Soms is het maar goed, dat je iemand niet herkent. Krijgt ie nog een kans, die vrouw of vent. Had ik bijvoorbeeld herkent en verweten; Had ik het geweten, dat het hem was; Niet vergeten….. Dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad. Over mijn favoriete onderwerp: Gods prachtige schepping. Ons heilige mamaatje…….. Moedertje Natuur!

Vorige week fiets ik ’s avonds op m’n gemakje de stad uit. Het is een beetje fris, maar nog steeds prima weer. Ik ga naar het Joppe met VikThor. Kan hij lekker zwemmen in de Zijl.  Sinds enige weken fiets ik een iets andere route. Ik kreeg steeds een lekke band op dezelfde plek. En laat dat nu net een plek zijn, waar je eigenlijk niet mag fietsen…..

We worden geacht om te rijden via een viaduct en daar heb ik dan nooit zin in. ‘Misschien is er wel een gekke buurtbewoner, die er minuscule spijkertjes strooit. Je hebt hele rare mensen en ik heb wel gekkere dingen meegemaakt……’ En inderdaad: Geen lekke band meer gehad sinds ik elders de weg oversteek. Nog steeds niet via dat viaduct natuurlijk……

Bij het hondenstrand staat een man met hond. Hij gooit dummies in het water en zijn Duitse staande draadhaar haalt ze weer op. Keer op keer. ‘Ah, je bent bij de Action geweest,’ grapt Heks, terwijl ze exact dezelfde dummie tevoorschijn tovert uit haar fietstas. Alleen is mijn exemplaar rood.

Ik ben em onderweg nog bijna kwijtgespeeld aan een eigenwijze Cocker Spaniël. Het beest pikt em af van VikThor en is niet van plan het ding nog terug te geven. Als zijn bazin er uiteindelijk dan maar achteraan gaat slaat hij snel de weg in naar huis. Hij werpt tot slot nog een narrige blik over zijn schouder. ‘Hoepel op. Dat ding is van mij. Eerlijk gestolen…’

 

‘Witte dummies zijn beter,’ begroet de man me, ‘Die kunnen honden goed zien in het water…’ Hopla. Direct de les gelezen. De man weet veel van jachttraining. We raken aan de praat.

Ondanks het stroeve begin krijgen we een alleraardigst gesprek. Heks luistert voornamelijk natuurlijk. Je zou het niet zeggen, als je me hier tekeer hoort gaan over van alles en nog wat, maar ik breng mijn dagen voornamelijk luisterend door. In stilte. Luisterend naar de stilte ook.

Er volgen allemaal verhalen over de locale natuur. Zoals over het weiland waar we op dat moment in staan en wat daar allemaal in broedt en woont. De dijk langs dat weiland. ‘Die heb ik zelf helemaal aangelegd in negentienhonderdzoveel. En nu wil Gemeente Leiden em weghalen. Te gek voor woorden. Het is een slapende dijk, geen overbodige luxe…..’

‘Als de dijk langs het Joppe het begeeft, of de Zijldijk, dan houdt deze dijk de hele Merenwijk droog!’ Hij vertelt vervolgens over een prachtig stuk oud land vol weidevogels aan de andere kant van de Zijl, dat onlangs helemaal is afgegraven.

‘De zo gewonnen kwalitatief geweldige grond is gebruikt om een smerige vuilnisbelt af te dekken. Zonde toch van die prachtige grond! En ook nog twee natuurgebieden naar de kloten. Want die belt zat ook helemaal vol braamstruiken met Hermelijnen en egeltjes. Ongelofelijk toch?’

Ja, weer zo’n beslissing door een idioot vanachter een bureau. ‘Op de golfbaan had ik een prachtige wal aangelegd , die vol zat met allerlei beestjes. Zelfs een Hermelijn. Het duurt jaren voordat je dat voor elkaar heb. Zo heb ik ook een paddenpoel aangelegd…..’ Heks spitst haar oren. Misschien iets voor mijn paddenpoelenbad?

‘Heeft zo’n ingehuurde uit de klei getrokken grondwerker ongevraagd de hele boel afgegraven met zijn machines. Moet ie eigenlijk eerst onderzoek doen of dat wel mag. Alle dieren dood.’

‘Je kunt er een enorme boete voor krijgen, ook nog. Ik was woest. Maar ja, hij is er niet bijgelapt. Te veel belangen op het spel. Bovendien is de gemiddelde beslissing van de overheid veel desastreuzer…… Kijk maar naar die vuilnisbelt.’

Gedurende het gesprek heb ik de man tegenover me herkent. Het mannetje beter gezegd, want hij is bepaald niet groot van gestalte. Het is de gekke molenaar! Ik heb al jaren een bloedhekel aan die kerel na een onverkwikkelijke ruzie twaalf jaar geleden. Hij dreigde toen mijn hond dood te schieten en maakte me werkelijk uit voor alles wat mooi en lelijk was. Op uiterst seksistische wijze.

Dus woorden als hoer, kankerwijf, vuile slet en ik schiet je overhoop en dergelijke kwamen er uit zijn grote malende mond. ‘Zeker een klap van zijn eigen molen gekregen,’ dacht ik toen nog.

Een poging dingen uit te praten liep vervolgens zo hoog op, dat ik de politie op zijn dak heb gestuurd. Ook heb ik geklaagd bij zijn werkgever wegens bedreiging. Jeetje. Is dit dezelfde vent?

In tussenliggende jaren ben ik nog maar één keer iemand tegen gekomen, die hem aardig vond. Hij kan zo bijzonder vertellen, hij weet zoveel…’ aldus die vrouw. De rest van de hier rondwandelde goegemeente heeft allemaal de pest aan hem. Of een slechte ervaring met hem. Of een hopeloze aanvaring…..

De maffe molenaar laat me intussen vreemde eendensoorten op zijn telefoon zien. ‘Kijk hoe mooi, die zitten hier ook. Goddank niet alleen maar Nijlganzen. Die schiet ik met enige regelmaat af. Ze verstoren de hele vogelstand in Nederland, sinds ze zijn ontsnapt uit Dierenpark Wassenaar. Ze vreten alles op en verdrijven de weidevogels.’

‘De dode dieren raak je aan de straatstenen niet kwijt, maar je kunt ze wel eten hoor. Ik schiet ook hazen. In mijn polder lopen er 850 en ik schiet er elk jaar 150. Zo houd ik een mooie stand.’

‘Daar vliegt zo’n Krakeend. Mooi beestje toch? Ze zijn niet zo groot en heel wendbaar. Je haalt ze er zo uit in de lucht….’ hij wijst omhoog naar een inderdaad heel beweeglijk beestje. Links en rechts begint hij nu vogels aan te wijzen. Wat is er veel te zien hier! Met zo’n man zou je eigenlijk een dag op stap moeten gaan.

Maar ja, voor je het weet scheldt hij zijn publiek wellicht uit. En Publikumsbeschimpfung is toch echt wel achterhaald nu. Terwijl ik zo naar de man sta te luisteren, me verbazend over de wereld van verschil tussen deze natuurlijke versie van de molenaar en de gekke versie, begint mijn gesprekspartner over zijn handeltje in wild.

‘Als je een haas wilt kopen of een lekker stuk reerug, dan kom je maar langs,’ enthousiasmeert hij me. Heks is sinds de perikelen met Hawk niet meer zo happig om bij Jan en Alleman langs te gaan. En al helemaal niet bij een waanzinnige molenaar. Toch zeg ik vaag toe te zijner tijd eens een haasje te komen verschalken.

‘Wie weet wat hij allemaal wil verschalken,’ grap ik tegen de Don, als ik hem later over mijn avonturen vertel. Die moet enorm lachen. ‘Ik heb nog wel een haasje voor je, hihihi,’ giert hij, ‘Kostelijk Heks. Hij vond je vast leuk.’ ‘Ik zag er niet uit, ik liep echt in mijn kloffie, dat sprak hem vast aan,’ Heks moet ook lachen. De woeste molenaar lijkt me geen man voor opgepoetste tante Betjes.

‘Jij ziet er altijd geweldig uit, Heks, zelfs in een jutezak. Je bent een prachtige vrouw, schat. Altijd al geweest. En ook nog lief! Dat maakt je zo geweldig,’ komt mijn oude vriend complimenteus uit de hoek.

Wonderlijk hoe mensen geheel anders kunnen zijn in een andere context. Had ik die molenaar herkent, dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad met deze natuurman. De man van weinig woorden als het niet over natuur gaat. De man van vieze woorden als je er woorden mee krijgt. De man met een ongezouten mening over het hopeloze natuurbeheer in Nederland.

‘Willen ze die zeer nuttige en noodzakelijke dijk dus afgraven, omdat er mensen overheen lopen en die kijken dan naar binnen bij bewoners van de huizen er pal achter en dat vinden die bewoners dan vervelend‘ besluit de molenaar. ‘En die bewoners hebben blijkbaar iets in de melk te brokkelen…,’ denkt Heks er direct achteraan.

Het zijn namelijk dure huizen, het rijtje tegen de dijk. En geld is macht. Wie weet woont er wel een wethouder in. Dat zou ook heel goed kunnen.

‘In plaats dat ze nu die hopeloze impopulaire populieren omhakken. Daar is even sprake van geweest. Dat zou geweldig zijn, want ik heb last van die dingen als mijn molen draait. De wind komt er heel raar overheen vallen en daardoor knallen de wieken alle kanten op. Echt gevaarlijk zelfs….’

Zou op die manier zijn molen zijn afgebrand? Want dat is gebeurd. In het verleden. Ooit. Dolgedraaid en afgefikt. Door die verdraaide populieren? Ja, dat is inderdaad van de gekke. Hak maar om dat lawaaihout…….

 

Een ouwe kop valt niet te vermijden met het stijgen der jaren. Geeft niks, gewoon niet in de spiegel kijken voor de lunch. En vreemde vogel verstopt zich in afwachting van een lekker maaltje: Een vage vis of stoned garnaaltje…..

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM, Vooral niet voor de lunch in de spiegel kijken…….

‘Mag ik er nog in?’ De assistente knikt vriendelijk. Heks is laat vandaag. Ik ben doodziek opgestaan en het duurde iets langer dan normaal om er weer wat van te maken. Het houdt nog niet echt over….

‘Ik kan maar niet in de tweede versnelling komen,’ verontschuldig ik me nog maar eens. Maar het is nergens voor nodig. De assistente is in een redelijk goed humeur. Er is wel ergernis, maar dat heeft niks met Heks te maken.

‘Het is zo warm in ons hok met dit prachtige weer. En omdat ze de gevel aan het schilderen zijn kunnen we ook niet alles open zetten, zoals gewoonlijk. Zo’n herrie! En dan dat stof!’

Snel rammelt ze de inhoud van de ampullen in de injectiespuiten. Citrus en B12. Het geprik is er een beetje bij ingeschoten de laatste paar weken, door allerlei vakantieroosters.

Heks floreert niet bij dit soort veranderingen. De helft van de tijd vergeet ik de afspraken en de andere helft van de afspraken zijn opeen op een tijdstip dat ik echt niet kan.

Met name B12 tekort geeft veel extra problemen. Zo vuren mijn zenuwbanen constant loze signalen door mijn lijf. Ik lijk onder stroom te staan. De uiteinden in mijn handen bonken pijnlijk tegen mijn vingertoppen. Prikkelingen jassen door mijn benen naar mijn voetzolen. Een afschuwelijk gevoel.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM, Stijl haar en een ouwe kop gaan samen hoor ik vanmorgen! Niet best voor Heks. Misschien moet ik toch maar een permanentje nemen, ik krijg er wel de leeftijd voor……

‘Wat word je haar lang, Heks,’ de doktersassistente veegt mijn paardenstaart uit mijn hals en mikt de prik in een vlezig stukje. Zelf heeft ze een korte krullebol. Iets waar Heks altijd jaloers op is. ‘Als kind wilde ik altijd een bos krullen,’ beken ik, ‘Maar om dat lang te krijgen, dan ben je wel eventjes bezig……’

We lachen vrolijk. ‘Joh, het staat me voor geen meter, lang haar. Ik krijg er een ongelofelijk ouwe kop van,’ giebelt ze, ‘Soms strijk ik het wel eens, met een stijltang. Dan is het inderdaad een stuk langer. Maar ja. Geen gezicht!’

‘Haha, nou ik hoef niet eens mijn haar te krullen of strijken om een ouwe kop te zien. ’s Morgens in de spiegel kijken volstaat!’ grap ik terug. Het is waar. Ik wacht meestal een halve dag voordag ik me daaraan waag.

Grinnikend fiets ik naar een park. Ik ga VikThor te water laten. Ik gooi zijn kip in de gracht, maar na 1 bommetje houdt hij het voor gezien. Geobsedeerd staat hij bij het riet te snuffelen. Een zekere opwinding maakt zich van hem meester. Er zit daar iets, maar wat?

Een rat?

Hij duwt zijn neus in het struweel en springt weer terug. En nog eens. En nog eens.

Plotseling zie ik een beest zitten. Van een afstandje zou het alles kunnen zijn. Een haas of konijn. Een verdwaalde kat. Alleen geen rat. Dat niet.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Het is een jonge zeemeeuw. Pientere kraaloogjes kijken me aan. Hij beweegt zich niet. Geeft geen krimp ten opzichte van mijn hondje. Die mag er overigens niet bij van mij. ‘Er is iets met dat dier,’ Heks heeft er een buurvrouw bijgehaald. Het is toch niet normaal dat hij zo stil blijft zitten?

Later bel ik de dierenambulance /vogelopvang. De dame aan de andere kant van de lijn moet lachen. ‘Hij zit op zijn moeder te wachten, die is op zoek naar voedsel. Hij heeft geleerd om zich te verstoppen……’

‘Nou, hij kan beter een ander plekje zoeken, het stikt in dat park van de honden. Het is een officieel uitrengebied!’

Ja, weet zo’n zeemeeuw veel. Dat kunnen we hem toch echt niet aan het verstand gaan peuteren. ‘Ik laat hem dan maar gewoon zitten. Op hoop van zegen.’ Het zit me niet helemaal lekker.

‘Ach, die vogel kan ook heel goed zwemmen. Dus als het hem te gortig wordt kan hij altijd nog de gracht in huppen. Hij zit toch pal aan het water?’

Ja, het dier zit in het riet. Niemand die hem ziet. Zonder zijn moeder redt hij het niet. Maar als hij te water gaat overleeft hij het wel. En hij heeft ook nog een hele scherpe snavel…..

‘Goed neusje heb je toch, VikThor,’ prijs ik mijn hondje. Je kunt je nog zo goed verstoppen: Mijn monster vindt je!

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Leergierige Panter klem in Museum Boerhaave. Heeft hij het weer overleefd? Wat is er eigenlijk gebeurd? De hoeveelste queeste is dit nu alweer? En hoeveel levens heeft hij nog over?

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Vrijdagmorgen loop ik museum Boerhaave in. Ik ben het al dagen van plan, maar telkens was de deur dicht of had ik net geen tijd. Vandaag ben ik echter op een missie. Al twee weken is de panter in geen velden of wegen te bekennen. Zijn grote zwarte katerlijf maakt zich niet meer onverwacht los uit de schaduw. Geen gezellige nachtelijke wandelingen met VikThor. Al die tijd is hij ook niet komen eten…… Waar zit die mafkees?

Zoals altijd als mijn panter in de problemen geraakt ben ik binnen een halve dag op de hoogte. Allerlei innerlijke alarmbellen gaan af. Ik weet gewoon dat er iets loos is. Dit terwijl mijn monster met enige regelmaat een paar dagen niet thuis komt. Zeker in het voorjaar wil hij nogal eens op stap gaan. Ik maak me daar nooit te sappel over.

Nu is er echter iets niet in orde. Ik voel het aan mijn hekseneksteroog.

En ja hoor. Twee weken later en nog steeds geen spoor van mijn geliefde kat. Potjandrie. Waar zit dat beest? Hij kan wel overal zijn. Sinds ik hem een keer in Hoorn heb opgehaald kijk ik nergens meer van op. Toch loop ik midden in de nacht door de buurt zijn naam te roepen. Geen reactie……

Steeds als ik aan hem denk zie ik riool voor me. Onder de grond. Buizen. Shit. Hij zal toch niet ergens in verstrikt zijn geraakt? Is hij opgesloten in een leeg pakhuis en probeert hij soms via het riool ontsnappen? Mijn kattenvriendin aan gene zijde helpt me zoeken. Hij zit inderdaad in de problemen.

‘Je moet nog even geduld hebben, Heks, het komt goed, er wordt aan gewerkt, maar nu zit hij inderdaad nog vast..’ hoor ik in mijn geestesoor, ‘Zoeken heeft nu geen zin, je vindt hem niet….. lispel lispel lispel….’ de rest versta ik niet.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Donderdagavond brand ik een kaarsje. Voor Schilder natuurlijk. Maar ook voor mijn avontuurlijke kat. De boerenridder Ferguut. ‘Kom naar huis,’ fluister ik tegen zijn ziel,’ breng hem thuis,’ verordonneer ik de hulptroepen in andere dimensies.

Zo loop ik vrijdag dus het museum in. Ze zijn al ruim anderhalf jaar bezig met een enorme verbouwing. De collectie is zo lang opgeslagen. Het hele gebouw staat op zijn kop. Plafonds en vloeren liggen open. Een tricky omgeving voor een ondernemende kat.

De binnentuin is bomvol mannetjes met allerhande gereedschap. Er wordt verwoed gezaagd en gehamerd. Het duurt dan ook even voordat ze mij in de gaten hebben.

‘Hebben jullie mijn kat gezien, een grote zwarte panter?’ Niemand heeft iets gezien. ‘Nee joh, die zit hier niet,’ beantwoord ik met ‘Ik heb hem hier vorig jaar ook al eens weggehaald.’

‘Ja, jij hebt toen een ruitje ingeslagen,’ grinnikt een grote kerel goedmoedig. Ik verschiet van kleur en kijk zo onschuldig mogelijk. De man laat zich niet bedotten. ‘Geeft niks hoor, je had gelijk. Het is hier echt levensgevaarlijk voor dat beest.’

In eerste instantie kom ik niet veel verder in mijn zoektocht, maar opeens roept een piepjonge timmerman dat hij die ochtend de afdruk van kleine kattenpootjes heeft gezien in het anatomische theater. ‘Ze zien er vers uit, ik heb ze ook niet eerder gezien,’ beweert het joch hardnekkig tegen zijn ongelovige collega’s.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

In overleg met de uitvoerder wordt er een opzichter opgetrommeld. Het blijkt een ongelofelijke grapjas te zijn. Plagend probeert hij me direct in de maling te nemen. Dan komt hij terzake. ‘Kom om half 2 hierheen, dan lopen we het gebouw samen door. Je moet dan wel speciale schoenen aan hoor. En neem wat kattenbrokjes mee!’

‘Ik heb een afspraakje zometeen met een mannetje in het museum,’ roep ik tegen mijn hulp als ze binnenkomt. ‘Wat leuk. Heks, vertel,’ antwoordt ze in de veronderstelling dat het om een date gaat. Ik help haar snel uit de droom.

‘Hij is wel grappig hoor, maar geen relatiemateriaal, hahaha. Bovendien is hij ongetwijfeld getrouwd! We gaan mijn kat zoeken, niet mijn poesje….’ grap ik er lustig op los. Ik voel me verwachtingsvol sinds de melding van de kattenpootjes. Mijn zwerver zit vast en zeker vast in het museum!

Mijn date staat me al ongeduldig op te wachten. ‘Zo, ik dacht dat je me zou laten zitten….’ roept hij opgelucht als ik een paar minuten over half twee voor zijn neus sta. Zijn collega’s reageren met een reeks kwinkslagen. ‘Ze zijn gewoon stikjaloers…,’ verklaart hij dit gedrag.  Snel maken we ons uit de voeten.

‘Miauw, miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door gegiechel. Overal zitten mannetjes te klussen. Het verhaal dat er een toverheks naar haar zwarte kat komt zoeken heeft duidelijk de ronde gedaan tijdens de lunch.

‘Het is zo’n groot zwart bakbeest toch?’ mijn gids is een geweldige kletskous, ‘Nou, dan heb ik misschien niet zulk leuk nieuws voor je, ik heb hem met enige regelmaat uit die vuilcontainer zien kruipen. En die wordt elke week opgehaald om te worden geleegd……’

Een klamme hand sluit zich om mijn hart. Oh jee. Die container wordt tegenwoordig elke avond helemaal dicht geseald met een gigantisch stuk zeil. Dit om te voorkomen dat er de hele nacht mensen dingen in staan te gooien. Of uit proberen te halen.

Er heeft zich de eerste maanden van het bestaan van deze container een levendige ruilhandel ontwikkeld in de wijk. Heks heeft er een paar mooie spiegels en een kroonluchter aan overgehouden…… Geweldig natuurlijk!

Maar ja, de buren waren niet blij met dit verschijnsel. Het maakt lawaai. Vooral als het s’nachts gebeurt. En als er dronken droppies bij betrokken zijn……

‘Eerst maar eens naar die kattenpootjes in het anatomisch theater kijken,’ onderbreekt mijn nieuwe vriend opgewekt mijn sombere gedachten. Ik zie mezelf al voor mijn geestesoog op een verlaten vuilstort zoeken naar mijn zwarte ridder…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We spoeden ons door het zo goed als lege gebouw naar de opgebroken zaal. En ja hoor, er staan een heleboel verse afdrukken in het stof van de rudimenten van het theater. Een golf van opluchting slaat door me heen. Aan het enorme formaat te zien gaat het inderdaad om mijn ventje. Mijn schat leeft op grote voet!

Ik schud met de brokjes en roep zijn naam. ‘Miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door een welgemeend ‘Hihihi, hehehe, hahaha….’ ‘Hou op, mannen, jullie humor doet me pijn….’ protesteert Heks.

‘Oh jee, kijk hier eens,’ mijn begeleider stopt zijn hoofd in een openstaand luik onder het theater. Er staan kattenpootjes omheen, maar mijn panter is nergens te bekennen. ‘Ik hoop niet dat hij door dat gat de kruipruimte naar de riolering in is gegaan, want het staat vol met water sinds die buien van de afgelopen week…..’ sombert hij. De klamme hand komt terug…….

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We lopen het hele gebouw door op zoek naar nog meer sporen van mijn panter, maar we vinden slechts een paar hele oude stoffige afdrukjes ergens boven in het gebouw. Waar zit dat beest? Is hij echt verdwenen? Heks rammelt en roept, maar van mijn schat geen spoor.

Plotseling worden we gebeld. Drie keer achter elkaar. ‘Ik zag net iets zwarts voorbijflitsen op de benedenverdieping,’  en ‘Is ie zwart? Er rent een zwarte kat de deur uit hier…!’ en  ‘Zwarte kat gesignaleerd in de binnentuin.’ Heks raakt eufoor. Uit welke deur is hij gerend? De voordeur soms? Er zijn zoveel deuren. Waar is hij nu? Welk bericht is het meest recent?

Na enig onderzoek blijkt er een zwart monster in de binnentuin te zitten. We rennen naar buiten. ‘Ferguut,’ roep ik. Maar niks. Ik loop de hele tuin door. Er staat een grote boom. ‘Miauw,’ hoor ik. Geen bouwvakker te bekennen, dus dat moet mijn kat zijn! Maar waar zit hij?

Er wordt gezaagd en geboord, getimmerd en geschreeuwd aan de andere kant van de tuin. Maar af en toe hoor ik gemiauw. ‘Ik zag hem onder dat vlonder verdwijnen,’ helpt een krullenjongen me uit de brand. Mijn bakbeest blijkt zich midden in een zeventiger jaren spuuglelijke waterpartij te hebben verschanst.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Met moeite en veel snoepjes weet ik hem er uit te lokken. Snel grijp ik hem in zijn kippennek. Ha. Kip ik heb je!

In de dagen erna wordt mijn monster doodziek. Niet direct. Eerst wil hij maar wat graag eten. Misschien geef ik hem iets teveel. Gewend als ik ben dat hij altijd wel wat van zijn gading vindt buiten. Een vette muis of vogeltje….. Deze keer is hij echter flink vermagerd. Pas na een dag dringt het tot me door dat hij hoogstwaarschijnlijk twee weken niks te vreten heeft gehad!

Ik reconstrueer dat hij ongetwijfeld vrij snel na zijn eenzame opsluiting tijdens Hemelvaart in het riool is beland. Het luik ging dicht en meneer kon geen kant meer op. De afgelopen week hebben ze het luik weer opengezet na al die regen. Twee weken vies water, ratten en te snel veel eten deden de rest: Panter doodziek!

Ik doorwaak twee nachten. De tweede nacht gaat het mis. Ik zie hem per uur achteruit gaan. De hele nacht ben ik in de weer om mijn beestje te ondersteunen. En de troep weer op te ruimen……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Dan komt de omslag: Zondagmorgen valt hij in een genezende slaap. Heks ook. Later die dag wil panter weer eten. Het liefst wil hij ook weer de hort op, maar dat kan hij voorlopig vergeten. Eerst aansterken, gekke roofridder.

Zondagavond halen Joy en Boy mijn hondje op. Heks kan intussen geen pap meer zeggen, maar VikThor moet toch nog eventjes flink aan de wandel. ‘Hij is inderdaad een beetje magertjes, Heks,’ mijn vriendin heeft de panter opgetild. Vol liefde geeft hij haar kopjes. Het is toch zo’n schatje!

Mijn vrienden knuffelen alle katten uitgebreid, nadat ze  mijn hondje flink hebben laten rennen. Daarna heffen we het glas op de behouden thuiskomst van mijn zwerver: Hij heeft nog zeker vier van zijn negen levens over. Daar moet hij het voorlopig mee kunnen redden……… Dus eind goed, al goed.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

 

Woeste wandeling met roedeltje honden in wildrijke omgeving. Viervoetige neuzen nemen een loopje met ons en gaan ervandoor! Een paar dodelijk vermoeiende uren verder is de roedel weer compleet en de rust enigszins weergekeerd……

Vrijdag stop ik mijn Varkentje in bad. Ik was zijn vacht grondig uit en smeer er een haarmaskertje op. Eventjes intrekken, uitspoelen en mijn hondje lijkt wel een speelgoedknuffelbeest zo zacht! Hij ruikt zalig! Hierna komt ome Frogs dit effect weer teniet doen met zijn wekelijkse gifbad. Ysbrandt laat het zich allemaal gelaten aanleunen. Stiekem vind hij al die aandacht wel lekker…..

’s Middags vind ik een berichtje van mijn vriendin Ras. ‘Zin om morgen met de hondjes op stap te gaan?’ Ja, natuurlijk. Laten we lekker de hort op gaan met onze beestenbende. We spreken af dat ze me in de loop van de middag ophaalt met haar enorme bus.

We gaan eerst even naar de dierenwinkel. Onze viervoeters mogen mee naar binnen. Ze krijgen allemaal een lekker snoepje. De monsters van Ras duiken hierna direct met hun neuzen in de uitgestalde kluiven en pensstaven. Niet zo vreemd, want ze zijn beiden van het merk Brak. Echte zweethonden dus. Wandelende neuzen. Niet te verwarren met een loopneus….. 🙂

De kleinste, Lotje, ziet er bedrieglijk schattig uit, er zit hoogstwaarschijnlijk veel Petit Basset Griffon in haar bloedlijn. Lukas, de andere Brak is één en al neus. Verwoed snuffelt hij alle schappen door op zoek naar informatie. En een kapotte verpakking indien mogelijk.

Even later rijden we richting Warmond. We gaan een rondje om de Klink uitproberen. ‘Ik ben er nog nooit geweest, Heks, bovendien heb ik mijn scootmobiel niet goed opgeladen geloof ik. We moeten maar kijken hoe ver we komen.’

De paden rondom de Klinkerbergerplas zijn goed begaanbaar voor de kleine wankele mini scootmobiel. Dus in dat opzicht zitten we goed vandaag. We tuffen rustig richting bossage als Ras het in haar hoofd krijgt om haar honden ook een keertje helemaal los te gooien. Ze kunnen op zich nergens heen. Er zitten hier alleen maar konijnen en geen hazen, dus wat kan er nu helemaal verkeerd gaan?

Lukas springt als een jonge god in de rondte en begint enthousiast te jammeren. Lotje volgt direct zijn voorbeeld en samen gaan ze ervandoor. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt, zelfs niet tijdens de jachttrainingen met Ysbrand. En daar ging ook echt wel eens iets mis: dolgedraaide ondeugende hondjes rennend in de verte met de geur van wild in hun neus……

De twee Braks duiken de bosjes in en checken jammerend elk konijnenhol, dat ze tegenkomen. Ze zijn volledig onder elke vorm van appèl vandaan hun eigen goddelijke gang aan het gaan. Af en toe duikt er eentje op, maar soms horen we ze een kilometer verderop huilen.

Voorbijgangers kijken bevreemd naar de jammerende bosjes. Wat is daar aan de hand? Sommigen proberen te helpen. ‘Hier heb je wat snoepjes, gewoon direct geven en de hond prijzen, dat hij terug gekomen is.’ Ja, dan moet zo’n mormel wel terugkomen natuurlijk en dat doen deze twee leperds niet. Af en toe rennen ze vlak langs ons heen, maar horen doen ze ons allang niet meer.

Heks spurt door bosjes in een poging er eentje te pakken te krijgen. Ras trekt ook alle trucs uit de kast, maar tevergeefs. ‘Wat bezielde me om ze los te laten? De laatste keer dat ik dat deed hebben we meer dan 3 uur zitten wachten tot ze terug kwamen…..’

Uiteindelijk grijpt Heks Lotje in haar kraag. Zij is de eerste die opgeeft. Lucas rent nog als een gek in de rondte. Hij vertikt het om terug te komen. We gaan een tijdje in de auto zitten. We zijn intussen ook al een paar uur verder.

De wandelaars zijn verdwenen, het begint een beetje te schemeren. Binnenkort verschijnen er andere frequente bezoekers van dit afgelegen oord. Zij laten geen drollen achter maar andere excrementen, veelal in gebruikte condooms. We zijn zonet nog bijna over een exemplaar uitgegleden……

‘Ik heb er zo genoeg van, ik laat dat beest gewoon hier, hij zoekt het maar uit!’ Haar eigen woorden tegensprekend duikt mijn vriendin met al haar handicaps nog een keertje vrolijk de bosjes in. Ze heeft geluk deze keer. Lukas is in de buurt. Hij zit met zijn kop zo diep in één of ander konijnenhol, dat ze zich bovenop hem kan werpen. Hebbes.

Ik heb hem, Heks, ik lig bovenop hem!!!!!!!!!!!‘ Snel ren ik met een riem naar de plek, waar ik haar geschreeuw vandaan hoor komen. Eindelijk hebben we hem te pakken. Ysbrandt bekijkt alle toeren met verwondering. Het is al zo lang geleden, dat hij dit soort fratsen uithaalde. En zo bont heeft hij het echt nooit gemaakt……

Op weg naar huis komen de Brakjes bij me slijmen. Lukas legt zijn lieve hondenkop op mijn schoot en kijkt me schuldbewust aan en ook Lotje geeft me knuffel na knuffel. Als Ras me afzet op de Mare loopt daar net mijn vriendin Doglady met haar roedeltje. Zo loop ik met alweer een volgende roedel het laatste stuk naar huis.

’s Avonds krijg ik een berichtje van Ras. ‘Ben nu pas een beetje bijgekomen. Wat een gedoe was dat, zeg! Onderweg naar huis werd Lotje door mijn heen en weer schuivende scootmobieltje geplet en probeerde zich vervolgens onder mijn benen te verstoppen…… Heb de hele weg moeten krijsen: nee! weg! af! blijf dáár!….. maar ze probeerde het iedere keer weer. Thuisgekomen heeft Lukas nog een uur of twee als een dolle door de kamer gerend en op zijn kop in de bench gestaan om de adrenaline kwijt te raken.
Volgende keer beter, help me er asjeblieft aan herinneren dat ik ze noooooooit meer loslaat…. 🙂 ;-/ ‘