vervuld. Later die dag komen er nog een grijs meisje en een witte vent uit. ‘Mijn moeder neemt de grijze en de rooie. Er blijft er dus nog eentje over voor jou!’

Een dag later ben ik bij de dierenarts met een lief vriendinnetje van me. Haar stokoude poes is opeens heel ziek. Ze laat haar vandaag inslapen. Samen rijden we vervolgens naar het dierencrematorium in Hazerswoude om haar dode katje af te leveren. In een mooie doos versierd met bloemen.

Dat is altijd een hele droevige dag. De dag dat je afscheid neemt van je maatje. ‘Sommige mensen gaan direct een nieuwe kat halen, nou, ik niet,’ zegt mijn vriendin stoer, als we later met de hondjes wandelen. Ze is diep in de rouw.

Belle’s nieuwe poesje……

Gelukkig komt er binnen een week een nieuw poesje op haar pad. Een pikzwarte dondersteen van 12 weken, precies wat ze wilde. Mijn vriendin Belle kan net als Heks niet zonder huisdieren.

Straks gaan we weer samen met de hondjes wandelen. Dat doen we iedere zondag. Mijn vriendin met het grote hart voor dieren en ik. En waar hebben we het dan over? Ja, dat laat zich raden……

Hij flikt het weer, voor de zoveelste keer: De Panter is verdwenen. Mijn ouwetje is de hort op. Is mijn kater meegereden met een vrachtwagen van de Schouwburg? Zit hij in het museum? Of in een schuurtje of garagebox? Heks loopt alweer dagen te zoeken. Tot nu toe zonder resultaat. Ja, ik ben kwaad. Op dat hardleerse beest! Hij heeft al zijn levens al versnoept! Op een kwaaie dag is hij er geweest……

Ja, het valt allemaal niet mee. Nee. Het leven is geen krentenbol. Of een balletje gehakt. Verre van dat. Het leven is een gevecht tegen de bierkaai. Tegen de windmolens in je eigen dolgedraaide kop. Hop. Het leven is niet gemakkelijk. Het is geen eitje bij je ontbijtje.

Vandaag heb ik een pestbui. Ik ben met name bijzonder nijdig op de Zwarte Panter. Die gestoorde idioot is er weer vandoor. Ondanks zijn hoge leeftijd is hij weer aan de zwier. Sinds vorige week vrijdag heb ik hem niet meer gespot.

De dag dat er hier tien vrachtwagens in de steeg een enorme berg teringzooi uit de Schouwburg in stonden te laden. Twee lange weken lang werd er een film opgenomen in dit historische pand. De hele steeg in rep en roer. En vrijdag was het dan klaar. In colonne reden al die kolossen vervolgens de steeg uit.

Met mijn panter aan boord? Is die eikel weer in een vrachtwagen geklommen? Kan ik hem weer ergens in Noord Holland gaan ophalen over een half jaar?

Of zit hij in de Schouwburg? Daar heeft hij de afgelopen winter ook ruim anderhalve week over het toneel lopen huppelen. “Nee, dan zou het alarm af gaan,’ beweert de beheerder, met wie ik een rondje door het lege gebouw maak. Al rammelend met een bakje kattenvoer.

‘Dat alarm ging de afgelopen winter ook niet af. Mijn kat heeft toen straffeloos hier de boel op stelten kunnen zetten, tot een paar werklieden de artiesteningang open deden. Rende er een schaduw naar buiten. Miauwend en wel. Ze hebben het me zelf verteld,’ dien ik de man van repliek.

Ferguut komt niet tevoorschijn. De ellendeling laat zich niet zien.

Al dagen loop ik ’s nachts om een uurtje of drie te roepen bij schuurtjes en garageboxen. Bij leegstaande panden en schoolgebouwen. Bij het Boerhaavemuseum en de Leidse Schouwburg. Bij de bioscoop en de diverse studentenhuizen. Nergens zie ik mijn panter. Mijn monster lijkt van de aardbodem verdwenen. Mijn grote stoere kater is en blijft weg.

Voor de zoveelste keer. Hoe vaak heb ik dit al meegemaakt? En altijd weet ik binnen een halve dag, dat het foute boel is. Alsof mijn panter me een bericht stuurt. ‘Help, vrouw, ik zit in de penarie. Ik ben ernstig in de problemen geraakt, ik zit opgesloten…..’

Hoe vaak heb ik niet door het museum lopen dwalen op zoek naar mijn Zwarte Ridder? Ook daar beweerden ze dan, dat het alarm af zou gaan door mijn kat. Ze keken vervolgens heel raar op, als mijn bakbeest dan uiteindelijk ergens in het gebouw op dook. Hoe was dat nu mogelijk?

Alles is mogelijk bij de Zwarte Schaduw. Hij kan zich onzichtbaar maken. Hij zweeft op kousenvoetjes door al die oude panden. Hij kruipt onder de vloer en verschuilt zich in het riool indien nodig. Mijn panter heeft al zoveel avonturen beleefd.

Maar het moet nu maar eens afgelopen zijn met die gekkigheid. Ferguut is 14 jaar oud. De gemiddelde kat ligt dan al in zijn graf. Maar meneer de Koekepeer gaat gewoon op queeste. Hou nou toch eens een keertje op. Schei uit met die zottigheid.

Vandaag staat in het teken van mijn kat vinden. ‘Ik heb een website met allemaal tips naar je toe gemaild. Misschien een poster in de buurt ophangen?’ suggereert Rozenhart. ‘Zo’n poster is weinig zinvol. Ferguut kent de buurt op zijn duimpje. Hij kan echt de weg wel terug vinden naar huis….’ antwoordt Heks mismoedig.

We bellen met de productiemaatschappij van de film, nadat de zoektocht in de Schouwburg niets heeft opgeleverd. Iemand gaat de vrachtwagens nakijken. Of er geen kat in zit. Navragen ook of er geen kat ontsnapt is, tijdens het uitladen…

Ook dit levert niks op.

Machteloos. Je staat als mens machteloos tegenover dit kattengeweld.

Ik steek een kaarsje aan en brand een geuroffer. ‘Tanneke Toverheks, lief vriendinnetje van me, wil je me helpen zoeken naar mijn kat Ferguut?’ prevel ik tegen mijn kattenvriendinnetje aan gene zijde. Zij was bij leven een geweldige kattenvindster. Ze heeft menig zoekgeraakt poesje opgesnord. Voor deze en gene. Ook voor Heks.

‘Hij komt wel weer boven water, Heks,’ lispelt haar lieve stem in mijn oor, ‘Je moet gewoon eventjes geduld hebben. Het heeft wat tijd nodig…..’

Geduld heb ik niet. Ik maak me zorgen. Mijn kat is intussen echt een oude man. Hij mist een paar voortanden. Die zijn er uitgeslagen door zijn aartsvijand die Kut-Bengaal.

Ach, lieve onmogelijke Panter. Roofriddertje van me. Zwarte Schaduw. Mallotige idioot: Kom naar huis!!!!!!!!! Ik mis je. Wij allemaal. Zelfs de Boskat……

De Zwarte Schaduw, de Panter, Spook, Schim, waar ben je? Schemeren op de drempel, voelsprieten de grond in, tastend langs tuintjes en hofjes… Op zoek naar die schat van mijn hart. Boerenridder Ferguut is weer eens op stap. Verdwijnt….. en verschijnt, goddank, aan het eind van mijn latijn.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vorige week zit ik op de drempel van mijn huis. Het schemert. De nacht valt zacht. Ik zoek mijn zwarte panter. Hij is er al een paar dagen vandoor. Mijn voelsprieten bewegen door lagen bewustzijn. Raken de tere draden van het fragiele wezenlijke web in mijn kleine heksenbiotoop.

Van alles kom ik tegen. Maar niet mijn kat. ‘Tanneke, Tanneke, met je toverpanneke…’ prevel ik zachtjes tegen een oude vriendin aan gene zijde. Een kattenvrouwtje, net als ik. Een echt heksje ook. Een Indisch heksje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Toen ze nog leefde, ging zij altijd voor me op zoek, als er weer een kat zoek was. Ook voor anderen deed ze dat. Een beetje op dezelfde manier als ik nu. Met haar voelsprieten. Kijkend op haar innerlijk beeldscherm. ‘Ik doe wat prevelementen………’ zei ze dan. Om vervolgens nauwkeurige instructies te geven, waar die kat volgens haar zat………

Alle locale krachten scharen zich achter mijn wens om de panter te vinden. Maar evenzogoed gebeurt er helemaal niks. De panter blijft weg. Elke nacht sluip ik door de buurt en roep zijn naam bij schuurtjes en opslagruimtes. Niks. Geen jammerklacht aan de andere kant van een deur of raam. De Zwarte blijft foetsie……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks wordt er chagrijnig van. Mopperkontig stoemp ik rond. Verdraaid, nu heb ik alle geluk van de wereld met een heerlijke pup en een zalige volwassen hond. Nu ben ik elke dag zo blij als een ei, kijkend naar hun gedartel, rollend over de grond, over elkaar…… Happend en bijtend naar de ander…. Uit pure liefde!

Toen Vikthor pup was had ik hetzelfde probleem. Met een andere kat. Toen was Snuitje zoek. Die is bijna vier maanden op stap geweest. Gehalveerd en uitgedroogd werd ze gevonden door een paar aardige studenten. Goddank belden ze het nummer op de poster hangend aan de Zijlpoort. Mijn snoeterke heeft het maar ternauwernood overleefd.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Aan het begin van de week meld ik de panter aan op alle zoeksites, die er te vinden zijn. Posters begin ik nog niet aan, want mijn zwerver weet uitstekend de weg naar huis te vinden. Wel doe ik navraag bij alle panden, waar deuren en ramen open staan. Zoals het museum, de bioscoop……

Niks, niks.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Na een week begin ik wanhopig te worden. Waar is hij? Wat is er met hem aan de hand? Hij at niet goed vlak voordat hij verdween. Alsof hij harde brokje niet weg kreeg. Zou er weer een tand of kies zijn uit gemept door die ellendige Bengaal? Of erger. Een tumor in de kaak. Help. Er is iets, maar wat? Zou hij daarom…?

‘Is hij soms weggelopen vanwege je nieuwe pup?’ suggereert een vriendinnetje. Heks heeft er ook al aan gedacht. ‘Een kat loopt echt niet weg, omdat er een nieuw dier bij komt,’ aan het woord de kattenfluisteraar op TLC. Volgens hem is eten een grote motivatie om gewoon naar huis te komen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ik zal een rustig plekje voor je maken in de slaapkamer. Waar je geen last hebt van andere katten of die pup…’ sein ik gedachtegoed naar mijn Zwarte Schaduw. Hij is alweer meer dan een week weg. De ellendeling. Heks is ook kwaad op hem. ‘Je bent godbetert ruim 13, mafkees. Kom naar huis. Eikelmans. Gestoorde idioot. Je bent te oud voor dit soort grapjes…’

Dinsdagavond komt Lapje me verwennen met een vrijsessie. Eindeloos geeft ze kopjes. Ze wast mijn hand met haar ruwe tongetje. Altijd als ik me rot voel, komt Leonoor me troosten. Het is de halfzuster van Ferguut. Allebei dochter van Doekie, de kat van Steenvrouw.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Plotseling komt het sinds kort leegstaande gebouw in de steeg op mijn netvlies. Indringend en hardnekkig. Ha, eindelijk informatie!

Opgewonden ga ik naar buiten. Loop om het gebouw heen, koekeloer opnieuw naar binnen door het enige raam, waardoor dat kan. Niets te zien. Geen panter. Maar ik hoor wel, dat er een alarm staat te loeien. Dat zou wel eens door een verdwaalde kat kunnen komen. Gesterkt ga ik naar huis. Morgen zorg ik dat ik dat gebouw in kan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het duurt nog bijna twee dagen, voordat ik daadwerkelijk door het gebouw loop met de beheerder. Het blijkt lastig te achterhalen, wie momenteel het pand beheert. Van het kastje naar de muur en terug word ik gestuurd. En weer heen. en weer terug bij af. Waar dan uiteindelijk iemand een sleutel heeft.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik word gelukkig geholpen door een ongelofelijk aardige vrouw van de gemeente.

De beheerder is eveneens bijzonder aardig: Hij stapt direct in zijn auto, zodra hij van het geval hoort. Samen gaan we het gebouw in, waar inderdaad een alarm staat te loeien. ‘Vreemd,’ de man is stomverbaasd, ‘Alles zit potdicht. We zijn hier anderhalve week terug met een aantal man binnen geweest voor een bouwkundige inspectie…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Aha. Toen heeft er dus van alles op gestaan. Mijn panter kan op die manier best binnen verzeild zijn geraakt….. Hoop gloeit in mijn heksenhartje. ‘Ferguut,’ roep ik, schuddend met een bak brokjes.

We checken het hele pand. De binnentuintjes worden aan een minuscuul onderzoek onderworpen. Alle leslokalen, de ruimte waar ik vroeger zat te etsen, waar ik Spaanse les heb gehad, waar ik een tekencursus deed, het theatertje bovenin het pand, waar ik lunchconcerten bezocht ……. Nergens een spoor van mijn monster.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Ferguut, Pantertje,’ teem ik, ‘Kom naar huis, ellendeling, liefje, waar ben je? Kom maar tevoorschijn….’

Niks. Geen boerenridder te bekennen. Mijn bakbeest blijft zoek. Nadat we het hele gebouw grondig hebben uitgekamd, laat ik een blik voer achter. En een berg brokjes. Op een plek, die ik vanaf de buitenkant in de gaten kan houden. Misschien duikt hij alsnog op.

De beheerder moet nog iets doen in het pand. Er is een probleem met het alarm.  Als hij het weer aan wil zetten, gaat het direct af. ‘Er moet toch ergens iets open staan, ik ga nog eens goed kijken….’ Zo nemen we afscheid.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Teleurgesteld ga ik naar huis. Ik ben zo moe, ik duik een paar uur mijn bed in. Om een uurtje of acht sta ik eten te maken voor de beestenbende, als ik een bekend geschreeuw hoor in de steeg. Mijn hart maakt een sprongetje. Het zal  toch niet? Ik ruk het keukenraam open en zwabber de boskat opzij. Hij is ook op het lawaai af gekomen.

En ja hoor, de Panter zit op zijn vertrouwde plek onder het keukenraam te jammeren. ‘Ik heb honger, doe die deur open, laat me er in…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks vliegt de trap af en sluit haar monster in haar armen. Oh, wat ben ik blij. Maar de Zwarte is ook blij. De hele nacht licht hij tegen me aan gepakt te slapen. Duwt zijn koppie tegen mijn kop.

Een dag later zit ik met hem bij de dierenarts. Panter heeft moeite met eten. Hij heeft pijn aan zijn rechteroor. Er is iets, maar wat?

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Wat vuil in de gehoorgang, dat heb ik verwijderd, maar de huid is daardoor wel behoorlijk geïrriteerd geraakt …..  ik geef een pijnstiller mee, als het niet over is met een week, moeten we verder kijken. Het zouden poliepen in zijn gehoorgang kunnen zijn. Daar kan ik niet goed bij, dan moet je echt naar een specialist…..’

‘Hij is overigens erg mager, hij moet ook echt wat aankomen….’ Ja, mijn dwaalgeest is een kwart van zijn lichaamsgewicht kwijtgeraakt de afgelopen tien dagen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Intussen vrees ik, dat het inderdaad poliepen zijn. Ik heb me een beetje ingelezen in de materie en die diagnose zou heel veel verklaren. Met een beetje geluk zit hij in de keelholte, zou hij daarom zo moeizaam eten. Zo’n keelpoliep trekken ze er zonder operatie gewoon uit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

In het de gehoorgang is een ander verhaal. Dan moet Panter onder narcose. Laten we hopen, dat het de eerste variant is. Of toch gewoon een geïrriteerd oor. Wat binnenkort vanzelf over gaat.

Evenzogoed ben ik dolblij, dat hij weer thuis is. Hij heeft wel huisarrest. Dat bevalt hem maar matig. Dezelfde avond staat hij alweer paraat bij de voordeur. ‘Laat me naar buiten, vrouw, ik wil ff op stap…’

Mooi niet, lieve schat. Je blijft binnen, totdat je je weer een stuk beter voelt.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Wel gek, dat we hem in dat gebouw niet konden vinden, dat alles potdicht zat, maar dat hij toch opeens thuis was achteraf. ‘Weet u zeker, dat er geen schaduw langs uw enkels naar buiten streek bij het verlaten van het pand?’ grap ik achteraf in een app tegen de beheerder.

‘Een spook is het,’ de Don is ook blij, dat zijn favoriete kat weer thuis is, ‘Een fantoom. Oh Heks, wat fijn, dat hij weer is opgedoken. Die ongrijpbare Panter. Ik voel me met hem verwant!’

©Toverheks.com

©Toverheks.com