Het grote verschil tussen een dood vogeltje. Zijn ene pootje even lang. Koolmees zingt zwanenzang. En Heks ruimt ouwe troep op. Eindelijk.

‘Heks, kijk nou eens wat ik uit de bek van de boskat vis,’ mijn onvolprezen hulp komt de keuken in lopen met een wollig wezentje verborgen in haar hand. Het is een jonge koolmees. Als ze haar hand opent zien we hem naar adem happen.

O jee. In no time zijn we in de weer met lepeltjes water, een eierdoosje en een ouderwetse zachte schone zakdoek. ‘Meelwormen, daar doen ze het goed op,’ vertelt ze me vervolgens, ‘Ik heb een keer twee koolmeesjes groot gebracht. Eentje is zelfs vijf jaar oud geworden……

‘Ik nam ze gewoon mee naar mijn werk, in mijn rugzak. Zo kon ik ze om de paar uur eten geven…….’

Dat klinkt hoopgevend. De aanblik van ‘Kooltje’ is dat geenszins. Ik heb sterke twijfels of we hem hier doorheen krijgen. ‘Hij heeft misschien wel inwendige verwondingen,’ Heks maakt zich zorgen.

Zo zit ik dan met een klein zielig vogeltje op mijn schoot heel zachtjes te trommelen. En te zingen. Kooltje luistert met zijn kope scheef. Hapt naar adem. Lijkt een beetje bij te komen…..

Het is zijn zwanenzang. Als ik terug kom van de dierenwinkel met een bak heerlijke kronkelige meelwormen ligt hij dood in zijn eierbedje. Oh, wat is hij mooi. Wat een prachtig schepseltje. Zijn gele vleugeltjes. Het geel aan zijn snaveltje. Zijn lieve kleine koppie……

‘Hoe ben je op mijn balkon terecht gekomen, schatje. Je bent nog zo klein. Je kunt vast nog niet vliegen……’ Misschien gepakt door een andere vogel en per ongeluk gedumpt op het dak van de berging? En ogenblikkelijk geannexeerd door de boskat? Of is ThayThay de hoofdschuldige?

’s Avonds stop ik hem in de vriezer. Mooi verpakt in een stukje wit papier en een blauw plastic diepvrieszakje. Ik ga de prachtige veertje bewaren heb ik besloten. ‘Teken hem een nieuw verenkleed,’ Heks krijgt duidelijke instructies in haar oor getoeterd. Ok. Komt voor elkaar.

Mijn kleine leventje met de dieren. De hele dag achter Snuitje aanlopen met lepeltjes eten. En ze eet. Minuscule hapjes weliswaar. De rest van de tijd ligt ze het liefst op mijn schoot te knorren. Of op de horizonbox van de televisie.

Mijn suffe bestaan met de dieren. Elke dag op stap met mijn viervoetige vriend. Ik moet het eruit persen momenteel. De recente griep heeft flink huis gehouden. De laatste restjes reserve energie opgesoupeerd.

Jammer, dat Kooltje het niet gered heeft. Het scheelt wel enorm veel werk. Elke dag op stap met een koolmeesje in je rugzak? Om de paar uur voeren? Ook weer een pittig klusje…….

Maandag werk ik met de dame van Cuprum aan mijn vangnet. Of beter gezegd, het gebrek aan vangnet. Het aan te leggen vangent. Steuntjes in de rug. Voor als ik val. Voor de zoveelste keer finaal onderuit ga. Of weer een half jaar griep heb….

Eerst stellen we een lijstje op van mensen, die in geval van nood mijn hond willen uitlaten. Als ik in bed lig te klapperen van de griep bijvoorbeeld. Vaak klim ik dan toch strontziek op de fiets. Gewoon omdat ik niemand vind, die het stokje over pakt. Zo’n blafbeest moet er u eenmaal uit.

Dan een lijstje met mensen, die wellicht een boodschapje willen halen als het me echt niet lukt. Zoals onlangs. Zodat ik niet weer dagenlang zonder de broodnodige sapjes en dropjes in bed lig te stinken.

En tot slot nog een kattenlijstje. Mijn dreamteam is onlangs verhuisd. ‘Natuurlijk blijven we gewoon je katjes verzorgen, hoor,’ zegt Joy hierover. Maar misschien is het toch wel handig om de buurman te vragen voor dit team. Zodat het haalbare kaart blijft om mijn dierentuin in de lucht te houden als ik bijvoorbeeld op vakantie ben.

Na het maken van deze lijstjes gaan we naar mijn slaapkamer. Ik heb het in mijn hoofd gezet om een heleboel teringzooi, opgeslagen naast en onder het bed, weg te gooien. Zakken vol oude kleding, mijn oude tent en windscherm en een enorme tas met stokoude reisgidsen en vage studieboeken knikker ik de deur uit. Er ontstaat enorm veel ruimte!

De dame van Cuprum is perplex. Wat is er in Heks gevaren, dat ze zo gründlich aan het uitmesten slaat?

Ja, wat is er in mijn gevaren? Ben ik soms eindelijk eens verleden aan het loslaten. Laat ik me eindelijk niet meer verleiden tot lijden aan meer van hetzelfde?

Een hele stapel geborduurde tafelkleden van mijn grootmoeder verdwijnen richting kringloop. Ik heb ze altijd foeilelijk gevonden, maar ja. Gemaakt door oma….. En niet eens voor mij!

Mijn geliefde oma, die mij eng vond, nadat ik als zeer jong kind aan de valium verslaafd was gemaakt. Hele spooky ogen kreeg ik daar blijkbaar van…… Grote zuignappen van pupillen. Ze las de ene detective na de ander, maar haar eigen kleindochter was pas echt griezelig!

Mijn moeder kon niet wachten om me dit allemaal in geuren en kleuren te vertellen. Je kunt het ook niet doen natuurlijk. Je kind een beetje ontzien. Ze heeft het al moeilijk genoeg met de chronische afwijzing en aanhoudende mishandeling door die narcistische vader……

Wat een opluchting. Weg met die oude zooi.

Het kleed, dat oma ooit speciaal voor mij borduurde besluit ik te houden. Als ik het nog kan vinden. Ik zie dat kakelbonte tafelkleed helemaal nergens meer…….

Koolmees splijt schedel van concurrent in nestkast

Commissaris Carlos in vreemd gezelschap. ‘Je heet Gijs en Gijs is niet wijs,’ krijgt hij naar zijn hondenkop! Gelukkig maar dat het zo’n goedzak is. Al doet zijn uiterlijk anders vermoeden!

Dinsdag kom ik Buurman met zijn Duitse herder Carlos tegen bij de dierenwinkel. VikThor springt een gat in de lucht als hij zijn grote vriend ontwaart. Even later kuieren we samen door de stad. ‘Laten we ergens een drankje doen, Heks, bijvoorbeeld hier,’ Buurman wijst op een berucht aso-rookterras.

Heks vindt het prima. Even lekker tussen de aso’s, alhoewel, er is niemand te bekennen….

‘Wat wil jij? Ik ga iets halen,’ mijn vriend staat op en kijkt me verwachtingsvol aan. Heks wil wijn. Bij wijze van aangename zelfmedicatie. Ik verrek nog steeds van de pijn en moet nog een hele avond naar het koor. Hoe moet ik dat voor elkaar krijgen?

Zoals altijd zitten we binnen de kortste keren te lachen om iets absurds.

Een jongeman komt naar buiten om te roken. Het is een aardig joch. In zijn kielzog komt een stel. De man is totaal niet opvallend, maar de vrouw springt in het oog. Ze is nog geen dertig, maar gedraagt zich alsof ze het hele terras bezit. En al degenen die er op zitten.

Breed loopt ze rond te paraderen. Zelfs haar gezicht dijt uit. Een breedbekkikker is er niets bij! Ze gaat uitgebreid voor Heks staan en geeft haar een hand. Ze stelt zich voor! Maar de manier waarop geeft te denken. Je verwacht er een flinke oplawaai achteraan……

Wat een rare griet toch weer. Ook Buurman kijkt bevreemd als ze hem met haar kinnebak in de lucht en haar bekken met denkbeeldige penis vooruit zo’n rare hand komt geven. Maar imponeren kun je hem eenvoudigweg niet met zijn enorme Duitse herder. Laat staan intimideren…….

‘Wat een prachtig beest,’ de heren in het gezelschap vragen of ze de hond mogen aaien. Niemand let op VikThor. Zo’n schattige pup interesseert hen totaal niet. Carlos echter met zijn grote kop en imposante lijf krijgt alle aandacht……. Zo’n levensgevaarlijke Duitse herder: Daar kun je hier mee aankomen……

Ook de vrouw is onder de indruk van de hond. Zij wil hem niet aaien. Wel zakt ze door haar knieën en staart de hond recht aan. Gelukkig maar dat deze Duitse herder zo’n goedzak is!

‘Ha Gijs,’ zegt ze tegen het bakbeest. ‘Hij heet Carlos, geen Gijs.’ O jee. Ik heb mijn oude vriend wel eens ruzie zien krijgen met een dronken vrouw, die zijn vorige hond consequent Commissaris Rex noemde. Hoe gaat dit aflopen?

‘Nee hoor,’ zegt het eigenwijze kreng, ‘Dit is een echte Gijs, ha Gijs,’ provocerend kijkt ze Buurman aan. Zie je, ik voelde het al aankomen: Narigheid! ‘Gekke Gijs, kom maar hier Gijs,’ ze is niet meer te stoppen.

‘Ha,’ zegt Buurman, ‘Dat klinkt bijna als Gajus. Zo heette mijn vorige hond. Ook een Duitse herder. Ook een geweldige hond, heel ander karakter dan dit exemplaar. Ja, dat was een fantastische hond, nog veel groter dan deze.’

Buurman vertelt graag. De ene anekdote na de andere vliegt uit zijn mond. Over de Duitse Herder Vereniging. Over de training aldaar. Bewaking, lange afstand lopen, pakwerk……

‘Met onze vorige hond hebben we dat allemaal gedaan, maar Carlos is te gevoelig. Met hem zijn we er niet meer aan begonnen. Dat pakwerk is best heftig. Zo’n ingepakte man, die door een hond te grazen wordt genomen…..’

‘Ik ken een man, die in het veld stond als pakwerker. Allerlei honden gingen op hem tekeer, behalve zijn eigen herder. Die zat in zijn splinternieuwe auto, maar het beest kon zijn baas wel zien. Met al die andere herders in de aanval……. Daar werd die hond helemaal gek van! Heeft hij het interieur van die auto volledig gesloopt, hahaha.’

‘Hahaha….’ echoot zijn publiek. Ja, dat zal je toch gebeuren. Dan ben je niet blij. Maar wel een leuk verhaal. Het wordt zeer gewaardeerd…….

Nadat ons vreemde gezelschap een paar sigaretten heeft weggepaft gaan ze weer naar binnen. ‘Ze zitten lekker met z’n allen te eten,’ zegt Buurman, nadat hij is gaan betalen, ‘Ze hebben hier een heerlijke daghap!’

Heks gaat echter thuis eten. Ik heb een heerlijke Indische maaltijd bij Sjonnie gehaald en zoals altijd heeft hij de bakken extra volgepropt. ‘Ik denk dat hij me gewoon een hele leuke vrouw vindt,’ vertrouw ik Fiederelsje later toe als ik het haar vertel. Ze kent de man toevallig.  ‘Net als jou, je krijgt weer de groetjes. Hij verwent me zo gigantisch. Soms kan ik van 1 maaltijd wel drie dagen eten…..’

Heks belandt bij mysterieuze magiër op de Kaasmarkt, ofwel de Koerdische fietsenmaker. Klein van stuk en ruk van de tongriem gesneden, maar absoluut in het bezit van superpower…..

Tussen alle idiote gebeurtenissen door probeer ik het voor elkaar te krijgen dat er een fietskar aan mijn fiets wordt gemonteerd. Of beter gezegd een verbindingsstuk. Uitgangspunt zijn twee fietskarren en vier fietsen!

Een oude mountainbike waarvan helaas de voorvork kuren vertoont. Een oude gammele vouwfiets, die zeker niet in aanmerking komt om een aanhanger achter te hangen. Een geavanceerde elektrische vouwfiets zonder kettingkast en de oerdegelijke Batavus E-Bike van mijn moeder.

Een oud onverwoestbaar Batavus aanhangwagentje en een splinternieuwe Doggy ride zijn ook van de partij. Het aandoenlijke antieke houten karretje behoeft alleen nog een knop achter het zadel. Om em aan te hangen. Maar dan moet je wel zo’n knop hebben en daar zit em de kneep.

Die knop ligt bij een boze ex. Hij heeft er wel twee maar geen wagentje. Toch heb ik mijn exemplaar nooit terug gekregen. En nu zijn die dingen nergens meer verkrijgbaar! De fietsenmaker om de hoek is al twee maanden op zoek!

De Doggy Ride vraagt een geheel andere aanpak. Koppelstukken genoeg, maar nu ligt de fietsenmaker dwars. ‘Ik ga dat ding er niet opzetten. Ik heb met Batavis gebeld en die raden het ten sterkste af. Het elektrische systeem kan van slag raken en dan blijft hij maar vooruit gaan. Met als gevolg levensgevaarlijke toestanden. Ik neem dat risico niet.’

Ik snap het niet helemaal. Het is toch de bedoeling dat ik vooruit blijf gaan? Bovendien fietst de fiets zo log en zwaar dat het me onmogelijk lijkt om echt snel te gaan. Laat staan uit de bocht te vliegen.

©Toverheks.com

‘Onzin,’ zegt de man van de dierenwinkel,’Ik zet al twintig jaar koppelstukken op elektrische fietsen, nog nooit problemen mee gehad, neem je fiets maar mee, dan zet ik dat onderdeel er wel op. Ik heb toevallig nog zo’n speciaal verbindingsstuk liggen!’

In de praktijk blijkt het toch weer niet te werken. Het fame van de fiets van mijn moeder is zo dik en zwaar, daar past dat speciale koppelstuk voor elektrische fietsen helemaal niet op! De man van de dierenwinkel heeft intussen zijn derde kind gekregen, dus ik moet ook nog een paar weken wachten tot hij terug is van vaderschapsverlof voordat we er achter zijn…….

©Toverheks.com

En al die tijd hangt VikThor in een kattenmandje aan het stuur van de onverwoestbare Batavus. Hij groeit en groeit. Van twee kilo naar vier, naar zes, naar acht….. Hij gaat koppeltjeduikelend zijn kattenmandje in, je hoort hem niet klagen. Maar goeie hemeltje, hij barst er intussen bijna uit!

Na wekenlang tobben en overal nul op het request krijg ik van iemand de gouden tip. ‘Ga toch eens naar de Koerdische fietsenmaker op de Kaasmarkt. Die man kan echt alles, bovendien heeft hij ook alle denkbare onderdelen in huis….’

©Toverheks.com

Zo ga ik op zoek naar deze kleine magiër. Ik vind hem in een enorm pand op de Kaasmarkt. Het heeft wel iets weg van een oude smederij, maar dan zonder het vuur.

‘Wat kan ik voor je doen?’ De Koerdische fietsenmaker staat in de deuropening. Hij loodst me door zijn winkel van Sinkel naar achteren, om daar mijn fiets aan een grondige inspectie te onderwerpen.

Ik leg hem intussen het probleem uit. Al die fietsen en fietskarren. Maar geen enkele combinatie die werkt! ‘Deze fiets heb ik van mijn moeder geleend. Het is een geweldige fiets, oerdegelijk, sterk als een paard. Maar niemand wil of kan dat verbindingsstuk erop zetten.’

De man kijkt me doordringend aan. ‘Het kan me niet schelen of je die fiets van je moeder hebt gekregen of geleend. Of wat dan ook,’ begint hij. Goeie hemel, wat heb ik nu aan mijn neus hangen? Heb ik iets verkeerd gezegd? Hebben we last van de taalbarrière? ‘Het kan me echt niet schelen, het interesseert me totaal niet! Of die fiets is van jouw moeder, geleend of gekregen, maakt me helemaal niet uit’ benadrukt hij nog eens,’ Ik ga voor jou in orde maken!’

©Toverheks.com

De taalbarrière dus, grinnik ik inwendig. Wat een grappig mannetje. Ik krijg lol in het verhaal. De neverending story van de fietskar. Of eindigt het verhaal hier?

‘Kom over uurtje maar terug. Dan heb ik alles goed gemaakt.’ Ik ga er vandoor. Met VikThor aan een touwtje uit de werkplaats, hij hing aan het stuur in zijn mandje, maar is intussen te zwaar om te dragen…..

Als ik een uurtje later de grote hal weer inloop staat mijn fiets al klaar. Achter het zadel zit een mooie knop. Daar kan mijn oude aanhangwagentje aan hangen. Wat lager, in de buurt van de achteras zit het verbindingsstuk voor de Doggy Ride. Het is voor elkaar. Appeltje eitje! Voor de Koerdische fietsenmaker dan, want zijn Hollandse collega’s kregen dit niet voor elkaar!

Een Koerdische fietsenmaker. Ik wist niet eens dat ze fietsen hebben in Koerdistan, laat staan fietsenmakers. ‘U weet toch wel dat u een zeer belangrijk beroep heeft, meneer. U bent eigenlijk een soort superman! Zonder uw hulp zou ik bijvoorbeeld niet met mijn hondje kunnen fietsen!’

Ik vertel hem over de uitermate grappige act van Monty Pyton over bicycle repairman, die furore maakt in het land der supermannen. De man snapt er geen jota van, maar is wel geïnteresseerd. Ik schrijf de benodigde informatie voor hem op een papier. ‘Opzoeken hoor, op YouTube. Het is echt heel erg grappig.’

Dezelfde middag fiets ik met mijn hondje in de fietskar door de stad. Mijn pup zit als een prins op de erwt in zijn mooie karretje. Lekker droog en uit de wind. Wat een verbetering! Wat een geweldige vooruitgang……

Als ik later aan Don Leo vertel over de merkwaardige edoch grappige reactie van de Koerdische fietsenmaker of mijn moeders fiets begint hij te grinniken.. ‘Misschien dacht hij wel dat je em had gestolen, lieve Heks…..’ Tja. Dat zou ook nog kunnen……

©Toverheks.com

 

Woeste wandeling met roedeltje honden in wildrijke omgeving. Viervoetige neuzen nemen een loopje met ons en gaan ervandoor! Een paar dodelijk vermoeiende uren verder is de roedel weer compleet en de rust enigszins weergekeerd……

Vrijdag stop ik mijn Varkentje in bad. Ik was zijn vacht grondig uit en smeer er een haarmaskertje op. Eventjes intrekken, uitspoelen en mijn hondje lijkt wel een speelgoedknuffelbeest zo zacht! Hij ruikt zalig! Hierna komt ome Frogs dit effect weer teniet doen met zijn wekelijkse gifbad. Ysbrandt laat het zich allemaal gelaten aanleunen. Stiekem vind hij al die aandacht wel lekker…..

’s Middags vind ik een berichtje van mijn vriendin Ras. ‘Zin om morgen met de hondjes op stap te gaan?’ Ja, natuurlijk. Laten we lekker de hort op gaan met onze beestenbende. We spreken af dat ze me in de loop van de middag ophaalt met haar enorme bus.

We gaan eerst even naar de dierenwinkel. Onze viervoeters mogen mee naar binnen. Ze krijgen allemaal een lekker snoepje. De monsters van Ras duiken hierna direct met hun neuzen in de uitgestalde kluiven en pensstaven. Niet zo vreemd, want ze zijn beiden van het merk Brak. Echte zweethonden dus. Wandelende neuzen. Niet te verwarren met een loopneus….. 🙂

De kleinste, Lotje, ziet er bedrieglijk schattig uit, er zit hoogstwaarschijnlijk veel Petit Basset Griffon in haar bloedlijn. Lukas, de andere Brak is één en al neus. Verwoed snuffelt hij alle schappen door op zoek naar informatie. En een kapotte verpakking indien mogelijk.

Even later rijden we richting Warmond. We gaan een rondje om de Klink uitproberen. ‘Ik ben er nog nooit geweest, Heks, bovendien heb ik mijn scootmobiel niet goed opgeladen geloof ik. We moeten maar kijken hoe ver we komen.’

De paden rondom de Klinkerbergerplas zijn goed begaanbaar voor de kleine wankele mini scootmobiel. Dus in dat opzicht zitten we goed vandaag. We tuffen rustig richting bossage als Ras het in haar hoofd krijgt om haar honden ook een keertje helemaal los te gooien. Ze kunnen op zich nergens heen. Er zitten hier alleen maar konijnen en geen hazen, dus wat kan er nu helemaal verkeerd gaan?

Lukas springt als een jonge god in de rondte en begint enthousiast te jammeren. Lotje volgt direct zijn voorbeeld en samen gaan ze ervandoor. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, zelfs niet tijdens de jachttrainingen met Ysbrand. En daar ging ook echt wel eens iets mis: dolgedraaide ondeugende hondjes rennend in de verte met de geur van wild in hun neus……

De twee Braks duiken de bosjes in en checken jammerend elk konijnenhol, dat ze tegenkomen. Ze zijn volledig onder elke vorm van appèl vandaan hun eigen goddelijke gang aan het gaan. Af en toe duikt er eentje op, maar soms horen we ze een kilometer verderop huilen.

Voorbijgangers kijken bevreemd naar de jammerende bosjes. Wat is daar aan de hand? Sommigen proberen te helpen. ‘Hier heb je wat snoepjes, gewoon direct geven en de hond prijzen, dat hij terug gekomen is.’ Ja, dan moet zo’n mormel wel terugkomen natuurlijk en dat doen deze twee leperds niet. Af en toe rennen ze vlak langs ons heen, maar horen doen ze ons allang niet meer.

Heks spurt door bosjes in een poging er eentje te pakken te krijgen. Ras trekt ook alle trucs uit de kast, maar tevergeefs. ‘Wat bezielde me om ze los te laten? De laatste keer dat ik dat deed hebben we meer dan 3 uur zitten wachten tot ze terug kwamen…..’

Uiteindelijk grijpt Heks Lotje in haar kraag. Zij is de eerste die opgeeft. Lucas rent nog als een gek in de rondte. Hij vertikt het om terug te komen. We gaan een tijdje in de auto zitten. We zijn intussen ook al een paar uur verder.

De wandelaars zijn verdwenen, het begint een beetje te schemeren. Binnenkort verschijnen er andere frequente bezoekers van dit afgelegen oord. Zij laten geen drollen achter maar andere excrementen, veelal in gebruikte condooms. We zijn zonet nog bijna over een exemplaar uitgegleden……

‘Ik heb er zo genoeg van, ik laat dat beest gewoon hier, hij zoekt het maar uit!’ Haar eigen woorden tegensprekend duikt mijn vriendin met al haar handicaps nog een keertje vrolijk de bosjes in. Ze heeft geluk deze keer. Lukas is in de buurt. Hij zit met zijn kop zo diep in één of ander konijnenhol, dat ze zich bovenop hem kan werpen. Hebbes.

Ik heb hem, Heks, ik lig bovenop hem!!!!!!!!!!!‘ Snel ren ik met een riem naar de plek, waar ik haar geschreeuw vandaan hoor komen. Eindelijk hebben we hem te pakken. Ysbrandt bekijkt alle toeren met verwondering. Het is al zo lang geleden, dat hij dit soort fratsen uithaalde. En zo bont heeft hij het echt nooit gemaakt……

Op weg naar huis komen de Brakjes bij me slijmen. Lukas legt zijn lieve hondenkop op mijn schoot en kijkt me schuldbewust aan en ook Lotje geeft me knuffel na knuffel. Als Ras me afzet op de Mare loopt daar net mijn vriendin Doglady met haar roedeltje. Zo loop ik met alweer een volgende roedel het laatste stuk naar huis.

’s Avonds krijg ik een berichtje van Ras. ‘Ben nu pas een beetje bijgekomen. Wat een gedoe was dat, zeg! Onderweg naar huis werd Lotje door mijn heen en weer schuivende scootmobieltje geplet en probeerde zich vervolgens onder mijn benen te verstoppen…… Heb de hele weg moeten krijsen: nee! weg! af! blijf dáár!….. maar ze probeerde het iedere keer weer. Thuisgekomen heeft Lukas nog een uur of twee als een dolle door de kamer gerend en op zijn kop in de bench gestaan om de adrenaline kwijt te raken.
Volgende keer beter, help me er asjeblieft aan herinneren dat ik ze noooooooit meer loslaat…. 🙂 ;-/ ‘