In memoriam Hawk. Mijn oude vurige aanbidder is niet meer. Een hele bijzondere man is ons ontvallen. Het Leidse Hout staat bol van de verhalen, die over hem rouleren. We gaan hem missen! Rust in vrede, lieve Joop.

Zaterdagmiddag ga ik naar de fysiotherapeut. VikThor wacht zoet in de tuin totdat ik volledig uit de knoop het pand weer verlaat. Nu is hij aan de beurt! En dat weet hij!

Eerst doen we een rondje door het bosje van Bosman. Het is extreem druilerig weer. Mijn viervoetige vriend is binnen de kortste keren zo zwart als een tor. Grijnzend rent hij door de bosjes. Hondjes zijn graag lekker vies. Smeerpoetsen zijn het. Van de bovenste plank.

Op weg naar het Leidse Hout wip ik bij een tweedehands winkeltje binnen. Er hangt een iets op me te wachten volgens mijn kledingengel. Maar wat? Ik scan de rekken met mijn eksteroog. Mijn oog valt op een chique lange wollen jas. Hij zit als gegoten. De lengte is helemaal goed. Verkocht!

Vroeger fietste ik nu door naar Hawk. Ik moet er nog elke week aan denken. Dan zette hij verrukkelijke koffie voor me en vervolgens aten we een boterham met haring. Aansluitend gingen we dan met de hondjes wandelen. Meestal in het bos, waarheen ik nu op weg ben.

In het Leidse Hout komt een Rijst Met Krentenhond me tegemoet rennen. Zijn kop vertrokken in een enthousiaste grimas. Het is Charlie de Dalmatiër! De hond die mijn vriend Hawk altijd uitliet. Ik heb hem al ruim een half jaar niet meer gezien. Net als Hawk. Sinds ik ben opgehouden laatstgenoemde thuis te bezoeken en sinds hij me nooit meer belt lijkt hij van de aardbodem ter zijn verdwenen.

Niemand in het Leidse Hout heeft de hoogbejaarde overigens nog gezien de laatste maanden. Heks informeert regelmatig links en rechts. Maar nee. Geen mens kan me wijzer maken.

Het gaat me te ver om die ouwe snoeper weer op te bellen, maar stiekempjes hoop ik hem weer eens ergens tegen te komen. Nooit gedacht dat ons laatste afscheid dermate definitief zou zijn.

Ik fiets achter Charlie aan. Hij rent terug naar een roepende vrouw ergens in het struweel. Dat zal zijn echte baasje wel zijn. Hawk liet hem louter uit. Net als de Boxer van de buren.

Ik stel me voor aan de dame. ‘Ik was bevriend met Hawk. Zo ken ik Charlie. We gingen elke zaterdagmiddag wandelen met elkaar…… Hoe is het met onze oude vriend? Hebben jullie hem onlangs nog gezien?’ Heks heeft al enige tijd het vreemde voorgevoel, dat mijn vurige bejaarde aanbidder niet meer onder ons is….

‘Hawk is dood,’ de vrouw tegenover me is Russische van origine. Dat heeft mijn oude vriend me al vertelt. Ze spreekt verder met haar zware slavische accent, ‘Hij had heel erg hernia. In september belandde hij in bed. Heel veel pijn en morfine. Hij wilde niet meer. Iek denk, iek weet niet zeker, maar denk dat ….’ ‘Euthanasie…’ knik ik begrijpend.

De vrouw pinkt een traan weg. Of ze heeft een vuiltje in haar oog. Maar dan wel een heel hardnekkig vuiltje.

We praten een tijdje over Hawk. Charlie springt enthousiast om me heen. ‘Dat doet hij normaal nooit. Hij herkent jou, hij grijnst zelfs naar je, dat doet hij alleen bij hele speciale mensen,’ de man van de Russin is ook opgedoken intussen. Evenals hun beeldschone dochter.

Terwijl ik weer verder fiets tuimelen beelden en gedachten door mijn hoofd.

Dus die oude schobbejak is toch gaan hemelen. Hij leek het eeuwige leven te hebben, maar opeens was het klaar. Ik weet niet hoe ik me voel na al die informatie. Het idee van een bedlegerige wegkwijnende Hawk onder de morfine dringt zich aan me op. De man is instant hopeloos verliefd op me geraakt een jaar geleden. Een verliefdheid, die ik onmogelijk kon beantwoorden. Helaas voor hem.

Maar ik was wel stapelgek op die oude baas. En maandenlang hadden we het heerlijk tijdens onze wekelijkse afspraak. Zolang hij negens op uit was. Zo lang hij genoegen nam met samen tijd stukslaan.

Helaas zette hij telkens weer druk op de ketel. Steeds meer druk. Accepteerde hij geen nee. Moest en zou het er toch eens van komen. Wat moest er van komen? Ja, dat dus. Of iets in die richting. Of in elk geval toch wat…….

Heks fietst met een schuldgevoel door het bos. Arme Hawk. Stomme sukkel. Waarom nam je geen genoegen met wat er was? Dat was toch geweldig leuk? Waarom wilde je nu weer zo nodig ‘met de billen bloot’?

‘Ik heb je mijn huis uit gejaagd,’ hoor ik plotseling in mijn geestesoor. Verbeeld ik me dat nu? Nee, ik hoor het opnieuw. En nog eens. Ja, daar in het prachtige oneindige licht is dan toch eindelijk het kwartje gevallen bij Hawk.

Ik peddel van het Leidse Hout naar de Klinkerbergerplas en vervolgens via Warmond naar het Joppe en tot slot door de Merenwijk weer naar huis. VikThor rent zich een ongeluk.

Thuisgekomen brand ik een kaarsje voor hem. Voor mijn oude dierbare vriend. Ik wens hem een goede reis. Ik vergeef hem grif zijn stommiteit. ‘Typisch Hawk,’ giebelt zijn vrouw. Ze zijn weer verenigd in het licht. ‘Zo ken ik hem weer. Echt wat voor hem om je op die manier de deur uit te jagen….’

Ja, er zat leven genoeg in de man!

‘Weet je wat zo bijzonder is, Heks?’ placht Hawk altijd te zeggen, ‘Waar jij woont, precies waar jouw huis nu staat, had ik vroeger een garage. Het was een beetje een raar straatje in het verleden, jouw steeg. Jarenlang heb ik het pand dat daar stond in handen gehad. Op exact dezelfde plek!’ Hij kon er niet over uit!

Ik denk dat er wel meer bijzonder was aan onze vriendschap. Werkelijk vanaf de eerste seconde heb ik de man in mijn hart gesloten. Misschien kende ik hem al eeuwen. Misschien was zijn verliefdheid wel karmisch geïnitieerd. Wie zal het zeggen?

Rust in vrede lieve Hawk. Je was me er eentje!

 

 

Woeste wandeling met roedeltje honden in wildrijke omgeving. Viervoetige neuzen nemen een loopje met ons en gaan ervandoor! Een paar dodelijk vermoeiende uren verder is de roedel weer compleet en de rust enigszins weergekeerd……

Vrijdag stop ik mijn Varkentje in bad. Ik was zijn vacht grondig uit en smeer er een haarmaskertje op. Eventjes intrekken, uitspoelen en mijn hondje lijkt wel een speelgoedknuffelbeest zo zacht! Hij ruikt zalig! Hierna komt ome Frogs dit effect weer teniet doen met zijn wekelijkse gifbad. Ysbrandt laat het zich allemaal gelaten aanleunen. Stiekem vind hij al die aandacht wel lekker…..

’s Middags vind ik een berichtje van mijn vriendin Ras. ‘Zin om morgen met de hondjes op stap te gaan?’ Ja, natuurlijk. Laten we lekker de hort op gaan met onze beestenbende. We spreken af dat ze me in de loop van de middag ophaalt met haar enorme bus.

We gaan eerst even naar de dierenwinkel. Onze viervoeters mogen mee naar binnen. Ze krijgen allemaal een lekker snoepje. De monsters van Ras duiken hierna direct met hun neuzen in de uitgestalde kluiven en pensstaven. Niet zo vreemd, want ze zijn beiden van het merk Brak. Echte zweethonden dus. Wandelende neuzen. Niet te verwarren met een loopneus….. 🙂

De kleinste, Lotje, ziet er bedrieglijk schattig uit, er zit hoogstwaarschijnlijk veel Petit Basset Griffon in haar bloedlijn. Lukas, de andere Brak is één en al neus. Verwoed snuffelt hij alle schappen door op zoek naar informatie. En een kapotte verpakking indien mogelijk.

Even later rijden we richting Warmond. We gaan een rondje om de Klink uitproberen. ‘Ik ben er nog nooit geweest, Heks, bovendien heb ik mijn scootmobiel niet goed opgeladen geloof ik. We moeten maar kijken hoe ver we komen.’

De paden rondom de Klinkerbergerplas zijn goed begaanbaar voor de kleine wankele mini scootmobiel. Dus in dat opzicht zitten we goed vandaag. We tuffen rustig richting bossage als Ras het in haar hoofd krijgt om haar honden ook een keertje helemaal los te gooien. Ze kunnen op zich nergens heen. Er zitten hier alleen maar konijnen en geen hazen, dus wat kan er nu helemaal verkeerd gaan?

Lukas springt als een jonge god in de rondte en begint enthousiast te jammeren. Lotje volgt direct zijn voorbeeld en samen gaan ze ervandoor. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, zelfs niet tijdens de jachttrainingen met Ysbrand. En daar ging ook echt wel eens iets mis: dolgedraaide ondeugende hondjes rennend in de verte met de geur van wild in hun neus……

De twee Braks duiken de bosjes in en checken jammerend elk konijnenhol, dat ze tegenkomen. Ze zijn volledig onder elke vorm van appèl vandaan hun eigen goddelijke gang aan het gaan. Af en toe duikt er eentje op, maar soms horen we ze een kilometer verderop huilen.

Voorbijgangers kijken bevreemd naar de jammerende bosjes. Wat is daar aan de hand? Sommigen proberen te helpen. ‘Hier heb je wat snoepjes, gewoon direct geven en de hond prijzen, dat hij terug gekomen is.’ Ja, dan moet zo’n mormel wel terugkomen natuurlijk en dat doen deze twee leperds niet. Af en toe rennen ze vlak langs ons heen, maar horen doen ze ons allang niet meer.

Heks spurt door bosjes in een poging er eentje te pakken te krijgen. Ras trekt ook alle trucs uit de kast, maar tevergeefs. ‘Wat bezielde me om ze los te laten? De laatste keer dat ik dat deed hebben we meer dan 3 uur zitten wachten tot ze terug kwamen…..’

Uiteindelijk grijpt Heks Lotje in haar kraag. Zij is de eerste die opgeeft. Lucas rent nog als een gek in de rondte. Hij vertikt het om terug te komen. We gaan een tijdje in de auto zitten. We zijn intussen ook al een paar uur verder.

De wandelaars zijn verdwenen, het begint een beetje te schemeren. Binnenkort verschijnen er andere frequente bezoekers van dit afgelegen oord. Zij laten geen drollen achter maar andere excrementen, veelal in gebruikte condooms. We zijn zonet nog bijna over een exemplaar uitgegleden……

‘Ik heb er zo genoeg van, ik laat dat beest gewoon hier, hij zoekt het maar uit!’ Haar eigen woorden tegensprekend duikt mijn vriendin met al haar handicaps nog een keertje vrolijk de bosjes in. Ze heeft geluk deze keer. Lukas is in de buurt. Hij zit met zijn kop zo diep in één of ander konijnenhol, dat ze zich bovenop hem kan werpen. Hebbes.

Ik heb hem, Heks, ik lig bovenop hem!!!!!!!!!!!‘ Snel ren ik met een riem naar de plek, waar ik haar geschreeuw vandaan hoor komen. Eindelijk hebben we hem te pakken. Ysbrandt bekijkt alle toeren met verwondering. Het is al zo lang geleden, dat hij dit soort fratsen uithaalde. En zo bont heeft hij het echt nooit gemaakt……

Op weg naar huis komen de Brakjes bij me slijmen. Lukas legt zijn lieve hondenkop op mijn schoot en kijkt me schuldbewust aan en ook Lotje geeft me knuffel na knuffel. Als Ras me afzet op de Mare loopt daar net mijn vriendin Doglady met haar roedeltje. Zo loop ik met alweer een volgende roedel het laatste stuk naar huis.

’s Avonds krijg ik een berichtje van Ras. ‘Ben nu pas een beetje bijgekomen. Wat een gedoe was dat, zeg! Onderweg naar huis werd Lotje door mijn heen en weer schuivende scootmobieltje geplet en probeerde zich vervolgens onder mijn benen te verstoppen…… Heb de hele weg moeten krijsen: nee! weg! af! blijf dáár!….. maar ze probeerde het iedere keer weer. Thuisgekomen heeft Lukas nog een uur of twee als een dolle door de kamer gerend en op zijn kop in de bench gestaan om de adrenaline kwijt te raken.
Volgende keer beter, help me er asjeblieft aan herinneren dat ik ze noooooooit meer loslaat…. 🙂 ;-/ ‘