Een kat in het nauw maakt rare sprongen, maar die halen het niet bij de bokkensprong. Door zo’n sprong voel je je weer jong! Vooral als er een groen blaadje mee gemoeid is. Maar pas op voor de minder groene blaadjes. Die hebben praatjes! En die praatjes vullen geen gaatjes! Geenszins! Nee! Daar worden sowieso volstrekt geen gaatjes gevuld……..

Gisteren fiets ik voor het laatst naar Hawk. Ik weet het dan nog niet en hij al helemaal niet. Maar ik heb wel een vaag voorgevoel. Ik heb een beetje genoeg van zijn drang naar fysiek contact. Ik voel me niet meer op mijn gemak.

En ik betwijfel of mijn aanhoudende afwijzing afdoend is. De man heeft beslist een gigantische plaat voor zijn kop. Of het kan hem stomweg niet schelen. Dat is ook goed mogelijk. Misschien probeert hij gewoon maar eens wat. Hoe het ook zij. Ik voel me er niet wel bij.

‘Hawk heeft pikstraf,’ grap ik vorige week tegen mijn hulp, ‘Ik ga onze afspraak komend weekend afzeggen. Ik ben even helemaal flauw van die vent en zijn gedoe. God, wat word je daar moe van.’  ‘Ach,’ roept ze meewarend, ‘Die arme man. Hij mag al niks met dat ding en nu krijgt hij ook nog straf…..’

Maar wie schetst mijn verbazing als mijn oude vriend zelf onze afspraak afbelt: Hij krijgt familie uit het buitenland op bezoek. Dit afzeggen gaat gepaard met een eindeloze reeks telefoontjes en berichten op mijn antwoordapparaat. Dringende verzoeken om toch vooral even terug te bellen. Nog meer berichten.

Heks belt braaf een paar keer terug, maar ik krijg geen gehoor. Een antwoordapparaat heeft Hawk niet, noch een voicemail service. ‘Nou ja,’ denk ik na dagenlang proberen, ‘laat maar even waaien. Ik vind het allemaal best.’

Maar afgelopen woensdag beginnen de berichten weer binnen te stromen. Uiteindelijk krijg ik de man te pakken en ik laat me toch weer vermurwen tot een afspraakje op de oude vertrouwde zaterdagmiddag. ‘Alleen een broodje met haring en een kop koffie, Heks. Ik heb last van m’n hernia. Ik ben al uitgebreid bij mijn manueel therapeut geweest!’

Oh jee. Als hij maar niet weer gaat beginnen over massages en behandelingen van billen en boze bolletjes. ‘Dan is het klaar,’ besluit ik ter plekke, ‘Als de man nu nog niet begrepen heeft dat hij fysiek contact op zijn buik kan schrijven is het echt een hopeloze sukkel….’

Ik moet streng zijn.

Op weg naar Hawk, bij de fysiotherapeut, valt mijn prachtige gecraqueleerde bergkristallen ketting op een stenen vloer. Als een lichtgevende slang kronkelt hij het bureau van mijn behandelaar af. Alsof het ding een eigen leven leidt……

Verbijsterd sta ik ernaar te kijken. Grijp net mis. Hoor de stenen stukslaan op de harde ondergrond. Een ongunstig omen.

Ik ben dus al een beetje voorbereid op een slechte afloop van mijn bezoekje. Maar ja. Je wilt iemand nog een kans geven. ‘Ik vind het dan zo zielig voor zo’n oud mannetje. Hij is toch best veel alleen. Ik wil hem ook niet teleurstellen. En het is echt een grappige kerel. We hadden het toch ook heel gezellig….’ verzucht ik afgelopen vrijdag nog tegen mijn hulp.

Ze kent het. Zij is ook zo. Ook zij heeft al vaak het onderspit gedolven of aan het kortste end getrokken, omdat ze de ander geen pijn wilde doen. De ander, die over je heen walst, pist, kotst of anderszins onwenselijk gedrag vertoont.

‘Ha Heks,’ Hawk staat in de keuken met zijn rug naar me toe bij de gootsteen te rommelen. VikThor pikt een tennisbal uit de bak in de hal. Ik leg mijn fietssleutels op tafel en loop de keuken in met mijn glutenvrije brood en lactosevrije melk.

Nog voor ik mijn jas heb uitgetrokken en nog voor ik mijn vriend met een zoen op de wang begroet heb grijpt Hawk met zijn eigen handen zijn kleine billetjes stevig vast.

Hij steekt ze parmantig een beetje naar achteren. ‘Kom Heks, pak mijn billen even beet voor een lekkere behandeling….’ Hij wrijft er eens goed over. Genietend.

‘Potverdomme Hawk,’ schiet ik uit mijn slof, ‘Hou nou eens op over massages, behandelingen van billen en andere uitnodigingen tot fysiek contact. Ik heb je toch al meermalen heel duidelijk gezegd, dat ik er niet van gediend ben. Ik word hier niet goed van,’ briesend stuif ik de tuin in. Wat een idioot is het toch.

Als ik de keuken weer in kom staat Hawk zich zieligjes te beklagen, dat het pas de tweede keer is, dat hij zoiets voorstelt. ‘Nee,’ zeg ik ferm, ‘Het is al de zoveelste keer en ik ben het zat. Het gaat niet gebeuren. Nooit. Knoop dat maar in je oren. De groeten.’

Nijdig ga ik buiten in een stoel zitten, terwijl Hawk koffie maakt. Ik was al bijna direct weer vertrokken, maar vanwege het ongewenste hoge dramatische gehalte van zo’n aftocht zit ik hier nu nog. De stemming is echter helemaal weg. Moeizaam zit ik de koffie en de haring uit.

Hawk gaat niet mee wandelen en ik wil nog eventjes naar de fietsenmaker, dus we nemen na een goed uur afscheid. Ik weet me eigenlijk geen houding te geven. Het is kapot, maar soms wil je dat nog niet toegeven. Hawk lijkt me zelfs een beetje de deur uit te werken op het laatst….

Wel staat hij me op straat na te zwaaien. ‘Hou je haaks,’ zeg ik hem bij het afscheid. Ik geef hem toch een paar zoenen op zijn ouwe wangetjes. We hebben het toch ook heel gezellig gehad. Allen jammer dat, zo jammer dat…… Hij hele andere dingen in zijn hoogbejaarde koppie  had.

In het Leidse Hout knalt mijn woede er pas echt uit. Vooral als mijn hondje schielijk voor me op een brug springt, waardoor mijn fietskar in de sloot beland. Ik heb echter zo’n noodvaart dat het ding tegen de kant knalt. En vervolgens tegen de achterkant van mijn fiets. Alles in de kreukels.

Ik kan er nog net min of meer mee naar de fietsenmaker reutelen. Die gaat kar en fiets weer helemaal opknappen. Ze waren net gerepareerd!

Ongeluk komt altijd in drieën toch? Nou, dan zit het er voorlopig weer op!

Heks en Hawk spreken weer af. Bepaald geen straf. Nieuwe rituelen schieten als paddestoelen uit de bevroren bosgrond. Een bord veldsla hier, een half glas rode wijn daar……. Of een thermos thee mee! En alweer een bosje bloemen voor mij! Heks geniet met volle teugen en is bij thuiskomst zeer tevree en blij.

Zaterdagmiddag fiets ik naar de fysiotherapeut. Het is heerlijk weer. Stervenskoud met een zonnetje. VikThor loopt naast de fiets te rennen. De grote rode fietskar stuitert leeg achter ons aan. Heks zit zachtjes in zichzelf te pruttelen, want ik kan maar niet op gang komen vandaag.

Geroutineerd haalt Anna Suzanna me uit de knoop. Geniepig rekt ze mijn nek. Duwt tegen mijn heupgewricht en onderrug. Trekt aan mijn benen, zodat ze weer even lang zijn. Haar gemene handjes wandelen langs mijn wervelkolom. Links en rechts ploppen ontspoorde werveltjes weer in hun bedding. ‘Zo,’ verzucht ik tot slot, ‘Zo goed als nieuw. Ik kan er weer eventjes tegen…….’

Heks heeft een compleet fysiotherapeutisch dreamteam intussen. Anna Suzanna voor mijn heupen en rug. Orthopedische Pierrot voor mijn armen en schouders en andere absolute knelpunten. Mevrouw Toverkol met haar fantastische cranio sacraaltherapie voor de subtiele hersenvloeistoffen en soepel bindweefsel.

En sinds kort een piepjongedame, ook orthopedisch, die heel goed is in vastgelopen gewrichten en verknoopte pezen. Resoluut pakt ze Heks op haar meest pijnlijke triggerpoints.

Even later fiets ik door het Bosje van Bosman. VikThor rent door het kale struikgewas. Op een bankje eet ik een boterham bij wijze van lunch. Daar ben ik nog niet aan toe gekomen vanmorgen. Een kop koffie met een crackertje waren het hoogst haalbare.

Zo. En nu naar Hawk. Het is alweer de tweede keer dat ik hem thuis ga opzoeken. ‘Neem je mayonaise mee, Heks,’ drukt hij me van te voren op het hart. Hij gaat een salade maken. Eindelijk. Vorige week stond die al op de rol, maar toen kwamen we er niet aan toe. ‘Ik heb die zak veldsla uiteindelijk weggegooid, Heks,’ vertelde hij me woensdag. Dat gaat hem niet nog eens gebeuren!

Even later parkeer ik kar en fiets op zijn stoep. De voordeur springt open. Hawk zat al op de uitkijk. VikThor vliegt naar binnen. Hij stopt zijn snoet direct in de bak met tennisballen. ‘Hij weet al waar ze staan, Heks, hij is al helemaal thuis hier, grappig he?’

Ik ben ook al helemaal thuis hier. ‘Kijk een bosje bloemen voor je, Hawk.’ Ik geef hem een gevlochten lavendelflesje. ‘Oh, wat heerlijk. Heb je dat zelf gemaakt? Ik heb ook een bos bloemen voor je. Niet vergeten mee te nemen, hoor!’ Heks krijgt alweer een bos bloemen van hem. Vorige week witte papagaaientulpen en nu een waterval roze en witte anjers!

Druk scharrelt mijn vriend in zijn kleine gezellige keukentje. De salade ligt al fijn gesneden op twee borden. Veldsla, wortel, lente uitjes en paprika. Nu moet er nog mayo overheen en olijfolie. ‘En ik maal er nog wat verse walnoot uit eigen tuin overheen, kijk!’ Hawk heeft een ingenieus apparaatje uit Zwitserland speciaal voor dit doel.

Even later zitten we in zijn stampvolle woonkamer. ‘Vind je het hier vol?’ vroeg hij de vorige keer. ‘Het is lood om oud ijzer wie er meer frutsels heeft, Hawk. Mijn huis lijkt wel een uitdragerij, maar jij kunt er ook wat van!’

Geen wonder dat ik me hier zo thuis voel.

We smikkelen van de salade en praten over van alles en nog wat. We hebben nooit gebrek aan gespreksstof. ‘Kom, we gaan met de honden op stap. Ik haal even Charlie de Dalmatiër op. Dan zie ik je in het Leidse Hout.’

Hoe kun je zo snel een nieuwe traditie instellen? Hoe kan het na een paar zaterdagmiddagen in het Hout met Hawk, de Dalmatiër, de Ierse wolfshond en nog wat oude bekenden al een gewoonte zijn geworden? De hondjes rennen en spelen op het grote veld. Wij zitten op de enorme bank in het zonnetje met een kopje thee en een glutenvrij gebakje.

Elke keer als ik met Hawk op stap ga kom ik helemaal blij thuis. Maar ook hij knapt er naar eigen zeggen enorm van op. ‘ Bedankt voor de heerlijke middag. Je hebt me tevens een hele fijne avond bezorgt,’ roept hij altijd bij het afscheid.

Afgelopen donderdag treffen we elkaar in het theehuis voor een half glas wijn. Bij binnenkomst zie ik een oude vaste klant uit mijn horeca-verleden aan een tafeltje bij het raam zitten. De man goot dagelijks een paar stevige Burchtmaatjes whiskey naar binnen onder het uitkramen van allerlei seksistische onzin. ‘Heks. met je goddelijk lichaam, doe mij eens even dit of dat….’

MET EEN HALF GLAS RODE WIJN

‘Dat is die patholoog anatoom uit het ziekenhuis hier tegenover, waar ik weleens mee praat,’ vertelt Hawk me even later, ‘Ken je hem?’ Heks schiet in de lach. ‘Het is geen patholoog, Hawk,’ help ik hem uit de droom, ‘Dat heeft hij je wijsgemaakt. En hij werkt ook niet in dat ziekenhuis op de snijkamer. Nee, dit ouwe lijk is al jaren met pensioen!’

‘Hij is psychiater. En een hele rare ook nog. Schreef gewoon receptjes uit aan de bar voor wie het maar wilde! De grapjas heeft je bij de neus gehad…. Maar: Je bezorgt hem nu een hele slechte dag door hier met mij te zitten. Daar droomt die man al jaren van. Hij heeft me regelmatig mee uitgevraagd vroeger. Zonder succes. En nu heeft hij weer het nakijken! Kijk maar, hij ziet een beetje groen…’

Hawk vindt het prachtig. Vooral nu blijkt dat de man hem voor de gek heeft gehouden. Als we weggaan roept de Psychisch Gestoorde Patholoog hem bij zich. ‘Waar ken je haar van?’ informeert hij pissig. ‘Oh,’ roept Hawk luid, terwijl hij met zo’n fallisch gevormde  ballenwerper zwaait om zijn woorden kracht bij te zetten, ‘We kennen elkaar al eeuwen!’ Hetgeen misschien niet eens gelogen is.

‘Het is vast een oud contact, Heks,’ zegt een toverheksje tegen me als ik haar over deze unieke vriendschap vertel, ‘Vandaar die herkenning.’

Het maakt mij niet uit hoe het zit. Ik ben ontzettend blij met deze kanjer in mijn leven erbij!

Heks en haar nieuwe zesennegentigjarige vriend ontmoeten elkaar alweer. Deze keer hangt meneer zijn mondharmonica in de wilgen. En trekt hij vervolgens een berk omver. Zeventien keer om precies te zijn. Ik doe het hem niet na.

Hawk-Eye!’ schreeuwt Heks vorige week zondag door het Leidse Hout naar de oude man met de rijst met krentenhond in de verte. Het is m’n nieuwbakken hondenuitlaatvriend. Vorige week werd hij 96, maar Heks was te laat op zijn feestje. ‘Ik had mijn thuiszorg tot drie uur, ik kon pas daarna. En toen was jij alweer gevlogen…..’ ik zoen hem op beide wangen en diep een cadeautje op uit mijn fietstas. 

‘Oh, eh, wat leuk,’ verbouwereerd pakt Hawk het pakje aan, ‘Het was niet echt druk hoor, een paar vrienden, meer niet. Jammer dat je het net gemist hebt…’ We wandelen door het prachtige edoch blubberige winterbos. Opgewekt keuvelt Hawk over zijn feestje.

De honden rennen achter elkaar aan. Ze kunnen het prima met elkaar vinden. We kuieren langs het grote veld. ‘Ik ben je naam vergeten, ‘ bekent mijn nieuwe vriend. Hij baalt er overduidelijk van, ‘Ik loop al de hele weg te prakkiseren wat het ook alweer was….’ Snel fris ik zijn geheugen op.

‘Heks, kom mee, ik ga je iets laten zien,’ Hawk beent voor me uit naar een uithoek van het Hout. ‘Ik doe altijd oefeningen hier, eerst trek ik dit boompje omver,’ Hij gaat met zijn volle gewicht aan een jonge berk hangen. Met ijzeren discipline vouwt hij de onwillige stam in een bocht richting grond. Ondertussen telt hij zijn verrichtingen. ‘1,2,3,4…… ik doe er altijd zeventien,’ snel kijkt hij opzij of ik het allemaal wel volg, ‘en 15, 16, 17.’

‘Zo, dan ga ik me nu opdrukken,’ opgewekt schuifelt Hawk naar het metalen toegangshek aan de kant van Oegstgeest. Het geval is slechts een meter hoog. Een soort sluis bedoeld om fietsers te ontmoedigen om het park in te gaan. Mijn bejaarde maatje zet zijn handen op de ijzeren reling en laat zijn lijf richting hek dalen.

‘1,2,3…’ snel checkt hij of ik nog bewonderend toekijk, ‘6, 7, … hier doe ik er ook zeventien, 13,14,15,’ hij puft niet eens. Zo. Zeventien. Zijn dagelijkse oefening zit er weer op. We wandelen een stukje verder tot het punt waar onze wegen scheiden.

rollatorrace

‘Kom een keertje koffie bij me drinken,’ stelt hij tenslotte voor, ‘Ik woon vlak bij het Groene Kerkje, ken je dat?’ Heks kent het. Een prachtig lief huisje Gods helemaal aan de rand van Oegstgeest. Ik zet zijn telefoonnummer in mijn mobiel en Hawk leert mijn telefoonnummer uit zijn hoofd.

Dezelfde avond belt hij me om te checken of hij het goed heeft onthouden. Ik ben helaas te moe om te praten. ‘Laten we aan het eind van de week iets afspreken. Ik kan mijn week nog niet overzien, we bellen nog, OK?’

Donderdagavond overleggen we telefonisch. ‘Ik zou morgenmiddag kunnen, maar wel pas om een uurtje of half 4,’ zeg ik. ‘Als ik me haast red ik het wel, ik moet in Noordwijkerhout competitie spelen,’ Hawk tennist nog steeds. Ongelofelijk toch? ‘Zaterdag kan ook. Ik moet dan eerst naar de fysiotherapeut. Maar daarna heb ik alle tijd…..’

We besluiten af te spreken in het Theehuis van het Leidse Hout. Dan kunnen we direct de hondjes uitlaten. Heks heeft zin in haar afspraakje. Hawk is gewoon een geweldig leuke man. Hij heeft al mondharmonica voor me gespeeld en voor me gezongen. Ook heeft hij zich al behoorlijk uitgesloofd met zich opdrukken en bomen omver trekken. Waar vind je dat nog, zo’n superman? Het is niet van deze tijd!

Honderdjarige pakt goud op de sprint….

Heks spaart al haar lepeltjes energie op om een avondje uit te kunnen gaan. En het lukt! Harken en sleuren, dat wel. Maar ik luister tijdens deze heerlijke avond naar een prachtig concert van Trio Da Kali: De beste band van Afrika volgens de kenners. De zaal zit stampvol. De sfeer is opperbest!

Die paar lepeltjes energie per dag zijn er zo doorheen……..

In de loop van de vorige week probeer ik energie te sparen. Huh? Ja, nou ja, mijn persoonlijke energie bedoel ik. Per dag heb ik maar tien theelepeltjes te spenderen, waar een normaal mens er minstens honderd heeft. Na het ontbijt ben ik al door een groot deel heen en dan moet de dag nog beginnen.

Om af en toe nog eens iets voor elkaar te krijgen moet Heks sparen. Zuinig zijn met leven, zeg maar. Niet te hard lachen, hondje uitlaten met de fiets, tussendoor liggen, liggen, liggen, me vooral niet opwinden en ga zo maar door. Soms lukt het me voor geen meter. Als iemand me willens en wetens treitert bijvoorbeeld. Dat kost bakken brandstof……

Sommige mensen hebben scheppen energie en die gebruiken ze om anderen dwars te zitten…….

‘Jeetje, Heks,’ de Don is helemaal geschokt als ik hem vertel wat er nu weer speelt, ‘Het dringt nu pas tot me door hoe erg het is! Al die tijd is dat kwartje niet gevallen. Wat vreselijk!’ Zijn stem breekt een beetje, hij is echt aangedaan, ‘en dat bij zo’n ziek mens. Want ik heb best gezien hoe het er bij jou aan toe gaat afgelopen kerst. En dat is voorwaar geen pretje.’

Ieniemienie lepeltjes keurig in het gelid

Niets aan te doen. Iemand wil je kapot wil maken. Klein krijgen. Laten voelen dat je niks in te brengen hebt…… Voor vele ogen onzichtbaar, maar pijnlijk voelbaar voor degene die het treft! Waar ken ik het van? 

Zo zit ik dus energie te sparen en tegelijkertijd lekt het weer weg middels gemene prikacties van iemand die me blijkbaar te grazen wil nemen. Iemand, die me het licht in de ogen niet gunt!

 

‘Sparen, sparen Heks. Want zaterdag ga je uit!’ houd ik de moed erin. Maar zaterdagmorgen kom ik gebroken uit bed. Doodziek. Zoals bijna elke ochtend. De ene dag beroerder dan de andere met soms een redelijk normale ochtend tussendoor. Geen pijl op te trekken. Een zware kater, maar ik hoef er niet voor te drinken.

Trillerig laat ik mijn cocktail van pijnstillers inwerken. Wat moet het worden vandaag? Ik zal langzaam naar mijn uitje toe moeten werken. Eerst maar eens naar de fysiotherapeut. Hupsakee. Vooruit met de geit.

Vrijdagmiddag heb ik voor een paar dagen eten gekookt. Ik hoef dan ook geen boodschappen te doen. Een beetje met mijn hondje wandelen is het enige. Mijn ventje moet aan zijn trekken komen, want vanavond zit hij alleen!

Het is voor een normaal mens niet voor te stellen hoe ongelofelijk ik moet woekeren met het kleine beetje puf dat ik heb. Hoe ik mezelf dagen loop te sparen om een avond te kunnen pieken. En dan nog ben ik een paar uur voor het geplande uitje volledig uitgeteld.

De ergsten zijn de opscheplepel-types: Boordevol energie en ze scheppen er ook nog over op!

Eerst even iets eten. Daarna kruip ik in bed. Douchen zit er niet meer in. Veel te vermoeiend. Ik moet nog uitkijken dat ik niet in slaap val om vannacht pas weer te ontwaken….

Om een uurtje of negen zet ik mijn fiets op drie sloten vast aan een rek. Het uurtje liggen en een flinke kwast over de kaken hebben wonderen gedaan. Ik zie er fantastisch uit! Aan niets is te zien dat ik al dagen bezig ben om hier acte de présence te kunnen geven. Dat ik er een uur geleden nog uitzag als een doodgeslagen guppekop.

csm_trio_da_kali_1_6c4ab2ad78.jpg

 

Het concert van de beste band van Afrika Trio Da Kali  is net begonnen. Snel geef ik mijn jas af bij de garderobe. Er is nog 1 stoel vrij en die is voor mij! Als ik zit klopt Molenaar op mijn rug. Ik kijk om en zie hem en Fiederelsje breed naar me lachen. Wat grappig, mijn vrienden zitten precies achter me! Niet zo toevallig: Ze hebben dit plekje voor me vrijgehouden vertellen ze me later.

Anderhalf uur lang luisteren we ademloos naar deze fantastische band. Aan het eind gaan we dansen. De leadzangeres geeft het goede voorbeeld. Haar kleine ronde lijf  draait vrijmoedig in de rondte. Ze schudt haar overvloedige rondingen alle kanten op. Daar steken wij dan weer stakerig en stijf bij af.

Na de show praten we met de geniale balafonist. In het frans. Hij bespeelt maar liefst twee instrumenten tegelijk! ‘Ik heb hem vanmiddag geïnterviewd, Heks,’ Frogs is er ook. ‘Hij speelt ook balafoon,’ grap ik tegen de muzikant, ‘maar hij kan nog wel een lesje gebruiken.’

Een uitnodiging om in Afrika te komen studeren volgt. Binnen de kortste keren worden er adressen uitgewisseld. Het is een vruchtbare avond!

Wat programmeren ze toch goed bij Qbus. Met enige regelmaat weten ze een wereldact te boeken in dit kleine intieme zaaltje. De toegangsprijs is zeer acceptabel. En vanavond zit het voor de verandering stampvol!

Lepeltheorie uitgelegd door UWV.

 

Zesennegentig jaar en geen gemaar. Mijn nieuwe vriend heeft meer energie dan ik. Hij was dan ook op zijn vierentachtigste nog wereldkampioen tennis. Ongelofelijk toch? Heks heeft heerlijke middag in het onvolprezen Leidse Hout met een zeer speciale ontmoeting!

© toverheks.com

© toverheks.com

Afgelopen zaterdag ben ik de hele middag met VikThor op stap. Eerst gaan we naar de fysiotherapeut. Vakkundig haalt ze me uit de knoop. Mooi. Dat scheelt. Daarna gaan we naar het Bosje van Bosman. Ik heb afgesproken met een beeldschone Poolse en haar gigantische blaffende herplaatser.

VikThor en zijn nieuwe vriendin hebben vorige week als een keertje geweldig leuk lopen dollen samen. ‘Ze heeft nog NOOIT met een andere hond gespeeld,’ riep haar baasje bijna in tranen om vervolgens het tafereeltje op te nemen met haar mobiele telefoon.

Wat erg, een hond die nooit speelt! Nou ja, wat is nooit. ‘We hebben haar twee maanden geleden uit het asiel gehaald, ze schijnt al heel vaak te zijn geplaatst en weer terug te zijn gebracht,’ vertellen de baasjes me even later. Mijn Poolse vriendin heeft haar gigantische stuk van een vriend meegebracht. Een vriendelijke reus.

Terwijl ze hem aan me voorstelt vliegt hun hond een oude dikke sukkel van een labrador aan. De baasjes storten zich op hun hopeloze asielhond. Een woest gevecht volgt, waarbij de labrador uiteindelijk weet te ontsnappen. Het stomme beest gaat er piepend vandoor. Het gebeurt in een fractie van een seconde.

‘Klotehond,’ schreeuwt de bazin van het slachtoffer tegen de aanvallende partij. Snel rent ze achter haar hond aan. Die zit met bloedende oortjes een stuk verderop heel lief en angstig te kijken. Wat een schatje is het!

Oh, oh. Wat een heftige toestanden vanuit het blinde niets. Vanuit de onzichtbare voorgeschiedenis van deze asielhond. Alle dieren gaan aan de lijn. Heks schrijft het telefoonnummer van haar nieuwe vrienden met een lippenstift op een papiertje voor het baasje van de gebeten hond. Vrijwel onleesbaar.

© toverheks.com

© toverheks.com

‘Ach, het valt wel mee allemaal,’ verzucht de vrouw na grondige inspectie van de bloederige oortjes. Mooi zo. Heks gaat er maar eens vandoor. Het is heerlijk weer. Ik ga naar het Leidse Hout.

Daar sla ik nog een paar uur stuk. Ja echt. VikThor speelt met allerlei hondjes en ik zit met de baasjes in het zonnetjes op een bank. In de loop van de middag stoeit mijn varkentje met een jonge Dalmatiër. Zij baas staat verderop te kijken. Langzaam schuifelt hij naar me toe.

‘Het is niet mijn eigen hond, hoor, ik laat hem uit voor een Russische dame,’ met twinkelende ogen kijkt hij me aan, ‘Twee keer per week!’ Het is vast een knappe dame, die Russin, aan zijn olijke blauwe kijkers te zien! ‘Ik leerde haar kennen vier jaar geleden hier in het Theehuis. Daar zat ze met haar dochtertje……’

‘Ja, ik laat ook nog twee keer per week een boxer uit!’ ‘Vast ook van een leuke mevrouw,’ denkt Heks grinnikend. ‘Kunt u mij op de wachtlijst zetten?’ grap ik terug. Nou ja, ik ben semi serieus, want zo’n hondstrouwe hulp bij het uitlaten zou echt enorm welkom zijn!

En niet eentje die er per keer 15 euro voor wil hebben, zoals laatst een alleraardigste dame. ‘Ik kan zelf geen hond houden, daarom zorg ik graag voor de honden van anderen,’ maakte ze me blij me een dooie mus.

‘Ik neem er geen honden meer bij, hoor, ik moet een beetje rustiger aan gaan doen zo langzamerhand. Volgende week word ik 96.’ Ik kijk de man glazig aan. Wat zegt hij nu? Zesennegentig? ‘U maakt een grapje,’ Heks is er snel uit. Ik word in het ootje genomen, bij de hakige heksenneus. Hij neemt me ertussen, deze man van hooguit zeventig!

© toverheks.com

© toverheks.com

Maar nee. Mijn nieuwe vriend is echt stokoud. ‘Ik heb altijd getennist. Dat doe ik nog, hoor. Met een man van 86, eentje van 84 en nog een laatste van 88. Ze hebben allemaal op hoog niveau gespeeld. Ik ook. Op mijn vierentachtigste was ik nog wereldkampioen!’ Hij ziet mijn verbijsterde blik, ‘In mijn leeftijdscategorie. Moest ik helemaal voor naar Innsbruck…..’

Ik geloof de man intussen wel. Deze bijna honderdjarige. Zou hij wel eens uit het raam klimmen? Ik heb net een boek van Fiederelsje geleend met die titel. Toen dacht ik nog: ‘Wat een onwaarschijnlijk idee. De meeste zeventigjarigen die ik ken krijgen dat niet eens voor elkaar…..’

VikThor heeft op een kwaaie avond hele stukken uit het boek gescheurd. Hij had blijkbaar behoefte aan wat leesvoer. En drie dagen later ontmoet ik dit vieve kereltje. Synchroniciteit ten top!

Nadat mijn nieuwe vriend zich heeft voorgesteld pakt hij een mondharmonica uit zijn jaszak. ‘Ik ga iets voor je spelen, Heks.’ Enthousiast riedelt hij een potpourri van bekende deuntjes. Te beginnen met ‘Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien’. Heks staat ontroerd te luisteren. Wat een bijzondere man. Ik ben nog dagen daarna blij door deze ontmoeting.

© toverheks.com

© toverheks.com

Een halve week later tref ik hem alweer. ‘Ha Heks,’ zwaait hij enthousiast uit de verte. Al snel zijn we weer in een geweldig gesprek gewikkeld. ‘Een paar jaar geleden had ik een leuke vriendin. We gingen regelmatig gezellig uit eten. Verder niks hoor! Ze was twintig jaar jonger, dat wel. Op een dag ging ze iets mankeren, heb haar nooit meer gezien. Nou ja, in haar kist. Op de begrafenis.’

Gevolgd door ‘Zing je in een koor? Wat leuk! Zingen is goed, ik zal eens iets voor je zingen! Vroeger moest ik altijd met mijn vader mee naar de katholieke kerk. Ik kom uit Noordwijkerhout, dat is heel paaps. En weet je wat nu zo gek is? Die liedjes ken ik nog steeds van buiten. In het Latijn. Haha, hoor maar…’

Uit volle borst zingt hij een stuk van een mis. Heks kent het niet. ‘Ik kom uit een Calvinistisch nest,’ vertel ik hem. Ik ken het hele psalmen en gezangenboek uit mijn kop. Ik heb nu eenmaal een vreemd geheugen voor teksten op rijm en liedjes. Ik zing vaak dingen, die ik nooit bewust geleerd heb, maar stomweg ergens heb opgepikt.

‘Volgende week ben ik jarig. Kom dan ook gezellig naar het Theehuis hier in het Hout. Ik zit daar met een man of tien. Dan ga je gewoon aan het tafeltje ernaast zitten en dan krijg je lekker een taartje van me.’ Heks moet lachen. Hij wil vast opscheppen bij zijn oude tennismakkers met zijn nieuwe vriendin.

‘Ik heb in elk geval een cadeautje voor hem, Fiederelsje,’ roep ik later tegen mijn vriendin door de telefoon. Ik heb net de leergierige actie van mijn hondje opgebiecht. ‘Ik weet niet of hij dat boek kent, maar het lijkt me echt een passend geschenk. Uit het raam klimmen als honderdjarige? Appeltje eitje voor deze man!’

© toverheks.com

© toverheks.com

 

 

 

3 oktober leent zich niet voor sober: Wij Leienaars pakken uit! Onstuitbaar stuwen we door de straten! Voortgedreven door onze persoonlijke uitlaatgassen! Veroorzaakt door het traditionele bij deze datum behorende gerecht: Hutspot met klapstuk! Heks viert ook feest! Thuis! Met de deuren en ramen wijd open……

Het is feest in Leiden. Al een paar weken zijn mijn stadsgenoten bezig met de voorbereidingen. Er verschijnen grote lichtborden met teksten als ‘nog tig dagen en dan is het dwwrie oktober’ en dergelijke. Wij Leienaars verheugen ons op die dag als een kind op zijn verjaardag!

Al een week voordat de festiviteiten losbarsten ligt de hele stad op zijn gat. Wil ik naar de fysiotherapeut en moet ik langs het station? Er is geen doorkomen aan. Overal staan mannetjes in gele en oranje jasjes naast hekken te posten. De godganse dag. Wat doen die mensen normaal gesproken vraag ik me dan af. Waar komen al die mannetjes vandaan?

En kan ik er eentje lenen om hier voor de deur te zetten? Wat kost dat?

De kermis is weer gigantisch dit jaar. Een reusachtig rad flikkert zijn lichten over de stad. Tuimelaars vol gillende mensen zwaaien door de lucht. Eindelijk is het dan zover, de kermis trapt af, gevolgd door de Taptoe. De vooravond van het feest, twee oktober is traditioneel het beste deel der festiviteiten.

Mensen zijn nog fris, de drank zit er nog niet tot de nok toe in; De stad is nog niet nat gepiest en ondergekotst. Heks loopt over de traditionele markt langs de grachten. Ik ploeter me door de aangroeiende mensenmassa, want ik ben op weg naar huis. Met tassen vol boodschappen: Ik woon namelijk in het oog van deze orkaan.

In de oven staat klapstuk aan te braden. Snel gooi ik er bier, sjalotjes, wortel, kruiden en mijn geheime ingrediënt bij. Nu nog een paar uur geduldig wachten en dan…… Smullen maar.

Ik heb wilde plannen om eventjes de stad in te gaan. Misschien weer eens een nacht op het biljart dansen? Ik heb er best zin in. Maar als ik in mijn stoel zit na de boodschappen en het koken ben ik kapot.

Mijn hele lijf doet pijn en langzaam stijven mijn protesterende spieren ook nog eens op, zodat een gang naar de keuken om eventjes te checken of alles daar goed gaat al een hele bevalling is. Laat staan geworstel door een dronken massa. Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken.

Onder mijn raam stelt de fanfare zich op. Ze oefenen hier om de hoek bij de padvinders. Ze hebben het vreselijk druk deze dagen. Eerst de Taptoe, morgenochtend vroeg het Reveille en dan nog de Grote Optocht! Even later marcheren ze luid toeterend de steeg uit.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM klapstuk à  la Heks

Een paar uur later toeteren ze zich een weg terug naar hun honk. Heks zit nog steeds bewegingsloos in haar stoel. Uitgaan zit er niet meer in. Ik voel me zelfs licht grieperig.  getsie.

De zwarte panter loopt nog buiten en dat zit me niet lekker. Hij is al anderhalve dag op stap, maar nu moet hij toch eens thuis komen. Een uitgebreide zoekronde door de buurt heeft echter niets opgeleverd. Plotseling hoor ik een vrouwenstem door het open raam. ‘Poesie, kom eens hier poesie.’

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

In een sprong ben ik bij het raam. Ik zie een jong stel in de steeg, maar mijn kat zie ik niet. ‘Meneer, loopt daar om de hoek een kat? Hallo, meneer, mevrouw….’

Het duurt eventjes voordat ze me horen boven het lawaai uit, maar dan blijken ze inderdaad Ferguut in zijn kraag te hebben gevat. Als een haas ren ik naar beneden om mijn schatje op te halen. ‘Dank jullie wel, hij mag niet meer naar buiten voorlopig….’ het stel moet lachen. Hun katten zitten ook opgesloten, vertellen ze me. Ze zijn blij met hun goede daad. Heks ook!

De molen van mijn vriend molenaar staat in de feeststand. Met natuurlijk een drie oktobervlag in de wieken!

Wat later app ik met Fiederelsje. Ook zij is snipverkouden en licht grieperig. ‘Heb je zin in klapstuk morgen? Mits onze slijmvliezen het toestaan?’ We spreken af om morgen te kijken hoe we ons dan voelen. En als dat ook maar een beetje boven de streep is, dan komen mijn vrienden hier eten!

‘Zal ik een lekker taartje maken? Ik ben aan het experimenteren met koude taarten, net als jij Heks, je hebt me geïnspireerd….,’ Heks moet lachen, ‘Ik heb een taart gebakken schat. Een heerlijke perencrumble. Dus dat wordt dan een grand dessert!’

Zo zit ik op twee oktober met deuren en ramen open te luisteren naar de bruisende stad. Onder mijn raam loopt een stoet mensen van hot naar her. De steeg fungeert als sluiproute. En klankkast. Alsmede plasgoot helaas.

Tjongejonge wat komt er weer een golf urine los uit Jan en Alleman. Het is toch godgeklaagd dat onlangs een vrouw een fikse boete moest betalen, omdat ze nergens terecht kon met haar hoge nood, niet in haar broek wilde pissen en toen maar ergens op straat is gaan zitten, terwijl die kerels dat slurfje ongestraft overal op los mogen laten hier in de stad tijdens Leidens Ontzet. Bedenk ik me ontzet! Geen haan die ernaar kraait, zolang een kip het maar niet doet…..

Ik zie zelfs een kerel vijf minuten onafgebroken urineren tegen de gevel van het hotel aan de overkant, terwijl hij tegelijkertijd een blik bier in zijn mond geklemd houdt. Af en toe gooit hij zijn hoofd achterover om een slok te nemen. Hij heeft genoeg tijd om een heel blik te ledigen, zolang duurt zijn geplas.

‘Kom op VikThor, jij moet er nog eventjes uit, je hele territorium is verpest door al die kerels, dus leef je uit…..’ om een uurtje of vier ’s nachts loop ik nog een rondje. Ik heb voor de televisie liggen slapen, dwars door alle herrie heen. Alhoewel, was het wel zo’n lawaai? Het viel eigenlijk best mee…..

Lang leve de harde wind. Nog nooit was het zo stil in de stad tijdens drie oktober als dit jaar. ‘Spelen er nu gewoon geen bandjes? Is de kermis al gesloten?’ vraag ik me herhaaldelijk af. Maar nee, de kermis draait op volle toeren en links en rechts staan hopeloze flutterige gelegenheidsformaties de sterren van de hemel te coveren.

Als ik de deur uitloop zie ik dat ons portiek ook al functioneert als openbaar toilet. Getsie. Een dikke urinedamp walmt me tegemoet. Daar moet ik maar snel een emmertje sop overheen smijten morgen…..

Ach Heks, het wordt wel erg minimaal, de manier waarop je drie oktober viert. Klapstuk koken en daarna in bed gaan liggen, terwijl je luistert naar een feestende stad. In je dooie eentje. Wat kan het schelen? Je mag al blij zijn dat je niet altijd in bed ligt. Hoe dan ook, ik verdom het om me er zielig bij te voelen. Sterker nog: Ik geniet van de bruisende energie rondom mijn woning……

Een dag later komen mijn vrienden dineren. We hebben een heerlijke avond, met de feestende stad op de achtergrond en hutspot op ons bord.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

‘Ik was bijna lid gemaakt van De 3 Oktober Vereniging, Heks, vrienden van me hadden bedacht dat dat wel leuk zou zijn voor iemand uit België…..’ mijn vriendin is serieus ondanks haar brede grijns, ‘Ik woon hier alweer meer dan dertig jaar, Heksje! Ik ben bijkant een echte Leidse. Het lijkt me best leuk om lid te zijn en dan haring en wittebrood te gaan halen,,,,’

‘Ik wil ook weer eens naar het Reveilll en de koraalzang ’s morgens vroeg,’ vervolgt ze haar verlanglijstje. Heks ging vroeger ook altijd naar het Reveille, ik ging dan op twee oktober gewoon door tot de volgende ochtend. Na de ouderwetse samenzang werd er pas geslapen…..

‘Laten we lid worden van de vereniging en weer eens naar het Rweveillllllllll gaan. Lijkt me fantastisch, gaan we doen schat!’ We tikken elkaars hand aan in de lucht om het te bezegelen. Ja leuk. Volgend jaar dan maar, want dit jaar lukt niet meer……

 

Mijn dagen als levend vuilnisvat zijn voorbij! Joechei! Heks is blij dat ze niet op haar mondje is gevallen. En dat die vuilbek met zijn racefiets niet op zijn plaat is gegaan. Soms heb je maar een half woord nodig, maar je krijgt een heel woordenboek. En wel het scheldwoordenboek!

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Woensdagmiddag staat Trui op de stoep. Ha, wat leuk! Snel doe ik de deur open. ‘Koffie?’ Heks is er absoluut aan toe. Ik kan vandaag maar niet uit de knoop komen.

Even later zitten we op mijn balkonnetje met cappuccino en veganistische bramen-cheese-cake. ‘Zelf geplukt en zelfgemaakt,’ grijns ik naar mijn vriendin, ‘Mijn handen lagen helemaal open van het geploeter door de dorens…..

Het is heerlijk weer. Gisterenavond heb ik een flinke wandeling over het strand gemaakt. ‘Zullen we straks naar Noordwijk rijden?’ Ik kijk Trui verwachtingsvol aan. Mijn vriendin heeft echter buienradar geraadpleegd. En volgens deze gezaghebbende app gaat het stortregenen aan het einde van de middag. Daar willen we niet in verzeild raken!

‘Ik heb Coq au Vin gemaakt, eet je gezellig mee?’ Ja natuurlijk. Heerlijk! Ik zat eigenlijk aan te hikken tegen een kliekjesmaal.

Om een uurtje of vier fietsen we de stad uit. We nemen een toeristische route naar Zoeterwoude. VikThor zit in de fietskar totdat we de warme stad uit zijn. Daarna mag hij naast de fiets rennen.

We rijden langs het Kanaal. Het is druk op de weg. En op het water! Overal recreërende mensen. Op e-bikes, racefietsen, in sloepjes, roeiboten….. Bij een brug krioelt het van de halfnaakte pubers. Ze gebruiken de leuning als duikplank. Om beurten laten ze hun duizelingwekkende capriolen zien.

VikThor sprint ook telkens richting water. Hij heeft zin in een duik. Op een plek, waar ik hem er ook weer uit krijg laat ik hem zwemmen. Daarna moet hij aan de lijn. Het is veel te druk op dit achteraf gelegen stuk openbare weg.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

In Cronensteijn laat ik hem weer los rennen. En ook als we over het fietspad door de polder richting Zoeterwoude kachelen sprint mijn ventje los naast de fiets. Helaas komen er een heleboel fietsers aan in de verte. Het is te druk voor dit soort acties. Bovendien heeft mijn hondje wild in zijn neus. Hij doet verscheidene pogingen om het fietspad over te steken richting haas of fazant.

Net als ik probeer hem in zijn kladden te grijpen om hem weer aan te lijnen, schiet hij in het piepkleine gaatje achter de fiets van Trui en voor mijn fiets langs naar de overkant van het asfalt. Daar zit iets heel wilds heerlijk dierlijk te geuren…… Een man op een racefiets kan hem maar net ontwijken!

Ik stop en grijp mijn hond. ‘Sorry meneer, hij was me te snel af, het lukte me net niet om hem tegen te houden……’ begin ik me te verontschuldigen. De man staat me dan al brullend uit te schelden. Als een gestoorde spuugt hij allemaal ellendigs over me heen. Er is geen speld tussen te krijgen!

Even ben ik perplex van al dat verbale geweld. Dan schreeuw ik terug dat ik me al heb verontschuldigd en dat hij nu wel eens op kan houden met z’n scheldpartij. ‘Jij met je stomme belachelijke fietskar, ik haat dat soort vervoersmiddelen, achterlijk wijf, blablabla……’

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Een wolk vieze stront sliert uit zijn mond en drijft langzaam in mijn richting. Een grote wolk gifgas…… Venijn van jaren!

Plotseling spoelt er een golf woede omhoog in mijn lijf. Het gooit spontaan een barrière op tegen deze locale kluchtige luchtvervuiling. ‘Ophouden nu,’ schreeuwt mijn stem op razende toon. Dreigend doe ik een paar stappen in zijn richting, ‘Kom maar hier, mafkees, dan krijg je een poeier.’ Grootspraak natuurlijk, maar het helpt wel. De eikel taait af!

Op de achtergrond piept Trui teksten als ‘Laat die die vent toch in zijn sop gaarkoken, Heks, hij is niet normaal, hij spoort niet, kom mee, niet op ingaan. Wegwezen nu, kijk uit, Heks…. Hij is gek, reageer er niet op…..’

Ik strek me uit tot mijn volledige lengte. 1.80 schoon aan de haak. Dan stap ik weer op mijn fiets met mijn hondje aan de riem. Puffend loopt hij het laatste stukje richting dorp. We zijn er bijna. Trui en Heks zwijgen. Het tumult klinkt nog na in onze oren.

‘Zo jammer, al die korte lontjes,’ verzucht mijn vriendin uiteindelijk. Het is waar. De wereld staat op scherp. Zelfs in die prachtige groene polder, tussen de vogeltjes en het riet, hebben mensen helemaal niks nodig om te exploderen……

‘Hoe is het gegaan de afgelopen week?’ mijn fysiotherapeut kijkt me nieuwsgierig aan. Ze behandelt me met Cranio-Sacraal therapie. Een hele aparte tak van sport binnen de fysiotherapie.

‘Ik ben bijna op de vuist gegaan met een hoogzwangere man van begin veertig,’ biecht ik op. Zoals altijd schaam ik me dood over mijn woede en gebrek aan zelfbeheersing. Het lukt me niet meer om mijn nijd eronder te houden. Beheerst te reageren. Het gif te absorberen en zijn werk te laten doen.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Nee, zodra ik voelde wat die man bij mij naar binnen probeerde te smijten waren de rapen gaar. Ellende van jaren. Geconcentreerde frustratie over zijn moeder, oma, vrouw en schoonmoeder gecombineerd met een laag zelfbeeld en recent ontslag van zijn zogenaamde droombaan, waar hij sowieso al jaren langzaam zat dood te gaan. En toch vind hij het erg. Want mensen hechten aan hun ellende……’

Mijn fysio moet lachen. Tot mijn verbazing. ‘Ja und?’ af en toe spreekt ze spontaan haar moerstaal, ‘Hoe voel je je nu? Daarbij?’

‘Opgelucht. Gek genoeg, want ik was er eerst eventjes helemaal niet goed van. Maar het feit dat ik niks naar binnen heb laten komen, echt helemaal geen spatje van ’s mans frustratie, dat voelt geweldig! Het was eventjes helemaal niet leuk, ik had zelfs wel op mijn bek geslagen kunnen worden, maar ik accepteer dus echt niet meer dat mensen hun troep bij mij of zelfs in mij parkeren!’

Nee, dat nooit meer. Mijn dagen als levend vuilnisvat zijn voorbij. Joechei!

‘Ik las ergens dat uit onderzoek is gebleken dat je cortisolniveau omlaag gaat als je met een open houding helemaal rechtop gaat staan. Een ingekakt postuur geeft juist meer stress….. Misschien volstaat dat in de toekomst!’ verzucht ik tot slot.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

In de nabije toekomst nog niet:

Een paar dagen later staat mijn huis blauw van de rook. Mijn asociale benedenburen doen een poging om te barbecuen Je kent het wel. Twintig aanmaakblokjes om te beginnen, een hele fles spiritus er op en walmen maar……. ‘Buurman, kunt u de barbecue verplaatsen, mijn huis staat vol rook,’ doe ik een beleefde poging. ‘Voor jou zekuh,’ zevert de kwezel, die verantwoordelijk is voor de rookoverlast, om me vervolgens een bijzonder grote bek te geven.

Ook hij krijgt zijn vet van Heks. Leuk is het niet om te doen, maar niemand behandelt me meer ongestraft respectloos……..

Later staan ze met de hele familie te gillen onder mijn balkon, alsof ik iets raars doe. Even overweeg ik om de tuinsproeier in te zetten…….. Van het idee alleen al knap ik enorm op! 😉

‘Het Groot Scheldwoordenboek’. Voor inspiratie……

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

 

 

 

 

Hondje gewond. Bloed spuit in het rond. Ik droom dat ik op weg ben. Ergens naartoe. Maar ik kom nooit aan. Moddersloten doen me wakker schrikken. Heks begrijpt de wereld niet, maar is er wel flauw van…… Ach, teveel alleen zijn is niet gezond. Dat blijkt maar weer…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

VikThor is precies een jaar bij me dit weekend. Een jaar alweer! Mijn ouwe knarretje Ysbrandt is alweer een jaar in de hondenhemel. Gelukkig heeft hij binnen een week zijn kleine broertje op mijn pad gezet. Een schatje! Lijkt sprekend op mijn ouwetje, maar heeft een volstrekt ander karakter.

‘Misschien kun je vragen of hij je wil beschermen,’ suggereert mijn homeopaat onlangs als we bij haar zijn voor een consult. ‘Je kunt gewoon met hem praten toch?’ Ja, inderdaad. Maar dat ga ik niet vragen. Ysbrandt heeft me altijd enorm beschermd, maar deze keer ga ik daar zelf voor zorgen. Laat Vik maar lekker dwarrelen. Ik bescherm hem wel….

‘Toen was het ook hard nodig. Ysbrandt kwam in mijn leven, toen ik zat na te stuiteren van een verkrachting. Gevolgd door een in alle opzichten zware operatie. Gevolgd door gerichte aanvallen van een psychopatische idioot van een buurman, die er bovenop wilde bij Heks. Hij heeft me gemolesteerd en daarna drie auto’s systematisch bewerkt. Er viel dus genoeg te beschermen!’

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Helaas heef die eikel ook mijn hond jarenlang getreiterd. Door hem was Ysbrandt een moeilijke hond. Nu ik VikThor zie opgroeien zie ik pas hoezeer die man mijn hondje te grazen heeft gehad. Twee keer per week in de kerk te vinden maar een ziel zo zwart als de nacht…….

Ik heb veel geleerd van Ysbrandt. Hij had een perfecte neus voor rare types. Loopt VikThor ze gewoon kwispelend tegemoet, Ysbrandt liet direct zijn tanden zien. Met hem was ik overal veilig. Je kwam me niet aan het lijf.

Om te vieren dat mijn hondje al een jaar bij me is neem ik hem mee naar de Coepelduynen voor een lange wandeling. Ze zijn sinds een week weer toegankelijk voor honden. Hoera.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Eerst gaan we naar een klein duinmeertje. Hier ligt de as van Yssie onder een omgevallen berk. Ik laat mijn hondje zwemmen en neem zelf een kopje thee. Oh, wat is het hier heerlijk.

De duinen staan te gloeien met bomen en struiken vol bessen. Overal vrolijke hondjes en hun uitgelaten bazen.  Heks slaat af richting Berkheide. Daar kom je niet zoveel mensen tegen. Geweldig. Wat een rust.

VikThor schiet alle kanten op. Hij rent onder prikkeldraad door alsof het niets is. ‘Dat gaat toch maar altijd goed, Ysbrandt heeft zich in al die jaren nooit opengehaald. Wonderbaarlijk…..’

Ik ga lekker op een bankje in de zon zitten en laat mijn hondje nog eens zwemmen in alweer een duinmeertje. Op de terugweg hoor ik een raar geluid als hij onder prikkeldraad door rent. En ja hoor, de draad hangt op halfzeven en daardoor heeft mijn jochie zich opengehaald! Zijn vacht kleurt in no time knalrood.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Ik schrik me dood en graaf met mijn handen in zijn vacht op zoek neer een lelijke winkelhaak hier of daar. Maar nee, niks te vinden. Mijn handen druipen van het bloed en ik heb lichte kleren aan. Mooie lichte kleren. Gewoon omdat ik niet altijd als een hobbezak rond wil lopen…..

‘Kom, ik laat je eerst nog eens zwemmen, zodat ik kan zien waar het bloed vandaan komt. Op deze manier is het echt niet te doen….’ We lopen terug naar het meertje. Een klein wit hondje, helemaal rood van het bloed. En daarachter een verwilderde volwassen vrouw met bloed aan haar handen.

Terwijl ik achter mijn bloederige handen aanloop komt er een jogger aan. Hij ziet ons ook, want voor hem komt er een hondje met baasje aan. Onder het bloed. Alsof we net een moordaanslag hebben overleefd. In the middle of nowhere!

Snel kijkt de kerel de andere kant op. Doet alsof hij niks ziet. Rent voor zijn leven!

Nou, van de gemiddelde Christelijke Katwijkse jogger moet je het dus ook niet hebben. Ongelofelijk dat hij doorloopt. Kijk, dat zijn nu dingen die ik niet begrijp. Maar gelukkig is het niet erg. Na een kwartiertje zwemmen is het ergste bloeden gestelpt. We kunnen naar huis.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Onderweg kleurt zijn vacht langzaam weer een beetje rood. Thuis stop ik hem onder de douche, op zoek naar de wond. Die vind ik niet. Zelfs een halve dag later is er geen gaatje te ontdekken……..

Die avond praat ik met Don Leo. Hij begrijpt de wereld ook niet. Ook hij doet altijd zijn gloeiende best. Ook hij trekt vaak aan het kortste eind. Krijgt mensen over zich heen. Is gebruikt en afgedankt.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Zijn uitspraak: ‘Mensen slaan je met een natte dweil in je gezicht en als je er iets van zegt krijg je te horen dat je niet zo agressief moet reageren’ is een soort lijfspreuk van me geworden.

Heks is juist altijd iemand geweest, die andermans problemen niet schuwde. Heeft iemand het moeilijk? Krijgt een medemens het voor de kiezen? Ik kom langs met soepjes en sapjes. Ik luister en huiver. Ik probeer er te zijn. Ja, ongeveer het tegenovergestelde van zo hard mogelijk doorrennen als je een bebloede vrouw met een rood hondje tegenkomt op een afgelegen plek…….

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

De laatste tijd probeer ik het anders te doen. Niet alles en iedereen maar direct in mijn hart te sluiten. Een zekere reserve inbouwen. Gewoon een gezonde hekel aan bepaalde mensen te hebben. In elk geval veel afstand te bewaren ten opzichte van mensen die over me heen rollen.

Ik voel me echter eenzaam. Ik ben zoveel alleen. Dit hele weekend bijvoorbeeld heb ik niemand gezien. Behalve de fysiotherapeut en die foute jogger in de duinen. Dat is toch wel een beetje weinig voor een mensenmens als Heks.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Maar in mijn oude sociale kringen kan ik niet meer verkeren. Daar ben ik nog steeds het haasje. Die kennen me nog louter als pleaser. De sukkel, die alles goed vindt. Het ei waar je overheen walst. Die domme koe, die haar gloeiende best blijft doen, ook als schijt je haar recht in de bek!

Dan maar een tijdje alleen. Het moet maar.

Gelukkig ben ik lekker op dreef met mediteren. Ik adem en ben. Op mijn kussentje voel ik me verbonden met mijn ademende broeders en zusters. Met mijn non-vriendin in Plumvillage. Met mijn retraite-maatjes Libby en Brigitte in de Verenigde Staten.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

In mijn auto ligt al meer dan een jaar een lief briefje van Brigitte. Elke keer voordat ik wegrijd lees ik het: ‘Bon voyage, ma très chère soeur, à la prochaine…’

Vannacht droom ik van Libby. En moddersloten. En altijd maar onderweg zijn. Van de tijd nemen. Sommigen reisgenoten reizen sneller zie ik. Die zijn al bijna thuis.

Ben ik echt ergens naartoe onderweg? Jawel.  Maar het gaat om de weg.

©TOVERHEKS.COM

Hihihi, Wrafh, Gnehgnehgneh…..©TOVERHEKS.COM

 

Zorgeloze opwaartse krachten versus hopeloos hulpeloos horizontaal harken. Autonomie als een worst voor je neus houden om die opwaartse krachten op te wekken. Eerst maar eens zorgeloos genieten van een hulpeloze week. Of beter hulpeloos genieten van een zorgeloze week?

‘Heks, je bent goed bezig. Jezelf beter beschermen. Minder voor anderen lopen zorgen om jezelf bestaansrecht te geven. Beter voor jezelf zorgen! Het gaat echt de goede kant op. Eigenlijk is dat zorgen voor anderen gewoon jouw manier geweest om te zeggen, dat je zelf zorg nodig hebt. Een redelijk inefficiënte manier…. Dat wel.’ Mijn homeopaat slaat zoals altijd de spijker op zijn kop!

Het gaat echt beter met me. Geen idiote abcessen of uit de kom geslagen ledematen. Nauwelijks verwrongen verwoestende woedeaanvallen. Hier en daar een vaag virus of een klein huishoudelijk ongelukje. Of een val van de fiets……. Maar door de bank genomen valt het allemaal erg mee. Zeker vergeleken bij waar ik vandaan kom. De afgelopen winter was zowel fysiek als emotioneel een regelrechte ramp.

‘Ik heb een pakketje voor je klaargemaakt met een homeopathisch Pfeiffer-middel in vier verschillende verdunningen. Het is eigenlijk een soort kuur. Je bent je ME-ziektegeschiedenis natuurlijk begonnen met een Pfeiffer ooit. Die gaan we nu aanpakken…’

Heks vindt het best. Tot nu toe werken alle middeltjes van deze homeopaat prima. In het verleden ben ik ook wel eens onder behandeling geweest van iemand uit deze beroepsgroep, maar dat had ik net zo goed niet kunnen doen. De effecten waren minimaal en ook niet bepaald positief.

‘Je bent te ziek om op de behandeling te reageren. Je lichaam heeft er de energie niet voor…’ werd me voorgehouden. De behandeling sloeg niet aan en dat lag beslist aan mij. Nu echter werkt het wel. En dat ligt lekker ook aan mij!

‘Ik denk dat ik binnenkort eens een week alle medische afspraken af ga bellen. Ik wil een weekje rust. Vakantie van mezelf. Dat lijkt me toch zo heerlijk!’ Heks heeft het gehad met al het geprik en gepor. Na de homeopaat ga ik dezelfde middag naar mijn psycholoog. Voor het laatst. Goddank. Want wat stelt die vrouw een moeilijke vragen.

‘Wat doet je opwaartse krachten ontwaken?’ vraagt ze er weer lustig op los. De dame werkt in een antroposofische praktijk, vandaar deze terminologie. Opwaartse krachten. Wat bedoelt ze daar nu weer mee? Ik heb meer last van horizontale krachten. Ik ben toch zo intens moe momenteel, ik kan de hele dag wel in bed liggen dweilen. Met één oog open.

‘Wat trekt je omhoog, waar word je enthousiast van? De mens loopt rechtop, dat is op zich al een overwinning op de zwaartekracht. Wat maakt voor jou dat je minder last hebt van de zwaartekracht?’

Moeilijk, moeilijk. Beter proberen te worden heeft me lang gemotiveerd om uit mijn bed te komen en mijn gloeiende best te doen, maar het levert alleen geen zak op. Het gaat wat beter met me en vervolgens heb ik weer een terugval. Inherent aan ME.

Ik doe wat laffe pogingen om iets te verzinnen, maar kom er niet uit. Niets lijkt mijn opwaartse krachten nog te stimuleren. Laat mij maar wegrotten in bed. Ik ben die opwaartse bewegingen spuugzat.

‘Als je het hebt over weer autonoom worden, je huis opgeruimd, je financiën op orde, je leven klein en overzichtelijk….. dan fleur je altijd helemaal op! Alsof het je omhoog haalt uit je lethargie. Dat is wat ik bedoel!’

Terwijl ze het zegt voel ik me opfleuren. Ja, ik ben op weg naar iets en dat maakt me blij. Straks heb ik bijna niks, maar dat niks is van mij. Ik ga inderdaad maar eens een week zonder medische afspraken inplannen. Daar word ik ook gelukkig van. Een soort vakantie in eigen huis.

‘Ha,’ zegt Kras, als ik haar daarover vertel, ‘Dat deden mijn lief en ik ook altijd. Eens in de drie maanden hadden we een week zonder mensen over de vloer. Geen thuiszorg, fysiotherapeut of andersoortige hulpverleners. We noemden dat aanvankelijk de hulpeloze week, maar dat is natuurlijk een term van niks. Het werd de zorgeloze week. Echt een aanrader!’

 

Om je dromen uit te laten komen moet je eerst wakker worden! Heks schrikt vandaag eens echt goed wakker van haar ‘worst nightmare’ zodra ze de voordeur uitloopt. Het zal me een worst wezen, want ik ben ontwaakt, dus: Mijn dromen gaan uitkomen!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Vanmorgen sloom ik lekker langzaam op gang. Ik slurp mijn koffie, slemp mijn ontbijtje naar binnen, slof onder de douche door, sjacher mijn kleren bij elkaar, wurm me er in  om er dan in een slakkengangetje vandoor te gaan.

Net als ik mijn fietskar de deur uit manoeuvreer, fietst er een oude stakerige man langs het portiek. Hij ziet eruit als een eersteklas vogelverschrikker met zijn dunne vlassige haren wapperend rondom een felle adelaarskop. Met uilenkwaliteiten, want die kop draait nu hondertachtig graden mijn kant op, terwijl hij met een ruk zijn stuur omgooit. Even denk ik dat hij me omver gaat fietsen, maar dan zwenkt hij slingerend een zijstraatje in.

Vlak voor hij verdwijnt staart Catweazle me broeierig aan. Inwendig krijg ik een schok, want ik ken die vent. Helaas. Al jaren. Vroeger maakte ik zelfs altijd een praatje met die kerel. Uitgebreid. Stond ik soms wel een half uur te kletsen met een ongeduldig Varkentje naast me. Stortte hij al zijn ellende over me uit in combinatie met een update over de kwaliteit in uitvoering van alle klassieke concerten in de regio.

Soms fietste hij hele enden met me mee, al kakelend over muziek en rugby. Zijn grote passies. Alhoewel ik niet denk dat hij zelf ooit een voet op een rugbyveld heeft gezet: veel te gevaarlijk met zijn leptosome constitutie. ‘Tja,’ dacht ik altijd, ‘ Hij is wel erg raar en opdringerig, zelfs een klein beetje griezelig af en toe. Zolang hij maar niet weet waar ik woon.’

Ooit stond ik ’s morgens voor de deur van de Pieterskerk te wachten om op de valreep nog een kaartje te bemachtigen voor de Matthäus Passion. Dat is de eerste keer dat de man Heks aansprak. Hij ging zelf niet naar het concert, maar beweerde ook fan te zijn van klassieke muziek en Heks geloofde hem natuurlijk.

Ik geloofde vroeger bijna alles wat mensen me aan mijn neus probeerden te hangen. Tegen beter weten in vaak.

‘Jeetje Heks, er staat en vent heel raar naar je te staren. Echt loeren. Jasses, wat een griezel,’ Fiederelsje is er snel uit als ze de man een keertje spot tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsborrel van de Gemeente Leiden. Pas als ik me omdraai om te zien wie het is, herken ik hem. Mijn muziekkennis. Gewoontegetrouw groet ik de man, maar ik tref een uiterst bevreemdende duistere indringende blik. Ik betrap hem er als het ware op.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Hij groet niet terug, maar verdwijnt snel in de massa. Als een duveltje zijn doosje weer in! Wat raar. Opeens ben ik helemaal klaar met die zot. Vanaf dat moment houd ik het voor gezien wat betreft de amicale gesprekken. Ik negeer hem gewoon.

Er volgt een tijd van stalkachtige acties zijnerzijds. Met enige regelmaat fietst hij me achterop en roept van alles. De vriendelijke zij het wat fanatieke en vreemde vogel waar ik ooit hele gesprekken mee voerde is totaal verdwenen. Er straalt een heel ander licht uit die te lichte blauwe kijkers. Een koud licht. Het verduistert de omgeving. Die blik slaat als een klamme hand om mijn hart.

‘Goddank weet die engerd niet waar ik woon,’ troostte ik mezelf dan maar weer, nadat ik hem ergens onderweg met moeite weer had afgeschud.

Het was nog in de tijd dat ik niets wist van narcisme. Psychopaten waren in mijn ogen onbegrepen mensen met pijn en verdriet. Heks was altijd allerliefst tegen de grootst mogelijke gekken en engbekken. Met enige regelmaat raakte ik hierdoor natuurlijk gigantisch in de problemen.

Gelukkig ben ik wat dat betreft echt wakker geworden. Best een ellendig proces, want je komt er opeens achter hoe je je hebt laten doen door allerlei lieden. Hoe je je hebt laten gebruiken.  Of afzeiken. Misbruiken. Noem maar op. Wakker worden in een boze droom.

Al enige tijd lijkt dit blog wel een scheldblog. Alle woede, die dit wakker worden met zich meebrengt moet gewoon ergens heen. Het vindt een verbale weg naar buiten.

Maar je kunt niet eeuwig kwaad blijven, Heks, doodzonde van je mooie magische leven!

‘De laatste tijd herken ik mezelf soms weer als mezelf, Heks’ de Don is ook door een kwade periode gegaan. De depressies waren bepaald niet van de lucht. ‘Dan ben ik weer heel eventjes in goede doen, zie ik de lol weer in van iets, heb ik weer leuke gesprekken met mensen….’

Herkenbaar.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Ook Heks maakt weer leuke dingen mee. Een geweldige flirt met een superleuke vent. Of een lieve attentie. Nieuwe ontluikende vriendschappen. Hulp bij allemaal kutklusjes. Na al die jaren in mijn eentje modderen!

Maandag komt mijn ex Blonde Buurman langs: Met hem had ik mijn langste relatie ooit. Een eeuwigheid geleden alweer. Wel volstrekt knipperlicht. Onze vriendschap is aanmerkelijk stabieler!

‘Heks, ik krijg meer tijd vanaf nu. Ik moet het wat rustiger aan doen, ik ben laatst gedotterd,’ ik schrik me een ongeluk als hij zijn verhaal doet, maar gelukkig is alles nu weer in orde. ‘Ik ga eerst een maandje vogeltjes kijken in Afrika, maar daarna kom ik je helpen. Zeg maar wat ik voor je kan doen,’ zijn blauwe ogen glinsteren bij het vooruitzicht drie weken door een verrekijker naar die veelkleurige kakelbonte afstammelingen van de dinosaurussen te koekeloeren.

Mooi zo. Hij wil natuurlijk het liefst mijn rommelige balkon onder handen nemen, maar mij doet hij het meest plezier met het inzetten van zijn administratieve vaardigheden. Het is een man van lijstjes, lijstjes en nog eens lijstjes. Daar kon ik me vroeger enorm over verbazen. Wie maakt er nu een lijstje met boeken, die je gelezen hebt met daarbij een codesysteem van plusjes, minnetjes en cijfertjes om te onthouden wat je er van vond. Dat onthoud je toch zo wel?

Sinds mijn whiplash piep ik wel anders. Had ik maar zulke lijstjes. Het zou nu reuze handig zijn.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

‘En als je financieel in de problemen mocht komen, dan kun je altijd van me lenen. Renteloos. voor onbepaalde tijd.’ Een hele prettige gedachte, zo’n vangnet. Vooral voor zo’n vrije-val-vis als Heks.

Nu ik wakker ben geworden verdwijnt de boze droom gestaag uit mijn systeem. Oude zoete verlangens sluimeren daaronder. Verlangens van het hart. Terwijl ik de ontmoeting met die nare man zo vlak voor mijn voordeur, de slechtste plek om hem te treffen, van me af schud fiets ik naar mijn fysiotherapeut. Ik moet eventjes wachten voordat ik aan de beurt ben.

In de wachtkamer valt mijn oog op de tekst ‘Om je dromen uit te laten komen moet je eerst wakker worden!’ Tijdens de behandeling komt de strekking ervan pas echt binnen. Het is niet zo erg om al die nare dingen onder ogen te zien. Je medemens te zien voor wat ie is.

Zoals je jezelf ooit onder ogen bent gekomen, heksje. In je eigen spiegel hebt gekeken. Je eigen donkere kanten hebt belicht. Het hoort bij echt wakker worden: Je kunt je ogen niet meer sluiten voor alles wat niet functioneert. Voor de pijn.  Al die ongewenste gevoelens en inzichten……

Zoals in Luigi Pirandello’s toneelstuk “Six personnages en quête d’auteur” ofwel “zes personages op zoek naar een auteur” de dochter van het disfunctionele gezin zegt: ‘En als ik mijn ogen niet meer sluit?’ Geprostitueerd door haar moeder en in die hoedanigheid bezocht IMG_0090.jpgdoor haar vader, rest haar weinig anders dan haar ogen te sluiten…….

De toneelschrijver Pirandello zelf was overigens een fascist. Over oogkleppen gesproken…..

Wakker worden.

Na de behandeling loop ik door het Leidse Hout. Overal politie. Hele stukken afgesloten. ‘Er is iemand met een mes bedreigd. Vandaar. Ze hebben zelfs een helikopter ingezet. Maar ik geloof dat ze em gevangen hebben….’ De vrouw tegenover me ziet er niet bepaald bang uit. Ze heeft dan ook zes hondjes bij zich. Dat scheelt.

‘Ben jij niet die kennis van Lampie? Weet je dat hij onlangs getrouwd is?’ Heks weet van niets. Sinds ik zelden meer in een café kom ben ik verstoken van dergelijk nieuws. ‘En had hij zijn klompen aan bij de ceremonie?’ Ik kan het niet laten, ik moet het weten…. ‘Nee, dat niet, maar hij zag er geweldig uit! Heel apart. Zijn vrouw ook. Het feest was hier in het Theehuis!’ ‘Wat leuk, met zijn jeugdliefde, haha, wie had dat twintig jaar geleden nu kunnen denken?’

Die Lamp is dus echt goed wakker geworden zo te zien: Zijn grote droom is uitgekomen!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM