Heks en Hawk spreken weer af. Bepaald geen straf. Nieuwe rituelen schieten als paddestoelen uit de bevroren bosgrond. Een bord veldsla hier, een half glas rode wijn daar……. Of een thermos thee mee! En alweer een bosje bloemen voor mij! Heks geniet met volle teugen en is bij thuiskomst zeer tevree en blij.

Zaterdagmiddag fiets ik naar de fysiotherapeut. Het is heerlijk weer. Stervenskoud met een zonnetje. VikThor loopt naast de fiets te rennen. De grote rode fietskar stuitert leeg achter ons aan. Heks zit zachtjes in zichzelf te pruttelen, want ik kan maar niet op gang komen vandaag.

Geroutineerd haalt Anna Suzanna me uit de knoop. Geniepig rekt ze mijn nek. Duwt tegen mijn heupgewricht en onderrug. Trekt aan mijn benen, zodat ze weer even lang zijn. Haar gemene handjes wandelen langs mijn wervelkolom. Links en rechts ploppen ontspoorde werveltjes weer in hun bedding. ‘Zo,’ verzucht ik tot slot, ‘Zo goed als nieuw. Ik kan er weer eventjes tegen…….’

Heks heeft een compleet fysiotherapeutisch dreamteam intussen. Anna Suzanna voor mijn heupen en rug. Orthopedische Pierrot voor mijn armen en schouders en andere absolute knelpunten. Mevrouw Toverkol met haar fantastische cranio sacraaltherapie voor de subtiele hersenvloeistoffen en soepel bindweefsel.

En sinds kort een piepjongedame, ook orthopedisch, die heel goed is in vastgelopen gewrichten en verknoopte pezen. Resoluut pakt ze Heks op haar meest pijnlijke triggerpoints.

Even later fiets ik door het Bosje van Bosman. VikThor rent door het kale struikgewas. Op een bankje eet ik een boterham bij wijze van lunch. Daar ben ik nog niet aan toe gekomen vanmorgen. Een kop koffie met een crackertje waren het hoogst haalbare.

Zo. En nu naar Hawk. Het is alweer de tweede keer dat ik hem thuis ga opzoeken. ‘Neem je mayonaise mee, Heks,’ drukt hij me van te voren op het hart. Hij gaat een salade maken. Eindelijk. Vorige week stond die al op de rol, maar toen kwamen we er niet aan toe. ‘Ik heb die zak veldsla uiteindelijk weggegooid, Heks,’ vertelde hij me woensdag. Dat gaat hem niet nog eens gebeuren!

Even later parkeer ik kar en fiets op zijn stoep. De voordeur springt open. Hawk zat al op de uitkijk. VikThor vliegt naar binnen. Hij stopt zijn snoet direct in de bak met tennisballen. ‘Hij weet al waar ze staan, Heks, hij is al helemaal thuis hier, grappig he?’

Ik ben ook al helemaal thuis hier. ‘Kijk een bosje bloemen voor je, Hawk.’ Ik geef hem een gevlochten lavendelflesje. ‘Oh, wat heerlijk. Heb je dat zelf gemaakt? Ik heb ook een bos bloemen voor je. Niet vergeten mee te nemen, hoor!’ Heks krijgt alweer een bos bloemen van hem. Vorige week witte papagaaientulpen en nu een waterval roze en witte anjers!

Druk scharrelt mijn vriend in zijn kleine gezellige keukentje. De salade ligt al fijn gesneden op twee borden. Veldsla, wortel, lente uitjes en paprika. Nu moet er nog mayo overheen en olijfolie. ‘En ik maal er nog wat verse walnoot uit eigen tuin overheen, kijk!’ Hawk heeft een ingenieus apparaatje uit Zwitserland speciaal voor dit doel.

Even later zitten we in zijn stampvolle woonkamer. ‘Vind je het hier vol?’ vroeg hij de vorige keer. ‘Het is lood om oud ijzer wie er meer frutsels heeft, Hawk. Mijn huis lijkt wel een uitdragerij, maar jij kunt er ook wat van!’

Geen wonder dat ik me hier zo thuis voel.

We smikkelen van de salade en praten over van alles en nog wat. We hebben nooit gebrek aan gespreksstof. ‘Kom, we gaan met de honden op stap. Ik haal even Charlie de Dalmatiër op. Dan zie ik je in het Leidse Hout.’

Hoe kun je zo snel een nieuwe traditie instellen? Hoe kan het na een paar zaterdagmiddagen in het Hout met Hawk, de Dalmatiër, de Ierse wolfshond en nog wat oude bekenden al een gewoonte zijn geworden? De hondjes rennen en spelen op het grote veld. Wij zitten op de enorme bank in het zonnetje met een kopje thee en een glutenvrij gebakje.

Elke keer als ik met Hawk op stap ga kom ik helemaal blij thuis. Maar ook hij knapt er naar eigen zeggen enorm van op. ‘ Bedankt voor de heerlijke middag. Je hebt me tevens een hele fijne avond bezorgt,’ roept hij altijd bij het afscheid.

Afgelopen donderdag treffen we elkaar in het theehuis voor een half glas wijn. Bij binnenkomst zie ik een oude vaste klant uit mijn horeca-verleden aan een tafeltje bij het raam zitten. De man goot dagelijks een paar stevige Burchtmaatjes whiskey naar binnen onder het uitkramen van allerlei seksistische onzin. ‘Heks. met je goddelijk lichaam, doe mij eens even dit of dat….’

MET EEN HALF GLAS RODE WIJN

‘Dat is die patholoog anatoom uit het ziekenhuis hier tegenover, waar ik weleens mee praat,’ vertelt Hawk me even later, ‘Ken je hem?’ Heks schiet in de lach. ‘Het is geen patholoog, Hawk,’ help ik hem uit de droom, ‘Dat heeft hij je wijsgemaakt. En hij werkt ook niet in dat ziekenhuis op de snijkamer. Nee, dit ouwe lijk is al jaren met pensioen!’

‘Hij is psychiater. En een hele rare ook nog. Schreef gewoon receptjes uit aan de bar voor wie het maar wilde! De grapjas heeft je bij de neus gehad…. Maar: Je bezorgt hem nu een hele slechte dag door hier met mij te zitten. Daar droomt die man al jaren van. Hij heeft me regelmatig mee uitgevraagd vroeger. Zonder succes. En nu heeft hij weer het nakijken! Kijk maar, hij ziet een beetje groen…’

Hawk vindt het prachtig. Vooral nu blijkt dat de man hem voor de gek heeft gehouden. Als we weggaan roept de Psychisch Gestoorde Patholoog hem bij zich. ‘Waar ken je haar van?’ informeert hij pissig. ‘Oh,’ roept Hawk luid, terwijl hij met zo’n fallisch gevormde  ballenwerper zwaait om zijn woorden kracht bij te zetten, ‘We kennen elkaar al eeuwen!’ Hetgeen misschien niet eens gelogen is.

‘Het is vast een oud contact, Heks,’ zegt een toverheksje tegen me als ik haar over deze unieke vriendschap vertel, ‘Vandaar die herkenning.’

Het maakt mij niet uit hoe het zit. Ik ben ontzettend blij met deze kanjer in mijn leven erbij!

Heks heeft heerlijke middag in het Leidse Hout tijdens haar eerste afspraakje met Hawk. Het zonnetje schijnt. De eerste sneeuwklokjes piepen tevoorschijn. Ook in mijn hart breekt de zon door. Hoera! Lekker hoor!

© toverheks.com

© toverheks.com

Zaterdagmiddag haalt mijn beeldschone Friese fysiotherapeute me uit de knoop. Geniepig knijpt ze in mijn vastgeslagen nek en schouders. VikThor heeft voor de grap een keertje met succes naar mijn sjaal gesprongen, net toen ik voor de tweede keer met Hawk in gesprek raakte. Op het grote veld in het Leidse Hout.

Vliegensvlug sloeg mijn sjaal een strop om mijn hals. ‘Gheuhgeruhgl…’ gorgelde ik nijdig naar mijn speelse hondje. Maar het kwaad was al geschied. Precies vanuit dezelfde hoek als die vanwaaruit een BMW zich een aantal jaren geleden totall loss reed op dit kwetsbare lichaamsdeel krijgt mijn arme kippennek nu weer een harde klap te verduren. Meuh.

© toverheks.com - 7

Mopperend en misselijk verlaat ik het park. Sindsdien crepeer ik van de pijn in die regio alsmede stekende koppijn en als charmant bijverschijnsel hangt mijn schouder chronisch enigszins uit de kom. ‘Klonk, klonk,’  konkelt het gewricht met enige regelmaat duidelijk hoorbaar. Hetgeen me dan op verbaasde blikken komt te staan. Waar komt dat rare geluid vandaan?

‘Heb je tijd om mijn kop eraf te zagen?’ app ik wanhopig naar mijn orthopedisch fysiotherapeut. De enige, die er echt raad mee weet. Er is dan ook bijna geen doorkomen aan, die verknoopte kabels van pezen waar mijn hoofd aan hangt……

© toverheks.com

© toverheks.com

‘Heerlijk, de Olympische Spelen zijn begonnen!’ roepen mijn fysio en ik naar elkaar. We zijn allebei dol op schaatsen. Haar vader heeft zelfs in 1972 de vijfhonderd meter gereden op de Spelen, maar hij bakte er als stayer niet zoveel van.

‘Pechstein doet ook weer mee, hoe vind je dat?’ grapt ze vrolijk, terwijl ze me martelt. We verbazen ons allebei over dit fenomeen van een vrouw. ‘Ze is niet zo’n sympathieke dame, hoor en daarbij is ze ook nogal eens in verband gebracht met doping. Nou ja, je weet het wel, het oude oostblok….’  Ik grijns naar mijn behandelaar. Ja, dat weet ik nog wel.

© toverheks.com

© toverheks.com

‘Best kans dat ze intussen een piemeltje heeft gekregen door al die hormonen en preparaten. En borsthaar. En ze moet zich vast goed scheren voor de wedstrijd. Vanwege de luchtweerstand….’ Heks is melig geworden. Ik heb zo een leuk afspraakje met mijn nieuwbakken vriend. ‘Veel plezier,’ wuift mijn fysio me uit.

Met een kleine omweg fiets ik naar het Hout. VikThor draaft opgewekt naast me. Het is heerlijk weer. Fris, maar een knalblauwe lucht. Het zonnetje heeft al kracht. Het is verrukkelijk buiten.

Bij het theehuis zie ik een arm de lucht inschieten. Hawk zit op de uitkijk. Hij heeft een tafeltje veroverd in de zon. Zijn balwerper en handschoenen liggen nonchalant op een belendende tafel. Snel schuift hij een stoel in de zon. ‘Kom hier zitten, Heks, dan zit je goed.’

We bestellen espresso en koffie verkeerd. ‘Met weinig schuim,’ roept Hawk.,’ mijn vrouw hield van koffie met schuim, maar ik niet. En jij, Heks?’ Ik vertel hem over mijn lactosevrije melk, die ik opschuim tot astronomische hoogte. Ik heb daar een speciaal apparaat voor, dat neem ik zelfs mee op vakantie. Hawk moet lachen. De koffie arriveert.

© toverheks.com

© toverheks.com

De hondjes dollen om de tafel. Ik gooi balletjes voor hen en een afgekloven plastic kip. Ze rennen over het grasveld, terwijl wij maar klessebessen over van alles en nog wat.

‘Wil je een half glas wijn, Heks? Dat bestel ik ook wel eens met een chirurg hier uit het ziekenhuis. Hij vertelt altijd de meest vreselijke snijverhalen. Maar zelf stelt hij zijn lichaam ook ter beschikking van de wetenschap.’

Opeens praten we over doodgaan en wat er gebeurt als je je lichaam ter beschikking stelt. ‘Wat een gezellig onderwerp, maar niet heus!’ roept Hawk, ‘Kom laten we die wijn bestellen en klinken op onze nieuwe verbinding!’

© toverheks.com

© toverheks.com

Even later komen de halve glazen wijn op tafel. ‘Dit zijn wel hele volle halve glazen, Hawk, volgens mij worden we gematst,’ glim ik naar mijn nieuwe vriend. ‘Welnee,’ glimt hij terug, ‘zo krijg ik ze altijd.’

Heks heeft jaren in de horeca gewerkt. Ik heb een timmermansoog ontwikkeld voor dit soort eenheden. We worden gematst!

Dan lopen we nog een rondje door het park. Op het grote veld drinken we yogi thee uit mijn meegebrachte thermos. De Ierse wolfshond en zijn baasje melden zich ook. Een dolle achtervolging over het veld volgt. Drie uitgelaten hondjes hollen door het gras.

De baasjes slaan het met plezier gade. ‘Wat hebben we geluk met dit mooie weer, Heks. Wat een geweldige eerste afspraak. Kom je snel een keertje koffiedrinken bij me? Dan maak ik salade voor. Veldsla en tomaten gaan erin. En….’ Hij somt een hele lijst ingrediënten op.

© toverheks.com

© toverheks.com

Dan zie ik dat hij het een beetje koud krijgt. De zon is verwaterd en opeens wordt het fris. Ook door mijn dikke klerenpak dringt de kou naar binnen. Het is tijd om naar huis te gaan. We nemen afscheid met alweer een nieuwe afspraak op de agenda.

Op weg naar huis springt VikThor sloot in sloot uit. Gelukkig maar, zo wordt hij weer een beetje schoon na een middag in de blubber. Blij zit ik even later thuis in mijn stoel. Mijn hondje ligt in coma. Die hoor ik de komende uren niet meer. Wat kun je toch gelukkig worden van goed gezelschap. Ik voel me heerlijk. Vol liefde voor de hele wereld. Gezegend. Verbonden.

© toverheks.com

© toverheks.com

 

Zesennegentig jaar en geen gemaar. Mijn nieuwe vriend heeft meer energie dan ik. Hij was dan ook op zijn vierentachtigste nog wereldkampioen tennis. Ongelofelijk toch? Heks heeft heerlijke middag in het onvolprezen Leidse Hout met een zeer speciale ontmoeting!

© toverheks.com

© toverheks.com

Afgelopen zaterdag ben ik de hele middag met VikThor op stap. Eerst gaan we naar de fysiotherapeut. Vakkundig haalt ze me uit de knoop. Mooi. Dat scheelt. Daarna gaan we naar het Bosje van Bosman. Ik heb afgesproken met een beeldschone Poolse en haar gigantische blaffende herplaatser.

VikThor en zijn nieuwe vriendin hebben vorige week als een keertje geweldig leuk lopen dollen samen. ‘Ze heeft nog NOOIT met een andere hond gespeeld,’ riep haar baasje bijna in tranen om vervolgens het tafereeltje op te nemen met haar mobiele telefoon.

Wat erg, een hond die nooit speelt! Nou ja, wat is nooit. ‘We hebben haar twee maanden geleden uit het asiel gehaald, ze schijnt al heel vaak te zijn geplaatst en weer terug te zijn gebracht,’ vertellen de baasjes me even later. Mijn Poolse vriendin heeft haar gigantische stuk van een vriend meegebracht. Een vriendelijke reus.

Terwijl ze hem aan me voorstelt vliegt hun hond een oude dikke sukkel van een labrador aan. De baasjes storten zich op hun hopeloze asielhond. Een woest gevecht volgt, waarbij de labrador uiteindelijk weet te ontsnappen. Het stomme beest gaat er piepend vandoor. Het gebeurt in een fractie van een seconde.

‘Klotehond,’ schreeuwt de bazin van het slachtoffer tegen de aanvallende partij. Snel rent ze achter haar hond aan. Die zit met bloedende oortjes een stuk verderop heel lief en angstig te kijken. Wat een schatje is het!

Oh, oh. Wat een heftige toestanden vanuit het blinde niets. Vanuit de onzichtbare voorgeschiedenis van deze asielhond. Alle dieren gaan aan de lijn. Heks schrijft het telefoonnummer van haar nieuwe vrienden met een lippenstift op een papiertje voor het baasje van de gebeten hond. Vrijwel onleesbaar.

© toverheks.com

© toverheks.com

‘Ach, het valt wel mee allemaal,’ verzucht de vrouw na grondige inspectie van de bloederige oortjes. Mooi zo. Heks gaat er maar eens vandoor. Het is heerlijk weer. Ik ga naar het Leidse Hout.

Daar sla ik nog een paar uur stuk. Ja echt. VikThor speelt met allerlei hondjes en ik zit met de baasjes in het zonnetjes op een bank. In de loop van de middag stoeit mijn varkentje met een jonge Dalmatiër. Zij baas staat verderop te kijken. Langzaam schuifelt hij naar me toe.

‘Het is niet mijn eigen hond, hoor, ik laat hem uit voor een Russische dame,’ met twinkelende ogen kijkt hij me aan, ‘Twee keer per week!’ Het is vast een knappe dame, die Russin, aan zijn olijke blauwe kijkers te zien! ‘Ik leerde haar kennen vier jaar geleden hier in het Theehuis. Daar zat ze met haar dochtertje……’

‘Ja, ik laat ook nog twee keer per week een boxer uit!’ ‘Vast ook van een leuke mevrouw,’ denkt Heks grinnikend. ‘Kunt u mij op de wachtlijst zetten?’ grap ik terug. Nou ja, ik ben semi serieus, want zo’n hondstrouwe hulp bij het uitlaten zou echt enorm welkom zijn!

En niet eentje die er per keer 15 euro voor wil hebben, zoals laatst een alleraardigste dame. ‘Ik kan zelf geen hond houden, daarom zorg ik graag voor de honden van anderen,’ maakte ze me blij me een dooie mus.

‘Ik neem er geen honden meer bij, hoor, ik moet een beetje rustiger aan gaan doen zo langzamerhand. Volgende week word ik 96.’ Ik kijk de man glazig aan. Wat zegt hij nu? Zesennegentig? ‘U maakt een grapje,’ Heks is er snel uit. Ik word in het ootje genomen, bij de hakige heksenneus. Hij neemt me ertussen, deze man van hooguit zeventig!

© toverheks.com

© toverheks.com

Maar nee. Mijn nieuwe vriend is echt stokoud. ‘Ik heb altijd getennist. Dat doe ik nog, hoor. Met een man van 86, eentje van 84 en nog een laatste van 88. Ze hebben allemaal op hoog niveau gespeeld. Ik ook. Op mijn vierentachtigste was ik nog wereldkampioen!’ Hij ziet mijn verbijsterde blik, ‘In mijn leeftijdscategorie. Moest ik helemaal voor naar Innsbruck…..’

Ik geloof de man intussen wel. Deze bijna honderdjarige. Zou hij wel eens uit het raam klimmen? Ik heb net een boek van Fiederelsje geleend met die titel. Toen dacht ik nog: ‘Wat een onwaarschijnlijk idee. De meeste zeventigjarigen die ik ken krijgen dat niet eens voor elkaar…..’

VikThor heeft op een kwaaie avond hele stukken uit het boek gescheurd. Hij had blijkbaar behoefte aan wat leesvoer. En drie dagen later ontmoet ik dit vieve kereltje. Synchroniciteit ten top!

Nadat mijn nieuwe vriend zich heeft voorgesteld pakt hij een mondharmonica uit zijn jaszak. ‘Ik ga iets voor je spelen, Heks.’ Enthousiast riedelt hij een potpourri van bekende deuntjes. Te beginnen met ‘Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien’. Heks staat ontroerd te luisteren. Wat een bijzondere man. Ik ben nog dagen daarna blij door deze ontmoeting.

© toverheks.com

© toverheks.com

Een halve week later tref ik hem alweer. ‘Ha Heks,’ zwaait hij enthousiast uit de verte. Al snel zijn we weer in een geweldig gesprek gewikkeld. ‘Een paar jaar geleden had ik een leuke vriendin. We gingen regelmatig gezellig uit eten. Verder niks hoor! Ze was twintig jaar jonger, dat wel. Op een dag ging ze iets mankeren, heb haar nooit meer gezien. Nou ja, in haar kist. Op de begrafenis.’

Gevolgd door ‘Zing je in een koor? Wat leuk! Zingen is goed, ik zal eens iets voor je zingen! Vroeger moest ik altijd met mijn vader mee naar de katholieke kerk. Ik kom uit Noordwijkerhout, dat is heel paaps. En weet je wat nu zo gek is? Die liedjes ken ik nog steeds van buiten. In het Latijn. Haha, hoor maar…’

Uit volle borst zingt hij een stuk van een mis. Heks kent het niet. ‘Ik kom uit een Calvinistisch nest,’ vertel ik hem. Ik ken het hele psalmen en gezangenboek uit mijn kop. Ik heb nu eenmaal een vreemd geheugen voor teksten op rijm en liedjes. Ik zing vaak dingen, die ik nooit bewust geleerd heb, maar stomweg ergens heb opgepikt.

‘Volgende week ben ik jarig. Kom dan ook gezellig naar het Theehuis hier in het Hout. Ik zit daar met een man of tien. Dan ga je gewoon aan het tafeltje ernaast zitten en dan krijg je lekker een taartje van me.’ Heks moet lachen. Hij wil vast opscheppen bij zijn oude tennismakkers met zijn nieuwe vriendin.

‘Ik heb in elk geval een cadeautje voor hem, Fiederelsje,’ roep ik later tegen mijn vriendin door de telefoon. Ik heb net de leergierige actie van mijn hondje opgebiecht. ‘Ik weet niet of hij dat boek kent, maar het lijkt me echt een passend geschenk. Uit het raam klimmen als honderdjarige? Appeltje eitje voor deze man!’

© toverheks.com

© toverheks.com

 

 

 

Paradijselijke LUSTthof gerund door een ex-monnik. Het klinkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Het woord strijd is sowieso volstrekt niet van toepassing op deze vredige locatie…..

De dag voor onze roadtrip ben ik ook al met mijn vriendin de non op stap. Probleemloos komen we deze keer om half tien uur ’s morgens aan in het andere klooster voor de dharmatalk. Een soort boeddhistische preek of les. ‘Zullen we samen lunchen straks? Ik heb geen zin om de hele middag hier in de drukte te blijven, maar ik weet wel een mooi rustig plekje om te picknicken….!’

Mijn vriendin kijkt me stralend aan, ‘Het is een prachtige rozentuin hier in de buurt. Met een theehuis erbij. De uitbater is een uitgetreden monnik. Hij heeft een praktijk voor osteopathie gecombineerd met die tuin. Dit nadat hij is getrouwd met een vrouw, die altijd met haar kinderen ons klooster bezocht, nadat ze heel jong weduwe was geworden. Zij stamt uit een familie met landerijen….’

Ze wijst in de verte, waar het landgoed zich bevindt. ‘Goh,’ zeg ik verwonderd tegen mijn gesprekspartner, ‘ Ik dacht dat je voor je leven het klooster in gaat, als je intreedt, maar ik hoor voortdurend verhalen over mensen, die na een paar jaar trouwen en kinderen krijgen.’  We grinniken.

‘Ja, het is inderdaad de bedoeling dat je blijft, maar in de praktijk werkt het toch anders. Uit mijn ordonatie-clubje is bijna niemand meer over. Ikzelf en nog iemand anders. Die is echter al een tijdje met verlof. Het kloosterleven is echt niet altijd gemakkelijk!’

Intussen heb ik ook dit jaar toch al weer heel wat aspiranten rond zien lopen; Mensen met een groot verlangen om permanent tot deze kloostergemeente te behoren. ‘Ben jij soms van plan om non te worden?’ roept mijn vriendin enthousiast, als ze me hoort oreren. We schateren van het lachen. Vrolijk hik ik nog een beetje na. Ik een non? Heks ziet er weinig heil in. Ze acht zichzelf totaal ongeschikt voor een dergelijk leven. Alleen het celibaat al zou me opbreken.

Daar ben ik als heks natuurlijk totaal op tegen. Het liefst zou ik de mensheid opvoeden in het hebben van goede seks, zoals de priesteressen van de Godin dat vroeger deden. In de tijd van het matriarchaat. Toen vrouwen nog tevreden waren met hun hangtieten, ronde kont en flappende schaamlippen. De gouden tijd voor de playboykutjes en vrouwenbesnijdenis. Overigens min of meer hetzelfde in mijn optiek.

Maar een paar jaar verplicht het klooster in lijkt me een prima idee. Op jonge leeftijd. Bij wijze van dienstplicht. Maatschappelijk weerbaar worden: Met mindfulness als wapen…..

In Thailand bijvoorbeeld is het heel gewoon voor jongemannen om voor een korte periode het klooster in te gaan. Een paar weken of maanden. Geheel vrijwillig overigens, dwang is meer iets voor ons chrgrgrrrristenen. Gewoon een beetje dreigen met zonde, hel en verdoemenis en je zet een groot deel der mensheid probleemloos naar je hand!

Maar goed, mijn vriendin moet ik helaas teleurstellen. Ik hang mijn toverstafje niet aan de wilgen: Ik blijf gewoon toverheks. We storten ons in de hectiek van de dharmatalk. Vandaag spreekt er een politieagente uit Seattle. Speciaal ingevlogen vanuit de Verenigde Staten. Ze blijft maar anderhalve dag!

De vrouw houdt een geweldig boeiend verhaal. Een Boeddhistische politieagente? Mindful schieten? Is dat wel gepast? ‘Politieagenten dragen nu eenmaal vuurwapens, daar kun je beter mindful mee omgaan,’ zei Thay haar ooit toen zij hem die vraag stelde. Intussen heeft zij haar sporen verdiend binnen haar beroepsgroep op het gebied van mindfulness. Thich Nath Hanh heeft zelfs een keer een retraite gegeven speciaal voor haar politiekorps.

Na de talk spoor ik mijn geliefde zuster op: We gaan lekker de hort op samen. Giebelend lopen we naar mijn autootje. Ik heb allemaal lekkere dingetjes in mijn koelbox gestopt en ook mijn vriendin heeft een picknickpakket bij zich. We rijden op ons gemak richting rozentuin. Binnen tien minuten zijn we ter plaatse.

Als we uit mijn kanariepiet stappen zweemt de zoete geur van egelantier ons al tegemoet. Het subtiele parfum bedwelmt onze zinnen en we zijn nog niet eens binnen in deze prachtige lusthof!

We duwen een groot smeedijzeren hek open. De tuin is enorm en we zijn de enige bezoekers! Wat een feest! Heks is flauw van de honger, dus we zoeken eerst een plekje in de schaduw voor onze picknick. Mijn oog valt op een intiem prieeltje. Ook hier geuren verschillende rozen je tegemoet. We installeren ons tussen de bomen, bloemen en planten en pakken ons lunchpakket uit.

Daarna dwalen we op ons gemak door de tuin. Overal hangen prachtige gedichten over rozen in het struweel. Er is ook een geweldige boomhut. Op de tafel iets verderop liggen pen en papier in een doos. Je kunt zelf iets schrijven en achterlaten in een brievenbus aan een dikke boom. Wat leuk allemaal. Interactiviteit avant la lettre.

DSC03905

Net als we de hele tuin mateloos hebben bewonderd stromen er andere bezoekers binnen, kloostergenoten en medeparticipanten. Als een duveltje uit een doosje komt ook de uitgetreden monnik tevoorschijn. Hij heeft al zijn haren weer terug, een dikke bos. ‘Het is de bedoeling dat je een kaartje koopt voor een bezoek aan de tuin,’ begint hij verontschuldigend, ‘het is vijf euro, maar dan mag je het hele jaar naar binnen.’ Een koopje natuurlijk, we betalen grif.

De andere bezoekers storten zich vervolgens in het charmante theehuis op ijsjes, maar wij maken ons uit de voeten. Het is weer mooi geweest. Vanmiddag wil ik nog een uiltje knappen. Wat een geweldige gewoonte in het klooster is dat toch: Ze staan hier wel idioot vroeg op (5 uur), maar iedereen gaat in de loop van de middag eventjes plat. Deep relaxation wordt het genoemd. De vlag dekt de lading. Ik ben er dol op.

Wat een heerlijke dag is het. En er gaan nog vele verrukkelijke dagen volgen. Met warme lieve mensen in een paradijselijke omgeving.