Soms is het maar goed, dat je iemand niet herkent. Krijgt ie nog een kans, die vrouw of vent. Had ik bijvoorbeeld herkent en verweten; Had ik het geweten, dat het hem was; Niet vergeten….. Dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad. Over mijn favoriete onderwerp: Gods prachtige schepping. Ons heilige mamaatje…….. Moedertje Natuur!

Vorige week fiets ik ’s avonds op m’n gemakje de stad uit. Het is een beetje fris, maar nog steeds prima weer. Ik ga naar het Joppe met VikThor. Kan hij lekker zwemmen in de Zijl.  Sinds enige weken fiets ik een iets andere route. Ik kreeg steeds een lekke band op dezelfde plek. En laat dat nu net een plek zijn, waar je eigenlijk niet mag fietsen…..

We worden geacht om te rijden via een viaduct en daar heb ik dan nooit zin in. ‘Misschien is er wel een gekke buurtbewoner, die er minuscule spijkertjes strooit. Je hebt hele rare mensen en ik heb wel gekkere dingen meegemaakt……’ En inderdaad: Geen lekke band meer gehad sinds ik elders de weg oversteek. Nog steeds niet via dat viaduct natuurlijk……

Bij het hondenstrand staat een man met hond. Hij gooit dummies in het water en zijn Duitse staande draadhaar haalt ze weer op. Keer op keer. ‘Ah, je bent bij de Action geweest,’ grapt Heks, terwijl ze exact dezelfde dummie tevoorschijn tovert uit haar fietstas. Alleen is mijn exemplaar rood.

Ik ben em onderweg nog bijna kwijtgespeeld aan een eigenwijze Cocker Spaniël. Het beest pikt em af van VikThor en is niet van plan het ding nog terug te geven. Als zijn bazin er uiteindelijk dan maar achteraan gaat slaat hij snel de weg in naar huis. Hij werpt tot slot nog een narrige blik over zijn schouder. ‘Hoepel op. Dat ding is van mij. Eerlijk gestolen…’

 

‘Witte dummies zijn beter,’ begroet de man me, ‘Die kunnen honden goed zien in het water…’ Hopla. Direct de les gelezen. De man weet veel van jachttraining. We raken aan de praat.

Ondanks het stroeve begin krijgen we een alleraardigst gesprek. Heks luistert voornamelijk natuurlijk. Je zou het niet zeggen, als je me hier tekeer hoort gaan over van alles en nog wat, maar ik breng mijn dagen voornamelijk luisterend door. In stilte. Luisterend naar de stilte ook.

Er volgen allemaal verhalen over de locale natuur. Zoals over het weiland waar we op dat moment in staan en wat daar allemaal in broedt en woont. De dijk langs dat weiland. ‘Die heb ik zelf helemaal aangelegd in negentienhonderdzoveel. En nu wil Gemeente Leiden em weghalen. Te gek voor woorden. Het is een slapende dijk, geen overbodige luxe…..’

‘Als de dijk langs het Joppe het begeeft, of de Zijldijk, dan houdt deze dijk de hele Merenwijk droog!’ Hij vertelt vervolgens over een prachtig stuk oud land vol weidevogels aan de andere kant van de Zijl, dat onlangs helemaal is afgegraven.

‘De zo gewonnen kwalitatief geweldige grond is gebruikt om een smerige vuilnisbelt af te dekken. Zonde toch van die prachtige grond! En ook nog twee natuurgebieden naar de kloten. Want die belt zat ook helemaal vol braamstruiken met Hermelijnen en egeltjes. Ongelofelijk toch?’

Ja, weer zo’n beslissing door een idioot vanachter een bureau. ‘Op de golfbaan had ik een prachtige wal aangelegd , die vol zat met allerlei beestjes. Zelfs een Hermelijn. Het duurt jaren voordat je dat voor elkaar heb. Zo heb ik ook een paddenpoel aangelegd…..’ Heks spitst haar oren. Misschien iets voor mijn paddenpoelenbad?

‘Heeft zo’n ingehuurde uit de klei getrokken grondwerker ongevraagd de hele boel afgegraven met zijn machines. Moet ie eigenlijk eerst onderzoek doen of dat wel mag. Alle dieren dood.’

‘Je kunt er een enorme boete voor krijgen, ook nog. Ik was woest. Maar ja, hij is er niet bijgelapt. Te veel belangen op het spel. Bovendien is de gemiddelde beslissing van de overheid veel desastreuzer…… Kijk maar naar die vuilnisbelt.’

Gedurende het gesprek heb ik de man tegenover me herkent. Het mannetje beter gezegd, want hij is bepaald niet groot van gestalte. Het is de gekke molenaar! Ik heb al jaren een bloedhekel aan die kerel na een onverkwikkelijke ruzie twaalf jaar geleden. Hij dreigde toen mijn hond dood te schieten en maakte me werkelijk uit voor alles wat mooi en lelijk was. Op uiterst seksistische wijze.

Dus woorden als hoer, kankerwijf, vuile slet en ik schiet je overhoop en dergelijke kwamen er uit zijn grote malende mond. ‘Zeker een klap van zijn eigen molen gekregen,’ dacht ik toen nog.

Een poging dingen uit te praten liep vervolgens zo hoog op, dat ik de politie op zijn dak heb gestuurd. Ook heb ik geklaagd bij zijn werkgever wegens bedreiging. Jeetje. Is dit dezelfde vent?

In tussenliggende jaren ben ik nog maar één keer iemand tegen gekomen, die hem aardig vond. Hij kan zo bijzonder vertellen, hij weet zoveel…’ aldus die vrouw. De rest van de hier rondwandelde goegemeente heeft allemaal de pest aan hem. Of een slechte ervaring met hem. Of een hopeloze aanvaring…..

De maffe molenaar laat me intussen vreemde eendensoorten op zijn telefoon zien. ‘Kijk hoe mooi, die zitten hier ook. Goddank niet alleen maar Nijlganzen. Die schiet ik met enige regelmaat af. Ze verstoren de hele vogelstand in Nederland, sinds ze zijn ontsnapt uit Dierenpark Wassenaar. Ze vreten alles op en verdrijven de weidevogels.’

‘De dode dieren raak je aan de straatstenen niet kwijt, maar je kunt ze wel eten hoor. Ik schiet ook hazen. In mijn polder lopen er 850 en ik schiet er elk jaar 150. Zo houd ik een mooie stand.’

‘Daar vliegt zo’n Krakeend. Mooi beestje toch? Ze zijn niet zo groot en heel wendbaar. Je haalt ze er zo uit in de lucht….’ hij wijst omhoog naar een inderdaad heel beweeglijk beestje. Links en rechts begint hij nu vogels aan te wijzen. Wat is er veel te zien hier! Met zo’n man zou je eigenlijk een dag op stap moeten gaan.

Maar ja, voor je het weet scheldt hij zijn publiek wellicht uit. En Publikumsbeschimpfung is toch echt wel achterhaald nu. Terwijl ik zo naar de man sta te luisteren, me verbazend over de wereld van verschil tussen deze natuurlijke versie van de molenaar en de gekke versie, begint mijn gesprekspartner over zijn handeltje in wild.

‘Als je een haas wilt kopen of een lekker stuk reerug, dan kom je maar langs,’ enthousiasmeert hij me. Heks is sinds de perikelen met Hawk niet meer zo happig om bij Jan en Alleman langs te gaan. En al helemaal niet bij een waanzinnige molenaar. Toch zeg ik vaag toe te zijner tijd eens een haasje te komen verschalken.

‘Wie weet wat hij allemaal wil verschalken,’ grap ik tegen de Don, als ik hem later over mijn avonturen vertel. Die moet enorm lachen. ‘Ik heb nog wel een haasje voor je, hihihi,’ giert hij, ‘Kostelijk Heks. Hij vond je vast leuk.’ ‘Ik zag er niet uit, ik liep echt in mijn kloffie, dat sprak hem vast aan,’ Heks moet ook lachen. De woeste molenaar lijkt me geen man voor opgepoetste tante Betjes.

‘Jij ziet er altijd geweldig uit, Heks, zelfs in een jutezak. Je bent een prachtige vrouw, schat. Altijd al geweest. En ook nog lief! Dat maakt je zo geweldig,’ komt mijn oude vriend complimenteus uit de hoek.

Wonderlijk hoe mensen geheel anders kunnen zijn in een andere context. Had ik die molenaar herkent, dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad met deze natuurman. De man van weinig woorden als het niet over natuur gaat. De man van vieze woorden als je er woorden mee krijgt. De man met een ongezouten mening over het hopeloze natuurbeheer in Nederland.

‘Willen ze die zeer nuttige en noodzakelijke dijk dus afgraven, omdat er mensen overheen lopen en die kijken dan naar binnen bij bewoners van de huizen er pal achter en dat vinden die bewoners dan vervelend‘ besluit de molenaar. ‘En die bewoners hebben blijkbaar iets in de melk te brokkelen…,’ denkt Heks er direct achteraan.

Het zijn namelijk dure huizen, het rijtje tegen de dijk. En geld is macht. Wie weet woont er wel een wethouder in. Dat zou ook heel goed kunnen.

‘In plaats dat ze nu die hopeloze impopulaire populieren omhakken. Daar is even sprake van geweest. Dat zou geweldig zijn, want ik heb last van die dingen als mijn molen draait. De wind komt er heel raar overheen vallen en daardoor knallen de wieken alle kanten op. Echt gevaarlijk zelfs….’

Zou op die manier zijn molen zijn afgebrand? Want dat is gebeurd. In het verleden. Ooit. Dolgedraaid en afgefikt. Door die verdraaide populieren? Ja, dat is inderdaad van de gekke. Hak maar om dat lawaaihout…….

 

Verliefd op de verkeerde man, waar begin je an? Dat zouden we ons eens wat vaker moeten afvragen dunkt me. Heks is er redelijk van genezen in elk geval. Tegenwoordig kijk ik eindeloos de narcist uit de boom: En word gewoon helemaal niet meer verliefd! Wat een saaie boel. Het wordt tijd voor een narcistloos tijdperk.

‘Hoe is het nu in de liefde, Heks? Is het nog iets geworden met 1 van je aanbidders?’ Steenvrouw zit ondeugend te lachen. Ze is ook wel een beetje nieuwsgierig. En er is absoluut sprake van een grote gun-factor. Heks moet ook lachen. Al is het maar om haar guitige snoetje. ‘Nee schat. Ik ben nog immer vrij gezellig.’

Het afgelopen jaar heeft me op liefdesgebied nog eens extra getrakteerd op een paar rasnarcisten. Aan beide kanten van het spectrum. Zo heb ik een keertje koffie gedronken met zo’n flamboyante fantast. Licht kwijlend zat hij Heks te observeren. Intussen sloeg hij de gekste dingen uit. Zoals hoe ongelukkig hij de vrouw had gemaakt, die ooit zoveel van hem hield, dat ze hem kinderen schonk.

‘Ja, ze wilde te graag huisje, boompje, beestje,’ verkondigt hij dit feit alsof het iets onbetamelijks betreft, ‘En ik had veel geld. Eh…. Heb…’ verbetert hij zichzelf snel.

Een idiote poging om op die manier zowel zijn minachting uit te spreken naar zijn ex, omdat ze op zijn centen uit zou zijn geweest, alsmede Heks een dikke bankrekening voor haar geestesoog te toveren. Om me binnen te vissen vermoed ik. Ja, duh.

Nou ja. Na twee cappuccino’s houd ik het voor gezien. Het woord narcisme is dan al gevallen. ‘Dat zeggen mensen altijd over mij!’ roept hij enthousiast, alsof het een compliment betreft. Heks weet genoeg.

Op de valreep begint hij over zijn vriendin. Vanuit het niets tovert hij het arme kind op tafel. Een piepjonge verpleegster. Nu hij het versierspelletje niet kan winnen moet hij me nog eventjes om de oren slaan. Narcist eigen. Helaas voor hem interesseert het me geen biet.

‘Fijn voor je, dat er iemand zo gek is om je te verzorgen. Voor jou waarschijnlijk  het hoogst haalbare op relatiegebied,’ roep ik over mijn schouder, terwijl ik me uit de voeten maak.

Mijn ex Staartje schrijft me vervolgens een waarschuwingsmailtje. ‘Kijk uit met die vent, waar je het laatst over had. Hij heeft achter een vriendin van me aangezeten. Ze kreeg er de grootst mogelijke ellende mee. Zijn bijnaam is de Neuker van Naaldwijk. Hij stroopt de Hollandse stranden af op zoek naar vrouwelijk schoon. Zo is zij ook aan hem gekomen: Toen ze halfnaakt lag te zonnen! Dus dan weet je het wel.’

Ja, Heks weet het nu wel. Zou je zo zeggen.

Helaas kun je deze persoonlijkheidsstoornis niet aan iemands neus zien. De flamboyante types vis je er nog wel uit. Met hun groteske gelieg en openlijke bedrog. Juist de thin skinned narcisten willen nog wel eens op verlegen aardige kerels lijken. Veel moeilijker te doorgronden. Vooral niet als je er stekeblind voor bent, zoals ik.

Tot mijn grote spijt heb ik een absolute aantrekkingskracht op dit volkje. Heks is een te lekker hapje om klein te krijgen. Een beetje narcist ziet mij als de ultieme uitdaging. Ik kan de keren niet tellen, dat zo’n type vanuit het blinde niets boven op me sprong.

En dan ben ik tot overmaat van ramp ook nog eens altijd erg lief geweest voor de dunne huidtypes met hun eeuwige moeite met vrouwen en hun impotentie-problematiek. Soms zie ik nog hun zielige zuigende gezichtjes voorbij komen in een akelige droom. Als ik zwaar getafeld heb.

‘Ja schat,’ mijmer ik tegen Steenvrouw, terwijl we heerlijk zitten te dineren aan mijn keukentafel, ‘Zo’n dunne-huid-narcist slaat haken in je buik. Daarna gaat hij daaraan zitten trekken. Heel stiekempjes…..’

‘Maar als je te dichtbij komt duwt hij je weer weg. Of hij levert je een streek. Gaat vreemd bijvoorbeeld…… Of hij draait zelf weg. Hoe dan ook. Het schiet niet op. Niet zolang ik niet enorm mijn best doe. Want narcisten laten altijd jou al het werk doen in een relatie, zelf werken ze uitsluitend tegen. En dat doe ik dus niet meer. Gelukkig maar!’

Mijn vriendin kijkt me verbaasd aan. Haken in buik? ‘Ja, energetische haken. Met daaraan lange lijnen. Een heel naar gevoel, als iemand dat bij je doet: Je krijgt er buikpijn van!’

‘Die flamboyante narcist pakte me in. Energetisch. Ik voelde hoe hij zijn flauwekulverhalen als een deken om me heen sloeg. Strik eromheen! Voetstuk eronder: En zo ben je voor je het weet helemaal door iemand ingeduffeld! Daarom luisteren de dames niet meer naar wat hij nu eigenlijk zegt. Ze horen slechts wat ze willen horen…..’

Voor we het in de gaten hebben zitten we over energie te praten. Over het licht dat we allemaal in ons dragen. ‘Drunvalo Melchizedek zei nog eens tijdens een seminar dat alles licht is. Werkelijk alles. Maar als het zich van ons af beweegt nemen we het waar als donker……..’

‘Ja schat, wij zijn zelf een heelal. Vanbinnen. Ik ben wel eens met mijn bewustzijn mijn lijf in gevallen en wat ik zag was wonderbaarlijk. We lijken sprekend op het grote universum om ons heen. En ook in ons lijf zit voornamelijk veel ruimte….’

‘Misschien zijn narcisten de zwarte gaten van ons universum. Hihi. Ze willen hun licht niet delen. Zo snel als ze kunnen bewegen ze van alles en iedereen af….. Ze zuigen je naar zichzelf toe en eten je op. Je kunt dus echt maar beter bij hen uit de buurt blijven!’

Zo zitten we als toetje smakelijk te lachen om serieuze zaken. Ach, de liefde. Heks moet blijkbaar eerst nog langs een paar narcisten. Pas als ik alle mogelijke narcistische modellen het hoofd heb geboden, zonder in de zwarte gaten waar gewoonlijk ogen zitten te storten, is er ruimte voor licht. Naar elkaar toe te bewegen. Te verbinden.

Verliefd op de foute man.

Is hij meer geïnteresseerd in zichzelf dan in jou? 1 Hij geeft niets om jouw gevoelens, gedachtes of ideeën. 2 Alles draait altijd om hem. 3 Hij leeft naar zijn eigen regels. 4 Hij heeft niet zo veel zin in jouw issues. 5 Wanneer jullie ruzie hebben is het altijd jouw schuld. 6 Wanneer hij boos is is het jouw schuld.