Geniepige knijpertjes met pijnlijke grijpertjes en mopperige kloppertjes teisteren Heks. Het blijft iets geks. En nog steeds geen seks. Dat is dan weer jammer.

Vrijdagmiddag na de val van mijn fiets moet ik nog van alles doen. Ik ben dan wel weer in bed gekropen, maar niet voor lang. Ik heb zekere verplichtingen. Zo is er de afspraak met de psychologe. Die kan ik onmogelijk afzeggen. Dat kan alleen 24 uur van tevoren. Anders komt de afspraak geheel voor eigen rekening.

Zodoende sleep ik me er toch maar heen. Verslagen beantwoord ik allerlei vragen. We zijn nog bezig met de intake en misschien moet ik toch weer op zoek naar een andere praktijk. Eentje met een contract met mijn zorgverzekeraar.

‘Heks, ik heb een klein uur aan de telefoon gezeten met Nationale Nederlanden. Misschien val je onder een andere regeling, omdat je zo’n peperdure verzekering hebt,’ Rozenhart belt me ’s middags op, ze heeft haar tanden in de zaak gezet…. ‘Daar zit een restitutieclausule in. Als de praktijk aan de volgende vijf voorwaarden voldoet krijg je de behandelingen toch vergoed….’

Er volgt een waslijst eisen. Braaf schrijf ik ze op. ‘Ik ga het navragen. Anders blijf ik tot het eind van het jaar bij deze club en wissel in januari naar een ander. Zodra het weer kan binnen al die hopeloze regeltjes van de zorgeverzekering. Ik ga onder geen beding nu ophouden met therapie. Dan kost het me maar geld. Ik ben net zo blij, dat ik ergens binnen ben en dat het klikt met de psychologe….’

Gelukkig kan Heks het betalen. Ook al geef ik het natuurlijk liever uit aan iets leuks. Een luxe vakantie bijvoorbeeld.

Na de sessie ga ik even langs de kringloop. Ik heb een nieuwe ballenbak nodig voor VikThor. En ook een paar glazen vazen voor mijn orchideeën. Vraag me niet wat me bezielt om met een lamgeslagen bont en blauw lijf met spullen te gaan lopen slepen. Feit is dat ik het doe.

Blijkbaar doen de diverse pijnstillers hun werk. Ik fiets ook nog een rondje om de Singel met VikThor. Ga bij de apotheek langs voor pijnmedicatie. ‘Mevrouw, we hebben geen recept ontvangen,’ beweert de apothekersassistente. Alles gaat nu eenmaal mis vandaag.

Intussen begin ik weer erg veel pijn te krijgen. Ik moet die pillen hebben voor het weekend. ‘Maar ik slik dit al jaren dagelijks. Gisteren is er een recept naar jullie gefaxt. Ik ben er echt helemaal doorheen….’ Ik zal die krengen meekrijgen.

‘Nee, ik heb het overlegd, We mogen dat niet meegeven zonder recept,’ herhaalt de apothekersassistente zichzelf. Heks ontploft inwendig. Kleine zwarte wolkjes woede stomen uit mijn oren. Ze drijven een wig tussen mij en de assistente.

Dan zie ik de apotheker achterin de ruimte rond stommelen. ‘Mevrouw, mag ik iets vragen, ik ben van mijn fiets gevallen en helemaal bont en blauw. En nu heb ik die pijnstillers echt nodig, maar ze zijn helemaal op. Ik slik die dingen al jaren. Dat kunnen jullie zo zien in mijn status. Maar er is iets misgegaan met het faxen van het recept…..’

Ik praat als Brugman en krijg 3 pillen mee naar huis. Bij wijze van extreme uitzondering. Hoera.

Maandag maar weer achteraan bellen. Ziek zijn heb je een dagtaak aan. Het is in elk geval niet voor watjes.

Thuisgekomen zak ik neer in mijn stoel. Ik ben ellendig koud en misselijk. En bont en blauw. Langzaam stijf ik op als een kwarktaart. Na een klein uur kom ik nauwelijks nog overeind. Ik hompel door het huis. Kruip dan maar zonder eten in bed. Eet midden in de nacht toch nog wat van de rijsttafel, die ik eerder deze week heb gehaald.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Strompel met grote moeite de trap af voor een laatste uitlaatronde. Loop honderd meter door de steeg en ga dan maar weer terug…… Het is echt geen doen.

Hoe moet dat nu morgen?

De volgende ochtend komt Steenvrouw op de koffie. Ze neemt mijn Smurfje ruim een uur mee naar een park en naar de markt. ’s Avonds fiets ik dan maar weer zelf naar een stuk groen hier in de buurt.

Zondag haalt Vlinder mijn ventje op voor een uitgebreide wandeling. Ook nu fiets ik ’s avonds nog een rondje Singel. En ook vandaag komt Vlinder mijn kereltje uitlaten. Door de stromende regen komt ze helemaal uit Zoeterwoude om me te helpen!

Heks heeft er intussen nog een vage griep bij gekregen. In mijn buik knijpen allemaal kleine groene monstertjes met gemene knijpvingertjes venijnig in het gevoelige zenuwrijke weefsel van mijn dunne en dikke darm. In mijn kop kloppen andere rotzakjes met minuscule hamertjes tegen de binnenkant van mijn kaalgeslagen schedel. Mijn herseninhoud lijkt finaal verdwenen…..

Ik slaapwaak de dagen door. En opeens is het alweer maandag. De knijpertjes knijpen nog steeds geniepig in mijn ingewanden. De kloppertjes kloppen trager en vager, maar onmiskenbaar op de achtergrond tegen mijn baalkop.

De man van de scootermobiel komt langs met een stapel papieren. Oh, wat lijkt hij toch op de kattenfluisteraar van TLC! Ik teken twee exemplaren van het plan om Heks aan de mobiel te krijgen. Of beter gezegd op de mobiel. De scootmobiel.

‘Het zal nog we eventjes duren voordat het helemaal rond is, vrees ik,’ somber ik tegen de man. Ik hik er vreselijk tegenaan. ‘Misschien is dat maar goed ook. U heeft die tijd gewoon nodig om aan het idee te wennen, antwoordt de kattenfluisteraar met zijn geruststellende stem.

Hij aait alle katten en spreekt ze vriendelijk toe. Dan trekt de katten-superman zijn flitsende regencape weer aan en spoedt zich naar het stadhuis.

‘Ik heb zometeen een overleg en ga direct werk maken van uw scootermobiel,’ roept hij over zijn schouder, ‘Want het moet niet te lang meer duren. U valt niet zomaar steeds van uw fiets…..’

 

 

Van de wal in de sloot. Heks maakt een klapper, maar houdt zich groot. Halfzijdig bont en blauw incasseer ik nog een domper. De dag begon zo vrolijk en nu ben ik weer somber. Heksje huilt, Heksje lacht. Dat laatste echter niet vandaag.

Opgewekt smeer ik een make upje op mijn grijnzende smoelwerk. Ik heb zowaar een nachtje 7 uur achter elkaar geslapen. Een unicum! Buiten stampende koppijn heb ik er een geweldig goed humeur aan over gehouden. Zo goed, dat ik me echt leuk aankleed en een kwast over mijn bleke toet trek. Zo.

Koffie er in. Pijnstillertjes er in. Beesjes eten geven. En nu prikken halen bij de huisarts. Opgewekt klim ik op mijn fiets. Mijn hondje braaf dravend naast me haast ik me naar de doktsterspost.

Onderweg vind ik een regenjas. Hij ligt gewoon op straat te dweilen. Het is precies zo’n jas, die ik al een tijdje ambieer. Flinterdun maar wel waterdicht. Alleen de legergroene kleur vind ik nogal saai. ‘Ik had liever een knalgeel exemplaar gevonden,’ kijk ik dit gegeven paard in de bek.

De doktersassistente jast vakkundig drie prikken in mijn lijf. Eentje in mijn schouder, eentje in mijn bovenbeen en de laatste in mijn bil. Bij elke prik spring ik eventjes tegen het plafond. Mijn zenuwstelsel staat al weken op tilt. Vandaar.

Intussen kletsen we opgewekt over het voordeel van een goeie legging boven zo’n kutpanty. ‘Dit zwarte exemplaar is ongeëvenaard sterk. Het lijkt wel een broek!’ prijs ik de mijne aan, niet wetende, dat deze ijzersterke legging binnen een kwartier zwaar op de proef zal worden gesteld.

Bij de balie regelen we nog de nodige recepten. LDN bijvoorbeeld. Moet ik zelf betalen. Kost me zo weer 120 euro. En de citrusinjecties. Moet ik zelf betalen. Kost me zo weer 75 euro. En de medicinale cannabis. Moet ik zelf betalen. Kost me ook weer honderden euro’s.

Krijg ik eigenlijk nog wel eens wat vergoed? Nou, af en toe. Ibuprofen bijvoorbeeld.

Dan nu snel naar huis. Onderweg even het hondje uitlaten. Ik lijn mijn dier aan en stap op mijn fietsje. Net als ik lekker op stoom ben kom ik een oude vriendin tegen met haar hond. Die loopt los. Even goed opletten, dat hij niet voor mijn fiets langs naar mijn hondje toe rent. Ik kijk en groet en val op mijn snoet. Met een grote klap lig ik op mijn linkerzij.

Wat gebeurde daar nu?

De gevonden jas viel op de grond en mijn wiel gleed weg over die gladde nattigheid…… ‘Het kwam door je jas,’ roept een hevig geschrokken vriendin. Ze voelt zich een beetje schuldig merk ik, want de jas ontglipte me net toen ze me vrolijk groette.  Een ongeluk zit altijd in een klein hoekje.

Heks is helemaal gek van de pijn. Mijn hele linkerkant schreeuwt het uit. Een diep gebrul stapelt zich op in mijn borst. Maar ik moet ook echt naar huis nu, want ik heb een afspraak.

‘Laat me maar.’ wimpel ik de geboden hulp af, terwijl ik mezelf bij elkaar hark. Ik wil niet gaan brullen nu. Of keihard huilen. Houterig hijs ik mijn pijnlijf weer op die klotefiets. Ik gooi mijn hondje onderweg nog een park in. Terwijl hij drolletjes draait brul ik het uit. Een ellendig geluid worstelt zich omhoog vanuit deze venijnige binnenbrand. Tranen druppen mijn make up richting kin. Die moeite had ik me dus ook kunnen besparen.

Ik verman me en fiets het laatste stuk naar huis. Vraag me niet hoe. Het regent pijpenstelen intussen, dus mijn tranen vallen niemand op. Thuisgekomen neem ik de schade op. Blauwe linkerelleboog, paarse linkerheup en een zwarte linkerknie met schaafplek. Bovenkant linkervoet is ook flink geraakt alsmede gek genoeg mijn rechteronderarm…. De superieure legging is nog heel.

Ik druppel jodium op de wond en knip een grote pleister op maat. Dan gaat de bel. Rozenhart komt me helpen met van alles en nog wat.

Geschrokken geeft ze me een glas water. Het duurt zeker een kwartier voor ik weer aanspreekbaar ben. Wat een verdriet om zoiets stoms als van mijn fiets vallen. Het is alweer de zoveelste keer dit jaar. ‘Ik wil dat toch wel melden bij die man, die met die scootmobiel bezig is. Want het is echt niet normaal om zo vaak van je fiets te vallen….’ zegt Rozenhart.

We ontdekken, dat we belangrijke post over de aanvraag van de scootermobiel, zoals de man van de gemeente dit voertuig consequent noemt, hebben gemist. Hij heeft zeker een maand geleden al een uitgebreide brief hierover gestuurd. Die is ons compleet ontgaan. Ik vond al dat het zo idioot lang duurde allemaal.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dan gaan we aan de slag met vragenlijsten van de psycholoog. Daar staat iets alarmerends in. Namelijk dat ik in een ongecontracteerd traject ben beland. Hoe kan dat nu? ‘Je hebt toch alleen de gecontracteerde praktijken voor me uitgezocht?’ vraag ik aan Rozenhart. Ik heb haar namelijk op het hart gedrukt, dat ik uitsluitend met deze praktijken in zee wil gaan. Ik betaal al genoeg zelf.

‘Maar sommige niet gecontracteerde praktijken worden toch vergoed,’ riep ze toen als antwoord. ‘Ja, dat zeggen ze misschien, maar ik weet uit jarenlange ervaring, dat dit toch problemen kan opleveren. Dus ik wil alleen met gecontracteerde hulpverleners in zee. Ik wil niet voor rare verrassingen komen te staan…..’

En wat blijkt? Rozenhart heeft een ongecontracteerde club opgeduikeld. ‘Maar ze hebben alleen geen contract met Menzis en CZ,’ probeert ze me gerust te stellen. Heks is er niet gerust op. Ik google Nationale Nederlanden en CZ en vind direct een alarmerend bericht. CZ is een soort overkoepelende zorg-inkoopclub van diverse verzekeraars. Waaronder Nationale Nederlanden. Mijn behandeling word dus niet vergoed.

Rozenhart gaat bellen met de psychologen-praktijk. Die bevestigen dat ik een deel zelf zal moeten betalen. Slechts 10%. Een behoorlijk bedrag als je in aanmerking neemt, dat ik voor een langdurig traject ben aangemeld en ik minstens 1 keer per week een sessie zal krijgen en dat misschien jarenlang…..

Mijn hart vult zich met wanhoop. Na een jaar zoeken en overal weggestuurd worden ben ik nu eindelijk binnen bij de verkeerde club. Doordat iemand weer eens een keertje niet naar me heeft geluisterd. Want ik heb luid en duidelijk gezegd, dat ik niet wilde, dat er ook maar gekeken zou worden naar ongecontracteerde praktijken. Ik had nota bene een waslijst met alle door mijn verzekering gecontracteerde hulpverleners opgezocht.

‘Ik zoek het verder voor je uit,’ zei Rozenhart toen. En zie hoe dat heeft uitgepakt. Heks zit weer met de gebakken peren. Ik kan weer wekelijks gaan lopen dokken.

Wat mankeert mensen toch, dat ze niet naar me luisteren?

‘Sorry Heks,’ zegt Rozenhart. Ze voelt zich vreselijk over deze ontwikkeling. Dat is duidelijk te zien. Heks is er eventjes klaar mee. Straks heb ik een afspraak met de psychologe. Wat moet ik daar nu allemaal mee aan? Gewoon maar weer diep in de buidel tasten en dit ook maar weer gedeeltelijk zelf betalen? Mijn hoofd is helemaal murw van al dit gedoe.

Bont en blauw doe ik Rozenhart uitgeleide. Dan kruip ik in bed. Mijn hulp is intussen gearriveerd en ik kan even niet tegen het geluid van de stofzuiger. Ik wil het liefst mijn kop er af zagen. Ik ben al opgestaan vanmorgen met barstende koppijn. En nu ben ik ook nog bont en blauw. En helemaal door elkaar geschud door die klapper. Wiebelig en huilerig……. Mijn goede humeur is verdwenen als sneeuw voor de zon.

Waarom? Kan er nu nooit eens iets gewoon goed gaan?

 

 

Moord in Het Leidse Hout. Van sommige verhalen krijg je het ijskoud. Heks staat bibberend te beven. Zo ben je vol leven, zo ben je vergeven. Maar misschien is het verhaal niet waar. Naar weliswaar. En vooral ook raar.

Het Leidse Hout is toch zo mooi momenteel! Bosanemoontjes, wilde hyacinten en daslook staan volop te bloeien. Struiken ontluiken met fris groen blad. Bomen beginnen ook op stoom te komen. Heks fietst genietend door het park. VikThor rent slagen door het struikgewas.

Plotseling zie ik een oude bekende lopen. Boxer Marley, 1 van de hondjes, die mijn oude vriend Hawk altijd uit liet. Goedmoedig komt hij me begroeten. Zijn baasje sjokt er een kleine twintig meter achter aan. Ze herkent me niet, maar ik haar wel. Het is de oude buurvrouw van Hawk.

We maken een praatje en natuurlijk komt onze onlangs overleden vriend ter sprake. ‘Ze hebben hem vermoord,’ de buurvrouw kijkt me getergd aan,’Niemand wil me geloven, zelfs mijn eigen vriend niet. En dan, een man van 97, dat kan uiteindelijk ook niemand wat schelen….’

Perplex kijk ik de vrouw aan. Van de eigenaars van de Dalmatiër, die Hawk uit liet, had ik begrepen, dat er sprake was geweest van euthanasie. ‘Ha, euthanasie, ja,’ mijn gesprekspartner heeft een zwaar buitenlands accent. Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Er is geen arts aan te pas gekomen, aan die euthanasie.’

Een onthutsend verhaal volgt over de laatste maanden van het leven van mijn vurige aanbidder. Opgesloten in zijn eigen huis, kreeg alleen een pyjama aan, de beste vriendin van wijlen zijn vrouw zat of kwam bij de man. Zij en de dochter van Hawk hielden hem in zijn nachtkledij binnenshuis gevangen met de deur op slot. Een nieuw slot welteverstaan, zodat niemand er meer in kon behalve zij tweetjes…….

‘Iek moest met hem praten via het WC raampje. Zo gaven we de krant aan elkaar door. Soms belden we elkaar, als de dochter en de vriendin er niet waren. Als ze er waren, kreeg ik hem niet aan de lijn. De avond voor zijn overlijden heb ik hem uitgebreid via de telefoon gesproken. Hij klonk prima, wilde weer de tennisbaan op, had weer allemaal plannetjes…….’

‘En de volgende morgen was hij opeens vredig ingeslapen…. Nee, vermoord. Iek weet het zeker. Niemand gelooft me….. Hij zat nog vol leven en opeens: Dood. En een week opgebaard in een kelder onder de kerk zonder dat iemand het wist. En toen zonder mensen erbij in de grond gestopt. Niet eens een grafrede heeft hij gehad….. Wij mochten niet komen.’

En dat terwijl hij zoveel vrienden had! Over de hele wereld! En dat terwijl hij voor zoveel mensen iets betekende. Hij zocht tot een paar maanden voor zijn dood zieke mensen op in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Maar ook het hele Leidse Hout kende Hawk.

Geschokt staat Heks te luisteren. Wat een verhaal. Wat een verschrikkelijk verhaal.

‘Hij was rijk hoor, die Hawk. Hij liep altijd in zijn ouwe tenniskloffie en hij woonde heel eenvoudig, maar vorig jaar heeft hij nog een pand verkocht op de Herengracht! Zijn dochter wilde natuurlijk dat geld. Ze was zo boos op hem, die vriendin van zijn vrouw ook. Omdat hij altijd vriendinnen had……’

Ja, Heks had al begrepen dat huwelijkse trouw nu niet bepaald Hawk’s sterkste kant was tijdens zijn ellenlange huwelijk. Maar om iemand daar nu om te vermoorden!

‘Bij mij heeft hij nooit iets geprobeerd, hoor,’ verklaart ze ongevraagd, ‘Maar vorig jaar had hij weer een vriendin en toen is hij in juni door zijn rug gegaan. Iek denk door die vriendin…..’ Ze kijkt me ondeugend aan, ‘En dat heeft hem de das om gedaan.’

‘Zij was een vrouw met een wagentje en een zwart hondje,’ vervolgt ze haar verhaal. Ik zie een vrouw voor me in een scootmobiel of rolstoel met een labrador hulphond. Ik ken zo’n vrouw!

Jeetje, die was was er snel bij met die nieuwe vriendin, denk ik bij mezelf. In mei trok Heks de stekker uit onze vriendschap na het zoveelste grensoverschrijdende seksueel getinte verzoek zijnerzijds…..

‘Ze kwam met die hond in dat wagentje achter haar fiets uit de binnenstad naar hem toe. Ze zaten altijd samen op die grote bank daar……’ Plotseling herken ik mezelf in de beschrijving. ‘Maar dat ben ik,’ roep ik dan ook uit. De vrouw kijkt me met stomheid geslagen aan. ‘We hadden geen relatie, hoor, maar hij wilde maar al te graag…..’

‘Ze hebben hem vermoord voor geld. Niemand wil me geloven.’ verzucht ze tenslotte, ‘Hij was mijn vriend, iek mies hem. Ik droom over hem, dan komt hij door de achterdeur naar binnen en is heel boos! Miesschien komt hij me halen, zo van kom ook hierheen, want iek ben ziek met kanker….’

‘Ik geloof u,’ zeg ik tegen haar, ‘En 1 ding weet ik zeker, hij is echt niet boos op u!’ Wie weet wat ze zouden aantreffen als de man zou worden opgegraven….. Mensen worden om minder om zeep geholpen. Maar geld is traditioneel een enorme motivatie om het mes erin te zetten bij je dierbaren.

Ik kan ervan meepraten. Ik heb hier chronisch mee te maken. Tonnen komen er voorbij op mijn spaarrekening. Teneinde weer te verdwijnen naar de rekening van een grote hark met hebberige handjes. Een afgedwongen lening zonder onderpand, waar anderen uit mijn naam voor tekenen…….Huh? Ja, echt waar. Het gebeurt. Het gebeurt mij.

Geld maakt niet gelukkig, geld maakt slecht.

‘Weet je wat ik me nu later bedacht?’ ik heb de Don aan de telefoon. We hebben het over deze vreemde ontmoeting. ‘Misschien is die dochter wel helemaal op tilt gegaan, toen Hawk zo verliefd op me werd. Misschien dacht ze dat hij zijn hele vermogen aan mij zou nalaten of iets dergelijks. Misschien had Hawk nog gewoon geleefd als ik niet in zijn leven was gekomen……’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Heks. Die vrouw is zich ongetwijfeld rot geschrokken van de escapades van haar hoogbejaarde vader. Maar het is niet jouw schuld, hoor, dat hij nu dood is…..’

Het duurt een paar dagen, voordat ik de geschiedenis enigszins van me af kan schudden. Maar ik hou er een naar gevoel aan over. Wat kunnen mensen toch vreselijk zijn voor elkaar. De wraak van de dochter. Uit naam van haar moeder, die al te vaak de horens kreeg opgezet……

Of niet? Beeldt buurvrouw het zich allemaal slechts in?

 

 

Lente hangt in de lucht! Ergens! Maar waar? VikThor ruikt em al. Verwoed snuffelend gaat hij op zoek. Heks loopt door haar geliefde duinen. Dit magische landschap vol godjes en elfjes. In elke duinpan borrelt een nieuw wonder!

Deze boom kan je de mooiste verhalen vertellen……

Oh wat is het koud en guur. Heks loopt dagelijks in de natuur te tureluren, vergezeld door haar viervoetige vriend. Of vergezel ik hem? Momenteel is het inderdaad zo, dat ik voor mijn monster naar buiten ga. Zelf blijf ik liever binnen. Waar het warm is en droog. Buiten het bereik van de gesel van hagelbuien en woeste windvlagen. Ja, maart roert haar staart.

VikThor denkt hier allemaal inderdaad heel anders over. Hij maalt niet om een beetje kou en nattigheid. Uitgelaten rent hij naast de fiets, zodra we dan eindelijk eens op stap zijn. Binnen vijf minuten is zijn buik zo zwart als een tor. Het kan hem niet schelen. Enthousiast springt hij in de eerste beste sloot op onze route: ‘Even lekker zwemmen. Oh, wat heb ik het warm!’

Ysbrandt in zijn gloriejaren!

Heks met haar pijnlijf kan steeds slechter tegen kou. Ik hou zielsveel van de winter, maar mijn fysiek denkt er anders over tegenwoordig. Toch dwing ik mezelf om de deur uit te gaan. Veel kleren aan. Een schop onder mijn kont.  Het moet, het moet.

Eenmaal buiten valt het vaak mee. Behalve deze week. Als ik de deur uit stap voel ik de eerste druppels alweer om mijn oren slaan. Zodra ik in een parkje arriveer begint het geheid te plenzen van de regen.

Vrijdagmiddag is het dan eindelijk eens eventjes droog. ‘Wat zullen we eens gaan doen?’ klets ik tegen mijn hondje, ‘Zullen we eens eventjes naar Ysbrandts meertje gaan?’

Samenwerking tussen diverse dimensies is bepaald geen uitzondering in heksenland.

Het is de laatste dag dat we de duinen in mogen met een loslopende hond. Ik check het nog eventjes voor de zekerheid online. ‘Tussen Wassenaar en Katwijk ligt hondenlosloopgebied Berkheide. Tussen 15 augustus en 15 maart mogen honden bijna overal loslopen, mits ze onder appel staan en op de paden blijven.’ staat er. Mooi zo. Het mag nog deze dag.

Heks moet hartelijk lachen om de tekst. Mits ze op de paden blijven. Hihi. Nog nooit een loslopende hond gezien, die zich daaraan hield. De meesten staan ook nog eens niet of nauwelijks onder appel. Want stronteigenwijze genen. Of straathond geweest. Of een slappehap baas. Niet zelden zijn mensen aangenaam verrast door mijn gehoorzaam geboren hondje. Zoiets hebben ze nog nooit gezien!

Als ik de stad uit rijd klaart het lekker op. Aan de horizon ontstaat een strook blauwe lucht, maar het asfalt glimt nog van recente regen. Ik parkeer op de Cantinaweg, pal tegen het duin. Ik ben de enige, maar terwijl ik mijn spulletjes pak stopt er nog een auto. Een Spaanse windhond met baas gaan ook nog eventjes de duinen onveilig maken.

Narrig kijkt de baas me aan. Ik moet het vooral niet in mijn hoofd halen om haar te groeten. Of erger nog: Een praatje aan te knopen! ‘Ik bijt je kop er af!’ seinen haar boze ogen. Ze komt ongetwijfeld uitwaaien en haar gedachten op een rijtje zetten. Misschien heeft ze wel een verontrustende brief gekregen, waar ze mee zit te worstelen. Wie zal het zeggen? Ik laat het arme mens met rust. Uiteraard.

‘Je moet je hond aanlijnen,’ een opgewekte man komt net het duin uit met een roedeltje keurig aangelijnde monsters, ‘Kijk, ze hebben dat bord gisteren neergezet.’ Hij wijst op een splinternieuw bordje, waarop inderdaad staat dat je vanaf vandaag het duin niet meer in mag. Meuh.

Net leren kennen, echt een schat!

‘Online mag het nog wel. Ik heb het net nog nagekeken. Ik heb wel eens eerder met dit bijltje gehakt. Op de oude bordjes stond het weer net even anders. Nou ja. Ik ga lekker een rondje om en als ik een bon krijg laat ik het voorkomen….’ bluf ik opgewekt tegen de man. Er is geen sterveling te bekennen op de route, die ik loop. Laat staan een boswachter.

Bij Ysbrandts meertje strijken we eventjes neer. VikThor zwemt achter een balletje en Heks zit op Ys’ boom. Een grote omgevallen berk. Horizontaal groeit de reus al jaren vrolijk verder. Op die manier is er een natuurlijke bank gevormd. ‘Het water staat erg hoog. En er is heel veel struikgewas verwijderd,’ inventariseer ik de stand van zaken rondom dit magische vennetje.

Komende zondag gaan we werken met landgoden en landenergie bij de Sjamanistische Jaaropleiding. De magische krachten verbonden met dit soort bijzondere plekken. Heks heeft er zoveel zin in.

Oude vriend in het Leidse Hout

Maar je hoeft echt niet speciaal naar afgelegen meertjes om dit soort energieën te ervaren. Bij mij in de straat woont een pleingodje. Elke avond zie ik hem zitten in zijn boom. Op een grote dwarstak. Vroeger zat hij op een andere tak, met beter zicht, maar die is door de gemeente gesnoeid in verband met het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Kwaad dat ‘ie was!

Als ik een kat kwijt ben prik ik een brief op zijn boom. ‘Wil je een beetje rondkijken voor me? Het is dat zwarte mormel weer.’ Ook rondom de Bengaal doe ik een beroep op hem. Ik groet hem altijd, behalve als ik half slapend de hond uitlaat. Midden in de nacht. Dan vergeet ik het wel eens…….

Hij vindt het leuk om op mijn nek te springen, maar dat wil ik niet. Dus zorg ik altijd een hoedje op te hebben. Dat scheelt enorm!

Onzin? Grote fantasie? Geen idee. Ik weet het niet. Ik weet alleen, dat het voor mij zo is.

Ik heb vrienden onder de bomen. Ik voer soms een gesprek met een bloem. Ik herinner me een boeiende conversatie met een Amaryllis. Vanuit een kerstuk sprak ze me plotsklaps toe. Geen lullig gesprek ook nog. Nee, pittige materie! Aanschouwelijk onderwijs zou je het kunnen noemen: De bloem legde haar eigen structuur als het ware uit! Heilige Geometrie is niet voor watjes.

Orbs verlaten het pand!

Andere dimensies zijn dichterbij dan je denkt. In je en om je heen.

Heks is altijd verbaasd over de sprookjes, waar de godganse mensheid moeiteloos in gelooft. Dat geld gelukkig maakt bijvoorbeeld. En dat je vrienden hebt als je wint.

Mijn magische plekje in de duinen is vandaag geheel aan zichzelf teruggegeven. Geen wandelaars buiten Heks en Vik. Met een zucht neem ik afscheid. Voorlopig komen we hier niet terug. Pas half augustus mogen de honden weer los…..

We lopen een grote ronde via de Friese Wei met op de achtergrond de Soefitempel. Ook al zo’n heerlijke plek. VikThor gaat helemaal uit zijn dak. Overal konijnenkeutels, vossensporen en een incidentele vleug ree. Met enorme slagen verkent hij het terrein. Snuffelt zich een slag in de rondte. Dronken van de eerste lentegeuren.

Op de terugweg komen we een vrouw tegen in een scootmobiel. Drie hondjes keurig aan de lijn naast haar. Chagrijnig snauwt ze me toe, dat de hond moeten worden aangelijnd. Opnieuw antwoord ik, dat het volgens mijn pas vanaf morgen geldt.

Dat bevalt haar helemaal niks, dat ik dat beweer. Nijdig laat ze me weten, dat ik het dan maar zelf moet weten! Met stoom uit haar oren tornt ze verder tegen de wind op. Wat een hoop kwaaie mensen op mijn pad vandaag!

Ik gooi een balletje voor Vik het laatste stuk. Sinds de cortisonenprik behoort dit weer tot de mogelijkheden. In feite is mijn blafbeest nu aangelijnd. Hij zit aan me vast middels de bal!

Mijn vriend Uil!

Wat houd ik toch van de duinen. Vooral op dagen als vandaag. Wanneer het miezerige weer de meeste mensen weg houdt. Al die schakeringen in vergrijsde winterkleuren. De stilte…….

Op weg naar huis raak ik overmoedig. Ik besluit mijn auto te wassen. Ook iets, waarvoor je je armen nodig hebt. Ik rijd alweer geruime tijd in een absolute toddebak. Niet veel later ben ik mijn kanariepet grondig aan het uitmesten.

Misschien heb ik het te gek gemaakt. Eenmaal thuis ben ik te moe om te eten. Ik bel een uurtje met de Don en val vervolgens in slaap. Pas om half 1 ’s nachts ben ik voldoende bijgetrokken om dat laatste programmaonderdeel af te werken.

En dan is het alweer tijd voor de allerlaatste hondenronde hier door de wijk!

‘Hallo Heks met je gekke hoedje,’ lispelt de pleingod. Zondag ga ik meer leren over de omgang met deze energieën. Dus als je binnenkort een altaar onder een boom hier in de straat ziet staan, dan weet je: Komt vast bij Heks vandaan…….

Plumvillage: Een landschap vol magie!

 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken

 

Pijnpoli: Nieuwe rondes, nieuwe kansen! Heks lacht als een boerin met kiespijn. Helaas heb ik weinig te kiezen. Het is kiezen of delen! Mijn nieuwe Tens apparaat is een gegeven paard, kniezend, zonder iets te kiezen in zijn bek! Geloof me, ik heb het gecheckt.

Donderdagmiddag ga ik naar de pijnpoli. Ik heb geen bal zin, want die mensen werken op mijn zenuwen met hun propaganda voor opiaten. ‘U wilt geen Oxycontin en geen Tramadol slikken,’ heb ik al meermalen beschuldigend gehoord uit de mond van een zogenaamde pijndeskundige. Een deskundige zonder pijn. Een boer met kiespijn heeft meer begrip!

Realiseer ik me. Als een boerin met kiespijn…..

Vandaag heb ik een afspraak met de Tensverpleegkundige. Ik heb haar al aan de telefoon gehad, een aardige vrouw met een prachtige vriendelijke stem. Voor me staat een stevige doortastende tante. Met een fijne stem. Maar weinig geduld.

Ze stelt vragen, maar wacht het antwoord niet af. Halverwege heeft ze haar conclusie al getrokken. Macht der gewoonte vrees ik. Maar het maakt de communicatie uitermate hotseflotsig.

‘Allereerst: U mag volstrekt niet autorijden met dit apparaat, terwijl het aan staat. Noch op een brommer, E-Bike of scootmobiel. Levensgevaarlijk! En u bent in geval van ongeluk niet verzekerd….. Contact met water is ook uit den boze!’

‘Waar gebruikt u de Tens allemaal voor?’ vervolgt ze in rap tempo. Nou, om auto te rijden. Ik rijd om de twee jaar naar de Dordogne, met dat ding in de hoogste stand. Door dat geval lukt het me om die afstand zelf te rijden! Zwemmen lijkt me ook fijn zonder pijn, maar ik had zelf wel bedacht dat Tens in water geen goed idee is…..

‘Ik ben nogal verbijsterd door uw bewering dat ik niet mag autorijden met een Tens. Dat heeft nog nooit iemand me verteld. Ondanks meerder instructie-sessies met een verpleegkundige. Ook in de instructieboekjes of online heb ik het nooit ook maar ergens gelezen! Het staat niet in de bijsluiter van de pleisters. Of op de doos van het apparaat…..’

‘U hoeft het echt niet te proberen, hoor, autorijden met een werkende Tens, want ook al trekt u in geval van een ongeluk de draadjes er snel uit: Men kan het apparaatje uitlezen! En als het aan stond ten tijde van het ongeval bent u niet verzekerd!’ Triomfantelijk kijkt ze me aan. Haal je niks in je kop, Heks. Wij zijn je toch te slim af!

Het is een nieuw ontwerp apparaat. Met ingebouwde batterij. Aanvankelijk ben ik blij, maar helaas is het een slappe lul van een batterij. In de praktijk blijkt dat je om de dertig minuten moet opladen. In een stopcontact! Heel onhandig als je onderweg bent. Sowieso waardeloos. Vroeger had ik gewoon een hele batterij opgeladen batterijen achter de hand. Veel beter!

Wat een hopeloos concept. Vast bedacht door iemand, die nooit pijn heeft. Die denkt dat dertig minuten de truc gaat doen voor een chronisch pijnpatiënt. En anders: Jammer dan.

Maar je kunt dit nieuwe kloteapparaat wel uitlezen, daar is dan weer wel veel aandacht aan besteed. Zodat je het niet meer kunt gebruiken, waarvoor je het nodig hebt: Pijn bestrijden, terwijl het ontstaat. Tijdens lange autoritten bijvoorbeeld.

Je mag SMS-end over een druk kruispunt fietsen met vijf kinderen in je moderne elektrische bakfiets, Heks ziet dit met enige regelmaat gebeuren, maar dit mag dan weer niet.

Er is in het verleden bij Heks tijdens het autorijden wel eens een pleister spontaan los geschoten. Helemaal niet gevaarlijk. Het voelt een beetje vervelend en vervolgens slaat het apparaat uit. Appeltje, eitje. Ingebouwde veiligheid. Dus dat verbod is gewoon treiteren van mensen, die toch niks terug zeggen. Omdat ze er de puf niet voor hebben. Of te druk zijn met hun eindeloze pijn.

‘U gebruikt geen opiaten zie ik hier staan,’ de vrouw kijkt me streng aan. Bevreemd ook. Ze wijst naar de aantekening in de hanenpoten van de behandelend arts. Met koeienletters: GEBRUIKT GEEN OPIATEN!

‘Ik wil het programma graag voor verschillende dingen gebruiken, dit en dat, bladiebla….’ probeer ik er een speld tussen te krijgen. Maar nee. Dat is nu ook weer niet de bedoeling. De behandelend arts heeft iets aangeraden en daar houdt het Tensmens zich aan.

‘Ik mag geen diagnoses stellen of behandelplannen opstellen…..’ verdedigt ze haar rare standpunt. Ze vertikt het om me de codes en instructies te geven voor bijvoorbeeld acute pijnbestrijding. Ik zal er mijn oude apparaat voor moeten gebruiken……

‘U krijgt een programma om lichaamseigen endorfines aan te maken,’ zegt ze opgewekt. Dat moet ik vijf keer per dag steeds een half uur doen. Langer kan ook niet, want dan is de batterij alweer leeg.

Dan stopcontact zoeken. En weer opladen. Ook: Elke dag rug grondig wassen, pleisters plakken…….Dingen, die me de grootste moeite kosten. Na twee dagen loop ik al een dag achter. Na een week vijf dagen!

‘Als u andere dingen wilt, moet u eerst overleggen met de pijnarts. Ze gaat u nog bellen, goh, we zijn al klaar. Het heeft niet veel tijd nodig gehad, omdat u natuurlijk al bekend bent met Tens. Nou, tot ziens dan maar,’ vitaal pompend schudt ze me de pijnlijke hand.

Mijn goeie ouwe Tens apparaat, die je niet kunt uitlezen......

Mijn goeie ouwe Cefar Tens! Zonder uitlees-mogelijkheden! Ik mag em goddank houden, omdat hij al zo stokoud is. 

Heks wordt toch zo moe van dit gedoe. Hebben die mensen nu echt niks beters te doen, dan alles zo moeilijk maken?

Thuisgekomen vind ik een ingewikkelde brief van het Antroposofisch Therapeuticum om aan een douchestoel te komen. Eerst kan ik er eentje lenen voor een periode van 2 keer dertien weken. Huh? Geen zesentwintig weken? Nee, 2 keer dertien staat er.

Intussen moet ik dan via de WMO een definitief hulpmiddel aanvragen, maar die organisatie doet er dan weer langer over dan die 2 keer dertien weken om de aanvraag te verwerken. Meestal. Dus: ‘Snel aanvragen’ staat erbij.

Het nieuwe onding

Het nieuwe onding.

Op de site van Praxis staat een stoel voor vijfentwintig euro. Tientje verzendkosten, want het moet uit Duitsland komen.

‘Doe dat maar, Heks,’ zegt mijn vriend Blonde Buurman, ‘Waarom zou je het jezelf zo moeilijk maken voor die paar tientjes?’

Vandaag heb ik het ding in elkaar gezet. Het was een hopeloos bouwpakket, maar het is gelukt. Ik kan weer veilig douchen! Onlangs vreselijk onderuit gegaan, toen ik opstond van mijn piepkleine krukje, dus ik ben echt blij met die stoel……

Volgens Stichting Skepsis zijn Tens apparaten nutteloos en gevaarlijk!

Met een  Tens-apparaat mag je geen autorijden en met morfine of medicinale cannabis ook niet, maar met opiaten zoals oxycodon of hydromorfon mag het wel. Dat wordt dus nu gepromoot! Heel verslavend spul, dus goed verdienen voor de medicijnenmaffia!

 

Nieuwe wet heeft gevolgen voor patiënten die morfine of medicinale cannabis gebruiken en autorijden

24 juli, 2017

Nieuwe wetgeving in het strafrecht over het gebruik van drugs in het verkeer maakt geen uitzondering voor morfine of medicinale cannabis dat op recept door een arts is voorgeschreven. Het is raadzaam als huisartsen bij het voorschrijven hun patiënten hierover informeren. Huisartsen kunnen desgewenst de medicatie wijzigen.

De nieuwe wetgeving die vanaf 1 juli 2017 is ingevoerd geldt alleen voor morfine en niet voor andere opiaten zoals oxycodon of hydromorfon. De reden daarvoor is dat morfine ook als meetbare stof na gebruik van heroïne in speeksel kan worden aangetoond. Als de grenswaarde overschreden wordt, is er sprake van overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Dit is ongeacht of de bestuurder morfine op doktersrecept als geneesmiddel heeft gebruikt of dat morfine in het bloed is aangetroffen als gevolg van het gebruik van heroïne.

Anders dan landelijke samenwerkingsafspraak (LESA)

De nieuwe wet wijkt af van de aanbevelingen in de LESA Geneesmiddelen en verkeersveiligheid van NHG en KNMP en de adviezen op rijveiligmetmedicijnen.nl. Daarin staat dat na 2 weken gebruik van morfine of medicinale cannabis verkeersdeelname als veilig wordt beschouwd, tenzij er sprake is van bijwerkingen die de rijvaardigheid beïnvloeden. De adviezen in de LESA zijn inhoudelijk nog steeds correct en in overeenstemming met de adviezen van het CBR.

Voorlopig advies

In afwachting van het overleg dat de KNMP met betrokken ministeries gaat voeren, is het belangrijk dat huisartsen zich bewust zijn van deze veranderde wetgeving en bij het voorschrijven van morfine of medicinale cannabis hun patiënten die aan het verkeer deelnemen daarover informeren. Mogelijk dat patiënten die deelnemen aan het verkeer door deze wetgeving de voorkeur geven aan een ander opiaat zoals oxycodon of hydromorfon.

 

 

 

 

Tegen de klippen op je best blijven doen, vechten tegen andermans windmolens, met je kont tegen de krib tegen de stroom in zwemmen……. Zo vermoeiend. Heks houdt het voortaan bij haar eigen windmolentje en zwemmen doe ik alleen nog maar in een instructiebad. Het is mooi geweest. ;-)

Tweede paasdag ligt Heks in bed. Uitgeteld. Die stomme Matthäus zit nog in mijn kop. Telkens begint er weer een ander deel af te spelen. Soms luister ik. Of ik zing mee. Maar opeens ben ik het zat. Weg met die muziek. Ik wil wel weer eens een ander liedje zingen.

Ik schrijf een paar blogjes. afgewisseld met uitlaatrondes van de hond. Het is vies piessnotweer. Overdag gaat het nog wel, maar aan het eind van de middag is het uit met de pret. Ingepakt in een dikke jas waag ik de sprong.

Op de valreep steek ik een paar Denta Sticks in mijn jaszak. Die wonderbaarlijke omstreden tandenborstels voor honden. Ze borstelen ook de darmen naar het schijnt. Heks heeft nog een heel voorraadje liggen. Ik geef die gekke dingen met mate. Hondjes echter zijn er dol op.

‘Misschien kom ik Kras wel tegen,’ mijmer ik, terwijl ik de straat uit fiets. VikThor is blij. Hij heeft zich de halve dag liggen vervelen. Nu moet hij aan de bak. Vol enthousiasme stort hij zich in het uitbottende struweel. Springt een sloot in. Komt er zwart weer uit. Duikt een stuk verder koppie onder in een vaart. Ja, mijn hondje houdt van zwemmen.

Langs de Zijl lopen nog wat mensen te wandelen op dit late uur. Vik speelt met alle hondjes, die we tegen komen. Bij het Joppe wordt het rustiger. Vredig snor ik langs het water. Geen Kras te bekennen op het stuk waar we elkaar normaal gesproken tegen komen. Maar als ik doorfiets naar het tweede deel van de ronde om de golfbaan zie ik in de verte haar scootmobiel.

VikThor ziet het ook en sprint vooruit. Vol overgave rolt hij op zijn rug in het gras tussen Lucas en Lotje, de twee brakken van Kras. Lucas begint te loeien van enthousiasme. Goeie hemeltje, wat kan die kleine toch een kabaal maken. Hij valt bijna om van ouderdom, maar geluid produceren kan hij nog steeds als de beste.

Zo wandelen we samen. Drinken achteraf een kopje thee. De hondjes krijgen lekkere tandenborstel. We wisselen de laatste nieuwtjes uit. ‘Ik ga naar Plum Village in juni,’ glim ik tevreden. ‘Oh, Heks, wat leuk. Wat heerlijk voor je! Je hebt gelijk!’ Ik vertel haar hoe alles vanzelf op zijn plek valt deze keer. ‘Ik hoef er nauwelijks moeite voor te doen. De Don past op mijn huis plus alle katten en VikThor mag bij mijn hulp logeren.’

‘Ja gek is dat toch, hoe soms dingen als vanzelf lijken te gaan….’ Kras knikt instemmend. En het is zo. Het is zelfs mijn nieuwe motto: Niet langer tegen windmolens vechten. Mee met de stroom. Luister naar je onderbuikgevoelens.

Als ik later terug naar de stad fiets is het al flink aan het schemeren. En het regent pijpenstelen. Kletsnat maar ontspannen glimlachend kijk ik naar mijn dravende hondje. Die regen interesseert hem geen biet. Zolang hij maar kan bewegen. Voor ik hem aanlijn laat ik hem nog eventjes zwemmen in de Zijl. Zo is de ergste modder weer uit zijn vacht  gespoeld.

Ik mijmer over dat vanzelf gaan der dingen. Heks is altijd geneigd enorm haar best te doen. Aan dooie paarden te trekken alsof het niets is. Daar moet ik mee ophouden. Voor zover ik het nog doe dan. Opeens springen er toch wat situaties voor mijn geestesoog, waarin ik het toch weer doe.

‘Niet meer doen, Heks. Houd ermee op. Het is mooi geweest!’

Ik denk aan de woorden van een andere leermeester van me, Alex Orbito. ‘Love yourself and love God,’ ligt hem in de mond bestorven. Het is zo, daar knappen we pas echt van op. Maar oh, wat is het moeilijk om te doen. Hoe vaak hebben we niet van alles en nog wat op onszelf aan te merken? Niet goed genoeg en ga maar zo door.

Later zit ik tevreden in mijn stoel te dweilen. VikThor brengt me een balletje. Ik gooi het hoog in de lucht. Hij vangt het op. Ik stuiter em via de grond. Ook dit balletje pakt hij moeiteloos. De gekste sprongen volgen op mijn steeds moeilijker geworpen balletjes.

‘Hahaha,’ Heks ligt in een deuk. Zoals bijna elke avond. Het gaat vanzelf, dat lachen. Ik hoef er geen enkele moeite voor te doen. Mijn hondje, mijn zenmeester….

Gedicht van van Arjen Boswijk:

Genieten via anderen. Parasitair genieten van wat het leven je niet biedt is zo slecht nog niet. Het klinkt wel raar. Dat is waar. Indirect genieten dan? Worden we daar gelukkig van?

Epke Zonderland zit op televisie te praten met Beau van Erven Dorens. 5 jaar later. Meestal vermijd ik dit programma als de pest. In het verleden al helemaal, toen Jeroen Pauw het presenteerde. Ik heb door de jaren heen een allergie ontwikkeld tegen die man. Compleet met jeuk en Praagse lentekriebels.

Beau kan ik beter verdragen. Hij neemt zichzelf niet al te serieus. Dat scheelt. Maar Epke is toch wel erg leuk. Oh, wat een fijne jongeman. Eerlijk, nuchter, gedreven en succesvol kan dit jongmens gewoon tegen zijn verlies. En hij studeert ook nog eens medicijnen! Een toekomstige dokter!

Een heerlijk joch! Daar willen we er wel meer van. Als we dan toch zo nodig mensen willen klonen, laten we dat dan bij zulke fijne mensen doen.

Dirk Kuyt komt ook in aanmerking vindt Heks. Ik ben al sinds zijn debuut zwaar fan van deze authentieke Katwijker, ondanks het feit, dat mijn halve familie uit Noordwijk komt! Zoals iedereen weet kunnen Kattukkers en Nortukkers elkaar wel schieten……

Heks is dol op sport. Ik zit me stiekempjes al maanden te verheugen op de Olympische Winterspelen. Alles kijk ik dan. Vooral schaatsen natuurlijk. Maar van curling tot bobsleeën tot snowboarden of de reuzenslalom: Heks geniet met volle teugen.

Mezelf zie ik helaas niet meer dit soort dingen uithalen. Een paar jaar geleden kon ik nog redelijk schaatsen, maar intussen hangen mijn heupen en knieën bij tijd en wijlen uit de kom en dat komt mijn prestaties niet ten goede. Gelukkig kan ik uitstekend genieten va anderen. Dat doe ik al jaren. Indirect leven zogezegd. Parasitair genieten…..

Zo heb ik altijd heel veel lol gehad in mijn neefjes en nichtjes en de kids van vrienden, hoewel ikzelf geen kinderen heb gekregen. Had ik best gewild, maar het zat er niet in. Een goeie baan is ook nooit gelukt. Toch geniet ik ontzettend van het succes van mijn dierbaren. Als het hen lukt om hun dromen waar te maken ben ik ook blij. En trots!

Een leuke duurzame relatie is tot op heden ook niet voor me weggelegd. Toch ben ik blij dat er mensen om me heen bestaan, die wel hun zielsverwant aan hun zijde hebben. Niet dat dat nu altijd zaligmakend is. Zo’n zielsverwant kan soms behoorlijk veeleisend zijn!

Het is levenskunst om te genieten via anderen. Je moet het hen eerst gunnen om er zelf van te kunnen genieten. Voor jaloerse types is dan ook helaas niet weggelegd vrees ik.

Toen ik nog werkte, lang geleden alweer, fietste ik elke dag een stuk door de polder bij Alphen. Op een dag had het gesneeuwd. De wereld was opeens fris en nieuw. Onderweg kwam ik een man tegen in een scootmobiel. Hij kon zelf geen kant op, maar zijn roedel wel!

Drie uit de kluiten gewassen energieke honden waren als gestoorden door de sneeuw aan het rollen om vervolgens in een razend tempo achter elkaar aan te jagen. ‘Go for it, jongens!’ schreeuwde de man, ‘Zet em op, vooruit!’ Zijn stralende gezicht met een grijns van oor naar oor staat sinds jaar en dag in mijn geheugen gegrift.

Hij rende vliegensvlug via hen, rolde door de sneeuw met hun lichaam, genoot van de winter middels zijn dierbare roedeltje.

Ik voetbal via Kuyt, ik zwier aan de rekstok à la Epke, ik fiets een berg op in de geest van  Tom Dumoulin, ik schaats de tien kilometer zoals Sven. De 1500 met de benen van Wust……

Ook al lukt het me nauwelijks meer om een beetje fatsoenlijk te zwemmen, toch geniet ik nog steeds van sport. Ik weet het, het is niet zaligmakend, topsport. En ook verre van gezond. En ook is niet elke sporter een toonbeeld van sportiviteit. De beste prestaties worden soms neergezet door mensen die niet tegen hun verlies kunnen……

Maar uiteindelijk verliezen diezelfde winnaars ook wel weer een keer. Verliezen is inherent aan sport. Het is misschien wel de belangrijkste les, die eruit valt te leren.

Helaas is onze narcistische maatschappij vooral gericht op winnaars, zonder verliezers zijn er echter geen winnaars!!!

Ik ga maar eens naar buiten met mijn hondje. Elke dag een flinke ronde lopen of fietsen, dat is mijn topsport. En geloof me, voor iemand met ME is dat echt zo. Mijn hondje is mijn trainer, motivator en zen meester. Hij dwingt me om dagelijks naar buiten te gaan en om te bewegen.

Door hem houd ik een zekere basisconditie. Als hij er niet zou zijn was ik vanmorgen niet eens mijn bed uitgekomen. Nu heb ik alweer anderhalf uur met hem getoerd. En nog is het niet gedaan. We gaan er nog heerlijk eventjes tegenaan!

En het mooie is: Ik ren door het bos via hem, spring zonder meer in de eerste beste blubbersloot. Ik rol door het gras en speel met andere honden. Alleen het ruiken aan kontjes en drollen laat ik aan hem over. Daar geniet hij honderdduizend keer meer van dan ik.