In mijn hart zingt een vogel. De gehele dag door. Alle andere dingen zijn niet belangrijk. Kwetsende mensen zijn niet belangrijk. Mijn eigen kwetsbaarheid is niet belangrijk. Alleen de zang van de merel. Zij zong speciaal voor mij.

Vannacht maakt mijn pup me om een uur of zes wakker. Ik ben heel diep in slaap. Midden in een droom. Mijlenver weg. Vanuit het diepste van de dromenzee kom ik bovendrijven. Dobber nog een tijdje verdwaasd tussen brokstukken droom. Hoor opnieuw het geluid, dat me wekte: Freya. Zenuwachtig zit ze te piepen en te hijgen in de bench. Hoge nood waarschijnlijk.

Heks sleept zich naar het voeteneind van haar bed. Gammel zit ik te mopperen op de rand, terwijl ik probeer mezelf te bewegen wat kleren aan te trekken. Ik zal toch echt naar buiten moeten. Opnieuw. Gisteren liep ik ook om half zes door de buurt te wandelen met een hieperdepieperhondje.

Wat gek. Twee nachten op een rij na maanden rust op dit gebied!

Even later ga ik de deur uit. Ik voel me zo verschrikkelijk beroerd, kan nauwelijks uit mijn ogen kijken. Godkolere, wat mankeert dat beest. Draaierig hobbel ik door de steeg naar het eerste beste perk met een ongeduldige Freya rukkend aan de riem. Op het plein van het Elizabeth-Gasthuishof laat ik haar los. Als een bezetene gaat ze ervandoor. Ja, inderdaad: Hoge nood.

Potjandrie. Ik ben instant chagrijnig. Dat is weer een dag naar de klote, want het duurt waarschijnlijk weer uren, voordat ik opnieuw inslaap. Hevig balend sjok ik over een pleintje tussen huizen. Freya sprint als een gestoorde door de perken. Tot ze een plekje vindt dat zich uitstekend leent voor een dikke drol. Zo, dat is ook weer gepiept.

   

Als ik me omdraai om weer naar huis te stiefelen barst ergens een vogel uit in gezang. Ik speur net zo lang totdat ik de zanger spot. Op de nok van een dak verwelkomt een merel de nieuwe dag.

Even kijkt de vogel nieuwsgierig terug naar Heks. Haar piepkleine koppie een beetje scheef. Vervolgens slingert ze haar magische lied opnieuw het ochtendgloren in. Een blok verder wordt haar lokroep beantwoord door een leuk gevleugeld kereltje.

Als aan de grond genageld sta ik te luisteren. De vogel zingt regelecht mijn hart in. Mijn hele wezen vult zich met geluk. Het gemopper en de boze bui zijn vergeten. Ik wandel een magisch landschap in. Een andere dimensie. Traag en tevreden wandel ik door de morgenstond. Vanuit mijn hart vloeit gouden licht door mijn hele lijf. Alles is goed.

Vergeten de frustraties en verdrietigheden, waar ik al tijden mee kamp. Geen sprankje woede te bekennen in mijn gloeiende lijf. Wat heerlijk, dit moment van genade. Wat ontzettend fijn om in het nu te zijn. Waar geen lijden is en geen verwarring. Alleen het gezang van mijn gevederde vrienden.

Geluk is slechts een ademtocht van je verwijderd. Altijd. Waarom vergeet ik dat toch steeds?

Vanmorgen ben ik toch enorm brak. Halfzacht tuf ik met de scootmobiel naar een parkje. De stad is afgeladen vol mensen. Ze letten helemaal nergens op.

Op de terugweg loopt er een hardloper voor me uit door de steeg te huppelen. De man heeft totaal geen techniek en elke stap is anders. Ook zwalkt hij lichtelijk van links naar rechts, alsof hij een flinke neut heeft gedronken van tevoren.

Heks blijft flink achter, zodat ik hem niet hoef te passeren. Vandaag wil ik alle problemen vermijden. Maar wat een schrik, het kereltje draait zich plotseling om net als ik een in de smalle steeg geparkeerde vrachtwagen passeer. Hij komt regelrecht op me af gezwalkt!

‘Kun je asjeblieft een straatje omlopen, ik ben expres achter gebleven om contact met je te vermijden. Het is hier erg smal en je kunt onmogelijk anderhalve meter afstand bewaren….’ roept Heks paniekerig. Ik zet mijn scootmobiel in zijn achteruit in een poging contact te vermijden met die gek.

De jongeman steekt nog net niet zijn middelvinger in de lucht. Vervolgens rent hij rakelings langs een verschrikte Heks. Hevig hijgend. Wat een eikel.

De dag begint weer goed.

Als ik even later de scootmobiel in de berging parkeer schiet het onding weer met een noodvaart naar achter. Ondanks herhaaldelijk verzoek iets te doen aan de zogenaamde slakkenstand van dit apparaat, rijdt het ding nog steeds keihard in zijn achteruit. Ik knal met een rotvaart tegen mijn fietskar aan. 

‘Krak,’ zegt de behuizing van de scootmobiel. En voor de tweede keer in een paar maanden heb ik flink schade aan mijn invalidenwagentje. 

Denk nu niet, dat Heks niet kan manoeuvreren met dat ding. Ook een medewerker van het verhuurbedrijf had laatst de grooste moeite om ditzelfde apparaat in mijn berging te parkeren. Dat ging toen maar net goed.

Ik plak de achterkant weer in elkaar met ducktape. Ik ga em niet meer laten repareren, de kans dat ik weer schade rijd is gewoon te groot. Het is overigens elke keer iets met dit apparaat. Bijna wekelijks komt er een mannetje van het verhuurbedrijf een wiel vastzetten, of het stuur bijstellen……

Misschien moet ik me toch eens beraden op een ander vervoermiddel. Een elektrische bakfiets bijvoorbeeld. Die vallen ook niet zo snel om. 

Bovendien kunnen mijn hondjes dan gewoon voorin zitten. Het zal me ook al dat gezeik schelen van wildvreemde mensen, die me de ene keer zien fietsen of lopen en de volgende keer in een invalidenwagen zien rondcrossen.

‘Ik zag u vorige week in een scootmobiel en nu loopt u gewoon!!!!!’ roept een oud dametjes onlangs beschuldigend, als ik door het Leidse Hout wandel. Ze is hier niet van gediend. Wat zijn dit voor’n praktijken?

In mijn hart zingt een vogel. De gehele dag door. Alle andere dingen zijn niet belangrijk. Kwetsende mensen zijn niet belangrijk. Mijn eigen kwetsbaarheid is niet belangrijk. Alleen de zang van de merel. Zij zong speciaal voor mij.