Leergierige Panter klem in Museum Boerhaave. Heeft hij het weer overleefd? Wat is er eigenlijk gebeurd? De hoeveelste queeste is dit nu alweer? En hoeveel levens heeft hij nog over?

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Vrijdagmorgen loop ik museum Boerhaave in. Ik ben het al dagen van plan, maar telkens was de deur dicht of had ik net geen tijd. Vandaag ben ik echter op een missie. Al twee weken is de panter in geen velden of wegen te bekennen. Zijn grote zwarte katerlijf maakt zich niet meer onverwacht los uit de schaduw. Geen gezellige nachtelijke wandelingen met VikThor. Al die tijd is hij ook niet komen eten…… Waar zit die mafkees?

Zoals altijd als mijn panter in de problemen geraakt ben ik binnen een halve dag op de hoogte. Allerlei innerlijke alarmbellen gaan af. Ik weet gewoon dat er iets loos is. Dit terwijl mijn monster met enige regelmaat een paar dagen niet thuis komt. Zeker in het voorjaar wil hij nogal eens op stap gaan. Ik maak me daar nooit te sappel over.

Nu is er echter iets niet in orde. Ik voel het aan mijn hekseneksteroog.

En ja hoor. Twee weken later en nog steeds geen spoor van mijn geliefde kat. Potjandrie. Waar zit dat beest? Hij kan wel overal zijn. Sinds ik hem een keer in Hoorn heb opgehaald kijk ik nergens meer van op. Toch loop ik midden in de nacht door de buurt zijn naam te roepen. Geen reactie……

Steeds als ik aan hem denk zie ik riool voor me. Onder de grond. Buizen. Shit. Hij zal toch niet ergens in verstrikt zijn geraakt? Is hij opgesloten in een leeg pakhuis en probeert hij soms via het riool ontsnappen? Mijn kattenvriendin aan gene zijde helpt me zoeken. Hij zit inderdaad in de problemen.

‘Je moet nog even geduld hebben, Heks, het komt goed, er wordt aan gewerkt, maar nu zit hij inderdaad nog vast..’ hoor ik in mijn geestesoor, ‘Zoeken heeft nu geen zin, je vindt hem niet….. lispel lispel lispel….’ de rest versta ik niet.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Donderdagavond brand ik een kaarsje. Voor Schilder natuurlijk. Maar ook voor mijn avontuurlijke kat. De boerenridder Ferguut. ‘Kom naar huis,’ fluister ik tegen zijn ziel,’ breng hem thuis,’ verordonneer ik de hulptroepen in andere dimensies.

Zo loop ik vrijdag dus het museum in. Ze zijn al ruim anderhalf jaar bezig met een enorme verbouwing. De collectie is zo lang opgeslagen. Het hele gebouw staat op zijn kop. Plafonds en vloeren liggen open. Een tricky omgeving voor een ondernemende kat.

De binnentuin is bomvol mannetjes met allerhande gereedschap. Er wordt verwoed gezaagd en gehamerd. Het duurt dan ook even voordat ze mij in de gaten hebben.

‘Hebben jullie mijn kat gezien, een grote zwarte panter?’ Niemand heeft iets gezien. ‘Nee joh, die zit hier niet,’ beantwoord ik met ‘Ik heb hem hier vorig jaar ook al eens weggehaald.’

‘Ja, jij hebt toen een ruitje ingeslagen,’ grinnikt een grote kerel goedmoedig. Ik verschiet van kleur en kijk zo onschuldig mogelijk. De man laat zich niet bedotten. ‘Geeft niks hoor, je had gelijk. Het is hier echt levensgevaarlijk voor dat beest.’

In eerste instantie kom ik niet veel verder in mijn zoektocht, maar opeens roept een piepjonge timmerman dat hij die ochtend de afdruk van kleine kattenpootjes heeft gezien in het anatomische theater. ‘Ze zien er vers uit, ik heb ze ook niet eerder gezien,’ beweert het joch hardnekkig tegen zijn ongelovige collega’s.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

In overleg met de uitvoerder wordt er een opzichter opgetrommeld. Het blijkt een ongelofelijke grapjas te zijn. Plagend probeert hij me direct in de maling te nemen. Dan komt hij terzake. ‘Kom om half 2 hierheen, dan lopen we het gebouw samen door. Je moet dan wel speciale schoenen aan hoor. En neem wat kattenbrokjes mee!’

‘Ik heb een afspraakje zometeen met een mannetje in het museum,’ roep ik tegen mijn hulp als ze binnenkomt. ‘Wat leuk. Heks, vertel,’ antwoordt ze in de veronderstelling dat het om een date gaat. Ik help haar snel uit de droom.

‘Hij is wel grappig hoor, maar geen relatiemateriaal, hahaha. Bovendien is hij ongetwijfeld getrouwd! We gaan mijn kat zoeken, niet mijn poesje….’ grap ik er lustig op los. Ik voel me verwachtingsvol sinds de melding van de kattenpootjes. Mijn zwerver zit vast en zeker vast in het museum!

Mijn date staat me al ongeduldig op te wachten. ‘Zo, ik dacht dat je me zou laten zitten….’ roept hij opgelucht als ik een paar minuten over half twee voor zijn neus sta. Zijn collega’s reageren met een reeks kwinkslagen. ‘Ze zijn gewoon stikjaloers…,’ verklaart hij dit gedrag.  Snel maken we ons uit de voeten.

‘Miauw, miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door gegiechel. Overal zitten mannetjes te klussen. Het verhaal dat er een toverheks naar haar zwarte kat komt zoeken heeft duidelijk de ronde gedaan tijdens de lunch.

‘Het is zo’n groot zwart bakbeest toch?’ mijn gids is een geweldige kletskous, ‘Nou, dan heb ik misschien niet zulk leuk nieuws voor je, ik heb hem met enige regelmaat uit die vuilcontainer zien kruipen. En die wordt elke week opgehaald om te worden geleegd……’

Een klamme hand sluit zich om mijn hart. Oh jee. Die container wordt tegenwoordig elke avond helemaal dicht geseald met een gigantisch stuk zeil. Dit om te voorkomen dat er de hele nacht mensen dingen in staan te gooien. Of uit proberen te halen.

Er heeft zich de eerste maanden van het bestaan van deze container een levendige ruilhandel ontwikkeld in de wijk. Heks heeft er een paar mooie spiegels en een kroonluchter aan overgehouden…… Geweldig natuurlijk!

Maar ja, de buren waren niet blij met dit verschijnsel. Het maakt lawaai. Vooral als het s’nachts gebeurt. En als er dronken droppies bij betrokken zijn……

‘Eerst maar eens naar die kattenpootjes in het anatomisch theater kijken,’ onderbreekt mijn nieuwe vriend opgewekt mijn sombere gedachten. Ik zie mezelf al voor mijn geestesoog op een verlaten vuilstort zoeken naar mijn zwarte ridder…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We spoeden ons door het zo goed als lege gebouw naar de opgebroken zaal. En ja hoor, er staan een heleboel verse afdrukken in het stof van de rudimenten van het theater. Een golf van opluchting slaat door me heen. Aan het enorme formaat te zien gaat het inderdaad om mijn ventje. Mijn schat leeft op grote voet!

Ik schud met de brokjes en roep zijn naam. ‘Miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door een welgemeend ‘Hihihi, hehehe, hahaha….’ ‘Hou op, mannen, jullie humor doet me pijn….’ protesteert Heks.

‘Oh jee, kijk hier eens,’ mijn begeleider stopt zijn hoofd in een openstaand luik onder het theater. Er staan kattenpootjes omheen, maar mijn panter is nergens te bekennen. ‘Ik hoop niet dat hij door dat gat de kruipruimte naar de riolering in is gegaan, want het staat vol met water sinds die buien van de afgelopen week…..’ sombert hij. De klamme hand komt terug…….

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We lopen het hele gebouw door op zoek naar nog meer sporen van mijn panter, maar we vinden slechts een paar hele oude stoffige afdrukjes ergens boven in het gebouw. Waar zit dat beest? Is hij echt verdwenen? Heks rammelt en roept, maar van mijn schat geen spoor.

Plotseling worden we gebeld. Drie keer achter elkaar. ‘Ik zag net iets zwarts voorbijflitsen op de benedenverdieping,’  en ‘Is ie zwart? Er rent een zwarte kat de deur uit hier…!’ en  ‘Zwarte kat gesignaleerd in de binnentuin.’ Heks raakt eufoor. Uit welke deur is hij gerend? De voordeur soms? Er zijn zoveel deuren. Waar is hij nu? Welk bericht is het meest recent?

Na enig onderzoek blijkt er een zwart monster in de binnentuin te zitten. We rennen naar buiten. ‘Ferguut,’ roep ik. Maar niks. Ik loop de hele tuin door. Er staat een grote boom. ‘Miauw,’ hoor ik. Geen bouwvakker te bekennen, dus dat moet mijn kat zijn! Maar waar zit hij?

Er wordt gezaagd en geboord, getimmerd en geschreeuwd aan de andere kant van de tuin. Maar af en toe hoor ik gemiauw. ‘Ik zag hem onder dat vlonder verdwijnen,’ helpt een krullenjongen me uit de brand. Mijn bakbeest blijkt zich midden in een zeventiger jaren spuuglelijke waterpartij te hebben verschanst.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Met moeite en veel snoepjes weet ik hem er uit te lokken. Snel grijp ik hem in zijn kippennek. Ha. Kip ik heb je!

In de dagen erna wordt mijn monster doodziek. Niet direct. Eerst wil hij maar wat graag eten. Misschien geef ik hem iets teveel. Gewend als ik ben dat hij altijd wel wat van zijn gading vindt buiten. Een vette muis of vogeltje….. Deze keer is hij echter flink vermagerd. Pas na een dag dringt het tot me door dat hij hoogstwaarschijnlijk twee weken niks te vreten heeft gehad!

Ik reconstrueer dat hij ongetwijfeld vrij snel na zijn eenzame opsluiting tijdens Hemelvaart in het riool is beland. Het luik ging dicht en meneer kon geen kant meer op. De afgelopen week hebben ze het luik weer opengezet na al die regen. Twee weken vies water, ratten en te snel veel eten deden de rest: Panter doodziek!

Ik doorwaak twee nachten. De tweede nacht gaat het mis. Ik zie hem per uur achteruit gaan. De hele nacht ben ik in de weer om mijn beestje te ondersteunen. En de troep weer op te ruimen……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Dan komt de omslag: Zondagmorgen valt hij in een genezende slaap. Heks ook. Later die dag wil panter weer eten. Het liefst wil hij ook weer de hort op, maar dat kan hij voorlopig vergeten. Eerst aansterken, gekke roofridder.

Zondagavond halen Joy en Boy mijn hondje op. Heks kan intussen geen pap meer zeggen, maar VikThor moet toch nog eventjes flink aan de wandel. ‘Hij is inderdaad een beetje magertjes, Heks,’ mijn vriendin heeft de panter opgetild. Vol liefde geeft hij haar kopjes. Het is toch zo’n schatje!

Mijn vrienden knuffelen alle katten uitgebreid, nadat ze  mijn hondje flink hebben laten rennen. Daarna heffen we het glas op de behouden thuiskomst van mijn zwerver: Hij heeft nog zeker vier van zijn negen levens over. Daar moet hij het voorlopig mee kunnen redden……… Dus eind goed, al goed.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

 

Ex Animo zingt Matthäus met bevindelijke en vitale momenten, aldus de lovende recensie van Lidy van der Spek. Heks heeft een heerlijke bevindelijke dag en avond met dit prachtige meesterwerk van Johann Sebastian Bach. Ik ben fit genoeg: Het kan en mag! Elke dag wat mij betreft……

Doorkijkje door de enorme kerk

Matthäus Passion, woensdag 23 maart 2016, Pieterskerk te Leiden. Koor: Christelijke Oratorium Vereniging Ex Animo. Dirigent: Wim de Ru. Solisten: Tetsje van der Kooi, Ingeborg Bröcheler, Pascal Pittie, Laurens-Alexander Wyns, Joep Bröcheler , David Greco. Begeleiding: Holland Orkest Combinatie, m.m.v. Jeugdkoor BplusC, Thijs Kramer, orgel-continuo en Takeshi Sudo, Viola da gamba.

Het orkest zit klaar, het koor staat opgesteld, de generale kan beginnen

Woensdagmorgen schrijf ik een blogje in bed. Ik spaar mijn krachten, want ik moet de hele dag aan de bak met de Matthäus Passion. Eerst generale en dan uitvoering. Het blog gaat over de aanslagen, want daar is mijn bewustzijn van vergeven.

Om twaalf uur race ik naar de mondhygiëniste. Een ongelukkig geplande afspraak. Nou ja, ik zing vanavond in elk geval met een stralend gebit! ‘Er is een stukje van mijn kies afgebroken,’ vertel ik haar. Ze kijkt in mijn mond. ‘Oh nee, iet ies ein kroon gebroken!’ Mijn mondverzorgster is Oost Europees. Ze roept de tandarts erbij. Die maakt snel een foto en een vervolgafspraak.

’s Avonds hebben we natuurlijk allemaal mooie zwarte jurken en pakken aan…….

Dure grap hoor, zo’n gebroken kroontje. Deze prinses op de erwt is er in elk geval niet blij mee. Als een haas ga ik ervandoor. Ik ben door dit gedoe hartstikke laat voor de generale repetitie. Lunchen sla ik dan ook maar over.

Als ik in de kerk kom staat iedereen al klaar. Heks heeft een plekje buiten het koor. Krijg nou wat! Samen met mijn maatje zijn we aan de andere kant van het gangpad geposeerd, aan de rand van de te kleine tribune, waarop het koor zit. ‘We zitten op de strafbank,’ fluister ik in haar oor. Ze kijkt me berustend aan, maar baalt als een stekker.

kroonluchtertje

Door onze ongelukkige positie hoor ik de alten niet goed, behalve een paar alten achter me, waarvan er eentje enorm zit te broddelen hier en daar. Wel knallen via een pilaar de tenoren in mijn oor. Echt lekker zingen is er dus niet bij die middag. Maar ja, ik vind het al weer heel wat dat ik hier sta. En dat ik bij stem ben. Om dat te bewerkstelligen heb ik een hele week absolute rust gehouden: Het heeft gewerkt!

Na de generale repetitie scheur ik naar huis. Ik moet nog van alles, maar ik ben doodop. God, wat heb ik toch weinig energie. Hopeloos. Mijn lichaam vertoont slakkengedrag. Traag worstel ik me onder de douche door. En ik moet nog een hele avond knallen. Ik zorg dat ik op tijd terug ben in de kerk. Maar oh jee, extra pijnstillers innemen vergeten. En er is geen koffie voor ons vooraf!

Mijn maatje balend op de strafbank

Een koorvriendinnetje van me diept paracetamol op in haar van alle gemakken voorziene handtas. Ook trakteert ze me op een kopje koffie aan de bar. Zodoende trek ik net genoeg bij om er vol tegenaan te gaan. Onze inzingsessie doet de rest. Giebelig staan we even later aan weerszijden van de kerk opgesteld om in ganzenpas naar voren te marcheren.

Ik neem plaats op mijn strafstoel. De kerk zit stampvol. Er zijn nog maar een paar lege plekken. ‘Zo druk heb ik het nog nooit meegemaakt,’ sist mijn zangmaatje. Zij zingt al zeker voor de dertigste keer mee, dus dat zegt wel iets.

Even later komen de solisten en dirigent binnen. Het geroezemoes verstomt. Onze vice voorzitter neemt het woord. We gaan een minuut stilte houden voor de slachtoffers van de aanslagen bij onze zuiderburen.

bevriende sopranen

Even schrik ik, want ik heb soms moeite met het zich toe eigenen van allerlei leed door Jan en alleman. Tegelijkertijd gaat onze uitvoering van vanavond natuurlijk juist over onschuldige slachtoffers en foute politiek. Het wordt muisstil. De minuut duurt eindeloos. Heks kijkt vanuit haar hoge positie door doodstille kathedrale kerk. De kroonluchters verspreiden hun gouden licht kwistig door de enorme ruimte. Rond de eeuwenoude pilaren branden waxinelichtjes.

Dan is het zover. Onze dirigent, Wim de Ru,  zwaait zijn baton door de lucht. Het orkest begint zijn slepende eindeloos modulerende melodielijn. De spanning bouwt op. We halen diep adem en beginnen. ‘Kommt, Kommt,  Kohohohommt, ihr Töchter, helft mir klahahahahahahahahahahahagen,’ zingt Heks op volle sterkte vanuit haar strafbank. Mijn hart zwelt op in mijn borstkas. Heerlijk! We knallen het eerste deel eruit.

Vrolijke noten in de pauze!

‘Seht! Wohin? Auf unsre Schuld,’ klinkt het om me heen. Boven alles uit zingt het jeugdkoor ‘O Lamm Gottes, unschuldig,’ met hun ijle zuivere hoge stemmen. Dat ontroert me altijd zo. Dat prachtige jongenskoor dwars door alles heen.

De kop is eraf. Het verhaal neemt een aanvang. We zingen en zingen alsof ons leven ervan afhangt. Soms zacht en ingetogen, vooral bij de koralen, dan weer voluit. De gekke spreekkoren…. ‘Herr, bin ich’s?’ zingen we om beurten en tegen elkaar in. Ik hoor een Herr teveel realiseer ik me. Bin ich’s? ‘Nee, ik was het ,’geeft de alt achter me later toe.

‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ de tenor heeft een schitterende stem. ‘So schlafen unsre Sünden ein,’ antwoorden we. ‘Wat is dat toch prachtig dit gedeelte,’ geniet ik al zingende. Dan volgt al snel een favoriet van Heks.

Kwek kwek kwek. Het koor heeft een grote sociale funcie…..

Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?
Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle,
zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschelle
mit plötzlicher Wut
den falschen Verräter, das mördrische Blut.

Oh, wat zingt dat toch lekker weg. Waanzinnig!

Niet veel later is het pauze. Steenvrouw is komen luisteren, maar ook Trui en haar prachtige dochter Vlinder zijn van de partij. Wat een enorme verrassing dat deze jongedame de hele Matthäus komt uitzitten speciaal voor mij! ‘Het is supergoed!’ zeggen mijn vriendinnen.

Engel is er ook, ik zie haar recht voor me op de derde rij zitten. Wat een geweldige plek! Na afloop kunnen we elkaar niet vinden. ‘Wat me zo opviel bij de Matthäus, was dat het trager/wat slepender ging, en met zóveel gevoel….niet alleen bij de solisten of t orkest, maar vooral t koor. Zo zacht en teer er gezongen werd. Was prachtig, voelde me door de muziek omarmd!’ schrijft ze me ’s nachts.

Bas/Bariton David Greco en dirigent Wim de Ru tijdens de generale repetitie

En een paar dagen later ‘Ik zag gisteren een stukje Matthäus op TV…..een beroemd koor en beroemde solisten enzo….het werd afgeraffeld, uptempo, zonder enig gevoel en compassie. Veel en veel liever jullie intonatie….. zó persoonlijk en gevoelig gebracht, alsof jullie het voor mij speciaal zongen. Als t koor begon te zingen, was het ook net alsof een golf van zachte wattenklanken over het publiek uitgerold werd.’

Geweldige recensie toch?

Nog een bevriende alt

De rest van de avond vliegt voorbij. We sterven van verdriet bij het hart van dit beroemde muziekstuk, het ‘Erbarme dich’. En daarna is het een afglijdende beweging naar het graf. Tegen die tijd crepeer ik van de pijn. Al dat opstaan en zitten. Het staan. De lange dag. De virussen die in mijn lijf rondwaren. Ik ben ook aan een wederopstanding toe zo langzamerhand…..

Mijn andere zangmaatje heeft er zin in!

Toch kan de Matthäus me nooit lang genoeg duren. Als we de laatste noten zingen baal ik dat het afgelopen is. Bij onze uitvoering wordt geklapt. Niet direct. Eerst is het zeker een minuut doodstil. Niet voor Brussel dit keer, alhoewel…. Indirect wel. Dan barst er een oorverdovend applaus los, we krijgen een staande ovatie! Het publiek wordt gek. Er komen bloemen voor de solisten en onze onvolprezen dirigent. Iedereen zweeft een paar meter boven de grond van geluk na het volbrengen van deze wereldberoemde lijdensweg…….

Een kwartier later zijn de meesten op weg naar buiten. Muziek ingepakt, vlinderstrikje aan de wilgen, leesbril opgeborgen, jas aan, tot ziens, was fijn, zit er weer op…. Heks drinkt nog een glaasje wijn met Trui en Vlinder in de leegstromende kerk. Daarna tref ik Frogs in mijn huis. Hij heeft voor Varkentje gezorgd. We nemen nog meer wijn en ik vertel over mijn belevenissen.

Ja, we gaan weer beginnen

Lang nadat hij naar huis is stuiter ik nog in de rondte. Ik luister nog naar een stuk of twintig uitvoeringen van ‘Ich will bei meinem Jesu wachen,’ sommigen zo mooi dat de tranen over mijn wangen rollen. Maar bij een licht nichterige balletuitvoering geïnspireerd op de muziek krijg ik de slappe lach. Alhoewel het einde daarvan wel weer prachtig is: Tijdens de laatste tonen van het stuk valt de danser in slaap……

De dagen er op zie ik nog twee fantastische documentaires over onze geliefde Matthäus Passion. Prachtig, allebei. In één ervan,  2Doc: Erbarme Dich’, zit ook veel dans en beweging. Het is een zeer interactieve uitvoering. De muzikanten, het koor, iedereen acteert mee: Fantastisch, heel dramatisch. Zo zou ik em ook wel eens willen zingen. De muziek leent zich er bij uitstek voor!

Nog wat laatste markeringen aanbrengen……

De andere, ‘2Doc: Mijn Matthäus’,  gaat over hoe dit meesterwerk het leven van mensen beïnvloedt. Ook heel mooi en indringend. En herkenbaar voor ons verslaafde amateurzangers…….Een aanrader voor alle Matthäus fanaten……

Tot slot de recensie in het Leidsch Dagblad:

We kregen een geweldige recensie in Leidsch Dagblad! 

Voor degenen die niet weten wat ze met het woordje bevindelijk aanmoeten, kijk eens hier: Wat bedoelt men nou eigenlijk echt met “bevindelijke prediking”? Een antwoord vanuit de reformatorische hoek……

Onze inzingruimte, tevens omkleedruimte

Goedesmorgens allemaal. Heks heeft er zin in vandaag. Eerst met Varken de bossen bij Endegeest in. Herinneringen aan mijn tijd in dit gesticht. Lekker wandelen over de markt, beetje flirten…… En de dag is nog niet eens om! Vanavond naar het theater!

images-371

Goedesmorgens gekke Ysbrandt, goedesmorgens maffe Panter, goedesmorgens rare Boskat, kom eens lekker hier Rooie Miep, Snuiterd, Bolster, Lapje en Pippi. Ik knuffel mijn katten en dol met mijn hond. Heks is in een goed humeur. Ik stap zomaar met mijn goede been uit bed! Goed onthouden wel been dat is, ik vergis me nogal eens tegenwoordig.

Als ik de woonkamer in loop spettert zonlicht door de gordijnen. Ik trek ze open: Wauw! Wat een prachtig weer! Door mijn gisteren gelapte ramen is het goed naar buiten kijken. Toch open ik de balkondeur en snuif de frisse voorjaarslucht op. Heerlijk!

Eerst maar eens een koppie koffie, pijnstillers en een broodje met Tahin. Ik check mijn statistieken. Door het plafond, alweer. Voor de zoveelste keer. Wat gek, zo vroeg op zaterdagmorgen. Iedereen ligt dan toch nog op 1 oor? In Amerika niet. En daar hebben ze verwoed zitten lezen vannacht….

Opeens is het leven niet meer zo’n opgave. Er lijkt iets verschoven te zijn vanbinnen. Tevreden stap ik onder de douche.

Even later ben ik op weg naar fysiotherapie. Mijn martelmeesteres is een weekje op vakantie geweest. Met haar zus. Naar New York. ‘Hoe was het in The Big Apple?’ Brede lach ‘Geweldig Heks! Het vloog natuurlijk voorbij. We zijn lekker naar musea geweest en vooral heel veel naar mooie muziek gaan luisteren.’

Haar zuster is jazzsaxofoniste en heeft jarenlang in New York gewoond en gewerkt. En gestudeerd natuurlijk. En opgetreden….. Wat moet het geweldig zijn om met zo’n gids op stap te gaan in de stad die nooit slaapt!

‘Gelukkig is het niet zover, in verband met het tijdsverschil. Had je last van een jetlag?’ Mijn kwelgeest schatert het uit, ‘Welnee, ik ben direct doorgegaan naar de carnaval. In Tilburg! Ik heb net zo lang gefeest totdat ik zo moe was, dat ik in één klap over die jetlag heen was.’ Oh, oh. Wat een energie! Intussen heeft ze ook nog eens al haar tentamens gehaald! Knap hoor.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Met Varkentje duik ik vervolgens de bossen rond Kasteel Endegeest in. Hier kun je heerlijk wandelen. Gek eigenlijk, die naam in combinatie met het gekkengesticht, dat hier is gevestigd. Het einde van je geest….. Het zal oorspronkelijk wel iets hebben betekent als het einde van Oegstgeest. Of het einde van de geestgronden…… Het is een prachtig landgoed. Opeens zijn we eventjes helemaal weg uit de stad.

Als kind ben ik hier ambulant behandeld bij kinderpsychiatrie. Om af te kicken van de valium. Ik bleek er niets te zoeken te hebben, met mijn koppetje was niets mis. Alleen had iemand het nodig gevonden om me valium en dergelijke voor te schrijven. Eén of andere neuroloog. Na een reeks hersenschuddingen en een kleine hersenbloeding. Littekenweefsel in mijn hersenen zou de ondraaglijke hoofdpijn veroorzaken waar ik aan leed, vandaar.

Rijksmonumentnummer 515002: IJskelder kasteel Endegeest

Ja, een jong kind jarenlang op de valium, dat kan natuurlijk niet goed gaan. Ik viel dan ook wel eens zomaar uit de ringen op gymnastiek. Of van mijn fiets: Hopla,  weer een hersenschudding!

Uiteindelijk heb ik wel iets gehad aan mijn behandeling  bij dit instituut. Niet direct. Eerst moest ik nog langs een idioot van een psychiater. ‘Masturbeer je wel eens?’ vroeg hij nieuwsgierig. Ik was piepjong en rete-naïef. Waar had die man het over? Hij liet me ontspanningsoefeningen doen op zo’n slaapbank. Ik voelde me doodongelukkig bij die kerel.

Hierna kwam ik in handen van een betweterige drilsergeant van een vrouw. Het was een kolossaal wijf en ik was een beetje bang van haar. Haar goedbedoelde opmerkingen dat ik toch een mooi en lief en slim meisje was kwamen niet over, want ze wekte bij mij sterk de indruk, dat ze zichzelf dik en lelijk vond. Ze walste over me heen!

Maar tot slot kwam er een hele tere zachte vrouw. Een geurende bloem. Zij wist mijn vertrouwen te winnen en heeft me destijds overeind geholpen en genoeg hulpmiddelen  meegegeven om te kunnen overleven in mijn leven. Ik was niet eens zelf het probleem heb ik uiteindelijk ontdekt. Zo’n twintig jaar later pas!

Vandaag lijkt mijn leven nieuw en fris. Rare herinneringen ploppen op en verdwijnen weer. Ik loop door een tuin met bloeiende krentenbomen. Hele hoge. Prachtig. Iets verder is de aarde ouderwets omgespit met een schop. Ik zie het aan de vierkantige brokken grond. Het ruikt heerlijk naar onze Grote Moeder.

Vanmiddag loop ik over de gezellige Leidse markt. Een knappe kerel loopt met me te flirten. Er hangt een beetje kwijl aan zijn kin……Toe maar! Ik doe boodschappen voor vanavond: Heks gaat lekker koken voor iemand en daarna naar het theater! Ik kom duidelijk weer enigszins tot leven!

Gisterenavond at ik bij Frogs. Na het geven van het wekelijkse gifbad aan Ys inclusief een paar enorme wandelingen met het Varken heeft hij ook nog voor me gekookt. Wat een schat!

Later die avond zet hij vuilniszakken voor me buiten. Terwijl ik ze dicht sta te knopen, trekt hij zijn jas aan. Plotseling hoor ik een nummer van Polo Montañés in mijn hoofd. ‘Oh, Frogs, ik heb zin om even lekker salsa te dansen….’ roep ik enthousiast. Perplex kijkt mijn vriend me aan. ‘Dat liep ik net te denken,’ zegt hij verbluft.

De jas gaat uit en de vuilniszakken moeten wachten. Even later zwieren we door de kamer. Frogs heeft een pittig hoedje opgezet. Trots zie ik hem voor de enorme spiegel heen en weer draaien. Ik moet erom lachen. ‘Loop je jezelf te bewonderen?’ plaag ik hem. Mijn kikkervriend grijnst me toe. ‘Natuurlijk, Heks. We zien er geweldig uit!’