Beter een verre vriendin dan een kwaaie buur. Heks vraagt iets simpels en wordt tureluurs van die stuurse buurman aan lager wal. Liever een beurse stuurman die van twee walletjes eet, dan in de clinch met dit secreet.

‘Buurman, ik heb sinds kort een scootmobiel, waarmee ik mijn berging in en uit moet. Maar dat is lastig als jouw fiets midden in de gang staat. Kun je die voortaan in je berging zetten?’ Ik heb het zonet aan zijn ongelofelijk aardige vriendin gevraagd, maar die ging er razendsnel vandoor. Na me een angstige verwilderde blik toe te hebben geworpen. Het is niet haar fiets. Maar wel haar vriend. En dat wil ze natuurlijk zo houden.

De buurman zet al sinds jaar en dag zijn fiets midden in de gang van de berging. Al zeker tien jaar. Zo lang meneer de Koekenpeer hier woont. ‘Waarom staat jouw fiets in de gang van de berging,’ begon hij een paar jaar geleden te zuigen, toen Heks zelf een oude fiets tijdelijk in de gang had geparkeerd, ‘Waarom heb je drie fietsen, waarom, waarom?’

Ja, waarom zijn de bananen krom? Wat een rare vragen voor iemand, die zelf altijd zijn fiets pontificaal in de algemene berging laat staan. ‘Jouw fiets staat voor de muur van mijn berging,’ gromt de man vervolgens verbolgen. Daar heeft zijn muur blijkbaar last van.

‘Jij loopt gewoon op mijn plafond,’ dien ik hem nijdig van repliek. Ja, hoe durft hij!

Je hoort het al, er is geen land te bezeilen met die man. En zo onnavolgbaar! Wat voor hem geldt, geldt niet voor de rest van de wereld. Hij mag zijn fiets gewoon overal neerkwakken. Wij moeten onze fietsen allemaal netjes in onze bergingen proppen.

Heks heeft er dus niet al teveel fiducie in, dat die gast zijn fiets weg zal halen. ‘Oh,’ begint de man direct te zagen, ‘Jij had ooit zelf een fiets in de berging staan en die raakte mijn fiets aan,’ hij haalt diep adem om eens flink verbaal verder te zeiken, ‘Jij wilde die fiets toen niet weg halen!!!!!! Dus je begrijpt…’

Heks wacht de rest van zijn gezemel niet af. ‘Ik regel het wel met de woningbouwvereniging,’ val ik hem bot in de rede, ‘Ik wilde het eerst gewoon aan je vragen. Dat leek me wel zo netjes. Wellicht dat ik eens een normale reactie zou krijgen, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, tenslotte. Maar ik hoor het al. Je redeneert nog even idioot als altijd. Ik had ook niet anders verwacht, eerlijk gezegd. Maar ik wilde het toch een kans geven…’

Ik rijd mijn fiets met kar en al rakelings langs zijn kleutervouwfiets de berging uit en ga er als een haas vandoor. Arme vriendin van die man. Je bent er toch maar mooi klaar mee. Met zo’n figuur. Riekt naar narcisme.

Ik heb me toch weer lopen opwinden, ondanks mijn voornemen me helemaal niet druk te maken. Maar ja. narcisten roepen nu eenmaal een sterke allergische reactie bij me op. Compleet met vliegende meukjeuk en kriebelige uitslag. Morgen eerst maar eens de woningbouwvereniging bellen. En dan weg met die fiets.

Wat zei die idioot ook alweer de vorige keer? Dat hij mij gedoogde, ja, dat was het. Om je suf te lachen. De man, wiens straalbezopen vrienden op mijn deurmat kotsen, wiens stomdronken maten midden in de nacht bij me aanbellen, de man, die ’s nachts meent keihard muziek te moeten draaien, die met zijn bezopen bezoekers op het balkon de hele buurt bij elkaar blèrt als het hem uit komt….

Die man gedoogt mij. Ik ben heel benieuwd in welk opzicht. Het lijkt me meer een gevalletje van de aanval is de beste verdediging.

Nu heb ik het nooit erg getroffen met mijn buren. Eerst hadden we hier in het portiek jarenlang last van het Aarsvetertje. Toen die eindelijk de plaat had gepoetst kreeg ik last van een soort kwaadaardige lama. Grote klodders spuug op mijn spullen. God mag weten waarom.

En hier word je toch ook niet blij van. Ik niet in elk geval. Maar goed. Met een beetje hulp van de woningbouw moeten we er toch wel uitkomen, lijkt me. Want het mag gewoonweg niet. Fietsen moeten in je berging staan. De gangen moeten vrij blijven.

Met mijn portie dagelijkse ergernis net achter de kiezen fiets ik naar het Leidse Hout. Het is al licht aan het schemeren, als ik er aan kom. Het restant wandelaars dromt goddank naar de uitgang, als Heks het bos in fietst. De hemel zij geprezen! Ik wil geen mensenmassa’s om me heen. De hele stad loopt al vol gekken. En het bos dus ook, blijkt nu. Gelukkig hoepelt iedereen net op naar huis.

Op mijn gemakje peddel ik door het Hout. Bij het grote veld gooi ik een dummy voor mijn ene hondje. Mijn andere hondje rent enthousiast achter dat ene hondje aan. In de verte zie ik een bekende. Het is mijn Poolse hondenvriendinnetje. Zij heeft een Engelse Springer Spaniël, net als Heks, maar haar hondje is uit de showlijn.

Arie’s oren zijn twee keer zo lang als die van VikThor en Freya. Zijn kop is twee keer zo groot. Hij is ook anderhalf keer zo zwaar als Vikthor. Hij was een jaar geleden twee keer zo zwaar, maar sinds hij streng op dieet is geweest is hij niet meer echt dik. Alleen lekker plomp en lomp. Arie is nog niet de helft zo actief als mijn hondjes, maar wel heel erg lief.

Thuis heeft mijn Poolse vriendin haar zieke man, waar ze voor zorgt. Hij is volledig bedlegerig. Dat was niet altijd zo, vertelt ze me vandaag. Hij was wel al ziek, maar sinds hij een keer is gevallen ging het snel bergafwaarts met hem….

‘Mijn man is eigenlijk kapot gemaakt in een verpleeghuis. Hij had zijn heup gebroken, daarvoor kon hij gewoon lopen, ondanks zijn Parkinson. Maar na een half jaar opgenomen te zijn geweest in dat tehuis kon hij helemaal niks meer. Ik heb gestreden voor fysiotherapie, maar dat gaven ze niet. Ze zeiden van wel, maar deden het niet….’

‘Of hij had bijvoorbeeld een afspraak bij fysiotherapie, maar dan had het verplegend personeel hem nog niet uit bed gehaald en gewassen. Dus dan kreeg hij die therapie weer niet. En als ik er iets van zei, dan zeiden ze gewoon, dat hij zelf maar moest zorgen, dat hij op tijd bij die fysiotherapeut was. Ja, hoe dan? Als je niks kunt, zelfs niet lopen? Of zelf uit je bed komen?’

‘Ze hebben hem daar gebroken. Zowel lichamelijk als geestelijk. Ik kreeg een hele andere man terug na een half jaar. Zijn vingers krom getrokken van ellende. Ja, omhoog krom getrokken, heel vreemd,’ ze doet me voor hoe zijn vingers er nu uit zien, ‘ ik snap niet hoe dat is gekomen…’

Heks kijkt naar haar stoere vriendinnetje. Wat is het toch een ongelofelijk schat. Zonder morren zorgt ze sinds jaar en dag voor haar invalide man. Niet geholpen door wie dan ook. Alleen een beetje thuiszorg.

‘Door die thuiszorg hebben wij allebei Corona gehad. Ze wilden hun mondkapjes niet op. Ze hadden ze gewoon in hun zak zitten, maar weigerden om er eentje op hun kop te zetten. Stom ? Mooi dat mijn man en ik allebei heel ziek zijn geweest. Ik ben nog nooit zo beroerd geweest, ik kon bijna niet meer voor mijn man zorgen, want ik viel steeds flauw. Dat was echt heel erg…’

Dan is het opeens aardedonker op het grote veld, waar we balletjes staan te gooien voor onze honden. ‘Iek ben mijn baalletje kwaijt,’ roept de Poolse, ‘Het ies een knaalorranje baal, dus we moeten hem kuunen vienden…’ ze praat toch zo geinig Nederlands. Samen speuren we het het hele veld af. VikThor zet zich met name enorm in, maar de bal is pleite.

We nemen afscheid en Heks gaat nog lekker door het lege donkere bos fietsen. Op mijn geheime bankje ga ik nog een tijdje zitten schemeren. Zacht schuddend met een samba eitje. ‘Wie woont hier, tierelier?’ zing ik zachtjes, humptiedum. Mijn boze bui is helemaal weg.

Er woont een Biebabomenman, ellenlang. En een watervrouw: Als ze je bijt doet het au. In het bos, in het koude bos. Kabouters gluren vanuit het mos. Om mijn hoofd: Glijdende vlijende vleugeltjes. Laat vieren je teugeltjes……

Elektrische fiets of scootermobiel/scootmobiel, voor vol aangezien of randdebiel, overvraagd worden of ben je een ziel? Heks interesseert het geen ene paardenpiel. Ik rij toch maar mooi op mijn dooie gemak rond in een leunstoel. Op een slechte dag toch een goed gevoel!!!!!

Woensdag komt de scootermobiel. Heks is alweer ruim twee jaar bezig om een dergelijk vervoermiddel te bemachtigen. Omdat ze op slechte dagen van haar fiets valt van vermoeidheid. Met alle gevolgen van dien. Omdat haar hypermobiele lijf regelmatig niet vooruit te branden is. Heupen uit de kom knarst nu eenmaal bijzonder stom.

Heel Nederland noemt dit vervoermiddel een scootmobiel, maar bij de gemeente Leiden hebben ze het over een scootermobiel. Het werkt al sinds jaar en dag op mijn lachspieren. Al twee jaar om precies te zijn.

De man, die het apparaat aflevert zou een ergotherapeut zijn? Hij gaat kijken of mijn lange lijf goed in dit apparaat past? Niets van dit alles. De overigens bijzonder aardige man van het bedrijf, dat de scootermobiel levert, legt me vliegensvlug uit hoe dit exemplaar werkt. Vervolgens rij ik een rondje om het blok.

‘Het stoepje voor de berging is niet goed opgehoogd door de gemeente, je moet vragen of ze een druppelplaat willen neerleggen, want achteruit naar binnen rijden is met deze wanconstructie niet te doen….’ De man benadrukt nog eens, dat dat juist belangrijk is, omdat ik dan vooruit naar buiten kan rijden. Wel zo veilig in deze drukke steeg…

..

Als de man weg is, ga ik eens op mijn gemakje met mijn nieuw speeltje op stap. Ik sta doodsangsten uit! Het uitermate instabiele apparaat hangt scheef bij elk hobbeltje of bobbeltje. En er zijn nogal wat oneffenheden in het grillige plaveisel van de binnenstad!

Ook het bestijgen van de honderden Leidse bruggetjes is een helse klus. ‘Je moet uitkijken als je een stoepje op rijdt, altijd recht ervoor gaan staan, nooit schuin er op proberen te rijden… anders val je om…’ is het eerste dat de man bij het afleveren tegen Heks zegt. Nou, dat geldt ook voor bruggen. Schuin een brug optuffen is gewoon niet te doen….

Ook ontdek ik, dat er geen rem zit op het apparaat. Als je het gas los laat, sta je met een grote ruk stokstijf stil. Er zit wel een schildpadknop op. Een soort noodknop, voor als je plotseling vaart moet minderen. Het blijkt mijn redding te zijn, die knop.

Mijn god, elektrisch vervoer voor peuters is enorm aan banden gelegd, na een akelig ongeluk. Maar dit lijkt me ook niet ongevaarlijk, zacht uitgedrukt. Je hoort eigenlijk nooit over ongevallen met de scootmobiel, maar betekent dat ook dat ze helemaal niet gebeuren?

Of is het weer een gevalletje van weg met dat dorre hout? Dat niemand maalt om de dood van een oud of invalide medemens. Die onproductieve groep, die de maatschappij alleen maar geld kost?

Ik zoek mijn nieuwe scootmobiel maar eens op online. Eens kijken, wat ze me eigenlijk in de maag hebben gesplitst bij de gemeente. Geen arts of ergotherapeut heeft zich met de aanvraag bemoeit. Lukraak is er een apparaat afgeleverd. ‘Je bent inderdaad wel erg lang,’ is het commentaar van de man, die me instrueert, nadat ik geklaagd heb over de instabiliteit van het apparaat.

En wat zie ik bij het kopje veiligheid? Van de vijf sterren verdient dit apparaat er slechts twee. Dus mijn doodsangst is niet uit de lucht gegrepen. En ik heb juist een scootmobiel geregeld voor de slechte dagen. Als ik doodsangsten uitsta op mijn fiets. Als ik meer naast mijn fiets lig, dat dat ik er op zit. De dagen, dat ik niks in de melk te brokkelen heb. Als elk schokje pijn doet. Elk hobbeltje in de weg…..

De vering van de scootmobiel is ook niet om over naar huis te schrijven. In het rapport scoort het maar matig. Ik merk het, als ik over kinderhoofdjes rijd. Klonk, klonk. Au, au.

Toch is Heks heel blij met het onding. Vannacht om half twee rijd ik een grote ronde door de stille stad. Op het asfalt van de Singel is het best te doen, het apparaat hangt alleen nogal scheef, omdat de weg af loopt.,,,,,

Het heerlijkste is echter, dat ik van dat eindeloze staan in parkjes af ben. Er is niet altijd een bankje voorhanden. En lang staan kost me moeite. Het heeft iets met de hartfunctie van ME patiënten te maken. Daar is iets mee en daardoor houden we het niet lang vol. Nu zit ik heerlijk in mijn eigen stoeltje!

Wat ik ook prettig vind is dat ik er nu uitzie, zoals ik me voel: Een halve zool. Ik word doorgaans zwaar overvraagd door Jan en Alleman. En dat laat men wel uit zijn kop bij iemand in een scootmobiel.

Het is dubbel, want ik wil ook voor vol worden aangezien. En dat is dan weer een nadeel van dit vervoersmiddel heb ik regelmatig gezien bij mijn vriendinnetje Kras. Met enige regelmaat wordt ze benaderd door haar medemensen, alsof ze niet tot tien kan tellen. Of mensen praten met een heel hoge stem tegen haar, buitensporig positief en lief, alsof ze een klein kind is.

Dus. Zo dus.

Vanmorgen doe ik een grote ronde met de hondjes op de scootmobiel. Ik kom een vriendinnetje van vroeger tegen met haar hond. ‘Wat doe jij nu in dat ding?’ rollen haar ogen uit haar kop.

‘Weet je nog, dat je me twee jaar geleden met fiets en al onderuit zag gaan?’ herinner ik haar aan de enorme klapper, die Heks ooit maakte met haar fiets. Een tuimeling waar mijn oude vriendin toevallig getuige van was. Een vrije val, waar ik een geweldig dikke knie aan over heb gehouden. ‘Dat overkomt me regelmatig, als ik een slechte dag heb. Dan lig ik meer naast mijn fiets, dan dat ik er op zit….’

Ja, het is wennen. En mensen kijken me heel raar aan, als ik gewoon even ga staan. Of als ik doodleuk een drol ga zoeken op het grasveld in het park. De roddelbuurvrouw valt bijna om van verbazing, als ze me spot met mijn nieuwe speeltje. Ze heeft weer heel wat te vertellen hier in de buurt.

‘Het zou je actieradius wel eens enorm kunnen vergroten, Heks,’ is het droge commentaar van iemand, die het wel snapt. En dat klopt. Ik ben al een paar keer een rondje langs de Singel gaan rijden, waar ik voorheen niet verder kwam dan mijn eigen buurtje. Omdat ik het op dat moment dan niet op kon brengen. Maar in je luie stoel zittend de deur uit scheuren lukt altijd wel. Echt wel!

Complottheorieën en snot voor je kiezen. Je hebt niks te kiezen, kiezen of delen? Heks zit zich te vervelen en gaat op pad. Lacht zich te barsten om sluwe snuiter, stout oud mannetje! Het is altijd wat!

Wat een pisweer. Het hele weekend regent het pijpenstelen. Heks is doorweekt tot op het bot na een uitlaatronde met de hondjes. Chagrijnig prop ik de kletsnatte fietskar in mijn berging. Om hem een paar uur later weer tevoorschijn te halen. Voor een nieuwe kledderige kwelronde.

Heks voelt zich ook helemaal niet lekker. een aanval van HPDP (Hier Pijn Daar Pijn) houdt me aan bed gekluisterd, tussen de uitlaatrondes in. De hondjes liggen te stoeien aan het voeteneind. Ik kijk met 1 oog naar de zoveelste trage detective. Af en toe zak ik in slaap. Lang leve de ME, ik doe het er maar mee.

Zondagmiddag knapt het op. Een zonnetje piept tevoorschijn door het grijze wolkendek. De wereld ziet er direct een stuk gezelliger uit. Heks maakt zich op voor een echte ronde op de fiets. ‘We gaan naar het eilandje,’ verklap ik ons einddoel aan VikThor. Het eilandje in het Joppe. Waar egeltjes huizen en fazanten. Een stukje aan zichzelf overgeleverd niemandsland. Vol geurtjes en sporen. Een waar hondenparadijs.

Ik sleep mijn fiets naar buiten. Hang de kar er weer achter. Freya gaat met mand en al in de fietskar. VikThor echter draaft naast mijn bolide, hij moet zijn energie kwijt. Niet veel later tuft de karavaan de Marebrug over. Op de Singel zwenken we af richting Noord. Langs een nieuwbakken grachtje gaat het verder. Bij een hondenuitlaatstrook laat ik mijn viervoeters los.

Een stoer mannetje in een scootmobiel komt me tegemoet. Leren cowboyhoed op zijn snoet. Border Collie aan zijn voet. Ik ken hem wel. Al jaren maken we een praatje met elkaar, maar meestal in een ander park. De man is goed van de tongriem gesneden. Eindeloze verhalen, waar ik me met moeite van los ruk. Doorgaans.

Ook vandaag begint hij te vertellen. Een andere bekende van Heks komt erbij staan. Ook een man met een hondje. Ook hij klets altijd eindeloos tegen me aan. Alleen kan ik met zijn verhalen doorgaans geen bal. Doorspekt als ze zijn met diverse vormen van ‘conspiracy theory’. Iedereen is gek, niemand denkt na. En de hele wereld me dit, me dat. Hij echter heeft alles wel goed in de peiling….

Ik kijk nog eens goed naar laatstgenoemde. Een Amerikaan volgens mij. Het is een hele knappe man geweest in zijn jonge jaren, dat kun je nog goed zien. Maar er is een verslaving overheen gegaan. Substantieel misbruik van het één of ander. Schat ik zo in.

Samen luisteren we naar de oude baas. Hoe hij is klemgezet door een paar BOA’s, omdat zijn gehoorzame hondje los op de treeplank van zijn scootmobiel zat. ‘Twee vrouwen waren het. Er stond er eentje voor mijn scootmobiel en eentje aan de achterkant. Dat was een hele dikke…’ het mannetje gniffelt, als hij er aan terug denkt, ‘Het regende bakken van de hemel, maar ik had  mijn regenpak aan…’

‘Gnehgnehgneh, zij niet,’ vervolgt hij ‘Ze hebben me een half uur klem gezet, omdat ik mij niet wilde legitimeren, ja, ik ben af en toe een beetje stout…’ ondeugend kijkt hij ons aan. De verlopen Amerikaan en Heks zijn geschokt. Een half uur een stokoud mannetje klem zetten in de gietende regen? Hoe durven die BOA-dames het?

‘Toen heb ik wat dingen tegen die dames gezegd, waar ze niet zo blij mee waren.’ Hij vertelt, hoe hij de arme vrouwen er op heeft gewezen, dat iemand een paar jaar geleden op het idee kwam om langdurig werklozen dit soort werk te gaan laten doen.

Ook heeft hij Confucius aangehaald, de grote filosoof. ‘Hebben jullie wel eens een boek gelezen? Kennen jullie Confucius? Nee? Op pagina 243 van dat en dat boek van hem staat, ik citeer ‘Al draagt een aap een uniform, het is en blijft een aap….. Hahahaha,’ hikt hij.

Heks moet ook lachen. Wat een baasje is het toch. Die arme dames hebben vast spijt gekregen van hun actie. Dat kan niet anders. Hij heeft ze goed hun vet gegeven. Oude mannetjes klem zetten in de stromende regen. Toe maar.

Intussen wil ik eigenlijk wel passeren, maar de Amerikaan staat pontificaal midden op het pad. Hij begint een heel verhaal over Corona, de regering, complottheorie hier, complottheorie daar….. Het duizelt me.

‘Je moet goed vitamine D nemen, dus elke dag naar buiten. En C,’ roept hij gezaghebbend, ‘Gewoon je immuunsysteem sterk houden…. Het gaat vooral om je mind. Ja, ik ben nooit ziek. Maar ik had SARS, toen ik in een laboratorium bladiebla, maar ik had gewoon mijn mindset, en toen was ik zo genezen, door mezelf, zo sterk ben ik,  je moet het bestrijden met je mind. Niks aan de hand….’ zemelt hij vrolijk verder.

Even gooi ik wat protesten in de lucht, tegen zoveel stompzinnigheid, maar dat is koren op zijn molen natuurlijk. Ik moet vooral zo snel mogelijk wegwezen…. De oude baas gaat er als een haas vandoor. Blijft hij met mij altijd eindeloos babbelen, met dit heerschap is hij heel snel klaar, valt me op.

Heks maakt zich ook snel uit de voeten, nadat ze nog wat zeer beledigend gedachtengoed naar haar kop heeft gekregen. Over ziekte en jezelf eventjes hupsakee genezen… Wat kunnen mensen toch ongelofelijk dom en bot zijn. Terwijl ze zichzelf juist zo geniaal vinden!

‘Wat een kwibus, VikThor,’ mijmer ik tegen mijn dravende hondje. Ik peddel de stad uit. Langs de Zijl. Langs het Joppe. Tot we bij de brug naar het eilandje zijn. Een klein uur zwerven we over dit geliefde stukje natuur. Helaas recentelijk aangeharkt door natuurbeheerders. Een stel idioten heeft al het struikgewas van het middengedeelte verwijderd, bizar gewoonweg.

Maar er is nog genoeg moois over, gelukkig.

Iedereen mag denken en vinden wat hij of zij wil. Dat is een waarheid als een koe. Democratie betekent niet, dat je maar kunt doen waar je in in hebt. Nog een loeiende waarheid. Het valt me op, dat met deze dingen nogal wordt gesjoemeld de laatste tijd.

Mensen zijn boos op elkaar, omdat ze anders over de Coronaproblematiek denken. Ze krijgen slaande ruzie, omdat ze vanuit een ander standpunt redeneren. Maar je hebt altijd een ander standpunt. Daar ontkom je niet aan. Het gaat om luisteren, om verstaan.

Mensen denken, dat het democratisch is, om iedereen maar zo’n beetje te laten doen waar ze zin in hebben rondom Corona. Wil je bijvoorbeeld met je zieke kop de straat op? Omdat je behoefte hebt aan een frisse neus? Moet kunnen in een democratie!

Ook vind ik het raar dat Ruttekutte zo hamert op onze eigen verantwoordelijkheid en redelijkheid wat betreft handen wassen en afstand houden, maar dat we te stom worden geacht om op een fatsoenlijke en veilige manier een mondkapje voor te doen. Dat is te moeilijk voor de gemiddelde Nederlander….. En daarom zijn mondkapjes gevaarlijk.

Oh ja, ze zorgen ook nog eens voor schijnveiligheid, beweert men dan schijnheilig.

Huh?

Mondkapjes zouden voor mij veel verschil maken. Als iedereen ze zou dragen. Als iedereen dus zijn eigen snot, kwijl en aerosolen bij zich zou houden. Het zou mijn isolement aanmerkelijk verminderen. Ik zou niet meer zo met angst en beven over straat gaan. Dat is mijn standpunt.

©Toverheks.com

©Toverheks.com HUH?

 

 

 

 

Geniepige knijpertjes met pijnlijke grijpertjes en mopperige kloppertjes teisteren Heks. Het blijft iets geks. En nog steeds geen seks. Dat is dan weer jammer.

Vrijdagmiddag na de val van mijn fiets moet ik nog van alles doen. Ik ben dan wel weer in bed gekropen, maar niet voor lang. Ik heb zekere verplichtingen. Zo is er de afspraak met de psychologe. Die kan ik onmogelijk afzeggen. Dat kan alleen 24 uur van tevoren. Anders komt de afspraak geheel voor eigen rekening.

Zodoende sleep ik me er toch maar heen. Verslagen beantwoord ik allerlei vragen. We zijn nog bezig met de intake en misschien moet ik toch weer op zoek naar een andere praktijk. Eentje met een contract met mijn zorgverzekeraar.

‘Heks, ik heb een klein uur aan de telefoon gezeten met Nationale Nederlanden. Misschien val je onder een andere regeling, omdat je zo’n peperdure verzekering hebt,’ Rozenhart belt me ’s middags op, ze heeft haar tanden in de zaak gezet…. ‘Daar zit een restitutieclausule in. Als de praktijk aan de volgende vijf voorwaarden voldoet krijg je de behandelingen toch vergoed….’

Er volgt een waslijst eisen. Braaf schrijf ik ze op. ‘Ik ga het navragen. Anders blijf ik tot het eind van het jaar bij deze club en wissel in januari naar een ander. Zodra het weer kan binnen al die hopeloze regeltjes van de zorgeverzekering. Ik ga onder geen beding nu ophouden met therapie. Dan kost het me maar geld. Ik ben net zo blij, dat ik ergens binnen ben en dat het klikt met de psychologe….’

Gelukkig kan Heks het betalen. Ook al geef ik het natuurlijk liever uit aan iets leuks. Een luxe vakantie bijvoorbeeld.

Na de sessie ga ik even langs de kringloop. Ik heb een nieuwe ballenbak nodig voor VikThor. En ook een paar glazen vazen voor mijn orchideeën. Vraag me niet wat me bezielt om met een lamgeslagen bont en blauw lijf met spullen te gaan lopen slepen. Feit is dat ik het doe.

Blijkbaar doen de diverse pijnstillers hun werk. Ik fiets ook nog een rondje om de Singel met VikThor. Ga bij de apotheek langs voor pijnmedicatie. ‘Mevrouw, we hebben geen recept ontvangen,’ beweert de apothekersassistente. Alles gaat nu eenmaal mis vandaag.

Intussen begin ik weer erg veel pijn te krijgen. Ik moet die pillen hebben voor het weekend. ‘Maar ik slik dit al jaren dagelijks. Gisteren is er een recept naar jullie gefaxt. Ik ben er echt helemaal doorheen….’ Ik zal die krengen meekrijgen.

‘Nee, ik heb het overlegd, We mogen dat niet meegeven zonder recept,’ herhaalt de apothekersassistente zichzelf. Heks ontploft inwendig. Kleine zwarte wolkjes woede stomen uit mijn oren. Ze drijven een wig tussen mij en de assistente.

Dan zie ik de apotheker achterin de ruimte rond stommelen. ‘Mevrouw, mag ik iets vragen, ik ben van mijn fiets gevallen en helemaal bont en blauw. En nu heb ik die pijnstillers echt nodig, maar ze zijn helemaal op. Ik slik die dingen al jaren. Dat kunnen jullie zo zien in mijn status. Maar er is iets misgegaan met het faxen van het recept…..’

Ik praat als Brugman en krijg 3 pillen mee naar huis. Bij wijze van extreme uitzondering. Hoera.

Maandag maar weer achteraan bellen. Ziek zijn heb je een dagtaak aan. Het is in elk geval niet voor watjes.

Thuisgekomen zak ik neer in mijn stoel. Ik ben ellendig koud en misselijk. En bont en blauw. Langzaam stijf ik op als een kwarktaart. Na een klein uur kom ik nauwelijks nog overeind. Ik hompel door het huis. Kruip dan maar zonder eten in bed. Eet midden in de nacht toch nog wat van de rijsttafel, die ik eerder deze week heb gehaald.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Strompel met grote moeite de trap af voor een laatste uitlaatronde. Loop honderd meter door de steeg en ga dan maar weer terug…… Het is echt geen doen.

Hoe moet dat nu morgen?

De volgende ochtend komt Steenvrouw op de koffie. Ze neemt mijn Smurfje ruim een uur mee naar een park en naar de markt. ’s Avonds fiets ik dan maar weer zelf naar een stuk groen hier in de buurt.

Zondag haalt Vlinder mijn ventje op voor een uitgebreide wandeling. Ook nu fiets ik ’s avonds nog een rondje Singel. En ook vandaag komt Vlinder mijn kereltje uitlaten. Door de stromende regen komt ze helemaal uit Zoeterwoude om me te helpen!

Heks heeft er intussen nog een vage griep bij gekregen. In mijn buik knijpen allemaal kleine groene monstertjes met gemene knijpvingertjes venijnig in het gevoelige zenuwrijke weefsel van mijn dunne en dikke darm. In mijn kop kloppen andere rotzakjes met minuscule hamertjes tegen de binnenkant van mijn kaalgeslagen schedel. Mijn herseninhoud lijkt finaal verdwenen…..

Ik slaapwaak de dagen door. En opeens is het alweer maandag. De knijpertjes knijpen nog steeds geniepig in mijn ingewanden. De kloppertjes kloppen trager en vager, maar onmiskenbaar op de achtergrond tegen mijn baalkop.

De man van de scootermobiel komt langs met een stapel papieren. Oh, wat lijkt hij toch op de kattenfluisteraar van TLC! Ik teken twee exemplaren van het plan om Heks aan de mobiel te krijgen. Of beter gezegd op de mobiel. De scootmobiel.

‘Het zal nog we eventjes duren voordat het helemaal rond is, vrees ik,’ somber ik tegen de man. Ik hik er vreselijk tegenaan. ‘Misschien is dat maar goed ook. U heeft die tijd gewoon nodig om aan het idee te wennen, antwoordt de kattenfluisteraar met zijn geruststellende stem.

Hij aait alle katten en spreekt ze vriendelijk toe. Dan trekt de katten-superman zijn flitsende regencape weer aan en spoedt zich naar het stadhuis.

‘Ik heb zometeen een overleg en ga direct werk maken van uw scootermobiel,’ roept hij over zijn schouder, ‘Want het moet niet te lang meer duren. U valt niet zomaar steeds van uw fiets…..’

 

 

Van de wal in de sloot. Heks maakt een klapper, maar houdt zich groot. Halfzijdig bont en blauw incasseer ik nog een domper. De dag begon zo vrolijk en nu ben ik weer somber. Heksje huilt, Heksje lacht. Dat laatste echter niet vandaag.

Opgewekt smeer ik een make upje op mijn grijnzende smoelwerk. Ik heb zowaar een nachtje 7 uur achter elkaar geslapen. Een unicum! Buiten stampende koppijn heb ik er een geweldig goed humeur aan over gehouden. Zo goed, dat ik me echt leuk aankleed en een kwast over mijn bleke toet trek. Zo.

Koffie er in. Pijnstillertjes er in. Beesjes eten geven. En nu prikken halen bij de huisarts. Opgewekt klim ik op mijn fiets. Mijn hondje braaf dravend naast me haast ik me naar de doktsterspost.

Onderweg vind ik een regenjas. Hij ligt gewoon op straat te dweilen. Het is precies zo’n jas, die ik al een tijdje ambieer. Flinterdun maar wel waterdicht. Alleen de legergroene kleur vind ik nogal saai. ‘Ik had liever een knalgeel exemplaar gevonden,’ kijk ik dit gegeven paard in de bek.

De doktersassistente jast vakkundig drie prikken in mijn lijf. Eentje in mijn schouder, eentje in mijn bovenbeen en de laatste in mijn bil. Bij elke prik spring ik eventjes tegen het plafond. Mijn zenuwstelsel staat al weken op tilt. Vandaar.

Intussen kletsen we opgewekt over het voordeel van een goeie legging boven zo’n kutpanty. ‘Dit zwarte exemplaar is ongeëvenaard sterk. Het lijkt wel een broek!’ prijs ik de mijne aan, niet wetende, dat deze ijzersterke legging binnen een kwartier zwaar op de proef zal worden gesteld.

Bij de balie regelen we nog de nodige recepten. LDN bijvoorbeeld. Moet ik zelf betalen. Kost me zo weer 120 euro. En de citrusinjecties. Moet ik zelf betalen. Kost me zo weer 75 euro. En de medicinale cannabis. Moet ik zelf betalen. Kost me ook weer honderden euro’s.

Krijg ik eigenlijk nog wel eens wat vergoed? Nou, af en toe. Ibuprofen bijvoorbeeld.

Dan nu snel naar huis. Onderweg even het hondje uitlaten. Ik lijn mijn dier aan en stap op mijn fietsje. Net als ik lekker op stoom ben kom ik een oude vriendin tegen met haar hond. Die loopt los. Even goed opletten, dat hij niet voor mijn fiets langs naar mijn hondje toe rent. Ik kijk en groet en val op mijn snoet. Met een grote klap lig ik op mijn linkerzij.

Wat gebeurde daar nu?

De gevonden jas viel op de grond en mijn wiel gleed weg over die gladde nattigheid…… ‘Het kwam door je jas,’ roept een hevig geschrokken vriendin. Ze voelt zich een beetje schuldig merk ik, want de jas ontglipte me net toen ze me vrolijk groette.  Een ongeluk zit altijd in een klein hoekje.

Heks is helemaal gek van de pijn. Mijn hele linkerkant schreeuwt het uit. Een diep gebrul stapelt zich op in mijn borst. Maar ik moet ook echt naar huis nu, want ik heb een afspraak.

‘Laat me maar.’ wimpel ik de geboden hulp af, terwijl ik mezelf bij elkaar hark. Ik wil niet gaan brullen nu. Of keihard huilen. Houterig hijs ik mijn pijnlijf weer op die klotefiets. Ik gooi mijn hondje onderweg nog een park in. Terwijl hij drolletjes draait brul ik het uit. Een ellendig geluid worstelt zich omhoog vanuit deze venijnige binnenbrand. Tranen druppen mijn make up richting kin. Die moeite had ik me dus ook kunnen besparen.

Ik verman me en fiets het laatste stuk naar huis. Vraag me niet hoe. Het regent pijpenstelen intussen, dus mijn tranen vallen niemand op. Thuisgekomen neem ik de schade op. Blauwe linkerelleboog, paarse linkerheup en een zwarte linkerknie met schaafplek. Bovenkant linkervoet is ook flink geraakt alsmede gek genoeg mijn rechteronderarm…. De superieure legging is nog heel.

Ik druppel jodium op de wond en knip een grote pleister op maat. Dan gaat de bel. Rozenhart komt me helpen met van alles en nog wat.

Geschrokken geeft ze me een glas water. Het duurt zeker een kwartier voor ik weer aanspreekbaar ben. Wat een verdriet om zoiets stoms als van mijn fiets vallen. Het is alweer de zoveelste keer dit jaar. ‘Ik wil dat toch wel melden bij die man, die met die scootmobiel bezig is. Want het is echt niet normaal om zo vaak van je fiets te vallen….’ zegt Rozenhart.

We ontdekken, dat we belangrijke post over de aanvraag van de scootermobiel, zoals de man van de gemeente dit voertuig consequent noemt, hebben gemist. Hij heeft zeker een maand geleden al een uitgebreide brief hierover gestuurd. Die is ons compleet ontgaan. Ik vond al dat het zo idioot lang duurde allemaal.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dan gaan we aan de slag met vragenlijsten van de psycholoog. Daar staat iets alarmerends in. Namelijk dat ik in een ongecontracteerd traject ben beland. Hoe kan dat nu? ‘Je hebt toch alleen de gecontracteerde praktijken voor me uitgezocht?’ vraag ik aan Rozenhart. Ik heb haar namelijk op het hart gedrukt, dat ik uitsluitend met deze praktijken in zee wil gaan. Ik betaal al genoeg zelf.

‘Maar sommige niet gecontracteerde praktijken worden toch vergoed,’ riep ze toen als antwoord. ‘Ja, dat zeggen ze misschien, maar ik weet uit jarenlange ervaring, dat dit toch problemen kan opleveren. Dus ik wil alleen met gecontracteerde hulpverleners in zee. Ik wil niet voor rare verrassingen komen te staan…..’

En wat blijkt? Rozenhart heeft een ongecontracteerde club opgeduikeld. ‘Maar ze hebben alleen geen contract met Menzis en CZ,’ probeert ze me gerust te stellen. Heks is er niet gerust op. Ik google Nationale Nederlanden en CZ en vind direct een alarmerend bericht. CZ is een soort overkoepelende zorg-inkoopclub van diverse verzekeraars. Waaronder Nationale Nederlanden. Mijn behandeling word dus niet vergoed.

Rozenhart gaat bellen met de psychologen-praktijk. Die bevestigen dat ik een deel zelf zal moeten betalen. Slechts 10%. Een behoorlijk bedrag als je in aanmerking neemt, dat ik voor een langdurig traject ben aangemeld en ik minstens 1 keer per week een sessie zal krijgen en dat misschien jarenlang…..

Mijn hart vult zich met wanhoop. Na een jaar zoeken en overal weggestuurd worden ben ik nu eindelijk binnen bij de verkeerde club. Doordat iemand weer eens een keertje niet naar me heeft geluisterd. Want ik heb luid en duidelijk gezegd, dat ik niet wilde, dat er ook maar gekeken zou worden naar ongecontracteerde praktijken. Ik had nota bene een waslijst met alle door mijn verzekering gecontracteerde hulpverleners opgezocht.

‘Ik zoek het verder voor je uit,’ zei Rozenhart toen. En zie hoe dat heeft uitgepakt. Heks zit weer met de gebakken peren. Ik kan weer wekelijks gaan lopen dokken.

Wat mankeert mensen toch, dat ze niet naar me luisteren?

‘Sorry Heks,’ zegt Rozenhart. Ze voelt zich vreselijk over deze ontwikkeling. Dat is duidelijk te zien. Heks is er eventjes klaar mee. Straks heb ik een afspraak met de psychologe. Wat moet ik daar nu allemaal mee aan? Gewoon maar weer diep in de buidel tasten en dit ook maar weer gedeeltelijk zelf betalen? Mijn hoofd is helemaal murw van al dit gedoe.

Bont en blauw doe ik Rozenhart uitgeleide. Dan kruip ik in bed. Mijn hulp is intussen gearriveerd en ik kan even niet tegen het geluid van de stofzuiger. Ik wil het liefst mijn kop er af zagen. Ik ben al opgestaan vanmorgen met barstende koppijn. En nu ben ik ook nog bont en blauw. En helemaal door elkaar geschud door die klapper. Wiebelig en huilerig……. Mijn goede humeur is verdwenen als sneeuw voor de zon.

Waarom? Kan er nu nooit eens iets gewoon goed gaan?

 

 

Moord in Het Leidse Hout. Van sommige verhalen krijg je het ijskoud. Heks staat bibberend te beven. Zo ben je vol leven, zo ben je vergeven. Maar misschien is het verhaal niet waar. Naar weliswaar. En vooral ook raar.

Het Leidse Hout is toch zo mooi momenteel! Bosanemoontjes, wilde hyacinten en daslook staan volop te bloeien. Struiken ontluiken met fris groen blad. Bomen beginnen ook op stoom te komen. Heks fietst genietend door het park. VikThor rent slagen door het struikgewas.

Plotseling zie ik een oude bekende lopen. Boxer Marley, 1 van de hondjes, die mijn oude vriend Hawk altijd uit liet. Goedmoedig komt hij me begroeten. Zijn baasje sjokt er een kleine twintig meter achter aan. Ze herkent me niet, maar ik haar wel. Het is de oude buurvrouw van Hawk.

We maken een praatje en natuurlijk komt onze onlangs overleden vriend ter sprake. ‘Ze hebben hem vermoord,’ de buurvrouw kijkt me getergd aan,’Niemand wil me geloven, zelfs mijn eigen vriend niet. En dan, een man van 97, dat kan uiteindelijk ook niemand wat schelen….’

Perplex kijk ik de vrouw aan. Van de eigenaars van de Dalmatiër, die Hawk uit liet, had ik begrepen, dat er sprake was geweest van euthanasie. ‘Ha, euthanasie, ja,’ mijn gesprekspartner heeft een zwaar buitenlands accent. Ik kan het niet thuisbrengen. ‘Er is geen arts aan te pas gekomen, aan die euthanasie.’

Een onthutsend verhaal volgt over de laatste maanden van het leven van mijn vurige aanbidder. Opgesloten in zijn eigen huis, kreeg alleen een pyjama aan, de beste vriendin van wijlen zijn vrouw zat of kwam bij de man. Zij en de dochter van Hawk hielden hem in zijn nachtkledij binnenshuis gevangen met de deur op slot. Een nieuw slot welteverstaan, zodat niemand er meer in kon behalve zij tweetjes…….

‘Iek moest met hem praten via het WC raampje. Zo gaven we de krant aan elkaar door. Soms belden we elkaar, als de dochter en de vriendin er niet waren. Als ze er waren, kreeg ik hem niet aan de lijn. De avond voor zijn overlijden heb ik hem uitgebreid via de telefoon gesproken. Hij klonk prima, wilde weer de tennisbaan op, had weer allemaal plannetjes…….’

‘En de volgende morgen was hij opeens vredig ingeslapen…. Nee, vermoord. Iek weet het zeker. Niemand gelooft me….. Hij zat nog vol leven en opeens: Dood. En een week opgebaard in een kelder onder de kerk zonder dat iemand het wist. En toen zonder mensen erbij in de grond gestopt. Niet eens een grafrede heeft hij gehad….. Wij mochten niet komen.’

En dat terwijl hij zoveel vrienden had! Over de hele wereld! En dat terwijl hij voor zoveel mensen iets betekende. Hij zocht tot een paar maanden voor zijn dood zieke mensen op in verpleeghuizen bijvoorbeeld. Maar ook het hele Leidse Hout kende Hawk.

Geschokt staat Heks te luisteren. Wat een verhaal. Wat een verschrikkelijk verhaal.

‘Hij was rijk hoor, die Hawk. Hij liep altijd in zijn ouwe tenniskloffie en hij woonde heel eenvoudig, maar vorig jaar heeft hij nog een pand verkocht op de Herengracht! Zijn dochter wilde natuurlijk dat geld. Ze was zo boos op hem, die vriendin van zijn vrouw ook. Omdat hij altijd vriendinnen had……’

Ja, Heks had al begrepen dat huwelijkse trouw nu niet bepaald Hawk’s sterkste kant was tijdens zijn ellenlange huwelijk. Maar om iemand daar nu om te vermoorden!

‘Bij mij heeft hij nooit iets geprobeerd, hoor,’ verklaart ze ongevraagd, ‘Maar vorig jaar had hij weer een vriendin en toen is hij in juni door zijn rug gegaan. Iek denk door die vriendin…..’ Ze kijkt me ondeugend aan, ‘En dat heeft hem de das om gedaan.’

‘Zij was een vrouw met een wagentje en een zwart hondje,’ vervolgt ze haar verhaal. Ik zie een vrouw voor me in een scootmobiel of rolstoel met een labrador hulphond. Ik ken zo’n vrouw!

Jeetje, die was was er snel bij met die nieuwe vriendin, denk ik bij mezelf. In mei trok Heks de stekker uit onze vriendschap na het zoveelste grensoverschrijdende seksueel getinte verzoek zijnerzijds…..

‘Ze kwam met die hond in dat wagentje achter haar fiets uit de binnenstad naar hem toe. Ze zaten altijd samen op die grote bank daar……’ Plotseling herken ik mezelf in de beschrijving. ‘Maar dat ben ik,’ roep ik dan ook uit. De vrouw kijkt me met stomheid geslagen aan. ‘We hadden geen relatie, hoor, maar hij wilde maar al te graag…..’

‘Ze hebben hem vermoord voor geld. Niemand wil me geloven.’ verzucht ze tenslotte, ‘Hij was mijn vriend, iek mies hem. Ik droom over hem, dan komt hij door de achterdeur naar binnen en is heel boos! Miesschien komt hij me halen, zo van kom ook hierheen, want iek ben ziek met kanker….’

‘Ik geloof u,’ zeg ik tegen haar, ‘En 1 ding weet ik zeker, hij is echt niet boos op u!’ Wie weet wat ze zouden aantreffen als de man zou worden opgegraven….. Mensen worden om minder om zeep geholpen. Maar geld is traditioneel een enorme motivatie om het mes erin te zetten bij je dierbaren.

Ik kan ervan meepraten. Ik heb hier chronisch mee te maken. Tonnen komen er voorbij op mijn spaarrekening. Teneinde weer te verdwijnen naar de rekening van een grote hark met hebberige handjes. Een afgedwongen lening zonder onderpand, waar anderen uit mijn naam voor tekenen…….Huh? Ja, echt waar. Het gebeurt. Het gebeurt mij.

Geld maakt niet gelukkig, geld maakt slecht.

‘Weet je wat ik me nu later bedacht?’ ik heb de Don aan de telefoon. We hebben het over deze vreemde ontmoeting. ‘Misschien is die dochter wel helemaal op tilt gegaan, toen Hawk zo verliefd op me werd. Misschien dacht ze dat hij zijn hele vermogen aan mij zou nalaten of iets dergelijks. Misschien had Hawk nog gewoon geleefd als ik niet in zijn leven was gekomen……’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, Heks. Die vrouw is zich ongetwijfeld rot geschrokken van de escapades van haar hoogbejaarde vader. Maar het is niet jouw schuld, hoor, dat hij nu dood is…..’

Het duurt een paar dagen, voordat ik de geschiedenis enigszins van me af kan schudden. Maar ik hou er een naar gevoel aan over. Wat kunnen mensen toch vreselijk zijn voor elkaar. De wraak van de dochter. Uit naam van haar moeder, die al te vaak de horens kreeg opgezet……

Of niet? Beeldt buurvrouw het zich allemaal slechts in?

 

 

Lente hangt in de lucht! Ergens! Maar waar? VikThor ruikt em al. Verwoed snuffelend gaat hij op zoek. Heks loopt door haar geliefde duinen. Dit magische landschap vol godjes en elfjes. In elke duinpan borrelt een nieuw wonder!

Deze boom kan je de mooiste verhalen vertellen……

Oh wat is het koud en guur. Heks loopt dagelijks in de natuur te tureluren, vergezeld door haar viervoetige vriend. Of vergezel ik hem? Momenteel is het inderdaad zo, dat ik voor mijn monster naar buiten ga. Zelf blijf ik liever binnen. Waar het warm is en droog. Buiten het bereik van de gesel van hagelbuien en woeste windvlagen. Ja, maart roert haar staart.

VikThor denkt hier allemaal inderdaad heel anders over. Hij maalt niet om een beetje kou en nattigheid. Uitgelaten rent hij naast de fiets, zodra we dan eindelijk eens op stap zijn. Binnen vijf minuten is zijn buik zo zwart als een tor. Het kan hem niet schelen. Enthousiast springt hij in de eerste beste sloot op onze route: ‘Even lekker zwemmen. Oh, wat heb ik het warm!’

Ysbrandt in zijn gloriejaren!

Heks met haar pijnlijf kan steeds slechter tegen kou. Ik hou zielsveel van de winter, maar mijn fysiek denkt er anders over tegenwoordig. Toch dwing ik mezelf om de deur uit te gaan. Veel kleren aan. Een schop onder mijn kont.  Het moet, het moet.

Eenmaal buiten valt het vaak mee. Behalve deze week. Als ik de deur uit stap voel ik de eerste druppels alweer om mijn oren slaan. Zodra ik in een parkje arriveer begint het geheid te plenzen van de regen.

Vrijdagmiddag is het dan eindelijk eens eventjes droog. ‘Wat zullen we eens gaan doen?’ klets ik tegen mijn hondje, ‘Zullen we eens eventjes naar Ysbrandts meertje gaan?’

Samenwerking tussen diverse dimensies is bepaald geen uitzondering in heksenland.

Het is de laatste dag dat we de duinen in mogen met een loslopende hond. Ik check het nog eventjes voor de zekerheid online. ‘Tussen Wassenaar en Katwijk ligt hondenlosloopgebied Berkheide. Tussen 15 augustus en 15 maart mogen honden bijna overal loslopen, mits ze onder appel staan en op de paden blijven.’ staat er. Mooi zo. Het mag nog deze dag.

Heks moet hartelijk lachen om de tekst. Mits ze op de paden blijven. Hihi. Nog nooit een loslopende hond gezien, die zich daaraan hield. De meesten staan ook nog eens niet of nauwelijks onder appel. Want stronteigenwijze genen. Of straathond geweest. Of een slappehap baas. Niet zelden zijn mensen aangenaam verrast door mijn gehoorzaam geboren hondje. Zoiets hebben ze nog nooit gezien!

Als ik de stad uit rijd klaart het lekker op. Aan de horizon ontstaat een strook blauwe lucht, maar het asfalt glimt nog van recente regen. Ik parkeer op de Cantinaweg, pal tegen het duin. Ik ben de enige, maar terwijl ik mijn spulletjes pak stopt er nog een auto. Een Spaanse windhond met baas gaan ook nog eventjes de duinen onveilig maken.

Narrig kijkt de baas me aan. Ik moet het vooral niet in mijn hoofd halen om haar te groeten. Of erger nog: Een praatje aan te knopen! ‘Ik bijt je kop er af!’ seinen haar boze ogen. Ze komt ongetwijfeld uitwaaien en haar gedachten op een rijtje zetten. Misschien heeft ze wel een verontrustende brief gekregen, waar ze mee zit te worstelen. Wie zal het zeggen? Ik laat het arme mens met rust. Uiteraard.

‘Je moet je hond aanlijnen,’ een opgewekte man komt net het duin uit met een roedeltje keurig aangelijnde monsters, ‘Kijk, ze hebben dat bord gisteren neergezet.’ Hij wijst op een splinternieuw bordje, waarop inderdaad staat dat je vanaf vandaag het duin niet meer in mag. Meuh.

Net leren kennen, echt een schat!

‘Online mag het nog wel. Ik heb het net nog nagekeken. Ik heb wel eens eerder met dit bijltje gehakt. Op de oude bordjes stond het weer net even anders. Nou ja. Ik ga lekker een rondje om en als ik een bon krijg laat ik het voorkomen….’ bluf ik opgewekt tegen de man. Er is geen sterveling te bekennen op de route, die ik loop. Laat staan een boswachter.

Bij Ysbrandts meertje strijken we eventjes neer. VikThor zwemt achter een balletje en Heks zit op Ys’ boom. Een grote omgevallen berk. Horizontaal groeit de reus al jaren vrolijk verder. Op die manier is er een natuurlijke bank gevormd. ‘Het water staat erg hoog. En er is heel veel struikgewas verwijderd,’ inventariseer ik de stand van zaken rondom dit magische vennetje.

Komende zondag gaan we werken met landgoden en landenergie bij de Sjamanistische Jaaropleiding. De magische krachten verbonden met dit soort bijzondere plekken. Heks heeft er zoveel zin in.

Oude vriend in het Leidse Hout

Maar je hoeft echt niet speciaal naar afgelegen meertjes om dit soort energieën te ervaren. Bij mij in de straat woont een pleingodje. Elke avond zie ik hem zitten in zijn boom. Op een grote dwarstak. Vroeger zat hij op een andere tak, met beter zicht, maar die is door de gemeente gesnoeid in verband met het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Kwaad dat ‘ie was!

Als ik een kat kwijt ben prik ik een brief op zijn boom. ‘Wil je een beetje rondkijken voor me? Het is dat zwarte mormel weer.’ Ook rondom de Bengaal doe ik een beroep op hem. Ik groet hem altijd, behalve als ik half slapend de hond uitlaat. Midden in de nacht. Dan vergeet ik het wel eens…….

Hij vindt het leuk om op mijn nek te springen, maar dat wil ik niet. Dus zorg ik altijd een hoedje op te hebben. Dat scheelt enorm!

Onzin? Grote fantasie? Geen idee. Ik weet het niet. Ik weet alleen, dat het voor mij zo is.

Ik heb vrienden onder de bomen. Ik voer soms een gesprek met een bloem. Ik herinner me een boeiende conversatie met een Amaryllis. Vanuit een kerstuk sprak ze me plotsklaps toe. Geen lullig gesprek ook nog. Nee, pittige materie! Aanschouwelijk onderwijs zou je het kunnen noemen: De bloem legde haar eigen structuur als het ware uit! Heilige Geometrie is niet voor watjes.

Orbs verlaten het pand!

Andere dimensies zijn dichterbij dan je denkt. In je en om je heen.

Heks is altijd verbaasd over de sprookjes, waar de godganse mensheid moeiteloos in gelooft. Dat geld gelukkig maakt bijvoorbeeld. En dat je vrienden hebt als je wint.

Mijn magische plekje in de duinen is vandaag geheel aan zichzelf teruggegeven. Geen wandelaars buiten Heks en Vik. Met een zucht neem ik afscheid. Voorlopig komen we hier niet terug. Pas half augustus mogen de honden weer los…..

We lopen een grote ronde via de Friese Wei met op de achtergrond de Soefitempel. Ook al zo’n heerlijke plek. VikThor gaat helemaal uit zijn dak. Overal konijnenkeutels, vossensporen en een incidentele vleug ree. Met enorme slagen verkent hij het terrein. Snuffelt zich een slag in de rondte. Dronken van de eerste lentegeuren.

Op de terugweg komen we een vrouw tegen in een scootmobiel. Drie hondjes keurig aan de lijn naast haar. Chagrijnig snauwt ze me toe, dat de hond moeten worden aangelijnd. Opnieuw antwoord ik, dat het volgens mijn pas vanaf morgen geldt.

Dat bevalt haar helemaal niks, dat ik dat beweer. Nijdig laat ze me weten, dat ik het dan maar zelf moet weten! Met stoom uit haar oren tornt ze verder tegen de wind op. Wat een hoop kwaaie mensen op mijn pad vandaag!

Ik gooi een balletje voor Vik het laatste stuk. Sinds de cortisonenprik behoort dit weer tot de mogelijkheden. In feite is mijn blafbeest nu aangelijnd. Hij zit aan me vast middels de bal!

Mijn vriend Uil!

Wat houd ik toch van de duinen. Vooral op dagen als vandaag. Wanneer het miezerige weer de meeste mensen weg houdt. Al die schakeringen in vergrijsde winterkleuren. De stilte…….

Op weg naar huis raak ik overmoedig. Ik besluit mijn auto te wassen. Ook iets, waarvoor je je armen nodig hebt. Ik rijd alweer geruime tijd in een absolute toddebak. Niet veel later ben ik mijn kanariepet grondig aan het uitmesten.

Misschien heb ik het te gek gemaakt. Eenmaal thuis ben ik te moe om te eten. Ik bel een uurtje met de Don en val vervolgens in slaap. Pas om half 1 ’s nachts ben ik voldoende bijgetrokken om dat laatste programmaonderdeel af te werken.

En dan is het alweer tijd voor de allerlaatste hondenronde hier door de wijk!

‘Hallo Heks met je gekke hoedje,’ lispelt de pleingod. Zondag ga ik meer leren over de omgang met deze energieën. Dus als je binnenkort een altaar onder een boom hier in de straat ziet staan, dan weet je: Komt vast bij Heks vandaan…….

Plumvillage: Een landschap vol magie!

 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken